• Save
Compleet rapport mediabeleving 2011 12
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Compleet rapport mediabeleving 2011 12

on

  • 562 views

Door Vincent Kuijpers & Inge Huizenga

Door Vincent Kuijpers & Inge Huizenga

Statistics

Views

Total Views
562
Views on SlideShare
558
Embed Views
4

Actions

Likes
2
Downloads
0
Comments
0

1 Embed 4

http://www.amcexpert.nl 4

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Compleet rapport mediabeleving 2011 12 Compleet rapport mediabeleving 2011 12 Presentation Transcript

  • Mediabeleving 2011/12De resultaten van de vierde editie!!
  • Index1. Introductie p. 4 Mediabeleving 2011/12 De resultaten van de vierde2. Voorwoord bij een uniek onderzoek p. 6 editie!!3. Trends in vijftien jaar mediabeleving p. 134. Trends in vijftien jaar reclamebeleving p. 31 TNS NIPO5. Aspecten die beleving beïnvloeden p. 42 Auteur Vincent Kuijpers Inge Huizenga6. Mediabeleving anno 2011/12 p. 467. Reclamebeleving anno 2011/12 p. 518. Televisiebeleving anno 2011/12 p. 569. Radiobeleving anno 2011/12 p. 6510. Dagbladbeleving anno 2011/12 p. 73 G2483 | © TNS
  • Index11. Tijdschriftbeleving anno 2011/12 p. 8112. Beleving huis-aan-huisbladen 2011/12 p. 8913. Internetbeleving anno 2011/12 p. 9414. Bioscoopbeleving anno 2011/12 p. 10815. Postbeleving anno 2011/12 p. 11316. Onderzoeksverantwoording p. 118
  • IntroductieMediabeleving 2011/12
  • Introductie Met veel plezier presenteren wij u de resultaten van de vierde editie van het mediabelevingsonderzoek. In dit rapport beschrijven wij allereerst de trends in media- en reclamebeleving. Zonder de suggestie te willen wekken compleet te zijn, beschrijven wij daar waar mogelijk oorzaken van de vastgestelde trends. We adviseren u eerst de uitgebreide onderzoeksverantwoording te lezen om de opzet en belevingsdimensies te begrijpen. Daarna beschrijven we de mediabelevingsuitkomsten van 2011/12. Dit doen we apart voor elk mediumtype: televisie, radio, dagbladen, tijdschriften, huis-aan-huisbladen, internet, bioscoop en post. In 2011 hebben we drie nieuwe belevingsdimensies aan het onderzoek toegevoegd: de sociale interactiefactor, de innovatiefactor en de actualiteitfactor. In de onderzoeksverantwoording leest u meer wat deze factoren inhouden. In de afzonderlijke hoofdstukken voor elk mediumtype laten we ook zien wat de invloed is van bijvoorbeeld situationele kenmerken op de mediabeleving. En hoe bepaalde doelgroepen het gebruik van de media ervaren. We beschrijven daarbij de meest opvallende resultaten. Mocht u toegang hebben tot de portal van het mediabelevingsonderzoek 2011/12, dan kunt u met behulp van een eenvoudige analysetool ook de resultaten bekijken voor andere doelgroepen. Veel leesplezier! Amsterdam, december 2011 Namens TNS NIPO, Vincent Kuijpers Pagina 5
  • Voorwoord bij een uniek onderzoekMediabeleving 2011/12
  • Waarom mediabeleving meten? Wij gaan daarvoor even terug naar midden jaren 90. Mediabereiksonderzoeken waren tussen 1970 en 1995 sterk verbeterd: beter steekproeven, betere vraagstellingen, beter toegankelijkheid en meer gebruiksgemak. Maar toch bleef in de reclame- en mediawereld het gevoel overheersen dat deze inspanningen niet genoeg waren. Als twee media eenzelfde bereik scoorden werd er toch een keuze voor één van de twee gemaakt. En dan vooral op basis van buikgevoel. De toen veel gehoorde wens was dat het buikgevoel vervangen zou moeten worden door empirische data. Onder de vlag van Platform ‟95, een samenwerkingsverband van VEA, BVA en DMSA, vormde zich toen een uitgebreide groep onderzoekers die beschouwd kunnen worden als de smaakmakers van mediaonderzoekland op dat moment. Het standpunt van het projectteam was: al het bereiksonderzoek geeft inzicht in het percentage 18-40 jarigen dat blad x leest of programma y ziet, maar vertelt niets over de beleving van die mediaconsumptiemomenten. Tom Poes verzin een list! En maak een mooi onderzoek naar mediabeleving. En zo geschiedde. Fred Bronner nam de leiding op zich en voerde een literatuurstudie en verschillende vooronderzoeken uit. Pagina 7
  • De unieke aanpak Een onderzoek naar mediabeleving van verschillende media werd tot op dat moment als te complex gezien. Maar het grote inzicht dat het projectteam kreeg was dat niet respondenten de analysebasis zouden moeten vormen - dat was inderdaad te complex -, maar momenten van mediaconsumptie. Binnen een random steekproef van respondenten breng je random momenten van mediaconsumptie in kaart. En in de analyse zet je per mediumtype de momenten van mediaconsumptie onder elkaar, telt ze als het ware op en vergelijkt deze met de momenten van mediaconsumptie van een ander mediumtype. Een hele verfrissende gedachte die het onderzoek zijn unieke structuur gaf. Om de beleving betrouwbaar en valide te kunnen meten werd door de Universiteit van Amsterdam een uitgebreide literatuurstudie gedaan, uiteindelijk leidend tot een meetinstrument met 30 items om mediabeleving te meten (verspreid over 8 dimensies) en 10 items om reclamebeleving te meten. Dat was de kern van het meetinstrument. De beleving werd voor een groot aantal mediumtypen bij één persoon gemeten. En zo werd dit het eerste single-source multimedia onderzoek in Nederland. Passend in de steeds belangrijker wordende multimediastrategie en -synergie. Pagina 8
  • Een succesvol onderzoek Het Mediabelevingsonderzoek werd meteen breed omarmd. De methode werd algemeen geaccepteerd en alle partijen in de markt participeerden. En dat was zeker op dat moment nog niet eerder vertoond. Het veldwerk vond plaats eind 1997 en de presentatie begin 1998. Het project won verschillende prijzen in binnen- en buitenland. En lof werd verkregen in zowel de commerciële als universitaire onderzoekwereld. Soms zelfs leidend tot een internatonaal samenwerkingsverband over dit onderwerp zoals tussen de Universiteit van Amsterdam en de Northwestern University, Illinois. Pagina 9
  • Ook een instrument om trends te meten Aanvankelijk was het onderzoek opgezet als een eenmalige meting. Maar het succes in de markt stimuleerde al snel de hoop dat het een continue onderzoek zou worden à la het Tijdbestedingonderzoek. En dat dan na een paar jaren gemeten zou worden in hoeverre de beleving veranderd zou zijn. Een soort thermometer dus. Zes jaar later - eind 2003 - vond de tweede meting plaats waarvan de resultaten begin 2004 aan de markt werden gepresenteerd. De belevingsitems waren in 1997 uitvoerig getest, maar de hamvraag was uiteraard: is het meetinstrument stabiel en na een aantal jaren opnieuw bruikbaar en kunnen we er trends mee vaststellen? De antwoorden zijn volmondig „ja‟. Op basis van een reeks statistische analyses die in wetenschappelijke publicaties zijn weergegeven kon worden vastgesteld dat het instrument zeer goed bruikbaar is om trends vast te stellen. Voor de derde meting hoefden we geen 6 jaar te wachten, want deze vond plaats in 2007. En nu eind 2011 is het veldwerk verricht voor de 4e meting. Een prachtige database is nu dus beschikbaar voor trendanalyses over 15 jaar (1997-2011). Pagina 10
  • Een innovatief onderzoek Als we op basis van longitudinaal onderzoek trendanalyses willen doen, dan moeten we zorgen dat het basisinstrument hetzelfde blijft. Anders weten wij niet of veranderingen ook „echte‟ veranderingen zijn. Maar er gebeurt ontzettend veel in het medialandschap dus het Mediabelevingsonderzoek moet ook openstaan voor innovatie. Dat impliceert een deel precies hetzelfde houden en een deel openstellen voor innovatie. Vernieuwingen waren: In meting 2 (2003/4): aandacht voor stemming („mood‟), uit wetenschappelijk onderzoek bleek namelijk dat men in een betere stemming meer reclame ziet en anders beleeft; ook werd de mediabeleving van het mediumtype post voor het eerst gemeten In meting 3 (2007): aandacht voor de invloed van „engagement‟ met een medium op de media- en reclamebeleving ervan, verder vragen over tv kijken via internet, en de meting van de beleving van „narrowcasting‟ De huidige meting (meting 4, 2011/12) telt ook een aantal belangrijke innovaties: er zijn drie nieuwe dimensies van beleving gemeten, te weten sociale interactie, innovatie en actualiteit; er is veel aandacht voor de drager/het apparaat waarop een medium wordt geconsumeerd zoals laptop, tablet, mobiel; koppeling aan Digital lifestyle segmenten; splitsing beleving DM en ongeadresseerde brievenbusreclame. Pagina 11
  • Een welkome aanvulling op bereiksonderzoek Er hebben nu inclusief de huidige meting vier metingen plaatsgevonden en telkens is meer aandacht geschonken aan het dagelijks gebruik van de data. Niet alleen via tabellen brengen we in kaart hoe mensen media beleven, maar er is ook een eenvoudige „analysetool‟ beschikbaar die direct bruikbaar is in de praktijk van de mediaplanner. Bij de vergelijking van consumptiemomenten sluiten wij ook aan bij het idee dat een adverteerder een Umfeld koopt voor een advertentie, hoopt op „open eyes in front of advertising space‟ en een daarop volgende positieve beleving. Het Mediabelevingsonderzoek laat zien dat niet elk bereik hetzelfde is en dat we niet alle bereik dat getalsmatig gelijk is over één kam kunnen scheren. Ook toont het onderzoek aan dat alle mediumtypen hun eigen sterke en zwakke punten hebben en dat er niet één mediumtype is dat boven alles uitsteekt. Een onderzoek dat elke mediaplanner onder handbereik dient te hebben naast de grote nationale bereiksonderzoeken. Onderzoekbureau Veldkamp startte ooit onder leiding van Fred Bronner de metingen en inmiddels heeft TNS NIPO sinds 2003 de verantwoordelijkheid overgenomen met als streven ook de komende jaren de vinger aan de pols te houden wat betreft ontwikkelingen in media- en reclamebeleving.Naarden/Amsterdam, december 2011prof.dr. Fred Bronner, Universiteit van Amsterdam Pagina 12
  • Trends in vijftien jaar mediabelevingMediabeleving 2011/12
  • Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de trends in mediabeleving. Deze trends zijn vastgesteld door de uitkomsten van het Mediabelevingsonderzoek uit 2011/12, 2007, 2003/4 en 1997/8 met elkaar te vergelijken. Om de vier onderzoeken zo optimaal mogelijk met elkaar te kunnen vergelijken, hebben wij de media- en reclamebeleving van Nederlanders van 16 jaar en ouder als basis genomen. In 1997/8 was de leeftijdsgrens 16+ en in de andere edities 13+. Bij de vergelijking beperken we ons tot dat deel van de steekproeven uit de verschillende jaren dat 16 jaar of ouder is. Derhalve kunnen de percentages iets verschillen van die uit de hoofdstukken die in het bijzonder over de resultaten uit 2011/12 gaan (basis 13+). De trends worden per mediumtype apart beschreven. Zonder de suggestie te willen wekken compleet te zijn, zullen wij daar waar mogelijk oorzaken van de trends beschrijven. Pagina 14
  • Trendanalyse televisieScores en relatieve posities televisie op de belevingsdimensies (voor uitleg, zie pagina 122) 1997 2003 2007 2011 1997 2003 2007 2011 Belevingsfactoren: Punten Punten Punten Punten Ranking Ranking Ranking Ranking Informatie 16 21 19 21 5 5/6 5 5 Transformatie 27 31 26 27 4 4 4 4 Geraaktheid 4 9 6 5 2/3 2 2/3 2/3 Tijdverdrijf 22 21 15 14 3/4 4/5 5 6 Stimulans 14 17 16 14 4 4 3 3 Identificatie 13 14 13 11 2/3 2 1/2 2 Sociale factor 19 26 22 25 5 3 6/7 3 Praktische bruikbaarheid 2 2 2 2 6 7/8 6 6-8 Totaal 117 141 119 119 n=929 n=920 n=1.140 n=1.440 Basis: 16+ Punten, min. 0, max. 100 Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 15
  • Conclusies televisie De beleving van televisie had in de vorige editie van het mediabelevingsonderzoek op een aantal belevingsdimensies behoorlijke veranderingen ondergaan. In 2011 zien we dat de televisiebeleving op zichzelf nauwelijks veranderd is in vergelijking tot 2007. Een belangrijke trend in de tijd is dat televisie steeds minder vanuit tijdverdrijf wordt gekeken. Men kijkt dus steeds bewuster televisie. Uit de dalende positie van televisie blijkt dat andere media steeds vaker deze rol van tijdverdrijf overnemen. Opvallend is de score op de sociale factor. Het aantal punten op deze dimensie ligt nu iets hoger dan in 2007, maar qua relatieve positie is televisie behoorlijk gestegen. Van een gedeelde 6e/7e plaats in 2007 naar plaats 3 in 2011. Hieruit kunnen we concluderen dat televisie nu iets meer gespreksstof genereert dan vier jaar geleden, zeker door veel bekeken programma‟s als The Voice of Holland en So you think you can dance, en dat andere mediumtypen nu voor relatief minder gespreksstof zorgen. Televisie scoort ook anno 2011 onverminderd hoog op de identificatiefactor. Nederlanders kijken graag naar programma‟s waarin gewone mensen centraal staan. Dit verklaart ook de enorme toename van dit soort programma‟s op de televisie de afgelopen jaren. Wat eigenlijk begon met Big Brother en Idols als trendsetters is uitgegroeid naar vele talentenjachten op het gebied van dans, mode, muziek en koken. Voor de andere dimensies zien we kleine schommelingen in puntenaantallen ten opzichte van de meting uit 2007. Ook de relatieve posities hiervan vertonen een redelijk stabiel beeld. Pagina 16
  • Trendanalyse radioScores en relatieve posities radio op de belevingsdimensies 1997 2003 2007 2011 1997 2003 2007 2011 Belevingsfactoren: Punten Punten Punten Punten Ranking Ranking Ranking Ranking Informatie 13 17 16 15 6 7 7 7 Transformatie 38 45 42 43 2 2 2 2 Geraaktheid 2 3 1 1 4-7 5/6 7/8 7/8 Tijdverdrijf 22 21 14 18 3/4 4/5 6/7 4/5 Stimulans 7 10 10 10 7 6 6 6 Identificatie 7 6 8 6 6 8 5 6/7 Sociale factor 8 15 12 10 7 8 8 8 Praktische bruikbaarheid 6 3 1 2 5 6 7 6-8 Totaal 103 120 104 106 n=722 n=738 n=959 n=1.117 Basis: 16+ Punten, min. 0, max. 100 Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 17
  • Conclusies radio Radio is en blijft een sterk transformatiemedium (het bieden van vermaak, amusement). Radio neemt opnieuw de tweede plaats in op deze dimensie, na bioscoop. Voor radio is wel een terugkeer zichtbaar naar de oude tijdverdrijfscores uit 1997 en 2003. Radio scoort nu significant meer punten op deze dimensie dan in 2007. Dit resulteert direct in een hogere positie. Kon men zich in 2007 steeds beter identificeren met de verschillende radioprogramma‟s (herkende ik mezelf in, voelde ik me bij betrokken), in 2011 zien we helaas een daling op de identificatiefactor. Zowel in het aantal behaalde punten als in de positie ten opzichte van de andere mediumtypen. Een mogelijke verklaring ligt in het feit dat de differentiatie, die er de afgelopen jaren is geweest op de radiomarkt, enigszins tot stilstand is gekomen. Er zijn de laatste jaren niet veel nieuwe „grote‟ zenders bijgekomen die specifieke muziek draaien, gericht op specifieke doelgroepen. Op de overige factoren scoort radio een rol in de achterhoede vergeleken met de andere mediumtypen. Zowel de scores als relatieve posities vertonen een stabiel beeld. Opvallend is nog wel de ontwikkeling op de praktische bruikbaarheidfactor. De relatieve positie van radio ten opzichte van de andere mediumtypen vertoont een dalende trend in de tijd. Radio levert luisteraars minder bruikbare ideeën/tips/adviezen dan de meeste andere mediumtypen. Pagina 18
  • Trendanalyse dagbladenScores en relatieve posities dagbladen op de belevingsdimensies 1997 2003 2007 2011 1997 2003 2007 2011 Belevingsfactoren: Punten Punten Punten Punten Ranking Ranking Ranking Ranking Informatie 45 46 43 44 1 1 1 1 Transformatie 15 19 20 17 5/6 6 5 6/7 Geraaktheid 10 15 8 9 1 1 1 1 Tijdverdrijf 21 25 19 25 5 3 3/4 2/3 Stimulans 8 13 12 12 5/6 5 5 5 Identificatie 9 13 9 9 4/5 3 4 3 Sociale factor 38 42 37 36 2 2 2 2 Praktische bruikbaarheid 9 10 7 8 4 5 5 5 Totaal 155 183 155 158 n=659 n=664 n=795 n=947 Basis: 16+ Punten, min. 0, max. 100 Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 19
  • Conclusies dagbladen Dagbladen hebben wederom de sterke positie behouden op de informatie- en geraaktheidsfactor. Sterker nog, dagbladen zijn met afstand het informatiemedium (heeft mij nieuws geboden, gaf me nuttige informatie) in Nederland. Wij hadden een serieuze bedreiging door internet op deze factor verwacht. Het verschil in performance op deze dimensie tussen dagbladen en internet is echter hetzelfde gebleven als in 2007. De mogelijke verklaring dat dagbladen nog steeds de toppositie innemen op de geraaktheidsfactor (ergerde me, heeft me verontrust) is dat lezers van een dagblad zowel de positieve als negatieve berichtgeving onder ogen krijgen. Dit in tegenstelling tot veel andere mediumtypen, waarbij de ontvangers steeds meer zelf (kunnen) bepalen wat hij of zij tot zich neemt. Voor dagbladen doet zich wel een verslechtering op de tijdverdrijfdimensie voor. Zowel het aantal behaalde punten als de relatieve positie op deze dimensie zijn toegenomen. Mogelijk ligt de verklaring hiervoor (deels) in de immer afnemende betaalde oplage van dagbladen en daarmee een toename van het aandeel gratis dagbladen in de totale leestijd. Gratis dagbladen worden veel vaker dan betaalde dagbladen gelezen vanuit tijdverdrijf, bijvoorbeeld in de trein op weg naar school of werk. Wanneer we kijken naar de andere scores van dagbladen, dan zien we dat zowel de beleving als positie van dagbladen in het medialandschap vrij stabiel zijn gebleven. Dit geldt ook voor de sociale factor waarbij dagbladen al vijftien jaar een toppositie behalen. Het lezen van een dagblad, op welke drager dan ook, levert veel gespreksstof op met familie, vrienden, kennissen en collega‟s. Dit kan over zowel positieve of negatieve berichtgeving zijn. Pagina 20
  • Trendanalyse tijdschriftenScores en relatieve posities tijdschriften op de belevingsdimensies 1997 2003 2007 2011 1997 2003 2007 2011 Belevingsfactoren: Punten Punten Punten Punten Ranking Ranking Ranking Ranking Informatie 29 29 27 28 2 2 2 2 Transformatie 34 37 32 37 3 3 3 3 Geraaktheid 2 3 3 2 4-7 5/6 4/5 5/6 Tijdverdrijf 41 33 31 25 1 2 2 2/3 Stimulans 17 19 20 20 3 2 2 2 Identificatie 18 15 12 12 1 1 1/2 1 Sociale factor 21 25 23 18 4 4 3-5 5/6 Praktische bruikbaarheid 19 18 17 20 3 2 1 1 Totaal 181 179 165 162 n=336 n=506 n=595 n=564 Basis: 16+ Punten, min. 0, max. 100 Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 21
  • Conclusies tijdschriften Tijdschriften hebben van alle mediumtypen de meeste (significante) veranderingen ondergaan qua puntenaantallen op de afzonderlijke belevingsdimensies. Alleen op de sociale factor heeft dit echter geleid tot een duidelijke daling van de relatieve positie ten opzichte van de andere mediumtypen. Tijdschriften worden anno 2011 blijkbaar meer individueel geconsumeerd. Men praat tegenwoordig minder vaak over wat men in tijdschriften leest dan voorheen. En men leest tijdschriften minder vanuit tijdverdrijf. Tijdschriften scoren in 2011 hoger op de transformatiefactor (deed me genieten) dan vier jaar geleden. Deze hogere score heeft echter geen positieve invloed gehad op de positie van tijdschriften ten opzichte van de andere mediumtypen. Wederom behalen tijdschriften de derde positie in het concurrentieveld. Op de informatiefactor (heeft mij nieuws geboden, gaf me nuttige informatie) hebben tijdschriften, net als in 1998, 2003 en 2007, de tweede plaats behaald. Tijdschriften slagen er in een hoge score op de transformatiefactor te combineren met een hoge score op de informatiefactor. In 2007 nam tijdschriften de koppositie van internet over als het gaat om praktische bruikbaarheid (verkrijgen van bruikbare ideeën/tips/adviezen en het aanzetten tot actie). Destijds schreven we deze ontwikkeling toe aan de toename van special interest bladen en meer redactionele aandacht voor praktische tips en adviezen. Tijdschriften hebben de nummer één positie op deze dimensie weten vast te houden in 2011. Dit geldt ook voor de identificatiefactor (herkende ik mezelf in). Opvallend is wel dat het totaal aantal behaalde punten op alle acht dimensies bij elkaar een daling vertoont. In de afgelopen vijftien jaar halen lezers dus steeds iets minder beleving uit tijdschriften. Pagina 22
  • Trendanalyse huis-aan-huisbladenScores en relatieve posities huis-aan-huisbladen op de belevingsdimensies 1997 2003 2007 2011 1997 2003 2007 2011 Belevingsfactoren: Punten Punten Punten Punten Ranking Ranking Ranking Ranking Informatie 20 24 23 24 4 4 3/4 3/4 Transformatie 14 16 16 17 7 7 7 6/7 Geraaktheid 2 6 3 3 4-7 3/4 4/5 4 Tijdverdrijf 39 35 36 35 2 1 1 1 Stimulans 8 9 9 9 5/6 7/8 8 7/8 Identificatie 6 7 6 6 7 7 7/8 6/7 Sociale factor 18 23 24 17 6 5/6 3-5 7 Praktische bruikbaarheid 20 17 14 12 2 3 2/3 2 Totaal 127 137 131 123 n=328 n=443 n=537 n=507 Basis: 16+ Punten, min. 0, max. 100 Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 23
  • Conclusies huis-aan-huisbladen De beleving van huis-aan-huisbladen is in de tijd gezien behoorlijk stabiel. Ook de meting in 2011 brengt hier geen verandering in. Huis-aan-huisbladen behalen van alle mediumtypen opnieuw de hoogste score en daarmee hoogste relatieve positie op de tijdverdrijfdimensie. Het lezen van huis-aan-huisbladen levert evenals in voorgaande metingen veel bruikbare ideeën, tips en adviezen op en brengt het lezers ertoe iets uit te knippen, ergens naar toe te bellen, naar een winkel of organisatie te gaan of een website te bezoeken (praktische bruikbaarheidfactor). Hoewel het aantal behaalde punten op de praktische bruikbaarheidfactor afneemt in de tijd, zien we opmerkelijk genoeg dat de relatieve positie hetzelfde blijft. Vanaf 2003 lijkt de relatieve positie zelfs nog iets te verbeteren. De andere mediumtypen zijn dus niet in staat om huis-aan-huisbladen op deze dimensie van het podium te stoten. Een andere opvallende uitkomst is het fors gedaalde aantal punten op de sociale factor. Lezers praten aanmerkelijk minder over wat ze lezen in huis-aan-huisbladen dan in de jaren ervoor. Het aantal punten op de sociale factor ligt nu zelfs lager dan het historische dieptepunt uit 1998. Dit heeft geresulteerd in een behoorlijke verslechtering van de concurrentiepositie op deze dimensie. Huis-aan-huisbladen zijn het minst opwindend, het minst fascinerend en maken het minst nieuwsgierigheid los (stimulansfactor) van alle mediumtypen, al wordt de laagste positie nu gedeeld met post. Net als bij tijdschriften vertoont het totaal aantal behaalde punten over alle acht dimensies een dalende trend. Pagina 24
  • Trendanalyse internetScores en relatieve posities internet op de belevingsdimensies 1997 2003 2007 2011 1997 2003 2007 2011 Belevingsfactoren: Punten Punten Punten Punten Ranking Ranking Ranking Ranking Informatie 27 27 24 24 3 3 3/4 3/4 Transformatie 15 20 18 20 5/6 5 6 5 Geraaktheid 4 2 2 2 2/3 7/8 6 5/6 Tijdverdrijf 14 14 16 18 6 6/7 3/4 4/5 Stimulans 19 18 16 13 2 3 4 4 Identificatie 9 9 7 7 4/5 4/5 6 4/5 Sociale factor 28 20 24 23 3 7 3-5 4 Praktische bruikbaarheid 22 21 16 11 1 1 2/3 3 Totaal 138 131 123 118 n=101 n=653 n=1.058 n=1.224 Basis: 16+ Punten, min. 0, max. 100 Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 25
  • Conclusies internet Bij het medium internet is ten opzichte van 2007 sprake van twee significante dalingen op de belevingsdimensies. Deze dalingen hebben echter nauwelijks impact op de relatieve posities op deze twee dimensies. Het betreft de stimulans- (maakte me nieuwsgierig, enthousiast) en praktische bruikbaarheidfactoren. Deze bevindingen, in combinatie met de middenmoot posities van internet op vrijwel alle factoren en de afname van het totaal aantal behaalde punten door internet, onderstrepen onze conclusie dat internet als „water uit de kraan‟ is geworden. We zien het als iets vanzelfsprekends wat bij ons dagelijks leven hoort. We worden er niet echt meer enthousiast van. Vonden we reviews in het begin nog iets fantastisch, tegenwoordig vinden we het al iets vanzelfsprekends. En we doen van alles met internet. Van facebooken, bankzaken regelen tot gamen. Dit staat ook een duidelijke positionering of uitschieter van het medium op één of meer belevingsitems in de weg. Voor menigeen is de gedeeld 3e/4e plaats van internet op de informatiefactor een verrassing. Zeker ook omdat deze positie door de tijd heen niet verbetert. Maar er is toch van alles op internet te vinden? Dat klopt, en er is zelfs steeds meer informatie aanwezig op het internet. Het is echter zo dat door de toename van vrij toegankelijke informatie op het internet het ook moeilijker is geworden om de juiste informatie te vinden. En dit geldt zeker voor het vinden van betrouwbare informatie. Laat staan betrouwbare tips en adviezen (praktische bruikbaarheid). Veel mensen hechten belang aan reviews op websites en bekijken deze ook graag, maar twijfelen vaak aan de juistheid en betrouwbaarheid omdat men onzeker is over de afzender. Internet lijkt, ten opzichte van vier jaar geleden, iets vaker gebruikt te worden om lege momenten mee te vullen. Daar staat tegenover dat de relatieve positie van internet verbetert is op de identificatiefactor (herkende ik mezelf in). Deze verbetering komt doordat andere mediumtypen op deze dimensie hebben moeten inleveren, terwijl internet een gelijk aantal punten heeft behaald als in 2007. Pagina 26
  • Trendanalyse bioscoopScores en relatieve posities bioscoop op de belevingsdimensies 1997 2003 2007 2011 1997 2003 2007 2011 Belevingsfactoren: Punten Punten Punten Punten Ranking Ranking Ranking Ranking Informatie 6 7 6 5 7 8 8 8 Transformatie 58 58 58 50 1 1 1 1 Geraaktheid 2 2 1 1 4-7 7/8 7/8 7/8 Tijdverdrijf 9 8 6 6 7 8 8 8 Stimulans 23 24 23 23 1 1 1 1 Identificatie 13 9 10 7 2/3 4/5 3 4/5 Sociale factor 43 42 47 42 1 1 1 1 Praktische bruikbaarheid 0 2 0 2 7 7/8 8 6-8 Totaal 154 152 151 136 n=81 n=144 n=212 n=260 Basis: 16+ Punten, min. 0, max. 100 Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 27
  • Conclusies bioscoop Voor het medium bioscoop is er weinig veranderd ten opzichte van de beleving in 2007. Bioscoop heeft een duidelijk uitgesproken positionering op de acht belevingsdimensies. Er zijn drie duidelijke eerste plaatsen, terwijl bioscoop op de andere dimensies een ondergeschikte rol speelt. Het bezoeken van een bioscoop levert het meeste vermaak (transformatie) en de meeste gesprekstof (sociale factor) op. En men wordt er het meest enthousiast van. De bioscoop is naar onze mening een onderbelicht medium, zeker als we deze uitkomsten relateren aan bijvoorbeeld de advertentiegelden die naar dit medium gaan. Wel is zichtbaar dat het aantal behaalde punten op de transformatiefactor significant gedaald is. Evenals het totaal aantal behaalde punten. Op de sociale factor lijkt zich ook een daling voor te doen, al is deze niet significant te noemen. Omdat bioscoop zo ontzettend hoog scoort op deze dimensies heeft dit geen enkele invloed op de relatieve posities op deze onderdelen. Wellicht heeft de daling op deze factoren te maken met een lagere waardering van het filmaanbod op het moment dat het veldwerk van het mediabelevingsonderzoek werd uitgevoerd. Een ander deel van de verklaring zou kunnen liggen in de verschuiving van het bioscooppubliek. De afgelopen jaren gaan steeds minder ouderen naar de film waardoor het bioscooppubliek jonger wordt. Wellicht zijn deze „jongeren‟ kritischer in termen van mediabeleving. Pagina 28
  • Trendanalyse postScores en relatieve posities post op de belevingsdimensies 2003 2007 2011 2003 2007 2011 Belevingsfactoren: Punten Punten Punten Ranking Ranking Ranking Informatie 20 18 17 6 6 6 Transformatie 14 13 12 8 8 8 Geraaktheid 6 5 5 3/4 2/3 2/3 Tijdverdrijf 13 14 10 7 6/7 7 Stimulans 9 10 9 7/8 7 7/8 Identificatie 8 6 4 6 7/8 8 Sociale factor 23 22 18 5/6 6/7 5/6 Praktische bruikbaarheid 15 8 10 4 4 4 Totaal 108 96 85 n=740 n=895 n=997 Basis: 16+ Punten, min. 0, max. 100 Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 29
  • Conclusies post De beleving van post in vergelijking met andere mediumtypen is de afgelopen vier jaar niet echt veranderd. Post scoort ten opzichte van de andere mediumtypen opnieuw niet erg hoog op de belevingsdimensies. De hoogste positie is wederom behaald op de geraaktheidfactor (ergerde me, heeft me verontrust); een gedeeld 2 e/3e plaats met televisie. Post wordt in 2011 minder uit tijdverdrijf gelezen en levert minder vaak gesprekstof op. Ook zien we een daling op de identificatiefactor (herkende ik mezelf in) en in het totaal aantal behaalde punten. Men haalt dus minder beleving uit post. Deze ontwikkelingen zijn te verklaren uit de geringere hoeveelheid post die we tegenwoordig nog op de deurmat ontvangen in vergelijking tot jaren geleden. En ook de samenstelling van de geadresseerde post is veranderd. Het aandeel van zakelijke „serieuze‟ post is de afgelopen jaren toegenomen. Pagina 30
  • Trends in vijftien jaar reclamebelevingMediabeleving 2011/12
  • Inleiding In dit hoofdstuk worden de resultaten van reclamebeleving in een tijdsperspectief geplaatst. Doordat we de reclamebeleving ook vanaf de eerste editie in het onderzoek gemeten hebben, kunnen we weergeven wat de trends en ontwikkelingen voor reclamebeleving zijn in de afgelopen vijftien jaar. De reclamebeleving is gemeten aan de hand van een subset van tien items uit de dertig originele mediabelevingsitems. Belangrijk te vermelden is wel dat dit jaar één van de items in bewoording iets is aangepast. De item “bracht me ertoe iets uit te knippen/ ergens naartoe te bellen/ naar een winkel of organisatie te gaan” is uitgebreid met de tekst “een website te bezoeken”. Voor deze aanpassing is gekozen om het gedrag dat men na het waarnemen van reclame beter in kaart te brengen. Veel reclame is tegenwoordig crossmediaal waarin vaak wordt doorverwezen naar een specifieke website van de adverteerder. Hierna worden de trends en ontwikkelingen in de reclamebeleving voor elk mediumtype apart belicht. Ook bij dit onderdeel geldt dat Nederlanders van 16 jaar en ouder als basis zijn genomen. Om deze reden kunnen de percentages iets verschillen van die uit de hoofdstukken die in het bijzonder over de resultaten uit 2011 gaan. Pagina 32
  • Trendanalyse televisiereclameScores (%) van televisiereclame op de reclamebelevingsitems 1997 2003 2007 2011 Conclusies Heeft mij iets nieuws geboden 3% 4% 4% 2%  Televisiereclame brengt nog steeds veel Nuttige informatie 4% 7% 7% 6% ergernis teweeg. Geen ander medium scoort zo Geloofwaardige informatie 3% 3% 4% 3% hoog op ergernis als televisie. Maakte mij vrolijk 3% 7% 2% 3%  Was in 2003 wel een daling in ergernis over Ergerde me 90% 76% 81% 83% televisiereclame te zien, Vond ik nogal onduidelijk 3% 11% 5% 2% in 2007 en 2011 neemt de ergernis weer toe Maakte me enthousiast 1% 6% 2% 2% vanwege de toenemende clutter. Vond ik origineel en uniek 5% 6% 3% 5%  De trend dat televisiereclame Bracht me ertoe iets uit te knippen/ ergens naartoe duidelijker is geworden, 1% 1% 2% 2% te bellen of te gaan/ een website te bezoeken zet ook door. Voelde me erbij betrokken - 1% 1% 1% Basis: 16+ Scores zijn percentages van de respondenten dat een item heeft aangeklikt. Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 33
  • Trendanalyse radioreclameScores (%) van radioreclame op de reclamebelevingsitems 1997 2003 2007 2011 Conclusies Heeft mij iets nieuws geboden 6% 10% 6% 10%  De ergernis ten aanzien van reclame op de radio Nuttige informatie 9% 13% 19% 16% is behoorlijk gestegen.  De toegenomen clutter Geloofwaardige informatie 5% 8% 2% 10% op de radio en de lager gepercipieerde Maakte mij vrolijk 6% 4% 9% 2% originaliteit van de spotjes zullen hierop Ergerde me 75% 65% 54% 65% (mede) van invloed zijn. Vond ik nogal onduidelijk 6% 9% 4% 3%  Radioreclame maakt luisteraars daarom ook Maakte me enthousiast 1% 5% 1% 3% minder vaak vrolijk.  De geloofwaardigheid Vond ik origineel en uniek 11% 7% 24% 4% van de informatie is wel Bracht me ertoe iets uit te knippen/ ergens naartoe weer toegenomen naar 2% 0% 1% 2% het niveau van 2003. te bellen of te gaan/ een website te bezoeken Voelde me erbij betrokken - 3% 2% 4% Basis: 16+ Scores zijn percentages van de respondenten dat een item heeft aangeklikt. Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 34
  • Trendanalyse dagbladreclameScores (%) van dagbladreclame op de reclamebelevingsitems 1997 2003 2007 2011 Conclusies Heeft mij iets nieuws geboden 14% 19% 18% 8%  In 1997, 2003 en 2007 lag de ergernis ten Nuttige informatie 47% 48% 55% 36% aanzien van dagbladreclame op Geloofwaardige informatie 16% 15% 18% 21% vrijwel hetzelfde niveau. In 2011 is de ergernis Maakte mij vrolijk 3% 6% 2% 2% behoorlijk toegenomen.  Dagbladreclame lijkt in Ergerde me 21% 20% 17% 32% te boeten voor wat Vond ik nogal onduidelijk 3% 8% 2% 6% betreft nuttige duidelijke informatie en het bieden Maakte me enthousiast 11% 27% 8% 8% van iets nieuws. Het zijn vaak dezelfde soort Vond ik origineel en uniek 17% 6% 6% 8% adverteerders die in dagbladen adverteren. Bracht me ertoe iets uit te knippen/ ergens naartoe En de inhaak- 13% 19% 5% 12% advertenties lijken te bellen of te gaan/ een website te bezoeken minder gebruikt te Voelde me erbij betrokken - 7% 10% 5% worden. Basis: 16+  Wel zet dagbladreclame Scores zijn percentages van de respondenten dat een item heeft aangeklikt. weer meer aan tot actie Significante stijging t.o.v. de vorige meting dan vier jaar geleden. Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 35
  • Trendanalyse tijdschriftreclameScores (%) van tijdschriftreclame op de reclamebelevingsitems 1997 2003 2007 2011 Conclusies Heeft mij iets nieuws geboden 18% 22% 14% 15%  Opvallend is dat de beleving van Nuttige informatie 53% 47% 46% 47% tijdschriftreclame de afgelopen jaren vrijwel Geloofwaardige informatie 31% 29% 19% 22% niet veranderd is.  Tijdschriftreclame heeft Maakte mij vrolijk 5% 12% 2% 6% niet tot meer ergernis in de tijd geleid. Dit in Ergerde me 22% 22% 22% 25% tegenstelling tot veel Vond ik nogal onduidelijk 1% 4% 2% 1% andere mediumtypen. Blijkbaar ziet de lezer Maakte me enthousiast 16% 20% 14% 17% de kwaliteit van de advertenties als hoog Vond ik origineel en uniek 12% 13% 19% 14% en beter integraal onderdeel van het Bracht me ertoe iets uit te knippen/ ergens naartoe umfeld. 7% 7% 5% 8% te bellen of te gaan/ een website te bezoeken Voelde me erbij betrokken - 4% 5% 9% Basis: 16+ Scores zijn percentages van de respondenten dat een item heeft aangeklikt. Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 36
  • Trendanalyse internetreclameScores (%) van internetreclame op de reclamebelevingsitems 2003 2007 2011 Conclusies Heeft mij iets nieuws geboden 20% 12% 3%  De ergernis ten aanzien van internetreclame is in de Nuttige informatie 24% 26% 20% afgelopen vier jaar explosief gestegen. Internetreclame is Geloofwaardige informatie 14% 17% 7% op de irritatieladder met stip naar plaats 2 opgeschoven. Maakte mij vrolijk 2% 2% 3%  Internetreclame heeft duidelijk ingeleverd op Ergerde me 52% 50% 70% bruikbaarheid en Vond ik nogal onduidelijk 2% 7% 4% geloofwaardigheid.  Het is echt de hoogste tijd Maakte me enthousiast 10% 5% 7% voor originelere vormen van reclame dan display en Vond ik origineel en uniek 6% 7% 5% minder irritante vormen als home page take overs. Bracht me ertoe iets uit te knippen/ ergens naartoe Zeker als er nog meer 8% 2% 3% te bellen of te gaan/ een website te bezoeken reclamegelden richting Voelde me erbij betrokken 7% 4% 2% internet gaan. Basis: 16+ Scores zijn percentages van de respondenten dat een item heeft aangeklikt. Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 37
  • Trendanalyse huis-aan-huisreclameScores (%) van reclame in huis-aan-huisbladen op de reclamebelevingsitems 1997 2003 2007 2011 Conclusies Heeft mij iets nieuws geboden 12% 14% 10% 16%  Reclame in huis-aan- huisbladen wordt vrijwel Nuttige informatie 62% 57% 56% 55% hetzelfde beleefd als vier jaar geleden. Geloofwaardige informatie 23% 25% 21% 27%  De ergernis ten aanzien van de reclame in huis- Maakte mij vrolijk 3% 3% 1% 3% aan-huisbladen is niet toegenomen, maar Ergerde me 10% 9% 15% 18% vertoont wel een licht Vond ik nogal onduidelijk 4% 2% 2% 4% stijgende trend.  Desalniettemin leidt Maakte me enthousiast 19% 16% 10% 16% reclame in huis-aan- huisbladen tot de minste Vond ik origineel en uniek 9% 5% 4% 8% irritatie vergeleken met de andere Bracht me ertoe iets uit te knippen/ ergens naartoe mediumtypen. 19% 29% 17% 15% te bellen of te gaan/ een website te bezoeken Voelde me erbij betrokken - 10% 12% 7% Basis: 16+ Scores zijn percentages van de respondenten dat een item heeft aangeklikt. Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 38
  • Trendanalyse bioscoopreclameScores (%) van bioscoopreclame op de reclamebelevingsitems 1997 2003 2007 2011 Conclusies Heeft mij iets nieuws geboden 8% 7% 4% 6%  De beleving van bioscoopreclame Nuttige informatie 8% 25% 11% 19% vertoont enkele schommelingen. Geloofwaardige informatie 0% 3% 6% 9%  Bioscoopreclame maakt de bezoekers van een Maakte mij vrolijk 21% 6% 23% 5% film nu minder vaak vrolijk. Ergerde me 60% 46% 56% 61%  Daar staat tegenover Vond ik nogal onduidelijk 2% 5% 6% 1% dat bioscoopreclame wel op het aspect Maakte me enthousiast 0% 3% 6% 6% „duidelijkheid‟ hoger scoort dan vier jaar Vond ik origineel en uniek 35% 28% 9% 13% geleden. Bracht me ertoe iets uit te knippen/ ergens naartoe  Opvallend blijft de 0% 0% 0% 0% daling op originaliteit ten te bellen of te gaan/ een website te bezoeken opzichte van de oudere Voelde me erbij betrokken - 0% 0% 0% metingen. Basis: 16+ Scores zijn percentages van de respondenten dat een item heeft aangeklikt. Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 39
  • Trendanalyse brievenbusreclameScores (%) van brievenbusreclame op de reclamebelevingsitems 1997 2003 2007 2011 Conclusies Heeft mij iets nieuws geboden 15% 17% 11% 15%  Brievenbusreclame heeft veel wijzigingen Nuttige informatie 48% 45% 37% 46% ondergaan in de beleving van de Geloofwaardige informatie 16% 19% 15% 16% consument. Het belangrijkste is dat de Maakte mij vrolijk 3% 5% 10% 7% ergernis niet is toegenomen. Ergerde me 32% 35% 28% 29%  Ook biedt het nu meer nuttige en duidelijke Vond ik nogal onduidelijk 2% 6% 2% 5% informatie dan vier jaar geleden. En zet het Maakte me enthousiast 15% 21% 15% 15% meer aan tot actie. Vond ik origineel en uniek 5% 3% 11% 6%  Deze uitkomsten onderschrijven de Bracht me ertoe iets uit te knippen/ ergens naartoe kracht van folders en 13% 16% 13% 18% te bellen of te gaan/ een website te bezoeken het toegenomen aandeel van serieuze, Voelde me erbij betrokken - 5% 2% 4% geadresseerde post. Basis: 16+ Scores zijn percentages van de respondenten dat een item heeft aangeklikt. Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 40
  • Trendanalyse buitenreclameScores (%) van buitenreclame op de reclamebelevingsitems 1997 2003 2007 2011 Conclusies Heeft mij iets nieuws geboden 10% 9% 14% 9%  De ergernis ten aanzien van buitenreclame is in Nuttige informatie 11% 18% 19% 14% de afgelopen vier jaar toegenomen. Nog nooit Geloofwaardige informatie 4% 6% 6% 11% lag de ergernis zo hoog.  Op originaliteit heeft Maakte mij vrolijk 18% 23% 8% 9% buitenreclame ingeleverd, ook door de Ergerde me 32% 18% 23% 41% tijd heen. Vond ik nogal onduidelijk 10% 15% 22% 13%  Wel wordt buitenreclame als Maakte me enthousiast 3% 7% 6% 5% duidelijker ervaren dan in de vorige meting. Vond ik origineel en uniek 41% 26% 27% 18% Bracht me ertoe iets uit te knippen/ ergens naartoe 3% 3% 2% 2% te bellen of te gaan/ een website te bezoeken Voelde me erbij betrokken - 6% 4% 3% Basis: 16+ Scores zijn percentages van de respondenten dat een item heeft aangeklikt. Significante stijging t.o.v. de vorige meting Significante daling t.o.v. de vorige meting Pagina 41
  • Aspecten die beleving beïnvloedenMediabeleving 2011/12 Pagina 42
  • Inleiding In het onderzoek zijn drie typen kenmerken opgenomen die media- en reclamebeleving beïnvloeden:  Sociodemografische kenmerken  Situationele kenmerken  Stemmingskenmerken Bij de situationele kenmerken hebben wij gekeken naar de plaats (waar vond de mediumconfrontatie plaats), de sociale omgeving (alleen of met anderen), de mate van aandacht en waardering, maar ook of de mediaconsumptie als hoofdactiviteit (voornaamste aandacht) of als secundaire activiteit (mediaconsumptie erbij) plaatsvond. Op de volgende pagina‟s gaan we in op enkele van deze situationele kenmerken. We beschrijven hoe aandachtig de diverse media worden geconsumeerd, hoe men de content (als programma‟s, websites, etc.) overall waardeert en in hoeverre de diverse mediumtypen al dan niet alleen of in combinatie met andere activiteiten worden geconsumeerd. De basis vormt 2011. In de afzonderlijke hoofdstukken per mediumtype geven we weer wat de invloed van deze kenmerken is op de beleving anno 2011. Pagina 43
  • Mate van aandacht en waarderingBioscoop krijgt meeste aandacht en hoogste waardering Mate van aandacht Waardering content5 104 8 4,3 7,9 4,0 3,9 3,9 6 7,6 7,6 7,6 7,5 7,43 3,7 6,8 6,5 3,4 3,4 3,3 42 21 0 Bios Int. TV Tijds. Dagb. Radio Post H-a-H Bios Radio Tijds. Int. TV Dagb. H-a-H Post Mate van aandacht (1 = weinig, 5 = veel) Rapportcijfer Conclusies Conclusies  De scores en rankings van alle mediumtypen zijn  Net als voor de mate van aandacht, weet bioscoop de vergelijkbaar gebleven aan 2007. hoogste score te realiseren voor overall waardering.  Bioscoop blijft (net als in 2007) het medium dat met de  Internet, tijdschriften en radio volgen na bioscoop (7,9) meeste aandacht wordt geconsumeerd. met een 7,6.  Internet, tijdschriften en televisie worden met een  Huis-aan-huisbladen en post krijgen de laagste hogere mate van aandacht geconsumeerd dan radio, waarderingen. post en huis-aan-huisbladen.  De waardering van de mediumtypen is op hetzelfde niveau gebleven als in 2007. Pagina 44
  • Sociale omgeving en multitaskenInternetten doe je vaak alleen, tv kijken vaker samen met anderen.Radio en huis-aan-huisbladen worden het meest in combinatie geconsumeerd. Alleen of samen Monotasking vs. multitasking Alleen Samen met anderen Solo Multi met niet-media Multi met media 100 100 80 80 82 60 78 78 78 80 60 73 73 58 58 40 40 55 42 42 20 20 18 28 24 10 17 6 22 10 12 6 16 9 14 5 15 0 0 TV Radio Internet Radio Dagblad H-a-H TV Internet Post Tijds. Conclusies Conclusies  Internet is een typisch medium om alleen te  Radio luisteren leent zich er het meest voor om samen gebruiken, maar het komt natuurlijk ook voor dat men met andere activiteiten te doen. Ook combineert men dit samen met iemand anders doet (in 18% van de radio luisteren makkelijk met andere media. gevallen).  Het combineren met andere media komt na radio het  Tv kijken wordt vaker samen gedaan (58% vs. 42% meest voor bij huis-aan-huisbladen (22%) en alleen). dagbladen (17%). Eigenlijk worden alle mediumtypen wel eens gecombineerd gebruikt met andere media, maar het komt verhoudingsgewijs het minst voor bij televisie kijken (12%). Basis: 13+ Punten, min. 0, max. 100 Pagina 45
  • Mediabeleving anno 2011/12Mediabeleving 2011/12 Pagina 46
  • Mediumtypenvergelijking anno 2011/12Puntenverdeling over mediumtypen TV Radio Dagblad Tijdschrift Internet H.a.h. Bios PostInformatie 21 15 43 27 23 23 5 16Transformatie 27 43 17 39 19 16 51 11Geraaktheid 5 1 9 2 2 2 1 5Tijdverdrijf 15 17 25 24 17 34 7 10Stimulans 14 10 12 20 13 9 22 8Identificatie 10 6 9 11 7 6 7 4Sociale factor 24 10 36 18 22 16 40 18Praktische bruikbaarheid 2 2 8 19 11 12 2 9Sociale interactie 9 6 11 9 17 10 21 7Innovatie 5 7 12 24 8 9 6 7Actualiteit 13 12 28 13 21 20 2 14 Totaal 145 129 210 206 160 157 164 109Basis: 13+, heeft mediabeleving.Punten, min. 0, max. 100 Pagina 47
  • Mediumtypenvergelijking anno 2011/12 - vervolgRanking mediumtypen naar belevingsfactoren ranking TV Radio Dagblad Tijdschrift Internet H.a.h. Bios PostInformatie 5 7 1 2 3/4 3/4 8 6Transformatie 4 2 6 3 5 7 1 8Geraaktheid 2/3 7/8 1 4-6 4-6 4-6 7/8 2/3Tijdverdrijf 6 4/5 2 3 4/5 1 8 7Stimulans 3 6 5 2 4 7 1 8Identificatie 2 6/7 3 1 4/5 6/7 4/5 8Sociale factor 3 8 2 5/6 4 7 1 5/6Praktische bruikbaarheid 6-8 6-8 5 1 3 2 6-8 4Sociale interactie 5/6 8 3 5/6 2 4 1 7Innovatie 8 5/6 2 1 4 3 7 5/6Actualiteit 5/6 7 1 5/6 2 3 8 4Basis: 13+, heeft mediabeleving.De rankings zijn gemaakt op basis vanhet aantal behaalde punten. Pagina 48
  • Mediumtypenvergelijking anno 2011/12 - vervolgRanking belevingsfactoren binnen mediumtypen TV Radio Dagblad Tijdschrift Internet H.a.h. Bios Post rankingInformatie 3 3 1 2 1 2 8 2Transformatie 1 1 5 1 4 4/5 1 4Geraaktheid 9/10 11 9/10 11 11 11 11 10Tijdverdrijf 4 2 4 3/4 5/6 1 5/6 5Stimulans 5 5/6 6/7 5 7 8/9 3 7Identificatie 7 8/9 9/10 9 10 10 5/6 11Sociale factor 2 5/6 2 7 2 4/5 2 1Praktische bruikbaarheid 11 10 11 6 8 6 9/10 6Sociale interactie 8 8/9 8 10 5/6 7 4 8/9Innovatie 9/10 7 6/7 3/4 9 8/9 7 8/9Actualiteit 6 4 3 8 3 3 9/10 3Basis: 13+, heeft mediabeleving.De rankings zijn gemaakt op basis vanhet aantal behaalde punten. Pagina 49
  • Conclusies mediabeleving 2011/12 Televisie is een medium waarin men zich kan herkennen of in kan meeleven (identificatiefactor). Ook is het een medium dat mensen weet te raken (geraaktheidfactor), enthousiasme teweegbrengt (stimulansfactor) en zorgt voor gespreksstof (sociale factor). Voor radio is de transformatiefunctie (het bieden van vermaak) zeer dominant. Wel wordt radio vaak vanuit tijdverdrijf beluisterd. Op de andere factoren scoort radio een plek in de middenmoot of achterhoede. Dagbladen scoren op bijna alle factoren goed. Ze zijn met name sterk in de informatie- en actualiteitsfactor. Ook weten dagbladen het beste mensen te raken. Verder doen dagbladen het goed ten opzichte van andere mediumtypen als het gaat om de innovatiefactor en het genereren van gespreksstof (sociale factor). Op de ranking van alle mediumtypen staan dagbladen nu wel op de tweede plaats als het gaat om tijdverdrijf. Tijdschriften zijn sterk in identificatie, praktische bruikbaarheid (het bieden van tips) en innovatie (brengt me in aanraking met nieuwe trends, zorgt ervoor dat ik verrast wordt). Tijdschriften zijn op deze drie factoren het hoogst scorende mediumtype. Daarnaast doen tijdschriften het ook relatief goed op de informatie- en op de stimulansfactor (met een 2e positie) en de transformatiefactor (het bieden van vermaak). Internet is met name op twee vlakken erg sterk. Aan de ene kant scoort internet hoog op de actualiteitsfactor (up-to- date houden/snel op de hoogte brengen). Na dagbladen, die op nummer één staan, is internet het medium dat hier het hoogst op scoort. Aan de andere kant is het een uitgelezen medium voor sociale interactie (samen met anderen iets doen/delen en contacten onderhouden). Hoewel het lezen van huis-aan-huisbladen vooral wordt gedaan als tijdverdrijf, scoren ze relatief goed op praktische bruikbaarheid (het bieden van tips), actualiteit en innovatie. Zij nemen daarbij de tweede of derde positie in bij vergelijking met de andere media. Bioscoop heeft een uitgesproken beeld als het gaat om beleving: een erg hoge score op transformatie, sociale factor, stimulansfactor en sociale interactie. Op alle vier de factoren heeft bioscoop de hoogste score van alle mediumtypen. Post is in staat om mensen te raken. Samen met televisie staat post op deze belevingsdimensie op de 2 e/3e positie. Op praktische bruikbaarheid en actualiteit scoort post redelijk hoog met een vierde plaats. Pagina 50
  • Reclamebeleving anno 2011/12Mediabeleving 2011/12 Pagina 51
  • Reclamebeleving anno 2011/12Scores (%) van reclamevormen op de reclamebelevingsitems Buiten- TV Radio Dagblad Tijdschrift Internet H.a.h. Bios Post reclameHeeft mij iets nieuws geboden 2% 10% 8% 15% 2% 16% 6% 15% 8%Nuttige informatie 6% 15% 36% 45% 19% 55% 18% 46% 12%Geloofwaardige informatie 3% 10% 21% 21% 7% 27% 9% 17% 10%Maakte mij vrolijk 3% 2% 2% 7% 3% 3% 4% 8% 12%Ergerde me 84% 66% 32% 26% 71% 18% 63% 30% 40%Vond ik nogal onduidelijk 2% 3% 6% 1% 5% 4% 2% 5% 12%Maakte me enthousiast 2% 3% 8% 16% 7% 16% 6% 15% 5%Vond ik origineel en uniek 5% 4% 8% 14% 5% 7% 12% 6% 18%Bracht me ertoe iets uit te knippen/ergens naartoe te bellen of te gaan/ een 2% 2% 12% 7% 2% 15% 0% 18% 2%website te bezoekenVoelde me erbij betrokken 1% 4% 5% 8% 2% 7% 0% 4% 3%Basis: 13+, heeft reclamebeleving (minimaal één item aangevinkt).Scores zijn percentages van de respondenten dat een item heeft aangeklikt. Pagina 52
  • Reclamebeleving anno 2011/12Ranking van reclamevormen op de reclamebelevingsitems ranking Buiten- TV Radio Dagblad Tijdschrift Internet H.a.h. Bios Post reclameHeeft mij iets nieuws geboden 8/9 4 5/6 2/3 8/9 1 7 2/3 5/6Nuttige informatie 9 8 4 3 5 1 6 2 7Geloofwaardige informatie 9 5/6 2/3 2/3 8 1 7 4 5/6Maakte mij vrolijk 5-7 8/9 8/9 3 5-7 5-7 4 2 1Ergerde me 1 3 6 8 2 9 4 7 5Vond ik nogal onduidelijk 7/8 6 2 9 3/4 5 7/8 3/4 1Maakte me enthousiast 9 8 4 1/2 5 1/2 6 3 7Vond ik origineel en uniek 7/8 9 4 2 7/8 5 3 6 1Bracht me ertoe iets uit te knippen/ergens naartoe te bellen of te gaan/ 5-8 5-8 3 4 5-8 2 9 1 5-8een website te bezoekenVoelde me erbij betrokken 8 4/5 3 1 7 2 9 4/5 6Basis: 13+, heeft reclamebeleving (minimaal één item aangevinkt).Rankings zijn gemaakt op basis van de percentages op de vorige pagina. Pagina 53
  • Verschil in beleving DM en reclamefoldersReclamefolders worden positiever beoordeeld dan DM Beleving DM versus reclamefolders Conclusies Heeft me iets nieuw s geboden  DM wekt veel meer ergernis op dan 60 reclamefolders: 51% ergert zich aan Voelde me erbij betrokken 50 Nuttige informatie DM en 22% aan reclamefolders. 40  Reclamefolders scoren in het algemeen 30 beter op de stellingen dan DM. In Zette aan tot actie 20 Geloofw aardige informatie vergelijking met DM geven reclamefolders, vaker nuttige en 10 geloofwaardige informatie. 0  Bovendien maken reclamefolders de ontvangers vaker vrolijk en enthousiast.Vond ik origineel en uniek Maakte me vrolijk  Reclamefolders zetten de ontvangers ook vaker aan tot actie (om iets uit te knippen, ergens naar toe te bellen of te gaan of een website te bezoeken). Maakte me enthousiast Ergerde me Vond ik nogal Reclamefolders DM onduidelijkBasis: 13+, heeft reclamebeleving. Pagina 54
  • Conclusies reclamebeleving 2011/12 Over het algemeen bestaat er veel ergernis aan reclame, via welk mediumtype dan ook. En deze ergernis is de laatste jaren alleen maar verder toegenomen, bleek uit de trendanalyse. Tv reclame staat anno 2011 wat betreft reclame- ergernis op plaats één (84%), gevolgd door internetreclame (71%). Radioreclame en bioscoopreclame staan op de 3 e en 4e plaats. De andere mediumtypen wekken aanmerkelijk minder ergernis op. Televisiereclame genereert voornamelijk ergernis. Op de andere reclamebelevingsitems scoort televisie relatief laag. Radioreclame geeft luisteraars nuttige, geloofwaardige en nieuwe informatie. Op deze reclame-items heeft radio zelf de hoogste scores behaald, al zijn deze scores laag te noemen in vergelijking tot de andere mediumtypen. Dagbladreclame scoort relatief hoog op het geven van geloofwaardige informatie, al wordt dagbladreclame ook relatief vaak als onduidelijk ervaren. Desalniettemin zet dagbladreclame wel relatief vaak aan tot actie. Reclame in tijdschriften wordt relatief positief beoordeeld. Het neemt de eerste positie in als het gaat om betrokkenheid en het creëren van enthousiasme, en een tweede positie als het gaat om originaliteit. Ook op de andere aspecten scoort tijdschriftreclame relatief hoog. Internetreclame scoort relatief gezien niet hoog op de items en lokt minder vaak positieve reacties uit. Binnen de items ergert men er zich voornamelijk aan en internetreclame wordt relatief vaak als onduidelijk ervaren. De stelling waarop internetreclame zelf de meest positieve score behaalt, is het bieden van nuttige informatie. Reclame in huis-aan-huisbladen scoort erg goed. De reclame staat op de toppositie als het gaat om nieuwe, nuttige en geloofwaardige informatie. Verder deelt huis-aan-huisreclame de toppositie als het gaat om enthousiasmeren (samen met tijdschriften). Daarnaast doet reclame in huis-aan-huisbladen het relatief goed op het creëren van betrokkenheid en het aanzetten tot actie (voor beide de 2 e positie). Bioscoopreclame neemt de derde positie in als het gaat om originaliteit. Verder neemt bioscoopreclame de vierde plaats in wat betreft vrolijk maken. Brievenbusreclame is sterk in het aanzetten tot actie. Brievenbusreclame wordt relatief vaak gezien als nuttige informatie en reclame die iets nieuws biedt en vrolijk maakt. Reclamefolders worden positiever beoordeeld dan DM. Buitenreclame maakt het meest vrolijk van alle reclamevormen, en wordt het meest origineel en uniek bevonden. Tegelijkertijd scoort buitenreclame ook het hoogst op onduidelijkheid. Pagina 55
  • Televisiebeleving anno 2011/12Mediabeleving 2011/12 Pagina 56
  • Televisiebeleving in 2011/12Punten en rankings televisie 2011 Conclusies Ranking Ranking Punten t.o.v. andere media binnen televisie  Van de elf factoren scoort televisie quaInformatie 21 5 3 punten het hoogst op transformatie, de socialeTransformatie 27 4 1 factor en de informatiefactor.Geraaktheid 5 2/3 9/10  In vergelijking metTijdverdrijf 15 6 4 andere media kan men zich in televisie meerStimulans 14 3 5 herkennen of in meelevenIdentificatie 10 2 7 (identificatiefactor).  Het is een medium datSociale factor 24 3 2 mensen weet te raken, enthousiasmePraktische bruikbaarheid 2 6-8 11 teweegbrengt en zorgt voor gespreksstof.Sociale interactie 9 5/6 8Innovatie 5 8 9/10Actualiteit 13 5/6 6Basis: 13+, heeft televisiebeleving.Punten, min. 0, max. 100 Pagina 57
  • Invloed aandacht en waarderingEen hoger aandachtsniveau en een hogere waardering voor het programma leiden vooral totmeer informatieopname, meer vermaak, meer enthousiasme en meer gespreksstof. Mate van aandacht Mate van aandacht - vervolg Boven Gemiddeld Beneden Boven Gemiddeld Beneden 40 40 30 30 29 28 20 24 26 20 22 22 21 10 13 13 16 12 7 6 10 15 17 15 5 3 5 11 7 9 2 2 1 9 6 8 6 5 3 10 8 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Waardering content Waardering content - vervolg 35 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * 30 40 33 25 30 20 24 15 21 19 28 18 17 20 10 13 20 5 5 5 11 8 8 10 15 3 1 11 7 7 4 12 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- 0 Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft televisiebeleving. Punten, min. 0, max. 100 *= basis is te laag om resultaten te tonen Pagina 58
  • Invloed locatie en gezelschapSamen met anderen kijken, stimuleert er te over praten (sociale factor) maar leidt niet tot meervermaak. Integendeel zelfs. Als men alleen kijkt, wordt men vaker meer vermaakt. Locatie Locatie - vervolg Thuis Ergens anders Thuis Ergens anders 40 40 30 30 27 26 28 20 20 24 26 21 10 14 14 14 12 10 14 5 5 10 11 2 9 11 5 8 11 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Alleen of samen Alleen of samen - vervolg Alleen Samen met anderen Alleen Samen met anderen 40 40 30 30 30 31 20 24 20 22 19 17 10 15 14 10 15 5 5 13 11 10 2 2 7 10 6 5 13 14 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft televisiebeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 59
  • Invloed weekmoment en multitaskenOf men nu in het weekend of door de week kijkt, heeft niet veel invloed op de scores, al lijktmen doordeweeks iets meer informatie uit de televisiebeleving te halen. Tv kijken wordt meervanuit tijdverdrijf gedaan als men televisie kijken combineert met andere activiteiten. Dit iszeker het geval als men ook andere media op hetzelfde moment consumeert. Dag van de week Dag van de week - vervolg Doordeweeks Weekend Doordeweeks Weekend 40 40 30 30 20 26 28 20 24 25 22 18 10 14 16 14 14 10 14 6 4 11 10 2 1 9 8 5 6 11 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Soort activiteit Soort activiteit - vervolg Solo Multi met niet-media Multi met media Solo Multi met niet-media Multi met media 40 40 30 30 20 27 25 26 26 20 25 24 21 19 20 21 10 17 15 10 14 12 12 5 4 5 12 10 13 11 10 7 2 4 2 9 10 7 6 4 5 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft televisiebeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 60
  • Invloed apparaat op televisiebelevingKijken via PC of laptop leidt tot meer vermaak, maar wordt relatief vaker vanuittijdverdrijf gedaan. Televisiebeleving per apparaat Conclusies Informatie  Veruit de meerderheid kijkt naar 40 televisie op de vertrouwde manier: via Actualiteit Transformatie het gewone televisietoestel. Van alle 30 geregistreerde televisiekijkmomenten was 4% via de PC of laptop, 1% via de 20 Innovatie Geraaktheid tablet en 1% via de smartphone. 10  Hoewel de resultaten voor de PC/laptop indicatief zijn (n=41), zien we 0 wel dat kijken via de PC of laptop tot Sociale interactie Tijdverdrijf meer vermaak leidt en iets meer enthousiasme teweegbrengt.  Ook speelt tijdverdrijf een wat grotere rol bij PC/laptop kijkers en leidt het Praktische bruikb. Stimulans kijken via de PC/laptop tot minder gespreksstof. De verklaring hiervoor ligt in het feit dat men vaker alleen achter Sociale factor Identificatie de PC of laptop naar een programma TV toestel PC/laptop kijkt.  Deze uitkomsten liggen in lijn met de Basis: 13+, heeft televisiebeleving. uitkomsten van het Punten, min. 0, max. 100 mediabelevingsonderzoek uit 2007. Pagina 61
  • Beleving televisiezendersPublieke en commerciële televisiezenders hebben duidelijk een andere functievanuit de beleving van de consument. Publieke vs. commerciële zenders Conclusies Informatie  Uit de publieke zenders halen kijkers 35 meer geloofwaardige en actuele Actualiteit 30 Transformatie informatie en de programma‟s raken de 25 kijkers meer. Tevens levert het kijken 20 naar de programma‟s van de publieke Innovatie 15 Geraaktheid omroep tot meer gespreksstof. 10  Het kijken naar programma‟s van de 5 commerciële zenders leidt tot meer 0 vermaak, en wordt relatief vaker vanuit Sociale interactie Tijdverdrijf tijdverdrijf gedaan. Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Publieke zenders Commerciële zenders Basis: 13+, heeft televisiebeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 62
  • Beleving televisieprogrammasTopposities programma‟s op belevingsdimensies Nr. 1 Nr. 2 Nr. 3 ConclusiesSpelshows/quizzen (n=69) transformatie sociale factor tijdverdrijf  In de tabel hiernaast zijn de soorten tv-programma‟s gerankt op deTalentenjachten (n=65) transformatie sociale factor stimulans transformatiescore. Onder de streep zijn de programma‟s gerankt op deSoaps (n=67) transformatie tijdverdrijf identificatie score op de sociale factor.Speelfilms (n=46) transformatie tijdverdrijf stimulans  Spelshows en quizzen hebben de hoogste scores op transformatie (46(Luchtige) informatieve punten), daarna volgen de transformatie sociale factor stimulansprogramma’s (n=57) talentenjachten, soaps en speelfilms, met alle drie 40 punten op deActie-, politie- en transformatie tijdverdrijf stimulans transformatiefactor.misdaadseries (n=66)  Nieuws- en actualiteitenprogramma‟sSportprogramma’s (n=119) transformatie sociale factor actualiteit genereren de meeste gespreksstof (sociale factor).Nieuws en actualiteit informatie sociale factor actualiteit(n=345)Praatprogramma’s (n=101) informatie sociale factor transformatieNieuws en actualiteit in de informatie sociale factor identificatieregio (n=38)Emotie TV (n=40) identificatie transformatie sociale factorBij n<50 zijn de resultaten indicatiefSoorten tv-programma‟s met n < 25 worden niet getoond. Pagina 63
  • Doelgroepen Informatie Informatie 30 35 Actualiteit Transformatie Actualiteit 30 Transformatie 25 25 20 20 15 Innovatie 15 Geraaktheid Innovatie Geraaktheid 10 10 5 5 0 0 Sociale interactie Tijdverdrijf Sociale interactie Tijdverdrijf Praktische bruikb. Stimulans Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Sociale factor Identificatie 13-24 jaar 25-49 jaar 50 jaar en ouder Vrouw en Mannen Informatie 30 Conclusies Actualiteit 25 Transformatie 20  Vrouwen kijken televisie meer om vermaakt te worden en mannen meer om informatie tot zich te nemen. 15 Innovatie Geraaktheid 10  Leeftijd speelt op veel factoren binnen tv kijken een 5 significante rol. Ouderen (50+-ers) kijken meer 0 televisie vanwege de informatie en actualiteit enSociale interactie Tijdverdrijf worden er meer door geraakt. Jongeren (13-24 jarigen) kijken vanwege de stimulans (opwindend, enthousiasmerend). 25-49 jarigen scoren hoger op transformatie. Praktische bruikb. Stimulans  Hoger opgeleiden scoren hoger op een aantal factoren, zoals informatie, transformatie en sociale Sociale factor Identificatie factor. Zij halen de meeste beleving uit tv. Lager Middelbaar Hoger Pagina 64
  • Radiobeleving anno 2011/12Mediabeleving 2011/12 Pagina 65
  • Radiobeleving in 2011/12Punten en rankings radio 2011 Conclusies Ranking Ranking Punten t.o.v. andere media binnen radio  Van de elf factoren scoort radio qua puntenInformatie 15 7 3 het hoogst op transformatie.Transformatie 43 2 1  Tijdverdrijf en informatieGeraaktheid 1 7/8 11 staan, op afstand, op de tweede en derde positie.Tijdverdrijf 17 4/5 2  In vergelijking met andere mediumtypen isStimulans 10 6 5/6 de radio erg sterk in de transformatiefactor: hetIdentificatie 6 6/7 8/9 bieden van vermaak. Alleen bioscoop scoortSociale factor 10 8 5/6 hoger.Praktische bruikbaarheid 2 6-8 10Sociale interactie 6 8 8/9Innovatie 7 5/6 7Actualiteit 12 7 4Basis: 13+, heeft radiobeleving.Punten, min. 0, max. 100 Pagina 66
  • Invloed aandacht en waarderingEen hoog aandachtsniveau en een hogere waardering leiden tot een rijkere beleving.Men krijgt dan vooral meer (actuele, geloofwaardige en nieuwe) informatie en gespreksstof.En het resulteert in meer vermaak. Mate van aandacht Mate van aandacht - vervolg Boven Gemiddeld Beneden Boven Gemiddeld Beneden 50 50 40 46 40 30 39 39 30 20 20 21 10 17 17 19 14 5 5 10 15 4 17 10 7 2 1 1 10 2 3 7 4 1 1 8 4 3 10 5 3 8 6 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Waardering content Waardering content - vervolg 50 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * 50 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * 40 49 40 30 34 30 20 20 17 20 10 12 1 2 15 13 5 9 2 10 14 9 13 6 4 1 7 4 10 3 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft radiobeleving. Punten, min. 0, max. 100 *= basis is te laag om resultaten te tonen Pagina 67
  • Invloed locatie en gezelschapDe locatie waar men luistert, heeft niet veel invloed op de beleving.Als men alleen luistert, haalt men meer informatie uit het moment van luisteren en luistert menvaker vanuit tijdverdrijf dan wanneer men met anderen naar de radio luistert. Locatie Locatie - vervolg Thuis Ergens anders Thuis Ergens anders 50 50 40 40 43 43 30 30 20 20 10 19 10 15 15 2 1 15 11 10 8 5 11 12 3 2 6 5 8 7 12 12 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Alleen of samen Alleen of samen - vervolg Alleen Samen met anderen Alleen Samen met anderen 50 50 40 40 42 43 30 30 20 20 10 17 19 10 12 1 1 15 10 10 6 6 9 12 3 2 5 6 7 7 12 11 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft radiobeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 68
  • Invloed weekmoment en multitaskenDoordeweeks wordt radio meer gebruikt voor informatie, actualiteit en gespreksstof.Als men radio combineert met andere activiteiten, en zeker in combinatie met andere media,dan resulteert dit in meer vermaak. Dag van de week Dag van de week - vervolg Doordeweeks Weekend Doordeweeks Weekend 50 50 40 40 43 41 30 30 20 20 10 16 11 17 19 10 1 1 10 9 7 5 12 6 3 2 6 4 7 6 13 9 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Soort activiteit Soort activiteit - vervolg Solo Multi met niet-media Multi met media Solo Multi met niet-media Multi met media 50 50 40 44 47 40 30 38 30 20 20 10 16 15 15 2 1 1 16 19 18 11 9 11 7 5 7 10 11 11 9 2 2 3 6 5 7 8 7 7 14 11 11 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft radiobeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 69
  • Invloed apparaat op radiobelevingLuistert men radio via een PC of laptop, dan luistert men gerichter en wordt men meervermaakt dan wanneer men via een radiotoestel luistert. Radiobeleving per apparaat Conclusies Informatie  Eén op de tien heeft radio via de PC of 60 laptop geluisterd, 2% via een Actualiteit 50 Transformatie smartphone en 11% via nog een ander 40 apparaat. De meerderheid heeft via 30 een (auto)radio geluisterd (86%). Innovatie Geraaktheid 20  Bij het luisteren via een PC of een laptop speelt de transformatiefactor 10 (vermaakt worden) een dominantere rol 0 dan wanneer men via een radiotoestel Sociale interactie Tijdverdrijf luistert. Men luistert dan ook gerichter en minder vanuit tijdverdrijf.  Men luistert dan naar iets andere Praktische bruikb. Stimulans zenders getuige ook de lagere score op de informatiefactor. Sociale factor Identificatie Radiotoestel PC/laptop Basis: 13+, heeft radiobeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 70
  • Beleving radiozenders Publieke vs. commerciële radiozenders Conclusies Informatie 50  Door het luisteren naar landelijke commerciële Actualiteit 40 Transformatie radiozenders worden luisteraars meer vermaakt. 30  De landelijke publieke radiozenders bieden meer Innovatie 20 Geraaktheid informatie, actualiteit en gespreksstof. 10  Ten opzichte van 2007 hebben de publieke 0 zenders behoorlijk moeten inleveren op de Sociale interactie Tijdverdrijf identificatiefactor. Kijkers kunnen zich nu dus minder goed identificeren met de programma‟s van de publieke radiozenders dan vier jaar Praktische bruikb. Stimulans geleden. Sociale factor Identificatie  De commerciële radiozenders scoren in 2011 Publiek Commercieel hoger op transformatie dan in 2007. Landelijke vs. regionale radiozenders Conclusies Informatie 50  Opvallend is dat de regionale zenders op bijna Actualiteit 40 Transformatie alle aspecten scoren hoger dan de landelijke 30 radiozenders. Innovatie 20 Geraaktheid  Opvallend is wel dat de regionale radiozenders nu 10 aanmerkelijk meer vanuit tijdverdrijf worden 0 Sociale interactie Tijdverdrijf beluisterd dan in 2007. Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Landelijk RegionaalBasis: 13+, heeft radiobeleving.Punten, min. 0, max. 100 Pagina 71
  • Doelgroepen Informatie Informatie 50 50 Actualiteit Transformatie Actualiteit Transformatie 40 40 30 30 Innovatie 20 Geraaktheid Innovatie Geraaktheid 20 10 10 0 0 Sociale interactie Tijdverdrijf Sociale interactie Tijdverdrijf Praktische bruikb. Stimulans Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Sociale factor Identificatie Vrouwen Mannen 13-24 jaar 25-49 jaar 50 jaar en ouder Informatie 50 Conclusies Actualiteit Transformatie 40  Vrouwen luisteren iets meer naar de radio om 30 vermaakt te worden dan mannen. Innovatie 20 Geraaktheid 10  Radio is vooral voor 50+-ers een medium voor informatie en actualiteit. Zij identificeren zich er 0Sociale interactie Tijdverdrijf ook meer mee en scoren hoger op de sociale interactiefactor. Voor 25-49 jarigen is het nog meer een manier om vermaakt te worden. Praktische bruikb. Stimulans  Voor hoger opgeleiden is radio meer een informatie- en actualiteitsmiddel, maar ze Sociale factor Identificatie gebruiken het ook meer vanuit tijdverdrijf. Lager Middelbaar Hoger Pagina 72
  • Dagbladbeleving anno 2011/12Mediabeleving 2011/12 Pagina 73
  • Dagbladbeleving in 2011/12Punten en rankings dagbladen 2011 Conclusies Ranking Ranking Punten t.o.v. andere media binnen dagbladen  Van de elf factoren scoren dagbladen quaInformatie 43 1 1 punten het hoogst op de informatiefactor, hetTransformatie 17 6 5 geven van gespreksstof (sociale factor) enGeraaktheid 9 1 9/10 actualiteit.Tijdverdrijf 25 2 4  Ook de relatieve positie van dagbladen is opStimulans 12 5 6/7 deze dimensies zeer goed te noemen.Identificatie 9 3 9/10  Ook op vijf van de overige acht factorenSociale factor 36 2 2 scoren dagbladen anno 2011 top drie posities.Praktische bruikbaarheid 8 5 11  Dit geldt ook voor de drieSociale interactie 11 3 8 nieuwe dimensies: actualiteit (nummer 1),Innovatie 12 2 6/7 innovatie (nummer 2) en sociale interactieActualiteit 28 1 3 (nummer 3).Basis: 13+, heeft dagbladbeleving.Punten, min. 0, max. 100 Pagina 74
  • Invloed aandacht en waarderingDe sterke punten van dagbladen komen nog beter tot hun recht als men metbovengemiddelde aandacht leest en het dagblad hoger waardeert. Mate van aandacht Mate van aandacht - vervolg Boven Gemiddeld Beneden Boven Gemiddeld Beneden 50 50 40 48 40 30 40 30 32 34 32 34 20 20 27 30 30 24 24 19 21 10 11 12 9 8 9 13 7 11 10 4 7 10 9 2 9 12 6 12 13 7 10 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Waardering content Waardering content - vervolg 60 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * 60 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * 50 50 52 40 40 43 30 36 30 20 28 31 32 20 25 22 20 10 12 9 8 15 9 12 6 10 9 6 12 9 17 8 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft dagbladbeleving. Punten, min. 0, max. 100 *= basis is te laag om resultaten te tonen Pagina 75
  • Invloed locatieAls men ergens anders dan thuis een dagblad leest, is dat vooral vanuit tijdverdrijf.Lezers halen meer informatie uit hun dagblad als zij thuis lezen. Locatie Locatie - vervolg Thuis Ergens anders Thuis Ergens anders 50 50 40 45 46 40 30 35 30 36 35 20 20 28 30 10 17 14 19 10 9 8 12 11 9 7 8 8 11 10 12 11 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft dagbladbeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 76
  • Invloed weekmoment en multitaskenHet doordeweeks lezen van dagbladen genereert meer gespreksstof.Combineert men het lezen met andere activiteiten, dan worden een aantal factoren versterkt,maar door de combinatie met andere media daalt de beleving juist weer iets. Dag van de week Dag van de week - vervolg Doordeweeks Weekend Doordeweeks Weekend 50 50 40 44 42 40 30 30 39 20 20 29 28 28 25 22 10 16 19 8 9 12 12 9 8 10 6 10 11 9 11 13 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Soort activiteit Soort activiteit - vervolg Solo Multi met niet-media Multi met media Solo Multi met niet-media Multi met media 50 50 40 40 44 43 44 41 40 30 30 34 31 32 20 25 20 28 28 23 24 10 16 16 11 14 12 10 9 9 8 9 7 9 8 4 7 10 9 12 11 12 14 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft dagbladbeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 77
  • Invloed apparaat op dagbladbelevingLezers halen nog steeds de meeste beleving uit hun papieren dagblad. Dagbladbeleving per apparaat Conclusies Informatie  Factoren waarop het papieren dagblad 50 duidelijk hoger scoort dan dagbladsites Actualiteit Transformatie en dagbladapps zijn de informatiefactor 40 (geleerd wat er in de wereld gaande is, 30 het bieden van geloofwaardige Innovatie 20 Geraaktheid informatie), de transformatiefactor (het bieden van vermaak) en de sociale 10 interactiefactor (samen met anderen 0 iets delen). Sociale interactie Tijdverdrijf  Dagbladsites scoren het hoogst op de tijdverdrijffactor.  Dagblad apps worden zeer gericht gebruikt getuige de relatief lage score Praktische bruikb. Stimulans op tijdverdrijf. Ze worden met name gebruikt om op de hoogte/up-to-date te Sociale factor Identificatie blijven. Daarnaast enthousiasmeren dagblad apps het meest en levert het gebruik ervan de meeste gespreksstof Papier PC/laptop Overig (tablet, smartphone of anders) op in vergelijking tot papieren dagbladen en dagbladsites. Basis: 13+, heeft dagbladbeleving. Punten, min. 0, max. 100  Het gebruik van dagbladsites en apps verandert de beleving van dagbladen dus (nog) niet wezenlijk. Pagina 78
  • Beleving soorten dagbladen Landelijke vs. regionale dagbladen Conclusies Informatie 50  Landelijke dagbladen worden vaker gelezen met Actualiteit Transformatie als doel om de tijd te vullen. Dit is in de afgelopen 40 30 vier jaar ook nog flink toegenomen. Innovatie 20 Geraaktheid  Verder verschillen landelijke en regionale 10 dagbladen niet veel van elkaar in termen van 0 beleving. Sociale interactie Tijdverdrijf Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Landelijk Regionaal Betaalde vs. gratis dagbladen Conclusies Informatie 60  Betaalde dagbladen leveren meer informatie Actualiteit Transformatie (weten wat er in de wereld speelt, nuttige 40 informatie) en gespreksstof op. Innovatie Geraaktheid  Op de overige factoren doen landelijke dagbladen 20 het net iets beter dan gratis dagbladen. 0  De tijdverdrijffactor vormt de enige uitzondering. Sociale interactie Tijdverdrijf Gratis dagbladen worden aanmerkelijk vaker gelezen om de tijd te verdrijven dan betaalde dagbladen. In de afgelopen vier jaar is de Praktische bruikb. Stimulans tijdverdrijffunctie van gratis dagbladen alleen nog Sociale factor Identificatie maar verder toegenomen. Betaald GratisBasis: 13+, heeft dagbladbeleving. Pagina 79Punten, min. 0, max. 100
  • Doelgroepen Informatie Informatie 50 50 Actualiteit Transformatie Actualiteit Transformatie 40 40 30 30 Innovatie 20 Geraaktheid Innovatie 20 Geraaktheid 10 10 0 0 Sociale interactie Tijdverdrijf Sociale interactie Tijdverdrijf Praktische bruikb. Stimulans Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Sociale factor Identificatie Vrouwen Mannen 13-24 jaar 25-49 jaar 50 jaar en ouder Informatie 50 Conclusies Actualiteit Transformatie 40 30  Mannen en vrouwen hebben niet een wezenlijk Innovatie Geraaktheid andere beleving bij het lezen van dagbladen. 20 Vrouwen lezen vaker een dagblad vanuit 10 tijdverdrijf dan mannen, terwijl mannen iets meer 0 gespreksstof uit dagbladen halen.Sociale interactie Tijdverdrijf  50+-ers worden o.a. meer geraakt bij het lezen van dagbladen. Jongeren (13-24 jaar) lezen Praktische bruikb. Stimulans dagbladen met name uit tijdverdrijf. Zij lezen ook bovengemiddeld veel gratis dagbladen. Sociale factor Identificatie  Lager opgeleiden halen minder informatie uit Lager Middelbaar Hoger dagbladen, maar worden er wel meer door geraakt dan hoger opgeleiden. Pagina 80
  • Tijdschriftbeleving anno 2011/12Mediabeleving 2011/12 Pagina 81
  • Tijdschriftbeleving in 2011/12Punten en rankings tijdschriften 2011 Conclusies Ranking Ranking Punten t.o.v. andere media binnen tijdschriften  Van de elf factoren scoren tijdschriften hetInformatie 27 2 2 hoogste aantal punten op transformatie,Transformatie 39 3 1 informatie, tijdverdrijf en innovatie (in aanrakingGeraaktheid 2 4-6 11 komen met nieuwe trends, verrast worden).Tijdverdrijf 24 3 3/4  In vergelijking tot deStimulans 20 2 5 andere mediumtypen behalen tijdschriften drieIdentificatie 11 1 9 nummer één posities en wel op identificatie,Sociale factor 18 5/6 7 praktische bruikbaarheid en innovatie.Praktische bruikbaarheid 19 1 6Sociale interactie 9 5/6 10Innovatie 24 1 3/4Actualiteit 13 5/6 8Basis: 13+, heeft tijdschriftbeleving.Punten, min. 0, max. 100 Pagina 82
  • Invloed aandacht en waarderingBij afnemende aandacht neemt ook het gevoel van vermaakt worden af en wordt hetlezen van een tijdschrift vaker gedaan om de tijd te verdrijven.Hoe hoger de waardering, hoe meer beleving een lezer uit een tijdschrift haalt. Mate van aandacht Mate van aandacht - vervolg Boven Gemiddeld Beneden Boven Gemiddeld Beneden 50 50 40 40 42 30 30 30 32 33 20 26 20 20 20 23 26 23 21 22 26 10 10 18 18 1 3 5 10 11 13 6 7 12 9 12 11 9 9 8 14 9 7 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Waardering content Waardering content - vervolg 50 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * 50 40 46 40 30 30 33 31 20 29 20 27 25 24 21 19 20 17 19 10 2 1 13 15 7 10 15 10 12 9 8 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+ Punten, min. 0, max. 100 *= basis is te laag om resultaten te tonen Pagina 83
  • Invloed locatieAls tijdschriften ergens anders dan thuis worden gelezen, dan het zorgt voor meergespreksstof en stelt het meer in staat om in contact te zijn met anderen. Tijdschriften wordendan ook meer gelezen om een leeg moment te vullen. Locatie Locatie - vervolg Thuis Ergens anders Thuis Ergens anders 50 50 40 45 40 30 39 37 30 20 27 28 20 29 29 25 23 21 19 19 18 18 10 10 17 2 5 12 10 8 13 14 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft tijdschriftbeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 84
  • Invloed weekmoment en multitaskenHet moment van lezen heeft nauwelijks effect op de beleving. Doordeweeks en in hetweekend haalt men vrijwel dezelfde beleving uit tijdschriften.Als men tijdschriften lezen combineert met het gebruik van een ander medium, dan daalt detransformatiefunctie van tijdschriften. Dag van de week Dag van de week - vervolg Doordeweeks Weekend Doordeweeks Weekend 50 50 40 40 40 30 36 30 20 27 27 27 20 23 20 20 23 25 10 10 18 19 19 18 2 3 11 12 9 9 13 11 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Soort activiteit Soort activiteit - vervolg Solo Multi met niet-media * Multi met media Solo Multi met niet-media * Multi met media 50 50 40 40 41 30 30 20 28 26 29 20 24 25 24 21 18 19 19 19 21 21 10 2 3 12 10 10 14 9 8 13 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft tijdschriftbeleving. Punten, min. 0, max. 100 *= basis is te laag om resultaten te tonen Pagina 85
  • Beleving soorten tijdschriftenTopposities tijdschriftsegmenten op belevingsdimensies Nr. 1 Nr. 2 Nr. 3 Conclusies  In de tabel hiernaast zijn deVrouwenbladen (n=173) transformatie innovatie tijdverdrijf soorten tijdschriften gerangschikt naar punten op de praktische transformatiefactor.Special interestbladen (n=163) transformatie informatie bruikbaarheid  Van de tijdschriften bieden vrouwenbladen en gezinsbladenOpiniebladen (n=54) informatie sociale factor actualiteit het meeste vermaak (op de transformatiefactor behalenGezinsbladen (n=33) tijdverdrijf transformatie sociale factor beide segmenten 52 punten).  Daarna volgen woon- en special praktische interestbladen met respectievelijkRTV bladen (n=26) transformatie informatie bruikbaarheid 44 en 38 punten. praktischeWoon, tuin, doe-het-zelf (n=23) transformatie Innovatie bruikbaarheidBij n<50 zijn de resultaten indicatiefTijdschriftsegmenten met n < 23 worden niet getoond. Pagina 86
  • Invloed apparaat op tijdschriftbelevingPapieren tijdschriften leveren meer vermaak, de digitale variant meer actualiteit. Tijdschriftbeleving per apparaat Conclusies Informatie  Tijdschriften worden nog vooral op 40 papier gelezen. 4% van de Actualiteit Transformatie 30 geregistreerde mediaconsumptie- momenten vond plaats via een Innovatie 20 Geraaktheid PC/laptop, tablet, smartphone of een ander apparaat. 10  Ondanks de relatief lage basis van 0 deze groep (n=33) is het toch Sociale interactie Tijdverdrijf interessant om een voorzichtige vergelijking in beleving te maken.  Het grootste verschil doet zich voor op Praktische bruikb. Stimulans de transformatiefactor; uit een papieren tijdschrift wordt aanmerkelijk meer Sociale factor Identificatie vermaak gehaald.  Uit een „digitaal‟ tijdschrift haalt men Papier PC, tablet, ander apparaat (*) meer actualiteiten (up-to-date blijven, snel op de hoogte zijn). Basis: 13+, heeft dagbladbeleving. Punten, min. 0, max. 100 (*) indicatief Pagina 87
  • Doelgroepen Informatie Informatie 50 50 Actualiteit Transformatie Actualiteit Transformatie 40 40 30 30 Innovatie Geraaktheid Innovatie 20 Geraaktheid 20 10 10 0 0 Sociale interactie Tijdverdrijf Sociale interactie Tijdverdrijf Praktische bruikb. Stimulans Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Sociale factor Identificatie Vrouwen Mannen 13-24 jaar (n=41) 25-49 jaar 50 jaar en ouder Informatie 50 Conclusies Actualiteit Transformatie 40  Mannen halen verhoudingsgewijs meer informatie, 30 actualiteiten en gespreksstof uit tijdschriften. Vrouwen Innovatie 20 Geraaktheid lezen relatief vaker tijdschriften om vermaakt te 10 worden en om op de hoogte te zijn van nieuwe trends (innovativiteitfactor). 0Sociale interactie Tijdverdrijf  50-plussers halen relatief meer informatie en actualiteiten uit tijdschriften en zij scoren hoger op geraaktheid en sociale interactie. 25-49 jarigen halen Praktische bruikb. Stimulans relatief meer vermaak uit het lezen van tijdschriften.  Hoger opgeleiden halen verhoudingsgewijs meer Sociale factor Identificatie informatie, actualiteiten en tips/ideeën uit tijdschriften. Voor middelbaar opgeleiden speelt transformatie een Lager Middelbaar Hoger grotere rol. Pagina 88
  • Beleving huis-aan-huisbladen 2011/12Mediabeleving 2011/12 Pagina 89
  • Beleving huis-aan-huisbladen in 2011/12Punten en rankings huis-aan-huisbladen 2011 Conclusies Ranking Ranking Punten t.o.v. andere media binnen h-a-hbladen  Van de elf factoren scoren huis-aan-Informatie 23 3/4 2 huisbladen het hoogste aantal punten opTransformatie 16 7 4/5 tijdverdrijf, informatie en actualiteit.Geraaktheid 2 4-6 11  Huis-aan-huisbladenTijdverdrijf 34 1 1 worden zelfs van alle mediumtypen het meestStimulans 9 7 8/9 geconsumeerd vanuit tijdverdrijf.Identificatie 6 6/7 10  Huis-aan-huisbladen behalen in 2011 goedeSociale factor 16 7 4/5 relatieve posities op praktische bruikbaar-Praktische bruikbaarheid 12 2 6 heid (leveren van tips), informatie, actualiteit enSociale interactie 10 4 7 innovatie. Zij nemen daarbij de tweede ofInnovatie 9 3 8/9 derde positie in.Actualiteit 20 3 3Basis: 13+, heeft huis-aan-huisbladbeleving.Punten, min. 0, max. 100 Pagina 90
  • Invloed aandacht en waarderingHoe hoger het aandachtsniveau en de waardering van huis-aan-huisbladen, hoe meerbeleving men uit het medium haalt en hoe minder vaak men er een leeg moment meevult. Mate van aandacht Mate van aandacht - vervolg Boven Gemiddeld Beneden Boven Gemiddeld Beneden 60 60 50 54 50 40 40 30 36 30 20 28 25 20 21 22 20 16 9 23 19 10 16 11 9 2 2 4 12 7 6 8 4 5 10 14 11 8 11 8 11 10 7 8 14 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Waardering content Waardering content - vervolg 40 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * 40 30 37 30 32 20 26 25 28 26 22 20 18 17 19 10 14 10 16 2 2 7 12 4 12 11 9 11 9 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft huis-aan-huisbladbeleving. Punten, min. 0, max. 100 *= basis is te laag om resultaten te tonen Pagina 91
  • Invloed weekmoment en multitaskenIn het weekend haalt men meer vermaak uit het lezen van huis-aan-huisbladen en isde tijdverdrijffactor dominanter. Leest men in combinatie met andere media dan is men ietssneller geraakt, leest men vaker vanuit tijdverdrijf maar levert het minder gespreksstof op. Dag van de week Dag van de week - vervolg Doordeweeks Weekend Doordeweeks Weekend 50 50 40 40 41 30 30 33 20 24 21 20 20 17 15 20 19 10 15 10 2 2 9 9 7 5 11 15 10 10 8 11 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Soort activiteit Soort activiteit - vervolg 40 Solo Multi met niet-media * Multi met media 40 Solo Multi met niet-media * Multi met media 40 30 30 31 20 26 20 23 22 17 18 19 10 14 10 14 14 2 5 10 10 6 8 12 10 12 8 12 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft huis-aan-huisbladbeleving. Punten, min. 0, max. 100 *= basis is te laag om resultaten te tonen Pagina 92
  • Doelgroepen Informatie Informatie 35 40 Actualiteit 30 Transformatie Actualiteit 35 Transformatie 25 30 20 25 Innovatie 15 Geraaktheid 20 Innovatie Geraaktheid 15 10 10 5 5 0 0 Sociale interactie Tijdverdrijf Sociale interactie Tijdverdrijf Praktische bruikb. Stimulans Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Sociale factor Identificatie Vrouwen Mannen 13-24 jaar 25-49 jaar 50 jaar en ouder Informatie 50 Conclusies Actualiteit Transformatie 40 30  De beleving van mannen en vrouwen verschilt Innovatie Geraaktheid niet echt van elkaar. 20 10  50-plussers gebruiken huis-aan-huisbladen o.a. 0 meer voor informatie en het verkrijgen van tips.Sociale interactie Tijdverdrijf 25-49 jarigen scoren onder meer lager op stimulans, identificatie, en sociale interactie.  Hoger opgeleiden lezen huis-aan-huisbladen Praktische bruikb. Stimulans vooral meer vanwege de praktische bruikbaarheid (het krijgen van tips en ideeën) en om de tijd te Sociale factor Identificatie vullen. Middelbaar opgeleiden scoren Lager Middelbaar Hoger aanmerkelijk lager op de sociale factor. Pagina 93
  • Internetbeleving anno 2011/12Mediabeleving 2011/12 Pagina 94
  • Internetbeleving in 2011/12Punten en rankings internet 2011 Conclusies Ranking Ranking Punten t.o.v. andere media binnen intenet  Internet heeft als medium het hoogsteInformatie 23 3/4 1 aantal punten behaald op informatie, socialeTransformatie 19 5 4 factor en actualiteit.Geraaktheid 2 4-6 11  Internet is in vergelijking met andereTijdverdrijf 17 4/5 5/6 mediumtypen op twee dimensies erg sterk.Stimulans 13 4 7  Aan de ene kant scoort internet relatief hoog opIdentificatie 7 4/5 10 de actualiteitsfactor.Sociale factor 22 4 2  Aan de andere kant is het een uitgelezenPraktische bruikbaarheid 11 3 8 medium voor sociale interactie (dingen metSociale interactie 17 2 5/6 elkaar delen en doen).  Op de overige factorenInnovatie 8 4 9 behaalt internet vrij veel middenmoot posities.Actualiteit 21 2 3Basis: 13+, heeft internetbelevingPunten, min. 0, max. 100 Pagina 95
  • Invloed aandacht en waarderingEen hoger aandachtsniveau en een hogere waardering van de websites die menbezoekt leiden tot meer beleving. Mate van aandacht Mate van aandacht - vervolg Boven Gemiddeld Beneden Boven Gemiddeld Beneden 30 30 25 25 20 25 25 20 25 21 23 15 17 15 18 18 18 15 15 14 16 14 14 15 16 10 10 11 12 12 5 2 1 4 8 9 8 2 7 5 4 8 9 5 5 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Waardering content Waardering content - vervolg 30 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * 30 25 25 20 25 25 26 20 23 15 20 15 20 19 18 17 17 17 10 13 10 13 13 5 9 4 11 2 2 8 5 7 5 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft internetbeleving. Punten, min. 0, max. 100 *= basis is te laag om resultaten te tonen Pagina 96
  • Invloed locatie en gezelschapAls men ergens anders dan thuis internet, dan spelen sociale (interactie) factoren eninformatie een nog belangrijkere rol. Alleen internetten doet men vaker vanuit tijdverdrijf,samen internetten levert meer gespreksstof op. Locatie Locatie - vervolg Thuis Ergens anders Thuis Ergens anders 40 40 30 30 37 29 20 20 25 22 20 21 23 21 20 10 16 17 10 17 2 3 13 13 7 8 11 8 8 7 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Alleen of samen Alleen of samen - vervolg Alleen Samen met anderen Alleen Samen met anderen 40 40 30 30 29 20 23 22 20 19 20 19 21 21 21 10 10 17 19 2 2 12 13 13 7 7 10 12 8 8 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft internetbeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 97
  • Invloed weekmoment en multitaskenDoordeweeks halen internetters iets meer beleving uit internet dan in het weekend.De sociale interactie component van internet speelt doordeweeks ook een belangrijkere rol.In het weekend is de tijdverdrijffactor iets dominanter. Dag van de week Dag van de week - vervolg Doordeweeks Weekend Doordeweeks Weekend 25 25 20 23 20 23 21 20 21 21 22 15 18 15 19 18 16 10 13 12 10 14 11 10 5 2 2 7 6 5 8 7 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Soort activiteit Soort activiteit - vervolg Solo Multi met niet-media Multi met media Solo Multi met niet-media Multi met media 40 40 30 30 26 29 29 20 20 26 23 25 23 23 23 22 22 22 22 21 21 19 10 16 15 10 15 2 2 3 12 12 7 9 6 11 4 10 8 9 10 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft internetbeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 98
  • Invloed apparaat op internetbelevingInternetten via tablet of smartphone heeft een andere beleving. Internetbeleving per apparaat Conclusies Informatie  Er is een duidelijk verschil in beleving 40 als men een tablet of smartphone Actualiteit Transformatie gebruikt om te internetten. 30  Tabletgebruikers gebruiken internet 20 relatief meer voor actualiteit en Innovatie Geraaktheid informatie, terwijl smartphone- 10 gebruikers meer gespreksstof uit internet halen en het meer gebruiken 0 om de tijd door te komen. Sociale interactie Tijdverdrijf  De sterke groei in het gebruik van internet via smartphones en tablets verrijkt de beleving van het medium internet. Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie PC/laptop Smartphone Tablet Basis: 13+, heeft internetbeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 99
  • Beleving informatieve websitesTopposities websites op belevingsdimensies Nr. 1 Nr. 2 Nr. 3 ConclusiesNieuwssites (n=219) informatie sociale factor actualiteit  In de tabel staan de websites die relatief hoog scoren op informatie,Sites voor tv- informatie actualiteit sociale factor gerangschikt naar het aantal puntenprogramma’s/zenders (n=26) op de informatiefactor. praktischeNaslagsites (n=25) informatie actualiteit  De nieuwssites scoren samen met de bruikbaarheid sites voor tv-programma‟s/zendersSites voor computers en het hoogst op de informatiefactorconsumentenelectronica informatie actualiteit innovatie (beide 39 punten), direct gevolgd door(n=32) naslagsites (37 punten). sociale factor /  Sport(nieuws)sites scoren ook relatiefWeer en verkeer (n=43) actualiteit informatie praktische hoog op informatie, maar genereren bruikbaarheid ook relatief veel gespreksstof op.Sport(nieuws)sites (n=34) sociale factor actualiteit informatie praktischeZoekmachines (n=68) informatie sociale factor bruikbaarheidSites voor bedrijven en praktische informatie actualiteitwinkels (n=66) bruikbaarheidSites voor banken, online praktische actualiteit informatiebankieren (n=81) bruikbaarheidBij n<50 zijn de resultaten indicatiefSoorten websites met n < 25 worden niet getoond. Pagina 100
  • Beleving andere soorten websitesTopposities websites op belevingsdimensies Nr. 1 Nr. 2 Nr. 3 ConclusiesSocial media, forums, blogs, sociale  In deze tabel staan de sites die transformatie sociale factor geraadpleegd worden vanwege decommunities (n=174) interactie mogelijkheid om met anderen in sociale contact te staan, dingen te delenGratis web e-mailsites (n=91) transformatie sociale factor interactie (sociale interactiefactor) of die relatief hoog scoren op de transformatie-Sites van internetproviders, sociale factor. actualiteit sociale factormobiele telefonie (n=28) interactie  Social media zijn de sites bij uitstek om in contact met anderen te zijn (51Spelletjessite (n=29) transformatie tijdverdrijf stimulans punten), gevolgd door gratis web e- mailsites (met 44 punten).Vergelijkingssites/veilingsites(n=76) tijdverdrijf transformatie sociale factor  Transformatie beleeft men vooral op spelletjessites (38 punten), maar ook praktische op vergelijkingssites, veilingsites (24Webwinkelsites (n=48) transformatie stimulans punten) en webwinkelsites (19 bruikbaarheid punten).Sites voor reizen, hotels praktische sociale factor informatie(n=31) bruikbaarheidBij n<50 zijn de resultaten indicatiefSoorten websites met n < 25 worden niet getoond. Pagina 101
  • Doelgroepen Informatie Informatie 25 30 Actualiteit Transformatie Actualiteit 25 Transformatie 20 15 20 Innovatie Geraaktheid 15 10 Innovatie Geraaktheid 10 5 5 0 0 Sociale interactie Tijdverdrijf Sociale interactie Tijdverdrijf Praktische bruikb. Stimulans Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Sociale factor Identificatie Vrouwen Mannen 13-24 jaar 25-49 jaar 50 jaar en ouder Informatie 30 Conclusies Actualiteit 25 Transformatie  Mannen gebruiken internet meer voor informatie en 20 actualiteit, vrouwen juist meer voor vermaak en om in 15 Innovatie Geraaktheid contact te zijn met anderen (sociale interactie). 10 5  50-plussers gebruiken internet vooral functioneel 0 (informatie, actualiteit en tips), terwijl personen onderSociale interactie Tijdverdrijf de 50 jaar meer vermaakt willen worden. Onder de jongeren (13-24 jaar) is de sociale interactiefactor het sterkst aanwezig, maar ook onder 25-49 jarigen is dit Praktische bruikb. Stimulans sterker aanwezig dan bij de 50-plussers.  Opleiding differentieert alleen op de informatie- en Sociale factor Identificatie actualiteitsfactor. Hoger opgeleiden scoren hier hoger op dan lager en middelbaar opgeleiden. Lager Middelbaar Hoger Pagina 102
  • Digital Life segmenten We hebben in deze editie van het mediabelevingsonderzoek de segmentatievragen van Digital life uitgevraagd om de respondenten te kunnen segmenteren naar de volgende zes Digital lifestyles die wij als TNS onderscheiden. 18%* 15% 5% 16% 5% 41%* De omvang van de segmenten is gebaseerd op ons Digital life onderzoek uit 2011. De omvang van de segmenten wijkt in het mediabelevingsonderzoek hier ietsvanaf, vanwege een andere doelgroepdefinitie (13+ vs. 16-65 jaar) en de opname van een iets beperktere set segmentatievragen dan in het Digital life onderzoek. Pagina 103
  • Digital life segmenten - vervolg Tot welk Digital life segment een respondent behoort, zegt iets over:  Het belang van internet voor deze persoon  In welke mate de respondent gebruikmaakt van internet  Wat men op internet doet, van alleen nieuws bekijken tot intensief bloggen Pagina 104
  • Profielkenmerken Digital life segmenten Functional Aspirer Knowledge Seeker Communicator Influencer Networker Totaal 13+ 32 8 15 9 13 23 Man 29 10 23 10 15 13 Vrouw 36 6 7 8 10 33 13-24 6 9 11 19 30 26 25-49 34 7 15 7 12 27 50+ 43 11 17 7 6 16 Conclusies  Drie op de tien mannen is een Functional en een kwart een Knowledge Seeker. De andere segmenten zijn onder mannen minder vertegenwoordigd. Onder vrouwen hebben we vooral twee Digital Life Styles, namelijk: Functionals (36%) en Networkers (33%). Dit zagen we al terug in de resultaten uitgesplitst naar sekse.  Jongeren (13-24 jaar) zijn vooral Influencers en Networkers: internet is voor hen voornamelijk belangrijk vanwege de social media. De 25-49 jarigen zijn voornamelijk Functionals en Networkers (gebruiken internet functioneel of om - in hun drukke leven - sociale contacten te onderhouden). Voor 50-plussers) heeft het internet vooral een functionele functie (43% is Functional). Pagina 105
  • Internetbeleving van Digital life segmentenPunten internetbeleving van Digital life segmenten Knowledge- Communi- Functionals Aspirers Seekers cators Influencers Networkers ConclusiesInformatie 24 19 20 25 21 23  Voor Functionals is internet echt een praktisch medium: eenTransformatie 16 14 19 23 24 21 relatief hoge score op praktische bruikbaarheid.Geraaktheid 2 1 4 3 2 2  Aspirers zijn nog nieuw op het internet en scoren over het algemeen lager op deTijdverdrijf 15 8 14 30 20 19 belevingsfactoren.  Knowledge-Seekers gebruikenStimulans 11 9 13 19 16 12 internet niet zozeer voor sociale contacten, zij zoeken vooralIdentificatie 4 6 8 9 7 9 informatie.  Communicators gebruikenSociale factor 20 14 17 27 24 27 internet het meest van alle digital life segmenten als tijdverdrijf.Praktische Tegelijkertijd worden zij het meest 14 6 11 14 7 9bruikbaarheid gestimuleerd door internet.  Influencers zij voelen zich tijdensSociale interactie 11 7 13 17 20 28 het internetten, in vergelijking met andere segmenten, het meestInnovatie 6 8 8 12 8 9 vermaakt.  Voor Networkers is de socialeActualiteit 21 15 21 22 20 22 (interactie) factor het meest dominant en ook deBasis: 13+, heeft internetbeleving. identifcatiefactor speelt voor henPunten, min. 0, max. 100 een grotere rol dan bij de andere Significant hoger t.o.v. totale groep internetgebruikers. segmenten. Significant lager t.o.v. totale groep internetgebruikers. Pagina 106
  • Verschil in beleving Facebook versus HyvesFacebook is meer voor Networkers, Hyves meer voor Influencers Beleving sociale media Conclusies Informatie  Het zijn over het algemeen vooral vrouwen die 60 op Facebook en Hyves actief zijn. Actualiteit 50 Transformatie  Jongeren zitten vooral op Hyves terwijl 40 Facebook meer voor 25-49 jarigen is. Ook 30 wordt Hyves meer bezocht door lager Innovatie Geraaktheid 20 opgeleiden en Facebook meer door hoger 10 opgeleiden. 0  Facebook is meer iets voor Networkers Sociale interactie Tijdverdrijf (personen met een druk leven, die sociale media gebruiken om contacten te onderhouden), terwijl Hyves meer wordt gebruikt door Influencers (jonge personen die Praktische bruikb. Stimulans veel gebruik maken van mobiel internet en die graag willen dat zij online zoveel mogelijk Sociale factor Identificatie worden gehoord).  De resultaten voor Hyves zijn indicatief, vanwege de lage steekproefbasis (n=42), maar Facebook Hyves we kunnen wel concluderen dat Facebook anders wordt beleefd dan Hyves. Uit Facebook haalt men meer gespreksstof (sociale factor) en actualiteit dan uit Hyves. Andere verschillen zijn niet significant, maar het lijkt er op dat Hyves meer vanuit tijdverdrijf en het zoeken naar vermaak wordt bezocht. Basis: 13+, heeft internetbeleving. Punten, min. 0, max. 100 * Bij n<50 zijn de resultaten indicatief. Pagina 107
  • Bioscoopbeleving anno 2011/12Mediabeleving 2011/12 Pagina 108
  • Bioscoopbeleving in 2011/12Punten en rankings bioscoop 2011 Conclusies Ranking Ranking Punten t.o.v. andere media binnen bioscoop  Van de elf factoren scoort bioscoop hetInformatie 5 8 8 hoogste aantal punten op transformatie, socialeTransformatie 51 1 1 factor (samen iets doen, delen) en deGeraaktheid 1 7/8 11 stimulansfactor.Tijdverdrijf 7 8 5/6  Bioscoop heeft in vergelijking tot deStimulans 22 1 3 andere mediumtypen een uitgesprokenIdentificatie 7 4/5 5/6 positionering: op vier factoren heeft bioscoopSociale factor 40 1 2 de hoogste score, terwijl op de andere factorenPraktische bruikbaarheid 2 6-8 9/10 een relatief lage notering is behaald.Sociale interactie 21 1 4Innovatie 6 7 7Actualiteit 2 8 9/10Basis: 13+, heeft bioscoopbeleving.Punten, min. 0, max. 100 Pagina 109
  • Invloed aandacht en waarderingAls de waardering voor de film toeneemt, stijgt de entertainmentfunctie en praat/deeltmen er meer over met anderen. Mate van aandacht Mate van aandacht - vervolg Totale Totale Boven Boven doelgroep doelgroep 60 60 50 50 53 51 40 40 30 30 41 40 20 20 23 22 22 21 10 5 5 1 1 7 7 7 7 10 2 2 6 6 2 2 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Waardering content Waardering content - vervolg 60 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * 60 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 * 50 57 50 40 40 43 30 36 30 20 28 20 30 24 10 5 3 1 1 7 7 9 9 2 10 2 1 12 8 1 3 0 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft bioscoopbeleving. Punten, min. 0, max. 100 *= basis is te laag om resultaten te tonen Pagina 110
  • Invloed weekmomentEen bioscoopfilm die in het weekend wordt gezien, heeft een hogere stimulansfactor(maakt men enthousiaster). Dag van de week Dag van de week - vervolg Doordeweeks Weekend Doordeweeks Weekend 60 60 50 54 50 40 49 40 30 30 41 36 20 30 20 10 19 22 5 4 2 1 6 11 6 8 10 2 1 18 5 9 2 3 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft bioscoopbeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 111
  • Doelgroepen Informatie Informatie 60 60 Actualiteit 50 Transformatie Actualiteit 50 Transformatie 40 40 30 Innovatie Geraaktheid 30 20 Innovatie Geraaktheid 20 10 10 0 0 Sociale interactie Tijdverdrijf Sociale interactie Tijdverdrijf Praktische bruikb. Stimulans Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Sociale factor Identificatie Vrouwen Mannen 13-24 jaar 25-49 jaar 50 jaar en ouder Informatie 60 Conclusies Actualiteit 50 Transformatie 40  Vrouwen halen meer vermaak uit het bezoeken Innovatie 30 Geraaktheid van een bioscoop en delen hun ervaringen meer 20 met anderen. 10 0  Dit geldt ook voor 25-49 jarigen. Jongeren lijkenSociale interactie Tijdverdrijf verhoudingsgewijs de minste beleving uit een bioscoopbezoek te halen.  Hoger opgeleiden scoren relatief hoger op de Praktische bruikb. Stimulans belevingsfactoren (vooral op transformatie, stimulans, het genereren van interactie/ Sociale factor Identificatie gespreksstof en de innovativiteitfactor) dan Lager Middelbaar Hoger middelbaar en lager opgeleiden. Pagina 112
  • Postbeleving anno 2011/12Mediabeleving 2011/12 Pagina 113
  • Postbeleving in 2011/12Punten en rankings post 2011 Conclusies Ranking Ranking Punten t.o.v. andere media binnen post  Van de elf factoren scoort post het hoogsteInformatie 16 6 2 aantal punten op de sociale factor, informatieTransformatie 11 8 4 en actualiteitGeraaktheid 5 2/3 10  Als we post vergelijken met andereTijdverdrijf 10 7 5 mediumtypen dan blijkt post goed in staat te zijnStimulans 8 8 7 om mensen te raken.  Op de overige dimensiesIdentificatie 4 8 11 scoort post in de middenmoot of in deSociale factor 18 5/6 1 achterhoede vergeleken met de anderePraktische bruikbaarheid 9 4 6 mediumtypen.Sociale interactie 7 7 8/9Innovatie 7 5/6 8/9Actualiteit 14 4 3Basis: 13+, heeft postbeleving.Punten, min. 0, max. 100 Pagina 114
  • Invloed aandacht en waarderingEen hogere mate van aandacht en waardering van post resulteert in een „rijkere‟beleving, zeker in termen van vermaak en gespreksstof. Mate van aandacht Mate van aandacht - vervolg Boven Gemiddeld Beneden Boven Gemiddeld Beneden 25 25 20 20 23 15 18 15 17 16 15 10 12 13 10 13 10 11 11 10 9 5 9 9 8 5 9 9 9 9 7 5 4 4 7 5 6 2 1 4 3 5 4 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Waardering content Waardering content - vervolg Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 Cijfer 8+ Cijfer 6-7 Cijfer 1-5 30 30 25 25 27 20 24 20 21 15 17 15 19 10 15 10 14 15 14 13 12 13 13 13 5 9 8 3 3 4 7 7 6 4 10 2 1 5 9 10 5 5 3 6 3 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft postbeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 115
  • Invloed weekmoment en multitaskenDe beleving van post, die men doordeweeks of in het weekend leest, verschilt nietveel van elkaar. Wordt post tegelijk samen met andere media geconsumeerd, dannemen de scores toe op zowel de stimulans-, innovatie- als tijdverdrijffactor. Dag van de week Dag van de week - vervolg Doordeweeks Weekend Doordeweeks Weekend 20 20 15 17 15 18 17 14 15 10 12 10 13 9 10 10 9 9 10 5 7 5 7 7 8 5 6 4 3 5 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Soort activiteit Soort activiteit - vervolg Solo Multi met niet-media Multi met media Solo Multi met niet-media Multi met media 25 25 20 20 15 20 15 18 16 17 17 17 15 10 13 14 12 10 14 14 11 11 10 11 10 11 5 9 8 7 5 9 5 5 3 4 1 5 4 6 6 7 5 0 0 Infor- Trans- Geraakt- Tijd- Stim u- Identi- Sociale Praktisch Sociale Innovatie Actualiteit m atie form atie heid verdrijf lans ficatie factor bruikbaar interactie Basis: 13+, heeft postbeleving. Punten, min. 0, max. 100 Pagina 116
  • Doelgroepen Informatie Informatie 20 25 Actualiteit Transformatie Actualiteit Transformatie 15 20 15 10 Innovatie Geraaktheid Innovatie Geraaktheid 10 5 5 0 0 Sociale interactie Tijdverdrijf Sociale interactie Tijdverdrijf Praktische bruikb. Stimulans Praktische bruikb. Stimulans Sociale factor Identificatie Sociale factor Identificatie Vrouwen Mannen 13-24 jaar 25-49 jaar 50 jaar en ouder Informatie 25 Conclusies Actualiteit Transformatie 20 15  Mannen halen iets meer informatie uit post, terwijl Innovatie Geraaktheid vrouwen er iets meer tips en ideeën uit opdoen. 10 5  50+-ers scoren hoger op informatie, identificatie 0 en sociale interactie. Jongeren lijken meerSociale interactie Tijdverdrijf gespreksstof uit post te halen, al wijkt deze uitkomst (mede vanwege de lage percenteerbasis) niet significant af van de andere Praktische bruikb. Stimulans groepen.  Hoger opgeleiden halen relatief meer informatie Sociale factor Identificatie uit de post die zij lezen. Lager opgeleiden praten Lager Middelbaar Hoger relatief vaker over de post die zij ontvangen. Pagina 117
  • OnderzoeksverantwoordingMediabeleving 2011/12
  • Historie In 1997 nam Platform 95, een samenwerkingsverband tussen VEA, BVA en DMSA, het initiatief tot een mediabelevingsonderzoek. Platform 95 vond het tijd dat er inzicht kwam in de goeddeels ontbrekende betekenis van media vanuit individueel perspectief, de mediabeleving van de ontvanger. Sommige mediumexploitanten deden wel onderzoek naar de beleving van hun mediumtype, maar een algemeen opgezet onderzoek waarin de beleving van een grote verscheidenheid aan mediumtypen aan bod kwam, ontbrak. Er werd een breed team projectteam met vele deskundigen uit de mediawereld geformeerd. De centrale gedachte die zich bij het projectteam ontwikkelde was dat uitgegaan zou moeten worden van het in kaart brengen van mediaconsumptiemomenten. Zo concreet en recent mogelijk met zo min mogelijk gevaar voor vertekening en sociale wenselijkheid. Van een mediaconsumptiemoment zouden drie zaken in kaart moeten worden gebracht: (a) de mediabeleving (b) de reclamebeleving binnen dat moment van mediaconsumptie en (c) situationele factoren zoals waar en met wie de consumptie plaatsvond. Dit model werd uitgewerkt, vanuit de literatuur onderbouwd, uitvoerig getest en vervolgens in een kwalitatief en kwantitatief onderzoek uitgevoerd. Onderzoeksbureau Veldkamp voerde onder leiding van Fred Bronner het kwantitatieve onderzoek en de daarbij behorende analyse uit. Een uitgebreid themadossier en een presentatie met sprekers uit vele geledingen waren het resultaat. Het onderzoek kreeg lovende reacties in de media en werd bekroond met de Hans du Chatinierprijs voor beste mediaonderzoek van dat jaar. Internationale publicaties verschenen en in speciale sessies werden de implicaties voor de praktijk van de mediaplanning uitgewerkt. Sinds de eerste meting in 1997 voert TNS NIPO het onderzoek om de vier à vijf jaar uit om te meten in hoeverre de mediabeleving in de tijd verandert. Hierdoor is het onderzoek een barometer geworden. Pagina 119
  • Onderzoeksdoelstelling Het primaire doel van het onderzoek is het meten van mediabeleving. Mediabeleving kan worden gedefinieerd als een emotionele, gevoelsmatige ervaring (subjectieve beleving) die mensen tijdens het gebruik van een bepaald mediumtype ondergaan. Dat kunnen positieve, maar uiteraard ook negatieve ervaringen zijn. Het gaat er daarbij niet om wat de werkelijkheid is, maar wat mensen als zodanig waarnemen. Het onderzoek geeft onder meer antwoord op vragen als: Hoe ervaren mensen confrontaties met verschillende media? Welke belevingsaspecten, zoals entertainment en het zoeken van informatie, kennen mensen toe aan de verschillende media? Wat zijn sterke en zwakke punten per mediumtype? (intermediumtypevergelijking) Welke mediumtypen vullen elkaar qua beleving aan? (multimediastrategie) Hoe worden verschillende soorten radio- of televisieprogramma‟s en tijdschriften of dagbladen binnen een mediumtype beleefd? (intramediumtypevergelijking) Zijn er trends in de mediabeleving te signaleren? Welke invloed hebben situationele factoren, sociodemografische achtergronden, aandacht en waardering op mediabeleving? Het onderzoek bevat ook een onderdeel „reclamebeleving‟. Het Mediabelevingsonderzoek maakt in principe „kwalitatieve mediaplanning‟ mogelijk. In 1998 viel bij de presentatie de volgende opmerking te beluisteren: “De strateeg of planner die na lezing van het Dossier Mediabeleving nog willekeurig GRP-pakketten durft in te kopen, levert een bewijs van onvermogen.” Het voorliggende onderzoek moet worden beschouwd als een aanvulling op de grote bereiksonderzoeken die er zijn om de currency vast te stellen. Het Mediabelevingsonderzoek laat zien dat niet alle bereik hetzelfde is en dat we niet alle bereik dat getalsmatig gelijk is over één kam kunnen scheren. Pagina 120
  • Het meetinstrument Het Mediabelevingsonderzoek in 2011/12 is op vrijwel dezelfde wijze uitgevoerd als in de vorige edities zodat de uitkomsten van de vier onderzoeken (uit 1997/8, 2003/4, 2007 en 2011/12) optimaal vergelijkbaar zijn. De hoofdingang is de uitdieping van recente mediaconsumptiemomenten. Zij vormen de analyse-eenheid. Om vluchtige confrontaties uit te sluiten, is voor de meeste mediumtypen een drempel van vijf minuten ingebracht: televisie : uitzending waar men tenminste 5 minuten naar heeft gekeken ((eer)gisteren) radio : zender waar men tenminste 5 minuten naar heeft geluisterd ((eer)gisteren) dagbladen : dagblad waarin men tenminste 5 minuten heeft gelezen ((eer)gisteren) h.a.h.-bladen : huis-aan-huisblad waarin men tenminste 5 minuten heeft gelezen ((eer)gisteren) tijdschriften : tijdschrift waarin men tenminste 5 minuten heeft gelezen ((eer)gisteren) internet* : websites waar men tenminste 5 minuten is geweest ((eer)gisteren) bioscoop : de afgelopen dertig dagen naar bioscoop geweest post : geen drempel *Bij internet gaat het om het bezoeken van websites en niet om bijvoorbeeld e-mailen. Aan de respondenten wordt in het onderzoek eerst gevraagd de consumptiemomenten per mediumtype van gisteren (en anders eergisteren) uitgebreid te noteren. De mediumtypen worden hierbij in random volgorde voorgelegd. Als de respondent de mediaconsumptiemomenten allemaal heeft omschreven, wordt vervolgens per mediumtype aselect één zo‟n moment gekozen. Voor de één is dat het NOS Journaal, voor een ander GTST (voor televisie). Voor dat mediumconsumptiemoment is gevraagd de beleving aan te geven met behulp van een aantal belevingsitems. Deze items zijn door middel van eigen onderzoek, een literatuurstudie en vooronderzoek in 1997 in kaart gebracht en uitvoerig getest. De reclamebeleving binnen het mediaconsumptiemoment is gemeten met een subset van tien uit de dertig oorspronkelijke belevingsitems. De selectie van deze tien items vond in 1997 plaats op grond van een uitvoerige literatuurstudie. Pagina 121
  • Het meetinstrument - schematische weergave Pagina 122
  • BelevingsdimensiesDe resultaten worden per mediumtype geaggregeerd gerapporteerd op acht dimensies, waartoe de 30 belevingsitemsbehoren. Deze dimensies zijn: Pagina 123
  • Belevingsdimensies - vervolgVia factoranalyse is op de data van 2011 een controle uitgevoerd om te bepalen of de items nog steeds binnen degenoemde factoren vallen. Deze analyse ondersteunde de in 1997/8 gekozen structuur. Pagina 124
  • Nieuw in 2011 In 1997/8, 2003/4 en 2007 is de mediabeleving gemeten en gerapporteerd op acht hoofddimensies. Op basis van voortschrijdend inzicht hebben we in 2011 drie nieuwe dimensies aan het onderzoek toegevoegd. De reden dat we de nieuwe dimensies hebben toegevoegd, is dat de functie van vooral „nieuwe‟ media onvoldoende gemeten wordt door middel van de oorspronkelijke acht hoofddimensies. Social media bijvoorbeeld worden met name gebruikt om interactie te hebben met vrienden en om content (zoals berichten, nieuws, foto‟s, etc.) met elkaar te delen. Deze functies worden door middel van de acht oorspronkelijke hoofddimensies onvoldoende in kaart gebracht. De drie nieuwe dimensies zijn op basis van eigen onderzoek vastgesteld en zijn: Sociale interactiefactor (3 items)  stelde me in staat om samen met anderen iets te doen, te delen  stelde me in staat te weten hoe het met anderen gaat  zorgde ervoor dat ik in contact ben met anderen Innovatiefactor (3 items)  gaf me de mogelijkheid om in aanraking te komen met nieuwe dingen, verrast te worden  zorgde ervoor dat ik voorop loop  hield me op de hoogte van nieuwe trends Actualiteitfactor (2 items)  zorgde ervoor dat ik snel op de hoogte was  zorgde ervoor dat ik up-to-date was Pagina 125
  • Nieuw in 2011 - vervolg In de afgelopen vijf jaar is het aantal apparaten toegenomen waarop „media‟ te consumeren zijn. Zo is de mobiele telefoon inmiddels een belangrijk onderdeel van ons leven geworden en ook de tabletmarkt in Nederland ontwikkelt zich razend snel. Maar natuurlijk zijn er ook nog andere apparaten die steeds meer gebruikt worden voor mediaconsumptie. Wat te denken van bijvoorbeeld PC/laptops, netbooks, e-readers, spelcomputers en mediaspelers als IPod Touch. Vanwege deze toename hebben we er bij deze meting voor gekozen om ook het apparaat uit te vragen waarop men een medium geconsumeerd heeft. Voor sommige media is de penetratie van bepaalde apparaten te laag om uitspraken over de mediabeleving via een specifiek apparaat te kunnen doen. Voor andere media, al dan niet door bepaalde apparaten logisch te clusteren, is dit wel mogelijk. Daar waar mogelijk, doen we in het rapport uitspraken hoe de mediabeleving per apparaat verschilt. Interessant is om vast te stellen in hoeverre deze beleving gewijzigd is over bijvoorbeeld vijf jaar. Door apparaten nu te integreren in de onderzoeksopzet anticiperen we alvast op deze toekomstige verdieping in het mediabelevingsonderzoek. Pagina 126
  • Nieuw in 2011 - vervolg De resultaten van het Mediabelevingsonderzoek worden naar verschillende doelgroepen geanalyseerd. Deze doelgroepen zijn op basis van socio-demografische achtergrondvariabelen van de respondenten samengesteld. We hebben dit jaar ook de Digital lifestyle segmentatievragen uitgevraagd om de respondenten te kunnen segmenteren naar de volgende zes Digital lifestyles die wij als TNS onderscheiden. Pagina 127
  • Nieuw in 2011 - vervolg Tot welk Digital life segment een respondent behoort, zegt iets over:  Het belang van internet voor deze persoon  In welke mate de respondent gebruikmaakt van internet  Wat men op internet doet, van alleen nieuws bekijken tot intensief bloggen Pagina 128
  • Opzet en uitvoering in 2011 Vragenlijst De lengte van de Doelgroep Onderzoeksmethode online vragenlijst Nederlandse bevolking van 13 jaar Online (internetters) en face- was gemiddeld 25 en ouder to-face (niet-internetters) minuten. De face- to-face vragenlijst duurde 35 minuten. Steekproefgrootte Veldwerkperiode n= 1.703 18 november tot en met 1 december 2011 Steekproefbron TNS NIPObase (internetters) en eigen bestanden (niet-internetters) Pagina 129
  • Responsverantwoording Zowel voor het onderzoeksdeel dat online via TNS NIPObase is uitgevoerd als het deel dat face to face is afgenomen, is gestreefd naar een optimale spreiding over de dagen van de week, om eventuele „dageffecten‟ te minimaliseren. De volgende tabel geeft weer hoeveel mensen per dag van de week zijn ondervraagd. Ook in de vorige metingen van het Mediabelevingsonderzoek werden de gesprekken zoveel mogelijk gelijkmatig gespreid over de dagen van de week. Aantal % Maandag 289 17% Dinsdag 259 15% Woensdag 276 16% Donderdag 244 14% Vrijdag 206 12% Zaterdag 198 12% Zondag 231 14% Totaal 1703 100% Pagina 130
  • Herweging en basisaantallen Er heeft een herweging plaatsgevonden op sekse, leeftijd, dag van de week, opleiding, Nielsen regio, gezinsgrootte, wel/geen internetter en wel/geen tabletbezitter (herwegingsbronnen Gouden Standaard en eigen onderzoek) In de volgende tabel wordt weergegeven via welke basisaantallen de mediabeleving per mediumtype is vastgesteld. Mensen met recent belevingsmoment Oordeel over belevingsmoment Televisie 1.504 ((eer)gisteren 1.465 Radio 1.162 ((eer)gisteren 1.133 Dagbladen 1.078 ((eer)gisteren 952 Tijdschriften 585 ((eer)gisteren 577 Huis-aan-huisbladen 555 ((eer)gisteren 510 Internet 1.298 ((eer)gisteren 1.250 Bioscoop 275 (afgelopen 30 dagen) 272 Post 1.338 ((eer)gisteren 1.008 Totaal 7.795 7.167 Mensen die aangaven wel een recent belevingsmoment te hebben maar geen enkel voorgelegd belevingsitems daarop van toepassing vonden (en dus geen oordeel hebben), zijn niet meegenomen in de percenteerbasis. Pagina 131
  • Literatuurlijst Literatuur over de verschillende Mediabelevingsonderzoeken waarin verantwoordingen en analyses over het meetinstrument zijn weergegeven of analyses op innovatieve onderwerpen zoals de invloed van stemming of engagement: Bronner A.E. (1999, June). Mediabeleving: dagbladen versus andere mediumtypen. Paper presented at 4e INMA ( Int. Newspaper Marketing Association), Nederlands-Vlaams Dagbladcongres Het scheppen van kranten voor de 21e eeuw, Turnhout. Bronner, A.E., & Neijens, P. (1999). Hoe beleven mensen hun media? In J. van Cuilenburg et al. (Red.), Media in overvloed: boeknummer Mens en Maatschappij (pp.118-133). Bronner A.E. (1999, October). The Dutch media experience and values study. Paper presented at ESOMAR/FIPP Publishing Conference Strategic Publishing: looking to the Future, Milan. In conference proceedings pp. 61-80. Bronner, A.E., & Neijens, P. (2004, June). Media and advertising in the age of abundance: a comparison of media consumer experiences across time. Paper presented at 3rd Int. Conference on Research in Advertising (ICORIA), Oslo. In conference proceedings pp.71-74. Bronner, A.E. & Velthoven, S. van (2004). Multimedia research shows long-term trends, Admap, 39(10), 28-30. Bronner, A.E., Velthoven, S. van, & Kuijpers, V. (2005, October). Media experience and advertising experience: application of a multi-media research tool. Paper presented at Worldwide Readership Research Symposium 12, Prague. In conference proceedings pp. 403-414. Bronner, A.E., & Neijens, P. (2006). Audience experiences of media context and embedded advertising: a comparison of eight media. International Journal of Market Research, 48, 81-100. Pagina 132