• Like
Vallende sterren 3.5
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Vallende sterren 3.5

  • 209 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
209
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1.  
  • 2. geheime gevoelens en een geslaagde première hoofdstuk 3
  • 3. Deel 5
  • 4.
    • “ Meneer de Laathe,” Begint rechercheur Morris het gesprek, als Nico plaats heeft genomen aan het bureau. “Waarom hebt u mij de vorige keer niet verteld dat het huwelijk tussen u en mevrouw van Hoeck slecht was?”
  • 5.
    • “ Ik weet niet wat dat ermee te maken heeft.” Antwoordt Nico nuchter. “Nou, uw ex-vrouw is om het leven gebracht, dus neemt u maar van mij aan dat alles wat er in haar leven omging er iets mee te maken heeft.”
  • 6.
    • “ Het was inderdaad geen goed huwelijk. Maria hield er affaires op na en ik verpandde mijn hart aan Iris.” “En dat was de reden dat u wilde scheiden?” “Niet alleen omdat ik verliefd was geworden op mijn huidige vrouw. Maria bedroog mij, meerdere malen en ik was het beu.”
  • 7.
    • Rechercheur Morris knikt begrijpend. “Maar mevrouw van Hoeck weigerde mee te werken, nietwaar?” “Dat klopt. Ze hield van het geld dat ik verdiende en dat wilde ze absoluut niet kwijtraken.”
  • 8.
    • “ U heeft er een hoge prijs voor moeten betalen, om van haar af te komen, nietwaar?” “Ik heb liever niet dat u dat zo zegt. Ik wilde gewoon een eerlijke scheiding en ja, daar heb ik flink voor moeten betalen.”
  • 9.
    • “ Dus echt eerlijk is het dan niet gelopen, toch?” Nico zucht. “Waar wilt u heen, rechercheur?” “Uw ex-vrouw bedreigt uw huidige vrouw dat ze een ‘geheim’ zal onthullen. Een geheim dat haar carrière misschien wel verpest of zelfs ten gronde richt.
  • 10.
    • U bent nog steeds kwaad op uw ex-vrouw, omdat ze er met een hoop geld van u vandoor is gegaan. U wilt uw vrouw beschermen voor haar veiligheid, maar ook uit eigen belang. U kunt het niet aan dat de ster die uw vader ontdekte haar carrière verliest, want dan zult u een hoop geld verliezen.
  • 11.
    • Daarom bent u achter mevrouw van Hoeck aangegaan en hebt u haar vermoord.” Nico’s mond valt open. “U denkt dat ík haar heb vermoord?!” “Vertelt u het mij.” “Wat is dit voor een belachelijke vertoning! Ik heb Maria niets aangedaan!”
  • 12.
    • “ Waar was u dan rond het tijdstip van de moord?” Nico denkt na. “Ik was voor extra beveiliging aan het zorgen. Die mannen kunnen dat bevestigen.” Rechercheur Morris knikt. “Goed. Ik zal het natrekken. U kunt gaan.”
  • 13.
    • “ Ik hoop dat u al wat vordert met het onderzoek.” Zegt Nora, als ze het kantoor van Iris betreedt. “Het gaat de goede kant uit ja.” Beaamt rechercheur Morris. Nora neemt plaats op de stoel. “Mooi.”
  • 14.
    • “ Goed, mevrouw Grootendaehl. Is u in de tussentijd nog wat te binnengeschoten betreft het feest?” Nora fronst haar wenkbrauwen. “Niet echt.” Antwoordt ze. “Zoals ik u de vorige keer al zei heb ik die avond iets te veel gedronken.”
  • 15.
    • “ Uit gezelligheid? Uit woede? Uit angst?” “Wat bedoelt u?” Vraagt Nora niet begrijpend. “Ik kan u moeilijk doorgronden, mevrouw Grootendaehl. U blijft voor mij een vraagteken. Waarom dronk u die avond zoveel?”
  • 16.
    • “ Omdat ik het naar mijn zin had, misschien?” “Tja,” Rechercheur Morris kijkt in zijn map. “Mensen met te veel drank op kunnen rare dingen doen.” Nora trekt haar linkerwenkbrauw omhoog. “Waar wilt u heen?” Vraagt ze voorzichtig.
  • 17.
    • “ Kom nou, mevrouw Grootendaehl, u begrijpt mij toch wel?” Nora zucht. Hier heeft ze geen zin in. Ze heeft vannacht slecht geslapen en het verlangen naar Thom is enorm. Haar maag trekt zich samen. Ze mist hem vreselijk.
  • 18.
    • “ Mevrouw Grootendaehl?” Nora kijkt op. “Rechercheur Morris, ik heb Maria niets gedaan. Waarom zou ik? Ik kende haar niet.” “Dat kan allemaal wel zo zijn. Maar u heeft geen alibi.” “Hoezo geen alibi? Ik was op dat feest!”
  • 19.
    • “ In het begin ja, maar naderhand bent u door niemand meer gezien.” “Vraag het aan mijn verloofde, aan meneer de Ruijter, mijn moeder, desnoods! Zij zullen mij vast gezien en gesproken hebben.”
  • 20.
    • “ Prima.” Verzucht rechercheur Morris. “U kunt gaan.” Nora staat op en verlaat de ruimte. Stephan neemt haar plaats in aan het bureau. “Gaat het wel, meneer de Cock?” Vraagt Rechercheur Morris als hij Stephan’s sneeuwwitte gezicht ziet.
  • 21.
    • “ O ja, uhm… Ik heb het gisteravond misschien iets te gezellig gehad.” Rechercheur Morris lacht, niet wetend dat Stephan zijn verdriet gisteravond weggedronken heeft. Hij heeft zich de hele avond afgevraagd wat er toch met Nora aan de hand is.
  • 22.
    • Ze reageerde niet op zijn smsjes en ook nu, op deze zonnige zondagochtend, heeft ze nog niets tegen hem gezegd. Zal ze nog steeds boos zijn omdat hij haar ten onrechte beschuldigt heeft? Of zit haar iets anders dwars, hetgeen haar al dwars zit sinds vrijdagavond?
  • 23.
    • “ Meneer de Cock, weet u waar uw verloofde was tijdens het tijdstip van de moord?” Stephan kijkt op. “Op dat moment niet. Ik was namelijk naar haar op zoek.” “En hebt u haar die avond nog gevonden?” Vraagt de rechercheur.
  • 24.
    • “ Een tijdje daarna. Ik weet niet precies hoeveel tijd daar tussen zat. Ze zei dat ze bij het zwembad had gezeten.” “U heeft haar dus lopen zoeken. Waarom?” Stephan schokschoudert. “Gewoon. Ze was ineens verdwenen en ik wilde weten waar ze was, wat ze aan het doen was.”
  • 25.
    • “ Een moord aan het plegen, misschien?” Stephan kijkt de rechercheur geschokt aan. “Natuurlijk niet! Waarom zou Nora Maria vermoorden? Dat slaat nergens op.” “En in de tussentijd, dat u haar aan het zoeken was? Bent u toen nog mevrouw van Hoeck tegen het lijf gelopen?”
  • 26.
    • “ Nee,” Zegt Stephan doodnormaal. “Ze is door de beveiliging meegenomen. Ik heb haar niet meer gezien.” “Omstanders vonden dat u zoekend rondliep. Dat was dus vanwege uw verloofde?”
  • 27.
    • “ Ja.” Antwoordt Stephan resoluut. “Goed. Dit was alles, meneer de Cock.”
    • “ Bent u verbaasd als ik zeg dat mevrouw Grootendaehl, Nora, bedoel ik dan, zich niets meer van de avond herinnert?” “Nee, dat verbaast mij niets.” Antwoordt Thom.
  • 28.
    • “ Ze had aardig wat champagne gedronken.” “Wat is precies uw relatie met mevrouw Grootendaehl? Waarom ontfermt u zich zo over haar?” “Ze is de dochter van mijn werkgeefster. Ik ken haar al een aantal jaar en we zijn goede vrienden.”
  • 29.
    • Het is moeilijk om op dit moment zo over Nora te praten. Gisteravond was er even de hoop dat ze definitief voor hem koos en toen… toen liet zij hem weer keihard vallen. Het doet ontzettend veel zeer, want ja, hij houdt van haar en die liefde zal niet zomaar verdwijnen.
  • 30.
    • “ Meneer de Ruijter, weet u iets over dat ‘geheim’ wat mevrouw van Hoeck bedoelde? Weet u, als de persoonlijke assistent van mevrouw Grootendaehl, misschien meer daarover?” “Nee, voor zover ik weet heeft mevrouw Grootendaehl geen geheimen, voor niemand.”
  • 31.
    • “ Bent u daar zeker van?” “Dat durf ik niet te zeggen, maar ik ben wel trouw en ik blijf trouw aan mevrouw Grootendaehl. Ze is mijn werkgeefster.” “Blijft u haar ook trouw als u daarmee uzelf in de problemen brengt?”
  • 32.
    • Daar moet Thom even over nadenken, dan zegt hij: “Ja, ook dan.” Rechercheur Morris lacht. “U bent vast goed in uw werk.” Thom haalt zijn schouders op. “Ik doe wat ik kan.”
    • Ook na het gesprek met Lotte is rechercheur Morris niet veel wijzer geworden.
  • 33.
    • Mevrouw Grootendaehl blijft zijn hoofdverdachte, maar doorslaggevende bewijzen zijn er niet. Hij heeft ook zijn twijfels bij meneer de Laathe, maar als het klopt wat hij zegt, dan heeft hij een ijzersterk alibi.
  • 34.
    • Rechercheur Morris klapt zijn map dicht en schuift ietwat onderuit. Iedereen verbergt iets, maar wat? Had hij het moordwapen maar, dan was hij zo een stuk verder. Het schiet niet op. Als hij nu een spel aan het spelen was stond hij op het punt te verliezen…
  • 35.