Handleiding TJShowShowcontrol Software        V3.0                           December 2008                       Tommy van...
InhoudsopgaveInhoudsopgave1. Inleiding ......................................................................................
6. Cues .....................................................................................................................
1. InleidingIn 2005 ontstond, uit een onderzoeksproject van Joost Wijgers en mij, een eerste versie vanTJShow. Die eerste ...
2.Tutorial2.1 LicentiesIn veel gevallen maken we met show-uitvoerders afspraken over de onderdelen in TJShowdie nodig zijn...
3. Tijdbalken3.1 Wat is een tijdbalk?De kern in de TJShow software is de tijdbalk. Een tijdbalk kan sporen bevatten waarop...
De status kan veranderd worden door de knoppen rechts boven in de tijdbalk te gebruiken.Door op de tijd te drukken wordt d...
De huidige positie van de tijdbalk is op verschillende manieren aan te passen:   •   Met behulp van Cues (zie hoofdstuk 6)...
3.2.3 SelectiemodusHet is mogelijk om een deel van de tijdbalk te selecteren. Bijvoorbeeld om snel naar deselectie te zoom...
3.2.4 ZoekfunctieIedere tijdbalk beschikt over een eigen zoekfunctie. Deze is erg bruikbaar voor het filterenvan sporen. A...
4. Apparaten   AppOm gegevens uit de showcontroller te sturen is het nodig om apparaten te patchen. Zo moetbijvoorbeeld in...
5. Plug-ins   Plug-insOm daadwerkelijk informatie (zoals geluid of DMX) uit een tijdbalk te laten komen moeten ersporen to...
SpooreigenschappenBij ieder type spoor hoort een eigen eigenschappen venster. De inhoud van deze vensterswordt gedetaillee...
FadercurvesFadercurves worden gebruikt voor continue waardes: variabelen die altijd een outputhebben, zoals DMX en volume....
5.1 TijdbalkHet is in TJShow mogelijk om meerdere tijdbalken aan te maken. Dit doe je door een spoormet het type ‘tijdbalk...
Naast de mogelijkheid om één DMX adres aan een spoor toe te wijzen zijn er nog een aantalandere opties:   •   Groepen (bla...
Alle gegevens van alle DMX sporen in een show zijn verzameld in het DMX overzicht bij hettabblad show-instellingen. Hier k...
Een symbool wordt toegevoegd door op het lampjelinks bovenin de viewer te drukken en naar het veldte slepen. Door op het s...
5.4 MidiMidi kan voor vele verschillende toepassingen gebruikt worden. TJShow heeft een aantalverschillende midi plugins. ...
5.4.3 Midi KanaalMet de Midi Kanaal plugin is het mogelijk om losse midi noten en program changecommando’s te sturen. In h...
5.5 MediaEr zijn verschillende type mediasporen om toe te voegen:   •   Tekst   •   Afbeeldingen   •   Video   •   Audio  ...
5.5.5 Media MasterMet een media master is een submaster voor het volume of alpha van één of meerdere audioof video sporen....
6. Cues6.1 Wat is een cue?Dé manier om in TJShow te navigeren en overzicht te houden is met behulp van cues. Eencue is een...
In het eigenschappenscherm kan een naam gegeven worden aan een cue. Dit is erg aan teraden omdat zo overzicht houden veel ...
6.2 ActiesCues hebben de mogelijkheid om de tijdbalk waarin ze geplaatst zijn van status teveranderen. Ze kunnen de tijdba...
6.3 TriggersCues hebben de mogelijkheid om elkaar te triggeren. Dit houdt in dat een eigenschap cue Ais dat als cue A word...
6.4 CuelistsAlle cues in een tijdbalk worden weergegeven in de cuelist van deze tijdbalk. Deze iszichtbaar aan de rechterk...
6.5 VariabelenIn sommige gevallen worden shows zo groot dat de verschillende ruimtes en verschillendeshows niet meer te ov...
Hier kan een naam en omschrijving aan de variabele gegeven worden. Ook kan het typevariabele worden ingesteld. Hiervoor zi...
Als een wijziging is toegevoegd wordt er een nieuwe, lege regel aan het scherm toegevoegd.Door in het linkerdeel van de re...
6.5.3 VoorwaardeEen cue heeft de mogelijkheid om te controleren of bepaalde gegevens kloppen, voordat decue de tijdbalk ve...
6.5.4 Het invoeren van formulesHet invoeren van formules in TJShow is gebonden aan een aantal regels om te voorkomendat er...
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Manual1

214

Published on

Published in: Business, Technology
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
214
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Manual1

  1. 1. Handleiding TJShowShowcontrol Software V3.0 December 2008 Tommy van der Vorst Joost Wijgers
  2. 2. InhoudsopgaveInhoudsopgave1. Inleiding ............................................................................................................................ 42.Tutorial ............................................................................................................................... 5 2.1 Licenties ....................................................................................................................... 5 2.2 Contact......................................................................................................................... 53. Tijdbalken ......................................................................................................................... 6 3.1 Wat is een tijdbalk? ....................................................................................................... 6 3.2 Specifieke tijdbalk functies ........................................................................................... 8 3.2.1 Zoomfunctie ........................................................................................................... 8 3.2.2 Huidige tijd volgen ................................................................................................. 8 3.2.3 Selectiemodus ........................................................................................................ 9 3.2.4 Zoekfunctie .......................................................................................................... 104. Apparaten ........................................................................................................................ 115. Plug-ins ........................................................................................................................... 12 5.1 Tijdbalk ...................................................................................................................... 15 5.2 DMX ........................................................................................................................... 15 5.2.1 DMX ..................................................................................................................... 15 5.2.4 DMX Viewer .......................................................................................................... 17 5.4 Midi ............................................................................................................................ 19 5.4.2 Midi MSC .............................................................................................................. 19 5.4.3 Midi Kanaal .......................................................................................................... 20 5.5 Media ......................................................................................................................... 21 5.5.4 Audio ................................................................................................................... 21 5.5.5 Media Master........................................................................................................ 22 2
  3. 3. 6. Cues ................................................................................................................................ 23 6.1 Wat is een cue? ........................................................................................................... 23 6.2 Acties ......................................................................................................................... 25 6.3 Triggers...................................................................................................................... 26 6.4 Cuelists ...................................................................................................................... 27 6.5 Variabelen .................................................................................................................. 28 6.5.1 Nieuwe Variabelen maken .................................................................................... 28 6.5.2 Variabelen wijzigen in een Cue ............................................................................ 29 6.5.3 Voorwaarde .......................................................................................................... 31 6.5.4 Het invoeren van formules ................................................................................... 32 3
  4. 4. 1. InleidingIn 2005 ontstond, uit een onderzoeksproject van Joost Wijgers en mij, een eerste versie vanTJShow. Die eerste versie was misschien het best te vergelijken met een orgel: een showbestond uit een samenspel van verschillende instrumenten (geluid, licht en projectie) die elkop een afgesproken tijd werden aangestuurd. We ontwikkelden het programma verder,gedreven door ideeën en praktische toepassingen. In drie jaar tijd werd TJShow wat het wathet nu is: versie 3.In al die tijd zijn er tienduizenden regels code geschreven, en werd er uren nagedacht overnieuwe mogelijkheden, die achteraf uiteraard allemaal weer getest dienden te worden. Devergelijking met het orgel gaat allang niet meer op; al is het maar omdat er, naar mijn weten,geen orgels bestaan die een groot aantal orgelpartituren tegelijk kunnen afspelen (waarbijde ene dan ook nog eens de andere kan beïnvloeden!). Nee, TJShow is nu meer een dirigent:het kan beslissingen nemen op basis van bepaalde logica, maar het kan ook een heel scalaaan apparatuur aansturen. TJShow is niet meer alleen een stuk gereedschap om een showmee ‘af te spelen’, maar kan nu informatie en invoer uit allerlei bronnen gebruiken enverwerken; denk aan de nieuwe mogelijkheden voor interactiviteit en het gebruik van eennetwerk.In deze handleiding hebben we geprobeerd alle functies die het programma kent op eenoverzichtelijke manier uit te leggen. In principe zou het programma ‘self-explanatory’moeten zijn, en is een handleiding niet nodig; de praktijk leert dat het toch erg prettig is omeen meer diepgaande uitleg achter de hand te hebben van bepaalde aspecten van hetprogramma. De handleiding is dus vooral handig om informatie op te zoeken. Voor iedereendie nog nooit met het programma heeft gewerkt, is er een ‘quick & dirty’ hoofdstukingevoegd waarmee je in korte tijd bekend raakt met de basisprincipes.Rest mij nog te zeggen dat we uiteraard open staan voor commentaar, opmerkingen enideeën ten aanzien van deze handleiding en de software in het algemeen. Zowel de softwareals de handleiding hebben zonder input van eindgebruikers niet kunnen worden tot degeweldige producten die het nu zijn. Reacties kun je richten aan support@tjshow.com. Voorde laatste versies van TJShow en de handleiding kun je terecht op de website,www.tjshow.com.Tommy van der Vorst 4
  5. 5. 2.Tutorial2.1 LicentiesIn veel gevallen maken we met show-uitvoerders afspraken over de onderdelen in TJShowdie nodig zijn en (eventueel) tot wanneer het programma gebruikt mag worden. Daarnaastwillen we het programma graag enige bescherming meegeven tegen ongeoorloofd kopiëren.Voor deze twee doelen maakt TJShow gebruik van een licentie-systeem. Uitgangspunt wasdat het systeem eindgebruikers niet in de weg moest zitten en dat het gemakkelijk ingebruik was. Het door ons ontwikkelde licentie-systeem werkt op basis van licentie-bestanden. Zodra TJShow de eerste keer wordt opgestart (of wanneer TJShow bij hetopstarten een ongeldige of verlopen licentie aantreft) wordt de eindgebruiker gevraagd omeen licentiebestand. Dit bestand wordt door ons verstrekt en bevat (in gecodeerde vorm) denaam van de eigenaar van de licentie, een verloopdatum en informatie over welkefunctionaliteit in TJShow is ingeschakeld.In veel gevallen zul je niet of nauwelijks te maken krijgen met het licentie-systeem. Mochthet systeem desondanks problemen veroorzaken, of werkt het programma ineens niet meerterwijl dat wel zou moeten, dan kunt u het beste contact met ons opnemen. Onsuitgangspunt is dat uw show moet kunnen blijven draaien; we zullen u dus in geval vanproblemen snel voorzien van een tijdelijke licentie zodat de show verder kan draaien, terwijlwij naar een oplossing kunnen zoeken.2.2 ContactWebsite: www.tjshow.comE-mail: tommy@tjshow.com Joost@tjshow.comTelefoon: 06-49602474 (Joost Wijgers) 5
  6. 6. 3. Tijdbalken3.1 Wat is een tijdbalk?De kern in de TJShow software is de tijdbalk. Een tijdbalk kan sporen bevatten waaropbijvoorbeeld een audio of video bestand wordt afgespeeld. Alle acties in een show komenvoort uit een tijdbalk.Een tijdbalk heeft de volgende eigenschappen: Naam, omschrijving en lengte. Als eentijdbalk bij het afspelen het einde van de tijdbalk bereikt zal de tijdbalk gestopt worden.De eigenschappen van de tijdbalk zijn aan te passen in het eigenschappen scherm. Dit kangeopend worden door op de knop ‘tijdbalk eigenschappen’ in het tijdbalk scherm te klikkenHet is mogelijk om meerdere tijdbalken toe te voegen (zie hoofdstuk 5.1), maar de basis vande show zal altijd de hoofdtijdbalk zijn.Een tijdbalk kan drie verschillende statusvormen hebben: Play: De tijdbalk speelt af Stop: De tijdbalk is gestopt: alle outputs worden gereset Pauze: De tijdbalk is gepauzeerd: alles wordt stilgezet, maar de waardes van fadercurves (zoals DMX en volume) blijven op hun waarde staan. 6
  7. 7. De status kan veranderd worden door de knoppen rechts boven in de tijdbalk te gebruiken.Door op de tijd te drukken wordt de status veranderd in Play (als de tijdbalk gestopt ofgepauzeerd is) of Stop (als de tijdbalk afspeelt). LET OP: De knop OP: veranderd de status van de tijdbalk niet. Deze veranderd alleen de positie van de tijdbalk.In de bovenste pictogrammenbalk staan drie pictogrammen die de status van alle tijdbalkenkunnen aanpassen. TIP: De enter toets start en stopt de tijdbalk waarin je aan het werk bent.PositieDe tijdbalk bevindt zich altijd op een bepaalde positie (een bepaalde tijd). Deze is rechtsbovenin het tijdbalk scherm aangegeven. Ook is de huidige positie te zien aan de verticalelijn in de tijdbalk. 7
  8. 8. De huidige positie van de tijdbalk is op verschillende manieren aan te passen: • Met behulp van Cues (zie hoofdstuk 6) • Door de tijdbalk af te spelen en te stoppen • Door met de muis in het tijdsveld (hier onder rood omringd) te klikken en naar links of naar rechts te slepen. De huidige tijd zal aangepast worden naar de positie waar de muisknop losgelaten wordt. LET OP: Als de tijdbalk in Pauze staat en je versleept de huidige tijd, worden alle waardes van de sporen op deze tijdbalk direct aangepast naar de waarde van de huidige tijd.3.2 Specifieke tijdbalk functies3.2.1 ZoomfunctieOm gedetailleerd in een tijdbalk te kunnen werken is er de mogelijkheid om in- en uit tezoomen. Standaard is een tijdbalk maximaal uitgezoomd tot zijn gehele lengte. Om in tezoomen klikt men op het vergrootglas ( ), houdt de linkermuisknopvast en sleept naaronderen. Uitzoomen werkt op dezelfde manier, maar dan moet de muis naar boven gesleeptworden. Tijdens het zoomen zal regelmatig de schaalverdeling op de tijd-as wordenaangepast. De tijdsaanduidingen zullen wel ten alle tijden in seconden zijn. TIP: Om snel te zoomen houdt je Ctrl ingedrukt en gebruik je het scrollwiel.3.2.2 Huidige tijd volgenTijdens het afspelen wilt u soms ingezoomd werken, maar toch de tijdbalk kunnen volgen.Hiervoor kunt u de optie ‘huidige tijd volgen’ aanzetten. Dit doet u door op het hangslotpictogram ( ) te drukken. Deze functie zorgt er voor dat de huidige positie van de tijdbalkaltijd binnen de gezoomde selectie valt. Let wel op: deze functie werkt alleen als de tijdbalkin Play modus staat. 8
  9. 9. 3.2.3 SelectiemodusHet is mogelijk om een deel van de tijdbalk te selecteren. Bijvoorbeeld om snel naar deselectie te zoomen of om een gedeelte van de geprogrammeerde show aan te passen, teverplaatsen of te verwijderen. De selectiemodus wordt in- en uitgeschakeld met behulp vanhet selectie pictogram ( ). Als de modus is ingeschakeld kan door met de muis in hetsporenveld (hier onder rood omringd) van links naar rechts te slepen een selectie wordengemaakt.Als er een selectie is gemaakt kan direct naar deze gezoomd worden door in het sporenveldin de selectie rechts te klikken en ‘zoom naar selectie’ aan te geven. Ook is het mogelijk omalle items binnen deze selectie te kopiëren of te verwijderen. Ook kunnen de cues binneneen selectie verwijderd worden. LET OP: Als de selectiemodus is ingeschakeld is het niet mogelijk de inhoud van de sporen op de tijdbalk aan te passen. TIP: Om snel te zoomen naar een selectie zonder de selectiemodus aan te zetten selecteer je met de rechtermuisknop ingedrukt op het tijdsveld (rood omrand) de tijd waarop je wilt inzoomen. 9
  10. 10. 3.2.4 ZoekfunctieIedere tijdbalk beschikt over een eigen zoekfunctie. Deze is erg bruikbaar voor het filterenvan sporen. Als er iets in het zoekveld is ingevoerd zullen alle sporen waarvan de naam nietovereenkomt met de zoekopdracht niet meer worden weergegeven (NB. deze sporen zullenwel worden afgespeeld).Voorbeeld:In deze tijdbalk zijn er 3 sporen, met de namen AB, AC en BC.Na invoeren van B in het zoekveld zijn alleen nog de sporen zichtbaar waar de letter B invoorkomt: AB en BC. Het spoor AC is niet zichtbaar, wordt niet aangepast, maar wordt welafgespeeld. 10
  11. 11. 4. Apparaten AppOm gegevens uit de showcontroller te sturen is het nodig om apparaten te patchen. Zo moetbijvoorbeeld ingesteld worden welk apparaat Audio uit stuurt en welk apparaat de MIDI inputverzorgd. Per apparaat dient een patch gemaakt te worden. Dit kan via de knop showinstellingen in de bovenste pictogrammenbalk. Door hier op te klikken opent een tabbladmet daarin sub-tabbladen, waaronder het tabblad apparaten.In dit tabblad kan een patch worden toegevoegd door op het plusje ( ) te drukken. In dekolom Apparaat kan een apparaat gekoppeld worden aan deze patch.Bij een aantal type sporen is het noodzakelijk om een patch aan te geven. Dit is in te stellenvia het eigenschappen scherm van het betreffende spoor: 11
  12. 12. 5. Plug-ins Plug-insOm daadwerkelijk informatie (zoals geluid of DMX) uit een tijdbalk te laten komen moeten ersporen toegevoegd worden. De verschillende type sporen heetten plug-ins en zijn onder teverdelen in de volgende categorieën: • Tijdbalk • DMX (lichtsturing) • Data (database ondersteuningen) • Midi (diverse midi toepassingen) • Media (audio, video, tekst, afbeeldingen, enzovoort) • Overig (o.a. TJBeamer)In iedere tijdbalk zitten een aantal knoppen waarmee sporen kunnen worden toegevoegd,verwijderd en gesorteerd.Om sporen toe te voegen klikt men op het plus pictogram ( ) linksboven in de tijdbalk enkiest ‘spoor toevoegen Vervolgens opent zich het volgende scherm: spoor toevoegen’.Hier kan een naam worden ingevoerd en het type spoor worden gekozen. Het is verplicht ombeide velden in te vullen. Ieder spoor in een TJShow bestand heeft een eigen adres, ditvanwege de netwerkfunctionaliteiten (zie hoofdstuk 7). Bij geavanceerd kan hetkanaalnummer van dit spoor worden aangepast. Ook is hier een mogelijkheid om meteenmeerdere kopieën van dit spoor toe te voegen. 12
  13. 13. SpooreigenschappenBij ieder type spoor hoort een eigen eigenschappen venster. De inhoud van deze vensterswordt gedetailleerd beschreven in dit hoofdstuk 5.1 tot en met 5.6. Om heteigenschappenscherm van een spoor te openen klikt men met de linkermuisknop in hetnaamveld van het betreffende spoor.AfspeelmodiEen spoor kan vier verschillende afspeelmodi hebben. Deze zijn aan te passen door rechts teklikken op de spoornaam. Als er geen gebruik wordt gemaakt van de netwerkfuncties,kunnen alle modi op ‘afspelen op deze server’ ( ) worden ingesteld (standaard). Ook is hetmogelijk om de afspeelmodi van alle zichtbare sporen tegelijk te veranderen. Dit wordtgedaan met behulp van het afspeelmodus pictogram in de bovenin tijdbalk ( ). LET OP: Deze functie past alleen de afspeelmodus van de zichtbare sporen aan. Let dus op of er iets is ingevuld in het zoekveld van de tijdbalk.Inhoud van sporenDe verschillende plug-ins kunnen een verschillende inhoud hebben die op verschillendemanieren kan worden aangepast. In onderstaand schema is te zien welke plug-in van welkeinhoudsvorm gebruik maakt. Gedetailleerde informatie per spoor is te vinden in hoofdstuk5.1 tot en met 5.6. Informatieblokken Fadercurves Losse CuesPlug-inDMX XMidi CC XMidi MSC XMidi Kanaal XTekst X XAfbeelding X XVideo X XMedia XMasterAudio X XTJBeamer X 13
  14. 14. FadercurvesFadercurves worden gebruikt voor continue waardes: variabelen die altijd een outputhebben, zoals DMX en volume. De fadercurve wordt getekend aan de hand van een aantalfaderpunten, ook wel items genoemd. Deze faderpunten zijn toe te voegen door met derechtermuisknop op het informatieveld van het spoor te klikken. Op het geklikte punt zaleen faderpunt worden toegevoegd. Als dit punt verplaatst moet worden kan dat door linksop het punt te klikken en punt vervolgens te verslepen. Een faderpunt kan verwijderd wordendoor het ver naar onder te slepen.Losse CuesLosse cues worden gebruikt voor het versturen van losse berichten, zoals midi noten en midishow control. Een losse cue wordt toegevoegd door rechts te klikken in het informatieveldvan het spoor. De cues kunnen versleept worden door met links op de cue te klikken en decue vervolgens te verslepen. Een cue kan verwijderd worden door het ver naar onder teslepen. Het eigenschappenvenster van een cue kan worden geopend door met delinkermuisknop op de cue te klikken.InformatieblokkenInformatieblokken worden gebruikt om bestaande bestanden in de show te plaatsen, zoalsbijvoorbeeld bij audio of video. Een blok wordt toegevoegd door rechts te klikken in hetinformatieveld van het spoor. De blokken kunnen versleept worden door met links op hetblok te klikken en het blok vervolgens te verslepen. Een blok kan verwijderd worden door hetver naar onder te slepen. Het eigenschappenvenster van een blok kan worden geopend doormet de linkermuisknop op het blok te klikken. TIP: Bij gebruik van meerdere blokken van hetzelfde type tegelijk (bijvoorbeeld mediabestanden) is het aan te raden om deze losse blokken niet over elkaar heen op één spoor te zetten, maar om hiervoor verschillende sporen aan te maken. Hierdoor zijn de eigenschappen beter in te stellen is er meer overzicht in de geprogrammeerde show. 14
  15. 15. 5.1 TijdbalkHet is in TJShow mogelijk om meerdere tijdbalken aan te maken. Dit doe je door een spoormet het type ‘tijdbalk’ toe te voegen. Na het toevoegen zal de nieuwe tijdbalk in een nieuwtabblad verschijnen. Van deze tijdbalk is de lengte in te stellen in het eigenschappenvenstervan de tijdbalk.5.2 DMXDMX is het meest gebruikte protocol voor lichtsturing. Om DMX uit een computer te latenkomen is er een USB-DMX convertor of een Ethernet Node nodig. TJShow ondersteunt eenaantal USB-DMX convertors. Mocht jouw convertor niet ondersteund worden, neem dancontact op met de makers. Ook heeft TJShow de mogelijkheid om Art-Net uit te sturen. Erzijn een aantal verschillende type DMX sporen.5.2.1 DMXDeze plug-in voegt een type spoor toe dat 1 DMX kanaal beschrijft. In heteigenschappenscherm van een DMX spoor is het DMX adres in te stellen. Onderaan heteigenschappenscherm is aan te vinken dat een spoor ‘Switch’ is, dit betekend dat de waardevan dit spoor OF 0%, OF 100% zal zijn. Ook staat er een vinkje in het vakje ‘reset bijstoppen’, als dit vakje is aangekruist, zal de DMX waarde van het spoor naar 0% gaan als detijdbalk gestopt wordt. Als de tijdbalk gepauzeerd wordt zal het spoor altijd zijn huidigeDMX waarde houden. Bij het niet aanvinken van het vakje ‘reset bij stoppen’ zal bij hetstoppen van de tijdbalk de huidige DMX waarde behouden blijven. De waarde van het DMXkanaal is aan te passen met behulp van fadercurves. 15
  16. 16. Naast de mogelijkheid om één DMX adres aan een spoor toe te wijzen zijn er nog een aantalandere opties: • Groepen (blauw): Meerdere DMX kanalen die door één spoor worden aangestuurd. In de voeren door de verschillende DMX kanalen gescheiden door komma’s in te voeren als DMX kanaal van het spoor. • Submasters (groen): Een master over een aantal DMX kanalen. Als deze master op 50% staat zullen alle DMX sporen die aan deze master gekoppeld zijn met 50% in waarde verminderd worden. In te voeren door het DMX adres te laten beginnen met een ‘M’, gevolgd door de DMX kanalen die onder deze master vallen. • Grand Master (rood): De grand master is de master over alle DMX kanalen. Zie ook Submasters. In te voeren door in het veld van het DMX adres ‘GM’ in te voeren. Als er een DMX spoor wordt aangemaakt zal ook het tabblad DMX verschijnen. Hierin verschijnen schuifjes voor de aangemaakte DMX kanalen. Met deze schuifjes is de live waarde van de DMX kanalen aan te passen. Aan deze schuifjes is ook altijd de live waarde van het DMX kanaal af te lezen, ook als het DMX kanaal wordt aangestuurd door de tijdbalk. 16
  17. 17. Alle gegevens van alle DMX sporen in een show zijn verzameld in het DMX overzicht bij hettabblad show-instellingen. Hier kunnen ook de eigenschappen van de DMX sporenaangepast worden.5.2.4 DMX ViewerOm een snel en overzichtelijk overzicht te hebben welke lampen aan en uit staan is hetmogelijk om een eenvoudig visualisering van de show te maken. Dit kan door het spoor DMXViewer toe te voegen. Bij het toevoegen van dit spoor zal er zich een tabblad met de naamvan het spoor openen. In dit scherm kan je items aanmaken die symbool staan voor een DMXadres. Deze symbolen zullen oplichten op het moment dat dit DMX adres aan staat. In heteigenschappenvenster van de Viewer is een achtergrondafbeelding in te stellen.Een voorbeeld van een viewerscherm: 17
  18. 18. Een symbool wordt toegevoegd door op het lampjelinks bovenin de viewer te drukken en naar het veldte slepen. Door op het symbool te drukken wordthet eigenschappenvenster van dit symboolgeopend. Hier is onder andere het type symbool,kleur en DMX adres aan te geven. Ook kan eensymbool vergroot, verkleint of gedraaid worden.Ook is het mogelijk om tekst aan het symbool toete voegen.Hier onder staan een aantal van de symbolen in deDMX Viewer, allen hebben een andere kleurgekregen en staan aan. 18
  19. 19. 5.4 MidiMidi kan voor vele verschillende toepassingen gebruikt worden. TJShow heeft een aantalverschillende midi plugins. Hoe je een midi apparaat moet patchen staat in hoofdstuk 4.5.4.2 Midi MSCMidi Show Control (MSC) is een protocol binnen het MIDI protocol en wordt veel gebruiktvoor communicatie tussen verschillende apparaten binnen een show. Bij een MSC spoor zijn een aantal eigenschappen in de stellen. Belangrijk is om te definiëren welk midi apparaat moet worden aangesproken. (zie ook hoofdstuk 4). Het apparaat ID moet overeenkomen met het ID van het apparaat waarmee gecommuniceerd moet worden. Ook het commando formaat moet overeenkomen met dit apparaat. Ook is voor de cues op dit spoor een standaard Cue pad en Cue list in te vullen. Dit is niet verplicht, maar door dit te gebruiken hoeven deze gegevens niet bij iedere afzonderlijke cue op dit spoor ingevoerd te worden.Het eigenschappenvenster van een MSC cueis hiernaast weergegeven. Hier is hetcommando te bepalen (bijvoorbeeld Go,Stop, Resume of Go Off). Ook is in te stellenop welke cue, cuelist en cuepath hetcommando moet worden uitgevoerd. 19
  20. 20. 5.4.3 Midi KanaalMet de Midi Kanaal plugin is het mogelijk om losse midi noten en program changecommando’s te sturen. In het eigenschappenscherm van een midi kanaal is het belangrijkom het midi apparaat in te sturen.In de eigenschappen van een midi cue is inte stellen welk midi signaal er verstuurdmoet worden. 20
  21. 21. 5.5 MediaEr zijn verschillende type mediasporen om toe te voegen: • Tekst • Afbeeldingen • Video • Audio • Media MasterAls een spoor met beeldeigenschappen wordt toegevoegd zaleen tabblad video worden toegevoegd. Hierop zal de video,afbeelding of tekst worden weergegeven. Bij het toevoegen vaneen plugin met audio eigenschappen zal het tabblad mediaworden toegevoegd (zie afbeelding).De grijze verticale balken staan voor volumes van audio of videofiles. Deze zijn in dit tabblad handmatig naar bij te regelen. Debeige balken staan voor de alpha in video bestanden. Hiermeezijn video’s handmatig uit te faden. De groene balken staan voorde mediamasters in de show.5.5.4 AudioHet toevoegen van een audio bestand is heel eenvoudig. Na het toevoegen van een audiospoor kan een bestand toegevoegd worden. Het volume is in te stellen door de tijdbalk uit teklappen met het plusje (naast de naam). 21
  22. 22. 5.5.5 Media MasterMet een media master is een submaster voor het volume of alpha van één of meerdere audioof video sporen. Bij de instellingen van ieder audio of video spoor zijn één of meerderemasters aan te geven. Bij de instellingen van een mediamaster is ook een master naam in tevullen. Stel: een audio spoor heeft master A en een mediamaster heeft ook de master-naamA, dan zal de deze mediamaster de submaster worden van het volume van dit audiospoor.Het is ook mogelijk om aan één audiospoor meerdere masters toe te wijzen. In onderstaandeafbeelding het audiospoor onder masters A, B, E en H: TIP: Media Masters zijn een hele handige toepassing in combinatie met meerdere tijdbalken. Zo kan bijvoorbeeld tijdbalk A het volume van het audio bestand in tijdbalk B controleren. 22
  23. 23. 6. Cues6.1 Wat is een cue?Dé manier om in TJShow te navigeren en overzicht te houden is met behulp van cues. Eencue is een tijdsmarkering op een tijdbalk. Om een cue toe te voegen moet de betreffendetijdbalk op de gewenste tijd staan. Door de INS-toets in te drukken wordt een cue op dehuidige tijd toegevoegd. Een cue kan op twee manieren verplaatst worden: de eerste manieris om de tijd in het eigenschappen scherm aan te passen (zie volgende pagina). De anderemanier is om de cue naar de goede tijd te verslepen. Om een cue te kunnen verslepen dientde ctrl-toets ingehouden te worden. TIP: Cues zijn ook toe te voegen als de tijdbalk in afspeelmodus staat. Zo kan je ‘live’ je cues meedrukken en later eventuele correcties op de timing maken.Het eigenschappenscherm van een cue kan worden geopend door met de linkermuisknop opde cue te klikken. De geselecteerde cue wordt feller van kleur.Een cue heeft vele eigenschappen. In de onderstaande afbeelding is te zien welkeeigenschappen in welke paragraaf besproken worden. 23
  24. 24. In het eigenschappenscherm kan een naam gegeven worden aan een cue. Dit is erg aan teraden omdat zo overzicht houden veel gemakkelijker wordt. Mocht het nodig zijn is er eenmogelijkheid om ook een beschrijving aan de cue toe te voegen. Zoals al eerder vermeld isde tijd aan te passen in het eigenschappen scherm. Ook de kleur van een cue is aan tepassen. De kleur kunt u aanpassen door met de rechter- OF met de linkermuisknop op hetgekleurde balkje in het eigenschappenmenu te klikken. De rechter- of de linkermuisknopbrengt u bij een verschillend kleurenmenu. LETOP: Bij het invullen van het tijdsveld is het belangrijk dat dit op de juiste manier wordt ingevuld. Let dus goed op dat u het veld op de volgende manier invult: 0:00:00/000. Controleer na het invullen ook in de tijdbalk of de cue op de juiste plaats is beland. TIP: Bij een grote show is het verstandig om je cues in groepen te verdelen. Deze groepen zijn te markeren met verschillende kleuren. Het makkelijkst is voordat je begint met programmeren eerst op een rijtje te zetten welke groepen er zijn en welke kleuren daarbij horen. Zo kunnen rode cues bijvoorbeeld ‘show starts’ zijn en lichtblauwe ‘timingscues’, terwijl gele cues weer aangeven dat een tijdbalk gepauzeerd of gestopt wordt. 24
  25. 25. 6.2 ActiesCues hebben de mogelijkheid om de tijdbalk waarin ze geplaatst zijn van status teveranderen. Ze kunnen de tijdbalk starten, stoppen of pauzeren. Dit betekend dat op hetmoment dat een cue getriggerd wordt (handmatig, vanuit een andere cue, of vanuit detijdbalk), de tijdbalk deze status zal aannemen.In de tijdbalk is aan de cue te zien welke actie er aan is verbonden:Dus stel de tijdbalk staat op 5s in afspeelmodus en komt op 7s een cue tegen met de actie‘pauzeer afspelen’, dan zal de tijdbalk op het moment dat de huidige tijd 7s is gepauzeerdworden. Zoals in dit voorbeeld hier onder te zien is. 25
  26. 26. 6.3 TriggersCues hebben de mogelijkheid om elkaar te triggeren. Dit houdt in dat een eigenschap cue Ais dat als cue A wordt afgespeeld, cue A er voor zorgt dat cue B gestart wordt. Nu zijn ertwee opties: • De cue die getriggerd wordt (cue B) bevindt zich op dezelfde tijdbalk als cue A, in dit geval zal de huidige tijd van de tijdbalk verspringen naar de plaats van cue B en zal de status van de tijdbalk ongewijzigd blijven (als de tijdbalk aan het afspelen was, blijft de tijdbalk afspelen; als de tijdbalk gestopt was, blijft deze gestopt) • De cue die getriggerd wordt (cue B) bevindt zich op een andere tijdbalk dan cue A, in dit geval zal de tijbalk van cue A dezelfde tijd en status houden. Van de tijdbalk van cue B zal de huidige tijd gewijzigd worden naar de tijd van cue B. De status van deze tijdbalk zal ongewijzigd blijven.Om een trigger aan een cue toe te voegen klik je op het trigger pictogram ( ) in heteigenschappenscherm van de cue. Vervolgens opent zich een venster waarin de cue diegetriggerd moet worden gekozen kan worden. De cues in de hoofdtijdbalk staan in ditscherm onderaan, de cues in de subtijdsbalken zijn te selecteren via een uitklapmenu (zieook onderstaande afbeelding). LETOP: Het is niet mogelijk om vanuit één cue meerdere andere cues te triggeren. LETOP: Naamloze cues kunnen niet getriggerd worden. TIP: Door de trigger functie te combineren met de actie functie kan je vanuit de ene tijdbalk de andere tijdbalk starten of stoppen. Hierdoor kunnen dus verbanden ontstaan tussen tijdbalken. TIP: Onderaan het eigenschappenscherm van een cue is in te stellen dat een cue niet te triggeren is. 26
  27. 27. 6.4 CuelistsAlle cues in een tijdbalk worden weergegeven in de cuelist van deze tijdbalk. Deze iszichtbaar aan de rechterkant van de tijdbalk.Door op een cue in deze lijst te klikken zal de huidige tijd van de tijdbalk wordenverspringen naar de tijd van de aangeklikte cue.In de cuelist zijn de kleur, naam, tijd en diverse eigenschappen van de cues te zien. Deeigenschappen zijn te zien aan de hand van pictogrammen. Hier onder een overzicht:Onderaan de cuelist staat een balk met daarin de volgende cue die volgt na de huidige tijd.Door op deze balk te klikken wordt deze cue getriggerd. Door een show goed teprogrammeren is het mogelijk tijdens het draaien van de show alleen deze knop tebedienen. TIP: De spatiebalk triggert de cue die in deze balk staat. Zo kan je (door goed te programmeren) de hele show draaien door alleen op de spatie balk te hoeven drukken. 27
  28. 28. 6.5 VariabelenIn sommige gevallen worden shows zo groot dat de verschillende ruimtes en verschillendeshows niet meer te overzien zijn op de normale schermen in TJShow. Hiervoor zoudenvariabelen een oplossing bieden. Hiermee is in één simpel overzicht bij te houden wat destatus is van iedere show, deur, special, ruimte, enzovoort.In de variabelen tabel worden alle variabelen bijgehouden. In een show met deuren enmeerdere shows zouden de variabelen. Show 1, Show 2, Deur 1, Deur 2 en Deur 3 eenlogische keuze zijn. Deze variabelen zijn bijvoorbeeld een geheel getal waarbij voor dedeuren geldt: 0=deur is dicht, 1=deur is open. Nu is het mogelijk om cues een variabele telaten wijzigen in een andere waarde. Zo is dus bij te houden wat de status van iederonderdeel in een show is.Er zijn heel veel toepassingen voor variabelen te bedenken, het gebruikte voorbeeld isslechts één van de vele mogelijkheden.6.5.1 Nieuwe Variabelen makenOm een nieuwe variabele te kunnen maken moet eerst het variabelen tabblad geopendworden. Dit kan met de knop variabelen ( ) in de bovenste pictogrammenbalk.Vervolgens opent zich het variabelen tabblad:Om een variabele toe te voegen gebruik je het plusje links boven in het scherm. Er wordt eenvariabele in de tabel toegevoegd en het eigenschappenscherm opent zich. 28
  29. 29. Hier kan een naam en omschrijving aan de variabele gegeven worden. Ook kan het typevariabele worden ingesteld. Hiervoor zijn een aantal mogelijkheden: • Null • Geheel getal • Kommagetal • Tekst • Boolean (waar/onwaar) • Object (zeer variabele mogelijkheden, ook in combinatie met scripts) • Tupel (rijen uit de database)Ook is een beginwaarde in te stellen. Dit is de waarde die de variabele zal aannemen als alletijdbalken gestopt worden (met de knop ‘stop alle tijdbalken’) of als de variabelen geresetworden door op de reset knop ( ) te drukken in het variabelen tabblad.6.5.2 Variabelen wijzigen in een CueVariabelen kunnen gewijzigd worden vanuit cues. Dit betekent dat de waarde van devariabele veranderd op het moment dat de cue wordt afgespeeld. De wijzigingen zijn in testellen via het eigenschappen scherm van een cue.Om een variabele te wijzigen druk je op de knop ‘wijzigen’ ( ). Vervolgens opent zich eenscherm. 29
  30. 30. Als een wijziging is toegevoegd wordt er een nieuwe, lege regel aan het scherm toegevoegd.Door in het linkerdeel van de regel te klikken is in te stellen welke variabele aangepast dientte worden.Na het kiezen van de variabele die aangepast dient te worden kan in het rechterdeel van decue de waarde ingevuld worden die de variabele dient aan te nemen bij het afspelen van decue. Voordat de waarde ingevuld kan worden moet er eerst gekozen worden tot welk typewaarde het behoort. • Constante (een getal) • Variabele (een andere variabele) • Tekst • Veld in tupel (uit een database) • Dynamische waardeIn onderstaand voorbeeld wordt variabele 1 veranderd in het getal 3.Naast deze mogelijkheden is het mogelijk om met behulp van eenvoudige formules devariabele bijvoorbeeld één getal hoger te laten worden (zie onderstaand voorbeeld). Hoe ditingevoerd dient te worden staat in paragraaf 6.5.4. 30
  31. 31. 6.5.3 VoorwaardeEen cue heeft de mogelijkheid om te controleren of bepaalde gegevens kloppen, voordat decue de tijdbalk verder laat afspelen. Als de bewering juist is zal de status van de tijdbalk nietgewijzigd worden. Als de bewering niet juist is zijn er drie mogelijkheden: • Wacht tot aan de voorwaarde is voldaan. De tijdbalk wordt gepauzeerd, maar op het moment dat de bewering klopt zal het afspelen hervat worden. • Tijdbalk pauzeren indien niet aan de voorwaarde is voldaan. De tijdbalk wordt gepauzeerd en zal niet van status veranderen als later wel aan de voorwaarde wordt voldaan. • Cue overslaan indien niet aan de voorwaarde is voldaan. TIP: Als een tijdbalk is gepauzeerd, maar verder zal gaan met afspelen als aan de voorwaarde voldaan is dit te zien aan het zandloper pictogram ( ) in het tabblad van de tijdbalk.Voorbeeld:De voorwaarde is (1+1)=2. Als deze cue wordt afgespeeld wordt gekeken of dit waar is. Devoorwaarde (1+1)=2 is altijd waar, dus de tijdbalk status van de tijdbalk zal nooit veranderdworden: als de tijdbalk in de afspeelmodus stond, zal deze blijven afspelen.Voorbeeld:De voorwaarde is (Variabele A = 3). Als deze cue wordt afgespeeld wordt gekeken of ditwaar is. Als Variabele A de waarde 3 heeft zal de status van de tijdbalk niet veranderdworden. Is de waarde van Variabele A anders dan 3 zal de tijdbalk wachten met afspelen totdeze wel drie is en zal dat het afspelen hervatten.Voorbeeld:Je hebt een bestand met een show een deur. Maar de show mag niet gestart worden als dedeur open is. De variabele ‘deur’ houdt bij of de deur open of dicht is. Als “deur”=0, dan isde deur dicht, als “deur”=1, dan is de deur open.De cue die de show start heeft de voorwaarde (deur = 0). Als nu de persoon die de showbedient nu toch op start drukt terwijl de deur open staat zal de show niet starten totdat dezedeur dicht is. Als de deur dicht is zal de persoon nog eens op de Start knop voor de showmoeten drukken om de show te starten. 31
  32. 32. 6.5.4 Het invoeren van formulesHet invoeren van formules in TJShow is gebonden aan een aantal regels om te voorkomendat er fouten worden gemaakt bij het invoeren. Het invoeren van een formule begint altijd bijhet middelste teken. Volgens het voorbeeld (Variabele A = 4+3) is het is gelijk teken (=) hetmiddelste teken. Bij de formule ((Variabele A = 3) && (Variabele B = 2)) is het logische ENteken (&&) het middelste. Het invoeren van dit voorbeeld gaat als volgt: • Het invullen van het middelste teken (&&) • Het invullen van de middelste tekens van de vergelijkingen links en rechts van de logisch EN. • Het invullen van de inhoud van de 2 losse vergelijkingen. ((Variabele = Constante) && (Variabele = Constante)) • Het specificeren welke variabelen bedoeld worden. • Het specificeren welke constanten bedoeld wordenDe waardes en type variabelen of constanten zijn aan te passen door op de formule teklikken en vervolgens op de gewenste variabele, constante of vergelijkingsteken te drukken. TIP: Bedenk voordat je de formule gaat invoeren goed hoe deze er volledig uit komt te zien, het aanpassen (zoals het toevoegen van een vergelijkingsteken) kan erg lastig zijn bij dit invoersysteem. 32

×