Your SlideShare is downloading. ×
0
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Hoofdstuk 7

200

Published on

Published in: Travel, Entertainment & Humor
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
200
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1.
  • 2. ‘Het is allemaal een beetje onverwacht gegaan, jongen, we hebben echt geen tijd gehad om onze dochter jouw richting in te bewegen.’ Roderick knikt begripvol. ‘Het lijkt ook erg disrespectvol om een huwelijk te regelen voor de dag na de dood van Tybalt. Deze tijd van rouw is daar gewoon niet goed voor.’ <br />
  • 3. Capulet gebaart met zijn hand. ‘Juist. Maar ik denk dat Julia, die helemaal kapot is over zijn dood, wel op te vrolijken is met een snel huwelijk. Ik twijfel er niet aan dat ze met je zal willen trouwen. Ze is altijd al een goede gehoorzame dochter geweest.’ Roderick grijnst zelfingenomen. ‘Samen in een huisje met mij, wie word daar nou niet vrolijk van?’ Capulet schraapt zijn keel. ‘Goed, vandaag is het maandag, dus, kun je donderdag?’ Roderick knikt tevreden. ‘Donderdag zal Julia mijn vrouw zijn.’ <br />~<br />
  • 4. ‘Oh Romeo, ga je nu al weg? Echt, het is nog lang geen dag. De nacht zal voor eeuwig duren. Het was een uil die je hoorde, en geen merel.’ Romeo schud mistroostig zijn hoofd en strijkt vlug over haar wang. ‘Maak het niet moeilijker dan het al is, het was echt de merel, niets duurt voor eeuwig, mijn lieve Julia. Ik moet echt gaan als ik wil blijven leven.’ Julia haakt haar vingers om zijn arm en trekt hem terug op bed.<br />
  • 5. ‘Het is echt niet de zon die daar opkomt, ik weet het heel zeker. Toe, omhels me nog een laatste keer voor je naar je verbanningsoord vertrekt.’ Romeo kreunt en slaat zijn arm om haar heen. ‘Oh Julia, lieve, prachtige Julia, dan zou jij mijn dood op je geweten hebben, en dat kan ik je niet aandoen.’ Hij trekt aan de bloes die ze aanheeft. ‘Die is van mij, mag ik hem terug?’ Julia trekt een eigenwijs gezicht. ‘Nee.’<br />
  • 6. Romeo zucht en laat zich achterover op het bed vallen. ‘Goed, dan blijf ik wel hier. Wat maakt het ook uit, zonder jou heeft het leven toch geen zin, en zo ben ik tenminste mijn laatste uren bij jou.’ Plots schiet Julia overeind. ‘Oh, kijk, daar komt de zon al, schiet op mijn liefste, toe.’ Ze trekt de bloes uit en gooit hem hem toe. Romeo vangt hem met een treurig gezicht op en trekt hem aan. ‘Des te lichter het word, des te donkerder onze toekomst.’<br />
  • 7. Hij staat op en loopt naar het balkon. ‘Tot ziens mijn allerliefste, ik moet gaan.’ Hij slaat zijn benen over het balkon en begint naar beneden af te dalen. Julia maakt een wanhopig geluidje en kijkt hem na. ‘Mijn liefste, mijn man, mijn alles, ik blijf alleen achter. Laat alsjeblieft wat van je horen.’ Romeo knikt. ‘Zodra ik kan.’ Julia zucht. ‘Wees eens eerlijk, zullen we elkaar weer zien, denk je?’ <br />
  • 8. Romeo haalt diep adem. ‘Ik weet het zeker. Later lachen we over deze tijd en word ons verhaal aan iedereen verteld die het maar horen wil.’ Julia bijt op haar lip. ‘Toch heb ik een heel naar voorgevoel.’ Romeo laat haar hand los en springt het laatste stukje. Hij maakt het hek open en knikt naar haar. ‘Vaarwel, mijn liefste.’ Julia kreunt bij de dramatische woorden. ‘Oh noodlot, noodlot, spaar hem alsjeblieft en zorg dat we elkaar terug zien,’ smeekt ze. <br />
  • 9. Ze loopt naar binnen en ploft op haar bed neer, waar haar grote liefde even geleden nog lag. Ze strijkt met haar vingers over de lakens. ‘Julia, ben je wakker?’ Ze schrikt op als ze haar moeders stem hoort. Oh, als haar moeder het zou weten, dan zou de toekomst van zowel haar lieve Romeo als zichzelf erg onzeker worden. Ze zou alleen zijn, ze zou niet verder kunnen leven zonder Romeo. Ze zou niet het soort vrouw zijn dat elke dag naar zijn graf kwam om te rouwen. Een traan loopt over haar wang naar beneden. ‘Ja, ik ben wakker.’ antwoord ze zwakjes. <br />
  • 10. Haar moeder komt binnen en ziet haar tranen. ‘Wat is er, Julia?’ Julia zucht. ‘Mam, ik voel me niet lekker.’ Mevrouw Capulet rolt met haar ogen. ‘Huil je nog steeds om de dood van Tybalt? Hoeveel je ook huilt, hij komt er echt niet mee terug hoor. Gepaste rouw toont liefde, maar jouw dramatische gedoe toont dat er een steekje los zit.’ Julia maakt een verontwaardigd geluidje. ‘Laat mij huilen om mijn verdriet.’<br />
  • 11. Haar moeder zet haar handen in haar zij. ‘Kind, je kunt huilen tot je erbij neervalt, er gaat echt niets gebeuren. Het ergste is nog dat die schoft die hem vermoordde nog leeft.’ Julia fronst haar wenkbrauwen. ‘Hoezo schoft?’ ‘Ja die schoft van een Romeo.’ Bij het horen van die naam kreunt Julia. Mevrouw Capulet ademt diep in. ‘Maar, ik heb ook fantastisch nieuws. Je hebt een zorgzame vader, kind. Een die, om de druk een beetje van de ketel te halen een feestdag heeft voorbereid. Een dag die jij niet verwachtte en ik niet voorzag.’<br />
  • 12. ’ Julia kijkt verbaasd op. ‘Een feestdag?’ ‘Ja!’ kirt haar moeder enthousiast. ‘Donderdagochtend trouw je met Roderick!’ Plots heeft Julia het gevoel dat er een steen in haar maag valt. Een groot gevoel van verontwaardiging hoopt zich op in haar borst. ‘Wat?! Oh echt niet, ik trouw niet met Roderick, nooit. Ik zweer je: Ik kom niet op mijn trouwdag.’ Haar moeder lacht schamper. ‘Nou, daar komt je vader, vertel dat hem maar.’ <br />
  • 13. De deur gaat open en haar vader komt binnen. ‘Wat moet ze me vertellen?’ Mevrouw Capulet klikt afkeurend met haar tong. ‘Het idiote kind wil niet.’ Capulet steekt zijn hand op. ‘Sorry? Hoezo ze wil niet? Is ze niet dankbaar, is ze niet trots omdat haar geweldige ouders een man van stand en status zo ver hebben gekregen dat hij met haar wil trouwen?!’ Julia zucht. ‘Niet trots, omdat ik gedwongen word met een man te trouwen waarvan ik niet houd, wel dankbaar voor uw goede bedoelingen.’<br />
  • 14. Capulet balt zijn vuisten en vervolgt met luide stem, ‘Het zal allemaal best, maar donderdag treed jij met Roderick in het huwelijk, al moet ik je er persoonlijk heen slepen. Uit mijn ogen!’ De tranen lopen over Julia’s wangen nu alles haar tegen lijkt te zitten. ‘Toe vader, toe, ik smeek u, luister even naar me.’ ‘Weg, jij opstandig, brutaal kreng! Als jij het wáágt om donderdag niet in de kerk te verschijnen, wil ik je nooit meer zien! Dan zoek je het maar uit, maar in dit huis wil ik je niet meer hebben. Weg, waardeloos kind!’<br />
  • 15. Julia maakt een verontwaardigd geluidje. ‘Het is niet eerlijk, zo mag u niet tegen me tekeer gaan!’ Capulet heft zijn hand trillend op en laat hem met een harde klap op haar wang neerkomen. Julia grijpt met haar handen naar de rode plek die zijn hand achterlaat. Hij sloeg haar, hamert het door haar hoofd. Haar bloedeigen vader wil haar niet eens meer hebben. Capulet gromt. <br />
  • 16. ‘Verdomme, wil je geen man, oke, maar ik gooi je op straat. Het is zo donderdag, dus denk hier héél goed over na. Als je donderdag nog steeds nee zegt, ben je mijn kind niet meer.’ Met die woorden stormt hij de deur uit, op de voet gevolgd door een –hevig met haar hakken tikkende- mevrouw Capulet. Julia barst in tranen uit. Wat moet ze, ze kán niet met Roderick trouwen, ze wil niet ontrouw zijn aan Romeo, ze wil nooit bij iemand anders zijn. Ze stapt op, kleed zich aan, en beent met een besliste pas naar Broeder Laurens.<br />~<br />
  • 17. Broeder Laurens loopt op dat zelfde moment met Roderick over de binnenplaats van het klooster. ‘Deze donderdag al?’ vraagt de monnik verbijsterd. ‘En Julia heeft dat onder haar neus geschoven gekregen als opdracht? Dat bevalt me helemaal niets. Daar komt ze aan.’ Julia komt de binnenplaats oprennen. Roderick grinnikt. ‘Hallo bruidje van me.’ Julia werpt hem een walgende blik toe en laat zich tegen de muur vallen. ‘Bruidje, jezus, nog even niet, hoor.’ Roderick grijnst zelfingenomen. ‘Donderdag wel.’ <br />
  • 18. Julia kreunt. ‘Wat moet dat moet he? Ik moet met broeder Laurens praten.’ Roderick blijft op zijn gemak tegen de muur staan en slaat een arm om haar heen. ‘Vertel hem maar gerust hoe veel je van me houd hoor, ik hoef niet weg.’ Julia zucht en schud zijn arm af. ‘Broeder, komt het nu uit?’ Laurens glimlacht. ‘Ik heb tijd voor je, vermoeid kind. Kun je ons even alleen laten, Roderick?’ Roderick pakt Julia’s hand en drukt er een kus op. Julia kijkt walgend weg. Roderick ‘Tot donderdag, schoonheid.’ <br />
  • 19. Zodra hij uit het zicht is, trekt Julia de monnik mee naar binnen. ‘Sluit de deur en huil met me mee, er is nu echt geen hoop meer,’ zucht ze. Broeder Laurens doet de deur achter ze dicht. ‘Ik hoorde het, ik was zelf ook verbijsterd.’ Met een wanhopige zucht ploft Julia op een stoel neer. ‘Ik zie geen uitweg meer. Ik zal nooit trouwen met Roderick. Ik zal moeten vluchten.’ Broeder Laurens glimlacht en gaat naast haar zitten. ‘Houd hoop, Julia, als je echt geen andere manier vind, kan ik je een middel aanbieden.’ ’ ‘Ik doe álles.’ De monnik knikt. ‘Dat dacht ik al wel, daarom heb ik iets voorbereid.’ Hij haalt een klein flesje achter de bank vandaan. <br />
  • 20. ‘Ga straks naar huis en zeg je vader dat je akkoord gaat met het huwelijk.’ Julia wil tegensputteren, maar hij heft zijn hand op. ‘Daarna ga je naar je kamer en zorg je dat je alleen bent. Als je in bed ligt, drink je dit flesje helemaal leeg. Het zal je laten wegzakken in een schijndood, met alle verschijnselen van dien. Je lippen worden asgrauw, je huid word bleek, alle tekens van leven trekken uit je weg, maar voor jou voelt het als een lange nacht slaap.’<br />
  • 21. ‘Deze schijndood duurt 42 uur. Dus als Roderick je komt wekken, lijk je dood. Daarna word je opgebaard in de graftombe, zoals de gewoonte is bij de Capulets. Als je ontwaakt, zal Romeo –die ik dan schriftelijk op de hoogte heb gebracht- op je wachten. Diezelfde nacht nog gaan jullie er samen vandoor. Maar dit lukt je alleen als je enorm moedig bent, ik zal het je niet geven als je ook maar een beetje bang bent.’ <br />
  • 22. Julia steekt dapper haar borst naar voren. ‘Niets bang, ik doe alles voor Romeo, ik zal het drinken.’ Broeder Laurens geeft haar het flesje. ‘Pak aan en ga, houd dit vol en dan zal jou het geluk wachten. Veel succes.’ ‘Zo veel dank, broeder. Dat de liefde mij kracht en de kracht mij hulp verleent! Tot ziens, lieve Laurens.’ Julia kust hem op zijn wang. Broeder Laurens bloost. ‘Ja, ja, ga nou maar, kind.’<br />
  • 23. Zodra Julia haar vader ‘opgelucht’ heeft laten weten dat ze met Roderick zal trouwen, sluit ze zich op in haar kamer. Ze zucht en kijkt in de spiegel. ‘Vaarwel. Wie weet wanneer ik weer wakker zal zijn. Wie weet waar ik dan zal zijn. Maar ik moet dapper zijn. Ik zal het drinken. Alles voor mijn Romeo. We zullen samen gelukkig worden.’ Ze laat zich met een zucht op haar bed vallen en staart naar het flesje. ‘Daar gaan we dan, flesje. Oh Romeo, nog even en we zijn voor eeuwig samen. Ik drink op jou.’ Met die woorden gooit ze de vloeistof achterover en gaat ze op haar bed liggen, in een schijndood.<br />

×