Meerjaren                     Monumentenbeleidsplan                     Sint MaartenPREAM Consultants N.V/PREAM Architects...
“Monumenten zijn de parels van ons gemeenschappelijkeerfgoed, waarin niet louter geschiedenis en cultuur huizen,maar de ge...
INHOUDSOPGAVE0    Verantwoording.............................................................................................
5.6     Financiële aspecten ..................................................................................... 38      ...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten0      VerantwoordingIn april 2002 heeft PREAM Consultants N.V. in samenwerking...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten1.     SamenvattingDit rapport is als volgt samengesteld.Het eerste hoofdstuk b...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten2.     Inleiding2.1    AlgemeenEen terugblik op de recente geschiedenis van St....
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenAan de overheid de taak om de randvoorwaarden te scheppen waarbinnen het beleid...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenHet St. Maarten Comprehensive Economic Development Plan 2004-2007, SectorEconom...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartentoegepast. Dit streven zou bijvoorbeeld doorvertaald kunnen worden naar het ‘le...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenOpmerking: De diverse besproken onderdelen uit het ‘Integrated Cultural Policy ...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten3.         Monumenten op Sint Maarten3.1        Historische contextIn de pre-hi...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenDit betekende dat de verbouwer van het riet ook moest kunnen beschikken over in...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenBlijkbaar hebben veel lieden van Britse afkomst zich hier in de loop der tijden...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenMet de opkomst van de middenklasse en de aanvoer van goedkoop gezaagd hout uit ...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenLibri” (1715) en de “Vitruvius Brittanicus” (1715 - 1725), welke alleen invloed...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenDe behandelde objecten zijn geografisch en wat betreft context als volgt onder ...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartenverwijst naar de oorspronkelijke reden om zich te vestigen op St. Maarten, name...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartende Frontstreet, uitgaat, waarmee de belangrijke positie die dit gebouw in deste...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenRecente ontwikkelingenToerisme is de belangrijkste instigator geweest voor rece...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten3.5.2 Simpson BayVan oudsher kende de Nederlandse kant van St. Maarten in Simps...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenGeïnventariseerde monumentenIn het inventarisatierapport zijn in Simpson Bay 12...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenPREAM Architects                                             blz. 19 van 77
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenFort Willem IDe Engelsen zijn in 1801 met de bouw van het Fort Willem I begonne...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten3.6.2 Plantages en landhuizenZoals beschreven onder “historisch kader” heeft zi...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten3.6.4 Woonhuizen buiten de bebouwde komNaast de plantagehuizen zijn nog een aan...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten(Zie ook ‘Verdrag van Malta’, Publicatieblad 86 in 1998 door de Nederlandse Ant...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenIngeval het erfgoed onder water zich in de aansluitende zone van de territorial...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten4.     Wettelijk kader van de monumentenzorgDe beleidskaders worden gevormd doo...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten9.     mogelijkheden voor bestuursdwang door het bestuurscollege en de gedoogpl...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenDaarnaast worden de procedures, het lidmaatschap en de financiële aspecten beha...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten4.5    Eilandbesluit inrichting en beheer register van beschermde monumenten,  ...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartentussen de overheid en het Kadaster en Openbare Registers (gelegen aan de Backst...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten5.     Het restauratieprogramma.In hoofdstuk 2 is een overzicht gegeven van Sin...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten5.2    Philipsburg5.2.1 Gebouwen in PhilipsburgVan de in totaal 74 objecten die...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenOp de kaart die de bebouwingshoogte in Philipsburg weergeeft kan ook de verande...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartenbouwcapaciteit op Sint Maarten, is vooruitlopend op dergelijke informatie een e...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartenmeerdere kanten is hierbij gewaarschuwd voor een Mickey Mouse effect: een aldus...
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten

1,356

Published on

Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten

Published in: News & Politics
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,356
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Meerjaren Monumentenbeleidsplan St.Maarten"

  1. 1. Meerjaren Monumentenbeleidsplan Sint MaartenPREAM Consultants N.V/PREAM ArchitectsJuli 2009
  2. 2. “Monumenten zijn de parels van ons gemeenschappelijkeerfgoed, waarin niet louter geschiedenis en cultuur huizen,maar de geest van de tijd van onze voorouders, die wemoeten koesteren en beschermen voor de huidige entoekomstige generaties.” Mw. Drs. L.R. Morales (Programma manager Monumenten, Trekker van de Monumentenzorg en Ambtelijke Ondersteuner Monumentenraad, St. Maarten).“De Monument Preservation Foundation heeft gekozenvoor een zuiver pragmatisch beleid: redden wat er nog teredden valt.” Dhr. Drs. L. Coombs (voormalig voorzitter Sint Maarten Monuments Preservation Foundation).
  3. 3. INHOUDSOPGAVE0 Verantwoording.............................................................................................................. 11. Samenvatting ............................................................................................................ 22. Inleiding .................................................................................................................... 3 2.1 Algemeen....................................................................................................... 3 2.2 Doelstellingen ................................................................................................ 4 2.3 Monumentenbeleid en sociaal, cultureel, economisch en ruimtelijk beleid (relatie overige beleidsterreinen) .......................................................... 43. Monumenten op St. Maarten...................................................................................... 8 3.1 Historisch context........................................................................................... 8 3.2 Bevolking....................................................................................................... 9 3.3 De Sint Maartense historische architectuur ................................................... 10 3.4 Historisch-cultureel erfgoed ........................................................................ 12 3.5 Monumenten in de bebouwde kom .............................................................. 13 3.5.1 Philipsburg ....................................................................................... 13 3.5.2 Simpson Bay. ................................................................................... 17 3.6 Monumenten buiten de bebouwde kom ........................................................ 18 3.6.1 Fortificaties ...................................................................................... 18 3.6.2 Plantages en landhuizen.................................................................... 21 3.6.3 Industriële monumenten.................................................................... 21 3.6.4 Woonhuizen buiten de bebouwde kom.............................................. 22 3.6.5 Begraafplaatsen ................................................................................ 22 3.6.6 Waterputten en Dry Walls................................................................. 22 3.7 Archeologische vindplaatsen ........................................................................ 22 3.8 Scheepswrakken en artefacten ...................................................................... 234. Wettelijk kader van de Monumentenzorg ................................................................ 25 4.1 Monumentenlandsverordening 1989............................................................. 25 4.2 Monumenteneilandsverordening................................................................... 26 4.3 Besluit inrichting en werkwijze Monumentenraad ........................................ 26 4.4 Besluit criteria voor de aanwijzing van beschermde monumenten................. 27 4.5 Besluit inrichting en beheer register van beschermde monumenten............... 28 4.6 Vergoedingen............................................................................................... 295. Het restauratieprogramma. ....................................................................................... 30 5.1 Toetsingscriteria........................................................................................... 30 5.2 Philipsburg................................................................................................... 31 5.2.1 Gebouwen in Philipsburg .................................................................. 31 5.2.2 Stedelijke structuur Philipsburg ........................................................ 31 5.2.3 Plan van aanpak Philipsburg ............................................................. 32 5.3 Simpson Bay ............................................................................................... 33 5.4 Monumenten buiten de bebouwde kom ....................................................... 33 5.4.1 Forten en batterijen .......................................................................... 33 5.4.2 Plantages en landhuizen.................................................................... 34 5.4.3 Industriële monumenten.................................................................... 36 5.4.4 Woonhuizen buiten de bebouwde kom.............................................. 37 5.4.5 Begraafplaatsen ................................................................................ 37 5.4.6 Oude kaarten, boeken (archiefstukken van grote cultuurhistorische belang/roerende monumenten) ............................. 37 5.5 Aanwijzen van beschermde monumenten ..................................................... 38
  4. 4. 5.6 Financiële aspecten ..................................................................................... 38 5.7 Prioriteiten en planning (Aanwijsprogramma) .............................................. 39 5.8 Noodherstelplan .......................................................................................... 416. Rol van de overheid ................................................................................................ 41 6.1 Juridisch instrumentarium .......................................................................... 41 6.1.1 Aanwijzen van beschermde monumenten ......................................... 41 6.1.2 Register van beschermde monumenten ............................................ 42 6.1.3 Aanwijzen van beschermde stads- en dorpsgezichten........................ 42 6.1.4 Vergunningen .................................................................................. 42 6.1.5 Beroep ............................................................................................. 43 6.1.6 Rapportage ....................................................................................... 43 6.2 Financieel instrumentarium .......................................................................... 43 6.2.1 Subsidies en zachte leningen............................................................. 43 6.2.2 Fiscale incentives.............................................................................. 477. Organisatie .............................................................................................................. 49 7.1 Algemeen..................................................................................................... 49 7.2 Overheid ...................................................................................................... 49 7.3 Monumentenraad ......................................................................................... 50 7.4 Monumentenfonds........................................................................................ 50 7.5 Overige organisaties op eilandelijk niveau.................................................... 53 7.6 Organisaties op Landelijk en Internationaal niveau....................................... 548. Informatievoorziening.............................................................................................. 55 8.1 Algemeen..................................................................................................... 55 8.2 Voorlichting en documentatie....................................................................... 559. Landelijke en Internationale Verdragen en Regelgeving (overzicht)......................... 58 Landverordening in en uitvoer..................................................................... 60 Monumentenlandsverordening .................................................................... 60 Landverordening grondslagen RO (PB 1976, no 195) ................................. 60 Archieflandsverordening (PB 1989, no 64)................................................... 60 Landsverordening overdracht stranden ......................................................... 61 Landsverordening Maritiem beheer (dec 2007)............................................. 61 ICOMOS...................................................................................................... 63 Verdragen getekend in Koninkrijksverband ............................................................. 6410. Monitoring en evaluatie ......................................................................................... 68 9.1 Wet- en regelgeving .................................................................................... 68 9.2 Aanwijzen beschermde monumenten........................................................... 68 9.3 Uitvoering restauraties................................................................................. 6811. Aangewezen tot Beschermde Monumenten op St. Maarten ...................................... 6912. Literatuur................................................................................................................. 76Bijlagen
  5. 5. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten0 VerantwoordingIn april 2002 heeft PREAM Consultants N.V. in samenwerking met SBO (Afdeling Strategie,Beleid en Ontwikkeling; sinds 2004, DPP, Directie Programma’s en Projecten) van hetEilandgebied St. Maarten en het Monumentenbureau van de Dienst RuimtelijkeOntwikkeling en Volkshuisvesting van het Eilandgebied Curaçao, een Plan van Aanpak voorhet monumentenbeleid op St. Maarten opgesteld. Het definitieve rapport werd in juni 2002aan het Bestuurscollege van het Eilandgebied St. Maarten overhandigd.In dit plan van aanpak worden als eerste stappen genoemd het inventariseren van demonumenten op het eiland en het opstellen van een beleidsplan. In juni 2003 werd dedefinitieve versie van de inventarisatie aan het eilandgebied aangeboden.Dit beleidsplan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met en onder begeleiding vande monumentenwerkgroep van het Eilandgebied St. Maarten, bestaande uit medewerkers vande afdelingen VROM en SBO/DPP (dhr. L. Brown, mw. L. Morales).De Sint Maarten National Heritage Foundation (mw. E. Bosch) heeft een belangrijke bijdragegeleverd door het beschikbaar stellen van de monumenteninventarisatie welke in hunopdracht in 1995 werd uitgevoerd.Van grote waarde was de ondersteuning van de DROV (Dienst Ruimtelijke Ontwikkeling enVolkshuisvesting op Curaçao, mw. C. Manuel en mw. G. Jonkhout-Gehlen), welke werdgegeven in het kader van de samenwerkingsovereenkomst tussen VROM en de DROV.Second Opinion is verkregen van de NRF (Nationaal Restauratie Fonds Nederland, dhr. P.Baars en dhr. J. De Jong) en Kraaij Consultants (dhr. E. Kraaij).Alvorens dit beleidsplan in zijn definitieve vorm te gieten, heeft de monumentenraad van St.Maarten zijn advies uitgebracht.De samenstellers van dit beleidsplan zijn alle betrokkenen bijzonder erkentelijk voor hunbijdragen en inbreng.PREAM Architects blz. 1 van 77
  6. 6. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten1. SamenvattingDit rapport is als volgt samengesteld.Het eerste hoofdstuk bestaat uit deze samenvatting terwijl het tweede hoofdstuk dedoelstellingen van dit beleidsplan en het sociaal-economisch en ruimtelijk beleidskaderbehandelt.Het derde hoofdstuk gaat in op de inventarisatie van St. Maarten’s historisch cultureelerfgoed, voorafgegaan door een beschrijving van het historisch kader waaraan het erfgoed isontsproten.Met uitzondering van het eilandsbesluit dat de bijdrage van de overheid in de kosten vanonderhoud en herstel van monumenten (subsidie) regelt, is het wettelijk kader, zo is in hetvierde hoofdstuk beschreven, afgerond.Hoofdstuk 5 geeft inzicht in het restauratieprogramma door middel van een selectie van demonumenten die het waard zijn om beschermd en behouden te worden. Aan de selectie is eenkostenraming voor behoud en restauratie van deze objecten gekoppeld die uitkomt op NAF.22.885.750,00 (peildatum 2006). Uitgangspunt is dat het restauratieprogramma in 10 jaar zoukunnen worden uitgevoerd. Dit is o.a. afhankelijk van bereidheid van monumenten eigenarenen beschikbare fundings (van overheid.en overige instellingen).In het zesde hoofdstuk wordt de rol die de overheid bij de uitvoering van hetmonumentenbeleid beschreven. Hierbij staan haar twee instrumenten ter beschikking: eenjuridisch instrumentarium, te weten het stelsel van wet- en regelgeving, en een financieelinstrumentarium, zowel direct in de vorm van subsidies als indirect middels voorzieningen inde belasting sfeerHet zevende hoofdstuk gaat in op de organisatie, zowel binnen als buiten de overheid, die oppoten gezet moet worden voor de uitvoering van het monumentenbeleid. Naast demonumentenraad, die reeds is geïnstalleerd, zal binnen de afdeling VROM eenmonumentenbureau opgezet en bemand (m/v) moeten worden. Voor de uitvoering van debijdrageregeling wordt gekeken naar de mogelijkheid om gebruik te maken van een bestaandeinstantie, waarbij wordt gedacht aan de St. Maarten Housing Financing Foundation.Voor het welslagen van de uitvoering van het beleid is een goede informatievoorzieningonontbeerlijk. In hoofdstuk 8 is aangegeven dat de informatie in eerste instantie gericht moetworden op de ambtenaren binnen het overheidsapparaat die bij het monumentenbeleidbetrokken zijn. Vervolgens vormen de eigenaren van monumenten uiteraard een belangrijkedoelgroep voor de voorlichtingscampagnes. Voorts moet het publiek in het algemeen, zowelinwoners als bezoekers, op de hoogte worden gehouden van de doelstellingen en voortgangvan de monumentenzorg. Last but not least, wil monumentenzorg op blijvende steun van debevolking kunnen rekenen, moet speciale aandacht worden geschonken aan de voorlichtingvan de jeugd op het eiland.Voor de bewaking van het proces zijn een aantal toetsingscriteria gegeven in hoofdstuk 9. Hetgaat met name om drie aspecten: • afronden wet- en regelgeving • aanwijzen van beschermde monumenten • uitvoeren van het restauratieprogramma.Tot slot wordt in hoofdstuk 10 een lijst met de geraadpleegde literatuur gegeven.PREAM Architects blz. 2 van 44
  7. 7. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten2. Inleiding2.1 AlgemeenEen terugblik op de recente geschiedenis van St. Maarten laat zien dat het eiland zich metname in de jaren tachtig van de twintigste eeuw vooral heeft geconcentreerd op de uitbreidingvan de toeristenindustrie, en wel in hoofdzaak in kwantitatieve zin. Steeds meer en steedsgrotere hotels verrezen, en ook het aantal winkels, restaurants en andere op toerisme gerichtevoorzieningen dat werd geopend nam een enorme vlucht waardoor een schaalvergrotingoptrad in de bebouwde omgeving van het eiland. Met deze ontwikkelingen deed ook eeninternationale bouwstijl zijn intrede waardoor naast de schaal ook de oorspronkelijkekarakteristieken van de bebouwde omgeving op het eiland naar de achtergrond verdwenen. Opzich is dit niet zo bijzonder; overal ter wereld bestaat het oude naast het nieuwe, want deruimtelijke en functionele eisen die nu gesteld worden laten zich in veel gevallen niet plaatsenin traditionele gebouwen en wat 60 jaar geleden hypermoderne en soms controversieoproepende gebouwen waren, zijn nu beschermde monumenten. Echter het gevaar dreigt weldat St. Maarten door het verdwijnen van het cultureel erfgoed in het algemeen en historischegebouwen in het bijzonder, op den duur haar culturele identiteit verliest en zich daardoorsteeds minder gaat onderscheiden van andere belangrijke toeristenbestemmingen.St. Maarten heeft haar inwoners en bezoekers veel te bieden op het gebied van ontspanning envermaak, waar het multi-culturele karakter nog een extra dimensie aan geeft.Monumentenzorg kan daar een stukje unieke St. Maartense cultuurhistorie en identiteit aantoevoegen. Het moet dan ook duidelijk zijn dat monumentenbeleid van de overheid niet alleengemotiveerd wordt door een nostalgisch gevoede hang naar het verleden maar door interesseen respect voor de geschiedenis van St. Maarten en haar inwoners en door het besef dat medein de geschiedenis het unieke karakter van het eiland is verankerd. Juist dit karakter kan eenbelangrijke bijdrage leveren aan de aantrekkingskracht en profilering op de toeristenmarkt.Monumentenbeleid behoeft dan ook niet op gespannen voet te staan met economischeontwikkeling maar kan er juist aan bijdragen. Misschien niet van vandaag op morgen maarwel op de langere termijn, als de steeds kritischer en cultuurbewuster wordende toerist meeren meer op de kwaliteit van de bestemming zal letten.Naast het economische motief, namelijk de diversificatie van het “Toeristisch Product St.Maarten”, dient monumentenzorg ook een sociaal-cultureel motief, te weten de beschermingvan St. Maarten’s cultureel erfgoed om het te behouden voor de huidige en toekomstigegeneraties inwoners van St. Maarten, ter illustratie van het verleden en voor het begrip van hetheden.2.2 DoelstellingenMonumentenzorg heeft als doelstelling het behoud en herstel van zoveel mogelijk cultuur-historisch waardevolle objecten en structuren. Het monumentenbeleid heeft tot doel te komentot een beheersing van het proces tot behoud van het cultureel erfgoed.PREAM Architects blz. 3 van 77
  8. 8. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenAan de overheid de taak om de randvoorwaarden te scheppen waarbinnen het beleid totontwikkeling en uitvoering kan komen. Naast het stimuleren van positieve ontwikkelingen inhet algemeen zijn deze randvoorwaarden kadervormend (juridisch, financieel), normbepalenden controlerend.2.3 Monumentenbeleid vs sociaal, cultureel, economisch en ruimtelijk beleid; relatie met overige beleidsterreinenHet ontwikkelen van een monumentenbeleid past in het sociaal economisch beleid van heteilandgebied, zoals in de afgelopen jaren in een aantal nota’s is vastgelegd.Multi- annual Policy Plan van Sint Maarten (MAPP)In het MAPP, op 22 mei 1998 vastgesteld door de eilandsraad, zijn programma’s enbijbehorende doelstellingen vervat voor het te voeren beleid voor de diverseoverheidssectoren.Het economisch-toeristisch beleid kan op hoofdlijnen als volgt worden samengevat.De Sint Maartense economie is nog steeds erg afhankelijk van toerisme. Volgens het MAPPmoet het beleid gericht zijn op o.a. het uitbreiden van het aantal en het verbeteren van dekwaliteit van attracties op Sint Maarten. Tevens dienen ecologische, historische en cultureleattracties te worden gestimuleerd (cultural heritage of the island, archeology, ‘reliving thepast’). In het MAPP wordt onder ‘Economic diversification’ (project nr. 16) gesteld dat:‘diversification of industry in support of tourism’ dient plaats te vinden.Wat betreft het behoud van cultuurmonumenten is het volgende van belang.In het MAPP wordt aangegeven dat het cultuurbeleid c.q. ‘Cultural Policy’ (leesmonumentenbeleid) ontwikkeld moet worden. De ontwikkeling van een monumentenbeleid isop St. Maarten van start gegaan en met het onderhavig beleidsplan een feit geworden.Nadat in 2000 de Monumenteneilandsverordening (in 1989 kwam demonumentenlandsverordening tot stand!) van kracht is geworden, heeft het Bestuurscollegeprioriteit gegeven aan de uitvoering hiervan. Dit heeft onder meer geresulteerd in deoprichting van de Sint Maarten Monuments Preservation Foundation in 2001. Dezeparticuliere stichting heeft o.a. als doelstelling het restaureren, behoud en beheer vanmonumenten. In het zelfde jaar 2001 werd de Monumentenraad (MR) ingesteld. DeMonumentenraad heeft tot taak het Bestuurscollege en de Eilandsraad te adviseren over zakendie betrekking hebben op de monumentenzorg.Bij de aanwijzing van de monumenten zal worden voortgebouwd op de in 1994 door hetEilandgebied uitgegeven brochure ‘Proposed Protected Historical sites and buildings on SintMaarten, First Group’. Met het opstellen van een gedegen Monumentenbeleidsplan en hetuitvoeren van de benodigde stappen om te komen tot het aanwijzen van Monumenten wordtuitvoering gegeven aan de betreffende doelstellingen van het Multi Annual Policy Plan. Dit isessentieel daar motivatie voor het financieren van projecten in het kader van hetMonumentenbeleid, o.a. onderbouwd zal worden vanuit het economische programma(duurzaamheid/MAPP).PREAM Architecs blz. 4 van 77
  9. 9. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenHet St. Maarten Comprehensive Economic Development Plan 2004-2007, SectorEconomy and Tourism (Department of Economic Policy and Research, 2001).Ook in dit plan wordt de nadruk gelegd op het herstellen (‘recovery strategy’) en revitaliserenvan de economie door nieuwe, veelzijdige ontwikkelingen in gang te zetten ten behoeve vaneen duurzame economische ontwikkeling. Hierbij wordt veel belang toegekend aan het verderontwikkelen van de toeristische industrie middels diversificatie van het toeristisch product en"improvement of the visitors experience".1 Met het aanwijzen en beschermen en vervolgenshet restaureren, consolideren etc. van monumenten plus het creëren van cultuur attractie wordthet toeristische product veelzijdiger en bereikt de overheid meer aandacht van de bevolkingvoor haar cultuur- historisch erfgoed. Conform het Departement of Economic Policy andRedearch is er momenteel (2009) geen vervolgplan door BC goedgekeurd.Governing Program 2007 - 2011In het programma voor de regeerperiode van 2003 tot 2007 werd onder het hoofdstuk overHousing and Urban Development gesteld dat de bescherming van het historisch bezit van St.Maarten in het algemeen en bescherming van monumenten in het bijzonder een primairelement van de ontwikkelingsvisie is.Er is in 2007 een Governing Program 2007-2011 aangenomen door BC (Democratische PartijDP). Nu er per juni 2009 een nieuwe samenstelling van het Bestuurscollege geïnstalleerd is(National Alliance samen met onafhankelijke lid Theo Heyliger), wordt dit GoverningProgram herschreven aan de hand van het National Alliance Manifesto 2007 (‘The NewBeginning”, een regeerprogramma van genoemde politieke partij). Er wordt in dit Manifestoniet specifiek ingegaan op ons cultureel erfgoed. Aanbevelingswaardig is om ons cultureelerfgoed als aandachtspunt op te nemen in het Governing Program 2007-2011.Development Prespective for Philipsburg and the Greater Great Bay AreaOok het Greater Great Bay Developement Perspective, ontwikkeld door de Gemeente Almerein samenwerking met TKA, (Mei 2003) gaat in op het belang van het behoud van St.Maarten’s Monumenten. Om met name de monumenten in Philipsburg effectief tebeschermen, wordt voorgesteld om het op de zandbank gelegen “oude” stad totconservatiezone te benoemen en zowel de daarin gelegen monumenten als de historischestructuur middels de ruimtelijke ontwikkelingswetgeving te beschermen.De Multi Annual Integral Social Development Policy Plan of St. Maarten 2002 andBeyond (MISOP)Dit Meerjaren Integrale Sociale OntwikkelingsPlan (MISOP) is verlopen. Het plan is in 2005geëvalueerd en de belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn, dat er meer aandacht moetkomen voor de doelgroepen. Er is nog geen nieuwe MISOP opgesteld, maar de overheid is aanhet werken aan een vervolg van dit plan. Het idee van het streven naar ‘Capacity building’blijft een goede uitgangspunt en impuls en kan ook bij NGO’s in het Monumentenveld worden 1 uit de Daily Herald d.d. 01-09-2000 over de uitgangspunten van het EDPPREAM Architects blz. 5 van 77
  10. 10. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartentoegepast. Dit streven zou bijvoorbeeld doorvertaald kunnen worden naar het ‘leggen vaninterlinks c.q. samenwerkingsverbanden tussen de instellingen die Monumentenzorg.’Integrated Cultural Policy Framework of St. Maarten, 2007Op 4 juni 2007 is dit plan, opgesteld door ‘The Cultural Policy Steering Committee of SaintMartin’ (aangeboden op 30 mei 2007) door de Eilandsraad vastgesteld.Daarin wordt in hoofdstuk 1 The Policy onder sub 1. Cultural Heritage vooral gerefereerdnaar de taal als communicatiemiddel voor culturele identificatie en wordt gesteld dat religieals ‘spiritual awareness’ een belangrijke rol speelt in de culturele ontwikkeling van een land.In paragraaf 1.4 Archeologie staat dat door archeologische onderzoek kennis van prehistorische, koloniale en moderne bezetting van het eiland verkregen wordt, waarmee hetverleden en activiteiten door vroegere bewoners beter gewaardeerd kunnen worden.Belangrijk voor de Sint Maartense bevolking is, dat bewerkstelligt wordt: 1. promoten van de wetgeving voor het restaureren en beschermen van ons cultureel erfgoed; 2. het creëren en de versterking van wetgeving op het gebied van en culturele eigendommen (inclusief artefacten); 3. promoten en ondersteunen van educatieve inspanningen met als doel ontwikkeling en actieve waardering van ‘National Heritage’ (Nationaal Erfgoed); 4. erkennen dat alle archeologische vondsten eigendom zijn van de overheid en het volk van St. Maarten; 5. verzekeren dat het archeologische belang van artefacten en eigendommen toevertrouwd worden aan een overheidsinstantie ter bescherming daarvan; 6. verzekeren dat aandacht wordt gegeven aan de bescherming van roerende cultuurgoederen.Opmerking ten aanzien van punt 4.: gesteld kan worden dat de Monumenteneilands-verordening aangeeft welke vondsten wanneer van wie zijn. Deze hoeven niet altijd perdefinitie eigendom te zijn van de overheid.In het hoofdstuk van ‘Cultural Documentation and Registration worden Archieven genoemden wordt gesteld dat erkend dient te worden dat documentatie en registratie alsmedeconservatie/bescherming belangrijke waarden vertegenwoordigen bij het informeren van debevolking en dat het belangrijk is voor het begrijpen van het verleden en de vorming van hethuidige gemeenschap.Onder hoofdstuk 5.4 ‘Architecture’ van genoemde ‘Integrated Cultural Policy Framework’wordt gepleit voor het onderhouden en restaureren van gebouwen met een traditionelearchitectuur.Ten slotte staat onder het hoofdstuk 8. ‘Culture and Tourism’ in paragraaf 8.1-3, dat SintMaarten en haar bevolking de ontwikkeling van programma’s dient te stimuleren waarin meeraandacht is voor culturele erfgoed.PREAM Architecs blz. 6 van 77
  11. 11. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenOpmerking: De diverse besproken onderdelen uit het ‘Integrated Cultural Policy FrameworkSt. Maarten’ dienen nader uitgewerkt te worden. Een aantal onderdelen worden onder diversehoofdstukken in dit Monumentenbeleidsplan al beschreven. Bij de uitvoering van dezebeleidslijnen kan op onderdelen specifiekere taken worden geformuleerd door de afdelingen,directies dan wel entiteiten die zich daarmee bezig gaan houden.PREAM Architects blz. 7 van 77
  12. 12. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten3. Monumenten op Sint Maarten3.1 Historische contextIn de pre-historie, dit is voor Amerika inclusief het Caraïbisch gebied het tijdperk vóór dereizen van Columbus, werden de eilanden bewoond door indianenvolken die vanaf zo’n 6000jaar geleden vanuit Venezuela (de Orinoco delta) naar de eilanden migreerden.Archeologische vondsten op Sint Maarten verwijzen over het algemeen naar Saladoïdevolken, zo genoemd naar het aardewerk dat ze gebruikten. Deze volken kwamen in de eersteeeuwen na het begin van de christelijke jaartelling naar de eilanden. (Sipkens Smit, blz.35).Waarschijnlijk werd Sint Maarten incidenteel door de indianen bewoond daar het eiland nietover permanente zoetwaterbronnen beschikt. Er zijn geen meldingen van ontmoetingen tussende oorspronkelijke bewoners en de Spanjaarden die als eerste Europeanen het eiland aandedenen Pieter Schouten, die als eerste Nederlander in 1624 het anker uitwierp voor St. Maartennoteert dat het eiland onbewoond was.Toen de Nederlanders (Zeeuwen om precies te zijn) in 1632 zich op Sint Maarten vestigden,waren zij in eerste instantie op zoek naar een tussenstation in het verkeer tussen het vaste landvan Zuid Amerika en Europa. Daarnaast hadden de natuurlijke zoutpannen, de grootste achterPhilipsburg, de huidige hoofdstad van het Nederlandse gedeelte, een grote aantrekkingskracht. Door de geschiedenis heen, tot halverwege de twintigste eeuw, blijft het winnen en verhandelen van zout een factor van meer of minder belang in de economie van het eiland. Het succes van de oogsten was afhankelijk van een aantal factoren, zoals de staat van onderhoud van de zoutpannen, welke volgens Hartog (blz. 238) over het algemeen slecht was, de politieke toestanden (oorlogen en veroveringen) en klimatologische omstandigheden zoals orkanen en hevige regenval. Zoals door het hele Caraïbische gebied werd ook op Sint Maarten snel na de kolonisatie begonnen met de verbouw van handelsgewassen (Hartog, blz. 90). In eerste instantie werden katoen en tabak geteeld maar al snel werd massaal overgeschakeld op suikerriet, het gewas dat zo ongeveer synoniem met West-Indië werd. Suikerriet is een zeer bederfelijk gewas en moet daarom vrijwel onmiddellijk na de oogst verwerkt worden. Franse kaart van de Kleine Antillen uit 1686PREAM Architecs blz. 8 van 77
  13. 13. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenDit betekende dat de verbouwer van het riet ook moest kunnen beschikken over installaties omhet riet te verwerken. Zo ontstonden de plantages met de residentiele en industrielebouwwerken waarvan restanten nu nog op vrijwel alle eilanden terug te vinden zijn.De suikercultuur heeft op Sint Maarten nooit de hoogte bereikt als op andere eilanden, hetgeenook mag blijken uit de volgende cijfers. Op het hoogtepunt van de plantagecultuur rond 1790,er waren toen 92 plantages op het Nederlandse gedeelte, bestond de bevolking uit 1345 vrijen(blanken en kleurlingen) en 4226 slaven, een verhouding van 1:3. In dezelfde periodewoonden op Nevis zo’n 1000 blanken en 8400 slaven, terwijl op Jamaica in 1734 deverhouding tussen blanken en slaven 1:11 bedroeg (Hartog, blz. 290).De opkomst van bietsuiker en de afschaffing van de slavernij zorgde voor de ineenstorting vande suikerrietcultuur en daarmee de economie van de eilanden. De inwoners trokken voor eendeel weg en de achterblijvers voorzagen in hun levensonderhoud door het verbouwen vanvoedingsgewassen op de voormalige plantages en visvangst.In het begin van de twintigste eeuw doen zich nieuwe economische mogelijkheden voor op deCaraïbische eilanden. De oliebronnen van Venezuela stimuleerden de opkomst vanolieverwerkende industrie, o.a. op Aruba en Curaçao. De werkgelegenheid in deze industriehad een grote aantrekkingskracht, ook op de bevolking van de Bovenwindse Eilanden, en veleSt. Maartenaren vestigden zich op de Benedenwinden. De achtergebleven familie werdfinancieel ondersteund middels periodieke postwissels.Behalve de economische (monetaire) impuls, werden de eilanden door deze ontwikkelingenook aan hun culturele isolement onttrokken door het personenverkeer tussen St. Maarten en deBenedenwinden.Na de tweede wereldoorlog zette zich een nieuwe economische ontwikkeling in: de toeristen-industrie. In 1947 werd het Sea View hotel geopend in Philipsburg en in 1955 het Little BayBeach Hotel. Na 1970, in dat jaar opende Mullet Bay Hotel zijn poorten, namen deontwikkelingen een hoge vlucht en transformeerde St. Maarten zich tot een bestemming voormassatoerisme. De inkomsten uit deze sector en de schier eindeloze werkgelegenheid brachteneen welvaart die het eiland nog nooit had gekend.3.2 BevolkingDe eerste kolonisten op St. Maarten waren Zeeuwen. Een blik in het telefoonboek anno hedenleert echter dat typisch Engelse namen het meest voorkomen, terwijl Engels de voertaal is. Datdit niet van de laatste tijd is mag blijken uit de volgende opmerking van Teenstra, die in 1826het eiland bezocht: “Men vindt in deze Hollandsche kolonie slechts vier geboren Nederlanders, die allen reeds bejaarde lieden zijn. De taal, die er gebezigd wordt, is uitsluitend de Engelsche, zoodanig zelfs, dat de vrouwen, kinderen, en nog veel minder de huisbedienden, de Hollandsche taal verstaan noch spreken.” (Teenstra, blz. 306)PREAM Architects blz. 9 van 77
  14. 14. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenBlijkbaar hebben veel lieden van Britse afkomst zich hier in de loop der tijden gevestigd.Migratie was in het plantage-tijdperk (en nu nog) een veel voorkomend verschijnsel in hetCaribisch gebied. Gedreven door economische en/of politieke motieven verplaatste men zich,vergezeld van het hele hebben en houden, naar een ander eiland. Deze beweging heeft richtingSt. Maarten een extra stimulans gekregen door een maatregel van Commandeur John Philipshalverwege de achttiende eeuw. Om de economie een impuls te geven bood hij buitenlanderslanderijen aan, naar oppervlak evenredig met de slavenmacht die zij met zich mee namen. Metname planters van de Britse eilanden hebben hier gebruik van gemaakt. De achternaam vanhun eigenaars werden veelal door de slaven overgenomen, zodat deze gebleven zijn, ook alzijn de originele dragers al lang vertrokken.Het zal duidelijk zijn dat de toestroom van Britten behalve de namen ook de ontwikkeling vande cultuur sterk beïnvloed heeft en dat deze grote overeenkomsten vertoont met die van deomringende Brits West-Indische eilanden. (Sypkens Smit, blz. 111)De ontwikkelingen in de toeristenindustrie tenslotte zorgde voor een vrijwel mondialeaantrekkingskracht waardoor zich de multi-culturele samenleving ontwikkelde die wij nukennen.3.3 De Sint Maartense historische architectuurZoals in de vorige paragraaf vermeld, vertonen de geschiedenis en cultuur groteovereenkomsten met die van de omringende eilanden, hetgeen ook in de historischearchitectuur tot uitdrukking komt. Er is dan ook eerder sprake van traditionele West-Indischearchitectuur dan van specifieke St. Maartense traditionele architectuur, waarmee wordtbedoeld de architectuur, zoals die zich heeft ontwikkeld in de periode tussen het begin van dekolonisatie en de afschaffing van de slavernij, onder invloed van de sociaal-economischestructuur, tradities en fysische omstandigheden, en daarna vrijwel onveranderd gehandhaafd isgebleven tot ver in de twintigste eeuw. Het is een combinatie van Amer-indiaanse, Afrikaanseen Europese invloeden, gecombineerd met de mogelijkheden van de lokaal beschikbarematerialen en aangepast aan de klimatologische omstandigheden.De exponent van de traditionele West-Indische architectuur is het frame huis, zo genoemdnaar de constructiewijze.De eerste kolonisten woonden in hutten, opgetrokken uit lokaal gevonden materialen, vooraltakken en twijgen en daarom ook wel “Thatch House” of “Wattle House”genoemd. Dezebouwwijze bleef bij de minderbedeelden nog lang gangbaar.PREAM Architecs blz. 10 van 77
  15. 15. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenMet de opkomst van de middenklasse en de aanvoer van goedkoop gezaagd hout uit NoordAmerika ontwikkelde zich het frame huis. In zijn simpelste vorm bestaat het frame huis, netzoals de hutten, uit een rechthoekige plattegrond, meestal overdwars verdeeld in twee ruimteswaarbij de entree in de lange gevel is geplaatst, direct toegang gevend tot de grootste van detwee kamers. De wanden zijn opgebouwd uit houten stijlen met een boven-en onderregel, opde hoeken voorzien van schoren. De stijlen zijn aan de buitenzijde betimmerd met planken,waarop soms weer shingels (kleine, elkaar overlappende plankjes) worden aangebracht. Hethuis heeft een houten vloer en is voorzien van een zadel-of schilddak, met een hoek van 40Etot 45E zonder dakoverstek. De relatief steile daken waren noodzakelijk vanwege debeschikbare dakbedekking, die bestond uit palmbladeren of suikerriet dan wel houten shingels.Deze materialen moeten onder een relatief grote hoek worden aangebracht om waterdichtheidte verkrijgen. Het geheel werd meestal geplaatst op poeren, samengesteld uit rotsblokken.Deze basis-unit kon, afhankelijk van welstand en behoefte, worden uitgebreid door er een ofmeerdere units aan elkaar te koppelen.Later, rond de wisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw, kwamen metalengolfplaten beschikbaar als dakbedekking en konden ook ruimtes met minder steil hellendedaken worden toegevoegd, waaronder ook galerijen en porches. Voor een weergave van devele mogelijke variaties op dit thema kan verwezen worden naar “Caribbean TraditionalArchtecture” van J. van Andel, waarin een inventarisatie van de woonhuizen van Philipsburgis gegeven. De voorbeelden, afgedrukt in het boek “Caribbean Popular Dwelling”(Berthelot enGaumé) laten zien aan dat het frame huis op alle eilanden van de Kleine Antillen als devolkswoning heeft gediend c.q. dient.Naast de beschikbare materialen en de inbreng van de Afrikaanse ambachtslieden, is de WestIndische bouwstijl ook beïnvloed door de bouwstijlen in Europa.In haar boek “Caribbean Georgian” onderscheidt Pamela Gosner twee perioden in deontwikkeling van de West-Indische architectuur. In de eerste, de vroege periode, waren debouwwerken rechtstreeks afgeleid van de kleine stadshuizen en boerderijen, zoals dekolonisten die uit het vaderland kenden. Het was in de tijd dat de Renaissance in Noord-Europa invloed kreeg in de hogere kringen, terwijl de lagere klassen qua bouwstijl en -methoden in de Middeleeuwen verkeerden. En uit deze lagere klassen waren de nieuwebewoners afkomstig. Bewijzen van de middeleeuwse architectuur vindt Gosner inbeschrijvingen en in uit de vroege periode overgebleven exemplaren, welke volgens haar“firmly medieval both in construction methods and style” zijn. De tweede, volgens Gosnerbeslissende, periode in de ontwikkeling van de West Indische architectuur werd ingeluid doorde introductie in de koloniën van geïllustreerde boekwerken van architecten uit de BritseClassicistische “Georgian” periode, met name het “Book of Architecture” van James Gibbs,gepubliceerd in 1728. Het grote succes van dit werk, en later door volgelingen uitgegevenboeken, zowel in Engeland als in de koloniën, was te danken aan het feit dat de erinweergegeven ontwerpen vrij simpel van opzet en detaillering waren, waardoor eenvoudig aante passen aan lokale omstandigheden. Dit in tegenstelling tot publicaties in het meer strikteClassicisme volgens Inigo Jones en Wren, zoals de Engelse vertaling Paladio’s “QuattroPREAM Architects blz. 11 van 77
  16. 16. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenLibri” (1715) en de “Vitruvius Brittanicus” (1715 - 1725), welke alleen invloed hebben doengelden onder de aristocratie.Op zich veranderde de afschaffing van de slavernij niet veel aan de sociale verhoudingen in demaatschappij. Plantage-eigenaren en landarbeiders, de voormalige slaven, waren voor hunbestaan nog net zo afhankelijk van elkaar. Wel had de emancipatie, tezamen met anderefactoren zoals de opkomst van de suikerbiet, tot gevolg dat de suikercultuur in elkaar zakteterwijl zich vooralsnog geen nieuwe bronnen van bestaan aandienden. De plantages werdenverlaten of opgedeeld in kleine bedrijfjes waar consumptie-gewassen verbouwd werden. Doorhet wegvallen van de handel waren de eilanden nu ook afgesneden van contacten met debuitenwereld en voor de architectuur begint een periode van stabilisatie. De bouwwijze en -stijl zoals die zich in de plantagetijd heeft ontwikkeld, blijft ongewijzigd tot het moment datEuropa en nu vooral Noord Amerika de eilanden herontdekken. Zo staat vast dat de rijstwerk-met-bladeren- hutten tot in het begin van vorige eeuw zijn gebouwd (zie Glasscock, blz. 101)en de traditionele frame huizen tot in de veertiger jaren van de twintigste eeuw.De moderne tijd doet wat betreft de architectuur zijn intrede rond 1950, o.a. door de contactenmet de benedenwindse eilanden. St. Maartenaren die op Aruba en Curaçao in de olie-industriewerk hadden gevonden, kwamen daar in aanraking met nieuwe ideeën over vormgeving en hetgebruik van moderne materialen zoals beton en staal.2Terug op St. Maarten werd deze nieuw verworven kennis toegepast in de bouw van woningen.Ook aan de bestaande houten huisjes worden reparaties met moderne materialen uitgevoerdwaardoor de aanblik van St. Maarten verandert.Met de opkomst en de groei van het toerisme doet ook de internationale en grootschaligebouwstijl zijn intrede waardoor de traditionele bebouwing naar de achtergrond wordt gedrukt.3.4 Historisch-cultureel erfgoedDe geschiedenis van menselijke occupatie op Sint Maarten heeft een rijk spoor nagelaten, watnu het historisch-cultureel erfgoed van de samenleving vormt. Dit erfgoed omvat zowel degebouwde omgeving als (gebruiks)voorwerpen, gewoonten en gebruiken. Hetmonumentenbeleid richt zich op tastbare, roerende of onroerende zaken, door mensenhandvervaardigd, conform de definitie van het begrip “monument” volgens deMonumenteneilandsverordening (AB 2000 Nr. 1) die luidt: “een roerende of onroerende zaak,die tenminste vijftig jaar geleden is vervaardigd en die van algemeen belang wordt geachtwegens zijn schoonheid, zijn kunstwaarde, zijn betekenis voor de wetenschap, de geschiedenisvan het land of zijn volkenkundige waarde.”In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de historische objecten zoals die zijn vastgelegdin de inventarisatie die in 2003 is uitgevoerd in opdracht van het Eilandgebied. 2 Deed door deze contacten de moderne tijd zijn intrede op St. Maarten, de Bovenwinders die zich opAruba en Curaçao vestigden, introduceerden dààr hun cultuur en bouwwijze waardoor op de Benedenwinden eengroot aantal houten frame huizen zijn gebouwdPREAM Architecs blz. 12 van 77
  17. 17. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenDe behandelde objecten zijn geografisch en wat betreft context als volgt onder verdeeld: 1. monumenten in de bebouwde kom: a. Philipsburg b. Simpson Bay 2. monumenten buiten de bebouwde kom, a. fortificaties b. plantages en landhuizen c. industriële monumenten d. woonhuizen.3.5 Monumenten in de bebouwde kom3.5.1 PhilipsburgOntstaanPhilipsburg werd gesticht in 1733 op de zandbank tussen de Great Salt Pond en Great Bay.Waarom toen besloten werd om de bestaande nederzetting nabij de Cul de Sac begraafplaats teverlaten en een “Nieuwe Durp” te stichten is uit de beschikbare bronnen niet duidelijk.Lesterhuis en Van Oers (zie literatuurlijst) geven als mogelijke verklaring dat de zandbankzich nabij de op dat moment belangrijkste ankerplaats voor de Great Bay bevindt -daarvoorgingen de schepen in Simpson Bay en “Kay Bay” voor anker- terwijl één van de belangrijksteeconomische motoren, de zoutpannen, zich aan de andere kant van de locatie bevinden.Hierdoor was een goed overzicht op de goederenstroom mogelijk en werd het benodigdetransport in tijd en afstand aanzienlijk verkort. Daarnaast wordt aangevoerd dat deNederlanders zich meer op hun gemak voelden met bouwen op vlak land en wordt langs dekust optimaal geprofiteerd van de verkoelende zeebries.Om wat voor reden dan ook, in 1733 besloot de raad, onder leiding van vice-commandeurMartin Meyers ”een durp te maken aan de Grote Baai”. Het besluit om het “Nieuwe Durp”daartoe te verkavelen in “erven van 40 treden vierkant” duidt op de aanwezigheid van eenplan.Voor de ontsluiting van de nieuwe nederzetting werd in 1737 een oeververbinding gemaaktover de Fresh Pond. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat dit niet op de plek van dehuidige Prins Bernhard brug was. De inwoners gebruikten deze verbinding onder andere omnaar de kerk te gaan die zich nog in Cul de Sac bevond.Onder het bewind van John Philips krijgt het Nieuwe Durp zijn huidige naam. In brieven uit1738 komt voor het eerst de naam Philipsburg naar voren.Stedenbouwkundige structuurIn hun studie “The Urban Heritage of Philipsburg” gaan Lesterhuis en Van Oers verder in ophet ontstaan, de groei en de structuur van Philipsburg. Voor een volledig overzicht wordt naardeze studie verwezen.Interessant is de verhandeling over het stedenbouwkundige concept van de nederzetting.Volgens hun theorie is het plan van Philipsburg georganiseerd rond twee assen. De primaire asPREAM Architects blz. 13 van 77
  18. 18. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartenverwijst naar de oorspronkelijke reden om zich te vestigen op St. Maarten, namelijk deaanwezigheid van zout. De as loopt van de Great Salt Pond via het Courthouse en de WatheySquare, waarop vroeger de Waag was gesitueerd, naar het strand voor het plein waar de botenafmeerden. Deze boten vervoerden het zout vervolgens naar de zeegaande schepen die bijPoint Blanche voor anker lagen. Opvallend is dat deze primaire, op het economischbestaansrecht gebaseerde as, weer actueel is, maar nu in omgekeerde volgorde: decruiseschepen zetten de toeristen af bij Point Blanche, die vervolgens met tenders naar deCaptain Hodge Wharf worden vervoerd, om daarna aan land te gaan op de Wathey Square enlangs het Courthouse naar de Labega Square te wandelen om zich vandaar over het eiland teverspreiden.Design concept van Philipsburg (zie lit. 10)De primaire as staat loodrecht op het belangrijkste kenmerk van het omliggende landschap, indit geval de zandbank tussen Great Bay en de Great Salt Pond.Parallel aan de zandbank en haaks op de primaire as loopt de secundaire as, namelijk deFrontstreet. Deze secundaire as verbindt de belangrijkste openbare gebouwen met de WatheySquare, de belangrijkste openbare ruimte van de stad.Het Courthouse is een visueel referentiepunt voor wie de stad langs de primaire as benadert.Volgens de studie is het zeldzaam in de Nederlandse stedenbouw in de koloniën dat aan eengebouw een dergelijke waarde wordt gegeven. Meestal worden de gebouwen parallel aan devoorgevel benaderd, hetgeen bij het Courthouse ook het geval is als men van de secundaire as,PREAM Architecs blz. 14 van 77
  19. 19. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartende Frontstreet, uitgaat, waarmee de belangrijke positie die dit gebouw in destedenbouwkundige opzet van Philipsburg inneemt nog maar weer eens benadrukt wordt.Naast de hoofdopzet langs twee assen zijn de haaks op de secundaire as lopende stegenkenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van de stad.Volgens Van Andel (blz 13) is het niet aannemelijk dat de stegen bewust zijn aangelegd.Veeleer zouden ze langzaam maar zeker zijn ontstaan door geregeld gebruikte paden tussen deFrontstreet en de Backstreet, die parallel loopt aan de Frontstreet, en van de Frontstreet naarhet strand en van de Backstreet naar de Great Salt Pond.ArchitectuurPhilipsburg kent slechts een gering aantal gebouwen die als monumentaal (hier in de zin van“indrukwekkend”) aangeduid kunnen worden, te weten het Courthouse, de Methodisten Kerken de pastorie (“The Manse”) en de Brick Building bij genoemde kerk. Voor het overigebestond de bebouwde omgeving vooral uit woonhuizen.Over de architectuur van die huizen in het Philipsburg uit het begin van de 19de eeuw wetenwe het een en ander dankzij Teenstra, die schrijft: “De Huizen zijn in het geheel niet prachtig gebouwd; behalve dat zij klein zijn, zijn zij laag van verdieping, tot welke bouwtrant men door de allesverwoestende orkanen wordt genoodzaakt. De kleinste huisjes zijn geheel van hout opgetrokken, en rondom met kleine plankjes (singles) beslagen. Van de overige zijn de muren, eveneens als die van de geringere woningen in Kaap de Goede Hoop, van ruwe onreegelmatige klipsteenen opgebouwd. (...) Alleen enige der grootste huizen zijn van twee verdiepingen, waarvan als dan het beneden gedeelten of voor een pakhuis van negotie, of voor eene bergplaats voor provisiën gebezigd wordt. Van dezen zijn de muren uitwendig wit gepleisterd, en van binnen zeer bont behangen, en de daken met singels gedekt. De grootste luister, en de meeste aangenaamheid dezer groote huizen, bestaat in derzelver breede gallerijen, waarop ruime port brisées uitkomen.”Dit beeld komt overeen met wat te zien is op foto’s, genomen in de eerste helft van de 20steeeuw. Frontstreet voor 1950 Backstreet begin 20ste eeuwPREAM Architects blz. 15 van 77
  20. 20. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenRecente ontwikkelingenToerisme is de belangrijkste instigator geweest voor recente ontwikkelingen op Sint Maarten.Op 21 oktober 1947 opende het eerste hotel zijn deuren in Philipsburg en sinds de jaren zestigvan de vorige eeuw is toerisme de motor van de lokale economie. De werkgelegenheid die degroei van het toerisme met zich meebracht heeft geleid tot migratie van de omliggendeeilanden en de Benedenwindse eilanden van de Nederlandse Antillen naar Sint Maarten.Mede als gevolg van het grote aantal Amerikaanse toeristen en door de toestroom vanmigranten raakt de identiteit en cultuur van de bewoners van Sint Maarten georiënteerd op deVerenigde Staten.Als midden jaren 70 van de vorige eeuw de mobiliteit toeneemt als gevolg van de stijgendewelvaart op Sint Maarten ontstaan woonwijken buiten Philipsburg en Simpson Bay. Mensentrekken naar de nieuwe woonwijken en met name Frontstreet wordt een commercieel centrumdat zich richt op de cruise-toeristen die het eiland bezoeken. Backstreet blijft een residentieelgebied met meer op de lokale markt gerichte detailhandel.In Philipsburg wordt tussen 1966 en 1968 de Pond Fill gerealiseerd en vervolgens ontwikkeld.De overheid neemt het grootste gedeelte van de grond in gebruik; in 1978 wordt een nieuwbestuurskantoor gebouwd op de Pond Fill en langs de Pond Fill Road verschijnenpolitiewoningen. De resterende grond wordt voor het grootste gedeelte verpacht aan enontwikkeld door private instellingen.In de binnenstad wordt het effect van het veranderde grondgebruik zichtbaar. Door hetcommerciële karakter van Frontstreet wordt het gebied aantrekkelijk voor grondspeculatie,terwijl de hogere grondprijzen en huren leiden tot een verder teruglopen van het aantalwoningen in het gebied. De consequenties van deze ontwikkelingen voor het straatbeeld vanPhilipsburg worden het meest duidelijk in Frontstreet: de traditionele bouw wordt in veelgevallen niet geschikt geacht de nieuwe programmas te huisvesten en wordt vervangen dooreigentijdse bouwwerken van een andere schaal en materialisering, zonder dat er pogingen zijngedaan om de bestaande bouw te integreren. Als de traditionele gebouwen wel behoudenblijven zijn in veel gevallen dermate ingrijpende wijzigingen doorgevoerd om de nieuwegebruikseisen te accommoderen dat het oorspronkelijke karakter van de panden verloren gaat.Als gevolg van bovengenoemde ontwikkelingen is veel van het oorspronkelijkekarakteristieke stadsbeeld van Philipsburg verloren gegaan.Er zijn gelukkig uitzonderingen. Een enkele eigenaar heeft zijn gebouw weliswaar van deoorspronkelijke functie tot winkelpand omgebouwd maar met respect voor het historischkarakter. Ook zijn er voorbeelden van nieuwbouw die zich wel voegen in het bestaande beeld.Geïnventariseerde monumentenIn Philipsburg zijn 101 objecten, meest gebouwen, geteld die voldoen aan de zeer ruimgeïnterpreteerde definitie van “monument” volgens de eilandsverordening, zie de in opdrachtvan het Eilandgebied Sint Maarten uitgevoerde inventarisatie van juni 2003.PREAM Architecs blz. 16 van 77
  21. 21. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten3.5.2 Simpson BayVan oudsher kende de Nederlandse kant van St. Maarten in Simpson Bay een tweedenederzetting naast Philipsburg.Over het ontstaan en de geschiedenis van het dorp is weinig bekend. Wellicht dat het zijnnaam te danken heeft aan John Simpson, commandeur van St. Maarten in 1667. Bekend is ookdat voor de stichting van Philipsburg, de baai voor Simpson Bay als ankerplaats werdgebruikt. In de loop van de 18de eeuw verschijnt het dorp op kaarten en wordt het ingeschriften genoemd, samen met familienamen als Vlaun, Peterson, Halley en Lejuez, die ernu nog te vinden zijn. Vermoedelijk werd er voornamelijk gevist en wat handel gedreven.In september 1819 werd St. Maarten door een zware orkaan getroffen waarbij volgensTeenstra “ 384 woonhuizen (...) zijn totaal vernield geworden (...) terwijl de overige 76 huizen, alleen zwaar beschadigd zijn geworden. Alle plantagegebouwen waren geheel en al tegen de grond geslagen en vernield. Een klein in Groot Baai gelegen vaartuig, werd door den storm als met handen opgenomen, en in een reeds opengestormd huis, op ene billard-tafel geworpen, waarbij beiden verbrijzelden.” Teensta, blz. 288Door deze storm werd Simpson Bay zo goed als weggevaagd. Ook barste de zandbank waarophet dorp is gelegen waardoor een open verbinding ontstond tussen de baai en de lagune enSimpson Bay geïsoleerd raakte. Dit isolement werd pas in 1933 opgeheven door de bouw vaneen brug.Sommige inwoners herbouwden hun huis, anderen vertrokken naar The Corner, aan de voetvan de heuvel in het oostelijk deel van de baai.Over de historische architectuur is weinig meer bekend dan dat er in 1868 een inmiddels weerverdwenen schooltje werd gebouwd en in 1894 een Rooms Katholieke Kerk, waarin nu eenspeelschooltje is gevestigd.Recente ontwikkelingenVan origine bevond de bebouwing zich aan weerszijde van de Old Simpson Bay Road enstrekte zich uit van wat nu het kanaal tussen de baai en de lagune is tot de begraafplaats.In 1943 werd vlak bij het dorp het Prinses Juliana vliegveld geopend. Het vliegveld werd in dejaren 60 van de vorige eeuw uitgebreid waartoe een flinke aanvulling van de laguneplaatsvond. Tegelijk met de uitbreiding van het vliegveld werd de Airport Road aangelegdzodat het doorgaande verkeer zich niet meer door het oude dorp hoefde te wringen.Langs de Airport Road ontstond een nieuw op het toerisme gericht commercieel centrum metwinkels en restaurants e.d. In dezelfde periode breidde de bebouwing zich ook uit naar hetwesten, met name met woningen en kleinschalige hotelontwikkelingen en in het oude dorpverdwenen de traditioneel gebouwde woningen om vervangen te worden door gebouwen inmoderne materialen en van een schaal die niet meer past bij het oorspronkelijke weefsel, datwerd gekenmerkt door een lage bebouwingsdichtheid en -hoogte.PREAM Architects blz. 17 van 77
  22. 22. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenGeïnventariseerde monumentenIn het inventarisatierapport zijn in Simpson Bay 12 objecten opgenomen diemonumentwaardig zouden kunnen zijn. Van de 12 objecten zijn er 10 woonhuizen, 1 is eenkerkgebouw en ook de oude gouvernementscisterne is op de lijst geplaatst3.6 Monumenten buiten de bebouwde kom3.6.1 FortificatiesDe koloniale tijd was een woelige periode waarin de eilanden regelmatig het toneel waren vanoorlogen en strijd. Op de eerste plaats werden de eilanden vaak meegetrokken in de Europeseoorlogen (Sint Maarten wisselde 15 maal van vlag in de periode van 1632 tot 1816) endaarnaast was het er altijd het risico van aanvallen van piraten en, zeker in het begin van dekolonisatie, van indianen. Vandaar dat vanaf het begin van de occupatie van de eilanden doorde Europeanen veel aandacht werd besteed aan de bouw van fortificaties en andereverdedigingswerken ter bescherming van de (economische) belangen en de bevolking.Ook op St. Maarten begonnen de Nederlanders vrijwel onmiddellijk nadat zij zich in 1631 ophet eiland hadden gevestigd met de bouw van een fort op de landtong tussen de Grote en deKleine Baai.In de loop der eeuwen zijn er rond de Grote Baai verschillende batterijen gebouwd terverdediging van Philipsburg en de ankerplaatsen. Van een viertal van deze fortificaties zijn ernog restanten aanwezig.Fort AmsterdamEen van de bekendste en belangrijkste, en tevens meest controversiële, monumenten op St.Maarten is Fort Amsterdam. Het fort werd in 1631 gesticht door de Nederlanders op eenlandtong ten westen van het huidige Philipsburg. Twee jaar later werd het fort overgenomendoor de Spanjaarden die het versterkten en aanzienlijk uitbreidden. Bij hun vertrek in 1648braken zij het fort af. Pas in 1737 werd het fort weer in gebruik genomen door deNederlanders, na een restauratie in opdracht van John Philips, nu onder de naam FortAmsterdam. Na een periode van Franse en Engelse bezetting kwam St. Maarten in 1816 weerin Nederlandse handen. Fort Amsterdam is daarna echter niet meer in gebruik genomen.In 1970 werd het schiereiland met de restanten van het fort verkocht aan de eigenaren van hetLittle Bay Hotel. Thans is het deels in eigendom van de Divi groep.Het fort heeft een belangrijke monumentale waarde als de eerste Europese nederzetting op St.Maarten. De diverse bewoningslagen kunnen veel vertellen over de geschiedenis van heteiland zoals onderzoek door prof. Baart, de stadsarcheoloog van Amsterdam, in 1987 al heeftaangetoond. Naast het cultuur-historisch belang kan het fort, mede door zijn fraaie ligging ophet nog redelijk ongerepte schiereiland, een belangrijke toeristische attractie worden.PREAM Architecs blz. 18 van 77
  23. 23. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenPREAM Architects blz. 19 van 77
  24. 24. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenFort Willem IDe Engelsen zijn in 1801 met de bouw van het Fort Willem I begonnen om landingen opLittle Bay te voorkomen en noemden het Fort Trigge. Na de overname van het eiland in 1816noemden de Nederlanders het fort naar hun koning Willem I. In 1846 werd het buiten gebruikgesteld en viel het snel aan verval te prooi.Het fort is gelegen op de top van Fort Hill en de locatie biedt een prachtig uitzicht overPhilipsburg, Great Bay en Fort Amsterdam en de wijde omgeving. Uitzicht van Fort Willem I over Fort AmsterdamSt. Peter’s BatterijDe St. Peter’s Battery is gebouwd in 1748, tijdens het bestuur van vice commandeur AbrahamHeyligger Pz. op de oostelijke oever van Great Bay en bestond uit een muur met kanonnen,een wachthuis en een grote cisterne. Van de batterij zijn alleen cisterne, waarvan het dak isverdwenen, en de ruïne van het wachthuis nog te zien. De rest is verdwenen onder de weg naarPoint Blanche.Old Spanish FortGebouwd door de Spanjaarden in de eerste helft van de 17de eeuw als uitkijkpost is dezefortificatie met Fort Amsterdam een van de oudste objecten op St. Maarten en tevens een vande weinige overblijfselen uit de Spaanse periode.Het object bevindt zich in de achtertuin van een woonhuis binnen de gated community vanMonte Vista.PREAM Architecs blz. 20 van 77
  25. 25. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten3.6.2 Plantages en landhuizenZoals beschreven onder “historisch kader” heeft zich door de eeuwen heen met wisselendsucces een plantagecultuur ontwikkeld op St. Maarten. In de eerste jaren na de kolonisatiewerd met name tabak en katoen verbouwd, in de 18de en 19de eeuw was vooral de verbouwvan suikerriet belangrijk. Omdat suikerriet direct na de oogst verwerkt moet worden, zijn desuikerplantages tevens “industriële” complexen, waar suikerriet tot rietsuiker werd verwerkt.Dit proces beslaat de volgende stappen: • persen: het sap wordt uit de rietstengels geperst; • koken: in grote ijzeren ketels wordt de melasse gekookt tot de suiker is gekristalliseerd; • drogen: De gekristalliseerde suiker werd vervolgens in kegelvormige aardewerken kruiken gedaan en te drogen gezet.Bij een suikerplantage zal men derhalve altijd de (restanten van) de volgende elemententerugvinden: • een molen (op St. Maarten of een veemolen of een windmolen) • een kookhuis • een “curing” huis • een cistern, waarin de restanten melasse worden opgevangen, hier werd rum van gestooktIn 1790 schrijft de pas benoemde commandeur Rink in een brief aan het bestuur van de WICdat St. Maarten op dat moment 92 plantages kent waarvan er 35 suikerriet verbouwen.Van deze 92 plantages zijn een negental opgenomen in de inventarisatie. Zij vormen eengetuigenis van een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van het eiland.3.6.3 Industriële monumenten.Hoewel een suikerriet plantage met zijn suiker verwerkende voorzieningen ook als een“industrieel complex” aangeduid zou kunnen worden, wordt hier een aparte plek ingeruimdvoor de industrie die een belangrijke plaats inneemt in de geschiedenis van St. Maartennamelijk het winnen en verwerken van zout uit de Great Salt Pond.Ten eerste zijn er in het verleden een aantal civiel-technische werken uitgevoerd die eropgericht waren te voorkomen dat het zoete regenwater uit de omliggende heuvels in de zoutpanzou stromen. Het Kanaal van Rolandus, de (inmiddels weer voor een groot deel gedempte)Phoebe Pond en Long Wall zijn hier voorbeelden van. Het Kanaal van Rolandus speelt nogsteeds een belangrijke rol in de afwatering van Sucker Garden en, middels een gemaal, van depond zelf. Daarnaast zijn er nog restanten aanwezig van de verkaveling van het oostelijk deelvan de pond door middel van natuurstenen dammen èn de restanten van een zoutfabriek bijFoga in Sucker Garden.PREAM Architects blz. 21 van 77
  26. 26. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten3.6.4 Woonhuizen buiten de bebouwde komNaast de plantagehuizen zijn nog een aantal woonhuizen buiten de bebouwde kom bewaardgebleven. Veelal zijn dit fraaie voorbeeld van wat als traditionele West Indische architectuuris gedefinieerd.3.6.5 BegraafplaatsenVan de begraafplaatsen op het eiland is de begraafplaats bij de Bush Road - L.B. Scott Roadomdat dit een onderdeel was van het oudste dorp van St. Maarten. Ook bevindt zich hier defundering van de eerste hervormde kerk, waarop zich het graf van John Philips bevindt.3.6.6 Waterputten en dry wallsHoewel niet in de inventarisatie opgenomen, vormen de waterputten en dry walls, zo genoemdomdat de stenen droog, dus zonder gebruik van mortel, worden gestapeld, belangrijkeoverblijfselen van het agrarische verleden van het eiland. Met name de dry walls ook welslave walls genoemd, zijn daarnaast belangrijke elementen in het historische cultuurlandschap.Deze objecten zullen separaat van de reeds uitgevoerde inventarisatie in kaart wordengebracht (inventarisatie, beschrijving, aanwijzing) en, in samenhang met binnen het ruimtelijkontwikkelingsbeleid aan te wijzen groengebieden, worden beschermd.3.7 Archeologische vindplaatsenOnder andere de recente vondst van een begraafplaats nabij het Vineyard Building tijdensbouwwerkzaamheden, geeft het belang aan van een adequate bescherming en beheer vanarcheologische vindplaatsen. Over het algemeen is het zo dat de tastbare overblijfselen uit hetverleden, zoals monumenten, het verhaal vertellen van de bovenste lagen van de toenmaligemaatschappij om de simpele reden dat de hogere klassen de middelen hadden om duurzamematerialen toe te passen in hun bouwwerken. Ook de geschreven geschiedenis gaat meestalover het deel van de bevolking dat het voor het zeggen had. Voor kennis over het leven van deminderbedeelden zijn we voor een groot deel afhankelijk van archeologische bronnen. Dezebronnen zijn bijzonder kwetsbaar, de geringste verstoring kan de vindplaats waardeloosmaken voor interpretatie. Bescherming van bekende archeologische vindplaatsen is daaromvan groot belang. Daarnaast moet de overheid de mogelijkheid krijgen om archeologischonderzoek af te dwingen alvorens bouwwerkzaamheden aanvangen op locaties waarvan hetvermoeden bestaat dat er zich sporen van vroegere bewoning bevinden. Het BC laat haaropdracht archeologische onderzoeken uitvoeren (zoals bij besluit BC210306, Cupecoy Bay).Zie verder ook in relatie tot archeologie het Besluit Meldpunt Maritiem archeologisch erfgoed.PREAM Architecs blz. 22 van 77
  27. 27. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten(Zie ook ‘Verdrag van Malta’, Publicatieblad 86 in 1998 door de Nederlandse Antillenondertekend).Recent is een wijzigingsvoorstel door het Bestuurscollege goedgekeurd met betrekking totarcheologische vindplaatsen. Ook wordt in dit wijzigingsvoorstel de verordening aangepastaan de Landsverordening Administratief Recht (LAR, PB 2001 NR. 79).De essentie van het ‘Verdrag van Malta’, is dat dit als aanvulling van de huidigeMonumenteneilandsverordening en Ruimtelijke wetgeving een aantal veranderingen met zichmee brengt op bestuurlijk en beleidsmatig gebied, die zullen moeten worden opgenomen inhet Eilandelijk Ontwikkelingsplan. Enkele belangrijke uitgangspunten van het verdrag zijn:a. Het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden is hetbeleidsuitgangspunt voor alle overheden. De archeologische monumentenzorg moet verankerdworden in het ruimtelijke ordeningsproces;b. invoering van het ‘verstoorder betaalt principe’: d.w.z de kosten van noodzakelijkearcheologische werkzaamheden komen voor rekening van de initiatiefnemer van debodemverstorende activiteit.3.8 Scheepswrakken en artefactenIn de Monumentenlandsverordening (P.B. 1989, no. 55) is twee jaar geleden, in het kader vande implementatie voor de Nederlandse Antillen van het Verdrag van Valletta inzake debescherming van het archeologisch erfgoed (Trb. 1992, 97), een definitie van archeologischerfgoed opgenomen. Onder archeologisch erfgoed worden verstaan “bouwwerken,voorwerpen of resten verstaan die zelfstandig of gezamenlijk, en al dan niet in de context vande vindplaats, duiden op menselijke activiteiten die in het verleden hebben plaatsgevonden,doch in elk geval langer dan vijftig jaar geleden”.Sint Maarten zou haar Meldpunt voor Archeologisch (maritieme) goederen in moeten richtenbij het bureau dat Monumentenbeleid maakt en/of uitvoert. Dit staat in het tweede lid vangenoemd artikel 32, te weten het aanhouden en beheren van een openbare lijst van maritiemarcheologisch erfgoed in de binnenwateren, de territoriale zee en de aansluitende zone van deeilanden Een ieder die in een van deze gebieden een zaak aantreft, waarvan hij weet ofredelijkerwijze kan vermoeden dat het maritiem archeologisch erfgoed betreft, is verplicht ditte melden bij het Meldpunt archeologisch erfgoed. Vanzelfsprekend vloeien uit een meldingwerkzaamheden voort bij het desbetreffende Meldpunt. Dit zal immers op verantwoorde wijzemoeten vaststellen of de aangetroffen zaak inderdaad dient te worden aangemerkt als maritiemarcheologisch erfgoed. Zonder of in afwijking van een daartoe strekkende ontheffing van hetbestuurscollege is het verboden zodanig erfgoed of onderdelen hiervan op te graven, teverwijderen, te verplaatsen, te beschadigen of anderszins te verstoren (artikel 32, vierde lid,van de Landsverordening maritiem beheer).PREAM Architects blz. 23 van 77
  28. 28. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenIngeval het erfgoed onder water zich in de aansluitende zone van de territoriale zee bevindt, isde Minister van Onderwijs en Cultuur het bevoegde bestuursorgaan om te beslissen op eenaanvraag om ontheffing en omtrent de aan een ontheffing te verbinden voorwaarden.Scheepswrakken en archeologische artefacten (ook overige onderzeese monumentaleobjecten) zullen separaat van de reeds uitgevoerde inventarisatie in kaart moeten wordengebracht en conform regelgeving en afgesloten verdragen (ook in Antilliaans verband) daartoemoeten worden beschermd. Zie ook ‘Maritiem beheer en regelgeving’.Voor de objecten zoals de Dry walls (3.6.6.), waterputten 3.6.6.), scheepswrakken (par. 3.7 en3.8), wordt voorgesteld om separaat van de reeds uitgevoerde inventarisatie deze in kaart tebrengen (lokaliseren, inventariseren, beschrijven, aanwijzing etc.) en, in samenhang met devoor hen geldende regelgeving en afgesloten verdragen (ook op Antilliaans niveau) deze voorzover mogelijk te beschermen.PREAM Architecs blz. 24 van 77
  29. 29. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten4. Wettelijk kader van de monumentenzorgDe beleidskaders worden gevormd door het stelsel van verordeningen en besluiten diebetrekking hebben op de monumentenzorg.4.1 Monumentenlandsverordening 1989In 1977 hebben de Staten van de Nederlandse Antillen een monumentenlandsverordeninggoedgekeurd, welke in 1979 van kracht is geworden. Op grond van deze Landsverordening isde Minister van Onderwijs en Cultuur bevoegd te beschermen monumenten en stads- endorpsgezichten aan te wijzen. Van deze bevoegdheid heeft het land geen gebruik gemaakt.Onder invloed van de alom aanwezige wens naar decentralisatie hebben de Staten in 1989 eennieuwe monumentenlandsverordening goedgekeurd. Deze Monumenten-landsverordening1989 geeft de Eilandgebieden de bevoegdheid binnen door het land vastgestelde kaders zelf tebeschermen monumenten en stads- en dorpsgezichten aan te wijzen.De volgende zaken worden door de Monumentenlandsverordening 1989 rechtstreeks geregeld:1. de definitie wat onder beschermde en onbeschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten moet worden verstaan.2. de verplichting van de hypotheekbewaarder om wijzigingen in de kadastrale tenaamstelling of aanduiding van een beschermd onroerend monument aan de bewaarder van het eilandsregister van beschermde monumenten door te geven.3. regelgeving op het gebied van noodzakelijke inbreuken op het eigendomsrecht voor het behoud van monumenten waaronder een verbod om zonder vergunning van het bestuurscollege graafwerk te verrichten of te laten verrichten ter opsporing of ter onderzoeking van monumenten alsmede een verbod om zonder vergunning van het bestuurscollege aan een beschermd monument wijzigingen aan te brengen, het te verplaatsen of te slopen.4. de procedure van de vergunningverlening bij beschermde monumenten alsmede het recht op schadevergoeding bij weigering van een vergunning of verlening van een vergunning onder voorwaarden.5. de verplichting tot onderhoud en herstel aan de eigenaren van beschermde monumenten waarbij, indien de eigenaren hierin nalatig zijn, het bestuurscollege, op kosten van de eigenaar, tot dit onderhoud en herstel kan overgaan.6. regelgeving betreffende een doelmatige uitvoering van het beleid ten aanzien van archeologische monumenten waarin noodzakelijke inbreuken op het eigendomsrecht worden gesanctioneerd waardoor het hiervoor benodigde graafwerk alsmede het omgaan met de opgegraven voorwerpen kan worden gereguleerd.7. regelgeving voor het toekennen van schadevergoeding ter zake van de gedoogplicht om graafwerk te dulden.8. regelgeving ten behoeve van het bestuurscollege ter bescherming van wezenlijke belangen van de godsdienstoefening, in beslissingen die deze belangen raken.PREAM Architects blz. 25 van 77
  30. 30. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten9. mogelijkheden voor bestuursdwang door het bestuurscollege en de gedoogplicht daarvan voor de eigenaren alsmede de mogelijkheden voor het bestuurscollege de voor rekening van een ander gedane uitgaven bij dwangbevel in te vorderen.De Monumentenlandsverordening 1989 stelt zelf de overtreding van deze bepalingen strafbaaren regelt tenslotte de bevoegdheden van degenen die belast zijn met het opsporen vanstrafbaar gestelde feiten.Voor verdere details zij verwezen naar de tekst van de Monumentenlandsverordening 1989 ende Memorie van Toelichting op het ontwerp van deze landsverordening.4.2 Monumenteneilandsverordening (AB 2000 nr. 1)Op grond van de Monumentenlandsverordening 1989 wordt in de eilandsverordening deonderstaande onderwerpen geregeld:1. de procedure voor aanwijzing van beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten alsmede de publicatie, de registratie en de kennisgeving daarvan.2. de beroepsprocedure voor belanghebbenden zowel ten aanzien van beslissingen genomen krachtens de eilandsverordening als ten aanzien van beslissingen genomen krachtens hetgeen rechtstreeks bij de Monumentenlandsverordening 1989 is geregeld.3. regels op grond waarvan naar redelijkheid en billijkheid een tegemoetkoming in de kosten van onderhoud en herstel van beschermde monumenten wordt verleend aan de particuliere eigenaren, in geval die kosten direct voortvloeien uit het vanwege algemeen belang tot beschermd monument verklaren.4. regels omtrent een billijke schadevergoeding, indien een beschermd roerend monument in bruikleen aan het Eilandgebied dient te worden overgedragen.Voorts is in de eilandsverordening de instelling van de monumentenraad vastgelegd, is hetadministratief beroep tegen besluiten krachtens de lands- en eilandsverordening geregeld enzijn de Eilandsverordening Ruimtelijke Ontwikkelingsplanning (EROP) en de Bouw- enWoningverordening (BWV) aangepast.4.3 Besluit inrichting en werkwijze Monumentenraad (AB 2001 nr. 47)Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen is de inrichting en de werkwijze van demonumentenraad geregeld. De leden worden op basis van hun expertise (geschiedenis vaneiland en volk, architectuur, bouwkunde, financiële en juridische aspecten van deMonumentenzorg etc.) benoemd.De taak van de monumentenraad, namelijk “het bestuurscollege en de eilandsraad gevraagd enongevraagd van advies te dienen over aspecten, betrekking hebbende op de monumentenzorgen de werkzaamheden te verrichten die hem bij of krachtens enige verordening zijnopgedragen” wordt in het besluit verder uitgewerkt.PREAM Architecs blz. 26 van 77
  31. 31. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenDaarnaast worden de procedures, het lidmaatschap en de financiële aspecten behandeld. Vooreen volledige inzage wordt naar het betreffende besluit verwezen.4.4 Besluit Criteria voor de aanwijzing van te beschermen monumenten (AB 2003 nr. 24)In dit eilandsbesluit houdende algemene maatregelen wordt aangegeven aan welkselectiecriterium of welke selectiecriteria een monument moet voldoen om als beschermdmonument aangewezen te kunnen worden. Selectiecriteria worden daarbij gedefinieerd als:“maatstaven waaraan een monument moet voldoen om op grond daarvan te wordenaangewezen tot beschermd monument als bedoeld in artikel 4 eerste lid, van deeilandsverordening”. De criteria luiden:1. Architectonische waarde2. Cultuur-historische waarde3. Zeldzaamheid4. Bekendheid van de maker, bouwmeester of architect5. Stedenbouwkundige of landschappelijke waarde.Voorts is in dit besluit vastgesteld wat een aanwijzing behelst, te weten:1. de vermelding van de locatie en het type monument;2. een beschrijving van het monument waaruit de monumentale waarde blijkt van het monument waaraan een beschrijving van een monument bij aanwijzing moet voldoen.Volgens het besluit bevat een beschrijving in ieder geval één of meer van de volgendeelementen:1. een beschrijving van de kenmerken van een monument of de te beschermen onderdelen daarvan die het behouden waard zijn;2. de motivering waarom een monument in het algemeen belang wordt aangewezen als beschermd monument;3. de algemene architectonische en karakteristieke verschijningsvormen;4. de historische situering van het monument in zijn omgeving5. de interne structuur en indeling alsmede het functionele karakter van het monument;6. een monumentenkaart met kadastrale aanduiding, waarop per perceel in kaart is gebracht welke gebouwen of delen van gebouwen en welke delen van het bijbehorende monument uit oogpunt van het behoud van monumenten beschermd moeten worden.Alle beschrijvingen voor monumenten dienen volgens dit stramien te geschieden en voor detoekomst wordt deze stramien (gebaseerd op de Monumenteneilandsverordening) alsminimale beschrijving vereiste gehanteerd.PREAM Architects blz. 27 van 77
  32. 32. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten4.5 Eilandbesluit inrichting en beheer register van beschermde monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten (AB 2004 nr. 14)Het eilandbesluit houdende algemene maatregelen (Ebham) ‘EilandbesluitMonumentenregister’ vastgesteld op 14 september 2004 en afgekondigd op 20 september2004 is van kracht. Dit besluit is gebaseerd op artikelen 7, tweede lid, en 14, tweede lid vande Monumenteneilandsverordening.Conform de Monumenteneilandsverordening is ten aanzien van dit register het volgendevastgelegd:S het register berust onder het bestuurscollegeS het register ligt voor een ieder ter inzage in een kantoor van het eilandgebiedS een ieder kan zich op zijn kosten afschriften doen verstrekken.In genoemde eilandsbesluit wordt aangegeven hoe het BC het Monumentenregister ingerichtheeft met relevante gegevens betreffende beschermde (roerende en onroerende) monumentenen stads- en dorpsgezichten.. Een essentieel onderdeel naast de datum van deverordening/afkondiging van het besluit tot beschermd monument en de locatiegegevens, is deomschrijving van het algemene belang dat de aanwijzing tot beschermde monument/stads- endorpsgezicht rechtvaardigt.Het register (voorzien van registerbladen met relevante gegevens over een beschermdmonument) is openbaar en wordt beheerd door het Bestuurscollege. Het bevindt zich bij deAfdeling Algemene en Interne Zaken van de overheid. Dit betekent dat de gegevens voor eenieder opvraagbaar en in te zien zijn.Het is de bedoeling om dit register digitaal aan te leggen, zodat via het via internettoegankelijk is voor een ieder.Het BC is bevoegd ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende in het registerwijzigingen te doen aanbrengen of beschermde monumenten, de Monumentenraad gehoord,van het register af te voeren, doch slechts conform artikelen 4, 5 en 6 van dit ebham en tenzijde wijzigingen in het register geen veranderingen in de mate van bescherming te weeg zullenbrengen of van ondergeschikte aard zijn en de monumentale waarde van het beschermdemonument niet aantasten.Het bestuurscollege dient, indien het een onroerend goed betreft, deze binnen 14 dagen nainschrijving van een beschermd monument in genoemde register, door middel van eenafschrift kennis aan de hypotheekbewaarder (Kadaster en Openbare Registers).Aan de andere kant dient de hypotheekbewaarder binnen 14 dagen kennis aan het BC te gevenvan wijzigingen in de kadastrale tenaamstelling of kadastrale aanduiding van een beschermdmonument of stads- of dorpsgezicht.Een structurele samenwerking tussen het eilandgebied (de overheidsafdeling die hiertoeverantwoordelijk is: ‘nu AIZ (Algemene Interne Zaken)’ en het ‘Stichting Kadaster enOpenbare Registers’ is van evident belang om het beheer en de inhoud van genoemdeMonumentenregister up to date te houden, in het belang van juiste informatievoorziening aanhet publiek. Het is raadzaam om genoemde samenwerking tevens schriftelijk vast te leggenPREAM Architecs blz. 28 van 77
  33. 33. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartentussen de overheid en het Kadaster en Openbare Registers (gelegen aan de Backstreet 118,Philipsburg, St. Maarten).Eveneens per eilandsbesluit houdende algemene maatregelen heeft het bestuurscollege deinrichting en beheer van het register van beschermde stads en dorpsgezichten vastgelegd,conform artikel 14, tweede lid, van de monumenteneilandsverordening.Een eilandsbesluit houdende algemene maatregelen met betrekking tot de inrichting en beheervan het register van beschermde archeologische vindplaatsen is inmiddels ook afgekondigd in2007.4.6 VergoedingenVolgens artikel 16 de monumenteneilandsverordening zal het bestuurscollege bijeilandsbesluit houdende algemene maatregelen regels geven “voor de gevallen waarin en dewijze waarop” tegemoetkomingen in de kosten van onderhoud en herstel van beschermdemonumenten kunnen worden toegekend.In artikel 17 van de monumenteneilandsverordening is opgenomen dat het bestuurscollege bijeilandsbesluit houdende algemene maatregelen regels dient te geven over deschadevergoeding die kan worden toegekend, indien een beschermd roerend monument inbruikleen aan het eilandgebied is overgedragen.Op verzoek van het Bestuurscollege is door ABC Advies een opzet gemaakt voor desubsidiëring in de kosten van onderhoud en restauratie van beschermde monumenten, zie hetrapport Operationalisering Monumentenbeleid Eilandgebied St. Maarten van augustus 2003.De in dit rapport beschreven beste scenario voor Sint Maarten ten aanzien van ‘subsidiestelselc.q. organisatie’ wordt nader beschreven in paragraaf ‘Monumentenfonds’ onder hoofdstuk6.2. Financiële Instrumentarium.PREAM Architects blz. 29 van 77
  34. 34. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten5. Het restauratieprogramma.In hoofdstuk 2 is een overzicht gegeven van Sint Maarten’s monumenten. In dit hoofdstukwordt ingegaan op de selectie van monumenten die in aanmerking komen voor plaatsing op delijst van beschermde monumenten en daarbij tevens voor instandhouding. Voorts wordtingegaan op de financiële consequenties indien het beleid tot uitvoering wordt gebracht.5.1 ToetsingscriteriaIn de in opdracht van het eilandgebied uitgevoerde inventarisatie (juni 2003) zijn de potentiëleonroerende monumenten geclassificeerd volgens een systeem dat is gebaseerd op driehoofdgroepen, die op hun beurt weer zijn onderverdeeld in drie componenten. Zo zijn negencriteria ontstaan waarop de objecten beoordeeld zijn: • Cultuurhistorische waarde o Situering o Architectuur o Historie • Gaafheid o Gaafheid van de omgeving o Gaafheid van de hoofdvorm o Gaafheid van de detaillering • Zeldzaamheid o Zeldzaamheid van de situering o Zeldzaamheid van de architectuur o Zeldzaamheid van de historieVoor Archeologische monumenten komt er nog als toetsingscriteria bij: o Schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.Deze toetsingscriteria wijken af van de criteria zoals genoemd in het Eilandsbesluit criteriaaanwijzing te beschermen monumenten en kunnen daarom alleen dienen als een indicatie vande potentiële monumentale waarde.Om de komen tot aanwijzing van beschermde monumenten volgens artikel 4 van demonumenteneilandsverordening worden de monumenten getoetst aan de criteria volgens hetgenoemde Eilandsbesluit, zie ook par. 4.4.In de bijlagen is een lijst opgenomen met in totaal 74 monumenten die op basis van dezeselectiecriteria in aanmerking komen voor de status van beschermd monument. Deze lijst is totstand gekomen naar aanleiding van adviezen van de monumentenraad, het monumentenbureauvan de DROV Curaçao en twee studenten Kunstgeschiedenis van de Universiteit van Utrechtdie door het eilandgebied in 2003 waren belast met het beschrijven van de monumenten op St.Maarten. In de volgende paragrafen wordt deze selectie nader beschouwd en een plan vanaanpak voor het behoud en beheer van de monumenten beschreven.PREAM Architecs blz. 30 van 77
  35. 35. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maarten5.2 Philipsburg5.2.1 Gebouwen in PhilipsburgVan de in totaal 74 objecten die voor bescherming in aanmerking komen zijn er 49 inPhilipsburg gesitueerd. Bij het formuleren van een plan van aanpak voor het behoud en beheervan deze monumenten spelen andere factoren dan monumentenbehoud alleen een belangrijkerol. Zo is duidelijk dat de commerciële belangen in Philipsburg groot zijn. Door het toerismezijn de grondprijzen enorm gestegen en monumentenzorg kan hierdoor op gespannen voetkomen te staan met de belangen van de eigenaren. Om die reden zijn de potentiele tebeschermen monumenten in drie groepen verdeeld.De eerste groep van 16 objecten bestaat in hoofdzaak uit openbare gebouwen en een aantalbijzondere woonhuizen. Over het algemeen is de verwachting dat de eigenaren mee zullenwerken aan het verkrijgen van de beschermde status. Voor deze groep zullen de proceduresm.b.t. het verkrijgen van de beschermde status met hoge prioriteit worden ingezet.De tweede groep bestaat in hoofdzaak uit woonhuizen welke zich in particulier bezitbevinden. Alvorens te besluiten om deze panden tot beschermd monument aan te wijzenzullen de respectievelijke eigenaren worden benaderd en geïnformeerd over de rechten enplichten van de eigenaar van een beschermd monument, waarna nader overleg zalplaatsvinden met de betrokkenen alvorens de procedures aan te vangen.De laatste groep omvat 13 objecten die in principe op dezelfde wijze benaderd worden als detweede groep, echter met een lagere prioriteit.Voor een overzicht van de hier beschreven groepen van monumenten zie de bijlagen.5.2.2 Stedelijke structuur PhilipsburgHoewel in de inventarisatie buiten beschouwing gelaten, voldoet de stedenbouwkundigestructuur van het oorspronkelijke deel van Philipsburg, dit is het Philipsburg van voor dePondfill, aan alle kenmerken van een monument en is als drager van de gebouwde omgevingmede bepalend voor het straatbeeld van de binnenstad. Bescherming van destedenbouwkundige structuur is om meerdere redenen wenselijk:S Het stelsel van stegen, open ruimtes en zichtlijnen is uniek voor St. Maarten.S De structuur van de stegen staat onder druk door nieuwbouw. De stegen worden verder vaak slecht onderhouden.S De oorspronkelijke open bebouwingsstructuur – waarbij de aanwezigheid van het strand en Great Bay aan de ene zijde en Great Salt Pond aan de andere zijde ten alle tijden voelbaar was- staat onder druk door de realisatie van de Pond Fill en nieuwbouw die over het algemeen aan alle zijden tot de erfgrens reikt.S De beeldkwaliteit van de nieuwbouw zoals die de laatste jaren is verschenen laat in veel gevallen te wensen over.PREAM Architects blz. 31 van 77
  36. 36. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. MaartenOp de kaart die de bebouwingshoogte in Philipsburg weergeeft kan ook de veranderendestructuur goed worden onderscheiden.In de Frontstreet fungeert de Pompsteeg als een breeklijn: in het gebied ten westen van dePompsteeg is de oorspronkelijke open bebouwingsstructuur vrijwel intact. De aanwezigheidvan het strand en Great Bay is voelbaar in dit deel van Frontstreet. In het gebied ten oostenvan de Pompsteeg / Wedeuwensteeg is met name in Frontstreet de verdichting van debebouwing evident. In de Backstreet is een vergelijkbare ontwikkeling waarneembaar, waarbijde Schoolsteeg als breeklijn fungeert.Daarnaast kunnen als bijzondere stedenbouwkundige ruimten het gebied rond de MethodistChurch Compound en het Wathey Square en omgeving worden benoemd. Tot slot bezit hetgedeelte van de Frontstreet tussen de Guava Berry Factory en het Rinkhuis kwaliteiten uitcultuur-historisch oogpunt.Deze visie zou omgezet moeten worden in actiepunten. Zo zouden deze ‘essembles’ in hetOntwikkelingsplan van Philipsburg meegenomen moeten worden als ‘beschermd stads- endorpsgezicht’.5.2.3 Plan van aanpak PhilipsburgOm de cultuurhistorische waarden van Philipsburg op een adequate wijze te beschermenzullen de volgende stappen worden gezet:S Van de in 5.2.1. aangeduide monumenten worden er zoveel mogelijk als haalbaar opgenomen op de lijst van beschermde monumenten. Deze objecten worden beschermd en behouden.S De stedenbouwkundige structuur van het oude Philipsburg, Fronstreet, Backstreet en de stegen, wordt onderkend als monument en wordt als zodanig beschermd door middel van een ontwikkelingsplan conform de Eilandsverordening Ruimtelijke Ontwikkelingsplanning.S In het ontwikkelingsplan voor Philipsburg worden de karakteristieken van het oude Philipsburg geconsolideerd middels bestemmings- en bebouwingsvoorschriften. Zie ook par. 3.4 van het Development Prespective for Philipsburg and the Greater Great Bay Area (TKA rapport). De gebieden die hiervoor in aanmerking komen zijn aangegeven op de kaart ‘te behouden stadsgezichten’, bijlage 6.: -Frontstreet tussen de Kerkhofstraat en de Weduwensteeg -Backstreet tussen de Kerkhofstraat en de schoolsteeg -Frontstreet en Backstreet rond de Methodist Church Compound -Het gebied rond het Wathey Square -De Frontstreet vanaf de West Indian Tavern tot het Rink HouseGezien het tempo waarmee de traditionele architectuur verdwijnt uit het straatbeeld vanPhilipsburg is het van belang om naast de bescherming van objecten een gericht renovatieplanop te stellen dat is gekoppeld aan een tijdpad. Hoewel voor het opstellen van een tijdpad meerinzicht nodig is in met name de eigendomsverhoudingen, de beschikbare budgetten en dePREAM Architecs blz. 32 van 77
  37. 37. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartenbouwcapaciteit op Sint Maarten, is vooruitlopend op dergelijke informatie een eerste opzetgemaakt om tot een gefundeerd beeld van de totale restauratieomvang te komen.Hiertoe is van de monumenten die in aanmerking komen voor plaatsing op de lijst vanbeschermde monumenten de staat van onderhoud van de betreffende panden geïnventariseerden aangegeven als “goed”, “matig” en “slecht” Monumenten in goede staat behoevenonderhoud, in matige staat herstel en objecten in slechte staat dienen gerenoveerd te worden.Door aan deze drie ingrepen een eenheidsprijs per vierkante meter te koppelen wordt ook eenglobale indicatie verkregen van de kosten die aan de uitvoering van de werkzaamheden zijnverbonden, zie bijlagen.5.3 Simpson BayVan de objecten die in Simpson Bay zijn geïnventariseerd, voldoen er een drietal aan deselectiecriteria, zie overzicht bijlagen. Voor alle duidelijkheid, de in breuksteen opgetrokkenRooms Katholieke kerk “Mary Star of the Sea” is sterk beeldbepalend in Simpson Bay maarechter pas in 1965 opgeleverd. Het gebouw is dus nog geen 50 jaar oud en komt derhalvevolgens de definitie pas in 2015 in aanmerking voor plaatsing op de monumentenlijst.De sfeer van het oude Simpson Bay zal op een aantal daarvoor in aanmerking komendelocaties bewaard worden door middel van een ontwikkelingsplan, waarin wordt vastgelegd datwonen de belangrijkste bestemming blijft en waarin de bebouwingshoogte en -dichtheidworden beperkt in relatie met de schaal van het dorp.5.4 Monumenten buiten de bebouwde kom5.4.1 Forten en batterijenDe geïnventariseerde forten en batterijen vormen samen een ensemble van deverdedigingswerken van Philipsburg en de Grote Baai en dienen daarom als geheel beschermden behouden te worden.Over de wijze waarop de forten behouden moeten worden, restauratie/consolidatie, zullennadere uitspraken gedaan moeten worden, waarbij de volgende overwegingen een rol spelen.Fort Amsterdam.De acquisitie en restauratie van Fort Amsterdam heeft voor het eilandgebied de hoogsteprioriteit. De onderhandelingen met de huidige eigenaren die tot de overdracht moeten leidenzijn gaande. Indien deze succesvol worden afgerond zal in overleg met het aangrenzende DiviLittle Bay hotel een ontwikkelings- en restauratieplan worden opgesteld.Voor de aard van de restauratie zijn in hoofdzaak twee benaderingen denkbaar. De eerste iseen consolidatie van de op het terrein aanwezige restanten van de defensiewerken. Volgens dehuidige opvattingen over restauraties is dit wellicht de meest zuivere benadering.Om het fort als toeristische attractie te optimaliseren ligt het meer voor de hand om het tereconstrueren in de staat zoals we die kennen van historische prenten en tekeningen. VanPREAM Architects blz. 33 van 77
  38. 38. Meerjaren Monumentenbeleidsplan St. Maartenmeerdere kanten is hierbij gewaarschuwd voor een Mickey Mouse effect: een aldusgereconstrueerd fort zal altijd een 21ste eeuwse interpretatie zijn van een 18de eeuws fort metalle neigingen tot romantiseren van dien. De vraag is of dit zo ernstig is, zolang duidelijk iswelke delen origineel zijn en welke geïnterpreteerde toevoegingen.Fort Willem IZoals eerder gesteld zal Fort Willem I door zijn ligging en bereikbaarheid niet de attractiekunnen worden zoals bijvoorbeeld Fort Amsterdam. Mede om deze reden zal vooralsnogalleen geïnvesteerd worden in het schoonmaken en consolidatie daarvan.St. Peter’s batterij.Hoewel er weinig rest van de St. Peter’s batterij maakt de locatie aan de (wandel)route tussende Cruise Terminal en de stad het de moeite waard om de ruïnes te consolideren en metinformatiepanelen te exposeren. Zo kunnen het bestaan daarvan en de geschiedenis zichtbaarworden gemaakt.Old Spanish FortZoals eerder opgemerkt is het Old Spanish Fort gesitueerd in de achtertuin van een privéwoning zodat in eerste instantie alleen in hoogst noodzakelijke instandhouding geïnvesteerdzal worden.5.4.2 Plantages en landhuizenVan de negen geïnventariseerde plantages bevinden er zich een vijftal in een dusdanigeconditie dat zij in aanmerking komen voor restauratie, en wel om de volgende redenen: • ze dragen de kenmerken van een plantagecomplex met de componenten zoals eerder genoemd; • de residentiële component bevindt zich bouwkundig in een dusdanige toestand, of is dusdanig gedocumenteerd, dat een verantwoord restauratieplan kan worden gemaakt;  9

×