Your SlideShare is downloading. ×
Advies Zicht Op Werk Van Commissie Werkscholen
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Saving this for later?

Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime - even offline.

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Advies Zicht Op Werk Van Commissie Werkscholen

2,543
views

Published on

Advies van Commissie Werkscholen in opdracht van kabinet. Publicatiedatum: 23-11-2010.

Advies van Commissie Werkscholen in opdracht van kabinet. Publicatiedatum: 23-11-2010.


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
2,543
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
7
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Advies Commissie WerkscholenZicht op werkDe Werkschool alswerkend perspectief
  • 2. InhoudVoorwoord 2Samenvatting: Jongeren zonder startkwalificatie aan het werk 51. Inleiding 152. Analyse 19 2.1 Onderwijs 20 2.1.1 Een heterogene doelgroep 20 2.1.2 Variatie in duur, volume en bekostiging 22 2.2 Uitkering in plaats van werk 22 2.3 Arbeidsmarkt 24 2.3.1 Kerncijfers arbeidsmarkt 24 2.3.2 Relevante ontwikkelingen 26 2.4. Het werkgeversperspectief 30 2.5 Het perspectief van de jongere 32 2.6 De maatschappelijke opdracht 36 2.7 Beschouwing commissie 373. De Werkschool: het antwoord 39 3.1 Waarom Werkschool? 40 3.2 De pijlers 424. De Werkschool: uitwerking 45 4.1 Contouren Werkschool 46 4.2 Het Werkschooltraject 50 4.3 De Werkschool: bundeling van krachten 58 4.4 Organisatie en bekostiging 60 4.4.1 De organisatie 60 4.4.2 Spelregels 62 4.4.3 Kosten en baten 62 4.5. Werkend perspectief en invoering 65 4.5.1 Werkend perspectief 65 4.5.2 Invoering 66 4.6. Conclusie 71Bijlagen 73 Bijlage 1 Instellingsbesluit 74 Bijlage 2 Samenstelling commissie 78 Bijlage 3 Overzicht van geconsulteerde partijen 79 Bijlage 4 Literatuuropgave 80 Bijlage 5 Infographic voorzieningenlandschap 82 Bijlage 6 Ingebrachte schriftelijke adviezen 84
  • 3. VoorwoordHet vorige kabinet heeft in zijn demissionaire periode met interessekennisgenomen van de gedachte om tot het oprichten van een zo-genoemde Werkschool te komen. Jongeren zonder startkwalificatieleren op de Werkschool in de praktijk een vak en krijgen voldoendebagage mee om zich geheel of gedeeltelijk zelfstandig te reddenop de arbeidsmarkt. Een groot deel van deze jongeren stroomtnu direct dan wel indirect de uitkering in. Dat is niet nodig. Dat isniet wenselijk. Voor deze jongeren moet een betere verbinding zijntussen onderwijs en arbeidsmarkt. De Werkschool beoogde oor-spronkelijk een directe verbinding te leggen tussen het voortgezetspeciaal onderwijs (vso) en het bedrijfsleven. De focus lag op hetvso, omdat deze onderwijsvorm nog niet de expliciete opdrachtheeft gekregen om zijn leerlingen naar de arbeidsmarkt toe teleiden.Voorzichtige eerste gesprekken geven aan dat het bedrijfslevenniet onwelwillend tegenover een dergelijk initiatief staat en bereid isom ook jongeren onder startkwalificatieniveau een kans te biedenop werkervaring en uiteindelijk op reguliere arbeid. Maar om eendergelijk experiment te laten slagen dienen financiële middelenontschot te worden ingezet – over de departementale grenzen enover de grenzen van het centrale en lokale bestuur heen. Dat blijktbinnen de bestaande kaders niet goed mogelijk. Bedrijven diemet ‘Werkschooljongeren’ aan de slag gaan, zouden in ieder gevalde Wajong-faciliteiten moeten kunnen benutten (no riskpolis, loon-dispensatie enzovoort.). Maar dan zouden de jongeren in kwestieook eerst de Wajong in moeten. Dat dient met de Werkschool juistte worden voorkomen.Tevens kunnen allerlei gemeentelijke voorzieningen niet gemak-kelijk in het kader van het reguliere onderwijs worden ingezet.Hetzelfde geldt voor re-integratiegelden die niet eenvoudig preven-tief kunnen worden gebruikt voor jongeren die nog op school zitten,maar waarvan de praktijk leert dat de kans op werkloosheid hoog is.Tenslotte wijst de eerste verkenning uit dat bedrijven zelden bekendzijn met de diverse typen van onderwijsvormen onder het start-kwalificatieniveau. En dat het dus ook niet voor de hand ligt om bijal die verschillende onderwijsinstellingen hun stage- en leerwerk-plekken aan te bieden. 2
  • 4. VoorwoordHet toenmalige demissionaire kabinet en zijn opvolger erkenden demogelijke voordelen van de Werkscholen en begrepen dat tussendroom en daad wetten staan en praktische bezwaren. Tegen dieachtergrond verzochten zij aan een kleine en naar achteraf bleekhechte en eensgezinde commissie een advies uit te brengen overde wenselijkheid van een Werkschool; niet alleen voor het vso maarvoor alle vormen van onderwijs onder het startkwalificatieniveau.Tevens verzocht het kabinet de condities waaronder de Werkschoolkan opereren in kaart te brengen, alsmede de wijze van financieren.Het bijgaande advies is tot stand gekomen dankzij de inbrengvan een groot aantal deskundigen. De commissie dankt hen allenvoor hun waardevolle inbreng. Zij dankt ook de verschillende mede-werkers van de Ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschapen Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de voortreffelijkemanier waarop zij de commissie van alle gevraagde informatiehebben voorzien.De commissie is samengesteld uit leden die vanuit een verschil-lende aanvliegroute het vraagstuk waar de commissie voor stondbenaderden. Desondanks kwam de commissie al snel tot eenunaniem standpunt betreffende de Werkschool. De commissie heeftgedurende haar bestaan gemerkt dat er bij een grote variatie aanpartijen draagvlak voor de Werkschool is. Het is belangrijk het reedsontstane draagvlak te koesteren.Hans Kamps (voorzitter)Piet BoekhoudRita DamhofJan van HeerikhuizeRob Slagmolen 3
  • 5. 4
  • 6. Samenvatting:Jongeren zonderstartkwalificatieaan het werk
  • 7. Samenvatting:Jongeren zonderstartkwalificatieaan het werkMaatschappelijk en economisch is het niet acceptabelals jongeren langdurig buiten het arbeidsproces staan.Toch is dat de dreigende realiteit. De werkloosheid onderjongeren in de leeftijdsgroep van 15 tot 25 jaar bedraagtmeer dan tien procent. Met name jongeren zonderstartkwalificatie staan aan de kant: onder hen is dewerkloosheid procentueel twee keer hoger dan onderhun leeftijdsgenoten die wél een startkwalificatieniveauhebben gehaald. Ook op latere leeftijd is het moeilijkerom zonder startkwalificatie werk te vinden en aan hetwerk te blijven. 6
  • 8. Een relevante vraag is of de terugkeer kansloos zijn voor de arbeidsmarkt envan de economische groei en het komen- welke jongeren niet. Maar dat veronder-de vertrek van ‘babyboomers’ van de stelt een reëel alternatief: uitzicht op eenarbeidsmarkt deze jongeren wel aan de passende reguliere baan. Deze noodzaakslag helpen. Natuurlijk, een krappe legt een zware verantwoordelijkheid bijarbeidsmarkt is ook in hun voordeel alle partijen die betrokken zijn bij de Samenvatting: Jongeren zonder startkwalificatie aan het werkmaar zal de zwakke positie van jongeren toeleiding naar de arbeidsmarkt. Zijzonder startkwalificatie op de arbeids- moeten de brug naar de arbeidsmarktmarkt niet structureel verbeteren. Want slaan.de concurrentiedruk op bedrijven neemtvoortdurend toe, en daarmee de eisen Scholen als ankerpuntdie aan werknemers worden gesteld. Het aanknopingspunt om ‘zwakke’ jon-Jongeren zonder startkwalificatie kosten geren naar reguliere arbeid te begelei-in het algemeen meer tijd om in te wer- den, is de school. Het gaat dan met nameken voor bedrijven, en zijn moeilijker om het voortgezet speciaal onderwijsinzetbaar binnen het bedrijf. Bovendien (33.000 jongeren), het praktijkonderwijsvragen zij om investeringen, in de vorm (27.000 jongeren) en AKA / mbo 1 van hetvan intern opleiden door het bedrijfs- middelbaar beroepsonderwijs (24.000leven, die niet altijd zijn terug te verdie- jongeren). De opgave voor deze scholennen. De arbeidsproductiviteit in relatie om hun leerlingen na hun opleidingtot de arbeidskosten is vaak een pro- perspectief op werk te bieden is zwaar.bleem evenals de risico’s die bedrijven Docenten staan voor de opdracht om hetnemen, in de vorm van mogelijke uitval. maximale rendement uit jongeren metOnder de jongeren zonder startkwalifi- individueel uiteenlopende problemen encatie zijn er die juist door te leren in beperkingen te halen, hen voor te berei-de praktijk meer tot hun recht komen den op de arbeidsmarkt én contactenmaar er zijn ook jongeren waar in eerste met bedrijven en instellingen te leggeninstantie zorgtrajecten voor nodig zijn. ten behoeve van hun pupillen. Het maat- werk dat deze scholen moeten leveren isDe werkgelegenheid bestaat voor onge- groot en tijdrovend en legt een zwareveer een kwart uit banen op ongeschoold druk op de docenten. Zij zijn tegelijker-of geoefend niveau. Maar deze banen tijd opleider, opvoeder, jeugdwerkerworden voor een belangrijk deel bezet en intermediair op de arbeidsmarkt.door mensen met een hogere kwalificatie Hun maatschappelijke waardering isdan noodzakelijk is. Dit komt ook omdat onderbelicht.werknemers mee moeten kunnen bewe-gen met de nieuwe technieken binnen Commitment van bedrijfslevenhet bedrijf en wendbaar moeten zijn om Werk kan niet zonder werkgever.breed inzetbaar te zijn als dat nodig is. Voor een succesvolle toeleiding naarDe arbeidsmarkt is een verdringings- de arbeidsmarkt is commitment vanmarkt! werkgevers onontbeerlijk. Het bedrijfs-Een perspectief voor jongeren met een leven heeft een bedrijfseconomischezwakke arbeidsmarktpositie kan en mag verantwoordelijkheid. Vanuit deze ver-niet de uitkering zijn. De weg van school antwoordelijkheid kan het bedrijfslevendirect naar de Wajong, de bijstand of de belang hebben bij de toeleiding vansociale werkvoorziening is nagenoeg de jongeren waar het in dit advies overafgesloten. Daarmee komt naar verwach- gaat. Deze bedrijven merken in toe-ting de sterke groei van de Wajong tot nemende mate de effecten van de ver-stilstand: van 134.000 in 2003 tot 190.000 grijzing en de consequenties die ditin 2009. Het is daarbij ook nodig om voor de arbeidsmarkt heeft. Voor hetscherper te maken welke jongeren echt bedrijfsleven blijven er vacatures 7
  • 9. bestaan aan de onderkant van de arbeids- de verschillende scholen naar hetmarkt. Door de vergrijzing zullen de bedrijfsleven toe. Deze bundelingaccenten verschuiven: zo zal er bijvoor- van krachten heeft grote voordelen.beeld meer behoefte zijn aan laag- of Om er enkele te noemen:ongeschoold personeel in de zorg. Daar-naast zijn er natuurlijk bedrijven die 1. De Werkschool specialiseert zich inhet belangrijk vinden om deze jongeren het verzamelen van stage- en leer-een kans te geven. Dat kan alleen als werkplaatsen voor de leerlingen vanwerkgevers goed gefaciliteerd worden. de aangesloten scholen, ontzorgtDe kosten zullen altijd tegen de baten de scholen, ontlast de bedrijven,moeten opwegen. De toeleiding naar en zorgt ervoor dat de talloze instru-werk kent echter zoveel hobbels, risico’s menten en financiële middelenen onzekerheden dat het niet aantrekke- op landelijk en regionaal niveau inlijk is om deze jongeren zo maar een plek onderlinge samenhang ‘ontschot’te geven op de arbeidsmarkt. Werkgevers worden ingezet.moeten niet alleen gefaciliteerd worden. 2. De Werkschool is een instrument omHet bedrijfsleven wil één aanspreek- decentralisatie van beleid vorm tepunt hebben, ontzorgd worden, heldere geven. Decentralisatie van beleidvoorwaarden kunnen stellen en geen – dicht bij de burgers en bedrijven –financiële risico’s lopen. is een groot goed, maar mag niet leiden tot het verloren gaan van deDe Werkschool: brug naar werk samenhang tussen sociale zekerheid,De Werkschool is een instrument om schuldsanering, onderwijs, jeugd-voor en namens de genoemde scholen zorg en arbeidsmarktbeleid. De Werk-de brug naar de arbeidsmarkt te slaan. school moet voor die samenhang zorgZij is bedoeld voor leerlingen zonder dragen en is zo het instrument omstartkwalificatie, die niet kunnen door- decentraal beleid – vanuit de gemeen-stromen naar vervolgonderwijs én niet ten maar met een landelijke opdrachtop eigen kracht de stap naar de reguliere – uit te voeren. Door het ontschot enarbeidsmarkt kunnen maken. De Werk- in samenhang inzetten kunnen aan-school wordt op regionaal niveau vorm- zienlijke besparingen worden bereiktgegeven, waarbij in geografische zin en zal de efficiency van de arbeids-aangesloten wordt bij de bestaande toeleiding vanuit de scholen sterkdertig arbeidsmarktregio’s. De Werk- toenemen. De Werkschool heeft deschool dient overigens niet te worden rol van opdrachtnemer.gezien als een grote school met lokalen 3. De Werkschool geeft invulling aanen docenten, waar alle leerlingen door- de arbeidsmarktdoelstelling vandeweeks verblijven en les krijgen. de genoemde scholen en legt deHet gaat hier om een kleine flexibele verantwoordelijkheid voor deorganisatie op regionaal niveau die arbeidsmarkttoeleiding bij deschakelt tussen de bedrijven en de scho- daarin gespecialiseerde Werkschool.len / leerlingen, en alle ondersteuning Deze maakt gebruik van de schaal-regelt die noodzakelijk is om de leerling voordelen doordat zij namens eneen geslaagd werktraject bij de bedrijven voor alle scholen in de regio optreedt.te laten doorlopen, én het bedrijf als 4. De bedrijven en instellingen hebbentevreden afnemer van de leerling aan de voor jongeren zonder startkwalifica-Werkschool te binden. De Werkschool- tie met één regionaal aanspreekpuntperiode duurt tussen de 1 en 3 jaar, waar- te maken waar zij hun stage- en leer-van de leerling maximaal twee jaar een werkplaatsen kunnen aanmeldenstage- en/of een leerwerkplaats vervult. of van waaruit zij worden opgehaald.De Werkschool bundelt de krachten van Dit voorkomt dat ondernemers 8
  • 10. vanuit verschillende instellingen ‘ieder voor zich’ gaat. Na een transi- worden aangesproken om telkens tieperiode is het wenselijk dat het voor een iets andere doelgroep stage- eigen netwerk van de toeleverende of leerwerkplekken ter beschikking school ten dienste wordt gesteld van te stellen. de Werkschool en dus van alle andere5. De Werkscholen worden centraal deelnemende scholen: ter versterking Samenvatting: Jongeren zonder startkwalificatie aan het werk gecoördineerd, waardoor ‘best practi- van het geheel. De Werkschool bestaat ces’ snel in alle regionale scholen immers niet naast de scholen maar kunnen worden geïntroduceerd en opereert namens en ten behoeve van een uniforme aanpak / marketing alle deelnemende scholen en hun kan worden ontwikkeld naar de be- leerlingen. Zo ontstaat in de praktijk drijven met als doel om daar de stage- één krachtig centraal aanspreekpunt en leerwerkplaatsen op te halen. voor de bedrijven in plaats van een Op centraal niveau worden samen- versnipperd en dus niet effectief werkingsverbanden afgesloten met netwerk van contacten vanuit de landelijke partijen waarvan iedere verschillende onderwijssoorten. regio profiteert. Te denken is aan: 7. De Werkschool draagt de verantwoor- delijkheid om aan het einde van het • werktraject de opgedane ervaring groot belang zijn voor de acquisi- in een EVC-certificaat te vertalen tie van leerwerkplaatsen bij en zo aan te sluiten bij de bestaande erkende leerwerkbedrijven; kwalificatiestructuur van het • het UWV dat een belangrijke rol beroepsonderwijs. kan spelen bij de bepaling van de werkcapaciteit van de leerling Regionale voorziening en het bepalen van de ondersteu- met toeleverende scholen ningsbehoefte van de leerling; Het toeleverende onderwijs bestaat uit • de VNG die van belang is om aan het vso, cluster drie ( lichamelijk gehan- de ontschotting van regionale, dicapte, zeer moeilijk lerende en lang- gemeentelijke middelen vorm durig zieke jongeren) en cluster vier te geven; (zeer moeilijk opvoedbare jongeren), • de REA-colleges, vanwege de Praktijkonderwijs en AKA/mbo1. expertise op het gebied van de Leerlingen uit cluster 1 en 2 van het vso toeleiding van arbeidsbeperkte komen alleen voor de Werkschool in jongeren naar de arbeidsmarkt; aanmerking, daar waar de Werkschool • de jeugdzorg vanwege de expertise complementair kan zijn aan de voorzie- op het gebied van zorgjongeren; ningen van de school door het bieden • brancheorganisaties om aan te van praktijkervaring/arbeidsmarkttoe- sluiten bij de Werkschool en te leiding. Het is aan te bevelen dat vso en bewerkstelligen dat daar stage- praktijkonderwijs in het laatste twee jaar en leerwerkplaatsen worden aan- van hun reguliere opleiding een richting geboden; introduceren die jongeren voorbereidt • Brancheorganisaties om aan te op instroom in de regionale Werkschool. sluiten bij de Werkschool en Voor AKA/mbo1 is een voorselectie niet te bewerkstelligen dat daar stage- mogelijk vanwege de korte duur van de en leerwerkplaatsen worden opleiding. Wel is belangrijk om in die aangeboden. periode te werken aan arbeidsvaardig- heden en beroepenoriëntatie. Het over-6. Het netwerk van contacten met grote deel van de jongeren dat niet aan bedrijven wordt voor iedere school de Werkschool wordt toegeleverd, kan breder en kansrijker dan in het geval dan naar mbo2 doorstromen. 9
  • 11. Werkschool: brede voorziening De directeur van de Werkschool zal zijnmaar met de vraag als bottleneck eigen beoordeling moeten maken over deDe uiteindelijke doelstelling van de kansrijkheid van iedere aangeboden leer-Werkschool is om voor alle leerlingen ling, want de vraag is leidend. Daar staatzonder startkwalificatie die extra steun tegenover dat de Werkschool wel uit eennodig hebben de brug naar werk te zijn. breder pallet van maatregelen en exper-Maar vanzelfsprekend staat of valt de tise kan putten dan de individuele schoolWerkschool met de mogelijkheden dat kan Wat kansarm is in de ogen van devan de werkgevers om hun stage- en toeleverende school kan daardoor kans-leerwerkplekken ter beschikking aan rijk worden gemaakt in de context van dede Werkschool te stellen. Het aantal Werkschool.van deze plekken is bepalend voor deopnamecapaciteit van de Werkschool. Nogmaals, zolang het aantal stage- enDe Werkschool is vraaggericht; niet leerplaatsen kleiner is dan het aantalvanuit keuze maar vanuit noodzaak! potentiële deelnemers is wél selectieZolang het contingent stage- en leer- noodzakelijk, die echter niet langs de –werkplekken niet groot genoeg is om alle voor de beoogde onderwijssoorten welin aanmerking komende leerlingen van erg relatieve – scheidslijnen sterk ofde scholen te bedienen, moet er een zwak lopen. Bovendien zullen de stage-selectie plaatsvinden van de Werkschool. en leerwerkplaatsen naar tevredenheidDat is onvermijdelijk. Immers op dit van de werkgevers moeten wordenmoment lukt het net om voldoende vervuld. De kwalitatieve intermediairestage/leerplekken aan te bieden voor het functie van de Werkschool komt tot zijnreguliere onderwijs, zoals blijkt uit de recht als er één-op-één doorstroom isColo-barometer. Echter per sector en tussen school, Werkschool en bedrijf.regio zijn er verschillen tussen vraag en Anders is het ‘eens maar nooit meer’aanbod. Selectie betekent echter niet dat en snijden zowel de Werkschool als dealleen ‘de beste’ leerlingen van de school toeleverende scholen in eigen vlees.naar de Werkschool zullen doorstromen: Na de acceptatie van de leerling door de Werkschool ligt deze verantwoordelijk-Leerlingen die naar een vervolgopleiding heid geheel bij de Werkschool en heeftkunnen doorgaan, komen niet in aan- de toeleverende school aan zijn arbeids-merking voor de Werkschool. marktverplichting voldaan. De Werk-Leerlingen die zonder extra steun, op school zelf wordt afgerekend op de plaat-eigen kracht, na het voltooien van de sing van leerlingen op stage- enopleiding, een plek op de arbeidsmarkt leerplaatsen.kunnen vinden, hebben de Werkschool(en de toeleverende school) als inter- Als regulier werk niet mogelijk ismediair naar de arbeidsmarkt niet nodig De scholen zullen ook jongeren in deen komen dus ook niet in aanmerking geleding hebben voor wie de overgangvoor plaatsing. naar de arbeidsmarkt op korte termijnSelectie van de overige leerlingen vindt niet tot de mogelijkheden behoort.niet eenzijdig plaats door de directeur Voor deze groep is de Werkschool dusvan de Werkschool. Er is sprake van ook geen alternatief. Het ontslaat dedirecte besprekingen en onderhandelin- maatschappij en de scholen niet van degen tussen de Werkschool en de toe- verplichting ook voor deze groep eenleverende school. Het ligt in de lijn der verantwoordelijkheid te nemen in deverwachting dat de toeleverende school vorm van toeleiding naar een bescherm-een ‘package deal’ (een combinatie van de werkomgeving of het aanbieden vanrelatief zwak en sterk) wil sluiten met op individuele maat gesneden trajectende directeur van de Werkschool. en projecten. Regulier werk – ook met 10
  • 12. inzet van het huidige instrumentarium gedragen maar minimaal twee jaar daar-– is voor deze groep jongeren (nog) geen voor. Tevens zou er sprake moeten zijnoptie. Vanwege de andere doelgroep van van een uniform, gemiddelde bijdrageleerlingen en de andere afnemers is het vanuit de reguliere financiering, zodatniet wenselijk deze groepen in de Werk- van een oneigenlijke sturing naar deschool met elkaar te vermengen. Dat ‘meest lucratieve schoolsoort’ geen Samenvatting: Jongeren zonder startkwalificatie aan het werkzou uiteindelijk ten koste gaan van het sprake kan zijn en ook de (uitgefinan-volume aan stage- en leerwerkplaatsen. cierde) AKA/mbo1-leerling meebekos- tigd wordt. Ook de bedrijven moeten vanSchaarse publieke middelen te voren helder krijgen wat hun bijdrageMet publiek geld dient efficiënt en effec- is in de kosten, want de investeringentief te worden omgegaan: niet alleen in zijn hoog: bedrijven moeten extra kostentijden van crises maar ook daarbuiten. in vorm van praktijkbegeleiding makenDe financiering van de Werkschool dient omdat jongeren zonder startkwalificatiedan ook niet als een additionele voorzie- in een ander tempo en op andere wijzening te worden gezien en dus uit extra leren. Uiteindelijk gaat het om te lerenmiddelen te worden betaald. Zij moet uit in de praktijk en dat de leerling zichherschikking van bestaande middelen verschillende competenties eigen maakt.worden gefinancierd. Naar de bedrijven Dit zal over het algemeen in de vormtoe is het noodzakelijk dat bestaande van stage gebeuren en soms in de vormvoorzieningen die nu van toepassing zijn van een tijdelijke leer-werkovereen-voor ondernemingen die met Wajongers komst.aan de slag gaan ook gelden voor ‘Werk-schooljongeren’. Dat geldt ook voor de Een aantrekkelijk perspectiefbegeleiding door job coaches die door Het kabinet streeft ernaar om jongerenhet UWV worden ingezet en bestaande zo snel mogelijk naar werk, en niet in eenre-integratiemiddelen. Daarnaast dienen uitkeringsafhankelijke situatie, te bren-alle gedecentraliseerde voorzieningen gen. Dat betekent preventief werken: de‘ontschot’ in het kader van de Werk- brug naar werk moet al vanuit de schoolschool te kunnen worden ingezet. worden geslagen. Het overgrote deel vanDe Werkschool voorkomt immers een de jongeren onder het startkwalificatie-beroep op Wajong-middelen, een beroep niveau kan en wil werken. Maar dezeop de gemeentelijke Wet Investeren in jongeren kunnen niet altijd zonderJongeren (WIJ) en mogelijkerwijs op gerichte en op de persoon toegesnedenjeugdzorgvoorzieningen en re-integratie- steun op eigen kracht een arbeidsplekbudgetten. De grote financiële winnaar veroveren. De bemiddeling naar werkvan een succesvolle regionale Werkschool moet zo vroeg mogelijk worden ingezet:zijn de gemeenten (op termijn zou een niet na het beëindigen van de school-zij-instroom vanuit de Wet Werk en periode maar tijdens. Bij volledige uitrolBijstand tot de mogelijkheden behoren). van het Werkschoolconcept met hetHet is aan het kabinet om zorg te dragen ontschot inzetten van regionale midde-voor het ‘ontschotten’ van middelen. len, verwachten wij dat:Voor de onderwijsinstellingen betekentdit dat bij de overdracht van leerlingen • Het aantal stage- en leerwerkplaatsennaar de Werkschool de reguliere dat ter beschikking wordt gesteld aanfinanciering met de leerling meegaat leerlingen onder startkwalificatie-(afhankelijk van de gerealiseerde niveau sterk zal toenemen.ontschotte regionale middelen). • Daardoor steeds meer leerlingen dieDe consequenties zijn dat leerlingen op eigen kracht de stap naar werk nietniet in het laatst bekostigde leerjaar kunnen maken, werkervaring kunnenvan vso en pro kunnen worden over- opdoen in de Werkschool. 11
  • 13. • De scholen zich kunnen concentreren uitkering significant verminderen. op hun leerdoelen en schaalvoordelen • Biedt de werkgever een gekwalifi- kunnen behalen bij hun arbeids- ceerde werknemer. Het bedrijfsleven opleiding. kampt met moeilijk vervulbare• Scholen als toeleverancier van de vacatures. Mede door de vergrijzing Werkschool het onderwijs arbeids- ontstaat er aan de onderkant van marktgerichter gaan inrichten, de arbeidsmarkt werk. Daar is wel waardoor het rendement van het gekwalificeerd personeel voor nodig. onderwijs toe zal nemen. De Werkschool zal dit personeel• De efficiency van centrale en decen- kunnen leveren. trale publieke middelen aanzienlijk • Biedt de overheid meer rendement zal toenemen, doordat zij in samen- met minder middelen. Op dit moment hang kunnen worden ingezet. worden alleen miljarden, geïnvesteerd• Een sluitende aanpak voor alle jonge- in de jongeren voor wie de Werk- ren met arbeidscapaciteit kan worden school bedoeld is. De Werkschool zal gerealiseerd: of op eigen kracht of het rendement aanzienlijk verhogen. via de Werkschool naar arbeid. Bovendien, de Werkschool kan bud-• Ook de leerlingen die geen perspec- gettair neutraal worden ingevoerd. tief op werk hebben – en waarvoor de Daarnaast is het op basis van een Werkschool dus ook geen oplossing voorzichtige inschatting mogelijk biedt – op een effectievere manier om door ontschotte inzet van midde- kunnen worden geholpen, doordat len in de domeinen onderwijs, zorg, de groep helder is afgebakend en arbeidsmarkt en sociale zekerheid maatregelen dus gericht kunnen een besparing te realiseren van worden ingezet. ten minste 20%. Het gaat om een directe besparing. Op middellangeDe commissie beveelt aan om op korte en lange termijn zullen de besparin-termijn een experiment van twee jaar gen groter zijn. Van de Werkschoolmet minimaal vijf Werkscholen te zal een preventieve werking uitgaan:starten met als opdracht: creëer zicht werk bespaart een langdurigeop werk voor leerlingen die dat anders uitkering.niet zouden hebben gehad. Vervolgenskan de Werkschool in jaar 3 uitgerold Kritische succesfactorenworden over alle 30 arbeidsmarktregio’s. Voor een succesvolle invoering kentUiteraard afhankelijk van de ervaringen de Werkschool een aantal kritischedie in de praktijk zijn opgedaan. succesfactoren: • Werk is leidend. Het volume vanDe Werkschool is het structurele ant- de Werkschool wordt bepaald doorwoord om een wezenlijk deel van de het aantal beschikbare stage- enjongeren aan de onderkant van de leerwerkplaatsen.arbeidsmarkt aan het werk te krijgen. • De Werkschool gaat uit van praktijk-Invoering van de Werkschool: gericht leren. De Werkschoolleerling• Biedt de jongere werk in plaats van leert door te werken. een uitkering. Om een beeld te geven: • De Werkschool moet op alle fronten uiteindelijk stroomt meer dan 70% die essentieel zijn in te toeleiding van de leerlingen van vso cluster 3, van de jongere naar de arbeidsmarkt ongeveer 35% van de leerlingen de werkgever kunnen ontzorgen. van vso cluster 4 en ongeveer 45% • De Werkschool moet op alle fronten van de leerlingen van het praktijk- die essentieel zijn in te toeleiding onderwijs de Wajong in. De Werk- van de jongere naar de arbeidsmarkt school zal deze uitstroom naar de de jongere kunnen ontzorgen. 12
  • 14. • Hiervoor moet de Werkschool de middelen, die hiervoor nodig zijn, ontschot kunnen inzetten.• De Werkschool moet een goede en onafhankelijke positie hebben tussen onderwijs en bedrijfsleven. De Werk- Samenvatting: Jongeren zonder startkwalificatie aan het werk school moet ook vanuit een uniforme kwaliteitsstandaard werken. Hiervoor is de franchiseformule met Werk- scholen en Werkmaatschappij het antwoord. 13
  • 15. 1.Inleiding
  • 16. 1.InleidingEen groot aantal jongeren is niet in staat een startkwalificatie tebehalen, mist in de huidige leerlijnen van het onderwijs de aan-sluiting met de arbeidsmarkt en wordt in plaats van duurzaam eco-nomisch zelfstandig duurzaam uitkeringsafhankelijk. De commissieconstateert dat voor, tijdens en na de economische crisis de werk-loosheid binnen deze groep te hoog is. Zonder additionele begelei-ding bereiken deze jongeren niet de arbeidsmarkt. Er is een beteretoeleiding van onderwijs naar arbeidsmarkt nodig.Doelstelling van de Werkschool is om deze toeleiding vorm te gevenen zo de overstap naar de arbeidsmarkt voor deze jongeren tevergemakkelijken. De doelgroep van de Werkschool is de groepjongeren die niet in staat is via de bestaande trajecten de arbeids-markt te bereiken. Dat wil niet zeggen dat een beroepskwalificatievoor deze doelgroep niet haalbaar is. De stap naar de arbeidsmarktkan door deze jongeren niet worden genomen via de bestaandescholingstrajecten.De minister van OCW heeft namens het kabinet de commissiegevraagd het concept van de Werkschool nader uit te werken.Meer specifiek dient de commissie een antwoord te geven opde volgende hoofdvragen:1. Welke doelgroep bedient de Werkschool?2. Hoe wordt de Werkschool vormgegeven?3. Welke kwalificaties worden op de Werkschool behaald?4. Wat voor infrastructuur is nodig om succesvol naar de arbeidsmarkt toe te leiden?5. Hoe wordt de Werkschool gefinancierd en welke randvoorwaarden zijn verder noodzakelijk? 16
  • 17. 1. InleidingAandachtspunten voor de commissie zijn: De Werkschool moet een duurzame en integrale oplossing bieden. Gewaakt moet worden voor een nieuwe loot in het woud van al bestaande voorzieningen. De Werkschool moet wezenlijk iets toevoegen en bij voorkeur integreren. Bundeling in doelgroep kan het concept versterken, maar tegelijkertijd wordt van de Werkschool dan wel gevraagd om met een grote diversiteit aan problemen en doelgroepen om te gaan. De commissie dient te onderzoeken of de Werkschool budgettair neutraal kan worden ingevoerd.De commissie ziet dat Nederland in een economische crisisverkeert. Een crisis die ingrijpende gevolgen zal hebben opde middelen die van overheidswege ingezet kunnen worden.Meer doen met minder is hierbij het devies. Dit vergt creativiteiten ondernemerschap. Of zoals Albert Einstein ooit verwoordde:‘We can’t solve problems by using the same kind of thinking weused when we created them.’De commissie heeft een aantal gesprekken gevoerd met mensendie zich professioneel bezig houden met arbeidsmarkt, onderwijsen (jeugd-)zorg om vanuit verschillende invalshoeken de contourenvan de Werkschool scherp te krijgen. Daarnaast heeft een aantalpartijen op eigen initiatief hun standpunt ingebracht bij decommissie. Bij het opstellen van dit advies heeft de commissiedeze standpunten betrokken. In bijlage 3 is een overzicht tevinden van partijen/personen die geconsulteerd zijn. 17
  • 18. 2.Analyse
  • 19. 2.1 Onderwijs voor sommige leerlingen mogelijk is ook na hun 20e in het vso te zitten.2.1.1 Een heterogene doelgroep De beperkingen van deze jongeren zijn zeer divers. Het betreft onder andereDe onderwijssoorten meervoudig gehandicapten jongeren,De Werkschool richt zich op jongeren zeer moeilijk lerende jongeren endie in de bestaande leerlijnen de aanslui­ jongeren met een gedragsprobleem.ting met de arbeidsmarkt missen, terwijl De mogelijkheden van de jongerenaansluiting wel mogelijk is met additio­ lopen vanwege het verschil in beper­nele begeleiding. De problemen/beper­ king sterk uiteen. Een globale inschat­kingen van de jongeren kennen een grote ting laat zien dat een deel van deheterogeniteit. Gemeenschappelijk is jongeren in staat is om met de juistedat de jongeren door hun beperkingen begeleiding een regulier diploma teen problemen niet in staat zijn een start­ halen (circa 25 – 30 %), een deel vankwalificatie te halen en daardoor een de jongeren zal zonder diploma degrote afstand hebben tot de arbeids­ arbeidsmarkt kunnen betreden (circamarkt. De overlap in doelgroep is ook 40­50%), en een deel van de jongerenzichtbaar in de regionale verdeling van zal vanwege zijn beperking niet inhet aantal leerlingen pro, vso en mbo1. staat zijn een diploma te behalen ofEen globaal beeld laat zien dat in Gronin­ te participeren op de arbeidsmarktgen het aantal leerlingen in het speciaal (circa 25­30%). Grote uitdaging vooronderwijs bijvoorbeeld relatief laag is, het speciaal onderwijs is om de groepterwijl het aantal leerlingen in het pro jongeren die niet in staat is een regu­en mbo1 juist relatief hoog is. In de lier diploma te behalen, direct naar deomgeving Eindhoven is juist het aantal arbeidsmarkt te begeleiden. Een deelleerlingen in het speciaal onderwijs van de scholen heeft deze focus oprelatief hoog, en het aantal leerlingen arbeidstoeleiding al in hun onderwijsin het praktijkonderwijs relatief laag. aangebracht, een ander deel staat hierin nog in de beginfase.De commissie richt zich dan ook op de De commissie richt zich vooral oponderwijssoorten waar deze aansluiting cluster 3 (lichamelijk gehandicapteproblematisch is, maar geenszins on­ kinderen, zeer moeilijk lerende kinde­mogelijk. Het gaat dan primair om de ren ­ ZMLK­ en langdurig zieke kinde­onderwijssoorten die niet opleiden tot ren met een lichamelijke handicap,startkwalificatieniveau (een diploma of meervoudig gehandicapte kinderenmbo2, havo of vwo is een startkwalifi­ die één van deze handicaps hebben)catie), te weten: en cluster 4 (zeer moeilijk opvoedbare kinderen ­ ZMOK ­ langdurig zieke• Voorgezet speciaal onderwijs (‘vso’): kinderen anders dan met een lichame­• Cluster 1 lijke handicap en kinderen in scholen• Cluster 2 met aan pedologische instituten).• Cluster 3 Jongeren uit cluster 1 (visueel gehandi­• Cluster 4 capte kinderen of meervoudig gehan­ dicapte kinderen met een visueleCirca 33.000 jongeren met een beper­ handicap) en cluster 2 (dove of slecht­king volgen onderwijs in het voort­ horende kinderen, kinderen metgezet speciaal onderwijs. Het vso geeft ernstige spraakmoeilijkheden ofonderwijs aan leerlingen tot 20 jaar. meervoudig gehandicapte kinderenIndien nodig kan de Onderwijsinspec­ die één van deze handicaps hebben)tie het onderwijs telkens met één jaar hebben primair een fysieke beperking.ontheffing verlenen, waardoor het Dit zegt niets over intelligentie of 20
  • 20. leervermogen. Vaak is er echter bij • Middelbaar beroepsonderwijsdeze jongeren meer aan de hand dan (‘mbo’):alleen de aanwezigheid van de fysieke • Arbeidsmarktgekwalificeerdbeperking. De jongeren uit cluster 3 Assistent (‘AKA’)en 4 hebben vaak te maken met multi­ • Niveau 1: assistent beroepsbeoefe­problematiek die, hetzij aangeboren, naar (geen startkwalificatie) 2. Analysehetzij later ontstaan is en hen beperktde arbeidsmarkt te betreden. Circa 24.000 jongeren volgen onder­ wijs in het mbo1/AKA. De instroom• praktijkonderwijs (‘pro’) in het mbo1/AKA is drempelloos. Dit betekent dat jongeren die in hetCirca 27.000 jongeren volgen onderwijs voortgezet onderwijs geen diplomain het praktijkonderwijs. Het praktijk­ gehaald hebben toch het mbo in kun­onderwijs geeft onderwijs aan leerlin­ nen stromen. Ook oud leerlingen uitgen tot 18 jaar. Indien nodig kan de het vso en Praktijkonderwijs behorenOnderwijsinspectie twee maal het tot de populatie van het mbo1/AKA.onderwijs telkens met één jaar onthef­ De uitval in het mbo1/AKA is groot.fing verlenen, waardoor het voor som­ Een groot deel van de deelnemersmige leerlingen mogelijk is om tot het haalt geen mbo1 diploma (percentage20e jaar praktijkonderwijs te volgen. vsv’ers in bol1: 33,4 % en bbl1 39,5%,Deze jongeren zijn moeilijk lerend (IQ voorlopige cijfers 2008­2009), en eentussen de 55 en 80) en zijn in principe nog lager percentage is vervolgensniet in staat om een startkwalificatie te in staat om een startkwalificatie tebehalen. Het praktijkonderwijs heeft behalen. In het mbo1 komt veel socialedaarom de wettelijke opdracht om problematiek samen. Vanwege dedirect op te leiden voor de arbeids­ drempelloze instroom in het mbo zijnmarkt. De laatste jaren is een tendens er in mbo2 vooral bij ongediplomeer­zichtbaar dat jongeren na het verlaten den problemen in de aansluiting metvan het praktijkonderwijs toch probe­ de arbeidsmarktren een mbo 1 diploma te behalen.Een aantal van hen slaagt hierin, een • De REA­institutengroot aantal echter ook niet. Ookwanneer de leerling er wel in slaagt Er bestaan vijf REA­scholingsinstitu­een mbo1 of 2 diploma te behalen, is ten die scholing verzorgen voor Wa­het risico groot dat de leerling vervol­ jongers met ernstige scholingsbelem­gens de stap naar de arbeidsmarkt meringen met als doel plaatsing op deniet zonder begeleiding kan maken. arbeidsmarkt. Met ingang van januariHet praktijkonderwijs heeft zich de 2006 heeft de minister van SZW eenafgelopen jaren steeds beter ingericht vorm van marktwerking voor dezein de arbeidsmarkttoeleiding van deze instituten in het leven geroepen.groep jongeren en hiervoor expertise De REA­instituten, maar ook andereopgebouwd. Wel is de afstand tot de private aanbieders, kunnen elk jaararbeidsmarkt van praktijkschoolleer­ een subsidieverzoek bij het UWV in­lingen groter dan van mbo­leerlingen. dienen voor het scholen van Wajon­Ook zijn er grote regionale verschillen gers. Hoewel tot op heden elk jaarin het praktijkonderwijs als het gaat alleen de REA­instituten de subsidieom het rendement van arbeidsmarkt­ kregen toegekend, vrezen de REA­toeleiding. Op dit moment is het prak­ instituten vanwege de gekozen finan­tijkonderwijs een grote toeleverancier cieringssystematiek voor hun voort­van de Wajong. bestaan en het daardoor verloren gaan van de door hen opgebouwde expertise. 21
  • 21. Deze bestaansonzekerheid ligt ten Er is, mede op basis van gegevens vangrondslag aan de wens van de REA­ het UWV, wel het een en ander bekendinstituten om onder het OCW­domein over de instroom in de Wajong. De door­te worden gebracht. De gezamenlijke stroom van onderwijs naar WajongREA­instituten begeleiden jaarlijks wordt in onderstaand schema weer­ongeveer 400 deelnemers. Het budget gegeven. Ook vanuit de andere onder­dat hier bij hoort bedraagt ongeveer wijssoorten is er instroom in de Wajong.13,3 miljoen. In 2009 en 2010 hebben Deze instroom is echter van een margi­de REA instituten € 2,5 miljoen extra naal karakter.financiering ontvangen. Met de aanpassing van de Wajong (per 01­01­2010) en de gemeentelijkeDe commissie laat het vmbo expliciet verantwoordelijkheid die is vastgelegdbuiten de reikwijdte van haar opdracht. in de WIJ, is er nog onduidelijkheidHet vmbo heeft als opdracht op te leiden over hoe de groep schoolverlaters nutot startkwalificatieniveau. Dat neemt doorstroomt. Over de effecten van deniet weg dat er vmbo­leerlingen zijn nieuwe Wajong is nog onvoldoendedie in de praktijk de aansluiting met de bekend om daar een uitspraak over tearbeidsmarkt missen en ook niet in staat kunnen doen.zijn door te stromen naar een hoger > zie schema 2 op pagina 25onderwijsniveau. Deze leerlingen horenin dat geval thuis in het praktijkonder­ Op 1 oktober 2009 werd de Wet investe­wijs of – zij het in mindere mate – het ren in jongeren (WIJ) ingevoerd. Dezevso. De commissie beveelt daarom wel wet verplicht gemeenten om jongerenaan om een scherpe selectie aan de poort tot 27 jaar die zich melden voor eente houden van het vmbo en een goede uitkering een aanbod te doen op hetaansluiting tussen vmbo en praktijk­ gebied van (door­)leren, werken of eenonderwijs te borgen voor die jongeren combinatie van beide. Dit is een inge­die niet in staat zijn het vmbo met goed wikkelde opgave voor gemeenten, omdatgevolg af te ronden. zij (bijna niet) over dit aanbod gaan en afhankelijk zijn van anderen (werkgevers2.1.2 Variatie in duur, volume en en onderwijs).bekostiging Op 1 januari 2010 is de nieuwe WajongDe duur, populatie en bekostiging van ingevoerd. Deze wet richt zich op jong­deze onderwijssoorten varieert sterk. gehandicapten. De nieuwe Wajong be­ > zie schema 1 op pagina 23 oogt ten opzichte van de oude Wajong een springplank te zijn in plaats van2.2 Uitkering in plaats van werk een vangnet: waar eerst inkomensonder­ steuning centraal stond, gaat het nu omDe jongeren waar het in dit advies over het vinden en behouden van werk engaat lopen het risico de aansluiting met de ondersteuning die hiervoor nodig is.de arbeidsmarkt te missen. Dat betekent Maar daarmee is het vangnet voor eendat een aantal van deze onderwijssoorten groot deel van de Wajong­gerechtigdendirect of indirect grote toeleveranciers weggevallen. Daarbij moet bedachtzijn van overheidsuitkeringen. De com­ worden dat Wajongers geen arbeidsver­missie constateert dat er weinig bekend leden hebben en daardoor een zeer groteis over de uitstroom van jongeren uit afstand tot de arbeidsmarkt hebben tenhet onderwijs en de mate waarin deze opzichte van andere uitkeringsgerech­jongeren in staat zijn direct dan wel tigden. De kans om uit de Wajong teindirect duurzaam economisch zelfstan­ stromen is aanzienlijk lager dan de kansdig te worden. om uit andere uitkeringen te stromen. 22
  • 22. schema 1Huidige onderwijsbeskostiging per jaar per leerlingaantal leerlingen per jaarbron: Kerncijfers OCW 2005-2009 MbO 4 Theoretisch MBO Onderbouw MBO 3 Gemengd VMBO MBO 2 Basisonderwijs € 5.000 Kader MBO 1/AKA 1 BBL 9.200 1 BOL 4.100 € 7.400 Basis AKA BBL € 5.000 11.000 AKA BOL € 7.400 Onderwijsvorm LWOO PRO 27.000 € 12.000 PRO 250 € 31.500 onderwijs REC 1 Speciaal REC 2 2.200 € 17.500 REC 3 13.000 € 16.500 VSO REC 4 18.000 € 13.500Leeftijd 19-20 20-21 19 13 18 17 16 15 14 -12 - 18- 12- 17- 16- 15- 14- 13- 23
  • 23. Het UWV – de uitvoerder van de Wajong 2.3­ constateerde in 2007 al: ‘Jonggehandi­capten stromen vooral in als ze jong zijn, Arbeidsmarktvaak direct van school. School of studieis daarom een belangrijke herkomst­ 2.3.1 Kerncijfers arbeidsmarktcategorie. Deze categorie is vooral vanbelang omdat het aantal leerlingen op de In 2009 bedroeg de totale Nederlandseschooltypes met veel jonggehandicapten beroepsbevolking bijna 8 miljoen men­(het praktijkonderwijs (pro)) en het sen, waarvan iets meer dan 900.000voorgezet speciaal onderwijs (vso)) de jongeren in de leeftijd 15­25 jaar. Van delaatste jaren sterk toeneemt. Niet alleen totale beroepsbevolking zijn 377.000school als herkomsttype is dus van mensen werkloos, een percentage vanbelang maar ook het schooltype.’ Er is 4,8% op de totale beroepsbevolking.volgens het UWV weinig reden om aan Binnen de leeftijdsgroep 15­25 jaar ligtte nemen dat het actuele beeld sterk is dit percentage ruim tweemaal zo hoog,gewijzigd. In hetzelfde onderzoek stelt op 11%. 99.000 van de 900.000 jongerenhet UWV: ‘We hebben vastgesteld dat zijn werkloos. Het Kabinet verwacht inde instroom van de Wajong vooral toe­ de Miljoenennota 2011 dat de werkloos­neemt vanwege de toenemende door­ heid in zowel 2010 als 2011 oploopt totstroom vanuit de Bijstand (inclusief 5,5% (circa 435.000 personen).indirecte invloed), de stijgende instroomvanuit het vso/pro en een toenemende Actuele cijfers van UWV en CBS laten hetinstroom van jongeren met vooral autis­ volgende zien:tisch spectrumstoornissen. (…) Ook het • In september 2010 (gegevens UWV):aantal leerlingen op het vso/pro blijft • Aantal Niet Werkende Werkzoe­stijgen (de laatste twee jaar met bijna kenden (NWW’ers; bij UWV inge­10% per jaar) [NB de afgelopen jaren schreven werkzoekenden van 15­64groeit het praktijkonderwijs niet meer]. jaar zonder werk of minder dan 12Omdat deze groep ruim 40% van de uur per week werkzaam): 488.200,instroom uitmaakt, leidt een stijging waarvan 116.000 ongeschooldvan het aantal leerlingen met 10% tot een • 270.000 mensen in de WWtoename van circa 4%.’ Over het profiel • In augustus 2010 (gegevens CBS):van de Wajonger zegt het UWV dat ‘de • 396.000 Werkloze Beroeps Bevol­gemiddelde Wajonger niet iemand is king (WBBérs; personen van 15­64met een lichamelijke aandoening die is jaar zonder werk of minder dan 12aangewezen op een rolstoel, maar iemand uur per week werkzaam die directmet een verstandelijke beperking of beschikbaar zijn voor de arbeids­andere ontwikkelingsstoornis, of met markt en actief naar werk zoekeneen psychische problematiek. Deze zijn • 340.000 mensen in de WWBsamen goed voor 85% van de instroomin 2006.’ Startkwalificatie In totaal kent Nederland ongeveer 2 miljoenen jongeren in de leeftijdscate­ Werkloze Werkloosheids­ Beroepsbevolking beroepsbevolking percentage 15­25 jaar 902.000 99.000 11,0% 15­65 jaar 7.846.000 377.000 4,8% 24
  • 24. schema 2Uitstroom per jaarInstroom in Wajong (2008) en werkbron: UWV onderzoek ‘De groei van de Wajongstroom’ (2007-2008) MBO 4 Theoretisch MBO Onderbouw MBO 3 Gemengd VMBO MBO 2 1 BBL Kader MBO 1/AKA 3.200 5.300 Diploma Basisonderwijs Uitval 1 BOL Basis AKA BBL 3.800 4.300 AKA BOL Onderwijsvorm LWOO Werk Doorstroom opleiding anders 1.700 3.200 200 700 2.200 PRO PRO 6.000 onderwijs Speciaal REC 1+2 500 REC 3 2600 VSO REC 4 3400 260 1.500 200 1.400 Direct (Deels) WAJONG Indirect 1.000 1.400 400 40 REC 1+2 REC 3 REC 4 PROLeeftijd 19-20 20-21 19 13 18 17 16 15 14 -12 - 18- 12- 17- 16- 15- 14- 13- 25
  • 25. gorie 15 tot 25 jaar. 185 duizend van deze • (Door vergrijzing) zal er meer vraagjongeren (9 %) zat in 2009 niet meer op naar laag geschoold verzorgendschool en was ook niet in het bezit van personeel (alfahulp, thuishulp A).een startkwalificatie, zo blijkt uit gege­vens van CBS. De werkloosheid onder 2.3.2 Relevante ontwikkelingendeze groep is gemiddeld bijna tweemaalzo hoog als van jongeren die wel een De commissie identificeert een aantalstartkwalificatie bezitten. Zo lag in 2009 ontwikkelingen die betekenisvol zijnde werkloosheid onder jongeren zonder voor het Werkschoolconcept:startkwalificatie op bijna 12%, tegen 1. Vraag naar andere competentiesbijna 7% onder jongeren met startkwali­ van personeelficatie. Deze 2:1­verhouding is het afgelo­ 2. Uittreding babyboomgeneratiepen decennium tamelijk stabiel gebleven, 3. Vergrijzingondanks conjuncturele schommelingen. 4. Gevolgen huidige crisis > zie schema 3 op pagina 27 5. ArbeidsmarktdiscrepantiesOnderkant arbeidsmarkt 1: Vraag naar andere competenties vanVan alle werkzoekenden is 24% laagop­ personeelgeleid: zij hebben hoogstens een vmbo­ Voor een deel van de jongeren metdiploma. In het onderzoek ‘Minder werk ontwikkelingsstoornissen en gedrags­voor laagopgeleiden?’ heeft het SCP problematiek is routinewerk zonderonderzocht hoe de arbeidsmarkt zich de werkdruk het meest geschikt. Dit botstafgelopen twintig jaar heeft ontwikkeld met de ontwikkelingen die de Neder­voor laagopgeleiden (hoogstens vmbo­ landse economie de afgelopen decenniadiploma of gelijkwaardig) en wat de heeft doorgemaakt richting een kennis­verwachtingen zijn voor de toekomstige en diensteneconomie, met meer auto­vraag naar laaggeschoolde arbeid. nomie voor de werknemer, (een zekereOngeveer 8% van de totale werkgelegen­ mate van) verandering, strakkere dead­heid bestaat uit elementaire banen (hier lines en de vervanging door technologieis geen opleiding voor nodig) en 22% van bij de uitvoering van routinetaken.de totale werkgelegenheid bestaat uit Daarnaast wordt van de moderne werk­banen waarvoor een opleiding op vmbo­ nemer meer sociale vaardighedenniveau nodig is. Het aandeel laagopge­ verwacht, als gevolg van kennisdeling,leiden is de afgelopen decennia sterker meer communicatie/­samenwerkinggedaald dan het aandeel laaggeschoolde en impliciete regels en verwachtingen.banen. Dat betekent dat er in principe Deze trend, waarop ondermeer de SERvoldoende banen zouden moeten zijn heeft gewezen in haar advies ‘De winstvoor deze groep. Het beroepsniveau van van maatwerk’, zorgt voor een toegeno­laagopgeleiden daalde wel: ze hebben men belang van arbeidsmarkttoeleiding.vaker dan vroeg een baan op het laagsteniveau (elementair werk). 2: Vergrijzing De verandering in bevolkingsopbouw• Het aandeel laaggeschoold werk is (vergrijzing) legt een groter beslag op de afgelopen twintig jaar constant het werkende deel van de beroepsbevol­ gebleven. Hoewel de verwachtingen king en dit beslag zal de komende jaren ten aanzien van de toekomst volgens (gezien het grote aantal 40­ tot 65­jari­ het SCP uiteen lopen lijkt de aard van gen) alleen maar toenemen. Dit maakt laaggeschoold te gaan veranderen: het van belang dat er zoveel mogelijk• (door mechanisering) zal er minder mensen aan het werk zijn. agrarisch en technisch/industrieel/ ambachtelijk werk zijn; 26
  • 26. schema 3WerkloosheidspercentageJongeren 15-25 jaar met en zonder startkwalificatiebron: CBS 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 27
  • 27. 3: Uittreding babyboomgeneratie len in te zetten voor deze groepen laag­Met de verandering van de bevolkings­ en ongeschoolden en voor die groepenopbouw zal ook de samenstelling van wier loonwaarde te laag ligt om aan eende beroepsbevolking veranderen. reguliere baan te komen, de komendeDe beroepsbevolking is de afgelopen tien jaren sterker aanwezig dan ooit. Zonderjaar naar verhouding ouder geworden extra ondersteuning is werk voor ieder­(zoals blijkt uit onderstaande grafiek). een immers een illusie. Ondanks tal vanEen fors percentage van de beroepsbe­ subsidiemaatregelen (…) bleven groepenvolking zit in de leeftijdscategorie 55 tot laaggeschoolden, ouderen, gedeeltelijk65 jaar (de babyboomgeneratie) en zal arbeidsgeschikten en jongeren uit bij­de komende jaren met pensioen gaan. voorbeeld het voortgezet speciaal onder­Van de jongere generaties wordt verwacht wijs ook in een periode van grote kraptedat ze de plekken gaan overnemen. op de arbeidsmarkt zonder werk. (…)Hiertoe moeten deze generaties wel De RWI pleit er in dit verband voor omvoldoende geëquipeerd zijn. (…) ook marktpartijen meer te betrekken > zie schema 4 op pagina 29 (in publiekprivate samenwerking) om gebruik te maken van het instrumenten­4: Gevolgen huidige crisis palet dat aanwezig is. Dat betekent geenVooral de groep lager opgeleiden zal op nieuwe maatregelen en voorzieningende langere termijn de gevolgen ervaren op hetgeen er al is stapelen, maar eerdervan de economische crisis. In de woorden het bestaande toegankelijker en aan­van de OECD (2010): trekkelijker maken voor werkgevers en alle (groepen van) werkzoekenden.’‘Since the risk of being unemployed in difficulteconomic times is typically greater for less De toekomstige arbeidsmarkt stelt nieu­educated individuals, it is for this group that we eisen aan werkgevers en werkenden.cyclical unemployment can become a market Zo vraagt de grotere internationalenor actively seeking employment. concurrentie om innovatieve manierenOnce individuals are out of the labour force for om de arbeidsproductiviteit te vergroten,an extended period, it is, in many instances, bijvoorbeeld door slimmer werken endifficult for them to re-enter because of skill door technische innovatie. Door struc­obsolescence, deteriorating incentives to seek tuurverschuivingen zullen er meeremployment, and other barriers to labour dienstverlenende functies zijn. Medemarket re-entry. Many jobs that are lost will daardoor zal laaggeschoold werk naarnot reappear once the economy returns to verwachting niet verdwijnen.growth, particularly in the lower skills segment.’ De kwantitatieve en kwalitatieve discre­5: Discrepanties op de arbeidsmarkt panties op de arbeidsmarkt zullen voor­In de Arbeidsmarktanalyse 2010 stelt doen, ongeacht het opleidingsniveau.het RWI voor de situatie in Nederland: Hoewel een krapper wordende arbeids­‘Veel zorg moet uitgaan naar de onder­ markt (deels door vergrijzing) meerkant van de arbeidsmarkt, waar een baankansen biedt, ook voor lager op­groot maatschappelijk probleem dreigt geleiden, blijven binnen sectoren of inte ontstaan. Er zijn voldoende onge­ regio’s personeelsoverschotten of ­tekor­schoolde banen en deze nemen ook niet ten bestaan. Voor lager opgeleide enin aantal af. De arbeidsmarktanalyse laat kwetsbare jongeren kunnen arbeids­zien dat ongeschoolde werknemers marktdiscrepanties gepaard gaan metechter worden verdrongen door werk­ hoge werkloosheid en langdurige uit­nemers met een opleiding op of rond keringsafhankelijkheid. Het laagopge­startkwalificatieniveau.’ En: ‘Daarnaast leid zijn is een belangrijke risicofactor,is het van belang om gerichte maatrege­ ofschoon werk aan de onderkant van 28
  • 28. 24 Sept. 1999 tot 29 Sept. 2000 29 Sept. 2000 tot 28 sept. 2001 28 Sept. 2001 tot 27 Sept. 2002 27 Sept. 2002 tot 26 Sept. 2003 24 Sept. 2004 tot 30 Sept. 2005 schema 4 26 Sept. 2003 tot 24 Sept. 2004 30 Sept. 2005 tot 29 Sept. 2006 29 Sept. 2006 tot 28 Sept. 2007 2500 2000 1500 1000 x 1000 personen bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen 22-9-2010 500 029 Arbeidsdeelname totale bevolking naar leeftijd en geslacht; stromen jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 0 tot 15 75 jaar en ouder 15 tot 25 25 tot 35 35 tot 45 45 tot 55 55 tot 65 65 tot 75
  • 29. de arbeidsmarkt niet verdwijnt. In een recente internationale vergelij­Het is daarom des te belangrijker dat king van Kenniscentrum CrossOver valtjongeren ondersteuning krijgen om te lezen (Een schets van het buitenland,voldoende productief te worden en Kenniscentrum CrossOver, 2010):daarmee werken aan hun toekomstige ‘Werkgevers zijn over het algemeenpositie op de arbeidsmarkt. niet zomaar bereid om iemand met een beperking aan te nemen. Als eerste is het van belang dat ze voldoende informatie2.4. krijgen over de betekenis voor het func­Het werkgevers- tioneren in de werksituatie als ze een jongere met een beperking aannemen.perspectief Als ze vervolgens door externen worden ondersteund in het aannemen en bege­ leiden van de jonge werknemer met eenErvaringen van werkgevers beperking, vergroot dit de kans op aan­Zonder gemotiveerde werkgevers komen name. Met andere woorden, als „hendeze jongeren nooit aan het werk. Er is de zorgen uit handen wordt genomen’,onderzoek verricht naar de motivatie en zullen werkgevers eerder geneigd zijndrempels van werkgevers om jongeren om over de streep te gaan. Als ze boven­aan te trekken in het kader van beroeps­ dien worden gecompenseerd voor depraktijkvorming. Werkgevers zijn veelal eventuele lagere productie van de jongegemotiveerd vanwege: werknemer met een beperking, vergroot dit wederom de kans op aanname.• een persoonlijke of levensbeschouwe­ Werkgevers zijn ook gebaat bij een groter lijke overtuiging; arsenaal aan contractvormen, voor al• het streven naar maatschappelijk hun werknemers, dus ook voor de jonge verantwoord ondernemen; werknemer met een beperking.’ Ook het• het economisch­pragmatische CPB constateerde in 2007 dat er een motief; informatieprobleem is met betrekking• een combinatie van bovenstaande tot de productiviteit. Werkgevers, motieven. Wajongers en hun begeleiders hebben geen scherp beeld van de mogelijkhedenVan de werkgevers heeft meer dan en de productiviteit van de Wajonger.90 procent goede ervaringen metWajong’ers en AKA­jongeren. AKA­ Belangrijke randvoorwaarden voorleerlingen zijn volgens leerbedrijven werkgevers zijn:prima inzetbaar: 88% geeft aan voldoen­ • de betreffende jongere moet overde werkzaamheden voor een AKA­ bepaalde werknemersvaardighedenstagiair(e) te hebben en 51 % is van beschikken. Het ontbreken van eenmening dat een gediplomeerde AKA­ zeker niveau van dergelijke vaardig­stagiaire voldoende inzetbaar is. heden vergroot het risico op uitval;Werkgevers die ervaring hebben met • er moeten mogelijkheden zijn voorde doelgroep noemen Wajongers over aansturing en begeleiding bij dehet algemeen zeer gemotiveerd en en­ uitvoering van werkzaamheden;thousiast. Maar uit een peiling van • werkgevers moeten goed inzichtKenniscentrum CrossOver onder hebben in de (on­)mogelijkhedenP&O’ers en HRM’ers blijkt ook dat ‘extra van de kandidaataandacht en extra tijd (…) de meest • werkgevers moeten inzicht hebbengenoemde overwegingen [zijn] om geen in de voorzieningen en overtuigd zijnWajongere in dienst te nemen. Geld van de duurzame beschikbaarheidspeelt hierin een veel mindere rol.’ daarvan; 30
  • 30. • Interne en externe begeleiding van de arbeidsproces. Voor werkgevers is het kandidaat moeten goed op elkaar zijn echter moeilijk om in te schatten wat de afgestemd. jongere wel kan en niet kan. Een aantal landen heeft dit probleem erkend en erWerkgevers lopen ten aanzien Wajongers passende maatregelen voor ontwikkeld,tegen het volgende aan: zo blijkt uit een internationale vergelij­ 2. Analyse• ingewikkelde en ondoorzichtige king (Een schets van het buitenland, regelgeving. Regelgeving rondom Kenniscentrum Crossover, 2010). voorzieningen (zoals inzet Wajong­ instrumentarium) is complex en Ervaringen van leerbedrijven weinig transparant. Daardoor zijn Bedrijven willen een volwaardige samen­ niet alle werkgevers zich bewust van werkingspartner van het onderwijs zijn. de mogelijkheden om gebruik te Door het gebrek aan communicatie maken van deze – permanente – en informatie­uitwisseling tussen leer­ voorzieningen; bedrijf, leerling en school hebben de• de administratieve lasten rondom leerbedrijven geen duidelijk beeld van de aanvraag van de beschikbare voor­ de oorspronkelijke structuur van de zieningen voor werkgevers; samenwerking tussen school en leer­• beperkte mogelijkheden om functies bedrijf: ‘wie behoort wat nu precies te aan te passen doen?’ Een derde deel van de leerbedrij­• de werkgever heeft onvoldoende ven geeft dan ook aan dat de duidelijk­ informatie over de mogelijkheden heid qua verantwoordelijkheids­ en en beperkingen van een jongere; taakverdeling tussen bedrijf en school• beeldvorming over jongeren met een knelpunt is. Bedrijven ervaren dat een beperking; zij onnodige tijd besteden aan het bege­• onbekendheid met de Wet Wajong leiden van het leerproces van leerlingen, en bijbehorende voorzieningen; ten gevolge van de onvolledige voor­• Wajongers zijn moeilijk vindbaar bereiding, gebrekkige samenwerking en voor werkgevers; grote verschillen tussen scholen.• de kwaliteit van de job­coach; De leerbedrijven zijn er van overtuigd• communicatie en gevoel van urgentie. dat de wil tot samenwerken er aan de kant van de school, bij de docenten,Bedrijven zijn vooral op zoek naar duide­ zeker is. Maar deze wil loopt in de prak­lijkheid. Door de vele experimenten tijk stuk op allerlei praktische en organi­zien ze door de bomen het bos niet meer. satorische zaken. De leerbedrijven gevenOnderstaand overzicht van Edunova aan het gevoel te hebben dat de scholengeeft een niet uitputtend beeld van een gelijkwaardige samenwerking metprocessen die in het onderwijs lopen op leerbedrijven qua tijd en organisatiehet snijvlak ‘onderwijs/arbeidsmarkt’. eigenlijk niet goed aan kunnen: ‘te wei­ > zie schema 5 op pagina 33 nig geld, te weinig tijd, teveel verande­ ring… de scholen zijn murw’ (Uit: Det­Tenslotte is het belangrijk om te consta­ mar & De Vries, Beroepspraktijkvormingteren dat jongeren niet altijd in staat zijn in het mbo, ervaringen van leerbedrijven,om een regulier diploma te halen. In het 2009).huidige systeem betekent dit dat dezejongeren per definitie minder kansen Meer uniformiteit tussen onderwijs­op de arbeidsmarkt hebben omdat ze instellingen in de vormgeving BPV en„niet gekwalificeerd zijn. Het officieel inhoud van het onderwijs is noodzake­niet gekwalificeerd zijn, wil niet zeggen lijk. De diversiteit en verschillen tussendat de jongere niet geschikt is om deel te onderwijsinstellingen en onderwijssoor­nemen aan het reguliere of beschermde ten zorgen voor een onwerkbare situatie 31
  • 31. voor leerbedrijven die met verschillende Conclusiescholen samenwerken. Hierdoor worden De commissie stelt dat de bereidheid vande eerder genoemde knelpunten aan­ werkgevers om jongeren te begeleiden inzienlijk versterkt. De Algemene Reken­ de route naar de arbeidsmarkt wel aan­kamer heeft in 2008 de beroepspraktijk­ wezig is maar niet automatisch tot standvorming onderzocht. De Rekenkamer komt. Er moet voldaan worden aan eenstelt dat voor goede resultaten een goede aantal heldere condities. De toeleiding issamenwerking tussen alle betrokkenen niet werkgeversvriendelijk ingericht.van wezenlijk belang is, maar dat dezesamenwerking in het stelsel zoals het nuwerkt, lang niet altijd vanzelf tot stand 2.5komt en ook lang niet altijd zo goed is alsze zou moeten zijn Het perspectiefMKB Nederland en VNO­NCW hebben van de jongereondermeer in december 2006 aangegevendat een extra impuls nodig is om de Voor de jongeren die niet doorstromeninstroom van goed opgeleide vaklieden naar een vervolgopleiding, maar wel in(en het opschalen van werkenden in staat zouden moeten zijn productiefhet MKB) te stimuleren. De werkgevers­ te zijn in regulier werk, is het de vraagorganisaties bevelen een ‘flexibele welke ondersteuningsbehoefte zij heb­vakmanschapsroute’ aan, waarin erken­ ben en tegen welke belemmeringende beroepsopleidingen op een veel flexi­ zij oplopen.beler wijze worden aangeboden in devorm van werkend leren trajecten. MKB In het onderzoek ‘De ondersteuningNederland en VNO­NCW geven even wel geregeld’ heeft Kenniscentrumaan dat het beroepsonderwijs zich meer CrossOver het afgelopen jaar heten meer verplaatst naar de bedrijven Wajonglandschap in Helmond in kaart(waarbij wordt gewezen op onderzoek gebracht vanuit het perspectief vanvan het SCP, juni 2006), dat de lasten­ tien jongeren. Gekeken is naar de erva­druk rond praktijkleren fors is (en toe­ ringen van jongeren – van diverseneemt), de vergoedingen/middelen schoolniveaus en met diverse beperkin­achterblijven en de begeleiding vanuit gen – tijdens school en stage en in dede scholen wat betreft kwaliteit sterk toeleiding naar werk en in het werk zelf.verschilt (zie het overzicht). Deze jongeren blijken negen ondersteu­ ningsvragen te hebben. Ze willen op maat ondersteuning om zo min mogelijk Lastendruk Ondernemers besteden gemiddeld 16 werkdagen per jaar aan het begeleiden van stagiairs en zo’n 25 volle werkdagen per jaar aan het begeleiden van een bbl­leerling. Financiën De begeleidingskosten van ondernemers voor het opleiden van een leerling (rekeninghoudend met inverdieneffecten door geleverde arbeid) ligt gemiddeld op € 8.500,­ ­ € 11.000,­ per bbl­leerling of ruim € 4.500,­ per stagiair. Begeleiding Er zijn instellingen die alleen bij begin of einde van de praktijkleerperi­ ode contact opnemen of zelfs helemaal niet, naast goede en intensieve contacten. Daarnaast verschillen schoolbegeleiders in kwaliteit wat betreft vakdeskundigheid, actueel kennisniveau en zorgvuldigheid in het maken van afspraken. 32
  • 32. Oriëntatie Beroepsgericht Transitie Nazorg Wet Kwaliteit VSO (kerndoelen & passend kwalificeren incl. waarderingskader) schema 5 LOB , AT, Burgerschapkunde CED/VOx/InZicht/ MBO 2010 WPL bron: Edunova Databases kenniscentrum Crossover, WIO, Equal, LIESA, Toolbox Assessment, LWPrO Pro-REC/ATC’s/REC’s/BAP/Regionale Wajong netwerken ESF 2007-2013 Kwaliteit en deskundigheid w.o. Slope/WOSO/CED ‘Boris’ (COLL & WEC-Raad) Werkschool (Commisie Kamps) Duale trajecten (Actis PrO WEG) Onderzoek TNO/WEC-Raad,IVA,Kohnstamm e.a. Convenant UWV/WEC-Raad Experimentenregeling UWV Programma Cultuuromslag Wajong (SZW) Stakeholdersoverleg & Informatieprogramma Wajong (UWV) Wet WIJ/Wajong/VVSW SLO. Bouwstenen voor het VSO. Uitstroomprofiel arbeid Processen onderwijs/arbeidsmarkt in het onderwijs Regiosessies kwetsbare jongeren (Rader Advies, i.o.v. JGZ en SZW i.r.t. Actieplan Jeugdwerkloosheid Koppeling met ZAT & CJS Ontwikkelingsperspectief via IHP naar Transitieplan naar Participatieplan33 Portfolio LVS ?
  • 33. „last te hebben van de specifieke gevol­ during wisselen en dit aanspreekpuntgen van de aanwezige beperking. Er is moet iemand zijn die hij kan vertrou­afstemming nodig van benodigde zorg, wen en waarvan hij merkt dat hij ertherapieën en/of ziekenhuisopname. ook daadwerkelijk steunJongeren hebben een vervoersvoorzie­ van krijgt.’ning nodig voor vervoer van en naar • ‘Jongeren die in therapie of behande­school, stageplaats of werk. Daarnaast ling zijn, willen graag zo min moge­kan de toegankelijkheid van de gebouw­ lijk vertraging in hun school en willende omgeving kan een drempel opwerken. ook zo min mogelijk uitvallen inVerder willen de jongeren graag mee­ stage of werk. Zij zijn erg geholpendoen in school, stage en/of werk, met als zorg, school/stage en/of werk opbetrekking tot: elkaar worden afgestemd; zowela. omgaan met instructies; inhoudelijk als roostertechnisch.’b. groepswerk en gezamenlijke • ‘Jongeren met een beperking hebben opdrachten; extra ondersteuning nodig bij dec. werktempo, dagindeling, rooster; overgang van school naar werk, in ded. vaardigheids­ en kennistesten. werksituatie en bij hun hernieuwdeZoals ook de SER constateert hebben zoektocht naar werk als ze hun baanjongeren behoefte aan een vast aan­ kwijtraken. Werken is voor velen vanspreekpunt. Ook willen jongeren gehol­ hen nieuw en het omgaan met hunpen worden als het gaat om pesten en beperkingen in de werksituatie vraagtgevoelens van eenzaamheid. De jongeren van hen een extra inzet om goed meewillen inzien wat de gevolgen van de te kunnen draaien in de werksituatie.’beperkingen voor de beroepskeuze zijn.Tenslotte hebben zij begeleiding nodig Bij dit onderzoek waren 27 organisatiesin de overgang van school naar stage en betrokken uit de gemeente die constate­werk. ren: ‘De knelpunten die de organisaties ervaren hebben vaak te maken met deDe jongeren lopen in hun ondersteu­ transitiemomenten, zoals de overgangningsvragen tegen vier hoofdproblemen van school naar vervolgonderwijs of deop: overgang van school naar regulier werk,1. de indicatie voor de therapie of be­ gesubsidieerd werk of een andere vorm handeling laat lang op zich wachten; van dagbesteding.’2. de behandelende instanties houden geen rekening met het normale leven Deze organisaties zijn vaak verbonden in van de jongere; een netwerk. In een onderzoek uit 20083. de behandeling wordt gestopt om (Organisatienetwerken rond jongeren leeftijdsredenen, niet omdat de met een arbeidshandicap of beperking) behandeling niet meer nodig is; trekt Kenniscentrum CrossOver een4. de behandelende instanties werken aantal conclusies. Allereerst bestaan niet samen bij de behandeling er op regionaal niveau bestaan verschil­ van dezelfde jongere. lende organisatienetwerken met ieder een eigen focus, deelnemers en werk­Een aantal interessante bevindingen wijze. Veel van deze organisatienetwer­uit dit onderzoek: ken zijn geïnitieerd door het rijk en• ‘De jongere heeft een duidelijke vraag volgende verkokering die al op Rijks­ om één aanspreekpunt in school, niveau ontstaat. Zo wordt het Wajong­ stage of werk en in de begeleiding die netwerk gecoördineerd door het UWV hij krijgt. Dit aanspreekpunt moet en is gericht op participatie (SZW), de blijvend zijn, dat wil zeggen, dezelfde ZAT’s zijn gericht op leerlingenzorg persoon blijven en niet bij voort­ (VWS) en de RMC’s zijn gericht op voor­ 34
  • 34. tijdig schoolverlaten (OCW). Daarnaast kan slaan bij de jongere en zijn ouders,worden de meeste door het rijk geïniti­ de school en de werkgever.eerde organisatienetwerken toegevoegdbovenop bestaande organisaties. De commissie constateert dat er geenDe coördinerende tussenlaag groeit hier compleet overzicht is van het voorzie­door. Naast de regionale organisatie­ ningenlandschap voor jongeren die in 2. Analysenetwerken zijn er organisatienetwerken een multiprobleemsituatie verkeren enrond een bepaalde aandoening: categori­ jongeren die gehandicapt zijn. En danale organisatienetwerken. En er is nau­ specifiek voor die voorzieningen diewelijks verbinding tussen de regionale voor jongere, werkgever en school rele­organisatienetwerken en categoriale vant kunnen zijn in de route school/stage/organisaties of netwerken. Tenslotte zijn werk. Er zijn diverse bronnen geraad­werkgevers niet of nauwelijks betrokken pleegd en diverse ministeries, belangen­bij organisatienetwerken die zich richten organisaties en experts benaderd.op het verwerven en behouden van(betaald) werk door jongeren met een In bijlage 5 is een overzicht te vinden vanarbeidshandicap of beperking. een aantal belangrijke voorzieningen. Dit lijkt, met de kennis die de commissieEen belangrijke conclusie uit het onder­ inmiddels heeft, een fragment te zijnzoek is: ‘Uitgaan van de ondersteunings­ van het totale voorzieningenlandschap.vraag van de jongeren, betekent voor Het lijkt voor de hand te liggen dat zowelde dienstverlenende organisaties dat zij jongeren als werkgevers door de com­met elkaar en in onderlinge samen­ plexiteit van het voorzieningenland­werking, onder regie van een partij, schap en het gebrek aan overzichtvaststellen op welke wijze zij diensten geconfronteerd worden met tegenstrij­in een gezamenlijk, geïntegreerd en digheden in wet­ en regelgeving. In 2009op elkaar afgestemd aanbod kunnen heeft Kenniscentrum CrossOver aan deaanbieden aan de jongere.’ hand van casuïstiek in het ‘Botsboek’ laten zien waar jongeren tegenaan lopen.Jongeren die ondersteuning nodig heb­ Kenniscentrum CrossOver constateertben in de route naar de arbeidsmarkt verder (Organisatienetwerken rondkunnen te maken krijgen met meerdere jongeren met een arbeidshandicap ofvoorzieningen. Deze voorzieningen beperking, 2008) dat de verantwoorde­vloeien voort uit verschillende wettelijke lijkheid voor jongeren met een arbeids­kaders, worden door verschillende par­ handicap of beperking is versnipperdtijen uitgevoerd en/of vertrekt, worden over diverse publieke organisaties en datin het ene geval toegekend aan de jon­ publieke organisaties op hun beurt voorgere, in het andere geval aan school de uitvoering weer een breed scala aanof werkgever. Voorzieningen kunnen organisaties inzetten. Dit vergroot hetdomeingebonden zijn. Een jonggehandi­ aantal organisaties waarmee jongerencapte die vervoer nodig heeft voor zijn te maken krijgen.privéleven, school, stage en werk, komtniet in aanmerking voor één vervoers­ Tenslotte blijkt uit een recent onderzoekvoorziening (het blijft immers gaan om van Kenniscentrum CrossOver (Past hetdezelfde jongere), maar kan in aanmer­ onderwijs?, 2010) onder jongeren dieking komen voor WMO­vervoer, AWBZ­ onder de werkingssfeer van passendvervoer, leerlingenvervoer, een vervoers­ onderwijs vallen dat één op de drie jon­voorziening vanuit de Wajong, et cetera. geren vindt dat de school hen goed voor­Deze voorzieningen gaan gepaard met bereid op werk. Jongeren die meer ofuiteenlopende toewijzingsprocedures en andere ondersteuning hadden gewild,de bijbehorende bureaucratie die neer noemen met name meer voorbereiding 35
  • 35. door bijvoorbeeld een stage op de middel­ met name een betere voorbereiding opbare school, naast het krijgen van goede participatie nadere aandacht vraagt.begeleiding. Hierbij benadrukt de SER dat de focus moet liggen op hun capaciteiten en talenten, en niet op hun beperkingen.2.6 Dit vraagt veelal om aanpassing ofDe maatschap- creatie van functies (‘job carving’) en van op het specifieke individu toegesnedenpelijke opdracht ondersteuning. Betere samenwerking noodzakelijkDe SER heeft de afgelopen jaren veel De SER acht in haar advies ‘De winst vangepubliceerd over de aansluiting tussen maatwerk’ (2009) betere samenwerkingonderwijs en arbeidsmarkt. De commis­ van professionals ten aanzien van multi­sie vindt de volgende inbreng van de probleemjongeren noodzakelijk. DaartoeSER waardevol voor het begrijpen van de pleit de Raad voor een context waarinproblematiek en het vormgeven van de samenwerking afdwingbaar en lonendWerkschool en sluit zich op deze punten is. Hierbij is er één coördinerendebij de SER aan. professional die de jongere assisteert, coacht en begeleidt bij het organiserenDe SER (2007) wijst op de maatschappe­ van de noodzakelijke ondersteuninglijke opdracht om er alles aan te doen om op maat.de participatiedrempels voor mensenmet functiebeperkingen te zoveel moge­ Werkgeverszijdelijk te verlagen. Teveel ligt nog op de Op het specifieke individu toegesnedennadruk op wat hen beperkt of wat hun ondersteuning doet een appel op degrenzen zijn, in plaats van op wat ze wel maatschappelijke verantwoordelijkheidkunnen. De opdracht is volgens de Raad van de werkgever. Daartoe ziet de SERom een sluitende aanpak te organiseren, vanuit de kant van de werkgevers veelwaarbij: bereidheid. Zo is het aantal cao’s met• het individu centraal staat (er wordt afspraken over werkplekken voor Wajon­ rekening gehouden met zijn of haar gers toegenomen en zijn er convenanten talenten en functiebeperkingen); met (groepen) werkgevers afgesproken.• institutionele regelingen goed op Maar ook vraagt het om een goede elkaar zijn afgestemd; ondersteuning en facilitering van de• er voldoende maatwerk ondersteu­ werkgevers en de collega’s op de werk­ ning en begeleiding beschikbaar is; vloer. Het belangrijkste voor participatie• duidelijk is wie wanneer verantwoor­ is dat jongeren voldoende productief delijk is voor het bieden van die moeten zijn en gemotiveerd voor het ondersteuning en begeleiding; werk.• alle betrokken organisaties en perso­ nen goed met elkaar samenwerken; In 2007 constateerde de SER nog dat de• gezorgd wordt voor een naadloze wijze waarop werkgevers in staat worden overgang van school naar werk, gesteld hun maatschappelijke verant­ indien nodig met werkervarings­ woordelijkheid te nemen, voor verbete­ plaats of integratietraject. ring vatbaar is. Voor werkgevers moet klip en klaar zijn dat zij kunnen rekenenDe SER (2009) ziet dat er vanuit de (Rijks) op uitstekende begeleiding, ondersteu­overheid inmiddels verschillende initia­ nende voorzieningen en compensatietieven zijn om de participatie van kwets­ voor de eventuele verminderde producti­bare groepen te bevorderen, maar dat viteit van de jongere en extra begelei­ 36
  • 36. dingstijd door collega’s. Daarnaast moet 3. Ten aanzien van de arbeidsmarkt:het eventuele risico van tijdelijke of a. er tekent zich een dreigendedefinitieve uitval elders moet rusten en tweespalt op de arbeidsmarkt af;moet de administratieve rompslomp b. lijken er voldoende banen te zijnvan het aanvragen van voorzieningen en voor jongeren onder startkwalifi­subsidies uit handen worden genomen, catieniveau. Voor een deel van de 2. Analysebijvoorbeeld door het instellen van een jongeren is werk zonder extra‘regelneef ’ (iemand die alle regelwerk ondersteuning is illusie.verricht nodig voor de inzet van de jon­gere). Ten slotte wijst de Raad erop dat 4. Niet alle jongeren zijn in staat zijn oméén­op­één contact bij de werving nood­ een regulier diploma te halen. Doorzakelijk is, gekeken moet worden of het de focus op het behalen van start­‘klikt’. kwalificatieniveau in het huidige systeem betekent dit dat deze jonge­ ren per definitie minder kansen op de2.7 arbeidsmarkt hebben omdat ze „nietBeschouwing gekwalificeerd’zijn. Het officieel niet gekwalificeerd zijn, wil nietcommissie zeggen dat de jongere niet geschikt is om deel te nemen aan het reguliere arbeidsproces. Voor werkgevers is hetDe commissie constateert het volgende: echter moeilijk om in te schatten1. Ten aanzien van de aansluiting wat de jongere wel kan en niet kan. onderwijs/arbeidsmarkt: a. Het praktijkonderwijs heeft de 5. Vanuit het onderwijs geschiedt mat­ afgelopen twaalf jaar veel ervaring ching nu te veel op basis van toeval­ opgedaan met arbeidstoeleiding. lige en individuele contacten tussen Voor het vso zal de nieuwe wetge­ school en werkgever. Dit beeld is ving moeten leiden tot versterking wisselend. Zo hebben praktijkscholen van arbeidstoeleiding en aanslui­ een structureel werkgeversnetwerk ting op de arbeidsmarkt. Deson­ op lokaal en regionaal niveau opge­ danks is er een gebrekkige aanslui­ bouwd voor arbeidstoeleiding. ting onderwijs/arbeidsmarkt die Hoewel sommige scholen een stevig het meest pregnant is in de onder­ netwerk hebben, is het netwerk nooit wijssoorten die in dit hoofdstuk op regionaal niveau dekkend, laat de revue hebben gepasseerd.; staan op bovenregionaal of landelijk b. deze gebrekkige aansluiting wordt niveau. Van een individuele school al geruime tijd door zeer uiteen­ kan ook niet verwacht worden dat lopende partijen, waaronder de de school een dekkend netwerk van SER, geconstateerd. Niemand werkgevers heeft. geeft echter aan hoe dit moet. 6. Er is geen zicht op de effectiviteit van2. ‘Probleemjongeren’ zijn te vinden het onderwijs als het gaat om de in diverse onderwijssoorten. aansluiting met de arbeidsmarkt/ Deze zwakkere jongeren: duurzame economische zelfstandig­ a. krijgen het duurste onderwijs; heid van jongeren. Het onderwijs is b. hebben de slechtste aansluiting nu nog onvoldoende gericht op het met de arbeidsmarkt. arbeidsmarktperspectief van de jongere. De arbeidsmarktgerichtheid van het onderwijs moet over de volle breedte versterkt worden. 37
  • 37. 3.De Werkschool:het antwoord
  • 38. 3.1 tot één krachtsinspanning waarinWaarom jongere en werkgever centraal staan. De ondersteuning in de route van schoolWerkschool? naar werk is te veel ingericht vanuit het perspectief van scholen en betrokkenDe commissie constateert dat er een organisaties en te weinig vanuit hetaanzienlijke groep jongeren is die lang­ perspectief van jongeren en werkgevers.durig buiten het arbeidsproces dreigen Hierbij is de aandacht te veel gerichtte staan. Een groot deel van deze jonge­ op probleemreductie in plaats van kans­ren is wel degelijk in staat een reguliere optimalisatie.passende baan te vervullen. Voor dezejongeren moet een brug naar de arbeids­ Vanuit het perspectief van jongere enmarkt geslagen worden, waarbij jongere werkgever is het volgende nodig:en werkgever de begeleiding en onder­ • het bedrijfsleven wil één aanspreek­steuning krijgen die nodig is. De com­ punt, ontzorgd worden, helderemissie stelt dat deze brug er nog niet is. voorwaarden en wil geen financiëleEr worden miljoenen, zo niet miljarden risico’s lopen;geïnvesteerd in deze jongeren. Ondanks • de jongere heeft ondersteuning ende inspanningen van betrokken partijen begeleiding nodig, wil ontzorgden ondanks alle voorzieningen die er worden en wil ook één aanspreek­zijn, is de opbrengst mager. Dat is ook punt. De jongere houdt zich niet aanniet verwonderlijk gelet op de complexi­ de architectuur van stelsels die deteit en de fragmentatie van het speelveld. overheid heeft ontwerpen. Een jong­De opgave is nu om alle bestaande gehandicapte heeft behoefte aaningrediënten zo te herschikken dat er aangepast vervoer. Of de jongereeen meervoudig rendement ontstaat: uitgaat met leeftijdsgenoten, naar• Een jongere die een baan in plaats school gaat, een stage loopt, voor van een uitkering krijgt; behandeling naar een ABWZ­instel­• Een werkgever die een gekwalificeer­ ling moet of uiteindelijk werkt: de de werknemer in dienst kan en handicap en de vervoersbehoefte wil nemen; blijft ongewijzigd;• Een overheid die door een slimme • Het vermogen van de jongere moet inzet van middelen veel meer kan centraal staan. Jongere en werkgever doen met minder. hebben hierbij duurzame begeleiding nodig door een persoon.De brug die de commissie voor ogenheeft, heet de Werkschool. De Werk­ Het voorzieningenlandschap voor werk­school heeft één doel voor ogen: zorgen gevers, jongeren en scholen is complexvoor duurzame plaatsing op de arbeids­ en hierdoor niet efficiënt, versnipperdmarkt door jongeren te verbinden met en onvoldoende toegankelijk. Het voor­werkgevers. Vanuit het perspectief van zieningenlandschap in combinatie metde jongere en de werkgever zijn er op dit de bijbehorende regelgeving en aanver­moment te veel partijen betrokken om wante bureaucratie maakt het voor eendeze brug te kunnen slaan. Het onder­ deel van de jongeren onmogelijk om eenwijs, de jeugdzorg, gemeenten, het goede ondersteuning te krijgen in deUWV, de zorgverzekeraar; ze bieden route van onderwijs naar arbeidsmarktallemaal ingrediënten om deze brug te en maakt het voor werkgevers onaan­slaan, maar zijn onvoldoende in staat trekkelijk om in deze jongeren te inves­om de krachten te bundelen. Vanuit een teren. De grootste problemen doen zichsamenhang van stelsels ontstaan er voor in de transitie school/stage enketens. De ketens smelten niet samen stage/werk. Er is geen zicht op de effecti­ 40
  • 39. viteit en de efficiency van het voorzie­ Een voorbeeld: wat de Werkschoolningenlandschap. De commissie is ervan voor het praktijkonderwijs kanovertuigd dat alle voorzieningen die de betekenenjongere en de werkgever nodig hebben Leerlingen worden in het praktijk­in de route van onderwijs naar arbeids­ onderwijs voorbereid op zelfstandigmarkt bestaan. De wetgeving biedt vol­ wonen, werken en vrijetijdsbesteding 3. De Werkschool: het antwoorddoende instrumenten en middelen. als actief burger. Leerlingen moetenHet probleem is dat de middelen achter toegeleid worden naar passende arbeid.de instrumenten en voorzieningen Dit betekent dat het onderwijsconceptte gefragmenteerd worden ingezet. daarop ingericht is en dat arbeidstoel­Ondanks het bestaan van passend onder­ eiding in al zijn facetten een centralewijs is het onderwijs niet in staat deze plaats inneemt in het programma.middelen ontschot in te kunnen zetten.Daarnaast gaat het voor het onderwijs Toch blijkt dat ondanks alle inspan­om slechts een deel van de populatie van ning en mogelijkheden van de school erleerlingen waar een maatwerktraject niet voor alle leerlingen passende ar­met ontschotte inzet van middelen voor beid voorhanden is. Ook zijn er leerlin­nodig is. De Werkschool heeft een grote gen die nog niet optimaal staat zijn omtoegevoegde waarde door werkgever, deel te nemen aan het arbeidsproces.jongere en school te ontlasten/ontzorgen De redenen daarvoor kunnen diversdoor toegang te hebben tot de benodigde zijn: onvoldoende arbeidsidentiteit,voorzieningen en deze in te zetten. nog onvoldoende algemene en/of speci­Bij voorkeur via ontschotte inzet van fieke arbeidscompetenties, sociaal­middelen op basis van één integrale emotionele problemen, problematischeindicatiestelling. thuissituatie e.d. Als in de laatste fase (maximaal 2 jaar voor uitstroom) vanDe school is niet het juiste schaalniveau het praktijkonderwijs duidelijk wordtom de nodige verbeteringen door te dat de verwachting is dat school onvol­voeren. Het bedrijfsleven heeft te maken doende kansen kan bieden om de leer­met een woud van tijdelijke initiatieven ling de transitie naar de arbeidsmarkten experimenten in verschillende onder­ te laten maken, dan kan de leerlingwijssoorten. Oplossingsrichtingen zijn overgedragen worden aan de Werk­ontwikkeld vanuit het perspectief van school. Ook kan de school onder­onderwijs en niet vanuit het bedrijfs­ steuning inkopen bij de Werkschool.leven. Om tot de juiste oplossingen te Dan wordt de Werkschool betrokkenkomen is ketenomkering nodig: omdat bij het programma van de leerlinghet doel hier duurzame economischezelfstandigheid van jongeren is, is het In de Werkschool kunnen andere in­vertrekpunt is het bedrijfsleven (het strumenten ingezet worden die in deeindpunt) en niet het onderwijs (de school nog niet voorhanden zijn, dezetoelevering). Werk moet leidend zijn. kunnen o.a. bestaan uit: • ontschotte middelen vanuit onder­Noch de markt, noch de spelers die een wijs, re­integratie, (jeugd)zorg;rol spelen in de toeleiding van de jongere • netwerk van werkgevers opnaar de arbeidsmarkt zijn in staat om dit regionale schaal met de daarbijop te lossen. De Werkschool is de partij behorende middelen die Werk­die door ontschotte inzet van middelen school tot haar beschikking heeft.jongere en werkgever ondersteunt in De inzet van de Werkschool kande toeleiding van de jongere naar de voor de leerling de extra stap biedenarbeidsmarkt. die nodig is om een plaats op de arbeidsmarkt te bereiken. 41
  • 40. 3.2 begeleiding te kunnen functionerenDe pijlers • op de werkvloer. is het belangrijk om jongeren op een voor de arbeidsmarkt relevante wijzeDe Werkschool is de brug naar de arbeids­ te kwalificeren. De Werkschool zalmarkt voor de jongeren om wie het in dit daarom de kwalificatiestructuuradvies gaat. Deze brug kent een aantal van het beroepsonderwijs volgen.belangrijke pijlers. De Werkschool leidt jongeren op voor deDe Werkschool is er voor jongeren uit arbeidsmarkt. Het traject moet zodanigalle onderwijssoorten die niet opleiden worden ingericht dat de leerling dat detot startkwalificatieniveau (vso, pro en vermogens van de leerling maximaalmbo1/AKA). Het gaat om jongeren die worden aangeboord en de leerling hier­in staat zijn regulier werk te verrichten, door zo breed mogelijk inzetbaar is opmaar in het bestaande onderwijs noch de de arbeidsmarkt. De Werkschool neemtaansluiting met de arbeidsmarkt realise­ bij de jongere diens vermogens alsren, noch in staat zijn door te stromen vertrekpunt en niet de problematiek.naar vervolgonderwijs. Deze onderwijs­ Geen probleemreductie, maar kans­soorten zijn grote leveranciers van uit­ optimalisatie staat centraal voor dekeringen, zoals de Wajong. De Commissie Werkschool.gaat er dan ook vanuit dat deze scholen De Werkschool moet niet zodanigtoeleverancier van de Werkschool zullen specifiek of functiegericht opleidenzijn. dat het traject slechts toewerkt naar een specifieke functie bij een specifiekeWerk is leidend. Het vertrekpunt van de werkgever. Het gaat er juist om dat erWerkschool is de arbeidsmarkt en niet meerdere competenties worden aange­het onderwijs. De Werkschool is niet leerd en uitgebouwd om aantrekkelijkdrempelloos: de vraag van de arbeids­ te worden voor de arbeidsmarkt.markt bepaalt de toelating tot de Werk­school. De Werkschool kan nooit meer Voor werkgever en jongeren moetplaatsen hebben dan dat er voor de duidelijk zijn welke vermogens aan­Werkschool leerwerkplaatsen en stage­ geboord en ontwikkeld worden en watplaatsen zijn vanuit het bedrijfsleven. hiervoor de toegevoegde waarde isDit zet de Werkschool onder een gezonde voor de arbeidsmarkt. Daarnaast moetspanning: plaatsen ‘ophalen’ in het duidelijk zijn wat de impact is van debedrijfsleven en heel scherp bepalen aanwezige problematiek/handicap opwelke leerlingen de Werkschool toelaat. de werkvloer. De Werkschool biedtOmdat werk leidend is, ondersteuning om deze problematiek/ handicap zo goed mogelijk te compen­• zal dit ook de pedagogiek van de seren. Daarnaast leert de leerling om­ Werkschool bepalen. De Werkschool gaan met problematiek/handicap op de moet een praktijkgerichte leer­ werkvloer. Voor de werkgever moet omgeving aanbieden. duidelijk hoe dit de productiviteit van• zal het Werkschooltraject als primair de leerling beïnvloedt en of/hoe de proces de toeleiding van onderwijs werkgever hiervoor gecompenseerd naar de arbeidsmarkt hebben. kan worden. Dit betekent concreet: leren door te werken. De Werkschool zal ook Voor een succesvolle aanpak is het be­ jongeren begeleiden met een grote langrijk dat de Werkschool goed is aan­ zorgvraag. Deze jongeren moeten gesloten op het toeleverend onderwijs in wel in staat zijn om met goede een vroegtijdig stadium. De Werkschool 42
  • 41. is front­office van het toeleverend onder­ opgericht die landelijk werkt. De Werk­wijs voor werkgevers. Het toeleverend scholen zullen in een franchiseformuleonderwijs heeft bij levering van een aangesloten zijn op deze organisatie.leerling aan de Werkschool voldaan aan Deze landelijk werkende organisatiede arbeidsmarktverplichting, voor zover stuurt de Werkscholen aan.dit in het huidige onderwijsstelsel een 3. De Werkschool: het antwoordwettelijke verplichting is. Voor de begeleiding/ondersteuning kan een pakket maatregelen/voorzieningenDe Werkschool is een regionale voorzie­ nodig zijn. Een deel van de Werkschool­ning. De Werkschool beschikt over een leerlingen zal terug te vinden zijn in derelevant en dekkend werkgeversnetwerk. jeugdzorg. De Werkschool zorgt voor deDe Werkschool gaat de krachten van het inzet van de jeugdzorg. De Werkschoolonderwijs gebundeld inzetten naar het kan zo voor de jeugdzorg de interfacebedrijfsleven. Het ligt voor de hand om met de werkgever zijn. De jeugdzorgde indeling van de arbeidsmarktregio’s levert dan een bijdrage aan het Werk­te volgen. Hierdoor is er ook een goede schooltraject. Werk is dan ook voor deaansluiting met het UWV mogelijk. jeugdzorg leidend. Dat betekent dat deDe commissie adviseert daarom dat er zorg in het perspectief moet staan van30 Werkscholen in ons land komen. het Werkschooltraject en de benodigde zorg om dit traject heen ingericht zouDe Werkschool biedt een maatwerk­ moeten worden.traject dat het toeleverend onderwijsniet kan bieden. De Werkschool ontzorgt De Werkschool zal budgettair neutraalwerkgever, leerling en toeleverend on­ worden ingevoerd. Het gaat hier om eenderwijs voor alle aspecten van het Werk­ herschikking van middelen. Daarnaastschooltraject. Het gaat hier om scholing, zullen de Werkscholen een efficiency­zorg, ondersteuning, begeleiding en target hebben als het gaat om hetcompensatie productiviteitsverlies. ontschot inzetten van middelen voorHiervoor moet de Werkschool ontschot jongere, werkgever en toeleverend onder­alle middelen die hieraan gerelateerd wijs. Tenslotte zullen de Werkscholenzijn kunnen inzetten. Zo is rendement een resultaatverplichting hebben waar­en een efficiencywinst te behalen. bij de Werkschool met deze jongerenDe Werkschool krijgt een efficiency een substantieel rendement behalen.target mee voor het ontschot inzetten De Werkschool krijgt een resultaat­van middelen. De mogelijkheid voor verplichting voor het beschikbaar stellende Werkschool om middelen ontschot van zoveel mogelijk stage­ en leerwerk­te kunnen inzetten is voor invoering plaatsen.een conditio sine qua non. Hierbij wordthet principe gevolgd dat de middelende leerling volgen.Er moeten op landelijk niveau standaard­kwaliteitseisen komen voor de Werk­school. Vanuit deze landelijke kwaliteits­eisen moet centraal een instrumentariumontwikkeld worden. Daarnaast moetenzowel landelijk als regionaal afsprakenmet werkgevers gemaakt worden overde toelevering vanuit de Werkscholen.Hiervoor moet voor de Werkscholeneen overkoepelende organisatie worden 43
  • 42. 4.De Werkschool:uitwerking
  • 43. 4.1 door in voor de jongere en werkgeverContouren overzichtelijke stappen toe te groeien naar een volwaardig dienstverband;Werkschool • vertrekpunt is de vraag van de arbeidsmarkt; • leren en werken in de praktijk isDe Werkschool is er om voor de arbeids­ voorwaarde. De Werkschoolleerlingmarkt werknemers op te leveren die leert in een contextrijke omgeving,passend werk kunnen verrichten. namelijk de werkvloer;Het gaat om geoefend werk en zal vaak • de leerling leert zich zelfstandigom routinematige werkzaamheden gaan. • te kunnen handhaven op de arbeids­Zonder het maatwerk dat de Werkschool markt;kan bieden, bereiken de Werkschoolleer­ • verzorgen van passend leeraanbod;lingen de arbeidsmarkt niet. Dat neemt • de Werkschool kent een specifiekniet weg dat er waardevolle initiatieven pedagogische didactische aanpak diebestaan. Voor het vraagstuk waar de de leerling het maatwerk biedt dat deWerkschool op inspeelt, zijn deze initia­ leerling nodig heeft en de leerling intieven te kleinschalig. Er is een aanpak staat stelt zich te ontwikkelen naarnodig op een ander schaalniveau. een werknemer, waarvoor er vraag is op de arbeidsmarkt;Opdracht • de Werkschool benut alle beschikbareDe kernfunctie van de Werkschool is om resources. Zo zal de Werkschool ookte zorgen dat leerlingen duurzaam parti­ het werkgeversnetwerk van de socialeciperen op de arbeidsmarkt. Hierin stelt omgeving van de Werkschoolleerling,de Werkschool de vermogens (en niet de indien relevant, betrekken en benut­problemen) van de jongere centraal. ten voor het Werkschooltraject;Ook leert het de leerlingen om te gaan • inrichten van de zorg;met eventuele beperkingen in de prak­ • verzorgen van bijscholing;tijk. De Werkschool geeft deze toeleiding • ‘ontzorgen’ werkgever, jongere,vorm en vergemakkelijkt zo de overstap school als het gaat om inzet compen­naar de arbeidsmarkt voor deze jongeren. serend voorzieningen in de route van school naar werk;Alle onderdelen van dat proces moeten • het ontschot en flexibel inzettenhoge kwaliteit hebben om succesvol te van middelen die voor deze routezijn. De kandidaat moet door de Werk­ nodig zijn.school worden gevolgd in alle stappenvan het proces. De Werkschool voorziet Doelgroepin de begeleiding van kandidaat, bedrijf De doelgroep van de Werkschool is deen toeleverend onderwijs. Deze partijen groep jongeren die niet in staat is via debehoeven ondersteuning bij de uitvoe­ bestaande trajecten de arbeidsmarkt tering van de maatwerktrajecten voor bereiken. Dat wil niet zeggen dat eenkandidaten die niet op de gebruikelijke beroepskwalificatie voor deze doelgroepmanier hun kwalificatie en arbeidsplaats niet haalbaar is. De stap naar de arbeids­kunnen verwerven. De Werkschool is markt kan door deze jongeren nietverantwoordelijk voor zowel de kwaliteit worden genomen via de bestaandevan het proces als voor de doorloop van scholingstrajecten.iedere kandidaat in dat proces. De Werkschool is daarom gericht op deKern van de Werkschool is: achterliggende problematiek die veroor­• werk is leidend. In de Werkschool zaakt dat de aansluiting tussen onder­ geeft de jongere zijn loopbaan vorm wijs en arbeidsmarkt niet tot stand 46
  • 44. komt. Deze problematiek is in het gehele duurzame aansluiting vinden met deonderwijsveld te vinden, maar is het arbeidsmarkt. Dat is niet gelijk aan eenmeest pregnant in de onderwijssoorten afbakening, waarbij de Werkschool er isdie niet opleiden tot een diploma voor jongeren die niet de capaciteitenop startkwalificatieniveau of hoger. hebben om een startkwalificatie te halen.De Werkschool is daarom voor leer­ Jongeren die naar de Werkschool gaan 4. De Werkschool: uitwerkinglingen uit: hebben geen startkwalificatie en op dat• voortgezet speciaal onderwijs: REC 3 moment geen uitzicht op het behalen en 4 (REC 1 en 2 alleen daar waar de van de startkwalificatie en duurzame Werkschool complementair kan zijn aansluiting op de arbeidsmarkt. aan de voorzieningen van de school Afhankelijk van de ontwikkelbaarheid door het bieden van praktijkervaring/ van deze jongeren, kan het best mogelijk arbeidsmarkttoeleiding); zijn dat deze jongeren uitstromen boven• praktijkonderwijs (pro); startkwalificatieniveau. Het gaat erom• mbo: mbo1 en AKA. dat deze jongeren via de Werkschool wel aansluiting vinden met de arbeids­Toelatingseisen: werk is leidend markt die zij niet zouden vinden viaNiet alle jongeren uit deze onderwijs­ de bestaande onderwijslijnen.soorten komen in aanmerking voor deWerkschool. De Werkschool is niet Het spanningsveld van de Werkschooldrempelloos en kent een hoofdspelregel: De uiteindelijke doelstelling van dewerk is leidend. De Werkschool redeneert Werkschool is om voor alle leerlingenvanuit de arbeidsmarkt. Alleen jongeren, zonder startkwalificatie die extra steunwaarbij geschat wordt, dat zij in staat nodig hebben de brug naar werk te zijn.zijn de aansluiting te vinden op de ar­ Maar vanzelfsprekend staat of valt debeidsmarkt, worden toegelaten tot de Werkschool met de bereidheid van deWerkschool. De Werkschool werft samen werkgevers om hun stage­ en leerwerk­met de kenniscentra en andere relevante plekken ter beschikking aan de Werk­partijen op regionaal en landelijk niveau school te stellen. Het aantal van dezeleerplaatsen. Dat betekent dat de vol­ plekken is bepalend voor de opname­gende groepen jongeren niet in aanmer­ capaciteit van de Werkschool. De Werk­king komen voor de Werkschool: school is vraaggericht; niet vanuit keuze• jongeren die via het bestaande onder­ maar vanuit noodzaak! Zolang het con­ wijs duurzame aansluiting vinden tingent stage­ en leerwerkplekken niet met de arbeidsmarkt; groot genoeg is om alle in aanmerking• jongeren die via het bestaande onder­ komende leerlingen van de scholen te wijs in staat zijn om door te stromen bedienen, moet er een selectie aan de naar vervolgonderwijs; poort van de Werkschool plaatsvinden.• jongeren die niet in staat zijn regulier Dat is onvermijdelijk. Selectie betekent werk te verrichten; echter niet dat alleen ‘de beste’ leerlingen• jongeren bij wie de zorgvraag zo domi­ van de school naar de Werkschool zullen nant is dat zij – ook met begeleiding doorstromen. Selectie van de overige – niet in staat zijn om te functioneren leerlingen vindt niet eenzijdig plaats op de werkvloer. Dit betekent dat jon­ door de directeur van de Werkschool. geren met een grote zorgvraag die wel Er is sprake van directe besprekingen en in staat zijn het traject van de Werk­ onderhandelingen tussen de Werkschool school te doorlopen in aanmerking en de toeleverende school. Het ligt in de kunnen komen voor de Werkschool. lijn der verwachting dat de toeleverende school een ‘package deal’ wil sluitenDe Werkschool is dus bedoeld voor met de directeur van de Werkschool (eenjongeren die zonder extra steun geen combinatie van relatief zwak en sterk). 47
  • 45. De directeur van de Werkschool zal zijn markt). Er is één aanpak met één fronteigen beoordeling moeten maken over de office voor het bedrijfsleven nodig.kansrijkheid van iedere aangeboden leer­ Omdat de arbeidsmarkt zich regionaalling, want de vraag is leidend. Daar staat manifesteert, kiest de commissie voortegenover dat de Werkschool wel uit een een Werkschool als regionale voorzie­breder pallet van maatregelen en exper­ ning. De Werkschool volgt de indelingtise kan putten dan de individuele school van de arbeidsmarktregio’s.dat kan Wat kansarm is in de ogen van detoeleverende school kan daardoor kans­ Deze regionale voorziening heeft toele­rijk worden gemaakt in de context van de veranciers. Zoals eerder besproken is hetWerkschool. onderwijs. De Werkschool sluit altijd aan op onderwijs. De Werkschool moet danNogmaals, zolang het aantal stage­ en ook gezien worden als regionale voorzie­leerplaatsen kleiner is dan het aantal ning voor het onderwijs. Bij voldoendepotentiële deelnemers is wél selectie animo in een regio kunnen scholennoodzakelijk, die echter niet langs de – participeren in een Werkschool.voor de beoogde onderwijssoorten wel De Werkschool kent op landelijk niveauerg relatieve – scheidslijnen sterk of een Werkmaatschappij. De Werkmaat­zwak lopen. Bovendien zullen de stage­ schappij definieert kwaliteitseisen vooren leerwerkplaatsen naar tevredenheid de Werkschool. Alleen als scholen bereidvan de werkgevers moeten worden zijn hieraan te voldoen, kan een regio­vervuld. Anders is het ‘eens maar nooit nale Werkschool worden opgericht.meer’ en snijden zowel de Werkschool als De Werkmaatschappij ondersteunt dede toeleverende scholen in eigen vlees. Werkschool bij het behalen van de stan­Na de acceptatie van de leerling door de daard en ontwikkelt lesmateriaal voorWerkschool ligt deze verantwoordelijk­ de aangesloten scholen. Daarnaast com­heid geheel bij de Werkschool en heeft mitteert de Werkmaatschappij bedrijvende toeleverende school aan zijn arbeids­ in de regio zodat een Werkschool vanmarktverplichting voldaan. De Werk­ de grond kan komen. De Werkschoolschool zelf wordt afgerekend op zijn verzorgt met de kenniscentra opleidingenplaatsingsresultaten. voor aangesloten leerwerkbedrijven.Positionering De Werkschool moet gezien worden alsDe Werkschool biedt een maatwerktra­ intermediair tussen arbeidsmarkt enject. Dat betekent dat de duur per leer­ onderwijs. De commissie benadrukt datling verschillend kan zijn. De Werk­ het belangrijk is dat de Werkschool eenschool gaat uit van traject van maximaal zelfstandige en onafhankelijke positiedrie jaar. De commissie vindt het belang­ heeft. De Werkschool is niet van ge­rijk om de arbeidsmarkt als vertrekpunt meenten. Als dat wel het geval zou zijn,te nemen voor de Werkschool. De com­ zou het accent te veel komen te liggen opmissie stelt dat, gelet op de problemen zij­instroom van groepen met een af­in de aansluiting tussen onderwijs en stand tot de arbeidsmarkt: WIJ, Wajong,arbeidsmarkt, alle lopende initiatieven WWB, WSW, et cetera. Dat is –zeker bijvanuit het onderwijs blijkbaar onvol­ aanvang van de Werkschool – niet wen­doende het verschil hebben kunnen selijk. De druk van de gemeenten ommaken. Een goede aansluiting op de zoveel mogelijk kwetsbare groepen tearbeidsmarkt is een vraagstuk dat op plaatsen in de Werkschool zou het accentindividueel schoolniveau niet goed is te van de Werkschool 180 graden kantelenrealiseren. De commissie positioneert van arbeidsmarktgestuurd (werk isde Werkschool vanuit ketenomkering leidend) naar cliëntgestuurd (cliënten­(terugredeneren vanuit de arbeids­ bestanden zijn leidend). De Werkschool 48
  • 46. zou dan al vanaf de start met een veel te wijs voor de Werkschool. Een Werk­groot aanbod kampen. Dit zou direct schooltraject duurt maximaal driehet gehele concept zodanig ontwrich­ jaar. Vso kan met verlenging door­tend dat het nooit tot zijn recht zal lopen tot maximaal 21 jaar, Pro totkomen. Het is wel denkbaar dat op ter­ 20 jaar. Dan houdt de bekostiging op.mijn de Werkschool gemeenten bedient Ook voor de Werkschool. 4. De Werkschool: uitwerkingmet zij­instroom. Gemeenten hebbensowieso baat bij de Werkschool door De leeftijdsgrens wordt ook bepaaldde ontschotte inzet van middelen. doordat de commissie nadrukkelijkDe Werkschool is niet van de scholen: aanbeveelt om de Werkschool naadloosiemand moet de regie voeren. De Werk­ te laten aansluiten op het toeleverendschool moet in het spanningsveld tussen onderwijs.arbeidsmarkt en onderwijs in staan.Enerzijds moet de Werkschool gehoor Kwalificatiegeven aan de eisen die het bedrijfsleven De Werkschool volgt de kwalificatie­stelt en de drempel die het bedrijfsleven structuur van het beroepsonderwijs.opwerpt voor toelating tot de Werk­ De Werkschool regelt EVC­procedureschool; anderzijds zal de Werkschool met certificeerbare eenheden op werk­vanuit het toeleverend onderwijs onder procesniveau. De leerling krijgt eeneen gezonde druk komen te staan om traject van de Werkschool, waarbij eenzoveel mogelijk kwetsbare jongeren te cluster van competenties ontwikkeldbedienen. De Werkschool moet vanuit wordt die de Werkschooljongere binneneen onafhankelijke positie effectief een domein/sector/branche aan hetmet deze druk omgaan. einde van de Werkschool direct inzet­Bij de invoering van de Werkschool zal baar maakt voor regulier werk en tegelij­onderzocht moeten worden wat de beste kertijd voorkomt dat de leerling zo func­rechtspersoonlijkheid voor de Werk­ tiegericht is opgeleid dat de kwalificatiesschool is. De commissie heeft de voor­ alleen van toepassing zijn op één werk­keur voor een pps­constructie voor de gever. Tijdens het WerkschooltrajectWerkschool, gelet op de opdracht die de bouwt de leerling een portfolio op metWerkschool heeft: een goede aansluiting de voor de EVC­procedure benodigdemet de arbeidsmarkt dient zowel een bewijsstukken. Aan het einde van deprivaat als een publiek belang. Of een Werkschool ontvangt de leerling eenpps­constructie inderdaad het meest diploma met praktijkkwalificatie.voor de hand ligt zal moeten blijken Dit praktijkdiploma is belangrijk voortijdens de invoeringsjaren van de Werk­ jongere en werkgever. Het diploma laatschool. In alle gevallen is de franchise­ zien wat de leerling kan. Belangrijkeformule met één Werkmaatschappij en elementen van het diploma zijn dat dedaaronder de Werkscholen onontbeerlijk leerling aantoonbaar een arbeidsidenti­voor een effectieve aanpak. teit heeft ontwikkeld en functiegericht adaptief is gekwalificeerd. Het is eenLeeftijdsgrenzen erkenning van geleverde prestaties dieDe Werkschool kent de volgende leef­ belangrijk is voor de eigenwaarde vantijdsgrenzen (zie paragraaf 4.2 voor de leerling. Omdat de Werkschool eenverdere toelichting): maatwerktraject biedt en toeleidt naar• Minimumleeftijd toeleiding: 15 de arbeidsmarkt werkt de Werkschool• Minimumleeftijd Werkschool: 16 niet naar één uniform niveau toe met• Maximumleeftijd uitstroom Werk­ bijbehorend diploma. Bij de invoering school: 21. Deze maximumleeftijd is van de Werkschool zal het Werkschool­ 21, omdat de leerling de bekostiging diploma nader moeten worden uitge­ meeneemt uit het toeleverend onder­ werkt. 49
  • 47. Uitstroom tijkonderwijs en mbo1/AKA. Het is aanDe Werkschool sluit altijd af met het in te bevelen dat vso en praktijkonderwijskaart brengen van de kwalificaties van in het laatste twee jaar van hun regulierede leerling. Vervolgens is de volgende opleiding een richting introduceren dieuitstroom mogelijk: jongeren voorbereidt op instroom in de• Doorstromen naar baan in stageplek regionale Werkschool. Voor mbo1/AKA Werkschool; is een voorselectie niet mogelijk vanwege• Geen plek: Werkschool zorgt voor de korte duur van de opleiding. Het over­ plek elders (Werkschool heeft grote deel van het restant van de jongeren inspanningsverplichting); zou dan naar mbo2 moeten doorstromen.• Jongere houdt het niet vol: Werkschool heeft zorgplicht voor De Werkschool duurt ten hoogste drie vervolgstap (houdt op bij warme jaar, waarvan de leerling maximaal twee overdracht). jaar een stage­ en/of een leerwerkplaats vervuld. Maximaal één jaar wordt besteedEindonderwijs aan het bijspijkeren van kennis en vaar­De Werkschool verzorgt eindonderwijs. digheden die nodig zijn om een werkplekDeelname op de arbeidsmarkt is het doel in een bedrijf te vervullen. In dit deelen het eindpunt van de Werkschool. maakt de leerling de kanteling vanDit betekent dat de leerling/student na scholier naar werknemer.afronding van de Werkschool in staatmoet zijn om in te stromen op de De leerling valt onder de zorgplicht enarbeidsmarkt. Dit betekent niet dat de verantwoordelijkheid van de Werk­student na het verlaten van de Werk­ school. In het traject van de Werkschoolschool geen scholing, training of oplei­ loopt de reguliere OCW­bekostigingding meer zou kunnen of mogen volgen door. Daarnaast worden de middelen diein het kader van een leven lang leren. de leerling meeneemt ontschot ingezetNa het verlaten van de Werkschool volgt door de Werkschool. Te denken valtnazorg om het traject van arbeidstoelei­ onder andere aan alle budgetten die inding, transitie en de eerste fase op de het onderwijs voor ondersteuning voorarbeidsmarkt te begeleiden. de leerling worden ingezet (onder andereDe commissie stelt dat de route naar passend onderwijs, lgf ).vervolgonderwijs nooit afgesneden magworden voor Werkschoolleerlingen. In schema 6 wordt de toeleiding vanuit het onderwijs in relatie tot de vraag van de arbeidsmarkt schematisch weer­4.2 gegeven. De pijlen wijzen naar beneden,Het Werkschool- omdat wordt teruggeredeneerd vanaf de arbeidsmarkt.traject > zie schema 6 op pagina 51 Werk is leidend: de pedagogische visieHet toeleverende onderwijs bestaat Werk is leidend in het Werkschooltraject.uit het vso, hoofdzakelijk cluster drie De vraag van het bedrijfsleven is het( lichamelijk gehandicapte, zeer moeilijk vertrekpunt. Om de leerling zo goedlerende en langdurig zieke jongeren) mogelijk richting arbeidsmarkt te bege­en cluster vier (zeer moeilijk opvoedbare leiden en alle benodigde vermogens tejongeren) – cluster één en twee is moge­ ontwikkelen staat een praktijkgerichtelijk indien de Werkschool een aanzien­ leeromgeving centraal in de Werkschool.lijke toegevoegde waarde heeft in Dit betekent voor de inrichting van detoeleiding naar de arbeidsmarkt­, prak­ Werkschool het volgende. 50
  • 48. Arbeidsmarkt schema 6 Jaar 3 Werkschool Jaar 2 Jaar 1 8 8 Werkschool en toeleverend onderwijs 7 7 Toeleiding werkschool mogelijk vanaf jaar 3. 6 6 6 6 Verantwoordelijkheid 5 5 5 5 1 van de school 4 4 4 4 4 3 3 3 3 3 2 2 2 1 1 151 VSO PRO VMBO MBO1/AKA Toeleverend onderwijs
  • 49. Het perspectief en de identiteit van Dit vraagt echte aandacht voor de leerling.jongeren worden in belangrijke mate De docent probeert te ontdekken: watingevuld vanuit de situatie in hun omge­ heeft die leerling nodig om een goedeving. Bij veel jongeren op de laagste werknemer te worden. Hoe leg ik blootniveaus in het beroepsonderwijs is die wat er al in zit? Hoe raak ik hem, zodatsituatie niet positief. Ze hebben veel het talent tot volle ontplooiing kanproblemen en weinig stimulans en stu­ komen. Dat is wat beroepsonderwijs inring in hun thuissituatie. Het gevaar dat essentie is. Dit geldt onverkort voor dedeze jongeren de school de rug toekeren Werkschool. De praktijkopleider maakten op den duur niet meer mee doen in wakker wat er al in de leerling aanwezigde maatschappij, is levensgroot. is en brengt hem in verleiding dat te laten groeien. Goed beroepsonderwijs isDe pedagogisch­didactische benadering beroepsgericht en ontwikkelingsgericht.van de leraar kan dan het verschil maken.Juist het pedagogisch handelen van de Deze pedagogisch opdracht wordtleraar kan ervoor zorgen dat een jongen ons niet van buitenaf opgelegd doorof meisje niet buitenboord valt, maar tot hoge uitval of verruwing in de maat­ontplooiing komt. De docent investeert schappij of door ontevreden werkgevers.in een relatie met de leerling. Hij kent de Deze pedagogisch opdracht behoortleerling en zijn omstandigheden goed en tot het hart van het beroepsonderwijs.heeft expliciete aandacht voor de erva­ Het vereist een pedagogisch klimaatringen van de leerling. In school, maar in de school, pedagogisch leiderschapvooral die in de context van de beroeps­ en pedagogisch handelen.praktijk. De docent kent het beroepwaarvoor de jongere leert van binnen en Proces gekoppeld aan onderwijssoortvan buiten. Al zijn pedagogisch hande­ De Werkschool sluit aan bij de bestaandelen is gericht op het ontwikkelen van onderwijssoorten. Zij zijn de toeleveran­arbeidsidentiteit bij de jongeren. ciers van de Werkschool. De Werkschool overlapt niet per definitie de populatieDe jongere moet voortdurend ervaren van een hele school. In een school, diewat het vak inhoudt. Hij ervaart welke onder de werkingssfeer van de Werk­maatschappelijke betekenis de uitoefe­ school valt, kunnen er leerlingen zijnning van het beroep heeft. Jongeren die, al dan niet via vervolgonderwijs, aanworden niet alleen beroepsmatig voor­ goede en duurzame aansluiting op debereid op hun functie, maar ook als arbeidsmarkt hebben. Die leerlingen zijnmens, opdat die mens zelfredzaam in dat geval overgekwalificeerd voor dewordt, inzicht heeft in de betekenis van Werkschool en kunnen de bestaandewerk in zijn leven en van daaruit zelf leerlijnen in het onderwijs volgen. Persturing kan geven aan werk en loopbaan. school zal moeten worden geschat welkeDit leidt tot zingeving en bevredigende jongeren in aanmerking komen voorparticipatie in de samenleving. de Werkschool. Het aandeel van de Werkschool kan dus sterk per school en‘Opvoeden’ tijdens het leren in reële onderwijssoort verschillen. Kortom,beroepscontexten in normen, plichten per school volgt een deel de bestaandeen eisen die behoren bij de dagelijkse onderwijsroute; een stroom of stroompjearbeidsroutines, dienen daarom een (afhankelijk van het aantal geschikte envanzelfsprekend onderdeel te zijn geïnteresseerde kandidaten) volgt eenvan het pedagogisch handelen van de traject richting Werkschool.docent. Dit is een vormende taak dievolgens de commissie te weinig aandachtheeft gekregen in de afgelopen jaren. 52
  • 50. Voor een deel van de jongeren op de start op zijn vroegst in het schooljaarvmbo­ en mbo­scholen bestaat de be­ waarin de leerling 14/15 wordt.hoefte de directe route naar de arbeids­markt te kiezen. Op de vmbo­scholen De school is verantwoordelijk voor dewordt daarvoor de arbeidsmarktgerichte toeleiding. Een goede toeleiding ken­leerweg gekozen, al of niet via experi­ merkt zich door de arbeidsmarkt in 4. De Werkschool: uitwerkingmentele vormen als VM2 en Vakcollege. het onderwijs veel centraler te stellen.Doel daarbij is kwalificering op niveau 2, Voor een goede aansluiting is hetal of niet via niveau 1. Waar dat niet lukt, wenselijk dat:kan de route via de Werkschool worden • de leerling onderwijs krijgt vanuitgekozen. een praktijkgerichte leeromgeving; • de leerling zijn/haar arbeidsidentiteitOp mbo­scholen lukt het voor een deel op een dusdanig niveau heeft ontwik­van de jongeren niet om zich te kwalifi­ keld dat het in op de Werkschool inceren op niveau 2. Dat is voornamelijk staat is de rol van werknemer te spelenomdat de jongeren zich niet kunnen en dit in maximaal twee jaar zo tehandhaven op een leerplaats bij een ontwikkelen dat de leerling zich alsbedrijf. Via de AKA­opleiding wordt werknemer staande weet te houdengeprobeerd deze jongeren een nieuwe op de arbeidsmarkt;start te geven. Dat kan via de Werk­ • de er een beeld is van de interesses enschool. Het Werkschooltraject ziet er de potentie van de leerling in relatievoor AKA en mbo1. Deze leerlingen tot de arbeidsmarkt. Het gaat hierbijkunnen gelijk starten met de Werk­ bijvoorbeeld om zaken als beroepeno­school. Dat komt, omdat veel jongeren riëntatie (hiervoor kan het werk­een vooropleiding zullen hebben gehad geversnetwerk van de Werkschoolen in hun ontwikkeling klaar zijn om worden ingezet) en het houden vandirect de Werkschool in te stromen. een ontwikkelassessment; • er de leerling over een portfolioToeleiding naar de Werkschool beschikt voor de overdracht naar deToeleiding naar de Werkschool start op Werkschool.het moment dat het toeleverend onder­ Dit zijn elementen die niet geheelwijs, de ouders en de leerling met in­ onbekend zullen zijn in het toeleverendstemming van de Werkschool de in­ onderwijs. Voor het pro geldt datschatting maken dat de beste route naar arbeidstoeleiding een wettelijke doel­de arbeidsmarkt voor de betreffende stelling is en dat het totale onderwijs­leerling via de Werkschool loopt. traject gericht is op voorbereiding opDit betekent dus: wonen, werken en vrije tijd als actief• de leerling is niet in staat om door burger. Voor het vso komt voor de uit­ te stromen naar vervolgonderwijs; stroom in de richting van de arbeids­• de leerling is in potentie in staat om markt een vergelijkbare wetgeving. regulier werk te verrichten en hierin In beide gevallen is er voldoende ruimte productief te zijn en dus komt de voor adaptief (vraaggestuurd) onderwijs leerling niet in aanmerking voor: dat uitgaat van de mogelijkheden van • dagbesteding de leerling. In de laatste fase van het • beschermd werk, onderwijs wordt de vraagsturing steeds• de leerling vindt zonder Werkschool meer ingevuld door de vraag van de geen aansluiting met de arbeidsmarkt. maatschappij (arbeidsmarkt). Voor het (v)mbo bestaan er minder mogelijkhe­Wanneer school, ouders en leerling deze den tot een adaptieve en vraaggestuurdeinschatting kunnen maken, kan per invulling van het (onderwijs)program­jongere sterk verschillen. Toeleiding ma. Leerwerktrajecten in het vmbo zijn 53
  • 51. wel direct gericht op uitstroom naar de Toelating Werkschoolarbeidsmarkt, al dan niet gekoppeld aan Aan het begin van het laatste schooljaarscholing. van de leerling wordt definitief de ge­ schiktheid van de kandidaat voor deDe school kan, indien gewenst, extra arbeidsmarkt bepaald door testen vanbegeleiding van de Werkschool voor de competenties en bepalen van voorkeuren.toeleiding inkopen. Zo kan de Werk­ Daarbij moet rekening worden gehoudenschool de school bijvoorbeeld begeleiden met de mogelijkheden op de regionalein het bieden van maatwerk bijvoorbeeld arbeidsmarkt. Een zorgvuldige diagnosedoor programcarving toe te passen: het bepaalt zowel de slaagkans op de arbeids­samenstellen van een opleidingspro­ markt als de motivatie van de kandidaatgramma dat gericht is op de mogelijk­ gedurende het traject. Alleen die jonge­heden van de leerling en dat past bij de ren die een reële kans hebben op hetvraag van de werkgevers. Daarbij kunnen aangaan van een duurzame arbeidsover­scholen gebruikmaken van de kwalifica­ eenkomst door het doorlopen van detiestructuur uit het middelbaar beroeps­ Werkschool, komen voor de Werkschoolonderwijs en de expertise van de kennis­ in aanmerking.centra voor beroepsonderwijs enbedrijfsleven. Daarin is per beroep/ Definitieve toelating tot de Werkschoolkwalificatie aangegeven wat je moet vindt plaats op basis van:kennen en kunnen als de leerling de • Vraag arbeidsmarkt;opleiding heeft afgerond. De opbouw • Deskundig oordeel over:is modulair: iedere kwalificatie is • vraag of leerling in staat isbeschreven aan de hand van kerntaken regulier werk te verrichten;werkprocessen en competenties. • ondersteuningsbehoefte leerling.Door deze modulaire opbouw is dekwalificatiestructuur een flexibel instru­ De commissie stelt voor het UWV boven­ment om maatwerk te bieden dat aan­ staand deskundig oordeel te laten ver­sluit op de mogelijkheden van jongeren zorgen. Het UWV stelt op basis van zijnmet een beperking. Alleen die vakken oordeel voor elke leerling een verklaring(kennis en vaardigheden) worden aange­ op. Voor leerlingen uit pro en vso wordtboden die voor de toekomstige werkplek de indicatiestelling voor pro en vsonoodzakelijk zijn. Daarnaast kunnen betrokken. Aan de hand van de verkla­scholen het werkgeversnetwerk van de ring van het UWV krijgt de WerkschoolWerkschool voor hun school benutten, een beeld van de ondersteuningsbehoef­arbeidsmarktinformatie van de Werk­ te die nodig is voor het Werkschool­school krijgen en lesmateriaal van de traject. De Werkschool zal de ondersteu­Werkschool gebruiken. ning die nodig is voor leerling en werkgever regelen. De Werkschool isLeerlingen uit mbo1 en AKA stromen bevoegd om middelen behorende bijsowieso direct de Werkschool in. Reden voorzieningen ontschot in te zetten.hiervan is de onderwijsduur van mbo1 Zo krijgt een leerling, indien dat nodigen AKA in combinatie met het feit mbo1­ is, één adequate vervoersvoorzieningen AKA­leerlingen een vooropleiding in plaats van verschillende vervoersvoor­kunnen hebben gevolgd die in meer zieningen voor privé, school, stage enof mindere mate al gericht is op het werk.ontwikkelen van arbeidsidentiteit enberoepenoriëntatie. De toegevoegde waarde van de Werkschool Na de toeleiding en de toelating begint de Werkschool. De Werkschool: 54
  • 52. • neemt de zorgplicht van het toeleve­ Als plaatsing van de kandidaat heeft rend onderwijs voor de leerling over. plaatsgevonden in een branche en een De Werkschool voert de laatste jaren functie die geschikt is voor de kandidaat van onderwijs uit voor de toeleverende dan moet de opleiding worden vorm­ school en ontvangt hier de bekosti­ gegeven. Dat kan aan de hand van het ging voor. takenpakket dat tussen kandidaat en 4. De Werkschool: uitwerking• Valt onder de verantwoordelijkheid bedrijf is overeengekomen. De in de van de Werkschool. kwalificatiestructuur beschreven werk­• duurt maximaal drie jaar, afhankelijk processen die horen bij die taken kunnen van de vermogens van de leerling worden samengevoegd in het opleidings­ om inzetbaar te worden voor regulier plan, compleet met de te bereiken doe­ werk. len. Erkende leerbedrijven zijn gewend• Bestaat uit twee delen: dergelijke doelen te bereiken en beschik­ • Maximaal één jaar wordt besteed ken daartoe over opleidingscapaciteit. aan het bijspijkeren van kennis De Werkschool voorziet het bedrijf van en vaardigheden die nodig zijn hulpmiddelen voor het vormgeven en om een werkplek in een bedrijf te begeleiden van de praktijkopleiding. vervullen. Bij een goede toeleiding EVC aanbieders van de kwalificatie(s) zal dit niet of nauwelijks nodig waaruit het takenpakket is samengesteld zijn; kunnen vaststellen of de doelen zijn • Maximaal twee jaar vervult de bereikt. leerling een stage­ en/of een leer­ werkplaats. Dit traject kent twee De Werkschool begeleidt via een Werk­ delen: schoolcoach de leerling en de praktijk­ – een stageleerdeel. Hierin loopt opleider. De Werkschool: de leerling stage bij de werk­ • Is makelaar tussen leerling en gever. Eventuele stagevergoe­ bedrijfsleven. De Werkschool zorgt ding wordt door Werkschool als front office van onderwijs voor gefinancierd; het leveren van de juiste kandidaten – een werkleerdeel. Hierin heeft te leveren aan de arbeidsmarkt en de leerling een dienstverband legt de juiste match. met de werkgever, een praktijk­ • Is scholingsinstituut om de lacunes overeenkomst met werkgever/ (vanuit het perspectief van de werk­ Werkschool en een onderwijs­ gever) uit het onderwijstraject op te overeenkomst met de Werk­ vullen door het bieden van bijscho­ school. ling/hoofdelijk versnelde scholing.• Wordt afgerond met EVC­procedure • Geeft eigen opleidingen in sociale met certificeerbare eenheden op vaardigheden en werknemersvaardig­ werkprocesniveau. heden, voor zover niet aanwezig. • Zorgt voor persoonlijk budgetbeheerDe Werkschool moet zich voorzien van bij de leerling, indien nodig.een zo groot mogelijk netwerk aan be­ Niet vergeten moet worden dat vandrijven die gemotiveerd zijn om met alle jongeren een kwart problemende kandidaat aan het werk te gaan, die heeft met rondkomen. Het zijn vooralprofessioneel zijn in het opleiden van lager opgeleide jongeren die moeitekandidaten en die bereid zijn om na hebben om financieel rond te komen.afsluiting van de opleiding de kandidaat Eén op de vijf scholieren vertoontin dienst te nemen. risicovol financieel gedrag. In verge­ lijking met andere scholieren lenenLeren door doen is de formule die door zij vaker, komen ze vaker geld kort ende Werkschool moet worden uitgevoerd. hebben ze meer moeite verleidingen 55
  • 53. te weerstaan en overzicht te houden De Werkschool is voor de leerling verant­ over hun inkomsten en uitgaven. woordelijk, totdat de leerling een duur­ Risicovol financieel gedrag en het zame arbeidsovereenkomst aangaat met achterliggende gedrag dat hier ten zijn/haar werkgever die niet gekoppeld is grondslag aan ligt kan een belemme­ aan een praktijkovereenkomst of iets ring vormen voor het succesvol door­ soortgelijks. lopen van de Werkschool. De Werk­ school zal in het gehele traject hier Werkschoolleerlingen zullen vaak niet aandacht aan besteden en waar nodig volledig productief kunnen zijn. een schuldsaneringtraject starten. De Werkschool begeleidt deze leerlingen• Zorgt voor casemanagement en legt naar regulier werk. Hierbij wordt reke­ de verbinding naar de (jeugd)zorg. ning gehouden met de productiviteit.• ‘Ontzorgt’ het stagebedrijf, afhanke­ Het tempo van deze leerlingen zal vaak lijk van de wensen van het stage­ lager liggen dan bij een reguliere mbo­ bedrijf, door: leerling. Daarnaast zal een Werkschool­ • Door voor het stagebedrijf alle leerling veel begeleiding van de praktijk­ instrumenten aan te wenden die opleider vergen. In 2009 heeft DIJK12 de ingezet kunnen worden voor de kosten voor de werkgever voor beroeps­ stage en de administratie hiervoor praktijkvorming in kaart gebracht (be­ over te nemen (bijvoorbeeld inzet roepspraktijkvorming in het mbo, 2009). Wajong­instrumentarium, zoals Het rapport constateert het volgende: premiekorting, no risk, loonkos­ • Voor een bbl­traject: tensubsidie, loondispensatie); • zijn de begeleidingskosten • Door begeleiding te bieden aan € 7.652,­ per deelnemer per jaar; leerling en praktijkopleider; • is de netto­opleidingsinvestering • Door aanvullende zorg te regelen; € 12.213,­ per deelnemer per jaar. • Ziekteverzuim bij te houden. • Voor een bol­traject: • zijn de begeleidingskosten €Om leerbedrijven te verbinden aan de 6.215,­ per deelnemer per jaar;Werkschool zijn geen aanvullende erken­ • is de netto­opleidingsinvesteringningeisen nodig. De leerbedrijven zijn € 5.902,­ per deelnemer per jaar.erkend voor de kwalificatiegebieden Werkgevers maken regulier kosten voorwaarvoor ze door de Werkschool worden de begeleiding van jongeren in bijvoor­ingeschakeld. Het kenniscentrum be­ beeld bol­ en bbl­trajecten. De directewaakt van de kwaliteit van het leerbedrijf, kosten van de werkgever zijn hoger danook op het gebied van omgang met de de directe baten. Op lange termijn kun­leerling met een beperking. De mate van nen deze kosten gezien worden als inves­deskundigheid van een leerbedrijf wordt teringskosten. De veronderstelling isdoor het kenniscentrum bijgehouden dat de werkgever ook goed opgeleidein het register van leerbedrijven. jongeren terugkrijgt die inzetbaar zijnDe Werkschool koppelt ook de ervarin­ voor zijn/haar bedrijf. Voor Werkschool­gen met het stagebedrijf terug naar de jongeren gaat dit verhaal niet volledigtoeleverende school. Indien de Werk­ op. Zoals eerder in dit advies is beschre­school structureel bijscholing moet ven, zijn er heel wat drempels te nemenleveren, kan bijvoorbeeld met de school om Werkschooljongeren een duurzamebesproken worden of de school dit niet positie op de arbeidsmarkt te geven.regulier zou moeten aanbieden in het Voor een werkgever is het op voorhandonderwijspakket. De Werkschool voert niet duidelijk wat de opbrengsten zijnook de nazorg uit voor het toeleverend van de investering die hij/zij pleegt inonderwijs en informeert het onderwijs een Werkschooljongere. De Werkschoolhierover. neemt voor werkgever en jongere alle 56
  • 54. drempels weg om een goede en duur­ het mbo (salaris op basis vanzame aansluiting op de arbeidsmarkt te jeugdloon betreffende cao. NB hetkunnen realiseren. De commissie stelt werkleerdeel is geen regulierdat het alleszins redelijk is om in dit bbl­traject, het is alleen voor ditgeval de werkgever tegemoet te komen aspect gelijksoortig aan bbl);in de begeleidingskosten en wel als • Bepaalt het UWV de loonwaarde 4. De Werkschool: uitwerkingvolgt: van de Werkschoolleerling. Op• voor het stageleertraject ontvangt basis van de loonwaardebepaling de werkgever € 3.000,­ per jaar per van het UWV is het voor de werk­ leerling; gever mogelijk loondispensatie• voor het leerwerktraject ontvangt aan te vragen. Als een Werkschool­ de werkgever € 4.000,­ per jaar per leerling op zijn werkplek bedui­ leerling. dend minder kan presteren dan een collega zonder arbeidsbeper­Daarnaast zijn voor het leerwerktraject kingen, dan mag een werkgeverdit onderdeel zijn de werkgeversvoorzie­ de Werkschoolleerling minderningen uit de Wajong (loondispensatie, dan het minimumloon betalen.loonkostensubsidie, no­riskpolis, Dit wordt loondispensatie ge­premiekorting) en WVA beschikbaar, noemd. De werkgever moet daar­zonder dat de Werkschoolleerling een voor toestemming krijgen vanWajonger hoeft te zijn. UWV. Een arbeidsdeskundige van UWV Werkbedrijf beoordeelt of erEen arbeidsmarkttraject van de Werk­ inderdaad sprake is van een duide­school bestaat uit een stagewerk­ en lijk mindere arbeidsprestatie dieeen werkleer­deel. Voor de werkgever verband houdt met de ziekte ofbetekent dit het volgende: handicap. Op basis van dit oordeel• Voor het stagewerk­deel: stelt de arbeidsdeskundige vast • Is er een stageovereenkomst hoeveel loon de werkgever min­ tussen werkgever en leerling; stens moet betalen; • Ontvangt de werkgever van de • De jongeren moeten instromen in Werkschool een tegemoetkoming de aanloopschalen in de Cao’s. in de begeleidingskosten van de De commissie geeft het advies om praktijkopleider van € 3.000,­ deze schalen in Cao’s op te nemen per leerling per jaar; waar dit nog niet de situatie is. • Komt een eventuele stagevergoe­ Ook zijn er jongeren die een dus­ ding voor rekening van de Werk­ danige lage arbeidsproductiviteit school; hebben dat het mogelijk moet • Worden werkgever en leerling worden voor de ondernemer om intensief begeleid vanuit de onder het minimumloon te beta­ Werkschool; len. Aanvulling kan dan plaats­ • Is de Werkschool verantwoordelijk vinden vanuit de WWB; voor het regelen van eventuele • Ontvangt de werkgever van de zorg en voorzieningen die nodig Werkschool een tegemoetkoming zijn voor de leerling. in de begeleidingskosten van de• Voor het werkleer­deel: praktijkopleider van € 4.000,­ • Is er een praktijkovereenkomst per leerling per jaar; werkgever/Werkschool/leerling, • komt de werkgever in aanmerking een onderwijsovereenkomst leer­ voor WVA van maximaal € 2.500,­ ling/Werkschool en een arbeids­ per leerling per jaar (Een werkgever overeenkomst werkgever/leerling die een medewerker op een leer­ gelijk een regulier bbl­traject uit baan aanneemt, maakt aanspraak 57
  • 55. op een WVA korting van maximaal • Regelt de Werkschool alle bijbeho­ € 2500 per medewerker per jaar. rende administratie gerelateerd aan Bij een aanstelling van minder de inzet van de Werkschoolleerling dan 36 uur per week, inclusief bij het leerwerkbedrijf (dus ook de onderwijs uren, is dit bedrag administratie bovenstaande punten). evenredig lager; • kan de werkgever voor alle Werk­ Zij­instroom schoolleerlingen aanspraak maken Zowel vanuit de oude als de nieuwe op het geldende Wajonginstru­ Wajong heeft het UWV cliënten die nog mentarium, zonder dat de Werk­ niet de aansluiting met de arbeidsmarkt schoolleerling een Wajonger is, hebben gemaakt, maar dat wel in zich te weten: hebben, mits zij de juiste ondersteuning – loondispensatie tijdens werk­ krijgen. Een deel van deze cliënten zou leer­traject Werkschool: als een in aanmerking kunnen komen voor de Werkschoolleerling minder Werkschool. Ook hier gaat het om zij­ presteert dan een vergelijkbare instromers die op dezelfde manier als collega zonder beperking, dan de WIJ­jongeren instromen in de Werk­ kan een werkgever de keuze school. Deze jongeren kunnen de Werk­ maken om de Werkschoolleer­ school instromen als voldaan wordt aan ling minder te betalen. de toelatingseisen van de Werkschool. Het UWV zal het loon van de Dit betekent in ieder geval dat de Werk­ werknemer aanvullen als het school naadloos aansluit op het onderwijs. onder het minimumloon Deze jongeren worden dan vanuit het uitkomt. Dit loopt via de Werk­ onderwijs toegeleid naar de Werkschool. school. – premiekorting op de WAO/ WIA­ en WW­premie: een 4.3 korting van maximaal € 1.701,­ per jaar op de totale WAO/ De Werkschool: WIA­premie. Daarnaast een korting van maximaal € 1.701,­ bundeling van per jaar op het werkgeversdeel van de WW­premie die afge­ krachten dragen wordt aan het Awf of De Werkschool is een instrument om het UFO. Een werkgever kan voor en namens de genoemde scholen maximaal drie jaar korting de brug naar de arbeidsmarkt te slaan. krijgen. Hoeveel premie een De Werkschool bundelt de krachten van werkgever terugkrijgt, is af­ de verschillende scholen naar het be­ hankelijk van het loon van de drijfsleven toe. Deze bundeling van Werkschoolleerling. krachten heeft grote voordelen. Om er – No­risk­polis: als de Werk­ enkele te noemen: schoolleerling ziek wordt, 1. De Werkschool specialiseert zich in betaalt het UWV de kosten het verzamelen van stage­ en leer­ daarvan. Dit loopt via de werkplaatsen voor de leerlingen van Werkschool. de aangesloten scholen, ontzorgt• Worden werkgever en leerling inten­ de scholen, ontlast de bedrijven, en sief begeleid vanuit de Werkschool. zorgt ervoor dat de talloze instru­• Is de Werkschool verantwoordelijk menten en financiële middelen voor het regelen van eventuele zorg op landelijk en regionaal niveau in en voorzieningen die nodig zijn voor onderlinge samenhang ‘ontschot’ de leerling. worden ingezet. 58
  • 56. 2. De Werkschool is een instrument om • COLO / kenniscentra, die van decentralisatie van beleid vorm te groot belang zijn voor de acquisitie geven. Decentralisatie van beleid – van leerwerkplaatsen. dicht bij de burgers en bedrijven – is • Het UWV dat een belangrijke rol een groot goed, maar mag niet leiden kan spelen bij de bemiddeling bij tot het verloren gaan van de samen­ de bepaling van de werkcapaciteit 4. De Werkschool: uitwerking hang tussen sociale zekerheid, van de leerling en het bepalen van schuldsanering, onderwijs, jeugd­ de ondersteuningsbehoefte van zorg en arbeidsmarktbeleid. De Werk­ de leerling. school moet voor die samenhang zorg • De VNG die van belang is om aan dragen en is zo het instrument om de ontschotting van regionale, decentraal beleid – vanuit de gemeen­ gemeentelijke middelen te ten maar met een landelijke opdracht stimuleren en vorm te geven. – uit te voeren. Door het ontschot en • de REA­colleges, vanwege de in samenhang inzetten kunnen aan­ expertise op het gebied van de zienlijke besparingen worden bereikt toeleiding van arbeidsbeperkte en zal de efficiency van de arbeids­ jongeren naar de arbeidsmarkt. toeleiding vanuit de scholen sterk • De jeugdzorg vanwege de expertise toenemen. op het gebied van zorgjongeren.3. De Werkschool geeft invulling aan • Brancheorganisaties ( in de de arbeidsmarktdoelstelling van de schoonmaak, beveiliging enz.) om genoemde scholen en legt de verant­ aan te sluiten bij de Werkschool woordelijkheid voor de arbeids­ en te bewerkstelligen dat daar markttoeleiding bij de daarin gespe­ leer­ en werktrajecten worden cialiseerde Werkschool. Deze maakt aangeboden. gebruik van de schaalvoordelen 6. Het netwerk van contacten met be­ doordat zij namens en voor alle drijven wordt voor iedere school scholen in de regio optreedt. breder en kansrijker dan in het geval4. De bedrijven en instellingen hebben ‘ieder voor zich’ gaat. Na een transi­ met één regionaal aanspreekpunt te tieperiode is het wenselijk dat het maken waar zij hun stage­ en leer­ eigen netwerk van de toeleverende werkplaatsen kunnen aanmelden of school ten dienste wordt gesteld van van waaruit zij worden opgehaald. de Werkschool en dus van alle andere Dit voorkomt dat ondernemers vanuit deelnemende scholen: ter versterking verschillende instellingen worden van het geheel. De Werkschool bestaat aangesproken om telkens voor een immers niet naast de scholen maar iets andere doelgroep stage­ of leer­ opereert namens en ten behoeve van werkplekken ter beschikking te stellen. alle deelnemende scholen en hun5. De Werkscholen worden centraal leerlingen. Zo ontstaat in de praktijk gecoördineerd, waardoor ‘best practi­ één krachtig centraal aanspreekpunt ces’ snel in alle regionale scholen voor de bedrijven in plaats van een kunnen worden geïntroduceerd en versnipperd en dus niet effectief een uniforme aanpak / marketing kan netwerk van contacten vanuit de worden ontwikkeld naar de bedrijven verschillende onderwijssoorten. met als doel om daar de stage­ en 7. De Werkschool draagt de verantwoor­ leerwerkplaatsen op te halen. delijkheid om aan het einde van het Op centraal niveau worden samen­ werktraject de opgedane ervaring werkingsverbanden afgesloten met in een EVC­certificaat te vertalen landelijke partijen waarvan iedere en zo aan te sluiten bij de bestaande regio profiteert. Te denken is aan: kwalificatiestructuur van het beroeps­ onderwijs. 59
  • 57. 4.4 zo in te richten dat dit niet conflic­Organisatie en teert met arbeidstijden; • administratie werkgever, leerling,bekostiging school over te nemen voor beno­ digde voorzieningen (bijvoorbeeld inzet Wajong­instrumentarium);4.4.1 De organisatie • bijscholing te leveren; • leerling te begeleiden in persoon­De organisatie kent: lijk budgetbeheer;• Een landelijk opererende Werkmaat­ • ziekteverzuim bij te houden. schappij. • Komt tegemoet in de begeleidings­• Regionale Werkscholen, waarbij de kosten van de praktijkopleider indeling van de arbeidsmarktregio’s van het leerwerkbedrijf: wordt gevolgd. • € 3.000,­ per leerling per jaar voor het stageleer­traject van deDat ziet er grafisch als volgt uit: Werkschool; > zie schema 7 op pagina 61 • € 4.000,­ per leerling per jaar voor het werkleer­traject van deWerkmaatschappij Werkschool.De Werkmaatschappij stuurt de regio­nale Werkscholen aan. De Werkmaat­ Rol kenniscentra en leerwerkbedrijvenschappij is dus verantwoordelijk voor De Werkschool organiseert zowel lande­de Werkscholen. De Werkmaatschappij: lijk als regionaal een netwerk van leer­• Ontwerpt Werkschool­traject en werkbedrijven. Acquisitie voor leerwerk­ formuleert kwaliteitseisen. plekken bij erkende leerwerkbedrijven• Regelt bekostiging. loopt via de kenniscentra. De kennis­• Verzorgt infrastructuur Werkscholen. centra verbinden leerwerkbedrijf en• Traint Werkscholen. Werkschool. Hierbij kunnen leerwerk­• Zorgt voor pr en communicatie. bedrijven naast de ondersteuning van de• Grijpt in waar nodig. Werkschool ondersteuning ontvangen• Verzorgt lesmateriaal. in begeleiding Werkschooljongeren• Verzorgt benodigde tools. door kenniscentra.• Maakt op landelijk niveau afspraken De Werkschool zal ook met behulp van met werkgevers. de kenniscentra een netwerk opbouwen met samenwerkingsverbanden.De Werkschoolorganisatie De Werkschool ziet de samenwerkings­De Werkschool: verbanden van leerwerkbedrijven als• Maakt op regionaal niveau afspraken bedrijf en zal conform ondersteuning met werkgevers. bieden.• Zorgt voor: • deskundig oordeel of leerling in Rol UWV staat is regulier werk te verrichten; Het UWV kan het volgende voor de • ondersteuningsbehoefte leerling. Werkscholen betekenen:• Regelt EVC­procedure. 1. Verklaring/indicatie Werkschoolleer­• Begeleidt werkgever en leerling lingen bij aanvang (zie paragraaf 4.2): (en indien gewenst de school ); • wel/niet in staat tot regulier werk;• Ontzorgt werkgever, leerling, school • ondersteuningsbehoefte. in door: De verklaring/indicatie is in samen­ • voorzieningen aan te bieden die spraak met de Werkschool en is beperking compenseren; gerelateerd aan de inzet van een • aanvullende zorg te regelen en assessment, voor zover de leerling 60
  • 58. schema 7Franchiseformule Werkmaatschappij en Werkschool Werkschool Werkmaatschappij OCW 30 Werkscholen Bekostiging 61
  • 59. nog geen assessment heeft gehad. gevers zijn tijdens het Werkschool­2. Loonwaardebepaling Werkschool­ traject van toepassing op de werk­ leerling bij aanvang werkleerdeel gevers die een Werkschoolleerling Werkschooltraject. begeleiden.3. Inzet Werkpleinen voor doorplaatsen • De Bekostiging moet geregeld worden. van jongeren vanuit een leerbedrijf • Wettelijk verankerd moet worden dat naar reguliere andere werkgevers. de Werkschool afsluit met een EVC­4. Benutten van arbeidsmarktkennis traject. van Werkpleinen. • Het toeleverend onderwijs moet de5. Inzet van aanwezige competentie­ ruimte hebben producten en/of dien­ testen en andere inzicht vergrotende sten in te kopen bij de Werkschool, formules die op het Werkplein door indien het onderwijs dit zelf wense­ voornamelijk arbeidsdeskundigen lijk vindt voor een goede toeleiding. worden ingezet. De commissie stelt voor om deze6. Kennis en inzet van voorzieningen inkooprelatie die al geruime tijd in die positief bijdragen aan de arbeids­ het onderwijs (in ieder geval pro en mogelijkheden van werkgever en vso) bestaat en gedoogd wordt door jongere (Wajong­instrumentarium). de onderwijsinspectie, wettelijk te verankeren en daarnaast de specifieke4.4.2 Spelregels inkooprelatie met de Werkschool, zoals beschreven, ook wettelijk teOm succesvol te kunnen zijn gelden een borgen.aantal spelregels voor de Werkschool:• De Werkschool kan alle middelen die 4.4.3 Kosten en baten worden ingezet door partijen voor leerling en werkgever ontschot inzet­ Met publiek geld dient efficiënt en effec­ ten. In de experimenteerfase zal de tief te worden omgegaan: niet alleen in Werkschool de ondersteunings­ tijden van crises maar ook daarbuiten. behoefte van de jongere aan de hand De financiering van de Werkschool dient van voorzieningen die een compense­ dan ook niet als een additionele voorzie­ rend effect hebben op handicap en/of ning, maar uit een herschikking van problematiek van de jongere ontschot bestaande middelen te worden gefinan­ in te zetten op basis van een verklaring cierd. Naar de bedrijven toe is het nood­ van UWV. De commissie constateert zakelijk dat bestaande voorzieningen die dat de wetgever het mogelijk moet nu gelden voor ondernemingen die met maken deze middelen afdwingbaar Wajongers aan de slag gaan ook gelden ontschot te kunnen inzetten; voor ‘Werkschooljongeren’. Dat geldt• Werk is leidend. Zorg en onderwijs ook voor de begeleiding door job coaches zijn hieraan dienstbaar. De Werk­ die door het UWV worden ingezet en school voert de regie van het gehele bestaande re­integratiemiddelen. Werkschooltraject en de inzet van Daarnaast dienen alle gedecentraliseerde andere partijen. voorzieningen ‘ontschot’ in het kader• De productiviteit van Werkschool­ van de Werkschool te kunnen worden leerlingen wordt collectief op 50% ingezet. De Werkschool voorkomt im­ gesteld. mers een beroep op Wajong­middelen,• Het UWV stelt de ondersteunings­ een beroep op de gemeentelijke Wet behoefte van de Werkschoolleerling Investeren in Jongeren (WIJ) en mogelij­ vast en doet een uitspraak of de leer­ kerwijs op jeugdzorgvoorzieningen en ling in staat is regulier werk te ver­ re­integratiebudgetten. De grote finan­ richten. ciële winnaar van een succesvolle regio­• De Wajongvoorzieningen voor werk­ nale Werkschool zijn de gemeenten 62
  • 60. (op termijn zou een zij­instroom vanuit Werkscholen en één Werkmaatschappij.de Wet Werk en Bijstand tot de mogelijk­ Dit wordt in de betreffende paragraafheden behoren). nader uitgewerkt.Echter, in de transitieperiode is het niet Financieringwaarschijnlijk dat regionale middelen De Werkschool wordt bekostigd vanuit 4. De Werkschool: uitwerkingdirect ontschot kunnen worden ingezet. OCW:In deze overgangsperiode ligt een • de Werkschool wordt door OCW(gedeeltelijke) financiering uit reguliere bekostigd voor de organisatiekostenmiddelen van de Ministeries van Onder­ (zie paragraaf 4.5);wijs, Cultuur en Wetenschappen en • de Werkschool neemt het onderwijsSociale Zaken en Werkgelegenheid voor van de eerder genoemde onderwijs­de hand. Voor de onderwijsinstellingen soorten over. De Werkschool neemtbetekent dit dat bij de overdracht van de reguliere OCW­bekostiging over.leerlingen naar de Werkschool de regu­ Hierbij zou sprake moeten zijn vanliere financiering geheel of gedeeltelijk een uniform, gemiddelde bijdragemet de leerling meegaat (afhankelijk van vanuit de reguliere financiering,de gerealiseerde ontschotte regionale zodat van een oneigenlijke sturingmiddelen). De consequenties zijn dat naar de ‘meest lucratieve schoolsoort’leerlingen niet in het laatst bekostigde geen sprake kan zijn en ook deleerjaar van vso en pro kunnen worden (uitgefinancierde) AKA/mbo1­leer­overgedragen maar minimaal twee jaar ling meebekostigd wordt.daarvoor. Tevens zou er sprake moeten • de Werkschool begeleidt via de Werk­zijn van een uniform, gemiddelde bij­ schoolcoach werkgever, jongere endrage vanuit de reguliere financiering, (indien gewenst) school in het trajectzodat van een oneigenlijke sturing naar school­stage­werk. De Werkschoolde ‘meest lucratieve schoolsoort’ geen neemt in haar aanpak taken oversprake kan zijn en ook de (uitgefinan­ die anders door UWV zouden wordencierde) AKA/mbo1­leerling meebekos­ gefinancierd, zoals jobcoaching.tigd wordt. Daarnaast zet de Werkschool alle middelen die nodig zijn voor hetKosten Werkschool­traject ontschot in.De Werkschool kent drie soorten Het betreft hier een herschikkingkosten: van middelen.1. Eenmalige invoeringskosten. Deze kosten zijn gekoppeld aan de Indien het wenselijk is dat de leerling uitrol van de Werkscholen en de een branchecertificaat behaalt, dan Werkmaatschappij. worden over certificaat en financiering2. Organisatiekosten. Dit zijn de going van certificaat afspraken gemaakt tussen concern­kosten van de Werkscholen branche, werkgever en Werkschool. en de Werkmaatschappij onafhanke­ lijk van de variabele kosten. Baten3. Variabele kosten. Dit zijn de kosten De commissie constateert dat de Werk­ die gekoppeld zijn aan de Werkschool­ school budgettair neutraal kan worden leerling. ingevoerd. Het gaat hier om een her­ schikking van middelen, waarvan aan­Voor een landelijk dekkend stelsel zijn nemelijk is dat deze middelen zonder het30 Werkscholen en één Werkmaatschap­ bestaan van een Werkschool ingezetpij nodig. In paragraaf 4.5 adviseert de zouden worden voor potentiële ‘Werk­Commissie om gedurende twee jaar te schooljongeren’. De Werkschool is opexperimenteren met minimaal vijf korte termijn niets meer of minder dan 63
  • 61. een herschikking van deze middelen, gettair neutraal kan worden ingevoerd.waarbij het aannemelijk is dat op (mid­ De Werkschool zal middelen inzetten diedel)lange termijn de Werkschool leidt in het traject van onderwijs naar arbeids­tot besparingen op de rijksbegroting. markt toch al voor deze jongeren zoudenDe Werkschool zal leiden tot een signifi­ worden ingezet. Daarnaast zal de Werk­cant betere aansluiting op de arbeids­ school de ondersteuning voor jongeremarkt van deze jongeren, een efficiëntere en werkgever ontschot inzetten. Het gaaten effectievere inzet van voorzieningen hier om een breed spectrum van midde­voor jongeren en werkgever en minder len die op dit moment gefragmenteerd,instroom in de uitkering. De commissie onsamenhangend en inefficiënt enstelt dat invoering van de Werkschool tot ineffectief worden ingezet. Te denkeneen efficiëntere en effectievere inzet van valt aan zorgmiddelen vanuit het onder­middelen zal leiden en op middellange wijs, re­integratie middelen en (jeugd)termijn tot besparingen op de rijks­ zorg­ en participatiemiddelen. Kortom,begroting zal leiden. de Werkschool levert de volgende besparingen op:De commissie benadrukt dat de situatie • Uitkeringen. Ter illustratie: de ge­voor de jongeren voor wie de Werkschool middelde verblijfsduur in de Wajongbedoeld is onwenselijk is en onhoudbaar is ongeveer 30 jaar. Een reële bespa­en niet overeenkomt met de door het ring op de uitkeringslasten zal uit­kabinet geformuleerde doelstellingen komen op 50% tot 100% van de totaleuit het regeerakkoord: uitkeringslasten (schatting op basis• ‘Mensen mogen niet afhankelijk gegevens UWV). De Werkschool zal worden gemaakt van een uitkering. een preventieve werking hebben en Voorkomen moet worden dat mensen instroom in uitkeringen beperken te snel worden afgeschreven en • Re­integratiemiddelen. permanent langs de kant staan.’ • Zorgmiddelen.• ‘Arbeidsgehandicapten met een • Verantwoordingslasten door ont­ beperkte verdiencapaciteit worden schotte inzet ondersteuning. zoveel mogelijk via loondispensatie • Uitvoeringslasten door integrale aan de slag geholpen bij reguliere en ontschotte inzet middelen voor werkgevers. Voor deze groep is een Werkschool­traject. regeling voor begeleid werken be­ schikbaar, met loonaanvulling tot Niet vergeten moet worden dat economi­ maximaal het wettelijk minimum­ sche zelfstandigheid een belangrijke loon en persoonlijke voorzieningen indicator is voor participatie aan de (begeleiding, aanpassing werkplek). samenleving. De commissie gaat er dan Overige middelen voor re­integratie ook van uit dat door werk en participatie worden alleen nog selectief ingezet de aanspraak van voorzieningen door voor kwetsbare groepen op de Werkschooljongeren in hun levensloop arbeidsmarkt.’ aanzienlijk zal afnemen.De arbeidsmarkt heeft iedereen nodig.De maatschappelijke en economische De commissie vindt het aannemelijk datkosten voor deze jongeren – en zeker de Werkschool door integrale inzet vandiegenen met een perspectief op lang­ middelen tenminste een directe bespa­durige uitkeringsafhankelijkheid – zijn ring van 20% oplevert. Daar staat eenhoog, onwenselijk en niet nodig. veel hoger rendement tegenover: immers bij de huidige inzet van middelen is hetDe baten van de Werkschool wegen rendement als het gaat om toeleidenruimschoots tegen de kosten op, zeker naar regulier werk en duurzame econo­gelet op het feit dat de Werkschool bud­ mische zelfstandigheid zeer beperkt. 64
  • 62. De baten wegen dus ruimschoots tegen 4.5.de kosten op. De commissie volgt hier­mee het regeerakkoord: Werkend‘Het kabinet kiest voor maatregelen die perspectieferaan bijdragen dat iedereen zo veel en invoering 4. De Werkschool: uitwerkingmogelijk naar vermogen participeertin de samenleving. Doel is om mensen 4.5.1 Werkend perspectiefperspectief te geven op werk en inkomen,het draagvlak te versterken onder onze Het kabinet streeft ernaar om jongerensociale voorzieningen en het bestrijden zo snel mogelijk naar werk, en niet in eenvan dreigende personeelstekorten.’ uitkeringsafhankelijke situatie, te bren­ gen. Dat betekent preventief werken: deDe commissie stelt daarom het volgende brug naar werk moet al vanuit de schoolvoor: worden geslagen. Het overgrote deel1. De Werkscholen krijgen een resul­ van de jongeren onder het startkwalifica­ taatverplichting die inhoudt dat 80% tieniveau kan en wil werken. Maar deze van de jongeren naar werk wordt jongeren kunnen niet altijd zonder toegeleid: de Werkschool zorgt voor gerichte en op de persoon toegesneden een stageovereenkomst en/of leer­ steun op eigen kracht een arbeidsplek werkovereenkomst. Daarnaast is de veroveren. De bemiddeling naar werk toeleiding dusdanig dat de kans op moet zo vroeg mogelijk worden ingezet: duurzame plaatsing op de arbeids­ niet na het beëindigen van de school­ markt groot is. Dit is een significant periode maar tijdens. hoger rendement dan op dit moment met deze jongeren behaald wordt, Het perspectief is: namelijk vrijwel nihil. • Via een experimenteerfase van ten­2. De Werkscholen krijgen een efficien­ minste 5 Werkscholen in jaar 3 de cytarget van 20% voor het ontschot Werkschool uitrollen naar alle arbeids­ inzetten van middelen. marktregio’s: 30 Werkscholen. • Iedere leerling met werkcapaciteitenBekostigingssytematiek onder startkwalificatieniveau aanDe Werkschool moet leerlingen toelei­ de slag. Het aantal stage­ en leerwerk­den naar werk. De commissie vindt het plaatsen dat ter beschikking wordtdaarom belangrijk dat er een resultaat­ gesteld aan leerlingen onder start­verplichting is ingebouwd in de bekosti­ kwalificatieniveau sterk zal toenemen.ging. Tijdens de invoeringsstrategie • Daardoor steeds meer leerlingen die(zie 4.5) moet duidelijk worden hoe de op eigen kracht de stap naar werk nietbekostiging exact vormgegeven moet kunnen maken, werkervaring kunnenworden. De bekostiging zou mogelijk opdoen in de Werkschool.verdeeld kunnen worden over een aantal • Een sluitende aanpak voor alle jonge­belangrijke momenten in het Werk­ ren met arbeidscapaciteit kan wordenschool­traject, zoals bij aanvang van het gerealiseerd: of op eigen kracht ofstagewerktraject, bij aanvang van het via de Werkschool naar arbeid.leerwerktraject, bij het doorlopen van • Ook de leerlingen die geen perspec­de EVC­procedure en bij duurzame tief op werk hebben – en waarvoor deplaatsing. Werkschool dus ook geen oplossing biedt – op een effectievere manier helpen, doordat de groep helder is afgebakend en maatregelen dus gericht kunnen worden ingezet. 65
  • 63. • Een forse bezuiniging op publieke gekwalificeerd personeel voor nodig. middelen door ontschotting. De Werkschool zal dit personeel De efficiency van centrale en decen­ kunnen leveren; trale publieke middelen aanzienlijk • Biedt de overheid meer rendement zal toenemen, doordat zij in samen­ met minder middelen. Op dit hang kunnen worden ingezet. moment worden miljoenen, zo niet• De mogelijkheid de doelgroep van miljarden, geïnvesteerd in de jonge­ de Werkschool te verbreden naar ren voor wie de Werkschool bedoeld bijvoorbeeld gemeentelijke doel­ is. De opbrengsten zijn mager. groepen, zoals WIJ­jongeren. De Werkschool zal het rendement• Één werkgeversnetwerk waarin alle aanzienlijk verhogen. Allereerst kan lokale werkgeversnetwerken opgaan. de Werkschool budgettair neutraal Hierdoor één front­office voor het worden ingevoerd. Daarnaast is het bedrijfsleven. op basis van een voorzichtige inschat­• Hierdoor lagere overheadkosten ting mogelijk om door ontschotte scholen en betere resultaten. Scholen inzet van middelen in de domeinen kunnen zich concentreren op hun onderwijs, zorg, arbeidsmarkt en leerdoelen en schaalvoordelen kunnen sociale zekerheid een besparing op behalen bij hun arbeidsopleiding. te leveren van ten minste 20%.• Scholen als toeleverancier van de Het gaat om een directe besparing. Werkschool het onderwijs arbeids­ Op middellange en lange termijn marktgerichter gaan inrichten, zullen de besparingen groter zijn. waardoor het rendement van het Van de Werkschool zal een preven­ onderwijs toe zal nemen. tieve werking uitgaan: als deze jonge­• Een gestroomlijnde toeleiding ren werk hebben, scheelt dat enorm van scholen aan de Werkschool. in de kosten van uitkeringen en de inzet van gemeenten in het gevalDe commissie beveelt aan om op korte de jongeren geen aansluiting zoutermijn een experiment met minimaal hebben met de arbeidsmarkt.vijf Werkscholen te starten met als op­dracht: creëer zicht op werk voor leerlin­ 4.5.2 Invoeringgen die dat anders niet zouden hebbengehad. De commissie beveelt aan om de Werk­ school op korte termijn in te voeren.Invoering van de Werkschool: Uit alle gesprekken die de commissie• Biedt de jongere werk in plaats van heeft gevoerd, blijkt dat er bij zeer uit­ een uitkering. Om een beeld te geven: eenlopende partijen draagvlak is voor uiteindelijk stroomt meer dan 70% de Werkschool. Zo hebben diverse be­ van de leerlingen van vso cluster 3, drijven van uiteenlopende grootte zich ongeveer 35% van de leerlingen van aangemeld om te participeren, hebben vso cluster 4 en ongeveer 45% van de onderwijsinstellingen hun interesse al leerlingen van het praktijkonderwijs aangegeven en wil jeugdzorgaanbieder de Wajong in. De Werkschool zal deze de Heuvelrug als onderdeel van een pilot uitstroom naar de uitkering signifi­ tot een snelle invoering komen van de cant verminderen; Werkschool. Vanuit een tijdelijks status• Biedt de werkgever een gekwalifi­ aparte wordt het door hen mogelijk ceerde werknemer. Het bedrijfsleven geacht om jongeren op zeer korte ter­ kampt met moeilijk vervulbare mijn uit de doelgroep van de gesloten vacatures. Mede door de vergrijzing jeugdzorg effectief toe te leiden naar ontstaat er aan de onderkant van de werk. Het urgentiebesef is groot. Partijen arbeidsmarkt werk. Daar is wel zijn zich er van bewust dat het tijd is om 66
  • 64. met nieuwe en betere arrangementen te in vijf arbeidsmarktregio’s. Elke Werk­komen. Nederland verkeert in een econo­ school begint met 150 tot 250 jongeren.mische crisis, de overheid heeft mindermiddelen. De jongeren die in aanmer­ De begroting ziet er grafisch als volgt uit:king komen voor de Werkschool lijken > zie schema 8 op pagina 69nu al tussen wal en schip te vallen. 4. De Werkschool: uitwerkingZonder interventie van de overheid zal Dit experiment duurt twee jaar. Hethun situatie verslechteren. Terwijl de experiment zal zo ingericht worden datarbeidsmarkt deze jongeren goed kan de Werkschool kan functioneren, zoalsgebruiken. De Werkschool is daarom besproken, zonder te hoeven wachten opeen optimistisch verhaal. De commissie benodigde wetswijzigingen.komt in dit advies met een voorstelwaardoor middelen op een buitenge­ De kosten zijn als volgt:woon efficiënte en effectieve manier 1. Eenmalige invoeringskosten. Dezeworden ingezet. De Werkschool levert kosten zijn gekoppeld aan de uitrolzowel (financieel­)economisch als van 10 Werkscholen en de Werkmaat­maatschappelijk rendement op. schappij. Dat gebeurt in de eerste 3 maanden van jaar 1. De invoerings­Gelet op de urgentie van het vraagstuk kosten bedragen 3 miljoen euro.stelt de commissie voor direct te begin­ In de uitrol zal onder andere perso­nen en niet te wachten op langlopende neel worden geworven, de organisatiewetswijzigingen. De commissie veron­ worden ingericht, huisvesting wor­derstelt dat invoering van de Werkschool den gezocht, de ict­infrastructuurtot nieuwe en betere verbindingen leidt worden uitgerold, kwaliteitsstan­tussen onderwijs en arbeidsmarkt voor daard worden ontworpen, ontwikke­de beschreven groep jongeren. De uitein­ len cliëntvolgsysteem, productendelijke doelstelling van de Werkschool is Werkscholen worden ontwikkeld ennatuurlijk om voor alle leerlingen zonder de Werkscholen en Werkmaatschap­startkwalificatie die extra steun nodig pij operationeel worden gemaakthebben de brug naar werk te zijn. (netwerk werkgevers, onderwijs enMaar vanzelfsprekend staat of valt de partners Werkscholen opbouwen).Werkschool met de mogelijkheden 2. Organisatiekosten. Dit zijn de goingvan de werkgevers om hun stage­ en concern­kosten van de Werkscholenleerwerkplekken ter beschikking aan en de Werkmaatschappij onafhanke­de Werkschool te stellen. Het aantal lijk van de variabele kosten. De orga­van deze plekken is bepalend voor de nisatiekosten bedragen 8 miljoenopnamecapaciteit van de Werkschool. euro voor 5 Werkscholen en deDe Werkschool is vraaggericht; niet Werkmaatschappij. Het gaat hiervanuit keuze maar vanuit noodzaak! per Werkschool om een directeur,Zolang het contingent stage­ en leer­ een secretariaat, een medewerkerwerkplekken niet groot genoeg is om alle voor communicatie, financiën, facili­in aanmerking komende leerlingen van taire zaken en een beperkt aantalde scholen te bedienen, moet er een jobcoaches om het benodigde net­selectie plaatsvinden van de Werkschool. werk op te kunnen bouwen. Het gaatVoor de invoering is de opbouw van een hier om ongeveer 10 fte per Werk­werkgeversnetwerk daarom van cruciaal school en 5 fte voor de Werkmaat­belang. De vraag van de arbeidsmarkt schappij.bepaalt het volume van de instroom. De ontschotte inzet van de variabeleDaarom stelt de commissie een invoe­ kosten zal tot een kostenbesparing vanringsstrategie voor, waarbij gestart tenminste 20% leiden. De organisatie­wordt met minimaal vijf Werkscholen kosten zullen bij de invoering van 67
  • 65. 30 Werkscholen ongeveer gelijk blijven, • Vervolgens zal de Werkschool totongeacht de toename van het aantal werk en daarmee minder uitkeringenleerlingen. De organisatiekosten kunnen leiden. Dit is een forse besparing.budgettair neutraal doorgevoerd worden. In de volgende tabel wordt de herschik­De commissie stelt voor dat bij de invoe­ king van middelen duidelijk:ring de exacte begroting van de Werk­ > zie tabel op pagina 70school wordt ontwikkeld. Wel heeft decommissie een voorzichtige inschatting De commissie pleit voor een snelle in­gemaakt van de kosten, waarbij rekening voering van de Werkschool. Dat betekentis gehouden dat het budget tot stand dat werkendeweg duidelijk moet wordenmoet komen door een herschikking wat er in de regelgeving aangepast moetvan middelen, waardoor de Werkschool worden. Tijdens de loop van het experi­budgettair neutraal kan worden ment zal duidelijk worden welke wets­ingevoerd: wijzigingen nodig zijn voor het goed en• De Werkschool neemt de bekostiging structureel invoeren van de Werkschool over van het toeleverend onderwijs in 30 arbeidsmarktregio’s. Daarnaast en ontvangt hiervoor een flat fee. zal de inrichting van de bekostiging en De flat fee komt overeen met de een reëel uitvalpercentage vastgesteld. gemiddelde bekostiging voor de Tenslotte zal tijdens het experiment gemiddelde Werkschoolleerling. moeten blijken wat de definitieve positi­ De Werkschoolleerling zal vooral onering van de Werkschool wordt. afkomstig zijn uit vso en pro (zie De commissie pleit nadrukkelijk voor tabel ‘uitstroom onderwijs per jaar’ een onafhankelijke positie van Werk­ in paragraaf 2.2). Gelet op de bekosti­ school en Werkmaatschappij. Immers: ging van deze onderwijsvormen zou • Als het eigenaarschap van de Werk­ de flat fee gesteld kunnen worden school bij de scholen berust zal de op € 15.000,­ per leerling per jaar. verleiding groot zijn om in te hoog• De Werkschool voorziet leerling en tempo het aanbod voor de Werkschool werkgever van een jobcoach, daar te vergroten. Dat is funest. Werk is waar in de huidige situatie het UWV leidend en moet beschikbaar zijn leerling en werkgever van een job­ • Als het eigenaarschap van de Werk­ coach voorziet. Gelet op de kosten school bij gemeenten berust zal de die het UWV voor een jobcoach voor verleiding groot zijn om de Werk­ één leerling maakt, is grofweg een school te verbreden naar kwetsbare bijdrage van € 7.500,­ per leerling per groepen waar de gemeenten verant­ jaar vanuit de SZW­begroting reëel. woordelijk voor zijn. In eerste instan­• Daarnaast zet de Werkschool overige tie zullen WIJ­jongeren in aanmer­ middelen voor leerling en werkgever king komen, vervolgens mogelijk in die op dit moment ingezet zouden Wajongers, WWB’ers en WSW’ers. worden voor (jeugd)zorg, reïntegra­ Op termijn is deze verbreding denk­ tie, begeleiding, vervoer et cetera. baar. Ook hier geldt dat het succes Het gaat om alle voorzieningen die van de Werkschool primair afhanke­ nodig zijn voor om de leerling in staat lijk is van de vraag van het bedrijfs­ te stellen regulier werk te verrichten leven en de werkgever hiervoor voldoende De kracht van de Werkschool is om ondersteuning te bieden. publieke en private belangen te vereni­• Dit totaal van middelen zet de Werk­ gen. Dat kan alleen door een onafhanke­ school ontschot in. Hierdoor is direct lijke positie te hebben in dit krachten­ een besparing van ten minste 20% veld en op een effectieve manier met op deze middelen mogelijk. deze spanning om te gaan. 68
  • 66. Formatie Exploitatie schema 8 - Directeur - Huisvestiging - Secretariaat - Telefonie/automatisering - Facilitaire ondersteuning - Website/PR - Financiën - Kantoorkosten - Communicatie - Cliënt Volg Systeem - Repportage/monitoring - Lesmateriaal - Accountants en advieskosten Organisatiekosten = 5fte - Ontwikkelkosten Werkmaatschappij - Kosten/onvoorzien + 5 Werkscholen Invoerings- €8m per jaar Formatie Exploitatie - Directeur - Huisvestiging kosten - Secretariaat - Telefonie/automatisering - Werkschoolcoach - Kantoorkosten €3m eenmalig - Facilitaire ondersteuning - Kosten/onvoorzien - Financiën - Repportage/monitoring = 11fte Begroting invoering Werkmaatschappij en 5 Werkscholen Ontschotte inzet middelen (zoals onderwijs, zorg, begeleiding, ondersteuning) voor leerlingen werkgever Variabele kosten Ondersteuning vanuit werkschool door: - Werkschoolcoach69 - Regelaar (voor ontschotte inzet middelen)
  • 67. Herschikking middelen bij invoering Werkschool Was Wordt Uitstroom naar Cluster 3: circa 70% Werkschooltraject met toeleiding naar Wajong Cluster 4: circa 35% werk Pro: 45% Onderwijs Conform onderwijsbe­ Maximaal laatste 3 jaar Werkschool in de kostiging plaats van onderwijs conform flat fee gelijk aan gemiddelde bekostiging Werkschool­ leerling, indien leerling in toeleverend onderwijs zou blijven Wajongvoorzie­ Vooral ingezet als Inzet voorzieningen op Werkschool om ningen voor jongere reeds Wajonger instroom Wajong te voorkomen jongere en werk­ is gever Tegemoetkoming – € 3.000,­ voor Stagewerkdeel per leerling begeleiding per jaar praktijkopleider € 4.000,­ voor werkleerdeel per leerling per jaar WVA – + Ontschotte ove­ Gefragmenteerde inzet Ontschotte inzet middelen door Werk­ rige inzet midde­ middelen, indicatiestel­ school met 20% efficiencytarget len ling, bureaucratie. Onder andere: leerlin­ genvervoer, Wajong, AWBZ, Zorgverzeke­ ringwet, WMO, re­ integratiebudget gemeenten, Participa­ tiebudget gemeenten, jeugdzorg, schuldhulp­ verlening.Tijdens de invoeringsstrategie zal ver­ modellen te verkennen met dekend worden wat de raakvlakken en REA Colleges. Dat doet niet alleenoverlap is met bestaande voorzieningen. recht aan de continuïteit van deTe denken valt in ieder geval aan: vigerende dienstverlening. Het zet de• Arbeid Training Centra (ATC’s). blik ook vooruit naar een passende• REA College Nederland. Op verzoek financieringsstructuur voor de toe­ van het ministerie van SZW doen wij komst. een uitspraak over de relatie Werk­ school/REA College Nederland. Bij gebleken succes zal de Werkschool na In overleg met REA College Neder­ evaluatie in het derde jaar in alle arbeids­ land stellen wij voor dat het REA marktregio’s worden ingevoerd. College Nederland en de Werkschool tijdens de invoering naast elkaar bestaan. Tijdens de experimenteer­ fase van 2 jaar zal regionaal ervaring worden opgedaan om verschillende organisatie­ en financierings­ 70
  • 68. 4.6. sen perspectief te geven opConclusie werk en inkomen, het draag­ vlak te versterken onder onze sociale voorzieningen en hetDe commissie concludeert het volgende: bestrijden van dreigende personeelstekorten.’; 4. De Werkschool: uitwerking1. De Werkschool vult een lacune op IV ‘overige middelen voor re­ voor een bepaalde groep jongeren die integratie worden alleen nog de aansluiting met de arbeidsmarkt selectief ingezet voor kwets­ missen en tegelijkertijd met goede bare groepen op de arbeids­ begeleiding wel in staat zouden zijn markt.’ om regulier werk te verrichten en duurzaam economisch zelfstandig 4. De commissie constateert dat er een te worden. De Werkschool biedt een woud aan tijdelijke voorzieningen, antwoord dat het onderwijs en de experimenten, subsidies en projecten markt niet kunnen bieden. is op de route van school naar werk. Niemand heeft het overzicht en voor2. De Werkschool kan budgettair neu­ zover er overzicht is, is het te com­ traal worden ingevoerd en zowel plex geregeld, is de schaal te klein en direct (door ontschotte inzet van sluit het niet op elkaar aan, of is er middelen) als indirect (Werkschool onbewust overlap. Te denken valt leidt naar werk en voorkomt uitke­ bijvoorbeeld aan de subsidieregeling ringsafhankelijkheid) besparingen stage job­coach, plaatsingssubsidie zal opleveren. UWV voor pro en vso, plusvoorzie­ ningen, reboundvoorzieningen,3. De commissie geeft als volgt invul­ campussen, etc. De commissie advi­ ling aan het regeerakkoord: seert het kabinet om een schouw te a. De passage uit het regeerakkoord houden, omdat de commissie veron­ ‘mbo­1 wordt betrokken bij de derstelt dat onderwijs, leerling en ontwikkeling van Werkscholen’ werkgever baat zouden hebben bij wordt opgevolgd door de commis­ een overzichtelijk en efficiënt land­ sie doordat mbo1, inclusief AKA, schap. in dit advies één van de toeleve­ ranciers van de Werkschool is. 5. Scholen zullen ook jongeren in de b. De Werkschool is een concrete geleding hebben voor wie de over­ invulling van de passages uit gang naar de arbeidsmarkt op korte het regeerakkoord: termijn niet tot de mogelijkheden I ‘de basis op orde, de lat behoort. Voor deze groep is de Werk­ omhoog’; school dus ook geen alternatief. II ‘er zijn betere vakmensen nodig Het ontslaat de maatschappij en de voor de 21e eeuw. Waar moge­ scholen niet van de verplichting ook lijk wordt de oriëntatie voor deze groep een verantwoorde­ in het onderwijs op onder­ lijkheid te nemen in de vorm van nemerschap en arbeidsmarkt toeleiding naar een beschermde versterkt door samenwerking werkomgeving of het aanbieden van met het bedrijfsleven.’; op individuele maat gesneden trajec­ III ‘het kabinet kiest voor maat­ ten en projecten. Regulier werk – regelen die eraan bijdragen dat ook met inzet van het huidige instru­ iedereen zo veel mogelijk naar mentarium – is voor deze groep vermogen participeert in de jongeren (nog) geen optie. samenleving. Doel is om men­ Vanwege de andere doelgroep van 71
  • 69. leerlingen en de andere afnemers is lijk mogelijk dat de scholen uit pro het niet wenselijk deze groepen in de en vso het werkgeversnetwerk delen Werkschool met elkaar te vermengen. met de Werkschool en omgekeerd. Dat zou uiteindelijk ten koste gaan Het is zelfs denkbaar dat de Werk­ van het volume aan stage­ en leer­ school dan voor de werkgevers uitein­ werkplaatsen. De commissie consta­ delijk de frontoffice is voor al deze teert dat er voor deze jongeren nog leerlingen. De leerlingen die niet de geen passend antwoord bestaat en Werkschool nodig hebben blijven dan adviseert daarom het kabinet dit gewoon in pro en vso. nader te onderzoeken. Vervolgens stelt de commissie dat het6. De commissie constateert dat er wenselijk is dat over de volle breedte onvoldoende zicht is op de route die van het onderwijs meer en eerder jongeren afleggen van school naar aandacht besteed moet worden aan werk. Het is daarmee onduidelijk wat de arbeidsmarkt. Voor de Werkschool het rendement is van het onderwijs. is ook een goede toeleiding vanuit De commissie constateert ook dat de mbo1/AKA, pro en vso nodig. Elemen­ onderwijsbekostiging in algemene ten die daarvoor van belang zijn: zin scholen onvoldoende prikkelt ontwikkelassessment, meerjaren­ om deze aansluiting te realiseren. plan, portfolio­opbouw, beroepenori­ De verantwoordelijkheid van de entatie, werken aan arbeidsidentiteit. school houdt niet op bij het afsluiten Hierbij kan de pedagogische visie van het onderwijstraject met een van de Werkschool als vertrekpunt diploma. De commissie beveelt het genomen worden. kabinet daarom aan om de onderwijs­ bekostiging deels afhankelijk te 8. De commissie benadrukt dat invoe­ maken van arbeidsmarktperspectief ring van de Werkschool een organi­ van jongeren. Daarnaast beveelt de sche benadering vergt. In de inter­ commissie het kabinet aan om de actie tussen bedrijfsleven, onderwijs informatiehuishouding zodanig in en overheid via de Werkschool zal een te richten dat zichtbaar wordt of de stevig werkgeversnetwerk ontstaan leerling uitstroomt naar de arbeids­ dat in staat is steeds meer aanbod markt, naar een uitkeringssituatie, vanuit de eigen behoefte te absorbe­ of anderszins. ren. Dit betekent dat onderwijs en overheid zich er bewust van moeten7. Het Werkschoolconcept is bedoeld zijn dat bedrijfseconomische afwe­ voor leerlingen die in het onderwijs gingen van de markt het vertrekpunt onder startkwalificatieniveau zitten vormen en dat de overheid deze en zonder Werkschool niet de aan­ werking van de vrije markt niet in de sluiting vinden met de arbeidsmarkt hand heeft en kan hebben. Het gaat De commissie heeft overwegen om de hier om het opbouwen van goodwill Werkschool ook open te stellen voor en vertrouwen. Indien deze route álle leerlingen uit praktijkonderwijs wordt bewandeld, ziet de commissie en vso met een arbeidsprofiel. Daar­ voor de jongeren die nu aan de kant voor heeft de commissie niet geko­ staan een veel rooskleuriger perspec­ zen. De leerlingen uit pro en vso tief. die nu doorstromen naar een hoger onderwijsniveau of de aansluiting met de arbeidsmarkt realiseren, hebben niet het maatwerk nodig dat de Werkschool biedt. Wel is natuur­ 72
  • 70. Bijlagen
  • 71. Bijlage 1Instellingsbesluit 74
  • 72. 75
  • 73. 76
  • 74. 77
  • 75. Bijlage 2SamenstellingcommissieDe heer drs. J.A. Kamps – voorzitterKroonlid SER, voorzitter MOgroep Jeugdzorg, voorzitter ABUDe heer P. BoekhoudDirecteur/bestuurder Rotterdams OffensiefMevrouw H.T. Damhof mmeVoorzitter College van Bestuur Openbaar Onderwijs Zwolle en regioDe heer drs. J.T. van Heerikhuizedirecteur Accent praktijkonderwijs, Meerwegen scholengroepDe heer R. SlagmolenSecretaris Sociale Zaken VNO-NCW- Nederland MKBDe heer drs. M.T. Crump – secretarisPrincipal adviseur B&A Groep 78
  • 76. Bijlage 3Overzicht van BijlagengeconsulteerdepartijenDe commissie heeft de volgende partijen geconsulteerd:• Avenier (jeugdzorgaanbieder): J.W.M. Bedeaux• Cedris: mw. H. Heinsbroek• Colo: W.F.F. Seignette, G. Veneboer• FNV Vakcentrale/FNV Bouw/Aob: mw. I. Coenen, H. de Boer, A. Steenhorst (zie bijlage 7 voor advies)• Kingmaschool (vso): C. Blij• Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs: H. van den Brand (zie bijlage 7 voor advies)• De Meerlanden Bedrijfsafval: G.J. de Jong• MBO raad: J.P.C.M. van Zijl• REA College Nederland: F. Wichers, mw. H. Veltman, B. Kersten (zie bijlage 7 voor advies)• UWV: mw. T. Lips, E. Voerman• VO­raad: S. Slagter• VNG: mw. Ir. A. van Dam, wethouder onderwijs en sociale zaken gemeente Alkmaar (namens de VNG)• WEC­Raad: F. SteendamDe commissie dankt de volgende partijen voor het inbrengen van hun kennis:• Mw. J.W.A. Verlaan/mw. Y. Koster­Dreese msc/mw. B. van Lierop, CrossOver• M.J.M. van Os, Vakcollege• M. Ris/M. Beemsterboer, Regiocollege• Mw. P. Donkerbroek, School voor Maatwerk• E.C. Roetering, LCR SUWI• J. van Nieuwkerk, mbo2010• F. Meijers, lector pedagogiek van de beroepsvorming aan de Haagsche Hogeschool• C.P. Beeke, onderwijzer ROC A12• K. van Uitert, RWI• W. van Oosten, Kingmaschool• E.R. Hallink, Edunova• Mw. K. Monnink, VO­raad• A. Paling, M.A. Harms, UWV• L. van Heumen, DJI De Heuvelrug• Mw. J. Christiaans, Esloo Praktijkonderwijs 79
  • 77. Bijlage 4Literatuuropgave• Actis advies, 9 december 2009. De uitstroom van leerlingen uit het praktijkonderwijs in het schooljaar 2008-2009.• Bureau Arbeidsmarktmeester, Inclusieve econonomie.• Colo/UWV Werkbedrijf, mei 2009. Convenant 2009-2013.• Colo/WEC­raad, maart 2010. Bruggen bouwen tussen speciaal onderwijs, de kenniscentra en de arbeidsmarkt.• Colo/WEC­raad, 2010. Brochure Voor iedereen een plek op de arbeidsmarkt.• Commissie Taskforce Zeeland, maart 2010. Adviesrapport Kerend Tij.• Commissie Arbeidsparticipatie, 2008. Naar een toekomst die werkt.• CrossOver, 2009. Botsboek.• CrossOver, juni 2010. De ondersteuning geregeld. Vraag en aanbod in de ondersteuning van jongeren naar werk.• CrossOver, augustus 2010. Een schets van het buitenland. Een oriëntatie gericht op de situatie van jongeren met een beperking in school en werk in een aantal landen in Europa.• CrossOver, 2010. Past het onderwijs?• CrossOver, juni 2009. Wat vinden bedrijven? Een peiling onder HRM’ers en P&O’ers over het in dienst nemen van een Wajongere.• CPB­document, no. 156, F.W. Suijker, ISBN 978­90­5833­343­8. Verdubbeling van de instroom in de Wajong: oorzaken en beleidsopties.• Detmar & De Vries, 2009. Beroepspraktijkvorming in het MBO, ervaringen van leerbedrijven, 2009.• Dijk12, april 2009. Beroepspraktijkvorming in het MBO. Ervaringen van leerbedrijven.• ECBO, juli 2010. Leren kiezen/kiezen leren.• IVA Beleidsonderzoek en advies, maart 2008. De uitstroom van leerlingen uit het praktijkonderwijs in het schooljaar 2006-2007.• IVA Beleidsonderzoek en advies, december 2008. De uitstroom van leerlingen uit het praktijkonderwijs in het schooljaar 2008.• IVA Beleidsonderzoek en advies, 2010. Klaar voor het werk?• Kenniscentrum CrossOver, 2010. Past het onderwijs?• KPC Groep, 2007. Branchegerichte cursussen voor leerling-werknemer in opleiding.• Kingmaschool, 2010. De toekomst van het voortgezet speciaal onderwijs.• Kingamaschool, Werken aan de de Werkschool.• Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs, jaarverslag 2009.• Ministerie van OCW, 2009. Kerncijfers 2005-2009.• Ministerie van OCW, 2010. Trends in beeld.• MKB Nederland/MOgroep Jeugdzorg, 2008. ‘Focus op een zelfstandige toekomst.’• NIBUD, 2009. Scholierenonderzoek 2008-2009. 80
  • 78. Bijlagen• NIBUD, april 2008. Financieel gedrag van jongeren. Achtergronden en invloeden.• OECD, 2010. Education at a Glance.• Regioplan, 2009. De wajong’er als werknemer.• Regioplan, 2009. Ervaringen van werkgevers met wajongers.• Rijnland Advies, 2008. Doorstroommogelijkheden voor AKA­leerlingen• ROC Midden­Nederland, ML/Versie JV/DGO­02­01. ML-Beroepsopleiding. Normaal waar mogelijk, speciaal waar nodig.• RWI, 2010. Arbeidsmarktanalyse 2010.• SCP, juni 2010. Minder werk voor laagopgeleiden? Ontwikkeling in baanbezit en baankwaliteit 1992-2008.• SER, juni 2007, publicatienr. 24 augustus 2007. Meedoen zonder beperkingen.• SER, juli 2009, publicatienr. 7, 18 december 2009. De winst van maatwerk. Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn.• SEO, Amsterdam, juni 2010. Kosten en resultaten van re-integratie.• UWV kenniscentrum, 1­10­2007. De groei van de Wajonginstroom. Een onderzoeksrapport in het kader van dossieronderzoek Wajong 2007.• Verwey­Jonker Instituut, 2010. Wajongers op de werkvloer.• Vilans/TNO, 2009. Wajongers en werkgevers: over omvang en omgang.• WEC­Raad, 2010. Brochure Herstart, rebound of op de rails? 81
  • 79. Bijlage 5Infographicvoorzieningen-landschapbron: ministerie OCW School Werk Stage Thuis 82
  • 80. Onderwijs • •WIA/ Plaatsings- OCW Ge Wajong subsidie me e V nt Zvw • • UW • Vervoer e WIA WMO OCW r Hulpmiddelen nte -geve Zorgver. Gemee W emer/ OC W UW Zorginst. • SZ V AWBZ Financiële tegemoetkoming Werkn AG UWV • UWV Wajong UWV UWV •jobcoach Wajong • WMO Jongere • ente Wij Gemee Geme nte Begeleiding OCW • UWV Wet op Jeugdzorg • Be de jeugdzorg/ Stufi/Wtos la • st jeugd lvgividuele Be • in g Re-integratie bed Werkgever lategratie r. st EVC di eenkomst en in gd trajecten 1 st ie ns t Belastingdienst Be • st • la Wet tegemoetkoming en st Jonggehandicapten- i chronisch zieken di korting ng Werkgever en gehandicapten d i ng ie UWV UWV st ns AG t la SZ Be W UWV • Be • la • Wet vermindering st Proefplaatsing Jonggehandicapten- afdracht in V gd korting UW ie ns
  • 81. Bijlage 6Ingebrachteschriftelijke adviezen 84
  • 82. 85
  • 83. 86
  • 84. 87
  • 85. 88
  • 86. 89
  • 87. 90
  • 88. 91
  • 89. 92
  • 90. 93
  • 91. 94
  • 92. colofonVoor vragenMaarten Crumpsecretaris Commissie Werkscholenm.crump@bagroep.nlHet rapport is te vinden ophttp://www.rijksoverheid.nl/documenten­en­publicaties/rapportenConcept, ontwerp en productieVormVijfDrukPantheon DrukkersPapierRevive pure natural offset (recycled fsc)binnenwerk 70 gramsomslag 250 grams
  • 93. Zicht op werkDe werkschool als werkend perspectief Advies Commissie Werkscholen