10gc 3.7 (XXL update)

509 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
509
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
9
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

10gc 3.7 (XXL update)

  1. 1. De vorige keer... -Hadden Connor en Tess een wederzien. -Verloofden Connor en Senna zich. -Ging Hope met Magda zwemmen. -Overleed Peter. -Werd het hoofdhuis verbouwd. Dat was niet veel om je te herinneren, dusseh, nu weten jullie het wel weer, toch? Fijn. Veel leesplezier met deze 115 bladzijdes lange update! xx psarotje
  2. 2. Geluiden van de tv galmen door de woonkamer van Senna en Connor. Ze kijken een film, en gaan helemaal in de beelden op. Het is vreselijk spannend. Plots schalt er het liedje tik tok van Keisha door de film heen. Geschrokken schieten ze omhoog. “Sorry, dat ben ik.” grinnikt Senna, terwijl ze in haar broekzak naar haar mobiel zoekt.
  3. 3. Connor zet de film op pauze. “Ja hallo met Senna.” meld Senna. “Oh, hai Tess.” Connor kijkt nieuwsgierig op. “Weet je het zeker?” ze is even stil, “Ja, nee, dat snap ik wel, maar je weet nooit.” Connor wendt zijn gezicht af. Vrouwenpraat. Niet interessant.
  4. 4. “Aan de ene kant, wat als hij niets van June wil weten? Maar aan de andere kant, hij moet toch weten dat hij een dochter heeft.” Tess staat in haar slaapkamer. Gespannen kijkt ze naar buiten, waar June, die nog van niets weet, vrolijk touwtjespringt.
  5. 5. Tess lacht, het is een zenuwachtige lach. “Denk je?” “....” “Oke, 6 uur, Café de nieuwe?” “....” “Ja, dat vind ze vast leuk.” “....” “Doeeii!”
  6. 6. Even zucht ze en dan draait ze het nummer dat ze als tiener zo vaak draaide. Tim. Hij moet het weten en ze gaat het hem nu vertellen. Hij heeft een dochter waar hij niets van weet. Dat moet toch verschrikkelijk zijn? Vooral voor June, die kent haar eigen vader niet eens. Ze schrikt op van de bel. Daar is hij dan, Tim. Hij is net zo knap als eerst, beseft ze.
  7. 7. Met een bonzend hart loopt ze naar buiten. “Dag Tim.” groet ze hem. “Hee Tess, lang niet gezien.” is het antwoord. Wat is zijn stem toch mooi, mannelijk, maar vol geborgenheid. Hoefde ze het hem maar niet te vertellen... Maar ja...
  8. 8. Tim schraapt zijn keel als ze merkt dat Tess niets meer zegt. “Je wou me iets vertellen?” Tess knikt met een pijnlijke blik in haar ogen. Haar hart klopt in haar keel, en ze weet dat dat ditmaal niet door Tim komt. “Ja, kom maar mee.”
  9. 9. Gewillig loopt Tim achter haar aan. Ze komen aan bij het kleine achtertuintje van Tess, waar June nog steeds vrolijk touwtje springt. “Dit is June.” Meld Tess, met trillende stem van de zenuwen. June merkt de mensen achter haar op. 'Hé, ze praten over mij.' zijn haar gedachten, maar ze houdt zich stil.
  10. 10. “Tess?” klinkt Tim's stem, nu op zijn beurt zenuwachtig, “Waarom moet ik June zien?” Hij vraagt het, maar in zijn stem is te horen dat hij bang is dat hij het antwoord eigenlijk al weet. “June,” Tess slikt, “Is onze dochter.” Tim bijt op zijn lip en June moet moeite doen haar springtouw niet uit handen te laten vallen. Ze wou dat ze om kon kijken, haar vader zien, maar nu ze eenmaal aan de leugen begonnen is, kan ze niet meer terug.
  11. 11. “Wie zegt dat ik een dochter wil hebben?” Tim's stem klinkt vol bedwongen woede. Tess krimpt ineen. Ze had het niet moeten zeggen, ze had het niet moeten zeggen, oh, had ze het maar niet gezegd. “Dit is mijn dochter niet, hoor je me?!” Zijn stem klinkt luider.
  12. 12. “Zo praat je niet over June!” Tess is het zat, hij heeft een dochter, hij mag al blij zijn dat hij wéét dat hij er een heeft. “Je hebt een dochter, hoor je me? Een dochter, of je het nu wil of niet.” Haar ogen spugen vuur. Kom aan haar, kom aan haar huis, maar kom niet aan June. “Als het je niets kan schelen, donder dan maar op.” Sist ze er boos achteraan.
  13. 13. Tim keek Tess recht in haar ogen. Zijn blik brandde door haar ziel, en ze voelde de pijn, hoopte dat het een grap was, dat hij haar zou omhelzen, zeggen dat hij het niet meende, van haar hield en June dicht tegen zich aantrok, maar het tegengestelde gebeurde...
  14. 14. Pets! Een harde klap tegen haar wang. Ongelovig voelde ze aan de warme, rode plek, die nu gevoelig was voor elke beweging. “Ik doe wat ik wil.” meld Tim droog. “Flikker dan maar op ook.” sist Tess boos.
  15. 15. Vlug keek Tess om. Ze moest June even een knuffel geven. June is nergens te bekennen. Nadat ze de woede van 'haar vader' had gehoord was ze huilend weggerend. Haar vader hield niet van haar, hij wil haar kwijt, laat haar in de steek, zonder iets te zeggen.
  16. 16. Huilend was ze op de hoek van het huis gaan staan, de ruzie van haar vader en moeder zoveel mogelijk buiten sluitend. Voorzichtig komt Tess de hoek om. June valt haar in haar armen. Zachtjes wrijft ze over haar rug en legt haar hoofd troostend op haar haren. Wie had ooit gedacht dat Tim zoiets zou doen?
  17. 17. “Deed hij dat echt?!” Tess knikt. “No lies.” Die avond waren Tess en Senna alsnog samen naar het café gegaan. Het was heerlijk om de verontwaardigde kreten van Senna te horen. Het gaf een troostend gevoel. Stil luisterde Senna naar het verhaal, en onderbrak niet, tenzij het was om 'Tss', 'Echt waar?!' of 'Niet normaal...' te zeggen.
  18. 18. Na de dag doorgesproken te hebben gingen de dames een hapje eten. Senna gebaarde met haar vrije hand naar de man die bij de frisdrank automaten stond, en ze knipoogde. Een glimlach vormde zich om Tess haar lippen. Tijd om in actie te komen...
  19. 19. Toen Tess thuiskwam had Connor June al op bed gelegd, de schat, glimlachte Tess. Hoewel ze daar niet veel aandacht aan schonk. Na even een blik in de kamer geworpen te hebben werd ze namelijk voorzichtig aan haar buik meegetrokken.
  20. 20. Het was de man, die Dylan bleek te heten. Hoewel ze elkaar nauwelijks kenden hadden ze iets gemeen. Een probleem en een schreeuw om aandacht.
  21. 21. De afgelopen twee uur hadden ze elkaar romantisch getart, gewoon als afleiding. Ze zochten troost in elkaars armen, omdat er geen anderen ter beschikking stonden.
  22. 22. En zo, helemaal opgegaan in genot waren ze veel te ver gegaan, voor mensen die elkaar nog net twee uur kennen, meende Tess later. Ook Dylan merkte het, en zodra hij op de klok keek was hij vloekend in zijn broek geschoten, Tess een beetje verbouwereerd achterlatend.
  23. 23. Catstreet 3; Justin, Carine, Hope “Wat wordt ze toch snel groot...” Justin Bruijn keek zijn vrouw glimlachend aan. Hij sloeg een arm om haar heen. “Ach, iedereen word groot toch? We kunnen haar maar het beste een leuke verjaardag geven.”
  24. 24. “Iets speciaals bedoel je? Niet alleen een nieuwe kamer?” had Carine gevraagd. Justin had geknikt. “Ja, iets speciaals...”
  25. 25. Die middag... “Pap, kun je me even helpen met mijn huiswerk?” Hope's stem schalt luid door de woonkamer als ze binnenkomt. Justin glimlacht. Hij is vandaag toch vrij. “Is goed hoor, is het veel?” Hope schud vrolijk haar hoofd.
  26. 26. “Dus 15 keer 8 is 120?” haar stem klonk zo verbaasd dat Justin erom moest lachen. Na een korte overhoring vroeg Justin: “Jij bent jarig Hope, wat wil je eten?” Hope keek haar vader glunderend aan. “Flensjes. Mag ik helpen?” Justin knikte. “Hoe meer zielen hoe meer vreugd.”
  27. 27. “En bramen, en frambozen en van die kleine rooie besjes, maar niet van die paarse, die zijn niet lekker.” Nauwkeurig wees Hope aan welke bessen er precies wel en niet in haar flensjes moesten komen. Justin vond het allemaal best. Grijnzend stopte hij alle ingrediënten in de beslagkom.
  28. 28. Nadat het beslag klaar was, was het tijd om de flensjes te bakken. Geïnteresseerd kijkt Hope toe. Ze gaat voorzichtig op de grond zitten. Precies dichtbij genoeg om alles in de gaten te kunnen houden, maar net niet dichtbij genoeg om in de weg te zitten.
  29. 29. Vakkundig gooit Justin het eerste flensje de lucht in. Hope geeft een lachend applaus. “Dank u, dank u.” Justin gooit het flensje over op een groot bord en giet wat nieuw beslag in de pan.
  30. 30. “Let op Hope, nu ga ik ze flamberen.” meld Justin als het bord vol flensjes ligt. Hij pakt een fles drank uit een van de keukenkastjes en giet het laatste restje over het bord. Daarna haalt hij een doosje lucifers uit een van de laden en steekt de drank voorzichtig aan. Een vlam verschijnt in de flensjes.
  31. 31. Zodra de vlam gedoofd is, zet Justin de schaal in de koelkast. “En nu wachten tot Carine thuiskomt.” besluit hij. Hope knikt glunderend en snuift de heerlijke geur van versgebakken pannenkoeken.
  32. 32. Zodra Carine thuis is en zich omgekleed heeft, staat Hope al ongeduldig in de woonkamer te wachten. Tijd om tiener te worden! Verlegen tintelingen beginnen in haar tenen, en zodra ze ze een zetje geeft vliegen de vonken alle kanten op, zodat ze verplicht is de lucht in te springen...
  33. 33. Zachtjes komt ze op de vloer terug terecht, nu in de gedaante van een tiener. Nieuwsgierig bestudeerd ze haar handen, nagels en dan de rest van haar lichaam. Met een trotse blik in haar ogen staart ze voor zich uit. “Zelfs de kleren kunnen er wel mee door.” grinnikt ze. “Ik ga ze toch even veranderen, goed?” Justin glimlacht alleen maar en Carine knikt.
  34. 34. Al snel staat ze volledig omgekleed en wel, voor de spiegel. Dit staat toch leuker, vind ze. Ze zal een goede populairiteits-sim zijn. En haar levenswens, 20 beste vrienden tegelijk hebben, gaat ze ook zeker vervullen. Uitdagend staart ze naar haar spiegelbeeld.
  35. 35. Haar kapsel heeft ze, na veel borstelen, clipjes en elastiekjes, toch maar hetzelfde gelaten. Het wil gewoon niet anders zitten, dus dan maar zo, dat zit ook leuk. Ze heeft ook wat geëxperimenteerd met Carine's make-up en oorbellen, en al zegt ze het zelf, het resultaat mag er wezen.
  36. 36. Haar cadeau, een gedaanteverwisseling van haar kamer, vind ze ook geweldig. Het is niet erg ruim, alles past er net in, maar dat maakt haar helemaal niets uit. Het is gezellig, mooi en helemaal van haar. Nou ja, cadeau, haar vader zei dat er nóg een cadeau was. Daar is ze dan ook erg nieuwsgierig naar.
  37. 37. Zodra ze de woonkamer inloopt kijkt Carine haar trots aan. “Je bent prachtig opgegroeid.” fluistert ze. Hope bloost. “Dankje.” “Kom je eten? Dan krijg je tijdens, of daarna je 2e cadeau.”
  38. 38. Als ze aan het eten zijn klinkt plotseling de bel. Justin staat geheimzinnig op en loopt richting de voordeur. Het duurt niet lang voordat hij weer terug is. “Wie was het?” vraagt Hope, al kauwend op de vruchtjes in haar flensje. Justin glimlacht alleen maar, en draait zich iets verder naar haar toe. Dan pas ziet Hope dat hij iets in zijn handen heeft. Een kleine zwarte kitten, om precies te zijn.
  39. 39. “Dit Hope, is jouw tweede cadeau.” vertelt Justin. Hope staat op en neemt de kitten van hem over. “Hij heet Snoopy,” meld Carine, “Maar hij is nog niet aan zijn naam gewend, dus je kunt hem nog anders noemen.” Op Hope's gezicht verschijnt een grijns van oor tot oor. “Nee, Snoopy is goed.”
  40. 40. Vrolijk houdt ze het katertje voor zich uit. “Hallo beestje!” grinnikt ze. Snoopy beweegt iet wat hulpeloos met zijn pootje richting haar neus. Hij laat een klagelijk gemiauw horen. Hope lacht en zet het beestje op de grond neer. Snoopy trippelt dankbaar weg. “En zijn spullen?” vraagt Hope. “Al geregeld.” antwoord Justin, terwijl hij een grote plastic tas van de petsplace vanachter zijn rug tevoorschijn tovert.
  41. 41. Na een film gekeken te hebben en haar make-up afgehaald te hebben vertrekt Hope naar haar slaapkamer. Ook Snoopy, die zijn mandje op haar kamer heeft staan loopt met haar mee. Het is duidelijk dé tijd om de gaan slapen.
  42. 42. Ook Justin en Carine laten niet lang meer op zich wachten. Ze kijken nog even Midsummer murderers af en maken zich dan ook klaar om te gaan slapen. Morgen is het vrijdag. De dag die op altijd zo lang duurt, omdat je weet dat je morgen en overmorgen vrij bent.
  43. 43. Carine kruipt dicht tegen haar man aan en sluit haar ogen. “Wat word ze al groot he?” fluistert ze. Justin, die al bijna slaapt mompelt iets als antwoord. Carine grinnikt, knipt het licht uit en valt in een diepe slaap.
  44. 44. De volgende ochtend word Hope al om 5 uur wakker van het luide geluid van een klein belletje. Gapend wrijft ze de slaap uit haar ogen en kijkt waar het lawaai vandaan komt.
  45. 45. Het blijkt Snoopy te zijn, die een poging waagt bij het speelgoed vogeltje te komen dat in de hoek van de kamer hangt. Het is moeilijk voor hem er bij te komen, maar die keren dat hij raakt, raakt hij goed hard. Die moet ze maar eens lager hangen, neemt ze zich voor.
  46. 46. Slaperig sloft Hope over de gang naar de badkamer om een uitgebreide douche te nemen. Zodra ze onder de -nog niet volledig opgewarmde- stralen water staat is ze meteen klaarwakker. Vanmiddag zou Ella komen. Ze zou blijven logeren en dan zouden ze samen met Ella's tweelingbroer.... uitgaan. Alleen wisten Justin en Carine dat laatste nog niet.
  47. 47. Eenmaal volledig aangekleed haalt laat Hope Snoopy vrij uit haar kamer en pakt ze een kookboek uit de boekenkast. Even werpt ze een blik op de klok. Inmiddels al half zeven. Prima, ze heeft nog ruim de tijd voor een uitgebreid ontbijt. In het register zoekt ze 'omelet' op en volgt zo precies mogelijk de instructies.
  48. 48. Voorzichtig giet ze het omelet in de pan. Dat vind ze nog het spannendste, stel dat het verbrand? Dan maar een boterham. Zachtjes port ze met de spatel in het ei. De pan maakt een zacht, borrelend geluid ten teken dat het omelet zachtjes aan het bakken is. Er hangt een heerlijke geur in de keuken.
  49. 49. Daarna duurt het niet lang meer of Hope heeft een grote schaal met een aantal omeletten vast. Dat viel nog best wel mee. Misschien kan ze later op de universiteit wel iets bijverdienen met koken. Altijd handig.
  50. 50. Na nog een blik op de klok te hebben geworpen -zeven uur-, roept ze, zo hard ze kan: “Pap! Mam! Eten!” Justin en Carine, die nog een beetje aan het dommelen zijn, schrikken op. “Onze dochter heeft ontbijt voor ons.” glimlacht Justin.
  51. 51. Als ze even later aan tafel zitten, besluit Hope toch maar te vragen naar het uitgaan. “Mam?” begint ze, “Ella wil graag uitgaan vanavond.” Even stopt ze om de reactie van haar ouders af te wachten. De reactie is een frons. “Noah, Ella's broer gaat ook mee.” zegt ze er snel achter aan.
  52. 52. Carine bijt op haar lip. Tja, haar dochter is al groot. Maar zo groot? “Carine?” vraagt Justin, die een wat neutralere uitdrukking op zijn gezicht heeft liggen. “Hoe oud is die broer?” “16.” liegt Hope. “Goed, 15, maar wat maakt dat jaartje nu uit.” Carine glimlacht. “Goed dan. Maar zeg tegen Noah dat hij goed op jullie let.” “Jaahaa.”
  53. 53. Buiten klinkt het getoeter van de schoolbus, tijd om te gaan. De chauffeuse knikt haar vrolijk toe. “Goedemorgen Hope! Fijn om je als tiener te zien. Zoek lekker een plekje uit.” Hope glimlacht en kijkt even rond tussen de stoelen om daarna naast Ella te gaan zitten.
  54. 54. Ook Carine vertrekt meteen. Na haar promotie van gisteren lopen haar werktijden precies gelijk met die van Hope. Haar collega, al kent ze hem nauwelijks, is haar komen ophalen.
  55. 55. Justin blijft alleen met de afwas en Snoopy achter. “Nou Snoopy, dan moeten wij dit maar op gaan ruimen.” Snoopy loopt demonstratief weg en Justin glimlacht. “Correctie, ík ga dit maar eens opruimen.” Hij stapelt vlug de borden op en zet ze in de vaatwasmachine.
  56. 56. Die middag komt Ella, na even haar tassen opgehaald te hebben, al snel aanfietsen. Zo ver weg woont ze nu ook weer niet. “Hee El!” lacht Hope. “Hé Hope!” roept Ella en ze knuffelt haar vriendin plat. “Spullen bij je?” Ella knikt en wijst naar haar schoudertas en een koffer op de stoep.
  57. 57. Samen lopen ze naar de, recent verbouwde, logeerkamer. Ella trekt haar schoenen uit en ploft neer op het kleed dat in het midden van de kamer ligt. Ook Hope schopt haar schoenen uit gaat op haar buik tegen over Ella liggen.
  58. 58. “En, wat vonden je ouders?” Hope schrikt op uit haar gedachten. “Sorry, wat?” “Je ouders. Wat vonden die van het uitgaan? Of nee, Hope! Heb je het nog niet gevraagd?” Hope lacht om Ella's verontwaardigdheid. “Nee hoor, ik heb het al wel gevraagd. En het mocht, al vonden ze het geen geweldig idee.”
  59. 59. Vrolijk kijken ze elkaar aan. “Fijn. En, wat ga je aantrekken?” Hope's gezicht betrekt. “Ik weet het niet, zoveel kleren heb ik nu ook weer niet. Wat heb jij mee?” Net als Ella iets wil zeggen klinkt er vanuit de keuken: “Ella, Hope! De friet is klaar! Komen jullie?!”
  60. 60. Noah en Ella waren een tweeling. Altijd onafscheidelijk. Niettemin een beetje verschillend. Ella was spontaan en vrolijk en Noah een beetje verlegen. Hope kon dit alleen maar opmaken uit Ella's verhalen, want, om eerlijk te zijn, had ze die 'Noah' nog nooit gezien.
  61. 61. Na het eten heeft Hope zich opnieuw opgemaakt (op aanraden van Ella; “in een nachtclub zie je dat bijna niet”) en Ella zich omgekleed. Keurend bekijkt Hope zich in de grote spiegel. Ze is nog steeds niet zeker wat ze aandoet. “Doe ook een jurk aan! Ik heb dat ook gewoon gedaan.” meld Ella. “Maar mijn enige jurk is geen stoere glimmende, zoals de jouwe, maar een zomerjurkje.” Ella haalt haar schouders op en loopt naar Hope's slaapkamer om in haar kledingkast te gaan zoeken.
  62. 62. Al snel daarna heeft ze de zomerjurk toch aan. Twijfelachtig bekijkt ze het resultaat. “Het staat je hartstikke leuk joh! Kom, Noah staat vast al lang op ons te wachten en de taxi is er zo. Nu beslissen.” Hope zucht, veegt een lok uit haar gezicht en antwoord: “Dan doen we het hier maar mee.” Ze heeft de woorden nog nauwelijks uitgesproken of getoeter van de taxi klinkt.
  63. 63. “Kom nou Hope!” Ze zijn, na een kort ritje, aangekomen bij de nachtclub. Ella vertelde dat haar nichtje vond dat het 'dé uitgaansgelegenheid' was. En Ella's nichtje kon het weten. Kennelijk. Haastig loopt Hope achter Ella het, door neon-flamingo's verlichtte, halletje door.
  64. 64. In de grote danshal staat Noah inderdaad al op hen te wachten. Hij lijkt vreselijk op Ella, merkt Hope op. “Haai, jij bent vast Hope, ik ben Noah.” Hope schrikt op uit haar gedachten. “Hallo, ik ben Hope, ja.” glimlacht ze.
  65. 65. Nieuwsgierig observeert ze Noah's gezicht. Groene ogen, krullerig kort haar, een beginnend baardje en.... mooie lippen. God, waarom heeft Ella niet gezegd dat haar broer zo knap was! Hope bloost bij de gedachte alleen al. Ze kan het maar het beste meteen al vanavond aan Ella vertellen.
  66. 66. Ella loopt naar het podium om te dansen “Kom Hope! Doe mee!” Hope schud verlegen haar hoofd. Noah staat nog steeds recht tegenover haar. “Ehm, zullen we dansen?” Hope schrikt, voor het eerst in haar leven is ze echt verlegen. “O-oke.” stottert ze.
  67. 67. En zo dansen ze een hele tijd. Ze praten niet, ze kijken elkaar alleen aan. Sterker nog, ze probéren niet eens te praten, de muziek staat hard genoeg. Noah slaakt een zucht. “Ik ga maar eens even iets drinken, oke?” Hope knikt en loopt richting Ella.
  68. 68. Als ze een tijdje met Ella heeft gedanst begint Hope zich toch af te vragen waar Noah gebleven is. “Ik ga even naar de wc.” liegt ze. “Oke.” is het antwoord.
  69. 69. Ze loopt meteen door naar de bar. Noah zei dat hij iets ging drinken. Als ze aankomt kijkt ze verbaasd in het rond. Geen Noah. Ze besluit dan zelf maar iets te gaan drinken en ploft op de eerste de beste stoel neer. De barvrouw kijkt haar vragend aan. “Een cola graag.” De vrouw knikt en gaat met een fles aan de slag.
  70. 70. Hope zucht. Waarom wil ze Noah eigenlijk zoeken? Hij duikt wel weer op als de taxi er is. Toch? Ja, ze wil hem zien en ja, hij is leuk. Maar ze ziet hem vanzelf toch wel weer. Met een klap zet de vrouw het glas cola op de bar. “Dat is dan $1,50.” Hope haalt haar portemonnee uit haar tas en zoekt tussen de simdollar muntjes die ze heeft meegekregen. Ze legt het geld op de bar en neemt een flinke slok cola.
  71. 71. In gedachten verzonken staart Hope in haar cola. Gek eigenlijk. Zo lekker ziet het er niet uit. Een borrelende, bruisende, bruine vloeistof. Toch is het lekker. Ze neemt nog een grote slok. Borrelende, bruisende, bruine. Hope glimlacht. Die moet ze aan Ella vertellen, die kan daar vast om lachen. Ze zet het glas weg, bedankt en staat op. Ze weet nog wel een plek waar Noah kan zijn.
  72. 72. Voorzichtig loopt Hope de binnentuin in. Inderdaad, Noah is er. Ze loopt naar hem toe, de takken van de struiken kietelen haar benen als ze er langs loopt.
  73. 73. “Hee.” fluistert Hope. Noah kijkt om. “Oh haai.” Hij tikt iets in op zijn iphone en stopt deze terug in zijn broekzak. “Wat doe je hier?” vraagt Hope. Nadat ze de zin heeft uitgesproken kan ze zich wel voor haar kop slaan. Dat klonk niet helemaal zoals ze het bedoelde. Toch glimlacht Noah. “Ik werd gebeld. En jij?”
  74. 74. Hope glimlacht. “Ik vroeg me af waar jij was.” Even is het stil. “En wat vind je ervan? Het is tenslotte jouw verjaardag.” Hope knikt. “Leuk, ik was hier nog nooit geweest.” Oke, ze was nog nooit in een nachtclub geweest, ze was net tiener. Maar dat hoefde hij niet te weten.
  75. 75. En toen voelde Hope het. Een tinteling, gewoon uit het niets. Ineens wist ze het. Nu moest ze hem laten weten wat ze voor Noah voelde.
  76. 76. In één snelle beweging drukt ze haar lippen op de zijne. Of is het de zijne op de hare? Ze heeft geen idee.
  77. 77. Als ze terugtrekt en het verwarde gezicht van Noah ziet, beseft ze dat ze een fout heeft begaan. Ze had dit nooit moeten doen, ze had dit niet kunnen of mogen verwachten. Het was veel te snel. “Sorry.” mompelt ze, zo snel en gedempt dat Noah het waarschijnlijk niet eens verstaat.
  78. 78. En dan rent ze. Ze rent zo snel als haar oude ballerina's haar dragen kunnen. Het was fout. Ze had het eerst met Ella moeten bespreken, Noah leren kennen. En dan, misschien dan. Hope kan wel gillen, zichzelf voor haar hoofd slaan. Ze had het niet moeten doen.
  79. 79. Als ze vind dat ze ver genoeg gerend heeft stopt ze. Ze gaat tegen de muur staan en huilt zoals ze nog nooit gehuild heeft. Zo is ze niet, ze huilt niet snel. Ze is een bikkel en ze is altijd spontaan. Waarom dan nu niet? Misschien omdat ze het niet verwacht had. Schiet het door haar heen. Ach, onzin. Ze had kunnen verwachten dat dit zou gebeuren.
  80. 80. Ze slaakt een diepe zucht. “Kom op Hope. Je zult terug moeten en hem onder ogen komen. En dan maar duimen dat hij niets tegen Ella zegt, wie weet, wie weet word ze boos.” mompelt ze tegen zichzelf. Eigenlijk wil ze het even op een rijtje zetten. Waarom ze het deed. Hem zoenen. Ze wrijft de uitgelopen mascara weg en brengt zorgvuldig een nieuwe laag aan. Ze zucht trillend en loopt dan verder. Lets go.
  81. 81. Die avond (of eigenlijk al nacht), als ze thuis en omgekleed zijn, zitten Hope en Ella nog even op het logeerbed dat Ella geconfisqueerd heeft. Hope voelt zich ongemakkelijk. Ze weet niet helemaal zeker of ze het aan Ella moet vertellen. Van de kus. Misschien wel, misschien snapt ze het. Maar aan de andere kant, misschien niet, misschien word ze boos. Dan heeft ze haar beste vriendin sinds de kleuterschool niet meer. Dat zou ook lullig zijn. Dan maar niets zeggen.
  82. 82. “En jij?” Hope schrikt op. “Sorry, ik ben er niet helemaal bij, wat zei je?” verontschuldigt ze. Ella lacht, “Inderdaad, daarom vroeg ik het. Ik zei dat ik nog nooit echt verliefd was geweest, en toen vroeg ik of jij dat wel was. Met je dromerige, verliefde blik, of warme soep ogen zoals mijn nicht dat noemt.”
  83. 83. Hope bijt op haar lip. Ze had het kunnen weten. Haar beste vriendin merkt zoiets echt wel op. Nu is het het moment om op te biechten. “Joehoee? Iemand thuis?” Hope reageert niet. Aan de andere kant, ze wil haar vriendin niet kwijt. “Ja.” zegt ze, om maar snel van het gezeur af te zijn.
  84. 84. “Echt waar?” grijnst Ella “Hé wat leuk.” Nieuwsgierig buigt ze zich voorover. “Wie?” 'Later', gebaart Hope. Dan heeft ze nog even de tijd een excuus te verzinnen. Ella wil iets zeggen, maar Hope is haar voor. In één beweging springt ze van het bed af, graait tussen wat losse kussens in de hoek en haalt er een portable dvd speler uit. “Filmpje?”
  85. 85. “Welke film had je in gedachten?” vraagt Ella. “Pirates of the Caribbean 3 maar weer?” Ella knikt. “Johnny Depp!” gilt ze. Melig gilt Hope mee. Ze is meteen helemaal afgeleid en drukt vlug de cd-houder open, om er de dvd in te stoppen. Al snel zitten ze als twee zuignappen aan het beeldscherm vastgeplakt.
  86. 86. Hoofdhuis Als na Peter ook Bounty van de wereld vertrekt is het even slikken voor Mirthe. Beide kende ze al sinds haar geboorte. Leon probeert haar op te vrolijken zoveel hij kan.
  87. 87. Het is een mooie dag, in de tuin van de familie Bruijn. Vogels fluiten in de bomen, de wind beweegt het gras. Het is een graad of 20 en het zachte briesje houdt je hoofd koel. Al met al de perfecte dag om buiten te zijn. Dat bedachten ook Mirthe en Leon.
  88. 88. “Cheer up Mirthe, het leven gaat door. Het is een mooie dag, je hoort vrolijk te zijn.” Mirthe glimlacht om het enthousiasme van haar man. “Ja, dat weet ik wel, maar-” “Niets te maren, je bent nu vrolijk? Oke?” Mirthe grinnikt. “Ja baas.” “Misschien is het leuk een keer op vakantie te gaan. Met de hele familie?” Mirthe knikt. “Zou kunnen.”
  89. 89. Leon draait Mirthe naar zich toe. Hij heeft een serieuzere blik in zijn ogen dan net en fluistert: “Mirthe, luister naar me. Er blijven mensen die van je houden. Eline, Monique, de hele familie.” Hij kust haar voorzichtig op haar neus. “Waaronder ik. Vergeet dat nooit, goed?” Mirthe knikt zachtjes.
  90. 90. Leon ploft in het gras en trekt Mirthe naast zich. Mirthe zucht. “Ik heb maar geluk met jou.” Leon lacht. “Dat je het maar weet!” Er klinkt de sms toon van Leon. Hij glimlacht en sms't iets terug. “Wie was dat?” vraagt Mirthe. “Sarah.” antwoord Leon.
  91. 91. “Ze vroeg of we morgen kwamen lunchen, na Koninginnedag. Ik heb geantwoord dat we komen. Dat doet je vast goed.” Mirthe kijkt keurend naar zijn gezicht. “Maar, je mag Sarah helemaal niet, dat zei je zelf.” Leon knijpt zachtjes in haar hand. “Ik misschien niet, maar jij wel.”
  92. 92. De volgende morgen zitten Eline en Mirthe samen op het dakterras. De temperatuur is gestegen naar 27° en Mirthe heeft zich, gloeiend van de hitte toch maar weer eens omgekleed. “Het is goed je zo vrolijk te zien.” merkt Eline op. “Leon is geweldig in opvrolijken.” lacht Mirthe.
  93. 93. “Mirthe, ik zou graag hebben dat je probeert niet in te zakken, als... nou ja, je weet wel. Als het mijn tijd is.” Mirthe's gezicht betrekt. “Mam, doe niet zo raar.” Eline schud haar hoofd. “De eerste stap is het onder ogen zien.” Mirthe zucht. “Je hebt gelijk mam. Zoals gewoonlijk.” Koko komt voorzichtig aantrippelen. Hij is stil en miauwt niet, alsof hij wéét dat het een serieus onderwerp betreft.
  94. 94. Daarna, als het gesprek verder gaat over koetjes, kalfjes en eventuele vakantieplannen voor Tiwikii eiland, begint Koko zich te likken. Het zijn goede baasjes, het zou fijn zijn als ze gewoon altijd zo gezellig bleven, vind hij. Desnoods zorgt hij er persoonlijk voor.
  95. 95. “Het zou heel gezellig zijn, lijkt me.” zegt Mirthe. Eline knikt. “Tiwikii schijnt heel mooi te zijn. En waar verblijven we dan?” Mirthe kijkt even twijfelend. “Ik denk dat het het slimste is om een groot huisje te huren.” Eline knikt. “Gezellig.”
  96. 96. Universiteit de keizer “En, heb je al iets?” Sven knielt naast Suze die op het kleed met de laptop is gaan zitten. Voor Joël was het zijn hele leven al vanzelf sprekend waar hij ging wonen. Voor Magda na de verloving ook. Maar dat wil niet zeggen dat Suze en Sven al een huis hebben.
  97. 97. Sven ploft op het kleed neer. “Weet je nog steeds zeker dat je met deze sukkel in één huis wilt wonen?” Suze lacht en doet alsof ze nadenkt. “Nouuu.... vooruit.” Sven grinnikt. “Ik had een huis in gedachten.” Hij logt in en gaat naar internet, waar hij op een link in zijn favorieten klikt.
  98. 98. “Sven! Waarom liet je dat niet eerder zien! Het is echt de perfecte plek!” gilt Suze. Sven glimlacht. “Ik wist niet wat je ervan vond.” “Sven! Dat huis is vet awsome!” haar gezicht betrekt. “En vet duur. Kunnen we dat wel betalen?”
  99. 99. Sven knikt. “Ja, ik heb het uitgebreid nagekeken. We hebben samen al flink wat en Peter heeft aan ons beiden nagelaten. Ik denk dat het wel lukt.” Suze glimlacht. “Oke. Dus... we doen het?” “Ik zal erop bieden.” grinnikt Sven.
  100. 100. “En je wilt echt, echt samenwonen?” vervolgt hij. Suze knikt. “Dan heb ik nog een vraag voor je. Maar je moet echt nee zeggen als je niet wilt! Zo lang kennen we elkaar nog niet.” Suze kijkt hem vragend aan als hij op zijn knieën valt.
  101. 101. “Lieve, lieve Suze. We kennen elkaar al sinds onze tiener tijd, en nu zijn we bijna volwassen. Eigenlijk was het altijd al meant to be. Dus wil ik je nu een vraag stellen.” Suze glimlacht. Ze heeft al wel zo'n idee wat de vraag is.
  102. 102. “Ik wil je vragen,” hij rommelt even met zijn broekzak, en tovert er een doosje uit. “Ik wil je vragen, of jij, Suze Bruijn, met mij wilt trouwen.”
  103. 103. Voorzichtig pakt Suze de gouden ring uit het juweliersdoosje. Het kristal glimt mooier dan elke versie van de zon die ze ooit heeft gezien. Hij is prachtig. Zachtjes, bang het glimmende metaal te beschermen, schuift ze de ring om haar vinger.
  104. 104. Daarna springt ze Sven, voor de tweede keer die dag, in zijn armen. Sven lacht gelukzalig. “Dat zie ik als een ja.” Suze gaat voorzichtig weer op de grond staan en knikt. Buiten gaat de zon onder. “Zullen we nog even naar het park?” Suze haalt haar schouders op. “Oke.”
  105. 105. En daarom lopen Suze en Sven die avond gearmd samen door het park. Er is nauwelijks verlichting, maar daar trekken ze zich niet zo heel veel van aan.
  106. 106. Ze gaan op een bankje zitten en Suze legt haar hoofd op Sven's schouder. “Het is een mooie dag.” zucht ze. Sven grinnikt. “Een mooie avond. We hebben de hele dag gestudeerd.”
  107. 107. Suze werpt een blik op de ringen die om haar vinger en de zijne pronken. “Je hebt mooie ringen uitgekozen.” merkt ze op. Sven glimlacht, voelt ze. “Zullen we een rondje lopen?”
  108. 108. Op het moment dat ze opstaan beginnen er regendruppels te vormen in de lucht. De eerste druppels komen voorzichtig vanuit de sterren, maar daarna barst de bui los. Sven, die daar rekening mee heeft gehouden, tovert een paraplu tevoorschijn, die hij uitklapt.
  109. 109. Bij het vijvertje, dat het middelpunt van het hele park vormt, blijven ze even stilstaan. De regendruppels worden met de hulp van een zacht briesje door ribbelend water weggevaagd.
  110. 110. Maar dan, als Suze opzij kijkt, ziet ze iets wat ze liever niet had gezien. Fran. Maar niet alleen Fran, ook Rik en Quin. Dat die nog steeds samen zijn. Quin valt een jongen aan en Fran kijkt uitdagend naar Suze. Suze bloost. “Sven.” fluistert ze, met overslaande stem, “Zullen we gaan?”
  111. 111. “Waarom?” vraagt Sven. Dan valt zijn blik op het gevecht aan de overkant van de vijver. “Daar moeten we iets tegen doen.” mompelt hij, vastbesloten. Suze schud haar hoofd. “Nee, kom, we gaan naar huis, goed?” Haar stem klinkt zenuwachtig. Er mag Sven niets overkomen, dus moet hij ze niet tegenhouden.
  112. 112. Als de man ineenkrimpt van de pijn laat Sven zijn paraplu vallen. “Ik weet niet wat jij doet, maar ik ga hem helpen.” “Nee Sven, niet doen!” gilt Suze, voorzichtig probeert ze hem daar te houden, maar Sven maakt zich makkelijk los. “Sven! Toe, wacht!” roept ze, maar dan rent ze toch achter hem aan...
  113. 113. Tot de volgende keer!

×