Hoofdstuk 9

453 views
405 views

Published on

Published in: Travel, Entertainment & Humor
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
453
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
123
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Hoofdstuk 9

  1. 1. Op het kerkhof van de familie Capulet is het doodstil. De lantaarns werpeneen, griezelig schijnsel over de grafstenen. Plots kraakt de poort. Rodericken een vriend van hem komen het kerkhof oplopen. ‘Houd daar de wacht enfluit maar om me te waarschuwen als er iemand aankomt. Ik weet dat diteen plek van respect is, maar in het donker voel ik me er toch nooithelemaal veilig.’
  2. 2. De vriend knikt. ‘Nou, fijn, dit is wel de meest waardeloze plek om op wachtte staan.’ Roderick negeert het en loopt door de mist heen naar binnen.‘Hallo, Julia,’ glimlacht hij als hij bij haar open grafkist staat. ‘Ik heb rozenvoor je meegenomen. Vijf euro per roos, want dat heb ik allemaal voor jeover.’
  3. 3. Ook Romeo komt het kerkhof op lopen, onder de inmiddels inktzwarte lucht.Hij blijft even staan en staart naar de donkere wolken die zich samenpakken.Hij zucht. ‘Ook de wolken weten wat er me te wachten staat. Maar ik zalsamen met Julia zijn.’ Met een besliste pas loopt hij tussen de grafstenendoor naar binnen. Roderick kijkt op. ‘Romeo?!’
  4. 4. Romeo blijft staan. ‘Hoor eens, ik ben radeloos, dus, ehm, ga maar beterweg.’ Aarzelt hij. Roderick heft woedend zijn vinger op. ‘Weg? Jij- jij, jij bentdegene die Tybalt heeft vermoord, het is allemaal jouw schuld! Door jou ismijn lieve Julia van verdriet gestorven. Je hebt álles van ons afgepakt, alles ismisgegaan.’ Romeo laat een schamper lachje horen. ‘Misgegaan? Zeg datwel. Kun je nu gaan?’ zegt hij kil.
  5. 5. Roderick heft zijn lamp op. ‘Ik weg? Jij komt je hier verkneukelen bij haarlichaam, dat laat ik je niet doen, jij hebt hier niets te zoeken, vuilemoordenaar, jij moet hetzelfde lot ondergaan als Julia, maar pijnlijker, alshet even kan.’ Voegt hij er zachtjes aan toe. Romeo lacht nogmaals. ‘OhRoderick, ook daar ben ik het mee eens, daarom ben ik hier.’ Roderick kijkthem even verbouwereerd aan maar rent dan op hem af. ‘Gaan we moeilijkdoen? Goed dan,’ mompelt Romeo.
  6. 6. Zo rollen de mannen langs Julia’s kist. De vriend, die buiten nog steeds opwacht staat, hoort hun geschreeuw. ‘Ze vechten! Ik ga de soldatenwaarschuwen.’ Met die woorden rent hij het kerkhof af. ‘Ik weet niet hoe jeJulia zoiets aan kon doen.’ Gromt Roderick, terwijl hij hijgend zijn handenom Romeo’s nek sluit. ‘Maar je zult niemand anders meer kwetsen.’
  7. 7. Romeo hapt naar lucht en tast met zijn hand de grond af. De zaklamp moestdaar ergens liggen. Lucht, lucht, hij moest lucht hebben, zo wilde hij nietsterven. Zijn hand stuit op iets hards. Hij grijpt de zaklamp en laat hem meteen harde klap op Rodericks hoofd vallen. Hijgend ligt Romeo daar even. Hijduwt Rodericks lichaam van zich af en komt moeizaam overeind. Hij zuchtwanhopig. ‘Hij had nog gelijk ook. Ik bén een moordenaar.’
  8. 8. Hij draait zich om naar Julia. ‘Oh mijn lieve Julia, ik kom eraan, we zullen snelsamen zijn, ik heb hier niets meer te zoeken.’ Hij drukt een kus op haarlippen en drinkt het flesje helemaal leeg. ‘Apotheker, je had gelijk, je gif issnel, zo sterf ik met een kus.’ Moeizaam buigt hij zich over de kist voor eenlaatste kus, maar daarna zakt hij op de grond. ‘Kom maar op dood, ik zal bijmijn Julia zijn.’ Mompelt hij. De laatste adem komt over zijn lippen, en hij ligtdood aan Julia’s kist. ~
  9. 9. Broeder Laurens loopt het kerkhof op en ziet licht uit de tombe komen. ‘Ohgod, ik ben bang dat er iets verschrikkelijks is gebeurd,’ mompelt hij. Hijbeent zo snel mogelijk tussen de mistbanken door naar binnen. ‘Oh nee,Romeo, doodsbleek, naast Julia’s kist, en daar ligt Roderick! Alles is mislukt.’Julia knippert loom met haar ogen en komt langzaam overeind. ‘Laurens?Waar is mijn Romeo? Hij zou toch bij me zijn als ik ontwaakte?’
  10. 10. In de verte klinkt lawaai. Broeder Laurens maakt een wanhopig geluidje. ‘Oharme, lieve Julia, alles is misgegaan. Romeo is hier net geweest, en hijgeloofde dat je dood was, en hij hield zoveel van je dat hij niet alleen achterwilde blijven. Hij ligt naast je.’ Julia slaat haar handen voor haar mond. Eentraan loopt over haar wang. ‘Romeo? Romeo? Mijn liefste Romeo, was ikmaar vijf minuten eerder geweest, alles was goed gekomen.’
  11. 11. Het lawaai in de verte komt dichterbij. ‘Julia, we moeten vluchten,’ merkt demonnik zenuwachtig op. ‘De soldaten komen eraan. We moeten weg uitdeze hel, naar een veilige plek.’ Buiten klinken stemmen. ‘Toe Julia, ik durfniet langer te blijven.’ Julia schudt haar hoofd en neemt Romeo op haarschoot. ‘Nee, ik weiger weg te gaan. Ik wil niet zonder Romeo leven. Gaat umaar, vlucht maar.’ Broeder Laurens knikt bergripvol. ‘Jullie liefde is zogrenzeloos dat hij ook daar zal overleven. Vaarwel, Julia.’ Hij vlucht naarbuiten. Julia blijft alleen achter met haar geliefde.
  12. 12. Geluidloze tranen lopen over haar wangen. ‘Oh Romeo, is dat het gif dat jegenomen hebt? Zou er nog genoeg op je lippen zitten?’ Ze buigt zich overzijn lichaam en drukt een kus op zijn lippen. Ze maakt een wanhopiggeluidje. ‘Je lippen zijn nog warm, oh was ik maar iets eerder geweest. Maarik zal niet verder leven zonder de man die mijn zuurstof is.’ Ze zoekt zijnzakken af en vind een dolk. ‘Dit zal voldoen. Tot straks, mijn lieve Romeo.’ Zedrukt een kus op zijn lippen en steekt de dolk in haar borst. Ze sterft in zijnarmen.
  13. 13. De soldaten lopen het kerkhof op. ‘Doorzoek het alles en arresteer iedereendie je tegenkomt,’ beveelt een van de soldaten. Ze komen de tombe binnen.De soldaat die voorop loopt trekt wit weg. ‘Wat een horrortoneel! Daar ligtRoderick, niet zo lang geleden vermoord, en daar Romeo en Julia, pasgestorven. Maar Julia was toch al eerder gestorven?’
  14. 14. Een tweede soldaat komt binnen en knikt. ‘Ze lag hier opgebaard, maar dit isniet mogelijk. Waarschuw de Capulets en de Montaques.’ De man knikt ensnelt naar buiten. Twee andere soldaten slepen broeder Laurens mee naarbinnen. ‘Deze monnik probeerde te vluchten. Hij zucht en jankt, we zullenhem ook hier houden.’ De kolonel komt een beetje verbouwereerd naarbinnen stommelen. ‘Welke ramp is er gebeurd dat ik hier midden in denacht heen ben geroepen?’
  15. 15. ‘Kolonel, hier ligt Roderick, vermoord, Romeo, dood, en Julia, al lang dood,maar nog warm en pas gestorven,’ vertelt de soldaat die het dichtste bij hettafereel staat. De Capulets en de Montaques komen ook binnen. ‘Wat is eraan de hand, iedereen gilt en jankt buiten, mensen roepen om Romeo, enook Julia’s naam word genoemd,’ vraagt Capulet, die naar binnen komt.Montaque slaat een arm om zijn vrouw. ‘Oh Romeo, ben je zo ongeduldiggeweest dat je je vader verdrongen hebt bij het graf? Waarom moest jijeerder sterven?’
  16. 16. Er valt een stilte. Gehuil galmt in de kamer, kaatsend en echoënd tegen destenen muren, als iedereen het tafereel in zich opneemt. ‘Ik ben hier hetmeest bij betrokken, maar ik heb niets met de moorden te maken.’ Dekolonel knikt. ‘Vertel wat je weet.’ Broeder Laurens haalt diep adem. ‘Hij,Romeo, heb ik in het geheim getrouwd met Julia, daar. Ze hielden zielsveelvan elkaar, maar waren als de dood dat hun ouders het niet zoudenaccepteren.’ Hij pauzeert even om Montaque en Capulet een donkere bliktoe te werpen.
  17. 17. ‘Hun huwelijksdag was Ties sterfdag, en de dag van Romeo’s verbanning.Julia huilde niet echt om de dood van haar neef, maar meer om deverbanning van haar geliefde. En om haar los te weken van dat verdriet hebjij,’ Hij knikt naar Capulet. ‘Haar gedwongen tot een huwelijk met een manwaarvan ze niet hield. Ze wanhopig kwam bij mij voor raad om dit tweedehuwelijk te voorkomen. Ik gaf haar een slaapdrank waardoor ze 42 uur langdood leek. Ik schreef Romeo een brief waarin ik vertelde dat hij haar in detombe waar ze werd opgebaard kon ophalen zodra ze wakker werd, en zezouden kunnen vluchten.’
  18. 18. ‘Maar door een ongelukkige combinatie van omstandigheden heeft die briefhem nooit bereikt. Ik hoorde daarvan en ben zo snel mogelijk naar haar grafgegaan, waar Romeo, zoals ik vreesde, zelfmoord had gepleegd, en Roderick,zo blijkt meegesleept heeft in de dood. Op dat moment werd Julia wakker.We hoorden van alle kanten soldaten aankomen, toen ben ik gevlucht, enheeft Julia zelfmoord gepleegd.’
  19. 19. De kolonel schud afkeurend zijn hoofd. ‘Waar zijn die haatzaaiers? Zijn jullienu tevreden?!’ Capulet en Montaque kijken elkaar aan. Geen van beidenhad ooit zoiets vreselijks gewild. ‘Kijk maar even heel goed naar wat julliehebben aangericht, Montaque en Capulet, kijk vooral heel goed. Iedereen isgestraft, maar was dit nou nodig?’ Capulet reikt zijn hand uit naarMontaque. ‘Vriend Montaque, het is veel te ver gegaan. Ik vraag je om mijnvredesverzoek te accepteren.’
  20. 20. Montaque knikt en schud hem de hand. ‘Maar al te graag, en ik zal meerdoen dan dat. Ik laat een gouden beeld maken van Julia, live Julia, die altijdzo oprecht was.’ Capulet zucht. ‘En Romeo zal zijn laatste rustplaats krijgennaast zijn geliefde, daar zorg ik persoonlijk voor. De trieste slachtoffers vanonze rampzalige haat.’
  21. 21. Een sombere vrede hangt over deze morgen Ontroostbaar wendt de zon zich af Laten we elders gaan met onze zorgen Op termijn volgen de vergeving of straf Nooit trof het noodlot twee geliefden zo, Als mooie Julia en haar dierbare Romeo.

×