Your SlideShare is downloading. ×
  • Like
Speling interview marieke brouwer
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Now you can save presentations on your phone or tablet

Available for both IPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Speling interview marieke brouwer

  • 831 views
Published

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
831
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
5
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. De taal over het Geheim is geheimtaal geworden – een gesprekover geloofstaal met predikante Marieke BrouwerLIA VERGOUWENMarieke Brouwer is sinds 1991 als predikante verbonden aan het Huis op het Spui,Centrum voor Spiritualiteit van de Evangelisch-Lutherse Gemeente Amsterdam. In hethart van de grote stad heeft ze de verre van eenvoudige opdracht een brug te slaan naarrand- en onkerkelijken, een opdracht die haar gezien haar eigen geloofsontwikkelingechter op het lijf geschreven lijkt. Met het christelijk geloof als uitgangspunt staatMarieke open voor andere levensbeschouwingen en tradities: ‘Spiritualiteit beperkt zichniet tot christelijke taal; er is buiten de kerk een enorm veld aan spiritualiteit en daarmoet je als pastor nieuwsgierig naar zijn en je toe verhouden.’ Onder haar kerkgangersbevinden zich naast gewone Lutheranen dan ook vele zogeheten ‘nieuwe spirituelen’:mensen die zich bijvoorbeeld grondig verdiepen in het boeddhisme, of die zichbezighouden met reïncarnatie, aura’s, yoga of mindfulness. Mensen die wel geraakt engeïntrigeerd worden door het andere, onzegbare van God, maar voor wie veelal de oudegeloofstaal ontoegankelijk en betekenisloos is geworden. Daarom is Marieke op zoek gegaan naar nieuwe taal om over God en Gods liefde tespreken. Over dit onderzoek gaat ons gesprek. Maar omdat Mariekes eigen lotgevallenmet het geloof model kunnen staan voor die van vele pastoranten en haar mede tot ditonderzoek inspireerden, is het eerste deel van ons gesprek daaraan gewijd.Persoonlijke ontwikkeling in geloof en spiritualiteitMarieke groeide op in een religieus gezin in Veenendaal: ‘Het geloof was belangrijk,het leefde bij ons … God was de aanwezige. En ik stelde daar nauwelijks vragen bij.’Ze ging met plezier naar de kerk en was heel geïnteresseerd in alles wat over geloofging. Tijdens langdurige ziekteperiodes las ze ook zelf veel in de bijbel. Allengs groeidehaar verlangen om theologie te gaan studeren aan de VU. De overgang van haar redelijk beschermde milieu naar de bruisende hoofdstad wasfors, de confrontatie met de theologiestudie desastreus voor haar naïeve en onbevraagdegeloof. ‘In anderhalf jaar tijd waren alle gelovige poten onder mijn stoel weggezaagd.’Kritische vragen tastten niet alleen het vanzelfsprekende gezag van de bijbel aan maarook alle geloofsbegrippen, die ze vrijwel letterlijk had opgevat: ‘Ik wist gewoon echtniet meer waar we het over hebben als het gaat over verlossing en heil, over zonde enverzoening. Al die woorden werden ineens helemaal leeg.’ Toen op een dag ook nogiemand zei dat de hemel niet bestond, brak de hel los: ‘Want waar blíjf je dan? … Het 1
  • 2. was een pijnlijke en onthutsende ervaring om binnen no time van mijn geloof af te zijn.’Het bevreemdde Marieke dat God tegelijkertijd als een vanzelfsprekende werkelijkheidwerd aangenomen: ‘Ik had geen idee waar het over ging. Er werd ook op zo’n manierover God gesproken dat ik dacht: het lijkt wel alsof ze het over de buurman hebben.’ Ze was niet alleen boos toen het oude geloofshouvast verdween, maar voelde zichzelfs verraden: ‘Ik heb het al die tijd met luchtspiegelingen gedaan, ik ben eindeloosvoor de gek gehouden.’ Jarenlang werd Marieke buitenkerkelijk en hield ze haar studieslechts met de moed der wanhoop vol. Tot een ‘reddende engel’, in de gedaante vansupervisor Otto Stange, haar aanraadde om godsdienstpsychologie te gaan studeren inNijmegen, waar destijds mensen doceerden als Willem Berger, Jan van der Lans, enArnold Uleyn. ‘Toen gíng het ineens weer ergens over, namelijk over de ervaringen vanmensen met God – en dat begreep ik. Daar las ik The Varieties of religious experiencevan William James. Daar hoorde ik dat Freud mogelijk toch van alles had beleefd aanMozes. (…) Daar ging het over de ziel van mensen, en over mijn eigen ziel, overervaringen die ik herken.’ Zo bood de godsdienstpsychologie haar een nieuw houvast.Westerkerk en Oude Lutherse kerkVanuit Nijmegen voert haar weg haar terug naar de hoofdstad, wanneer hoogleraargodsdienstpsychologie Willem Berger, bij wie ze met haar ziel onder de arm haartoevlucht had gezocht, haar aanraadt om toch maar ‘gewoon dominee te worden’. Haarspontane uitroep ‘Dat nooit!’ is de opmaat tot een vierjarig vicariaat naast Nico terLinden. In de Westerkerk raakt ze niet alleen doorkneed in het ambt maar komt zetevens in aanraking met de dieptepsychologische benadering van Eugen Drewermann:‘Toen had ik een sleutel in handen voor het begrijpen van de bijbelverhalen en kwamende begrippen uit de traditionele geloofstaal weer tot leven. Ik begreep bijvoorbeeldsteeds beter, dat het spreken over God symbooltaal is, dat God zich aan onze begrippenen aan onze woorden onttrekt. Terwijl het voor mij zo ingewikkeld geworden was dat inde theologiestudie over God werd gesproken als: “Hij wil, Hij vindt …” en ik dacht:“Hij? Hoezo Hij?” Maar niemand had mij nog uitgelegd dat je dat als symbooltaal zoukunnen zien – taal om toch maar iets te kunnen zeggen over wat in feite niet onderwoorden te brengen valt. En begrippen als zonde, verlossing, ik had dat altijd vrijmoreel opgevat als: je doet dingen fout en daar moet je vergeving voor krijgen. Maarzonde lijkt me in de Schrift veel meer te betekenen, dat je niet tot je recht komt, dat jevastzit in destructieve neurotische patronen, die je belemmeren om voluit te leven …Daar bood de dieptepsychologische insteek van Drewermann zowel inzicht als handvat:wij zitten gevangen in zoveel bindingen – er is zoveel dat ons belet om een heel encompleet mens te zijn … En heil gaat dan over heelheid, bevrijd worden uit destructievepatronen waarin je verstrikt zit vanwege je opvoeding, je jeugd of latere gebeurtenissen.Zo kregen woorden als zonde en verlossing een nieuwe kleur.’ ‘En om nog even op het woord God terug te komen … Ik weet nog steeds bijna nietwat ik zeg als ik dat woord laat vallen, maar toen ik in allerlei boeken God omschreven 2
  • 3. zag als “mysterie”, “grond van ons bestaan”, “datgene waar we uit voortkomen enmogelijkerwijs ook weer naar toegaan” was dat een andere manier van praten over Goddan ik in mijn theologiestudie had meegekregen. Dát begreep ik, dat mysterie ... en dattegelijkertijd iets in ons hart daaraan raakt en deel heeft.’ Dit bood haar nieuwe inspiratie: ‘Want dat gevoel voor mysterie, voorverwondering, heb ik al sinds mijn prilste jaren. En dat is me nooit ontvallen, ook in detheologiestudie niet. En die verwondering kreeg daar een plek in, in dat gevoel voormysterie. Dat werd een andere invulling – God begon opnieuw werkelijkheid te worden,opnieuw een Aanwezigheid, maar dan in de zin van de tweede naïviteit.’ Maar ook het contact met andere tradities bleek belangrijk. Zo maakte Marieke viaHan de Wit kennis met de contemplatieve psychologie, maar las ze ook de bestsellersvan de New Age literatuur, zoals de Celestijnse Belofte, Een ongewoon gesprek metGod en The Course of Miracles. ‘Ik vond het niet alleen heel interessant maar veel vandie boeken ráákten me ook echt, omdat het opnieuw ging over ervaringen van mensen.Maar dan zo toegankelijk verwoord en zo dichtbij, dat ik dacht: als het dáárover gaat –daar ben ik wel voor in.’ Daarnaast raakte ze via yoga vertrouwd met het boeddhismeen het hindoeïsme: ‘Het gaat uiteindelijk over dezelfde menselijk ervaringen, alleen detaal en de cultuur zijn anders. En dat werd een constante, dat gevoel van … niet dat alleshetzelfde is, en dat het allemaal op hetzelfde neerkomt, maar dat het au fond overdezelfde ervaringen gaat.’ Door deze verdieping in de dieptepsychologie en in anderetradities begon voor Marieke ook haar eigen traditie weer betekenisvol te worden.Huis op het Spui – Centrum voor SpiritualiteitNu besloot ze de sprong in het diepe te wagen en een beroep aan te nemen als predikantvan het toenmalige Luthers Pastorale Centrum op het Spui. Hoe kun je als grotestadskerk iets betekenen voor ‘zwevende kiezers’, mensen die op zoek zijn ergenstussen geloof en ongeloof? Het Pastorale Centrum probeerde het aanvankelijk met eenaanbod van gespecialiseerd therapeutisch pastoraat, waarin Marieke zich viaaanvullende opleidingen verder bekwaamde. Het Centrum moest als het ware hetmidden houden tussen een kerkelijke gemeente en de toenmalige Riagg. Men dacht eengat in de markt te ontdekken door niet alleen oog te hebben voor psychische klachtenmaar ook voor de zingevingsdimensie daarvan. Maar hoe bevredigend het werkaanvankelijk ook was, de belangstelling bleef toch achter bij de verwachtingen.Geleidelijk kreeg Marieke het gevoel in haar werk, maar ook persoonlijk, op dood spoorte raken. Zowel de pastoraal-therapeutische benadering als de dieptepsychologie werdhaar te beperkt. ‘Ik dacht: nou zit ik hier op het Spui en ik ben geen psycholoog; ik benook geen echte dominee: wat ben ik nou helemaal?’ Een burnout bleek een cruciaalomslagpunt; een heroriëntatie volgde. ‘En langzamerhand begreep ik dat aandacht voorspiritualiteit – toen nog een “nieuw” woord – voor mij eigenlijk veel wezenlijker begonte worden. Spiritualiteit betekent voor mij alles wat de wederkerige verhouding tussenjou en God/het goddelijke betreft. En ik zag die belangstelling niet alleen bij mezelf, 3
  • 4. maar bij mensen überhaupt.’ Het nieuwe aanbod aan groepswerk met spiritueleonderwerpen als het lezen van New Age-bestsellers, poëzie, films, geleide meditatie etcetera bleek een schot in de roos. Het vroegere pastorale centrum kreeg ook een nieuwenaam: Huis op het Spui – Centrum voor spiritualiteit. Toch bleef Marieke zelf aarzelend: ‘Het was gek genoeg toch nog te cerebraal, teweinig iets van het hart.’ Ook was ze het zicht kwijt op haar eigen voedingsbronnen:‘Waar gaat het nou ten diepste om? Waar moet ik het van hebben als ik mezelfpredikant noem? Dus eigenlijk toch gewoon weer de eigen ervaring, maar dan op eendieper niveau.’ Op het spoor gezet door Oorspronkelijk bestaan van Andriessen1,besloot ze een opleiding geestelijke begeleiding te gaan volgen. Het werd uiteindelijk deopleiding Hydepark/Titus Brandsma Instituut, hoewel ‘de echte geloofstaal’ in de folderhaar bijna had weerhouden: ‘Heilige geest, omvorming … al mijn oude stekels gingenweer recht overeind staan.’ Maar toen haar uitgesproken huiver in een toelatingsgesprekeerder een pre bleek dan een belemmering, hakte ze de knoop door.Opleiding geestelijke begeleidingDe opleiding bleek een eye opener. ‘Voor het eerst in al die jaren ging het over waar iknaar zocht, namelijk over God … en dat op het diepste niveau denkbaar.’ Mystieketeksten boden nieuwe grond, het uitwisselen van religieuze autobiografieën was eenintens en bijzonder gebeuren: ‘Je werd gewoon helemaal opengebroken ... het was zo’nervaring van overrompeld worden en overgave. De wijze waarop we leerden beseffenhoe God met ons aan de gang ging, was zo ontzettend wezenlijk. Opnieuw ging het overervaring maar nu in relatie tot God – en dat niet als bijzaak maar als hoofdzaak.’ Maar ondanks de grote betekenis van deze opleiding bleef Marieke ‘soms stuiten opde geloofstaal en de oude vormen’. Het opnieuw kunnen verstaan en spreken van dechristelijke taal nam toch niet haar gevoel weg dat het ‘een te krappe jas geworden was’.‘Het christelijke taalgebied kan zo’n sluitend iets suggereren en voor mij is dat tebeperkt. Er kan over God nog op zoveel andere manieren gesproken worden, wist ikinmiddels, en zoveel aansprekender soms naar mijn smaak.’ Zo groeide er een dubbeleloyaliteit, vanwege haar ervaring dat de geloofstaal van de geestelijke begeleiding ‘eenvolstrekt binnencirkelgebeuren geworden was, waarmee ik bij de eerste de besteAmsterdammer echt niet hoefde aan te komen, omdat het volkomen geheimtaal is’. De grote vraag werd voor haar dan ook, hoe ze toch over God kon spreken ‘zonderin die geheimtaal te vervallen’. En zonder terug te vallen op christelijke woorden ‘waarzovelen tegenaan lopen omdat die te beladen, te ingewikkeld, te nietszeggend zijngeworden en te vervreemdend werken. Taal waar ze geen toegang meer toe hebben’.Als voorbeeld noemt Marieke uit psalm 58 de regel O God verbrijzel de tanden in hunmond. ‘Ervaar ik daar iets bij? Ja: walging en afschuw. Ik wil er niets mee te makenhebben.’ Maar ook ontdekte ze in de opleiding een ‘prachtig lied dat gaat over God alsmijn dierbaar kleinood. En ik snap dat heel goed en kan het ook zingen met heel mijnhart, maar intussen dacht ik: dit kan ik zelfs in mijn eigen kerk niet meer laten zingen … 4
  • 5. die taal is zo hermetisch. (…) Je moet over God kunnen praten in gewone huis- tuin-en-keukentaal. Zoeken naar andere woorden om het over dezelfde ervaringen te hebben,maar die mensen wél begrijpen. Taal die niet afschrikt. Zoals Walsch dat doet in Eenongewoon gesprek met God2: dat is toegankelijke taal, ervaringstaal die miljoenenaanspreekt. Terwijl theologische taal veel meer gekoppeld zit aan die christelijkebegrippen van ellende, verlossing, dankbaarheid en verzoening. Zonder dat daar veelervaring doorheen schemert.’ Zulke toegankelijke en voor de kerk onorthodoxe taal vond Marieke al eerder in depoëzie ‘die net als film veelal gaat over spirituele aangelegenheden zonder die alszodanig te betitelen’. Het werken daarmee stimuleerde haar verlangen onderzoek tedoen naar nieuwe of onbelaste taal voor God, die niet vervalt in geheimtaal vooringewijden – in het volle besef dat ook ingewijden er vaak geen raad meer mee weten.Onderzoek naar nieuwe geloofstaalHet onderzoek, beschreven in Talen naar God3, heeft als uitgangsvraag: Welke taal gebruiken mensen die niet (meer) de christelijke achtergrond hebben, die niet vertrouwd zijn met de geloofstaal, om hun ervaringen met het Geheim dat we God noemen aan te duiden? Kan ik die taal herkennen, verstaan, hanteren als geestelijk begeleider om mensen dichter bij het Geheim te brengen, het geheim van hun leven, hun ziel, hun oorsprong en hun bestemming?Marieke interviewde onder meer Miek Pot en Lisette ’t Hooft, die zich bewegen op hetsnijvlak van traditionele en nieuwe spiritualiteit. Daarnaast analyseerde ze in hettijdschrift Happinez (2009, 2010) interviews met de hedendaagse goeroes Wayne Dyer4en Brandon Bays5 op de vraag, hoe hier over God en Gods liefde wordt gesproken. Dekeuze viel op hen omdat hun boeken in miljoenenoplagen over de hele wereldverkopen.OnderzoeksresultatenDe nieuwe taal voor God en de liefde van God is, zo blijkt uit de interviews: • veelal onpersoonlijk en abstract: ‘natuurlijk Licht’, ‘organiserend principe’, ‘universum’, ‘kracht’, ‘voelbare aanwezigheid’ • vaak verbonden met de kosmos, schepping en natuur: ‘Bron van alles’, ‘scheppende kracht’, ‘lieflijke energie’ • tegelijkertijd te vinden in de ziel van de mens: ‘eigen essentie’, ‘stilte in jezelf’, ‘innerlijke natuur’, ‘boeddhanatuur’, ‘diepste zelf’ • niet zelden afkomstig uit het dagelijks taalgebruik; gewone, neutrale woorden zonder ballast uit het verleden: ‘een kwaliteit die bepaalt dat een appelboom eruit ziet als een appelboom en jij als jij’ 5
  • 6. • verfrissend en leuk: ‘dat wat de vogels doet vliegen en je haar doet groeien’Wat Marieke vooral treft in de bewoordingen waarin vertegenwoordigers van de nieuwespiritualiteit spreken over God en de liefde van God is de vrijheid, het poëtische en hetfantasierijke ervan. Ze ervaart deze taal als fris en eenvoudig, origineel en aansprekend.Meerdere bewoordingen overlappen overigens met het christelijke taalveld. ‘In denieuwe spiritualiteit wordt vaak impliciet aangeknoopt bij God als het scheppende, deschepper. De nieuwe taal verbindt God met de raadsels van het universum en demoderne wetenschappen. Onze ervaarbare wereld en God blijven hier heel dicht bijelkaar. Voor moderne mensen is dat heel belangrijk, want die zoeken naar eenverbinding met dergelijke theorieën.’ Opvallende overeenkomsten tussen oude en nieuwe taal zijn te vinden bij WayneDyer die zich sterk voelt aangesproken door de eeuwenoude Tao: De Tao betekent inharmonie zijn met de Bron en luisteren naar je innerlijke natuur die in contact staat metde Bron. ‘Dat is toch een prachtige omschrijving hoe je tegelijkertijd met het goddelijkebuiten je in contact kunt zijn en van je innerlijke natuur die in contact staat met God? Ofneem deze uitspraak: Oude gewoontes verdwijnen veel sneller uit je leven als je niet jerelatie met de geliefde, je ouders, je vrienden of andere belangrijke personen als hetbelangrijkste ziet, maar jouw relatie met de Bron. Daar zegt hij dus eigenlijk wat hetOude Testament zegt: je zult God liefhebben met je hele hart et cetera. God eerst: dat ishet belangrijkste in het leven. Ik vind het bijzonder dat je door de nieuwe taal de oudetaal heen ziet: Zoekt eerst het koninkrijk der hemelen en de rest zal je gegeven worden.’ ‘Dyer zegt ook: Plaats jouw relatie met die energie boven alle andere in je leven enraadpleeg die Bron voordat je anderen om raad vraagt. Dus: Bid eerst, ga eerst bijjezelf in je binnenkamer te rade. En: Trek je terug in stilte, luister, dan zul je leidingvinden. Geestelijke begeleiding gaat over die leiding van het goddelijke.’ ‘Je ziet bij Dyer ook prachtige bewoordingen van wat in de traditie heet de wil vanGod doen: Je hoeft niets te doen met je wilskracht. Laat in plaats daarvan de volmaakteenergie, de onuitputtelijke bron, door jou heen werken. Dat is de omvorming in liefde.’Op de vraag of dit dan wel niéuwe taal is of meer een vertaling van oude, zegt Marieke:‘Het is nieuwe taal voor wat altijd en overal als waar en waarachtig is beschouwd.’ Maar bij élke taal voor God, of die nu oud is of nieuw, maakt ze het voorbehoud‘om niet geheel te hoeven zwijgen’. ‘Al ons spreken over God is bij benadering,voorlopig en gebrekkig.’ Schatplichtig aan Maas6 en Waaijman7 benoemt Marieke Godals de Onuitsprekelijke en niet uit te spreken realiteit: het woord God zou een lege plekopen moeten houden voor dat wat aan onze beheersing ontsnapt. Marieke onderschrijftook van harte het pleidooi van Waaijman om het woord God als ‘meest inclusief’ vooralniet weg te gooien. ‘Hoe belast en beladen het inmiddels ook is, het woord God is weldie tweeduizend jaar doorgegaan. En het omvat het hele conglomeraat aan betekenissen.Maar voor een hele bevolkingsgroep moet je vooralsnog even omzien naar andere taal.’Geloofstaal in de pastorale praktijk 6
  • 7. Zulke nieuwe taal voor God lijkt opmerkelijk genoeg vooral belangrijk voor de ouderegeneratie. ‘Bij jongeren kun je juist weer onbekommerd over God praten omdat datvoor hen nieuw en onbeladen is, omdat ze volstrekt blanco zijn.’ Voor mensen vanboven de vijftig blijkt het woord God dikwijls wél belast en beladen. Marieke ziet alspastor meerdere oorzaken voor het problematische van geloofstaal. ‘Allereerst kunnen iemands jeugd, opvoeding en latere gebeurtenissen een woordals God de Vader beladen maken. Dat kan veel akelige associaties oproepen – nietiedereen heeft een leuke vader gehad; het kan ook een afwezige of incestueuze vaderzijn geweest’. (…) ‘Daarnaast is er het misverstand waardoor mensen niet goed over deletterlijkheid van het geloof en de schrift heenkomen. De weerstand zit vaak in de sfeervan het “persoonlijke praten” over God – als een vader of verlosser, een koning of eenrechter. Want dat kunnen mensen allang niet meer letterlijk geloven.’ Maar de ‘draaimaken naar symbooltaal’ is vaak ontzettend lastig, weet Marieke ook uit eigen ervaring.‘Het zit diep, het zit immers in je merg, en het is zelfs de vraag of je er ooit helemaalvan loskomt. (…) Als bijvoorbeeld Jezus niet “echt” de zoon van God is, dan stort jehele geloof in. Want als dat niet letterlijk zo is, wat dan wel? Wat blijft er dan nogovereind? En de woede van: waarom is me dat niet eerder verteld? Dat levert bijmensen enorme weerstanden op om weer toegang te krijgen tot hun ervaringen. Wantdie hébben ze intussen wel, maar ze kunnen die niet relateren aan het christelijke geloof.Het zijn twee verschillende werelden en om die ervaringen weer in contact te brengenmet hun vroegere geloof moet er eerst een heleboel lucht komen in dat oude geloof envrijheid om een beetje te spelen met die symbooltaal.’ ‘Daarnaast moet je ook het veilige oude nest verlaten omdat onze vroegegodsbeelden en -ervaringen zo verweven zijn met onze eigen vader- enmoederervaringen. Dat vraagt heel veel van mensen, en je bent daar altijd heelambivalent in omdat het toch een deel van je identiteit is. Echt alles loslaten en jehelemaal onbevangen met God bezighouden, dat zijn enorme operaties in eenmensenziel.’ Hierbij speelt ook de ‘als onbegrijpelijk ervaren dogmatiek’ mensendikwijls parten, net zoals indertijd bij Marieke zelf. ‘God als een persoon van wie wedingen moeten, die van alles wil en doet. Die ook nog jaloers is, naijverig, toornig enwreed … dat levert zulke brokstukken op, als je dat letterlijk opvat … Ik denk dat veelmensen met een dergelijk God geleefd hebben, een God van hemel en hel enverdoemenis, die je in de smiezen houdt. Dat heeft veel kwaad berokkend. Die taal isonlosmakelijk verbonden met de theologie erachter. En misschien moeten we eersthelemaal afstand nemen van die persoonlijke taal voordat we daar mogelijk weer opkunnen terugvallen. En de nieuwe taal is vaak “onpersoonlijk” en ook wel “abstract”:het goddelijke, licht, bron ... In ieder geval niet een persoon die iets wil ofverordonneert. Hoewel ook deze taal veel vragen oproept, denk ik toch dat sommigeauteurs mensen op een nieuw spoor kunnen zetten. Ik ken mensen voor wie Walsch’boek als een nieuwe bijbel geldt met nieuwe inzichten, in een taal die ze wél begrijpen.’ 7
  • 8. Met de weerstand, onmacht en verlegenheid rond de oude geloofstaal probeertMarieke als volgt om te gaan: ‘In gesprekken betekent het gewoon ook heel goedluisteren, want de ander levert meestal de taal. In wat mensen zeggen moet je peurennaar de dieptelaag als het gaat over God en het goddelijke … en dat kan op velemanieren gezegd worden. Niet iedereen heeft van die overweldigende mystieke entransformerende ervaringen, maar ervaringen kunnen op allerlei terreinen liggen: als jeeen kind krijgt, of een bergwandeling maakt: het zijn bijna clichés … En daar licht ikdan de verwondering en het wonder uit, of hoe de werkelijkheid openbreekt. De genadevan zulke momenten ... als een klein juweeltje. En soms laat ik dan het woord Godvallen.’ Ook in haar preken probeert ze dichtbij huis te blijven, gewone taal te gebruiken:‘Geen dogmatische taal, niet te ingewikkeld, vooral ook niet te cerebraal. Niet teveelnadruk op exegese en allerlei verstandelijke redeneringen.’ Het liefst wil Marieke zopreken ‘dat mensen in een bijna vliedende stroom worden meegenomen, waarin ze huneigen leven en ervaringen kunnen terugvinden, niet op een rationele manier maar veelmeer op gevoelsniveau’. ‘Uit de Ignatiaanse traditie heb ik overgenomen dat je eenevangelieverhaal een beetje moet “schilderen”, bijvoorbeeld als Jezus op die berg zitmet zijn leerlingen en de Bergrede gaat houden. Ik probeer dat zo te verwoorden datmensen in hun verbeelding God of Jezus daar ook zién, dat ze er als het ware bij zijn.Dat ze in een soort beeldende, ervaringsachtige laag van hun bewustzijn terechtkomen,waarin ze iets van het goddelijke beleven. (…) Dat heb je niet in je vingers en kun jeniet afdwingen, maar dat hóóp je: dat hun ervaring zich als het ware invoegt in diestroom. Dat je manier van preken evocatief is, iets oproept van het goddelijk mysterie,waardoor mensen hopelijk aangesproken en geraakt worden. En die taal is vaakpoëtisch, want dat helpt om iets van ervaring los te woelen.’KerstpreekEen voorbeeld bij uitstek van haar spelen met oude en nieuwe taal is voor Marieke deKerstnachtdienst op het Spui, jaarlijks bezocht door vele honderden onkerkelijken. ‘Ikhou de taal waarin het woord God valt zo herkenbaar en on-theologisch mogelijk. Jemoet iets vertellen over je eigen traditie in een taal die zo begrijpelijk is dat ook niet-ingevoerden het kunnen snappen.’ Daarom probeert Marieke juist in haar kerstpreekoude en nieuwe taal te verbinden, zodat ze elkaar als het ware op spanning brengen. Denieuwe taal maakt de oude taal vaak ruimer en kan tevens dienen als uitleg daarvan. Na een poëtische schildering van het kerstverhaal vervolgt de preek eerst‘traditioneel’: ‘Het is een wonderlijke nacht, een nacht als nooit tevoren, eenwonderlijke prachtige nacht van vrede. Een open hemel, engelen hier op aarde. Dehemel op aarde, zeg maar. Voor één nacht zijn hemel en aarde verenigd, zijn hemel enaarde één.’ Later volgt een passage die hiernaar terugverwijst in andere bewoordingen: ‘Vredeen eenheid, ze zijn te vinden. Er is een plek in onze ziel waar vrede en eenheid wonen, 8
  • 9. waar hemel en aarde, God en mens bij elkaar komen. (…) Daar zijn we heel, daar isvrede. In wat wij de werkelijkheid, de realiteit noemen, de dagelijkse realiteit met al z’nruis en herrie, ligt de werkelijke werkelijkheid, noem het God, het Absolute, de Ene, deBron, het universele bewustzijn. Die goddelijke werkelijkheid is het uiteindelijke doelvan alle religies, dat is de oerervaring die in alle religies te vinden is door alle eeuwenheen. De Ene wordt ervaren als licht, als liefde, als grenzeloze goedheid, compassie,maar eigenlijk schieten woorden tekort. Het is de overweldigende mystieke ervaringvan verbondenheid met alles en met alle levende wezens, van je opgenomen weten ineen eeuwig geheel.’ Marieke wil God hier bewust ook met andere woorden benoemen,afkomstig uit de nieuwe spiritualiteit, en tegelijkertijd aangeven dat woorden voor degoddelijke werkelijkheid tekortschieten. Aan het slot van de preek zegt ze: ‘Vrees niet als u van binnen zacht wordt (…), alshet verlangen naar vrede, naar vriendschap, naar verbondenheid en eenheid jeoverrompelt. Laat het gebeuren, laat het stromen, het is geen vals sentiment. Buig jeover de kribbe, geef je over, het is God die in ons zijn geschiedenis schrijft, het is hetChristuskind dat geboren wordt.’ Marieke: ‘Vrees niet is evangelietaal, zacht worden is nieuwe taal. Laat hetgebeuren ... laat je openbreken. En dat gevoel dat je misschien van binnen opengaat ensmelt of zacht wordt, dat vertaal ik dan weer als: dan wordt God in je geboren. Dat is opzich christelijke, mystieke taal, maar die relateer ik aan innerlijke ervaringen vanmensen: dat ze opengaan en zacht worden en verlangen naar vrede (…). Daarmee geefje mensen in zekere zin het kerstverhaal terug, maar dan als een verhaal dat gaat overjou en jouw leven. Je geeft het ze terug in een andere verpakking, op een andere laag.Het gaat erom mensen naar hun hart te brengen, naar hun gevoel en hun verlangen.’‘Als dat lukt, dan zijn mensen opgetogen en geraakt: ‘zo kan het dus ook’. Het mooisteis als mensen in de mystieke ruimte komen – als de taal de mystieke ruimte opent. Endan kan het goddelijke ze al dan niet raken ... daar ga ik verder niet over.’Noten 9
  • 10. 1 H. Andriessen, Oorspronkelijk bestaan. Geestelijke begeleiding in onze tijd. Baarn 1996.2 N.D. Walsch, Een ongewoon gesprek met God. Kosmos Uitg. 2009.3 De scriptie Talen naar God, geschreven voor de opleiding Geestelijke Begeleiding, is als pdf-bestandopvraagbaar bij Marieke Brouwer: maj.brouwer@planet.nl4 O.a. W. Dyer, Niet morgen maar nu. 1976; Leef in balans. Utrecht/Antwerpen 2007.5 B. Bays, The Journey, 1999. Nederlandse vertaling: De helende reis. Boekerij 2011.6 F. Maas, Spiritualiteit als inzicht. Mystieke teksten en theologische reflecties. Zoetermeer 1999.7 K. Waaijman, Spiritualiteit. Vormen, grondslagen, methoden. Kampen/Gent 2000.