Your SlideShare is downloading. ×
0
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Hoofdstuk 1

182

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
182
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1.
  • 2. Voetstappen van een tweetal voeten klinkt door een steegje in een van de achterbuurten van Verona. Het zijn de zware voetstappen van twee mannen. ‘Als we ze tegenkomen, dan krijgen ze er van langs,’ gromt de donkerste stem. De jongere man die naast hem loopt geeft hem een vriendschappelijke stomp tegen zijn arm. ‘Ja hoor, van jou wel.’ <br />
  • 3. ‘Ik meen het man, ik blijf staan en moord ze allemaal uit, de vuile Capulets.’ De jongeman draait met zijn ogen als ze het plein oplopen. ‘George, jij durft nog niet eens een vlieg plat te slaan.’ George duwt de jongen mopperend opzij en trekt zijn mes. ‘Weet je het zeker?’ Spottend kijkt de jongen naar het mes. ‘Echt wel.’<br />
  • 4. George heft het mes op, maar de jongen houd nog net de arm tegen. ‘Toch bang, Ethan?’ Ethan gooit zijn ogen nogmaals op en duwt George van hem weg. ‘Nee,’ zucht hij. ‘Capulets.’ George laat zijn arm zakken. ‘We laten hen beginnen met vechten, dan kunnen wij de schuld niet krijgen.’ Ethan knikt. ‘Toe dan.’<br />
  • 5. Uitdagend loopt George een eindje naar de Capulets toe. Hij heft zijn kin en blijft ze strak aanstaren. Het zijn twee mannen, en Ethan herkent ze wel. Het zijn Tybalt en een of andere vriend van hem, hij is ze wel vaker tegen gekomen. Tybalt, de langste, komt voorzichtig naar voren als George zijn wenkbrauw heft. ‘Zoek je ruzie ofzo?’ George schud, in onschuld zelve, zijn hoofd, maar blijft stevig staan. ‘Ik? Natuurlijk niet. Jij wel dan?’<br />
  • 6. Tybalt doet nog een paar stappen dichterbij. ‘Dat ligt eraan. Je bent een Montaque, zeker?’ antwoord hij vol minachting. Ethan glimlacht tevreden. ‘Natuurlijk. En die naam draag ik met trots, dat kunnen we natuurlijk niet van iedereen zeggen.’ Tybalt knijpt zijn ogen tot spleetjes en beweegt zijn hand langzaam naar zijn broekzak. ‘Sorry?’ Ethan glimlacht arrogant. ‘Dat kunnen we niet van jou ze-’ George port hem geïrriteerd in zijn zij. ‘Stil idioot, híj moet beginnen,’ sist hij.<br />
  • 7. De Capulet vangt de woorden op. ‘Met plezier.’ Hij rent op de twee af. Nog nauwelijks zijn de vier van elkaar aangevlogen of een man genaamd Ben rent erop af. ‘Stop, gekken! De kolonel heeft het toch verboden, hij zal ons laten neerschieten als er weer zo’n gevecht uitbreekt.’ Hij zucht als Tybalt arrogant zijn blik afwend. ‘Ja, ook jou, Tybalt, neef van de oude Capulet. Ik probeer hier alleen de vrede te bewaren.’<br />
  • 8. Tybalt grijnst. ‘De vrede bewaren, met een mes in je hand? Ik haat de vrede, ik haat de hel, zoals ik alle Montaques haat. Ben jij zo’n watje dan? Kom op Ben, kijk de dood in de ogen.’ Ben rent ook op de groep af. Vechtend, trappend, schreeuwen en slaand rollen de vijf mannen over het plein. Bewoners komen uit hun huizen en moedigen ze aan, en sommigen storten zich zelfs in het gevecht. Op dat moment gaan twee deuren aan weerskanten van het plein open.<br />
  • 9. Het zijn de oude Montaque en de oude Capulet. Protesterend schreeuwen ze bedreigingen naar elkaar, en roepen ze de mensen die voor en vechten toe. Geroep, geschreeuw, gevecht, en plots klinkt er een harde kreet. Niemand luistert ernaar. En luide knal van een geweer dat in de lucht schiet. Geschrokken valt het gevecht stil. Een oude, plechtig uitziende man laat zijn geweer zakken. Het is de Kolonel.<br />
  • 10. ‘Wat had ik gezegd?’ klinkt zijn bulderende stem over het plein. ‘Ik heb jullie gewaarschuwd, maar het gebeurt weer, zelfs de oudste bewoners hebben hun stoffige geweren op moeten pakken, zo kán het niet doorgaan. Capulet, kom met me mee, Montaque, jou wil ik vanmiddag in de kazerne zien. En de rest, oprotten, of ik knal je neer!’ <br />
  • 11. De menigte valt uiteen, maar Montaque en zijn vrouw lopen op Ben af. ‘Neef, jij was erbij toen dit gevecht begon, wat gebeurde er?’ Stukje bij beetje vertelt Ben wat er gebeurd is. Met een zucht kijkt mevrouw Montaque om zich heen. ‘Ben, heb jij Romeo gezien?’ Ben knikt. ‘Vanochtend nog. Uw zoonzat tussen de fruitbomen voor zich uit te staren, maar zodra hij in de gaten had dat ik naar hem keek, smeerde hij hem.’ <br />
  • 12. Montaque knikt. ‘Hij is daar vaker gezien, ja. Hij zit daar tot de zon opkomt, en thuis sluit hij zich op in zijn kamer. Ik wou dat ik wist wat zijn probleem was, dan zou ik hem kunnen helpen.’ Bijna onzichtbaar gebaart hij met zijn hoofd naar een van de straten die op het plein aansluit. ‘Daar is hij.’ Ben salueert plechtig. ‘Ik zal voor jullie zijn probleem ontfutselen, en doen wat ik kan.’ De Montaques knikken en lopen zo snel mogelijk uit het zicht.<br />
  • 13. Ben rent op Romeo af. ‘Hé, Romeo,’ roept hij hem terug. ‘Dag, Ben. Is het al acht uur? De dag kruipt.’ Verzucht hij. Ben glimlacht opgewekt, tegen de stemming van zijn vriend in. ‘Romeo, welk verdriet maakt jouw dag zo lang?’ Romeo knikt met een twinkeling in zijn ogen. ‘Dat ik mis wat hem juist zo kort maakt,’ merkt hij slim op.<br />
  • 14. Ben rolt met zijn ogen. ‘Ik hoor het al aan je raadsels. Liefdesverdriet?’ Romeo duwt zijn handen iets verder in zijn zakken en verplaatst zijn gewicht. ‘Zeker. En mooi dat ze is, die Rosaline. Maar ik heb alles geprobeerd. Ze luistert niet naar mijn geflirt, en seks komt er zéker niet van.’<br />
  • 15. Ben zucht en laat zich tegen de muur aan vallen. ‘Romeo, toe, zeg niet dat je wéér een non uitgekozen hebt om op te vallen.’ Met een grijns haalt Romeo zijn schouders op. ‘Hé, de liefde kent wetten noch grenzen.’<br />

×