Your SlideShare is downloading. ×
Samschaal Studenten
Samschaal Studenten
Samschaal Studenten
Samschaal Studenten
Samschaal Studenten
Samschaal Studenten
Samschaal Studenten
Samschaal Studenten
Samschaal Studenten
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Samschaal Studenten

443

Published on

SAM-schaal ter voorbereiding van de stage in het derde jaar.

SAM-schaal ter voorbereiding van de stage in het derde jaar.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
443
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Schaal voor Attitude en vaardigheden Meting Naam: ........................................................................ …………………………………………………… Klas: .....................................................……………………………………………..... Naam beoordelaar: ……………………………………………………………………………………………… Datum: ……… / ……… / ……… 1. PERSOONLIJKE ATTITUDES EN VAARDIGHEDEN 1.1. Initiatief Zelfstandig werken, het zetten van de eerste stap tot of ten behoeve van iets Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Ziet geen werk en Ziet enkel werk als de Ziet werk, maar Ziet werk en pakt het neemt geen initiatief. verantwoordelijke in de moet aangepord spontaan aan. buurt is en neemt dan worden om het aan initiatief. te pakken. Is alleen gericht op die Voert soms Voert alle Voert spontaan zaken, opdrachten die opdrachten uit die opdrachten op kwaliteitsvol hij/zij graag doet. hij/zij niet graag doet. aanwijzing opdrachten uit, ook kwaliteitsvol uit, al liggen ze hem niet toont meestal inzet. goed. Meldt niet wanneer Meldt zelden wanneer Meldt spontaan Meldt spontaan een taak is afgerond. een taak is afgerond. wanneer een taak is wanneer een taak is afgerond. afgerond en vraagt spontaan naar extra taken. Pagina 1 van 9
  • 2. 1.2. Inzet en doorzettingsvermogen Inzet: inspanning, aanwending van beschikbare krachten; doorzetting: volhardendheid, kracht om door te zetten Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Werkafbakening/taakopva Werkafbakening/taakopva Goede Uitstekende tting is slecht: weigert werk tting is eerder minimaal. werkafbakening/t werkafbake- op te nemen. Doet zelf zo Neemt weinig werk op en doet aak ning/taakopvatti weinig mogelijk. nooit extra werk. opvatting: doet ng. Stelt zich wat nodig is. Doet verantwoordelijk extra werk als dat op. Doet spontaan gevraagd wordt. meer dan gevraagd. Uitgesproken traag Het werktempo is matig. Goed werktempo, Werkt hard. Houdt werktempo bij opdrachten, Houdt zich zeer wisselend maakt zinvol gebruik er een stevig taken of projecten. Verprutst bezig. Heeft regelmatig van de normale tijd werktempo op na. zijn/haar tijd door te dromen, aanmoediging nodig om door om een taak af te te kletsen, … te zetten. werken, een opdracht te doen. Slaagt er niet in De aandacht verslapt snel bij Het uitvoeren van Routinetaken routinetaken tot een goed het uitvoeren van routinetaken worden perfect einde te brengen. routinetaken. verloopt goed. afgewerkt. 1.3. Discipline & stiptheid Discipline: gehoorzaamheid aan voorschriften en bevelen; stiptheid: nauwgezetheid, precisie Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Komt nogal eens te laat. Komt slechts af en Komt altijd op tijd. Is uitermate stipt op toe te laat. alle vlakken. Levert de gevraagde taak, Heeft altijd extra Levert zaken op tijd Levert sommige taken bewijsstukken niet in. push nodig om zaken in. Taken zijn stipt voor de deadline af. Stelt altijd zaken uit. in te leveren. Zonder op tijd klaar. aanmaning, haalt hij/ zij deadline niet. Doet geen suggesties. Doet suggesties die Doet suggesties om Doet suggesties het zichzelf het werk te over werkwijze en makkelijker maken. verbeteren. samenwerking om het werk te laten renderen. Pagina 2 van 9
  • 3. 1.4 Uiterlijke verzorging Kledij en haartooi, hygiëne, fitte indruk Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Voorkomen is niet Is soms eerder Besteedt aandacht Is steeds verzorgd. onverzorgd. aan voorkomen en verzorgd. verzorging. 1.5. Flexibiliteit buigzaamheid, vermogen om zich makkelijk aan te passen Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Weigert om een taak uit Voert, na nadrukkelijk Voert op vraag een Neemt, na het te voeren die normaal verzoek, een taak uit taak uit die normaal afwerken van de niet tot het takenpakket die normaal niet tot niet tot het basistaken, zelf behoort. het takenpakket takenpakket behoort. gepast initiatief tot behoort. uitvoering van taken die normaal niet tot het takenpakket behoren. Raakt helemaal overstuur Neemt de wijziging Neemt de wijziging Blijft rustig bij wijziging van een van een opdracht aan, van een opdracht aan, zelfstandig werken bij opdracht en kan niet maar heeft veel maar heeft iemand wijziging van meer verder werken. sturing nodig om nodig om vragen te opdracht. Zoekt het verder te werken. kunnen stellen. zelf uit. Sluit zich helemaal van Stelt zich open voor Stelt zich open voor Stelt zich spontaan de anderen en van anderen, maar heeft anderen en hun open voor anderen andermans ideeën af. wat tijd nodig om ideeën op vraag van en hun ideeën. Houdt koppig aan het andermans ideeën de begeleider. eigen idee vast. te aanvaarden. Pagina 3 van 9
  • 4. 1.6. Creativiteit & innoveren Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Nieuwe dingen jagen Nieuwe dingen laten Geeft veranderingen Nieuwigheden zijn angst aan. Wil zich niet hem eerder een kans. Zoekt zelf voor hem unieke aanpassen aan nieuwe onverschillig. Vindt bij oplossingen bij kansen. Hoe vager dingen. Blokkeert bij opdrachten die opdrachten die afwijken de opdracht, hoe vage opdrachten. afwijken van het van het modale. liever. Denkt graag modale, enkel oplos- breed over de singen op aanwijzing. oplossing na. Doet liefst opdrachten met niet te veel uitleg, en zonder voorbeeld. Inspiratie is er niet. Gaat op zoek naar Probeert over taak te Zoekt inspiratie inspiratie, maar niet spreken met meerdere voor de taak in een te ver (collega’s, mensen/te bekijken uit andere context omgeving) meerdere invalshoeken. (internet…), hij/zij neemt hiervoor veel tijd. Pagina 4 van 9
  • 5. 2. ORGANISATORISCHE ATTITUDES EN VAARDIGHEDEN 2.1 Persoonlijke planning en werkorganisatie systematische regeling, organisatie van werkplan, tijdsbeheer en materiële werkorganisatie Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Heeft zelden agenda, Heeft agenda of Gebruikt agenda, Gebruikt spontaan werkschema’s of werkschema steeds planning en agenda om taken te werkplanning bij. bij, maar gebruikt het werkschema’s. Maakt plannen. Maakt zelf niet om te plannen. goed gebruik van werkschema’s en Maakt al eens checklists, to-do- planning op langere gebruik van lijstjes… Werkt af en termijn. checklists, to-do- toe een stappenplan lijstjes… uit i.f.v. het behalen van bepaalde resultaten. Heeft totaal geen Werkt planmatig, Voert de planning uit Managet en plant planning. maar verliest de en houdt de timing zijn/haar tijd i.f.v. timing uit het oog. goed in het oog en prioriteiten, Werkt bv. te lang aan stuurt zijn planning hoofdzaken, x zodat te weinig tijd tijdig bij. deadlines en over is voor Y. resultaten (b.v. bij examens, projecten, grote taken, enz.) Alle taken, prioritaire Kan op aanwijzing Maakt bij dreigend Maakt zelf en niet-prioritaire, zijn verschil maken tussen tijdsgebrek zelf een systematisch een ‘één grote pot nat. prioritaire en niet- onderscheid tussen onderscheid tussen prioritaire taken. prioritaire en niet- prioritaire en niet- prioritaire taken. prioritaire taken Verliest materiaal en Draagt onder toezicht Draagt zorg voor Materiaal is uitrusting. Zijn materiaal zorg voor materiaal materiaal en verzorgd. is onverzorgd. en uitrusting. Vindt uitrusting. Vindt Onderhoudt eigen dingen meestal eigen dingen altijd spontaan materiaal terug. terug. en uitrusting volgens de voorschriften. Pagina 5 van 9
  • 6. 2.2. Kwaliteitszorg en resultaatgerichtheid zorg en nauwkeurigheid die besteed wordt aan het eigen handelen in functie van het resultaat en specifieke doelen Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Onnauwkeurig of Maakt af en toe fouten. Nauwkeurigheid en Kan op een snelle en slordig: maakt fouten snelheid gaan al eens nauwkeurige die gemakkelijk samen, maar niet manier kwaliteitsvol vermeden kunnen altijd. resultaten behalen. worden. Controleert zijn werk Is van goede wil, maar Controleert zijn Controle is een niet, anderen moeten doet geen proef op de werk zelf, kijkt zelf onderdeel van het op essentiële zaken som, controleert zijn na. kwaliteitsvol werken. bijsturen. werk enkel op Dit wordt spontaan aanwijzing. gedaan. Maakt meer fouten Maakt een gemiddeld Maakt weinig fouten. Werkt foutloos. dan gemiddeld. aantal fouten; slordigheidsfouten komen nog veel voor. 2.3. Werkmethodiek Op microniveau, in een specifieke taak; handelen volgens een efficiënt en effectief stappenplan Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Werkt impulsief, zonder Is zich bewust van Kiest een doordachte Kiest de meest werkwijze, zonder alternatieve werkwijze in functie geschikte planning, wordt door de werkwijzen, maar van het gevraagde werkwijze in omstandigheden weegt ze meestal niet resultaat. Leert bij; functie van het gedomineerd. af tegen elkaar. past zijn toekomstige gevraagde resultaat. werkwijze aan. Gebruikt de informatie Maakt gebruik van de Zoekt waar nodig Legt informatie en niet. zichtbaar aanwezige informatie en hulp hulpmiddelen die informatie en om een probleem op hem verder helpen hulpmiddelen. te lossen, bespreekt vooraf klaar. problemen met Heeft oog voor collega’s. informatie en hulpmiddelen die de anderen nodig hebben, los van zijn eigen noden. Pagina 6 van 9
  • 7. 3. SOCIALE ATTITUDES EN VAARDIGHEDEN 3.1. Sociale houding bijdragen tot een goed samenwerkingsverband en een aangename, stimulerende leef- en werkgemeenschap, inlevingsvermogen Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Is onbeleefd of zelfs Doet weinig moeite om Volgt de essentiële Is op een natuurlijke onbeschoft. vriendelijk of beleefd regels van manier vriendelijk en te zijn. vriendelijkheid en beleefd. beleefdheid. Bedriegt, is oneerlijk. Vertelt geen Toont dat hij zich Anderen kunnen Beseft niet welke persoonlijke zaken inleeft in anderen, spontaan bij hem reacties zijn gedrag verder. Blijft van houdt rekening met terecht. Is integer en verscheidenheid en heeft een hoog uitlokt. Roddelt over andermans spullen af. met iemands empathisch vermogen. persoonlijke zaken. Respecteert de mening (privé-)achtergrond. Luistert met Pest collega’s, valt van anderen. Geeft anderen belangstelling naar anderen lastig. Heeft kansen, behandelt wat andere studenten een laag empathisch hen niet stereotiep. bezighoudt. vermogen. 3.2 Overtuigingskracht – assertiviteit in staat om voor zichzelf op te komen, zelfbewust, weerbaar; met respect voor anderen Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Straalt geen Twijfelt dikwijls aan Straalt het nodige Kan op zijn/haar zelfvertrouwen uit. eigen kunnen. zelfvertrouwen uit. eentje een grotere Schouders naar groep voor zijn/haar beneden. Laat zich door (tegengesteld) idee eender wie in de hoek winnen. drummen. Kan de anderen niet Heeft het moeilijk om Durft actie te Overtuigen gebeurt overtuigen. Wordt keer mensen te ondernemen om spontaan op basis van op keer zelf overtuigd. overtuigen. Lukt mensen te weldoordachte enkel indien die al overtuigen. argumenten. enigszins enthousiast zijn. Pagina 7 van 9
  • 8. 3.3 Communiceren de techniek: de wijze waarop gecommuniceerd wordt Onvoldoende Matig Goed Zeer goed Algemeen: Algemeen: Algemeen Algemeen: Kan gedachten niet Heeft moeite met Kan gedachten onder Brengt makkelijk duidelijk onder gedachten duidelijk woorden brengen. gedachten onder woorden brengen. onder woorden te woorden. brengen. Kan moeilijk Is soms afgeleid bij Luistert in gewone Luistervaardigheid luisteren. het luisteren. situaties. verslapt niet in uitzonderlijke omstandigheden. Mondeling: Mondeling: M ondeling : Mo ndeling : Taalgebruik is Een taalgebruik met Correct taalgebruik, Goed gebruik AN, doorspekt met dialect. hier en daar fouten geen fouten tegen het gebruikt ook niet tegen het AN. AN. courante woorden: uitdrukkingen, duidelijk goed taalgevoel. Spreekt onduidelijk, Spreekt niet zo Spreekt duidelijk. Spreekt duidelijk praat binnensmonds, duidelijk, hapert af en met een natuurlijke onzeker, … toe. intonatie. Kan zich nauwelijks Maakt veel fouten bij Maakt relatief weinig Maakt zeer weinig uitdrukken in een het spreken van een fouten bij het spreken fouten bij het vreemde taal (Frans, vreemde taal. van een vreemde taal. spreken van een Engels, Duits of vreemde taal Spaans) Pagina 8 van 9
  • 9. Schriftelijk: Schriftelijk: Schriftelijk: Schriftelijk: Tekst met zowel Tekst met hier en Maakt weinig of geen Maakt geen spellingsfouten, daar spellingsfouten, spellingsfouten, fouten tegen spellingsfouten, fouten tegen fouten tegen woordenschat en fouten tegen woordenschat en woordenschat en grammaticafouten. woordenschat en grammaticafouten. grammaticafouten. grammaticafouten. Kan zich nauwelijks Maakt veel fouten bij Maakt relatief weinig Maakt zeer weinig schriftelijk het schrijven in een fouten bij het schrijven fouten bij het uitdrukken in een vreemde taal. in een vreemde taal. schrijven in een vreemde taal (Frans, vreemde taal Engels, Duits of Spaans) Opbouw en structuur Opbouw en Sobere opbouw en Rijkelijke opbouw van tekst leiden tot structuur van tekst structuur van de tekst en visueel onduidelijkheid. geven geen maken de boodschap duidelijke meerwaarde aan duidelijk. structuur van de boodschap. tekst maken de boodschap duidelijk. Pagina 9 van 9

×