Amh 1

233 views
208 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
233
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Amh 1

  1. 1. Old Book
  2. 2. Ik kus een man. De man kust mij. Het voelt als heerlijke ware liefde. Ook al voel ik zijn warme adem tegen mijn neus, zijn ogen blijven dicht, en zijn gezicht donker.
  3. 3. Plots valt ze man uit mijn armen. Met een doffe klap komt hij op de grond neer. Geschrokken kijk ik toe. Ik kniel bij hem, voel zijn pols, maar komt geen beweging in. Ik huil. Ik weet niet wie hij is, maar ik voel me leeg vanbinnen.
  4. 4. Er loopt een vrouw naar me toe. Ze zet haar handen in haar zij. “Moordenaar.” fluistert ze. “Moordenaar.” steeds harder en harder. “Moordenaar! MOORDENAAR!” gilt ze. Ik sla mijn handen voor mijn oren en gil. “Ik ben onschuldig!”
  5. 5. Met een gil schiet ik overeind uit bad. Het was maar een droom. Mompel ik. Het was maar een droom. Toch blijft de angst als een donkere wolk boven me hangen. Dan maar uit bad.
  6. 6. Als ik aangekleed en wel, weer in mijn kamer sta, komt mijn kamermeisje Bo binnen. “Dag mevrouw!” roept ze vrolijk. Ik mag Bo altijd wel, ze heeft een vriendelijk, open gezicht. Je kunt haar alles vragen en toevertrouwen, ze zal je altijd helpen. “Gaat u mee wandelen?” Ik knik. “Gezellig.”
  7. 7. We lopen naar buiten. De zon schijnt fel en Bo slaat een hand boven haar ogen. Ik slaak een zucht van verlichting en laat de warme lentezon op mijn blote schouders schijnen. Heerlijk, buiten.
  8. 8. Ik ben dol op mijn stad. Er is altijd wat aan de hand. Altijd gaan er geruchten en, waar of niet, altijd zijn ze interessant. Vrolijk loop ik met Bo over de binnenplaats. Alle bloemen zijn volop in bloei, het is een prachtige lente dag. Ik weet al waar we heengaan. De stallen, Bo houdt van die plek.
  9. 9. Als we eenmaal aankomen bij de stallen kijk ik mijn ogen uit. Er is altijd wel iets te doen hier, het is, samen met de kerk, het hart van de stad. Bij een van de stallen staat een meisje tegen een paard te fluisteren. Het paard briest en duwt zachtjes zijn neus tegen haar haren.
  10. 10. We lopen meteen door naar de achterste stal. Daar staat het paard dat Bo's voorkeur heeft. Gypsy girl. De haflinger hinnikt als Bo de stal in komt lopen en Bo fluistert zachtjes iets terug.
  11. 11. Een tijd kijk ik toe hoe Bo bij het paard knielt en lieve woordjes tegen haar fluistert. Ik hoor een zacht geluid in de schuur hiernaast. Ik spits mijn oren. Het klinkt als gehuil. “Bo, ik ga heel even ergens anders heen.”
  12. 12. Bo knikt en gaat weer verder met het poetsen van Gypsy. Ik loop de stal uit in de richting van het geluid. Het gehuil klinkt steeds harder en dichter bij.
  13. 13. Op een grote berg hooibalen zit het meisje dat net met het zwarte paard praatte. Haar hoofd ligt in haar schoot en ze huilt zachtjes. “Hallo?” fluister ik. Het meisje kijkt met een betrapte blik om. “Ga weg.” fluistert ze zachtjes.
  14. 14. “Wat is er?” vraag ik haar. Het meisje schud haar hoofd. “Toe?” “Ze hebben mijn armband gestolen. De armband van mijn oma.” verzucht ze dan. Ik kijk naar de blinkend zilveren armband om haar pols. Ze volgt mijn blik. “Nee niet die, een hele mooie gouden met steentjes.”
  15. 15. “Wie stolen hem?” “De bedelaars of de boeren, maar soms zijn ze allebei.” antwoord het meisje mysterieus. “Dan gaan we daar nu heen!” zeg ik zelfverzekerd. Samen lopen we over de paden, door de velden en door de poort van de stad.
  16. 16. Uiteindelijk komen we aan bij een boerenhuisje. Een man is druk grond aan het harken. Ik schrik en word draaierig. Dit is de plek van mijn droom!
  17. 17. Ik verman me en stap op de man af. “Waarom heb je de armband van dit meisje gestolen?” roep ik “Waar was dat voor nodig? Die armband was speciaal voor haar, snap je dat?” zijn gezicht blijft onschuldig en dat irriteert me. “Zeg iets!” gil ik.
  18. 18. “Welk meisje?” vraagt de man. Ik kijk om. Het meisje is inderdaad verdwenen. In de verte klinkt gegiechel. Een grap, een stomme grap! Ik bloos.
  19. 19. “Het spijt me.” mompel ik. “Ann Wilfordshire.” zeg ik, en ik steek mijn hand uit. De man schud mijn hand “Luc Bakker.” hij glimlacht en knipoogt. “Het maakt niet uit. Jij ziet er niet echt uit als een simpele vrouw?” Ik glimlach terug “Deze stad is van mijn familie, ik ben van adel.”
  20. 20. Het gezicht van Luc word serieus. “Een dame met blauw bloed, mag jij dan wel met simpele lieden als ik praten?” Ik haal mijn schouders op. “Ik praat met wie ik wil.” Luc lacht. “Een pittige tante, ik mag jou wel.”
  21. 21. Ik ga wat dichterbij staan en strijk met mijn hand over zijn arm “Ik moet toch op z'n minst iets doen om het goed te maken.” Luc kijkt me uitdagend aan “Wat dan?” Ik denk even na en krijg dan een briljante ingeving. “Mijn familie houdt vanavond een bal. Je kunt komen en met me dansen.”
  22. 22. “Krijg je dan geen problemen met je man?” vraagt hij. Ik bloos. “Ik ben niet getrouwd.” mompel ik. “Een mooie vrouw als jij, niet getrouwd?” vleit hij. “Ik kom. Maar in dit kloffie herkennen ze me gelijk als arme man.” Ik knik, daar heeft hij een punt. Zou ik Bo kunnen vertrouwen? Vast wel. “Ik laat hier om acht uur een bediende kleren en een masker langsbrengen.”
  23. 23. Die avond zit ik mijn ouders aan de lange tafel in de eetkamer. De lengte van de tafel slaat eigenlijk nergens op, bedenk ik me, terwijl ik een hap van mijn pudding neem.
  24. 24. Mijn moeder schraapt haar keel. “Ann, je vader en ik hebben besloten dat je gaat trouwen.” valt ze me de deur in huis. Ik frons mijn wenkbrauwen, hier hebben we het toch al eens over gehad? “Nee kijk niet zo, we hebben ook een man die je mooie kinderen en een hoop veiligheid en liefde zal bezorgen.”
  25. 25. “Ik wil mijn eigen man zoeken.” zeg ik kort “Ik wil echte liefde en deze man ken ik niet eens, laat staan dat ik van hem houdt!” Mijn vader schud zijn hoofd. “Ann, hier hebben we het al eens over gehad. Je leert van elkaar houden. Je moeder en ik zijn ook aan elkaar uitgehuwelijkt.”
  26. 26. Ik neem stilletjes een hap. “Als je vanavond op het bal, geen man vind, ga je zonder tegenstribbelen naar Heer Clovis en word jij Ann Clovis.” Ik verslik me haast in de pudding. Dan moet ik maar hopen dat Luc de ware is, en vooral, dat hij geaccepteerd word...
  27. 27. Die avond, om 9 uur, sta ik volledig in het paars, in de leeggeruimde eetzaal. Nieuwsgierig kijk ik om me heen. Zou Daan er al zijn? Waarschijnlijk niet, zo druk is het nog niet, dus ik zou hem wel gezien hebben.
  28. 28. Ik kijk geïnteresseerd naar de vrouw, midden in de kamer. Ze is een wat armere vrouw, die betaald krijgt voor haar prachtige vioolspel. Rustige prachtige klanken vullen de kamer en worden afgewisseld met snelle korte geluiden.
  29. 29. Ik kijk nogmaals de kamer rond. Iedereen is gemaskerd en overal in de kamer dansen mannen en vrouwen. Hoe zou dansen met Luc voelen? Ik ril en voel mijn maag omdraaien.
  30. 30. Ik kijk om me heen. Zou hij er al zijn? Jawel, daar staat hij. Daar bij de deur. Mijn hart slaat een tel over. Ook al zou hij zijn normale kleren dragen dan zou ik hem nog herkennen. En, heel eerlijk, nog van hem houden!
  31. 31. Hij herkent me en loopt naar me toe. “Je ziet er prachtig uit. En dan bedoel ik dus net zo mooi als altijd.” vleit hij. “Je kent me nog nauwelijks!” roep ik uit, maar toch bloos ik tot ver achter mijn oren. “Dansen?” vraagt Luc. Ik knik.
  32. 32. Even later deinen we zachtjes heen een weer op de golven van muziek. We zweven over de vloer en kijken elkaar in de ogen.
  33. 33. De vioolmuziek zwelt aan en de vrouw begint er zachtjes bij te zingen...
  34. 34. I heard there was a secret chord that david played and it pleased the lord But you don´t really care for music do ya? Well it goes like this the forth the fifth the minor fall and the major lift The baffled king composing Hallelujah Hallelujah Hallelujah Hallelujah Hallelujah
  35. 35. Well your faith was strong but you needed proof You saw her bathing on the roof her beauty in the moonlight overthrew ya She tied you to a kitchen chair She broke your thrown and she cut your hair And from your lips she drew the Hallelujah Hallelujah Hallelujah Hallelujah.. Hallelujah
  36. 36. But maybe there´s a god above But all I ever learned from love Was how to shoot somebody who outdrew ya it´s not a cry that you here at night Its not someone who has seen the light
  37. 37. t´s a cold and it´s a broken Hallelujah Hallelujah Hallelujah Hallelujah ... Hallelujah Hallelujah..
  38. 38. De violiste begint aan een ander nummer. “Kom, ik neem je ergens mee naar toe.” fluistert Luc. Ik knik en loop achter hem aan.
  39. 39. Even later rennen we door velden zonnebloemen. Luc draagt me op zijn rug en rent stug vooruit. “Hoe ver is het nog?” vraag ik. “Bijna.” klinkt het antwoord. En inderdaad, zodra hij de laatste takken opzij schuift verschijnt er een prachtige open plek.
  40. 40. We gaan bij het meertje op de grond liggen. “Luc?” fluister ik. “Hmm?” “Ik geloof, ik geloof dat ik van je houd.” Luc pakt mijn hand. “Dat komt dan goed uit.” lacht hij. “Ik geloof namelijk dat ik dat ook doe.”
  41. 41. Een tijdje liggen we stilletjes naar de winkelende sterren te kijken. “Luc?” vraag ik. “Zweer je me dat je van me houd?” Luc kijkt omhoog. “Waarop?” Ik haal mijn schouders op. “Ik zweer bij de maan...” “Nee!”
  42. 42. Luc kijkt me vragend aan. “Zweer niet bij de maan.” fluister ik. “De maan is zo verraderlijk, hij veranderd elke nacht.” Luc lacht. “Dan zweer ik op mijn hart, dat ik zo lang ik leef, en daarna, van je zal houden.”
  43. 43. Luc trekt me omhoog uit het natte gras. Ik voel zijn warme adem tegen mijn neus en sluit mijn ogen. Hij kust me. Een ware-liefde kus.
  44. 44. Hij streelt mijn wang en zijn hand glijd naar mijn hand. “Ik houd van je.” fluisteren we in koor.
  45. 45. Die avond sta ik met mijn moeder in mijn kamer. “En?” vraagt ze spottend. “Heb je je ware liefde gevonden? Weet je met wie je trouwt, of word het toch Heer Clovis?”
  46. 46. “Ik ben verliefd, en het is wederzijds.” begin ik aarzelend. “Ik zou met hem willen trouwen, en hij met mij.” “Maar?” onderbreekt ze me. “Hij is arm.” het is eruit voordat ik er erg in heb.
  47. 47. “Een arme?” De stem van mijn moeder schiet een octaaf omhoog. “Een arme?! Hoe kun je op een arme vallen?” Ik haal achteloos mijn schouders op. “Het is echt ware liefde...” mompel ik. “Ware liefde bestaat niet!” gilt ze. “Kom uit je sprookjes en terug naar de realiteit, het bestaat NIET! Hoor je me?”
  48. 48. “Het is toevallig mijn keuze.” sis ik. “Het is helemaal niet jouw keuze! Jij gaat morgen met de koets regelrecht naar de bossen van Duitsland!”

×