Ppt klimaatbestendige lobbenstad
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Ppt klimaatbestendige lobbenstad

on

  • 917 views

 

Statistics

Views

Total Views
917
Views on SlideShare
917
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
6
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Ppt klimaatbestendige lobbenstad Presentation Transcript

  • 1. klimaatbestendige stedenbouw: over het stedelijk hitte-eiland effect en de lobbenstad. Erik P.C. ROMBAUT, Master in Biology. Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas, Hoogstraat 51, B-9000 Gent / Paleizenstraat 65-67, B-1030 Brussel. KaHo Sint-Lieven, Hospitaalstraat 23, B-9100 Sint-Niklaas. + 32 (0)3 7707147. erik.rombaut@scarlet.beLezing Brussel 16/01/2009
  • 2. Probleemstelling. Wat is klimaatbestendige stedenbouw ? Wat is het beste stedenbouwkundige patroon om de ecologische voetafdruk van steden te verminderen ? Wat is het beste stedenbouwkundige patroon om aantrekkelijke condities te creëren voor mensen en voor het herstel van urbane biodiversiteit
  • 3. Concentrische uitbreiding van steden heeft vele nadelen:Gebrek aan ventilatie met koele en vochtige lucht (zomersmog). Toenemende afstanden voor stedelingen naar het platteland. De compacte stad: Athene (5.000.000 inw. ; Griekenland. )
  • 4. Het stedelijk hitte-eiland effect (The urban heat island effect)http://www.epa.gov/heatislands/resources/pdf/HIRIbrochure.pdf
  • 5. Stedelijk hitte-eiland effect in Karlsruhe (290.000 inw. ; Duitsland)Uit HERMY et al., 2005
  • 6. Brusselse warmte verstoort metingen KMI (Eos nr. 7/8 2007). De temperatuur in de stad ligt gemiddeld hoger dan op het platteland. Dat beïnvloedt het meteorologisch onderzoek dat vanuit stedelijke gebieden wordt gevoerd. Tijdens de voorbije eeuw zijn de meeste steden sterk gegroeid, en daardoor is ook de opwarming door het warmte-eiland effect — beton en asfalt in steden houdt de warmte langer en sterker vast — toegenomen. De Leuvense geograaf en meteoroloog Kwinten van Weverberg onderzocht de meetgeschiedenis van het KMI in Ukkel bij Brussel aan de hand van gegevens over de Brusselse verstedelijking vroeger en nu. Naargelang de windrichting gaf zijn voorspellingsmodel temperaturen die 0,41 tot 1,28 graden Celsius hoger lagen dan in het virtuele (niet-stedelijke) Ukkel, gebaseerd op de situatie omstreeks 1830. Het verschil werd groter naarmate de avond vorderde, nam af tijdens de nacht en verdween bijna volledig overdag. Nieuwsbrief Eos, 21 juni 2007
  • 7. Landgebruik in een gebied van 60 bij 60 km rondom Brussel in 1833 (links) en 2001 (rechts) bron: Kwinten Van Weverberg, 2005 .
  • 8. Evolutie van het Brusselsewarmte-eiland gedurende 24uren (van10 uur tot 9 uur). Demozaïekfiguur toont aan dehand van snapshots om hetuur, de evolutie van hettemperatuurverschil tussen dehuidige (2001) en vroegere(1833) situatie in de regioBrussel, voor een kalme(heldere en windstille nacht)situatie in de zomer (naar VanWeverberg, 2005).
  • 9. Brussel (1.000.000 inw.) Jonge families met kinderen verlaten het centrum en zoeken de groene stedelijke rand en het platteland op.• (Verkeer)onleefbaarheid• Gebrek aan avontuurlijkopenbaar groen Uit De Corte, 2005
  • 10. New-towns ; garden-cities (tuinsteden) ; broad-acres citieszijn synoniemen als het gaat over gebrek aan densiteit: mensen wonen er ver uit elkaar. .
  • 11. Stedelijke densiteit versus energie consumptie.  Canadese, Australische en Noord-Amerikaanse steden zijn vaak uitgestrekte tuinsteden met zeer lage densiteiten.  Europese en Aziatische steden zijn Middeleeuws en hebben vaak veel hogere densiteiten.  Er is een verbazende (exponentiële) correlatie tussen densiteit en energie consumptie.
  • 12. Dus beide modellen voor stadsuitbreiding, de tuinstad en de concentrisch uitbreidende compacte stad, hebben talrijke ecologische nadelen. Hoe kunnen stedelijkheid (urbane kenmerken) en landelijkheid (rurale kenmerken) anders met elkaar worden gecombineerd dan in tuinsteden? Hoe kan voldoende compactheid en densiteit worden ontworpen, anders dan in de compacte, concentrische stad?
  • 13. De oplossing: Het Lobbenstad model. Compact bebouwde stadslobben gescheiden door Blauwgroene vingers Uit Tjallingii, 1996
  • 14. Het Lobbenstad model Het lobbenstadmodel is ontwikkeld in de eerste helft van de 20ste eeuw. In verschillende mate is dit model gebruikt ondermeer in Denemarken voor het ‘vingerplan’ in Kopenhagen (1948), het algemeen uitbreidingsplan van Amsterdam (AUP 1935) en in steden als Hamburg, Köln (1927), Berlin (Duitsland) en Stockholm (Zweden). Ook de planners van Shangai Dongtan (China) als een eco-city, maken gebruik van het blauwgroene vinger concept.
  • 15. In lobbensteden dringen de blauwgroene vingers diep door tot bij het centrum.Amsterdam (750.000 inw.)uit Gieling, 2006
  • 16. Blauwgroene vingers temperen het stedelijk hitte-eiland effect in Berlin (3.400.000 inw. ; Duitsland) Infrarood opname van de warme stadslobben en de koelere blauwgroene vingers van Berlin. (Cloos, 2006)
  • 17.  Berekend voor de stad Valencia (Spanje): Temperatuur verminderen met 1°C: nood aan 10 ha groen 2°C: 50 ha groen 3°C: 200 ha groen
  • 18. Tiergartenpark (Berlin), oppervlakte van 210 ha. http://www.stadtentwicklung.berlin.de/umwelt/stadtgruen
  • 19. Invloed van het Tiergartenpark (Berlin) op de temperatuur.Uit De Blust, 2006.
  • 20. Invloed van het Tiergartenpark (Berlin) op de relatieve luchtvochtigheid. Uit De Blust, 2006.
  • 21. Invloedssfeer van het Tiergartenpark (Berlin) op het stadsklimaat. Uit De Blust, 2006.
  • 22. Dicht bebouwde, compacte stadslobben, gescheiden van elkaar door blauwgroene vingers (Tübingen ; 85.000 inw. ; Duitsland)In de stadslob Französisches Viertelwonen 240 inw./ha en werden 50 à60 arbeidsplaatsen/ha gecreëerd.
  • 23. De steden Köln (1.000.000 inw. ; Duitsland) en Kopenhagen(1.400.000 inw. ; Denemarken) pasten het lobbenstad concept toe. Het ‘vingerplan’ van Kopenhagen
  • 24. Biodiversity and Natura 2000 in urban areas A review of issues and experiences of nature in citiesacross Europe. Kerstin Sundseth and Geert Raeymaekers; Ecosystems LTD sprl/bvba. November 2006
  • 25. In de blauwgroene vingers kunnen heel wat stedelijke functies eenplaats krijgen: stads- en kinderboerderijen, kerkhoven, sportvelden, fit-o-meter, historische fortificaties, parken, volkstuintjes etc.
  • 26. In de blauwgroene vingers kan overtollig hemelwater worden geïnfiltreerd, de biodiversiteit kan erg groot zijn net als de recreatieve waarde. (Culemborg ; 28.000 inw. ; Nederland)
  • 27. Dicht bewoonde stadslobben kunnen worden verwarmd met afvalwarmte van elektriciteitsproductie in decentrale kleinere Warmte Kracht centrales (WKK) aangesloten op een stadsverwarmingnet. Daardoor neemt het rendement van de centrales aanzienlijk toe en daalt de CO2 uitstoot.In Tübingen (D) wordt de stadslob verwarmd met afvalwarmte uit de lokale WKK-centrale.
  • 28. CONCLUSIE: Naar klimaatbestendige stedenbouw.Lobbensteden kunnen de aangekondigde klimaatswijzigingen (van temperatuur en neerslagverdeling) beter opvangen, want ze: Vertonen aaneengesloten blauwgroene vingers waarin overtollig regenwater kan infiltreren, zodat afwaarts de stad overstromingen worden vermeden. Ecologisch groenbeheer kan er bovendien de urbane biodiversiteit sterk vergroten. Milderen het stedelijk hitte-eiland effect, want blauwgroene vingers zorgen voor ventilatie van de centra.
  • 29. CONCLUSIE: Naar klimaatbestendige stedenbouw. Lobbensteden kunnen ernstiger klimaatswijzigingen helpen voorkomen, want ze: Vertonen grote compactheid en densiteit in de stadslobben en kunnen daardoor worden gedragen door rendabele bovengrondse openbaar (light)railvervoer assen. Hebben een aanzienlijk lagere CO2 uitstoot door kansen op collectieve warmtelevering (WKK aangesloten op stadsverwarmingsnet) en kansen op rendabel openbaar vervoer in de stadslobben.