Indischekamparchieven.nl. Kampen in Nederlands-Indië in woord en beeld
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Indischekamparchieven.nl. Kampen in Nederlands-Indië in woord en beeld

on

  • 2,108 views

Lezing bij de presentatie van de website http://www.indischekamparchieven.nl van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) op 17 mei 2010.

Lezing bij de presentatie van de website http://www.indischekamparchieven.nl van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) op 17 mei 2010.

Statistics

Views

Total Views
2,108
Views on SlideShare
2,106
Embed Views
2

Actions

Likes
0
Downloads
3
Comments
0

1 Embed 2

http://www.linkedin.com 2

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

CC Attribution-NonCommercial-NoDerivs LicenseCC Attribution-NonCommercial-NoDerivs LicenseCC Attribution-NonCommercial-NoDerivs License

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Indischekamparchieven.nl. Kampen in Nederlands-Indië in woord en beeld Indischekamparchieven.nl. Kampen in Nederlands-Indië in woord en beeld Document Transcript

  • Indischekamparchieven.nl  Kampen in Nederlands‐Indië in woord en beeld  Mariëtte van Selm    Voordat ik u iets ga vertellen over de website Indischekamparchieven.nl van het Nederlands  Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) neem ik u in gedachten even mee. Eén gracht  verderop en een paar maanden terug in de tijd. Naar de Herengracht, hier in Amsterdam, op  een grijze ochtend in, ik meen, februari van dit jaar. Ik sta voor de ingang van het NIOD een  luchtje te scheppen als de postbode er aankomt. ’t Is een potige kerel, iets langer dan ik, in  de veertig schat ik, met een verweerd gezicht onder een wollen muts. Hij en ik hebben het  eerder wel eens over koetjes en kalfjes gehad, maar deze keer vindt hij het blijkbaar tijd om  echt iets aan de weet te komen. “Wat doen jullie hier eigenlijk?” wil hij weten, terwijl hij  een hoofdgebaar naar de gevel maakt. Ik vertel. Dat het NIOD archieven over de Tweede  Wereldoorlog beheert. Dat er bij het NIOD onderzoek naar de oorlog gedaan wordt. En dat  mensen met vragen over de oorlog bij het NIOD terecht kunnen.  Mijn algemene verhaaltje stelt hem maar half tevreden. Als ik bevestigend antwoord op zijn  vraag of ik het leuk vind om bij het NIOD te werken, vuurt hij – met een Amsterdams accent  dat ik niet zal proberen na te doen – een nieuwe vraag op me af: “Wat doe jij dan precies?”   Hm. Hoe vat ik dat nu in een notendop samen voor iemand die misschien nog nooit van  Nederlands‐Indië gehoord heeft? Ik besluit om ’t maar weer een beetje algemeen te  houden. “Ik maak een website over kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Indonesië,  dat toen nog Nederlands‐Indië was”, zeg ik. Tot mijn verbazing  blijkt hij daar iets van te  weten. Een vriend van hem heeft als kind in een Japans kamp gezeten, vertelt hij. Vriend en 
  • Lezing bij de presentatie van Indischekamparchieven.nl 17 mei 2010 / Mariëtte van Selm  2  hij kenden elkaar uit de kunst, ze deelden een belangstelling voor klassieke muziek. Ze  hebben het nooit over het kamp gehad, daar sprak de vriend liever niet over. Maar toen de  vriend vorig jaar overleed, stond op een kaartje dat bij de rouwdienst werd uitgedeeld dat  hij in Indië geboren was en een Japans kamp had overleefd. De postbode pijnigt zijn  hersens. Welk kamp was dat nu toch ook alweer? Hij belooft me dat hij het thuis zal  nakijken. Het bidprentje heeft hij nog ergens.  Een paar weken later treffen postbode en ik elkaar opnieuw, weer voor de ingang van het  NIOD. “Ah, daar ben je,” begroet hij me, om in één adem te vervolgen: “het was in  Bandoeng, een kamp met veel oe’s in de naam, kan dat?” Tijdens het werken aan de  website heeft zich in mijn hoofd een lijst met kampnamen gevormd. Ik doorzoek die  mentale lijst razendsnel. “Zou het Tjiboenoet kunnen zijn?” vraag ik. “Ja, dát was het!”   ‐  “Het was iets met veel oe’s in de naam.” Voor mensen zoals deze postbode hebben we  Indischekamparchieven.nl gemaakt. Voor mensen die soms maar een paar snippers  informatie zullen hebben – een plaats‐ of straatnaam, een stukje van een kampnaam,  misschien een persoonsnaam. Voor mensen die meer willen weten, maar niet weten waar  ze met zoeken moeten beginnen.  Hoeveel mensen dat zouden kunnen zijn? Ik haal er een paar cijfers bij, van het Nederlands  Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Dat becijferde het totale aantal Indische  Nederlanders in 2001 op 582.000. Daarin zijn totoks en Indo‐Europese Nederlanders  meegeteld, eerste en tweede generatie. Naar schatting 124.000 in het buitenland, en 
  • Lezing bij de presentatie van Indischekamparchieven.nl 17 mei 2010 / Mariëtte van Selm  3  458.000 in Nederland.1 Als we daarbij de derde en vierde generatie optellen, en eraan  toevoegen al die mensen die om andere redenen dan een eigen familiegeschiedenis in de  gebeurtenissen in Nederlands‐Indië tussen 1942 en 1949 geïnteresseerd zijn – ik noem  scholieren, studenten, onderzoekers, journalisten, de postbode… mag ik het afronden op  één miljoen mensen? Misschien zit ik dan nog wel te laag.  Sommigen van hen, sommigen van u, zullen – bijvoorbeeld op basis van foto’s en brieven  van vroeger – goede aanknopingspunten voor een zoektocht hebben en vrij precies onder  woorden kunnen brengen wat u zoekt. Voor anderen, zoals de postbode, ligt het moeilijker.  Zijn aanknopingspunt was goedbeschouwd niet méér dan de combinatie van ‘Bandoeng’ en  ‘een kamp met veel oe’s in de naam.’ En wat zocht hij? Niet direct iets heel concreets, hij  wilde meer in z’n algemeenheid weten in wat voor kamp zijn vriend als kind gezeten had, en  wat hij zich daarbij nu eigenlijk moest voorstellen.  Zowel specifieke als algemene informatie over de interneringskampen in Nederlands‐Indië  was lange tijd lastig te vinden. De Japanners vernietigden in de nazomer van 1945 de  kampadministraties goeddeels. In republikeinse kampen werd over het algemeen geen  administratie bijgehouden. Daarom moet voor gegevens geput worden uit latere  getuigenverklaringen, rapporten, dagboeken en correspondentie. Vooral aantallen –  bijvoorbeeld het aantal geïnterneerden in een kamp op een bepaald moment – moeten  worden gereconstrueerd aan de hand van incomplete en soms ook tegenstrijdige bronnen.  Niet iedereen heeft de tijd voor uitvoerig archiefonderzoek. Niet iedereen heeft de  achtergrond‐ of overzichtskennis die nodig is om archiefvondsten op hun waarde te                                                               1  Beets, G., C. Huisman, E. van Imhoff, S. Koesoebjono en E. Walhout, De demografische geschiedenis van de Indische  Nederlanders NIDI report 64 (Den Haag 2002). Ook op http://www.nidi.knaw.nl/en/output/reports/nidi‐report‐64.pdf.  
  • Lezing bij de presentatie van Indischekamparchieven.nl 17 mei 2010 / Mariëtte van Selm  4  schatten. En ook topografische kennis is nodig. Dat Batavia nu Jakarta heet, is wel bekend.  Maar wat als je niet weet dat Hollandia nu Jayapura heet, of dat achter Bukittinggi het  vroegere Fort De Kock schuilgaat? Ja, u weet het wel. Maar weten uw kleinkinderen het  ook? Of uw buurmeisje, dat voor school een werkstuk over de oorlog in Indië maakt?    In 2000‐2002 verscheen bij uitgeverij Asia Maior de tweedelige Geïllustreerde atlas van de  Japanse kampen in Nederlands‐Indië 1942‐1945. Die is het indrukwekkend resultaat van 20  jaar nauwgezet onderzoek in bibliotheken, archieven, fotocollecties en  kaartenverzamelingen door vijf mannen die zelf de kampen overleefden. Aan hun  onderzoek hebben vele andere ex‐geïnterneerden bijgedragen. Vorig jaar verscheen,  eveneens op basis van jarenlange gegevensverzameling, de Geïllustreerde atlas van de  Bersiapkampen in Nederlands‐Indië 1945‐1947. Die is gelukkig nog te koop, de atlas van de  Japanse kampen is al geruime tijd uitverkocht. Ik kan u vertellen dat voor heel veel  bezoekers van de studiezaal van het NIOD de atlassen al het beginpunt zijn geweest voor  het zoeken naar informatie. Wie echter het Nederlands niet of niet meer machtig is – denk  aan de 124.000 Indische Nederlanders van de eerste en tweede generatie buiten Nederland  en hun kinderen en kleinkinderen – kan met deze atlassen moeilijk uit de voeten. Bovendien  voldoet een papieren uitgave met een register vaak niet meer voor generaties die aan het  gemak van toetsenborden en zoekschermen gewend zijn.  Het programma Erfgoed van de Oorlog van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en  Sport (VWS) en de medewerking van de atlasauteurs stelden het NIOD in staat om de  informatie over de kampen toegankelijk te maken op een manier die de beperkingen van 
  • Lezing bij de presentatie van Indischekamparchieven.nl 17 mei 2010 / Mariëtte van Selm  5  boeken en taalgebieden overstijgt en op de toekomst berekend is: via een meertalige  website, Indischekamparchieven.nl.  Op deze website kunt u heel specifiek zoeken door uw zoekterm los te laten op de database  met informatie over de kampen. U kunt ook bladeren door lijsten van kampen. Die lijsten  kunt u sorteren op kamp‐ of plaatsnaam en u kunt ze filteren op regio of eiland – zodat u,  bijvoorbeeld, alleen de kampen op Sumatra ziet. U kunt ze ook filteren op soort kamp –  bijvoorbeeld alleen krijgsgevangenkampen. Of u kunt – met dank aan het Koninklijk Instituut  voor de Tropen, dat ze ter beschikking stelde – dwalen over regiokaarten en  stadsplattegronden.   Van elk kamp is onder meer, indien bekend, vermeld waar het kamp gevestigd was; hoe  lang het bestond, wie de commandant was, uit welke mensen de kampleiding bestond,  hoeveel geïnterneerden het kamp in zijn grootste omvang herbergde en hoeveel van hen  het kamp niet overleefden, wanneer de grootste transporten naar en uit het kamp  plaatsvonden, en hoe de omstandigheden in het kamp waren. De teksten zijn geïllustreerd  met foto’s en tekeningen van het kamp. Die komen uit de collecties van het NIOD en het  Koninklijk Instituut voor Taal‐, Land‐ en Volkenkunde (KITLV) in Leiden. Ook is van ruim 100  kampen een plattegrond voorhanden.  Wie nader onderzoek wil doen, kan doorklikken naar beschrijvingen van documenten uit de  archiefcollecties van het NIOD. Ook vindt u op de website literatuurverwijzingen: titels van  boeken over de Japanse bezetting of de Bersiap in het algemeen, maar ook van  herinneringen die door ex‐geïnterneerden zelf op schrift gesteld en uitgegeven zijn.  Daarnaast vindt u er adressen van andere websites: het adres van de website die bij de  Reisgids Indonesië hoort, het adres van de webportal Indië in oorlog waarover u zo dadelijk 
  • Lezing bij de presentatie van Indischekamparchieven.nl 17 mei 2010 / Mariëtte van Selm  6  meer zult horen, maar bijvoorbeeld ook het adres van een Engelstalige website van een  netwerk van Japanse onderzoekers die gegevens bij elkaar brengen over geallieerde  krijgsgevangenen in en buiten Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog.  Indischekamparchieven.nl bevat informatie over individuele kampen, maar ook  achtergrondteksten over Nederlands‐Indië, de Japanse bezetting en de Bersiap. Al die  informatie in het Nederlands én in het Engels beschikbaar. Dat klinkt niet zo bijzonder – tal  van websites zijn per slot van rekening in twee of meer talen beschikbaar. Toch is het een  kleine mijlpaal.  In Engelstalige publicaties was tot nu toe steeds maar een deel van het grotere verhaal te  vinden: dat van de Japanse bezetting óf dat van de Indonesische revolutie en Bersiap; dat  van krijgsgevangenen – al of niet Brits, Australisch of Amerikaans – óf dat van (individuele)  burgergeïnterneerden. Met deze website komt, voor zover ik heb kunnen achterhalen, voor  het eerst een bondig Engelstalig historisch overzicht – een comprehensive survey – van  zowel de Japanse bezetting als de Bersiap beschikbaar dat vanuit een ‘overkoepelend  Nederlands‐Indisch’ perspectief geschreven is, waarin het lot van krijgsgevangenen uit het  KNIL en de Koninklijke Marine én het lot van de verschillende groepen  burgergeïnterneerden aan de orde komt, én aandacht is voor hen die buiten het kamp  bleven, maar wier leven door de Japanse bezetting en de Indonesische revolutie evenzeer  op z’n kop gezet werd.    Ik ga u niet stap voor stap door de website leiden, want ik denk dat ik u ’n heel klein beetje  ken. Ik durf er iets onder te verwedden dat ik dan natuurlijk net niet dat laat zien wat u nu 
  • Lezing bij de presentatie van Indischekamparchieven.nl 17 mei 2010 / Mariëtte van Selm  7  juist graag had willen zien. Achter mij heeft u al wel een aantal pagina’s van  Indischekamparchieven.nl voorbij zien trekken. Ze vormen de zoektocht die de postbode  door de website zou kunnen afleggen: van de openingspagina met de aanklikbare  overzichtskaart van de Indische archipel via de regiokaart van West‐Java en de  stadsplattegrond van Bandoeng naar de pagina over het kamp Tjiboenoet, met een  kampplattegrond en foto’s.  U kunt straks op de informatiemarkt al even op de website rondklikken. Vanavond of later  kunt u thuis, achter uw eigen computer, op uw gemak uw weg door de website zoeken. En  misschien ontglipt het dan ook u. Net als de postbode. “Ja, dat was het!”