Hoofdstuk 1
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Hoofdstuk 1

on

  • 640 views

 

Statistics

Views

Total Views
640
Views on SlideShare
636
Embed Views
4

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

1 Embed 4

http://l.lj-toys.com 4

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Hoofdstuk 1 Presentation Transcript

  • 1. Update 1I was a killer, was the best they’d ever seen…
  • 2. Er is een buurt waar het licht de vloer niet bereikt, een buurt waarinniemand ooit tegen elkaar spreekt en ’s avonds niemand de deur uit durft.Deze buurt word in de volksmond de Schaduwen genoemd. Er staat eenpolitiebureau. Het is een gebruikelijk politiebureau, en je zou niet zeggendat het anders is dan anderen. Misschien is dat ook niet zo. Misschienhebben ze gewoon pech, zitten ze in de verkeerde wijk- maar ze zijn welnodig. Hard nodig.
  • 3. Dat betekent niet dat het werk beter is. Integendeel, ze krijgen per dag veelwerk op hun bureau geworpen, maar dat kunnen ze lang niet allemaal aan.Soms is er een agent die in de hoofden van de criminelen kan kijken, diebegrijpt hoe ze denken, en waarom ze doen wat ze doen. Zo’n agent leidtgeen rustig leven. Goed, hij zal een hoop mensen oppakken. Maar dat isenkel totdat hij spoorloos verdwijnt. Alleen de slechte agenten zijn veilig inde Schaduwen.
  • 4. Het is al velen gebeurd. Er moet iets aan de hand zijn in de buurt, dat weetiedereen op het politiebureau. Maar niemand kan de moed opbrengen omde stoep op de gaan wanneer de zon daar niet schijnt. En als ze aankloppenlijkt niemand open te doen… Toch word er nog steeds moord naar moordgepleegd in de Schaduwen, en er is niemand die ze op kan lossen. Vroegerniet, en nu nog steeds niet.
  • 5. Rechercheur Tristan Meijer zwaait de deuren van het politiebureau open. Hijhad nooit echt van het bureau gehouden. Het was een nare, hopeloze plek.Eigenlijk hadden alle agenten hun werk opgegeven, ze brachten hun dagdoor met darten, praten en soms, als het uitkwam, een dossier doorkijken.Ze hielden de klok nauw in het oog, en bij het minste of geringste teken vanhet einde van hun dienstronde, waren ze ineens klaarwakker, schoten zeomhoog, en maakten ze dat ze zo ver weg mogelijk kwamen, terug naarhuis.
  • 6. Dat was het probleem ook, volgens Tristan. Ze waren niet gewend aan deplek zoals hij dat was. Hij was er opgegroeid, en hoewel hij de plek aan deene kant kon missen als kiespijn, was hij er stiekem ergens wel behoorlijkaan gehecht. Hij wist welke plekken je het leven konden kosten, welkewinkels nog wel dingen verkochten, en waar een park was waar zich vaakzelfs mensen waren. Het was in elke stad hetzelfde, dat wist hij zeker. Alleenwas in de Schaduwen gewoon wat meer diefstal. En moorden. Pech dan.
  • 7. Tristan was een van de jongsten op het politiebureau, en het had hembehoorlijk lang gekost voor hij het respect had verdiend dat hij nu had. Toenhij er pas was, zag iedereen hem als een groentje dat waarschijnlijk nog heelveel zou moeten leren. Ze probeerden hem aan te leren de buurt te latenvoor wat het was en zich te concentreren op het dartbord. Tristan keek opzijin een van de kantoren. En moest je ze ook zien. Ze slaagden er perfect in,maar wat was er nu van de stad geworden? Hij kon niets goeds bedenken.
  • 8. Het was beter geworden toen hij respect verdiende. Dat respect kreeg hijpas toen hij de seriemoordenaar had gepakt, die al jaren vrij rondliep.Niemand kreeg een bekentenis uit hem, noch vond er iemand een spoortjevan bewijs, maar toen Tristan zich erop stortte, vond hij kleine bewijzen, enna 48 uur in verhoor, kreeg hij zelfs een bekentenis uit de man.
  • 9. Tristan komt aan bij zijn persoonlijke kantoor, en duwt de deur open. Zijnassistent zit achteruit gezakt in zijn bureaustoel, met een dampende kopkoffie in zijn hand en zijn voeten op zijn bureau. Als hij Tristan binnen zietkomen schiet hij overeind en staart hij zijn baas onschuldig aan. Tristan lachten knikt naar de kop koffie. ‘Doe mij ook maar.’ Danny glimlacht opgeluchten zet het koffiezet apparaat aan.
  • 10. Tristan werpt even een blik opzij naar zijn assistent die ijverig aan de slag ismet de koffie. Eigenlijk was Danny te goed voor deze buurt. Hij was jong,had ambitie en een natuurlijk charisma. En toch had hij voor ditpolitiestation gekozen. Hij kon niet vaak genoeg vragen waarom, want hijkon het echt niet begrijpen. Tristan zelf werkte hier alleen maar omdat hijhier geboren was, en deze buurt maar al te goed kende. ‘Kijk eens meneer.’Tristan kreeg een kop dampende koffie in zijn handen geduwd, en hijschenkt Danny een warme glimlach.
  • 11. Dan maakt hij een dossierkast open en bladert even tussen de mapjes.‘Goed Danny, waar waren we mee bezig?’ ‘De moord op Elaine Scott,meneer.’ Tristan knikt tevreden en nipt aan de hete koffie voor hij hetdesbetreffende dossier eruit trekt. ‘Je hoeft me geen meneer te noemenhoor. Goed, oke, wat hebben we al?’ Danny lijkt even na te denken. ‘Niets,meneer.’ Tristan zucht even. ‘Geen herkenbare sporen?’ ‘Nee meneer.’
  • 12. ‘Het is elke keer hetzelfde,’ mompelt Tristan. ‘Elke keer weer. Het moet hetwerk zijn van één persoon, maar op dit tempo zullen we nooit meerontdekken. Wat hebben we nog niet gezien, wat hebben we gemist?’ Hetwas meer een vraag aan zichzelf, maar toch reageert Danny ook. ‘Wehebben vingerafdrukken gecontroleerd, elk spoor van DNA, we hebben allesop de kop gekeerd, het slachtoffer onderzocht, maar nergens een spoor. Hetis duidelijk iemand die weet wat hij doet.’ Tristan lacht vreugdeloos. ‘Ja, enanders krijgt hij dankzij ons wel de kans om ervaring op te doen.’
  • 13. Danny glimlacht. ‘Niet zo negatief, meneer. We hoeven maar één aanwijzingte vinden en we vinden alles.’ Tristan haalt zijn schouders op en ploft achterzijn bureau. ‘Dat is niet gezegd. Er kan nog zoveel zijn dat we niet weten. Hetis die moordenaar. Hij doet het elke keer, elke keer weer! Hij weet dat wehem niet te pakken krijgen, dus hij word brutaal. We kunnen alleen maarwachten en hopen dat hij ooit overmoedig en slordig wordt…’
  • 14. Hij schud zijn hoofd. ‘Maar ik ben het zat om te wachten.’ Er valt eengespannen stilte. Danny kijkt onzeker omhoog. ‘Meneer, we kunnen nietsanders doen.’ Tristan slaat geïrriteerd met zijn vuisten op tafel. ‘We zullenhem krijgen! Het maakt me niet uit hoe, maar we zullen hem pakken, al ishet het laatste dat ik doe!’ Op dat zelfde moment vormt er zich een glimlachom de lippen van de man die ze in het steegje afluistert.
  • 15. De man heet Joey, en hij is een huurmoordenaar. Hij weet precies wat erzich in de straten van de Schaduwen afspeelt, en hij weet precies wie erschuld aanheeft- Voornamelijk omdat hij er meestal behoorlijk veel mee temaken heeft. Niet dat het uit eigen initiatief is, hij krijgt opdrachten van zijnbazen, die op hun beurt weer opdrachten gekregen hebben van rijkelui dieiemand kwijt moeten. En de volgende dag is er toevallig iemand vermist.
  • 16. Langzaam slentert hij door de straten. Dat de agenten zo naïef waren dat zeer nog steeds niet achter waren hoe het zat, was niet zijn schuld. Hij deedenkel zijn werk. En al vond hij het zelf, het werkte wel. Het schema vanmoorden, opdrachten en donkere handelingen hield de buurt draaiende engezond. Precies zoals hij het kende uit zijn jeugd. Niet dat hij zo oud was, hijwas 21, en hij was nooit naar school geweest. Alles wat hij ooit nodig zoukunnen hebben had hij zichzelf aangeleerd. Vooral het gebruik van geweldwas nooit een probleem geweest…
  • 17. Hij was er mee opgegroeid, en hij was er een expert in geworden. Hij wasstil, en daardoor werd hij vaak onderschat. Dat was het gevaarlijkste aanhem, wist hij. Hij was niet verlegen, hij was enkel wijs. Hij bewaarde zijnwoorden voor wanneer die nodig waren, voor die laatste momenten, alsslachtoffers om een verklaring vroegen. Dan was hij maar al te graag daarom die verklaring te geven. Het maakte niet uit wat je tegen ze zei, ze wareneen paar minuten later toch dood. Hij faalde nooit.
  • 18. Als Joey aankomt bij een steegje dat ver achter elke vorm van bewoningkomt, blijft hij stilstaan. Het is bij een garagedeur, en hij weet uit zijnervaring dat hij daar moet zijn. Het lijkt op een steegje zoals alle andere zijn,maar hij herkent het aan de kogelschoten naast de deur. Hij laat zijn vingersover de muur glijden en klopt drie keer op de muur. ‘Joey?’ Joey glimlacht.‘Ben ik weer.’ Er klinkt een donker gerommel, en langzaam schuift de deuromhoog.
  • 19. Hij stapt de duisternis in en voelt de vertrouwde, krakende trap onder zijnvoeten. ‘Hebben ze nog steeds niets door?’ Joey lacht naar de stem in hetdonker. ‘Niets, en ik betwijfel of het ze ooit zal dagen. Ze doen hun best,maar niets lijkt ze te lukken. Weten zij veel dat ik al het bewijs netjesopruim.’ Hij doet een stap de lucht en valt bijna als hij op de overloop komt.Daar zou hij nooit aan wennen. Hij duwt de deur naar de ruimte met eenkrakend geluid open.
  • 20. Joey knippert met zijn ogen tegen het plotse licht dat de kamer vult. Als zijnogen eenmaal aan het licht gewend zijn, herkent hij de kamer waar hij zovaak geweest is. Het is een oude ruimte, die al jaren gebruikt is, maar nooitveranderd is. Alles is versleten, en niets lijkt nog in goede staat te zijn, maarhet is ook niet nodig om het te veranderen. Het word alleen maar gebruiktvoor dit soort korte ontmoetingen, het is beter als niemand van elkaar weetwaar ze wonen.
  • 21. Bij de gammele tafel in het midden van de kamer staat zijn baas, Andrew. Hijknikt hem toe. Vanachter Joey komt Darryl de kamer in. Die twee geven hemopdrachten, en hij weet dat dat zal zijn waarvoor hij er nu is. Andrew bladertdoor een stapel papier en trekt er een dossier tussenuit. ‘Alles is afgerond?’Joey knikt. ‘Helemaal, en de zaak gaat ook niet meer opgepakt worden,niemand snapt wat er aan de hand is.’ Andrew grijnst en klopt hem op zijnschouder. ‘Je bent goed, Joe, dat geef ik je wel na.’
  • 22. Hij gebaart met zijn vrije hand naar Darryl. ‘Haal even iets te drinken, wilje?’ Darryl, wist Joey uit ervaring, had een lagere positie dan Andrew, maarwerkte eerlijk gezegd ook beter als dienaar. Er was iets kruiperigs aan hem,iets geheimzinnigs. Misschien werkte hij enkel daarom bij dehuurmoordenaars, hij had er dikwijls zo over gedacht. Verder was de groepeen heel officieel- behalve dan dat ze natuurlijk niet bijhielden wie ervermoord was, noch door wie, omdat dat soort informatie te gevaarlijk zouzijn.
  • 23. Darryl maakt een halve buiging en loopt de kamer uit. Andrew glimlacht enhoud het dossier op. ‘Je volgende taak, wil je weten wat hij inhoud?’ Joeyknikt stilletjes en komt dichter bij het bureau. ‘De vrouw die je uit de wegmoet ruimen heet Rachel White.’ Hij plukt een foto van het dossier af enlaat hem zien. Joey fronst zijn wenkbrauwen. Ze ziet er niet uit als eengevaarlijk iemand, zeker niet iemand die zo gehaat is dat ze uit de weggeruimd moet worden.
  • 24. ‘Waarom moet ik haar aan haar einde helpen, ze ziet er niet slecht uit.’Andrew grijnst. ‘Ik weet het jongen, maar helaas is dat je taak niet.’ Joeybloost. ‘Nee, dat bedoel ik niet- ik bedoel-eh.’ Andrew grinnikt. ‘Ik snap het.Ik vrees dat ik je niet meer kan vertellen over de redenen. De mensen dieopdracht geven vertellen niet altijd hun redenen, dat vragen we niet van ze.’Joey knikt. ‘Dat snap ik, ik vroeg het me alleen af.’
  • 25. ‘Ze woont in de chiquere buurt hier dichtbij, in een witte villa. Ik zal je nietsopleggen qua methodes, want die lijken goed. Maar ik wil je welwaarschuwen-’ De deur gaat open en Darryl komt weer binnen met eendienblad rode wijn. Hij bied het aan aan Joey, die zijn hoofd schud, maarAndrew pakt wel een glas op. Hij glimlacht en knikt naar Darryl. Darryl staarteven naar hem, maar begrijpt dan de hint en verdwijnt weer uit beeld.
  • 26. ‘Ik wil je waarschuwen voor haar. Ze is gevaarlijker dan je denkt.’ Joey lachtschamper. ‘Andrew, ze is een vrouw. Ik wil niet seksistisch zijn, maar ze is eenvrouw, en ze ziet er niet uit alsof ze op karate zit ofzo.’ Andrew schud zijnhoofd en draait afwezig met zijn glas. ‘Joey, maak die fout niet, alsjeblieft.’Joey lacht schamper. ‘Je zei net dat je vond dat ik goed werkte, maar nuonderschat je me echt.’ Andrew zucht. ‘Goed, maak die fout dan maar.’
  • 27. Joey beent richting de deur. ‘Volgende week.’ Hij slaat de deur achter zichdicht en ziet Darryl op de gang staan. Hij knikt ongemakkelijk en looptverder. ‘P-problemen?’ Joey blijft stilstaan op de trap en draait zich om.‘Sorry?’ Zijn stem klinkt iets bozer dan hij bedoelde, maar hij neemt niet demoeite om het te verbeteren. ‘Luister maar naar hem. Hij lijkt me niemanddie je tegen je wilt hebben.’ Joey haalt zijn schouders op en stampt de trapaf.
  • 28. Hij zou het aan Andrew laten zien. Wat dacht hij wel van hem, dat hij nieteens een vrouw aankon? Had hij zich dan nog niet genoeg bewezen? Hij zouzijn gebruikelijke routine volgen. Eerst zou hij haar een tijdje volgen, en haargebruikelijke dagen noteren, wanneer ze waar was en wat ze daar deed. Danzou hij het zorgvuldig voorbereiden en een moment uitkiezen waarop hijhaar zou pakken. En als hij het goed aanpakte, dan was dat nog voorvolgende week klaar.
  • 29. Hij loopt stevig door, in de hoop zijn huis (of wat ervoor doorgaat) zo snelmogelijk te bereiken. Het was vroeger gewoon een ander appartementgeweest, maar dat stuk van de buurt was nu gesloten. Niet dat hij zich daariets van aan had getrokken, hij had een van de appartementenopengebroken, en hij had het omgedoopt tot zijn huis.
  • 30. Hij verwachtte niet dat de gemeente ooit opdracht zou geven iets met debuurt te doen, dus was het een rustige plek om te wonen. Joey passeert hetbord dat vertelt dat deze buurt afgesloten is, en loopt regelrecht op eenraam af dat dichtgetimmerd is- zijn huis, dat voor de zoveelste keerafgesloten is. Hij trekt een paar van de planken eraf, gooit ze op de grond, enklimt door het gat dat overblijft naar binnen.
  • 31. Het was niet gezellig, maar Joey zag het toch als zijn huis. Het was verweerden vernield, en hij was er amper, maar toch was het zijn thuis en ook al zouhij het nooit aan iemand toegeven, hij was er toch heel erg aan gehecht.Joey doet het licht aan en trekt een kaart uit de kast. Tijd om te beginnenmet plannen.
  • 32. Zijn hoofd werkt op volle toeren terwijl hij uitplant hoe hij het het beste aankan pakken. Welk moordwapen is het best, hoe laat hij zo min mogelijksporen na, wat gebeurt er na afloop… Hij moet zorgen dat de politie nietsblijft weten van de bende huurmoordenaars. Hij staat bijna drie uur over dekaart gebogen tot hij alles weet. Hij glimlacht duister als alle puzzelstukjesop hun plaats vallen, en hij precies voor zich ziet hoe het gaat gebeuren.
  • 33. Zodra hij genoeg informatie over haar verzameld zou hebben, zou hij haarnaar huis volgen. Hij zou zich vermengen met de schaduwen, en ze zou nietsdoorhebben. God wist waar ze vandaan kwam, dat zou hij dan wel invullen.Het zou niet moeilijk zijn, want hij was een expert, en als je niet wist waar jeop moest letten dan zag je werkelijk niets meer dan een snelle bewegingergens in je ooghoek.
  • 34. Daarna zou hij mee naar binnen glippen terwijl ze haar jas even ophing (ofzoiets, voor hetzelfde geld deed ze iets anders, daar moest hij rekening meehouden), en zich verstoppen om een hoekje, of een andere onopvallendeplek. Hij zou haar in de gaten houden en het perfecte moment afwachten,met zijn dolk stevig in zijn hand geklemd.
  • 35. En dan, als ze in de buurt kwam, zou hij haar vastpakken. Ze zou wanhopiggillen en spartelen, maar niemand in de wijde omtrek zou haar horen. Hijzou haar kalm uitleggen wat de bedoeling was, waarom hij hier was, en water ging gebeuren, dan zou hij de dolk opheffen en zou het snel gebeurd zijn.
  • 36. Hij zou het lijk zo neerleggen dat het net was alsof ze zelfmoord hadgepleegd (een veel voorkomend fenomeen in de buurt, ook al hadden nietal van die mensen het helemaal zelf geregeld), Andrew zou hem uitgebreidprijzen en hem niet meer onderschatten. Zelfs zoiets simpels nog nietaankunnen, wat dacht hij wel, dat hij een beginneling was? Nee, hij deed dital zo lang, hij wist hoe hij dit aan moest pakken.
  • 37. Joey rolt de kaart op en gooit het richting de kast. Hij zou morgen welbeginnen, eerst had hij rust nodig. Hij trekt zijn bed naar beneden en plofterop neer. Het kost amper vijf minuten voordat hij vast in slaap is. Het waslang geleden dat hij daar echt de tijd voor genomen had…
  • 38. Langzaam word het licht buiten. Tegen een uur of zes kleedt Joey zich aangaat hij naar buiten, op weg naar de villa van Rachel. Hij zou haar alleenmaar observeren, misschien wat notities nemen, kijken of er duidelijkgedrag was. Op zijn gemak loopt hij door de straten waar hij met zijn ogendicht nog de weg zou kunnen vinden. Rachel zou toch nog niet wakker zijn,dus het was zinloos om zich te haasten.
  • 39. Hij kijkt omhoog naar de lucht. Het is duidelijk het begin van een prachtigedag. De lucht verspreid een rood licht over de slaperige stad, en er is bijnageen wolkje te bekennen. Hij glimlacht. Op dit soort dagen zagen ookanderen de schoonheid van de stad, terwijl ze normaal hun neus ophaaldenvoor de achterbuurt waar je altijd zoveel politieverslagen over hoorde.
  • 40. Hij loopt door tot hij langzaam alle huizen uit het zicht verdwijnen. Hij laatde Schaduwen achter zich en komt in de velden terecht. Hij wist dat deluxere woningen meer achterwege lagen, vrijstaand en met uitzicht op destad, maar hij had er geen idee van dat ze bovenop de berg laten. Met eenflinke pas loopt hij omhoog.
  • 41. En inderdaad, bijna meteen ziet hij de grote witte villa aankomen waarRachel zou wonen. Het verbaast hem hoe groot het is. Zou ze familiehebben? Het ziet er niet uit als een huis waar een vrouw alleen zou wonenmet de reusachtige tuin en kas met tropische planten. Er is beweging in degang. Vlug verstopt hij zich tussen de bomen. Rachel komt de voordeuruitlopen.
  • 42. Hij kijkt toe als ze de het pad afloopt en bij de brievenbus de krant oppakt.Verbeeld hij het zich nou of knipoogt ze naar hem? Hij knippert met zijnogen en ziet haar terug verdwijnen naar de voordeur. Hij ademt diep in. Hijmoet zich focussen, want dit is een belangrijk moment. Hij moet haar volgennaar de voordeur, en ongezien haar gewoonten in zich opnemen. Wanneervertrekt ze, wanneer komt ze thuis?
  • 43. Joey komt achter de bomen vandaan en loopt de stoep op. Het is hetmoeilijkst om ongezien in de buurt te komen, gezien het huis veel groteramen heeft, en als Rachel ook maar iets bij de ramen komt, zal het haaropvallen dat er een man door haar voortuin loopt. Zo stilletjes en normaalmogelijk komt hij dichter bij de poort.
  • 44. Hij loopt een stukje over de stoep zodat hij een normale voorbijganger lijkt,maar springt dan over het hekje heen en bukt zo snel mogelijk tot onder hetraam. Zijn mond valt bijna open als hij even het lef heeft om over devensterbank heen door het raam te kijken. Hoe kan een vrouw in haareentje in godsnaam zo’n huis betalen? Als het er van de buitenkant al grootuitzag, dan was dat niets vergeleken met de hal.
  • 45. Hij concludeert dat ze toch minstens advocate moet zijn, en beweegt danvoorzichtig naar de deur. Hij kijkt door het ruitje en ziet haar nergens staan.Nu nog ongehoord binnenkomen. Hij rammelt aan de deurklink, maar zoalshij al wel verwacht had, blijft de deur stevig dicht. Hij haalt eenschroevendraaier uit zijn zak en frommelt ermee aan het slot (deuren warengemakkelijk open te krijgen als je maar eenmaal weet hoe). De deur maakteen klikkend geluid en de deur gaat langzaam open.
  • 46. Hij kijkt even rond in de hal. Nog steeds geen spoor van Rachel. Hij ademtopgelucht uit. Hij had echt gedacht dat ze hem gezien had, maar het was zijnfantasie geweest. Goed, nu begon het werk pas. Misschien kon hij nog evenwat laden doorzoeken, een beter beeld van haar krijgen. Het hielp niet echtdat Andrew hem niets over haar had verteld. Hij sluit de deur voorzichtigachter zich.
  • 47. Net als hij een stukje de hal in gelopen is, merkt hij dat hij het gevoel heeftdat iemand naar hem kijkt. Schuldgevoel? Hij gelooft het niet, hij heeft hetzo vaak gedaan. Trouwens, zijn gevoel laat hem ook nooit in de steek. Hijknijpt zijn ogen samen en kijkt de kamer rond, terwijl zijn hand langzaamnaar de dolk in zijn broekzak gaat, waar hij zich maar al te bewust van is.Dan hoort hij de stem. ‘Hoe dom denk je wel niet dat ik ben?’
  • 48. Hij kijkt om zich heen en voelt zijn hartslag toch iets verhogen. ‘Sorry?’ Erklinkt gelach vanachter de trap. Joey stopt zijn hand in zijn broekzak enknijpt in het heft van de dolk. ‘Wie is daar?’ ‘Oh wauw, je bent dus echtdommer dan ik dacht. Wiens huis ben je net ingeslopen?’ Joey fronst zijnwenkbrauwen. ‘Rachel?’ De vrouw glimlacht en komt vanachter de krullingin de trap de hal inlopen. Ze klapt sarcastisch. ‘Geweldig, we zijn erachter.’
  • 49. ‘Dus, als je me zou willen vertellen wat je hier doet, dan graag.’ Joey aarzelt.Dit had hij niet helemaal aan zien komen, hij werd nooit gezien. Rachel trekthaar wenkbrauw op. ‘Niet? Dan zou ik graag willen dat je mijn huis uitgaat,nu het allemaal nog rustig en beschaafd is.’ Joey slaat zijn armen over elkaaren lacht. ‘Sorry hoor, maar wat ga je doen dan?’ Rachel schud haar hoofd.‘Dat is niet een vraag die je jezelf nu wilt stellen, of wel? Hoor eens, ik weetniet wie je denkt dat je bent, maar dit is mijn huis, en ik ga het verdedigen.’
  • 50. .