Loading…

Flash Player 9 (or above) is needed to view presentations.
We have detected that you do not have it on your computer. To install it, go here.

Like this presentation? Why not share!

Mc toets medische basiskennis hoofdstuk 3

on

  • 2,354 views

 

Statistics

Views

Total Views
2,354
Views on SlideShare
2,354
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
12
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Mc  toets medische basiskennis hoofdstuk 3 Mc toets medische basiskennis hoofdstuk 3 Presentation Transcript

  • Hoofdstuk 3: CirculatiestelselIn hoofdstuk 2 over cellen en weefsels werd al duidelijk hoe belangrijk het is datcellen continu omspoeld worden door vers vocht en dat de bloedsomloop hiervoorde belangrijkste voorwaarde is. Vanuit dit perspectief gaan we kijken naar:• de route waarlangs en de manier waarop bloed wordt voortbewogen• de bouw en het functioneren van het hart en de diverse bloedvaten• de oorsprong en de weg van de lymfe• de samenstelling en de functies van het bloed 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 1
  • CirculatiestelselStromingen in weefsels en cellen: het hele lichaam doorstroomt voortdurend.In goed doorbloede weefsels (spierweefsel) gaat dit aanzienlijk sneller dan in weinigdoorbloede weefsels (peesweefsel).Zelfs in geheel niet doorbloede weefsels (epitheel, gewrichtskraakbeen) vindtverversing plaats. Verversing van de tussencelruimte maakt verversing binnen decellen mogelijk. Diffusie van stofjes (zuurstof, koolzuur, zouten) stromen zelfs snellervan bloed naar cellen, dan vocht dat doet. 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 2
  • CirculatiestelselOverige vloeistofstromen: lymfe, in lichaamsholten en spleten, vocht in slijmvliezen.Er is een continue vloeistofstroom van lymfe in de lymfevaten, maar ook vindt doorvochtvorming en verversing trage vloeistofstroming plaats in lichaamsholten enspleten. We hebben het dan over:• (pericard) vocht rondom hart en pericardholte (hartzakje)• buikvocht (peritoneaal) rondom veel buik- en bekkenorganen (tussen buikvliezen)• gewrichtssmeer (synovia) in gewrichtsspleet, in slijmbeurzen en peesschedes• (pleura)vocht rondom de longen in de pleuraholte (tussen long- en borstvlies)• hersenvocht (liquor) in de ruimte rondom hersenen, ruggenmerg en hersenvliezen 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 3
  • CirculatiestelselMaar ook buiten de bloedbaan, weefsels, cellen, lymfe, holten en spleten om vindenvochtstromen plaats. Het gaat dan om afscheiding van slijm en andere productendoor slijmvliezen en exocriene klieren. Deels wordt dit vocht weer in het bloedopgenomen. Denk bijv. aan de vele liters spijsverteringssappen, afgescheiden door despeekselklieren en diverse andere spijsverteringsorganen. Dit vocht wordt via dedarmwand weer in het bloed opgenomen nadat het eerst was afgescheiden door dediverse slijmvliezen en klieren. 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 4
  • CirculatiestelselHoe het vocht wordt voortbewogen: hart, ademhaling en spierbeweging.In de totale voortbeweging van vocht is het hart veruit de belangrijkste motor.Zonder hartwerking stopt de circulatie in een paar seconden tijd!Toch is het hart niet de enige motor die het vocht voortbeweegt.Ook de ademhaling (inademing) en het regelmatig aanspannen en ontspannen vanspieren (tijdens lichaamsbeweging) werken als hulpmotor bij een goede circulatie vanbloed en ander vocht in het lichaam 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 5
  • CirculatiestelselNoem 5 of meer locaties in het lichaam waar vloeistof stroomt: A- Spijsverteringsorganen, lymfeklieren, slijmvliezen, pericardholte (hart) en buik B- bloedbaan, cellen, tussencelruimte, lymfebanen, lichaamsholten en spleten C- klieren en slijmvliezen ( o.a. spijsverteringskanaal) en hersenvocht (liquor) D- Longen (pleuravocht), hart (picardvocht), synovia (gewrichtssmeer)8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 6
  • Sorry, nieuwe poging MC_toets: medische14-10-2010 7 basiskennis Hoofdstuk 2
  • Prima MC_toets: medische14-10-2010 8 basiskennis Hoofdstuk 2
  • CirculatiestelselWelke 2 andere factoren (naast het hart) helpen ook mee devloeistofstroming (circulatie) in beweging te houden? A- het concentratieverschil van o.a zuurstof en koolzuur: de diffusie B- de zuurstofvoorziening in de longen, ook wel de longcirculatie genoemd C- ademhaling (inademing) en lichaamsbeweging (aan- en ontspannen spieren) D- het lymfestelsel en hormoonstelsel, d.m.v. signalen en boodschapperstoffen8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 9
  • Sorry, nieuwe poging MC_toets: medische14-10-2010 10 basiskennis Hoofdstuk 2
  • Prima MC_toets: medische14-10-2010 11 basiskennis Hoofdstuk 2
  • Uitwisseling: koolzuur en zuurstof in longen en lichaam: donkerrood bloed wordt in de longen voorzien van zuurstof en kleurt licht. Stroomt door naar de linkerhelft van het hart, waar vandaan het naar alle weefsels van het lichaam wordt gepompt en zuurstof afstaat, kleurt weer donker en ….8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 12
  • ….stroomt weer via de rechter helft van het hart naar de longen en het proces herhaalt zich. Hoe noemen we dit proces? A- Longcirculatie B- Zuurstofcirculatie C- Bloedcirculatie of bloedsomloop D- Koolzuurcirculatie8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 13
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 14
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 15
  • Voor welke vloeistofstroom is dit proces een voorwaarde? A- de vloeistofstroming van de tussencelruimte B- de vloeistofstroming van de lymfebanen C- de vloeistofstroming van klieren en slijmvliezen (o.a. spijsverteringskanaal) D- voor alle vochtstromingen in het lichaam8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 16
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 17
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 18
  • Bloedcirculatie: zuurstof en koolzuurgas verversing is de meest urgente taak waarop de bouw van de bloedsomloop ook gericht is. Vanwege hun essentiële functie vormen de longen een speciale plek in de bloedsomloop. In welke twee circulaties wordt de bloeds- omloop dan ook wel onderscheiden? A- de lichaamscirculatie en de longcirculatie van de bloedsomloop B- de zuurstofcirculatie en koolzuurcirculatie van de bloedsomloop C- de grote circulatie en de kleine circulatie van de bloedsomloop D- antwoord A en C zijn correct. Beide benamingen worden gehanteerd8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 19
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 20
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 21
  • Het transport van: zuurstof en koolzuur Het bloed bevat enorm veel rode bloedcellen die gespecialiseerd zijn in dat transport. Als ze in de longen aankomen zijn ze zuurstofarm en bevatten juist veel koolzuur. Op welke plaats in de longen staan de rode bloedcellen deels hun koolzuur af en nemen daar tegelijkertijd zuurstof uit op? A- in de haarvaatjes van de weefsels dichtbij de weefselcellen d.m.v. diffusie B- bij de uitwisseling van zuurstof en koolzuur in een automatische oversteek C- door het concentratieverschil van zuurstof en koolzuur in de haarvaatjes D- vanuit de haarvaatjes van de longen aan de lucht in de longblaasjes8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 22
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 23
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 24
  • Uitwisseling: zuurstof en koolzuurgas dit proces voltrekt zich vanzelf door het principe van diffusie, waardoor het lichaam er geen extra energie in hoeft te investeren. Waar zijn de rode bloedcellen zuurstofarm en bevatten ze veel koolzuur? A- in de haarvaatjes van de weefsels dicht in de buurt van de weefselcellen B- in de haarvaatjes van de longen dicht in de buurt van de longblaasjes C- in de haarvaatjes van de weefsels staan rode bloedcellen zuurstof af D- in de haarvaatjes van de longen nemen rode bloedcellen zuurstof op8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 25
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 26
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 27
  • Uitwisseling: zuurstof en koolzuurgas Voor dit diffusie-proces is het van belang dat er luchtverversing in de longen plaats vindt. Daarvoor is wel enige spier-energie nodig (in- en uitademing) Waar zijn de rode bloedcellen zuurstofrijk en bevatten ze weinig koolzuur? A- in de haarvaatjes van de weefsels dicht in de buurt van de weefselcellen B- in de haarvaatjes van de longen dicht in de buurt van de longblaasjes C- in de haarvaatjes van de weefsels staan rode bloedcellen zuurstof af D- in de haarvaatjes van de longen nemen rode bloedcellen zuurstof op8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 28
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 29
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 30
  • •Uitwisseling: zuurstof en koolzuurgas In de haarvaatjes van de longen bij de long- blaasjes en in de haarvaatjes van de weefsels bij de weefselcellen vindt dit plaats. Waar nemen de rode bloedcellen juist koolzuur op? A- in de haarvaatjes van de weefsels dichtbij weefselcellen: zuurstof-opname B- in de haarvaatjes van de longen dichtbij de longblaasjes: zuurstof-afgifte C- in de haarvaatjes van de weefsels nemen rode bloedcellen koolzuur op D- in de haarvaatjes van de longen staan rode bloedcellen koolzuur af8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 31
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 32
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 33
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Niet alle organen en lichaamsdelen zijn weergegeven Slagaders, aders en lymfevaten lopen In werkelijkheid vlak naast elkaar en bevinden zich zowel links als rechts in het lichaam de Aorta, holle aders en poortader Lopen ongeveer midden in het lichaam Merk op dat het hart zelf van zuurstof en voedingsstoffen wordt voorzien door de kransslagader Dat het bloed uit de darmen en rest van het spijsverteringskanaal en milt niet direct naar de onderste holle ader gaat, maar eerst naar de lever8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 34
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Wat is niet zichtbaar in deze vereenvoudigde schematische weergave van de bloedsomloop?  A- de lymfevaten zijn niet weergegeven  B- de Aorta ligt niet aan de rechterkant  C- niet alle organen en lichaamsdelen  D- het spijsverteringsstelsel8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 35
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 36
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 37
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Waar lopen in werkelijkheid de slagaders en aders in de menselijke bloedsomloop?  A- vlak naast elkaar, zowel rechts als links  B- parallel aan de lymfevaten links  C- parallel aan de lymfevaten rechts  D- naast de lymfevaten in het midden8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 38
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 39
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 40
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Waardoor wordt het hart zelf voorzien van zuurstof en voedingsstoffen?  A- direct via de grote lichaamsader (Aorta)  B- via de longslagader en kransader  C- via de longader en Aorta  D- direct via de kransslagader8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 41
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 42
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 43
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Hoe komt het bloed van darmen, spijs- vertering en milt in de onderste holle ader ?  A- eerst via de leverslagader  B- eerst via het orgaan de lever  C- eerst via poortader en leverslagader  D- voor zuivering eerst via de nieren8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 44
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 45
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 46
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Lichaamscirculatie: van linker harthelft via weefsels naar rechter harthelft In het lichaam stroomt het bloed via de slagaders (Arteriën) van het hart af naar de verschillende weefsels en via de aders (Venen) terug naar het hart In de lichaamscircuatie is de linker harthelft het beginpunt. Pompt het zuurstofrijke bloed in de grote lichaamsslagader (of Aorta) die in meerde kleine slagaders opsplitst. Van hieruit stroomt het bloed door tientallen opeenvolgende aftakkingen tot het via de kleinste slagaders terecht komt in talloze haarvaten ( of Capillairen) Hier worden verschillende bloed- en weefsel bestanddelen uitgewisseld waaronder zuurstof en koolzuur8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 47
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Vanuit de haarvaten van de weefsels stroomt het zuurstofarme bloed via de aders (venen) richting het hart Het stroomt daarbij parallel aan de slagaders via de kleinste adertjes die zich bijeen voegen tot steeds grotere aders die het bloed doen uitmonden in de rechter harthelft De bloedstroom stopt hier natuurlijk niet maar we zeggen wel dat de lichaamscirculatie hier eindigt Lichaamscirculatie wordt ook wel de grote circulatie genoemd omdat het bloed door het hele lichaam gepompt is. Een klein deel is daarbij zelfs helemaal tot in de tenen geweest Toch is de term grote circulatie verwarrend als je bedenkt dat een gedeelte van het bloed in één slag niet verder komt dan de slagaders, haarvaten en aders rondom het hart8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 48
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Longcirculatie: van rechter harthelft via de longen naar de linker harthelft. Longcirculatie , of kleine circulatie genoemd Vanuit de rechter harthelft wordt zuurstofarm bloed uitgepompt naar de longen via de longslagader, die zich vertakt in een linker en rechter longslagader, elk met talloze vervolg vertakkingen Vanuit de kleinste longslagadertjes stroomt het bloed de longhaarvaten (longcapillairen) in : de zuurstof- en koolzuur uitwisselings plek Daarna stroomt het zuurstofrijke bloed weer naar het hart, parallel aan de longslagaders. Daartoe voegen de kleinste adertjes zich samen tot steeds grotere aders Via vier longaders mondt het bloed dan weer uit in de linker harthelft. Hier eindigt dan de longcirculaltie en begint de lichaamscirculatie8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 49
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Uit de beschrijving van de longcirculatie valt op te maken dat het slagaderlijk bloed daar zuurstofarm is en aderlijk bloed zuurstofrijk In tegenstelling tot de lichaamscirculatie waar het slagaderlijk bloed zuurstofrijk is en het aderlijk bloed juist zuurstofarm Welke circulatie van de bloedsomloop verzorgt deze functie: Het brengen van zuurstof en het ophalen van koolzuur bij de weefsels ?  A- de longcirculatie  B- de lichaamscirculatie8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 50
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 51
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 52
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Circulatie verloop : Van rechter harthelft via de longslagader en daaropvolgende slagadervertakkingen naar de haarvaten van de longen en vanuit de longhaarvaten via samenvoegende longaders naar de linker harthelft Bij welke circulatie van de bloedsomloop hoort dit verloop?  A- de lichaamscirculatie  B- de longcirculatie8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 53
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 54
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 55
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Uit de beschrijving van de longcirculatie valt op te maken dat het slagaderlijk bloed daar zuurstofarm is en aderlijk bloed zuurstofrijk In tegenstelling tot de lichaamscirculatie waar het slagaderlijk bloed zuurstofrijk is en het aderlijk bloed juist zuurstofarm Welke circulatie van de bloedsomloop verzorgt deze functie: Het ophalen van zuurstof en afgifte van koolzuur in capillairen bij de longblaasjes?  A- de longcirculatie  B- de lichaamscirculatie8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 56
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 57
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 58
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Circulatie verloop : Van linker harthelft via de Aorta en daarop volgende slagadervertakkingen naar de haarvaten en vanuit de cappilairen via de samenvoegende aders naar rechter harthelft Bij welke circulatie van de bloedsomloop hoort dit verloop?  A- de lichaamscirculatie  B- de longcirculatie8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 59
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 60
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 61
  • Animatie: Schematische weergave bloedcirculatie Hoe kan het dat naast de lichaamscirculatie er wel een longcirculatie bestaat maar geen aparte spijsverterings circulatie?  A- longen voorzien het bloed van zuurstof  B- spijsvertering loopt eerst via de lever  C- spijsvertering is in de lichaamscirculatie  D- antwoorden A t/ D zijn allen juist8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 62
  • Sorry, nieuwe poging8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 63
  • Prima8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 64
  • Weefselcirculatie:Dat alle cellen continu wordenomstroomd door vocht gebeurtdankzij de bloedcirculatie.Dit minst zichtbare onderdeel vande bloedsomloop is gelijkertijd éénvan de belangrijkste.Die weefsel- of microcirculatie isin essentie het volgende:In de haarvaten wordt een kleinehoeveelheid vocht vanuit het bloedin de tussencelruimte geperst.Iets verderop wordt dit vocht bijnahelemaal door de haarvaten terugopgenomen. Zo ontstaat stromingvan vocht tussen en rond de cellen.Haarvaatjes vinden we in bijna alle weefsels (m.u.v. epitheel en gewrichtskraakbeen).Ze zijn véél dunner dan een haar en kenmerken zich verder doordat de wand ervan maar één cellaag dik is. Ze geen kringspierweefsel in de wand hebben en doorlaatbaar zijnvoor vocht en kleine opgeloste stoffen uit bloed en tussencelruimte. Die doorlaatbaarheidwordt veroorzaakt door heel kleine spleetjes tussen de cellen in de wand van elk haarvat.Cellen en grotere eiwitten passen daar niet doorheen en blijven dus in de bloedbaan. 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 65
  • Het is van groot belang dat eenklein deel van het vocht vanuit hetbloed in de tussencelruimte kankomen, dit werkt verversend voorde cellen in de buurt.Uitgeperst wordt maar ± 0,5 % vanhet vocht van het doorstromendebloed, maar per etmaal is dat vooralle weefsels samen nog 50 liter.Het uitpersen gebeurt door d.m.v.de slagaderlijke bloeddruk.In het voorste deel van haarvaten(het slagaderlijke deel) is debloeddruk nog zó hoog dat op dieplaats vocht wordt uitgeperst.Een milimetertje verderop, in hetlaatste (aderlijke) deel van dehaarvaten, wordt het vocht alweer De vochtaanzuigende werking die voor de heropnameterug opgezogen in de bloedbaan. in het bloed nodig is, wordt geleverd door de plasma-Doordat de bloeddruk op die plaats eiwitten die zich in grote hoeveelheden in de bloedbaanalweer aanmerkelijk lager is dan in bevinden, maar deze nauwelijks kunnen verlaten.het voorste deel van de haarvaten. 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 66
  • De vochtaanzuigende kracht die voorheropname in het bloed nodig iskomt doordat er veel grote eiwittenin het bloed zitten en maar heelweinig eiwit in de tussencelruimte.Daar de eiwitten qua grootte nietdoor de haarvatwand naar buitenkunnen, kunnen ze niet via diffusienaar de tussencelruimte.Daarvoor gaat vocht uit de tussen-celruimte naar de bloedbaan (COD) =osmose: of colloïd osmotische drukDoor de ‘water aanzuigende werking’van de grote eiwitten is er dus eencontinue vochtstroom buiten debloedvaten om, in de tussencelruimte.De lymfestoom: ± O,5 % vocht wordt uit het bloed van het haarvatNiet alle vocht wordt terug opgenomen geperst in de tussencelruimte door de slagaderlijkein het aderlijke deel van de haarvaten. bloeddruk. Nog geen mm. verder is de bloeddruk5 à 10% van het uitgeperste vocht zou flink gedaald en wordt 90% weer via de haarvat-in de tussencel blijven hangen als het wand opgenomen in het bloed. (COD) 10% wordtniet werd afgevoerd via de lymfen. echter via de lymfehaarvaatjes opgenomen. 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 67
  • Oedeem: onvolledige afvoerAls niet alle overtollige tussencelvochtwordt afgevoerd ontstaat ophopingvan vocht tussen de cellen: oedeemgenoemd, zichtbaar als een zwelling.Voor oedeemvorming zijn tallozeverschillende oorzaken, zoals o.a.:• slechte aderlijke bloedstroom• slechte lymfestroom of• verlaagd eiwitgehalte van het bloedHet vaakst zien we oedeem in devoeten waar de tegenwerkendeinvloed van zwaartekracht op decirculatie van lymfe en aderlijkbloed het grootst is. Welke vier kenmerken van de dunne haarvaatjes in bijna alle weefsels kun je bedenken , die van belang zijn voor de weefsel-circulatie ? Als je wilt controleren of je ze alle vier kon benoemen, klik hiernaast: 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 68
  • De volgende vier kenmerken: 1. ze zijn slechts één cellaag dik  3. doorlaatbaar (vocht & stofjes) 2. ze hebben geen kringspierweefsel  4. kleine spleetjes in celwand 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 69
  • Weefselcirculatie:Dat alle cellen continu wordenomstroomd door vocht gebeurtdankzij de bloedcirculatie.Hoe wordt dit minst zichtbare onderdeel van de bloedsomloop,die gelijkertijd één van de belangrijkste is, ook wel genoemd?Als je wilt controleren of je het goed had klik hiernaast: 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 70
  • Weefsel- of micro-circulatie:Continu wordt een beetje vocht uithet voorste deel van de haarvaatjesin de tussencelruimte geperst.Hoe komt dit proces van vocht-uitpersing uit het bloed van dehaarvaatjes in de tussencelruimte eigenlijk tot stand?Als je wilt controleren of je het goed had klik hiernaast: 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 71
  • Weefsel- of micro-circulatie:Door de slagaderlijke bloeddruk inhet voorste deel van de haarvaatjeswordt een klein deel van het vochtuit het bloed in de tussencelruimtegeperst.Nadat dit vocht de cellen omspoeld heeft, wordt het weer voorpractisch 90 % terug opgenomen in het aderlijke deel van dehaarvaatjes. Hoe kan dit al op zo’n korte afstand van ± één mmgebeuren?Als je wilt controleren of je het goed had klik hiernaast: 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 72
  • Weefsel- of micro-circulatie:Nadat dit vocht de cellen omspoeldheeft, wordt het weer voor practisch90 % terug opgenomen in het aderlijkedeel van de haarvaatjes, doordat deaderlijk bloeddruk daar alweer veellager is. Wat veroorzaakt die vochtaanzuigende werking in de bloedbaan en hoe wordt dit proces ook wel genoemd? Als je wilt controleren of je het goed had klik hiernaast: 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 73
  • Weefsel- of micro-circulatie:De vochtaanzuigende werking dienodig is voor de heropname van hetvocht in de bloedbaan wordt geleverddoor de plasma-eiwitten, die in grotehoeveelheden in de bloedbaan zittenen maar heel weinig eiwitten in detussencelruimte. Wateraanzuigendewerking heet ook wel osmose ofcolloïd osmotische druk (COD) Niet alle uitgeperste vocht wordt terug opgenomen door de haarvaatjes, hoe wordt de rest van c.a. 10 % weer opgenomen in de bloedbaan en hoe verloopt dit ? Als je wilt controleren of je het goed had klik hiernaast: 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 74
  • Weefsel- of micro-circulatie:Het geringe overschot (10 %) van hetvocht in de tussencelruimte wordt alslymfe opgenomen door de lymfevatenen via de lymfeklieren terug gebrachtnaar het aderlijke bloed. Hoe wordt de situatie waarin vocht blijft hangen in de tussencelruimte genoemd en welke verschillende oorzaken kan dit hebben ? Als je wilt controleren of je het goed had klik hiernaast: 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 75
  • Oedeem: onvolledige afvoerAls niet alle overtollige tussencelvochtwordt afgevoerd ontstaat ophopingvan vocht tussen de cellen: oedeemgenoemd, zichtbaar als een zwelling.Voor oedeemvorming zijn tallozeverschillende oorzaken, zoals o.a.:• slechte aderlijke bloedstroom• slechte lymfestroom of• verlaagd eiwitgehalte van het bloedHet vaakst zien we oedeem in devoeten waar de tegenwerkendeinvloed van zwaartekracht op decirculatie van lymfe en aderlijkbloed het grootst is. 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 76
  • Het hart: ligging van het hartHet ligt voor in het mediastinumomgeven door het hartzakje, dathet hart verbindt met een deel vanhet borstvlies van de longen, met hetborstbeen, het losmazig bindweefselvan mediastinum en de bovenzijdevan het middenrif.Vlak achter het hart langs lopen deAorta en slokdarm omlaag.Aan de voor-bovenzijde bevindt zichnog de zwezerik (thymus).Algemene bouw:vrij naar beneden hangende spier met 4 holle ruimtes en omgeven door bloedvatenen hartzakje. Het hart is vooral een sterke holle spier (myocard), van binnen bekleedmet endotheel (endocard). Aan de buitenkant lopen de kransslagaders en kransadersover het spierweefsel heen en zijn vergroeid met de binnenste laag van het hartzakje.Ook bevat het hart speciaal zenuw-achtig weefsel dat zorgt voor de bijzondereelektrische geleiding in het hart. (ritmisch, gecoördineerd samentrekken/ontspannen) 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 77
  • In welke ruimte ligt het hart ingebed ?als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan onder: Het ligt in het mediastinum tussen de longen 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 78
  • Welke organen enstructuren omgeven het hart?als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan onder:Het hart ligt voor in het mediastinum omgeven door het hartzakje, dathet hart verbindt met een deel van het borstvlies van de longen, methet borstbeen, het losmazig bindweefsel van mediastinum en debovenzijde van het middenrif.● Vlak achter het hart langs lopen de Aorta en slokdarm omlaag.● Aan de voor-bovenzijde bevindt zich nog de zwezerik (thymus). 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 79
  • Vaatsteel: hoe ‘t hart vrij hangtVan boven is het hart stevigverbonden met grote bloedvaten.Ze liggen in losmazig bindweefselbehoorlijk stevig verankerd in hetmediastinum. Verder “hangt” hethart daardoor “vrij” naar benedenmet hartpunt als beweeglijksteplek.Hartzakje:binnenste (epicard) en buitenste(pericard) vlies met daartussenvloeistof (pericardvocht)Het hart is grotendeels omgeven door een dubbelwandig hartzakje. Het binnenstevlies wordt epicard genoemd en is hecht vergroeid met de hartspier (myocard) en dedaarover liggende bloedvaten (kransaderen en kransslagaderen) Na een omslagplooibij de grote bloedvaten zet het epicard zich voort als buitenste vlies van het hartzakjeen wordt dan pericard genoemd. De buitenste laag van het pericard is erg taai en isvastgegroeid aan de structuren die het hart omgeven. 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 80
  • Leg uit hoe het hart “vrij hangt” als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan onder:hoe het hart vrij hangt:Van boven is het hart stevig verbonden met grote bloedvaten. Ze liggen inlosmazig bindweefsel behoorlijk stevig verankerd in het mediastinum. Verder“hangt” het hart daardoor “vrij” naar beneden met hartpunt als beweeglijksteplek. 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 81
  • Uit welke delen bestaat het hartzakje ? als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan onder:Hartzakje bestaat uit:Het binnenste vlies (epicard) en buitenste vlies (pericard) metdaartussen vloeistof (pericardvocht) 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 82
  • Wat is het verschil tussen pericard en epicard ? als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan onder:Het binnenste vlies (of epicard) is hecht vergroeid met de hartspier (ofmyocard) , het buitenste vlies ( of pericard) is taaier en vastgegroeid aan destructuren die het hart omgeven. Tussen het epicardvlies en het pericardvlieszit pericardvocht. 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 83
  • Wat is de functie van het hartzakje? als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan onder:Het hartzakje met de gladde vliezen en het pericardvocht ertussenzorgen ervoor dat het hart soepel kan samentrekken ten opzichte van deomgevende organen. De gladde vliezen voorkomen wrijving die het hartte zwaar zou belasten. 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 84
  • Op deze tekening is te zien dat het hart in twee delen wordt verdeeld door het harttussenschot in een linker- en rechter- harthelft. Ook is te zien dat de kleppen in één vlak liggen: de bindweefselring, die het hart verdeelt in een onder- en bovenhelft. Zo is het hart dus in vier ruimtes verdeeld: 2 kamers (ventrikels) en 2 boezems (atria) Let op de verschillende lagen van de hartwand en hartzakjeIn de pericardholte van het hartzakje zit het pericardvocht, waardoor het hart bij elkebeweging soepel kan glijden ten opzichte van zijn omgeving en er toch indirect meeverbonden is. De gladde vliezen voorkomen dus wrijving, die het hart te zwaar zoukunnen belasten. Niet weergegeven zijn: de plekken waar de kransslagaders vlak na deaortakleppen uit de aorta ontspringen en de plaats in de rechterboezem waar dekransaders samen in uitkomen 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 85
  • Uit welke weefsellagen is de wand van het hart opgebouwd, van binnen naar buiten ? als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan op het vraagteken8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 86
  • Welke structuur bevindt zich tussen bovenste en onderste harthelft? als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan op het vraagteken De bindweefsel ring8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 87
  • Aansluiting hart op bloedvaten: ● aders monden uit in boezems onderste en bovenste holle ader en kransader in rechter boezem longaders (4x) in linker boezem ● boezems monden uit in kamers rechter boezem in rechter kamer linker boezem in linker kamer. ● kamers monden uit in slagaders rechter kamer in longslagader linker kamer in aortaHarthelften: links/rechts en boven/onder De linker harthelft vormt het einde van de kleine-en het begin van de grote circulatie. De rechter harthelft vormt het einde van de grote- enhet begin van de kleine circulatie. Het tussenschot scheidt die harthelften.De bovenste helft: de boezems (atria) de onderste harthelft: de kamers (ventrikels).Boven- en onderhelft van het hart zijn elektrisch van elkaar gescheiden door een ring vanbindweefsel, zodat de opdracht om samen te trekken niet gelijkertijd de boezems als dekamers bereikt. Tussen boezems en kamers zitten beweeglijke hartkleppen 8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 88
  • Welke bloedvaten ontspringen aan de rechter hartkamer ? als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan op het vraagteken De longslagader8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 89
  • Welk bloedvat ontspringt aan de linker hartkamer ? als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan op het vraagteken De aorta of grote lichaams slagader8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 90
  • Welke bloedvaten monden uit in de rechterboezem ? als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan op het vraagteken Onderste- en bovenste holle ader en de kransader8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 91
  • Welke bloedvaten monden uit in de linkerboezem ? als je wilt controleren of je het goed kon beantwoorden klik dan op het vraagteken De longaders (4x) 2x links , 2x rechts8-11-2010 MC-toets medische basiskennis, Hoofdstuk 3 92