Your SlideShare is downloading. ×
0
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Sociale activering
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
392
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide
  • In dit onderzoek hebben we, geïnspireerd op de omschrijving in Nederland, dit begrip gedefinieerd als volgt: … Aldus gedefinieerd, blijkt een overgrote meerderheid van de OCMW’s zich erin te herkennen. Toch bleek uit de focusgroepen dat ondanks deze genuanceerde omschrijving de term sociale activering eerder geduld wordt dan dat hij omarmd wordt door de betrokken OCMW-medewerkers. Onder meer het gebrek aan eenduidigheid en de connotatie met arbeidsactivering verklaren de reserve voor de term sociale activering.
  • We constateren dat sociale activering een veelheid aan doelen dient, waarbij sociale activering zowel een alternatief voor, als een opstap naar tewerkstelling kan vormen. We stellen vast dat OCMW’s sociale activering vaker als een opstap naar tewerkstelling zien naarmate de grootte van de gemeente stijgt. (ZK: 64,7%; K: 75,3%; MG:76,6%; G: 84,2%; ZG:100,0%)
  • ‘universele wederkerigheid’ : een visie gebaseerd op dit wederkerigheidsprincipe gaat niet zozeer uit van een koppeling tussen rechten en plichten, maar is ruimhartig en stelt weinig voorwaarden. Activeringsmaatregelen gaan in dit geval uit van een hoge mate van solidariteit en collectieve verantwoordelijkheid en zijn erop gericht de integratie van begunstigden te ondersteunen. (items: realisering sociale grondrechten, sociaal weefsel versterken, empowerment, ontplooien kennis, vaardigheden en attitudes,…)‘verplichtende wederkerigheid’. Een beleidvisie gebaseerd op verplichtende wederkerigheid houdt een sterke koppeling tussen rechten en plichten in. In de context van sociale activering wordt tegenover het recht op sociale activering de plicht tot bereidheid om deel te nemen aan sociale activering geplaatst. Meer extreem houdt dit wederkerigheidsprincipe in dat de uitkering aan bijstandsgerechtigden conditioneel is en dat men er streng op zal toezien dat de voorwaarden gehandhaafd worden. (items: cliënten die de capaciteiten hebben om te werken hebben niet alleen het recht, maar ook de plicht om mee te werken aan hun arbeidsintegratie,…)We stellen dus vast dat de algemeen heersende beleidsvisie met betrekking tot sociale activering gebaseerd is op twee dimensies, bestaande uit een ‘strak’ begrip van wederkerigheid (‘voor wat hoor wat’) en een ‘breed’ begrip van wederkerigheid. Deze bevinding illustreert de bipolariteit eigen aan het concept sociale activering.
  • - Sociale activering wordt ingevuld door een brede waaier van activiteiten, die zowel van recreatieve als van vormende aard kunnen zijn. In dit veelzijdige aanbod hebben socio-culturele en recreatieve activiteiten de bovenhand.Tewerkstelling en trajectbegeleiding spelen slechts een zeer beperkte rol in het aanbod inzake sociale activering. Wanneer een OCMW dergelijke activiteiten inzet voor sociale activering, is dit vooral in Vlaanderen (11,4% versus 1,2% in WL en 0% in BR)Opvallende regionale verschillen:Vrijetijdstoelagen: 32,6% van de Waalse OCMW’s werken met vrijetijdstoelagen, tegenover 62,9% van de Vlaamse OCMW’s en 75,0% van de Brusselse OCMW’s. (Onder een vrijetijdstoelage kunnen verschillende tegemoetkomingen vallen, o.a.toelagen voor deelname aan sportieve en culturele activiteiten of speelpleinen, een vrijetijdspas waarmee men bijvoorbeeld gratis lidmaatschap bij de bibliotheek krijgt en/of korting op inschrijvingsgelden bij allerlei verenigingen (muziek- en kunstacademie, sport,…), een “cheque artikel 27" die toegang verschaft tot musea, toneel of concerten, etc.)Kennismaking met sport(clubs)/jeugdbeweging: BR 75,0%; VL 48,6%; WL 30,2% 
  • 8 case studies (3 in Vl, 3 Wal, 2 Brussel) waarbij we op zoek gaan naar goede praktijken en knelpunten d.m.v. interviews (53) met medewerkers op managementniveau, uitvoerende medewerkers en deelnemers.Keuze als volgt gemaakt: elk OCMW kon een goede praktijk opgeven in de enquête – daaruit een keuze gemaakt waarbij we diversiteit nagestreefd hebben: kleine, middelgrote en grote gemeenten, doelgroepen, en thema/doelstelling. In rapport overzicht terug te vinden van alle goede praktijken die de OCMW’s in de enquête hebben opgegeven en van elk van de case studies een uitgebreide beschrijving van het initiatief + goede praktijken en knelpunten. Op basis daarvan gemeenschappelijke goede praktijken en knelpunten gevonden. In het rapport is hier een hoofdstuk aan gewijd waar we illustreren met concrete voorbeelden uit al deze initiatieven .
  • 8 case studies (3 in Vl, 3 Wal, 2 Brussel) waarbij we op zoek gaan naar goede praktijken en knelpunten d.m.v. interviews (53) met medewerkers op managementniveau, uitvoerende medewerkers en deelnemers.Keuze als volgt gemaakt: elk OCMW kon een goede praktijk opgeven in de enquête – daaruit een keuze gemaakt waarbij we diversiteit nagestreefd hebben: kleine, middelgrote en grote gemeenten, doelgroepen, en thema/doelstelling. In rapport overzicht terug te vinden van alle goede praktijken die de OCMW’s in de enquête hebben opgegeven en van elk van de case studies een uitgebreide beschrijving van het initiatief + goede praktijken en knelpunten. Op basis daarvan gemeenschappelijke goede praktijken en knelpunten gevonden. In het rapport is hier een hoofdstuk aan gewijd waar we illustreren met concrete voorbeelden uit al deze initiatieven .
  • Op basis van de case studies en de goede praktijken en knelpunten die we daarin identificeerde hebben we een aantal aanbevelingen opgesteld om als OCMW een eigen sociale activeringsinitiatief op te zetten. Uitleg zie Hoofdstuk 8 aanbevelingen. Hieronder enkele voorbeelden uit de cases.LT projecten: voor alle projecten vaak trage opstart, mond-tot-mond reclame belangrijk, tijd voor nodig.flexibiliteit: vb. uit buurtgerichte jongerenwerking Dessel, als er een jongere net te oud is voor een bepaalde groep maar zich hier beter thuis voelt dan bij de oudere leeftijdsgroep dan wordt toegelaten dat die jongere in de jongere groep blijft.Samenwerking: hoeft niet altijd zeer groots te zijn kan ook gwn voor toeleiding of voor een lokaal.Afstemming op doelgroep: Vooraf, bij opstarten van het project. Vb. Bièvreespace détente enquête afin d’évaluer les besoins de personnes de la communesTijdens het project soms moeilijk, weinig input van de doelgroep. Vb. groepswerking jongeren in Gent Hier had men vooropgesteld om de jongeren de thema’s waarrond men zou werken en de activiteiten bijna volledig te laten bepalen. Maar er kwamen met weinig constructieve ideeën (bv. benjee-jumpen of naar een pretpark gaan)=> vertrokken van een lijst van voorstellen waaruit ze konden kiezen => daardoor hadden ze een kader om van te vertrekken en kwamen er wel meer constructieve ideeën
  • Toeleiding:vb. Asse Vrouwengroep PARLEEke aan de schoolpoort anderstalige vrouwen aanspreken en flyers uitdelen voor de vrouwengroep, vb. Dessel buurtgerichte jongerenwerking: een leuke startactiviteit georganiseerd om de jongerenwerking bekend te maken in de wijk: in het midden van de wijk een tent opgezet waar een DJ een workshop gaf. Voordien uitnodigingen aan de deur gaan uitdelen.Drempel laag houden: vb. Braine-l’Alleud atelier de cuisine : sommige ouders vonden geen kinderopvang => kinderen mogen nu meekomen. Incentief: gratis maaltijd: samen koken en nadien samen eten, Vb. Bièvre espace détente: landelijke gemeente + vooral gepensioneerden => carpool systeem georganiseerd.Outreachende en aanklampende aanpak: vb. Gent Extra Time groepswerking voor jongeren: smsjes sturen als herinnering, vb. Asse PARLEEke wanneer vrouwen lange tijd niet meer opdaagden werd een huisbezoek gedaanTaken combineren: vb. Dessel buurtgerichte jongerenwerking 1 medewerker deeltijds opvoedingsondersteuning en buurtwerking + 1 medewerker sociale dienst en buurtwerking => kunnen de ouders ondersteunen + toeleiden van buurtwerking naar andere diensten en omgekeerd.
  • Eerder dan door de lokale praktijken te homogeniseren en te standaardiseren kan de federale overheid zijn faciliterende rol opnemen door het structurele kader voor dergelijke initiatieven uit te klaren en samenwerking en uitwisseling van expertise tussen OCMW’s te stimuleren.
  • Transcript

    • 1. Sociale activering, tussen actief burgerschap en betaalde arbeid Een verkennend onderzoek naar de praktijk van sociale activering bij de Belgische OCMW‟s Onderzoekers: Greet Van Dooren, Janne Kuppens, Julie Druetz, Ludo Struyven & Design Charles & Ray Eames - Hang it all © Vitra Abraham Franssen (HIVA – CES) Opdrachtgever: POD MI
    • 2. Algemeen overzicht1. Inleiding: wat is sociale activering?2. Onderzoeksvragen3. Resultaten websurvey4. Voorstelling case studies5. Aanbevelingen op lokaal niveau (OCMW)6. Aanbevelingen op federaal niveau 3-9-2012 2
    • 3. 1. Inleiding: wat is „sociale activering‟?“Het verhogen van de maatschappelijke participatie en het doorbreken van sociaal isolement door maatschappelijk zinvolle activiteiten te ondernemen, 1) ofwel als een doel op zich; 2) ofwel als een eerste stap in een traject voor socio-professionele inschakeling; 3) ofwel als een eerste stap in een (latere) betaalde tewerkstelling.” 3-9-2012 3
    • 4. 2. Onderzoeksvragen1. Hoe geven Belgische OCMW‟s invulling aan sociale activering?2. Welke goede praktijken kunnen worden opgespoord en beschreven?3. Welke beleidsmaatregelen zijn nodig om een beleid inzake sociale activering verder uit te bouwen en te optimaliseren? 3-9-2012 4
    • 5. 4 - Resultaten websurvey
    • 6. Welke variëteit aan doelen beogen OCMW‟s met sociale activering?Concrete doelen van sociale activering* % (N=224)Cliënten uit hun sociaal isolement halen 92,0Cliënten het gevoel geven er opnieuw bij te horen in de samenleving 90,2Cliënten zelfredzamer laten worden 75,9Cliënten voorbereiden op een professioneel traject, een sociale 73,7tewerkstelling of een tewerkstelling op de reguliere arbeidsmarktDe persoonlijke ontwikkeling van de cliënt bevorderen 70,5Cliënten zich beter laten voelen 63,8De dienstverlening van het OCMW verbeteren i.f.v. de noden van de 51,8cliënten * Respondenten konden verschillende doelen aanvinken 3-9-2012 6
    • 7. Hoe wordt sociale activering ingepast binnen de algemene visie op activering? (2)Beleidsvisie gebaseerd op 2 dimensies:1) „breed‟ begrip van wederkerigheid2) „strak‟ begrip van wederkerigheid (verplichtend) “Is de bereidheid om sociaal Algeme BR VL WL geactiveerd te worden een criterium en% % % % dat kan meespelen om de OCMW- (N=224) (N=8) (N=135 (N=81) uitkering al dan niet te behouden?” ) Ja 42,4 37,5 57,0 18,5 3-9-2012 7
    • 8. Welke types van activiteiten worden ingezet voor SA? Wat is de rol van SA als voortraject?Type activiteiten ingezet voor sociale activering % (N=234)Socio-culturele en recreatieve activiteiten 79,5Vrijetijdstoelages 52,1*Vrijwilligerswerk 45,7Vorming of opleidingen zonder dat het doel professionele inschakeling is 43,6Kennismaking met sport(clubs)/jeugdbeweging 42,7*Workshops 35,0Praatgroepen om uit sociaal isolement te raken 25,6Cliënt participatiegroepen 17,5Wijkgerichte groepswerking 9,8Tewerkstelling (i.k.v. art.60, sociale tewerkstelling, stage, arbeidszorg) 7,3*Trajectbegeleiding 2,1Andere 13,3Geen enkele activiteit 4,3 * Opvallende regionale verschillen 3-9-2012 8
    • 9. Is sociale activering gericht op specifieke doelgroepen en zo ja, welke?Doelgroepen die in aanmerking komen voor sociale activering % (N=225)Iedereen 56,0Welomschreven categorieën, nl: 44,4 - Clienteel OCMW in het algemeen 12,9 - Leeflooncliënten & 8,0 cliënten in schuldbemiddeling/budgetbeheer/met een laag inkomen - Clienteel van de sociale dienst 6,7 - Kansarmen 6,7 - Mensen met laag inkomen 3,1 - Enkel leeflooncliënten 3,1 - Anderen (ouders met kleine kinderen,…) 3,6 3-9-2012 9
    • 10. Hoeveel en welke personen worden er bereikt met sociale activering? Totaal Gem. aantal BR VL WL N OCMW‟s die vraag 113 2 66 45 ingevuld hebben (1) N (eq.) leefloners 72 127 638,3 11 035 33 952 27 140 in 2010 (2) N personen in 25 756 227,9 7245 13 156 5 355 soc. act. in 2010 (3) pers. 8043 71,2 1182 4846 2015 tewerkgesteld in art.60§7 in 2010 % (2)/(1) 35,7 65,7 38,8 19,7 % (3)/(1) 11,2 10,7 14,3 7,4 van alle (eq.) leefloners in 2010 heeft 11.2 % deelgenomen aan een art.60 traject van alle (eq) leefloners in 2010 heeft er 35,7% deelgenomen aan een traject sociale activering 3-9-2012 10
    • 11. Wat zijn de meest voorkomende knelpunten inzake sociale activering?Knelpunten % (N=234)Gebrek aan voldoende personeel (tijdsdruk) 56,8Deelnemers haken gemakkelijk af 48,7Gebrek aan financiële middelen 44,0OCMW is te kleinschalig om initiatieven inzake sociale activering te 40,2nemen 3-9-2012 11
    • 12. 5. Case studies OCMW Project Doelgroep Thema / doelAsse Vrouwengroep PARLEEke Vrouwen OCMW & anderen Taal, sociale integratieDessel Buurtgerichte Jongeren OCMW & anderen uit Vorming, vrije tijd jongerenwerking de sociale woonwijkGent Extra Time (ESF) Jongeren OCMW & VDAB Competenties voor groepswerking therapie/opleiding /werkBièvre Espace détente Ouderen OCMW & anderen Sociaal isolementBraine- Atelier de cuisine OCMW & anderen Sociaal isolementl‟AlleudCharleroi Créa d‟âmes OCMW & anderen Sociaal Isolement toneelverenigingBruxelles Comité des spectateurs OCMW & anderen uit de Marollen Sociaal isolementUccle Voortraject voor OCMW-cliënten Socio-professionele integratie activering (ESF) 3-9-2012 12
    • 13. Case studie: “Extra time” – OCMW Gent• Doelgroep: moeilijk activeerbare jongeren (18-25jr) die leefloon ontvangen of door VDAB worden begeleid• Outreachende en aanklampende benadering (huisbezoeken, sms- jes, telefoontjes, facebook)• Groepsmomenten: organiseren fietstocht/eigen voetbaltornooi, deelname aan Belgian Homeless Cup, voetbaluitstap voor rusthuisbewoners, vorming tot hulpmonitor om daarna zelf leiding te geven tijdens vakantiewerking,…• Individuele intensieve opvolging: evaluatie ahv scoringssysteem met gedragsindicatoren => vooruitgang wordt zichtbaar gemaakt, ontwikkelpunten gedefinieerd 3-9-2012 13
    • 14. Case-studie: “Kookworkshop” – OCMW Braine-l‟Alleud• 1x/mnd “Kookworkshop”• 1 vd deelnemers stelt menu voor om samen te bereiden en te eten• Taken worden verdeeld: koken, tafels dekken, afruimen, afwas,…• Aandacht voor gezonde voeding• “Via deze activiteit kan ik eens iets anders zien dan mijn 4 muren en vergeet ik mijn financiële en familiale problemen” (Deelneemster, 56jr, mutualiteit) 3-9-2012 14
    • 15. Case-studie: “Comité des spectateurs” - OCMW Brussel• Partnerschap OCMW met theatergezelschap in Marollen “Théatre Les Tanneurs”• Opzet: – voorstelling bijwonen – samen met de acteurs eten voor de voorstelling – Na de voorstelling workshops 3-9-2012 15
    • 16. 6. Aanbevelingen op lokaal, OCMW-niveau (1): inbedding, doelgroep en inhoud Kies voor lange termijn projecten Formuleer zowel lange als korte termijndoelstellingen voor het initiatief Laat flexibiliteit toe in de projectaflijning (doelgroep, inhoud, tempo, organisatie, …) Werk samen Geen eenzijdige nadruk op kwantitatieve indicatoren bij evaluatie Kies voor een gemengde doelgroep, met zowel OCMW als niet- OCMW cliënten Stem de inhoud en organisatie af op de doelgroep, werk vraaggericht 3-9-2012 16
    • 17. 6. Aanbevelingen op lokaal, OCMW-niveau (2): toeleiding, laagdrempeligheid en personeel Zorg voor toeleiding via diverse kanalen en vindplaatsgerichte technieken Hou de drempel voor deelname laag Zorg voor de continuïteit en regelmaat Hanteer een outreachende en aanklampende aanpak Zorg voor enthousiaste, gemotiveerde en geëngageerde medewerkers Zorg voor een teamwerking Laat medewerkers hun taak combineren met andere taken die aansluiten bij de problematiek van de doelgroep 3-9-2012 17
    • 18. 7. Aanbevelingen op federaal niveau Versterk de legitimiteit van, en het draagvlak voor sociale activering Veranker sociale activering wettelijk en structureel Voorzie permanente financiering van sociale activering Stimuleer samenwerking (tussen OCMW‟s) en uitwisseling van expertise 3-9-2012 18

    ×