• Save

Loading…

Flash Player 9 (or above) is needed to view presentations.
We have detected that you do not have it on your computer. To install it, go here.

Like this document? Why not share!

Like this? Share it with your network

Share

Landsverordening openbaarheid van bestuur

on

  • 1,443 views

Landsverordening openbaarheid van bestuur

Landsverordening openbaarheid van bestuur

Statistics

Views

Total Views
1,443
Views on SlideShare
1,441
Embed Views
2

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

2 Embeds 2

http://www.slideshare.net 1
http://www.pearlfmradio.com 1

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Landsverordening openbaarheid van bestuur Document Transcript

  • 1. Landsverordening openbaarheid van bestuur Hoofdstuk 1. Definities Artikel 1 In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bestuursorgaan: de regering of de minister die het rechtstreeks aangaat; b. document: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat; c. bestuurlijke aangelegenheid: een aangelegenheid die betrekking heeft op het beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering ervan; d. niet-ambtelijke adviescommissie: een van overheidswege ingestelde commissie, met als taak het adviseren van een of meer bestuursorganen en waarvan geen ambtenaren lid zijn; Ambtenaren, die secretaris of adviserend lid zijn van een adviescommissie worden voor de toepassing van deze bepaling niet als leden daarvan beschouwd. Hoofdstuk 2. Openbaarheid Artikel 2 Een bestuursorgaan betracht bij de uitvoering van zijn taak openbaarheid en verstrekt hiertoe informatie. Hoofdstuk 3. Informatie op verzoek Artikel 3 1. Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid, richten tot het bestuursorgaan of tot de onder 1
  • 2. verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame departementen, diensten, bureaus of instellingen. 2. De verzoeker vermeldt de bestuurlijke aangelegenheid of het daarop betrekking hebbend document, waarover hij informatie wenst te ontvangen. 3. Bij besluit, houdende algemene maatregelen, kan een informatiepunt binnen het bestuursorgaan worden aangewezen waar het verzoek moet worden ingediend. 4. Een verzoek wordt ingewilligd met inachtneming van de artikelen 11, 12 en 13. Artikel 4 Indien het verzoek betrekking heeft op gegevens in documenten die berusten bij een ander bestuursorgaan dan dat waarbij het verzoek is ingediend, wordt de verzoeker zo nodig naar dat orgaan verwezen. Is het verzoek schriftelijk gedaan, dan wordt het doorgezonden onder de mededeling van de doorzending aan de verzoeker. Artikel 5 1. De beslissing op een verzoek wordt genomen door of vanwege het bestuursorgaan. 2. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een schriftelijk verzoek wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de verzoeker meegedeeld. In geval van een mondeling verzoek vindt een dergelijke afwijzing schriftelijk en gemotiveerd plaats indien de verzoeker daarom vraagt. De verzoeker wordt op deze mogelijkheid gewezen. 3. Indien informatie op een verzoek als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een derde, wordt deze hiervan op de hoogte gesteld en worden beslissingen en de informatie, voorzover die op hem betrekking hebben, schriftelijk aan deze meegedeeld, indien hij dit verzoekt. Artikel 6 Het bestuursorgaan beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek, doch uiterlijk binnen drie weken na de dag waarop het verzoek is ontvangen. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste drie weken verdagen. Daarvan wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk gemotiveerd mededeling gedaan aan de verzoeker. 2
  • 3. Artikel 7 1. Het bestuursorgaan verstrekt de met betrekking tot documenten verlangde informatie door: a. kopie ervan te geven of de letterlijke inhoud ervan in andere vorm te b. verstrekken; c. kennisneming van de inhoud toe te staan; d. een schriftelijk uittreksel of een samenvatting van de inhoud te geven, of e. mondeling of schriftelijk inlichtingen daaruit te verschaffen. 2. Bij het kiezen tussen de vormen van informatie, genoemd in het eerste lid, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeur van de verzoeker en met het belang van een vlotte voortgang van de werkzaamheden. Hoofdstuk 4. Informatie uit eigen beweging Artikel 8 Het bestuursorgaan verschaft regelmatig uit eigen beweging informatie over het beleid omtrent de hem aangaande bestuurlijke aangelegenheden. Artikel 9 1. Het bestuursorgaan draagt zorg voor het openbaar maken, zo mogelijk met toelichting, van door niet- ambtelijke adviescommissies aan het orgaan uitgebrachte adviezen met het oog op het te vormen beleid, tezamen met de door het orgaan aan de commissies voorgelegde adviesaanvragen en voorstellen. 2. De in het eerste lid bedoelde stukken kunnen openbaar worden gemaakt door deze: a. op te nemen in een algemeen verkrijgbare uitgave; b. afzonderlijk uit te geven en algemeen verkrijgbaar te stellen, of c. ter inzage te leggen, in kopie te verstrekken of uit te lenen. 3. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken nadat de adviezen zijn ontvangen, heeft openbaarmaking plaats. Hiervan en van de plaats van de ter inzage legging wordt mededeling gedaan in de Landscourant van Sint Maarten, 3
  • 4. de officiële website van het Land of in een plaatselijk algemeen verkrijgbaar dag- of weekblad. Hoofdstuk 5. Openbaarmaking van adviezen van de Raad van Advies en de Sociaal-Economische Raad Artikel 10 1. De openbaarmaking van de adviezen van de Raad van Advies geschiedt door de Minister van Algemene Zaken. 2. De openbaarmaking geschiedt voor zover het betreft: a. adviezen over ontwerpen van landsverordeningen: gelijktijdig met de indiening van het ontwerp bij de Staten door de regering of door initiatiefnemers; b. adviezen over alle andere ontwerpen dan van landsverordeningen waarvan publicatie in het Afkondigingsblad is vereist: gelijktijdig met die publicatie; c. adviezen over andere gevallen dan genoemd onder a. en b. : binnen zes weken nadat het advies is uitgebracht. 3. Artikel 9, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de adviezen van de Sociaal- Economische Raad. Hoofdstuk 6. Uitzonderingen en beperkingen Artikel 11 1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze landsverordening blijft achterwege voor zover dit: a. de eenheid van de regering in gevaar zou kunnen brengen; b. de veiligheid van het Land zou kunnen schaden; c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke- of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. 2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze landsverordening blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen : 4
  • 5. a. de economische of financiële belangen van het Land; b. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; c. de inspectie, controle of toezicht door of vanwege bestuursorganen; d. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; e. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie; f. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke- of rechtspersonen dan wel van derden. g. de betrekkingen van het Land of het Koninkrijk met andere Staten en met internationale organisaties. Artikel 12 1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over tot personen herleidbare beleidsopvattingen. 2. Onder intern beraad als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een bestuursorgaan dan wel een kring van bestuursorganen in het kader van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor die bestuurlijke aangelegenheid. 3. Onder tot personen herleidbare beleidsopvattingen wordt verstaan opvattingen, voorstellen, aanbevelingen of conclusies van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde argumenten. Artikel 13 1. Artikel 12 is van overeenkomstige toepassing op adviezen van een ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie. 2. Onder een ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een commissie met als taak het adviseren van een of meer bestuursorganen, die geheel of gedeeltelijk is samengesteld uit ambtenaren tot wier functie behoort het adviseren van het 5
  • 6. bestuursorgaan waaronder zij ressorteren over onderwerpen die aan de commissie zijn voorgelegd. Hoofdstuk 7. Overige bepalingen Artikel 14 Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van deze landsverordening. Artikel 15 Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het in rekening brengen van vergoedingen voor het vervaardigen van kopieën van documenten en van uittreksels of samenvattingen van de inhoud daarvan. Artikel 16 Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan deze landsverordening van overeenkomstige toepassing worden verklaard op zelfstandige bestuursorganen. Artikel 17 De Minister van Algemene Zaken zendt jaarlijks voor 1 juli aan de Staten een verslag over de wijze waarop in het daaraan voorafgaande jaar deze landsverordening is toegepast. Artikel 18 Het Gerecht in eerste aanleg is belast met de beslechting van de geschillen die uit deze landsverordening voortvloeien. Artikel 19 6
  • 7. Deze landsverordening kan worden aangehaald als: Landsverordening openbaarheid van bestuur. 7
  • 8. MEMORIE VAN TOELICHTING 1. Algemeen deel Volgens artikel 107 van de ontwerp-Staatsregeling betracht de overheid bij de uitvoering van haar taak openbaarheid, voor zover dit niet strijdig is te achten met het belang van het Land en dat van het Koninkrijk dan wel met andere belangen die het achterwege laten van openbaarmaking rechtvaardigen. In deze ontwerplandsverordening openbaarheid van bestuur worden hierover regels gesteld. Dit ontwerp is gebaseerd op de Landsverordening van 17 november 1995 houdende regelen betreffende de openbaarheid van bestuur (Landsverordening openbaarheid van bestuur). Uiteraard zijn de bepalingen over de eilandgebieden weggelaten. Ook de overgangsbepalingen met betrekking tot de situatie voorafgaande aan inwerkingtreding uit de Nederlands-Antilliaanse Landsverordening waren niet meer van toepassing aangezien de landsverordening ook toepasselijk was op het eilandgebied Sint Maarten. Openheid en openbaarheid zijn van groot belang voor een goed en democratisch bestuur. Transparantie en controleerbaarheid van bestuurlijk handelen komen op zichzelf ten goede aan het functioneren van de democratische rechtsstaat. Het tijdig bekend worden van afwijkende opvattingen kan leiden tot een zorgvuldiger en meer democratische besluitvorming. Door het verstrekken van informatie wordt bovendien de controle op het bestuurlijk handelen bevorderd. De begrippen “openheid” en “openbaarheid” spelen in dit ontwerp een essentiële rol. Onder “openheid” wordt verstaan de positieve gezindheid van het bestuur tot het verstrekken van informatie aan de maatschappij. Een gezindheid kan moeilijk worden geregeld in een landsverordening; wel kan men haar bevorderen door middel van het opleggen van, in dit geval, de verplichting tot het verstrekken van informatie over het beleid, zoals neergelegd in artikel 2. Het begrip “openbaarheid” vindt zijn vertaling in het toegankelijk maken van het publiek van overheidsinformatie. Het ontwerp strekt ertoe het geheel van informatie dat bij het bestuur rust in beginsel voor een ieder toegankelijk te maken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van informatie op verzoek, de zogenaamde passieve openbaarheid 8
  • 9. (hoofdstuk 3) en het verstrekken van informatie uit eigen beweging, de zogenaamde actieve openbaarheid (hoofdstuk 4). De overheid kan verzoeken om informatie niet zomaar naast zich neerleggen. Op een verzoek moet binnen drie weken worden beslist, te verlengen met een periode van maximaal nog eens drie weken. Tevens worden regels gesteld ten aanzien van de vorm waarin de gevraagde informatie wordt verstrekt. Openbaarheid vindt zijn begrenzing in de gevallen genoemd in artikel 11. Uiteraard zijn de veiligheid van het Land, zwaarwegende economische en financiële belangen, de opsporing en vervolging van strafbare feiten, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer overwegingen waarbij het verstrekken van informatie achterwege blijft. Tevens behoeft geen informatie te worden verstrekt uit documenten waarin tot personen herleidbare beleidsopvattingen zijn opgenomen. Tenslotte kan een bijzondere landsverordening beperkingen opleggen aan het algemene beginsel van de openbaarheid van bestuur zoals in dit ontwerp is neergelegd. De Minister van Algemene Zaken stuurt jaarlijks een verslag aan de Staten over de toepassing van deze landsverordening in het afgelopen jaar. 2. Bijzonder deel Artikel 1 De definities zijn, vergeleken met de Antilliaanse landsverordening aangepast aan het feit dat Sint Maarten een land is zonder eilandgebieden met een overheid die in rechtstreeks contact met haar burgers staat. Artikel 3 Voorop staat dat elk verzoek om informatie over een bestuurlijke aangelegenheid als een verzoek op grond van deze landsverordening dient te worden beschouwd. Bij een informatieverzoek behoeft dat niet te worden vermeld. Het verzoek kan op verschillende manieren worden gedaan, persoonlijk telefonisch, per brief, mail, fax etc. De verzoeker dient de aangelegenheid waarover informatie wordt gevraagd wel concreet te vermelden. 9
  • 10. Artikel 4 Een document kan zijn uitgeleend of elders zijn ondergebracht. In dat geval wordt de verzoeker verwezen naar het bestuursorgaan dat het document in bezit heeft. Het kan ook voorkomen dat een document in het ongerede is geraakt. In dat geval zal het bestuursorgaan moeten proberen van het document een afschrift te verwerven bij het bestuursorgaan dat het, blijkens ingesteld onderzoek, desnoods in kopie heeft. Artikel 5 De meeste gevallen zullen mondeling afgedaan worden. Bij afwijzing ligt het in de rede schriftelijk te motiveren. De verzoeker zal dan een procedure kunnen starten ingevolge de administratieve rechtspraak. Indien een derde bij de gevraagde informatie is betrokken zal het bestuursorgaan zorgvuldig na te dienen gaan of diens belangen niet onevenredig zwaar worden getroffen door de informatieverstrekking. Het verdient aanbeveling om, bij twijfel, de derde van het verzoek op de hoogte te stellen en zijn oordeel te vragen. Het is echter altijd het bestuursorgaan dat de beslissing neemt. Ook de derde zal een procedure kunnen starten ingevolge de administratieve rechtspraak, indien hij meent in zijn belang te zijn getroffen. Artikel 6 Snelle informatieverstrekking is van belang voor het bereiken van de doelstellingen van het ontwerp. Het streven dient er altijd op gericht te zijn het verzoek binnen drie weken af te handelen. Artikel 8 Dit artikel is bedoeld als publieksvoorlichting over aanvaard beleid of niet controversiële onderwerpen. Uit de verstrekte gegevens zullen belangstellenden en belanghebbenden zich een onafhankelijk oordeel moeten kunnen vormen. Het spreekt vanzelf dat de informatie in begrijpelijke vorm en op een zodanige wijze wordt gegeven, dat de burger zo goed mogelijk en tijdig wordt bereikt. 10
  • 11. Artikel 9 Voor de toepassing van dit artikel maakt het geen verschil of het om een permanente commissie of om een ad hoc commissie gaat. Gewezen wordt op de passage “met het oog op te vormen beleid”. Verplichte actieve openbaarmaking van reeds vastgesteld beleid zou voor de bestuursorganen een te zware belasting betekenen. Voor Sint Maarten zal een Landscourant gepubliceerd worden. De tervisielegging in het kader van deze landsverordening zal in die courant plaatsvinden. Tevens zal publicatie op de officiële website van het Land plaatsvinden. Artikel 10 Dit artikel met betrekking tot de openbaarmaking van de adviezen van de Raad van Advies en de Sociaal-Economische Raad betreft uiteraard de adviezen van deze nieuwe adviesorganen van de regering van Sint Maarten. Artikel 11 De openbaarheid kan niet onbeperkt zijn. Er zijn belangen die gaan boven het belang van informatieverstrekking. In alle in het artikel genoemde gevallen zal een zeer zorgvuldige belangenafweging moeten worden gemaakt. Bij afwijzing dient de beslissing te worden gemotiveerd. Het eerste lid bevat zogenaamde absolute uitsluitingsgronden, het tweede lid de zogenaamde relatieve uitsluitingsgronden. De absolute uitsluitingsgronden zijn niet bedoeld als geheimhoudingsbepalingen. Daar is de bijzondere wetgeving voor. Zij geven aan in welke gevallen een bestuursorgaan informatieverstrekking achterwege laat. Blijkt die beslissing de rechterlijke toetsing niet te kunnen doorstaan, dan treedt de toetsing aan de relatieve uitsluitingsgronden in werking. De relatieve gronden gaan dus minder ver dan de absolute uitsluitingsgronden. Er heeft in beginsel een afweging plaats tussen het in de wet vastgestelde publieke belang van het verstrekken van informatie en het betrokken door de wet beschermde belang. Ten opzichte van de Antilliaanse landsverordening is toegevoegd de uitsluitingsgrond in het eerste lid onderdeel a: het verstrekken van informatie blijft achterwege voorzover dit de eenheid van de regering in gevaar zou kunnen brengen. Te denken 11
  • 12. valt aan verslagen uit de ministerraad waaruit blijkt van verschillende opvattingen tussen ministers over een bepaald beleid. De bepaling is gebaseerd op artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Nederlandse wet openbaarheid van bestuur. Verder is toegevoegd in het tweede lid, onder g: de betrekkingen van het land of van het Koninkrijk met andere staten en met internationale organisaties. Ook dit kan een gerechtvaardigd belang vormen voor het niet verstrekken van informatie. Artikel 12 Het spreekt voor zich dat het mogelijk moet zijn dat in de onderlinge ambtelijke verhoudingen of in de verhouding minister tot ambtenaar of ministers onderling openhartig van gedachten wordt gewisseld en dat niet naar buiten behoeft te worden gebracht wie wat en op welke wijze heeft gezegd. Daartoe strekt deze bepaling. Artikel 16 Het ontwerp is gericht op bestuursorganen. Hieronder zijn volgens artikel 1, onderdeel a, te verstaan: de regering of de minster die het rechtstreeks aangaat. Het kan op een later moment wenselijk zijn om deze landsverordening van overeenkomstige toepassing te verklaren op zelfstandige bestuursorganen, waarvoor in artikel 98 van de ontwerp-Staatsregeling de basis is gelegd. Dit zijn bestuursorganen die niet hiërarchisch ondergeschikt zijn aan een minister en geen adviescollege zijn. De bepaling is ontleend aan artikel 11 van de Arubaanse landsverordening openbaarheid van bestuur. Artikel 17 Met het oog op evaluatie van de regeling is de verplichting opgenomen voor de Minister van Algemene Zaken om jaarlijks een verslag aan de Staten te zenden over de werking van de landsverordening. *** 12