METHODOLOGISCHEASPECTEN IN ONDERZOEKNAAR TRANSGENDERSDR. JOZ MOTMANSSTEUNPUNT GELIJKEKANSENBELEIDUNIVERSITEIT ANTWERPENNPS...
Ervaringen in het trans-onderzoek   2006: transbeweging: kwalitatief: diepte-interviews    met sleutelfiguren (S-GKB)   ...
Man en/of vrouw?   Sekse: duaal gedacht: man OF vrouw        ↕    Ras/etniciteit, seksuele voorkeur   “Het lichaam lijkt...
Afbakening doelgroep = eerste versie   Klassiek benadering: positivisme            pathologisch medische model         ...
Enkele cijfers (klassieke benadering)   Travestie:     weinig onderzoek, behalve Vennix (2001)     5% vd mannen (hetero...
Afbakening doelgroep = tweede versie   Medio jaren 1990: transfeminisme,    trans(gender)studies: transgender en intersek...
Seksuele identiteit (Shively & De Gecco,  1993)  1) biologische sekse:         jongen-----------interseksueel-------------...
Transgender =…?   Sinds eind jaren 1990:     Wereldwijde evolutie naar afwijzing pathologiseren     Aandacht voor de ‘t...
Gevolgen…   “Correcter maar complexer”       Trans man (FtM) en trans vrouw (MtF)       Trans vs. cis gender   Geen ee...
Onderzoek   Onderzoek : veelal kwalitatief van aard:     Biografische  interviews     Participerende observaties     L...
A. Vragen & respondentenwerving1. Breed en open: IGVM (2009) Opstellen vragenlijst:     Opdrachtgever en onderzoeksteam ...
Promo:    folder (dubbelzijdig     Fr/Nl) in 3000 ex    Brede formulering: “Het     onderzoek richt zich tot     iederee...
A. Vragen & respondentenwerving2. Obv patiëntenbestand: QOL (2011) Focus op levenskwaliteit voor/na transitie Vergelijki...
A. Vragen & respondentenwerving2. Obv patiëntenbestand: QOL (2011) Opmaak vragenlijst:     objectieve én subjectieve ind...
Een kleine vergelijkingTranssurvey                        Qol Respons: N = 310 (244 B)          Respons: N = 148 (63%)  ...
B. Twee benaderingen voor ‘meten’ vanidentiteit   Probleem van criteria: wie wordt geteld?     Aanmeldingen?     Hormoo...
B. Twee benaderingen voor ‘meten’ vanidentiteit   In survey onderzoek:     Two-step  model: geboorteslacht/genderidentit...
a) Medische data (De Cuypere et al., 2007)   Post-GRS patiënten   N=412 (1985-2003)
b) Rijksregister                Officially changed national registration numbers                                   Sept 2...
c) Websurvey (Motmans, 2009)   Zeer brede doelgroep: gendervariante personen   2 classificatie methodes:     1.   Medisc...
c) Websurvey (Motmans, 2009)Methode 1: Medische fases:   Heb je ooit medische en/of psychologische hulp gezocht voor je  ...
c)Websurvey (Motmans, 2009)Methode 2: Zelf-identificatie:   Wat is je geboortegeslacht? Man/vrouw/interseksueel   Hoe zo...
Een combinatie van officiële, medischeen sociale data - besluit   Transseksuelen: ‘makkelijk’ te meten, grootste groep   ...
Aanbevelingen   Terminologie: weet wat je meet/meten wil     Online of via medici?     Apart onderzoek of reguliere sur...
Methodologische aspecten in onderzoek naar transgenders
Methodologische aspecten in onderzoek naar transgenders
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Methodologische aspecten in onderzoek naar transgenders

242

Published on

By Joz Motmans

Published in: Business
0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
242
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Methodologische aspecten in onderzoek naar transgenders"

  1. 1. METHODOLOGISCHEASPECTEN IN ONDERZOEKNAAR TRANSGENDERSDR. JOZ MOTMANSSTEUNPUNT GELIJKEKANSENBELEIDUNIVERSITEIT ANTWERPENNPSO studiedag ‘Verborgen poulaties’11 oktober 2011
  2. 2. Ervaringen in het trans-onderzoek 2006: transbeweging: kwalitatief: diepte-interviews met sleutelfiguren (S-GKB) 2004-2010: PhD (UA) : identity politics: kwalitatief: diepte-interviews, documentanalyse, participerende observaties: beweging en beleid (internationaal) 2007-2009: eerste grootschalige Belgische websurvey (i.s.m. UCL, i.o.v. IGVM) 2010-2011: QOL ism UZ Gent (S-GKB): kwantitatief + kwalitatief obv patiëntendatabank
  3. 3. Man en/of vrouw? Sekse: duaal gedacht: man OF vrouw ↕ Ras/etniciteit, seksuele voorkeur “Het lichaam lijkt de plaats te zijn waar het seksuele onderscheid altijd al aanwezig is, aangezien het natuurlijk of biologisch bepaald is” (Wils, 2001: 11). Wat als het lichaam “niet klopt”? Aandacht voor interseksualiteit en transseksualiteit
  4. 4. Afbakening doelgroep = eerste versie Klassiek benadering: positivisme  pathologisch medische model  Genderidentiteitsstoornis: GID = term uit het psychiatrisch handboek van ziektebeelden (DSM-IV, ICD-10)  Stereotiepe indeling: continuüm van ‘genderdysforie’: travestie - transseksualiteit  Man-naar-vrouw transseksueel (MtF, mv-er)  Vrouw-naar-man transseksueel (FtM, vm-er)
  5. 5. Enkele cijfers (klassieke benadering) Travestie:  weinig onderzoek, behalve Vennix (2001)  5% vd mannen (hetero/getrouwd/kinderen) Transseksualiteit:  Rijksregister: 1993-2010: 507 (344/163) (IGVM)  Medische gegevens (De Cuypere et al., 2007):  1:12900 voor man-naar-vrouw transseksuelen  1:33800 voor vrouw-naar-man transseksuelen  Potentieel (Conway & Olyslager, 2008)  1:4800 voor man-naar-vrouw transseksuelen  1:9000 voor vrouw-naar-man transseksuelen  Vlaanderen anno 2008: 945 transseksuelen
  6. 6. Afbakening doelgroep = tweede versie Medio jaren 1990: transfeminisme, trans(gender)studies: transgender en interseksualiteit bij queer studies en/of genderstudies: kruisbestuiving Opkomst trans-activisme Kritiek op pathologische medische model & positivisme  reductie werkelijkheid  verondersteld samenvallen sekse, genderidentiteit, seksuele voorkeur, genitaliën = ‘heteroseksuele matrix’ (Butler)
  7. 7. Seksuele identiteit (Shively & De Gecco, 1993) 1) biologische sekse: jongen-----------interseksueel---------------meisjeTRANS VROUW TRANS MAN 2) genderidentiteit: mannelijk---------transgenderist--------vrouwelijk 3) seksuele oriëntatie hetero------------------bi -------------homo/lesbisch 4) genderrol mannelijk----------androgyn--------------vrouwelijk
  8. 8. Transgender =…? Sinds eind jaren 1990:  Wereldwijde evolutie naar afwijzing pathologiseren  Aandacht voor de ‘tussen’ categorieën van biseksualiteit, interseksualiteit, transgenderisme Opkomst term “transgender/transgenderisme”:  Koepelterm voor gendervariaties: sluit minder mensen uit  Verwijst niet naar stoornis of lijden, dus minder stigmatiserend Consolidatie in medische wereld 2010-2011:  Nieuwe versie SOC7: ‘gender nonconforming’ (WPATH, 2011)  Nieuwe versie ICD-11 in de maak (WHO)
  9. 9. Gevolgen… “Correcter maar complexer”  Trans man (FtM) en trans vrouw (MtF)  Trans vs. cis gender Geen eenduidige definitie: “brede variatie aan mensen die de Euro-Amerikaanse culturele overtuigingen van een binaire sekse en gender indeling bespelen, afbreken of vermengen” (Davidson, 2007) Exacte meten = theoretisch en praktisch onmogelijk  Onzichtbaarheid  Identiteitsgroepen = moeilijk af te bakenen
  10. 10. Onderzoek Onderzoek : veelal kwalitatief van aard:  Biografische interviews  Participerende observaties  Literatuur/film/…. analyses … Kwantitatief onderzoek: A. Keuze van vragen & respondentenwerving B. Twee benaderingen voor ‘meten’ van identiteit: 1. Two-step model (medisch/juridisch) 2. Zelf-identificatie (sociologisch)
  11. 11. A. Vragen & respondentenwerving1. Breed en open: IGVM (2009) Opstellen vragenlijst:  Opdrachtgever en onderzoeksteam (fed. bevoegdheden)  Zeer ruim qua thema’s (80 vragen)  Veel open vragen: veel feedback mogelijkheid Respondentenwerving = zeer breed  Web + papieren versie in pdf  Gedrukt in 200 exemplaren (100 Fr + 100 Nl)  Per postverzending verspreid in eerstelijnshulp, LGBT gemeenschap, vrouwenmiddenveld, …  Incentive
  12. 12. Promo: folder (dubbelzijdig Fr/Nl) in 3000 ex Brede formulering: “Het onderzoek richt zich tot iedereen die gendervariant, transgender (in de breedst mogelijke zin) of transseksueel is, of die aan travestie doet.” Meer promo in Wallonië Persbericht IGVM Twee fases: tussentijdse analyse: trans mannen en travesties: extra oproep
  13. 13. A. Vragen & respondentenwerving2. Obv patiëntenbestand: QOL (2011) Focus op levenskwaliteit voor/na transitie Vergelijking Vlamingen wenselijk QOL: sterk beïnvloed door gezondheid: ervaren zorg ≈ gelijk : keuze samenwerking Centrum voor Seksuologie en Genderproblematiek (UZ Gent) Selectie patiënten obv patiëntenbestand:  Minimum RLE  Geen DSD  Nederlandstalig
  14. 14. A. Vragen & respondentenwerving2. Obv patiëntenbestand: QOL (2011) Opmaak vragenlijst:  objectieve én subjectieve indicatoren  Voor vergelijkbaarheid : EQLS 2007  Trans-specifieke vragen:  Obv expertise onderzoekers  Feedback 5 mannen en 5 vrouwen: aangepast Goedkeuring ethisch comitee (EC/2010/262)  Versturing via kliniek: uitnodiging + survey + informed consent  1 reminder  Geanonimiseerde en gecodeerde enquêtes N= 255 (ex-)patiënten: 148 MtF &107 FtM
  15. 15. Een kleine vergelijkingTranssurvey Qol Respons: N = 310 (244 B)  Respons: N = 148 (63%)  132 Fr/178 Nl  13 verkeerde adressen  81 adressen (48Nl, 38Fr)  3 weigeringen, 1 onbruikbaar Geboortegeslacht:  13 Nederlanders / 135 Vlamingen  176 man (72.1%)  Geboortegeslacht:  65 vrouw (26.6%)  83 man (43.9%) (MtF)  3 interseksueel (1.2%)  56 vrouw (56.1%) (FtM) Veel inhoudelijke feedback  Meer gewerkt met schalen Grote regionale verschillen!  Gematchte groepen : N = 270 Moeilijke oefening in  Enkel Vlaanderen (=provincies) categoriseren van  Gender: mannen met FtM, vrouwen respondenten met MtF  Leeftijd (±1j)
  16. 16. B. Twee benaderingen voor ‘meten’ vanidentiteit Probleem van criteria: wie wordt geteld?  Aanmeldingen?  Hormoontherapie?  Naamswijizging?  Operaties?  Juridische wijzigingen? Prevalentie  Belgische data:  1:12.900 transvrouwen / 1:33.800 transmannen  Sekseratio = 2,43:1  Vergelijking:  Singapore: 1:2.900 transvrouwen / 1:8.300 trans mannen  Oost-Europese landen (5,5:1)
  17. 17. B. Twee benaderingen voor ‘meten’ vanidentiteit In survey onderzoek:  Two-step model: geboorteslacht/genderidentiteit  Zelf-identificatie: geen consensus welke vragen gesteld dienen te worden Een combinatie van officiële, medische en sociale data (Motmans, Ponnet & De Cuypere) a) Medische data (De Cuypere et al., 2007) b) Rijksregister c) Websurvey (Motmans, 2009)
  18. 18. a) Medische data (De Cuypere et al., 2007) Post-GRS patiënten N=412 (1985-2003)
  19. 19. b) Rijksregister  Officially changed national registration numbers Sept 2007: translaw:  N=442 (1993-2008) sex change became an number of official change of sex registrations administrative 80 matter rather Dana international than a court 70 matter 60 50count transmen 40 transwomen 30 20 10 0 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 year
  20. 20. c) Websurvey (Motmans, 2009) Zeer brede doelgroep: gendervariante personen 2 classificatie methodes: 1. Medische fases: transseksuelen* 2. Zelf-identiteit: transseksuelen* + transgenderisten (te weinig travesties n=9)* te vergelijken met medische en rijksregister data
  21. 21. c) Websurvey (Motmans, 2009)Methode 1: Medische fases: Heb je ooit medische en/of psychologische hulp gezocht voor je genderidentiteit?  Nee: n=102 (!)  Ja: n=138  Welke medische stappen heb je al ondernomen in je transitieproces?  Pre-hormonaal: n=19  Post-hormonaal: n=119 = transseksuelen
  22. 22. c)Websurvey (Motmans, 2009)Methode 2: Zelf-identificatie: Wat is je geboortegeslacht? Man/vrouw/interseksueel Hoe zou je psychologische genderbeleving omschrijven? Gecontroleerd voor vraag i.v.m. zelf- identiteit N=223: 156 transsexuals + 67 transgenderists
  23. 23. Een combinatie van officiële, medischeen sociale data - besluit Transseksuelen: ‘makkelijk’ te meten, grootste groep via zelf-identificatie Transgenderisten: enkel via zelf-identificatie  1/3van bereikte groep = indicatie?  Geen vergelijking  Geen vaste groepen Interseksuelen en travesties te weinig aantallen, vraagt eigen (kwalitatieve) studie
  24. 24. Aanbevelingen Terminologie: weet wat je meet/meten wil  Online of via medici?  Apart onderzoek of reguliere survey? Betrek respondenten in opmaak vragen en antwoordopties Werk zoveel mogelijk met schalen maar voorzie feedbackmogelijkheid Denk na over precieze vraagstelling:  Geslacht ≥ m/v  Gender = zeer divers  Hou rekening met privacy en diversiteit in doelgroep Nadelen surveys: hooggeschoold/wit publiek

×