d,t,of dt 8
   dat/wat 40        jou/jouw 65
    die/dat 47        als/dan 68
      m/v 51       afkortingen 76
kennen/kun...
OPFRISSER
   NL
De meest voorkomende fouten
en hoe je ze kunt voorkomen...
 ...in twee opfrisworkshops.
deel 1                    deel 2
    d, t, of dt           aan elkaar of los
    dat / wat           dichtbij of dicht bij...
Pen en papier bij de hand?
DEEL 1
D, T
OF
DT
tegenwoordige tijd
stam
hele werkwoord min -en
  word, vind, gebeur
Van werkwoorden met lange klinker,
krijgt de stam ook een lange klinker.
     loop, maak, leer, weet etc.
Een stam eindigt nooit op 2 dezelfde
          medeklinkers.
  pak, mis, wen, luk, stop, val etc.
De stam van een -iën werkwoord
         eindigt op ie.
       skie, ruzie, olie etc.
ik             [stam]
jij            [stam]+t
hij, u, het    [stam]+t
wij             [stam]+en
jullie         [stam]+en
z...
het gebeurt wel eens
ik word ziek - hij wordt beter
     jij vindt het wel best
    dat geldt ook voor jou
TIP
     Vervang ‘t werkwoord door
een makkelijker werkwoord (zonder d).
     als het morgen bezorgd wordt
     als het mo...
[werkwoord] + je/jij?
  [stam] zonder t
Haal jij even koffie?
Wat vind je in de huiskamer?
voltooid verleden tijd
FOKSCHAAP
‘t ex-kofschip
Zit de laatste letter van de stam
        in ‘t ex-kofschip?
           dan: een t
maak - gemaakt
  plet - geplet
 fiets - gefietst
 raap - geraapt
Zit de laatste letter van de stam
     niet in ‘t ex-kofschip?
          dan: een d
schreeuw - geschreeuwd
computer - gecomputerd
     stuur - gestuurd
  stofzuig - gestofzuigd
Uitzonderingetje op ‘t ex-kofschip:
      (ruwe) stam op v of z.
V=F
Z=S
Een voltooid deelwoord waarvan
 de stam eindigt op v (wordt f) of z
(wordt s), eindigt niet op t maar op
                 ...
‘t ex-kofschip
TIP
         Maak het langer.
onvoltooid verleden tijd: verhuisde
Gebiedende wijs = ik-vorm.
loop naar de maan
        word wakker
        vind de schat
bereid eens een lekkere lunch
Engelse werkwoorden
 vervoeg je hetzelfde als
Nederlandse werkwoorden
to delete
     hij deletet
    hij deletete
hij heeft gedeletet
to upgrade
     hij upgradet
    hij upgradede
hij heeft geüpgraded
testje
hij bedenk_
           ik benijd_ jou
     jij bestel_ een biertje
word_ jij ook gek van al die d’tjes
              en t’...
hij bedenkt
             ik benijd jou
        jij bestelt een biertje
word jij ook gek van al die d’tjes en
             ...
DAT
OF
WAT
dat verwijst naar iets bepaalds
wat verwijst naar iets onbepaalds
wat gebruik je bij:
 alles, enige, dat, datgene en (n)iets,
         bij overtreffende trap
en als het terugslaat op een h...
het mysterie dat ik heb opgelost
       er is niets bij wat ik lust
   dat wat hij ons vertelt is onzin
   het mooiste wat...
testje
het e-mailtje _ ik je gestuurd heb
     alles _ ik heb afgesproken
    het enige _ nu nog lukt is...
 het lekkerste soepje...
het e-mailtje dat ik je gestuurd heb
   alles wat ik heb afgesproken
  het enige wat nu nog lukt is...
het lekkerste soepj...
DIE
OF
DAT
die lekkere meisje
met die korte rokje
het-woorden = dat/dit
de-woorden/meervoud = die/deze
het meisje dat ik gisteren zag
  de folders die ik ga bestellen
het is deze foto die ik me herinner
  dit dropje, dat kun ...
M/V
Vele uitzonderingen...
vaak zijn tastbare dingen mannelijk
en niet-tastbare dingen vrouwelijk
onzijdige woorden (het-)
hebben zijn als bezittelijk
    voornaamwoord
de printer doet zijn werk
de overheid stelt haar plannen bij
 de STAP trekt haar aanklacht in
het team heeft zijn taak vol...
KUNNEN
EN
KENNEN
Verschillende betekenissen

kunnen = in staat zijn, mogelijk zijn,
   weten hoe je iets moet doen
 kennen = weten, bekend ...
Kan of kun?

Je kunt kan gebruiken, maar je kan
       ook kunt gebruiken.
HUN
OF
HEN
Allereerst:
hun gebruik je niet als zij
onderwerp = zij (snappen het)
bezit = hun (boek)
voorzetsel + hen = ik geef ‘t hun
voorwerp = (ik help) hen
testje
_ hebben akkoord gegeven
 het blijft _ mening tegen de onze
Taco & Bert presenteren _ het idee
 ik had iets anders van _ v...
ze hebben akkoord gegeven
het blijft hun mening tegen de onze
Taco & Bert presenteren hun het idee
 ik had iets anders van...
JOU
OF
JOUW
bezit = jouw
jouw klant is blij
wat zijn uw plannen voor morgen?
maar: ik zag jou gisteren in de bios
ALS
OF
DAN
dan bij vergrotende trap
zo = als
dezelfde, hetzelfde = als
       even = als
TIP
Voor het voorkomen van ‘als/dan mij/jou’
    Zin in gedachten afmaken.

     ik schat ze ouder in dan ik (ben)
ik ken ...
P.S.:
  als en wanneer
betekenen hetzelfde.
   voorkeur: als
testje
Stein is net zo groot _ Sander
wie eet meer _ 2 snacks op vrijdag?
      hetzelfde kunstje _ toen
     vetter _ dit wordt ...
Stein is net zo groot als Sander
wie eet meer dan 2 snacks op vrijdag?
    hetzelfde kunstje als toen
   vetter dan dit wo...
AF-
KORTINGEN
B & iw! srry dak 2L8 b & : b &
mt mn nwe gbrde trui Rgns
8ter blyvn Hkn: mst ds 1st nr
Oma, om 'm te ltn mkn!
afkortingen: punt
 bijv. / bv. ● enz., etc.
blz., nl. ● z.s.m., m.a.w.
      ● z.o.z., a.s.
initiaalwoorden: ‘
     (uitspraak in letters)
zoals: pc, btw ● vwo’er ● cd’tje
         letterwoorden:
havoër ● vipje ● m...
testje
_ en academici
wie heeft er een vraag _ deze stof?
  je gaat elke dag wel naar de _
  er zijn genoeg boeken, _ deze
    Vi...
hbo’ers en academici
wie heeft er een vraag m.b.t. deze stof?
 je gaat elke dag wel naar de wc
 er zijn genoeg boeken, o.a...
OP-
SOMMINGEN
Opsomming met hele zinnen

Alle voordelen op een rijtje:
- Je weet nu meer van spelling.
- E-mails zijn voortaan foutloos....
Opsomming met
 losse woorden / zinsdelen
Het is belangrijk om:
- te weten wat je fout kunt doen;
- te oefenen;
- af en toe...
Opsomming met
enkel woord / klein groepje woorden
   Controleer voortaan je:
   - e-mails
   - uitgaande post
   - faxjes
VASTE
VOOR-
ZETSELS
Vast, dus: leren of opzoeken...

in staat zijn tot ● op de hoogte zijn van
 solliciteren naar ● overtuigd zijn van
    beh...
http://nl.wiktionary.org/wiki/
WikiWoordenboek:Lijst_van_vaste_voorzetsels
EINDE
DEEL 1!
      Hoera!
     Eindelijk!
Opfrisser NL - deel 1
Opfrisser NL - deel 1
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Opfrisser NL - deel 1

1,189 views

Published on

Workshop over Nederlandse spelling en grammatica. Bestaat uit twee delen, dit is het eerste deel.

1 Comment
3 Likes
Statistics
Notes
  • zou deze -als student aan de pabo- graag willen gebruiken voro kinderen groep 8 (met kleine aanpassing). Kan ik deze presentatie via de mail ontvangen?
    en is er een deel 2?
    Ik hoor het graag
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here
No Downloads
Views
Total views
1,189
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
5
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
1
Likes
3
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Opfrisser NL - deel 1

  1. 1. d,t,of dt 8 dat/wat 40 jou/jouw 65 die/dat 47 als/dan 68 m/v 51 afkortingen 76 kennen/kunnen 56 opsommingen 83 hun/hen 59 vastevoorzetsels 87
  2. 2. OPFRISSER NL
  3. 3. De meest voorkomende fouten en hoe je ze kunt voorkomen... ...in twee opfrisworkshops.
  4. 4. deel 1 deel 2 d, t, of dt aan elkaar of los dat / wat dichtbij of dicht bij die / dat tussen-n of tussen-s m/v leestekens kennen / kunnen enk. / meerv. hun / hen omdat / doordat jou / jouw sommige(n), alle(n), beide(n) als / dan getallen afkortingen c/k opsommingen hoofdletters vaste voorzetsels uit de vouten top 100
  5. 5. Pen en papier bij de hand?
  6. 6. DEEL 1
  7. 7. D, T OF DT
  8. 8. tegenwoordige tijd
  9. 9. stam hele werkwoord min -en word, vind, gebeur
  10. 10. Van werkwoorden met lange klinker, krijgt de stam ook een lange klinker. loop, maak, leer, weet etc.
  11. 11. Een stam eindigt nooit op 2 dezelfde medeklinkers. pak, mis, wen, luk, stop, val etc.
  12. 12. De stam van een -iën werkwoord eindigt op ie. skie, ruzie, olie etc.
  13. 13. ik [stam] jij         [stam]+t hij, u, het    [stam]+t wij       [stam]+en jullie    [stam]+en zij        [stam]+en
  14. 14. het gebeurt wel eens ik word ziek - hij wordt beter jij vindt het wel best dat geldt ook voor jou
  15. 15. TIP Vervang ‘t werkwoord door een makkelijker werkwoord (zonder d). als het morgen bezorgd wordt als het morgen gesmeerd loopt ik vind huiswerk leuk ik maak huiswerk graag
  16. 16. [werkwoord] + je/jij? [stam] zonder t
  17. 17. Haal jij even koffie? Wat vind je in de huiskamer?
  18. 18. voltooid verleden tijd
  19. 19. FOKSCHAAP
  20. 20. ‘t ex-kofschip
  21. 21. Zit de laatste letter van de stam in ‘t ex-kofschip? dan: een t
  22. 22. maak - gemaakt plet - geplet fiets - gefietst raap - geraapt
  23. 23. Zit de laatste letter van de stam niet in ‘t ex-kofschip? dan: een d
  24. 24. schreeuw - geschreeuwd computer - gecomputerd stuur - gestuurd stofzuig - gestofzuigd
  25. 25. Uitzonderingetje op ‘t ex-kofschip: (ruwe) stam op v of z.
  26. 26. V=F Z=S
  27. 27. Een voltooid deelwoord waarvan de stam eindigt op v (wordt f) of z (wordt s), eindigt niet op t maar op d.
  28. 28. ‘t ex-kofschip
  29. 29. TIP Maak het langer. onvoltooid verleden tijd: verhuisde
  30. 30. Gebiedende wijs = ik-vorm.
  31. 31. loop naar de maan word wakker vind de schat bereid eens een lekkere lunch
  32. 32. Engelse werkwoorden vervoeg je hetzelfde als Nederlandse werkwoorden
  33. 33. to delete hij deletet hij deletete hij heeft gedeletet
  34. 34. to upgrade hij upgradet hij upgradede hij heeft geüpgraded
  35. 35. testje
  36. 36. hij bedenk_ ik benijd_ jou jij bestel_ een biertje word_ jij ook gek van al die d’tjes en t’tjes? wat heb jij bestel_? wanneer wordt er gebrief_? word_ snel lid van Hyves! de site is pas geüpgrade_
  37. 37. hij bedenkt ik benijd jou jij bestelt een biertje word jij ook gek van al die d’tjes en t’tjes? wat heb jij besteld? wanneer wordt er gebrieft? word snel lid van Hyves! de site is pas geüpgraded
  38. 38. DAT OF WAT
  39. 39. dat verwijst naar iets bepaalds wat verwijst naar iets onbepaalds
  40. 40. wat gebruik je bij: alles, enige, dat, datgene en (n)iets, bij overtreffende trap en als het terugslaat op een hele zin
  41. 41. het mysterie dat ik heb opgelost er is niets bij wat ik lust dat wat hij ons vertelt is onzin het mooiste wat ik heb gezien hij lust geen vis, wat ons verbaasde
  42. 42. testje
  43. 43. het e-mailtje _ ik je gestuurd heb alles _ ik heb afgesproken het enige _ nu nog lukt is... het lekkerste soepje _ Ymkje ooit gemaakt heeft het knakworstje _ op de grond viel ik heb alweer honger, _ ik gek vind
  44. 44. het e-mailtje dat ik je gestuurd heb alles wat ik heb afgesproken het enige wat nu nog lukt is... het lekkerste soepje dat Ymkje ooit gemaakt heeft het knakworstje dat op de grond viel ik heb alweer honger, wat ik gek vind
  45. 45. DIE OF DAT
  46. 46. die lekkere meisje met die korte rokje
  47. 47. het-woorden = dat/dit de-woorden/meervoud = die/deze
  48. 48. het meisje dat ik gisteren zag de folders die ik ga bestellen het is deze foto die ik me herinner dit dropje, dat kun je pakken
  49. 49. M/V
  50. 50. Vele uitzonderingen...
  51. 51. vaak zijn tastbare dingen mannelijk en niet-tastbare dingen vrouwelijk
  52. 52. onzijdige woorden (het-) hebben zijn als bezittelijk voornaamwoord
  53. 53. de printer doet zijn werk de overheid stelt haar plannen bij de STAP trekt haar aanklacht in het team heeft zijn taak volbracht
  54. 54. KUNNEN EN KENNEN
  55. 55. Verschillende betekenissen kunnen = in staat zijn, mogelijk zijn, weten hoe je iets moet doen kennen = weten, bekend zijn met
  56. 56. Kan of kun? Je kunt kan gebruiken, maar je kan ook kunt gebruiken.
  57. 57. HUN OF HEN
  58. 58. Allereerst: hun gebruik je niet als zij
  59. 59. onderwerp = zij (snappen het) bezit = hun (boek) voorzetsel + hen = ik geef ‘t hun voorwerp = (ik help) hen
  60. 60. testje
  61. 61. _ hebben akkoord gegeven het blijft _ mening tegen de onze Taco & Bert presenteren _ het idee ik had iets anders van _ verwacht
  62. 62. ze hebben akkoord gegeven het blijft hun mening tegen de onze Taco & Bert presenteren hun het idee ik had iets anders van hen verwacht
  63. 63. JOU OF JOUW
  64. 64. bezit = jouw
  65. 65. jouw klant is blij wat zijn uw plannen voor morgen? maar: ik zag jou gisteren in de bios
  66. 66. ALS OF DAN
  67. 67. dan bij vergrotende trap
  68. 68. zo = als dezelfde, hetzelfde = als even = als
  69. 69. TIP Voor het voorkomen van ‘als/dan mij/jou’ Zin in gedachten afmaken. ik schat ze ouder in dan ik (ben) ik ken haar net zo goed als jij (haar kent)
  70. 70. P.S.: als en wanneer betekenen hetzelfde. voorkeur: als
  71. 71. testje
  72. 72. Stein is net zo groot _ Sander wie eet meer _ 2 snacks op vrijdag? hetzelfde kunstje _ toen vetter _ dit wordt het niet
  73. 73. Stein is net zo groot als Sander wie eet meer dan 2 snacks op vrijdag? hetzelfde kunstje als toen vetter dan dit wordt het niet
  74. 74. AF- KORTINGEN
  75. 75. B & iw! srry dak 2L8 b & : b & mt mn nwe gbrde trui Rgns 8ter blyvn Hkn: mst ds 1st nr Oma, om 'm te ltn mkn!
  76. 76. afkortingen: punt bijv. / bv. ● enz., etc. blz., nl. ● z.s.m., m.a.w. ● z.o.z., a.s.
  77. 77. initiaalwoorden: ‘ (uitspraak in letters) zoals: pc, btw ● vwo’er ● cd’tje letterwoorden: havoër ● vipje ● maar: Hema’tje
  78. 78. testje
  79. 79. _ en academici wie heeft er een vraag _ deze stof? je gaat elke dag wel naar de _ er zijn genoeg boeken, _ deze Vinz zet nog ‘n _ op de site
  80. 80. hbo’ers en academici wie heeft er een vraag m.b.t. deze stof? je gaat elke dag wel naar de wc er zijn genoeg boeken, o.a. deze Vinz zet nog ‘n FAQ’je op de site
  81. 81. OP- SOMMINGEN
  82. 82. Opsomming met hele zinnen Alle voordelen op een rijtje: - Je weet nu meer van spelling. - E-mails zijn voortaan foutloos. - Klanten zijn ongelooflijk enthousiast.
  83. 83. Opsomming met losse woorden / zinsdelen Het is belangrijk om: - te weten wat je fout kunt doen; - te oefenen; - af en toe je hand-out erbij te pakken.
  84. 84. Opsomming met enkel woord / klein groepje woorden Controleer voortaan je: - e-mails - uitgaande post - faxjes
  85. 85. VASTE VOOR- ZETSELS
  86. 86. Vast, dus: leren of opzoeken... in staat zijn tot ● op de hoogte zijn van solliciteren naar ● overtuigd zijn van behoren bij ● voorbereiden op
  87. 87. http://nl.wiktionary.org/wiki/ WikiWoordenboek:Lijst_van_vaste_voorzetsels
  88. 88. EINDE DEEL 1! Hoera! Eindelijk!

×