Landsverordening tot regeling van de non-activiteitstelling van politieke
gezagdragers (Non-activiteitstelling politieke gezagdragers)
Artikel 1
Voor de toepassing van deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder het bevoegde gezag:
a. de Regering voor wat betreft de landsdienaren, met inachtneming van het hierna sub b
bepaalde;
b. de Staten voor wat betreft hun griffier.
Artikel 2
Landsdienaar in de zin van deze regeling is hij, wiens benoeming tot landsdienaar bij de
Staatsregeling van Sint Maarten aan de Koning is voorbehouden, hij die door de Regering is
benoemd om in Sint Maarten in burgerlijke dienst werkzaam en de Griffier van de Staten.
Artikel 3
1. De landsdienaar, die het lidmaatschap van de Staten aanvaardt, of een benoeming tot
Minister of Gevolmachtigde Minister aanvaardt, wordt met ingang van de dag waarop
hij de eed (verklaring en belofte) als bedoeld in respectievelijk artikel 41 en artikel 56
van de Staatsregeling van Sint Maarten aflegt, door het bevoegde gezag op non-
activiteit gesteld.
2. Met ingang van de dag, waarop hij ophoudt lid te zijn van de Staten, of ophoudt
Minister of Gevolmachtigde Minister te zijn, wordt de landsdienaar door het bevoegde
gezag in activiteit hersteld, tenzij zijn ambtsbetrekking reeds eerder mocht zijn
geëindigd.
Artikel 4
De overeenkomstig artikel 3 op non-activiteit gestelde landsdienaar is ontheven van de
waarneming van zijn ambt tot op de dag van zijn weder-inactiviteitstelling. Zijn bezoldiging of
loon met inbegrip van eventuele toelagen wordt gedurende de non-activiteit niet genoten.
Artikel 5
De tijd door een landsdienaar op non-activiteit doorgebracht telt mede voor het verkrijgen van
aanspraken, voortvloeiende uit voor landsdienaren geldende wettelijke regelingen. Voor
beoordeling van met zijn bezoldiging of loon in verband staande aanspraken wordt de
bezoldiging of het loon als basis genomen, hetwelk hij in activiteit zou hebben genoten.
Gedurende de non-activiteit wordt de landsdienaar op gelijke voet als de actief dienende
landsdienaar in aanmerking gebracht voor bevordering.
Artikel 6
De op non-activiteitstelling van de door of vanwege de Koning benoemde landsdienaren vindt
niet plaats zolang niet door of vanwege de Koning is verklaard, dat daartegen geen bezwaar
bestaat.
Artikel 7
Het ten aanzien van de landsdienaar in deze landsverordening bepaalde is van
overeenkomstige toepassing op het lid van het personeel van een uit de openbare kas
bekostigde bijzondere school voor zover de persoon, die het lidmaatschap van de Staten
aanvaardt, of een benoeming tot Minister aanvaardt, door de daartoe bevoegde instantie op
non-activiteit wordt gesteld.
Artikel 8
Deze landsverordening kan worden aangehaald als: Non-activiteitstelling politieke
gezagdragers.
MEMORIE VAN TOELICHTING
Artikel 51, eerste lid, onderdeel h, van de ontwerp-Staatsregeling bepaalt dat een Lid van de
Staten niet tegelijk actief dienend ambtenaar kan zijn, terwijl artikel 34, tweede lid, sub h,
hetzelfde bepaalt voor een Minister. De onderhavige regeling heeft tot doel uitvoering te geven
wat betreft de positie van de ambtenaar die het lidmaatschap van de Staten aanvaardt,
alsmede van de ambtenaar van degene die het ambt van Minister of Gevolmachtigde Minister
gaat bekleden. Dit ontwerp is gebaseerd op de Nederlands-Antilliaanse regeling.
Artikel 3
Dit artikel schrijft dwingend voor dat de ambtenaar die het lidmaatschap van de Staten
aanvaardt of het ambt van Minister of Gevolmachtigde Minster gaat bekleden, door het
bevoegde gezag op non-actief wordt gesteld. Verder is voor het herstel in activiteit een
handeling van het bevoegde gezag voorgeschreven, tenzij de ambtsbetrekking van de
ambtenaar reeds eerder mocht zijn geëindigd. Te denken valt aan het geval waarin betrokkene
ondertussen de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en op grond daarvan is ontslagen, of
dat de ambtenaar is ontslagen vanwege opheffing van zijn dienst. Beëindiging van de
dienstbetrekking als ambtenaar staat uiteraard geheel los van het feit dat de ambtenaar op
non-activiteit is gesteld.
Artikel 5
De aanspraken waarop het Statenlid of de Minister of Gevolmachtigde Minister normaliter recht
op zou hebben als ambtenaar, kunnen hem uiteraard niet onthouden worden omwille van het
feit dat hij Statenlid is of het ambt van Minister of Gevolmachtigde Minister bekleedt.
Artikel 6
De Staatsregeling heeft de benoeming van bepaalde ambtenaren voorbehouden aan de
Koning; ingeval van non-activiteitstelling van zulke ambtenaren zal de Koning uiteraard
moeten verklaren dat daartegen geen bezwaar bestaat.

Landsverordening non activiteitstelling politieke gezagdrage

  • 1.
    Landsverordening tot regelingvan de non-activiteitstelling van politieke gezagdragers (Non-activiteitstelling politieke gezagdragers) Artikel 1 Voor de toepassing van deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder het bevoegde gezag: a. de Regering voor wat betreft de landsdienaren, met inachtneming van het hierna sub b bepaalde; b. de Staten voor wat betreft hun griffier. Artikel 2 Landsdienaar in de zin van deze regeling is hij, wiens benoeming tot landsdienaar bij de Staatsregeling van Sint Maarten aan de Koning is voorbehouden, hij die door de Regering is benoemd om in Sint Maarten in burgerlijke dienst werkzaam en de Griffier van de Staten. Artikel 3 1. De landsdienaar, die het lidmaatschap van de Staten aanvaardt, of een benoeming tot Minister of Gevolmachtigde Minister aanvaardt, wordt met ingang van de dag waarop hij de eed (verklaring en belofte) als bedoeld in respectievelijk artikel 41 en artikel 56 van de Staatsregeling van Sint Maarten aflegt, door het bevoegde gezag op non- activiteit gesteld. 2. Met ingang van de dag, waarop hij ophoudt lid te zijn van de Staten, of ophoudt Minister of Gevolmachtigde Minister te zijn, wordt de landsdienaar door het bevoegde gezag in activiteit hersteld, tenzij zijn ambtsbetrekking reeds eerder mocht zijn geëindigd. Artikel 4 De overeenkomstig artikel 3 op non-activiteit gestelde landsdienaar is ontheven van de waarneming van zijn ambt tot op de dag van zijn weder-inactiviteitstelling. Zijn bezoldiging of loon met inbegrip van eventuele toelagen wordt gedurende de non-activiteit niet genoten. Artikel 5 De tijd door een landsdienaar op non-activiteit doorgebracht telt mede voor het verkrijgen van aanspraken, voortvloeiende uit voor landsdienaren geldende wettelijke regelingen. Voor beoordeling van met zijn bezoldiging of loon in verband staande aanspraken wordt de bezoldiging of het loon als basis genomen, hetwelk hij in activiteit zou hebben genoten. Gedurende de non-activiteit wordt de landsdienaar op gelijke voet als de actief dienende landsdienaar in aanmerking gebracht voor bevordering. Artikel 6 De op non-activiteitstelling van de door of vanwege de Koning benoemde landsdienaren vindt niet plaats zolang niet door of vanwege de Koning is verklaard, dat daartegen geen bezwaar bestaat. Artikel 7 Het ten aanzien van de landsdienaar in deze landsverordening bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het lid van het personeel van een uit de openbare kas bekostigde bijzondere school voor zover de persoon, die het lidmaatschap van de Staten aanvaardt, of een benoeming tot Minister aanvaardt, door de daartoe bevoegde instantie op non-activiteit wordt gesteld. Artikel 8 Deze landsverordening kan worden aangehaald als: Non-activiteitstelling politieke gezagdragers.
  • 2.
    MEMORIE VAN TOELICHTING Artikel51, eerste lid, onderdeel h, van de ontwerp-Staatsregeling bepaalt dat een Lid van de Staten niet tegelijk actief dienend ambtenaar kan zijn, terwijl artikel 34, tweede lid, sub h, hetzelfde bepaalt voor een Minister. De onderhavige regeling heeft tot doel uitvoering te geven wat betreft de positie van de ambtenaar die het lidmaatschap van de Staten aanvaardt, alsmede van de ambtenaar van degene die het ambt van Minister of Gevolmachtigde Minister gaat bekleden. Dit ontwerp is gebaseerd op de Nederlands-Antilliaanse regeling. Artikel 3 Dit artikel schrijft dwingend voor dat de ambtenaar die het lidmaatschap van de Staten aanvaardt of het ambt van Minister of Gevolmachtigde Minster gaat bekleden, door het bevoegde gezag op non-actief wordt gesteld. Verder is voor het herstel in activiteit een handeling van het bevoegde gezag voorgeschreven, tenzij de ambtsbetrekking van de ambtenaar reeds eerder mocht zijn geëindigd. Te denken valt aan het geval waarin betrokkene ondertussen de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en op grond daarvan is ontslagen, of dat de ambtenaar is ontslagen vanwege opheffing van zijn dienst. Beëindiging van de dienstbetrekking als ambtenaar staat uiteraard geheel los van het feit dat de ambtenaar op non-activiteit is gesteld. Artikel 5 De aanspraken waarop het Statenlid of de Minister of Gevolmachtigde Minister normaliter recht op zou hebben als ambtenaar, kunnen hem uiteraard niet onthouden worden omwille van het feit dat hij Statenlid is of het ambt van Minister of Gevolmachtigde Minister bekleedt. Artikel 6 De Staatsregeling heeft de benoeming van bepaalde ambtenaren voorbehouden aan de Koning; ingeval van non-activiteitstelling van zulke ambtenaren zal de Koning uiteraard moeten verklaren dat daartegen geen bezwaar bestaat.