Your SlideShare is downloading. ×

Ouderhulp kaart groep

107
views

Published on


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
107
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
6
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Ouder hulpkaart1. Wat weet je al?* Een nieuw leesboek ?1. Lees de titel, bekijk de kaft en kijk samen naar de plaatjes in het boek .2. Stel je kind de vraag : Waar zou het boek over gaan ? Praat hierover met je kind.2. Ken jij dat woord ?* Kom je een moeilijk woord tegen ? >1. Als je kind de betekenis weet dan lees je door.2. Weet je kind de betekenis niet. Dan ga je het uitleggen of je zoekt het op.3. Schrijf dat woord op en daarachter de betekenis in je schrift (kort).4. Laat je kind de betekenis herhalen in eigen woorden.5. Laat daarna je kind een zin maken met het moeilijke woord.6. Lees daarna weer verder. Minimaal 2 woorden en maximaal 4 woorden.3. Snap jij het nog wel ?* Stel je kind aan het eind van elke bladzijde een vraag over het verhaal.>1. Is het antwoord goed > Lees dan gewoon verder2. Is het antwoord niet goed > Volg dan deze stappen >a Lees het stukje waar het antwoord staat opnieuw en langzaam. Laat je kind devraag nu zelf beantwoorden.b. Staat er een moeilijk woord in ? > Ga terug naar stap 2.4 Wat zal er gaan gebeuren ?* Laat je kind na elke 4 bladzijdes voorspellen hoe het verhaal verder zal gaan ?Volg deze stappen >1. Stel de vraag : Hoe denk je dat het verhaal verder zal gaan ?2. Lees daarna weer verder.3. Let tijdens het lezen goed op of het verhaal gaat zoals je kind dacht. En praat daarovermet je kind.5 Weet jij waar het verhaal over gaat ?* Is het boek uit ? Volg deze stappen en stel de volgende vragen aan je kind >1. Wie komen er voor in het verhaal ?2. Waar is die persoon ?3. Wat doet die persoon ?4. Waarom doet die persoon dat ?Ben positief ! ( Geef complimenten )Ben oplettend ! ( Let goed op moeilijke woorden en blijf je kind vragen stellen )Ben een harde werker ! ( Werk door van het begin tot het einde )Ben niet langdradig ! ( Zorg dat de uitleg kort en duidelijk is )