Your SlideShare is downloading. ×
0
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
10 do's en dont's in een selectie interview
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

10 do's en dont's in een selectie interview

789

Published on

PRiMAN Connecting Talent richt zich op Talent Search (pre-selectie) en Talent Performance (post-selectie). Selectie laten we graag aan onze klanten en opdrachtgevers over. Vanuit mijn eigen ervaring …

PRiMAN Connecting Talent richt zich op Talent Search (pre-selectie) en Talent Performance (post-selectie). Selectie laten we graag aan onze klanten en opdrachtgevers over. Vanuit mijn eigen ervaring met 100-den interviews en mijn visie op hoe een goed selectie interview te voeren.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
789
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
11
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide
  • \n\n
  • Optimaal inzetten en ontwikkelen van de medewerkers\n\nIedereen heeft talenten\n\nDe kunst is om ze in te zetten\n\nMarc Lammers\n\nLionel Messi\n\nA org hire A people\nB org hire C people\n\nKwaliteit is meest stimulerende factor. Sterker dan mentale en persoonlijke weerzin\n
  • Optimaal inzetten en ontwikkelen van de medewerkers\n\nIedereen heeft talenten\n\nDe kunst is om ze in te zetten\n\nMarc Lammers\n\nLionel Messi\n\nA org hire A people\nB org hire C people\n\nKwaliteit is meest stimulerende factor. Sterker dan mentale en persoonlijke weerzin\n
  • Optimaal inzetten en ontwikkelen van de medewerkers\n\nIedereen heeft talenten\n\nDe kunst is om ze in te zetten\n\nMarc Lammers\n\nLionel Messi\n\nA org hire A people\nB org hire C people\n\nKwaliteit is meest stimulerende factor. Sterker dan mentale en persoonlijke weerzin\n
  • Optimaal inzetten en ontwikkelen van de medewerkers\n\nIedereen heeft talenten\n\nDe kunst is om ze in te zetten\n\nMarc Lammers\n\nLionel Messi\n\nA org hire A people\nB org hire C people\n\nKwaliteit is meest stimulerende factor. Sterker dan mentale en persoonlijke weerzin\n
  • Hoe dieper hoe moeilijker ontwikkelbaar\n\nBij sommigen mensen zie je sneller wat voor vlees je in de kuip hebt dan bij de ander\n\nGedrag is eenvoudig observeerbaar\n\nOorzaak van dat gedrag is veel lastiger. \n\nProbleem van traditioneel assessment. Solliciatie gesprek. \n\n\n\n
  • Hoe dieper hoe moeilijker ontwikkelbaar\n\nBij sommigen mensen zie je sneller wat voor vlees je in de kuip hebt dan bij de ander\n\nGedrag is eenvoudig observeerbaar\n\nOorzaak van dat gedrag is veel lastiger. \n\nProbleem van traditioneel assessment. Solliciatie gesprek. \n\n\n\n
  • Hoe dieper hoe moeilijker ontwikkelbaar\n\nBij sommigen mensen zie je sneller wat voor vlees je in de kuip hebt dan bij de ander\n\nGedrag is eenvoudig observeerbaar\n\nOorzaak van dat gedrag is veel lastiger. \n\nProbleem van traditioneel assessment. Solliciatie gesprek. \n\n\n\n
  • Hoe dieper hoe moeilijker ontwikkelbaar\n\nBij sommigen mensen zie je sneller wat voor vlees je in de kuip hebt dan bij de ander\n\nGedrag is eenvoudig observeerbaar\n\nOorzaak van dat gedrag is veel lastiger. \n\nProbleem van traditioneel assessment. Solliciatie gesprek. \n\n\n\n
  • Hoe dieper hoe moeilijker ontwikkelbaar\n\nBij sommigen mensen zie je sneller wat voor vlees je in de kuip hebt dan bij de ander\n\nGedrag is eenvoudig observeerbaar\n\nOorzaak van dat gedrag is veel lastiger. \n\nProbleem van traditioneel assessment. Solliciatie gesprek. \n\n\n\n
  • \n\n
  • .Primacy effect\n 1e indruk bepaalt het eindbeeld\n Halo- en Horneffect\n Positie / negatieve indrukken worden gegeneraliseerd naar andere eigenschappen\nBijvoorbeeld: een docent geeft wiskunde en fysica. Een bepaalde student heeft een zeer goed examen wiskunde afgelegd. Automatisch gaat de docent, wanneer diezelfde student bij het examen fysica een fout maakt, denken dat het een vergissing is en hij wel beter weet, terwijl bij een andere student het antwoord als fout zal worden ervaren.\nDit verschijnsel werd geformuleerd door de psycholoog Edward Thorndike in 1920.\n\nContrasteffect\n Beïnvloeding door eerdere kandidaten. Bijv. \nNegatieve informatiebias\n Negatieve aspecten worden zwaarder beoordeeld dan de positieve\n \nInterviewer sollicitant simularity\n Kandidaten worden beter beoordeeld als ze qua gedrag en persoonlijkheid meer overeenkomen met de interviewer\nUiterlijke kenmerken en (sekse)stereotypering\n Uiterlijke on/aantrekkelijkheid reduceert objectiviteit van interviewer\nIn 1975 werd door Clifford aangetoond dat fysiek aantrekkelijke personen intelligenter worden geschat\n\nEr zijn veel beroepen waarbij men het niet van de eerste indruk moet hebben, maar daar wel vaak op beoordeeld wordt.\n\n\n\n
  • .Primacy effect\n 1e indruk bepaalt het eindbeeld\n Halo- en Horneffect\n Positie / negatieve indrukken worden gegeneraliseerd naar andere eigenschappen\nBijvoorbeeld: een docent geeft wiskunde en fysica. Een bepaalde student heeft een zeer goed examen wiskunde afgelegd. Automatisch gaat de docent, wanneer diezelfde student bij het examen fysica een fout maakt, denken dat het een vergissing is en hij wel beter weet, terwijl bij een andere student het antwoord als fout zal worden ervaren.\nDit verschijnsel werd geformuleerd door de psycholoog Edward Thorndike in 1920.\n\nContrasteffect\n Beïnvloeding door eerdere kandidaten. Bijv. \nNegatieve informatiebias\n Negatieve aspecten worden zwaarder beoordeeld dan de positieve\n \nInterviewer sollicitant simularity\n Kandidaten worden beter beoordeeld als ze qua gedrag en persoonlijkheid meer overeenkomen met de interviewer\nUiterlijke kenmerken en (sekse)stereotypering\n Uiterlijke on/aantrekkelijkheid reduceert objectiviteit van interviewer\nIn 1975 werd door Clifford aangetoond dat fysiek aantrekkelijke personen intelligenter worden geschat\n\nEr zijn veel beroepen waarbij men het niet van de eerste indruk moet hebben, maar daar wel vaak op beoordeeld wordt.\n\n\n\n
  • .Primacy effect\n 1e indruk bepaalt het eindbeeld\n Halo- en Horneffect\n Positie / negatieve indrukken worden gegeneraliseerd naar andere eigenschappen\nBijvoorbeeld: een docent geeft wiskunde en fysica. Een bepaalde student heeft een zeer goed examen wiskunde afgelegd. Automatisch gaat de docent, wanneer diezelfde student bij het examen fysica een fout maakt, denken dat het een vergissing is en hij wel beter weet, terwijl bij een andere student het antwoord als fout zal worden ervaren.\nDit verschijnsel werd geformuleerd door de psycholoog Edward Thorndike in 1920.\n\nContrasteffect\n Beïnvloeding door eerdere kandidaten. Bijv. \nNegatieve informatiebias\n Negatieve aspecten worden zwaarder beoordeeld dan de positieve\n \nInterviewer sollicitant simularity\n Kandidaten worden beter beoordeeld als ze qua gedrag en persoonlijkheid meer overeenkomen met de interviewer\nUiterlijke kenmerken en (sekse)stereotypering\n Uiterlijke on/aantrekkelijkheid reduceert objectiviteit van interviewer\nIn 1975 werd door Clifford aangetoond dat fysiek aantrekkelijke personen intelligenter worden geschat\n\nEr zijn veel beroepen waarbij men het niet van de eerste indruk moet hebben, maar daar wel vaak op beoordeeld wordt.\n\n\n\n
  • .Primacy effect\n 1e indruk bepaalt het eindbeeld\n Halo- en Horneffect\n Positie / negatieve indrukken worden gegeneraliseerd naar andere eigenschappen\nBijvoorbeeld: een docent geeft wiskunde en fysica. Een bepaalde student heeft een zeer goed examen wiskunde afgelegd. Automatisch gaat de docent, wanneer diezelfde student bij het examen fysica een fout maakt, denken dat het een vergissing is en hij wel beter weet, terwijl bij een andere student het antwoord als fout zal worden ervaren.\nDit verschijnsel werd geformuleerd door de psycholoog Edward Thorndike in 1920.\n\nContrasteffect\n Beïnvloeding door eerdere kandidaten. Bijv. \nNegatieve informatiebias\n Negatieve aspecten worden zwaarder beoordeeld dan de positieve\n \nInterviewer sollicitant simularity\n Kandidaten worden beter beoordeeld als ze qua gedrag en persoonlijkheid meer overeenkomen met de interviewer\nUiterlijke kenmerken en (sekse)stereotypering\n Uiterlijke on/aantrekkelijkheid reduceert objectiviteit van interviewer\nIn 1975 werd door Clifford aangetoond dat fysiek aantrekkelijke personen intelligenter worden geschat\n\nEr zijn veel beroepen waarbij men het niet van de eerste indruk moet hebben, maar daar wel vaak op beoordeeld wordt.\n\n\n\n
  • .Primacy effect\n 1e indruk bepaalt het eindbeeld\n Halo- en Horneffect\n Positie / negatieve indrukken worden gegeneraliseerd naar andere eigenschappen\nBijvoorbeeld: een docent geeft wiskunde en fysica. Een bepaalde student heeft een zeer goed examen wiskunde afgelegd. Automatisch gaat de docent, wanneer diezelfde student bij het examen fysica een fout maakt, denken dat het een vergissing is en hij wel beter weet, terwijl bij een andere student het antwoord als fout zal worden ervaren.\nDit verschijnsel werd geformuleerd door de psycholoog Edward Thorndike in 1920.\n\nContrasteffect\n Beïnvloeding door eerdere kandidaten. Bijv. \nNegatieve informatiebias\n Negatieve aspecten worden zwaarder beoordeeld dan de positieve\n \nInterviewer sollicitant simularity\n Kandidaten worden beter beoordeeld als ze qua gedrag en persoonlijkheid meer overeenkomen met de interviewer\nUiterlijke kenmerken en (sekse)stereotypering\n Uiterlijke on/aantrekkelijkheid reduceert objectiviteit van interviewer\nIn 1975 werd door Clifford aangetoond dat fysiek aantrekkelijke personen intelligenter worden geschat\n\nEr zijn veel beroepen waarbij men het niet van de eerste indruk moet hebben, maar daar wel vaak op beoordeeld wordt.\n\n\n\n
  • .Primacy effect\n 1e indruk bepaalt het eindbeeld\n Halo- en Horneffect\n Positie / negatieve indrukken worden gegeneraliseerd naar andere eigenschappen\nBijvoorbeeld: een docent geeft wiskunde en fysica. Een bepaalde student heeft een zeer goed examen wiskunde afgelegd. Automatisch gaat de docent, wanneer diezelfde student bij het examen fysica een fout maakt, denken dat het een vergissing is en hij wel beter weet, terwijl bij een andere student het antwoord als fout zal worden ervaren.\nDit verschijnsel werd geformuleerd door de psycholoog Edward Thorndike in 1920.\n\nContrasteffect\n Beïnvloeding door eerdere kandidaten. Bijv. \nNegatieve informatiebias\n Negatieve aspecten worden zwaarder beoordeeld dan de positieve\n \nInterviewer sollicitant simularity\n Kandidaten worden beter beoordeeld als ze qua gedrag en persoonlijkheid meer overeenkomen met de interviewer\nUiterlijke kenmerken en (sekse)stereotypering\n Uiterlijke on/aantrekkelijkheid reduceert objectiviteit van interviewer\nIn 1975 werd door Clifford aangetoond dat fysiek aantrekkelijke personen intelligenter worden geschat\n\nEr zijn veel beroepen waarbij men het niet van de eerste indruk moet hebben, maar daar wel vaak op beoordeeld wordt.\n\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • \n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • Informatieoverdracht\n Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd\n Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc\n Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc\n\n\n
  • \n\n
  • Pagina 185 boek\n
  • Pagina 185 boek\n
  • Pagina 185 boek\n
  • Pagina 185 boek\n
  • \n\n
  • \n\n
  • \n\n
  • Transcript

    • 1. 10 Dos & Donts in een goedselectie gesprek Jan Prins
    • 2. Talent Search en Performance
    • 3. Talent Search en Performance Succes is geen toeval
    • 4. Talent Search en Performance Succes is geen toeval De leider zet de toon
    • 5. Talent Search en Performance Succes is geen toeval De leider zet de toon War for talent
    • 6. Talent Search en Performance Succes is geen toeval De leider zet de toon War for talent
    • 7. GEDRAG
    • 8. GEDRAG KENNIS & VAARDIGHEDEN WAARDEN & NORMEN DRIJFVERENINTELLIGENTIE (IQ, SQ & EQ)
    • 9. Competenties zijn bekwaamheden die tot GEDRAG uitdrukking komen in waarneembaar gedrag KENNIS & VAARDIGHEDEN WAARDEN & NORMEN DRIJFVERENINTELLIGENTIE (IQ, SQ & EQ)
    • 10. Wetenschappelijke inzichten
    • 11. Wetenschappelijke inzichten• Primacy effect
    • 12. Wetenschappelijke inzichten• Primacy effect• Halo en Horn effect
    • 13. Wetenschappelijke inzichten• Primacy effect• Halo en Horn effect• Contrast effect
    • 14. Wetenschappelijke inzichten• Primacy effect• Halo en Horn effect• Contrast effect• Negatieve informatiebias
    • 15. Wetenschappelijke inzichten• Primacy effect• Halo en Horn effect• Contrast effect• Negatieve informatiebias• Interviewer sollicitant simularity
    • 16. Wetenschappelijke inzichten• Primacy effect• Halo en Horn effect• Contrast effect• Negatieve informatiebias• Interviewer sollicitant simularity• Uiterlijke kenmerken en (sekse)stereotypering
    • 17. Een interview is geen gesprek ! 5 dos
    • 18. 1. Bereid je voor
    • 19. 1. Bereid je voor• Lees het CV
    • 20. 1. Bereid je voor• Lees het CV• Lees het functie profiel
    • 21. 1. Bereid je voor• Lees het CV• Lees het functie profiel• Social media
    • 22. 1. Bereid je voor• Lees het CV• Lees het functie profiel• Social media• Bedenk
    • 23. 1. Bereid je voor• Lees het CV• Lees het functie profiel• Social media• Bedenk• Vragen
    • 24. 2. Houd een STAR interviewKun je een Situatie beschrijven Wat was je Taak?waarin… Wat was je rol?Wat was de situatie? Wat werd er van je verwacht?Wat gebeurde er? Wat wilde je bereiken?Wie waren er bij betrokken? Wat verwachtte je van jezelf in dieWaar speelde de situatie zich af? situatie? S TWelke Acties heb je ondernemen? A R Wat was het Resultaat van je actie?Hoe was je aanpak? Wat hielp je Wat kwam eruit?En Toen Wat belemmerde je? Hoe is het afgelopen?Wat heb je vervolgens gezegd en/of Wat had je anders kunnen doen?gedaan Wat had je kunnen voorkomen?En toen?
    • 25. 3. Creëer een relaxte sfeer
    • 26. 3. Creëer een relaxte sfeer• 10 minuten koetjes en kalfjes
    • 27. 3. Creëer een relaxte sfeer• 10 minuten koetjes en kalfjes• Gemeenschappelijkheid
    • 28. 3. Creëer een relaxte sfeer• 10 minuten koetjes en kalfjes• Gemeenschappelijkheid• 50/50 gesprek
    • 29. 4. Neem de tijd
    • 30. 4. Neem de tijd• Ga net zo lang door tot je zelf een oordeel hebt
    • 31. 4. Neem de tijd• Ga net zo lang door tot je zelf een oordeel hebt• Reserveer tijd voor uitloop
    • 32. 4. Neem de tijd• Ga net zo lang door tot je zelf een oordeel hebt• Reserveer tijd voor uitloop• Vraag naar referenties
    • 33. 5. Wees persoonlijk
    • 34. 5. Wees persoonlijk• Laat je empatische kant zien
    • 35. 5. Wees persoonlijk• Laat je empatische kant zien• Zoek naar passie
    • 36. 5. Wees persoonlijk• Laat je empatische kant zien• Zoek naar passie• Onderzoek de motivatie
    • 37. 5. Wees persoonlijk• Laat je empatische kant zien• Zoek naar passie• Onderzoek de motivatie• Vraag gerust naar negatieve kanten
    • 38. Een interview is een visitekaartje! 5 donts
    • 39. 1. Onduidelijke procedure
    • 40. 1. Onduidelijke procedure• Zorg dat deze helder is
    • 41. 1. Onduidelijke procedure• Zorg dat deze helder is• Dat iedereen hem kan uitleggen
    • 42. 1. Onduidelijke procedure• Zorg dat deze helder is• Dat iedereen hem kan uitleggen• Dat er geen tegenstrijdige uitlatingen worden gedaan
    • 43. 2. Interview in sales mode
    • 44. 2. Interview in sales mode• 20/80
    • 45. 2. Interview in sales mode• 20/80• Stel open vragen
    • 46. 2. Interview in sales mode• 20/80• Stel open vragen• Houd het doel in de gaten
    • 47. 3. Kandidaat in onzekerheid laten
    • 48. 3. Kandidaat in onzekerheid laten• Houd persoonlijk contact
    • 49. 3. Kandidaat in onzekerheid laten• Houd persoonlijk contact• Vraag naar alternatieve opties
    • 50. 3. Kandidaat in onzekerheid laten• Houd persoonlijk contact• Vraag naar alternatieve opties• Vraag wat naar eventuele reden om zich alsnog terug te trekken
    • 51. 3. Kandidaat in onzekerheid laten• Houd persoonlijk contact• Vraag naar alternatieve opties• Vraag wat naar eventuele reden om zich alsnog terug te trekken• Negatief oordeel: direct afwijzen
    • 52. 4. Arrogante opstelling
    • 53. 4. Arrogante opstelling• IT 2.0 is een aanbod markt
    • 54. 4. Arrogante opstelling• IT 2.0 is een aanbod markt• Sales begint na het interview
    • 55. 5. Niet talent gericht denken
    • 56. 5. Niet talent gericht denken• Denk breder dan het functie profiel
    • 57. 5. Niet talent gericht denken• Denk breder dan het functie profiel• Denk lange termijn
    • 58. 5. Niet talent gericht denken• Denk breder dan het functie profiel• Denk lange termijn• Geef tips aan je kandidaat
    • 59. Talent performance voor de manager
    • 60. Talent performance voor de manager
    • 61. Talent performance voor de manager
    • 62. Talent performance voor de manager
    • 63. Talent performance voor de manager
    • 64. TMA competentie model
    • 65. Competentie selectie
    • 66. Competentie match

    ×