Your SlideShare is downloading. ×
Rrl hoofdstuk 7
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Saving this for later?

Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime - even offline.

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Rrl hoofdstuk 7

345
views

Published on


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
345
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Het is alweer even geleden dat we elkaar op deze manier hebben gezien dus daarom zal ik jullie geheugen eerst even opfrissen. In het vorige hoofdstuk konden jullie zien hoe het gezin van Levi en Samantha steeds groter werd. Isa groeide op tot een vrolijk kind, Manon werd geboren en groeide ook op tot een blondharig meisje, Jasper werd als derde kind geboren en is nu een peuter en tot slot werd de tweeling Stijn en Nadine geboren. Ondertussen probeerde Kimberly de familie hun huis uit te krijgen, ging Tara met Gabriël naar bed en tot slot ontmoetten de twee dames elkaar.
  • 2. Het is midden in de nacht als Tara en Kimberly samen in de keuken in het huis van Kimberly zitten. ‘Een heks?’ vraagt Tara ongelovig en ze kijkt Kimberly aan alsof ze gek is. ‘Je wilt dat ik dat geloof? Ik ben niet gek, ik weet al heel lang dat sprookjes niet bestaan.’ zegt ze spottend.
  • 3. Kimberly haalt haar schouders op. ‘Je mag geloven wat je zelf wilt, maar dit is geen sprookje. Ik bezit de kracht van de magie, dat is geen sprookje maar een feit.’ zegt ze en kijkt Tara serieus aan.
  • 4. Tara's gezicht betrekt even, maar ze hervindt zich zelf snel weer. ‘Jij bent echt gek.’ zegt ze. ‘Eerst breek je ergens in en nu beweer je dat je een heks bent. Je moet jezelf eens na laten kijken. Er zit een draaitje bij je los.’
  • 5. Kimberly zucht. ‘Als je er zo over denkt.’ zegt ze en pakt haar toverstaf. Ze mompelt een paar korte woordjes die Tara niet verstaat en plotseling verschijnt er een hele zwerm bijen in de kamer die op Tara af vliegen. Verwoed probeert ze de kleine beestjes van haar huid te slaan.
  • 6. ‘En wat denk je nu?’ vraagt Kimberly met een kleine grijns op haar gezicht. Tara probeert de bijen nog steeds weg te slaan, maar de beestjes blijven haar omsingelen. ‘Ik geloof je! Ik geloof je!’ roept ze snel.
  • 7. Kim grijnst even en zo snel als de bijen verschenen, verdwijnen ze ook meer. Tara zucht opgelucht, maar ze blijft op haar hoede. ‘Waarom vertel je me dit?’ vraagt ze voorzichtig. ‘Wat wil je van me?’
  • 8. De kwaadaardige grijns verschijnt weer op Kimberlies gezicht terwijl ze Tara vanaf de andere kant van de kamer aankijkt. ‘Ik denk dat wij heel goede vrienden kunnen worden.’ zegt ze. ‘Ik weet dat jij Levi bespioneerde en ik wil weten waarom.’ Het is geen vraag, maar een bevel.
  • 9. Tara aarzelt even, maar als ze terug denkt aan de aanval van net begint ze toch te praten. ‘Levi en ik hebben een verleden samen. We hebben een relatie gehad toen we studeerden.’ vertelt ze.
  • 10. ‘Het was de mooiste tijd van mijn leven, ik verlangde er zo lang naar en toen het eindelijk zover was kon ik me niet gelukkiger voelen.’ Kimberly knikt goedkeurend terwijl Tara vertelt. ‘En hoe is het uit gegaan tussen jullie?’ vraagt ze zonder haar nieuwsgierigheid te verbergen.
  • 11. Tara haalt haar schouders op. ‘Hij maakte het uit toen we klaar waren met onze studie.’ zegt ze. ‘Hij vond dat het niets tussen ons kon worden en daarna heeft hij nooit meer contact met me gezocht. Hij heeft mij en mijn vader gewoon gebruikt voor zijn studie.’ zegt ze terwijl ze bewust een deel weg laat. Ze weet niet of ze deze vrouw kan vertrouwen. ‘En jij?’
  • 12. Kimberly haalt geduldig haar schouders op. ‘Je hebt zelf gezien dat Levi en ik meerdere keren uit zijn geweest. We hadden een geweldige tijd tot mijn zus tussen ons in kwam. Van de een op de andere dag wilde Levi niets meer van mij hebben en hij liep alleen nog maar achter haar aan.’
  • 13. Tara rolt met haar ogen. ‘Dat klinkt echt als Levi. Hij heeft geen moment getreurd om onze verbroken relatie, hij trok meteen bij een andere vrouw in.’ zegt ze nors. De woede die al jaren in haar lichaam rond vloeit komt weer naar boven.
  • 14. Kimberly knikt nogmaals goedkeurend terwijl ze haar stoel naar achteren schuift. Ze loopt naar de andere kant van de tafel en leunt ertegenaan. ‘Daarom denk ik dat wij het best met elkaar zullen kunnen vinden. Levi heeft ons zoveel pijn gedaan, waarom mogen wij dat niet?’
  • 15. Tara kan er niets aan doen, maar ergens in haar ontstaat nieuwe hoop. Hoop op een beter leven, een straf voor Levi en een zorgeloos leven voor haar zonder dat Levi er is om het te verpesten. ‘Wat heb je in gedachten?’ vraagt ze.
  • 16. Kimberly grinnikt. ‘Ik begrijp dat je geïnteresseerd bent.’ zegt ze. ‘Ik heb nog niets in het speciaal in gedachten, maar ik weet zeker dat jij en ik wel iets kunnen verzinnen om Levi een hak te zetten en door te kunnen gaan met ons leven. Dus, wat denk je ervan?’
  • 17. Kimberly steekt haar hand uit en de lach op Tara’s gezicht wordt groter. ‘Ik denk dat wij het héél goed kunnen vinden.’ zegt ze en ze schudt de uitgestoken hand. Kimberly lacht bemoedigend terug en Tara weet het zeker: Kimberly zal haar helpen om voor eens en voor altijd af te rekenen met Levi Wander.
  • 18. Het is nog donker buiten, maar dat wil niet zeggen dat Isa en Manon nog in bed liggen. Isa vindt het geweldig dat haar zusje nu groot genoeg is om met haar te spelen en ze zitten samen aan de speeltafel. ‘Hoe is het eigenlijk om naar school te gaan?’ vraagt Manon. Het is vandaag haar eerste schooldag en ze is nog wat bang voor alle nieuwe indrukken.
  • 19. Isa glimlacht terwijl ze voor de tweede keer die dag begint te vertellen over school. ‘Het is heel erg leuk. Je leert er heel veel zoals rekenen en schrijven en lezen en je juffrouw is heel aardig.’ zegt ze terwijl ze ondertussen verder bouwt aan haar torentje.
  • 20. Als Levi even later beneden komt om Jasper bij zijn zussen te zetten kletst Isa nog steeds. Hij grinnikt terwijl hij Jasper neer zet. ‘Ga maar even spelen voordat we gaan ontbijten.’ zegt hij zonder dat Manon of Isa opkijken.
  • 21. Jasper kruipt naar de speeltafel en pakt wat blokjes om ook een toren te bouwen. ‘Er zijn ook heel veel andere kindjes waar je mee kunt spelen.’ zegt Isa. ‘Maar je moet natuurlijk wel opletten als de juf wat zegt. Pas praatte Lotte toen de juf iets aan het uitleggen was bij rekenen en toen werd ze erg boos.’
  • 22. Manon luistert aandachtig naar het verhaal van Isa. ‘En de kinderen in de klas?’ vraagt ze. Ze vindt de verhalen over de lessen erg leuk, maar ze is vooral benieuwd naar de nieuwe mensen die ze gaat ontmoeten.
  • 23. Isa babbelt enthousiast verder over school terwijl zij, Manon en Jasper spelen. Levi en Samantha zijn ondertussen boven, in de kinderkamer van de tweeling. Ze genieten allebei nog steeds van elk moment dat ze met Stijn en Nadine doorbrengen.
  • 24. Als de tweeling verzorgt en vertroeteld is, schuift de hele familie aan tafel voor het ontbijt. ‘Heb je een beetje zin om naar school te gaan?’ vraagt Levi aan Manon die nog wat aarzelend knikt.
  • 25. Levi glimlacht. ‘Je hoeft niet bang te zijn, je vindt het vast leuk, net als Isa.’ zegt hij. Hij wil nog iets zeggen als Samantha hem onderbreekt. ‘Volgens mij hoor ik de bus.’ zegt ze en Isa springt al van haar stoel.
  • 26. Als Isa en Manon weg zijn gaan Levi en Samantha weer aan tafel zitten. ‘Heb je nog iets gehoord over de inbraak?’ wil Samantha weten, maar Levi schudt zijn hoofd. ‘Volgens de politie heeft het alarm de inbreker af geschrokken en hij of zij is dus niet binnen geweest.’
  • 27. Samantha en Levi praten nog even verder, maar het is al snel tijd voor Levi om weer naar zijn werk te gaan. Samantha brengt de rest van de dag rustig door, samen met Jasper, Nadine en Stijn.
  • 28. Ze oefent samen met Jasper aan zijn woordjes, maar ook op het potje. Hoewel hij in het begin wat eigenwijs was en niet op het potje wilde blijven zitten, gaat het al veel beter en Samantha is dan ook heel trots op hem.
  • 29. Rond het middaguur is het voor de kinderen allemaal tijd om een dutje te doen. Nadine en Stijn vallen bijna meteen in slaap, maar Jasper wil niet meteen. ‘Mama eerst voorlezen.’ zegt hij en Samantha lacht. ‘Voor deze ene keer dan.’ zegt ze en pakt een boekje.
  • 30. Om 3 uur rijdt de schoolbus de straat weer in en Manon stapt vrolijk uit. Ze heeft een heerlijke dag gehad op school en heeft zelfs een vriendje mee naar huis genomen; Lucas Crone.
  • 31. Ook Isa stapt vrolijk uit de schoolbus. Ze vindt het nog steeds heel erg leuk om naar school te gaan en met haar huiswerkschrift loopt ze naar haar kamer. Ze pakt een pen en gaat op de grond zitten om haar opdrachten te maken.
  • 32. Isa neemt haar zusje mee naar buiten terwijl Levi en Samantha door het raam kijken hoe hun tweede dochter de schoolbus in stapt. Ze volgt Isa en voor de bus de straat uit rijdt zwaait ze enthousiast naar haar ouders.
  • 33. Als Levi even later terugkeert van zijn werk ziet hij Manon en Lucas in de voortuin spelen. Lucas springt vrolijk op en neer terwijl Manon verslagen naar de grond kijkt. Als hij dichterbij komt hoort hij haar zeggen: ‘De volgende keer versla ik je, dit was gewoon geluk.’ Glimlachend loopt hij naar hen toe. ‘Hoe was het op school?’ vraagt hij aan het tweetal, maar ze hebben het te druk om te antwoorden.
  • 34. Levi loopt door naar binnen, maar hij treft niemand aan in de woonkamer. Verbaasd loopt hij de trap op en hoort de zachte stem van Samantha uit de kinderkamer komen.
  • 35. ‘Hé, hoe was je dag?’ vraagt ze als ze Levi de kamer in ziet komen. Ze heeft Nadine intussen met een schone luier in haar wieg gelegd en Levi streelt haar wang. ‘Goed, maar ik mis je nog steeds in de winkel.’ zegt hij.
  • 36. Levi en Samantha blijven nog een tijdje in de kinderkamer staan en Levi helpt Samantha met de tweeling. Als hij een half uur later met Jasper op zijn arm naar beneden komt ziet hij dat Manon nog steeds buiten is en Isa zit aan de computer.
  • 37. Levi zet Jasper op de grond en gaat naast Isa zitten. ‘Heb jij geen zin om met Manon en Lucas buiten te spelen?’ vraagt hij vriendelijk. ‘Of waarom neem je zelf niet een keer een vriendje of vriendinnetje mee naar huis?’
  • 38. Isa haalt haar schouders op. ‘Ik maak liever eerst mijn huiswerk.’ zegt ze en richt haar aandacht weer op de computer. Levi wil nog iets zeggen, maar Manon komt de kamer binnen stormen. ‘Papa, Lucas wil me niet laten winnen!’ zegt ze een beetje boos.
  • 39. Later die avond is Lucas weer naar huis en hij en Manon hebben hun kleine ‘ruzie’ bijgelegd. De hele familie Wander is aan tafel geschoven voor het avondeten. ‘Hoe vond je het vandaag op school?’ vraagt Samantha aan haar jongste schoolgaande dochter.
  • 40. Manon begint enthousiast te vertellen terwijl haar ouders en zus luisteren. Ze vertelt over haar klas, de juf, de lessen, maar vooral over de nieuwe kinderen die ze ontmoet heeft en met wie ze gespeeld heeft.
  • 41. Als iedereen zijn bordje leeg heeft, wordt alles opgeruimd en de avond brengt de familie ook weer samen door. Levi oefent met Jasper met lopen, hoewel het ventje nog wel eens eigenwijs wil zijn. Samantha helpt Manon met haar eerste huiswerk en Isa verdiept zich helemaal in een boek.
  • 42. De zon is al ver onder de horizon gezakt als het voor Isa en Manon tijd is om naar bed te gaan. Allebei omhelzen ze hun ouders en wensen hen een goede nacht waarna ze naar boven verdwijnen.
  • 43. Isa en Manon gaan allebei naar hun eigen kamer om hun pyjama aan te doen, maar als Manon naar haar bed wil lopen hoort ze de deur zachtjes open gaan. Verbaasd dat er nu nog iemand naar haar kamer komt, zet ze zich schrap en ze is verbaasd als ze Isa haar kamer binnen ziet komen.
  • 44. ‘Rustig maar.’ zegt ze lachend en Isa zucht. ‘Ik dacht dat er iets engs mijn kamer binnen kwam.’ zegt ze en meteen daarna vraagt ze: ‘Wat doe jij hier?’ Isa glimlacht geheimzinnig en trekt Manon mee naar het bed.
  • 45. ‘Weet je nog dat vorige week het alarm af ging?’ vraagt ze als ze allebei op het bed zitten. Manon knikt. ‘Hoe kan ik dat nu vergeten.’ zegt ze sarcastisch en denkt terug aan de irritante toon. Isa knikt goedkeurend. ‘Ik hoorde Marnix vandaag zeggen dat er een inbreker in de stad is.’ zegt ze.
  • 46. Manon kijkt haar zus verbaasd aan. ‘Een inbreker?’ vraagt ze verbaasd en Isa knikt. ‘Je weet toch wel wat dat is?’ vraagt Isa als Manon haar niet begrijpend aan kijkt. Manon knikt. ‘Maar inbrekers breken toch alleen in bij mensen die gemeen zijn.’ zegt ze.
  • 47. Isa schudt haar hoofd. ‘Het was een inbreker, dat weet ik zeker.’ zegt ze. Manon wil het nog niet geloven en Isa probeert haar dan ook te overtuigen van haar gelijk. Ze blijven op het bed van Manon zitten en vergeten allebei dat ze eigenlijk in bed horen te liggen.
  • 48. Ook Levi en Samantha zijn intussen naar boven gekomen om hun bed op te zoeken. Levi loopt nog even langs de kamer van Jasper om hem op het potje te zetten. Hij is nog wat slaperig, maar toch doet Jasper wat zijn vader van hem verwacht.
  • 49. Als hij Jasper terug in zijn bed legt hoort hij in de andere kamer twee zachte stemmen. Verbaasd loopt hij naar de kamer van Manon waar Isa net van het bed springt. ‘Ik dacht dat jullie al wel zouden slapen. Hup, naar bed jullie, morgen moeten jullie weer naar school.’ zegt hij streng.’
  • 50. Levi controleert of Isa en Manon echt in bed gaan liggen en loopt dan naar de kamer van de tweeling waar Samantha staat. ‘Isa en Manon zaten nog te kletsen, maar ze liggen nu echt in bed.’ zegt hij en Samantha grinnikt. ‘Waar ze die eigenwijsheid vandaan hebben weet ik niet.’ zegt ze.
  • 51. Levi grijnst. ‘Ik kan me iemand herinneren die ook heel eigenwijs kan zijn.’ zegt hij met een lach en hij trekt Samantha tegen zich aan. Ze lacht. ‘Volgens mij heb jij daar nooit problemen mee gekregen.’ zegt ze plagend terwijl ze geniet van zijn omhelzing.
  • 52. ‘Je weet best wat ik bedoel.’ zegt Levi en hij tilt haar van de grond. Lachend, maar zonder de tweeling wakker te maken brengt hij haar naar de slaapkamer waar ze verder van elkaar genieten.
  • 53. De straat voor Gabriël is leeg, leeg zoals elke avond sinds die ene nacht. Als hij eraan terug denkt is het de beste nacht van zijn leven, maar daarna was zijn leven angstvallig leeg. Het was nu al maanden geleden en hij heeft niets meer van haar gehoord.
  • 54. Toch blijft hij elke avond hopen dat ze onverwachts verschijnt, zoals ze tot nu toe elke keer heeft gedaan. Hij blijft wachten, wachten op niets, want ook deze avond blijft de straat, waar hij vanaf het dak naar kijkt, leeg.
  • 55. Hij zucht en went zijn ogen af van de leegte voor hem. Hij dwingt zichzelf om weg te lopen, weg van de rand en richting de trap. Elke avond hoopt hij dat zijn verlangen vervult wordt, maar elke keer weer wordt hij teleurgesteld.
  • 56. In de woonkamer ziet hij dat Cathelijne met een grote glimlach op haar gezicht in de keuken staat. Ze laat het koffiezetapparaat even met rust als ze hem binnen ziet komen en plant haar hand in haar zij. ‘Vanwaar dat sippe gezicht?’ vraagt ze.
  • 57. Gabriël negeert haar vraag en ploft op de bank neer. Hij heeft het al veel te vaak met Koen over Tara gehad en hij heeft geen zin om de bemoeienis van Cathelijne ook nog eens over zich heen te krijgen.
  • 58. Tot zijn spijt laat Cathelijne het er niet bij zitten. ‘Gaat het soms over dat meisje?’ vraagt ze. Gabriël trekt een gezicht en dat is voor haar al genoeg antwoord. ‘Ja dus.’ zegt ze grijnzend. ‘Wat is er aan de hand? Heeft ze een ander?’
  • 59. ‘Ik wil er niet over praten.’ zegt Gabriël geërgerd en hij pakt de afstandsbediening die naast hem op de bank ligt. Hij zet de tv aan en draait zijn hoofd van haar weg. ‘Je kunt het me echt wel vertellen.’ zegt Cathelijne, maar Gabriël reageert alleen maar door het geluid van de tv harder te zetten.
  • 60. Hij gooit de afstandsbediening naast hem neer, maar kijkt niet naar het scherm. De woorden van Cathelijne zetten hem aan het denken. Zou het kunnen, zou Tara een ander kunnen hebben? Het zou wel verklaren waarom hij haar al zo lang niet meer gezien heeft, maar de gedachte laat hem toch rillen.
  • 61. Cathelijne ziet het niet en ze komt naast hem zitten. ‘Waarom vertel je het niet gewoon? Misschien kan ik je wel helpen, volgens mij heb ik meer ervaring met relaties dan jij.’ merkt ze op en Gabriël zucht.
  • 62. ‘Goed dan.’ zegt hij. ‘Er is een meisje dat ik heel leuk vind, al heel lang. Ze kwam hier af en toe, maar nadat ik haar vertelde wat ik voor haar voelde en dat ook uitte heb ik haar niet meer gezien.’ legt hij vlug uit.
  • 63. Cathelijne grinnikt. ‘Wat schattig, je bent verliefd.’ zegt ze. ‘Ik vond al dat je anders deed de laatste tijd. Waarom heb je dat niet eerder gezegd? Ik had graag willen weten wie deze mysterieuze vrouw is.’
  • 64. Gabriël zucht geërgerd. ‘Hierom heb ik het niet gezegd.’ zegt hij en zwaait met zijn armen in het rond. ‘Dit is anders dan hoe het tussen ons was. Ik vind haar leuk, écht leuk, maar ik heb geen idee hoe zij zich voelt.’
  • 65. Cathelijne glimlacht nog steeds. ‘En heb je er al aan gedacht om naar haar toe te gaan en het haar gewoon te vragen? Je kunt wel elke avond zielig hier op de bank gaan zitten, maar daar schiet je ook niets mee op.’
  • 66. Gabriël haalt zijn schouders op en wil iets zeggen als de bel gaat. ‘Daar is Gijs.’ zegt Cathelijne en ze kijkt verschuldigend naar Gabriël. Hij pakt de afstandsbediening en zet de tv uit. ‘Hebben jullie nu echt iets?’ vraagt hij en Cathelijne knikt trots.
  • 67. Gabriël staat op. ‘Dan zal ik jullie niet langer storen.’ zegt hij en loopt naar boven. Bij zijn slaapkamerraam blijft hij staan. Hij staart naar beneden, naar de straat waar Cathelijne zich in de open armen van Gijs stort. Gabriël haalt trillerig adem. Waarom kan hij dat niet hebben met Tara?
  • 68. Hij vecht tegen de tranen die achter zijn ogen prikken en laat zich langzaam tegen de muur naar beneden zakken. Hij laat zichzelf slap tegen de muur zitten en voelt de brok in zijn keel groter worden. Maandenlang probeert hij hier al tegen te vechten, maar hij weet dat hij niet lang meer kan strijden. Tara gaat door met haar leven en dat zal hij ook moeten doen.
  • 69. Zoals elke ochtend begint het leven bij de familie Wander vroeg. Nadine en Stijn kondigen duidelijk aan dat ze wakker zijn en Levi en Samantha komen dan ook nog wat slaperig hun bed uit om de kleinste leden van de familie te verschonen en te voeden.
  • 70. De zon is nog niet zo lang op als Nadine en Stijn al in hun kinderstoeltjes zitten en ze drukken dan ook vrolijk op de knoppen. Samantha en Levi kijken glimlachend toe hoe hun jongste kinderen zich vermaken. Ze lijken hun vermoeidheid plotseling helemaal vergeten te zijn.
  • 71. Wat later komen ook Isa en Manon uit bed en Samantha haalt Jasper ook uit zijn bed. Het is nog vroeg dus het drietal gaat in hun pyjama aan de speeltafel zitten zoals ze eigenlijk elke morgen doen.
  • 72. Levi verzorgt zoals elke morgen met veel plezier het ontbijt. Isa en Manon worden eerst nog snel naar boven gestuurd om zich aan te kleden voor ze samen met hun ouders aan tafel schuiven.
  • 73. Tijdens het eten wendt Samantha zich tot Isa. ‘Het duurt niet lang meer voor je jarig bent. Heb je al nagedacht wat je wilt hebben voor je verjaardag?’ vraagt ze aan haar oudste dochter. Isa stopt net haar mond vol en schudt haar hoofd.
  • 74. ‘Je hebt nog even de tijd om erover na te denken.’ mengt Levi zich in het gesprek. ‘Zou je het trouwens leuk vinden om Justin en Sandra en Vivian en Tinus uit te nodigen. Het is deze keer wel een grote verjaardag aangezien Jasper, Nadine en Stijn ook zullen opgroeien.’
  • 75. Er wordt nog wat gediscussieerd over de aankomende verjaardagen tot de schoolbus de straat inrijdt om Isa en Manon op te pikken. Even vrolijk als altijd, mede door het vooruitzicht aan school, begroet Isa de buschauffeur en zoekt een plaatjes. Manon stapt iets minder vrolijk de bus in, maar als ze Lucas ziet zitten klaart ze al iets op.
  • 76. Voor de Isa en Manon is het tijd om naar school te gaan en dat betekent dat het voor Levi ook weer bijna tijd is om naar de winkel te gaan. Voor hij gaat ruimt hij nog even de ontbijttafel op en zet alle vieze vaat in de vaatwasser.
  • 77. Terwijl Levi in de keuken rommelt, pakt Samantha Jasper uit zijn kinderstoel. ‘Nu je al bijna een grote kerel wordt, is het wel eens tijd om wat meer te oefenen met lopen.’ zegt ze terwijl ze zijn handjes vast pakt. Helaas lijkt Jasper het niet eens te zijn met zijn moeder en hij kruipt snel de andere kant op.
  • 78. ‘Dat gaat de goede kant op, zie ik.’ zegt Levi en Samantha schrikt op van zijn armen om haar middel. Ze glimlacht. ‘Veel plezier vandaag.’ zegt ze terwijl zijn lippen die van haar naderen.
  • 79. Het is een drukke dag in de winkel. Vele vaste klanten, maar ook weer nieuwe klanten, hebben vandaag besloten om een bezoek te brengen aan de winkel en naar iets nieuws voor hun interieur te zoeken.
  • 80. Levi heeft geen tijd om zich te vervelen en loopt de hele dag door de winkel om alle klanten te helpen die zijn hulp nodig hebben. Samantha is nog steeds met verlof en dat betekent dat hij samen met een uitzendkracht werkt.
  • 81. Natuurlijk helpt Levi alle klanten met evenveel vriendelijkheid en iedereen krijgt de aandacht die hij of zij nodig heeft. Hij heeft nooit spijt gehad dat hij de baan bij Jessica heeft aangenomen en gaat nog steeds met plezier naar zijn werk.
  • 82. Thuis heeft Samantha het opgegeven met Jasper. In plaats van het oefenen met lopen, oefent ze samen met hem met praten, iets wat hij veel liever doet heeft ze al gemerkt.
  • 83. Toch kan Samantha zich niet de hele dag met Jasper bezig houden. Ook Nadine en Stijn vinden het fijn als hun moeder hen vertroeteld. Gelukkig weet Samantha haar aandacht goed te verdelen over de drie kinderen die nog niet naar school gaan.
  • 84. Dat betekent wel dat Jasper zich soms zonder zijn moeder moet vermaken. Gelukkig hebben Levi en Samantha voor hun vijf kinderen meer dan genoeg speelgoed verzorgt dus Jasper verveelt zich niet snel.
  • 85. Om drie uur krijgt hij gezelschap van zijn twee oudste zussen, maar erg lang nemen ze niet de tijd om met hun broertje te spelen; ze willen hun huiswerk zo snel mogelijk af hebben.
  • 86. Samantha is boven om de tweeling in bed te leggen en Jasper begint moe te worden. Zijn zussen zijn druk met hun taalopdrachten en hij begint dan ook te jengelen. ‘Jasp naar bed!’ roept hij.
  • 87. Net op dat moment komt Samantha weer beneden. ‘Rustig maar, ventje. Ik ben er al.’ zegt ze en neemt Jasper mee naar boven waar ze hem in zijn wiegje legt zodat hij een middagdutje kan doen.
  • 88. De sneeuw is al aan het smelten dus als Isa en Manon klaar zijn met hun huiswerk gaan ze naar buiten om in de speeltuin te spelen. Manon klimt op de glijbaan en Isa gaat aan het klimrek hangen.
  • 89. De meisjes spelen en kletsen totdat Manon opeens serieus wordt. ‘Als jij opgroeit, kunnen we dan nog wel samen spelen?’ vraagt ze aan Isa terwijl ze opnieuw van de glijbaan glijdt.
  • 90. Isa aarzelt even voor ze antwoordt. ‘Natuurlijk kunnen we nog samen spelen.’ zegt ze. ‘Misschien niet zoveel als nu, maar je blijft altijd mijn kleine zusje.’ zegt ze. ‘Bovendien heb je Jasper dan ook om mee te spelen.’
  • 91. Een uur later is het buiten donker en Isa en Manon spelen samen met Jasper aan de speeltafel. Levi is ook weer terug van zijn werk en staat in de keuken, de vis te bakken.
  • 92. ‘Dat ruikt weer heerlijk.’ zegt Samantha en ze slaat haar armen om Levi heen. Levi glimlacht en hij zet de pan terug op het gas zodat hij zich kan omdraaien. ‘Het is lang geleden dat we zo stonden.’ zegt hij.
  • 93. Samantha glimlacht en neemt zijn hoofd in haar handen. ‘Ik weet nog goed hoe we in de keuken stonden, in ons kleine appartementje. Isa was toen nog niet eens geboren en we waren de hele dag samen.’ zegt ze met een zucht.
  • 94. Levi glimlacht, maar als hij iets wil zeggen hoort hij de stem van Isa uit de woonkamer komen. ‘Pap, gaan we bijna eten?’ vraagt ze. Levi glimlacht en maakt zich uit de armen van Samantha los. ‘Alles is nu misschien anders, maar ik houd nog steeds van je, voor altijd.’ zegt hij en kust haar vluchtig.
  • 95. Een paar minuten later zit het hele gezin aan tafel te genieten van de warme maaltijd. Samantha begint opnieuw over de aankomende verjaardagen: ‘Heb je al nagedacht over je verjaardag, Isa?’ vraagt ze.
  • 96. Isa knikt enthousiast. ‘Ik wil dat Lotte en Laila op mijn verjaardag komen, want die zijn dan net opgegroeid.’ zegt ze. ‘En ik wil dat Etsu komt met Sassie en Pascal en Axel.’ vertelt ze enthousiast.
  • 97. Samantha knikt ter goedkeuring en Levi voegt zich ook in het gesprek. ‘Ik zal vragen of ze met het hele gezin komen. Vindt jij dat ook leuk, Manon?’ vraagt hij. ‘Jij bent immers de enige die niets te vieren zal hebben.’
  • 98. Manon knikt. ‘Het is jammer dat Isa zo groot wordt, maar als Lucas ook op het feestje komt wordt het vast heel leuk.’ zegt ze terwijl ze aan haar beste vriend denkt.
  • 99. Samantha glimlacht. ‘Dat is dan geregeld. Ik weet zeker dat Jasper het ook leuk vindt om met jullie te spelen en Nadine en Stijn vermaken zich vast wel met Pascal, Axel, Lars en Lex.’
  • 100. Terwijl iedereen zijn bord leeg eet wordt er nog over de verjaardag gepraat en ook na het eten praten Isa en Manon enthousiast verder terwijl ze samen met hun vader een spelletje spelen. Samantha heeft Jasper mee naar zijn kamer genomen en zet hem op het potje.
  • 101. Als Jasper netjes op het potje heeft geplast, pakt Samantha hem weer op. Stilletjes loopt ze de kamer uit en gaat met Jasper op haar arm achter Levi staan die zich net over de tafel buigt. ‘Boe!’ roepen ze in koor en Levi kan niet voorkomen dat een deel van de stapel om valt. Lachend lopen ze weg. ‘Ik ga nog even met Jasper oefenen.’
  • 102. Samantha loopt de trap af en Isa en Manon liggen intussen helemaal dubbel om het gezicht van hun vader. ‘Je gaat verliezen, papa.’ merkt Isa lachend op terwijl ze de resten van de toren aandachtig bekijkt voor haar volgende beurt.
  • 103. Ze pakt het stokje op terwijl Levi nog steeds wat verbaasd naar de stapel stokjes kijkt. Hij merkt dat hij nog steeds niet zo goed tegen zijn verlies kan, net als al die jaren geleden toen hij nog met Marjolein speelde.
  • 104. Samantha zit intussen samen met Jasper beneden op de grond te oefenen met praten. Om het voor Jasper wat leuker te maken is ze overgegaan op het zingen wat hij inderdaad meteen oppakt en mee begint te brabbelen.
  • 105. Ruim een uur later is de stand bij Maak de lama niet wakker gelijk. ‘Wat dachten jullie ervan om naar bed te gaan. Morgen wordt weer een lange dag.’ stelt hij voor, ook om een verdere nederlaag te voorkomen.
  • 106. Isa en Manon gaan zonder veel gemok naar hun slaapkamers en Levi gaat even bij Jasper kijken die al in bed ligt. Als hij zeker is dat het kleine ventje slaapt, loopt hij naar de slaapkamer van de tweeling waar Samantha Stijn net uit bed haalt om hem de fles te geven.
  • 107. ‘Wat zijn ze nog schattig nu ze zo klein zijn.’ zucht Levi terwijl hij Nadine de fles geeft. ‘Niet te geloven dat binnenkort al zo groot worden. Je zou er bijna nog een willen nemen.’ zegt hij lachend.
  • 108. De glans in zijn ogen ontgaat Samantha niet. ‘O nee, je weet wat we hadden afgesproken. Ik houd heel veel van de kinderen, maar we worden nu echt te oud voor een zesde.’ zegt ze. Levi glimlacht om haar reactie. ‘Dat weet ik, maar fantaseren mag altijd.’ zegt hij en zet de lege fles weg.
  • 109. Samantha kijkt hem vernietigend aan, maar Levi lacht alleen terwijl hij met Nadine op zijn arm de keuken uit loopt. Samantha volgt hem naar de slaapkamer van Stijn en Nadine waar de tweeling weer in hun wiegjes wordt gelegd.
  • 110. Levi en Samantha wachten nog even tot hun twee jongste kinderen slapen en gaan dan zelf ook naar bed. Samantha heeft Levi, na nog een paar boze blikken, vergeven en hij kruipt dan ook weer tegen zijn vrouw aan terwijl ze allebei in slaap vallen.
  • 111. ‘Dus wat is je plan?’ vraagt Tara nors. ‘Je hebt me nu al meerdere keren hier naartoe laten komen en wat hebben we tot nu toe bereikt? Helemaal niets! Je kunt maar beter snel met iets komen, anders ga ik zelf wel verder.’ zegt ze.
  • 112. ‘Doe maar rustig.’ probeert Kimberly haar te kalmeren. ‘We verzinnen echt wel iets. We moeten dit keer wel met een goed plan komen. Aan die slappe hap die je tot nu toe hebt bedacht hebben we niets gehad.’
  • 113. Tara zucht. ‘Als het maar snel is. Ik vind dat Levi eindelijk wel eens gestraft mag worden voor zijn daden en ik was eigenlijk niet van plan om daar mijn hele leven aan te besteden.’ zegt ze en gooit haar benen op de bank. Ze weet dat het Kimberly ergert, maar Kimberly reageert er niet op.
  • 114. Tara staart een paar minuten voor zich uit en het blijft stil in de kamer. ‘Weet je, ik vind die witte muren en banken eigenlijk helemaal niet bij jou passen.’ merkt Tara dan op en ze kijkt Kimberly weer aan.
  • 115. Kimberly kijkt even naar de witte muur naast haar en haalt haar schouders op. ‘Samantha en ik hebben hier jarenlang samen gewoond. We hebben ooit een compromis gesloten; Zij mocht de wanden en banken uitzoeken en ik andere delen van het huis.’
  • 116. Tara trekt een gezicht. ‘En het is nooit bij je opgekomen om het na haar vertrek weer te veranderen?’ vraagt ze. Nog voor Kimberly kan antwoorden begint de mobiel van Tara te trillen. Ze drukt het gesprek geërgerd weg.
  • 117. Kimberly haalt haar schouders op. ‘Ik weet het niet, ik heb er nooit echt tijd voor gehad, maar misschien als dit alles met Levi achter de rug is.’ zegt ze en strijkt met haar vinger voorzichtig langs het behang terwijl de telefoon van Tara opnieuw begint te trillen.
  • 118. Tara drukt het toestel hardhandig uit en gooit het naar de hoek van de kamer. ‘Kan hij me dan nooit eens met rust laten?’ zucht ze met haar hoofd in haar handen terwijl Kimberly haar ontzet aankijkt. ‘Wie moet je met rust laten? Je gaat me toch niet vertellen dat dat Levi was?’
  • 119. Tara schudt haar hoofd. ‘Natuurlijk niet, die heeft het veel te druk met die zus van jou.’ zegt ze beschuldigend. Kimberly rolt met haar ogen. ‘Wie was het dan wel?’ Tara zucht, maar weet dat ze niet anders kan. ‘Het is een vriend van me.’ zegt ze vaag.
  • 120. Kimberly kijkt haar verwijtend aan. ‘Hoe bedoel je een vriend? Hebben jullie iets ofzo?’ vraagt ze en Tara kan niet anders dan langzaam knikken. ‘Maar waarom in hemelsnaam?’ valt Kimberly uit. ‘En Levi dan?’
  • 121. ‘Levi heeft hier niets mee te maken. Bovendien heb ik helemaal niets met Gabriël, we zijn één keer met elkaar naar bed geweest en daar blijft het bij. Hoe kan ik nu verder met mijn leven als Levi nog steeds vrij rond loopt?’ vraagt ze wanhopig. ‘We moeten echt snel met een plan komen.’
  • 122. ‘Bespaar me je zelfmedelijden.’ Is het enige antwoord dat Tara krijgt. Ze neemt niet de moeite om ertegenin te gaan en blijft met haar hoofd in haar handen zitten tot Kimberly het plots uitroept. ‘Dat is het! Ik weet hoe we Levi en Samantha voorgoed uit elkaar kunnen drijven.’ zegt ze en ploft naast Tara neer op de bank om het plan uit te leggen.
  • 123. Zoals elke morgen laat Jasper al voor de zon opkomt horen dat hij wakker is. Hij rammelt aan het hekje, maar en schreeuwt om zijn ouders, maar er komt niemand. Pas als hij wil proberen om over het rekje heen te klimmen komt Levi de kamer binnen en haalt hem eindelijk uit zijn wiegje.
  • 124. Levi spreekt zijn zoon even streng toe terwijl ook Samantha, Isa en Manon hun bed uit komen. Isa en Manon spelen samen terwijl Samantha aan het ontbijt maakt.
  • 125. Levi kleedt Jasper aan en zet hem op zijn potje. Zonder aansporing van zijn vader weet hij wat de bedoeling is en Levi is het gebeuren van eerder die ochtend meteen vergeten. Ook Samantha is heel trots op Jasper.
  • 126. Aan tafel raakt Isa niet uitgepraat over haar verjaardag die die avond plaats zal vinden. Vandaag zal haar laatste dag zijn op de basisschool en helaas zal ze die door moeten brengen zonder haar beste vriendin, Laila.
  • 127. Ook Manon is enthousiast over het feestje. Ze is dan wel de enige van het gezin die die avond niet op zal groeien, ze verheugt zich wel op de gezellige avond met Lucas en zijn familie.
  • 128. Als de schoolbus de straat in komt rijden, springen de meisjes van hun stoel en nadat ze afscheid hebben genomen van hun ouders pakken ze hun jas en lopen naar buiten, hun schoolvrienden tegemoet.
  • 129. ‘Niet te geloven dat ze vanavond alle vier zullen opgroeien.’ zucht Levi als hij en Samantha alleen aan tafel zitten. ‘Moeten we ze niet een keer de waarheid vertellen over ons verleden?’
  • 130. Samantha schudt haar hoofd. ‘Daar zijn ze nu nog veel te jong voor. Ik vind het ook niets dat we dit voor hen moeten verzwijgen, maar ze zullen niet begrijpen wat de ernst van de situatie is. Bovendien gaat het nu toch goed zo?’
  • 131. Levi knikt. ‘Dat weet ik wel, maar ik vind het toch niet prettig dat ze hier niets van weten. Ik weet nog goed hoe ik me voelde toen mijn ouders me vertelden over de familie en de gevaren van ons bestaan. Ik weet hoe het voelt om na zo’n lange tijd zo’n groot geheim te horen te krijgen.’ zegt hij.
  • 132. Samantha knikt begrijpend, maar ze weet niets te zeggen. Zwijgend eten ze verder en ruimen samen de tafel af. Levi heeft nog even tijd voor hij naar zijn werk moet en helpt Samantha de tweeling uit bed te halen. Daarna neemt hij afscheid van Samantha en loopt naar de zaak.
  • 133. Samantha brengt de hele dag binnenshuis door. Ze haalt Jasper uit zijn kinderstoel zodat hij even zelfstandig kan spelen en ruimt de keuken op. Het schoonmaken geeft haar rust en laat haar nadenken over het gesprek met Levi van die ochtend.
  • 134. Ze legt het schuursponsje weg en duwt de gedachten aan het gesprek en hun geheimen weg. Ze kijkt even naar Jasper die zorgeloos zit te spelen en zucht, dit wil ze niet voor hem verpesten. ‘Zullen wij nog eens even oefenen met lopen?’ vraagt ze en pakt zijn handjes. Het duurt niet lang meer voor hij het helemaal door heeft.
  • 135. Samantha knuffelt hem. ‘Ik ben heel trots op je.’ zegt ze terwijl ze de kleine armpjes om haar nek voelt. Zodra ze Jasper weer op de grond zet, begint hij de kamer door te lopen. ‘Kijk mama, ikke lopen!’ roept hij en loopt naar het raam.
  • 136. Samantha kijkt glimlachend toe hoe hij zijn handjes tegen het glas legt en verlangend naar buiten kijkt. ‘Heb je zin om even naar buiten te gaan?’ vraagt ze en Jasper knikt. ‘Ikke naar buiten lopen.’ zegt hij en waggelt al richting de achterdeur.
  • 137. Samantha lacht en pakt hem op. ‘Dat lijkt me nog niet zo’n goed idee.’ zegt ze met een blik op het trappetje. Een beetje mokkend laat Jasper zich door zijn moeder naar de tuin dragen. ‘Je zussen vonden deze lama altijd heel leuk.’ zegt Samantha en zet hem op de hobbellama.
  • 138. Samantha woelt nog een keer door zijn haar en gaat dan aan de tuintafel zitten zodat ze haar eigenwijze zoon in de gaten kan houden. Jasper begint fanatiek te hobbelen en vindt het misschien nog wel leuker dan Isa of Manon. ‘Kijk mama, met één handje!’ roept hij en steekt één handje in de lucht.
  • 139. Samantha kijkt glimlachend toe hoe Jasper zich op de lama vermaakt en denk terug aan het gesprek met Levi. Ze schrikt op uit haar gedachten als Manon naar haar toe komt rennen. ‘Kijk mama! Ik heb een 10 op mijn rapport!’ roept ze en zwaait vrolijk met het blaadje. Samantha staat op en omhelst haar. ‘Heel knap gedaan.’ zegt ze.
  • 140. Ook Isa komt vrolijk thuis van haar dag op school, niet omdat ze een 10 op haar rapport heeft, maar omdat ze vanavond op zal groeien. ‘Hoe laat komt Lucas?’ vraagt Manon als ze samen op de bank zitten.
  • 141. Samantha glimlacht. ‘Na het eten pas, als het feest begint.’ legt ze uit. Manon knikt en Isa springt van de bank. ‘Ik ga mijn huiswerk maken, dan is het sneller tijd voor het feest.’ zegt ze en loopt naar boven.
  • 142. Manon springt ook van de bank. ‘Ik ga ook huiswerk maken.’ zegt ze en loopt achter Isa aan naar boven. De twee meisjes gaan allebei aan hun bureaus zitten en beginnen de opgaven te maken.
  • 143. ‘Het spijt me van vanochtend.’ zegt Levi als hij thuis komt. ‘Je had gelijk. We moeten wachten met het vertellen, ik wil niet dat ze hun hele kindertijd achterom moeten kijken.’ zegt hij en slaat zijn armen om Samantha heen.
  • 144. Samantha knikt. ‘Ik weet dat het moeilijk is, maar dit is het beste voor hen.’ zegt ze. Voor Levi kan antwoorden gaat de deur open en komen Isa en Manon binnen. Ze begroeten hun vader vrolijk en vertellen over hun dag en het aankomende feest.
  • 145. Rond 7 uur komen de eerste gasten. Vivian en Tinus komen elk met een jongetje op hun arm richting de voordeur gelopen, gevolgd door Etsu en Sassie.
  • 146. Ze hebben het trappetje nog niet bereikt of Isa komt al naar buiten gestormd. ‘Jullie zijn er!’ roept ze verrukt en omhelst Etsu die haar met open armen ontvangt. Ze lacht. ‘We konden je toch niet langer laten wachten.’ zegt ze.
  • 147. Isa lacht ook en neemt de familie Riksema mee naar binnen. Vivian en Tinus zetten Pascal en Axel op de grond bij de speeltafel waar Jasper in zijn eentje zit te spelen. ‘Ga maar even met Jasper spelen, lieverd.’ zegt Vivian als Pascal zijn armpjes verlangend naar zijn moeder uitstrekt.
  • 148. Levi komt naast haar staan. ‘Wat worden ze snel groot, he?’ zucht hij terwijl hij kijkt naar Pascal en Axel die pas opgegroeid zijn. ‘Hoe gaat het nu tussen jullie?’ vraagt hij.
  • 149. ‘Beter dan ooit.’ zegt Tinus die de vraag gehoord heeft en bij hen komt staan. ‘Jullie hadden helemaal gelijk.’ Vivian knikt. ‘We hebben eens goed gepraat en we zijn er samen uit gekomen. We waren allebei net zo bang voor wat er komen zou, maar nu kunnen we onze jongens echt niet meer missen.’ legt ze uit.
  • 150. Ondertussen zijn Axel en Pascal naar de speeltafel gekropen en vergezellen ze Jasper. Alle drie pakken ze een paar blokjes en beginnen elk een eigen toren te bouwen, de ene nog hoger dan de andere.
  • 151. Etsu en Sassie hebben intussen plaats genomen op de banken in de woonkamer waar ook Isa en Manon zitten. ‘Vind je het niet jammer dat jij vandaag niet hoeft op te groeien en je broertjes en zusjes wel?’ vraagt Etsu aan Manon.
  • 152. Manon schudt haar hoofd. ‘Ik vind het heel leuk dat Isa, Jasper, Nadine en Stijn gaan opgroeien en ik vind het leuk dat jullie allemaal komen. Nu kan ik ook ‘s avonds met Lucas spelen.’ zegt ze.
  • 153. Maar dan betrekt haar gezicht. ‘Ik vindt het wel jammer dat Isa nu groot wordt en we niet meer zo veel met elkaar kunnen spelen.’ legt ze een beetje treurig uit. Dan gaat de bel en Manon veert op. ‘Daar is Lucas!’
  • 154. Samantha lacht en loopt richting de hal. ‘Ik doe wel open.’ zegt ze en Manon valt terug in haar stoel. Samantha loopt naar de voordeur, waar inderdaad de familie Crone staat te wachten.
  • 155. Samantha begroet hen hartelijk en neemt hen mee naar de woonkamer waar Justin en Sandra de tweeling, Lars en Lex op de grond zet. De jongens zijn intussen iets ouder dan Axel, Pascal, Nadine en Stijn en genieten al wat langer van hun peuterjaren.
  • 156. Als Lucas de kamer in komt, springt Manon op van de bank en omhelst haar beste vriendje. ‘Ik ben blij dat je er bent, nu kunnen we de hele avond samen spelen.’ zegt ze vrolijk en Lucas knikt enthousiast.
  • 157. Isa staat een beetje wantrouwig tegenover Laila. ‘Je bent wel echt heel groot nu.’ zegt ze peinzend terwijl ze op kijkt naar haar vriendin. Laila grinnikt. ‘Nog even en dan kun je me weer in de ogen kijken.’ zegt ze.
  • 158. ‘Zijn we nog wel vriendinnen?’ vraagt Isa voorzichtig en Laila lacht. ‘Natuurlijk.’ zegt ze terwijl ze Isa naar zich toe trekt voor een knuffel. ‘We blijven altijd vriendinnen.’
  • 159. Nu al het bezoek er is, instaleren de volwassenen zich in de zithoek en praten over koetjes en kalfjes. Af en toe wordt er een vertederde blik geworpen op twee van de vier feestvarkens die in hun bungelboog liggen en geen idee hebben waar alle drukte vandaan komt.
  • 160. De peuters hebben zich rond de speeltafel verzameld. Alleen Lars heeft een van de speelgoedpaardjes gevonden, maar de rest van de jongens hebben de blokjes over het tafeltje verspreid en beginnen deze op te stappelen.
  • 161. Alsof het huis nog niet vol genoeg is zitten de overige kinderen aan de keukentafel. Er zijn wat stoelen bij geschoven om voor iedereen plek te creëren en er wordt nu gezellig gekletst.
  • 162. ‘Hoe is het nu om tiener te zijn?’ vraagt Isa die toch wel een beetje zenuwachtig begint te worden door haar naderende verjaardag. Laila lacht. ‘Heel anders dan kind zijn.’ is haar antwoordt.
  • 163. Etsu die aan de andere kant van de tafel zit knikt en lacht. ‘Mensen gaan heel anders met je om en vooral op school is het anders. Je krijgt meer huiswerk en minder speeltijd.’ legt ze uit en Isa is weer even gerustgesteld; ze vond het leerwerk toch veel leuker dan het spelen.
  • 164. ‘Ik denk dat het tijd wordt om de taarten tevoorschijn te halen.’ zegt Levi na een tijdje. Samantha knikt. ‘Ik denk ook dat ze niet lang meer willen wachten.’ zegt ze en staat op om alvast twee taarten uit de koelkast te pakken.
  • 165. Even later staan Levi en Samantha elk met één van hun jongste kinderen op hun arm voor de taarten. De rest van de familie en natuurlijk de vrienden hebben zich ook rond de tafel verzameld om Nadine en Stijn aan te moedigen.
  • 166. Levi en Samantha kijken elkaar even aan en knikken wat voor hen allebei een teken is om zich naar de taarten te buigen voor het magische moment. Tegelijkertijd blijven Levi en Samantha de kaarsjes op de taart uit.
  • 167. Het duurt niet lang voor Samantha en Levi elk een peutertje in hun handen hebben. Levi grinnikt. ‘Geen raar haar dit keer, maar dit apenpakje is ook niet geweldig.’ zegt hij.
  • 168. Gelukkig weet Samantha een oplossing en ze nemen de twee peutertjes mee naar boven om wat nieuwe kleding en een nieuwe kapsel voor Stijn en Nadine te zoeken.
  • 169. Als de metamorfoses voltooid zijn draaien Levi en Samantha zich om, om het eindresultaat te bekijken. ‘Dit ziet er veel beter uit.’ merkt Levi lachend op en Samantha beaamt dat.
  • 170. ‘Hij lijkt op jou.’ zegt ze en wijst naar Stijn die rustig tegen Levi aanleunt. ‘Ik denk dat ik me nu wel een voorstelling kan maken hoe jij eruit zag als peuter. Alleen de kleur van de ogen van Stijn verschilt.’ zegt ze. Levi lacht. ‘Laten we maar naar beneden gaan, dan is het nu de beurt aan Jasper.’ zegt hij.
  • 171. In de woonkamer zetten Levi en Samantha de twee peutertjes tegenover elkaar op de grond. Terwijl Samantha weg loopt om de volgende taart klaar te zetten, kruipen de twee peutertjes naar elkaar toe en Stijn slaat zijn armpjes om zijn zus heen. Nog wat wiebelig staan ze op hun benen en omhelzen elkaar.
  • 172. Dan is het tijd voor de derde verjaardag van die avond. Levi neemt Jasper op zijn arm en gaat voor de taart staan. Opnieuw moedigt iedereen hem aan en Jasper kijkt gretig naar de taart terwijl Levi de kaarsjes uitblaast.
  • 173. Levi zet het Japser op de grond en waar net nog een klein peutertje zat, staat plotseling een veel groter kind. ‘Wauw, gaaf!’ roept Jasper terwijl hij zichzelf eens goed bekijkt.
  • 174. Lachend trekt Levi Jasper naar zich toe voor een omhelzing. ‘Gefeliciteerd, jongen.’ zegt hij met een dubbel gevoel; de tijd lijkt zo snel te gaan en Jasper wordt zo snel groot.
  • 175. Jasper maakt zich met een grote glimlach vrij uit de omhelzing en zijn aandacht wordt meteen opgeëist door zijn moeder. ‘Mag ik je feliciteren met een kus of ben je daar nu te groot voor?’ vraagt ze en Jasper schudt zijn hoofd.
  • 176. ‘Ga nu maar snel naar boven voor je verrassing.’ vervolgt Samantha. Dat hoeft Jasper geen twee keer te horen en voor iemand nog iets kan zeggen rent hij al naar de hal, de trap op richting zijn kamer waar hij blijft staan.
  • 177. Hij kijkt met grote ogen zijn kamer rond tot zijn blik op de ladekast valt. Hij trekt een paar schuiven op en komt al snel het setje tegen wat zijn ouders voor hem klaar gelegd hebben.
  • 178. Als Levi en Samantha tien minuten later ook naar boven komen om te kijken wat Jasper van zijn kamer vindt, treffen ze hem aan op het bed waar hij op en neer springt. ‘Ik denk dat het cadeau goedgekeurd is.’ stelt Levi lachend vast.
  • 179. Jasper knikt heftig terwijl hij heen en weer blijft springen. ‘Nu kan ik eindelijk in een groot bed slapen en zelf in en uit mijn bed klimmen.’ zegt hij en zwaait met zijn handen.
  • 180. Samantha glimlacht. ‘Daar zijn we blij om, maar wat zou je ervan vinden om naar beneden te komen. Iedereen zit te wachten en Isa is op van de zenuwen.’ zegt ze. Jasper knikt en na een laatste stuiter laat hij zich van het bed glijden.
  • 181. Samen met zijn ouders loopt Jasper naar beneden waar Isa inderdaad al ongeduldig staat te wachten tot haar broertje beneden is. Voor de laatste keer kijkt Isa als een kind naar alle gasten die hun toeters en ratelt tevoorschijn halen. Ze probeert het beeld in haar hoofd te prenten en kijkt dan naar de taart.
  • 182. Samantha en Levi kijken afwachten en opnieuw met gemengde gevoelens toe hoe hun oudste dochter zich over de taart buigt en nogmaals goed nadenkt over haar wens.
  • 183. Haar ouders houden hun adem in als Isa in één keer alle kaarsjes op de taart uitblaast en zich klaar maakt voor het grote moment: het opgroeien. Voor hun ogen zien Levi en Samantha hun kleine meisje veranderen in een echte tiener.
  • 184. Nog voor Isa echt de tijd heeft gehad om zichzelf te bekijken, trekt Samantha haar naar zich toe en houdt haar stevig vast. ‘Je wordt veel te snel groot.’ fluistert ze in het oor van Isa en ze hoort dat haar moeder een brok in haar keel heeft.
  • 185. Na Samantha is het de buurt aan Levi om zijn oudste dochter een dikke knuffel te geven. Trots houdt hij haar een stukje van zich af om haar te bekijken. ‘Je ziet er prachtig uit.’ fluistert hij en Isa glimlacht.
  • 186. ‘Bedankt, papa.’ zegt ze en doet een stapje achteruit. Levi glimlacht. ‘Ik denk dat je wel genoeg hebt van ons sentimentele gedoe, je mag best naar boven gaan om iets anders voor te doen.’ stelt hij voor.
  • 187. Isa neemt het aanbod dankbaar aan en loopt naar haar kamer. Ze pakt een setje uit de kast waar ze zich prettig in voelt en gaat voor de spiegel staan om zichzelf eens goed te bekijken.
  • 188. Pas als er een verlegen klopje op de deur klinkt, wendt Isa haar blik af van haar spiegelbeeld. ‘Kom maar binnen.’ zegt ze, verwachtend dat haar ouders binnen komen, maar in plaats daarvan komt Manon voorzichtig de kamer binnen.
  • 189. ‘Hee.’ zegt Isa terwijl Manon voor haar komt staan. Haar zusje glimlacht. ‘Je ziet er mooi uit.’ fluistert ze. ‘Maar wel heel groot, ik moet helemaal omhoog kijken naar je.’
  • 190. Isa glimlacht. ‘En ik moet helemaal omlaag kijken naar jou.’ zegt ze. Er hangt een ongemakkelijke stilte tussen de twee zusjes, veroorzaakt door het plotselinge leeftijdsverschil.
  • 191. ‘Blijven we nog wel zusjes?’ vraagt Manon verlegen en Isa lacht. ‘Natuurlijk, we blijven altijd zusjes, wat er ook gebeurd.’ zegt ze en omhelst Manon die opgelucht adem haalt. ‘Ga je dan nu mee buiten spelen?’
  • 192. Isa en Manon lopen samen naar beneden en Manon rent naar de speelplaats waar Jasper en Lucas al samen aan het spelen zijn. Ze voegt zich bij haar broertje en beste vriend om samen te spelen.
  • 193. ‘Ga jij maar samen met Jasper op de uitkijk staan.’ beveelt Lucas. ‘We moeten onszelf beschermen tegen het monster van de achtertuin.’ zegt hij en Manon valt meteen in haar rol. ‘Ik zie niets aan de oostkant. Zie jij iets Jasper?’
  • 194. Terwijl hun broertjes en zusje samen spelen, hangen Isa en Laila aan het klimrek. ‘Welke wens heb je eigenlijk gekozen?’ vraagt Laila terwijl ze haar voeten van de grond tilt.
  • 195. ‘Kennis, ik heb een kenniswens gekozen.’ legt Isa uit. ‘Jij hebt familie gekozen, toch?’ Laila knikt. ‘Het lijkt me heerlijk om een gezin te stichten samen met een leuke man.’
  • 196. ‘Dat willen we toch allemaal.’ zegt Etsu die het laatste deel van het gesprek opgevangen heeft en naast hen gaat staan. ‘Ik kon me bij mijn verjaardag niet voorstellen dat iemand iets anders zou willen kiezen.’
  • 197. ‘Isa heeft voor kennis gekozen.’ legt Laila snel uit aan Etsu. Isa knikt verlegen. ‘Kennis leek me ook wel een mooie wens.’ zegt ze. Etsu knikt snel. ‘Kennis is ook heel mooi, zeker weten.’ zegt ze.
  • 198. Isa, Laila en Etsu houden zich de rest van de avond bezig met luchtigere onderwerpen. Ook aan de tuintafel waar Lizzy, Lotte en Sassie zitten gaat het er rustig aan toe.
  • 199. Stijn en Nadine doen er niet lang over om de speeltafel te ontdekken waar hun broer en zussen al veel plezier aan hebben beleefd en waar de gaste nu ook vrolijk zitten te spelen.
  • 200. Ze genieten van alle aandacht die ze krijgen van iedereen die speciaal voor hen gekomen zijn en ze kijken allebei dan ook goed om zich heen terwijl ze spelen met de andere kinderen.
  • 201. De volwassenen hebben zich teruggetrokken in de zithoek nadat ze allemaal vertederd naar de kinderen hebben gekeken die samen zoet spelen. ‘Ze zijn alle vier prachtig opgegroeid.’ zegt Vivian.
  • 202. Levi glimlacht. ‘Ik kan me nog zo goed herinneren dat we allemaal samen waren in ons appartement om de verjaardag van Isa te vieren. Sinds dien zijn er wel heel wat kindjes bijgekomen, maar het lijkt nog steeds alsof het gisteren was.’
  • 203. Sandra glimlacht. ‘Wie had toen kunnen denken dat we met z’n zessen voor vijftien kinderen zouden zorgen.’ zegt ze lachend en Justin knikt. ‘Het was voor ons echt een verrassing dat Lex en Lars een tweeling waren.’
  • 204. Tinus grinnikt. ‘Wij hadden zelfs niet verwacht dat we ook nog een kind zouden krijgen. Laat staan twee.’ zegt hij en glimlacht naar Vivian. ‘Maar nu kan ik me geen leven meer zonder hen voorstellen.’
  • 205. Levi glimlacht. ‘Ik ben wel blij dat jullie er samen uit zijn gekomen. Het wonder van de geboorte moet je echt samen meemaken en gelukkig hebben jullie er toch nog van kunnen genieten.’
  • 206. De rest van de avond is het nog heel gezellig bij de familie Wander. Toch is het tijd om naar huis te gaan als de kleinste slaap beginnen te krijgen. Vrolijk nemen Laila en Isa afscheid.
  • 207. ‘Ik zie je op school weer.’ zegt Isa terwijl ze haar beste vriendin omhelst. Laila knikt. ‘Zeker weten, nu we allebei tieners zijn kunnen we pas echt plezier maken.’
  • 208. Ook Lucas en Manon nemen vrolijk afscheid. ‘Op school spelen we verder.’ verzekert Manon haar beste vriend die hevig knikt. ‘Zeker weten.’ zegt hij. Manon en Lucas laten elkaar los en dat is voor de familie het signaal om te vertrekken terwijl iedereen hen na zwaait.
  • 209. Binnen maakt ook de familie Riksema zich klaar om naar huis te gaan. Axel en Pascal hebben moeite om hun ogen open te houden. ‘Leuk dat jullie er waren.’ zegt Samantha en ook Isa bedankt Etsu.
  • 210. Als het hele huis weer leeg is op de familie Wander na zegt Levi: ‘Ik denk dat het tijd wordt om naar bed te gaan, het is een lange vermoeiende dag geweest.’ De kinderen knikken en Jasper omhelst zijn vader. ‘Tot morgen!’ roept hij vrolijk terwijl hij naar de hal loopt.
  • 211. Samantha en Levi nemen de tweeling mee naar boven om in hun bedje te leggen. Voor hen allebei was het een lange, vermoeiende dag met veel nieuwe indrukken en het duurt niet lang voor ze allebei in een diepe slaap verzonken zijn.
  • 212. Ook de andere kinderen hebben hun bed intussen opgezocht en nog voor Levi en Samantha hun eigen slaapkamer bereikt hebben, slapen ze alle drie. Vooral Jasper is blij als zijn hoofd zijn nieuwe kussen raakt.
  • 213. In de slaapkamer neemt Levi Samantha in zijn armen. ‘Volgens mij was het een heel geslaagde avond.’ zegt hij en Samantha knikt. ‘Ze hebben zich alle vijf prima vermaakt.’
  • 214. Levi kust haar. ‘Het zijn vijf prachtige kinderen met een prachtige moeder.’ zegt hij en trekt haar mee naar het bed. Het duurt niet lang voor ook in de slaapkamer van Levi en Samantha iedereen in slaap is.
  • 215. Gabriël kijkt geërgerd de andere kant op en kucht nog eens overdreven luid. ‘Er wonen hier ook andere mensen. Waarom gaan jullie niet naar boven ofzo.’ zegt hij terwijl hij vluchtig naar de afstandsbediening zoekt om de tv harder te zetten.
  • 216. ‘Inderdaad.’ zegt Cathelijne als ze haar lippen even vrij heeft. ‘En die andere mensen kunnen zelf ook naar boven gaan als het hen niet aanstaat. Wij kunnen er ook niets aan doen dat jou vriendinnetje je niet wil zien.’ zegt ze kattig en trekt Gijs weer naar zich toe.
  • 217. Gabriël kijkt gekwetst de andere kant op en sluit zijn ogen. Cathelijne weet waar ze hem kan raken en daar maakt ze gebruik van. Hij staat op en loopt langzaam richting de deur. ‘Ik ga nog even klussen.’ zegt hij, maar er is niemand die luistert.
  • 218. In de garage blijft hij doelloos staan. Zijn leven lijkt niet meer waard, hij heeft geen enkel doel. Zuchtend gaat hij op het autowrak zitten en staart nietsziend voor zich uit.
  • 219. Sinds die ene nacht met Tara is zijn leven niets meer waard geweest. Toen hij ontdekte dat ze ‘s ochtends verdwenen was ontstond er een gat in zijn borstkas en met elke dag dat hij haar niet ziet lijkt het gat groter te worden.
  • 220. Hij zucht en kijkt uit op de lege straat. ‘Er is maar één manier waarop het gat kleiner kan worden, maar daar heeft hij háár voor nodig. Hij zet al zijn aarzelingen aan de kant en neemt een drastisch besluit, een besluit dat hij al veel eerder had moeten nemen.
  • 221. Het is weekend en dat betekent dat de kinderen pas over twee dagen weer naar school hoeven. Later dan gewoonlijk komt Isa haar bed uit en kleedt zich in stilte aan.
  • 222. Als de haar kamer uit loopt ziet ze dat Jasper aan de speeltafel zit. ‘Wat doe jij hier?’ vraagt ze verbaasd. ‘Op jou wachten natuurlijk! Nu ik groot genoeg ben wil ik ook wel eens weten waarom jullie dit zo leuk vinden.’ legt Jasper uit.
  • 223. Isa glimlacht en gaat bij hem aan tafel zitten. Als ze het hele spel heeft uitgelegd komt ook Manon haar kamer uit en gaat aan tafel zitten. ‘Ik speel mee.’ zegt ze vrolijk.
  • 224. Levi en Samantha zijn intussen ook al wakker en lopen naar de kinderkamer om Stijn en Nadine uit hun wiegjes te halen. Ze krijgen allebei een schone luier en Levi en Samantha besluiten dat het tijd wordt om te beginnen met de zindelijkheidtraining.
  • 225. ‘Komen jullie ook zo naar beneden om te ontbijten?’ vraagt Samantha als ze met Nadine op haar arm klaar staat om naar beneden te lopen. Jasper knikt. ‘Maar we moeten eerst dit potje nog afmaken, ik ben aan het winnen.’ Samantha lacht. ‘Oké, maar zorg wel dat jullie klaar zijn als papa onder de douche uit komt, anders komt hij nooit naar beneden.’ zegt ze.
  • 226. Een half uur later zit iedereen aan de ontbijttafel en ze eten van hun pannenkoeken. ‘Wat willen jullie vandaag gaan doen?’ vraagt Samantha belangstellend aan haar kinderen.
  • 227. Jasper kijkt op van zijn pannenkoeken. ‘Ik ga buiten spelen.’ zegt hij enthousiast. ‘Ik ga de hele dag op de toren klimmen en overal rond kijken.’ Samantha knikt goedkeurend. ‘En jullie?’ vraagt ze aan Isa en Manon.
  • 228. ‘Ik ga ook de hele dag spelen, want ik hoef toch niet naar school.’ zegt Manon. ‘En ik wil beginnen in de boeken die ik voor mijn verjaardag heb gekregen.’ zegt Isa.
  • 229. Levi vertrekt naar zijn werk, Samantha ontfermt zich over de tweeling, Isa helpt haar moeder door de resten van het ontbijt op te ruimen en Manon en Jasper rennen naar de speelplaats.
  • 230. ‘Zullen we spelen dat ik de prinses ben en dat ik in de toren zit en dan moet jij mij komen redden? Dat speel ik altijd met Lucas.’ stelt Manon vol enthousiasme voor.
  • 231. Jasper schudt geërgerd zijn hoofd. ‘Dat is kinderachtig.’ zegt hij. ‘Dat speelde ik toen ik nog klein was. Nee, we moeten spelen dat we piraten zijn en samen de schat gaan zoeken.’
  • 232. Als Isa tien minuten later naar buiten komt zit Manon helemaal alleen aan de tuintafel. Als ze naar links kijkt ziet ze dat Jasper boven op de klimtoren staat en om zich heen kijkt alsof hij in een kraaiennest zit.
  • 233. ‘Hee, waarom zit je hier alleen?’ vraagt Isa terwijl ze aanschuift. ‘Wil je niet met Jasper spelen? Het lijkt erop dat hij de toren aan het veroveren is.’ zegt ze lachend.
  • 234. Manon schudt haar hoofd. ‘Ik mag niet meespelen van Jasper. Hij wil alleen spelen als we piraatje spelen en hij lachte me uit toen ik prinsje en prinsesje wilde spelen.’ zegt en kijkt strak naar het tafelblad.
  • 235. ‘O.’ zegt Isa en ze denkt even na. ‘Waarom gaan jullie dan niet piraatje en prinsesje spelen? Jullie kunnen toch spelen dat jij een prinses bent en dat jij de piraat moet helpen bij het zoeken naar de schat.’
  • 236. Manon veert op en er verschijnt meteen een grote glimlach op haar gezicht. ‘Dat is een geweldig idee.’ zegt ze en springt van haar stoel. Enthousiast rent ze naar Jasper. Vanaf haar stoel kijkt Isa toe hoe Jasper ook een lach op zijn gezicht krijgt en knikt.
  • 237. De rest van de middag vermaken alle kinderen zich prima. Samantha oefent met de tweeling terwijl Jasper en Manon spelen. Isa heeft zich teruggetrokken op haar kamer en verdiept zich in een boek.
  • 238. In de middag neemt Samantha Nadine en Stijn mee naar boven om te beginnen met de potjestraining. Eerst zet ze Stijn op zijn potje terwijl Nadine toekijkt, maar even later moet zij er ook aan geloven.
  • 239. Nadine stribbelt wat meer tegen dan haar broertje, maar uiteindelijk blijft ze toch zitten. ‘Ik ben weer thuis.’ zegt Levi die net de kamer in komt. Nadine laat zich meteen van het potje glijden. ‘Papa!’ roept ze. Levi glimlacht en pakt haar broertje op. ‘Ik denk dat het tijd is voor jullie om te gaan slapen.’
  • 240. Die avond verzamelt de hele familie zich weer rond de eettafel. Om de buurt vertellen ze over hun dag thuis of in het geval van Levi op zijn werk. Ondertussen eten ze.
  • 241. ‘En toen zei Isa dus dat we prinsesje en piraatje moesten spelen en dat hebben we de hele ochtend gedaan.’ besluit Manon haar verhaal over hun spelletje van die ochtend.
  • 242. Levi glimlacht. ‘Dat heb je mooi opgelost.’ complimenteert hij Isa. ‘En wat heb jij vandaag gedaan?’ vraagt hij aan haar. Isa haalt haar schouders op. ‘Ik heb wat gelezen en Manon dus geholpen.’ zegt ze.
  • 243. Na het eten doen Isa, Manon en Jasper samen de afwas terwijl Samantha en Levi de tweeling uit bed halen en hen ook te eten geven. ‘Zullen we nu weer naar buiten gaan?’ vraagt Manon als de laatste borden weer in de kast staan.
  • 244. Manon en Jasper rennen samen naar buiten en Isa volgt hen op een iets langzamer tempo. Aarzelend kijkt ze toe hoe haar broertje en zusje op het klimtoestel klimmen. ‘Kom Isa, jij moet ook meedoen!’ roept Manon en Isa klimt voorzichtig op de glijbaan.
  • 245. Levi en Samantha nemen allebei een peutertje onder hun hoede. Samantha leert Nadine een liedje terwijl Levi met Stijn een paar simpele woordjes oefent.
  • 246. Aan het eind van de avond wordt de tweeling mee naar boven genomen om een plasje te doen en daarna lekker te gaan slapen. Ook de andere kinderen zoeken hun bed op om de nacht in slaap door te brengen.
  • 247. Als ze zeker zijn dat alle kinderen slapen, lopen Levi en Samantha naar hun eigen slaapkamer. Ook voor hen was het een lange dag en ze kruipen dicht tegen elkaar voor ze in slaap vallen.
  • 248. Voor het grote appartementencomplex blijft Gabriël staan. Hij controleert nogmaals het briefje met het adres om zeker te zijn dat hij op de goede plek is en nadat hij een laatste keer diep adem haalt loopt hij richting de ingang.
  • 249. Voorzichtig duwt hij de grote deur open. Hij heeft een knoop in zijn maag en denkt er serieus over na om zich om te draaien en nooit meer terug te komen. Zijn hart klopt sneller dan ooit en hij weet geen manier om het te stoppen.
  • 250. Hij weet niet hoe, maar Gabriël bereikt heelhuids de bovenste verdieping waar Tara volgens het briefje leeft. Hij merkt dat zijn hand trilt en hij heeft moeite om er een vuist van te maken om ermee op de deur te kloppen.
  • 251. Het duurt even en Gabriël heeft zichzelf er net van overtuigt dat het beter is om te vertrekken als de deur open gaat en een oudere man in de deuropening verschijnt. ‘Waar kan ik u mee helpen?’ vraagt deze beleefd.
  • 252. Verbaasd door het verschijnen van de man en door de zenuwen begint Gabriël te stotteren. ‘Eh, ik ben op zoek naar Tara De Bateau. Ik, eh, ik dacht dat ze hier woonde.’ weet hij moeizaam uit te brengen terwijl hij onzeker naar de man kijkt. ‘Ik ben een vriend van haar.’ voegt hij er aan toe zonder duidelijke reden.
  • 253. Armand glimlacht even vriendelijk. ‘Een vriend zeg je? Hoelang kennen jullie elkaar al?’ vraagt hij nieuwsgierig. Gabriël aarzelt even. ‘Een tijdje.’ antwoordt hij voorzichtig. ‘En mag ik vragen wie u bent?’ Armand glimlacht. ‘Ik ben Armand de Bateau, de vader van Tara. Waarom kom je niet even binnen?’
  • 254. Voor Gabriël zich kan bedenken draait Armand zich al om en loopt richting de zitkamer. ‘Tara is er op het moment niet.’ zegt Armand terwijl hij terugdenkt aan de woorden van Tara waarin ze hem opdroeg dat ze niet gestoord wilde worden. ‘Hoe hebben jij en Tara elkaar ontmoet?’
  • 255. Gabriël kijkt twijfelend om zich heen, zoekend naar een excuus. ‘Eh, we hebben elkaar op een avond ontmoet toen ze mijn hulp nodig had.’ brengt hij opnieuw moeizaam uit. ‘Daarna hebben we elkaar nog een paar keer gezien.’
  • 256. Armand knikt goedkeurend. ‘En is je de laatste tijd nog iets speciaals opgevallen aan Tara? Gedraagt ze zich anders dan normaal?’ Hij weet dat hij dit soort dingen eigenlijk niet moet vragen aan deze vreemdeling, maar dit is misschien zijn enige kans.
  • 257. Gabriël schudt zijn hoofd en merkt dat hij een beetje bloost. ‘Ik heb Tara al even niet meer gezien en dat was eigenlijk de reden dat ik langs kwam.’ zegt hij. ‘Maar mag ik vragen waarom u dit allemaal vraagt. U lijkt me niet iemand die dat zonder reden doet.’
  • 258. Armand grijnst en Gabriël ziet een twinkeling in zijn ogen. ‘Je hebt me door. Ik vroeg het inderdaad met een reden. Ik maak me de laatste tijd een beetje zorgen om Tara. Sinds ze terug is van de universiteit gedraagt ze zich anders en ik dacht dat het weer beter ging toen ze zei dat ze iemand ontmoet had, maar de laatste maanden is ze nog stiller en nog meer in zichzelf gekeerd.
  • 259. Tara zucht terwijl ze naar buiten staart. Haar kamer van het penthouse biedt een mooi uitzicht over de rest van de stad, maar ze kan er al jaren niet meer van genieten en de laatste maanden nog veel minder. Toch sluit ze zichzelf elke avond op in haar kamer en beveelt ze haar vader om haar met rust te laten.
  • 260. Natuurlijk, ze wil van Levi en zijn familie af komen, maar ze weet niet of de manier waarop Kimberly dat wil doen wel de goede manier is. Ze heeft zich er bij neergelegd dat ze Levi nooit zal krijgen, maar de enige manier waarop ze verder kan leven is als Levi uit haar leven verdwijnt en nooit meer terug komt.
  • 261. De weg voor haar begint haar te vervelen en ze laat zich languit op haar bed vallen. Is het wel verstandig om samen te werken met Kimberly? Willen ze wel hetzelfde bereiken? Plots verstijft ze en met ingehouden adem luistert ze naar de stem, de stem die haar veel te bekent voorkomt en sinds díe nacht niet meer gehoord heeft.
  • 262. Ze vliegt van het bed af, haar kamer uit en met een rood hoofd van de woede blijft ze voor de bank staan waar haar vader en Gabriël haar verbaasd aan kijken. ‘Wat doe jij hier?’ schreeuwt ze terwijl haar vinger beschuldigend naar Gabriël wijst.
  • 263. Hij staat langzaam op en gaat voor haar staan. ‘Ik ben blij om je weer je zien. Je ziet er prachtig uit.’ zegt hij, haar vraag negerend. Nu ze weer voor hem staat, zwelt de liefde die hij voor haar voelt weer aan tot een hoger niveau dan ooit.
  • 264. ‘Nou, ik ben niet blij om jou te zien. Waarom ben je hier? Wat kom je doen en hoe heb je me gevonden?’ vraagt ze met schelle stem. Ze voelt de vragende blik van haar vader op haar gericht, maar het kan haar niets schelen, alleen de woede is nog belangrijk.
  • 265. ‘Ik wilde je graag zien. God, ik kan niet geloven dat je eindelijk weer voor me staat. Ik heb talloze keren geprobeerd om je te bellen, maar je nam nooit op dus ik dacht dat je wel druk zou zijn.’ ratelt Gabriël terwijl hij niet ziet dat Armand verbaasd naar zijn dochter kijkt.
  • 266. Ook Tara let niet op de blik van haar vader. ‘En het is zeker niet bij je opgekomen dat ik je niet wilde zien of spreken?’ vraagt ze kattig. ‘En dat ik je nu misschien ook niet wil zien? Het is niet voor niets dat ik je nooit heb vertelt waar ik woon of je mee naar huis heb gevraagd.’
  • 267. ‘Rustig kinderen, ik weet zeker dat we hier rustig over kunnen praten als we even gaan zitten.’ zegt Armand terwijl hij tussen hen in gaat staan. ‘Nee!’ schreeuwt Tara. ‘Ik wil hem hier niet hebben. Nu niet en nooit niet!’ De glimlach op zijn gezicht die daar al zit sinds ze woedend binnen was gestormd begint haar te irriteren en maakt haar alleen maar feller.
  • 268. ‘Wanneer dringt het nu eindelijk eens tot je botte kop door dat ik je niet wil. Die ene nacht was een vergissing, misschien wel de grootste van mijn leven en dat is de reden dat ik je niet heb gebeld. Ik wíl je niet en daar hoor je je bij neer te leggen. Ik ben niet verliefd op je en dat zal ik ook nooit worden!’
  • 269. De glimlach op het gezicht van Gabriël begint langzaam te verdwijnen als hij het triomfantelijke, maar woedende gezicht van Tara ziet. De woorden zijn als een klap in zijn gezicht terwijl hij van te voren wist dat dit zou komen. ‘Als dat is wat je voelt...’ zegt hij zacht.
  • 270. ‘Dat is inderdaad wat ik voel.’ zegt Tara terwijl ze waar met haar priemende vinger naar hem wijst. ‘En nu wil ik dat je je omdraait, wegloopt en hier nooit meer terugkomt. Ik wil je nooit meer hier zien of iets van je horen of anders bel ik de politie en geef ik je aan wegens stalking.’
  • 271. ‘Tara!’ roept Armand verontwaardigd, maar Tara kijkt hem met een blik vol afgunst aan en slaat haar armen over elkaar. Gabriël kijkt schuldig naar de grond. ‘Laat maar Armand, ze is duidelijk. Ik vind de weg zelf wel naar buiten.’ zegt hij met een wrang glimlachje en loopt weg met het gevoel dat zijn hart achter blijft.
  • 272. ‘Wat?’ vraagt Tara als de deur in het slot is gevallen en Armand haar verwijtend aankijkt. Hij haalt zijn schouders op. ‘Had je niet wat aardiger kunnen zijn voor die jongen?’ vraagt hij. Tara schudt haar hoofd. ‘Hij moet me eindelijk eens met rust laten! En wees blij dat ik jou niet buiten zet. Ik had je toch gezegd dat ik niemand wilde zien.’
  • 273. ‘Nu ga je echt te ver Tara, die jongeman geeft om je, betekent dat dan helemaal niets voor je?’ Tara schrikt van de stemverheffing van haar vader en ze kijkt hem kwaad aan voor ze hem de rug toe keert en naar haar kamer rent. Ze gooit de deur achter zich dicht en blijft hijgend staan. Ooit zal hij het begrijpen, ooit zal Gabriël weten dat ze dit allemaal voor hem deed, maar eerst moet ze een drastisch besluit nemen: Kimberly krijgt haar zin.
  • 274. Zodra hij de eerste tekenen hoort van een wakkere peuter vliegt Levi zijn bed uit. Hij weet uit ervaring wat er gebeurt als Stijn zijn zusje ook wakker krijgt en dat wil hij voorkomen. ‘Stil maar grote vent, ik ben er dus laten we Nadine nog maar even slapen.’ fluistert hij met een schuin oog op het andere bed.
  • 275. Op zijn tenen loopt hij de kamer uit en kijkt Stijn streng aan als die zijn mond open wil doen. Als ze op de overloop staan, dringt de stank zijn neus pas binnen. ‘Laat ik jou eerst maar eens in bad doen.’ zegt Levi en loopt richting de badkamer.
  • 276. Het is zondag en net als in haar jonge jaren kan Isa niet erg lang in haar bed blijven liggen, ook al is het zondag. Ze neemt haar leesboek mee naar beneden en ze installeert zichzelf in een van de lekker zittende stoelen.
  • 277. Jasper, Manon en Stijn hebben zich intussen verzamelt rond de speeltafel zoals ze eigenlijk elke morgen doen voor het ontbijt. Levi en Samantha hebben geen moment spijt gehad van hun aankoop aangezien de tafel elke dag weer gebruikt wordt.
  • 278. Nadat Levi Stijn in bad heeft gedaan, is hij zelf ook helemaal nat dus besluit hij ook te gaan douchen. Hij hoort daarom niet dat Nadine ook wakker wordt en dat Samantha haar even later uit bed haalt. Ze zet Nadine bij haar broertjes en zusjes neer zodat ze ook mee kan spelen.
  • 279. Als Levi even later beneden komt ziet hij dat Samantha afwezig naar de speeltafel staart. ‘Waar denk je aan?’ vraagt hij terwijl hij naast haar komt staan. ‘Niks.’ antwoordt Samantha. ‘Ik mag toch wel gewoon naar mijn kinderen kijken?’ ‘Mam, ik zei net toch al dat je heel eng naar ze staat te staren.’ bemoeit Isa zich ermee terwijl ze opkijkt van haar boek.
  • 280. Samantha zucht. ‘Ik ga wat te eten maken, als dat niet te eng is.’ zegt ze en verdwijnt naar de keuken. Een half uur later zit het hele gezin aan de eettafel en is het hele gesprek alweer vergeten. In plaats daarvan bespreken ze de plannen voor hun vrije dag.
  • 281. Jasper besluit om de dag door te brengen bij de speeltafel terwijl hij een zo hoog mogelijke toren probeert te bouwen. Manon besteed haar vrije middag liever achter de computer en Isa verdiept zich in haar boek.
  • 282. Halverwege de dag brengen Levi en Samantha de tweeling naar bed. Ze waren allebei vroeg wakker dus een middagslaapje is geen overbodige luxe voor Nadine en Stijn.
  • 283. Eenmaal weer beneden gaat Samantha achter de ezel staan. Het is alweer even geleden dat de een kwast heeft aangeraakt, door de zwangerschappen en de zorg voor de kinderen, maar het voelt meteen weer vertrouwd.
  • 284. Levi heeft nog niet echt besloten wat hij die dag wil doen dus hij begint de keuken maar op te ruimen. De zondagen worden meestal in alle rust doorgebracht.
  • 285. ‘Het ziet er prachtig uit.’ zegt Levi als hij langs Samantha loopt. Ze legt haar kwast even neer. ‘Vind je? Het is al even geleden dat ik heb geschilderd dus ik ben er een beetje uit.’ zegt ze. Levi knikt. ‘Het is prachtig net al jij.’ zegt hij terwijl hij haar een kus geeft.
  • 286. Tijdens het eten vraagt Jasper naar school, waar hij morgen moet beginnen. ‘Maar wat moeten we dan doen op school?’ vraagt hij aan Samantha en die lacht. ‘Dat kun je beter aan je zussen vragen, die zijn er elke dag.’
  • 287. Jasper kijkt verwachtingsvol naar Isa die haar vork even neer legt. ‘Eh, je leert heel veel over rekenen en taal enzo en je moet elke dag huiswerk maken, maar dat valt best mee. Daar kunnen wij je wel bij helpen.’ zegt ze.
  • 288. ‘En er zijn heel veel leuke kinderen waar je mee kunt spelen in de pauze.’ valt Manon haar in de rede. Samantha glimlacht. ‘Je vindt het vast leuk.’ zegt ze en geeft Jasper een bemoedigend kneepje in zijn hand.
  • 289. De rest van hun vrije dag brengen Manon en Jasper samen door aan de speeltafel. Ze spelen met de blokken terwijl Jasper af en toe vragen stelt over school en Manon die vrolijk beantwoordt.
  • 290. Levi en Samantha nemen allebei een deel van de tweeling onder hun hoede om woordjes te oefenen. Nadine en Stijn beginnen het al aardig onder de knie te krijgen en aan het eind van de avond kunnen ze al korte zinnetjes vormen.
  • 291. Isa trekt zich opnieuw terug in haar kamer. Nu ze een tiener is geeft ze er niet meer zo veel om om met haar broertjes en zusjes te spelen dus verdiept ze zich liever in de boeken in haar boekenkast.
  • 292. Aan het eind van de avond, als de zon al enkele uren achter de horizon verdwenen is nemen Levi en Samantha Stijn en Nadine mee naar boven. Na een kort plasje is het tijd om naar bed te gaan.
  • 293. Moe maar voldaan ploffen Levi en Samantha ook op bed als alle kinderen slapen. Morgen begint er weer een nieuwe, drukke week waarin genoeg te gebeuren staat.
  • 294. Als Samantha de volgende morgen aangekleed en wel de kinderkamer in loopt, merkt ze tot haar verbazing dat Nadine en Stijn nog in diepe slaap zijn. Verbaasd luistert ze naar de rustige ademhaling en op haar tenen loopt ze de kamer weer uit.
  • 295. ‘Ze slapen allebei nog.’ zegt ze verbaasd als ze de keuken in komt waar Levi net het beslag in de pan doet. ‘Ik laat ze nog maar even liggen, nu slapen ze eindelijk een keer uit.’ Levi lacht. ‘Dat is ook voor het eerst dan.’
  • 296. Manon en Jasper hebben zich intussen teruggetrokken op de bank. ‘En komt de bus ons dan ophalen? Maar wat moeten we doen als die te laat is of ons vergeet?’ vraagt Jasper bezorgd.
  • 297. Manon lacht. ‘Zoiets gebeurd nooit. Ze komen hier toch elke dag langs en als ze ons zouden vergeten, zou papa ons altijd nog kunnen brengen.’ zegt ze. Jasper knikt al iets meer gerustgesteld.
  • 298. Pas als de schoolbus de straat in rijdt en voor het huis stopt is hij helemaal tevreden. Nog voor Manon of Isa buiten zijn, staat hij al voor de deur van de bus en loopt vrolijk naar binnen.
  • 299. ‘Daar gaat er weer eentje.’ zucht Levi als de schoolbus vertrokken is en hij en Samantha samen in de keuken staan. Samantha glimlacht. ‘Gelukkig hebben we er nog twee boven liggen die nu wel wakker zullen zijn.’
  • 300. En Samantha heeft gelijk. Als Samantha de slaapkamer in komt opent Nadine net haar ogen en kijkt haar moeder meteen helemaal wakker aan. Terwijl ze Nadine stilletjes op het potje zet, wordt ook haar broertje wakker.
  • 301. De rest van de ochtend brengt Samantha door samen met de kinderen. Stijn speelt met de blokken terwijl Samantha Nadine een kinderliedje probeert te leren.
  • 302. Om 1 uur rijdt de schoolbus de straat weer in, dit keer om Isa af te zetten. Overdreven langzaam loopt ze richting het huis, maar als ze in de woonkamer aankomt en haar huiswerk weg heeft gelegd ziet ze haar moeder nergens alleen Nadine en Stijn die in hun kinderstoelen zitten.
  • 303. ‘Hé, wat ben jij vroeg.’ hoort ze plots een stem achter haar en geschrokken draait ze zich om en ziet haar moeder aankomen lopen met een bordje pap en een flesje. Samantha lacht. ‘Slecht geweten?’ vraagt ze terwijl het eten voor de peuters neerzet.
  • 304. Isa schudt snel haar hoofd. ‘Ik ga naar mijn kamer.’ zegt ze voor Samantha nog iets kan zeggen. Met gebogen hoofd en met lood in haar schoenen loopt ze de trap op, richting haar kamer.
  • 305. Zuchtend laat ze zich op haar bed vallen. Haar eerste dag op de middelbare school is vies tegengevallen. Natuurlijk, de stof vond ze geweldig. Alle nieuwe dingen die ze leert en de nieuwe vakken zijn wel leuk, maar wat ze van de klas moet denken weet ze nog niet.
  • 306. Natuurlijk was iedereen aardig voor haar en ze vond iedereen ook wel aardig, maar er was niemand bij wie ze zich echt thuis voelt. Niemand bij wie ze helemaal zichzelf kan zijn. Laila was er wel, maar die had het te druk met haar vriendinnen en naar jongens kijken.
  • 307. Verdrietig laat ze zich op haar zij vallen. De tranen prikken in haar ogen, maar ze doet haar best om ze tegen te houden. Ze moet gewoon beter haar best doen, ze moet haar klasgenoten gewoon wat beter vertrouwen, ze doen immers toch niets verkeerd?
  • 308. Om drie uur komt Jasper vrolijk binnen rennen. ‘Het was heel leuk op school mama!’ roept hij als hij zijn moeder met Stijn op haar arm ziet. ‘Maar nu ga ik buitenspelen met Manon. Ik ben weer de piraat!’
  • 309. Als Samantha twee uur later op het punt staat op Stijn uit bed te halen komt Levi net binnen. ‘Volgens mij heeft Jasper het nogal naar zijn zin gehad.’ zegt hij lachend. ‘Hij vertelde me net heel enthousiast over zijn dag.
  • 310. Jasper en Manon staan nog steeds op het speeltoestel en ze speuren het landschap af. ‘Zie jij het eiland al. Prinses?’ vraagt Jasper en hij zet een zware stem op. ‘Nee kapitein, maar het kan niet lang meer duren.’ beweert Manon met een lach terwijl ze zich weer op de verkenning concentreert.
  • 311. ‘Zo, die twee vermaken zich wel terwijl wij eten.’ zegt Samantha terwijl ze haar stoel naar achteren schuift en aanstalten maakt om te gaan zitten. ‘Waar is Isa?’ vraagt Levi terwijl hij naar de lege stoel naast hem kijkt. Samantha haalt haar schouders op. ‘Ze ging meteen naar haar kamer toen ze uit school kwam, maar ik heb haar wel geroepen.’ zegt ze.
  • 312. ‘Ze was vast zo verdiept in haar boek dat ze het niet hoorde. Ik ga haar wel even halen.’ zegt Levi en hij loopt naar boven. Als hij de slaapkamer van Isa binnen komt ziet hij dat Isa ineengekrompen op haar bed ligt.
  • 313. Zodra ze haar vader ziet schiet ze overeind. ‘Wat is er aan de hand?’ vraagt Levi terwijl hij haar de weg verspert. ‘Je ziet eruit alsof je hebt gehuild.’ zegt hij en wijst naar haar gezicht waar nu een grote glimlach op geplakt is.
  • 314. Isa schudt haar hoofd. ‘Er is niets, echt niet. Ik was gewoon wat moe van mijn dag op school.’ zegt ze en wil langs hem heen lopen, maar Levi houdt haar tegen. ‘Je weet toch dat als er iets is, je het altijd tegen mij en mama kunt zeggen?’ Isa lacht. ‘Natuurlijk pap, maar er is niets.’ zegt ze en slaagt er eindelijk in om langs hem heen te lopen.
  • 315. Tijdens het avondeten doet Isa zo normaal en opgewekt mogelijk. Ze vraagt Jasper uitgebreid naar zijn dag op school, maar ondertussen vermijdt ze de blikken van haar vader die haar goed in de gaten houdt.
  • 316. Na het eten trekt ze zich opnieuw terug in haar kamer, maar dit keer om haar huiswerk te maken waar ze die middag niet meer aan toe is gekomen. Intussen helpt Levi Jasper met zijn eerste huiswerk.
  • 317. Manon maakt ook haar huiswerk, maar ze heeft het al snel af en dat betekent dat ze zich bezig kan houden met leukere dingen. Samantha brengt de avond door met Stijn terwijl ze voorzichtig een paar stapjes zetten en voor Nadine is het nu tijd om rustig te spelen.
  • 318. Uitgeput door de dag kruipt Isa na de laatste opdracht haar bed in. Morgen weer een nieuwe dag en dan moet het beter worden. Met die gedachte valt ze in een onrustige slaap.
  • 319. In de schaduw van het café staat Tara tegen de muur aangeleund. Ze zucht, het is nu al de zoveelste dag dat ze op zoek is naar de persoon die Kimberly wil hebben, maar tot nu toe heeft ze weinig succes.
  • 320. Ze kijkt nogmaals naar de gasten in het café. Het grootste deel is mannelijk en de enige vrouwen die er zijn, zijn totaal niet geschikt voor het plan. Waarom kan Kimberly zelf niet voor haar plan op pad gaan, dan kan ze zelf zien hoe moeilijk het is om de perfect vrouw te vinden.
  • 321. Als een van de mannen met een verlekkerde blik haar kant op kijkt, draait ze haar hoofd verveeld weg. Ja, Kimberly mag zelf iemand gaan zoeken, zij doet het niet meer. Ze loopt weg van haar vaste plekje en negeert daarbij de blik van de man die nog steeds naar haar kijkt.
  • 322. Ze loopt richting de uitgang als de man haar roept. Geirriteerd kijkt ze hem aan en trekt haar neus op. ‘Misschien als je een bad hebt genomen.’ zegt ze kattig en kwaad loopt ze naar de deur, maar ze merkt niet dat er net iemand binnen komt.
  • 323. Vluchtig raapt ze de inhoud van de tas van de vrouw bij elkaar en geeft het terug. Dan blijft ze even staan en kijkt de vrouw onderzoekend aan. Dit is haar, dit is de vrouw die ze nodig hebben. Ze denkt snel na en zegt dan: ‘Sorry van u tas, kan ik het goedmaken met een drankje en een goed voorstel?’
  • 324. De vrouw kijkt haar twijfelend aan. ‘Het is al goed hoor, geef het drankje maar aan iemand anders.’ zegt ze en wil weglopen, maar Tara houdt haar tegen. ‘Wat maken die paar minuten nu uit? Ik weet zeker dat dit voorstel je leven zal veranderen.’
  • 325. Nog wat aarzelend geeft de vrouw toch toe en even later zitten ze samen aan een tafeltje ergens in de hoek van het café. ‘U zult zich wel afvragen waarom ik nu zo graag wil spreken, maar ik weet zeker dat u de persoon bent die wij zoeken. Ik zal me eerst even voorstellen. Ik ben Emily Green.’
  • 326. ‘Ik ben Charlotte Wever en ik vraag me inderdaad af wat er zo dringend en bijzonder is.’ zegt de vrouw een beetje cynisch. Tara neemt haar nog eens goed op en ze weet zeker dat dit de vrouw is die ze zoeken, zij kan hen zeker helpen.
  • 327. Ze moet nu alleen nog een manier bedenken om de vrouw naar het huis van Kimberly te lokken. ‘Eh, heb je ooit een carrière als model overwogen. Ik ben namelijk manager van een groot modellenbureau en jij bent perfect voor een van onze aankomende campagnes.’
  • 328. De vrouw kijkt haar met grote ogen aan. ‘Meent u dat nu?’ vraagt ze en als Tara knikt verschijnt er een lach op haar gezicht. ‘Ik heb het weleens overwogen, maar na de geboorte van mijn dochter had ik er eigenlijk nooit meer aan gedacht.’
  • 329. Een klein glimlachje speelt om de lippen van Tara; deze vrouw is nog perfecter dan ze dacht. ‘Waarom kom je niet eens voor een kennismaking langs.’ zegt ze en haalt een briefje uit haar zak met het adres van Kimberly. ‘Ik weet zeker dat mijn compagnon heel blij met je zal zijn.’
  • 330. Zodra de zon door de ramen schijnt opent Manon haar ogen en springt ze haar bed uit. Vandaag is een speciale dag en die wil ze niet in bed doorbrengen. Ze trekt snel haar lakens recht voor ze zich aankleedt en zachtjes naar beneden loopt.
  • 331. In de keuken pakt ze de schaaltjes uit het kleine oventje en de ingrediënten uit de koelkast. Ze begint alles te mengen en steekt haar vinger even in het mengsel om het te keuren. Als het perfect is, zet ze het schaaltje in de oven.
  • 332. Een half uur later komt Isa naar beneden en vindt haar zusje verdiept in haar spel. ‘Wat ruikt het hier raar.’ merkt ze verbaasd op, maar ze ziet toch dat er niets op het fornuis staat.
  • 333. Manon springt geschrokken op en trekt het oventje open. Met een sip gezicht haalt ze het taartje eruit dat nu helemaal zwart is geworden. ‘O nee, nu is de hele verrassing verpest.’ zegt ze teleurgesteld terwijl ze naar het verschroeide deeg kijkt.
  • 334. Isa en Jasper kijken elkaar verbaasd aan. ‘Waarom heb je die taart gebakken?’ vraagt Isa als Manon de taart heeft weggezet. ‘En wat bedoel je met een verrassing?’
  • 335. ‘Ik wilde papa en mama verrassen omdat het vandaag mijn verjaardag is dus heb ik geprobeerd die taart te bakken voor het ontbijt, maar het is allemaal mislukt.’ zegt ze sip.
  • 336. Isa glimlacht. ‘Wat dacht je ervan als je als verrassing pannenkoeken bakt voor papa en mama? Ik help je wel.’ zegt Isa en het gezicht van Manon klaart meteen op. Even later maakt Isa het pannenkoekenbeslag terwijl Manon haar taart opruimt.
  • 337. ‘Ik vind het wel heel lief van je.’ zegt Isa terwijl ze wat beslag in de pan doet en Manon op het keukenkastje klautert. Manon glimlacht. ‘Hoe is het eigenlijk om een tiener te zijn?’ vraagt ze. Isa glimlacht. ‘Zit je erover in? Zo eng is het niet hoor.’
  • 338. Manon glimlacht. ‘Het is vooral jammer dat het nog even duurt voor Lucas ook opgroeit. Nu moet ik helemaal alleen naar de grote school.’ zegt ze. Isa lacht. ‘Maak je maar niet druk. Zo lang hoef je niet zonder Lucas te doen. Wil je de pannenkoek omdraaien?’
  • 339. Als Levi en Samantha naar beneden komen met de tweeling staan er al vijf bordjes met pannenkoeken klaar op tafel. ‘Tadaa!’ roept Manon vrolijk terwijl Isa en Jasper met een lach toekijken.
  • 340. ‘Heb jij dit allemaal gedaan?’ vraagt Samantha verrukt en Manon knikt trots. ‘Maar Isa heeft ook een beetje geholpen.’ zegt ze terwijl Samantha haar naar zich toe trekt voor een omhelzing.
  • 341. Tijdens het ontbijt raakt Manon niet uitgepraat over haar verjaardag en de verrassing die ze voor haar ouders, met wat hulp van Isa, heeft voorbereid. Ze kan niet wachten tot vanavond.
  • 342. Isa lacht af en toe om haar zusje, maar eigenlijk voelt ze zich vanbinnen alles behalve vrolijk. Ze ziet er tegenop om weer naar school te gaan. Ze heeft de hele nacht gedroomd over haar klasgenoten en de droom was niet bepaald prettig.
  • 343. Met lood in haar schoenen loopt ze naar de schoolbus en volgt Manon en Jasper die allebei heel enthousiast zijn over hun dag. Als iedereen weg is neemt Levi Samantha in zijn armen. ‘Ik zorg dat ik op tijd ben voor de verjaardagen.’ zegt hij.
  • 344. De hele ochtend werkt Levi hard door. De winkel wordt ook na de dood van Jessica veel bezocht en Levi staat iedere klant met dezelfde vakkundigheid te woord, ook als het een bekende is.
  • 345. Samantha oefent voor de laatste keer met Nadine. Ze heeft het lopen nu bijna onder de knie net als Stijn die zich ook in zijn eentje kan vermaken aan de speeltafel.
  • 346. Na een uurtje rondstappen door de woonkamer kan Nadine helemaal alleen rondlopen. ‘Precies op tijd voor je verjaardag.’ zegt Samantha terwijl ze haar jongste dochter optilt en knuffelt.
  • 347. Nadine lacht. ‘Ikke lopen.’ zegt ze en grinnikend zet Samantha haar op de grond. Meteen loopt Nadine op twee voeten naar de speeltafel waar Stijn ook staat.
  • 348. ‘Nadine goed lopen.’ zegt Stijn lachend terwijl hij een paar blokjes naar haar toe schuift. ‘Kijk, ikke maak een hoge toren.’ zegt hij trots en wijst naar de blokjes voor hem.
  • 349. Nadine schuift de blokjes van Stijn aan de kant en pakt een nieuw tekenvelletje en een paar krijtjes. ‘Ikke niet bouwen, maar tekenen.’ zegt ze terwijl ze een paar lijntjes op het velletje zet.
  • 350. Samantha kijkt lachen toe hoe de twee verder spelen. Met een schuin oog ziet ze de tekening van Isa hangen die ze lang geleden heeft gemaakt. Met een klein glimlachje kijkt ze erna. De tijd lijkt zo snel te gaan, vandaag vieren haar jongste kinderen hun derde verjaardag al.
  • 351. ‘Hé pap, wat doe jij nu hier? Moet je niet aan het werk zijn?’ vraagt Isa verbaasd als ze om 1 uur de schoolbus uitstapt. Levi lacht. ‘Mag ik jullie niet een keer verrassen?’ vraagt hij.
  • 352. ‘Hé Ies, hoe was je dag op school.’ zegt Samantha zonder op te kijken als ze de deur open hoort gaan. Op zijn tenen loopt Levi naar haar toe en prikt haar in haar zij. Met een gilletje draait Samantha zich. ‘Je liet me schrikken!’ roept ze verontwaardigd. ‘Wat doe jij hier?’
  • 353. Levi grinnikt. ‘Dat vroeg Isa ook al, mag ik jullie soms niet meer verrassen?’ vraagt hij. ‘Ik dacht ik kom eerder naar huis omdat het vandaag de verjaardag van Manon, Nadine en Stijn is, maar als je wilt ga ik wel weer.’
  • 354. Samantha lacht. ‘Natuurlijk niet. Ik was net van plan om deze twee mee naar buiten te nemen.’ zegt ze en wijst naar de tweeling. Levi lacht. ‘Oké, dan blijf ik nog wel even.’ zegt hij en pakt Nadine op.
  • 355. Als Nadine en Stijn allebei op een van de hobbellama’s zitten, gaan Levi en Samantha aan tafel zitten zodat ze hen nog kunnen zien. ‘Wat dacht je ervan als ik weer zou komen werken?’ vraagt Samantha als het even stil blijft.
  • 356. Levi kijkt haar verbaasd aan. ‘Zou je dat willen dan? We hebben het nooit besproken verder. En het maakt mij niet uit als je nog een tijdje langer thuis blijft, zoals het nu is geregeld gaat het ook prima.’
  • 357. Samantha knikt. ‘Nu Nadine en Stijn ook naar school zullen gaan is er voor mij geen reden meer om thuis te blijven. Ik kan toch gewoon zorgen dat ik weer thuis ben als zij uit school komen?’
  • 358. ‘Als je het graag wilt zal ik er over nadenken.’ zegt Levi. ‘Ik denk dat de kinderen het er ook wel mee eens zullen zijn dus ik hoef alleen de invalkracht maar af te bellen.’
  • 359. Terwijl Levi en Samantha praten vermaken Nadine en Stijn zich prima op hun lama’s. ‘Ikke ga sneller. Ikke haal je in!’ roept Nadine terwijl ze arm de lucht in steekt. ‘Nietes! Ikke haal jou in!’ roept Stijn en wiebelt uit alle macht.
  • 360. Isa zit intussen boven en heeft zich over haar huiswerk gebogen. Haar dag was net zo erg als gisteren, maar ze weet zich er toch toe te zetten haar opdrachten nu al te maken aangezien ze vanavond weinig tijd heeft.
  • 361. Om 3 uur rijdt de schoolbus opnieuw de straat in en dit keer stapt Jasper uit. De juf heeft gezegd dat hij zijn rapport pas mag bekijken als hij thuis is dus zodra hij uit de bus stapt, vouwt hij het papiertje open ziet de 10 staan. Meteen sprint hij naar de achtertuin, waar Levi en Samantha zitten.
  • 362. Jasper wordt uitgebreid gefeliciteerd en als Manon er ook is gaan ze samen bij hun ouders aan tafel zitten. ‘Waarom ben je eigenlijk al thuis papa? Je moest toch werken.’ vraagt Jasper.
  • 363. Levi lacht. ‘Ik ben eerder naar huis gekomen voor de verjaardag van Manon, Nadine en Stijn.’ legt hij uit. Manon veert op. ‘Ik ga snel mijn huiswerk maken, zet je daarna de taarten klaar?’
  • 364. Levi lacht. ‘Natuurlijk zetten we dan de taart klaar. Ik denk niet dat Nadine en Stijn nog veel langer willen wachten en jij ook niet.’ zegt hij en Manon en Jasper springen op. ‘Wij zijn boven.’ zeggen ze in koor en rennen naar binnen.
  • 365. Manon en Jasper maken hun huiswerk en dan is het eindelijk tijd om de taarten tevoorschijn te halen. Nadine en Stijn zullen als eerste hun verjaardag vieren.
  • 366. Ze worden aangemoedigd door hun broers en zussen en Levi en Samantha buigen zich elk met een peutertje op hun arm naar de taart toe om de kaarsjes voor hen uit te blazen.
  • 367. Onder nog meer aanmoedigingen van hun familie groeien Nadine en Stijn op tot twee mooie kinderen. ‘Wauw, nu zijn we veel groter.’ zegt Stijn terwijl hij zichzelf en zijn zus bekijkt.
  • 368. Levi lacht. ‘Maar helaas hebben we deze keer weer wat minder geluk met de kapsels.’ zegt hij terwijl hij naar het rode haar van Stijn en het bruine haar van Nadine wijst. ‘Boven liggen nieuwe kleren en kunnen jullie het veranderen.’ zegt hij.
  • 369. Achter elkaar rennen Nadine en Stijn naar boven. Hoewel ze eerst een kamer deelde, hebben ze nu allebei een eigen kamer. In hun nieuwe kledingkasten vinden ze allebei een setje dat ze leuk vinden.
  • 370. Als Levi even later de kamer van Stijn binnenkomt om te kijken wat hij van zijn cadeaus vindt, ziet hij dat zijn jongste zoon enthousiast op het bed heen en weer springt.
  • 371. ‘Dit is echt een prachtig cadeau.’ zegt Stijn als hij zijn vader in het oog krijgt. ‘Dit is veel beter dan dat kleine babybedje wat ik eerst had!’ zegt hij en om het te bewijzen springt hij nog eens extra hard.
  • 372. Levi lacht. ‘Wat dacht je ervan om mee naar beneden te komen. Manon wil ook heel graag opgroeien en vanavond mag je in je nieuwe bed liggen.’ Stijn knikt en hij springt van het bed af. ‘Bedankt!’
  • 373. Als Samantha de kamer van Nadine binnenkomt zit Nadine in haar stoel en staart ze voor zich uit. ‘Wat vind je van je kamer?’ vraagt Samantha terwijl ze in bij de deuropening blijft staan.
  • 374. Nadine kijkt lachend op. ‘Ik vind het super mooi! Vooral de kleurtjes vind ik mooi en natuurlijk het grote bed.’ zegt ze met een lach. ‘Maar ik vind het wel jammer dat ik nu niet meer met Stijn op één kamer slaap. Dat was wel gezellig en dan was ik ‘s nachts niet zo alleen.’
  • 375. Samantha glimlacht. ‘Ik weet zeker dat je het hier ook heel leuk vindt en als je bang bent ‘s nachts kun je altijd naar ons toekomen.’ zegt ze en omhelst haar dochter. ‘Zullen we dan nu naar beneden gaan voor de verjaardag van Manon?’
  • 376. Beneden staat de taart voor Manon al klaar en Manon staat ongeduldig van het ene been op het anderen te springen. Als Nadine en Stijn ook beneden zijn worden de kaarsjes aangestoken en wordt Manon aangemoedigd door haar broertjes en zusjes.
  • 377. Ze kijkt even naar de taart en de brandende kaarsjes. ‘Kies maar een wens.’ moedigt Levi haar aan en Manon knikt. Ze buigt zich naar de taart toe en denkt nog eens goed na voor ze diep adem haalt en alle kaarsjes uitblaast.’
  • 378. Na het doven van de kaarsjes duurt het niet lang voor Manon zich klaarmaakt om op te groeien. ‘Wauw, wat een verandering.’ zegt ze verbaasd als ze even later als tiener in de kamer staat.
  • 379. ‘Je ziet er prachtig uit.’ complimenteert Levi haar en ze glimlacht dankbaar. Samantha trekt haar in haar armen. ‘Je wordt veel te snel groot.’ zegt ze. Manon glimlacht. ‘Sorry.’ zegt ze en Samantha lacht. ‘Daar hoef je toch geen sorry voor te zeggen. Ga je maar snel verkleden. Wij wachten wel met de taart.’
  • 380. ‘Dat staat je geweldig.’ zegt Isa als ze een half uur later de kamer van Manon binnen komt en ze Manon twijfelend voor de spiegel ziet staan. Manon glimlacht. ‘Het is zo raar om mezelf nu te bekijken, nu ik zoveel groter ben.’
  • 381. Isa glimlacht. ‘Ik weet wat je bedoelt, maar je ziet er super uit. Dat kapsel staat je echt heel goed.’ Manon kijkt Isa via de spiegel dankbaar aan. ‘Dank je.’ zegt ze en draait zich dan om.
  • 382. ‘Het moet vast heel anders voor jou geweest zijn.’ zegt ze tegen Isa. ‘Jij had niemand als voorbeeld of om dingen aan te vragen. Ik ben zo blij dat jij al eerder opgegroeid bent.’
  • 383. Isa glimlacht. ‘Ik ben heel blij dat je nu even groot bent. Ik voelde me soms heel eenzaam, maar nu kunnen we weer allemaal dingen samen doen zonder dat een van ons zich raar voelt.’ zegt ze en trekt Manon naar zich toe voor een omhelzing.
  • 384. ‘Mogen we dan nu taart eten?’ vraagt Nadine ongeduldig terwijl ze verlekkert naar het stuk taart voor haar neus kijkt. Levi schudt zijn hoofd. ‘We wachten nog even op Isa en Manon en dan kunnen we samen taart eten.’
  • 385. ‘Wees maar niet ongeduldig, we zijn er al.’ zegt Manon en ze schuift aan. ‘Je ziet er prachtig uit.’ zegt Samantha terwijl ze haar dochter van top tot teen bekijkt. ‘Welke wens heb je gekozen?’ Manon glimlacht. ‘Populariteit. Ik geloof dat dat wel bij mij past.’
  • 386. ‘Vind ik wel.’ zegt Jasper met volle mond terwijl hij nog een groot stuk taart in zijn mond propt en de kruimels in het rond vliegen. Samantha lacht. ‘Eet eens wat netter. Soms ben je precies je vader.’ zegt ze lachend.
  • 387. Levi schudt lachend zijn hoofd. ‘Echt niet! Ik denk dat hij dit toch echt van jou heeft.’ zegt hij, maar Isa die naast hem zich schudt zijn hoofd. ‘Ze heeft gelijk pap, hij doet me echt denken aan jou. Je denkt misschien dat wij het niet zien, maar we zien het echt wel als je je helemaal laat gaan en je eten in drie tellen naar binnen propt.’
  • 388. Na de taart gaan Nadine, Stijn en Jasper naar buiten om op de speelplaats te spelen. Nadine en Stijn verkennen enthousiast de speelplaats waar ze hun broer en zussen al zo vaak hebben zien spelen, maar waar ze zelf nu ook kunnen spelen.
  • 389. Levi en Samantha ruimen ondertussen samen de resten van de taart op. In de keuken pakt Levi haar hand vast. ‘Volgens mij hebben we vijf prachtige kinderen gekregen.’
  • 390. Samantha lacht. ‘Ik weet het wel zeker, maar elk kind dat ik met jou krijg is voor mij even geweldig. Ik had nooit gedacht dat ik vijf kinderen zou krijgen en dat zo geweldig zou vinden.’ zegt ze lachend.
  • 391. Levi trekt haar in zijn armen. ‘Voor mij geldt hetzelfde en ik denk dat het een goed idee is als je weer komt werken. Ik vind het heerlijk om je de hele dag weer om me heen te hebben.’ zegt hij en plant een kus in haar nek.
  • 392. ‘Wat sta jij hier helemaal alleen voor je uit te staren.’ merkt Isa verbaasd open als ze de achterdeur opent en Manon op de veranda ziet staan. Jasper, Nadine en Stijn zijn nog steeds aan het spelen en hun gelach is in de hele tuin te horen.
  • 393. Manon haalt even haar schouders op. ‘Ik stond te denken dat het zo raar is dat ik nu niet meer met hen mee kan spelen zonder dat het raar is. Twee uur geleden was ik nog lachend naar boven geklommen en nu lijkt dat zo raar.’
  • 394. Isa lacht. ‘Zo raar is dat niet hoor. Kom maar mee.’ zegt ze en trekt Manon mee naar de speeltoren. Ze klimt naar boven en Manon volgt haar verbaasd. ‘Spelen jullie ook mee?’ vraagt Stijn enthousiast als Manon en Isa allebei gaan zitten.
  • 395. ‘Misschien straks. Voor nu komen we er alleen even bij zitten.’ zegt Isa en Manon glimlacht dankbaar naar haar. ‘En dan mag je me nu alles vertellen over het tiener zijn. Net zoals vroeger.’ zegt Manon en ze gaat eens goed zitten voor Isa begint te vertellen.
  • 396. Kimberly loopt ongeduldig door de kamer. ‘Ze komt echt wel, wees maar niet bang.’ zegt Tara die vanaf de bank geïrriteerd toekijkt. ‘Kom nu maar gewoon zitten en gedraag je normaal. We willen niet dat ze meteen gillend wegrent.’
  • 397. Kimberly kijkt haar vernietigend aan terwijl ze met haar hand in haar zij voor haar gaat staan. ‘We moeten eerst nog maar zien of ze wel geschikt is voor mijn plan.’ zegt ze. ‘Ik hoop voor je dat ze snel komt. We hebben niet eeuwig de tijd.’
  • 398. ‘Ten eerst, het is óns plan.’ valt Tara haar in de rede. ‘En ze komt echt wel. Mijn verhaal was heel overtuigend en ze kan het gewoon niet weigeren. Maar wat gaan we eigenlijk met haar doen als ze hier is?’
  • 399. Voor Kimberly kan antwoorden gaat de bel en Tara staat op. ‘Graag je zo normaal mogelijk. Ik neem haar wel mee naar de keuken zodat we daar rustig kunnen praten, oké?’ Kimberly rolt met haar ogen en Tara vat het maar op als een ja.
  • 400. Charlotte Wever staat zenuwachtig voor de deur. Ze heeft een paar dagen zitten piekeren of ze wel of niet zou komen, maar uiteindelijk kon ze de verleiding toch niet weerstaan. Ze zucht. Ze kan altijd nog nee zeggen, ze kan eerst kijken wat ze te zeggen hebben.
  • 401. Ze wil nogmaals op de bel drukken als ze iemand voor het raam ziet verschijnen. ‘Charlotte, wat fijn dat je gekomen bent. Ik weet zeker dat mijn partner ook blij is om je te ontmoeten.’ zegt Tara als ze de deur opent.
  • 402. Charlotte glimlacht. ‘Ik was toch wel benieuwd wat jullie te zeggen hebben dus ik dacht: even kijken kan geen kwaad.’ Tara glimlacht. ‘Ik weet zeker dat je er geen spijt van zult hebben. Kom toch binnen.’
  • 403. ‘Mijn partner is in de keuken. Loop maar vast door, het is hier de hoek om en dan sluit ik de deur even.’ zegt Tara en ze wijst Charlotte de weg. Ze glimlacht even als Charlotte het niet ziet. Deze vrouw is precies wat ze zochten.
  • 404. Tara loopt achter Charlotte aan naar de keuken, maar in de deuropening blijft ze geschrokken staan. Er klinkt een gil en een harde klap gevolgd door een krakkend geluid.
  • 405. Het volgende moment ziet ze hoe Charlottes lichaam levenloos op de grond ligt en ze slaat haar hand voor haar mond. ‘Wat heb je gedaan?! Je hebt haar vermoord!’ brengt ze geschrokken uit.
  • 406. Kimberly begint te lachen. ‘Zo snel vermoord je iemand niet. Daar heb je wel wat meer dan alleen een stoel voor nodig. Ze is gewoon bewusteloos door de klap op haar hoofd. Over een uurtje of wat komt ze wel weer bij.’ zegt ze lachend.
  • 407. Tara kijkt haar kwaad aan. ‘Ze ziet er anders behoorlijk dood uit en waarom was dit eigenlijk nodig? Ik dacht dat we haar nog nodig hadden. En kun je niet een keer overleggen? We doen dit samen en ik vind het wel prettig om te weten wanneer je iemand gaat bewerken met een stoel.’
  • 408. Kimberly zucht. ‘Wat had je dan gedacht dat we met haar gingen doen? Rustig een kopje thee drinken en vragen of ze heel misschien aan ons plan wil meewerken?’ vraagt ze terwijl ze over het levenloze lichaam heenstapt en aan de pols van Charlotte voelt. ‘Ik voel nog een polsslag. Ben je nu gelukkig?’
  • 409. Tara zucht. ‘En nu? Als ze bijkomt vertelt ze dit natuurlijk allemaal aan de politie en dan zijn we erbij. Kun je de volgende keer misschien eerst nadenken voor je iets doet?’ vraagt ze gepanikeerd. ‘We moeten haar ergens verstoppen.’
  • 410. Kimberly lacht geheimzinnig. ‘Waarom houd je je mond niet een keer. Natuurlijk heb ik hier wel over nagedacht. Het is allemaal onderdeel van mijn plan.’ zegt ze terwijl ze opstaat en haar toverstaf tevoorschijn haalt. ‘Let maar op.’ zegt ze en begint een spreuk te mompelen.
  • 411. ‘Psst, Stijn.’ klinkt een zachte stem in de slaapkamer van Stijn. ‘Wordt eens wakker Stijn.’ zegt Nadine nogmaals terwijl ze naast zijn bed komt staan en ziet hoe Stijn langzaam zijn ogen opent.
  • 412. ‘Wat doe jij nu hier?!’ roept hij geschrokken uit als hij ziet dat Nadine naast zijn bed staat en hij schiet overeind. ‘Sttt, je moet stil zijn. Iedereen slaapt nog.’ zegt Nadine en ze legt haar vinger op haar lippen ten teken dat hij stil moet zijn.
  • 413. Stijn kijkt haar verbaasd aan. ‘Waarom lig jij dan niet in bed?’ vraagt hij terwijl hij een blik werpt op de wekker op zijn nachtkastje. Nadine lacht. ‘Ik kon niet meer slapen en nu de zon eindelijk op is kom ik je halen. We gaan buiten spelen!’
  • 414. Stijn is meteen wakker en terwijl Nadine op hem wacht, kleedt hij zich aan. Achter elkaar lopen ze op hun tenen naar beneden, maar daar staat toch een onverwachte verrassing op hen te wachten. ‘Ik dacht al dat ik jullie hoorde.’ zegt Isa.
  • 415. Betrapt blijft Nadine onderaan de trap staan. ‘Wat waren jullie eigenlijk van plan zo vroeg?’ vraagt Isa nieuwsgierig. Nadine haalt haar schouders op. ‘We wilden buiten gaan spelen. Mag het alsjeblieft?’ vraagt ze en zij en Stijn zetten hun liefste gezicht op.
  • 416. Isa lacht. ‘Voor deze ene keer dan, maar de volgende keer mag je wel wat langer in bed blijven liggen.’ zegt ze, maar Nadine en Stijn horen het al niet meer. Ze zijn al buiten en spelen politie en boefje.
  • 417. Nadine richt met haar vingers haar pistool op Stijn en hij grijpt geschrokken naar zijn borstkas waarna hij langzaam in elkaar zakt. Nadine lacht. ‘Ik heb je!’ roept ze, maar tot haar schrik ziet ze dat Stijn niet op staat. Geschrokken rent ze naar hem toe.
  • 418. ‘Stijn! Stijn! Het spijt me zo!’ roept ze geschrokken en ze schudt hem door elkaar. ‘Gefopt!’ roept Stijn dan en hij opent lachend zijn ogen. ‘Ik had je goed te pakken he!’ roept hij.
  • 419. Nadine begint nu ook te lachen. ‘Dat was echt heel eng! Dat moet je nooit meer doen.’ zegt ze, maar ze kan het niet opbrengen om haar lach in te houden. Ze is veel te blij dat alles goed is met haar broertje.
  • 420. Isa staat voor het raam en kijkt met een klein glimlachje toe hoe haar broertje en zusje spelen. Het leven lijkt bij hen nog zo makkelijk, maar zelf ziet ze op tegen haar dag op school. Ze voelt zich nog steeds niet op haar gemak, hoewel haar klasgenoten wel aardig blijven doen. Ze heeft nog steeds het gevoel dat ze achter haar rug uitgelachen wordt en dat ze nergens bij hoort.
  • 421. ‘Au!’ roept ze geschrokken en draait zich om. ‘Waarom doe je dat nu? Ik schrok me dood.’ zegt ze geïrriteerd als ze merkt dat het Manon was die in haar zij prikte. Manon glimlacht. ‘Slecht geweten?’ Isa schudt haastig haar hoofd. ‘Ik schrok gewoon, oké?’
  • 422. Na het ontbijt is het tijd voor de kinderen om weer naar school te gaan. Stijn en Nadine lopen voorop richting de schoolbus. Vandaag is het hun eerste dag en Levi en Samantha zwaaien hen vanaf de veranda uit.
  • 423. ‘Niet te geloven dat ze nu allemaal alweer naar school gaan.’ zucht Samantha terwijl ze samen op het bankje gaan zitten. Levi lacht. ‘De tijd gaat veel te snel als je gelukkig bent.’ zegt hij en slaat een arm om haar heen.
  • 424. Samantha lacht. ‘Met jou zal ik altijd gelukkig zijn, wat er ook gebeurd en waar we ook zijn.’ gaat Levi verder en hij kust haar. ‘Jij bent de vrouw van mijn dromen en dat verandert nooit.’
  • 425. Ze blijven nog een tijdje zitten totdat Levi merkt dat het tijd is om naar de zaak te gaan. Ze hebben besloten dat Samantha nog één dagje thuis blijft voor als Nadine en Stijn thuis komen uit school en om het huis eens flink schoon te maken.
  • 426. Als ze de hele benedenverdieping heeft gehad, gaat Samantha boven verder. Elk hoekje van het huis maakt ze schoon, van de slaapkamers tot de badkamers.
  • 427. Aan het eind van de ochtend heeft ze het hele huis gehad en uitgeput laat ze zich in de stoel vallen. Ze pakt een van de boeken uit de kast waar ze al heel lang in wil beginnen, maar nooit aan toe is gekomen.
  • 428. Ze is net klaar met hoofdstuk 1 als de bel gaat. Een beetje teleurgesteld slaat ze het boek dicht en zet het snel in de kast. ‘Wie zou dat nu kunnen zijn?’ vraagt ze zich hardop af terwijl ze richting de hal loopt.
  • 429. Verbaasd ziet ze dat er een blonde vrouw voor de deur staat. Ze bekijkt haar even terwijl ze de deur opent, maar ze weet toch echt zeker dat ze deze vrouw nog nooit heeft gezien.
  • 430. ‘Goedemiddag.’ zegt Samantha terwijl ze de deur opent en ze glimlacht vriendelijk naar de vrouw. ‘Kan ik u ergens mee helpen misschien?’ vraagt ze wat onzeker. De vrouw houdt haar blik strak op haar gericht.
  • 431. Eindelijk glimlacht de vrouw terug. ‘Ik wil u graag spreken. Het is zeer dringend.’ zegt ze en kijkt Samantha ernstig aan. ‘Het gaat namelijk over u man, Levi. Mag ik even binnen komen?’
  • 432. Samantha aarzelt even, maar knikt dan toch door de indringende blik van de vrouw. Ze begeleid de vreemde vrouw naar de woonkamer. ‘Wilt u misschien iets drinken? Ik kan koffie zetten als u wilt.’ vraagt ze beleefd.
  • 433. De vrouw schudt haar hoofd. ‘Ik denk dat het beter is als u gaat zitten.’ Samantha knikt en doet wat de vrouw zegt. Ze heeft hier geen goed gevoel over en ze weet niet wat ze van de vrouw moet denken. ‘Ik zal me eerst even voorstellen. Ik ben Charlotte Wever.’ zegt de vrouw en ze steekt haar hand uit.
  • 434. Samantha schudt aarzelend de uitgestoken hand. ‘Samantha Wander, maar ik denk dat u dat al wist.’ zegt ze en de vrouw knikt. ‘U zei dat u hier voor mijn man bent, maar hij is op dit moment aan het werk.’
  • 435. Charlotte glimlacht. ‘Dat weet ik, daarom ben ik nu ook gekomen. Ik wil namelijk met je praten over Levi en ik ben bang dat het niet zo leuk is wat ik ga vertellen.’ zegt ze.
  • 436. Samantha voelt de rillingen over haar rug lopen en ze slikt. ‘U kent Levi?’ vraagt ze verbaasd en ze hoopt eigenlijk da het antwoord nee is, maar de vrouw knikt en Samantha slikt opnieuw. ‘Mag ik vragen waar u hem van kent?’
  • 437. Charlotte knikt langzaam en Samantha ziet ook de droevig blik in haar ogen terwijl ze begint te praten. ‘Ik weet dat het misschien niet leuk is om te horen, maar Levi en ik…’ ze wacht even. ‘We hebben een relatie gehad.’
  • 438. Samantha weet even niet wat ze moet doen of zeggen. Haar hart staat even stil en haar adem blijft in haar keel steken. ‘Maar wanneer dan?’ weet ze uiteindelijk uit te brengen met een stem die niet van haar is. ‘En waarom zegt u dit?’ Ze heeft nog zoveel vragen die ze heeft, maar niet stelt.
  • 439. Charlotte kijkt even naar haar handen voordat ze begint te vertellen. ‘Ik vind dat je dit moet weten. Je verdient het niet om je hele leven in onwetendheid te leven. We hebben elkaar ontmoet in de winkel waar hij toen nog voor Jessica werkte. Ik vond hem meteen leuk, maar hij trouwde met jou dus hij wilde niets van me weten. Toch bleef ik naar hem verlangen, hoe zeer ik ook probeerde om hem uit mijn hoofd te zetten.’
  • 440. ‘Pas een paar jaar later toen ik weer in de winkel was kwam hij naar me toe. Ik weet nog goed hoe hij in mijn oor fluisterde en ik zijn warme adem op mijn wang voelde. Hij vroeg of ik die avond met hem af wilde spreken. Ik geloof dat hij zei dat jij zwanger was en toch niet merkte dat hij weg was. Na die avond bleven we afspreken en ik merkte al snel dat hij net zoveel voor me voelde als ik voor hem. Ik voelde me het gelukkigste meisje op aarde.’
  • 441. Samantha voelt hoe haar keel dichtgeknepen wordt. Elk sprankje hoop dat ze had dat dit allemaal een grap was en dat dit een of ander studievriendinnetje is wordt weggezogen. ‘Zien jullie elkaar nog steeds?’ vraagt ze.
  • 442. Charlotte schudt haar hoofd en kijkt naar haar handen. Samantha ziet hoe haar schouders beginnen te schokken, maar ze kan het niet opbrengen om deze vrouw te troosten. ‘We hadden een prachtige tijd met elkaar en hij zei dat hij van me hield, maar alles was over toen ik zwanger raakte. Ik wilde het kindje dolgraag houden, maar toen ik het hem vertelde flipte hij.’
  • 443. Samantha slikt, ze wil helemaal niet horen wat Charlotte nu gaat zeggen. ‘Hij zei me dat ik het weg moest laten halen, maar ik weigerde. Ik was zo blij, een kindje van hem en mij, maar hij wilde er niets van weten. Uiteindelijk heeft hij me meegenomen naar de abortuskliniek. Ik ging alleen naar binnen, maar ik kon het niet. Ik wilde het kindje houden en ik heb haar alleen opgevoed.’ Charlotte bukt zich en pakt een foto van een lachend roodharig meisje uit haar tas. ‘Dit is Anouk.’ zegt ze en geeft de foto aan Samantha.
  • 444. De tranen lopen nog steeds over haar wangen. ‘Na die dag heb ik hem nooit meer gezien. Anouk is opgegroeid zonder vader. Ik heb deze foto vorige week gemaakt, vlak na haar verjaardag. Ik heb heel lang getwijfeld of ik je dit wel moest vertellen, maar ik vond dat je toch moet weten wat hij allemaal uitspookt achter je rug om. Hij heeft mij zoveel pijn gedaan door me te dwingen die abortus te plegen en hij liet me daarna gewoon stikken. Ik wil niet dat jou dat ook overkomt.’
  • 445. Samantha knikt langzaam terwijl haar blik gericht blijft op de foto in haar handen. De lach van het meisje is aanstekelijk, net als die van Levi en ook zijn rode haar herkent ze meteen. Ze slikt. Ze is vorige week opgegroeid, dat betekent dat ze even oud is als Nadine en Stijn. Hoe moet ze hen in hemelsnaam vertellen dat ze een zusje hebben? Al die tijd dacht ze dat wat Levi en zij hadden uniek was, maar hij deelde het gewoon met een andere vrouw.
  • 446. Ze geeft de foto met trillende hand terug aan Charlotte. ‘Zou je misschien weg willen gaan. Ik moet hier over nadenken.’ Charlotte knikt terwijl ze haar tranen weg veegt. ‘Natuurlijk, dit is niet makkelijk voor je, maar ik vond toch dat je het moest weten. Houd die foto maar.’ Samantha knikt en probeert haar lippen tot iets te vormen wat op een glimlach lijkt. ‘Bedankt.’
  • 447. Als Levi die middag thuis komt, is het doodstil in huis. Verbaasd blijft hij in de woonkamer staan. ‘Sam?’ roept hij, maar er is niemand die antwoordt. ‘Is er iemand thuis?’ roept hij nogmaals en kijkt naar de tuin, maar is ook niemand.
  • 448. Hij loopt naar de keuken en daar vindt hij Manon. ‘Hier ben je.’ zegt hij, maar Manon draait zich niet om. ‘Ik was al op zoek naar jullie. Waarom zei je niet dat je hier was? En waar is iedereen?’
  • 449. Nu pas draait Manon zich om. ‘Sorry, ik hoorde je niet.’ zegt ze poeslief. ‘Isa is boven en ze helpt Jasper, Nadine en Stijn met hun huiswerk als je het zo graag wilt weten.’
  • 450. Levi knikt. ‘Dat is goed. En waar is je moeder? Ze zou toch de hele dag thuis zijn?’ vraagt hij verbaasd. Hij voelt dat er iets niet goed is en het gezicht van Manon bevestigt dat alleen maar.
  • 451. ‘Mam is boven, maar ze wil je niet zien.’ zegt Manon en ze kijkt boos de andere kant uit. ‘Hoe heb je dit nu kunnen doen?!’ barst ze los. ‘Ik dacht dat je van mama hield, maar blijkbaar hebben we ons daar allemaal in vergist.’
  • 452. Levi kijkt haar nu nog verbaasder aan. ‘Natuurlijk houd ik van je moeder. Zielsveel zelfs. Waar heb je het in hemelsnaam over en waarom is ze boven?’ vraagt hij. Manon slaat haar armen over elkaar. ‘Alsof je dat zelf niet weet.’ zegt ze sarcastisch.
  • 453. Levi kijkt haar niet begrijpend aan en draait zich dan om. ‘Ze wil je niet zien!’ roept Manon nog, maar hij is al in de hal en loopt de trap op richting hun slaapkamer. ‘Sammie, wat…?’ Verder komt hij niet. Hij deinst achteruit en kan nog net de vaas ontwijken die naast zijn hoofd tegen de muur kapot slaat.
  • 454. ‘Wat is hier aan de hand?’ vraagt Levi verbaasd terwijl hij naar alle spullen op het bed wijst. Samantha staat er met haar handen in haar zij naast. ‘Is het nog niet duidelijk voor je? Ik ga weg.’ zegt ze kwaad.
  • 455. ‘Mag ik misschien weten waar dit allemaal over gaat?’ vraagt Levi. ‘Waarom ga je weg? Heb ik soms iets verkeerd gedaan? Als dat zo is dan kunnen we er toch rustig over praten. Waarom kom je niet even zitten?’
  • 456. ‘Nee! Ik kom niet zitten en ik luister niet meer naar je mooie praatjes!’ schreeuwt ze. ‘Weet je nu nog niet waar dit over gaat?! Hier gaat het over! Over je dochter!’ Ze gooit de foto van Anouk naar zijn hoofd.
  • 457. Levi kijkt verbaasd naar het meisje op de foto. ‘Maar Sam, ik heb dit meisje nog nooit in mijn leven gezien. En hoe kom je erbij dat dit mijn dochter is? Ik heb 3 dochters en dat zijn ook jou dochters.’
  • 458. Samantha kijkt hem geïrriteerd aan. ‘Je weet best dat dat niet waar is en ik weet het nu ook! Hoe lang wilde je dit voor me verborgen houden? Of wilde je me voor altijd in onwetendheid houden? God, ik ben zo blij dat Charlotte hier vandaag kwam. Hoe heb ik ooit zo dom kunnen zijn om jou te geloven?’
  • 459. ‘Waar heb je het over Sam? Je weet toch dat jij de enige bent voor mij? Ik heb nog nooit van een of andere Charlotte gehoord en laat staan dat ik een kind van haar heb. Ik heb dit hele meisje nog nooit gezien!’ zegt hij en wijst naar de foto.
  • 460. ‘O, houd je toch niet van de domme! Ik weet precies hoe het allemaal zit, Charlotte heeft het me allemaal verteld. Jij had jaren geleden een affaire met haar en toen ze zwanger was dwong je haar om een abortus te plegen, maar zij wilde niet. Jij liet haar gewoon stikken dus heeft ze ervoor gekozen om het kind alleen op te voeden.’ Samantha begint steeds harder te schreeuwen.
  • 461. ‘Waarom moest je dit doen? Vond je me niet leuk meer? Was dat het? Vond je me niet knap genoeg meer toen ik zwanger was? En waarom moest ik dit van Charlotte horen? Was je zelf niet dapper genoeg om het mij recht in mijn gezicht te vertellen? Hoe heb je mij en de kinderen dit aan kunnen doen?’
  • 462. ‘Echt waar Sam, ik weet niet waar je het over hebt! Luister nu zelf eens naar je verhaal. Klinkt dat als iets wat ik zou doen? Je kent me toch? Je weet dat ik dol gelukkig was elke keer dat je zwanger was. Waarom zou ik die vrouw dan dwingen om een abortus te plegen? Dat klinkt toch helemaal niet als iets wat ik zou doen?’
  • 463. ‘Je weet toch dat ik van je hou. Denk eens aan wat ik vanmorgen tegen je zei. Mijn gevoelens voor jou zullen nooit veranderen. Ik heb jou gekozen, niet Tara toen ik nog op de universiteit zat en ook niet Kimberly en Charlotte al helemaal niet. Ik wil jou, ik ben getrouwd met jou en ik wíl alleen jou.’
  • 464. De boze blik op het gezicht van Samantha verslapt en er lopen nu nog meer tranen over haar wangen. Ze laat zich op het bed vallen en trekt haar knieën naar zich toe. ‘Echt waar Sam, ik hou van je.’ zegt Levi zachtjes als hij haar ziet snikken.
  • 465. Samantha blijft door snikken en kijkt naar haar voeten. ‘Echt waar Sam, je moet me geloven.’ zegt Levi en hij aarzelt om naar haar toe te lopen. Het liefste zou hij zijn arm nu om haar heen slaan en haar troosten, maar hij weet dat dat nu misschien niet verstandig is.
  • 466. In plaats daarvan probeert hij haar met woorden te overtuigen. ‘Ik koos jou om mee te trouwen, ik koos jou als mijn vrouw, ik koos jou om kinderen mee te krijgen en natuurlijk vond ik je wel mooi toe je zwanger was. Ik vond je al geweldig toen ik je voor het eerst zag en toen je mijn voet verbond omdat ik in een stuk glas was gestapt. Geloof me alsjeblieft.’
  • 467. Samantha knikt langzaam. ‘Ik geloof je.’ fluistert ze net hard genoeg zodat Levi het kan horen. ‘Het spijt me dat ik je niet geloofde, ik was gewoon zo bang dat ik je kwijt zou raken en dat ik alleen achter zou blijven.’ Terwijl ze de woorden uitspreekt wellen de tranen weer op in haar ogen en ze laat ze over haar wangen stromen.
  • 468. Levi kijkt even naar de grond. ‘Zoiets zou ik nooit doen en dat weet je. Ik kan jou geen verdriet doen zonder mezelf ook pijn te doen. Jij bent de vrouw van mijn dromen, de vrouw naar wie ik altijd heb verlangt en jij bent de enige die mij gelukkig maakt.’
  • 469. Samantha knikt opnieuw en Levi loopt langzaam naar het bed. Hij schuift een paar tassen aan de kant en gaat naast haar zitten. ‘Ik weet niet wie die vrouw was die hier was, maar ik zweer dat ik geen relatie met haar heb of had. Jij bent echt de enige voor mij.’
  • 470. Samantha knikt. ‘Ik geloof je en jij bent ook de enige voor mij.’ zegt ze nog een beetje snikkend. ‘Maar die vrouw stond hier zomaar op de stoep en ze beweerde dat jij… dat jullie… dat ze een relatie met je had en ik wist gewoon niet meer wat ik moest doen. Ik geloofde haar gewoon meteen en ik raakte in paniek.’
  • 471. ‘Stil maar, het is al goed. Ik had waarschijnlijk precies hetzelfde gedaan als hier een grote gespierde kerel voor de deur had gestaan en had beweert dat hij een relatie met jou had.’ zegt Levi en ondanks alles moet Samantha toch lachen.
  • 472. Levi glimlacht en trekt haar naar zich toe. Opgelucht laat ze haar hoofd op zijn schouder rusten en voelt zijn warmte die ze zo gemist heeft. ‘Ik hou van je.’ fluistert hij en ze glimlacht. ‘Ik hou ook van jou en het spijt me dat ik die vaas naar je hoofd heb gegooid.’
  • 473. Levi grijnst. ‘Ik vond het toch nooit een mooie vaas.’ zegt hij en dat leidt tot een por in zijn zij. Hij lacht. ‘Ik zal dat maar opvatten als een teken van liefde.’ zegt hij en drukt voorzichtig een kus op haar wang. ‘Je moet wel heel veel van me houden als je een vaas naar mijn hoofd gooit.’ merkt hij op en dit keer kan hij de por ontwijken en in plaats daarvan drukt hij zijn lippen op die van Samantha.
  • 474. Een half uur later hebben Levi en Samantha alle spullen die Samantha al had ingepakt weer opgeruimd en hand in hand lopen ze naar beneden waar de kinderen allemaal op de bank op hen zitten te wachten. ‘Is dit een goed of een slecht teken?’ vraagt Isa voorzichtig.
  • 475. Samantha knikt. ‘Het was allemaal een groot misverstand.’ zegt ze opgelucht en ook Levi knikt. ‘Jullie moeder heeft de vrouw beschreven en ik weet bijna zeker dat het de invalkracht is op de zaak. Nu Sam weer komt werken heb ik haar moeten ontslaan en daar was ze niet zo blij mee. Ze heeft blijkbaar al een hele tijd een oogje op me dus dit was haar wraakactie.’
  • 476. Manon trekt haar wenkbrauw op. ‘Wat een raar verhaal.’ zegt ze, maar Nadine wuift haar bezwaren weg. ‘Zolang het weer goed is tussen papa en mama vind ik het prima.’ zegt ze vrolijk en Stijn knikt heftig mee.
  • 477. Levi glimlacht. ‘Mooi, dan is dat misverstand ook weer uit de lucht.’ ‘Eh, door alle commotie van vanmiddag heb ik alleen niets aan het eten gedaan en volgens mij hebben we ook niet veel in huis.’ bekent Samantha, maar Levi haalt zijn schouders op. ‘Ik denk dat wij wel een pizza verdient hebben.’ zegt hij en de kinderen springen meteen op van de bank.
  • 478. Een uur later heeft Levi een klein tafeltje in de woonkamer gezet met daarop een doos pizza. Iedereen heeft een stuk genomen en geniet van de warme maaltijd. ‘Gaan jullie eigenlijk aangifte doen tegen die vrouw?’ vraagt Manon tussen twee happen door.
  • 479. Levi verslikt zich bijna in zijn pizza. Hij ziet dat Samantha hem vragend aan kijkt. Ze hadden niet verwacht dat een van de kinderen nog dieper op het verhaal dat ze samen verzonnen hebben in zouden gaan. Hij schudt zijn hoofd. ‘We hebben er nu wel genoeg mee geleden. Het is beter als we het nu laten rusten.’
  • 480. Manon haalt haar schouders op. ‘Ik zou het hier niet bij laten zitten. Die vrouw probeerde jullie leven gewoon te verwoesten en dat van ons ook. Stel je voor dat ze zoiets nog eens doet! Ik moet er niet aan denken wat er dan gebeurd.’
  • 481. Levi schudt zijn hoofd. ‘We laten het hier gewoon bij. Ze is wat in de war, maar ik weet zeker dat ze zelf ook weet dat ze fout zat. Waarschijnlijk zien we haar toch nooit meer.’ zegt hij en kijkt even naar Samantha. Ze knikt. ‘Ze durft zich hier vast nooit meer te vertonen.’
  • 482. Als iedereen genoeg pizza op heeft, gaan ze met de hele familie naar buiten. De kinderen vermaken zich weer op de speelplaats en ook Isa en Manon zitten weer op de toren.
  • 483. Levi en Samantha gaan samen aan de tuintafel zitten en kijken hoe hun kinderen zich vermaken. Samantha pakt voorzichtig zijn hand vast. ‘Je hebt gelijk, samen zijn we het gelukkigste stel op de hele wereld.’ zegt ze en Levi glimlacht. ‘Onthoud dat goed.’
  • 484. ‘Bah, wat een geslijm.’ zegt Tara en ze trekt haar neus op terwijl ze zich nog steeds stevig vast houdt. Kimberly heeft haar meegenomen naar het dak, maar ze voelt zich er eigenlijk helemaal niet zo prettig, in tegenstelling tot Kimberly die op haar gemak naar beneden kijkt en haar gezicht betrekt.
  • 485. ‘Verdomme, waarom gaat het nu nooit eens volgens plan.’ sist ze. Tara zucht. ‘Misschien heeft Charlotte het nog niet verteld of misschien doet Samantha alleen maar net alsof en neemt ze op een andere manier wraak.’ stelt ze voor, maar Kimberly schudt haar hoofd.
  • 486. ‘Zo is Sam niet. Als ze zoiets hoort raakt ze meteen in paniek, ze kan het echt niet opbrengen om zo lang te wachten en hem dan pas te grazen te nemen.’ zegt ze kwaad terwijl ze opstaat. ‘Ik ga, ik kan dit niet langer aanzien.’ zegt ze en na een paar korte woordjes begint ze te verdwijnen. Geschrokken kijkt Tara haar aan. ‘En ik dan?! Moet ik hier gewoon blijven zitten?’
  • 487. Tara haalt opgelucht adem als ze een paar tellen later in een flits in de woonkamer van Kimberly verschijnt. ‘Verdomme, verdomme, verdomme!’ roept Kimberly en ze haalt uit naar de bank waar ze een harde trap tegenaan geeft.
  • 488. Tara kijkt terneergeslagen naar de grond en negeert Kimberly terwijl ze zich afreageert op de bank. ‘Het is allemaal jou schuld! Die vrouw was gewoon niet geschikt voor deze klus. Ze was niet eens in staat om Sam te overtuigen, laat staan die twee uit elkaar te krijgen.’
  • 489. Tara kijkt haar kwaad aan. ‘Alsof jij zoveel gedaan hebt. Je liet mij avonden aan een stuk zoeken en wat doe je vervolgens? Je slaat haar neer met een stoel!’ schreeuwt ze en ze laat zich teleurgesteld in een van de stoel neervallen.
  • 490. Kimberly kijkt haar kwaad aan. ‘Houd je medelijden lekker bij je, we moeten gewoon een nieuw plan maken, een nog beter plan dat gewoon niet kan mislukken. Als je dit keer wel gewoon doet wat ik zeg moet het lukken.’ zegt ze strijdlustig. ‘Maar waar moeten we dit keer beginnen?’
  • 491. Tara schudt haar hoofd. ‘Ik heb genoeg van al die plannetjes. Hoe vaak is het nu al gelukt? Nog geen enkele keer! Welk plan we ook bedenken het mislukt toch wel, zelfs met jou toverkracht. Als je echt een goede heks bent, waarom vermoord je hem dan niet gewoon, zo moeilijk kan dat toch niet zijn?’
  • 492. ‘Goh wat een goed idee, daar had ik nog niet aan gedacht.’ zegt Kimberly sarcastisch. ‘Wat denk je nu zelf? Natuurlijk heb ik daar wel aan gedacht en natuurlijk is het mogelijk om hem met een spreuk te doden, maar die spreuk is zo krachtig dat ik daardoor zelf ook mijn leven verlies.’
  • 493. ‘En als je het niet erg vindt, verkies ik mijn leven toch boven het uit elkaar drijven van Levi en mijn lieve zusje.’ zegt Kimberly en ze kijkt Tara vernietigend aan. ‘Maar als je wilt kan ik wel even oefenen op jou.’ zegt ze en kijkt haar met samengeknepen ogen aan.
  • 494. Tara kijkt haar ook kwaad aan en slaat haar armen over elkaar. ‘Waarom ook niet, dan hoeven we tenminste geen manier meer te bedenken om Levi te vernietigen aangezien al jóu vorige plannen op niets uitgelopen zijn.’
  • 495. Kimberly zucht en laat zich op de grond vallen. Ze slaat haar armen om haar knieën en staart stug naar de grond. ‘Waar kunnen we hem nu het beste mee pakken en voor eens en altijd hem en Samantha uit elkaar drijven?’
  • 496. Tara zucht geërgerd. ‘Ik wist het gewoon al vanaf het moment dat we samen op het strand stonden. Hij is een crimineel en dat zal hij altijd blijven! Net als zijn hele familie trouwens.’ zegt ze en ze voelt de woede die ze toen voelde weer opwellen.
  • 497. Kimberly draait haar hoofd met een ruk naar haar toe en kijkt haar verbaasd aan. ‘Crimineel?’ vraagt ze hoopvol en voordat ze het weet bloeit er weer wat hoop op. Ze gaan Levi neer halen en dit keer voor goed.
  • 498. Ergens anders, ver weg van Belladonnabaan is iemand niet zo zeker van zijn zaken. ‘Wat moeten we nu doen? Hij vermoordt ons als hij erachter komt dat we Levi Wander nog steeds niet gevonden hebben.’ zucht Marcus terwijl hij door de kamer ijsbeert.
  • 499. Hij kijkt even op naar Duco die hem zwijgend aan kijkt. ‘Die vrouw van laatst heeft ook al niets opgeleverd dus we zitten opnieuw op een dood spoor. Hoe moeten we hem dit in hemelsnaam vertellen?’
  • 500. Duco haalt zijn schouders op, maar zegt niets en zijn gezicht blijft strak. Marcus zucht. ‘Misschien heb je gelijk, we moeten wel eerlijk tegen hem zijn, ook al kan het ons onze kop kosten.’
  • 501. Duco knikt en Marcus haalt nog eens diep adem. ‘Laten we dan maar naar binnen gaan en hopen op het beste. We hebben alles gedaan wat we konden, meer kunnen we niet doen.’ probeert hij zichzelf moed in te praten.
  • 502. Duco knikt en voorzichtig opent Marcus de deur die naar de kamer van meneer Fatum leidt. ‘Ah, daar zijn jullie eindelijk. Ik had jullie wel wat eerder verwacht, maar ik neem aan dat jullie lange afwezigheid goed nieuws betekent.’
  • 503. Marcus en Duco blijven voor het bureau staan en Marcus kijkt schuldig naar de grond. ‘Ik ben bang van niet. Hij verstopt zich erg goed en hij lijkt wel van de aardbodem verdwenen te zijn.’
  • 504. Hij schrikt op van een harde klap en een hoop gerinkel van glas. Als Marcus op kijkt ziet hij dat meneer Fatum het dienblad met glazen en zijn eigen glas van tafel heeft geveegd. ‘Jullie hebben hem nog niet gevonden?’ sist hij.
  • 505. Marcus schudt zijn hoofd en hij verstijft bij het zien van de blik van zijn baas. ‘Het spijt ons echt heel erg, maar hij lijkt wel onvindbaar. We hebben bijna alles uitgekamd, maar Levi Wander is in de wijde omtrek nergens te vinden.
  • 506. Fatum kijkt hen kwaad aan. ‘Volgens mij heb ik jullie een simpele opdracht gegeven, maar blijkbaar zijn jullie niet in staat om die uit te voeren. Jullie brengen mij Levi Wander of anders staat jullie een vreselijk lot te wachten!’
  • 507. Marcus en Duco knikken haastig en Fatum praat verder. ‘Heb ik jullie wel eens het verhaal verteld van jullie voorgangers? Zij waren ook niet in staat om mijn opdracht uit te voeren en ik kan jullie vertellen dat ze het flink hebben moeten bezuren.’
  • 508. ‘Dus jullie vinden Levi Wander of anders staat jullie precies hetzelfde lot te wachten en ik kan jullie vertellen dat ze allebei niet erg meer te spreken zijn over wat ik met hen heb gedaan.’ schreeuwt hij en kijkt hen woedend aan. Marcus slikt en knikt. ‘Natuurlijk, we gaan meteen op pad.’ zegt hij en met gebogen hoofd verlaten ze de kamer.
  • 509. Dat was het alweer! Het zevende hoofdstuk is alweer ten einde. Zoals altijd hoop ik dat jullie ervan genoten hebben en laat gerust een berichtje achter, dat vind ik helemaal niet erg. X Sandra