Doctoraalscriptie: Vruchtbare Grond

  • 1,988 views
Uploaded on

Waarom Marokkaanse jongeren wel radicaliseren en Turkse jongeren niet of nauwelijks.

Waarom Marokkaanse jongeren wel radicaliseren en Turkse jongeren niet of nauwelijks.

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,988
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
15
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Waarom Marokkaanse moslimjongeren wel radicaliseren en Turkse moslimjongeren niet of nauwelijks.Vruchtbare grond 1
  • 2. Voor iedereen die heeft bijgedragen aan detotstandkoming van deze scriptie. Vruchtbare grond Waarom Marokkaanse moslimjongeren wel radicaliseren en Turkse moslimjongeren niet of nauwelijks. Amsterdam, 25 april 2008 Nynke C. C. Poortinga Studentnummer 0282316 nynkepoortinga@hotmail.com Universiteit van Amsterdam Politicologie, Internationale Betrekkingen Begeleider: Prof. dr. Gerd Junne 2
  • 3. “Wie religie en politiek van elkaar wil scheiden, heeft van beide niets begrepen”. M O HAN DAS K . GAN D H I 3
  • 4. Inhoudsopgave 1.4 Voedingsbodem 24 1.4.1 Voedingsbodem 24Inleiding 10 1.4.2 Religieuze context 25 1.4.3 Overheidsbeleid 25Hoofdstuk 1 Islamitisch radicalisme op Nederlandse bodem 1.4.4 Economische trends 261.1 Nedersalafisme 19 1.4.5 Slotopmerking 261.1.1 Salafisme 191.1.2 Doelen 19 1.5 Samengevat 271.1.3 Aanhang 20 Noten 281.1.4 Profiel 20 Hoofdstuk 2 In de moskee1.2 Oorsprong en debat 20 2.1 Inleiding 331.2.1 Oorsprong 20 2.1.1 Hypothese en toelichting 331.2.2 Wrok jegens het westen 21 2.1.2 Methodiek 331.2.3 Radicaliseringsgolf in West-Europa 21 2.2 Migratiecontext 331.3 Leemte 221.3.1 Leemte in de sociale wetenschappen 22 2.3 Islamitische organisatie Marokkaanse gemeenschap 341.3.2 Marokkaanse oververtegenwoordiging taboe? 23 2.3.1 UMMON 34 2.3.1.1 Ideologie 34 2.3.1.2 Organisatiestructuur 35 4
  • 5. 2.3.1.3 Jongeren 35 2.5 Vergelijking 412.3.2 Vrije moskeeën: de islamisten 35 2.5.1 Conclusie hypothese 412.3.2.1 Ideologie 36 2.5.2 Verklaring 412.3.2.2 Organisatiestructuur 36 2.5.3 Kanttekening: Turkse islamisten 422.3.2.3 Jongeren 36 Noten 432.4 Islamitische organisatie Turkse gemeenschap 37 Hoofdstuk 3 In het stemlokaal2.4.1 Süleymancilar 37 3.1 Inleiding 462.4.1.1 Ideologie 37 3.1.1 Hypothese en toelichting 462.4.1.2 Organisatiestructuur 37 3.1.2 Methodiek 462.4.1.3 Jongeren 382.4.2 Diyanet 38 3.2 Migratiecontext 472.4.2.1 Ideologie 382.4.2.2 Organisatiestructuur 38 3.3 Politieke participatie Marokkaanse gemeenschap 482.4.2.3 Jongeren 39 3.3.1 Opkomst gemeenteraadsverkiezingen 482.4.3 Milli Görüs 39 3.3.1.1 Amsterdam 482.4.3.1 Ideologie 40 3.3.1.2 Rotterdam 482.4.3.2 Organisatiestructuur 40 3.3.1.3 Etnisch stemmen 492.4.3.3 Jongeren 40 3.3.2 Politiek vertrouwen 50 3.3.3 Jongeren 51 3.3.3.1 Stemgedrag 51 5
  • 6. 3.3.3.2 Politieke betrokkenheid 51 Hoofdstuk 4 Op de werkvloer3.3.3.3 Politiek vertrouwen 51 4.1 Inleiding 62 4.1.1 Hypothese en toelichting 623.4 Politieke participatie Turkse gemeenschap 52 4.1.2 Methodiek 623.4.1 Opkomst gemeenteraadsverkiezingen 523.4.1.1 Amsterdam 52 4.2 Migratiecontext 633.4.1.2 Rotterdam 523.4.1.3 Etnisch stemmen 52 4.3 Sociaaleconomische situatie3.4.2 Politiek vertrouwen 53 Marokkaanse gemeenschap 643.4.3 Jongeren 54 4.3.1 Eerste generatie 643.4.3.1 Stemgedrag 54 4.3.1.1 Opleidingsniveau 643.4.3.2 Politieke betrokkenheid 55 4.3.1.2 Werk en inkomen 643.4.3.3 Politiek vertrouwen 55 4.3.2 Huisvesting 65 4.3.2.1 Wijken 653.5 Vergelijking 56 4.3.2.2 Huis 653.5.1 Conclusie hypothese 56 4.3.2.3 Tevredenheid 653.5.1.1 Eerste generatie 56 4.3.3 Jongeren 663.5.1.2 Marokkaanse en Turkse jongeren 56 4.3.3.1 Opleidingsniveau 663.5.2 Verklaring 57 4.3.3.2 Jeugdwerkloosheid 66 Noten 58 4.3.4 Discriminatie 67 6
  • 7. 4.4 Sociaaleconomische situatie Turkse gemeenschap 68 Hoofdstuk 5 Oorzaak en gevolg4.4.1 Eerste generatie 68 5.1 Religieuze organisatie en islamitisch radicalisme 784.4.1.1 Opleidingsniveau 68 5.1.1 Virtuele radicalisering 784.4.1.2 Werk en inkomen 68 5.1.2 Islamistische kapers 794.4.2 Huisvesting 694.4.2.1 Wijken 69 5.2 Politieke participatie en islamitisch radicalisme 804.4.2.2 Huis 69 5.2.1 Vertrouwensbreuk 814.4.2.3 Tevredenheid 69 5.2.2 Legitimiteitsprobleem 824.4.3 Jongeren 694.4.3.1 Opleidingsniveau 69 5.3 Sociaaleconomische situatie en4.4.3.2 Jeugdwerkloosheid 70 islamitisch radicalisme 834.4.4 Discriminatie 70 5.3.1 Integratieparadox 83 5.3.2 Koren op de molen 844.5 Vergelijking 71 5.3.2.1 Lager opgeleide moslimjongeren 854.5.1 Conclusie hypothese 71 5.3.2.2 Hoger opgeleide moslimjongeren 854.5.1.1 Eerste generatie 714.5.1.2 Marokkaanse en Turkse jongeren 71 5.4 Samengevat: de kracht van sociaal kapitaal 854.5.2 Verklaring 72 Noten 874.5.2.1 Turks arbeidscircuit 724.5.2.2 Turkse ondernemersgeest 72 Noten 74 7
  • 8. Hoofdstuk 6 Conclusie6.1 Antwoorden 906.1.1 Theorie 906.1.2 Empirie 906.1.2.1 Hypothese 1 906.1.2.2 Hypothese 2 916.1.2.3 Hypothese 3 916.1.3 Analyse 926.1.3.1 Religieuze factoren 926.1.3.2 Politieke factoren 926.1.3.3 Sociaaleconomische factoren 926.1.4 Antwoord hoofdvraag 936.2 Reflectie 946.2.1 Overdenkingen 946.2.2 Gebruik van de theorie 956.2.3 Belang voor de wetenschap 95Bronnen 97 8
  • 9. Inleiding 9
  • 10. Aanleiding Mohammed is één van de naar schatting ongeveer 50.0001 moslims in Nederland, die zich aangetrokken voelen tot het islamitisch radicalisme“Vooral na 11 september [2001] begon ik vragen te stellen over het geloof (...) (AIVD, 2007: 29). Het gaat slechts om een paar procent van de Nederlandseen de positie van moslims in de wereld. Voorheen was ik helemaal niet praktiserend. moslims. Bovendien is niet gezegd dat iedereen uit deze groep uiteindelijk(...) Ik ben inmiddels een beter mens geworden. (...) Op een gegeven moment het radicaalislamitische gedachtegoed volledig zal accepteren. Noch verwachtkan de Nederlandse regering zich niet langer permitteren de moslims te negeren. de Nederlandse Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) datEr kan geen sprake zijn van een compromis van de kant van de islam en de islamitische radicalen acuut de Nederlandse rechtsorde of het welzijn van demoslims. Alleen de ongelovigen moeten concessies doen. (...) Moslims zijn zich bevolking bedreigen.in de afgelopen jaren over de hele wereld gaan verspreiden, met als doel een Toch staat de opkomst van het islamitisch radicalisme in Nederland centraalislamitische staat overal in de wereld te stichten. Dit zal lukken met de hulp in deze scriptie. Waarom? Ten eerste, omdat de sterke groei (AIVD, 2007:van Allah”. 29) van de beweging wel grote gevolgen kan hebben: de AIVD spreekt van(Mohammed in Buijs et al., 2006: 107-110). een ‘sluipend proces, dat (...) de cohesie en onderlinge solidariteit in de Islamitisch radicalisme aan het dictatoriale bewind van Robert Mugabe. interpretaties. De islam is superieur aan andere religies. Het veelgebruikte radicalisme is een ‘nogal ruime Kortom, een heldere definitie van Islamitisch Daarom moet de islam de basis vormen voor staat containerterm’, vinden politicologen Frank J. Buijs, radicalisme is essentieel: De gedachtegang van en samenleving; 6) Het is van het grootste belang dat Froukje Demant en Atef Hamdy (Buijs et al., 2006: 14). het islamitisch radicalisme heeft volgens Buijs et al. moslims actief proberen deze islamitische staat te Het verwijst naar ‘ernstige onvrede’ met een bestaande de volgende standpunten: 1) De rol van de islam is realiseren. maatschappelijke situatie, een ‘beeld van mensen en uitgespeeld in de politiek en de maatschappij, waardoor Het islamitisch extremisme vult deze standpunten aan instellingen, die hiervoor verantwoordelijk zijn’, een ondergang van de samenleving onvermijdelijk is; 2) De met de volgende denkbeelden: 7) Verwezenlijking van ideaalbeeld van hoe het wel moet, en wie dat kunnen burgerlijke en politieke elite zetten de islam bewust op de islamitische staat en de heerschappij van Allah is het bewerkstelligen (Buijs et al., 2006: 14). Binnen dit begrip een zijspoor en dat rechtvaardigt wantrouwen en verzet hoogste doel en heiligt daarom alle middelen; 8) Alleen valt de activist, die met behulp van (il)legale middelen jegens hen en hun sociaal-politieke orde; 3) De meeste de ware moslims horen bij Allah, alle overige moslims strijdt voor sluiting van een laboratorium, waar dier- religieuze gezagsdragers accepteren de teloorgang van en ongelovigen zitten in het kamp van het Kwaad; 9) proeven worden gehouden. Of de pro-Tibetaanhanger, het primaat van de islam en plegen daarom verraad; 4) Het is de plicht van alle ware moslims om dit Kwaad met die probeert de Olympische fakkelloop in Parijs te De basis van de islam moet worden hersteld door terug alle denkbare middelen te bestrijden en de gewenste frustreren. Ook ‘radicaal’ is het lid van de politieke te keren naar de traditionele islamitische normen en samenleving te realiseren (Buijs en Harchaoui, 2005: oppositie in Zimbabwe, die de hulp inroept van de waarden en de letterlijke lezing van de heilige boeken; 5) 98, 99; Buijs et al., 2006: 15). Internationale Gemeenschap om een eind te maken Deze interpretatie van de islam is superieur aan andere 10
  • 11. samenleving en de vrije uitoefening van (klassieke) grondrechten kan aantasten’. gebouwde Westen, staat in de kinderschoenen. Deskundigen zijn daarom De nationale veiligheidsdienst vreest dat deze op langere termijn leidt tot voorzichtig met het geven van antwoorden op deze nijpende vraag: Omzichtig het ontstaan van ‘parallelle samenlevingsstructuren [van radicale moslims] zoeken zij de oorzaak in de achtergestelde sociaaleconomische situatie met verwerping van het gezag van de overheid en het streven naar eigen van immigranten; het seculiere en schijnbaar islamonvriendelijke politiek rechtssystemen; interetnische spanningen; en ernstige maatschappelijke onrust en maatschappelijk klimaat; en de vervreemdende werking van schijnbaar en polarisatie’ (AIVD, 2007: 10). ongenuanceerde mediaberichtgeving over de islam en allochtonen. Ten tweede, omdat radicaliserende moslims in Nederland vooral (tweede Ten derde, omdat radicaliserende moslims in Nederland vooral een Marokkaanse generatie2) jongeren betreft, die hier geboren en getogen zijn (Buijs et al., achtergrond hebben (Buijs et al, 2006: 20; AIVD, 2004a/b/c, 2007). Jongeren 2006: 242). Jongeren, die eens Nederlandse uitgaansgelegenheden bezochten, van Turkse afkomst radicaliseren niet of nauwelijks, ondanks de overeenkomstige plezier maakten met autochtone religieuze beleving, sociaaleconomische status en migratiegeschiedenis.3 DezeMoslims vrienden en zich thuis leken constatering vormt het uitgangspunt voor deze scriptie.Een kritische noot bij het gebruik van de term moslim is te voelen in dit land. Jongeren,essentieel. Ik bedoel het volgende: individuen, die zichzelf die zich nu terugtrekken uit de‘moslim’ noemen of zich hiermee vereenzelvigen. Nederlandse samenleving en zich FocusDaarmee wil ik deze personen geenszins degraderen afkeren van haar niet-islamitischetot een ééndimensionale identiteit. Integendeel, deislamitische identiteit is slechts één van velen: een moslim inwoners. Ouders, imams, politici, Marokkaanse jongeren radicaliseren wel, Turkse jongeren niet. Waarom? Zijnkan tevens Berber zijn, piloot, salsadanser en inwoner journalisten en sociale weten- Turkse jongeren niet gevoelig voor het radicaalislamitische gedachtegoed?van Amsterdam Oud-Zuid. Bij radicale moslims treedt schappers vragen zich af: Waarom? Politicoloog en onderzoeker Jean Tillie denkt van wel: Volgens hem zijnde islamitische identiteit wel op de voorgrond en verdringt Grootschalig kwantitatief onderzoek Marokkaanse en Turkse jongeren in Nederland in beginsel even ontvankelijkdeze andere identiteiten. Overigens heb ik tijdens het naar islamitisch radicalisme in voor radicaalislamitische denkbeelden (Bron: interview met Tillie). Zijnschrijven van deze scriptie de indruk gekregen, dat het op christelijke fundamenten assumptie doet vermoeden dat er factoren zijn, die de ontwikkeling vanbekeerde moslims het meest fanatiek zijn in hun geloof.In de studie Strijders van Eigen Bodem (2006) van Buijset al. komen veel jongeren aan bod die vroeger nietpraktiseerden, maar nu overtuigd salafi zijn. 11
  • 12. radicale denkbeelden bij Turkse jongeren afremmen en/ of deze bij Marokkaanse vormt het wetenschappelijke gereedschap voor de opbouw van dezejongeren stimuleren. Dit vermoeden is de basis voor deze scriptie. scriptie. Wellicht leven Nederlandse Marokkanen en Nederlandse Turken in Nederland onder verschillende omstandigheden. Misschien kentTheorie de Marokkaanse moslimgemeenschap daardoor wel een voedingsbodemIn de jaren ’80 ontwikkelen politicoloog Gabriel A. Almond, historicus voor islamitisch radicalisme ontwikkeld en de Turkse moslimgemeenschapR. Scott Appleby en historicus Emmanuel Sivan een multidisciplinaire theorie, niet of in mindere mate. Dit zou verklaren waarom radicaliserendedie aansluit bij dit vermoeden: Volgens de drie onderzoekers creëren moslimjongeren in Nederland voornamelijk een Marokkaanse achtergrondbepaalde structurele leefomstandigheden een voedingsbodem waarin radicale hebben en niet of nauwelijks Turks zijn.religieuze opvattingen kunnen wortelen. Deze ‘voedingsbodemtheorie’ Moslimgemeenschap bestempelen als gemeenschappen van moslims, ofwel op de overkoepelende, islamitische verbondenheid. In het onderzoeksrapport Moslim in Nederland (2004), moslimgemeenschappen. Andersom geldt hetzelfde: de Nogmaals, ik voel mij hiertoe gerechtigd vanwege de een bundel van het SCP, de Universiteit Utrecht en de meeste studies die ik heb geraadpleegd, onderzochten hoge zelfidentificatie. De termen moslimgemeenschap Universiteit van Amsterdam (UvA) staat dat ongeveer de etnische Marokkaanse en Turkse gemeenschap. en gemeenschap gebruik ik daarom synoniem aan 98% van de Turkse respondenten en 99% van de Hoewel, de leden natuurlijk niet allemaal moslim zijn, recht- elkaar. Dat SCP, Universiteit Utrecht en de UvA eveneens Marokkaanse respondenten in Nederland zichzelf in vaardigen de eerdergenoemde hoge percentages van op deze manier generaliseren, sterkt mij in deze keuze. 1999 moslim noemde (Phalet et al., 2004b: 24). Voor islamitische beleving het wel voor mij om te generaliseren. Een kanttekening is op zijn plaats: het betreft hier 97% van de tweede generatie Marokkanen en 87% van Daarmee wil ik geenszins de twee gemeenschap- gegevens van een onderzoek uit 1999. Het is mogelijk de tweede generatie Turken is de islam belangrijk voor pen portretteren als homogene groepen. Integendeel: dat de religieuze zelftoewijzing van Turkse en de persoonlijke zingeving (Phalet et al., 2004c: 25). Deze vooral de Marokkaanse gemeenschap is een bijzonder Marokkaanse Nederlanders ten tijde van de publicatie hoge zelfidentificatie rechtvaardigt het voor mij om de heterogene groep en staat bekend vanwege de interne van deze scriptie is afgenomen. Marokkaanse en Turkse gemeenschap in Nederland te verdeeldheid. In deze scriptie leg ik echter de nadruk 12
  • 13. In deze scriptie staat de invloed van de leefomstandigheden van LeeswijzerMarokkanen en Turken op het ontstaan van het islamitisch radicalisme De scriptie bestaat uit drie delen, waarin de subvragen uit de vorigecentraal. Met behulp van interviews met deskundigen en een paragraaf centraal staan.literatuurstudie wordt de volgende probleemstelling onderzocht: Deel I (theorie) bestaat uit hoofdstuk 1. Hierin wordt het karakterHoofdvraag | Welke rol hebben de structurele leefomstandigheden van geschetst van de Nederlandse variant van het islamitisch radicalisme. Hetde Marokkaanse en Turkse gemeenschap in Nederland gespeeld bij het beschrijft eveneens de theoretische context en kaders van deze scriptie.hier opgekomen islamitische radicalisme? Tot slot licht hoofdstuk 1 de voedingsbodemtheorie van Almond, Appleby en Sivan toe.Deze hoofdvraag is opgesplitst in de volgende drie deelvragen: In de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deel II (empirie) worden respectievelijkTheorie | Wat is islamitisch radicalisme en hoe heeft deze ideologie voet aan de religieuze, politieke en economische leefomstandigheden van deHollandse grond gekregen? Marokkaanse en Turkse gemeenschap in Nederland beschreven. Dat gebeurt aan de hand van hypothesen, die overeenkomstig de theorie vanEmpirie | Kennen de Marokkaanse en Turkse gemeenschap structurele Almond et al. zijn ontwikkeld. Aan het eind van de hoofdstukken wordtleefomstandigheden, die een voedingsbodem kunnen creëren voor duidelijk of deze hypothesen bevestigd of weerlegd zijn. Tevens komt deislamitisch radicalisme? migratieachtergrond aan bod.Analyse | In hoeverre kunnen de structurele leefomstandigheden Hoofdstuk 2 behandelt de religieuze organisatie van de Marokkaanse en Turksevan de Marokkaanse en Turkse gemeenschap de opkomst van het moslimgemeenschap aan de hand van de volgende hypothese: In Nederlandislamitisch radicalisme in Nederland verklaren? is de Marokkaanse islamitische geloofsgemeenschap relatief los en de Turkse 13
  • 14. islamitische geloofsgemeenschap relatief hecht georganiseerd. Het hoofdstuk Deel III bestaat uit hoofdstuk 5. Hierin krijgt de lezer duidelijkheid overbeschrijft de verschillende islamitische stromingen binnen de Turkse en de drie bestudeerde typen leefomstandigheden en hun relatie met de opkomstMarokkaanse islam en hoe deze in Nederland zijn georganiseerd. Er wordt van het islamitisch radicalisme in Nederland. De scriptie wordt afgeslotenspeciaal aandacht besteed aan de mening en de invloed van moslimjongeren. met een conclusie.Hoofdstuk 3 stelt de politieke participatie centraal. Deze is bestudeerdaan de hand van de volgende hypothese: De Marokkaanse gemeenschap Verantwoordingneemt relatief weinig en de Turkse gemeenschap neemt relatief veel deelaan de Nederlandse politiek. Het hoofdstuk beschrijft de deelname van Keuze hypothesende twee gemeenschappen aan de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam Ik heb gekozen voor bovengenoemde hypothesen, omdat ik meen daten Amsterdam. De politieke betrokkenheid van moslimjongeren krijgt daarmee de meest relevante dimensies zijn gedekt: religie, politiek enspeciaal aandacht. economie. Het gros van het Nederlandse sociaalwetenschappelijk onderzoek naar allochtone bevolkingsgroepen is gewijd aan onderwerpen, die ookHoofdstuk 4 gaat in op de sociaaleconomische situatie aan de hand van in deze scriptie aan bod komen: zelforganisatie, deelname aan de (lokale)de volgende hypothese: De Marokkaanse gemeenschap kent een minder Nederlandse politiek en de sociaalmaatschappelijke leefsituatie. Dat sterktgunstige sociaaleconomische situatie dan de Turkse gemeenschap. Het mij in mijn uitgangspunt.hoofdstuk beschrijft de werkgelegenheid, het opleidingsniveau, de woonsituatie Graag had ik nog aandacht besteed aan sociologische en psychologischeen de tevredenheid hierover van de twee gemeenschappen. Er is speciaal factoren. Ik ben ervan overtuigd dat onder meer gezinssituatie, opvoeding enaandacht besteed aan het opleidingsniveau van moslimjongeren en de psychologische kenmerken een belangrijke rol spelen bij de vraag waaromjeugdwerkloosheid. Ook discriminatie door het bedrijfsleven komt aan bod. een aantal moslimjongeren in Nederland radicaliseert. Deze elementen vallen echter 14
  • 15. buiten het politiek-maatschappelijke karakter van deze scriptie. Daarom heb Doel scriptieik dat niet gedaan. Voor meer informatie over de invloed van sociologischeen psychologische kenmerken verwijs ik de lezer naar Buijs et al., 2006: Met deze scriptie hoop ik een bijdrage te leveren aan het onderzoek naarhoofdstuk 8; en Pels, 2003 en 1998. de groeiende populariteit van het radicaalislamitische gedachtegoed onder Nederlandse moslimjongeren. Ik kom niet met oplossingen of aanbevelingen.Moslimmeisjes Deze scriptie dient de lezer vooral te helpen dit fenomeen te begrijpen.Zoals eerder gezegd, zijn radicaliserende moslims vooral jonge mannen Of het nou een tijdelijke hype is of een blijvend gegeven, dat onderdeelmet een Marokkaanse achtergrond. Andere groepen zijn autochtone uitmaakt van de emancipatie van moslimimmigranten.bekeerlingen en jonge moslimvrouwen. De eersten komen niet aan Bovendien hoop ik aan te tonen dat religieus radicalisme niet van naturebod in deze scriptie, omdat hierin de leefomstandigheden van moslim- voortkomt uit religie: politieke en maatschappelijke elementen spelenimmigranten zijn onderzocht. een even belangrijke of misschien wel belangrijkere rol. Noch is religieusWaar de scriptie vertelt over (moslim)jongeren, kan jongens én meisjes radicalisme een gevolg van gebrekkige integratie van islamitische immigranten:worden gelezen. Een kanttekening is hier op zijn plaats: de in deze scriptie de eigenheid van etnische en religieuze bevolkingsgroepen komt prominentgeraadpleegde studies gaan vooral over radicaliserende jongens. Het is aan bod in deze scriptie. Maar, met name vanwege de interactie met debovendien goed mogelijk, dat de bestudeerde leefomstandigheden meer Nederlandse samenleving.gelden voor jongens dan meisjes. Islamitische vrouwen spelen bijvoorbeelddoorgaans geen rol in islamitische organisaties, laat staan dat jonge vrouwen hierinvloed op uitoefenen (Sunier, 1996).Voor specifieke informatie over radicaliserende moslimmeisjes verwijsik de lezer graag naar het artikel Lijden, strijden, heilig worden van JolandeWithuis (26/05/2007) en Nahed Selim’s reactie hierop: Dodelijke emancipatie(16/6/2007) in het dagblad Trouw – De Verdieping. 15
  • 16. Deel I Theorie 16
  • 17. Hoofdstuk 1 Islamitisch radicalisme op Nederlandse bodem 17
  • 18. D it hoofdstuk gaat in op de volgende vragen: Wat is islamitisch radicalisme en hoe heeft deze ideologie voet aan Hollandse grond gekregen? De eerste paragraaf schetst het karakter van de Nederlandsevariant van het islamitisch radicalisme. De tweede paragraaf beschrijftde internationale theoretische loopgravenoorlog tussen islamologen enoriëntalisten: twee kampen die lijnrecht tegenover elkaar staan in hunvisie op de geschiedenis, de dreiging en de toekomst van de politieke islam.De derde paragraaf stelt de vraag waarom radicale moslimjongeren inNederland voornamelijk tot één etnische groep behoren. De vierde paragraafbeschrijft het theoretisch handvat waarmee deze vraag beantwoord dientte worden. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte samenvattingen een vooruitblik op deel II. f 18
  • 19. 1.1 Nedersalafisme jihadi salafi’s, die pleiten voor een (gewelddadige) strijd tegen ongelovigen, inclusief gematigde moslims (Buijs et al., 2006: 69-96 en 132, 133).1.1.1 SalafismeHet kernconcept van het gedachtengoed van het islamitisch radicalisme 1.1.2 Doelenis din wa dawla; religie en staat zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.1 Wat willen Nederlandse salafi’s? Volgens Buijs et al. kennen de drieAanhangers willen het seculiere politieke bestel dat wereldwijd bovengenoemde groepen onderling grote meningsverschillen, maar delengangbaar is, vervangen door een bestuurlijk stelsel gebaseerd op islam- ze gemeenschappelijke kenmerken: Salafi’s verlangen ernaar de moslim-itische grondbeginselen. wereld te verenigen in één overkoepelende islamitische staat, ingericht volgensVanwege de politieke doelstellingen zien islamologen2 het islamisme als de regels van de islam. Extreme salafi’s willen ook de westerse wereld, inclusiefeen politieke stroming, die religieus is geïnspireerd. Deze assumptie, het Nederland, onderwerpen aan islamitische wetgeving.uitgangspunt voor deze scriptie, wordt verder toegelicht in paragraaf 1.2.1. Salafi’s keuren in ieder geval het Nederlandse democratische stelsel af,Nederlandse aanhangers van het islamitisch radicalisme noemen zich omdat deze door mensen is ingesteld. In een aantal gevallen leven zij inveelal salafi’s.3 De huidige variant van het salafisme in Nederland combineert geïsoleerde religieuze enclaves om zo min mogelijk met de Nederlandsehet gedachtengoed van de militante Egyptische oppositiebeweging maatschappij van doen te hebben.Muslim Brotherhood met het wahhabisme, de puriteinse officiële godsdienst in Salafi’s zijn ervan overtuigd dat zij de ‘ware’5 islam aanhangen. Dit betekentSaoedi-Arabië4 (Buijs et al., 2006: 59, 150). dat ze het bestaansrecht van andere geloofsvisies ontkennen. Met behulpPoliticologen Frank Buijs, Froukje Demant en Atef Hamdy onderscheiden van da’wa proberen ze ‘dwalende’ geloofsgenoten te overtuigen. Zo hopenin de studie Strijders van Eigen Bodem (2006) in Nederland drie groepen ze islamisering van onderaf te realiseren. Extremistische salafi’s gaan eensalafi’s; a-politieke salafi’s, die zich alleen richten op da’wa (religieuze zending) stap verder. Zij zijn bereid islamisering van de staat met geweld af te dwingen.6en zich verre houden van de Nederlandse politiek en de gewelddadigejihad; politieke salafi’s, die da’wa combineren met politiek activisme; en 19
  • 20. 1.1.3 Aanhang 1.2 Oorsprong en debatHoeveel procent van de islamitische geloofsgemeenschap in Nederlandis ontvankelijk voor het radicaalislamitische gedachtegoed? Schattingen 1.2.1 Oorspronglopen uiteen van 5%7 in Nederland tot 24% in Amsterdam.8 De wortels van het islamitisch radicalisme liggen in het postkolonialeDe AIVD geeft aan dat sprake is van een ‘expontiële toename’ (AIVD, Midden-Oosten. Na de onafhankelijkheid in de jaren ’60 bouwen de eerste2007: 29). Het aantal salafitische predikers en lezingen is tussen 2005 en Arabische overheden voort op het westerse seculiere staatsmodel. Van het2007 minstens verdubbeld9, mede dankzij een actief rekruteringssysteem: een op het andere moment zetten zij de modernisering in. Het resultaat istijdens lezingen worden talentvolle jongeren volgens de AIVD ‘gespot’ en grote sociaaleconomische ongelijkheid, corruptie en politieke uitsluiting.opgeleid tot prediker (AIVD, 2007: 29). De staat wordt een vreemde voor het Arabische volk. Er ontstaat een politieke oppositiebeweging met een religieuze basis:1.1.4 Profiel de politieke islam. Religie blijkt een effectief wapen, omdat religieuzeWie zijn deze radicale moslims? Het gaat vooral om hier geboren en/ of lijnen in het Midden-Oosten samenvallen met klassenlijnen: de rijke elitegetogen Marokkaanse jongeren.10 Ze zijn zowel laag- als hoogopgeleid. is relatief seculier, de gedepriveerde onderklasse relatief vroom (Ayubi,Buijs et al. stellen voorzichtig dat potentieel radicale jongeren de volgende 1991: hoofdstuk 10).ideeën hebben: Het Westen bedreigt de islam en islamitische landen; islamitischeen Europese leefwijzen gaan niet goed samen; moslims worden in het Westen Bovenstaand is de mening van islamologen, waarbij ik mij aansluit. Oriën-behandeld als tweederangsburgers; hun gebrekkige opleidingsniveau of talisten denken er heel anders over. De Amerikaanse historicus Bernardwerkloosheid is het resultaat van een discriminerende, anti-islamitische Lewis, één van de bekendste hedendaagse oriëntalisten, beschouwt desamenleving; politieke instituten en media moet je om die reden wantrouwen islam als een politieke religie die eeuwen geleden al de basis vormde voor(Buijs et al., 2006: 215, 216). het bestuur van het machtige Ottomaanse rijk. Daarmee onderschrijft 20
  • 21. het oriëntalisme het radicaalislamitische standpunt dat religie en staat in niale grootmacht volgens hen honderden jaren lang het Midden-Oostende islamitische wereld onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat de geëxploiteerd. Ten tweede steunt het Westen tot op de dag van vandaagpolitieke islam nu pas weer de kop opsteekt, komt volgens oriëntalisten dictatoriale regimes in het Midden-Oosten, zoals die van Anware El-Sadatdoordat het koloniale westen en seculiere Arabische overheden haar lange en zijn opvolger Hosni Mubarak in Egypte. Tot slot hebben de Verenigdetijd hebben onderdrukt (Lewis, 1990: passim). Staten zelf in de jaren tachtig de groei van de islamistische beweging gestimuleerd om een prowesterse buffer te creëren tegen de communistische1.2.2 Wrok jegens het Westen Sovjet-Unie (Fuller, 2003: hoofdstuk 10; Buijs et al., 2006: 159-161; Kepel,Ook de motivatie van moslimextremisten om aanslagen te plegen in het 2004: hoofdstuk 9).Westen, is onderwerp van debat. Elf jaar voor de aanslagen in de VerenigdeStaten waarschuwt Bernard Lewis in het artikel Roots of Muslim Rage 1.2.3 Radicaliseringsgolf in West-Europa(1990) voor een eeuwenoude, diepgewortelde haat in de moslimwereld Het islamitisch radicalisme beperkt zich niet meer tot het verre Midden-jegens de westerse cultuur. De woede is volgens Lewis een historische Oosten. Sociale wetenschappers en Europese veiligheidsdiensten signal-reactie op de teloorgang van het islamitische Ottomaanse Rijk en de eren onder westerse moslimjongeren in de arme buitenwijken van groteopkomst van de losse, westerse leefstijl, die zich als een olievlek tot ver in het West-Europese steden, een groeiende sympathie voor het gedachtegoed.Midden-Oosten heeft verspreid (Lewis, 1990: 60). Jaren later bevestigt de Voor oriëntalisten bewijst dit dat het islamisme wereldwijd terrein wint.Nederlandse Arabist en oriëntalist Hans Jansen deze visie in de Volkskrant. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt volgens hen voor een groot deel bijVolgens Jansen hebben islamisten “geen vrede met de superioriteit van westerse politici. Zij zouden overdreven tolerant zijn en niet daadkrachtighet westen en willen ze daar met behulp van terreur verandering in optreden. Na de moord op islamcriticus Theo van Gogh vertelt de Nederlandsebrengen”.11 Arabist Hans Jansen aan het Algemeen Dagblad dat “we [in Nederland]Islamologen wijten de bloedige aanslagen in het Westen aan de westerse net als de Azteken geen idee hebben van het gevaar waarin we verkeren”.12geopolitiek en wel om drie redenen. Ten eerste heeft Europa als kolo- Jansen hekelt het onduidelijke en ‘softe’ immigratiebeleid in Nederland. 21
  • 22. Hierdoor heeft zich volgens de arabist in achterstandswijken een islamitische spreekt van een heersende “bunkermentaliteit” (Fuller, 2003: 211). Sindssubcultuur kunnen ontwikkelen, die zich nu afzet tegen de Nederlandse de aanslagen zijn volgens hem burgerlijke vrijheden in onder andere desamenleving.3 Bernard Lewis meent zelfs dat Europese politici door hun Verenigde Staten rigoureus beperkt. In andere westerse landen is hetpolitieke correctheid en ‘culturele zelfverachting’ islamisering op het continent migratiebeleid flink aangescherpt. Dit beleid en de betrokkenheid bij de‘onafwendbaar’ hebben gemaakt. Als Europeanen geen respect tonen voor oorlog in Irak en Afghanistan resulteren volgens Fuller in een selffulfillinghun eigen cultuur en verworven vrijheden, waarom zouden islamitische prophecy: moslims keren zich af van de samenleving, omdat deze hen lijktmigranten dat dan wel moeten doen, vraagt hij zich af. te verstoten (Fuller, 2003: ibidem.). Ook Kepel wijst erop dat moslims in West-Europa sinds 2001 wordenDe apocalyptische visie van oriëntalisten op het islamisme staat in scherp geconfronteerd met een wantrouwige staat en samenleving. Daarnaast levencontrast met het optimisme van islamologen. De bloedige aanslagen op ze onder barre sociaaleconomische omstandigheden: Ze zijn nauwelijkswesterse doelen is voor hen een teken dat deze beweging wereldwijd aan opgeleid, hebben geen werk en wonen samengepakt in slechte wijken.populariteit inboet. De Franse Midden-Oostendeskundige en islamoloog Volgens Kepel vormen deze leefomstandigheden tezamen een pasklaar receptGilles Kepel ziet het extremistische geweld als een “wanhopig symbool van voor het ontwikkelen van een radicaalislamitische identiteit.14isolatie, fragmentatie en afname” (Kepel, 2004: 375).De groeiende schare van radicaalislamitische sympathisanten in West-Europalijkt sommige islamologen evenmin bezorgd te maken. Ze lijken dit 1.3 Leemtefenomeen te beschouwen als een onderdeel van de emancipatie van westersemoslims (AIVD, 2007: 9-15; Buijs, 20/06/06, NRC Handelsblad). 1.3.1 Leemte in de sociale wetenschapWel zijn islamologen het met hun oriëntalistische collega’s eens dat de Volgens het Ministerie van Justitie, de Nederlandse Veiligheidsdienst AIVDradicalisering van moslimjongeren deels westerse overheden te verwijten en onderzoekers Frank Buijs, Froukje Demant, Atef Hamdy en Jean Tillievalt. De Amerikaanse politiek analist en islamoloog Graham E. Fuller hebben radicaliserende moslimjongeren in Nederland overwegend een 22
  • 23. Marokkaanse achtergrond (Buijs et al, 2006: 20; AIVD, 2004a/b/c, 2007). Nederland is de gelijknamige bundel Moslims in Nederland (2004). DeHet aandeel radicale Turken is zowel in Nederland als in de rest van Europa bundel is het resultaat van een samenwerkingsverband van het Sociaal entot nog toe gering.15 Cultureel Planbureau (SCP), de Universiteit Utrecht en de Universiteit vanDat is opvallend, omdat Turkse en Marokkaanse moslimjongeren in Nederland Amsterdam. In deze studie zijn de resultaten opgenomen van kleinschaligeeen vergelijkbare migratiegeschiedenis en sociaaleconomische positie kennen.16 onderzoeken (uitgevoerd tussen 1998 en 2002) naar de religieuze betrokkenheidBovendien delen zij dezelfde islamitische toewijding, praktijk en beleving.17 van Turken en Marokkanen19 in Nederland.Sociale wetenschappers hebben hiervoor geen wetenschappelijke verklaring. Na de extremistische moord op islamcriticus Theo van Gogh in 2004 komt hetEen reden is dat onderzoek naar de opvattingen van moslims in West- islamisme in Nederland prominenter op de agenda. In mei 2006 publicerenEuropa en Nederland schaars is (Phalet et al, 2004a: 3). Onder meer, omdat Frank J Buijs, Froukje Demant en Atef Hamdy de eerder genoemde studieonderzoek onder allochtonen relatief moeilijk uit te voeren en daarom Strijders van Eigen Bodem. Hierin analyseren zij interviews met salafitischekostbaar is.18 en democratische moslimjongeren. In november 2006 presenteren MariekeEen andere reden is, dat Nederlandse sociale wetenschappers geen Slootman en Jean Tillie van het Instituut voor Migratie en Etnische Studiesvoedingsbodem vermoedden voor islamitisch radicalisme. Nico Landman (IMES) onder grote media-aandacht Processen van Radicalisering. Waaromconcludeerde in 1992 dat “radicalisering (...) in deze [Nederlandse] samen- sommige Amsterdamse moslims radicaal worden. De studie is het resultaatleving zeer onwaarschijnlijk [was]” vanwege de vrijheid van godsdienst” van een onderzoek naar radicale opvattingen onder moslims in Amsterdam.(Landman, 1992: 180). Shadid en Van Koningsveld zeggen hetzelfde in1997. Zij wijzen erop dat het democratisch leven in Nederland “pluralisme 1.3.2 Marokkaanse oververtegenwoordiging taboe?bevordert, terwijl fundamentalisme bij de gratie van onderdrukking tot Zoals gezegd neemt verklarend onderzoek naar de populariteit van hetbloei komt” (Shadid & Van Koningsveld, 1997: 40). islamitisch radicalisme in Nederland na de moord op Van Gogh toe. DeEén van de weinige onderzoeken naar de opvattingen van moslims in oververtegenwoordiging van Marokkaanse sympathisanten blijft echter 23
  • 24. onderbelicht. Waarom? Nederlandse onderzoekers lijken liever geen aandacht kent Turkije met de huidige, regerende AK-partij, voortgekomen uit dete besteden aan de oververtegenwoordiging van één etnische groep.20 islamitische Welvaartspartij, al jaren een islamistisch gekleurde overheid.21Criminoloog en antropoloog Hans Werdmölder spreekt van een blinde Wat betreft het tweede argument: islamisten stellen juist dat het Turksevlek, doordat sociale wetenschappers geen bijdrage willen leveren aan de Ottomaanse Rijk de ultieme islamitische staat is geweest (Ayubi, 1990:“stigmatisering van een kwetsbare minderheidsgroep” (Werdmölder, 2005: 61). hoofdstuk 1). Het Arabische islamisme kent dus wel degelijk Turkse elementen.Het is begrijpelijk en prijzenswaardig dat sociale wetenschappers voor- Daarentegen heeft het Noord-Afrikaanse Marokko nooit deel uitgemaaktzichtig omspringen met de relatie tussen cultuur en sociaal onacceptabel van het glorieuze Ottomaanse Rijk. Bovendien heeft ruim 70% van degedrag. Maar, het kan onwetenschappelijk zijn. Zoals Werdmölder zegt: Marokkanen in Nederland geen Arabische, maar een Berberse achtergrond“Wetenschappers hebben de taak de plavuizen van de samenleving op te (Obdeijn en De Mas, 2001: 12). In Marokko voelen Berbers zich gediscrimineerdlichten. Niet om ongewenste gegevens (...) te verhullen of weg te verklaren” ten opzichte van hun Arabische landgenoten.22 Dat het islamisme de Arabische(Werdmölder, 2005: 61). broederschap verheerlijkt, lijkt daarom eerder een reden voor MarokkaanseDe AIVD geeft in het rapport Radicale dawa in verandering. De opkomst jongeren om het gedachtegoed af te wijzen, dan om het te omarmen.van islamitisch neoradicalisme in Nederland (2007) wel enkele verklaringenvoor de onder- en oververtegenwoordiging van respectievelijk Turkse enMarokkaanse moslimjongeren. Turkse Nederlanders zijn volgens de AIVD 1.4 Voedingsbodemgewend aan een seculiere staat, Marokkaanse Nederlanders niet. Bovendienvoelen Turken in tegenstelling tot Marokkanen geen verwantschap met 1.4.1 Voedingsbodemhet Arabische islamisme (AIVD, 2007: 37 en 41). Uit de vorige paragrafen blijkt dat radicalisering een complex proces is metWat betreft het eerste argument: het is maar de vraag in hoeverre de politieke historische, religieuze en politiek-maatschappelijke oorzaken. Politicoloogsituatie in Turkije en Marokko van invloed is op de politieke voorkeur van Gabriel A. Almond, historicus R. Scott Appleby en historicus Emmanueljonge, in Nederland geboren en getogen Turken en Marokkanen. Bovendien Sivan erkennen deze verschillende facetten. In de jaren ‘80 hebben zij ruim 24
  • 25. 75 fundamentalistische23 netwerken wereldwijd onderzocht en zijn zij tot overheidsbeleid; en economische trends. Met behulp van de Nederlandsede volgende conclusie gekomen. De interactie tussen 1) bepaalde structurele situatie licht ik deze hieronder kort toe.leefomstandigheden van bevolkingsgroepen; 2) opvattingen van dezebevolkingsgroepen; en 3) de invloed van de radicale elite, kan resulteren in een 1.4.2 Religieuze contextvoedingsbodem voor religieus radicalisme (Almond et al., 2003: 116-135). De meeste radicale afscheidingen ontstaan volgens Almond et al. als deStructurele factoren als staatsstructuur en etnische samenstelling organisatie van een religieuze stroming zich beperkt rondom individuelebeïnvloeden bijvoorbeeld het denken en handelen van de bevolking: een gemeenschappen of gebedshuizen. Er ontbreekt dan een strakke, verticaleoverheid die een bepaalde etnische groep voortrekt, creëert onvrede onder hiërarchie en er zijn geen vaste geloofsregels (Almond et al., 2003: 122).de overige etnische groepen. Deze groepen zijn ontvankelijk voor de boodschap Individuen kunnen zo makkelijker een eigen gebedshuis beginnen of devan radicale religieuze leiders, waardoor een fundamentalistische beweging koers van een bestaande kapen. Consequenties zijn er niet of nauwelijks,kan ontstaan. zoals een overkoepelende organisatie die de geldkraan dichtdraait. Colin Mellis, adviseur voor de preventie van radicalisering bij de gemeenteDe creativiteit en competenties van de radicale elite zijn volgens Almond Amsterdam, herkent dit. Volgens hem zijn een aantal moskeeën in deet al. doorslaggevend voor het ontstaan van een radicaal-religieuze beweging. hoofdstad salafitisch gekleurd geraakt, omdat salafitische moslims hier hetDe leiders hebben echter alleen succes bij een bevolking als sprake is bestuur overnemen24.van bepaalde structurele leefomstandigheden. Deze omstandighedencreëren de vruchtbare grond waarin de fundamentalistische boodschap 1.4.3 Overheidsbeleidkan wortelen. Een overheid, die het religieuze karakter van bepaalde bevolkingsgroepenAlmond et al. noemen verschillende structurele factoren, die van negeert of hieraan juist veel aandacht besteedt, wekt volgens Almond et al.invloed zijn op het ontstaan van een dergelijke voedingsbodem. Ik beperk wantrouwen op. Etnische minderheden kunnen zich gediscrimineerd voelenmij in deze scriptie tot de volgende drie: de religieuze context; het type en dat maakt hen kwetsbaar voor radicalisering (Almond et al., 2003: 129). 25
  • 26. Almond et al. en Buijs bedoelen in deze context autocratische staats- 1.4.4 Economische trendsstructuren, niet democratieën (Almond et al., 2003: 129-130; Buijs, 2002: Een economische recessie, structurele werkloosheid of een onrechtvaardige89). Toch kan ook een democratische overheid eenzijdige besluiten opleggen verdeling van de welvaart kunnen radicale opvattingen genereren. Meten allesoverheersend zijn. Graham Fuller stelt in zijn boek The Future of name structurele werkloosheid creëert een “poel van potentiële rekruten”,Political Islam dat de (radicale) moslimidentiteit sterker op de voorgrond zeggen Almond et al. (Almond et al., 2003: 33) Volgen de auteurs werventreedt, naarmate staten worden ervaren als “gevangenissen voor ongelukkige radicale bewegingen daarom vooral onder laaggeschoolden en in de armere[moslim]minderheden” (Fuller, 2003: 72). Kunnen moslims in westerse wijken van grote steden (Almond, 2003: 33, 130).democratieën zichzelf zien als gevangenen van een niet-islamitische In Nederland zijn veel radicaliserende moslimjongeren juist hoger opgeleidoverheid? Misschien wel. Wanneer moslimgemeenschappen niet deelnemen (Buijs et al., 2006: p. 203). Toch lijken ook zij een zwakke positie op deaan de politiek, bijvoorbeeld door te stemmen, oefenen ze ook geen invloed arbeidsmarkt te hebben. Volgens onderwijssocioloog Jaap Dronkers werkenuit op het overheidsbeleid. Wanneer ze dit overheidsbeleid als nadelig of allochtone jongens vaker onder hun niveau en maken zij minder (snel)krenkend ervaren, kunnen moslims zich machteloos voelen en zichzelf als promotie dan hun autochtone collega’s.26slachtoffers zien van een allesoverheersende overheid. Zelfs al functioneert Met bovengenoemde factoren zijn de belangrijkste dimensies gedekt,deze overheid volgens democratische rechtsregels. namelijk religie, politiek en economie.27 Het gros van het NederlandseIn Nederland staan migranten en de islam prominent op de politieke agenda, sociaalwetenschappelijke onderzoek naar islamitische migrantengroepenmede dankzij de Partij voor de Vrijheid (PVV). Deze partij pleit onder meer gaat over deze drie dimensies en dat sterkt mij in mijn uitgangspunt.voor een burqaverbod en heeft grote kritiek op de koran.25 Het resultaat isdat Nederlandse moslimjongeren zichzelf zien als “bedreigde tweederangs- 1.4.5 Slotopmerkingburgers”, zeggen Buijs et al. (Buijs et al., 2006: 214). Een nadeel van de hierboven beschreven voedingsbodemtheorie van Almond et al. is dat zij deze in de jaren ’80 hebben ontwikkeld op basis 26
  • 27. van fundamentalistische bewegingen, die zijn ontstaan in hun natuurlijke Om dit te onderzoeken vergelijk ik in deel II van deze scriptie de structurelehabitat: radicaalchristelijke netwerken in de christelijke Verenigde Staten, leefomstandigheden van de Marokkaanse en Turkse gemeenschap inradicaalislamitische netwerken in het islamitische Midden-Oosten, etc. Aan Nederland met elkaar. Dat doe ik aan de hand van drie hypothesen op hetfundamentalistische bewegingen in een niet-natuurlijke religieuze omgeving gebied van religie, politiek en economie. fis, voor zover ik kan beoordelen, indertijd onderbelicht gebleven.Deze scriptie toetst in de volgende hoofdstukken of de voedingsbodemtheorievan Almond et al. ook de opkomst van het islamitisch radicalisme in hetvan oudsher christelijke Nederland kan verklaren. 1.5 SamengevatOnderzoekers Almond, Scott Appleby en Sivan stellen vast dat bepaaldestructurele omstandigheden een voedingsbodem creëren voor religieusradicalisme. Ondanks dat Nederlandse Marokkanen en Nederlandse Turkeneven gevoelig lijken te zijn voor het radicaalislamitische gedachtegoed,radicaliseren Marokkaanse moslimjongeren wel en Turkse moslimjongerenniet of nauwelijks. Hoe kan dat?Vermoedelijk verschillen de structurele leefomstandigheden van NederlandseMarokkanen en Nederlandse Turken van elkaar. Wellicht is bij de eerste groep welsprake van een voedingsbodem voor islamitisch radicalisme en bij de tweede niet. 27
  • 28. 1 Vrij vertaald, Ayubi,1990: 4. 10 De overige groep radicale moslims bestaat uit autochtone bekeerlingen en recent gemigreerde moslims. Bron: Buijs et al., 2006: 20; AIVD, 2007: 33; Tweede Kamerstuk 27925, 2003-2004: 3.2 De wetenschap van de islam. Bron: Van Dale Woordenboek Hedendaags Nederlands. 11 Jansen, de Volkskrant, 19-09-2006.3 Het salafisme is een strenge islamitische leer, die totale onderwerping aan God voorschrijft. Salafbetekent voorvader en verwijst naar de periode waarin de profeet Mohammed, zijn volgelingen 12 Jansen, het al.gemeen Dagblad, 04-11-04.en zijn onmiddellijke opvolgers leefden. De moslimwereld beleefde toen een politieke, economische,militaire en culturele bloeiperiode. Salafi’s geloven dat God met deze glorieuze era de eerste 13 Lazaroff en Horovitz, The Jerusalem Post, 01-02-2007.moslims beloonde voor hun ‘zuivere’ islambeleving. Zij pleiten daarom voor letterlijke naleving vande islamitische richtlijnen, die in deze tijd zijn opgeschreven (Buijs et al., 2006: 15; Fuller, 2003: 38, 48). 14 Kepel, NRC Handelsblad, 27-08-05.4 Voor meer informatie over het wahhabisme en haar invloed in Nederland. zie het AIVD rapport 15 In 2005 constateert de Deense onderzoeker Michael Taarnby “that there is an absence of anySaoedische invloeden in Nederland (2004). significant component of Turks in the [islamist] (...) networks, despite the millions of Turks residing in Europe” (Taarnby, 2005: 31). In de samenvatting van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland5 ‘Waar’ wordt (in deze context) beschouwd als subjectief begrip. Daarom is dit woord tussen (DTN) van 13/10/06, uit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (Nctb) wel zorg over deaanhalingstekens gezet. “groeiende radicalisering onder Turkse jongeren”, die eerder beperkt was (DTN, 2006: 4). Een jaar later (in 2007) schrijft de AIVD dat radicaliserende jongeren nog steeds overwegend Marokkaans6 Politicologen Frank Buijs, Atef Hamdy en Froukje Demant van de Universiteit van Amsterdam zijn en dat Turkse jongeren veel minder vatbaar lijken te zijn voor het salafitische gedachtegoedinterviewden voor hun studie Strijders van Eigen Bodem ruim twintig radicaalislamitische jongeren. (AIVD, 2007: 38, 85).Deze subparagraaf is gebaseerd op hun bevindingen. Bron: Buijs et al., 2006: 59-86 en 129-133. 16 In hoofdstuk 2, 3 en 4 wordt de migratiegeschiedenis en sociaaleconomische positie van Turken7 AIVD, 2007: 29. en Marokkanen in Nederland toegelicht.8 In 2006 stellen politicologen Jean Tillie en Marieke Slootman vast dat ruim 24% van de moslims 17 Voor respectievelijk 97% van de 2e generatie Marokkanen en 87% van de 2e generatie Turkenin Amsterdam een ‘orthodox religieuze overtuiging’ heeft en de islam als ‘politiek strijdpunt’ is de islam belangrijk voor persoonlijke zingeving (Phalet et al., 2004c: 25). Drie op de tien 2ebeschouwt . Dit zijn kenmerken die gevoelig maken voor radicalisering. Bron: Tillie en Slootman, generatie Marokkanen en Turken bezoekt wekelijks de moskee (Phalet et al., 2004c: 94). Deze2006: 24, tabel 11. bevindingen worden bevestigd in de studie Van Allah tot Prada (2006) van het Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling Forum. Onderzoekers Nabben et al. concluderen in deze studie dat9 Volgens de AIVD worden in 2007 op dertig locaties lezingen gegeven door ongeveer 25 predikers, Turkse en Marokkaanse jongeren dezelfde religieuze beleving hebben (Nabben et al, 2006: 87).waarvan er tien in opleiding zijn. Een lezing wordt bijgewoond door ongeveer 100 jonge Marokkanen. Bron:AIVD, 2007: 29, 39. 28
  • 29. 18 Moeizaam en kostbaar vanwege onder meer de taalbarrière en de toegankelijkheid van allochtone 27 Uitgezonderd de sociologie en psychologie. Ik ben ervan overtuigd dat gezinssituatie, opvoedingmoslimgemeenschappen in Nederland (Vollebergh, W., 2002: 3, 4). en psychologische kenmerken eveneens een belangrijke rol spelen bij de vraag waarom een aantal moslimjongeren in Nederland radicaliseert. Deze elementen vallen helaas buiten het politiek-19 Ongeveer 98% van de onderzochte Turken en 99% van de onderzochte Marokkanen in maatschappelijke karakter van deze scriptie. Daarom heb ik hier geen aandacht aan besteed. VoorNederland ziet zichzelf in 1999 als moslim (Phalet et al, 2004b: 24). Deze overweldigende meer informatie over de invloed van sociologische en psychologische kenmerken, verwijs ik dereligieuze zelftoewijzing is voor de onderzoekers en voor mij een rechtvaardiging om de Turkse en lezer naar Buijs et al., 2006: hoofdstuk 8; en Pels, 2003 en 1998.Marokkaans gemeenschap in Nederland te beschouwen als moslimgemeenschap. Vandaar dat determ ‘moslimgemeenschap’ in deze scriptie wordt gebruikt als synoniem van de etnische Turkseen Marokkaanse gemeenschap in Nederland. Een kanttekening is op zijn plaats: het betreft hiergegevens van een survey uit 1999. Het is mogelijk dat de religieuze zelftoewijzing van Turkse enMarokkaanse Nederlanders ten tijde van de publicatie van deze scriptie is afgenomen.20 Voor meer informatie, zie hoofdstuk 3 van Marokkaanse jeugddelinquenten en het ITB-CRIEMprogramma, de afstudeerscriptie van Elisabeth Marike Bachrach (2005, Universiteit van Amsterdam).21 Kepel, 2004: hoofdstuk 15; Santing,21-04-1999, NRC Handelsblad http://www.nrc.nl/redactie/W2/Lab/Turkije/pamuk.html (geraadpleegd op 06-04-08).22 Het sociaaleconomische leven in Marokko richt zich vooral op Arabisch sprekenden, een taaldie de meeste Berbers niet machtig zijn. Daardoor maken ze onder andere minder kans op werk.(Botje, 2001: 19; Hart, 2000: 7).23 De auteurs definiëren fundamentalisme als een “onderscheidend patroon van religieus verzetwaarbij zelfbenoemde ‘ware’ gelovigen proberen de erosie van religieuze identiteit tegen te gaan enalternatieven creëren voor seculiere instituties en gedragingen” (Almond et al, 2003: 17).24 Bron: interview met Colin Mellis.25 http://www.groepwilders.nl/.26 Van Buuren, 18/11/04, Observant. 29
  • 30. Deel II Empirie 30
  • 31. Hoofdstuk 2 In de moskee 31
  • 32. V an theorie naar praktijk: Deel II van deze scriptie beschrijft in drie hoofdstukken de religieuze, politieke en economische leefwereld van de Marokkaanse en Turkse moslimgemeenschap in Nederland. Het volgende staat centraal: Kennen deMarokkaanse en Turkse gemeenschap structurele leefomstandigheden,die een voedingsbodem kunnen creëren voor islamitisch radicalisme?Zo ja, komen deze verschillen overeen met de voedingsbodemtheorievan Almond et al.? Ieder hoofdstuk vertrekt vanuit een hypothese,gebaseerd op de theorie van Almond et al.In hoofdstuk 2 staat de religieuze organisatie centraal. Deze is bestudeerdaan de hand van de volgende hypothese: De Marokkaanse gemeenschap isrelatief los en de Turkse gemeenschap is relatief hecht georganiseerd.Paragraaf 1 licht deze hypothese toe, paragraaf 2 geeft de lezer relevanteinformatie over de migratieachtergrond. De derde en vierde paragraafbeschrijven de religieuze organisatie van respectievelijk de Marokkaanseen de Turkse moslimgemeenschap in Nederland. Op basis van dezebeschrijving wordt in de slotparagraaf geconcludeerd of de hypotheseal dan niet is bevestigd. f 32
  • 33. 2.1 Inleiding In Nederland is de Marokkaanse islamitische geloofsgemeenschap relatief los en de Turkse islamitische geloofsgemeenschap relatief hecht georganiseerd.2.1.1 Hypothese en toelichtingReligieus radicalisme komt vaak voor bij stromingen, die losjes zijn 2.1.2 Methodiekgeorganiseerd rondom individuele geloofsgemeenschappen (Almond et Voor dit hoofdstuk maak ik primair gebruik van de volgende studies:al., 2003: 122 en Buijs, 2002: 88). Ten eerste kunnen radicalen in een Van mat tot minaret: de institutionalisering van de islam in Nederland vanautonome kerk of moskee makkelijker de religieuze koers beïnvloeden, theoloog Nico Landman (1992); en De islam in beweging. Turkse jongerendan wanneer deze deel uitmaakt van een religieuze federatie. Ten tweede en Islamitische Organisaties van antropoloog Thijl Sunier (1996).is een radicale breuk minder ingrijpend, omdat er geen consequenties zijn: Voor recente data heb ik geraadpleegd: Turkse Islam: perspectieven opEr is geen overkoepelende autoriteit, die de geldkraan dichtdraait of die de organisatievorming en leiderschap in Nederland van Kadir Canatan (2001);enige weg naar de hemel pretendeert te kennen (Almond et al., 2003: 123). People from the Middle East in the Netherlands van Hans van AmersfoortPoliticoloog Frank J. Buijs meent dat de islam in Nederland “geen kerkelijke en Jeroen Doomernik (2003); en de SCP-deelstudie Moslim in Nederland.structuren kent” en dat dit (mede) de opkomst van het islamitisch radicalisme Islamitische Organisaties van Anja van Heelsum, Meindert Fennema enverklaart (Buijs, 2002: 88). “De” islam bestaat echter niet. Eenheid in de Jean Tillie (2004).wijze waarop zij is georganiseerd daarom evenmin.De salafitische beweging in Nederland trekt met name Marokkaansemoslimjongeren aan. Turkse moslimjongeren radicaliseren niet of nauwelijks. 2.2 MigratiecontextOvereenkomstig bovenstaande theorie van Almond et al. vermoedik dat de Marokkaanse variant (of varianten) van de islam in Nederland De eerste Turkse en Marokkaanse moslims in Nederland zijn jonge mannen, die inlosser is georganiseerd dan de Turkse variant (of varianten) van de de jaren ‘60 als gastarbeider naar Nederland vertrekken. De meeste van hen zijnislam. Daarom toets ik in dit hoofdstuk de volgende hypothese: ongeschoold en komen van het traditionele platteland (Lindo et al., 1997: 58). 33
  • 34. In Turkije zijn religie en politiek gescheiden in een seculier staatsmodel, Er is sprake van een losse verdeling tussen gebedshuizen, die zijn aangeslotenzorgvuldig bewaakt door het kemalistische leger (Canatan, 2001: hoofdstuk 2). bij de Unie van Marokkaanse Moslim Organisaties Nederland (UMMON)In Marokko vallen deze twee domeinen samen, omdat de Marokkaanse en autonome moskeeën. De ideologie van autonome moskeeën varieertkoning tevens de hoogste religieuze gezagsdrager is (Landman, 1992: van gematigd soennietisch tot islamistisch. Linkse oppositiegroeperingenp. 51). In beide landen bepaalt de overheid echter de religieuze praktijk en als het Komité Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN) hebbenzijn oppositiestromingen verboden (Lindo et al., 1997: 27). geprobeerd deze moskeeën te verenigen, maar zijn daarin niet geslaagdNoch Turken, noch Marokkanen hebben hierdoor veel ervaring opgedaan (Landman, 1992: 172, 173).met organisatievormen als vakbonden of politieke partijen. Bovendienontbreekt het hen aan kennis van de Nederlandse taal en wetgeving. Daarom 2.3.1 UMMONbloeit de islamitische organisatie pas op in de jaren ’701, met de komst 2.3.1.1 Ideologie | De Unie van Marokkaanse Moslim Organisaties Nederlandvan gezinnen. Dan groeit de behoefte aan betere religieuze accommodatie, (UMMON) is gelieerd aan de Marokkaanse overheid3 (Ter Wal, 2005: 30).zodat kinderen bijvoorbeeld koranonderwijs kunnen volgen. Sinds 1982 vertegenwoordigt deze vereniging in Nederland de officiëleWat begint met enkele moskeeën zal in enkele decennia uitgroeien tot een islam, waarbij het standpunt van het Marokkaanse vorstenhuis de norm is.geïnstitutionaliseerde Marokkaanse en Turkse infrastructuur met ruim 500 De ruim tachtig aangesloten moskeeën varen echter niet alle dezelfdeislamitische organisaties (Van Heelsum et al., 2004a: 3). ideologische koers. Er bestaat grote diversiteit in de mate van konings- gezindheid en iedere moskeeorganisatie bepaalt haar eigen religieuze beleid. Ter illustratie, de UMMON is er niet in geslaagd een consensus 2.3 Islamitische organisatie Marokkaanse gemeenschap te creëren over de data van islamitische feestdagen.4 Een aantal moskeeën houdt zich aan de Marokkaanse kalender. Andere richten zich naarDe Marokkaanse moslimgemeenschap in Nederland kent in 2004 minimaal islamitische landen in het Midden-Oosten (Landman, 1992: 164).171 islamitische organisaties en 92 moskeeën2 (Van Heelsum et al., 2004a: 3). 34
  • 35. 2.3.1.2 Organisatiestructuur | De UMMON moet de controle houden over gevoelig. Financieel wanbestuur of geruchten hierover, zijn “een plaag”de islambeleving van de Marokkaanse diaspora, maar slaagt daarin niet. voor Marokkaanse moskeeorganisaties, zegt Landman (Landman, 1992: 70).De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) beschrijft deUMMON als een “nogal vaag verband van groeperingen”, die hun eigen 2.3.1.3 Jongeren | In Marokkaanse moskeeën maakt de eerste generatie debeleid willen bepalen (Waardenburg, 2001: 25). Zo rekruteren ze imams5 dienst uit (Landman, 1992: 70; Tweede Kamerstuk 28689, 2004: 492). Ditop hun eigen manier, ondanks door de UMMON vastgestelde standaardpro- heeft gevolgen voor het aanbod van niet-religieuze activiteiten: Ten eerste,cedures. Bovendien heeft de federatie moeite de achterban te mobiliseren: hoe ouder de bestuursleden, hoe minder sociaal-culturele activiteiten erVan de moskeeorganisaties die jaarlijks contributie betalen, bezoekt eind in een moskee worden georganiseerd. Voor een belangrijk deel komt dit doordatjaren ’80 niet meer dan 60% de algemene raadsvergaderingen (Landman, het bestuur vindt dat zaken als tafeltennis en een voetbaltoernooi niet thuis1992: 165). horen in een moskeeorganisatie (Tweede Kamerstuk, 28689, 2004: p. 492).Op lokaal niveau hebben moskeebesturen volgens theoloog Nico Landman Een tweede gevolg is de generatiekloof tussen jongeren en de imam: Deeveneens “grote moeite om effectief te opereren” (Landman, 1992: 70). religieuze voorganger is vaak een stuk ouder en spreekt over het algemeenDat komt doordat een formele organisatiestructuur vaak ontbreekt of enkel Arabisch. Martijn de Koning en Edien Bartels stellen in hun artikeluitsluitend op papier bestaat.6 Hoewel sommige Marokkaanse moskeeën Voor Allah en Mijzelf. Jonge Marokkanen op zoek naar de ‘echte’ Islamhierdoor prima functioneren, meent Landman dat dit gebrek de besluit- (2005) dat de meeste Marokkaanse imams daarom geen flauw benul hebbenvorming bemoeilijkt. Ten eerste vinden activiteiten of het aanstellen van van de wereld waarin moslimjongeren leven. Het gevolg is dat jongereneen imam plaats volgens ongeschreven regels en met bemoeienis van de zich buiten de moskeeorganisaties om verenigen of hun heil zoeken ophele gemeenschap (Landman, 1992: 158). Ten tweede worden voortdurend islamitische websites (De Koning en Bartels, 2005).besluiten teruggedraaid. Zelfs als op grond hiervan al is onderhandeld metNederlandse instanties (Landman, 1992: 70). Tot slot maakt een gebrek 2.3.2 Vrije moskeeën: islamistenaan vastgestelde regels en richtlijnen het beheer van een moskee fraude- De “vrije moskee” is een term van het Komité Marokkaanse Arbeiders in 35
  • 36. Nederland (KMAN). Deze linkse oppositiegroepering probeert in de jaren “verval en [de] verwerpelijke vernieuwing” in de “ongelovige [Nederlandse]‘80 tevergeefs islamitische verenigingen te verenigen, die niet aangesloten maatschappij”. Ook richt het bestuur zich op de bekering van “dwalende”zijn bij de UMMON. Volgens Landman mislukken deze pogingen doordat geloofsgenoten (Landman, 1992: 176).de UMMON de islam als strategisch wapen inzet in de strijd tegen deMarokkaanse overheid (Landman, 1991: 172, 173). Moskeebestuurders 2.3.2.2 Organisatiestructuur | De Tawhidmoskee functioneert autonoom,ontwikkelen een “afkeer tegen de nadrukkelijke politieke stellingname” maar staat in contact met gelijkgezinde moskeeën (Landman, 1992: 175).van de KMAN, aldus de theoloog (Landman, 1991: 173). Hoewel deze islamistische moskeeën voornamelijk een Marokkaanse achterbanEen aantal van deze vrije moskeeën heeft een radicaalislamitisch karakter. hebben, worden ze vaak gefinancierd en bestuurd door niet-MarokkanenDeze subparagraaf beschrijft de organisatie van één van hen: de Tawhid (Van Heelsum et al., 2004a: 15; Landman, 1992: 183). De AIVD spreektMoskee in Amersfoort. van “islamistische filialen”, die worden gerund door met name Saoedische niet-gouvernementele organisaties (AIVD, 2004d: 3, 4).2.3.2.1 Ideologie | In 1986 scheidt een groep jongeren zich af van deofficiële, bij de UMMON aangesloten Marokkaanse moskee in Amersfoort 2.3.2.3 Jongeren | In tegenstelling tot de moskeeën van de UMMONom de Tawhidmoskee op te richten. Een belangrijke reden voor de breuk richten islamisten zich specifiek op jongeren. Het gebrek aan activiteitenis, dat de eerste moskee geen kritiek toestaat op het autocratische regime voor jongeren bij de oude moskee in Amersfoort is een belangrijke redenvan het koningshuis in Marokko. Het bestuur van de Tawhid is eveneens geweest voor de oprichting van de bovengenoemde Tawhid Moskee. Dekritisch over de Marokkaanse “gewoonte-islam”, die doordrenkt is van Tawhid biedt recreatieve activiteiten, variërend van tafeltennis en -voetbal totniet-religieuze gebruiken. Conform het salafitische gedachtegoed stelt computercursussen. Ook besteedt de moskee aandacht aan maatschappelijkehet bestuur een statuut op, waarin strikte navolging van de islamitische problemen als werkloosheid (Landman, 177).geschriften centraal staat (Landman, 1992: 176, 177).De Tawhidmoskee wil met name jonge moslims beschermen tegen het 36
  • 37. 2.4 Islamitische organisatie Turkse gemeenschap koranonderricht geniet grote faam. Zelfs ouders die bij een andere Turkse stroming horen, laten hun kinderen regelmatig bij de Süleymanci’s lesDe Turkse islamitische gemeenschap in Nederland kent 356 islamitische volgen (Sunier, 1996: 78).organisaties en 205 moskeeën. De meeste zijn statutair verbonden aan Religieuze bijeenkomsten zijn gericht op de heilzame invloed van dede drie grootste ideologische bewegingen: de conservatief-mystieke overleden oprichter Süleyman Hilmi Tunahan (Sunier, 1996: 52, 53). DatSüleymancilar; de Turks-nationalistische Diyanet; en de islamistische Milli geeft de beweging een mystiek karakter.Görüs. Europese koepelorganisaties bewaken het ideologisch gehalte vande aangesloten stichtingen en verenigingen (Sunier, 1996: 40). 2.4.1.2 Organisatiestructuur | Het zwaartepunt van de organisatie ligt bij het Islamische Kulturzentrum (IKZ) in West-Duitsland. Vanuit dit centrale2.4.1 Süleymancilar orgaan ontwikkelden de Süleymanci’s in de jaren ’70 een netwerk van2.4.1.1 Ideologie | De Turkse Süleymanci’s zijn het eerst actief in Europa. koranscholen annex gebedsruimtes door heel West-Europa. In 1972 vestigtIn Nederland beheren ze 20 moskeeën en 30 religieuze organisaties de Nederlandse tak, de Stichting Islamitisch Centrum Nederland (SICN)(Van Heelsum et al., 2004a: 11). zich in een hoofdkantoor in Utrecht (Canatan, 2001: 86).Er is weinig bekend over deze naar binnen gekeerde beweging De Süleymancilarbeweging kent een sterk hiërarchisch bestuur met verticale(Sunier, 1996: 52). Wel is duidelijk dat de Süleymanci’s conservatief zijn: gezagsverhoudingen (Landman, 1992: 72). Aangesloten stichtingen zijnZe stimuleren het dragen van hoofddoekjes en pleiten voor gescheiden juridisch ondergeschikt aan het hoofdkantoor in Utrecht. Hier wordengymnastiekles voor jongens en meisjes (Van Heelsum, 2004b: 27). lokale bestuursleden benoemd en ontslagen (Canatan, 2001: p. 88, Sunier,De Süleymanci’s richten zich primair op godsdienstonderwijs en hebben 1996: p. 103).geen politieke aspiraties. Ze willen moslimjongeren in Nederland helpen Wereldlijk en geestelijk bestuur zijn niet gescheiden in deze Turkse stroming.een sterke islamitische identiteit te ontwikkelen om ze zo te beschermen De landelijke voorzitter van de SICN is tevens hoofdimam. Ook bij lokaletegen ‘slechte’ zaken als drank en drugs (Sunier, 1996: 103). Hun moskeeorganisaties treden bestuursleden op als voorganger (Sunier, 1996: 103). 37
  • 38. 2.4.1.3 Jongeren | Jongeren zijn de belangrijkste doelgroep van de De Diyanet propageert de Turks-islamitische Synthese, een gematigdeSüleymancilar, omdat religieus onderwijs de primaire activiteit is. Kinderen soennitische islam die religie en politiek strikt gescheiden houdt. De synthesebouwen vanaf een jaar of 7 een band op met de organisatie en de imam geniet verheerlijkt de Turkse nationaliteit: een goed moslim heeft ook liefde voordan ook veel gezag bij jongeren. (Sunier, 1996: 100). Zo roemen jongeren zijn Turkse vaderland. Andere islamvisies, inclusief de Arabische, wordenin de Merkez moskee in Rotterdam het laagdrempelige karakter van dit als “achterlijk” beschouwd (Canatan, 1990: 90).gebedshuis en de hechte band die ze hebben met de imam. Volgens hen is eraltijd ruimte om over persoonlijke problemen te praten. Daardoor brengen de 2.4.2.2 Organisatiestructuur | De Diyanet kent net als de Süleymancilarjongeren veel vrije tijd door in de moskee, ondanks dat hier weinig recreatieve een hiërarchisch bestuur met verticale gezagsverhoudingen (Landman,activiteiten zijn. Hoewel jongeren bestuurlijke taken krijgen, maken 1992: 72). De ruim 140 aangesloten verenigingen staan onder leidingouderen vooralsnog de dienst uit in de Merkez moskee.7 van twee landelijke koepelorganisaties: de Stichting Turks-islamitische Culturele Federatie (TICF), opgericht in 1979 en de Islamitische Stichting2.4.2 Diyanet Nederland (ISN)8, opgericht in 1982.2.4.2.1 Ideologie | De Diyanet is de grootste Turkse islamitische beweging De TICF houdt zich vooral bezig met sociaal-culturele en maatschappelijkein Nederland: ruim 75% van de Turkse religieuze organisaties in Nederland taken. Daarbij staan concrete zaken als taalproblemen centraal. Het bestuurzijn hierbij aangesloten. Ter illustratie, als in een stad één Turkse moskee bestaat uit Turkse migranten, afgevaardigden van aangesloten verenigingen.staat, is dat meestal een Diyanetmoskee (Van Heelsum et al., 2004a: 8). De ISN is betrokken bij de benoeming van bestuursleden van lokaleDe Diyanetstroming in West-Europa staat onder controle van het moskeeorganisaties; bouwt, koopt en beheert moskeeën; is verantwoordelijkgelijknamige ministerie van Godsdienstzaken in Turkije. Haar missie is te voor de aanstelling en betaling van Turkse imams; en regelt de verspreidingvoorzien in de religieuze behoeften van de Turkse diaspora. Tegelijkertijd van religieuze literatuur (Canatan, 2001: 89: Van Heelsum et al., 2004a: 58).dient de beweging “extremistische” tendensen tegen te gaan, waarmee de Het bestuur bestaat uit medewerkers van de Turkse ambassade (Canatan,aanhang van de niet-officiële Turkse islam wordt bedoeld (Canatan, 2001: 90). 2001: 89). Met de oprichting van de ISN is de Turkse overheid er 38
  • 39. geleidelijk in geslaagd invloed uit te oefenen op de religieuze beleving gesloten. In een reactie stapt het jongerenbestuur collectief op en het projectvan de Turkse diaspora. gaat uit “als een nachtkaars” (Sunier, 1996: 91).Geestelijke taken en bestuur zijn zowel bij de TICF als de ISNstrikt gescheiden, geheel in overeenstemming met het seculiereTurks-Nationalistische ideaal (Sunier, 1996: 67). 2.4.3 Milli Görüs 2.4.3.1 Ideologie | Milli Görüs (Nationale Visie), de grootste Turkse2.4.2.3 Jongeren | De Turkse overheid heeft lange tijd jongeren als oppositiestroming in Nederland, kent volgens Van Heelsum et al. ongeveerdoelgroep verwaarloosd en richt zich vooral op het bouwen van moskeeën. 45 moskeeën en een “groeiend aantal” actieve jongerenverenigingen (VanHet bestuur van deze moskeeën bestaat net als bij de Marokkaanse UMMON Heelsum et al., 2004a: 9). Het karaker is niet-nationalistisch, waardoor ookmoskeeën uit mannen van de eerste generatie. Daardoor wordt weinig voor veel Koerden zich bij de beweging hebben aangesloten (Sunier, 1996: 69).jongeren georganiseerd.9 Antropoloog Thijl Sunier beschrijft de situatie van Milli Görüs is een islamistische beweging. Voorlopers van de AK-Partij,een jongerenvereniging in de Kocatepemoskee in Rotterdam, begin jaren ’90. de politieke arm van Milli Görüs, hebben geprobeerd het vaderland teDe vereniging is verbonden aan de moskee, maar heeft haar eigen bestuur islamiseren (Sunier, 1996: 55). Tegenwoordig volgt de AK-partij een mildereen statuten (Sunier, 1996: 90). Bij wijze van experiment krijgt zij een politieke koers. Wellicht is deze mede daardoor de grootste regerende partijrecreatieruimte toegewezen. Gezelligheid is hier prioriteit: Er staat een tv in Turkije geworden.en een tafeltennistafel. Ook doet de ruimte dienst als theehuis en worden Auteurs betichten Milli Görüs ervan in Nederland “twee gezichten” teer voorlichtingsbijeenkomsten gehouden, onder andere over seksueel hebben (Van Heelsum et al., 2004a: 9). In Noord-Nederland zou deoverdraagbare aandoeningen (Sunier, 1996: 92). beweging democratisch en tolerant zijn. Het zuiden volgt de koers van hetHet jongerencentrum is een daverend succes: ’s avonds staat het “stampvol” hoofdkantoor in Duitsland: een “intolerante en antiwesterse islamistischemet jongens tussen de 15 en 22 jaar.10 De niet-religieuze activiteiten zijn variant” (Den Exter in Van Heelsum et al., 2004a: 9).het moskeebestuur echter een doorn in het oog en de recreatieruimte wordt Ook Van Amersfoort en Doomernik beschouwen de zuidelijke tak als 39
  • 40. conservatief. Dat betekent volgens de auteurs niet, dat de zuidelijke Milli 2.4.3.3 Jongeren | Milli Görüs richt zich vooral op jongeren, die daaromGörüsleden islamisering van de Nederlandse samenleving verlangen. Hiervoor zowel in lokaal als landelijk bestuur steeds meer de dienst uitmakenrichten zij zich te veel op Turkije (Van Amersfoort en Doomernik, 2003: 185). (Sunier, 1996: 112; Canatan, 2001: 132). Het jonge karakter geeft de beweging drie opvallende kenmerken: Ten eerste wil Milli Görüs jongeren2.4.3.2 Organisatiestructuur | Milli Görüs kent net als de twee eerder- “binnenboord houden” (Sunier, 1996: 80). Moskeeën zijn minder sterkgenoemde Turkse bewegingen een internationaal hiërarchisch bestuur gericht op strenge ideologische beïnvloeding en bieden veel niet-religieuzemet verticale gezagsverhoudingen (Landman, 1992: 72). De Duitse activiteiten aan zoals sport en huiswerk-begeleiding. Ook helpen zij moslim-koepelorganisatie AMGT (Organisatie van de Nationale Visie in Europa) is jongeren bij het vinden van werk (Lindo et al., 1997: 39, 40). Hierdoor trektofficieel sinds 1985 actief in Europa vanuit het West-Duitse Keulen.11 Zij Milli Görüs veel jongeren aan, die lang niets met de islam hebben gedaan ofhoudt intensief contact met de Nederlandse Islamitische Federatie (NIF) in van wie de ouders tot een andere stroming behoren (Sunier, 1996: 80).Utrecht én de twee grote regionale stichtingen (Sunier, 1996: 111). Ten tweede zijn jongerenverenigingen in een vrij vroeg stadium formeelIn mei 2006 beslecht het Europese hoofdkwartier een conflict met het losgekoppeld van de moskee, omdat er meningsverschillen ontstondenliberale bestuur van Noord-Nederland door het voltallige bestuur in tussen de eerste en tweede generatie moskeebezoekers (Sunier, 1996: 136 enAmsterdam te vervangen door een conservatieve club. Ex-directeur Haci 184). Jongeren worden daardoor niet meer op de vingers gekeken, maar deKaracaer beschrijft de kern van het conflict als volgt: “Amsterdam wilde banden met de moskee blijven intact. Zij mogen een eigen beleid ontwikkelentot de (...) Nederlandse samenleving horen. [Keulen] blijft Turkije als op voorwaarde dat deze niet in strijd is met de moskee. In ruil daarvoor krijgenkompas zien”. Volgens ex-vice-voorzitter Üzeyir Kabaktepe houdt het de verenigingen financiële steun. (Canatan, 2001: 160).Europese bestuur met succes de spirituele leiding over haar Turkse achterban, Ten derde stelt de relatief jonge achterban van Milli Görüs hoge eisen aanwaardoor deze niet tegen de wil van het bestuur durft in te gaan. Kabaktepe: de aanstelling van imams: Ze willen dat hun opleidingsniveau hoger en hun“Keulen volgen is het paradijs binnengaan” (Hoekman, 24/05/06, leeftijd lager is. Ook verlangen zij dat de imam kennis heeft van de NederlandseReformatorisch Dagblad). samenleving en van de problemen waarmee moslimjongeren hier worstelen 40
  • 41. (Canatan, 2001: 168, 169). Is de gemeenschap niet tevreden over een imam? Turkse moskeeën maken daarentegen deel uit van een verzuild netwerk,Dan wordt hij onmiddellijk teruggestuurd naar Turkije (Sunier, 1996: 189). waarbij de ideologische koers van individuele moskeeën van hogerhand wordt bepaald. Als van deze koers wordt afgeweken, kan de supranationale koepelorganisatie 2.5 Vergelijking ingrijpen. Het conflict tussen het Europese hoofdkwartier van Milli Görüs en de Noord-Nederlandse tak is hiervan een voorbeeld.2.5.1 Conclusie hypotheseAan het begin van dit hoofdstuk heb ik de hypothese gesteld, dat de 2.5.2 VerklaringMarokkaanse islamitische gemeenschap relatief los en de Turkse islamitische Waarom kent de Marokkaanse islamitische organisatie een lossere structuur?gemeenschap relatief hecht is georganiseerd. De empirische resultaten Deze vraag lijkt moeilijk te beantwoorden, omdat de Marokkaanse enbevestigen deze stelling. Turkse diaspora in Nederland sterk overeenkomen: Eerste generatieTen eerste zijn over de Turkse islamitische infrastructuur in Nederland Marokkaanse en Turkse migranten zijn over het algemeen beide laagmeer en gedetailleerdere studies beschikbaar dan over de Marokkaanse opgeleid, onbekend met de Nederlandse taal en wetgeving en weinigislamitische infrastructuur. Deze discrepantie komt niet voort uit gebrek ervaren met organisatievormen. Bovendien heeft zowel de Marokkaanse alsaan interesse uit sociaalwetenschappelijke hoek. Volgens onderzoekers Van de Turkse overheid geprobeerd de religieuze beleving van haar diaspora teAmersfoort en Doomernik valt er simpelweg niets te onderzoeken vanwege beïnvloeden.de “lage organisatiegraad” van de Marokkaanse diaspora (Van Amersfoort et Een belangrijk verschil is echter, dat alleen de Turkse overheid in haaral., 2003: 185). opzet is geslaagd (Bouddouft, 2005). Misschien doordat haar pogingen zijnTen tweede is gebleken dat Marokkaanse moskeeën onafhankelijk zijn, zelfs samengegaan met een grote zak geld? De Marokkaanse overheid heeft haarals ze deel uitmaken van het UMMON-netwerk: Stichtingen bepalen zelf inspanningen niet vergezeld van financiële steun, waardoor Marokkaansewie in het bestuur zit en welke ideologische koers ze varen. Het laatste is vaak moskeeën niets te winnen hebben gehad bij de staatscontrole.niet vastgelegd in een statuut, waardoor de koers makkelijk kan veranderen. Bovenstaande verklaart niet waarom de Marokkaanse gemeenschap niet net 41
  • 42. als de Turkse gemeenschap een goed georganiseerde islamitische oppositie processen.12 In een interview van islamoloog Thijl Sunier met eenkent. Hier lijkt de lage organisatiegraad van Marokkaanse migranten een imam van de Noord-Nederlandse tak van Milli Görüs, zegt de laatstemeer voor de hand liggende verklaring: Sommige onderzoekers denken dat voorstander te zijn van de religieuze en politieke pluriformiteit in Nederland.Marokkanen lange tijd simpelweg niet de behoefte hebben zich te verenigen Juist, omdat religieuze oppositie lange tijd verboden is geweest in Turkije(Wal, ter, 2005: p. 28). (Sunier, 1996: 170). Sunier schrijft: “geen van de bestuursleden [van dezeAnderen wijten het gebrek aan organisatie aan de onderlinge verdeeldheid moskee in Noord-Nederland] beschouwde een radicale afwijzing van dein de Marokkaanse gemeenschap. Onderzoeker Frank van Gemert stelt Nederlandse samenleving als een wenselijk of noodzakelijk perspectief”in zijn boek Ieder voor Zich. Kansen, cultuur en criminaliteit van (Sunier, 1996: 134).Marokkaanse jongens (1998) dat grote verschillen tussen Marokkaanse Het is echter onduidelijk hoe de conservatieve zuidelijke tak van MilliArabieren en Berbers, stammen en regio’s samenwerking in de weg doen Görüs erover denkt. Bovendien heeft zich in de noordelijke regio-organisatiestaan (Van Gemert, 1998: 54). recent een wisseling van de wacht voorgedaan. De toekomst moet uitwijzen of Milli Görüs de wereld zijn ware gezicht2.5.3 Kanttekening: Turkse islamisten toont. Eén ding is zeker: Als de beweging er radicaalislamitischeOndanks de strakke organisatie van de Turkse islam, is één van de opvattingen op na houdt, zal zij deze effectief kunnen verspreiden onderstromingen gelieerd aan een politieke partij, die ooit openlijk islamisering haar achterban. Juist, vanwege haar efficiënte organisatie. fvan Turkije nastreefde: Milli Görüs. Dat lijkt in tegenspraak met debevindingen van Almond et al., die radicalisme juist zien opkomen, daarwaar de religieuze organisatie zwak is. Hoe verklaren we dat? Islamologensignaleren een belangrijk verschil tussen Milli Görüs en de groepjesradicaalislamitische moslimjongeren in Nederland: Milli Görüs en dehieraan gelieerde AK-Partij accepteren pluriformiteit en democratische 42
  • 43. 1 Tot die tijd maakten islamitische gastarbeiders gebruik van provisorische gebedsruimtes in 11 Volgens Landman is Milli Görüs in de jaren ’70 al informeel actief in Europa (Landman, 1992: 117).fabrieken (Canatan, 2001: 42). 12 Bron: De colleges voor Political Islam van Paul Aarts, islamoloog aan de Universiteit van Amsterdam.2 Er zijn alleen organisaties meegeteld met een uitgesproken islamitische naam.3 In 1993 beschuldigt Mohammed Rabbae, indertijd directeur van het NCB (Nederlands CentrumBuitenlanders), in het boek Naast de Amicales nu de UMMON de UMMON ervan een ‘mantelorgani-satie’ te zijn van de Marokkaanse overheid. De UMMON spant een kort geding aan, maar de rechteroordeelt dat Rabbae zijn stelling voldoende heeft onderbouwd (Het Parool, 16/04/93).4 De islamitische jaartelling is gebaseerd op het maanjaar. Een maand begint bij een nieuwe maan.Het praktische probleem dat hierbij de kop opsteekt, is dat de datum van islamitische feesten vanregio tot regio kan verschillen (Landman, 1992: 164).5 Islamitisch geestelijke en leraar.6 De bevindingen van Landman worden bevestigd in Ter Wal, 2005: 28; en Van Heelsum et al.,2004e).7 De interviews tussen de jongeren van de Süleymanci Merkez moskee en antropoloog Thijl Sunierdateren uit de jaren ‘90 jongeren (Sunier, 1996: 104).8 Saillant detail: in een interview met Kadir Canatan vertelt de toenmalige voorzitter van de TICF,dat de federatie de Katholieke Kerk als voorbeeld heeft genomen bij de oprichting van de ISN(Canatan, 2001: 130).9 Bron: Canatan, 2001: 91; Sunier, 1996: 78, 79. In 1995 richt de Diyanet een landelijke jongeren-beweging op; de Landelijke Islamitische Turkse Jongerenorganisatie (LITJO).10 Meisjes laten zich volgens Sunier niet zien (Sunier, 1996: 91). 43
  • 44. Hoofdstuk 3 In het stemlokaal 44
  • 45. H oofdstuk 3 stelt de politieke participatie centraal. Deze is bestudeerd aan de hand van de volgende hypothese: De Marokkaanse gemeenschap neemt relatief weinig en de Turkse gemeenschap neemt relatief veel deel aande Nederlandse politiek. Paragraaf 1 licht deze hypothese toe,paragraaf 2 geeft de lezer relevante informatie over de migratieachtergrond.De derde en vierde paragraaf beschrijven de politieke participatie vanrespectievelijk de Marokkaanse en de Turkse moslimgemeenschap inNederland. Op basis van deze beschrijving wordt in de slotparagraafgeconcludeerd of de hypothese al dan niet is bevestigd. f 45
  • 46. 3.1 Inleiding 3.1.2 Methodiek Om de politieke participatie vast te stellen, kijk ik naar de opkomst van3.1.1 Hypothese en toelichting Marokkaanse en Turkse Nederlanders bij de gemeenteraadsverkiezingen inEr bestaat volgens Almond et al. een relatie tussen deelname aan het politieke Amsterdam en Rotterdam (van 1994 tot en met 2006).bestel en het ontstaan van radicaal-islamitische opvattingen: Hoe minder Volgens politicologen Jean Tillie en Marieke Slootman is radicaliseringmoslimmigranten in Nederland politiek participeren, hoe minder zij een proces waarbij het vertrouwen in de politiek steeds verder afneemt.1zich zullen herkennen in de Nederlandse overheid, haar beleid en de Daarom besteed ik eveneens aandacht aan de mate waarin Marokkaansebijbehorende politieke waarden (Almond et al., 2003: 130; Tillie, 2005: 37). en Turkse Nederlanders vertrouwen hebben in de politiek.Wanneer moslims het (seculiere) politieke systeem niet (langer) als het Politieke partijen voor en van moslims zijn totnogtoe marginaal in dehunne zien, is de drempel relatief laag om deze af te wijzen. Ook kan de Nederlandse (lokale) politiek (Michon en Tillie, 2003: 145). Daarom ligtbehoefte ontstaan aan een alternatief systeem, dat meer ruimte voor de de nadruk in dit hoofdstuk op actief kiesrecht. Passief kiesrecht komtislam biedt (Almond et al., 2003: 130; Buijs, 2002: 89; Buijs en Harchaoui, zijdelings aan bod in de subparagraaf over etnisch (voorkeur)stemmen.22003: 104). Voor informatie over het stemgedrag van Nederlandse MarokkanenRadicaliserende jongeren in Nederland zijn vooral van Marokkaanse en Turken gebruik ik de studie Politieke Participatie van Etnischeafkomst en niet of nauwelijks Turks. Overeenkomstig bovenstaande theorie Minderheden in Vier Steden van Maria Berger, Meindert Fennema, Anjavermoed ik dat de Marokkaanse gemeenschap relatief weinig en de Turkse van Heelsum, Jean Tillie en Rick Wolff (2001) en Politieke Participatie vangemeenschap relatief veel deelneemt aan de Nederlandse politiek. Daarom Migranten sinds 1986 van Laure Michon en Jean Tillie. De bijdrage vantoets ik in dit hoofdstuk de volgende hypothese: Michon en Tillie is opgenomen in het boek Politiek in de MulticultureleDe Marokkaanse gemeenschap neemt relatief weinig en de Turkse Samenleving van H. Pelikaan en M. Trappenburg (2003).gemeenschap neemt relatief veel deel aan de Nederlandse politiek. De studie Opkomst en Partijvoorkeur van Migranten bij de Gemeente- raadsverkiezingen van 7 maart 2006 (2006) van Anja van Heelsum en 46
  • 47. Jean Tillie geeft informatie over de recentste gemeenteraadsverkiezingen. ’90 stimuleren gemeenten en politieke partijen de politieke participatieHet onderzoeksrapport EthnoMentality. Opkomstgedrag en Opkomst- van migranten door onder meer allochtonen op kiesgerechtigde positiesmotieven van Nieuwe Nederlanders van Martijn Lampert en Ahmed Ait te plaatsen op de kieslijst (Fennema et al., 2000: 38). Toch lijken allochtonenMoha (2006) biedt inzicht in de motieven van allochtonen om al dan niet over het algemeen weinig interesse te hebben in de Nederlandse politiek.te gaan stemmen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2006. Uit een onderzoek van bureau Lampert en Ait Moha in 2006 blijkt datVoor informatie over hoe moslimjongeren tegen de Nederlandse politiek 63% en 45% van de allochtonen “(zeer) weinig belangstelling heeft”aan kijken, is het Nationale Scholierenonderzoek onmisbaar gebleken. voor respectievelijk de gemeentelijke en landelijke politiek (LampertHiervoor zijn scholieren ondervraagd uit het voortgezet onderwijs en groep en Ait Moha, 2006: 19). Zeven van de tien respondenten zegt bovendien8 van de basisschool. De resultaten zijn opgenomen in De Integratiemoni- “geen tot weinig vertrouwen” te hebben in de landelijke politiek (Lamperttor 2002 van Silvia Dominguez Martinez, Sandra Groeneveld en Edwin en Ait Moha, 2006: 20).Kruisbergen (2002). Dit gebrek aan politieke interesse en vertrouwen kan meegekomen zijn uitHet al eerder aan bod gekomen Strijders van Eigen Bodem (2006) van het land van herkomst. Zo kennen Marokko en Turkije ten tijde van deFrank Buijs et al. gaat in op de politieke participatie van Marokkaanse arbeidersmigratie in de jaren ‘60 en ’70 een wankel politiek systeem.moslimjongeren. Marokko is volgens antropoloog Marina de Regt een “verkapte alleenheer- schappij” (De Regt in Sunier, en Termeulen, 1991: 91).3 De eerste generatie migranten heeft hierdoor weinig ervaring opgedaan met democratische 3.2 Migratiecontext processen. Bovendien komen de meeste Nederlandse Marokkanen4 uit het relatief autonome Rifgebergte. Deze noordelijke kustregio kent een historieSinds 1985 hebben Marokkaanse en Turkse immigranten, die minstens van fel verzet tegen centraal gezag, dat vaak bloedig is neergeslagen.vijf jaar legaal in Nederland verblijven, zowel actief als passief kiesrecht bij Het resultaat is een “hartgrondige achterdocht [jegens] (...) iedere vormde gemeenteraadsverkiezingen (Michon en Tillie, 2003: 126). In de jaren van autoriteit”5, zeggen onderzoekers Herman Obdeijn en Paolo de Mas 47
  • 48. (Obdeijn en De Mas, 2001: 39). Dit diepgewortelde wantrouwen is volgens van de Marokkaanse en Turkse gemeenschap vanaf de jaren ’90. Vanaf dezehen gekopieerd naar Nederland, waardoor de politieke integratie moeilijk tijd neemt de (negatieve) bemoeienis uit het land van herkomst relatief af.7verloopt. (Obdeijn en De Mas, 2001: 39).Ook de Marokkaanse koning Hassan II heeft lange tijd betrokkenheid bijde Nederlandse politiek tegengewerkt uit angst grip te verliezen op zijn 3.3 Politieke participatie Marokkaanse gemeenschaponderdanen. Naar de stembus gaan, staat tot ver in de jaren ’80 als hetware gelijk aan landverraad (Van Gemert, 1998: 51-53; Obdeijn en De Mas, 3.3.1 Opkomst gemeenteraadsverkiezingen2001: 28; Prins, 1996: 9). 3.3.1.1 Amsterdam | De opkomst van de Marokkaanse gemeenschap bijDe seculiere Turkse Republiek heeft eveneens een wankele parlementaire de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam ligt onder het hoofdstedelijkstaatsstructuur. De verkiezingen verlopen sinds de jaren ‘50 enigszins gemiddelde (tabel 3.1). Tussen 1994 en 2002 is deze bovendien gehalveerd:democratisch, waardoor de overwegend islamitische Turkse bevolking gaat in 1994 nog bijna de helft van de Marokkaanse Nederlanders naarerin is geslaagd een sterke islamitische oppositie in het zadel te helpen de stembus, in 1998 en 2002 brengen nog slechts 2 van de 10 Marokkaanse(Landman, 1992: 79). Het machtige Turkse leger heeft zich hierdoor zo stemgerechtigden hun stem uit. In 2006 is het aantal kiezers weer toegenomenbedreigd gevoeld, dat deze tot drie keer toe een coup pleegde om het tot 37%. Toch blijft de opkomst van de Marokkaanse Amsterdammers ruimseculiere karakter van de staat veilig te stellen (Landman, 1992: 78). De onder het gemiddelde van 51%.laatste staatsgreep is in 1983 geweest.In tegenstelling tot Marokko dwingt de Turkse overheid zijn arbeiders- 3.3.1.2 Rotterdam | De opkomst van Marokkaanse Rotterdammers is tussenmigranten niet een keuze te maken tussen Nederland en Turkije 1998 en 2006 flink toegenomen, van respectievelijk 33% tot 58%.(Prins, 1996: 16). Wel speelt het politieke klimaat in Turkije indirect een Daarmee ligt deze twintig procent hoger dan in Amsterdam. Hoe komt dat?rol bij het stemgedrag van Turken in Nederland.6 Volgens Laure Michon en Jean Tillie speelt de invloed van het FortuynismeIn de volgende twee paragrafen wordt gekeken naar de politieke participatie in Rotterdam een belangrijke rol (Michon en Tillie in Pelikaan en 48
  • 49. Trappenburg, 2003: 137). Ook heeft Rotterdam de afgelopen jaren intensief acties van hun etnische politieke vertegenwoordigers ondersteunen. Eencampagne gevoerd om etnische minderheden naar de stembus te lokken gebrek aan draagvlak kan ertoe leiden dat de representativiteit van de(Galesloot, 2004: 21) Marokkaanse politieke elite wordt betwist. Dit kan resulteren in een legitimiteitsprobleem (Fennema et al., 2000: 37).TABEL 3.1 | Opkomstpercentage bij gemeenteraadsverkiezingen in De studie Strijders van Eigen Bodem (2006) bevestigt dit gebrek aanAmsterdam en Rotterdam in 1994, 1998, 2002 en 2006. etnische betrokkenheid. Een aantal van de geïnterviewde Marokkaanse jongeren, die actief zijn in de (lokale) politiek, “beklaagt” zich over het Amsterdam Rotterdam gebrek aan steun uit de Marokkaanse gemeenschap (Buijs et al., 2006: 170). ’94 ’98 ’02 ’06 ’94 ’98 ’02 ‘06 Toch is voorzichtigheid op zijn plaats. In 2006 stemt 60% van de MarokkaanseMarokkanen 49 23 22 37 23 33 39 58 kiezers in Arnhem op een Marokkaanse kandidaat, dus daar lijkt etnischTotale opkomst 57 48 48 51 57 49 55 58 stemmen wel populair.8Bron: Dominguez et al., 2002; Michon en Tillie 2003; Van Heelsum enTillie, 2006. TABEL 3.2 | Stemmen op Marokkaanse kandidaten, gemiddeld over Amsterdam, Rotterdam en Arnhem in percentages, 1998 en 2006.3.3.1.3 Etnisch Stemmen | Volgens Fennema et al. is de Marokkaanse Heeft op Marokkaanse kandidaat gestemdachterban “zeer beperkt” betrokken bij de Marokkaanse politieke elite 1998 2006(Fennema et al., 2000: 37). Dat blijkt volgens de auteurs uit het lage percentage Marokkanen 53% 40%Marokkaanse Nederlanders dat zijn stem uitbrengt op een kandidaat metdezelfde etnische achtergrond. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in N.B. Het percentage van het totaal aantal kiezers, dat op een Marokkaanse1998 doet 53% dit. In 2006 is dit percentage gedaald naar 40% (tabel 3.2). kandidaat kon stemmen, omdat deze op de kieslijst stonden van de politiekeFennema et al. vinden deze gebrekkige betrokkenheid riskant, omdat partij naar keuze. Bron: Michon en Tillie, 2003; Van Heelsum en Tillie, 2006.hierdoor onduidelijk is hoeveel Nederlandse Marokkanen de mening en 49
  • 50. Met of zonder etnische stem: het aantal Marokkaanse raadsleden neemt zegt te denken dat raadsleden niet om ‘mensen zoals [zij]’ geven entussen 2002 en 2006 sterk toe (tabel 3.3). In 2002 zijn 26 van de in totaal 204 dat ‘politieke partijen enkel geïnteresseerd zijn in hun stem, niet inallochtone gemeenteraadsleden in Nederland van Marokkaanse afkomst. In hun mening’ (Fennema en Tillie, 1999: 710). Zes jaar later (in 2005) leidt2006 zijn er ruim twee keer zoveel, namelijk 66 van de 302 (tabel 3.3).9 een dergelijk onderzoek van de gemeente Amsterdam tot heel andere resultaten: Slechts 15% van de Marokkaanse gemeenschap in de hoofdstadTABEL 3.3 | Aantal allochtone raadsleden naar etniciteit in 1998, zegt ‘weinig vertrouwen te hebben in het gemeentebestuur’ (tabel 3.4).2002 en 2006. Vanwaar dit verschil? Het kan zijn dat het (lokale) politieke vertrouwen van de Marokkaanse Amsterdammers sterk is toegenomen. De vraagstelling 1998 2002 2006 kan ook een rol spelen: Fennema en Tillie onderzoeken het politiek Marokkaans 21 26 66 vertrouwen met behulp van indirecte vragen. De gemeente Amsterdam Totaal aantal heeft gekozen voor een directe vraagstelling, wat het risico op sociaal allochtone raadsleden 150 204 302 wenselijke antwoorden wellicht vergroot.11Bron: Michon en Tillie, 2003; Instituut voor Publiek en Politiek, 2006 TABEL 3.4 | Mate van politiek wantrouwen in Amsterdam, 1999 en 20053.3.2 Politiek vertrouwen Hoge score op wantrouwenVolgens onderzoekers Meindert Fennema en Jean Tillie bestaat er een 1999 2005 N 1999 N 2005relatie tussen politieke participatie en politiek vertrouwen: als etnische Marokkanen 60% 15% 208 164minderheden politieke instituties niet vertrouwen, stemmen ze waarschijnlijkook niet.10 Bron: Fennema en Tillie, 1999; Amsterdamse Burgermonitor 2005 in TillieIn 1999 onderzoeken zij het vertrouwen in het bestuur van Amsterdam. en Slootman, 2006.Ruim 60% van de ondervraagde Marokkaanse Amsterdammers (tabel 3.4) 50
  • 51. 3.3.3 Jongeren Buijs et al. stellen in de studie Strijders van Eigen Bodem (2006) juist dat3.3.3.1 Stemgedrag | In het Nationale Scholierenonderzoek van 1999 de politieke betrokkenheid van Marokkaanse scholieren in Nederlandzegt ruim 1 op de 2 ondervraagde Marokkaanse middelbare scholieren in laag is, omdat ‘ongeveer 1 op de 2 Marokkaanse jongeren geen enkeleNederland bij de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen te zullen stemmen, politieke voorkeur [uitspreekt]’ (Buijs et al., 2006: 210). Dit is een gewaagdeals dat zou mogen (tabel 3.5). Een opvallend resultaat, omdat er geen uitspraak: als kiesgerechtigden geen voorkeur hebben voor een bepaaldeverschil is met autochtone klasgenoten. politieke partij, kun je dan stellen dat ze geen interesse hebben in de politiek? Ligt het niet meer voor de hand dat er een kloof bestaat tussen de politiekeTABEL 3.5 | Percentage leerlingen van het voortgezet onderwijs dat zou voorkeur van deze kiezers en het aanbod van politieke partijen in Nederland?stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen (als men mee zou mogen doen) Meer hierover in paragraaf 3.5.naar etnische herkomst, 1999 TABEL 3.6 | Interesse in politieke onderwerpen (volgens eigen zeggen) bij Zou stemmen leerlingen van het voortgezet onderwijs in procenten, 1999Marokkanen 54%Autochtonen 53% Tamelijk tot zeer Niet geïnteresseerd N geïnteresseerdBron: Dominguez Martinez et al., 2002 Marokkanen 45% 55% 350 Autochtonen 27% 74% 10.5923.3.3.2 Politieke Betrokkenheid | Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat bijnade helft van de ondervraagde Marokkaanse scholieren in Nederland zegt Bron: Dominguez Martinez et al., 2002tamelijk of zeer geïnteresseerd te zijn in politieke onderwerpen (tabel 3.6).Opnieuw een opvallend resultaat, omdat ze daarmee de meeste politieke 3.3.3.3 Politiek Vertrouwen | Buijs et al. stellen in de studie Strijders vaninteresse tonen van alle geïnterviewde etnische groepen, inclusief autochtonen. Eigen Bodem (2006) eveneens dat Marokkaanse moslimjongeren wantrouwig 51
  • 52. staan tegenover gezagsdragers. “Veel” van de geïnterviewde jongeren vinden de opkomst van de Turkse gemeenschap is in 1994 met slechts 28% opvallenddat Nederlandse politici met twee maten meten en zich laten meeslepen in laag. In de jaren daarop verdubbelt het aantal Turkse kiezers: In 2006 gaateen polariserende sfeer (Buijs et al., 2006: 210).12 1 van de 2 Turken naar de stembus. Onderzoekers denken dat de sterkeVan de jongeren die actief zijn in de (lokale) politiek, zegt een meerderheid toename mede het gevolg is van de kracht van het Fortuynisme in Rotterdam.vertrouwen te hebben in het Nederlandse politieke systeem en de Ook heeft Rotterdam de afgelopen jaren intensief campagne gevoerd omdemocratie. Ze zijn wel kritisch en teleurgesteld over het huidige politieke etnische minderheden naar de stembus te trekken (Galesloot, 2004: 21).beleid en klimaat. Dat wordt volgens hen beheerst door angst voor moslimsen de islam, wat resulteert in een toenemende kloof tussen allochtonen en TABEL 3.7 | Opkomstpercentage bij gemeenteraadsverkiezingen inautochtonen (Buijs et al., 2006: 171). Amsterdam en Rotterdam in 1994, 1998, 2002 en 2006. Amsterdam Rotterdam ’94 ’98 ’02 ’06 ’94 ’98 ’02 ‘06 3.4 Politieke participatie Turkse gemeenschap Turken 67 39 28 51 28 42 54 56 Totale opkomst 57 48 48 51 57 49 55 583.4.1 Opkomst gemeenteraadsverkiezingen3.4.1.1 Amsterdam | De opkomst van de Turkse gemeenschap in Amsterdam Bron: Dominguez Martinez et al., 2002; Michon en Tillie 2003; Van Heelsumis in 1994 hoger dan het totale gemiddelde. Tussen 1994 en 2002 valt et al., 2006het aantal kiezers dramatisch terug: stemt in 1994 nog 67%, in 2002 isdit percentage gehalveerd (tabel 3.7). In 2006 is de opkomst flink gestegen: 3.4.1.3 Etnisch stemmen | Zoals aangegeven in paragraaf 3.3 is betrokkenheid1 op de 2 kiesgerechtigde Turken gaat dat jaar naar de stembus. bij de eigen politieke elite belangrijk voor de politieke integratie van etnische minderheden. In 1998 stemmen bijna alle Turken op een kandidaat met dezelfde3.4.1.2 Rotterdam | Rotterdam laat een tegenovergestelde trend zien: etnische achtergrond (tabel 3.8). In 2006 is dit percentage gehalveerd. Toch brengt 52
  • 53. nog steeds 1 op de 2 Turkse Nederlanders zijn stem uit op een Turkse kandidaat. allochtone gemeenteraadsleden in Nederland is al jaren ongeveer de helftDat etnisch stemmen populair blijft bij de Turkse gemeenschap, blijkt uit van Turkse afkomst (tabel 3.9). Daarbij laat de Turkse gemeenschap overigede Tweede Kamerverkiezingen. Na de ophef over de ‘Armeense Kwestie’13 groepen ver achter zich (Dominguez Martinez et al., 2002: 130).roept belangenorganisatie Turks Forum Turkse Nederlanders op om opFatma Koçer Kaya van D66 te stemmen. Met ruim 34.000 voorkeurstemmen TABEL 3.9 | Aantal allochtone raadsleden naar etniciteit in 1998,is de Turkse Koçer Kaya de eerste allochtone kandidaat, die op basis van 2002 en 2006voorkeurstemmen in de Tweede Kamer komt.14 1998 2002 2006 Turkse 74 113 157TABEL 3.8 | Stemmen op etnische kandidaten in Amsterdam, Rotterdam en Totaal aantalArnhem in percentages, 1998 en 2006 allochtone raadsleden 150 204 302 Heeft op etnische kandidaat gestemd Bron: Dominguez Martinez et al., 2002; Instituut voor Publiek en Politiek, 2006 1998 2006 Turken 92% 56% 3.4.2 Politiek vertrouwenN.B. Het percentage van het totaal aantal kiezers, dat op een Turkse In paragraaf 3.3 is gewezen op de relatie tussen politieke participatie enkandidaat kon stemmen, omdat deze op de kieslijst stonden van de politieke politiek vertrouwen. Uit onderzoek van Fennema en Tillie (1999) blijkt datpartij naar keuze. de Turkse gemeenschap in Amsterdam van alle etnische groepen (inclusiefBron: Michon en Tillie, 2003; Van Heelsum en Tillie, 2006. autochtonen) het minst wantrouwig staat tegenover het gemeentebestuur. Ongeveer 36% van de Turkse Amsterdammers heeft weinig vertrouwen inDat de Turkse gemeenschap traditioneel sterk betrokken is bij de Nederlandse de gemeente Amsterdam. Bij de autochtone Amsterdammers is dat 41%politiek, blijkt ook uit het aantal Turkse raadsleden in Nederland: Van de (tabel 3.10). 53
  • 54. Zes jaar later stelt de Amsterdamse Burgermonitor (2005) dat het politiek TABEL 3.11 | Percentage leerlingen van het voortgezet onderwijs dat zouwantrouwen van Turken slechts 25% is (tabel 3.10). Opvallend: nu zijn stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen (als men mee zou mogen doen)Turkse Amsterdammers juist het meest wantrouwig van alle etnische naar etnische herkomst, 1999minderheden. Ik heb niet kunnen achterhalen wat hiervan de oorzaak is Zou stemmen(zie paragraaf 3.3.2). Het betreft twee verschillende onderzoeken. Wellicht dat de Turken 45%uiteenlopende resultaten het gevolg zijn van een verschil in onderzoeksopzet? Autochtonen 53%TABEL 3.10 | Mate van politiek wantrouwen in Amsterdam, 1999 en 2005 Bron: Dominguez Martinez et al., 2002 Hoge score op wantrouwen 3.4.3.2 Politieke betrokkenheid | Hetzelfde Nationale Scholierenonderzoek 1999 2005 N 1999 N 2005 toont aan dat ongeveer 30% van de ondervraagde Turkse scholieren interesse Turken 36% 24% 109 82 toont in politieke onderwerpen (tabel 3.12). Dat is opvallend minder dan Autochtonen 41% XX15 1595 XX bij hun Marokkaanse klasgenoten.Bron: Fennema en Tillie, 1999; Amsterdamse Burgermonitor 2005 in Tillie Daarentegen stelt het afstudeeronderzoek van Andries Kok in 2004 daten Slootman, 2006. maar liefst 71% van de 15- en 16-jarige Turkse scholieren geïnteresseerd is in de Nederlandse politiek (Kok, 2004: 15). De onderzoekspopulatie is een3.4.3 Jongeren stuk kleiner en specifieker, maar het blijft een opmerkelijk verschil.3.4.3.1 Stemgedrag | Het Nationaal Scholierenonderzoek uit 1999 laatzien dat Turkse scholieren ongeveer even politiek geëngageerd zijn als hunouders. Iets minder dan de helft van hen zegt bij de eerstkomende TweedeKamerverkiezingen te zullen stemmen, als dat zou mogen (tabel 3.11). 54
  • 55. TABEL 3.12 | Interesse in politieke onderwerpen (naar eigen zeggen) bij weigeren de Armeense genocide in Turkije te erkennen. De verontwaardigingleerlingen van het voortgezet onderwijs, in procenten, 1999 is groot. Zeven Turkse studentenverenigingen trekken met hun leden op naar het partijbureau van de PvdA in Amsterdam om hun ongenoegen te Tamelijk tot zeer Niet geïnteresseerd N uiten. Ze voelen zich monddood gemaakt, omdat de Turkse kandidaten geïnteresseerd volgens hen geen recht hebben op een eigen mening. De Volkskrant citeertTurken 30% 70% 359 Tahir Budak, voorzitter van het Turks Nederlands Studenten PlatformAutochtonen 27% 74% 10.592 Yakamoz: “Ik heb de PvdA altijd voor 100% gesteund. (…) Maar, ik kan dieBron: Dominguez Martinez et al., 2002 partij nooit meer vertrouwen” (Van Keken, 06/10/06, de Volkskrant). De teleurstelling lijkt te worden doorgetrokken naar het hele Nederlandse3.4.3.3 Politiek vertrouwen | Uit het afstudeeronderzoek van Kok blijkt politieke stelsel. In NRC Next zegt een Turkse student Informatica: “Onzeeveneens, dat slechts 3 van de 10 ondervraagde Turkse jongeren redelijk tot ambities en ons vertrouwen in Nederland hebben een deuk opgelopen. Ikveel vertrouwen heeft in de Nederlandse democratie. Ter vergelijking, van de begin het gevoel te krijgen dat we eerst ons geloof moesten opgeven enautochtone jongeren zegt 44,4% redelijk tot veel vertrouwen te hebben in de nu onze etnische identiteit, om een carrière op te bouwen in Nederland”democratie (Kok, 2004: 25). (Olgun, A., 06/10/06, NRC Next).Verder is weinig informatie voorhanden over het politiek vertrouwen vanTurkse jongeren. De in paragraaf 3.3.3 gebruikte studie Strijders van EigenBodem behandelt enkel de politieke betrokkenheid van Marokkaanse jongeren.Wel is duidelijk, dat de relatie tussen Turkse jongeren en de Nederlandsepolitiek in 2006 schade heeft opgelopen. Traditioneel stemmen veel Turksejongeren op de PvdA.16 Deze partij haalt net voor de Tweede Kamer-verkiezingen van 2006 twee Turkse kandidaten van de kieslijst, omdat ze 55
  • 56. 3.5 Vergelijking 3.5.1.2 Marokkaanse en Turkse jongeren | Voor zover bekend is afgezien van het Nationale Scholierenonderzoek in 1999 geen grootschalig onderzoek3.5.1 Conclusie hypothese gedaan naar de politieke betrokkenheid van allochtone jongeren in Neder-Aan het begin van dit hoofdstuk heb ik de hypothese gesteld, dat de Marokkaanse land. Dat maakt het moeilijk hierover stellige uitspraken te doen. In het Na-gemeenschap relatief weinig en de Turkse gemeenschap relatief veel deelneemt tionale Scholierenonderzoek tonen Marokkaanse scholieren meer interesse inaan het Nederlandse politieke stelsel. de Nederlandse politiek dan Turkse en autochtone klasgenoten. Dit houdtDe empirische resultaten bevestigen deze stelling in ieder geval voor de eerste in dat Marokkaanse jongeren veel meer betrokkenheid tonen bij degeneratie. Voor de tweede generatie is een eenduidige conclusie moeilijk te trekken. Nederlandse politiek dan hun ouders. Turkse jongeren lijken juist minder politieke betrokkenheid te tonen dan hun ouders.3.5.1.1 Eerste generatie | Hoewel Marokkaanse Nederlanders bezig zijn Zeven jaar later zeggen Buijs et al. dat de politieke betrokkenheid vanmet een spectaculaire inhaalslag17, nemen ze over het algemeen minder Marokkaanse moslimjongeren juist laag is, omdat één op de twee er geendeel aan het politieke systeem dan Turkse Nederlanders: In Rotterdam politieke voorkeur op na houdt (Buijs et al., 2006: p. 210). Wel hebben ze volgensen Amsterdam gaat de Turkse gemeenschap van alle etnische minderheden de auteurs veel kritiek op het huidige politieke beleid. Over de politiekehet meest naar de stembus (Dominguez Martinez et al., 2002: 124; betrokkenheid van Turkse jongeren is weinig bekend, maar deze lijkt achterFennema en Tillie, 2000: 36).18 te blijven bij die van hun ouders.De opkomst is daarbij gelijk of soms zelfs hoger aan die van autochtonen Of deze resultaten de hypothese bevestigen of ontkrachten, hangt af van(Dominguez Martinez, 2002: 124). Uit onderzoek van Fennema et al. blijkt de volgende vraag: staat politieke betrokkenheid gelijk aan politiekedit voor meer steden in Nederland te gelden (Fennema et al., 2000: 10). participatie? De door Buijs et al. geïnterviewde jongeren zijn teleurgesteldBovendien is meer dan de helft van alle allochtone gemeenteraadsleden in in de Nederlandse politiek, maar dat leidt niet tot een gang naar de stembus.Nederland van Turkse afkomst. 56
  • 57. Dat is een interessante constatering: juist wanneer wel sprake is van “Het is net als met de loodgieter: als je niet begrijpt wat hij aan je waterleidingpolitieke betrokkenheid, maar niet van politieke participatie, doordat repareert en je kunt hem niet in de gaten houden, vertrouw je hem ookvaardigheden of aansprekende politieke partijen ontbreken, kan politieke minder”, aldus de politicoloog.20frustratie ontstaan. In hoofdstuk vijf ga ik hier dieper op in. Andersom blijkt dat naarmate burgers meer ingebed zijn in informele sociale netwerken, zij meer vertrouwen hebben in democratische instellingen3.5.2 Verklaring en actiever deelnemen aan het politieke stelsel (Phalet et al., 2004c: 84).Ondanks dat er een kentering lijkt te zijn bij de jongere generaties, De Marokkaanse gemeenschap kent een groeiend aantal maatschappelijkeneemt de Marokkaanse gemeenschap nog altijd veel minder deel aan het organisaties, maar die werken veel minder met elkaar samen dan bij deNederlandse politieke systeem dan de Turkse gemeenschap. Hoe komt dat? Turkse gemeenschap (Buijs et al., 2006: 209). De laatste kent volgens TillieVolgens politicologen Meindert Fennema, Anja van Heelsum en Jean Tillie een “fijnmazig netwerk van organisaties”, waarbij “links en rechts, religieusligt de oorzaak hiervoor bij de fragmentatie van de Marokkaanse gemeenschap. en niet-religieus” [Turks Nederland] regelmatig contact met elkaar hebbenUit hun onderzoek blijkt dat migrantengemeenschappen met organisaties, (Tillie, 2005: 37). fdie onderling nauw samenwerken, hoog scoren op politieke participatie enpolitiek vertrouwen. Bovendien onderschrijven ze democratische processenmeer (Fennema en Tillie, 1999; Fennema et al., 2000; Heelsum van, A.,2004; Tillie, 2005).19Hoe minder eenheid in een etnische groep, hoe minder de groepsledenvertrouwen hebben in elkaar. Daardoor is de gemeenschap minder in staatzelfstandig activiteiten te organiseren, wat haar afhankelijk maakt vanbuitenstaanders als politie en overheid. Hoe afhankelijker een minderheidis van overheidsinstanties, hoe meer ze deze zullen wantrouwen, zegt Tillie. 57
  • 58. 1 “In aanvulling op een orthodoxe houding en het gevoel dat de islam een politiek strijdpunt is (...), 9 Bron: Instituut voor Publiek en Politiek, http://www.publiek-politiek.nl/Organisatie/Nieuwsbrieven/vergroot dit [wantrouwen ten aanzien van lokaal bestuur] iemands ontvankelijkheid voor radicaliser- Papier/Zomer-2006/Meer-diversiteit-in-de-gemeenteraden [14/04/2008]).ing” (Tillie en Slootman, 2006: 6). Uit onderzoek van Tillie en Slootman blijkt, dat moslims die lokaalbestuur wantrouwen, ook vaak het gevoel hebben dat de islam een politiek strijdpunt is (Tillie en 10 De relatie tussen politieke participatie en politiek vertrouwen is complex: sommige groepen par-Slootman, 2006: 68). ticiperen juist omdat ze politieke instituten niet vertrouwen (Fennema en Tillie, 1999: 705).2 Bovendien hangt de aanwezigheid van allochtone Tweede Kamerleden volgens onderzoekers 11 In 1999 is de schaal gebaseerd op de antwoorden (mee eens, mee oneens) op de volgende drieDominguez Martinez et al.. en Michon en Tillie primair af van de keuze van partijen en kandi- vragen: (1) ‘Gemeenteraadsleden geven niet om mensen zoals ik’; (2) ‘Amsterdamse ambtenarendatencommissies. Zij bepalen of en op welke (verkiesbare) plaats allochtone kandidaten staan zijn alleen geïnteresseerd in regels en richtlijnen’; (3) ‘Politieke partijen in Amsterdam zijn alleen(Dominguez Martinez et al., 2002: 129; Michon en Tillie in Pelikaan en Trappenburg, 2003: 147). geïnteresseerd in mijn stem, niet in mijn mening’. In 2006 is de schaal gebaseerd op de antwoorden (geen tot helemaal geen vertrouwen) op de vraag: ‘In welke mate heeft u vertrouwen in het ge-3 Ondanks dat Marokko sinds de onafhankelijkheid (tussen 1912 en 1956 was het land een Frans- meente bestuur van Amsterdam?’ (Burgermonitor 2005 in Slootman en Tillie, 2006: 47).Spaans protectoraat) een meerpartijenstelsel heeft, weet het Marokkaanse koningshuis alle machtnaar zich toe te trekken (De Regt, p. 91, Obdeijn & De Mas, p. 28). 12 Buijs et al.: “Veel moslims hebben het gevoel dat er met twee maten wordt gemeten: Wanneer niet-moslims kwetsende opmerkingen maken over de islam, wordt dit onder het recht van vrije4 70% procent van de Nederlandse Marokkanen is van Riffijnse afkomst (Obdeijn en De Mas, meningsuiting geschaard, terwijl het land te klein is wanneer een moslim iets kwetsend zegt” (Buijs2002: p.6). et al., 2006: 210).5 Ook het gezag van lokale leiders in de regio gaat gepaard met onderdrukking (Obdeijn en De 13 In de aanloop van de Tweede Kamerverkiezingen ontstaat ophef over de ‘Armeense Kwestie’.Mas, p. 39-40, Hart, p. 105). De PvdA en CDA halen drie Turkse kandidaten van de kieslijst omdat deze weigeren te erken- nen dat de dood van honderdduizenden Turkse Armeniërs in 1915 het gevolg is geweest van een6 De Turkse organisaties in Nederland zijn een afspiegeling van het politieke landschap in Turkije. etnische zuivering. Bron: http://www.volkskrant.nl/binnenland/article355744.ece/Turken_overwe-Volgens onderzoeker Hansje Galesloot bepalen deze organisaties in grote mate op welke politieke gen_verkiezingsboycot, geraadpleegd op 14/04/2006).partij hun Turkse leden stemmen (Galesloot, 2004: 23). 14 Bron: http://www.volkskrant.nl/binnenland/article373872.ece/Fatma_Koser_Kaya_ik_wil_de_7 In 1986 roept de Marokkaanse koning op om niet te stemmen. De opkomst onder Marokkaanse kiezers_danken (geraadpleegd op 14/04/2006).migranten is dan minder dan 20%. Na aandringen van de Nederlandse overheid komt in 1994 eenpositief stemadvies van de Marokkaanse koning. De opkomst is dat jaar 40% (Prins. 1996: 9). 15 In het rapport van Tillie en Slootman is alleen het politiek wantrouwen van etnische minderheden opgenomen. In het rapport van de Amsterdamse Burgermonitor 2005 kon ik geen uitsplitsing vinden8 In Amsterdam en Rotterdam is dit respectievelijk 40% en 35% (Van Heelsum en Tillie, 2006: 27). voor het politiek wantrouwen van autochtonen en etnische minderheden. Vandaar dat bij 2005 het percentage autochtonen ontbreekt. 58
  • 59. 16 Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006 stemt 84% van de Turken op de PvdA(Van Heelsum en Tillie, 2006: 11).17 In 2006 gaat bijna zestig procent van de Marokkaanse Rotterdammers naar de stembus. Hetaantal Marokkaanse raadsleden is in Nederland tussen 2002 en 2006 meer dan verdubbeld: In2002 en 2006 kent Nederland respectievelijk 26 en 66 Marokkaanse gemeenteraadsleden (Instituutvoor Publiek en Politiek, 2006: 8).18 Uitgezonderd in 1994 in Rotterdam, toen de opkomst het hoogst was onder Kaapverdianen(Dominguez Martinez et al., 2002: 124).19 De leden van deze migrantenorganisaties participeren meer in de politiek en hebben meer ver-trouwen in politieke instellingen (Tillie, 2005: 37).20 Bron: interview met Jean Tillie. 59
  • 60. Hoofdstuk 4 Op de werkvloer 60
  • 61. I n hoofdstuk 4 komt de sociaaleconomische situatie aan de orde. Deze is bestudeerd aan de hand van de volgende hypothese: De Marokkaanse gemeenschap kent een minder gunstige sociaaleconomische situatie, dan de Turkse gemeenschap.Paragraaf 1 licht deze hypothese toe, paragraaf 2 geeft de lezerrelevante informatie over de migratieachtergrond. De derde en vierdeparagraaf beschrijven de sociaaleconomische situatie van respectievelijkde Marokkaanse en de Turkse moslimgemeenschap in Nederland. Opbasis van deze beschrijving wordt in de slotparagraaf geconcludeerdof de hypothese al dan niet is bevestigd. f 61
  • 62. 4.1 Inleiding moslimjongeren en hun ouders centraal. Radicaliserende moslimjongeren zijn zoals gezegd overwegend Marokkaans en in veel mindere mate Turks.4.1.1 Hypothese en toelichting Overeenkomstig bovenstaande theorie vermoed ik daarom dat de MarokkaanseEr bestaat geen eenduidige relatie tussen het ontstaan van religieus gemeenschap over het algemeen een minder gunstige sociaaleonomischeradicalisme in West-Europa en de sociaaleconomische omstandigheden positie kent dan de Turkse gemeenschap. Met als gevolg dat Marokkaansevan migrantengroepen. Volgens Arabist Gilles Kepel en geschiedkundige jongeren hierover meer teleurgesteld en gefrustreerd zijn dan Turkse leeftijds-Mark Almond zijn radicaliserende jongeren vooral drop-outs: voortijdig genoten. Daarom toets ik de volgende hypothese: De Marokkaanseschoolverlaters, die op het verkeerde pad zijn beland en zich in de gevangenis gemeenschap kent een minder gunstige sociaaleconomische situatie, dan detot het islamitisch radicalisme hebben bekeerd.1 Turkse gemeenschap.Islamoloog Olivier Roy en politicoloog Frank Buijs stellen daarentegendat de ‘aanstuurders’ van de radicale islam hoogopgeleide jongeren zijn. 4.1.2 MethodiekJongeren met een prima opleiding, die niet de maatschappelijke positie De sociaaleconomische status stel ik vast aan de hand van de volgendehebben verworven waar ze op hoopten (Roy, 2003, 64; Buijs, 2002: 90). indicatoren. Ten eerste besteed ik aandacht aan de sociaaleconomischeVolgens de AIVD zijn radicaliserende individuen in Nederland zowel lager omstandigheden waarin jongeren opgroeien. Daarbij kijk ik naar hetals hoogopgeleid (AIVD, 2006b: 34, 35). De gemene deler is het gevoel van opleidingsniveau, de werkgelegenheid en de hoogte van het inkomen vanteleurstelling en frustratie, wanneer een achtergestelde sociaaleconomische hun ouders, de eerste generatie migranten.situatie moeilijk te veranderen blijkt te zijn. Jongeren kunnen ervaren dat Ten tweede staat huisvesting centraal. In wat voor wijken en huizen wonenze worden gediscrimineerd door overheid en maatschappij. Het gevaar Nederlandse Marokkanen en Turken over het algemeen? Zijn ze tevredenbestaat dan dat zij radicaliseren en de samenleving de rug toe keren, omdat over hun huis en leefomgeving?ze vinden dat deze hen heeft afgewezen. Ten derde beschrijf ik de sociaaleconomische positie van jongeren. WatOm die reden staat in dit hoofdstuk de sociaaleconomische situatie van is hun opleidingsniveau en hoeveel jongeren verlaten de school zonder 62
  • 63. diploma of startkwalificatie?2 Hoe hoog is de jeugdwerkloosheid? Tot slot ga 4.2 Migratiecontextik in op de mate waarin Marokkanen en Turken (denken) gediscrimineerd(te) worden op de arbeidsmarkt. Nederland heeft in de jaren ’60 dringend behoefte aan ongeschoolde arbeidskrachten voor de (mijn-)bouw en de metaalnijverheid. Daarom sluitVoor statistische gegevens heb ik gebruik gemaakt van de volgende de Nederlandse overheid in 1964 een wervingsovereenkomst met Turkijerapporten: het Jaarrapport Integratie 2007 van Jaco Dagevos en Mérove en in 1969 één met Marokko. De betere sociaaleconomische vooruitzichtenGijsberts (2007); De studie Hoge (jeugd)werkloosheid onder etnische trekken veel Marokkaanse en Turkse gastarbeiders naar Nederland. Beideminderheden van Jaco Dagevos (2006); en de Discriminatiemonitor migrantengroepen zijn laagopgeleid en de meerderheid heeft nauwelijks deNiet-westerse Allochtonen op de Arbeidsmarkt van Iris Andriessen, lagere school afgemaakt (Prins, 1996: 7).Jaco Dagevos, Eline Nievers en Igor Boog (2007). Marokkaanse gastarbeiders komen uit het Rifgebergte, een regio die indertijdDe volgende studies gaan specifiek in op de sociaaleconomische positie van onder grote druk staat van een hoge bevolkingsdichtheid enerzijds enMarokkaanse en Turkse Amsterdammers: De Marokkaanse Gemeenschap schaarse landbouwmogelijkheden anderzijds (Prins, 1996: 6).in Amsterdam (2006) van Simone Crok, Jeroen Slot en Marcel Janssen In Turkije trekt de wervingsovereenkomst naast ongeschoolde arbeiders(Dienst Onderzoek en Statistiek van de Gemeente Amsterdam); en ook kleine ondernemers aan. Het land kent een traditie van familiebedrijvenverschillende deelrapporten in de serie Wonen in Amsterdam tussen 2003 en een aantal Turken wil deze traditie in Nederland voortzetten (Odé, 2002: 73).en 2007. Deze lokale publicaties zijn zeer nuttig, omdat ze meer details Het is de bedoeling dat de mediterrane gastarbeiders tijdelijk blijven.3prijsgeven dan landelijke rapportages. Wanneer de oliecrisis in de jaren ’70 Nederland in een economische recessieTot slot biedt de studie Ethnic-Cultural and Socio-Economic Integration stort, verwacht de overheid dan ook dat de gastarbeiders naar hun thuislandin the Netherlands van Arend Odé (2002) belangrijke inzichten in de zullen terugkeren. Ondanks hun verslechterde positie blijven de arbeids-prestaties van Marokkaanse en Turkse jongeren op school en op de migranten echter waar ze zijn en halen zelfs hun gezinnen naar Nederland.arbeidsmarkt. 63
  • 64. Volgens Van Amersfoort en Doomernik kiezen de gastarbeiders hiervoor Tabel 4.1 | Opleidingsniveau van (niet-) schoolgaande Marokkanen,vanwege de politieke instabiliteit in hun thuisland en de betere voorzieningen 45 - 64-jarigen, 2006 (in procenten)in Nederland (Van Amersfoort en Doomernik, 2003: 178). 45 - 64 jaar maximaal basisonderwijs 78 % vbo/mavo 11% 4.3 Sociaaleconomische situatie Marokkaanse gemeenschap mbo/havo/vwo 8% HBO/WO 3%4.3.1 Eerste generatie4.3.1.1 Opleidingsniveau | Uit tabel 4.1 blijkt dat de eerste generatie Bron: Dagevos en Gijsberts, 2007: 76.overwegend laag is opgeleid: bijna 80% van de Marokkaanse migrantentussen de 45 en 64 jaar heeft maximaal de basisschool doorlopen. 4.3.1.2 Werk en inkomen | De werkloosheid onder Marokkaanse NederlandersSlechts 1 op de 10 heeft een middelbare of hogere opleiding. Dat betekent is hoog. In 2006 heeft slechts 35% van de eerste generatie Marokkanenvolgens het Jaarrapport Integratie 2007, dat bij ruim 2 van de 3 eerste betaald werk van meer dan 12 uur. Van de Marokkanen tussen de 45 en 64generatie Marokkanen een startkwalificatie4 ontbreekt. Hierdoor komen zij jaar heeft slechts 25% betaald werk (Dagevos en Gijsberts, 2007: 135).moeilijker aan werk en raken zij in tijden van economische recessie het Van de Marokkaanse vrouwen tussen de 15 en 64 jaar werkt slechts 23%,eerst hun baan kwijt (Dagevos en Gijsberts, 2007: 81). het minst van alle niet-westerse allochtonen in Nederland. Dit aantal daalt sinds de economische recessie van 2001 nog steeds. Ter vergelijking, van de autochtone vrouwen in Nederland werkt 58% (Dagevos en Gijsberts, 2007: 259). Het gevolg is dat in 2004 de helft van de Marokkaanse Nederlanders een uitkering ontvangt. Van de 55-plussers is dit 65%. Ter vergelijking, van de 64
  • 65. autochtone 55-plussers heeft 28% een uitkering (Dagevos en Gijsberts, de zwarte wijken aan de rand van de stad trekken. De reden is dat daar nog2007: 156) Mede door deze gebrekkige arbeidsparticipatie leeft ongeveer relatief grote woningen voor weinig geld te vinden zijn (Crok et al, 2006: 45).1 op de 3 Marokkaanse huishoudens in Nederland in armoede5 (Dagevos enGijsberts, 2007: 56). Ter vergelijking, van de autochtone huishoudens in 4.3.2.2 Huis | De Marokkaanse gemeenschap in Amsterdam kent de meesteNederland leeft 8% in armoede. grote gezinnen van alle etnische groepen: 4 van de 10 Marokkaanse gezinnenIn Amsterdam komen Marokkaanse gezinnen gemiddeld rond van bestaan uit minimaal vier kinderen (Crok et al, 2006: 27). Bij autochtoneeen inkomen van 1426 euro per maand (Teune et al, 2006: 38). De gezinnen in Amsterdam is dit minder dan 5%.Marokkaanse Amsterdammer6 heeft daarmee het laagste inkomen van alle Als een woning evenveel of minder kamers heeft dan het aantal gezinsleden,etnische groepen (Crok et al, 2006: 69). In 2005 zit maar liefst 75% van kun je stellen dat een gezin krap woont (Crok et al, 2006: 45). Met dezede Marokkaanse Amsterdammers in de laagste inkomensgroep (Teune et definitie woont bijna 90% van de Marokkaanse gezinnen met kinderen inal, 2006: 39). Amsterdam krap (Crok, et al, 2006: 45). De behoefte om een huis te kopen, is niet hoog bij Marokkaanse Amsterdammers.4.3.2 Huisvesting Ongeveer 60% van hen huurt het liefst een woning (Amsterdam Dienst4.3.2.1 Wijken | Nederlandse gemeenten kennen witte, gemengde en zwarte Wonen, 2003: 44). Tot slot, Marokkanen in Amsterdam wonen in de goedkoopstewijken. In zwarte wijken7 is sprake van een woonconcentratie van niet-westerse huizen (Amsterdam Dienst Wonen, 2003: 44). Daarmee is hun woonsituatieallochtonen uit lage inkomensgroepen. Deze woonconcentratie verkleint het minst gunstig van alle etnische groepen in de hoofdstad.het contact tussen allochtonen en autochtonen (Lindner, 2002: 3). Dagevosen Gijsberts constateren in het Jaarrapport Integratie 2007 dat 52% van de 4.3.2.3 Tevredenheid | Amsterdamse Marokkanen zijn over het algemeenNederlandse Marokkanen in een gemengde en 44% van hen in een zwarte wel tevreden over hun leefomgeving, maar minder over hun huis. Dewijk woont (Dagevos en Gijsberts, 2007: 9, bijlage B8.7). In Amsterdam zijn verhuisgeneigdheid is daarom groot: ongeveer 72% van hen wil in 2002het vooral Marokkaanse en Turken gezinnen met kleine kinderen, die naar verhuizen. De voornaamste reden is dat ze de woning te klein vinden. 65
  • 66. Ze willen wel in dezelfde (zwarte) wijk blijven wonen (Amsterdam Dienst Vergeleken met hun ouders hebben 2e generatie Marokkaanse jongeren opWonen, 2003: 32). school een spectaculaire inhaalslag gemaakt: ongeveer 1 op de 10 MarokkanenOok landelijk zijn Marokkanen weinig tevreden over hun woning. Des te tussen de 45 en 64 jaar heeft mbo- of havo/vwo-niveau. Van de Marokkaansemeer zijn ze te spreken over hun leefomgeving (Dagevos en Gijsberts, 2007: jongeren tussen de 15 en 24 jaar is dit meer dan de helft (zie tabel 4.1 en 4.2).12, bijlage B813). In 2006 zegt 79% van de Marokkaanse inwoners van Toch slaagt anno 2006 nog steeds maar 44% van de jongeren erin dezwarte8 wijken zeer tevreden te zijn over hun leefomgeving (Dagevos en schoolbanken te verlaten met een startkwalificatie (Dagevos en Gijsberts,Gijsberts, 2007: 19, bijlage B821a). 2007: 80). Ter vergelijking, van de autochtonen gaat 77% van school met een startkwalificatie.4.3.3 Jongeren Kortom, ruim 1 op de 2 Marokkaanse jongeren beschikt niet over het minimale4.3.3.1 Opleidingsniveau | opleidingsniveau dat nodig is voor een succesvolle start op de arbeidsmarkt. Voor het overgrote deel gaat het om jongeren, die zonder diploma vanTabel 4.2 | Opleidingsniveau van (niet-) schoolgaande Marokkanen, 15 - school af gaan.24-jarigen, 2006 (in procenten) In Amsterdam ligt dit cijfer iets hoger: Meer dan 6 van de 10 Marokkaanse jongeren in Amsterdam tussen de 17 en 23 jaar gaat van school zonder 15 - 24 jaar startkwalificatie. (Crok et al, 2006: 64)maximaal basisonderwijs 5%vbo/mavo 25% 4.3.3.2 Jeugdwerkloosheid | Het aantal werkloze Marokkaanse jongeren inmbo/havo/vwo 53% Nederland is hoog: in 2004 en 2005 heeft bijna 40% van de niet-schoolgaandeHBO/WO 16% jongeren tussen de 15 en 24 jaar geen betaalde baan.9 Ter vergelijking,Bron: Dagevos en Gijsberts, 2007: 76. bijna 20% van de autochtone jongeren tussen de 15 en 24 jaar is werkloos (Dagevos, 2006: 11). N.B. Het gaat hier om jongeren, die actief werk zoeken. 66
  • 67. Tot 2001 daalde de werkloosheid van Marokkaanse jongeren in Nederland. hun zoektocht naar een stageplaats in de regio Utrecht. Marokkaanse jongensTussen 2001 en 2005 is zij met 15% toegenomen (Dagevos, 2006: 11). krijgen drie keer zo vaak te horen dat een bedrijf niet of nauwelijks stagiairsVolgens Crok et al. komen niet-westerse allochtone jongeren in Amsterdam aanneemt, dan autochtone jongens (Dolfing en Van Tubergen in Andriessenover het algemeen zelfs moeilijker aan een baan dan hun ouders. Ondanks et al., 2007: 61, 62).dat zij vaak in Nederland geboren zijn en de taal beter spreken (Crok et Drie jaar eerder is uit een ander onderzoek naar voren gekomen dat (eenal., 2006: 75). deel van de) werkgevers in de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) van alle etnische minderheden het minst graag4.3.4 Discriminatie Marokkaans personeel aannemen (Kruisbergen en Veld in Andriessen etVolgens de dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam al, 2007: 66).is bijna 1 op de 4 middelbaar opgeleide (mbo, havo en vwo) MarokkaanseAmsterdammers en 1 op de 5 hoogopgeleide (HBO en WO). Marokkaanse Hoger opgeleiden krijgen veel minder te maken met discriminatie, zeggenAmsterdammers werkloos (Crok et al., 2006: 72, 73). Andriesen et al.: Kwantitatieve analyses suggereren dat hoger opgeleideWaar komt deze hoge werkloosheid vandaan? Uit gegevens van het SCP Marokkanen op hetzelfde niveau werken als autochtone jongeren. In sommigeblijkt dat bijna alle Marokkaanse hoogopgeleiden en jongeren denken gevallen staan zij zelfs een treetje hoger dan autochtone jongeren (Andriessendat ze worden gediscrimineerd door het bedrijfsleven.10 Iets minder et al, 2007: 59). Ook krijgen hoger opgeleide Marokkanen in Nederlanddan de helft van hen zegt hiermee persoonlijk ervaring te hebben.11 hetzelfde of een hoger loon dan hun autochtone evenknieën (AndriessenHet literatuuronderzoek van Andriessen et al. in Discriminatiemonitor et al, 2007: 57).Niet-Westerse Allochtonen op de Arbeidsmarkt 2007 bevestigt dat in ieder Toch zijn vier keer zoveel Marokkaanse hoogopgeleiden werkloos dangeval lager opgeleide Marokkanen weinig populair zijn bij de Nederlandse autochtone hoogopgeleiden (Dagevos en Gijsberts, 2007: 143).12 Hoe komtwerkgever. Andriessen et al. geven het volgende voorbeeld: dat? Volgens Andriessen et al. gedragen Marokkaanse afgestudeerden zichIn 2005 worden Marokkaanse en autochtone mbo-jongeren gevolgd bij opvallend kritisch vergeleken met autochtonen: ze hechten meer aan een 67
  • 68. hoog salaris en vast werk. De auteurs vermoeden dat er een relatie bestaat Tabel 4.3 | Opleidingsniveau van (niet-) schoolgaande Turken, 45 - 64-jarigen,tussen deze “(te) hoge eisen” en de hogere werkloosheid: hoogopgeleide 2006 (in procenten)Marokkanen zouden minder snel een baan aannemen dan autochtonen 45 - 64 jaar(Andriessen et al, 2007: 56).13 maximaal basisonderwijs 72%In tegenstelling tot Andriessen et al. stelt onderwijssocioloog Jaap Dronkers vbo/mavo 17%overigens dat hoogopgeleide allochtone jongeren wel worden gediscrimineerd mbo/havo/vwo 8%in het bedrijfsleven: volgens Dronkers werken ze juist vaker onder hun HBO/WO 3%niveau en maken ze minder (snel) promotie dan hun autochtone collega’s(Paasen, van, D., 2007). Bron: Dagevos en Gijsberts, 2007: 76. 4.4.1.2 Werk en inkomen | De werkloosheid onder Turken in Nederland is 4.4 Sociaaleconomische situatie van de Turkse gemeenschap net als bij de Marokkaanse gemeenschap hoog. In 2006 heeft 38% van de eerste generatie Turken betaald werk van meer dan 12 uur. Dat is 13% meer4.4.1 Eerste generatie dan hun Marokkaanse evenknieën (Dagevos en Gijsberts, 2007: 135).4.4.1.1 Opleidingsniveau | De eerste generatie Turkse migranten is Van de Turkse vrouwen tussen de 15-64 werkt 30%. Dat is iets meeroverwegend laag opgeleid: ruim 7 van de 10 Turken tussen de 45 en 64 dan de Marokkaanse vrouwen, maar nog steeds relatief weinig. Ook hunjaar hebben maximaal de basisschool doorlopen. Eén op de 10 heeft een arbeidsparticipatie daalt sinds 2001 (Dagevos en Gijsberts, 2007: 259).middelbare of hogere opleiding gevolgd (tabel 4.3). Slechts 31% van de Het gevolg is dat de helft van de Turkse Nederlanders in 2004 een uitkeringeerste generatie Turken beschikt over een startkwalificatie (Dagevos en krijgt. Bij Turkse 55-plussers is dit bijna 70% (Dagevos en Gijsberts, 2007:Gijsberts, 2007: 81). Het opleidingsniveau van de eerste generatie Turken 156). Deze cijfers komen overeen met de Marokkaanse gemeenschap.komt daarmee overeen met dat van de eerste generatie Marokkanen. Mede door deze gebrekkige arbeidsparticipatie leeft net als bij de Marokkaanse 68
  • 69. gemeenschap ongeveer 1 op de 3 Turkse huishoudens in Nederland in minder grote gezinnen. Bovendien hebben Turkse Amsterdammers over hetarmoede (Dagevos en Gijsberts, 2007: 156). algemeen een groter huis dan Marokkaanse Amsterdammers, respectievelijkIn Amsterdam hebben Turkse gezinnen gemiddeld een inkomen van 92m2 en 85m2 (Dagevos en Gijsberts, 2007: 250).1726 euro per maand (Teune et al, 2006: 38), driehonderd euro meer dan Turken zijn vaker huiseigenaar dan Marokkanen. Ongeveer 28% van deMarokkaanse gezinnen. In 2005 zit 59% van de Turken in de laagste Turkse huishoudens heeft een eigen huis, dat is 10% meer dan bij deinkomensgroep (Teune et al, 2006: 39). Turkse Amsterdammers hebben Marokkaanse gemeenschap (Dagevos en Gijsberts, 2007: 12, bijlage B8.11).het gemiddeld financieel dus iets ruimer dan Marokkaanse Amsterdammers. In Amsterdam ligt het aantal Turken dat liever een huis huurt dan koopt bijna 20% lager dan bij Marokkanen (Amsterdam Dienst Wonen, 2003: 44).4.4.2 Huisvesting4.4.2.1 Wijken | Zoals gezegd in paragraaf 4.3.2. wonen niet-westerse 4.4.2.3 Tevredenheid | In 2006 zegt ruim 70% van de Turkse Nederlandersallochtonen met een laag inkomen in Nederland vaak in zwarte wijken. (zeer) tevreden te zijn over de woning (Dagevos en Gijsberts, 2007: 12,Dagevos en Gijsberts constateren dat 43% van de Turken in een gemengde bijlage B813). Om die reden hebben Turken in Amsterdam wellicht minderwijk en 54% in een zwarte wijk woont (Dagevos en Gijsberts, 2007: bijlage verhuisplannen dan Marokkanen: Ongeveer 45% wil in de huidigeB8.7, p. 9). Dat is vergelijkbaar met de Marokkaanse gemeenschap. woning blijven wonen. Bij Marokkanen in Amsterdam is dit bijna 30%. (Amsterdam Dienst Wonen, 2003: 32).4.4.2.2 Huis | De Turkse gemeenschap in Amsterdam kent minder grotegezinnen dan de Marokkaanse gemeenschap. Ruim 2 op de 10 Marokkaanse 4.4.3 Jongerengezinnen bestaat minimaal uit vier kinderen (Crok et al, 2006: 27). 4.4.3.1 Opleidingsniveau | Turkse jongeren doen het een stuk beter op schoolIk heb niet kunnen vinden hoeveel Turkse gezinnen met kinderen krap dan hun ouders: Van de Nederlandse Turken tussen de 45 en 64 jaar heeftwonen in Amsterdam. Ik vermoed dat dit percentage lager ligt dan bij ongeveer 1 op de 10 middelbaar of hoger onderwijs doorlopen. Van de Turksede Marokkaanse gemeenschap: De Turkse gemeenschap kent namelijk jongeren tussen de 15 en 24 jaar is dit meer dan de helft (zie tabel 4.3 en 4.3). 69
  • 70. Toch heeft in 2006 slechts 37% van de Turkse jongeren een startkwalificatie 4.4.3.2 Jeugdwerkloosheid | Het aantal werkloze Turkse jongeren lijkt netgehaald (Dagevos en Gijsberts, 2007: 80). Bijna 6 van de 10 Turkse jongeren zo hoog te zijn als bij de Marokkaanse gemeenschap: bijna 40% van debeschikt daardoor niet over het minimale niveau om een succesvolle start niet-schoolgaande jongeren tussen de 15 en 24 jaar heeft volgens het SCP inte kunnen maken op de arbeidsmarkt. Daarmee doen zij het landelijk iets 2004 en 2005 geen betaalde baan van 12 uur of meer14 (Dagevos, 2006: 11).minder goed dan Marokkaanse leeftijdsgenoten. Helaas is dit cijfer niet opgedeeld in lager- en hogeropgeleide jongeren.Volgens Arend Odé hebben vooral allochtone jongens geen interesse in In Amsterdam komt de Dienst Onderzoek en Statistiek namelijk metlange schoolcarrières: Ze willen snel aan de slag om geld te verdienen. opvallend gegevens: minder dan 5% van de middelbaar opgeleide TurkseTurkse jongens trouwen over het algemeen jong en willen financieel Amsterdammers (mbo en havo/vwo) is werkloos. Dat is vijf keer minderonafhankelijk zijn van hun ouders. (Odé, 2002: 69). dan het aantal middelbaar opgeleide Marokkaanse werkzoekenden (25%)In Amsterdam gaat overigens 5 van de 10 Turkse jongeren in Amsterdam en zelfs minder dan het percentage middelbaar opgeleide autochtonetussen de 17 en 23 jaar van school met een startkwalificatie (Crok et al, werkzoekenden (7%) (Crok et al., 2006: 73).2006: 64). Dat zijn er iets meer dan Marokkaanse jongeren in de hoofdstad. Van de hoogopgeleide Turkse Amsterdammers (HBO en WO) zit ruim 1 op de 10 zonder werk. Dat is bijna de helft minder dan het aantal hoogopgeleideTabel 4.4 | Opleidingsniveau van (niet-) schoolgaanden naar etnische groep Marokkaanse Amsterdammers, waarvan 19% geen werk heeft (Crok et al.,en leeftijd, 15 - 24-jarigen, 2006 (in procenten) 2006: 73). Aangezien ruim de helft van de tweede generatie Turken tussen de 15 en 15 - 24 jaar 24 jaar mbo of hoger heeft, vermoed ik dat de jeugdwerkloosheid bij Turksemaximaal basisonderwijs 14% jongeren daarom meer dan bij Marokkaanse jongeren vooral lageropgeleiden treft.vbo/mavo 32%mbo/havo/vwo 43% 4.4.4 DiscriminatieHBO/WO 11% Ongeveer 80% van de Turkse jongeren en Turkse hoogopgeleiden denktBron: Dagevos en Gijsberts, 2007: 76. dat in Nederland op de arbeidsmarkt wordt gediscrimineerd (Dagevos en 70
  • 71. Gijsberts, 2007: 9, bijlage B11.18). Dat is iets minder dan bij de Marokkaanse 4.5.1.1 Eerste generatie | Uit landelijk onderzoek blijkt dat de Marokkaanse engemeenschap, maar het blijft een overweldigende meerderheid. Turkse arbeidersgeneratie in vergelijkbare sociaaleconomische omstandighedenNet zoveel hoogopgeleide Nederlandse Turken als Nederlandse Marokkanen leven: De twee groepen zijn vergelijkbaar geschoold en de arbeidsparticipatiezeggen persoonlijk ervaring te hebben met discriminatie op de arbeidsmarkt, is bij beide groepen even laag. Met als gevolg dat net zoveel Turkse alsnamelijk 40% (Dagevos en Gijsberts, 2007: 9, bijlage B11.19). Toch blijkt Marokkaanse huishoudens in armoede leven.uit een kwalitatief onderzoek in 2002 dat (een deel van de) werkgevers in In Amsterdam lijken Marokkaanse huishoudens het gemiddeld wel minderde grote vier steden een voorkeur heeft voor Turks personeel boven andere goed te hebben dan Turkse huishoudens: ze moeten rondkomen van eenniet-westerse allochtonen (Kruisbergen en Veld in Andriessen et al., 2007: lager inkomen en zijn opvallend vaker werkloos. Marokkaanse Amsterdammers66). Waarom denkt dan toch 80% van de Turkse jongeren dat er wordt met een mbo of havo/vwo-diploma zijn vijf keer vaker werkloos dan vergelijkbaargediscrimineerd? Die vraag wordt niet beantwoord door Andriessen et al.: opgeleide Turkse Amsterdammers. Marokkanen in de hoofdstad met eenDe auteurs gaan in de Discriminatiemonitor opvallend genoeg verder niet HBO- of WO-diploma zitten meer dan de helft vaker zonder werk danin op de discriminatie van Turken op de arbeidsmarkt. hooggeschoolde Turken (Crok et al., 2006: 73). 4.5.1.2 Marokkaanse en Turkse jongeren | Volgens Arend Odé is de 4.5 Vergelijking hoofdstad geen uitzondering. Hij constateert dat Marokkaanse jongeren met hetzelfde diploma beduidend minder ver komen dan andere etnische4.5.1 Conclusie hypothese minderheden.15 Odé’s constatering wordt niet bevestigd in de door mijAan het begin van dit hoofdstuk heb ik de hypothese geformuleerd, dat geraadpleegde onderzoeksrapporten. Hierin staat dat Marokkaansede Marokkaanse gemeenschap in Nederland een relatief minder jongeren even vaak werkloos zijn als Turkse jongeren.16 Tot het tegendeelgunstige sociaaleconomische situatie kent dan de Turkse gemeenschap. De bewezen is, lijkt de hoofdstad een uitzondering op de regel te zijn.empirische resultaten ontkrachten deze hypothese: de sociaalmaatschappelijk In het onderwijs doen Marokkaanse scholieren het beter dan Turkse scholieren:verschillen tussen Marokkaanse en Turkse Nederlanders zijn minimaal. ruim 70% van de Marokkaanse jongeren volgt een middelbare of hogere 71
  • 72. opleiding. Bij de tweede generatie Turken is dit 20% minder, netwerk werkgelegenheid voor Turkse jongeren en voorkomt het zo dat denamelijk ruim 50%. Op basis daarvan concludeer ik dat de sociaal- jongeren marginaliseren. De Marokkaanse gemeenschap beschikt volgenseconomische situatie van Marokkaanse jongeren in Nederland tegen de Odé niet over een dergelijk systeem (Odé, 2003: 81).verwachtingen in beter is dan die van Turkse jongeren. Wat betekent het bestaan van dit netwerk voor de sociaaleconomische positie van Turken in Nederland? Ten eerste is de Turkse gemeenschap4.5.2 Verklaring hierdoor minder afhankelijk van officiële wervingskanalen en daardoorGebaseerd op de marginaliseringstheorie van Almond et al. (Almond et al., misschien minder vatbaar voor discriminatie door het Nederlandse bedrijfs-2003: 130) zouden Turkse moslimjongeren en Marokkaanse moslimjongeren leven. Bovendien komen ook laag- of ongeschoolde Turken dankzij de sterkeevenveel moeten radicaliseren. Met uitzondering van de situatie in Amsterdam etnische solidariteit relatief snel aan een baan.17zijn de sociaaleconomische omstandigheden tenslotte vergelijkbaar. Ten tweede wekt een dergelijke informele ‘arbeidsmarkt’ de indruk, dat hetToch is dat volgens deskundigen en de Nederlandse veiligheidsdienst AIVD daadwerkelijke aantal Turken met een betaalde baan (veel) hoger ligt, danniet het geval. Hoe kan dat? Wellicht dat het antwoord ligt in ‘zachtere’ de officiële cijfers van het CPB en CBS doen vermoeden. Tenslotte zijnsociaaleconomische omstandigheden, die voordeliger lijken uit te pakken veel Turkse illegalen werkzaam in dit Turkse arbeidscircuit (Staring, 2001).voor de Turkse gemeenschap. Dat kan alleen wanneer deze (deels) uit het zicht van overheid en officiële instanties functioneert.4.5.2.1 Turks arbeidscircuit | Criminoloog Richard Staring is auteur van Met andere woorden, landelijk lijken net zoveel Turken als MarokkanenReizen onder Regie. Het Migratieproces van Illegale Turken in Nederland zonder werk te zitten. In de praktijk ligt het aantal werkloze Turken(2001). In dit proefschrift beschrijft Staring hoe de Turkse gemeenschap in misschien (veel) lager, omdat ze ‘zwart’ werken via informele kanalen.Nederland een “informele infrastructuur” heeft ontwikkeld op het terreinvan immigratie, arbeid, huisvesting en financiën (Staring, 2001: 6, 7). Odé 4.5.2.2 Turkse ondernemersgeest | Turkse Nederlanders beginnen veelbevestigt het bestaan van een informeel netwerk. Volgens hem creëert dit vaker een eigen bedrijf dan Marokkaanse Nederlanders. In 2005 telt 72
  • 73. Nederland bijna twee keer zoveel bedrijven van Turkse herkomst dan jongeren. Ervaringen met discriminatie zijn namelijk een belangrijke factorvan Marokkaanse herkomst, respectievelijk 15.000 en 6.000 (Dagevos en in het radicaliseringsproces van moslimjongeren. Het volgende hoofdstukGesthuizen, 2005: 25). Volgens Dagevos en Gesthuizen zijn Turken zelfs gaat hier dieper op in. fhet meest ondernemend van alle etnische minderheden in Nederland(Dagevos en Gesthuizen, 2005: 25).Hoe kan dat? Onderzoekers Jansen et al. concluderen dat het ondernemerschapTurken in het bloed zit: Turken met een eigen bedrijf hebben vaak ookfamilieleden (in Nederland of Turkije) met een eigen bedrijf. Marokkanenzijn volgens de onderzoekers minder gemotiveerd om voor zichzelf tebeginnen (Jansen et al., 2003: 36).Daarnaast speelt het sociaal kapitaal een rol: Turkse ondernemers bedienenvaak hun eigen etnische groep (Jansen et al., 2003: 36). De Marokkaansegemeenschap is veel meer verdeeld en gericht op de Nederlandse samenleving,waardoor er wellicht minder behoefte is aan een ‘Marokkaanse’ markt.Samen met het informele arbeidscircuit maakt de Turkse ondernemers-geest de gemeenschap minder afhankelijk van officiële wervingskanalen.Daardoor zijn Nederlandse Turken in Nederland wellicht minder kwetsbaarvoor eventuele discriminatie dan Nederlandse Marokkanen.Wellicht verklaart dit mede waarom Turkse jongeren, ondanks een gelijkesociaalmaatschappelijke positie, toch minder radicaliseren dan Marokkaanse 73
  • 74. 1 Kepel, 27/08/05, NRC Handelsblad; Almond, 19/06/02, Wall Street Journal. Ook de AIVD stelt WI-ers is dit percentage hetzelfde (Dagevos en Gijsberts, 2007: 9, bijlage B11.18). Waarschijnlijkdat met name extremistische islamisten rekruteren in Nederlandse gevangenissen (AIVD, 2006b: komen deze aantallen overeen, omdat de meeste hoogopgeleide Marokkanen tot de tweede generatie17 en p. 32). behoren.2 Het minimaal geschikte opleidingsniveau voor een goede start op de arbeidsmarkt (Dagevos en 11 Respectievelijk 47% van de Marokkaanse jongeren en 40% van de Marokkaanse HBO- enGijsberts, 2007: 72). WO-ers zegt persoonlijk ervaring te hebben met discriminatie op de arbeidsmarkt (Dagevos en Gijsberts, 2007: 9, bijlage B11.19).3 De Nederlandse overheid gaat er in die tijd vanuit dat slechts 7% van de gastarbeiders zich hierdefinitief zal vestigen (Obdeijn en De Mas, 2001: 12). 12 Respectievelijk 13% en 3% (Dagevos en Gijsberts, 2007: 143).4 Een startkwalificatie is minimaal een opleiding op mbo- of havoniveau. Zonder startkwalificatie 13 Meer verklaringen voor de hogere werkloosheid onder Marokkaanse jongeren in paragraaf 4.5).kom je in Nederland moeilijk aan werk (Bron: CBS). 14 Het gaat hier om jongeren, die actief werk zoeken. Niet-werkende jongeren, die niet actief op5 Gezinnen leven in armoede in Nederland wanneer het inkomen van een huishouden gelijk is aan zoek zijn naar werk, worden niet meegeteld.het bijstandsniveau van een éénpersoonshuishouden in 1979. 15 Interview met Odé.6 De gemeente Amsterdam kent de grootste Marokkaanse gemeenschap van Nederland (Crok etal., 2006). 16 Bijna 40% van de niet-schoolgaande Turkse en Marokkaanse jongeren tussen de 15 en 24 jaar heeft in 2004 en 2005 geen betaalde baan van 12 uur of meer (Dagevos, 2006: 11).7 In zwarte wijken woont minimaal 1/3e deel meer niet-westerse allochtonen dan in de rest van degemeente (Dagevos en Gijsberts, 2007: 200). Welke invloed zwarte wijken hebben op de sociaal- 17 Richard Staring beschrijft in zijn proefschrift hoe illegale Turkse migranten in Nederland in dezeeconomische ontwikkeling van etnische minderheden, laat ik hier in het midden. Een discussie informele economie worden opgenomen. Ze krijgen hulp bij het zoeken van een huis, een baan enhierover is te vinden in Lucia Lindner’s Ruimtelijke Segregatie van Afkomstgroepen in Den Haag zelfs een echtgenote. Dit gebeurt op basis van een gemeenschappelijke regionale herkomst of zelfs– Wiens Keuze? (2002). alleen de gemeenschappelijke Turkse nationaliteit (Staring, 2001: 6, 7).8 In dit geval betreft het wijken waar meer dan de helft van de inwoners van niet-westerse afkomst is.9 van 12 uur of meer.10 Van de 2e generatie Marokkaanse jongeren heeft 88% het gevoel dat er in Nederland op dearbeidsmarkt af en toe tot (zeer) vaak wordt gediscrimineerd. Bij de Marokkaanse HBO-ers en 74
  • 75. Deel III Analyse 75
  • 76. Hoofdstuk 5 Van oorzaak naar gevolg 76
  • 77. D eel III, het slotstuk van deze scriptie, bestaat uit hoofdstuk 5. Hierin wordt de ontbrekende schakel beschreven: in hoeverre kunnen de structurele leefomstandigheden van de Marokkaanse en Turkse gemeenschap de opkomst van hetislamitisch radicalisme in Nederland verklaren?Hoofdstuk 5 licht in drie paragrafen toe hoe radicalisering onwil-lekeurig bij de Marokkaanse gemeenschap werd gestimuleerd en bijde Turkse gemeenschap is afgeremd. Achtereenvolgens behandelenparagraaf 1, 2 en 3 het religieuze, politieke en sociaaleconomischeleefdomein. f 77
  • 78. 5.1 Religieuze organisatie en islamitisch radicalisme ‘persoonlijke zelfwaardering’, zeggen Phalet et al. in het onderzoeksrapport Moslim in Nederland (Phalet et al., 2004a: 102).5.1.1 Virtuele radicalisering De moord op Theo van Gogh en de daaropvolgende media-aandacht hebbenVolgens de Nederlandse veiligheidsdienst AIVD speelt internet een grote rol in moslimjongeren gestimuleerd om kennis op te doen over de islam (De Koninghet radicaliseringsproces van islamitische jongeren (AIVD, 2006b: 48).1 Ik en Bartels, 2005: 21; Nabben et al., 2006: p. 64).heb de indruk dat dit onder andere komt, doordat de kans om op een radicale Opvallend genoeg signaleren Ton Nabben et al. in hun studie Van Allah totwebsite terecht te komen zeer groot is. Wereldwijd is het aantal extremistische Prada deze religieuze verdieping wel bij Marokkaanse jongeren, maar nietsites tussen 1998 en 2004 toegenomen van 12 tot 4.500 2 (Dittrich, 2006: 31). bij hun Turkse leeftijdsgenoten (Nabben et al., 2006: 51). Toch constaterenNederland kent enkele tientallen Nederlandse salafitische sites (AIVD, de onderzoekers elders in hun rapport dat beide groepen jongeren een2007: 19). Liberale islamitische sites zijn daarentegen schaars.3 even grote religieuze beleving hebben (Nabben et al., 2006: 143).Van alle etnische minderheden in Nederland zijn Marokkaanse jongerenhet meest actief op internet (Nabben et al., 2006: 89). Bovendien bezoeken Ik vermoed dat jonge Turken minder actief religieuze kennis vergaren danzij vaker dan Turkse jongeren islamitische websites en internetfora jonge Marokkanen, omdat deze in de Turkse gemeenschap simpelweg meer(Nabben et al., 2006: 89). voorhanden is. Uit hoofdstuk twee blijkt dat Turkse jongens en meisjes van jongsaf aan uitgebreid koranonderricht krijgen bij de Süleymancilar. OokHoe komt dat? Ik heb de indruk dat dit een gevolg is van de gebrekkige op oudere leeftijd is het contact tussen Turkse jongeren en hun religieuzereligieuze organisatie van de Marokkaanse islam in Nederland. Zowel leraar hecht: De pupillen geven aan goed met vragen en kritiek terecht teTurkse als Marokkaanse moslimjongeren hebben behoefte aan kennis over kunnen bij de imam. Bovendien kunnen ze hun heil zoeken in de uitgebreidede islam.4 Ze leven in spagaat tussen de cultuur van het land van hun ouders islamitische bibliotheek waar Turkse moskeeën over beschikken.en die van Nederland. Hun etnische identiteit lijkt hier weinig populair In Marokkaanse moskeeën ontbreekt deze kennis, zegt Saidte zijn en daarom wint religie aan invloed. Religie wordt zo een bron van Bouddouft, voormalig voorzitter van de Stichting Marokkanen en 78
  • 79. Tunesiërs (SMT) (interview Bouddouft). Bovendien vermijden Marokkaanse zowel voor de te volgen ideologische koers als voor de financiering.moslimjongeren volgens hem de moskee, omdat er een wereld van verschilis tussen hun leefwereld en die van de imam. Vaak kunnen de jongeren Het gevolg is dat Marokkaanse moskeeën weinig weerstand (kunnen) biedende Arabisch of Berbers sprekende imam niet eens verstaan (interview aan de ideologische kritiek van Saoedische missionarissen. Deze trekkenBouddouft; De Koning en Bartels, 2005: 25; Dittrich, 2006: 20). vanaf de jaren ’80 met steun van Saoedische oliedollars Europa in om te voorkomen dat de islamitische diaspora verwestert (Bouddouft, 2005: 28).De consequentie hiervan is dat Marokkaanse moslimjongeren andere bronnen Saoedische ‘nongouvernementele missieorganisaties’ slagen er volgens deaanboren om een antwoord te vinden op hun vragen: het internet. Zoals AIVD in een ‘zeer overtuigde groep (...) eerste generatie moslimimmigrantengezegd komen zij in hun zoektocht al gauw terecht op islamitische websites van primair Marokkaanse afkomst’ aan zich te binden (AIVD, 2007: 16).en internetfora, die een radicale, conservatieve boodschap uitdragen. Niet alleen bezoeken deze Marokkaanse immigranten Saoedische moskeeën,Met deze kennis is het niet verbazingwekkend dat er relatief veel meer het wahhabistische gedachtengoed dringt ook door in Marokkaanse moskeeën.Marokkaanse moslimjongeren radicaliseren dan Turkse moslimjongeren. Dat leidt in de jaren ’90 tot wahhabisering van moskee- en islamitische schoolbesturen (Buijs et al., 2006: 163).5.1.2 Islamistische kapersDoor de gebrekkige organisatie van de Marokkaanse islam in Nederland is Het is moeilijk te zeggen of deze streng conservatieve moskeeën ook bijdragensprake van een zwakke basis, zegt Bouddouft (Bouddouft, 2005: 27). In aan de radicalisering van de 2e generatie Marokkaanse moslims. Zoalstegenstelling tot de Turkse overheid slaagde de Marokkaanse koning niet gezegd laten Marokkaanse jongeren in Nederland zich weinig in de moskeeerin de religieuze beleving van zijn diaspora te beïnvloeden. Noch kent zien. Bovendien ontwikkelt radicalisering zich vooral buiten de moskee,Europa een sterk netwerk van oppositionele Marokkaanse stromingen (zie zegt de Deense onderzoeker Michael Taarnby (Taarnby, 2005: 25).hoofdstuk 2). Turkse moskeeën maken deel uit van een sterke, ideologische Hier steekt de handicap van een gebrekkige organisatie opnieuw de kop op:koepelorganisatie. Marokkaanse gebedshuizen zijn op zichzelf aangewezen, Volgens Bouddouft en Tillie voelen Marokkaanse en Turkse jongeren zich 79
  • 80. evenveel aangetrokken tot het radicaalislamitische gedachtegoed. Binnen Als deze jongeren eenmaal buiten de moskee staan, horen ze geenTurkse moskeeën lijken deze opvattingen echter beter beheerst te worden. tegengeluiden meer en zijn ze vogelvrij. Vergeleken met Turkse jongeren,Vanwege de relatieve geslotenheid van de Turkse geloofsgemeenschap die dezelfde opvattingen hebben, lopen Marokkaanse moslimjongerenis niet duidelijk hoe dat gebeurt (interview Bouddouft; interview Tillie). meer kans in de ideologische greep te raken van radicale en extremistischeHet blijft daarom bij speculaties. Zoals geconstateerd, hebben Turkse recruteurs.moslimjongeren beter contact met de religieuze voorgangers in hun moskee In deze context is het goed om stil te staan bij Milli Görüs in Nederland.dan hun Marokkaanse geloofsgenoten. Ik vermoed dat het bestuur daardoor Wat als het bestuur van deze Turkse conservatief-islamitische organisatiemisschien goed weet welke jongeren er radicale denkbeelden op na houden. radicale opvattingen zou ontwikkelen en zou trachten Nederland teWellicht dat het bestuur met dialoog en argumentatie een ander geluid laat islamiseren? Dan kunnen deze opvattingen juist vanwege de hogerehoren, waardoor radicaliserende jongeren hun ideeën in een ander, minder organisatiegraad effectief naar de achterban worden uitgedragen. Met alszwart-wit daglicht kunnen gaan zien. gevolg dat radicalisering in tegenstelling tot bij de Marokkaanse gemeenschap,Marokkaanse moslimjongeren missen deze band met hun religieuze voorganger, in georganiseerd verband plaatsvindt.onder andere vanwege het taalverschil. Bovendien, of misschien juist daardoor,laten zij zich weinig zien in de moskee. Marokkaanse moskeeën lijken zichdaardoor geen raad te weten met radicaliserende jongeren, zegt Ahmed 5.2 Politieke participatie en islamitisch radicalismeAboutaleb, voormalig wethouder in Amsterdam. Volgens Aboutaleb voelende Marokkaanse moskeebesturen de hete adem van Nederlandse veiligheids- Het islamitisch radicalisme is een politiek fenomeen dat ontstaat wanneerdiensten in de nek. In plaats van dat ze de dialoog aangaan en proberen de moslims niet (langer) het gevoel hebben, dat de seculiere staat hun belan-jongeren op andere gedachten te brengen, kiezen moskeebesturen ervoor gen vertegenwoordigt. Dit proces van vervreemding is het gevolg van eenhen weg te sturen (interview Aboutaleb; De Koning en Bartels, 2005: 21). vertrouwensbreuk en een legitimiteitsprobleem (Buijs et al., 2006: 236).Daarnaast kiezen jongeren ervoor om zelf de moskee te verlaten. Beide lijken verband te houden met een lage politieke participatie. 80
  • 81. Hoofdstuk drie toont aan dat Marokkaanse Nederlanders veel minder via hen weinig ervaring opgedaan hiermee. De combinatie van politiekdeelnemen aan de politiek dan Turkse Nederlanders. De consequentie bewustzijn en schaarse politieke vaardigheden kan volgens Jean Tillieis dat Marokkaanse jongeren over het algemeen meer de Nederlandse leiden tot een gevoel van machteloosheid en frustratie (interview Tillie).democratische orde wantrouwen dan Turkse leeftijdsgenoten. Zij zullen Met als gevolg, dat Marokkaanse jongeren het gevoel kunnen krijgen dat dedeze in een aantal gevallen zelfs afwijzen.5 In de volgende subparagrafen Nederlandse politiek niet naar hen luistert en dat ze daardoor geen verschillicht ik dat toe. kunnen maken in de samenleving.5.2.1 Vertrouwensbreuk Buijs et al. interviewden voor de studie Strijders van Eigen Bodem (2006)In de eerste fase van het radicaliseringsproces verliest een moslimjongere een aantal Marokkaanse moslimjongeren met democratische politiekehet vertrouwen in de Nederlandse overheid, bijvoorbeeld doordat hij het aspiraties. Hun defensieve uitgangspunt is opvallend: De politieke aspiratiesniet eens is met het politieke beleid (Sprinzak in Buijs et al., 2006: 238). van deze jongeren komen voort uit het verlangen de ‘anti-islamistische’Buijs et al. constateren dat een groot deel van de jonge Marokkanen in Ned- Nederlandse samenleving te veranderen. De respondenten vinden politiekerland zich in deze eerste radicaliseringsfase, de vertrouwensbreuk, bevindt activisme van moslims noodzakelijk om “een positieve invulling” af te(Buijs et al., 2006: 214, 238). Het is niet bekend hoeveel Turkse jongeren dwingen van de vrijheid, die democratie biedt. Deze vrijheid leidt volgensin deze eerste radicaliseringsfase zitten, maar ik verwacht dat dit aantal veel hen er toe dat de belangen van etnische en religieuze minderhedenkleiner is en wel om de volgende reden: Marokkaanse jongeren tonen veel ondergesneeuwd raken (Buijs et al., 2006: 193).meer belangstelling voor politieke en maatschappelijke kwesties dan Turkse Buijs et al. schrijven “verrast” te zijn over “de reikwijdte en diepgangjongeren (zie hoofdstuk 3). Bovendien verlangen ze meer dan Turkse jon- van de verontwaardiging en het gevoel van vernedering” bij Marokkaansegeren naar publieke erkenning van de islam (Phalet et al., 2004c: 94). Doordat respondenten over de manier waarop politiek en media over de islamhun ouders bovendien weinig deelnemen aan de Nederlandse politiek, schrijven en spreken (Buijs et al., 2006: 186). Tegelijkertijd voelen dezehebben Marokkaanse jongeren in tegenstelling tot Turkse leeftijdsgenoten jongeren zich belemmerd door het gebrek aan politieke vaardigheden in 81
  • 82. hun gemeenschap (Buijs et al., 2006: 169). Ze constateren dat ze moeilijk dat democratisch actieve respondenten zich ook wantrouwig opstellenhun achterban kunnen mobiliseren en hebben daardoor het gevoel “niets tegenover het Nederlandse democratische systeem (Buijs et al., 2006: 193).te kunnen betekenen in de Nederlandse samenleving” (Buijs et al., 2006: Nabil Marmouch, voorzitter van de Nederlandse tak van de Arabische170). Een aantal respondenten ziet radicaalislamitische uitingen daarom als Europese Liga (AEL), is eveneens negatief.7 Hij beschrijft de Nederlandse“een vorm van zelfverdediging” (Buijs et al., 2006: 187). democratie in de bundel Hoe nu Verder? 8 als een staatsvorm “waarin deTurkse jongeren maken zich veel minder druk om de negatieve beeldvorming meerderheid een minderheid mag terroriseren, met een wetgeving die (...)en hun positie in Nederland, blijkt uit onderzoek van Nabben et al. elke afwijkende etnische of religieuze eigenschap van die minderheid(Nabben et al., 2006: 122). Ondanks dat er geen verschil is in religieuze bedoelt te neutraliseren” (Van Luin en Stoks, 2005: 152).toewijzing, praktijk en beleving (Phalet et al., 2004b: 19). Ook breder in de Marokkaanse gemeenschap leeft twijfel over de democratie5.2.2 Legitimiteitsconflict als meest geschikte bestuursvorm. Phalet et al. concluderen in het rapportFennema en Tillie stellen dat een lage politieke participatie eveneens Moslim in Nederland. Religieuze Dimensies, Etnische Relaties en Burgerschapgepaard gaat met twijfel over de legitimiteit6 van het Nederlandse politiek (2004) dat Marokkaanse moslimjongeren tussen de 18 en 30 jaar in 1999systeem (Buijs et al., 2006: 209). Dit is een belangrijke radicaliserende factor, zich weinig herkennen in het Nederlandse democratisch systeem. Slechtszeggen Almond et al. (Almond et al., 2003: 130). een kwart van hen is het onvoorwaardelijk eens met het beginsel van vrijeIn het legitimiteitsconflict, de tweede fase van het radicaliseringsproces, meningsuiting. Van de Turkse jongeren is dit iets meer dan de helft (Phaletwijzen moslimjongeren het Nederlandse democratische systeem af, omdat et al., 2004c: 77).zij het onrechtvaardig en partijdig vinden (Sprinzak in Buijs et al., 2006: Het politiek systeem in het land van herkomst kan hier een reden voor238). De geïnterviewde salafitische jongeren in de studie Strijders van zijn: De democratisering is verder gevorderd in Turkije dan in Marokko.Eigen Bodem (2006) lijken in deze fase te zitten, hoewel ze nog niet een Het is echter de vraag in hoeverre dit de politieke opvattingen van in Nederlandbreuk met de bestaande orde bepleiten. Uit de vorige paragraaf is gebleken, geboren en getogen Turkse en Marokkaanse jongeren daadwerkelijk 82
  • 83. beïnvloedt. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de kennis van Marokkaanse ervaren, verklaart waarom zij meer radicaliseren dan Turkse leeftijdsgenoten.jongeren over de politieke situatie in Marokko betrekkelijk gering is. Turkse Ik licht dat hieronder verder toe.jongeren zijn wel op de hoogte van de politiek in Turkije (Buijs et al., 2006: 210). 5.3.1 Integratieparadox Het informele circuit binnen de Turkse gemeenschap fungeert als sociaal- 5.3 Sociaaleconomische situatie en islamitisch radicalisme economisch vangnet. De Marokkaanse gemeenschap kent geen dergelijk netwerk (Pels, 2003: 28). Deze jongeren moeten op eigen kracht aan deBuijs et al. benadrukken in de studie Strijders van Eigen Bodem (2006) bak zien te komen. Marokkaanse jongeren richten zich (mede) daaromdat discriminatie een belangrijke rol speelt in het radicaliseringsproces: veel sterker op de Nederlandse samenleving dan Turkse leeftijdsgenotenMoslimjongeren moeten zich sociaalmaatschappelijk achtergesteld en (Pels, 2003: 23; Buijs et al., 2006: 202).9buitengesloten voelen om radicaalislamitische denkbeelden te ontwikkelen. Hoe meer deze Marokkaanse jongeren zich aanpassen aan de NederlandseZij moeten het idee hebben dat hun lage inkomen en het gebrek aan werk samenleving, hoe groter de kans wordt dat zij zich afgewezen voelen (Buijshet gevolg is van een discriminerende overheid en samenleving (Buijs et et al., 2006: 201, 202). Ten eerste lopen deze jongeren daadwerkelijk meeral., 2006: 196). risico op afwijzing en discriminatie, omdat ze zich buiten de veilige grenzenDe Marokkaanse gemeenschap kent niet zoals verwacht een veel slechtere van de eigen etnische groep begeven. Ten tweede voelen deze jongeren zichsociaaleconomische positie dan de Turkse gemeenschap. Wel zijn er ‘zachtere’ volgens onderzoeker Karin Prins vaak onzekerder dan niet-assimilerende10verschillen: de Marokkaanse gemeenschap heeft niet het voordeel van leeftijdsgenoten: Ze hebben meer behoefte om hun situatie te vergelijkeneen ‘eigen’ (arbeids)circuit. Bovendien beginnen Turken vaker voor zich met autochtone leeftijdsgenoten en voelen zich relatief sneller benadeeldzelf. Dit maakt de Turkse gemeenschap minder afhankelijk van officiële (Prins, 1996: 28, 42). Met andere woorden, ze zijn gevoeliger voor signalen vanwervingskanalen en daardoor minder kwetsbaar voor discriminatie (zie discriminatie en buitensluiting. Buijs et al. noemen dit de integratieparadoxparagraaf 4.5). Dat Marokkaanse jongeren vermoedelijk vaker discriminatie (Buijs et al., 2006: 202). Teleurstelling en woede is het gevolg en deze kunnen 83
  • 84. resulteren in een radicale afwijzing van de samenleving (Prins, 1996: 31; 2007: 40). Ze betogen dat de slechte sociaalmaatschappelijke positieBuijs et al., 2006: 249). van veel jonge Marokkanen (en hun ouders) enkel en alleen te wijten is aan de ‘anti-islamitische sentimenten’ in de Nederlandse samenleving en niet5.3.2 Koren op de molen aan henzelf (AIVD, 2007: 40). Dat doen zij met succes: Volgens de AIVDWilma Vollebergh is hoogleraar cross-culturele pedagogiek aan de Katholieke is dit ‘beroep’ een belangrijke radicaliserende factor voor MarokkaanseUniversiteit Nijmegen. Volgens haar leidt discriminatie ertoe dat moslim- moslimjongeren (AIVD, 2007: 40).jongeren terug kruipen in hun (etnische) schulp en de wereld verdelen inde ‘wij’-groep, moslims of Marokkanen, en de ‘zij’-groep, de Nederlandse Zoals gezegd in hoofdstuk vier, vallen radicaliserende jongeren grofwegsamenleving (Vollebergh, 2002: 15). in twee sociaalmaatschappelijke groepen: de lager opgeleide jongeren,Dit kan als gevolg hebben, dat jongeren intenties van autochtonen sneller die op het criminele pad zijn beland en de hoger opgeleiden, van wie deals vijandig opvatten. Zij neigen volgens Vollebergh ertoe om de Nederlandse inspanningen niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd.samenleving de schuld te geven van ‘conflicten, problemen en mogelijkeigen falen’ (Vollebergh, 2002: 15). Vooral bij jongeren uit een zwak 5.3.2.1 Lager opgeleide moslimjongeren | Nabben et al. doen in 2005sociaalmaatschappelijk milieu, zonder ondersteunend sociaal netwerk, kan in Amsterdam en Leiden onderzoek naar 21 netwerken van Turkse endit volgens haar leiden tot vijandigheid (Vollebergh, 2002: 15). Marokkaanse jongeren tussen de 15 en 29 jaar. Ze constateren dat metDeze theorie van Vollebergh verklaart (mede) waarom ‘vernederlandste’ name Marokkaanse ‘probleemjongeren’ ertoe neigen zich een slachtofferrolMarokkaanse jongeren eerder de Nederlandse samenleving de rug toekeren aan te meten (Nabben et al., 2006: 121). Deze groep ‘escapisten’ heeftdan Turkse jongeren: De laatsten zullen zich eerder terugtrekken in de volgens de onderzoekers een zwakke sociaaleconomische positie en ervaringveiligheid van hun eigen gemeenschap (Buijs et al., 2006: 209). met criminialiteit. Ze zijn ‘jaloers en egoïstisch’ en geven anderen de schuldVolgens de AIVD maken radicaal-islamitische predikers dankbaar gebruik van de problemen in hun leven (Nabben et al., 2006: 121). Bovendienvan deze ‘gevoelens van achterstelling’ bij Marokkaanse jongeren (AIVD, zijn de Marokkaanse escapisten het minst tolerant naar autochtonen toe 84
  • 85. van alle onderzochte groepen. De onderzoekers waarschuwen dat zij zich Nabben et al. typeren hen wel als hard werkende ‘doeners’ met de moraal:aangetrokken kunnen voelen tot het radicalisme (Nabben et al., 2006: 121). wie hard werkt, krijgt daar respect voor terug (Nabben et al., 2006: 58). Dit wekt de indruk dat Turkse jongeren zich in ieder geval realiseren dat ze5.3.2.2 Hoger opgeleide moslimjongeren | Buijs et al. constateren juist hard moeten werken om hun doel te bereiken.dat radicaliserende jongeren een hoge opleiding hebben genoten, maarteleurgesteld zijn in hun maatschappelijke carrière. Niet zelden blijktdit het gevolg van ‘overtrokken verwachtingen’ (Buijs et al., 2006: 249). 5.4 Samengevat: de kracht van sociaal kapitaalNabben et al. typeren Marokkaanse jongeren in Van Allah tot Prada (2006)als ‘dromers’, die respect willen zonder er hard voor te werken (Nabben et Hoofdstuk 5 toont aan dat structurele leefomstandigheden factoren kunnenal., 2006: 58). Ook Obdeijn en De Mas stellen in hun studie De Marokkaanse produceren, die radicalisering stimuleren. Aan de andere kant is geblekenUitdaging (2001), dat Marokkaanse jongeren niet langzaam op de ladder dat leefomstandigheden tevens factoren kunnen voortbrengen, die hiertegenwillen stijgen, maar direct naar de top hopen door te stomen (Obdeijn en beschermen. Bij de Marokkaanse gemeenschap is sprake van het eerste,De Mas, 2001: 40). Met andere woorden, hoogopgeleide Marokkaanse voor de Turkse gemeenschap geldt het tweede scenario. De beschrevenmoslimjongeren lijken gebukt te gaan onder moeilijk te realiseren ambities. elementen in hoofdstuk 5 vallen onder één noemer: sociaal kapitaal. Bij deDeze vergroten het risico op teleurstelling. Wanneer Marokkaanse jongeren Marokkaanse gemeenschap is deze minder ontwikkeld dan bij de Turksehun toekomstdromen in duigen zien vallen en dit overeenkomstig de theorie gemeenschap.van Vollebergh wijten aan discriminatie, kan dat leiden tot radicalisering.Overigens zijn de meeste radicaliserende jongeren tussen de 16 en 18 jaar Het belang van sociaal kapitaal komt met name prominent naar voren in(Buijs et al., 2006: 250; Tillie en Slootman, 2006: 6). De vraag is in hoeverre op de politieke en in de sociaaleconomische context: De Turkse gemeenschapdeze jonge leeftijd al sprake kan zijn van gefrustreerde toekomstverwachtingen. kent een uitgebreid netwerk van Turkse stichtingen en verenigingen, eenHet is niet bekend hoe realistisch de ambities van Turkse jongeren zijn. bont gezelschap van verschillende meningen, van liberaal tot islamistisch. 85
  • 86. Dit heterogene netwerk heeft samen met een geschiedenis van samenwerkingen overleg geresulteerd in een hechte band tussen de Turkse politieke eliteen haar Turkse achterban. De gemeenschap is prominent aanwezig in deNederlandse politiek en de elite draagt zorg voor de belangen van haarachterban. Met als gevolg dat het vertrouwen in het Nederlandse politiekesysteem relatief groot is. Sociaal kapitaal lijkt daardoor radicalisering af tekunnen remmen.In de sociaaleconomische context is het belang van het sociaal kapitaalhet meest zichtbaar: De Turkse minderheid is erin geslaagd een schijnbaarvolledig zelfvoorzienende markt te creëren. Dat maakt haar minder afhankelijkvan Nederlandse instanties en het Nederlandse bedrijfsleven, dan de Marokkaansegemeenschap. Los van de vraag of een dergelijk circuit wenselijk is, lopenTurken leden minder risico op discriminatie dan Marokkanen. Ook hierlijkt sociaal kapitaal in staat radicalisering af te remmen. f 86
  • 87. 1 Volgens de AIVD kan het bezoek aan radicaalislamitische sites en webfora ertoe leiden dat Osmaanse geschiedenis. Dat schept een sterke band onder de Turkse diaspora (Prins, 1996: 15).de “zuivere virtuele wereld in de plaats van de concrete werkelijkheid [treedt]. Daardoor kunnenindividuen los komen te staan van hun omringende samenleving en zich hiertegen gaan keren” 10 ‘Opgaan in een nieuw milieu van individuen en groepen’ (Bron: Van Dale). In dit geval nemen(AIVD, 2006b: 46). Marokkanen afstand van hun Noord-Afrikaanse cultuur en gaan zij op in de Nederlandse cultuur.2 Bron: Simon Wiesenthal Center (Los Angeles), 2004 in Dittrich, 2006: 31.3 Onderzoekers Martijn De Koning en Edien Bartels constateren dat “gematigd islamitische siteshet onderspit delven ten opzichte van de overvloed aan streng conservatieve salafitische websites”(De Koning en Bartels, 2005: 23).4 interview Bouddouft en Tillie.5 Het afwijzen van de democratische orde is één van de kenmerken van het islamitisch radicalisme.Radicale moslimjongeren zijn overwegend van Marokkaanse afkomst. Daarom concludeer ik dat erveel minder Turkse jongeren zijn, die de democratische orde afwijzen.6 Als burgers een politiek systeem legitiem vinden, zijn zij van mening dat dit systeem ‘het meestrechtvaardig en geschikt is voor de samenleving’ (Buijs et al., 2006: 235).7 De Arabische Europese Liga is tot nog toe de enige islamitisch gekleurde partij, die een relatiefserieuze rol heeft gespeeld in de Nederlandse politiek.8 De bundel beschrijft 42 visies op de toekomst van Nederland na de moord op Theo van Gogh(Van Luin en Stoks, 2005).9 Uit onderzoek van Karin Prins blijkt dat de helft van de Nederlandse Marokkanen assimileert. Bijde Turken is dat 1 op 3. Volgens Prins komt dat doordat Marokkanen een minder stabiele identiteitkennen dan Turken: Marokko is een verdeeld land, mede doordat het een Frans/Spaans protectoraatis geweest. Daardoor heeft de Marokkaanse gemeenschap in Nederland geen sterke collec-tieve identiteit ontwikkeld. Turkije kent daarentegen een sterk nationaal bewustzijn door de rijke 87
  • 88. Hoofdstuk 6 Conclusie 88
  • 89. I In deze scriptie staat de invloed van de leefomstandigheden van In paragraaf 6.1 beantwoord ik de deelvragen aan de hand van de belangrijkste Marokkanen en Turken op het ontstaan van het islamitisch radicalisme bevindingen. Vervolgens krijgt de lezer een antwoord op de hoofdvraag. In centraal. Met behulp van interviews met deskundigen en een paragraaf 6.2 blik ik terug op het onderzoeksproces en de toegepaste theorie. f literatuurstudie is de volgende probleemstelling onderzocht:Hoofdvraag | Welke rol hebben de structurele leefomstandigheden vande Marokkaanse en Turkse gemeenschap in Nederland gespeeld bij hethier opgekomen islamitische radicalisme?Deze hoofdvraag is opgesplitst in de volgende drie deelvragen:Theorie | Wat is islamitisch radicalisme en hoe heeft deze ideologie voetaan Hollandse grond gekregen?Empirie | Kennen de Marokkaanse en Turkse gemeenschap structureleleefomstandigheden, die een voedingsbodem kunnen creëren voorislamitisch radicalisme?Analyse | In hoeverre kunnen de structurele leefomstandighedenvan de Marokkaanse en Turkse gemeenschap de opkomst van hetislamitisch radicalisme in Nederland verklaren? 89
  • 90. 6.1 Antwoorden Op basis hiervan zijn in het empirisch gedeelte van deze scriptie (deel II) drie hypothesen getoetst met het volgende gemeenschappelijke kenmerk: de6.1.1 Theorie: Wat is islamitisch radicalisme en hoe heeft deze ideologie Marokkaanse gemeenschap kent wel leefomstandigheden, die een voedingsbodemvoet aan Hollandse grond gekregen? kunnen creëren voor islamitisch radicalisme. De Turkse gemeenschap kentHet islamitisch radicalisme is een relatief jonge politieke beweging, deze niet of nauwelijks.gebaseerd op traditionele islamitische grondbeginselen. De beweging is sinds Twee van de drie hypothesen worden bevestigd. De derde wordt weerlegd.de 20e eeuw actief in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Belangrijke Op basis hiervan concludeer ik dat mijn vermoeden klopt en dat deredenen voor haar ontstaan zijn niet-religieuze factoren geweest als politieke Marokkaanse gemeenschap in Nederland structurele leefomstandighedenuitsluiting, corruptie en sociaaleconomische ongelijkheid. kent, die een voedingsbodem kunnen creëren voor islamitisch radicalisme.Sinds enkele jaren kent ook Nederland aanhangers van het Bij de Turkse gemeenschap in Nederland is dat in mindere mate het geval:radicaalislamitische gedachtegoed. Hun aantal groeit. Opvallend genoeg alleen bij de sociaaleconomische situatie. En zelfs hier lijkt de Turksegaat het voornamelijk om Marokkaanse jongeren. Turken radicaliseren gemeenschap dankzij haar sociaal kapitaal toch een relatief gunstige positieniet of nauwelijks, ondanks belangrijke religieuze en andere overeenkomsten. in te nemen. Hieronder geef ik per hypothese kort de meest opmerkelijkeEen wetenschappelijk onderbouwde verklaring hiervoor is er niet. resultaten.Simpelweg, omdat hiernaar geen onderzoek is gedaan. 6.1.2.1 Hypothese 1: De Marokkaanse gemeenschap is relatief los en de6.1.2 Empirie: Kennen de Marokkaanse en Turkse gemeenschap Turkse gemeenschap is relatief hecht georganiseerd.structurele leefomstandigheden, die een voedingsbodem kunnen De empirische resultaten uit hoofdstuk 2 bevestigen deze hypothese: Overcreëren voor islamitisch radicalisme? het algemeen zijn Marokkaanse moskeeën individueel verantwoordelijkAlmond, Appleby en Sivan betogen dat bepaalde structurele leefomstan- voor hun eigen financiering en ideologisch karakter. Turkse moskeeëndigheden een voedingsbodem kunnen creëren voor religieus radicalisme. maken daarentegen deel uit van een internationaal netwerk. Het bestuur 90
  • 91. van de hierbij behorende koepelorganisatie ziet toe op de religieuze koers politiek dan Turkse jongeren. De politieke belangstelling van Marokkaansevan haar leden. jongeren vertaalt zich niet in een gang naar de stembus, noch in eenOpmerkelijk is de samenwerking tussen verschillende Turkse stromingen: voorkeur voor een politieke partij. Vooralsnog weerlegt deze kentering deouders laten hun kinderen religieus onderwijs volgen bij de Süleymancilar, hypothese dus niet.ook als ze bij een andere moskee horen. Bovendien valt op dat Turksejongeren graag naar de moskee gaan, ook als het ontbreekt aan specifieke 6.1.2.3 Hypothese 3: De Marokkaanse gemeenschap kent een minderjongerenactiviteiten. Marokkaanse jongeren vermijden daarentegen de gunstige sociaaleconomische situatie dan de Turkse gemeenschap.moskee van hun ouders en organiseren zich onafhankelijk in religieuze De harde empirische cijfers uit hoofdstuk 3 ontkrachten deze hypothese:jongerenverenigingen. Het verschil in opleidingsniveau, werkgelegenheid, inkomen en huisvesting tussen Marokkanen en Turken in Nederland is minimaal.6.1.2.2 Hypothese 2: De Marokkaanse gemeenschap neemt relatief weinig en Opmerkelijk is, dat er wel zachtere verschillen zijn: Turken in Nederlandde Turkse gemeenschap neemt relatief veel deel aan de Nederlandse politiek. hebben een eigen infrastructuur, die hen bijvoorbeeld helpt bij het vindenDe empirische resultaten uit hoofdstuk 3 bevestigen deze hypothese, van werk. Marokkaanse Nederlanders kennen geen dergelijk netwerk.hoewel de resultaten minder eenduidig zijn dan in het vorige hoofdstuk: Bovendien zijn veel meer Turken dan Marokkanen zelfstandig ondernemer.De opkomst onder Turkse kiezers is traditioneel vrijwel het hoogst van Marokkanen zijn daardoor meer afhankelijk van officiële Nederlandsealle immigranten in Nederland. Bovendien is ruim de helft van de allochtone instanties en wervingskanalen dan Turken. Het gevolg is, dat de kansraadsleden in Nederland Turks. Ondanks een flinke inhaalslag lopen op discriminatie hoger is voor de Marokkaanse gemeenschap. Dit wordtMarokkaanse kiezers zowel in het stemlokaal als in de gemeenteraad nog ondersteund door onderzoek waaruit blijkt dat werkgevers de voorkeursteeds sterk achter op hun Turkse landgenoten. geven aan Turkse werknemers boven Marokkaans personeel.Opmerkelijk is, dat bij de jongere generaties sprake lijkt te zijn van eenkentering: Marokkaanse jongeren tonen meer interesse in de Nederlandse 91
  • 92. 6.1.3 Analyse: In hoeverre kunnen de structurele leefomstandigheden het signaleren van radicaliserende jongeren. Bovendien zijn moskeeënvan de Marokkaanse en Turkse gemeenschap de opkomst van het door hun informele organisatiestructuur onvoldoende toegerust om de jon-islamitisch radicalisme in Nederland verklaren? geren binnen de moskee te houden en de dialoog met hen aan te gaan. DeDe Marokkaanse gemeenschap kent structurele omstandigheden, die een jongeren raken geïsoleerd, met als gevolg dat ze verder kunnen radicaliseren.radicaalislamitische voedingsbodem kunnen creëeren. Hoofdstuk 5 toontaan dat uit deze omstandigheden bepaalde factoren zijn voortgekomen, die 6.1.3.2 Politieke factoren | Het gebrek aan ervaring met overkoepelendaantoonbaar bijdragen aan de radicalisering van met name Marokkaanse organiseren en samenwerken, verklaart dat de Marokkaanse gemeenschapmoslimjongeren. Deze factoren lijken vooral het gevolg van een onderontwikkeld in Nederland weinig vertrouwd is met het politieke systeem. Zo hebbensociaal kapitaal: De Marokkaanse gemeenschap is gefragmenteerd en jongeren weinig politieke kennis en ervaring opgedaan, hoewel ze wel eenorganisaties werken weinig met elkaar samen. Dit kan verklaren waarom grote belangstelling tonen voor politieke onderwerpen. Bovendien is hetTurkse jongeren veel minder radicaliseren: De Turkse gemeenschap beschikt moeilijk voor hen om de politiek onervaren achterban te mobiliseren.over veel sociaal kapitaal: De verschillende religieuze en politieke organisaties De hieruit voortvloeiende gevoelens van frustratie en machteloosheid kunnenvan de Turkse gemeenschap zijn nauw met elkaar verbonden. Hieronder ertoe leiden dat jongeren de Nederlandse politiek de rug toekeren. Zijworden de factoren kort samengevat: kunnen hun heil zoeken in illegale pressiemiddelen en zich aangetrokken voelen tot een radicaalislamitische beweging.6.1.3.1 Religieuze factoren | Marokkaanse moskeeën beschikken overweinig en eenzijdige religieuze literatuur. Bovendien ontbreekt de (hechte) 6.1.3.3 Sociaaleconomische factoren | Hier werkt de invloed van sociaalband tussen jongeren en godsdienstleraar. Het gevolg is dat Marokkaanse kapitaal andersom: De Turkse gemeenschap heeft dankzij haar uitgebreidejongeren op het internet zoeken naar antwoorden op hun religieuze vragen. netwerk een eigen sociaal-maatschappelijke infrastructuur kunnen ontwikkelen.Daar stuiten ze vooral op conservatieve salafitische websites. Dat maakt Turkse jongeren minder afhankelijk van het Nederlandse bedrijfslevenHet ontbreken van een ondersteunend ideologisch netwerk bemoeilijkt en dus minder kwetsbaar voor discriminatie. 92
  • 93. Marokkaanse jongeren hebben dat niet. Zij passen zich sterk aan de een radicaliseringsremmende werking kan uitgaan. De MarokkaanseNederlandse samenleving aan in de hoop hun weinig benijdenswaardige en Turkse gemeenschap lijken een zelfde sociaaleconomische situatie tesociaaleconomische achtergrond te ontstijgen. Als hun inspanningen geen hebben, als wordt vergeleken op statistieken als werkgelegenheid, inkomenvruchten afwerpen (bijvoorbeeld door discriminatie), kan dat leiden tot grote en opleidingsniveau. Maar, de Turkse gemeenschap kent ‘zachte’ omstandigheden,frustratie en teleurstelling. Beide factoren vergroten de kans op radicalisering. waardoor haar leden wellicht beter om kunnen gaan met hun achtergestelde positie.6.1.4 Antwoord hoofdvraag Wellicht dat deze radicaliseringstimulerende factoren kunnen neutraliseren?De centrale vraag in deze scriptie luidde als volgt: Het is een opvallende constatering: Juist de Marokkaanse gemeenschap,Welke rol hebben de structurele leefomstandigheden van de die sterk aansluiting zoekt bij de Nederlandse samenleving, is het kwetsbaarstMarokkaanse en Turkse gemeenschap in Nederland gespeeld bij het voor radicalisering. Van de gesloten Turkse gemeenschap, die zich afzijdighier opgekomen islamitische radicalisme? houdt van de Nederlandse samenleving, lijkt daarentegen een beschermende werking uit te gaan.De invloed van de bestudeerde leefomstandigheden is groot geweest:Uit deze scriptie is gebleken dat zij bij de Marokkaanse gemeenschap inNederland onbedoeld de opkomst en verspreiding van het islamitischradicalisme hebben gefaciliteerd. Ten eerste door een voedingsbodem tecreëren waarin radicaalislamitische opvattingen kunnen wortelen. Tentweede door factoren te produceren, die radicalisering konden stimuleren,zoals onder meer het gebrek aan gevarieerde en geïnstitutionaliseerdereligieuze kennis in moskeeën.Bovendien is uit deze scriptie gebleken dat van leefomstandigheden ook 93
  • 94. als het ware ‘getransplanteerd’ kunnen worden naar de Marokkaanse 6.2 Reflectie gemeenschap. Ik betwijfel bovendien of dit wenselijk is. Maar, waarom zouden bijvoorbeeld Turkse moskeebesturen niet hun ervaring en kennis6.2.1 Overdenkingen delen met betrekking tot hun contact met jongeren? Marokkaanse jongensHet islamitisch radicalisme is een heet hangijzer. Het fenomeen is maken soms al gebruik van de activiteiten van Turkse organisaties enregelmatig het onderwerp van felle discussie in de media en in de politiek. moskeeën. Waarom dit niet gestructureerd opzetten?Wetenschappelijke inzichten omtrent islamitisch radicalisme zijn vooralsnogschaars. Vandaar, dat ik mijn scriptie hieraan heb gewijd. Overigens wil ik deze paragraaf gebruiken om het belang van een hechte etnische gemeenschap te benadrukken. De Nederlandse politiek legt sterkHet doel van deze scriptie is geweest een antwoord te vinden op de volgende de nadruk op aanpassing aan de Nederlandse normen en waarden, wat dezevraag: Waarom radicaliseren Marokkaanse jongeren wel en Turkse jongeren dan ook precies mogen zijn. Door integratie te stimuleren onder moslims,niet? Ik vermoedde dat het antwoord op deze vraag meer inzicht zou geven denkt de politiek radicalisering tegen te gaan. Deze scriptie lijkt eerder hetin het verloop van radicaliseringsprocessen. tegendeel aan te tonen: juist de goed geïntegreerde Marokkaanse jongerenIk heb bewust ervoor gekozen de nadruk te leggen op competenties en zijn het kwetsbaarst voor radicalisering. Turkse jongens, die de veiligheidvaardigheden die eigen zijn aan de Marokkaanse en Turkse gemeenschap. van een hechte etnische gemeenschap kennen, lijken het meest weerbaar.Ik ben van mening dat het belang hiervan onvoldoende op waarde wordt De laatste jaren voert de Nederlandse politiek een ontmoedigingsbeleid metgeschat. Zoals ik geprobeerd heb aantonen, kent de Turkse gemeenschap betrekking tot etnische zelforganisatie. Wat de gevolgen hiervan zijn, moeteen sterk ontwikkeld sociaal kapitaal. En dat is zeker in de context van het de toekomst uitwijzen. Duidelijk is wel dat de nieuwe generatie Turken veelislamitisch radicalisme van groot belang. Waarom zou de Turkse gemeenschap minder politiek geëngageerd zijn dan hun ouders. Kan dit al een gevolg zijnhaar kennis en ervaringen niet uitwisselen met de Marokkaanse gemeenschap? van de etnische ontmoedigingspolitiek?Ik heb niet de illusie, dat de good practices van de Turkse gemeenschap 94
  • 95. Ik wil pleiten voor het aanmoedigen van etnische zelforganisatie. Er studies. Voor zover ik kan inschatten, zijn de Marokkaanse en Turkseworden steeds meer Marokkaanse organisaties opgericht, die de etnische gemeenschap niet eerder vergeleken in relatie tot islamitisch radicalisme.Berberidentiteit benadrukken. Ik denk zeker dat dit een positieve Wel zijn de domeinen zelforganisatie, politieke participatie en sociaal-tegenhanger is van de ontwikkeling van radicaalislamitische groepen. economische situatie veelvuldig onderzocht. Mijn conclusies komen overeen met dit onderzoek.6.2.2 Gebruik van de theorie Het lijkt mij interessant de theorie van Almond et al. toe te passen op deHet is een experiment geweest om gebruik te maken van de theorie van situatie in andere West-Europese landen, zoals Duitsland. DuitslandAlmond et al., die is gebaseerd op religieuze bewegingen, die zijn ontstaan kent een grote Turkse gemeenschap en staat eveneens voor de uitdagingin hun ‘natuurlijke omgeving’. Deze theorie is echter een verbazend goede van radicaliserende moslimjongeren. Wellicht dat onderzoek naar de‘kapstok’ gebleken. Het nadeel ervan is, dat het macrofactoren centraal stelt kwetsbaarheid van Turkse moslimjongeren voor radicalisme het nut van deen weinig aandacht besteedt aan persoonlijke beweegredenen. Radicaliserende theorie van Almond et al. bevestigt, of juist weerlegt.jongeren in Nederland vormen een bijzonder heterogene groep: het zijnzowel hoog- als laagopgeleiden, allochtonen als autochtonen, mannen Hopelijk heb ik aangetoond dat vergelijkend onderzoek naar de ‘eigenheid’als vrouwen. Om een volledig beeld te krijgen, is aanvullend kwalitatief van etnische en religieuze groepen zeker van belang is. Ik denk dat hetonderzoek, bijvoorbeeld in de vorm van het analyseren van individuele radicaliseringsproces van moslimjongeren in Nederland met deze invalshoeklevensverhalen van radicaliserende jongeren geen overbodige luxe. Voor meer inzichtelijk is gemaakt. Bovendien zijn hierdoor nieuwe radicaliserende fmeer informatie hierover verwijs ik de lezer naar hoofdstuk 6 van Strijders factoren zichtbaar geworden.van Eigen Bodem (2006), van Buijs et al.6.2.3 Belang voor de wetenschapHet is moeilijk om dit onderzoek te vergelijken met de conclusies van andere 95
  • 96. Bronnen 96
  • 97. Bronnen AIVD (oktober 2007) Radicale dawa in verandering: De opkomst van is- lamitisch neoradicalisme in Nederland (Den Haag: Algemene Inlichtingen-Literatuuroverzicht en Veiligheidsdienst).AIVD (2004) Background of Jihad recruits in the Netherlands (Den Haag:Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst). Almond, G.A., Appleby, R.S., Sivan, E. (2003) Strong Religion: The Rise of Fundamentalisms around the world (Chicago: University of ChicagoAIVD (2004) From Dawa to Jihad (Den Haag: Algemene Inlichtingen- Press).en Veiligheidsdienst). Almond, M. (19-06-2002) ‘Why Terrorists Love Criminals (And Vice Versa):AIVD (09/03/2004) Achtergronden van Jihadrekruten in Nederland: Many a Jihadi Began as a Hood’, in The Wall Street Journal.Kamerstuk 27 925, nr. 130 (Den Haag: SDU Uitgevers). Andriessen, I., Dagevos, J., Nievers, E., Boog, I.(november 2007) Discrimi-AIVD (2004) Saoedische invloeden in Nederland (Den Haag: natiemonitor niet-westerse allochtonen op de arbeidsmarkt 2007 (Den Haag:Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst). Sociaal en Cultureel Planbureau).AIVD (december 2005) Voortgangsrapportage Terrorismebestrijding 29754 Ayubi, N. (1991) Political Islam: Religion and Politics in the Arab World(Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties). (London: Routledge).AIVD (2006) Jaarverslag 2005 (Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Baal, van, M., en Mares, A., (april 2000) Praten over Politiek: Helft van deZaken en Koninkrijkrelaties). bevolking geïnteresseerd in politiek (Den Haag: CBS).AIVD (maart 2006) de gewelddadige Jihad in Nederland: actuele trends in Berger, M., Fennema M., Heelsum, van, A., Tillie J., Wolff, R. (2001) Politiekede islamistisch-terroristische dreiging (Den Haag: Algemene Inlichtingen- Participatie van Etnische Minderheden in Vier Steden (Amsterdam: IMES).en Veiligheidsdienst). Botje, H. (2001) Een eiland in het Westen (Amsterdam, Uitgeverij Nieuwezijds). 97
  • 98. Bouddouft, S. (2005) ‘Poldermoslims: identiteit gezocht (3). Nederlandse Canatan, K. (2001) Turkse Islam: perspectieven op organisatievorming enMarokkanen en het nut van wantrouwen’ in Socialisme en Democratie: leiderschap in Nederland (Rotterdam: Erasmus Universiteit).maandschrift, vol. 62, no. 1-2, p. 27–29. Crok, S., Slot, J., Jansen, M. (2006) De Marokkaanse Gemeenschap inBrants, K., Crone, L. en Leurdijk, A. (1998) Media en migranten: inventa- Amsterdam (Amsterdam: Dienst Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam).risatie van onderzoek in Nederland (Amsterdam: Werkgroep Migranten enMedia van de Nederlandse Raad voor Journalistiek). Dagevos, J. (2006) Hoge (jeugd)werkloosheid onder etnische minderheden (Den Haag: SCP).Buijs, F.J., (2001) ‘Political Violence: Threat and challenge’ in The Netherlands’Journal of Social Sciences, vol.37, no. 1, p.7 – 22. Dagevos, J. en Gesthuizen, M. (2005) Niet-westerse allochtonen met een stabiele arbeidsmarktpositie: aantallen en ontwikkelingen (Den Haag: SCP).Buijs, F.J. (2002), Democratie en Terreur: de uitdaging van het islamitischExtremisme (Amsterdam: Uitgeverij SWP). Darwish Murad, S., Joung, I.M.A., Verhulst, F.C., Mackenbach, J.P., Crijnen, A.A.M. (2004) ‘Determinants of self-reported emotional and behavioralBuijs, F.J. en Harchaoui, S. (2003) ‘Islamitisch radicalisme en rekrutering problems in Turkish Immigrant adolescents aged 11-18’ in Social Psychiatry *in Nederland’ in Proces: maandblad voor berechting en reclassering, vol. 82, Psychiatric Epidemiology vol. 39, no. 39 (3), pp. 196–207.no. 2, p. 98-108. Demant, F. (2005) Islam is inspanning: De beleving van de islam en deBuijs, F.J. (2005) ‘Poldermoslims: identiteit gezocht (1). Waarom het islamitisch sekseverhoudingen bij Marokkaanse jongeren in Nederland (Utrecht:extremisme tot introspectie dwingt’ in Socialisme en democratie: maand- Verweij-Jonker Instituut).schrift, vol. 62, no. 1-2, p. 10-18. Dittrich, M. (2006) Working Paper no. 23: Muslims in Europe: addressingBuijs, F.J., Demant, F., Hamdy, A. (2006), Strijders van eigen bodem: Radicale en the challenge of radicalization. (Brussel: European Policy Centre).democratische moslims in Nederland (Amsterdam: Amsterdam University Press). 98
  • 99. Dominguez Martinez, S, Groeneveld, S., Kruisbergen, E. (2002), Galesloot, H. (2004) De Wereld in Huis. Allochtonen in Amsterdamse RadenDe Integratiemonitor 2002 (Rotterdam: ISEO). en Besturen (Amsterdam: Instituut voor Publiek en Politiek).Donselaar, van, J. en Rodrigues, P.R. (red) (2006) Monitor Racisme & Gemert, van, F. (1998) Ieder voor zich: Kansen, cultuur en criminaliteit vanExtremisme. Zevende rapportage (Amsterdam: Anne Frank Stichting, Marokkaanse jongens (Amsterdam: Het Spinhuis).Leiden: Universiteit Leiden). Hart, David M. (2000) Tribe and Society in Rural Morocco (London: FrankDunk, van der, H.W. (2005) ’Godsdienst in de Nederlandse Politiek’ in Cass Publishers).Baalen, C.C., et al. (red), Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2005. Godin de Nederlandse Politiek (Nijmegen: Centrum voor Parlementaire Heelsum, van, A. en Tillie, J. (1999) Turkse Organisaties in Nederland. EenGeschiedenis, Den Haag: SDU Uitgevers). Netwerkanalyse (Amsterdam: het Spinhuis).EIM Onderzoek voor Bedrijf en Beleid (2004), Monitor Etnisch Ondernemerschap Heelsum, van., A. (2001) Marokkaanse Organisaties in Nederland. Een(Zoetermeer: EIM Onderzoek voor Bedrijf en Beleid). netwerkanalyse (Amsterdam: Het Spinhuis).Fennema, M. en Tillie, J. (1999) ‘Political Participation in Amsterdam: Heelsum van, A. (2004) Migrantenorganisaties in Nederland. Deel 1:Civic communities and ethnic networks’ in Journal of Ethnic and Migration Aantal en soort organisaties en ontwikkelingen (Utrecht: Instituut voorStudies, vol. 25, no. 4, p. 703-724. Multiculturele Ontwikkeling Forum).Fennema, M., Tillie, J., Heelsum, van., A., Berger, M., Wolff, R. (2000) Sociaal Heelsum, van, A., Fennema, M., Tillie, J. (2004) ‘Islamitische OrganisatiesKapitaal en de Politieke Participatie van Minderheden (Amsterdam: Het Spinhuis). in Nederland. Deelstudie E’, in Moslim in Nederland. Een onderzoek naar de religieuze betrokkenheid van Turken en Marokkanen (Den Haag: SociaalFuller, G.A. (2003) The Future of Political Islam (Hampshire: Palgrave MacMillan). en Cultureel Planbureau, Amsterdam: Instituut voor Migratie en Etnische Studies). 99
  • 100. Heelsum, van, A. (2005) ‘Political Participation and Civic Community of Ethnic Lampert, M. en Ait Moha, A. (2006) EthnoMentality. OpkomstgedragMinorities in Four Cities in the Netherlands’ in Politics, Vol 25, No.1, p. 19-30. en Opkomstmotieven van Nieuwe Nederlanders (Amsterdam: Motivaction International B.V.).Howard, R. (2005) ‘The Media’s Role in War and Peacebuilding’ in Junne,G. en Verkoren, W. (red.), Postconflict Development: Meeting New Challenges Landman, N. (1992) Van Mat tot Minaret. De institutionalisering van de(London: Lynne Rienner Publishers). islam in Nederland (Amsterdam: VU uitgeverij).Jansen, M., Kok, de, J. Spronsen, van, J., Willemsen, S. (2003) Immigrant Lindo, F., Heelsum, van, A., Penninx, M.J. (1997) Op zoek naar eigen kracht:entrepreneurship in the Netherlands. Demographic determinants of entre- vrijwilligerswerk en burgerschap onder minderheden (Rijswijk: Raad voorpreneurship of immigrants from non-western countries (Zoetermeer: Scales). Maatschappelijke Ontwikkeling).Jordan, J. en Boix, L. (2004) Al-Qaeda and Western Islam in ‘Terrorism and Lewis, B. (1990) ’The Roots of Muslim Rage’ in The Atlantic Monthly, vol.Political Violence’, vol. 16, no.1, p.1-17. 266, no.. 2, p. 47 – 60.Kepel, G. (2004) Jihad: The Trail of Political Islam (London: I.B. Tauris & Co Ltd). Luin, van, T. en Stoks, F. (red.) (2005) Hoe nu verder? 42 visies op de toekomst van Nederland na de moord op Theo van Gogh (Utrecht: het Spectrum).Koning, de, M. en Bartels, E. (2005) ‘Poldermoslims: identiteit gezocht (2).Voor Allah en mijzelf. Jonge Marokkanen op zoek naar de ‘echte’ Islam’ in Ministerie van Justitie (19/08/2005) Nota Radicalisme en Radicalisering.in Socialisme en Democratie: maandschrift, vol. 62, no. 1-2, p. 19 – 26. 5358374/05 (Den Haag: Ministerie van Justitie).Kullberg, J. en Ras, M. (2007) ‘Wonen en woonomgeving’ in: De sociale Nabben, T,Yesilgöz, B., Korf, D., Dirk J. (2006) Van Allah tot Prada:staat van Nederland 2007, p. 245-273 (Den Haag: Sociaal en Cultureel Identiteit, leefstijl en geloofsbeleving van jonge Marokkanen en TurkenPlanbureau). (Utrecht: Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling/ Rotterdam: Ger Guijs). 100
  • 101. Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (02/03/2006) Samenvatting Penninx, R. en Schrover, M. (2002), ’Bastion of bindmiddel? OrganisatiesDreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Kamerstuk 29 754, nr. 66 (Den Haag: van immigranten in historisch perspectief ’ in Lucassen, J. en Ruijter,SDU Uitgevers). de, A. (2003) Nederland multicultureel en pluriform? Een aantal Conceptuele studies (Amsterdam: Aksant).Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (13/10/2006) SamenvattingDreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Kamerstuk 29 754, nr. 87 (Den Haag: Phalet, K., Lotringen, van, C., Entzinger, H. (2000), Islam in de multicultureleSDU Uitgevers). samenleving. Opvattingen van jongeren in Rotterdam (Utrecht: Universiteit Utrecht).Nijsten, C. (1998) Opvoeding in allochtone gezinnen in Nederland:Opvoeding in Turkse gezinnen in Nederland (Assen: Van Gorcum). Phalet, K., Wal, ter, J., Idema, H. (red.) (2004) ‘Deelstudie A: Religie en migratie. Sociaal-wetenschappelijke databronnen en literatuur’ in MoslimObdeijn, H., en Mas, de, P. (2001) De Marokkaanse uitdaging: de tweede in Nederland. Een onderzoek naar de religieuze betrokkenheid van Turkengeneratie in een veranderend Nederland (Utrecht: Instituut voor Multiculturele en Marokkanen (Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, Utrecht:Ontwikkeling). Universiteit Utrecht, Amsterdam: Universiteit van Amsterdam).Odé, A.W.M. (2002) Ethnic-cultural and socio-economic integration in the Phalet, K., Wal, Ter, J., Güngör, D. (red) (2004) ‘Deelstudie C: ReligieuzeNetherlands: a comparative study of Mediterranean and Caribbean minotiry dimensies, etnische relaties en burgerschap. Turken en Marokkanen ingroups (Assen: Koninklijke Van Gorcum). Rotterdam’, in Moslim in Nederland. Een onderzoek naar de religieuze betrokkenheid van Turken en Marokkanen (Den Haag: Sociaal en CultureelPels, T. (1998) Opvoeding in allochtone gezinnen in Nederland: Opvoeding Planbureau, Utrecht: Universiteit Utrecht, Amsterdam: Universiteit vanin Marokkaanse gezinnen in Nederland (Assen: Koninklijke Van Gorcum). Amsterdam).Pels, T. (2003) Respect van twee kanten: Een studie over last vanMarokkaanse jongeren (Assen: Koninklijke Van Gorcum). 101
  • 102. Phalet, K., Wal, ter, J., Praag, van, C. (red.) (2004) ‘Deelstudie F: Een Shadid, W.A. en Koningsveld, van, P.S. (1997) Moslims in Nederland.onderzoek naar de religieuze betrokkenheid van Turken en Marokkanen. Minderheden en religie in een multiculturele samenleving. (Houten: BohnSamenvatting’ in Moslim in Nederland. Een onderzoek naar de religieuze Stafleu van Loghum).betrokkenheid van Turken en Marokkanen (Den Haag: Sociaal en CultureelPlanbureau, Utrecht: Universiteit Utrecht, Amsterdam: Universiteit van Shadid, W.A. (2005) ‘Berichtgeving over moslims en de islam in de westerseAmsterdam). media: Beeldvorming, oorzaken en alternatieve strategieën’, in Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, jaargang 33/2005, nr. 4, p. 330-346.Pinto, D. (2004) Beeldvorming en integratie: is integratie het antwoord?Beeldvorming van Turken, Marokkanen en Nederlanders over elkaar Slootman, M. en Tillie, J. Slootman, (2006), Processen van Radicalisering.(Houten: Bohn Stafleu Van Loghum). Waarom sommige Amsterdamse moslims radicaal worden (Amsterdam: IMES).Prins, K.S. (1996) Van ‘gastarbeider’ tot ‘Nederlander’: Adaptatie van Sociaal en Cultureel Planbureau, Wetenschappelijk Onderzoek- enMarokkanen en Turken in Nederland (Groningen: Rijksuniversiteit Groningen). Documentatiecentrum, Centraal Bureau voor de Statistiek (2005) Jaarrapport Integratie 2005 (Den Haag: SCP, WODC, CBS).Regt, de, M. (2001) ‘Marokko: de islamitische legitimatie van een monarchie’,in Sunier, T. en Termeulen, A.J., red., Macht, mobilisatie en moskee: de Staring, R. (2001) Reizen onder Regie. Het Migratieproces van Illegalediversiteit van de islam (Amsterdam, Ambo/Novib). Turken in Nederland (Amsterdam: Het Spinhuis).Roy, O., (2003) ‘EuroIslam: The Jihad Within?’, in The National Interest, Stevens, G.W. (2004) Mental Health in Moroccan Youth in the Netherlands.vol. 71 (Spring 2003), p. 63 – 73. Emotionele problemen en gedragsproblemen bij Marokkaanse jeugdigen in Nederland (Rotterdam: Erasmus Universiteit).Roodwijn, M. en Dekker, L. (2004) Politieke Participatie van Migranten inUtrecht (Utrecht: Instituut voor Publiek en Politiek). Sunier, T. (1996) Islam in Beweging. Turkse jongeren en Islamitische Organisaties (Amsterdam: Het Spinhuis). 102
  • 103. Sunier, T. (1991) ‘Kijk in mijn ogen en je begrijpt wat ik bedoel: Islam in Waardenburg, J.D.J (2001) Institutionele vormgevingen van de islam inTurkije’, in Sunier, T. en Termeulen, A.J. (red.), in Macht, mobilisatie en Nederland gezien in Europees perspectief. (Den Haag: Wetenschappelijkemoskee: de diversiteit van de islam (Amsterdam, Ambo/Novib). Raad voor het Regeringsbeleid).Taarnby, M. (2005) Recruitment of Islamist Terrorists in Europe. Trends and Wal, ter, J. (2005) Active Civic Participation of Immigrants in the NetherlandsPerspectives (Aarhus: University of Aarhus). (Oldenburg: POLITIS).Tillie, J. (2005) ‘Wat te doen met de multiculturele samenleving? Hoe Werdmölder, H. (2005), Marokkaanse lieverdjes. Crimineel en hinderlijksociale cohesie en politieke integratie te bevorderen? in City Journal. gedrag onder Marokkaanse jongeren. (Amsterdam: Balans).Wetenschappelijk tijdschrift voor stedelijk onderzoek in de praktijk, vol. 1,nr. 1, p. 35-40. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum / Centraal Bureau voor de Statistiek (2006) Integratiekaart 2006. Cahier 2006-8 (Den Haag:Vergeer, M., Lubbers M., Scheepers, P. (2000) ‘Exposure to Newspapers an WODC/CBS).Attitudes towards Ethnic Minorities: A Longitudinal Analysis’, in HowardJournal of Communications, vol. 11, no. 2, p. 127 – 143. Wissink, I.B., Dekovic, M., Meijer, A.M. (2006) ‘Parenting Behavior, Quality of the Parent-Adolescent Relationship, and Adolescent Functioning in FourVerkuijten, M. (2006) ‘Groepsidentificaties en intergroepsrelaties onder Ethnic Groups’, in Journal of Early Adolescence, vol. 26, no. 2, p.133-159.Turkse Nederlanders’, in Mens en Maatschappij, jaargang 81, nr. 1, p. 64-84.Vollebergh, W. (2002) Oratie: Gemiste Kansen. Culturele diversiteit en dejeugdzorg (Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen). 103
  • 104. Interviews Arend OdéAhmed Aboutaleb Clustermanager Bevolking&Integratie(Voormalig) wethouder Werk en Inkomen, Jeugd en Diversiteit Onderzoeksbureau Regioplan, Amsterdamen het Grote Stedenbeleid Gemeente Amsterdam Jean TillieSultan Aslan PoliticoloogAnalist dreigingsanalyse/ terrorisme KLPD/ Europol IMES/UvASaid Bouddouft Antoinette Verlaan(Voormalig) voorzitter Samenwerkingsverband Marokkanen en Tunesiërs Politicoloog / strategisch analist terrorisme en veligheidVoorzitter stichting Meander, Alphen aan de Rijn KLPDAtef Hamdy Wilma VolleberghPoliticoloog en migratiedeskundige Sociaal PsycholoogCo-auteur Strijders van Eigen BodemPeter Kosters(Voormalig) Acting Head of Serious Crime and TerrorismEuropolColin MellisAdviseur mbt preventie van islamitische radicalisering(Gemeente Amsterdam) 104
  • 105. Krantenartikelen Lazaroff, T. en Horovitz, D. (01-02-2007) ‘The Iranians do not expect to beBrendel, C., (04-11-2004) ‘We hebben geen idee van het gevaar’, in attacked’, in The Jerusalem Post, Features: p. 13.Algemeen Dagblad, In het nieuws: p. 3. Olgun, A. (06-10-2006) ‘Moeten we altijd hetzelfde denken?’, in NRC Next,Buijs, F.J. (20-06-2006) ‘… Maar wees niet al te geduldig’, in Sectie Nederland: p.8.NRC Handelsblad, Opinie: p.7. Pfaff, W. (25-11-2004) ‘Europe pays the price for cultural naivete;Hoekman, J. (24-05-2006) ‘Keulen heeft gesproken; de zaak is afgedaan’, Immigration‘ in International Herald Tribune, Opinion: p. 8.in het Reformatorisch Dagblad: p. 5. ANP (16-04-1993) ‘NCB mag beschuldigingen tegen Ummon uiten’ in hetJansen, H. (19-9-2006) ‘Wie niet horen wil, moet maar voelen in de islam, Algemeen Dagblad, Binnenland, paginanummer onbekend.in de Volkskrant, Forum: p. 12.Jesperson, K. en Pittelkow, R. (21-04-2007) ‘Wees niet naïef over islamisme’,in de Volkskrant, Het Betoog: p. 1.Keken, van, K. (06-10-2006) ‘Voor Turkse studenten heeft ‘die partij’afgedaan; Volgens demonstranten maakt de discussie over de ‘zoge-heten Armeense genocide’ dat de PvdA nooit meer te vertrouwen is’, inde Volkskrant, Binnenland: p. 3.Kepel, G. (27-08-2005) ‘De Strijd tegen Terreur wordt beslist in debuitenwijken van de Europese Steden’, in NRC Handelsblad, Opinie: p. 11. 105
  • 106. Internet Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling Forum (2007) Salafisme naderBuuren, van, O. (18-11-2004) ‘Discriminatie Allochtonen op de bekeken. Theorie en Praktijk van een Moslimstroming.Arbeidsmarkt strenger aanpakken’ in Observant, jaargang 24, nr. 12. Bron: http://www.forum.nl/pdf/salafisme-nader-bekeken.pdf (20-04-2008).Bron:http://www.observant.unimaas.nl/default.asp?page=/jrg25/obs12/art42.htm Instituut voor Publiek en Politiek (2006) Diversiteit Gemeenteraden 2006.(20-04-2008). Bron: http://www.publiek-politiek.nl/Organisatie/Nieuwsbrieven/Papier/ Zomer-2006/Meer-diversiteit-in-de-gemeenteraden (20-04-2008).Deuze, M., (2000) Journalisten in de multiculturele samenleving. Deel 6 vanOnderzoek naar Journalisten in Nederland (Amsterdam: De Journalist). Jungbluth, P. (2007) Onverzilverd Talent – Hoogopgeleide allochtonen opBron: http://www.villamedia.nl/journalist/n/dossiers/journalisten6.shtm zoek naar werk.(20-04-2008). Bron: http://www.forum.nl/pdf/verslag-onverzilverd-talent.pdf (20-04-2008).Dienst Onderzoek en Statistiek Amsterdam (2007) Armoedemonitor, nr. 10 Kok, A. (2004) Het Europabeeld van Turkse jongeren in Nederland en(Den Haag: SCP/CBS). Duitsland (Universiteit Utrecht).Bron: http://www.scp.nl/publicaties/boeken/9789037703375/armoede- Bron: http://www.duitslandweb.nl/binaries/Thema/Turkse_jongeren/Onderzoek/monitor%202007.pdf (20-04-2008). onderzoek_opgemaakt_def.pdf (20-04-2008).Dienst Wonen Amsterdam (2006) Wonen in Amsterdam 2005 (Amsterdam: Lindner, L. (2002) Ruimtelijke Segregatie van Afkomstgroepen in DenDienst Wonen). Haag – Wiens Keuze?Bron:http://www.afwc.nl/pdfs/WIA2005_eersteresultaten.pdf (20-04-2008). Bron: http://www.art1.nl/nprd/factsheets/segregatie_denhaag.pdf (20-04-2008). 106
  • 107. Santing, F. (19-01-1998) ‘Necmettin Erbakan: Sterk door strijd’, inNRC Handelsblad.Bron: http://www.nrc.nl/redactie/W2/Lab/Turkije/erbakan1.html (20-04-2008).Selim, N. (16/6/07) ‘Dodelijke emancipatie’, in Trouw.Bron: http://www.trouw.nl/deverdieping/letter-geest/article730900.ece/Dodelijke_emancipatie (20-04-2008).Teune, W., Jeurissen, I., Dignum, K. Vermazen, I., 2005, Wonen inAmsterdam, deel 1: Stand van Zaken (Amsterdam: Dienst Wonen)Bron: http://www.afwc.nl/pdfs/WIA2005_deel1.pdf (20-04-2008).Withuis, J. (26-05-2007) ‘Lijden, strijden, heilig worden’, in Trouw.Bron: http://www.trouw.nl/deverdieping/letter-geest/article718719.ece/Lijden,_strijden,_heilig_worden (20-04-2008). 107