Your SlideShare is downloading. ×
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Mostaert revisited  (again)
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Mostaert revisited (again)

541

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
541
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Naar aanleiding van de aanschaf van het doek van Jan Mostaert door het Rijks Museum Essay over ‘Een Episode uit de Verovering van Amerika’ en de beeldvorming daar over Donderdag 4 juli 2013, 13.45 uur hoorde ik het bericht op het middagnieuws van Radio 1: “Rijks koopt 'de ontdekking van Amerika' van de Haarlemse schilder Jan Mostaert uit 1550”. olieverf op paneel, h 86,5cm × b 152,5cm Ik vond het fascinerend. Nog even los van het feit dat het onderdeel was van de ooit door de Nazi’s geroofde kunst - uit de collectie Goudstikker, zo genoemd naar de Joodse eigenaar. Het nieuws greep mij aan vanwege de titel, de herkomst van de schilder en het tijdvak: Zo kort na Columbus, een ‘Hollander’ nog wel. En dan het beeld, toen ik het opzocht: “Nog zo 16e eeuws”, bedacht ik me, waarmee ik ‘religieus’ bedoelde en tegelijk ‘authentiek‘, vol van de mythen van die tijd. Onwillekeurig moest ik denken aan een ander landschapsschilderij, al sinds 1933 in bezit van het Rijksmuseum. “Doe mij maar diens stadgenoot Frans Post”, dacht ik, “ruim een eeuw later, in Brazilië”. Met dat landschap in West Indië had ik, als cultureel antropoloog gespecialiseerd in de cultuurhistorie van de inheemse volken in dit deel van Amerika , meer affiniteit. De idyllische rust die het landschap uitstraalde op dit schilderij (keurig gedateerd en gesitueerd), was wel schone schijn: er was slavernij op de suikerplantages en de West Indische Compagnie was met Portugal in oorlog. Gezicht op Olinda in Brazilië, 1662, 07,5 x 172,5 cm, Frans Jansz. Post Vervolgens begon een wonderlijke puzzeltocht van twee dagen naar de precieze fasering van deze episode uit die Verovering, de locatie oftewel de topos zoals mijn vroegere docent de cultuur filosoof Ton Lemaire dat zou noemen. En als het even kan welk volk natuurlijk. Tegenwoordig is zo’n speurtocht snel en gemakkelijk gemaakt, langs de route van de digitale snelweg en de praatjes ‘onderweg’, via de social media. Natuurlijk dacht ik aanvankelijk ook nog eens, 1
  • 2. grieperig en aan huis gekluisterd als ik was, zélf vondsten te doen, zij het niet gehinderd door enige iconografische kennis. Zeker is dat ik na twee dagen speuren in juli enkele antwoorden op mijn vragen en verwondering vond, met nog een staartje in augustus, en uiteindelijk in februari 2014 was ik er klaar mee. Zo heb ik naar aanleiding van het nieuwsbericht me eens kunnen verdiepen in een bijzonder schilderij – hun recensenten - en die vergeleken met andere topstukken die ik al enigszins kende in verband met de Spaanse en Portugese Conquista. Complicerende factor in deze zoektocht is allereerst de periodisering: diverse jaartallen circuleren in 2013 omtrent het ongedateerde doek, de Volkskrant noemt 1535 en internationaal veilingmeester Dickinson 1545. Frappant is ook dat er meerdere titels de doen ronde doen: Nederlandstalige (‘Een episode uit de Verovering van Amerika’, VK) en Engelstalige (‘Landscape of the West Indies’). Interessant is verder dat de Britse kunsthandelaar Simon Dickinson het werk ‘Ontdekking’ noemt, waar een Amerikaanse kunstredactie spreekt van: “A 16th-century painting by Jan Mostaert depicting Spanish invaders aiming guns at a naked indigenous population” (New York Times). De virtuele catalogus van Simon Dickinson (2013) kwam ik pas later tegen en biedt mogelijkheden om het doek op het world wide web tot in detail te bekijken. Zo zag ik uiteindelijk niet alleen de lansen maar ook het kanon op wielen, over zo’n grote afstand vervoerd! Pas een paar dagen later, toen ik samen met vrouw en kinderen het verbouwde Rijksmuseum bezocht, zag ik het schilderij in het echt, en ontwaarde ik nog meer details, zoals de rood witte ‘kerstmutsen’ van een tweetal baardige wildemannen. Het zette me op het spoor dat er zich wel eens (verwilderde) Spanjaarden onder de ‘Indianen’ zouden kunnen bevinden – hetgeen overigens regelmatig voorkwam in de geschiedenis en geschiedschrijving van de Conquista. In mijn speurtocht kom ik de historische en actuele inkleuring tegen van deze ‘mis-en-scène’ van Jan Mostaert, de Hollandse molenaarszoon uit Haarlem. Van hem is bekend dat hij een tijd aan het Habsburgse Hof in Mechelen heeft verkeerd en peintre d’honneur was van Margaretha van Oostenrijk (1480-1530), hetgeen zijn toegang tot actuele mondelinge en schriftelijke bronnen verklaart, inclusief toenmalige ooggetuigenissen uit de Nieuwe Wereld. Raam van Margaretha van Oostenrijk voor Philibert van Savoye (Koninklijk Klooster van Brou) Het werk is dus relatief kort na de ontdekking van Amerika (1492) geschilderd, naar men zegt naar aanleiding van de expeditie van een Spaanse Conquistador (1540-1542). Althans dat is de heersende opvatting sinds een Nederlander van Luttervelt zijn recensie schreef (“Jan Mostaert’s West-Indisch Landschap”, Nederlandsch Kunsthistorisch Jaarboek 2, 1948-1949, pp. 105-117). 2
  • 3. Francisco Vázquez de Coronado y Luján is tevergeefs op zoek naar de ‘Zeven Vergulde Steden’ en eindigde in de woestijn in Noord-Amerika (Nieuw-Mexico / Arizona). De persoon die in het schilderij prominent afgebeeld staat, voert in het harnas zijn manschappen de bergtop over en de vallei in. Het zou Coronado zelf zijn en wellicht ook de opdrachtgever voor het schilderij. Hoewel ik daar mijn twijfels over heb, betreft het gebied vrijwel zeker het ‘Complex van Cibolas’, in de inheemse taal Hawikuh (‘gom bladeren’: van de boom waaruit de blanke vloeistof drupte en getapt werd voor de vervaardiging van drinknapjes, ballen, etc.; deze boom werd later de ‘hevea brasiliensis’ genoemd naar de locatie van de 18e eeuwse ontdekking ervan in de Amazone). De door de Spanjaarden gehanteerde benaming Cibolas is (abusievelijk) tot stand gekomen op basis van een woord dat stier (bizon) betekende, vermoedelijk verwijzend naar de (nog steeds bestaande) rotstekeningen in de cañons aldaar en afbeelding van de jacht. Mij doet het woord letterlijk en figuurlijk denken aan de betekenis van ui (cebola betekent ‘ui’ in het Spaans). Zeker als ik de diepte tekening met al haar aardlagen zie van de ondergrondse kamers - kiva genoemd door de inheemse bevolking - in deze inheemse nederzetting (pueblo genoemd door de Spanjaarden). Met Dickinson (2013) en, naar ik in februari 2014 ‘ontdekte’, van Luttervelt (1949) was ik van mening dat de topos van het doek het grondgebied van de theocratische Zuñi betreft. Ik ken deze Indianen uit de cultureel antropologische handboeken van mijn studietijd: behorend tot de zogeheten Puebloculturen en door de Amerikaanse antropologe Ruth Benedict gerekend tot de sedentaire culturen en gecategoriseerd als Apollinisch (‘ingetogen’). Dit tegenover de meer nomadische, uitbundige Dionysische( jagers)culturen. Het begrippenpaar is afkomstig van Nietsche, en door Benedict uitgewerkt voor haar ‘Culture and Personality’ benadering in de jaren 20-30, 20e eeuw. Goud was in Noord-Amerika - in tegenstelling tot Midden (Azteken) en Zuid-Amerika (Incas) bepaald niet in overvloed, maar dat de Zuni prachtige zilveren en met turkoois belegde sierraden wisten te maken is een feit en nog steeds hun ‘handelsmerk’. Zuni kunst: gouden armband met turkoois Hier onder volgt mijn relaas van de ontdekkingstocht naar de historische context van het doek van Mostaert. Het eerste deel is een soort van ‘logboek’ geworden, aan de hand van (sociale) media teksten naar aanleiding van het nieuws in juli. Het tweede deel is een ‘her-ziening’ van het schilderij 3
  • 4. in augustus, aan de hand van een aantal andere stijl iconen uit die tijd. Tenslotte heb ik in februari 2014 mijn verhaal nog eens aangepast (of liever: gecompleteerd), aangezien ik twee andere bronnen vond: R. van Luttervelt (1949) en Charles D. Cuttler (1989). De laatste voegt aan van Luttervelt’s interpretatie (de Zuni in de VS en zijn kritiek op de Verovering) een meer universele boodschap toe aan het schilderij van Mostaert. Het nieuws rond de aankoop (juli 2013) Donderdag 4 juli 2013, 01.45: het middagnieuws op Radio 1. “Rijks koopt 'de ontdekking van Amerika' van Haarlemse schilder Jan Mostaert uit 1550”. Fascinerend, zo kort na Columbus, een Hollander en dit beeld. Nog zo 16e eeuws. Toen ik het schilderij opzocht op internet en het beeld zag, bedacht me tegelijkertijd: Doe mij maar diens stadgenoot Frans Post, een generatie later (en in Brasil). ’s Avonds vraag ik me af hoe Mostaert zoiets heeft kunnen schilderen zonder er geweest te zijn zoals Post. En wie was Mostaert’s opdrachtgever - Post schilderde voor Prins Maurits van Nassau en de West Indische Compagnie. De volgende ochtend kijk ik nog eens naar het plaatje en denk: Bijbelse inspiratie, de Champs Élysées, met wilden mensen erin; mannen en vrouwen, kinderen. Dan zag het er bij Post toch aantrekkelijker uit: ook inheemsen, maar gekleed, en een stadje. Olinda, nabij Recife. Die volgende dag, wanneer ik mijn ochtendkrant opensla, zie ik Mostaert en lees voor het eerst dat het schilderij de Spaanse Conquista verbeeldt. In het er bij afgedrukte detail zie ik dat de man in de hoek gekleed is, ja zelfs een harnas draagt. Cortes in Mexico, 1519? Of is hij Pizarro, bij de verovering van het Inca-rijk in de Andes: concreet de strijd om Cajamarca (1532)? 4
  • 5. Maar waar zijn dan de (62!) paarden waarmee de Spanjaarden het Inca-Imperium veroverden? Dieren genoeg in het landschap, van exotische (een aapje) tot de ons vertrouwde (een geitje), was Mostaert, de Molenaarszoon uit Haarlem, dan de paarden ‘vergeten’? In het Volkskrant artikel lees ik ook dat Mostaert 's episode uit de Conquista gedateerd wordt in 1537, 40 jaar Columbus' ontdekking van Amerika (1492),en geïnspireerd is op de expeditie van Francisco Vásquez de Coronado. Als ik me daarin verdiep, op internet, blijkt dit een veelbesproken en goed gedocumenteerde expeditie te zijn, met als doel het vinden en veroveren van de midden 16e eeuw al mythische 'zeven steden van Cibola' (en de veronderstelde hoeveelheden gouden). Maar zijn enige expeditie vond plaats in 1540, dus drie jaar na datering van het schilderij. Vragen. Het schilderij is in ieder geval een wonderlijke mixture met de Pueblo van Arizona, de Piramide uit Mexico of de Andes, een Long House in Noordwest Amerika en de Hutten van Vespucci's Braziliaanse Indianen. Het lijkt wel Burger’s Zoo met haar nagemaakte habitats, voor elk wat wils. De brieven van Columbus en Vespucci waren destijds al populair, zoals ook de ooggetuige verslagen van anderen na hen - missionarissen waren meestal de kroniekschrijvers - die terugkeerden in Europa, soms zelfs met Indianen aan boord om aan het Hof te tonen. Op het schilderij zie ik echter – voor het eerst in mijn leven - Indianen met baarden. Een snorretje à la, die kom je wel tegen, maar een baard … al met al reden genoeg om maar weer eens naar het Rijks te gaan, beslis ik, met het gezin, op zaterdagmorgen. Voorlopig houd ik het er op dat Mostaert het dorp Cibola schilderde, van de Zuni, Pueblo-indianen in New Mexico. Het was de expeditie van Francisco Vásquez de Coronado - rechts in beeld bij de entree van het dorp, met stenen bekogeld en te hulp gesneld door twee van zijn manschappen - op zoek naar de zeven steden van goud (1540-1542). Het tafereel is dus niet in 1537 geschilderd (Cortes, Mexico), maar een ander circulerend jaartal (1545) komt meer in de buurt. Jan Mostaert had, met zijn goede contacten aan het Habsburgse Hof in Vlaanderen, in zijn schilderij vast tal van Conquistas en Conquistadores ‘gemengd’: Columbus, Cabral, Cortes, Coronado ... Een fantastische puzzel: Mostaert's mooie Malerei. ‘They came from far, crossing the Rio Grande and the Rockies, those strange white men with beards, horses, canons, long lances ..’, lees ik ergens in een minder bekende Indiaanse visie op de Conquista. Die vrijdag namiddag leg ik mijn visie vast - ‘componeer’ die als het ware - aan de hand van zes afbeeldingen die in mijn ogen met het landschap en het afgebeelde tafereel van doen hebben, met de bijbehorende Engelstalige tekst - vanwege facebook, want daar zet ik het op 5 juli op. Facebook bezorgde mij een keerpunt in mijn tweedaagse speurtocht: mijn ‘ontdekking van Simon Dickinson’, de kunsthandelaar die het raadselachtige schilderij van Jan Mostaert in een catalogus voor de kunstveiling in Maastricht bespreekt. Hij bespreekt een hele voorgeschiedenis van gissingen en interpretaties! Via de sociale media stuitte ik op die prima bron: http://issuu.com/simoncdickinsonltd/docs/mostaert__pages?e=5243645%2F2017783 Het document was gelinkt aan een bericht van Wieteke van Zeil, kunstcritica van de Volkskrant, op 4 juli, die enthousiast reageerde op het nieuws: “Razend fascinerend schilderij. Chapeau voor het Rijksmuseum, wat een aanwinst’ #Mostaert #Goudstikker”. Zij reageerde een dag later ook op een 5
  • 6. tweet (‘favorited’) van mij: “#OnsRijks: slag om Cibolas, Pueblo van de Zuni (New Mexico), 1 vd 7 goudsteden #Mostaert http://en.wikipedia.org/wiki/Jan_Mostaert” De kunstredactie van de New York Times, tenslotte, vermeldt het nieuws kort voor het weekend in grote koppen: “Early European Painting of America Is Sold to Rijksmuseum. A 16th century painting by Jan Mostaert depicting Spanish invaders aiming guns at a naked indigenous population was acquired by the Rijksmuseum”. (52,642 TWEETS, 70 FOLLOWING, 847,800 FOLLOWERS). Coronado's expedition, to the 7 cities of gold. One of them Zuni pueblo Hawikuh ('gum leaves') with 'kivas' underground stores), since 1300 and abandoned in the 17th century. A Zuni church. The one on Mostaert’s painting? Nowadays Indian reservation (7.700 inhabitants). ----------------------- Als ik zaterdagochtend dan met vrouw en kinderen voor het eerst sinds de restauratie naar het Rijks Museum in Amsterdam ga, vragen we meteen waar het juist aangekochte schilderij van Jan 6
  • 7. Mostaert hangt (“In de Renaissance zaal”, weet de suppoost ons meteen te vertellen). Nu zie ik het schilderij in z'n geheel: daar komt een horde Conquistadores met lansen de berg over, met vlag en wimpel. Misschien dat de paarden zijn achtergelaten op het strand, achter de cañon. De 'Indiaanse' behuizingen blijven voor mij een vreemde mengeling: Pueblo, Piramide, Long House van NoordAmerika en, ik zie nu ook een gewone Hollandse Boerderij met schoorsteentje, beneden links. De kinderen attenderen mij op een grappig detail aan de rechterkant: twee blote kerst mannen! Het blijft puzzelen met Mostaert. Ik houd het maar op een gemystificeerde mix van alle tot dan toe bekende clashes tussen Conquistadores en Indianen. Maar hoe het zit met die rare naakte mensen, niet eens getooid met de gebruikelijke veren … ? Opruiming van mijn werkkamer (augustus 2013) Facebook, 24 uur, 22 augustus “Art & the Story behind it: ‘Los Mulattos de Esmeraldas’ (Andrés Sánchez Gallque, 1599, oil on canvas). Don Francisco de Arobe (middle), originally enslaved in Guinea and deported to Peru, was set free and nominated governor of Esmeraldas by the Spanish conquistadores, in order to avoid a 'Zambo-republique' of runaway slaves (Marrons). I like their bling bling”. ‘Los Mulattos de Esmeraldas’, Andrés Gallque, 1599, oil on canvas, 92 x 175 cm, Nationaal Museum del Prado, Madrid Ik schreef dit na wat gepuzzel op die donderdagavond naar aanleiding van een kunst kaart die ik weer eens tegenkwam bij de opruiming van mijn werkkamer. “And the painter is an Amer-Indian”, zo voegde ik er verrast aan toe, blijkens een fraaie bespreking d.d. 2 augustus 2013 op een blog die ik tussen de hits tegenkwam (thema People of Color in de Europese kunstgeschiedenis): http://medievalpoc.tumblr.com/post/57170001070/medievalpoc-andres-sanchez-gallque-retrato-de 7
  • 8. De kaart van dit werk had ik tien jaar geleden doldriest in meer dan tien stuks aangeschaft ter gelegenheid van de expositie in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, genaamd De schittering van Spanje (1598-1648). Ik gebruikte ze toen als nieuwjaarskaart voor kleine kring (“een goed, nieuw - strijdbaar en multicultureel - jaar toegewenst”). Lang bleef ik me verwonderen over het mogelijke verhaal achter het schilderij en de curieuze tekens en krabbels er op. Ik stond niet eens stil bij de achtergrond van de schilder, en de locatie sprak voor mij vanzelf (Europa): “Dit zijn vrije Moorse Afrikanen in Spanje, de prachtige dracht in een mix van Spaanse hof- en inheemse cultuur, de fraaie verspaanste namen, ze waren zelfs voorzien van een de heren-titel Don. Zouden ze een ‘lapje’ grond hebben gehad, zoals te indertijd doen gebruikelijk”? Zo dacht ik toen, ik weet nu wel beter. Naar verluid was dit - ruim 60 jaar na het op overlevering gebaseerde doek van Mostaert - de eerste, vroegst gedateerde (1599) schildering naar de waarneming, uit de Nieuwe Wereld: in dit geval van gemengd Afrikaans-Indiaanse afkomst, met in het midden Don Francisco de Aroba (zelf als slaaf uit Guinea weggevoerd) ter gelegenheid van zijn benoeming in de stad Quito tot gouverneur van de - toen nog Peruaanse - provincie Esmeraldas, om de onrust in de Zambo-Republiek te beheersen. Hij wordt vergezeld door zijn zoons, Don Pedro en Don Domingo, mulatten van gemengd Afrikaans-Indiaanse herkomst en dus geboren in de Nieuwe Wereld. De schilder zélf blijkt inheems, opgegroeid in de provincie Quito en onderricht door de Rosário-fraters van de orde der Dominicanen, notoir tegen de slavernij - naar hun illustere tijdgenoot op de West Indische eilanden, broeder Bartolomeus de las Casas. Andrés Sánchez Gallque maakte deel uit van de ‘Quiteense schilderschool’ en was leerling van Pedro ‘el Pintor’ Gocial, oftewel de Vlaamse pater Peter Goltzius, van origine uit Leuven, zo leer ik uit een lezing uit 2010 van Peter Hattink voor de Club Holandés de Costa Rica (zie ook: http://www.museopedrogocial.org/index.php/historia/biografia-fray-pedrogocial). De vrouw vind ik toch wel de afwezige op dit politieke schilderij. De vrouw van Don Francisco of op z’n minst moeder van de twee afgebeelde zoons. Vrouwen werden evenwel veelvuldig afgebeeld indertijd. Met een beetje fantasie zou ze er uit hebben kunnen zien als de vrouwenfiguren van Albert Eckhout – vijftig jaar later en net als Post hofschilder van Maurits van Nassau - geschilder naar de waarneming en in situ, in noord oost Brazilië: in of rond Freiburg, diens vestiging tot 1647 het latere Recife. Bijvoorbeeld de indiaanse Tarairiú vrouw, met Rubentiaanse vormen en een mand vol ‘etenswaar’ een been steekt eruit, verwijzend naar de antropofagische gebruiken die deze primitieve Tapuya uit de bossen in het Braziliaanse binnenland zouden praktiseren - in vermeende tegenstelling tot de meer beschaafde Tupi aan de kuststrook. Of zoals de Afrikaanse slavin, eveneens weelderig maar al meer decent, in dezelfde regio. 8
  • 9. The Tapuya or Tarairiu Man and Woman, 1641, Albert Eckhout, oil on canvas, 272 x 161 cm The African Man and the African Woman with Child, Albert Eckhout,1641, oil on canvas, 273 x 167 cm Ambassador Dom Miguel de Castro from Congo,1637, unsigned, oil on oak panel, 72 x 62 cm 9
  • 10. Zo kwam ik, terug in de politieke mannenwereld, een afbeelding van een zwarte ambassadeur tegen, die me niet alleen deed denken aan de beschaafde notabele mulatten van de Indiaan Guallque (1599), maar ook aan Mostaert’s Zwarte Man! “De vroegste Zwarte Piet”, zoals de directeur van het Rijks, Wim Pijbes, niet alleen met kennis van zijn collectie, maar ook met gevoel voor ironie en public relations opmerkte tijdens de verhitte discussies in de aanloop naar het feest van Sinterklaas. Portret van een Afrikaanse man (Christophle le More?), Jan Jansz Mostaert, ca. 1525 - ca. 1530 De Braziliaanse afbeeldingen vond ik tijdens mijn speurtocht bij het landschapswerk van Frans Post (dus in een zijweg!) in het artikel “Science and art in the Dutch Period in Northeast Brazil: The representation of cannibals and Africans as allies overseas”, van Ineke Phaf-Rheinberger (2009). Daarbij stuitte ik ook nog eens, last but not least, op een andere icoon uit de tijd van de Conquista (en in mijn etnografische boeken), namelijk Hans Staden en zijn diens gravures over Brazilië. Hans Staden’s Illustration in De Bry’s Edition on America, 1593 10
  • 11. De man met de (rossige) baard is de door de Tupinamba-indianen gevangengemaakte Hans Staden zelf, die naakt en angstig zijn beurt afwacht, in navolging van de pater wiens hoofd al in de ketel ondergedompeld wordt. De Duitse soldaat wist aan zijn lot te ontkomen via listige en ‘magische’ trucs, keerde na een aantal jaren terug naar Europa - in de veilige haven van het Normandische stadje Honfleur. Zijn reeks houtgravures zijn écht de áller áller eerste visuele impressies van het directe contact tussen Europeanen en inheemse bewoners van America (1547-1555) – notabene door de kunstenaar van zichzelf - en komen wijd in omloop bij de Europese vorstenhoven en steden via de Nederlandse drukkerij de Brij. Zijn afbeelding van de bevolking van Brazilië – met daarin prominent het vermeende kannibalisme - beheerste nog lang de perceptie binnen de christelijke ‘beschaving’ van ‘de wilden’. Wat een verschil vormde deze afbeelding met die van Eckhout en Post (en Gallque!),al komt de gravure qua dynamiek wel weer in de buurt van het tafereel van Mostaert. Mostaert opnieuw bekeken ‘De schok van de ontmoeting was groot. Het eerste uur werd er amper gesproken. De Spanjaarden herkenden nauwelijks hun landgenoten, die gekleed waren in dierenvellen, versierd met veren, toeters en bellen’ (uit: “Petites Histoires”, door Peter Hattink, over De Zwarte Veroveraars; voor Club Holandés de Costa Rica, 2010) Een iconograaf ben ik niet. Wel interesseer ik me als cultureel antropoloog voor het cultuurcontact tussen volkeren en hoe daarvan (visueel of tekstueel) verslag wordt gedaan: dikwijls met gekleurde bril, eenzijdig of vervormd door eeuwenoude beelden. Wat we menen te zien (“Spanish invaders aiming guns at a naked indigenous population” – New York Times) is nooit helemaal wat we zien. Het tafereel dat Jan Mostaert op grond van brieven en verhalen destijds schilderde in Mechelen, mag misschien plaats vinden in het gebied van de Zuni, Arizona, de afgebeelde vluchtende ‘Indianen’ zijn een fabelachtige mengeling van inheemsen en ‘verwilderde’ Spanjaarden. Geharnast trekt een Spaanse expeditie onder leiding van Francisco Vázquez de Coronado y Luján ten strijde naar mythische pueblo complex Hawikuh in de cañons (1540-1542). En zo, op zoek naar goud, ‘kwam men zichzelf tegen’. Dit brengt mij op een minder bekend maar eveneens persisterend element in het Cultuur Contact: dat van Going Native, schrikbeeld in de culturele antropologie. In dit geval van achterblijvers uit drie expedities die kort voor Coronado naar het zelfde gebied met hetzelfde doel waren ondernomen, maar minder glansrijk en niet onderdeel van de officiële geschiedschrijving: die van de MarokkaansMoorse slaaf Estevánico, van Spaanse broeder Marcos de Niza, en die van hen samen in 1539.1 Zo kunnen we aan het ‘amalgaan van Mostaert’ nog een weinig beschreven element uit de Conquista toevoegen, namelijk dat van het onderbelichte Contact. De Ontdekking is behalve met het glorieuze verhaal van de Verovering immers ook omkleed met de kleinere stories van verdwalen, mislukking, 1 Voor de liefhebber van het hele verhaal rond de Moor ‘Steefje’ leze de ‘Petites Histoires’ van Peter Hattink in 2010, voor de Hollandse Club in Costa Rica (http://www.clubholandescr.com/1540zwarte.html). 11
  • 12. muiterij, desertie, en dus ook met afhankelijkheid van en vermenging met de lokale bevolking. Uiteraard werd dit laatste in het heersende evolutionistische mens- en wereldbeeld als ‘degeneratie’ gezien. Universeel Ik kan het niet laten, op een mooie zondagmiddag zit ik thuis wat te googelen op mijn laptop, met als trefwoord ‘Mostaert’(is er nog nieuws?). Ik tref “Errata in Netherlandish Art: Jan Mostaert's ‘New World’ Landscape”, in 1987 geschreven door de Amerikaan Charles Cuttler. Hij onderschrijft weliswaar de boodschap die van Luttervelt opmaakt uit Mostaert’s schilderij: kritiek op de wreedheden van de Spanjaarden in de Nieuwe Wereld. Cuttler weerlegt echter de veronderstelling dat het hier een landschap in de Nieuwe Wereld betreft en dat het (Zuni) Indianen zouden zijn. Volgens Cuttler heeft Mostaert met zijn schilderij een arcadische wereld op basis van toenmalige conventies geschilderd, vredig, in harmonie met de natuur en aan huiselijk leven toegewijd; een wereld die in gevaar verkeert door krachten die over wapens beschikken die veel effectiever zijn dan die van de samenleving onder vuur. De twee ‘kerstmannen’ zijn de oude wijzen in de gemeenschap en symboliseren vermoedelijk een gezag op basis van respect – onmachtig tegen de oprukkende moderne techniek (kanonnen). Mostaert bediende zich van de toenmalige conventies van de landschapsschilderingen, want hij modelleerde zijn schilderij – volgens Cuttler - naar het houtsnijwerk van de Italiaanse Renaissance kunstenaar Jacopo de Barbari, indertijd eveneens schilder aan het hof van Margareta van Oostenrijk in Mechelen (1515-1520). Jacopo de Barbari: ‘Battle of men and satyrs’, Woodcut, circa 1497-1500, London, British Museum 12
  • 13. Flarden van de bijbelse mythe rond de verdrijving uit het Paradijs zien we heden ten dage nog regelmatig terug, bijvoorbeeld bij de fascinatie met de ‘ontdekking van een onbekende stam’. Zoals onlangs weer (19 augustus 2013) met de media hype rond de Mashco Piro in de Ecuadoriaanse Amazone, op de vlucht voor houtkap en andere grootschalige economische bedrijvigheid: al ‘ontdekt’ in de 17e eeuw (door missionarissen en slavenhandelaren), en opnieuw in ‘contact’ in de 19e eeuw (met onder meer rubberbaron Fitzcarraldo) en wederom in de 20e eeuw (1981), met de filmploeg rond regisseur Werner Herzog en de acteurs Klaus Kinski en Claudia Cardinale. Ik zou zeggen: ‘Civilisation Revisted’. Houten, 24 februari 2014 pjorna@xs4all.nl Geraadpleegde bronnen: R. Parker Brienen, “Vision of Savage Paradise. Albert Eckhout, Court Painter in Colonial Dutch Brazil” (Amsterdam University Press 2006), 212-213, 214-15. Ineke Phaf-Rheinberger, “Science and art in the Dutch Period in Northeast Brazil: The representation of cannibals and Africans as allies overseas”, Circumscribere 7(2009): 37-47. R. van Luttervelt, “Jan Mostaert’s West-Indisch Landschap”, Nederlandsch Kunsthistorisch Jaarboek 2, 1948-1949, pp. 105-117. T. Lemaire, “De Indiaan in ons Bewustzijn. De ontmoeting van Oude met de Nieuwe Wreld”, 1986. J. Mostaert, “Een episode uit de Verovering van Amerika” of “Landscape of the West Indies”, en “Portret van een Zwarte Man”, Collectie Rijksmuseum Amsterdam. 13

×