Dierenquiz
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Dierenquiz

on

  • 3,225 views

Een dierenquiz met een aantal vraagjes over de verschillende dierenklassen.

Een dierenquiz met een aantal vraagjes over de verschillende dierenklassen.

Statistics

Views

Total Views
3,225
Views on SlideShare
2,991
Embed Views
234

Actions

Likes
0
Downloads
7
Comments
0

4 Embeds 234

http://lowaas2007-2008ictsabineverhaevert.blogspot.com 154
http://lowaas2007-2008ictsabineverhaevert.blogspot.be 44
http://lowaas2007-2008ictsabineverhaevert.blogspot.nl 34
http://www.slideshare.net 2

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Dierenquiz Presentation Transcript

  • 1. De grote dierenquiz
  • 2. Opdracht: Kies het juiste antwoord(en)
    • Vraag 1:
    • Wat is een belangrijk kenmerk van reptielen?
    • Ze kunnen vliegen.
    • Ze leggen eieren op het droge.
    • Ze hebben een droge huid met schubben.
    • Ze ademen door kieuwen.
  • 3. Opdracht: Kies het juiste antwoord(en)
    • Vraag 2:
    • Wat is een belangrijk kenmerk van vissen?
    • Ze hebben vinnen.
    • Ze hebben poten.
    • Ze leggen eitjes in het water om zich voort te planten
    • Ze ademen door longen.
  • 4. Opdracht: Kies het juiste antwoord(en)
    • Vraag 3:
    • Wat kan je zeggen over dolfijnen?
    • Het zijn vissen.
    • Het zijn ongewervelde dieren.
    • Het zijn zeezoogdieren.
    • Ze ademen door longen.
  • 5. Opdracht: Kies het juiste antwoord(en)
    • Vraag 4:
    • Wat kan je zeggen over een pinguïn?
    • Het is een vis.
    • Het is een vogel.
    • Hij heeft kieuwen.
    • Hij is warmbloedig (= constante lichaamstemperatuur)
  • 6. Opdracht: Kies het juiste antwoord(en)
    • Vraag 5:
    • Amfibieën worden vaak vergelijken met reptielen, maar waarom?
    • Ze zijn beiden koudbloedig.
    • (= lichaamstemperatuur wisselt met de omgeving.)
    • b) Ze leggen allebei geen eieren.
    • Ze leven op het land en in het water. Maar amfibieën kunnen slechter op het land leven als reptielen.
    • Ze hebben dezelfde kleur.
  • 7. Opdracht: Vorm met de letters een bestaand dier.
    • 1) HNDOEZE
    • 2) TNFAIOL
    • 3) UPARDALI
    • 4) VRINDEL
    • 5) SUMIREEVL
    • 6) AAAIPEPG
  • 8. Opdracht: dieren uitbeelden
    • De juf fluistert een dier in het oor van iemand. Deze leerling beeldt het dier uit met gebaren en geluiden.
    • De andere leerlingen schrijven het dier op dat wordt uitgebeeld.
  • 9. Opdracht: zoek het dier dat verborgen zit in de volgende foto.
  • 10. Correctiesleutel
    • Opdracht:
    • Neem je zwarte balpen om te verbeteren!
  • 11. Opdracht: Kies het juiste antwoord(en)
    • Vraag 1:
    • Wat is een belangrijk kenmerk van reptielen?
    • Ze kunnen vliegen.
    • Ze leggen eieren op het droge.
    • Ze hebben een droge huid met schubben.
    • Ze ademen door kieuwen.
  • 12. Opdracht: Kies het juiste antwoord(en)
    • Vraag 2:
    • Wat is een belangrijk kenmerk van vissen?
    • Ze hebben vinnen.
    • Ze hebben poten.
    • Ze leggen eitjes in het water om zich voort te planten
    • Ze ademen door longen.
  • 13. Opdracht: Kies het juiste antwoord(en)
    • Vraag 3:
    • Wat kan je zeggen over dolfijnen?
    • Het zijn vissen.
    • Het zijn ongewervelde dieren.
    • Het zijn zeezoogdieren.
    • Ze ademen door longen.
  • 14. Opdracht: Kies het juiste antwoord(en)
    • Vraag 4:
    • Wat kan je zeggen over een pinguïn?
    • Het is een vis.
    • Het is een vogel.
    • Hij heeft kieuwen.
    • Hij is warmbloedig (= constante lichaamstemperatuur)
  • 15. Opdracht: Kies het juiste antwoord(en)
    • Vraag 5:
    • Amfibieën worden vaak vergelijken met reptielen, maar waarom?
    • Ze zijn beiden koudbloedig.
    • (= lichaamstemperatuur wisselt met de omgeving.)
    • b) Ze leggen allebei geen eieren.
    • Ze leven op het land en in het water. Maar amfibieën kunnen slechter op het land leven als reptielen.
    • Ze hebben dezelfde kleur.
  • 16. Opdracht: Vorm met de letters een bestaand dier.
    • 1) HNDOEZE  zeehond
    • 2) TNFAIOL  olifant
    • 3) UPARDALI  luipaard
    • 4) VRINDEL  vlinder
    • 5) SUMIREEVL  vleermuis
    • 6) AAAIPEPG  papegaai
  • 17. Opdracht: zoek het dier dat verborgen zit in de volgende foto.
    • Een pad
  • 18. Einde
    • En de winnaar is… ?