POD Maatschappelijke Integratie,Armoedebestrijding en SocialeEconomie                STUDIE NAAR DE EFFECTEN              ...
Voorwoord            Wij hebben onderhavige opdracht objectief en conform onze deontologische regels            en intelle...
Inhoud         1. INLEIDING..................................................................................................
2.2 Gerechtigden met een financiële tegemoetkoming – gedetailleerde                          analyse.........................
1.14 Sancties................................................................................................... 80       ...
4.3.1 Periode van doorverwijzing (doorzendingsverplichting van het                                           onbevoegde OC...
1. INLEIDING                In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de aanleiding en het doel van deze                ...
1. Aanleiding voor deze studie                             Gedurende de laatste twintig jaar kwamen de fundamenten van de ...
   voert een hogere leefloonvergoeding in,                                zorgt voor een aantal extra kostenvergoedingen...
Voor de plus-25jarigen geldt deze termijn niet, wat niet wegneemt dat ook voor hen                             tewerkstell...
2. Doelstellingen van de studie                             Het doel van deze studie is drieledig:                        ...
3. Onafhankelijkheid van de studie                             Belangrijk is op te merken dat onze analyse onafhankelijk i...
2. OPZET & METHODIEK   VAN HET ONDERZOEKONDERZOEKSOPZET & METHODIEK P.6
Aanpak van het onderzoeksproject                                   Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de stappen en met...
−    Opmaak finale projectplanning en timing.           1.1.1.3             Resultaat                               −    C...
1.1.3      Stap 3: Kwalitatief onderzoek                               Deze fase behelsde een uitgebreide interviewronde v...
toepassing van de informatieplicht van het OCMW, het bijstandsrecht en het                                   respect van a...
−   Verbeteringsvoorstellen en oplossingspistes.1.1.5      Stap 5: Formuleren van verbeteringsvoorstellen en oplossingspis...
In stap 3.b tenslotte werd geopteerd voor individuele interviews met begunstigden,                               zonder aa...
2. Werkgroep en stuurgroep                               Bij aanvang van het project werd een werk- en stuurgroep opgerich...
3. Kwantitatieve bevraging3.1 Selectie van de steekproef3.1.1      Representativiteit van de steekproef                   ...
Om de steekproef verder gestratifieerd aselect op te kunnen stellen werden de                               steekproefvari...
Verder hebben wij niet enkel rekening gehouden met een toereikend aantal grote en                               middelgrot...
Tab.4.    Selectie en samenstelling van de bijkomende steekproef                                Theoretische verdeling    ...
Province de Liège                  Stoumont             K   L           Province de Liège                  Dalhem         ...
Provincie Antwerpen                Turnhout                     M           M           m           Provincie Antwerpen   ...
Een eerste draft versie werd besproken met de werkgroep en vervolgens met de                               stuurgroep.    ...
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet

698
-1

Published on

Gedurende de laatste twintig jaar kwamen de fundamenten van de welvaartsstaat meer en meer onder druk te staan ten gevolge van economische, sociale, demografische en culturele veranderingen. Onder impuls van de OESO en van de Europese Unie werd derhalve in de jaren negentig gepleit om de sociale bescherming werkgelegenheidsvriendelijker te maken door mensen te activeren in plaats van te voorzien in uitkeringen. Alhoewel daarvoor al heel wat activeringsmaatregelen getroffen waren in België, brak het discours pas door in 1999 met de komst van de nieuwe regering die België wilde ombouwen tot een actieve welvaartsstaat. Eén van de doelgroepen voor dit activeringsbeleid vormen de bestaansminimumgerechtigden. De mogelijkheden voor de OCMW’s – als uitvoerder van de wet op het bestaansminimum – om cliënten te activeren en tewerk te stellen werden door de nieuwe regeling daarom ook in toenemende mate uitgebreid. Bij de voorbereidende werkzaamheden voor de wet inzake het recht op maatschappelijke integratie van mei 2002 (ook wel RMI-wet of leefloonwet genoemd) werd afgesproken de effecten van de wet te onderzoeken en te evalueren. Deze studie evalueert de RMI-wet één jaar na toepassing ervan, dit wil zeggen gedurende de periode september 2002 tot en met september 2003.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
698
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Studieresultaten naar de effecten van de Leefloonwet

  1. 1. POD Maatschappelijke Integratie,Armoedebestrijding en SocialeEconomie STUDIE NAAR DE EFFECTEN VAN DE INVOERING VAN DE WET BETREFFENDE HET RECHT OP MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE IN OPDRACHT VAN 5 NOVEMBER 2004
  2. 2. Voorwoord Wij hebben onderhavige opdracht objectief en conform onze deontologische regels en intellectuele eerlijkheid uitgevoerd en dragen de verantwoordelijkheid voor alle voorstellen, op basis van de aangereikte en verzamelde informatie. Wij voorzagen in onze opdracht een aanpak met een aantal duidelijke fasen, waarbij telkens teruggekoppeld werd naar een stuurgroep. De stuurgroep had een initiërende, signaliserende en bijsturende rol in het project. Ze stond tevens in voor de besluitvorming en validering van tussentijdse resultaten en het ontwerp van het eindrapport. Wij danken de leden van de stuurgroep voor hun actieve medewerking en constructieve inbreng: dhr. Lesiw en mevr. Depuyt namens het kabinet van de Minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen; dhr. Van Geertsom, mevr. Voets en mevr. Goris namens POD Maatschappelijke Integratie. In dit rapport worden de begrippen stuurgroep en begeleidingscommissie gebruikt. Beide begrippen zijn in dit verband synoniemen. Wij danken ook dhr. Neuckermans, dhr. De Coninck en dhr. Seruvire, medewerkers van de POD Maatschappelijke Integratie, voor het verstrekken van bijkomende kwantitatieve gegevens waar nodig, en hun gewaardeerde inspanningen. Tevens danken wij de leden van de werkgroep: mevr. Debast (VVSG), mevr. Wastchenko (AVCB-VSGB), dhr. Ernotte (UVCW), dhr. Wauters (OCMW Gent), dhr. Van Velthoven (OCMW Turnhout), dhr. Bienfait (OCMW Sint-Joost-ten-node) en dhr. Jacques (OCMW Charleroi). Ook dhr. Termote van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting danken wij als lid van de werkgroep. Wel merken wij volledigheidshalve op dat de contacten met dhr. Termote niet plaatsvonden tijdens de eigenlijke bijeenkomsten van de werkgroep. In dit rapport worden de begrippen werkgroep en strategisch klankbord gebruikt. Beide begrippen zijn in dit verband synoniemen. Ten slotte is zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve analyse dankzij de medewerking van een groot aantal OCMW’s tot stand kunnen komen. Ook tal van OCMW-gebruikers waren bereid vrijwillig deel te nemen aan de individuele enquêtesgesprekken. Al deze mensen wensen wij eveneens te bedanken voor hun medewerking, hun beschikbaarheid en hun onthaal.VOORWOORD
  3. 3. Inhoud 1. INLEIDING.............................................................................................................. 1 1. AANLEIDING VOOR DEZE STUDIE........................................................................... 1 1.1 Geschiedenis van de betreffende wetgeving.............................................. 1 1.1.1 Bestaansminimumwet ............................................................................ 1 1.1.2 Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie....................1 1.2 Belangrijkste wijzigingen door invoering van de RMI-wet........................... 2 1.2.1 Individualisering van het recht............................................................... 2 1.2.2 Beklemtonen van tewerkstelling............................................................. 2 2. DOELSTELLINGEN VAN DE STUDIE......................................................................... 4 3. ONAFHANKELIJKHEID VAN DE STUDIE..................................................................... 5 2. OPZET & METHODIEK VAN HET ONDERZOEK ................................................. 6 AANPAK VAN HET ONDERZOEKSPROJECT.................................................................. 7 1.1 Initiële aanpak............................................................................................. 7 1.1.1 Stap 1: Kick-off ....................................................................................... 7 1.1.2 Stap 2: Kwantitatief onderzoek & budgettaire effecten.......................... 8 1.1.3 Stap 3: Kwalitatief onderzoek................................................................. 9 1.1.4 Stap 4: Formuleren van knelpunten en problemen .............................10 1.1.5 Stap 5: Formuleren van verbeteringsvoorstellen en oplossingspistes 11 1.2 Herziene aanpak....................................................................................... 11 2. W ERKGROEP EN STUURGROEP........................................................................... 13 2.1 Samenstelling werkgroep.......................................................................... 13 2.2 Samenstelling stuurgroep.......................................................................... 13 3. KWANTITATIEVE BEVRAGING............................................................................... 14 3.1 Selectie van de steekproef ........................................................................ 14 3.1.1 Representativiteit van de steekproef................................................... 14 3.1.2 Steekproefkader en samenstelling van de steekproef......................... 14 3.1.3 Selectie van de steekproef................................................................... 16 3.1.4 Uiteindelijke steekproef........................................................................ 17 3.2 Opmaak & structuur van de vragenlijst voor kwantitatieve bevraging ......19 3.2.1 Opmaak vragenlijst .............................................................................. 19 3.2.2 Structuur van de vragenlijst ................................................................. 20 3.3 Methode van versturing............................................................................ 20 3.3.1 E-mail ................................................................................................... 20 3.3.2 Herinneringsbrief .................................................................................. 20 3.3.3 Opvolging............................................................................................. 21 4. KWALITATIEVE BEVRAGING................................................................................. 22 4.1 Respons.................................................................................................... 22 4.2 Methode van bevraging............................................................................ 22 4.3 Opmaak vragenlijst................................................................................... 23 4.4 Geïnterviewde personen .......................................................................... 23 4.5 Samenstelling van de steekproef .............................................................. 23 3. ONDERZOEKS-RESULTATEN : KWANTITATIEVE ANALYSE ........................ 25 1. RESPONS OP DE KWANTITATIEVE BEVRAGING ...................................................... 26 1.1 Overzicht van de OCMW’s met ingevulde kwantitatieve bevraging ........26 1.2 Respons.................................................................................................... 28 1.2.1 Algemene respons................................................................................ 28 1.2.2 De representativiteit en de gedetailleerdheid van de respons op elke vraag wordt in het hiernavolgende hoofdstuk 2 toegelicht. Respons per gewest..................................................................... 28 1.2.3 Respons per grootte............................................................................. 28 1.2.4 Respons per belasting.......................................................................... 29 1.2.5 Respons per deelname volgens monitoring criterium .........................29 1.2.6 Respons per deelname volgens cluster criterium ................................ 30 1.2.7 Kruising van de criteria ........................................................................ 30 2. ANALYSE VAN DE ONDERZOEKSRESULTATEN VOOR DE KWANTITATIEVE BEVRAGING...31 2.1 Analyse van het aantal RMI-gerechtigden................................................ 31 2.1.1 Inleiding................................................................................................ 31 2.1.2 Evolutie van het totale aantal gerechtigden......................................... 32 2.1.3 Methodologische opmerking................................................................ 34INHOUD
  4. 4. 2.2 Gerechtigden met een financiële tegemoetkoming – gedetailleerde analyse............................................................................................. 34 2.2.1 Toelichting bij de vraag........................................................................ 34 2.2.2 Representativiteit van de antwoorden.................................................. 36 2.2.3 Analyse gegevens................................................................................ 36 2.3 Gerechtigden met een activeringsmaatregel – gedetailleerde analyse ....40 2.3.1 Toelichting bij de vraag........................................................................ 40 2.3.2 Representativiteit van de antwoorden.................................................. 41 2.3.3 Analyse gegevens................................................................................ 41 2.4 Gerechtigden met een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie........................................................................................... 45 2.4.1 Toelichting bij de vraag........................................................................ 45 2.4.2 Representativiteit van de antwoorden.................................................. 46 2.4.3 Analyse gegevens................................................................................ 46 2.5 Aantal gerechtigden onderhevig aan terugvorderingen............................ 52 2.5.1 Toelichting bij de vraag........................................................................ 52 2.5.2 Representativiteit van de antwoorden.................................................. 52 2.5.3 Analyse gegevens................................................................................ 53 2.6 Aantal personen onderhevig aan doorverwijzingen naar onderhoudsplichtigen ....................................................................... 54 2.6.1 Toelichting bij de vraag........................................................................ 54 2.6.2 Representativiteit van de antwoorden.................................................. 54 2.6.3 Analyse gegevens................................................................................ 54 2.7 Aantal sancties ......................................................................................... 55 2.7.1 Toelichting bij de vraag........................................................................ 55 2.7.2 Representativiteit van de antwoorden.................................................. 55 2.7.3 Analyse gegevens................................................................................ 55 2.8 Samenstelling van de specifieke doelgroepen.......................................... 56 2.8.1 Toelichting bij de vraag........................................................................ 56 2.8.2 Representativiteit van de antwoorden.................................................. 57 2.8.3 Analyse gegevens................................................................................ 57 2.9 Weigeringen m.b.t. bestaansminimum- of leefloon-dossiers en beroepen ingesteld bij de Arbeidsrechtbank .................................................... 58 2.9.1 Toelichting bij de vragen...................................................................... 58 2.9.2 Representativiteit van de antwoorden.................................................. 59 2.9.3 Analyse gegevens................................................................................ 59 2.10 Budgettaire effecten ............................................................................... 60 2.10.1 Toelichting bij de vraag...................................................................... 60 2.10.2 Representativiteit van de antwoorden................................................ 63 2.10.3 Analyse gegevens.............................................................................. 64 2.11 Samenwerking met partners.................................................................... 64 2.11.1 Toelichting bij vraag 11...................................................................... 64 2.11.2 Representativiteit van de antwoorden................................................ 64 2.11.3 Analyse gegevens.............................................................................. 65 4. ONDERZOEKS-RESULTATEN : KWALITATIEVE ANALYSE ............................ 66 1. BEVRAGING VAN OCMW-VOORZITTERS EN OCMW-MEDEWERKERS...................... 67 1.1 Inleiding .................................................................................................... 67 1.2 Algemene perceptie over de nieuwe wetgeving........................................ 68 1.2.1 Het recht op maatschappelijke intergatie............................................. 68 1.2.2 Financiële aspecten............................................................................. 68 1.2.3 Toepassing van de wet........................................................................ 69 1.3 Categorieën van rechthebbenden............................................................. 70 1.3.1 Algemene opmerkingen ...................................................................... 70 1.3.2 Categorieën jongeren en studenten..................................................... 71 1.3.3 Categorie “vreemdelingen ingeschreven in bevolkingsregister” ..........73 1.4 Individualisering van het recht.................................................................. 74 1.5 Communicatie en publiciteit van de nieuwe wet....................................... 74 1.6 Netwerk en samenwerking........................................................................ 75 1.7 Bevoegdheid van het OCMW ................................................................... 77 1.8 Motivatie van de beslissing....................................................................... 78 1.9 Wettelijke bezinningstermijn..................................................................... 78 1.10 Dringende aanvraag................................................................................ 79 1.11 Doorverwijzing en terugvordering............................................................ 79 1.12 Bijstandsrecht.......................................................................................... 80 1.13 Hoorrecht................................................................................................. 80INHOUD
  5. 5. 1.14 Sancties................................................................................................... 80 1.15 Tewerkstelling / activering....................................................................... 81 1.15.1 Algemene vaststellingen.................................................................... 81 1.15.2 Terminologie “Aangepaste tewerkstelling” ......................................... 82 1.15.3 Artikel 60§7 of artikel 61.................................................................... 82 1.15.4 Contractverplichting ........................................................................... 82 1.15.5 Einde van de tewerkstelling Art.60§7 of Art.61 onder de RMI-wet ....83 1.16 Verzameling gegevens van de aanvrager............................................... 83 1.17 Extra subsidies....................................................................................... 84 1.18 Inschakelen van een controlegeneesheer .............................................. 84 1.19 Controlefunctie versus begeleidingsfunctie van de maatschappelijk werker............................................................................................... 85 2. BEVRAGING VAN GEBRUIKERS............................................................................. 86 2.1 Inleiding..................................................................................................... 86 2.2 Algemeen.................................................................................................. 86 2.3 Kennis van de wet van 26 mei 2002......................................................... 87 2.4 Eerste stap naar het OCMW ..................................................................... 87 2.5 Reden van aanvraag................................................................................. 87 2.6 Dringende aanvraag en snelheid van behandelen van de aanvraag........88 2.7 Aantal tussenpersonen.............................................................................. 88 2.8 Tewerkstelling of project............................................................................ 88 2.8.1 Algemene vaststellingen...................................................................... 88 2.8.2 Contractverplichting ............................................................................. 89 2.8.3 Tijdelijke duur van tewerkstellingsproject ............................................ 89 2.8.4 Bezinningstermijn van 5 dagen............................................................ 89 2.9 Doorverwijzing en terugvordering............................................................. 90 2.10 Bijstandsrecht.......................................................................................... 90 2.11 Hoorrecht................................................................................................. 91 2.12 Kwaliteit van de relatie met de maatschappelijk werker ......................... 91 2.13 Overeenstemming tussen de verwachtingen van de gebruiker en de oplossing voorgesteld door het OCMW ............................................ 91 2.14 Dubbele rol van de maatschappelijk werker........................................... 92 5. CONCLUSIES....................................................................................................... 93 1. ALGEMEEN ...................................................................................................... 94 2. KWANTITATIEF LUIK........................................................................................... 95 3. KWALITATIEF LUIK.............................................................................................. 97 6. AANBEVELINGEN.............................................................................................. 101 1. INHOUD.......................................................................................................... 102 2. INTERNE WERKING VAN HET OCMW ................................................................ 103 2.1 Management Informatie Systeem ........................................................... 103 2.2 Communicatie door het OCMW naar doelgroep..................................... 104 3. SAMENWERKING OCMW EN ANDERE DIENSTEN................................................. 105 3.1 Samenwerking OCMW en POD Maatschappelijke Integratie .................105 3.1.1 Integratie van M.I.S. in “nationaal” M.I.S. .......................................... 105 3.1.2 Communicatie & informatie naar OCMW’s....................................... 105 3.1.3 Hulplijn ................................................................................................ 106 3.1.4 Calculatietools voor OCMW’s............................................................ 106 3.2 Kruispuntdatabank.................................................................................. 107 3.3 Samenwerking OCMW & andere lokale partners.................................... 108 3.4 Samenwerking OCMW & andere instellingen van sociale zekerheid .....109 3.5 Samenwerking OCMW & Administratie Kadaster, registratie en domeinen ........................................................................................................ 109 3.6 Samenwerking OCMW & onderwijs........................................................ 109 4. REGELGEVING................................................................................................. 111 4.1 Het recht op maatschappelijke integratie ................................................. 111 4.1.1 Nieuwe categorieën............................................................................ 111 4.1.2 Categorie vreemdelingen ingeschreven in het bevolkingsregister....111 4.1.3 Doelgroep studenten.......................................................................... 111 4.1.4 Opdeling tussen min-25jarigen en plus-25jarigen inzake tewerkstelling .................................................................................................... 112 4.1.5 Doorlooptijd van 3 maanden voor geïndividualiseerd project ...........112 4.2 Instrument tegen armoedebestrijding...................................................... 113 4.3 Administratieve regels............................................................................. 114INHOUD
  6. 6. 4.3.1 Periode van doorverwijzing (doorzendingsverplichting van het onbevoegde OCMW).................................................................. 114 4.3.2 De informatieplicht ten aanzien van de aanvrager............................ 114 4.3.3 Schorsing (sanctie)............................................................................ 114 4.3.4 Toelage in de personeelskosten (250 EUR per dossier op jaarbasis) .................................................................................................... 115 4.3.5 Privacy (loonfiche).............................................................................. 115 VARIA..................................................................................................................... 116 5. TABELLEN....................................................................................................... 117 6. FIGUREN........................................................................................................ 119 7. LITERATUUR................................................................................................... 120 7. BIJLAGEN........................................................................................................... 121 1. GECODEERDE KWANTITATIEVE VRAGENLIJST...................................................... 122 2. KWALITATIEVE VRAGENLIJSTEN......................................................................... 123 2.1 Vragenlijst OCMW voorzitter................................................................... 123 2.2 Vragenlijst OCMW secretaris.................................................................. 125 2.3 Vragenlijst OCMW maatschappelijk werker............................................ 128 2.4 Vragenlijst gebruikers.............................................................................. 132 3. W ET BETREFFENDE HET RECHT OP MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE..................... 135INHOUD
  7. 7. 1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de aanleiding en het doel van deze studie en aan de belangrijkste objectieven voor de invoering van de wet voor het recht op maatschappelijke integratie.INLEIDING P.1
  8. 8. 1. Aanleiding voor deze studie Gedurende de laatste twintig jaar kwamen de fundamenten van de welvaartsstaat meer en meer onder druk te staan ten gevolge van economische, sociale, demografische en culturele veranderingen. Onder impuls van de OESO en van de Europese Unie werd derhalve in de jaren negentig gepleit om de sociale bescherming werkgelegenheidsvriendelijker te maken door mensen te activeren in plaats van te voorzien in uitkeringen. Alhoewel daarvoor al heel wat activeringsmaatregelen getroffen waren in België, brak het discours pas door in 1999 met de komst van de nieuwe regering die België wilde ombouwen tot een actieve welvaartsstaat. Eén van de doelgroepen voor dit activeringsbeleid vormen de bestaansminimumgerechtigden. De mogelijkheden voor de OCMW’s – als uitvoerder van de wet op het bestaansminimum – om cliënten te activeren en tewerk te stellen werden door de nieuwe regeling daarom ook in toenemende mate uitgebreid. Bij de voorbereidende werkzaamheden voor de wet inzake het recht op maatschappelijke integratie van mei 2002 (ook wel RMI-wet of leefloonwet genoemd) werd afgesproken de effecten van de wet te onderzoeken en te evalueren. Deze studie evalueert de RMI-wet één jaar na toepassing ervan, dit wil zeggen gedurende de periode september 2002 tot en met september 2003.1.1 Geschiedenis van de betreffende wetgeving De wet inzake het recht op maatschappelijke integratie van 26 mei 2002, ter vervanging van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op bestaansminimum (ook wel de bestaansminimumwet genoemd), is van kracht geworden op 1 oktober 2002.1.1.1 Bestaansminimumwet De oude bestaansminimumwet, één der drie belangrijkste pijlers van de OCMW- regelgeving, was immers op tal van punten niet meer aangepast aan de grondige economische en maatschappelijke veranderingen die we sedert 1974 kennen. Bovendien was deze wetgeving eerder gericht op het verlenen van financiële steun en minder op maatschappelijke integratie. Het OCMW is sinds 1993 verplicht om binnen de drie maanden volgend op een bestaansminimumaanvraag, een sociaal integratiecontract op te stellen en aan te bieden aan elke bestaansminimumgerechtigde jonger dan 25 jaar. In dit contract zijn de rechten en plichten van de jongere en het OCMW geëxpliciteerd.1.1.2 Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie Net zoals de oude bestaansminimumwet, voorziet de nieuwe wet (ook wel leefloonwet genoemd) in een uitkering voor mensen waarvan het inkomen kleiner is dan het bestaansminimum. De RMI-wet is echter veel meer dan een louter uitkeringsgerichte wetgeving. De nieuwe wet:  legt ook het recht op maatschappelijke integratie vast en dit per persoon,  versterkt de rechten van de begunstigde en de aanvrager,Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.1
  9. 9.  voert een hogere leefloonvergoeding in,  zorgt voor een aantal extra kostenvergoedingen voor de inspanningen van OCMW’s m.b.t. leefloondossiers,  herdefinieert het toepassingsgebied conform de actuele diversiteit van gezinsstructuren  en breidt het toepassingsgebied uit tot de vreemdelingen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister met het oog op en betere maatschappelijke integratie van deze doelgroep. Streefdoel van de nieuwe wet is niet enkel een inkomensgarantie, maar evenzeer een actieve participatie van elkeen in onze samenleving middels deelname aan het maatschappelijk leven, in eerste instantie door integratie middels tewerkstelling. De klemtoon verschuift dus van een minimumloon naar maatschappelijke integratie. Hierbij wordt uitgegaan van een wederzijds solidariteitsprincipe tussen zowel maatschappij als cliënt. Bijzondere aandacht wordt daarbij besteed aan de begeleiding van de min-25jarigen qua autonome participatie in onze samenleving en aan de versterking van de gebruikersrechten.1.2 Belangrijkste wijzigingen door invoering van de RMI-wet1.2.1 Individualisering van het recht In tegenstelling tot de oude bestaansminimumwet worden gehuwde leefloon- gerechtigden nu als individu behandeld en niet meer als een koppel. Terwijl vroeger een gehuwd koppel in één dossier behandeld werd, worden de partners nu in twee dossiers behandeld. Tevens worden gehuwde partners en niet-gehuwde partners op gelijke voet behandeld. Achterliggende motivatie is om zich specifiek te richten op elk individu afzonderlijk teneinde de sociale integratie efficiënter te laten verlopen.1.2.2 Beklemtonen van tewerkstelling De filosofie van de RMI-wet stelt dat tewerkstelling de ultieme vorm van integratie is en maakt hiervan dan ook een topprioriteit. En dit in het bijzonder voor de min- 25jarige leefloners. Enerzijds is deze bevolkingsgroep volgens studies verhoudingsgewijs het sterkst gegroeid qua aantal en qua relatief belang in de bestaansminimumpopulatie gedurende het decennium voorafgaand aan de invoering van de nieuwe regelgeving. Anderzijds wenste de wetgever een “positieve discriminatie” van deze doelgroep om te voorkomen dat jongeren anders in de totaliteit van de leefloonpopulatie opgingen en zo een groter risico op een langere of “eeuwige” inactiviteit en afhankelijkheid van werkloosheidssteun of nood aan leefloon of andere hulp. Met alle bijhorende negatieve gevolgen & gevoelens bij de betrokkenen qua maatschappelijke waarde & waardering. In de nieuwe regelgeving is de maatschappelijke integratie voor min-25jarigen enkel mogelijk in de vorm van tewerkstelling of van een geïndividualiseerd project. Een OCMW krijgt drie maanden de tijd om de jongere te activeren (enge interpretatie van de regelgeving) of te begeleiden richting activering (ruime interpretatie van de regelgeving).Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.2
  10. 10. Voor de plus-25jarigen geldt deze termijn niet, wat niet wegneemt dat ook voor hen tewerkstelling de ultieme vorm van integratie is. Voor de OCMW’s zijn de belangrijkste wijzigingen: 1. Actieve rol voor het OCMW bij het realiseren van de tewerkstelling. 2. Overheidsbetoelaging voor werkingskosten, afhankelijk van het aantal dossiers. Andere krachtlijnen zijn de verhoging van het leefloon, de aanpassing van categorieën op basis van de gewijzigde gezinsstructuren en de gelijke behandeling van de betrokkenen, waarbij ook vreemdelingen ingeschreven in het bevolkingsregister recht hebben op een leefloon.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.3
  11. 11. 2. Doelstellingen van de studie Het doel van deze studie is drieledig: 1. De evaluatie van de nieuwe RMI-wet ten aanzien van de vroegere bestaansminimumwet. Dit zal verwezenlijkt worden door het uitgebreide kwantitatief onderzoek waarbij een aantal cijfergegevens ons een duidelijk beeld moet geven over de evolutie van diverse aspecten van de bestaansminimumwet naar de RMI-wet. 2. Een vergelijking van de letter van de wet met de geest van de wet. Hierbij moet nagegaan worden wat de nieuwe wet in de praktijk betekent voor de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW’s) en voor de begunstigden. Deze vergelijking zal gebeuren aan de hand van een kwalitatief onderzoek waarbij we een groot aantal mandatarissen van OCMW’s en een afdoend aantal begunstigden zullen interviewen, om zo te toetsen in hoeverre de wet in de praktijk wordt omgezet. 3. Het uitwerken van verbeteringsvoorstellen en mogelijke oplossingspistes voor de eventueel vastgestelde knelpunten of problemen van de nieuwe wet. Uit het kwalitatief onderzoek en uit de correlatie ervan met het kwantitatief onderzoek zal blijken waar er problemen opduiken en waar de eventuele knelpunten in de nieuwe wet zich bevinden. Hiervoor zullen wij oplossingen bieden en verbeteringsvoorstellen formuleren.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.4
  12. 12. 3. Onafhankelijkheid van de studie Belangrijk is op te merken dat onze analyse onafhankelijk is en gebaseerd is op de eigen resultaten verkregen door de kwantitatieve en kwalitatieve bevragingen. Dit betekent dat wij geen rekening hebben gehouden met de resultaten van studies uitgevoerd door andere vorsers of door andere actoren, zoals de VVSG, de AVCB- VSGB en de UVCW. Wel is er tijdens het onderzoek akte genomen van de opmerkingen van de verschillende actoren. Wij hebben waar mogelijk onderzocht in hoeverre deze opmerkingen door onze kwantitatieve en kwalitatieve analyse bevestigd worden.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.5
  13. 13. 2. OPZET & METHODIEK VAN HET ONDERZOEKONDERZOEKSOPZET & METHODIEK P.6
  14. 14. Aanpak van het onderzoeksproject Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de stappen en methodieken in het onderzoek. In bepaalde stappen van het onderzoek werd op advies van de werkgroep en/of stuurgroep en na akkoord van de stuurgroep een andere aanpak gevolgd dan de initieel voorgestelde aanpak. Deze herzieningen tijdens de loop van het onderzoek vonden plaats in functie van de beoogde representatieve resultaten van het onderzoek. Terwijl § 1.1onder de originele aanpak beschrijft, verduidelijken we in § 1.2onder de wijzigingen in deze aanpak.1.1 Initiële aanpak Onderstaande figuur toont schematisch de verschillende stappen in het onderzoek. De aanpak wordt vervolgens stap per stap toegelicht. Wij merken op dat de beschrijving slaat op de initiële aanpak, zoals voorgesteld in onze offerte. Fig.1. Stappenplan van het onderzoek Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Stap 5 Kick - off Kwantitatief Kwalitatief Formuleren Formuleren onderzoek onderzoek Van van & knelpunten Verbeterings- budgettaire voorstellen En effecten en problemen Oplossings- - pistes1.1.1 Stap 1: Kick-off 1.1.1.1 Objectieven − Bepalen van de aanpak en voortgang, de samenwerkingsprincipes tussen begeleidingscommissie en onderzoeksteam. − Validatie van strategisch klankbord van externe experts. − Verfijnen van de scope van de opdracht en haar doelstellingen, en van de aanpak van de opdracht. − Verzamelen van alle relevante input: wetgevingsteksten, gegevens van de reeds in gebruik zijnde monitoringtool bij 60 OCMW’s, projectdocumenten, … − Inzicht krijgen in de spreiding van OCMW’s en begunstigden. − Taakaflijning voor alle partijen die bij het project betrokken zullen worden. 1.1.1.2 Initiële aanpak − Voorstelling van de methodologie, de aanpak van het project, en de leden van het onderzoeksteam. − Samenstelling van de begeleidingscommissie. − Taakaflijning van interne POD-medewerkers en OCMW-medewerkers.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.7
  15. 15. − Opmaak finale projectplanning en timing. 1.1.1.3 Resultaat − Concrete afspraken betreffende het projectverloop en de verantwoordelijken van de verschillende actoren. − Projectplanning met mijlpalen, inclusief tussentijdse vergaderingen van de begeleidingscommissie en de gewenste tussentijdse rapporteringen.1.1.2 Stap 2: Kwantitatief onderzoek & budgettaire effecten 1.1.2.1 Objectieven − Onderzoek naar evoluties van de aantallen en profielen van de gerechtigden op maatschappelijke integratie tussen september 2002 en september 2003 met aanduiding van onder meer categorieën begunstigden, leeftijdscategorieën, types activering, types individuele integratieplichtigen, verhaal onderhoudsplichtigen, sancties met bijzondere aandacht voor studenten, vreemdelingen en artiesten. − Berekenen van eventuele meerkost OCMW’s inzake hun maatschappelijke opdracht. 1.1.2.2 Initiële aanpak − Opstellen van een vragenlijst voor OCMW-mandatarissen, en van een bevragingsmeetinstrument om minimum al de in het bestek gevraagde informatie (ook budgettaire) te kunnen bekomen, rekening houdende met de door de POD reeds gebruikte monitoringtool bij 60 OCMW’s. − Tussentijdse validatie van de vragenlijst en het meetinstrument door het strategisch klankbord én door de begeleidingscommissie. − Schriftelijke bevraging van een representatief staal van ca. 120 OCMW’s, verspreid over België (middels port betaald door bestemmeling). Hoofddoel hierbij was om een antwoord te bekomen van minstens 60 OCMW’s, met een belangrijke vertegenwoordiging erin van die OCMW’s die reeds via de monitoringtool door de POD bevraagd worden. Deze OCMW’s zullen daarom individueel opgevolgd worden qua deelname (m.a.w. telefonische contactname na zekere responstijd). Wij verwijzen naar §1.2onder voor de herziene aanpak hieromtrent. − De bekomen budgettaire informatie van elk deelnemend OCMW wordt vergeleken met de informatie, zoals beschikbaar op niveau van de 3 gemeenschappen. − Verwerking van de verkregen gegevens in overzichtelijke tabellen, die zo opgesteld zijn dat de opdrachtgever hen in de toekomst zelf kan hanteren voor nieuwe en/of bijkomende onderzoeken. 1.1.2.3 Resultaat − Tussentijds rapport met resultaten van kwantitatieve bevraging waarbij reeds de eerste eventuele pijnpunten inzake budgettaire effecten worden blootgelegd, en waarin de kwantitatieve evolutie van aantallen en profielen visueel verwoord worden. − Uitgebreide bespreking in begeleidingscommissie van eerste resultaten, en formuleren van aandachtspunten voor nader onderzoek in kwalitatief gedeelte.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.8
  16. 16. 1.1.3 Stap 3: Kwalitatief onderzoek Deze fase behelsde een uitgebreide interviewronde van OCMW-mandatarissen én een diepgaand gesprek met een aantal begunstigden. Op deze wijze streefden wij ernaar om zowel vanwege de aanbodzijde als vanwege de vraagzijde relevant inzicht te bekomen in de problematiek. Aangezien de aanpak sterk verschillend was naargelang de doelgroep, lichten we de aanpak per doelgroep afzonderlijk toe. 1.1.3.1 Stap 3a. Kwalitatief onderzoek bij OCMW’s A. Objectieven − Middels diepgaande bevraging van OCMW’s komen tot een grondige interpretatie en analyse van de wet en tot een interpretatie van de cijfers uit het kwantitatief onderzoeksgedeelte, teneinde na te gaan of de opzet en de motieven van de wet ook daadwerkelijk in de praktijk hun uitwerking hebben. − Onderzoek bij een representatieve steekproef van OCMW’s. B. Initiële aanpak − Op grond van een diepgaande vergelijking van nieuwe wet en oude wet en op basis van de gegevens van het kwantitatieve onderzoeksgedeelte wordt een interviewvragenlijst opgesteld, die tevens toelaat om naargelang de gesprekssituatie op specifieke aandachtspunten dieper in te gaan. − Voorafgaandelijk toezending van de interviewleidraad aan uitgenodigde sleutelfiguren en telefonische opvolging van en aansporing tot hun deelname. Ons oorspronkelijk voorstel was om 2 interviewleidraden uit te werken: één voor de sociale dienstverleners en één de voor voorzitter, ontvanger en secretaris. Qua aantal deel te nemen OCMW’s stelden wij initieel voor om alle OCMW’s uit te nodigen die de kwantitatieve bevraging ingevuld terugstuurden (d.w.z. min. 60). Wij verwijzen naar §1.2onder voor de gewijzigde aanpak. − Interviews met behulp van deze vragenlijst bij de sleutelfiguren van OCMW’s, middels een rondetafelgesprek met o.a. voorzitter, secretaris, hoofd sociale dienst, één of meerdere veldwerkers. Initieel stelden wij voor om deze geleide discussies niet per individueel OCMW (tenzij een OCMW dit expliciet verkoos) doch per groep van 2 à 3 OCMW’s, en dit op subprovinciale basis, te organiseren. Dit met het oog op een kruisbestuiving en interne dynamiek die in dergelijke groepsgesprekken ontstaat. Wij voorzagen 3 à 4 dergelijke rondetafelgesprekken per provincie, dus ca. 30 à 40 (inclusief 2 in Brussels Hoofdstedelijk Gewest), en dit in één van de deelnemende OCMW’s dan wel in één van onze lokale kantoren in België. − Ook de jaarverslagen van de deelnemende OCMW’s worden bestudeerd inzake gegevens relevant voor deze studie. C. Resultaat − Rapport van kwalitatief onderzoek met daarin eerste resultaten van eventuele discrepantie tussen theorie en praktijk wetgeving. − Rapportering van de verschillenanalyse tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek. 1.1.3.2 Stap 3b. Kwalitatief onderzoek bij begunstigden en/of rechthebbenden A. Objectieven − Middels individuele bevraging nagaan of het opzet en de motieven van de wet ook als positief geëvalueerd worden, en in hoeverre de relevante gegevens bij hen op een sluitende en duidelijke wijze gekend zijn. Hierbij wordt onder meer deFout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.9
  17. 17. toepassing van de informatieplicht van het OCMW, het bijstandsrecht en het respect van alle andere rechten van de begunstigden geëvalueerd. − Onderzoek van een beperkt maar representatief staal van begunstigden en/of rechthebbenden, die cliënt zijn bij die OCMW’s die deelnamen aan het kwantitatief én het kwalitatief onderzoeksgedeelte. − En dit alles met inachtneming van de wetgeving inzake privacy. B. Initiële aanpak − Uitwerking van een interviewleidraad en een eenvoudig begrijpbaar en leesbaar meerkeuze-antwoordblad, in samenwerking met hoofden sociale dienst en maatschappelijk werkers van een aantal OCMW’s, die aan het kwantitatief onderzoek deelnamen. − Deze interviewleidraad en meerkeuze-antwoordblad toesturen aan de verantwoordelijken sociale dienst van die OCMW’s die hun medewerking verlenen aan de lokale rondetafelgesprekken, en dit voorafgaandelijk aan de rondetafelgesprekken. Vergezeld van de vraag aan de verantwoordelijke sociale dienst opdat zij in hun cliënteel op basis van door ons opgegeven criteria een representatief staal van ca. 5 à 10 begunstigden om hun vrijwillige medewerking verzoeken (dit teneinde de privacyregelgeving te respecteren) en hen uitnodigen op het OCMW-centrum op de datum van het lokale rondetafelgesprek met OCMW-sleutelfiguren. Wij verwijzen naar §1.2onder voor de details van de gewijzigde aanpak. − Aansluitend of voorafgaand aan lokale rondetafelgesprekken met OCMW’s: mondelinge debriefing van de interviewleidraad en de doelstellingen aan de medewerker sociale dienst, en vervolgens kort interview met de uitgenodigde of aanwezige begunstigden door de betrokken maatschappelijk werker (= hun vertrouwenspersoon) in aanwezigheid van een lid van het onderzoeksteam (= bewaker van objectiviteit). Wij verwijzen naar §1.2onder voor de gewijzigde aanpak. C. Resultaat − Rapport van kwalitatief onderzoek − Aanzet tot resultaatbeoordeling in Ernst & Young strategisch klankbord cq. werkgroep en in begeleidingscommissie cq. stuurgroep1.1.4 Stap 4: Formuleren van knelpunten en problemen 1.1.4.1 Objectieven − De gegevens van kwalitatief en kwantitatief onderzoek worden in het grotere perspectief van het onderzoek onderling vergeleken. − Verbanden tussen beide onderzoeken moeten een aanzet geven tot inventarisrapport. − Overleg in werkgroep en stuurgroep. 1.1.4.2 Initiële aanpak − Grondige studie van resultaten van kwantitatief en kwalitatief onderzoek en de budgettaire effecten. − Terugkoppeling van de bekomen knelpunten en problemen naar een beperkt aantal materie-experten, verzameld in de werkgroep. − Overleg in begeleidingscommissie over bekomen resultaten. 1.1.4.3 Resultaat − Definitieve inventaris van problemen en knelpunten.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.10
  18. 18. − Verbeteringsvoorstellen en oplossingspistes.1.1.5 Stap 5: Formuleren van verbeteringsvoorstellen en oplossingspistes 1.1.5.1 Objectieven − Definitieve formulering van analyseresultaten, verbeteringsvoorstellen en oplossingspistes op socio-juridisch en socio-financieel vlak. − Overdracht ontwikkelde tools en meetinstrumenten. − Raadgevingen en aanbevelingen in het kader van eventuele latere, toekomstige evaluaties meegeven zodat de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale economie latere evaluaties zelf aankan. 1.1.5.2 Initiële aanpak − Presentatie van het eindrapport aan opdrachtgever. − Oplevering van het eindrapport. − Overdracht ontwikkelde tools en meetinstrumenten.1.2 Herziene aanpak Zowel in stap 2 (kwantitatief onderzoek), stap 3a (Kwalitatief onderzoek bij OCMW’s) als stap 3b (Kwalitatief onderzoek bij begunstigden) hebben wij tijdens het project de aanpak enigszins herzien, met het oog op representatievere respons. Vooreerst hebben wij de uitgewerkte vragenlijsten en meetinstrumenten diepgaand besproken tijdens hun conceptfase met een groter dan initieel voorzien aantal OMCW’s, teneinde de diversiteit tussen OCMW’s volledig op te vangen. Vervolgens hebben wij in stap 2 alle aangeschreven OCMW’s die nog niet geantwoord hadden, zowel voor het einde van de eerste deadline als voor het verstrijken van de tweede deadline minstens tweemaal telefonisch gevraagd tot reactie & deelname. Na ontvangst van de gegevens hebben wij vervolgens een groot aantal deelnemende OCMW’s nogmaals gecontacteerd in het kader van verduidelijking van opgeleverde informatie. Waar mogelijk werden “eigenaardige” kwantitatieve gegevens vergeleken met de door het betrokken OCMW aan Ernst & Young of aan de POD opgeleverde jaarverslagen, en met andere kwantitatieve rapporteringen die aan POD werden bezorgd. Tevens werden de antwoorden van diverse vragen (meer bepaald vragen 1, 2, 3 en 10), zoals opgeleverd door de deelnemende OCMW’s aan ons, vergeleken qua tendens met de door die OCMW’s aan POD opgeleverde gegevens. Verder werd besloten om de informatieverwerking niet te beperken tot het initieel aantal van circa 60, maar dit uit te breiden tot 81. In akkoord met de stuurgroep heeft dit geleid tot een niet onaanzienlijke verlenging van de onderzoeksperiode, mede gezien de afwezigheid van diverse OCMW- mandatarissen tijdens de traditionele vakantiemaanden. In stap 3.a was oorspronkelijk voorzien dat we de kwalitatieve bevragingen hielden door middel van rondetafelgesprekken op subprovinciale basis. Uiteindelijk werd geopteerd voor individuele gesprekken met voorzitter, secretaris en hoofd sociale dienst of maatschappelijk werker van de deelnemende OCMW’s, en dit op basis van een specifieke vragenlijst per functiehouder. Tevens werd beslist om een groter dan initieel voorzien aantal mandatarissen te interviewen. De finale samenstelling van de te interviewen personen in de kwalitatieve bevraging vindt u terug in 3.4.1.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.11
  19. 19. In stap 3.b tenslotte werd geopteerd voor individuele interviews met begunstigden, zonder aanwezigheid van OCMW-medewerkers. De selectiecriteria voor de begunstigden en het OCMW waaronder ze ressorteren, werden door Ernst & Young opgemaakt en aan de diverse deelnemende OCMW’s bezorgd, zodat het OCMW enkel nog in de rangen van haar cliënteel een aantal personen diende te selecteren die aan onze selectiecriteria beantwoordden.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.12
  20. 20. 2. Werkgroep en stuurgroep Bij aanvang van het project werd een werk- en stuurgroep opgericht. Werkgroep De werkgroep betrekt experts uit de dagelijkse praktijk in de studie. De werkgroep dient als klankbord en voor het aftoetsen van de opgestelde vragenlijsten en analyseresultaten. Stuurgroep De stuurgroep heeft niet alleen een rol in het bewaken van de vooruitgang en kwaliteit, maar heeft ook de autoriteit om tussentijdse rapporten te valideren.2.1 Samenstelling werkgroep De samenstelling van de werk groep verduidelijkt dat verschillende belangengroepen bij deze studie betrokken werden: − Mevr. Debast, stafmedewerker OCMW-wetgeving & schuldbemiddeling van de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) − Mevr. Wastchenko, secretaris van de Afdeling Maatschappelijk welzijn en Sociale bijstand van de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (VSGB) − Dhr. Ernotte, Directeur Général van de Fédération des CPAS binnen de L’Union des Villes et Communes de Wallonie (UVCW) en als dusdanig expert inzake de problematiek van “Droit à l’intégration sociale”. − Dhr. Wouters, secretaris OCMW Gent en voorzitter van de Vereniging van de Vlaamse OCMW-Secretarissen (VVOS). − Dhr. Van Velthoven, Hoofd Sociale Dienst Turnhout − Dhr. Bienfait, CPAS Saint-Josse-ten-Noode − Dhr. Jacques, Premier Conseiller Service Social CPAS Charleroi − Dhr. Termote, Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting2.2 Samenstelling stuurgroep − Dhr.Van Geertsom, voorzitter POD Maatschappelijke integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie − Dhr. Lesiw, Kabinet minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen − Mevr. Depuyt, Kabinet minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen − Mevr. Voets, POD Maatschappelijke integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie − Mevr. Goris, POD Maatschappelijke integratie, Armoedebestrijding en Sociale EconomieFout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.13
  21. 21. 3. Kwantitatieve bevraging3.1 Selectie van de steekproef3.1.1 Representativiteit van de steekproef De steekproef is representatief als, ten opzichte van de variabelen, de frequentieverdeling van de variabelen overeenkomt met de frequentieverdeling van de variabelen in de totale populatie. Deze werkwijze geeft dus geen representativiteit over alle steekproefvariabelen in de populatie, enkel ten aanzien van de geselecteerde variabelen. In het kader van deze evaluatie werden volgende steekproefvariabelen weerhouden: − Aantal inwoners (van de gemeente): grootte van het OCMW, uitgedrukt in groot, middelgroot en klein, met als maatstaf het aantal inwoners van de gemeente − Aantal cliënten van het OCMW: belasting van het OCMW op basis van de verhouding tussen aantal cliënten en aantal inwoners − Gewest: op basis van de ligging van het OCMW, namelijk in Vlaanderen, Wallonië of Brussel Hoofdstedelijk Gewest − Deelname aan de periodieke monitoring, georganiseerd door de POD − Deelname clustering : het al dan niet lidmaatschap van het OCMW in een lokale cluster of lokaal samenwerkingsverband met andere OCMW’s De uiteindelijke samenstelling van de steekproef vond plaats na overleg met en in consensus met werkgroep en stuurgroep.3.1.2 Steekproefkader en samenstelling van de steekproef Omdat alle OCMW’s gekend zijn, komt binnen deze studie het steekproefkader volledig overeen met de populatie (alle Belgische OCMW’s). Voor de kwantitatieve bevraging werden 120 OCMW’s geselecteerd middels een gewogen combinatie van de verschillende steekproefvariabelen. 3.1.2.1 Monitoring Wij merken op dat de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie een zogenaamde monitoringgroep heeft uitgebouwd met een 60- tal OCMW’s. Deze groep engageert zich om op maandelijkse basis een aantal specifieke cijfers over de operationele en financiële status van hun OCMW aan de POD door te geven. Doordat deze groep van 60 OCMW’s in principe de gewoonte heeft om informatie aan te leveren en wij ervan uitgingen dat hun informaticastructuur hier wellicht op afgestemd was, werd besloten om deze groep van 60 OCMW’s volledig in de samen te stellen steekproef op te nemen. Tijdens de loop van het onderzoek bleek echter dat meerdere van deze OCMW’s die aan onze bevraging deelnamen, geen of onvolledige informatie aan de POD bezorgd hadden met betrekking tot de informatie die wij voor de maanden september 2002 en september 2003 vroegen. Dit leidde ertoe dat wij vaak lege of onvolledige monitoring-fiches van de betrokken OCMW’s ontvingen. Daarom werd door de POD tijdens ons onderzoek een extra gegevensinzameling succesvol opgestart.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.14
  22. 22. Om de steekproef verder gestratifieerd aselect op te kunnen stellen werden de steekproefvariabelen in drie klassen opgedeeld, om op die manier een evenwichtige spreiding te bekomen. De gegevens betreffende aantal cliënten, grootte van gemeenten en steden, en gewest zijn afkomstig van enerzijds het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS) en anderzijds de POD Maatsschappelijke integratie. 3.1.2.2 Gewest A. Definitie − Vlaams − Brussels − Waals B. Bepaling van het quotum Tab.1. Bepaling van het quotum voor gewest Totaal Theoretisch Populatie Reeds in Bijkomend Totaal Steekproef aantal e verdeling verdeling monitoring nodig verdeling OCMWs Vlaams 308 63 52% 26 32 58 48% Brussel 19 4 3% 11 1 12 10% Waals 262 53 44% 23 27 50 42% Totaal 589 120 100% 60 60 120 100% De Vlaamse OCMW’s vertegenwoordigen 52%, de Waalse OCMW’s 44% en de Brusselse OCMW’s slechts 3% in de totale OCMW-populatie. In de samenstelling van de steekproef hebben wij geopteerd om een groter aantal Brusselse OCMW’s dan het vereiste aantal van 3 aan te schrijven, en dit teneinde een toereikende representativiteit van Brusselse OCMW’s te bekomen. Dit heeft ertoe geleid dat “slechts” 58 i.p.v. 63 Vlaamse OCMW’s en “slechts” 50 i.p.v. 53 Waalse OCMW’s werden uitgenodigd tot deelname. 3.1.2.3 Grootte van het OCMW A. Definitie Deze variabele wordt bepaald door het aantal inwoners van de stad of gemeente waar het OCMW zich bevindt. Wij merken hierbij op dat deze indeling gekozen werd in het streven naar een representatieve steekproef, en dus niet noodzakelijk overeenkomt met andere mogelijke definities van de OCMW-grootte. − Klein OCMW : < 10.800 inwoners − Middelgroot OCMW : 10.800 tot 80.000 inwoners − Groot OCMW : > 80.000 inwoners B. Bepaling van het quotum In de monitoringgroep zijn alle 11 grote OCMW’s aanwezig. In de theoretische verdeling zijn maar 2 dergelijke OCMW’s nodig. Toch werd besloten om alle 11 grote OCMW’s in de steekproef te houden, teneinde een representatief staal te bekomen van de grote OCMW’s. Zoniet zouden grote steden als Antwerpen, Luik, … niet in de steekproef opgenomen zijn, en zou de variabele “grootte” tot weinig relevante resultaten geleid hebben. Tab.2. Bepaling van het quotum voor grootte Totaal Theoretisch Populatie Aangepast Reeds in Bijkomend Totaal Steekproef aantal e verdeling verdeling e verdeling monitoring nodig verdeling OCMWs Kleine 276 56 47% 52 12 40 52 43% Middelgrote 302 62 51% 57 37 20 57 48% Grote 11 2 2% 11 11 0 11 9% Totaal 589 120 100% 120 60 60 120 100%Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.15
  23. 23. Verder hebben wij niet enkel rekening gehouden met een toereikend aantal grote en middelgrote OCMW’s, maar ook met een voldoende aantal kleine OCMW’s. Als dusdanig is deze groep weinig vertegenwoordigd in de “monitoringgroep”, maar vertegenwoordigen ze wel een belangrijk deel van de OCMW-populatie. 3.1.2.4 Belasting van het OCMW A. Variabelen Deze variabele is een indicatie van hoe zwaar een OCMW “belast” is. Wij merken op dat de term “belasting” in deze studie slechts een indicatie is van de OCMW-belasting, gebaseerd op de verhouding van het aantal cliënten tot het aantal inwoners in de stad of gemeente. In die zin mag de term belasting in deze studie dus niet verward worden met de reële werkdruk van de OCMW-medewerkers. De belasting wordt berekend door het aantal cliënten te delen door het aantal inwoners in de stad of gemeente: − Licht belast : < 0,27% − Middel belast : tussen 0,27% tot 1,27% − Zwaar belast : > 1, 27% B. Bepaling van het quotum De cijfergegevens over het aantal cliënten zijn afkomstig van de POD Maatschappelijke integratie en slaan op het aantal bestaansminimumgerechtigden in 2002. Tab.3. Bepaling van het quotum voor belasting Aantal Theoretisch Populatie Aangepast Reeds in Bijkomend Totaal Verdeling OCMWs e verdeling e monitoring nodig verdeling verdeling Licht belast 258 53 44% 49 9 40 49 41% Middel belast 310 63 53% 55 35 20 55 46% Zwaar belast 21 4 4% 16 16 0 16 13% Totaal 589 120 100% 120 60 60 120 100% De monitoringgroep omvat reeds 16 zwaar belaste OCMW’s, alhoewel er voor de theoretische verdeling slechts 4 vereist zijn. Er werd besloten om alle 16 zwaar belaste OCMW’s toch in de steekproef op te nemen. 3.1.2.5 Clustergroep Sommige OCMW’s maken deel uit van een lokale cluster, d.w.z. een overleggroepering van verschillende OCMW’s. Voor zover mogelijk wensen wij in de steekproef een representatief aantal clustergroep OCMW’s op te nemen, teneinde na te gaan of cluster-OCMW’s wezenlijk verschillen van niet-cluster OCMW’s inzake activering, individuele integratieprojecten, samenwerking met andere diensten binnen en buiten OCMW, … 50 OCMW’s zijn lid van dergelijke clusters. Op 589 OCMW wil dit zeggen 8,4% cluster-OCMW’s. De steekproef van 120 aan te schrijven OCMW’s bevatte daarom 11 cluster-OCMW’s.3.1.3 Selectie van de steekproef De uiteindelijke selectie en samenstelling van de steekproef gebeurden in twee delen: − Om te voorkomen dat een te groot aantal OCMW’s werd aangeschreven, dat niet op een vlotte wijze de verscheidenheid aan informatie kon aanleveren, werden alle 60 OCMW’s uit de monitoringgroep de facto opgenomen in de steekproef. − 60 andere OCMW’s werden willekeurig uit de overblijvende lijst van Belgische OCMW’s geselecteerd, rekening houdend met volgende criteria:Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.16
  24. 24. Tab.4. Selectie en samenstelling van de bijkomende steekproef Theoretische verdeling Werkelijke verdeling Brussel 1 OCMW 1 OCMW Vlaanderen 14 Kleine OCMWs, licht belast 14 Kleine OCMWs, licht belast 7 Kleine OCMWs,Middel belast 7 Kleine OCMWs,Middel belast 7 Middelgrote OCMWs, licht belast 7 Middelgrote OCMWs, licht belast 4 Middelgrote OCMWs Middel belast 4 Middelgrote OCMWs Middel belast Wallonië 12 Kleine OCMWs, licht belast 12 Kleine OCMWs, licht belast 6 Kleine OCMWs,Middel belast 6 Kleine OCMWs,Middel belast 6 Middelgrote OCMWs, licht belast 2 Middelgrote OCMWs, licht belast 3 Middelgrote OCMWs Middel belast 7 Middelgrote OCMWs Middel belast Wij merken op dat wij hierdoor in Wallonië slechts 2 middelgrote, licht belaste OCMW’s zouden bereikt hebben zijn in plaats van de theoretisch noodzakelijke 6. Daarom werden er 4 bijkomende middelgrote middelzwaar belaste OCMW’s toegevoegd aan de oorspronkelijke verdeling (7 in plaats van 3). Bovendien is er 1 extra Brusselse OCMW bijgekomen, waardoor ook 1 extra zwaar belast. De hiernavolgende tabel geeft de synthese volgens de gehanteerde criteria. Tab.5. Samenstelling steekproef volgens de gehanteerde criteria Regio Belasting Grootte Licht Middel Zwaar Totaal Klein Middel Groot Totaal Brussel - 6 6 12 9 3 12 Wallonië 14 26 10 50 26 20 4 50 Liege 4 6 4 14 6 7 1 14 Namur 1 5 1 7 4 2 1 7 Brabant Wallon 5 4 - 9 5 4 9 Hainaut 2 8 4 14 6 6 2 14 Luxemburg 2 3 1 6 5 1 6 Vlaanderen 29 28 1 58 25 29 4 58 Antwerpen 8 6 14 7 6 1 14 Limburg 3 2 5 3 2 5 Oost-Vlaanderen 5 9 14 6 7 1 14 Vlaams Brabant 8 3 11 5 5 1 11 West-Vlaanderen 5 8 1 14 4 9 1 14 Totaal 43 60 17 120 51 58 11 1203.1.4 Uiteindelijke steekproef De tabel op de hiernavolgende pagina’s geeft het detail van de geselecteerde 120 OCMW’s. Tab.6. Lijst van geselecteerde OCMW’s* Regio / Provincie Gemeente Grootte Belasting Monitoring Cluster Brussel Koekelberg M M Sint-Joost-ten-Node M Z m Etterbeek M Z m Sint-Gillis M Z m Vorst M M m Sint-Lambrechts-Woluwe M M m Sint-Jans-Molenbeek M Z m Elsene M Z m Ukkel M M m Anderlecht G M m Schaarbeek G M m Brussel G Z m Wallonië Province de Liège Crisnée K L * Legende: Grootte  K = klein / M = Middelgroot / G = Groot ; Belasting  L = Lichte belasting / M = Middelmatige belasting / Z = Zware belasting ; Monitoring  m = behorend tot monitoringgroep ; Cluster  c = behorend tot clustergroepFout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.17
  25. 25. Province de Liège Stoumont K L Province de Liège Dalhem K L Province de Liège Sankt-Vith K L c Province de Liège Blégny M M Province de Liège Herve M M Province de Liège Ans M M Province de Liège Donceel K M m Province de Liège Comblain-au-Pont K M m Province de Liège Eupen M M m Province de Liège Huy M Z m Province de Liège Verviers M Z m Province de Liège Seraing M Z m Province de Liège Liège G Z m Province de Namur La Bruyère K L Province de Namur Beauraing K M Province de Namur Mettet M M Province de Namur Viroinval K M m Province de Namur Assesse K M m Province de Namur Eghezée M M m Province de Namur Namur G Z m Prov. du Brabant wallon Mont-Saint-Guibert K M Prov. du Brabant wallon Beauvechain K L Prov. du Brabant wallon Perwez K L Prov. du Brabant wallon Chaumont-Gistoux K L Prov. du Brabant wallon Grez-Doiceau M L Prov. du Brabant wallon Lasne M L Prov. du Brabant wallon Nivelles M M Prov. du Brabant wallon Braine-le-Château K M m Prov. du Brabant wallon Braine-lAlleud M M m Province du Hainaut Froidchapelle K M c Province du Hainaut Sivry-Rance K M c Province du Hainaut Silly K L Province du Hainaut Estaimpuis K L Province du Hainaut Thuin M M Province du Hainaut Manage M M Province du Hainaut Celles K M m Province du Hainaut Chièvres K M m Province du Hainaut Châtelet M Z m Province du Hainaut Mouscron M M m Province du Hainaut Tournai M M m Province du Hainaut La Louvière M Z m Province du Hainaut Mons G Z m Province du Hainaut Charleroi G Z m Prov. du Luxembourg Martelange K Z Prov. du Luxembourg Saint-Léger K L Prov. du Luxembourg Attert K L Prov. du Luxembourg Vielsalm K M c Prov. du Luxembourg Meix-devant-Virton K M m Prov. du Luxembourg Arlon M M m Vlaanderen Provincie Antwerpen Vorselaar K M Provincie Antwerpen Sint-Amands K L Provincie Antwerpen Schelle K M Provincie Antwerpen Hove K L Provincie Antwerpen Retie K L Provincie Antwerpen Berlaar K L c Provincie Antwerpen Malle M M Provincie Antwerpen Mol M L Provincie Antwerpen Hulshout K L m Provincie Antwerpen Duffel M L m c Provincie Antwerpen Ranst M L mFout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.18
  26. 26. Provincie Antwerpen Turnhout M M m Provincie Antwerpen Mechelen M M m Provincie Antwerpen Antwerpen G M m Provincie Limburg As K L Provincie Limburg Borgloon K M c Provincie Limburg Halen K L m Provincie Limburg Genk M L m Provincie Limburg Hasselt M M m Prov. Oost-Vlaanderen Kluisbergen K L Prov. Oost-Vlaanderen Sint-Laureins K L c Prov. Oost-Vlaanderen Knesselare K L Prov. Oost-Vlaanderen Zomergem K M Prov. Oost-Vlaanderen Sint-Lievens-Houtem K L Prov. Oost-Vlaanderen Denderleeuw M M Prov. Oost-Vlaanderen Lebbeke M M Prov. Oost-Vlaanderen Lokeren M M Prov. Oost-Vlaanderen Moerbeke K L m Prov. Oost-Vlaanderen Ronse M M m Prov. Oost-Vlaanderen Dendermonde M M m Prov. Oost-Vlaanderen Sint-Niklaas M M m Prov. Oost-Vlaanderen Aalst M M m Prov. Oost-Vlaanderen Gent G M m Prov. Vlaams-Brabant Drogenbos K M Prov. Vlaams-Brabant Bekkevoort K L Prov. Vlaams-Brabant Huldenberg K L Prov. Vlaams-Brabant Oud-Heverlee K L Prov. Vlaams-Brabant Liedekerke M L Prov. Vlaams-Brabant Aarschot M L Prov. Vlaams-Brabant Bever K L m Prov. Vlaams-Brabant Keerbergen M L m c Prov. Vlaams-Brabant Tremelo M L m c Prov. Vlaams-Brabant Vilvoorde M M m Prov. Vlaams-Brabant Leuven G M m Prov. West-Vlaanderen Alveringem K L Prov. West-Vlaanderen Heuvelland K M Prov. West-Vlaanderen Oudenburg K L Prov. West-Vlaanderen Nieuwpoort K M Prov. West-Vlaanderen Damme M L Prov. West-Vlaanderen Wingene M L Prov. West-Vlaanderen Oostkamp M L Prov. West-Vlaanderen Knokke-Heist M M Prov. West-Vlaanderen Blankenberge M M m Prov. West-Vlaanderen Wervik M M m Prov. West-Vlaanderen Roeselare M M m c Prov. West-Vlaanderen Oostende M Z m Prov. West-Vlaanderen Kortrijk M M m Prov. West-Vlaanderen Brugge G M m3.2 Opmaak & structuur van de vragenlijst voor kwantitatieve bevraging3.2.1 Opmaak vragenlijst De vragenlijst werd in een aantal opeenvolgende stappen in een iteratief proces uitgewerkt.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.19
  27. 27. Een eerste draft versie werd besproken met de werkgroep en vervolgens met de stuurgroep. De herziene versie werd nogmaals besproken met werkgroep en stuurgroep, en vervolgens verrijkt met suggesties van een aantal door het onderzoeksteam gecontacteerde OCMW-secretarissen en OCMW-maatschappelijk werkers. Tevens werd hierbij de nodige aandacht besteed aan een voor mandatarissen begrijpbare taal en correct jargon. Tenslotte werd deze versie opnieuw besproken met werkgroep en stuurgroep, teneinde de finale versie te bekomen.3.2.2 Structuur van de vragenlijst De kwantitatieve vragenlijst werd opgebouwd in twee hoofddelen. Vooreerst worden in het luik “profiel van het OCMW” een aantal algemene gegevens opgevraagd. Vervolgens worden in het luik “ kwantitatieve bevraging” een uitgebreide set gegevens opgevraagd middels 10 gesloten hoofdvragen en 1 open hoofdvraag. Elke vraag behandelt een afzonderlijke thematiek. Dit neemt niet weg dat wij in meerdere vragen een aantal deelaspecten bevroegen die ook in andere vragen in bijna identieke verwoording aan bod kwamen. Dit liet ons toe om een dubbelcheck op deze gegevens te houden, en op deze wijze de gegevens te corrigeren middels contacten met de betrokken OCMW’s waarbij zich dergelijke anomalieën voordeden. De volledige vragenlijst vindt u in bijlage (p.121). De dubbelcheck-gegevens worden naargelang de vraag waarin ze voorkomen, behandeld in de diverse paragrafen van hoofdstuk 5, waarin de analyseresultaten worden toegelicht.3.3 Methode van versturing3.3.1 E-mail De vragenlijsten werden verstuurd per e-mail, samen met een begeleidende brief vanwege minister Arena. Indien geen e-mail coördinaten van een OCMW gekend waren, bezorgden wij het betrokken OCMW de vragenlijst per post en per fax. De e-mail en het postverkeer werd geadresseerd aan de secretaris. Door alle e-mails te voorzien van een ‘return receipt’ werd opgevolgd in hoeverre de e-mails ook daadwerkelijk hun bestemmeling bereikten. Indien na telefonische contactname bleek dat e-mail verkeer niet mogelijk was, werd de vragenlijst per post en per fax toegezonden. In een eerste fase beschikten de aangeschreven OCMW’s over een periode van 4 weken om de vragenlijsten in te vullen en aan Ernst & Young terug te sturen.3.3.2 Herinneringsbrief Na drie weken was slechts 7% van de enquêtes ingevuld teruggestuurd. Daarom stuurde Ernst & Young een herinneringsbrief, mede-ondertekend door dhr. Van Geertsom, voorzitter van de POD Maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie. Het responspercentage steeg in de daaropvolgende weken tot 30%.Fout! Opmaakprofiel niet gedefinieerd. P.20

×