Ct1402 3-rekenen aan-onderwaterbeton_met_vezels
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Ct1402 3-rekenen aan-onderwaterbeton_met_vezels

on

  • 93 views

Rekenvoorbeeld voor staalvezelgewapende onderwaterbetonvloer op basis van het project Groninger Forum. Inclusief vergelijking met ongewapende vloer volgens oude en herziene CUR-aanbeveling 77.

Rekenvoorbeeld voor staalvezelgewapende onderwaterbetonvloer op basis van het project Groninger Forum. Inclusief vergelijking met ongewapende vloer volgens oude en herziene CUR-aanbeveling 77.

Statistics

Views

Total Views
93
Views on SlideShare
93
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Ct1402 3-rekenen aan-onderwaterbeton_met_vezels Document Transcript

  • 1. thema Rekenen aan onderwaterbeton met vezels2 201452 thema Rekenen aan onderwaterbeton met vezels Op steenworp afstand van de Martinitoren wordt gebouwd aan het Groninger Forum, een indrukwekkend gebouw dat ruimte moet bieden aan diverse culturele activiteiten. Ondergronds komt een vijflaagse parkeergarage met een aantal interessante innovaties in de betonconstructie. 1 Rekenvoorbeeld van de staalvezelversterkte onderwaterbetonvloer in het Groninger Forum
  • 2. Rekenen aan onderwaterbeton met vezels 2 2014 53 100 m 44 m diepwand Tubex-paal Gewi-paal 45 m diepwandTubexGewi 17 m OWB-vloer diepwand Het Groninger Forum wordt gekenmerkt door onder meer de toepassing van staalvezelversterkt onderwaterbeton (SVOWB), funderingspoeren die 3D zijn berekend omwille van de nood- zakelijke slankheid en hybride gewapende parkeervloeren. Aan deze onderwerpen wordt aandacht besteed in een drieluik, te beginnen met het onderwaterbeton. SVOWB-vloer De onderwaterbetonvloer bevindt zich circa 17 m onder maai- veld en wordt door 10 m waterdruk opwaarts belast. De vloer sluit aan op diepwanden, Gewi-palen en Tubexpalen (fig. 2 en 3). Doordat de diepwanden en de Tubexpaalgroepen ter plaatse van kernen een relatief hoge stijfheid hebben ten opzichte van de ankerpalen, zijn de te verwachten vervormingsverschillen uitzonderlijk groot. Bovendien is de aanwezigheid van normaaldrukkracht in de vloer onzeker, vooral ter plaatse van de ronde zijde. Onder de gegeven omstandigheden is ongewa- pend onderwaterbeton minder geschikt in verband met het brosse scheurgedrag. Gekozen is daarom voor staalvezelbeton om scheurvorming tijdens hydratatie, leegpompen en de bouw- kuipfase te beheersen. De achtergronden van het rekenen aan staalvezelversterkte onderwaterbetonvloeren en het combineren van rekenregels zijn eerder beschreven in Cement 2013/3 ‘Staalvezelversterkt onderwaterbeton’ [1]. Hierin is het project Groninger Forum globaal beschouwd. In het onderhavige artikel wordt de onder- waterbetonvloer als rekenvoorbeeld verder uitgewerkt. Tevens wordt een vergelijking gemaakt met ongewapend onderwater- beton. ir. Ruud Arkesteijn ABT 1 Impressie van het Groninger Forum 2, 3 Doorsnede Groninger Forum met parkeergarage en plattegrond palenplan Artikelenserie Groninger Forum Dit artikel is de eerste in een serie van drie over het Groninger Forum. In dit eerste deel gaat het over de staalvezelgewapende onderwaterbetonvloer. In de volgende twee delen komen respectievelijk de poeren en de hybride gewapende parkeervloe- ren aan bod. CA77:2001 versus CA77:2014 Het werkelijke ontwerp van de onderwaterbetonvloer van het Groninger Forum is in 2011 uitgevoerd. Hierbij vormde CUR- Aanbeveling 77:2001 (CA77) een belangrijke richtlijn. Om de laatste stand van zaken te beschrijven, is het rekenvoorbeeld in dit artikel uitgewerkt op basis van de herziene versie: CA77:2014. De voornaamste verschillen tussen deze versies zijn de toegevoegde dwarskrachttoets, de strengere ponstoets voor schotelverankeringen en de mogelijkheid om in de UGT te rekenen met membraanwerking. Toetsing van de water- dichtheid (BGT) is niet langer een vereiste. Meer over CA77 staat in het artikel‘Herziening CUR-Aanbevling 77 (1). Dit artikel is te raadplegen op www.cementonline.nl. 2 3
  • 3. thema Rekenen aan onderwaterbeton met vezels2 201454 grote Tubex-paalgroepen steunpunten waterdruk qw,k = 99 kN/m2 verloop in waterdruk 89 kN/m2 rondom lijnondersteuning t.p.v. diepwand situatie 1 + 2 4 Schaalmodel incl. steunpunten en verloop in waterdruk 5 Vervorming SVOWB-vloer voor BGT situatie 1 (a), verplaatsing BGT situatie 2 (b), verplaatsing UGT situatie met schuiven (c) de palen in grote palengroepen betekent dit dat de trekcapaci- teit bijna halveert. In verband met tijd- en temperatuureffecten (krimp van beton en hoge ongedraineerde stijfheid van de Potklei) en schijfwer- king, is gerekend met een gehalveerde normaaldrukkracht in de vloer. Voor het ronde deel is de normaaldrukkracht nage- noeg verwaarloosd omdat een groot deel van de stempeldruk niet de vloer ingaat, maar via de ringvormige diepwand wordt rondgeleid (ringwerking). De axiale veerstijfheden van verschillende typen trekelementen zijn conform CA77 gevarieerd door deze te reduceren (slap), ofwel te vermenigvuldigen (stijf) met een variatiefactor 1,4. Drie situaties zijn beschouwd (tabel 1). In de berekeningen wordt gebruikgemaakt van CUR-Aanbeve- ling 77:2014 (‘Rekenregels voor ongewapende onderwaterbe- tonvloeren, herziene versie, hierna CA77), CUR-Aanbeveling 111 (‘Staalvezelbeton bedrijfsvloeren op palen’, hierna CA111) en Model Code 2010 ([2], hierna MC2010). Rekenmodel en invoerparameters De SVOWB-vloer is gemodelleerd als een schaalmodel (fig. 4). Hiermee is zowel plaat- als schijfwerking te beschouwen. De Tubexpalen zijn primair ontworpen als drukpalen voor de defi- nitieve fase, maar fungeren in de bouwputfase als trekelement. Voor de opname van opwaartse waterdruk zijn, voor de bouw- putfase en de definitieve fase, ankerpalen voorzien in een over- wegend regelmatig grid van 2,7 × 2,7 m2 . De verticale steunpunten van de Tubexpalen zijn als trekpalen bilineair gemodelleerd met een begrensd trekdraagvermogen dat mede gebaseerd is op het kluitgewicht van de palen. Voor Ontwerpparameters rekenvoorbeeld SVOWB – vloerdikte en toleranties: hgem = 1000 mm, tolonder = 200 mm, tolboven = 75 mm, tolverankering = 100 mm; – beton: C25/30 + 35 kg/m3 staalvezels van het type MPZ-HT-50/1.0; – waterdruk met verloop wegens helling in middenstuk: qw,k = 86 – 99 kN/m2 van oost naar west; – stramienafstanden: Lx = Ly = 2,7 m; Lx,max = 3,0 – axiale veerstijfheden trekelementen: kdiepwand = 200 MN/m/m1 , kTubex = 100 MN/m, kGewi = 58 MN/m; – stempeldruk en normaaldrukkracht: Fstempel,k = 550 kN/m1 , ΔN’ = 275 kN/m1 . 4 5a 5b 5c
  • 4. Rekenen aan onderwaterbeton met vezels 2 2014 55 6 7 6 Normaaldrukkracht BGT 7 Momentverloop UGT situatie 2 Buiging Voor het berekenen van de momentcapaciteit MRd met rest- treksterkte zijn rekenregels gegeven in CA111. In figuur 8 is het M-N-Κ-diagram weergegeven voor hmin = 786 mm en Nd = 275 ∙ 0,9 = 247,5 kN/m1 . Voor beton C25/30 zonder staal- vezels volgt dat de momentcapaciteit na scheurvorming dras- tisch afneemt; om deze reden dient voor ongewapend beton conform Eurocode 2 (verder EC2) te worden gerekend met de waarde van fctd,pl en een ongescheurde elasticiteitsmodulus. De resttreksterkte van SVB is duidelijk zichtbaar. De ‘gescheurde E-modulus’ is berekend op basis van een maximaal toelaatbare buigtrekrek van 0,1%. Volgens de grafiek in [1] behoudt de constructie hiermee een rekenkundige veiligheid van ongeveer een factor 2 in relatie tot mogelijke ‘pull-out’ en een factor 4 ten opzichte van de breukrek. De bijbehorende momentcapaciteit is 380 kNm/m1 . De maximaal optredende momentbelasting treedt op langs de oostzijde van de bouwkuip: voor SVB volgt MEd = 350 kNm/m1 , zo blijkt in figuur 4. De momentcapaciteit voldoet. Aan de ronde zijde bevat de vloer voldoende momentcapaciteit zonder normaaldrukkracht. Buiging is kritisch voor het rekenvoorbeeld. Conform CA77:2014 zou een ongewapende vloer van 1000 mm ook voldoen op drukboogwerking voor een normaaldrukkracht van N = 275 kN/m1 mits de afstand tussen trekpalen maximaal 3,0 m is. Het UGT-principe van drukboogwerking geldt logi- scherwijze ook voor staalvezelbeton. Ter plaatse van de ronde Doordat de diepwand stijf reageert ten opzichte van het trekpa- lenveld, is de reactiekracht van de diepwand in situatie 1 en 2 groter gebleken dan de maximale rekenkundige schuifcapaci- teit. Om speciale verbindingsmaatregelen (tandverbinding) te voorkomen, moet aanvullend het verticale evenwicht van de vloer worden getoetst in geval van schuiven langs de diepwan- den. Voor deze UGT-situatie is de lijnvormige ondersteuning ter plaatse van de diepwand vervangen door een verticale neer- waartse reactiekracht ter grootte van de maximaal toelaatbare schuifkracht van 0,3Fstempel,d . Voor de stijfheid van de vloer is conform CA77 gerekend met de nominale vloerdikte van 1000 mm. De elasticiteitsmodulus van het beton na scheurvorming is iteratief bepaald; in de UGT is gerekend met een E-modulus van 5000 MPa. Met schuiven is het beton ongescheurd verondersteld. Berekeningsresultaten Figuur 5 geeft de resulterende vervormingen weer. Het verschil in krachtsverdeling tussen de drie situaties is duidelijk waarneem- baar. In de weergave voor normaaldrukkracht in figuur 6 en 7 is het effect van schijf- en ringwerking zichtbaar; krimp zou de normaaldrukkracht verder kunnen reduceren. Voor buigende momenten in de vloer is de situatie met de grootste krommingen maatgevend; dit is het geval voor situatie 2. Reactiekrachten in trekelementen zijn niet gepresenteerd. Logi- scherwijze is situatie 1 maatgevend voor de reactiekracht in de diepwand en daarmee ook voor dwarskracht in de vloer (FEd = 370 kN/m1 ). De maximale reactiekracht in de Tubexpalen volgt uit situatie 2 en is lager dan het begrensde paaldraagvermo- gen (FEd = 1118 kN). De maximale reactiekracht op de ankerpalen treedt op in de situatie met schuiven; FEd = 717 kN. Doorsnedecapaciteiten en toetsing Binnen het rekenvoorbeeld wordt een vergelijking gemaakt tussen: – C25/30: onderwaterbeton zonder staalvezels: fctd,pl = 0,96 N/mm2 ; – SVB: onderwaterbeton C25/30 met 35 kg/m3 staalvezels: feqm = 3,5 N/mm2 . Tabel 1  Maatgevende situaties diepwand Tubex Gewi situatie 1 stijf slap slap situatie 2 stijf stijf slap situatie met schuiven (UGT) schuifkracht slap stijf
  • 5. thema Rekenen aan onderwaterbeton met vezels2 201456 0 0,0 2,0 4,0 6,0 8,0 10,0 100 200 300 400 kromming κ [mrad] *10-6 momentcapaciteitMRd [kNm/m'] εUGT = 0,1%: MRd = 380 [kNm/m'] Egescheurd = 4.664 [MPa] SVB (UGT) C25/30 (UGT) fctd,pl OWB hgem = 1000 OWB hgem = 1000 dmin = 500 dmin = 600 tolboven tolonder tolverankering = 100 200 200 75 tolboven tolonder tolnokken = 200 200 75 200 8 Last-vervormingsdiagram onderwaterbeton zonder en met staalvezels incl. materiaalfactoren (UGT) 9 Detaillering verbindingen met Gewi en Tubex VRd,c = vmin · dmin · u1 met: vmin = 0,37 N/mm2 dmin = 500 mm u1 = 7380 mm volgt: VRd,c = 1347 kN Volgens CA77 volgt voor schotelverankeringen vanuit [3] een aanvullende reductiefactor kr = 0,87. Hierdoor reduceert de ponscapaciteit tot 1168 kN. Indien staalvezels worden toegepast kan de toetsing plaatsvin- den conform CA111. De verhoging van de toelaatbare pons- spanning door staalvezels conform CA111 is hierin conserva- tief ingestoken; ook zonder toepassing van buigwapening is het veilig om de verhoging van vmin met τ1,f in rekening te brengen. Hieruit volgt: VRd,c+f = kr · (vmin + τ1,f ) · dmin · u1 met:     Nieuwe  formules  onder  tussenkop  ‘Pons:’   ( ) eqk,3 1,f f,d f t 2 1,f 0,18 1,4 0,18 0,7 3,5 0,25N / mm 1,4 1,25 f y τ τ τ = = ⋅ ⋅ = = ⋅     Correctie  formules:   2Ed cp cc min 2 2 cvd ctd,pl cp ctd,pl 0,9 0,315N / mm 1,10N/mm N N A h f f f σ σ = = = = + =       Nieuwe  formules  onder  tussenkop  ‘Pons:’   ( ) eqk,3 1,f f,d f t 2 1,f 0,18 1,4 0,18 0,7 3,5 0,25N / mm 1,4 1,25 f y τ τ τ = = ⋅ ⋅ = = ⋅     Correctie  formules:   2Ed cp cc min 2 2 cvd ctd,pl cp ctd,pl 0,9 0,315N / mm 1,10N/mm N N A h f f f σ σ = = = = + =   Voor yft geldt een waarde van 1,25. feqk,3 is te berekenen met 0,7 feqm,3 . Dit resulteert voor het rekenvoorbeeld SVB in:     Nieuwe  formules  onder  tussenkop  ‘Pons:’   ( ) eqk,3 1,f f,d f t 2 1,f 0,18 1,4 0,18 0,7 3,5 0,25N / mm 1,4 1,25 f y τ τ τ = = ⋅ ⋅ = = ⋅     Correctie  formules:   2Ed cp cc min 2 2 cvd ctd,pl cp ctd,pl 0,9 0,315N / mm 1,10N/mm N N A h f f f σ σ = = = = + =       Nieuwe  formules  onder  tussenkop  ‘Pons:’   ( ) eqk,3 1,f f,d f t 2 1,f 0,18 1,4 0,18 0,7 3,5 0,25N / mm 1,4 1,25 f y τ τ τ = = ⋅ ⋅ = = ⋅     Correctie  formules:   2Ed cp cc min 2 2 cvd ctd,pl cp ctd,pl 0,9 0,315N / mm 1,10N/mm N N A h f f f σ σ = = = = + =   VRd,c+f = kr · (vmin + τ1,f ) · dmin · u1 = 1974 kN zijde kan het drukbogensysteem alleen uitkomst bieden mits wordt gerekend met normaaldrukkracht uit membraanwer- king. Voor het rekenvoorbeeld is deze bijdrage conform CA77:2014 zeer klein omdat membraandrukkracht voor diepe bouwkuipen moet worden gereduceerd met de factor αrN . Pons Pons wordt geïnitieerd door buiging. Dit bezwijkmechanisme is uitvoerig toegelicht in het artikel in Cement 2013/3 [1]. Staal- vezelbeton vertoont, wanneer deze puntvormig wordt belast of ondersteund, buigtaai gedrag (zie B-III in figuur 2 in [1]). De ponscapaciteit wordt hierdoor verhoogd. Voor het rekenvoorbeeld wordt de schotelverbinding doorgere- kend. Een diepteligging van de schotelverankering van 200 mm resulteert in een rekenhoogte van de ponskegel dmin van 500 mm (fig. 6). Met een schoteldiameter 350 mm volgt op basis van EC2: 8 9a 9b
  • 6. Rekenen aan onderwaterbeton met vezels 2 2014 57 0,00 0,50 1,00 1,50 2,00 2,50 toets A toets B1 toets B2 toets B3 toets C dwarskrachtbuiging verbinding trekpalen toets D1.b C25/30: CA77:2001 C25/30: CA77:2014 SVB 10 Overzicht unity checks voor rekenvoorbeeld (belasting/capaciteit) rekenregels vanuit CA77:2001 is de betondrukspanning onder de schotels/nokken niet maatgevend boven pons. Dwarskracht Toetsing op dwarskracht in CA77:2014 is gebaseerd op EC2. Voor ongewapende en lichtgewapende constructies gelden artikel 6.2 (afschuifbuigbreuk) en hoofdstuk 12 (afschuiftrek- breuk) uit EC2. Voor het rekenvoorbeeld met C25/30 volgt voor een ongescheurde doorsnede met hoofdtrekspanning < fctd,pl :     Nieuwe  formules  onder  tussenkop  ‘Pons:’   ( ) eqk,3 1,f f,d f t 2 1,f 0,18 1,4 0,18 0,7 3,5 0,25N / mm 1,4 1,25 f y τ τ τ = = ⋅ ⋅ = = ⋅     Correctie  formules:   2Ed cp cc min 2 2 cvd ctd,pl cp ctd,pl 0,9 0,315N / mm 1,10N/mm N N A h f f f σ σ = = = = + =       Nieuwe  formules  onder  tussenkop  ‘Pons:’   ( ) eqk,3 1,f f,d f t 2 1,f 0,18 1,4 0,18 0,7 3,5 0,25N / mm 1,4 1,25 f y τ τ τ = = ⋅ ⋅ = = ⋅     Correctie  formules:   2Ed cp cc min 2 2 cvd ctd,pl cp ctd,pl 0,9 0,315N / mm 1,10N/mm N N A h f f f σ σ = = = = + =       Nieuwe  formules  onder  tussenkop  ‘Pons:’   ( ) eqk,3 1,f f,d f t 2 1,f 0,18 1,4 0,18 0,7 3,5 0,25N / mm 1,4 1,25 f y τ τ τ = = ⋅ ⋅ = = ⋅     Correctie  formules:   2Ed cp cc min 2 2 cvd ctd,pl cp ctd,pl 0,9 0,315N / mm 1,10N/mm N N A h f f f σ σ = = = = + =       Nieuwe  formules  onder  tussenkop  ‘Pons:’   ( ) eqk,3 1,f f,d f t 2 1,f 0,18 1,4 0,18 0,7 3,5 0,25N / mm 1,4 1,25 f y τ τ τ = = ⋅ ⋅ = = ⋅     Correctie  formules:   2Ed cp cc min 2 2 cvd ctd,pl cp ctd,pl 0,9 0,315N / mm 1,10N/mm N N A h f f f σ σ = = = = + =   VRd,c = fcvd · hmin = 868 kN/m1 Vanwege bros bezwijkgedrag van ongewapende constructies moet conform hoofdstuk 12 van EC2 worden gerekend met een factor k van 1,5 op de optredende dwarskracht. Voor SVB wordt ook zonder toepassing van wapeningsstaven de verhoging van de maximaal opneembare schuifspanning (fcvd = τ1 ) met τ1,f volgens CA111 voldoende veilig geacht voor onderwaterbetonvloeren. Uit CA111 volgt: τ1,f = kh ∙ τf,d waarin: kh = 1,6 − h ≥ 1 τf,d is gelijk aan de waarde voor pons. Voor onderwaterbeton- vloeren met hmin > 600 mm geldt per definitie kh = 1,0. Dit resulteert voor het rekenvoorbeeld SVB in: τ1,f = 1,0 · 0,25 = 0,25 N/mm2 τu = τ1 +τ1,f = 1,10 + 0,25 = 1,35 N/mm2 VRd,c+f = τu · hmin = 1061 kN/m1 Bij een berekening op basis van een gereduceerde elasticiteits- modulus wordt, ook met staalvezels, aanbevolen de waarde voor de factor k voor dwarskracht op 1,5 te handhaven. Toet- sing van de dwarskracht is niet kritisch voor het rekenvoor- beeld. Vergelijking rekenregels In tabel 2 is een vergelijking gemaakt van de doorsnedecapaci- teiten van onderwaterbeton zonder en met staalvezels op basis van voorgaande berekeningen. In figuur 10 zijn ter vergelijking de resulterende unity checks weergegeven voor de diverse toet- MC2010 biedt de mogelijkheid zowel ongewapende als vezelge- wapende constructies te beoordelen. Bovendien is de ponsca- paciteit in MC2010 een functie van de rotatie/buiging in het ponsgebied. Hierdoor wordt het werkelijke bezwijkmecha- nisme beter gemodelleerd, omdat een ongescheurde doorsnede namelijk meer ponscapaciteit heeft dan een sterk geroteerde doorsnede. Dit principe wordt bevestigd door het ponsonder- zoek uitgevoerd aan de TU Delft. Berekeningen volgens MC2010 zijn niet gepresenteerd, maar voor het rekenvoorbeeld volgt dat een halvering van de lokale rotatie in de UGT resul- teert in een verhoging van de ponscapaciteit met circa 50%. Indien aanvullend de verhoging met VRd,f in rekening wordt gebracht, neemt de ponscapaciteit toe met meer dan 100%. De ‘full scale’ bezwijkproeven aan de TU Delft [3] geven echter ook aan dat, specifiek voor het toepassingsgebied van onderwa- terbetonvloeren, de ponscapaciteit voor relatief dikke ongewa- pende vloeren met een schotelverbinding te gunstig wordt bena- derd door EC2. In hoeverre de waarde voor VRd,f hierdoor wordt beïnvloed is vooralsnog in onvoldoende mate bekend. Veilig- heidshalve wordt door de auteur aanbevolen om, naast handha- ving van kr en de aanvullende belastingfactor van 1,25 voor bros bezwijken, de waarde van τ1,f te begrenzen op 50%. Dit geeft: VRd,f = kr · (vmin + 0,5 τ1,f ) · dmin · u1 = 1571 kN Pons is voor het rekenvoorbeeld enigszins kritisch voor C25/30; SVB voldoet met enige marge. De nokverbinding met Tubexpalen is minder kritisch omdat hiervoor de factor kr niet in rekening hoeft te worden gebracht. In tegenstelling tot de Tabel 2  Overzichtstabel capaciteit rekenvoorbeeld zonder en met staalvezels (UGT) C25/30 SVB momentcapaciteit MRd 131 kNm/m1 380 kNm/m1 elasticiteitsmodulus E 29 000 MPa 4664 MPa ponscapaciteit VRd,c(+f) EC2: 1347 kN CA77: 1168 kN CA77+CA111: 1974 kN Veilig: 1571 kN dwarskrachtcapaciteit VRd,c(+f) 868 kN/m1 1061 kN/m1 10
  • 7. thema Rekenen aan onderwaterbeton met vezels2 201458 11 BIM-model Groninger Forum economisch ontwerp. Met de publicatie van CA77:2014 kan voor dergelijke complexe bouwputten een ongewapende vloer ook technisch en economisch haalbaar zijn. Het na-scheurgedrag heeft in het ontwerp een significant effect op de toetsing van momentcapaciteit, pons en dwarskracht. Van groot belang is dat staalvezels ook de robuustheid vergro- ten met betrekking tot waterdichtheid en belastingswisselingen in de bouwkuipfase. Paalmisstanden en belastingen uit bouw- kranen in de uitvoering zijn hierdoor minder kritisch. Boven- dien is het risico op lekkages en watervoerende krimpscheuren geminimaliseerd en is het mogelijk gemaakt om hybride gewa- pende poerconstructies te integreren. Met betrekking tot laatst- genoemde aspecten heeft staalvezelbeton zijn meerwaarde aangetoond voor Groninger Forum. ☒ ● Literatuur 1 Arkesteijn, R., Menting, M., Staalvezelversterkt onderwaterbeton. Cement 2013/3. 2 CEB-FIB Model Code 2010 – 2013 ISBN 978-3-433-03061-5. 3 Braam, R., Veen, C., van der, Boer, A., de, Trekelementen in onderwaterbetonvloeren. Cement 2013/3. 4 Arkesteijn, R., Dimensionering van onderwaterbetonvloeren. Afstudeerrapport, maart 2012. 5 Hagenaars, P., Galjaard, J., Veen, C., van der, Herziening CUR- Aanbeveling 77 (1). Cement 2013/3. ● Projectgegevens opdrachtgever  Gemeente Groningen architect  NL Architects projectmanagement  Twynstra Gudde bouwkunde  ABT constructie  ABT civiele techniek  ABT installaties  Huisman & Van Muijen bouwfysica  DGMR hoofdaannemer  BAM Utiliteitsbouw directievoering  ABT onderaannemer civiel  BAM Speciale Projecten singen. Noot dat toets B2 en/of B3 alleen voldoen voor het rekenvoorbeeld; voor het ronde deel (met normaaldrukkracht kleiner dan 200 kN/m1 ) is dit niet het geval. Voor Groninger Forum zou een ontwerp van een ongewapende onderwaterbetonvloer conform CA77:2001 praktisch niet moge- lijk zijn als de normaaldrukkracht wordt verwaarloosd in de ronde zijde. Voor een gehalveerde normaaldrukkracht volgt een vloerdikte van minimaal 1500 mm [4]; indien de oude water- dichtheidstoets (BGT) buiten beschouwing wordt gelaten zou een vloerdikte van minimaal 1200 mm nodig zijn. Boogwerking is kritisch waardoor de afstand tussen trekelementen niet groter mag zijn dan 2,7 m; dit resulteert in meer palen. Bovendien zou een kostbare en uitvoeringsgevoelige tandverbinding benodigd zijn om de verbinding met de diepwand te garanderen. Op basis van de rekenregels in de herziene CA77:2014 wordt een traditionele ongewapende onderwaterbetonvloer econo- misch haalbaar geacht voor het rekenvoorbeeld. Pons is kritisch waardoor voor een ongewapende vloer een dikte van minimaal 1000 mm nodig is; voor het ronde deel circa 1100 mm. Het ontwerp met staalvezelbeton heeft geleid tot een geoptima- liseerde vloerdikte en een efficiënt palenplan. Met een dikte van 1000 mm is de onderwaterbetonvloer te beschouwen als robuust. Met lokale aanpassing van het palenplan of door te rekenen met membraanwerking wordt een uniforme vloerdikte van circa 900 mm mogelijk geacht. Conclusie Het rekenen aan staalvezelversterkt onderwaterbeton is geen ´rocket-science´. Het vraagt wel kennis en bundeling van diverse rekenregels. CA77, CA111 en voorliggend artikel vormen gezamenlijk een goede leidraad voor een voorlopig ontwerp. De keuze voor een staalvezelversterkte onderwaterbeton voor Groninger Forum heeft indertijd geleid tot een maakbaar en 11 Meer informatie Bij het artikel op www.cementonline.nl staat een link naar een video­over de stort van het SVOWB van het Groninger Forum. Meer weten over dit onderwerp? Lees dan ook het artikel‘Staalvezelversterkt onderwaterbeton’. Dit artikel is te raadplegen opCementonline.