Het zelf ontwikkelen van elektronische leerobjecten

557 views
470 views

Published on

Het zelf ontwikkelen van elektronische leerobjecten; Pieter van der Hijden; in: Aan het werk met ICT in het academisch onderwijs - RechtenOnline; A. Vedder (red.); Wolf Legal Publishers, Nijmegen, 2004.

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
557
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
6
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Het zelf ontwikkelen van elektronische leerobjecten

  1. 1. 15 Het zelf ontwikkelen van elektronische leerobjecten Pieter van der Hijden1. Inleiding zelfs al bij het ontwikkelen van een elektro-In deze bijdrage vertel ik docenten wat er nische diapresentatie kan deze benaderingkomt kijken bij het zelf ontwikkelen van van pas komen. Binnen een ontwikkelpro-elektronische leerobjecten als ondersteu- ject onderscheid ik de volgende fasen:ning bij of misschien wel vervanging van deeigen colleges. Ook voor onderwijsbesturen • definitiefase,kan deze informatie van belang zijn. Zij kun- • ontwerpfase,nen immers de ontwikkelingen door docen- • realisatiefase,ten stimuleren en sturen. • invoeringsfase.Elektronische leerobjecten bestaan in velesoorten en maten. Een afbeelding die via Al die fasen komen verder aan bod. Ik ein-het Internet aan studenten wordt aangebo- dig met een uitleiding waarin ik stil sta bij deden, is op te vatten als een elektronisch leer- verdere levensloop van een eenmaal ontwik-object. Maar de webpagina waarin deze keld elektronisch leerobject.met toelichting en al is opgenomen, is óók Bij het samenstellen van deze bijdrage hebeen elektronisch leerobject. Het gaat dus ik geput uit mijn onderzoeks- en praktijker-om een genest begrip. Ook een complete varing en heel specifiek uit mijn ervaring alselektronische diapresentatie, een op zichzelf adviseur en begeleider van de 14staand elektronisch college, een interactieve RechtenOnline-projecten uit 2003.simulatie of een complete elektronische cur-sus zijn leerobjecten. Ik noem ze elektro- 2. Innoveren met ICTnisch wanneer moderne informatie- en Innoveren met ICT begint in het academischcommunicatietechnologie bij het "consume- onderwijs, net als in veel andere organisa-ren" van deze leerobjecten wordt toegepast. ties, vaak van onderop (bottom-up). Op eenIk concentreer me hier op het tot stand gegeven moment vindt dan een omslagbrengen van elektronische leerobjecten tot plaats en gaat de innovatie verder als eenaan het kaliber van een elektronische cursus. proces dat vanuit de top wordt aangestuurdDat zijn namelijk projecten die nog te over- (top-dow n).zien zijn voor een individuele docent of eenkleine werkgroep. Ik ga hier niet in op het 2.1 Bottom-upontwikkelen van een complete elektronische Individuele docenten beschikken over eenleeromgeving waarbinnen elektronische zekere autonomie als het om de invullingleerobjecten worden aangeboden, ook niet van hun eigen colleges gaat. Ze delen ookop geautomatiseerde individuele studie- hun eigen tijd in en beschikken soms zelfsplan- en volg-sy stemen, noch op het ont- over een zeker budget of weten een subsi-wikkelen van complete elektronische curri- die te verwerven. Een docent die enthou-cula. siast is over elektronisch leren vindt danIn de navolgende paragrafen sta ik eerst stil altijd wel mogelijkheden om hier op eenbij het innoveren van het onderwijs met bescheiden wijze mee te experimenteren.behulp van ICT. Dat kan zowel via spontane Een organisatie die vooral innoveert via ver-initiatieven van docenten als via een spreide initiatieven van onderop verkeert ingestuurde actie vanuit bijvoorbeeld een het bottom-up stadium.onderwijsbestuur plaatsvinden. V ervolgens Bottom-up innoveren met ICT is voor eenwijs ik op het belang van een projectmatige onderwijsorganisatie een goede zaak. Opaanpak van de ontwikkeling van elektroni- verschillende plaatsen in de organisatiesche leerobjecten. V oor de meest eenvoudi- wordt nieuwe kennis en ervaring opgedaange leerobjecten is dat wat overdreven, maar tegen relatief lage kosten en lage risicos. 153
  2. 2. HOOF DSTU K 15 | DEEL 5Het onderwijsbestuur is daar soms nauwe- bepaald college vakinhoudelijk gezien oplijks bij betrokken. Het is bezig met andere orde heeft, kan alle energie gestopt wordenzaken of heeft over elektronisch leren nog in het ontwikkelen van elektronische leerob-geen duidelijke mening. Het kan echter ook jecten. De docent gaat zelf met een auteur-bewust voor deze aanpak kiezen en dit pro- programma aan de slag en kan daarbij nieu-ces juist koesteren. L aat die duizend bloe- we talenten ontwikkelen als grafischmen maar bloeien. ontwerper, fotograaf, beeldbewerker, enz.De individuele docent heeft tijdens het bot- De ervaring leert dat dit wel steeds meertom-up stadium veel vrijheid. Als hij/zij een (vrije) tijd kost!Tips voor tijdens het bottom-up stadiumvoor docenten voor onderwijsbestuur• Realiseer je dat je vakinhoudelijke en • Juich innovaties door docenten toe, maardidactische kennis é n je enthousiasme over benadruk dat het om kleine experimenten,elektronisch leren je sterkste punten zijn. pilots, proeftuinen en dergelijke gaat.• Onderken ook je minder sterke punten en • Bevorder dat experimenten op een cen-zoek daar hulp bij. traal punt worden aangemeld en publiceer• Kijk goed rond en probeer te leren van regelmatig een overzicht van lopende expe-wat er in de wereld al allemaal op dit gebied rimenten.gebeurt. • Organiseer de beschikbaarheid van vrijblij-• Zie je activiteiten vooral als een experi- vend advies op het gebied van projectmatigment waar veel van geleerd kan worden werken en ICT.(door de docent zelf, door de organisatie); • Organiseer uitwisseling van ervaringenhet is normaal dat niet alle experimenten tussen de experimenten onderling en metslagen. Zorg dat je ervaringen ook de rest de rest van de organisatie.van de organisatie bereiken. • Stel metadata vast om elektronische leer-• Onderhoud open contacten met naaste objecten te beschrijven en publiceer eencollegas, specialistische diensten van de catalogus van elektronische leerobjecten dieeigen instelling (onderwijskunde, ICT), pro- gereed zijn voor gebruik.jectleiders van vergelijkbare projecten, het • Organiseer óók de discussie over onder-onderwijsbestuur; communiceer óók over wijsvernieuwing in het algemeen (dus bre-moeilijkheden en tegenvallers. der dan alleen de toevallige verzameling• Doe niet alles in je eentje, maar richt een experimenten en dieper dan alleen de inzetgroep op; maak je resultaten niet teveel van van ICT).je persoon afhankelijk.• Doe niet teveel nieuwe dingen tegelijk(nieuw type hardware, nieuw platform,nieuwe auteurstaal, nieuw didactisch con-cept, nieuw vakgebied).• Ook al ga je het nieuwe leerobject zelftoepassen, zie het toch steeds als een pro-duct dat je weliswaar zelf ontwikkelt, maardat daarna overgedragen wordt aan eenander.• Organiseer het werk als een project.154
  3. 3. DEEL 5 | HOOFDSTUK 152.2 Omslag 2.3 T op-d ow nVroeg of laat komt er een omslag en gaat Het onderwijsbestuur gaat het innoverenhet onderwijsbestuur zich meer met elektro- aanpakken. Een mogelijk scenario hierbij is:nisch leren bemoeien. De aanleiding daar- • Uitgangspunten voor de rol die elektro-toe kan zowel positief als negatief zijn. Twee nisch leren binnen het curriculum moet krij-mogelijke scenarios: gen liggen vast. • Er komt een model voor het ontwikkelen• P ositieve aanleiding - Mede dankzij de van nieuwe elektronische leerobjecten en erexperimenten heeft de organisatie het nodi- worden kwaliteitseisen gesteld.ge geleerd op het gebied van elektronisch • Niet alleen de docenten, maar ook ande-leren. De visie van het onderwijsbestuur op re disciplines zullen een rol gaan spelenelektronisch leren begint vorm te krijgen. (onderwijskundige, grafisch ontwerper, inter-Het bestuur zet een bepaalde koers uit en actieve mediadeskundige, systeemontwer-wil uiteraard dat alle activiteiten op dit per, programmeur).gebied daar op aansluiten. Die koers zal • Er wordt een standaard afgesproken vooroverigens eerder een ontwikkelrichting zijn, de te gebruiken computerprogrammas.dan een gedetailleerde blauwdruk. Voor dat • Er wordt gewerkt aan een infrastructuurlaatste is zowel de wereld van het onderwijs voor het gebruiken, ondersteunen en on-en van het elektronisch leren als die van de derhouden van de leerobjecten.ICT te veel in beweging en nog te weinig • Verantwoordelijkheden en bevoegdhedenvoorspelbaar. worden in kaart gebracht en geldstromen• Negatieve aanleiding - Niet alle duizend geregeld.bloemen bloeien even goed. Sommige ver- • Het innoveren wordt centraal en planma-welken, bijvoorbeeld omdat het beheren tig aangepakt en wordt steeds meer eenervan niet goed geregeld is. Studenten onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering.komen met kritiek omdat het aanbod aanelektronische leerobjecten zo een lappende- De individuele docent heeft in het top-downken is. De vraag komt op of de organisatoe stadium minder vrijheid dan voorheen. Ervan al die inspanningen wel zo veel wijzer is vindt van bovenaf meer sturing plaats en ergeworden. komen ook andere disciplines aan tafel. Tegelijkertijd wordt de ondersteuning beter,De omslag is herkenbaar aan het feit dat het hoeft iemand niet meer in zijn/haar eentjeonderwijsbestuur een duidelijker positie aan te modderen en gaat de organisatie alskiest en richting geeft aan het verdere ver- geheel wat efficië nter om met haar tijd.loop van het innoveren met ICT. De organi-satie verkeert qua innovatie nu in het top-down stadium. 155
  4. 4. HOOFDSTUK 15 | DEEL 5Tips voor tijdens het top-down stadiumvoor docenten voor onderwijsbestuur• Realiseer je dat de ontwikkeling van elek- • Betrek alle belanghebbenden bij het tottronisch leren in een ander stadium verkeert stand komen van een gedeelde visie op e-dan voorheen; learning en communiceer die naar alle• Concentreer je op het meest waardevolle betrokkenen;van je eigen kennis en inzichten op het • Ontwikkel een kader voor een implemen-gebied van elektronisch leren en tracht dat tatietraject dat rekening houdt met zowelin te brengen in de nieuwe organisatiebrede technische as organisatorische aspecten.initiatieven; • Maak duidelijk volgens welke procedure• W ees bereid afstand te doen van je eigen de organisatie beslist welke elektronischeelektronische leerobjecten, je eigen favoriete leerobjecten ontwikkeld worden en waar deauteurprogrammna, enz. Ze hadden een tij- taken en bevoegdheden liggen voor die ont-delijke functie en hebben hun tijd gehad; wikkeling;• Realiseer je dat zodra innoveren een regu- • Maak duidelijk hoe de ontwikkelde elek-lier proces geworden is er weer andere ter- tronische leerobjecten ingezet kunnen gaanreinen opdoemen waarop het bottom-up worden en hoe beheer, gebruikersonder-innoveren weer starten kan. steuning en onderhoud geregeld zijn. • G eef innoveren van leermateriaal een per- manente plaats in de organisatie. Maak dui- delijk hoe de individuele docenten daaraan kunnen bijdragen. W aardeer dat.3. Projectmatig werken 3.1 DeskundigheidHet zelf ontwikkelen van elektronische leer- De docent die een elektronisch leerobjectobjecten is voor docenten vaak een onbe- wil ontwikkelen doet er goed aan een lijstjekende activiteit en vrijwel altijd een uiterst op te stellen van de benodigde deskundig-complexe zaak. Je moet met een groot aan- heden om vervolgens na te gaan waar dezetal factoren rekening houden zoals materie- deskundigheid vandaan moet komen. Inkennis (het vakgebied), didactiek, mens- sommige deskundigheden kan hij/zij zelfcomputer interactie, visuele vormgeving, voorzien. Voor andere kan wellicht eeneventueel ook animatie-, video- en audio- beroep gedaan worden op directe collegastechniek en las t-but-not-leas t computerpro- of collegas van specialistische dienstengrammatuur. Bovendien veranderen de (onderwijskunde, ICT) uit de eigen onder-technische mogelijkheden waar je bij staat. wijsinstelling. Ook hoort het intern of externEen enkel individu zal zelden al deze terrei- uitbesteden van werkzaamheden tot denen voldoende beheersen. W at betekent dit mogelijkheden. Voor dat laatste zal betaaldvoor onze aanpak? moeten worden. Daar staat echter tegen-Om verder te komen dan een interessante over dat er dan ook hardere eisen gesteldleerervaring (voor de docent) en op een kunnen worden aan deze leveranciers. Hetzeker moment een elektronisch leerobject te uitbesteden van dit soort werkzaamheden iskunnen opleveren waar studenten mee kun- overigens ook weer een vak apart. Dat is dusnen werken zijn méér deskundigheden wéér iets om op het lijstje van benodigdenodig dan doorgaans in één persoon te vin- deskundigheden te zetten! Hetzelfde geldtden zijn. Ook is een georganiseerde manier ook voor het organiseren van dit geheel.van samenwerken gewenst.156
  5. 5. DEEL 5 | HOOFDSTUK 15Hulpmiddel om benodigde en beschikbare deskundigheid in kaart te brengenDeskundigheid In hoeverre nodig? W ie gaat deze desk undigheid inbrengen? Docent Collegas Specialisten ExternMateriekennis ............................................. .......................... .......................... .......................... ......................Vakdidactiek ............................................. .......................... .......................... .......................... ......................Mens-computerinteractie ............................................. .......................... .......................... .......................... ......................Grafischevormgeving ............................................. .......................... .......................... .......................... ......................Animaties ............................................. .......................... .......................... .......................... ......................Audio/Video ............................................. .......................... .......................... .......................... ......................Programmatuur ............................................. .......................... .......................... .......................... ......................Uitbesteden ............................................. .......................... .......................... .......................... ......................Organisatie ............................................. .......................... .......................... .......................... ......................3.2 Organisatie als een docent geheel op eigen initiatief ietsHet ontwikkelen van een elektronisch leer- onderneemt is het verstandig om bijvoor-object is geen routineklus waarvoor een vast beeld de leerstoelhouder als opdrachtgeverrecept bestaat. Daarvoor is het te uniek en te beschouwen en deze op de hoogte tete complex. Dat betekent echter niet dat de houden en bij bepaalde keuzes te betrek-docent en degenen die hem/haar bijstaan ken.nu maar improviserend te werk moeten • De "opdracht" bestaat uit een afgebaken-gaan. Het gevaar bestaat dat je dan voort- de taak die in een bepaalde periode en metdurend in kringetjes ronddraait omdat nu een bepaalde inzet aan menskracht en geldeenmaal alles met alles samenhangt. De uitgevoerd moet worden. Ook voor de indi-denkprocessen en/of discussies die dat ople- viduele docent is het goed om helder voorvert kunnen voor de groep heel interessant ogen te hebben w·t het resultaat vanzijn, maar ze leiden zelden tot concrete zijn/haar inspanning moet zijn (kwaliteitsei-resultaten. Ik pleit daarom hier voor een sen) en hoeveel tijd (en budget) er maximaalorganisatie van het werk in de vorm van een mee gemoeid mag zijn.tijdelijke organisatievorm gericht op het • Om de complexiteit van het werk han-bereiken van een concreet resultaat met teerbaar te houden, wordt het werk opge-behulp van een beperkte hoeveelheid tijd, splitst in bepaalde fasen die achter elkaarmenskracht en geld: een project. worden afgewerkt. Tijdens elke fase wordenDoorgaans is die organisatievorm een bepaalde weloverwogen keuzes gemaakt.groep, i.c. een projectgroep, maar ook als Daarop wordt later in principe niet meerde docent alles in zijn/haar eentje blijft teruggekomen (gepasseerde stations).doen, valt er nog projectmatig te werken. • Aan het begin van iedere fase wordt gedetailleerd vastgelegd uit welke activitei-Kenmerken van projectmatig werken zijn: ten de fase bestaat en waar die uiteindelijk• Er is een "opdrachtgever" met wie ook op in zullen resulteren.gezette tijden gecommuniceerd wordt. Ook • Aan het einde van elke fase worden de 157
  6. 6. HOOFDSTUK 15 | DEEL 5resultaten gedocumenteerd en besproken collegas, administratie, studenten, project-met de opdrachtgever. Dit kan tot bijstellin- leiders van soortgelijke projecten, eventuelegen in het verdere verloop van het project leveranciers;leiden. • opstellen van plannen voor de voortgang, de kwaliteit, de inzet van menskracht en de3.3 Fasering besteding van het budget; informeren vanDe fase-indeling die ik hier hanteer is: initia- alle betrokkenen over de plannen;tieffase, definitiefase, ontwerpfase, realisa- • volgen van de voortgang; bewaken vantiefase, invoeringsfase en de gebruik- en kwaliteit, inzet, budgetuitputting en derge-beheerfase. De initiatieffase wordt niet tot lijke;het eigenlijke project gerekend. Deze fase • coördineren van werkzaamheden bijvoor-omvat namelijk de voorbereidende werk- beeld via een periodiek projectgroepoverleg;zaamheden die leiden tot het project. Ook • uitbesteden van werkzaamheden aande gebruik- en beheerfase wordt niet tot het interne of externe instanties (opstellen spe-eigenlijke project gerekend. Het beheren en cificaties, werven en selecteren van leveran-onderhouden van het ontwikkelde leerob- ciers, calculeren werkzaamheden, opstellenject is geen tijdelijke activiteit, maar meer contract, beoordelen resultaten, oplosseneen vaste taak voor bepaalde medewerkers. geschillen);In de uitleiding van deze bijdrage kom ik • afronden van de ene projectfase en over-daar nog op terug. Het eigenlijke project gaan op de volgende.bestaat zodoende uit een definitiefase, ont-werpfase, realisatiefase, invoeringsfase. De Ook projectleiden is een vak apart. Detijdverhouding tussen die fasen is globaal docent/initiatiefnemer doet er daarom goed1:2:4:1. aan zich vóór de start van het project af teIn de praktijk komt het ook voor dat ont- vragen of hij/zij de rol van projectleider kanwerp- en realisatiefase elkaar een aantal en wil vervullen. Misschien kan dat welmalen beurtelings afwisselen. Die aanpak beter iemand anders doen. De docent kankan echter gemakkelijk leiden tot uitlopen in zich dan concentreren op de eigen sterkede tijd of inleveren in kwaliteit. Ik ga hier punten, bijvoorbeeld vakinhoudelijk en vak-kortheidshalve niet verder op in. Overigens didactisch. Een overzicht van de werkzaam-zijn niet in elke fase alle deskundigheden heden per projectfase, is weergegeven in deeven hard nodig. Wel is in alle fasen iemand tabel op de uitslaande flap aan de voorkantnodig die het project coördineert: de pro- van dit boek.jectleider. 4. Definitiefase3.4 Projectleiding De eerste fase in het ontwikkelen van eenEen docent die het initiatief neemt voor het elektronisch leerobject is de definitiefase. Inontwikkelen van elektronische leerobjecten deze fase moet duidelijk worden wat hetzal doorgaans zelf willen optreden als pro- aan te pakken "probleem" is en in welke rich-jectleider. Dat vraagt om enkele extra activi- ting een "oplossing" ontwikkeld gaat wor-teiten: den. Het is heel verleidelijk om de definitiefase• formeren van een projectgroep, zorgen maar over te slaan. Een nieuwe project-dat de projectgroep een team wordt; groep wil graag de handen uit de mouwenopstarten van het project, bijvoorbeeld door steken, geen tijd verliezen aan schijnbaremiddel van een goed voorbereide "kick-off"- trivialiteiten, het veelbelovende auteurpro-meeting; gramma snel aanschaffen of een program-• identificeren van alle belanghebbenden meur contracteren en aan het programme-("stakeholders") bij het project en bepalen ren slaan. Later in het project kan dan echterwaarover, wanneer en hoe met deze betrok- veel tijd en geld verloren gaan als blijkt datkenen gecommuniceerd moet worden; niet iedere projectdeelnemer vanaf de startmogelijke belanghebbenden zijn de "op- op dezelfde lijn zat, als steeds weer dezelf-drachtgever", het onderwijsbestuur, naaste de discussies terugkomen, als blijkt dat net158
  7. 7. DEEL 5 | HOOFDSTUK 15de verkeerde hulpmiddelen zijn aangeschaft doelen, de leerstijl(en) die het elektronischeof een minder gelukkige keuze gemaakt is leerobject moet ondersteunen, de leerroutesbij het inhuren van derden. De tijd die men door het kennisdomein die daar bij horen,investeert in een definitiestudie zal zichzelf de moeilijkheidsgraad en de tijd die eenzeker terug verdienen. doorsnee student voor het werken met het leermateriaal nodig heeft.4.1 PlanningZoals iedere fase, hoort ook de definitiefase 4.4 Oplossingsrichtingte beginnen met het opstellen van een plan- Doelstelling, domein en didactiek kunnenning waarin de activiteiten staan die tijdens samen gezien worden als de omschrijvingdeze fase moeten worden uitgevoerd. Kort van het "probleem". Bij dit probleem hoortsamengevat gaat het daarbij om: een passende oplossingsrichting gevonden te worden. Die bestaat uit de antwoorden• uitwerken van de doelstelling op twee vragen:• aangeven kennisdomein en onderwijs-kundige uitgangspunten 1. Wat voor een soort product gaan we• bedenken van globale oplossingsrichtin- maken?gen 2. Welke technische oplossing kiezen we• kiezen van één bepaalde oplossingsrich- daarvoor?ting• formuleren metadata Het product dat we willen gaan maken• afronden van de definitiefase beschrijven we in termen van aggregatie- niveau, type leerobject, interactiegraad en4.2 Projectdoelstelling mediagebruik:Bij het uitwerken van de doelstelling van hetontwikkelproject gaat het om het beant- • Het aggregatieniveau geeft aan hoe com-woorden van de volgende vragen: Om welk plex het elektronisch leerobject gaat wor-leerobject gaat het (welk curriculum, welke den. Hebben we het over een complete cur-cursus, welk college of welk onderdeel van sus, een college, een onderdeel van eeneen college)? Voor welke doelgroep is dit college of over een stukje daaruit dat verderbestemd (voorkennis, opleidingsniveau)? niet meer (zinvol) op te delen is, een "ato-Hoe vindt dit onderwijs op dit moment mair" leerobject?plaats? Wat zou anders en beter kunnen? • Het type leerobject duidt op de functieWat heeft ICT daarbij te bieden? Hoe gaat van het leerobject binnen het onderwijs: ishet verbeterde onderwijs in zijn werk? Wat het een presentatie, een experiment, eenzijn zodoende de belangrijkste doelen voor simulatie, een zelftoets, een toets?het ontwikkelen van de nieuwe elektroni- • De interactiegraad geeft aan hoe intensiefsche leerobjecten? Concrete antwoorden op de communicatie tussen gebruiker en leer-deze vragen zijn richtinggevend bij de vol- object gaat verlopen. Is de gebruiker daaringende fase en maken het aan het einde van actief of passief?het project gemakkelijker om het resultaat • Met het mediagebruik geven we aanervan te evalueren. welke soorten media we binnen het elektro- nische leerobject willen gaan gebruiken, bij-4.3 Uitgangspunten voorbeeld geschreven woord, commentaar-Het aangeven van het kennisdomein leidt stem, foto, schema, grafiek, tabel, animatie,tot het precies aangeven van wat wél en video.wat niet tot de vakinhoud behoort, zodatdit later in het project geen discussiepuntmeer hoeft te zijn.De onderwijskundige uitgangspunten zijnde resultaten van een bezinning op de leer- 159
  8. 8. HOOFDSTUK 15 | DEEL 5Aggregatieniveaus van elektronische leerobjectenNiveau Omschrijving V oorbeeld1 Atomair leerobject Afbeelding van een schema2 Onderdeel van een college Webpagina met tekst en afbeeldingen3 College Complete "les" voor zelfstudie4 Cursus Complete cursusAls duidelijk is, wat voor een product we van knippen en plakken en klikken gewor-willen maken, zijn er ook op technisch den. Ik wil hier tegen waarschuwen. Het isgebied nog een groot aantal keuzes te zeker positief als een docent een ontwikkel-maken. Gaat de gebruiker een aparte com- omgeving zelf wat gaat verkennen. Hij/zijputerapplicatie gebruiken of werkt hij/zij kan daardoor een indruk krijgen van demet een "web browser"? Distribueren we de "look & feel" en van de mogelijkheden vanapplicatie op CD-ROM, is deze te downlo- dat product. Het leren doorgronden en effi-aden vanaf het Internet, of vindt een sessie ciënt kunnen toepassen van alle functionali-deels op een server plaats (en alle mengvor- teit van een auteurprogramma is echter eenmen die daarbij mogelijk zijn)? Voor een tijdrovend proces, zeker als iemand nooitoverzicht van verschillende mogelijke tech- eerder programmeerervaring heeft opge-nische oplossingsrichtingen verwijs ik graag daan. Het voordeel van het interactievenaar het schema op de uitslaande flap ach- gebruikersinterface boven het rechtstreeksterop dit boek. schrijven van programmacode is ook maarMet dit alles hangt ook de vraag naar de beperkt. Weliswaar hoeft men de gramma-ontwikkelomgeving samen. Daarmee be- ticaregels van de programmeertaal nietdoelen we de programmatuur (auteurpro- meer te kennen, maar de speciale maniergramma, programmeertaal) die gebruikt van denken die aan het programmerenwordt bij het realiseren van het elektroni- vooraf gaat, zal men wel degelijk moetensche leerobject. kunnen beheersen. Een docent zal er vaakLeveranciers van ontwikkelomgevingen we- goed aan doen hiervoor iemand met de juis-ten hun product vaak goed te verkopen. Ze te kennis en ervaring in te schakelen.geven een indrukwekkende demonstratie en Bij de keuze van een ontwikkelomgeving isdoen de suggestie dat een docent die nooit het verstandig niet op eerste indrukken af teheeft leren programmeren, dat met h˙ n gaan, maar hulp te vragen van een deskun-product binnen de kortste keren voor elkaar dige die eens kritisch "onder de motorkap"krijgt. Het is immers nog slechts een kwestie wil kijken.160
  9. 9. DEEL 5 | HOOFDSTUK 15Kritische vragen bij het beoordelen van ontwikkelomgeving XVraag Commentaar1. Is met X het beoogde Een ontwikkelomgeving is doorgaans gericht op een bepaaldproduct te realiseren? type toepassingen. Een product om toetsen te ontwikkelen is daarom minder geschikt om groepssimulaties te maken. Ga af op documentatie van de leverancier, verwijzingen naar voor- beeldprojecten en eigen waarneming van de ervaringen van andere gebruikers van deze ontwikkelomgeving.2. Werkt X op basis van Veel ontwikkelomgevingen werken via een grafische gebrui-een programmeertaal kersinterface. De gebruiker bouwt al knippend, plakkend enwaar de gebruiker van X, klikkend een applicatie op. Dat lijkt mooi, maar in de praktijki.c. de programmeur, kun je vroeg of laat problemen tegenkomen die op dezetoegang toe heeft? manier niet op te lossen zijn. Je hebt dan toegang tot de lees- bare broncode van je eigen applicatie nodig, zodat je desnoods met een eenvoudige tekstverwerker aanpassingen kunt plegen of repeterende acties efficiënter kunt programme- ren. Niet alle ontwikkelomgevingen bieden die mogelijkheid.3. Is X in staat om tekst- Vanwege de omvang van sommige elektronische leerobjectenbestanden in te lezen en en de vaste patronen die daarbinnen te onderkennen zijn, isweg te schrijven en zo ja het vaak efficiënter om te werken naar een "data driven"w·t voor tekst (plat of oplossing. Daarbij wordt veel informatie die in de applicatieXML)? gebruikt wordt en mogelijk ook een deel van de besturing automatisch uit tekstbestanden of een database gehaald (tij- dens het ontwikkelen en misschien ook tijdens het latere gebruik). Het alternatief is dat een programmeur alle teksten één voor één met knippen en plakken in de applicatie moet opnemen. Extra voordeel van de aanpak via tekstbestanden: deze aanpak maakt het voor mensen die niet vertrouwd zijn met X, maar wél met een tekstverwerker, mogelijk om teksten te actualiseren. XML-teksten (een standaard voor tekst gestructureerd met labels) hebben bovendien het voordeel dat ze voor de programmatuur waarmee ze ingelezen worden veel informatiever kunnen zijn dan platte teksten.4. Hoe is de reputatie Er bestaan duizenden ontwikkelomgevingen die ongetwijfeldvan X in de vakpers? elk een schare trouwe aanhangers hebben. Belangrijk is dat er enige "evidence" is dat X een betrouwbaar product is.5. Zijn er binnen Afhankelijkheid van een enkele (buitenlandse) leverancier isNederland genoeg leve- ongewenst. Beter is het als meerdere leveranciers in de naasteranciers te vinden die X omgeving diensten op basis van X kunnen verlenen (bijv.kunnen ondersteunen? coachen tijdens het programmeren, dan wel de programme- ring geheel overnemen).6. Wat zijn de kosten De eenmalige aanschafkosten van een ontwikkelomgeving zijnvoor het ontwikkelen vaak nog te overzien. Veel groter zijn doorgaans de kostenmet behulp van X? (tijd en geld) om mensen met een ontwikkelomgeving te leren werken. 161
  10. 10. HOOFDSTUK 15 | DEEL 5 7. Zijn de met X ontwik- Soms hoort bij een ontwikkelomgeving ook een productieom- kelde producten vrij te geving van dezelfde producent. Dat betekent dat je om het gebruiken? ontwikkelde elektronische leerobject daadwerkelijk te kunnen gebruiken nog wat extra programmatuur nodig hebt en daar- voor moet betalen, vaak afhankelijk van de oplage! Doorgaans zal de initiatiefnemer al een Om scherp te krijgen wat de beoogde bepaalde oplossingsrichting in gedachten meerwaarden van het te ontwikkelen elek- hebben. Toch is het goed om daar niet te tronische leerobject is, zou één van de snel voor te kiezen, maar eerst in kaart te "alternatieven" de huidige situatie kunnen brengen welke oplossingsrichtingen nog zijn en een ander alternatief de verbeterde méér in aanmerking komen en dan vervol- situatie maar dan zonder gebruik te maken gens van elk de voor- en nadelen af te van ICT. wegen. Alle voor- en nadelen zijn te herlei- den tot criteria en een bijbehorende score (bijvoorbeeld --, -, +-, +, ++). Door ge- wichten aan de criteria toe te kennen en de scores in getallen te vertalen, kan een genu- anceerde eindscore per alternatief berekend worden.Hulpmiddel voor het beoordelen van alternatievenCriterium Gewicht [%] Alternatief-1: ... Alternatief-2: ... Alternatief-3: ... Toelichting Score Gewogen Toelichting Score Gewogen Toelichting Score Gewogen score score score1. .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... ..........2. .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... ..........3. .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... ..........4. .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... ..........5. .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... ..........6. .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... ..........7. .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... .......... ..........Totaal: 100 % Totaal: .......... Totaal: .......... Totaal: .......... 162
  11. 11. DEEL 5 | HOOFDSTUK 154.5 Metadata en geld) voor de rest van het project. VerderMetatadata zijn data over data ofwel de wordt een rapport samengesteld waarin allebeschrijvende gegevens van ons elektro- werk uit de definitiefase gedocumenteerdnisch leerobject in wording. Ze zijn nodig wordt op een wijze die ook voor buiten-om t.z.t. het leerobject in een productenca- staanders begrijpelijk is. Ook de metadatatalogus op te kunnen nemen of in zoekma- liggen daarin vast. Dit rapport is niet alleenchines. De internationale standaard (IMS) bedoeld voor het archief. Het vormt de basisop dit gebied is nogal uitgebreid. Rechten- voor overleg met de opdrachtgever en hetOnline-projecten beperken zich daarom tot vertrekpunt voor alle projectdeelnemers bijeen subset daarvan. de werkzaamheden in de volgende fase vanHet is een goede zaak om al tijdens de het project: de ontwerpfase. De resultatendefinitiefase de metadata van het te ontwik- van de definitiefase zijn daarmee gefixeerd.kelen leerobject zo goed mogelijk vast te Alleen in extreme gevallen komen we daarleggen. Niet alleen schept dat duidelijkheid later nog op terug.binnen de projectgroep, het zal blijken datook anderen tijdens het project voortdurend 5. Ontwerpfaseom nadere informatie vragen. Vaak kan dan Na de definitiefase volgt de ontwerpfase. Devolstaan worden met een beknopte samen- resultaten van de definitiefase gelden hierbijvatting van het op te leveren product in de als een gegeven. Het gaat er nu om eenvorm van de voorlopige metadata. concept (samenhangend idee, grondvorm) voor het elektronische leerobject te ontwer-4.6 Afronding pen. Vervolgens wordt dit concept tot inDe definitiefase eindigt met het opstellen detail uitgewerkt. Dit leidt tot een specifica-van een globale planning en begroting (tijd tie die zo gedetailleerd is dat degenen die 163
  12. 12. HOOFDSTUK 15 | DEEL 5het leerobject moeten gaan realiseren daar- dat gebruikt wordt om het nieuwe conceptmee uit de voeten kunnen. inzichtelijk te maken. Voorbeelden vanOok bij deze fase doet zich de verleiding metaforen zijn:voor om haar maar over te slaan. De aange-schafte ontwikkelomgeving (lees: het • een stad met daarin burgers, bedrijven enauteurprogramma) werkt toch zó gemakke- bestuurders waar je rond kunt wandelen,lijk dat we meteen kunnen gaan beginnen informatie verzamelen, communiceren enmet programmeren? Vergeet het maar. Je diensten laten verlenen;moet vrij kunnen nadenken over de grond- • een bibliotheek waar veel informatie in opvorm van het te ontwikkelen leerobject en te zoeken is;op dat moment niet te veel last hebben van • een boek met een hiërarchisch geordende(je perceptie van) de mogelijkheden van de inhoud plus een aantal handige alfabetischontwikkelomgeving. Bovendien is het nog geordende registers om snel langs diversemaar de vraag of de gebruikte ontwikke- ingangen bij bepaalde informatie te kunnenlomgeving de mogelijkheid heeft om een komen;systematische wijziging met een kleine • een huis met verschillende ruimten die elkingreep integraal door te voeren. een eigen functie hebben; • een voertuig waarmee men op reis kan5.1 Planning gaan;De ontwerpfase begint met het opstellen • een storyboard dat een schets geeft vanvan een planning waarin de volgende activi- opeenvolgende scè nes;teiten centraal staan: • een boom met takken, vertakkingen en blaadjes waarin je je steeds volgens deze• Conceptualiseren takken van blaadje naar blaadje kunt bege-• Specificeren - globaal ven; • Systeem • een matrix als een verzameling cellen die • Proces tweedimensionaal gerangschikt is en van• Specificeren - details waaruit je steeds vier kanten op kunt, óf een • Functionaliteit kubus met driedimensionale rangschikking • Inhoud en zes bewegingsrichtingen; • Vormgeving • een landkaart van het kennisdomein en • Techniek verbindingen om van het ene onderdeel naar het andere te gaan.5.2 ConceptualiserenHet conceptualiseren is een creatief proces Een concept hoeft beslist niet volledigdat leidt tot een concept (grondvorm, nieuw en nooit vertoond zijn. Het kan heelsamenhangend idee, basisfilosofie) voor het acceptabel zijn om een bestaand conceptte ontwikkelen leerobject. Het kennisdo- dat elders succesvol is gebleken over temein en het leertraject (kaart en routes) zijn nemen. Het ontwikkelen van een elektro-in het concept terug te vinden. Het is nisch leerobject blijft ook zonder een nieuwbelangrijk om niet het eerste idee meteen en oorspronkelijk concept al complexals het beste te zien. Via creatieve technie- genoeg. Soms wordt ook een bestaand con-ken en bij voorkeur met meerdere personen cept wat verder opgerekt en uitgebreid.zijn alternatieve concepten te bedenken Soms weet iemand een nieuw concept te(divergeren). Uiteindelijk valt dan uit de creëren door het beste van twee bestaandealternatieven een keuze te maken die het concepten (mogelijk uit heel verschillendemeest past bij de eisen die voortvloeien uit toepassingen) te combineren.de definitiefase (convergeren). Dit conceptmoet niet in alleen in woorden op papier Als voorbeeld beschrijf ik hier hoe hetkomen, maar liefst ook visueel. De op- opstellen van een concept voor een groeps-drachtgever moet het kunnen toetsen. simulatie kan verlopen:Centraal in een concept staat vaak een 1. Inventariseren van de actoren (individu-metafoor, een beeld uit een andere situatie en, groeperingen, instanties, organisaties),164
  13. 13. DEEL 5 | HOOFDSTUK 15procedures, mechanismen en causale ver- om een speelbord te ontwerpen. Wat zoubanden die in de te simuleren werkelijkheid daarop gevisualiseerd moeten zijn? Welkeen rol spelen. deel van dat speelbord is voor welke actor2. Reduceren van de complexiteit. Het gaat zichtbaar?er niet om de werkelijkheid tot in de kleinste 5. Rollen toekennen. Als we op deze wijzedetails na te bootsen in een simulatie. De te weten zijn gekomen uit welke compo-simulatie dient immers een bepaald leer- nenten onze microwereld bestaat, kunnendoel. Het gaat erom die elementen uit de we bedenken hoe het gedrag van elke actorwerkelijkheid in de simulatie te behouden gesimuleerd gaat worden. Wordt het eendie relevant zijn voor het realiseren van dat rol voor een individuele student of voor eenleerdoel. klein studententeam? Wordt de rol gespeeld3. Uitwerken van de actoren: door een docent (niet om daar zelf zo veela. Wat zal hun uitgangsituatie zijn bij de van te leren, maar omdat dat het niet zinvolstart van een simulatiesessie? is als studenten deze spelen)? ” f wordt deb. Wat is hun handelingenrepertoire in rela- actor gerepresenteerd door een algoritme,tie tot de overige actoren? een stukje computerprogramma, dat zijnc. Wat is de meest gunstige en de meest gedrag volledig voorschrijft?ongunstige uitkomst van de simulatie voor 6. Facilitator. Het is tenslotte heel gebruike-de betreffende actor? lijk dat een docent als facilitator optreedt tij-d. Over welke informatie moet actor kun- dens een simulatiesessie. Vanuit deze spe-nen beschikken en waar moet die vandaan ciale rol kan hij/zij bij de start misschien welkomen? voor een bepaalde uitgangssituatie en4. Visualiseren van de stand van zaken. Het opdracht kiezen en tijdens de sessie het ver-speelbord bij klassieke gezelschapsspelen loop van de sessie beïnvloeden door al dangeeft tijdens een spelsessie voortdurend de niet voorbereide "events" te laten plaatsvin-actuele stand van zaken aan. Ook bij het den. Ook zorgt de facilitator voor briefingconceptualiseren van een simulatie helpt het en debriefing van de deelnemers. 165
  14. 14. HOOFDSTUK 15 | DEEL 57. Procesbeschrijving. Nadat bovenstaande de diverse navigatiemogelijkheden (ook viastappen hebben geleid tot een systeemcon- "site map" en zoekfunctie) en het help-sys-cept van de simulatie, wordt het concept teem.verder afgerond met een procesbeschrij- De procesbeschrijving geeft aan hoe eenving, de volgorde van handelingen die bin- sessie met het leerobject verloopt. Welkenen de simulatiesessie mogelijk is. "flow" wordt gevolgd? Welke condities bepalen de afloop? Wat ligt in de handenHet kan geen kwaad om bij het conceptu- van de gebruiker en wat wordt bepaaldaliseren van een ander elektronisch leerob- door het leerobject? Voor onderdelen vanject dan een groepssimulatie, bijvoorbeeld de procesbeschrijving kan gebruik gemaakteen elektronisch leerboek, toch eens te pro- worden van stroomschemas. Als dezeberen volgend bovenstaande procedure te slechts uit de drie basisvormen concatena-werk te gaan. Het nadenken over het wer- tie, selectie en iteratie worden opgebouwdken met een elektronisch boek als een sessie (eventueel genest), voorkomt men dat hetof "experience" in een microwereld levert stroomschema op een onontwarbaar bordmisschien wel een veel interessanter elektro- spaghetti gaat lijken.nisch leerobject op dan de metafoor van hetpapieren boek. Basisvormen voor gestructureerde stroomschemas5.3 Specificeren - globaalHet concept wordt verder uitgewerkt in de Concatenatie Selectie Iteratievorm van specificaties. Degenen die wetenwat het nieuwe leerobject moet bevattenstellen de specificaties op. Degenen die hetobject of onderdelen daarvan gaan realise-ren maken daar gebruik van. De indelingvan de specificaties en het gewenste detail-niveau, hangen uiteraard ook van de ont-vangende partij af. Een volslagen buiten-staander aan wie een taak wordt uitbesteedheeft meer instructies nodig dan een naastecollega. 5.4 Specificeren - detailsEen bruikbare indeling bestaat uit het De functies van het leerobject dienen steedsbeschrijven van het te ontwikkelen leerob- verder gedetailleerd te worden. Op eenject vanuit twee gezichtspunten: systeem en zeker moment wordt dan het niveau bereiktproces. De beschrijving als systeem is sta- van atomaire leerobjecten: een videofrag-tisch en beschrijft het leerobject als een ver- ment om te bekijken, een vragenlijstje om inzameling functies plus een globale visie op te vullen, een tekst om te lezen, enzovoort.de vormgeving. De beschrijving als proces is Van deze leerobjecten dient nu de inhouddynamisch en beschrijft hoe een sessie met verder gespecificeerd te worden. Is het eenhet leerobject gaat verlopen, de volgorde bestaand videofragment? Zo ja, welk dan enwaarin de functies aangeroepen kunnen waar is het te vinden? Zo nee, schrijf danworden en de condities die bepalend zijn een script met alle noodzakelijke aanwijzin-voor die volgorde. gen voor degene die dat fragment moetDe systeembeschrijving somt de primaire gaan maken. Uiteindelijk wordt elke "scène"(op leren gerichte) en de secundaire (onder- uit onze productie beschreven en ontstaatsteunende) functies van het leerobject op. een compleet "draaiboek" aan de handEen hiërarchische indeling van de primaire waarvan de losse onderdelen van het elek-functies is handig om het overzicht te bewa- tronische leerobject gemaakt kunnen wor-ren en om gemakkelijk te kunnen nagaan of den.de beschrijving compleet is. Voorbeelden Ook de grafische vormgeving van het leer-van secundaire functies zijn de mogelijkheid object dient steeds verder gedetailleerd aan-om automatisch een logboek bij te houden, gegeven te worden. Hetzelfde geldt voor de166
  15. 15. DEEL 5 | HOOFDSTUK 15programmatuur en de te gebruiken gege- • Inrichten ontwikkelomgevingvensstructuren, bijvoorbeeld een database. • Creëren of verwerven van de verschillende componenten5.5 Afronding • content (beeld, geluid, videomateriaal,De ontwerpfase eindigt met een controle of tekst)het resultaat voldoet aan de uitkomsten van • programmatuurde definitiefase. Op grond van de nu meer • vormgevinggedetailleerde inzichten wordt de globale • Integreren van de componentenplanning en begroting (tijd en geld) voor de • Testenrest van het project opnieuw bekeken. Alle • Systeemtestwerk uit deze fase wordt vervolgens gedo- • Acceptatietestcumenteerd in een rapport op een wijze dieook voor buitenstaanders begrijpelijk is. 6.2 OntwikkelomgevingDoorgaans zal dit rapport enkele volumi- Al tijdens de definitiefase heb ik stilgestaanneuze bijlagen bevatten met daarin alle spe- bij de keuze voor een bepaalde ontwikke-cificaties van het te ontwikkelen leerobject. lomgeving. Die ontwikkelomgeving zal tij-Dit rapport is een belangrijk hulpmiddel bij dens de realisatiefase operationeel moetende communicatie met zowel de opdracht- zijn. Niet alleen betekent dit dat degevers als met degenen die het leerobject betreffende programmatuur geïnstalleerd isgaan maken. Voor de opdrachtgever is dit en naar behoren werkt, maar ook dat erhet laatste moment waarop deze nog kan mensen zijn opgeleid om ermee te werken.ingrijpen, vóór de tijdrovende realisatie Feitelijk kan een en ander al tijdens de ont-daadwerkelijk begint. Vergeleken met het werpfase worden voorbereid.bouwen van een huis vormen het rapporten zijn bijlagen het complete bestek waar- 6.3 Componentenmee de bouwers aan de slag gaan. De ontwerpfase resulteert in detailspecifica- tie van alle te realiseren componenten of het6. Realisatiefase nu om inhoudelijke informatie, audiovisueleNa de ontwerpfase volgt de realisatiefase. "assets" of stukjes programmacode gaat.Nu kan het "bouwen" van het elektronisch Deze specificatie is om te zetten in een was-leerobject (eindelijk) beginnen. Het gaat lijst per componentensoort. Niet alles hoeftdaarbij niet alleen om het programmeren, gecreëerd te worden. Sommige beelden ofmaar ook om het produceren of verwerven geluidsfragmenten bevinden zich wellicht invan inhoudelijk materiaal ("content") en het het archief en zijn zo te gebruiken. Anderevervaardigen of bewerken van allerlei com- zaken zijn tegen relatief geringe kostenponenten zoals plaatjes, animaties, video- elders aan te schaffen, maar hebben mis-fragmenten. Uiteindelijk worden al deze schien in huis nog een nabewerking nodig.onderdelen geïntegreerd in het uiteindelijke Tot slot is er materiaal nodig dat nog moetproduct. Dit zal vervolgens uitvoerig getest worden gecreëerd.moeten worden, zowel door de project- Een belangrijk aandachtspunt bij hetgroep als door buitenstaanders, bijvoor- gebruik van beeld- en geluidsmateriaal vanbeeld representanten van de toekomstige derden zijn de rechten die daar op kunnengebruikers. rusten. Het kan een zeer tijdrovende klus zijn om dat allemaal precies uit te zoeken en6.1 Planning een dure zaak om de publicatierechten offi-Ook de realisatiefase start met het opstellen cieel te verwerven. Sneller en goedkopervan een planning. De belangrijkste activitei- werkt het als men gebruik maakt van rech-ten die daarin vermeld worden zijn: tenvrij materiaal (bijvoorbeeld verzamel-CDs met beeldmateriaal) of met materiaal dat men zelf heeft laten vervaardigen en waar- op men zelf de rechten heeft. 167
  16. 16. HOOFDSTUK 15 | DEEL 56.4 Integreren de testresultaten is erg belangrijk. Niet zoWanneer de verschillende componenten zeer om later aan anderen te kunnen bewij-beschikbaar komen en stukvoorstuk nage- zen dat de tests hebben plaatsgevonden,gaan is of ze aan de gestelde specificaties maar wel om exact te weten hoe de testsvoldoen, kunnen ze geïntegreerd worden in verlopen zijn en om na systeemaanpassin-het elektronische leerobject. gen bepaalde tests weer te kunnen herha- len. Het is handig om hiervoor een formulier6.5 Testen te gebruiken.Het elektronische leerobject is niet af voor-dat dit uitvoerig getest is en alle aangetrof- 6.6 Afrondingfen ongerechtigheden verholpen zijn. Ik Als alle testen zijn afgerond en eventueleonderscheid twee verschillende testen: de correcties ook correct zijn uitgevoerd kansysteemtest en de acceptatietest. De eerst een stamkopie gemaakt worden van hettest is een interne aangelegenheid. De test nieuwe leerobject. Dat is een CD ROM ofmaakt gebruik van alle kennis over de inter- DVD waar de distributieversie van het nieu-ne details van het systeem en wordt uitge- we leerobject op staat inclusief een read-voerd door de projectgroep. Belangrijk is me.txt bestand met nadere uitleg en eendat het product voldoet aan de specificaties papieren "inlay " voor in het CD-doosje. Dezoals opgesteld in de ontwerpfase én de uit- realisatiefase leidt verder tot een rapportkomsten uit de definitiefase. De tweede test met de broncode van de programmatuur enis de acceptatietest. Dit is een externe test alle gebruikte componenten als belangrijk-waarbij (representanten van toekomstige) ste (elektronische) bijlagen. Voor degebruikers het systeem op de proef stellen. opdrachtgever is van belang dat dit rapportEen principieel nadeel van alle vormen van verslag doet van de wijze waarop de accep-testen is dat ze weliswaar de aanwezigheid tatietest is uitgevoerd. Aan de hand hiervanvan tekortkomingen kunnen illustreren, kan de opdrachtgever besluiten dat het ont-maar de afwezigheid ervan nooit kunnen wikkelde product in gebruik genomen magaantonen. Voor alle vormen van testen geldt worden. Die stap wordt gezet binnen deook dat er niets te testen valt als niet van invoeringsfase.tevoren duidelijke normen worden vastge-steld waaraan de testresultaten moeten vol- 7. Invoeringsfasedoen. Bij die normen wordt met verschillen- De realisatiefase eindigt met de opleveringde gezichtspunten rekening gehouden: niet van een stamkopie van het elektronischealleen dat van de opdrachtgever of de toe- leerobject. Tijdens de invoeringsfase wordtkomstige gebruikers, maar bijvoorbeeld ook al het nodige gedaan om dit product effec-dat van de toekomstige beheerders. tief en efficiënt in te zetten.Het uitvoeren van een test is op zichzelf aleen klein project. Belangrijk is ook hier een 7.1 Planninggoede planning. Degenen die de tests uit- Ook voor de laatste fase van het project ont-voeren moeten exact weten wat zij moeten komen we niet aan het maken van een plan-doen, wat de correcte respons van het leer- ning met in dit geval als belangrijkste activi-object hoort te zijn en wat zij moeten doen teiten:als dit anders reageert. Documenteren vanHulpmiddel voor het registreren van testplan en testlogboek Testplan Testlogboek# Datum Wie? Wat? Hoe? Wanneer OK? Datum Wie? Resultaat? OK? Follow-up?1 ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... .........2 ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... .........3 ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... ......... .........168
  17. 17. DEEL 5 | HOOFDSTUK 15• Inrichten van de productieomgeving ning op gezette tijden weer herhaald moet• Opstellen handleidingen en verzorgen van worden in verband met personele wisselin-trainingen gen.• Reproduceren en distribueren• Overdragen van het beheer 7.4 Reproduceren en distribueren De stamkopie van het elektronische leerob-7.2 Productieomgeving ject zal verder gereproduceerd moeten wor-De productieomgeving is de programma- den. Dat gebeurt misschien in enkelvoud intuur die nodig is om ons leerobject produc- de vorm van een enkele kopie op een web-tief in te kunnen zetten. Deze productieom- site, maar misschien ook in de vorm van velegeving bevindt zich soms gedeeltelijk op een kopieën op CD ROM. Als voor deze laatstecentrale computer die bijvoorbeeld via het vorm van distributie gekozen is, betekentInternet toegankelijk is ("server") én gedeel- dat ook nog een flinke verzendoperatie.telijk op de apparatuur van de gebruiker("client"). In andere gevallen bevindt die pro- 7.5 Overdragen van het beheerductieomgeving zich geheel op de appara- Als dan uiteindelijk alles gereed is om hettuur van de gebruiker. Dit laatste is bijvoor- nieuwe product daadwerkelijk vrij te gevenbeeld het geval als we een leerobject via een en de projectdocumentatie opgeschoondCD-ROM distribueren. en aangevuld is, kan het in beheer genomenHet inrichten van de productieomgeving op worden. Door wie? Daar kom ik in de uitlei-een centrale computer kan bijvoorbeeld ding op terug.bestaan uit het inrichten van een "web ser-ver" en een database. Op de apparatuur van 7.6 Afrondingde gebruiker is de productieomgeving soms De invoeringsfase leidt tot een rapport(je)al aanwezig, bijvoorbeeld in de vorm van dat verslag doet van alle werkzaamheden.een "web browser". Soms is het echter nodig Het beschrijft onder meer de overdracht vandat de gebruiker niet alleen ons elektronisch alle projectdocumentatie van de tijdelijkeleerobject op zijn/haar apparatuur instal- organisatie, i.c. de projectgroep, aan deleert, maar ook aanvullende programma- staande organisatie. Als er sprake is geweesttuur om het vertonen van het leerobject van een formele relatie met een opdracht-mogelijk te maken. Het zal duidelijk zijn dat gever, kan de opdrachtgever aan de handde procedure om dit te doen voor de van dit verslag de projectgroep déchargegebruiker zo simpel mogelijk moet zijn en verlenen en kan de projectgroep groep ont-bestand moet zijn tegen allerlei variaties in bonden worden.apparatuur waar gebruikers mee werken. 8. Uitleiding7.3 Handleidingen en trainingen In deze bijdrage heb ik laten zien wat erVoor veel elektronische leerobjecten is het komt kijken bij het zelf op projectmatigegewenst dat er een handleiding komt, elek- wijze ontwikkelen van elektronische leerob-tronisch dan wel op papier. Het gaat daarbij jecten. Tijdens de definitiefase wordt hetom verschillende doelgroepen: studenten, probleem afgebakend en een didactische endocenten in de rol van begeleider, docenten technische oplossingsrichting gekozen. Dedie het leerobject moeten kunnen aanpas- ontwerpfase resulteert in gedetailleerdesen, mogelijk ook administratieve functiona- specificaties voor het te ontwikkelen leerob-rissen en zeker ook degenen die het elektro- ject. Tijdens de realisatiefase wordt datnische leerobject gaan beheren. daadwerkelijk gebouwd. De invoeringsfaseBehalve handleidingen kunnen ook trainin- leidt tot de overdracht van het ontwikkeldegen nodig zijn. Het ligt aan de complexiteit product. Het ontwikkelproject is dan afge-van de taak in hoeverre studenten, c.q. rond.docenten, c.q. beheerders daar behoefte Als het elektronische leerobject eenmaalaan hebben. Als goede handleidingen een klaar voor gebruik is, zal het ook beheerd entraining overbodig kunnen maken is dat des onderhouden moeten worden. De "content"te beter. Je voorkomt daarmee dat een trai- moet immers actueel blijven. De techniek 169
  18. 18. HOOFDSTUK 15 | DEEL 5vraagt af en toe om aanpassingen. De func- praktijk dan ook regelmatig voor dat docen-tionaliteit moet soms aangepakt worden, ten hier minder interesse in hebben en/ofsoms curatief ("bugs"), soms preventief minder goed in zijn. Het product zal dan(nieuwe gebruikerswensen). Het is de vraag geen lang leven beschoren zijn.wie deze taken allemaal op zich gaat In het top-down stadium is het gebruikelijknemen. dat er vorderingen gemaakt worden op hetOp het gebied van beheer en onderhoud gebied van het beheren en onderhoudenmaakt het veel uit of een onderwijsorgani- van de elektronische leerobjecten. Desatie qua innoveren met ICT in het bottom- docent die het product ontwikkeld heeftup of in het top-down stadium verkeert. In bemoeit zich misschien wel nog met hethet bottom-up stadium is er op het gebied actualiseren van de "content", maar hoeftvan beheer en onderhoud nagenoeg niets het product niet technisch aan de praat tegeregeld. De docent die zelf een elektro- houden of allerlei gebruikersondersteuningnisch leerobject ontwikkeld is wat dit betreft (helpdesk) te bieden. Dat laatste doet deelsdus op zichzelf aangewezen. Het beheren een ICT-afdeling, deels een afdeling onder-en onderhouden van een dergelijk product wijs, óf het gebeurt door een nieuwe com-is echter weer een heel andere bezigheid binatie van beide: de interne of externedan het ontwikkelen ervan. Het komt in de Educational Service Provider (ESP).170

×