• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Bijlages Bij Rapport Perspectief Natuurlijke Keringen Final
 

Bijlages Bij Rapport Perspectief Natuurlijke Keringen Final

on

  • 1,152 views

Examples of applications in the Netherlands. Assessment of feasibility of Building with Nature solutions for 2nd Deltaprogramma

Examples of applications in the Netherlands. Assessment of feasibility of Building with Nature solutions for 2nd Deltaprogramma

Statistics

Views

Total Views
1,152
Views on SlideShare
1,148
Embed Views
4

Actions

Likes
0
Downloads
17
Comments
0

2 Embeds 4

http://www.docshut.com 3
http://www.slashdocs.com 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Bijlages Bij Rapport Perspectief Natuurlijke Keringen Final Bijlages Bij Rapport Perspectief Natuurlijke Keringen Final Document Transcript

    • Bijlage I. Overzichtskaarten met toelichtingLigging van de voorbeeldenOp kaart 1 zijn de voorbeelden, die in bijlagen II, III en IV zijn beschreven, aangegeven. Bijelk voorbeeld wordt een globale beoordeling gegeven op de aspecten veiligheid, kosten ennatuur en recreatie. Kaart 1: Ligging van de voorbeelden en globale beoordelingVeiligheid: Feitelijk wordt beoordeeld op de formele toetsbaarheid van de kering.Vanzelfsprekend moeten alle ontwerpen ook bescherming bieden bij hoogwater. Bij eengangbare kering is goed uit te rekenen welke bescherming deze kering biedt. Bij veelnatuurlijke keringen gaat het om innovatieve oplossingen, waarvoor een formeeltoetsprotocol (nog) ontbreekt. Wel formeel toetsbaar zijn oplossingen die volledig uit duinbestaan. Moeilijker te toetsen zijn hybride constructies. Dit neemt niet weg dat met eenrobuust ontwerp onzekerheden aangaande het functioneren als kering kunnen wordenweggenomen. Mocht een ontwerp (nog) niet goed toetsbaar zijn dan scoort deze eenonvoldoende.
    • Kosten: Hier wordt aangegeven of een natuurlijke kering goedkoper of duurder is. Somszijn de kosten niet bekend en kan niet worden aangegeven welke oplossing het minste kost.Niet overal is een natuurlijke kering goedkoper. Daar waar sprake is van een dure, zwaredijkversterking is het werken met een grondlichaam al gauw goedkoper. Ook waar eenbeperkte, maar dure dijkversterking nodig is, is een voorland vaak goedkoper. De kostenvan een natuurlijke kering kennen een grote bandbreedte, afhankelijk van ontwerp, plaatsen vooral de kosten van zand en grond. Alleen maatwerk kan aangeven of een natuurlijkekering goedkoper is.Natuur en recreatie: Dit scoort overal goed. Vrijwel altijd leidt een natuurlijke kering totmeerwaarde voor natuur. Voor het IJsselmeergebied bestaat de meerwaarde uit nieuwenatuur en vaak ook uit een bijdrage aan de waterkwaliteit van het aanliggendewatersysteem. In het rivierengebied is er een duidelijke relatie met landschapsherstel.Mogelijkheden voor recreatie zijn altijd aanwezig, maar het grootste langs het IJsselmeer.Langs (zandige) kusten gaat het vooral om stimuleren van meer natuurlijke duinvorming enbredere stranden. Langs estuaria en in het Waddengebied kan sprake zijn van negatieveeffecten op bestaande natuurwaarden Alle habitats zijn in deze gebieden aangewezen onderde habitatrichtlijn. De aanleg van kwelders op het beschermde habitat permanentoverstroomde zandbanken en ophogen van bestaande kwelder leidt tot negatieve effecten.Inzetbaarheid en langere termijnOp kaart 2 zijn de mogelijkheden voor toepassing van natuurlijke keringen geschetst insituaties met een tekort aan kruinhoogte. Vrijwel overal is een natuurlijk alternatiefmogelijk. Niet overal is dit de meest kosteneffectieve oplossing. Wel wordt vaak bijgedragenaan natuur en recreatie en kan de natuurlijke kering tegen minder kosten op termijn ookweer worden aangepast. Problemen met stabiliteit, piping en te lichte bekleding zijn lokaleproblemen en zijn niet in beschouwing genomen en in kaart gebracht.
    • Kaart 2: Toepasbaarheid op langere termijnHet tekort aan kruinhoogte kan op het niveau van watersystemen of dijkringen (ingeval vannormaanpassing en klimaatverandering) worden aangegeven. Er is onderscheid gemaaktnaar de volgende situaties:Markermeer: hier wordt voor het watersysteem een stijging van mogelijk 20 cm verwachtvanwege de wens tot natuurlijk peilbeheer. De oude zeedijken langs het Markermeer zijnhiervoor nog hoog genoeg. Een oeverdijk vormt voor instabiele dijken een structureleoplossing, die gefaseerd kan worden aangelegd. Deze oplossing kan tot 30% goedkoper zijndan een gangbare dijkversterking.Men discuteert over een verhoging van de veiligheidsnorm voor de dijkring die Almerebeschermt. Een hogere norm vraagt ca 15 tot 20 cm extra kruinhoogte. Voor deMarkermeerdijken van Flevoland kan een toename van de kruinhoogte metgolfreducerend voorland worden voorkomen. Een gefaseerde aanleg is mogelijk maar leidttot extra besparingen in vergelijking met het meermaals versterken van de bestaande dijk.Een voorland is goedkoper als de aanleg kan worden afgestemd met decompensatieverplichting van stedelijke ontwikkelingen.Het is onduidelijk of bij een geringe peilstijging leidt tot een extra veiligheidsopgave voor deHoutribdijk. Naar verwachting kan hier een golfremmend voorland een structureleoplossing bieden. Vanwege de grote scheefstand bij storm is een hoog gelegen voorlandnodig. De combinatie met een oermoeras leidt tot een forse besparing.
    • IJsselmeer: hier wordt op termijn een stijging van 30-60 cm tot zelfs 1,0 meter verwacht. Deoude zeedijken aan de Friese kust kunnen een halve tot zelfs een meter peilstijgingwaarschijnlijk nog aan, zonder dat (vanwege onvoldoende kruinhoogte) aanpassingennodig zijn. Voor deze oude zeedijken spelen vaak problemen met piping en instabiliteit.Deze problemen kunnen opgelost met een oeverdijk of met een hoog voorland.Voor de IJsselmeerdijken van Flevoland (m.n . Noordoostpolder en Zuidelijk Flevoland)wordt de vereiste extra kruinhoogte vooral bepaalt door golfoploop. Hier kan een voorlandof vooroeverdam voor peilstijgingen tot 1 meter nog een oplossing bieden. Plaatselijk is eenvoorland of vooroeverdam waarschijnlijk een goedkopere oplossing.De vereiste peilstijging voor het IJsselmeer is moeilijk te voorspellen. Natuurlijke keringenkunnen tegen beperkte kosten verder worden verhoogd, wat vanwege de onzekerepeilstijging een groot voordeel biedt. Dit voordeel is er niet voor de dijken om hetKetelmeer en het Zwarte Water. De bijdrage van golven aan de vereiste kruinhoogte is hierklein en de rol van een golfremmend voorland is daarom beperkt. Bij grotere peilstijgingenkan een voorland verder worden omgebouwd tot oeverdijk. Er ontstaat zo een soortklimaatdijk, die breder en robuuster is dan de bestaande dijken. Een dergelijke ombouwheeft grote gevolgen voor natuur en landschap, maar biedt het ook kansen voor hetmeekoppelen van functies.Waddenzeekust: hier wordt een geleidelijke stijging van de zeespiegel verwacht. Er kan eenonderscheid worden gemaakt naar vier situaties: dijkvakken met golfremmende kwelders,met kwelders, met ondiep water en met dieper water voor de dijk. Voor enkele dijkvakkenlangs de Friese en Groningse kust hebben bestaande kwelders geleidt tot een aangepaste,iets lagere kruinhoogte. Kwelders groeien met de zee en het toetspeil mee en de matewaarin zij een golf remmen blijft hetzelfde. Dijken groeien niet mee met de zee. Als men dekruinhoogte van een dijk met kwelders niet wil verhogen, is een grotere remming van degolven nodig dan door een natuurlijke kwelder kan worden geleverd. Bij een verderestijging van de zee is het ophogen van delen van de kwelder of een combinatie met eenbufferduin, of de ombouw tot een oeverdijk type nodig.Op dijkvakken zonder kwelders maar met lage toetspeilen kan de aanleg van een kweldereen verdere verhoging van de dijk uitstellen. De aanleg is goed mogelijk waar sprake is vanondiep water.Voor de Afsluitdijk geldt dat een combinatie van kwelders en een kweldernok eentechnische en structurele oplossing biedt. Vanwege de natuurwetgeving is deze oplossingop dit moment niet goed mogelijk. De oplossing is op deze plaats, zonder verdereoptimalisatie, niet kosteneffectiever dan een gangbare oplossing. Wel biedt zij tegen geringekosten de mogelijkheid voor verdere aanpassingen, iets wat met een gangbare dijk nietmogelijk is.
    • Zeeuwse Delta: de stijging van de zeespiegel kan worden opgevangen door te werken metduinen, bredere stranden en (hogere) zandplaten. In de zwakke schakels voor ZeeuwschVlaanderen zijn natuurlijke alternatieven getest voor hogere zeeniveaus en zwaarderestormcondities. Hieruit blijkt dat de inzet van duinen meestal een structurele lange termijnoplossing biedt. Uitzondering zijn plaatsen waar dicht voor de kust een getijdengeul isgelegen, die bij een verdere zeewaartse versterking van de kust tot veel onderhoud leidt.Een zachte oplossing met duinen en strand blijkt op meerdere plaatsen 25-30% goedkoperdan een versterking van de bestaande dijk.Langs de Oosterschelde zijn vanwege de stormvloedkering de toetspeilenverhoudingsgewijs laag. De schorren en platen hebben hier wel een duidelijkegolfreducerende functie. Studies geven aan dat suppletie van de platen voor ongeveer dehelft van de dijken een kosteneffectievere oplossing biedt dan het herstellen en versterkenvan de bekleding.Benedenrivieren Rijnmond: in dit gebied moet rekening worden gehouden met de toenamein rivierafvoer, zeespiegelstijging en mogelijk ook met een langere stormduur. Eenzeespiegelstijging werkt voor ongeveer 70% door in dit gebied. Een toename van destormduur van 29 uur naar 40 uur leidt tot een 25 cm hoger MHW. Voor het Haringvliet-Hollands Diep kan een combinatie van deze factoren leiden tot een toename van het MHWvan meer dan 0,7 tot 1,15 meter op lange termijn. De bijdrage van golfoploop in de vereistekruinhoogte is ongeveer 1,5 tot 2,0 meter. Hiervan is 0,5 meter waakhoogte. De gorzengroeien niet (meer) mee, zoals de schorren dat doen. Op enige termijn zijn de gorzen alsvoorland op veel plaatsen mogelijk niet meer afdoende, en zijn verdere aanpassingen nodig.Een en ander hangt daarbij ook sterk af van de vraag of in het benedenrivierengebiedvertrouwd mag worden op bomen voor het afzwakken van golven. Dit wordt nog naderonderzocht (zie ook voorbeeld golfremmend griend Noordwaard).Benedenrivierengebied IJsseldelta: De bijdrage van de golfoploop is hier vanwege debeschutte ligging beperkt. Wel moet rekening worden gehouden met hogere rivierafvoerenen een stijging van het IJsselmeerpeil. De rol van golfremmend voorland is hierwaarschijnlijk beperkt.
    • Morfologisch sturen op lange termijn veiligheidOp kaart 3 zijn enkele voorbeelden opgenomen hoe gestuurd kan worden op veiligheid metbehulp van zand- en grondstromen en rekening houdend met morfologische processen. Kaart 3. Voorbeelden voor morfologisch sturen van voorland, duin- en kweldervorming en MHW op langere termijnIn de Zeeuwse Delta gaat het om de inzet van:Kleinere zandmotoren; o.a. Nieuwvliet-Groede en als pilot voor op hoogte houden van platenin de Oosterschelde.Zandlopers; het door morfologisch storten en suppleren uit de kust houden vangetijdengeulen en naar de kust halen van zandplaten (voorbeeld Banjaard). De mogelijkheidvan een zandmotor is niet verder verkend.Nautisch baggeren en binnen de morfologische cel terugstorten; dit wordt nu al enkele jarengedaan in de Westerschelde. Deze vorm van terugstorten leidt tot verdere aangroei vanplaten en waarschijnlijk ook van schorren op termijn. Zo wordt indirect ook bijgedragenaan de veiligheid.
    • Langs de Hollandse kust gaat het om de inzet van:Zandmotor Eurogeul; het gaat hierbij om het binnen de actieve zone terugstorten van zanddat vrij komt door het baggeren van de Eurogeul. Dit zand wordt op dit moment voor Hoekvan Holland, maar buiten de actieve zone, gestort. Het zand kan daarmee geen bijdrageleveren aan het kustonderhoud of zelfs de natuurlijke uitgroei van de kust. Het gaat daarbijom hoeveelheden vergelijkbaar met die voor de zandmotor Delfland (zie hierna).Zandmotor Delfland; dit is een pilot met een megasuppletie die in 2011 in uitvoering wordtgebracht. Op termijn voedt deze zandmotor een groot deel van het kustvak tussen Hoek vanHolland en Den Haag met zand.Zandmotor Egmond; dit is een kust met een onderhoudsopgave. Er wordt nagedacht over demogelijkheid om hier een zandmotor voor in te zetten.Zandmotor Hondsbossche-Pettemer Zeewering; voor deze zwakke schakel is gekozen vooreen zeewaarts zandige oplossing die leidt tot aanvullend kustonderhoud. Door aanvullendesuppleties komt meer zand in beweging naar het noorden en worden de noordelijke duinenvan zand voorzien.Voor de Wadden gaat het om:Zandmotor Den Helder; het zand dat uit de haven van Den Helder wordt gebaggerd wordt inhet marsdiep gestort. Door dit zand dichter bij de kust in de actieve zone te plaatsen kanmeer zand beschikbaar komen voor de aangroei van platen in dit gebied.Opbouw kwelder met baggermateriaal uit de Eems-Dollard.In het Markermeer kan gebruik worden gemaakt van:Bagger uit vaargeulen, waarmee een voorland geleidelijk aan kan worden opgebouwd.Holocene grond die vrijkomt bij baggeren van ophoogzand, al dan niet als natuur-compensatie project, moet getimed worden of er moet met een gronddepot wordengewerkt.Voor het IJsselmeer kan het gaan om:Gebruik van bagger uit vaargeulen, waarmee een geleidelijke opbouw van voorlandmogelijk is, al dan niet via gebruik van kleinere zandmotoren.Voor het Rivierengebied gaat het om:Benutten van grond die vrijkomt bij Ruimte voor de Rivierprojecten en die kan wordeningezet voor het opbouwen van voorland.Zandwinning/baggeren in de benedenrivieren mede inzetten voor het plaatselijke verlagenvan MHW.
    • Bijlage II. Voorbeelden IJsselmeergebied Factsheet Vooroeverdam Wieringermeer Factsheet Oeverdijk Hoorn-Amsterdam Factsheet Vooroever Oostvaardersdijk Factsheet Groeiend voorland Friesland Factsheet Lange termijn peilen IJsselmeerFactsheet Vooroeverdam Wieringermeer Figuur 1. Project locatie Vooroeverdam Wieringermeer. Bron: Google maps
    • Feitelijke beschrijvingVeiligheidsopgaveDe Wieringermeerdijk kent momenteel een tweetal problemen: Te weinig reststerkte door gebrek aan keileem Onvoldoende klei-grasbekleding boven steenbekledingDeze problemen doen zich niet op alle dijkstukken voor. Van de 18,8 km dijk is slechts 3,05km voldoende sterk. De huidige overschrijdingsnorm is 1:4000.Aangezien alleen de bekleding van het buitentalud is afgekeurd, is er geen noodzaak tot hetverhogen of verbreden van de bestaande dijk.OntwerpspecificatiesGangbare versterkingOmdat de dijk is afgekeurd op de bekleding van het buitentalud, bestaat de gangbareoplossing uit het versterken of vervangen van de bestaande bekleding. In deMaatschappelijk Kosten Baten Analyse (MKBA) wordt dit ook als referentie-alternatiefgekozen aangezien dit ook de goedkoopste oplossing is.Het materiaal voor de bekleding kan bestaan uit betonzuilen, asfalt en breuksteen. Eentweede alternatief zou zijn om de stortsteenberm te verhogen. Ook dit alternatief kan alseen gangbare versterking worden aangemerkt.Natuurlijke keringEen derde alternatief is de aanleg van een vooroeverdam op ongeveer 100 meter uit dekust. Door deze dam zal de belasting op de huidige dijk verminderen. De kruinhoogte vandeze dam zal NAP +1 meter bedragen.WerkingDe vooroeverdam zal het effect van de golven op de huidige dijk verminderen. Daardoor zalde bestaande bekleding van de huidige dijk niet vervangen hoeven te worden.
    • Beoordeling en vergelijking Aspect Gangbare Vooroeverdam Opmerkingen versterking Kosten aanleg en onderhoud Kosten aanleg Hoge kosten factor 2-4 duurder Kosten beheer en groter of Asfaltbekleding erg onderhoud kleiner duur, beton en breuksteen goedkoop. De vooroeverdam zit er tussenin Totaal kosten groter Asfalt en breuksteen relatief goedkoop. Vooroeverdam is 3,5x duurder dan asfalt Over 50 jaar berekend Veiligheid Robuustheid gelijk gelijk Toetsbaarheid gelijk gelijk Controle/toezicht Schadevermindering Faseerbaarheid gelijk gelijk Natuur, recreatie en landschap Betekenis voor gelijk of groter, maar Er is wel sprake van natuur minder minimaal tijdelijke negatieve effecten tijdens de werkzaamheden Mogelijkheden kleiner Aanleg recreatie vooroeverdam wordt negatief beoordeeld voor de visserij Landschap gelijk of kleiner minder Tabel 1. Beoordeling en vergelijking gangbare versterking en een vooroeverdam
    • KostenHet aanleggen van de vooroeverdam is ongeveer 4 keer zo duur als bekleding met asfalt ofbreuksteen. Ten opzichten van de kosten van het bekleden van de dijk met betonzuilen enhet ophogen van de stortsteenbermen is de aanleg van een vooroeverdam ongeveer 2 keerzo duur.Als men de onderhoudskosten over de gehele planperiode van 50 jaar zou beschouwen,hebben de varianten bekleding met betonzuilen of met breuksteen en de variant verhogenvan de stortsteenberm de laagste kosten. De vooroeverdam is ongeveer 2 keer zo duur.Bekledingen met asfalt is ongeveer 3 keer zo duur als de variant met betonzuilen ofbreuksteen. De kosten voor onderhoud en beheer zijn echter veel kleiner dan deaanlegkosten (zie tabel 2).Alle kosten meegenomen is de variant bekleding met asfalt het goedkoopste. Het aanleggenvan een vooroeverdam is 4 keer zo duur. Variant Aanlegkosten Onderhoudskosten Totaal (M €) (M €) (M €) Bekleding 31 0,2 31,2 betonzuilen Bekleding asfalt 16 0,6 16,6 Bekleding breuksteen 18 0,2 18,2 Verhogen 31 0,2 31,2 stortsteenberm aanleg vooroeverdam 73 0,4 73,4 Tabel 2. Overzicht kosten voor realisatie en onderhoudskosten van de verschillende varianten. De prijzen zijn in miljoen euro’s.RobuustheidVoor alle alternatieven is voorzien in een robuust ontwerp, mede door het toepassen vanontwerprandvoorwaarden en robuustheidstoeslag. Dit moet er voor zorgen dat voor dekomende 50 jaar er geen ingrijpende en kostbare aanpassingen noodzakelijk zijn om eenveilige dijk te houden.FaseerbaarheidOm toekomstige verhoging van maatgevend hoogwater en maatgevende golfhoogtes tekunnen weerstaan, zal de dijk opnieuw verstevigd, verhoogd en wellicht ook verbreedmoeten worden. Binnendijks is genoeg ruimte aanwezig om een dergelijke dijkversterkingmogelijk te maken. Van alle alternatieven kan men dus zeggen dat ze goed uitbreidbaar zijnen dus ook goed faseerbaar, mocht een toekomstige dijkversterking nodig zijn.Beheer en onderhoudDe kosten voor de vooroeverdam (en stortsteenberm) zullen vooral de kosten zijn diegemaakt moeten worden voor het bijstorten van de stenen. Deze kosten worden twee keerzo hoog ingeschat voor de vooroeverdam, aangezien de stenen daar over water aangevoerdmoeten worden. Ook aan de bekleding van asfalt moet eens in de 12 jaar reparatieuitgevoerd worden. De bekleding van breuksteen heeft eens in de 10 jaar onderhoud nodig.
    • Natuurlijke Habitats, relatie met natuurwetgevingDe Wieringermeerdijk beschermt het achterland tegen hoog water van het IJsselmeer. Hethele IJsselmeergebied is aangemerkt als Natura2000-gebied. Er liggen in de directeomgeving geen habitats met een instandhoudingsdoelstelling.Qua soorten met een instandhoudingsdoelstelling betreft het op één na allemaal vogels. Deandere soort waarvoor een instandhoudingsdoelstelling geldt is de rivierdonderpad.De Wieringermeerdijk is ook aangewezen als deel van de Ecologische Hoofdstructuur.Verder zijn er nog verspreide natuurgebiedjes gelegen tegen de dijk. Er zijn diverse soortenaanwezig die worden beschermd door de Flora- en Faunawet.De aanleg van de vooroeverdam zal tijdelijk voor negatieve effecten zorgen. Desondanks zalde aanleg van de vooroever wel positief uitvallen voor de natuur. De aanleg van devooroeverdam zal mogelijkheden bieden voor het uitbreiden van het areaal habitattype“meer met krabbenscheer en fonteinkruiden”. De dam zelf kan als rustplaats voor vogelsdienen.Deze effecten zijn weliswaar positief, maar zijn naar verwachting minimaal. Zeker als menook in beschouwing neemt dat het maar een zeer klein areaal betreft ten opzichte van hetareaal van het IJsselmeergebied.Mogelijke vormen van medegebruikDoor aanleg van een vooroeverdam zal de visserij beperkt worden. Op dit onderdeel scoortde vooroeverdam dan ook negatief.BelemmeringenDe volgende (categorieën van) belemmeringen kunnen worden genoemd:KostenDe kosten voor de aanleg van een vooroeverdam zijn erg hoog (4 keer zo hoog als anderealternatieven). Dit komt omdat er veel materiaal aangevoerd moet worden.Natuur wet- en regelgevingEr zullen over het algemeen weinig problemen optreden in relatie tot wet- en regelgeving.Wel moet er rekening worden gehouden met het feit dat de aantallen vogels in dewinterperiode het grootst zijn op het IJsselmeer.Beheer en OnderhoudQua onderhoud spelen de hoge kosten van het aanvoeren van stortsteen over water eengrote rol. Ook al zijn de onderhoudskosten van alle varianten marginaal, mede met de hogekosten voor aanleg, lijkt dit een probleem bij een positieve waardering.DiscussieDe aanleg en het onderhoud van een vooroeverdam nemen extra kosten met zich mee. Dezekosten zijn alleen gerechtvaardigd als daar ook aanvullende maatschappelijke batentegenover staan. De toegenomen natuurwaarde zal echter gering zijn en staat zeker niet inverhouding tot de kosten. Ook op andere vlakken levert het alternatief met eenvooroeverdam geen meerwaarde op.
    • Factsheet OeverdijkFeitelijke beschrijvingGrote delen van de primaire waterkering tussen Hoorn en Amsterdam voldoen momenteelniet aan de wettelijke norm. De dijkvakken die niet voldoen aan de norm zijn opgenomen inhet door de Tweede Kamer vastgestelde Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).Voor het grootste deel van het dijktraject Hoorn-Amsterdam hebben we te maken hebbenmet een relatief zettinggevoelige ondergrond, intensieve bewoning en grondgebruik langsen op de dijk, infrastructuur, natuurgebieden grenzend aan de dijk en kritische bewoners.In de ontwerpen die voor de te versterken dijk zijn gemaakt leidt de zettinggevoeligeondergrond tot brede steunbermen en forse dijklichamen met een aanzienlijk ruimtebeslag.Bij aanleg van brede steunbermen worden natuur- en landschapswaarden aan de landzijdevan de dijk aangetast. Binnendijks liggen veel natuur en weidevogelgebieden die onderdeelzijn van de Ecologische Hoofdstructuur. Een groot deel van het gebied tussen Hoorn enAmsterdam maakt deel uit van het nationaal Landschap Laag Holland. De primairewaterkering tussen Hoorn en Amsterdam is een provinciaal monument. Ook kunnengebouwen die dicht bij of op de dijk staan een rijks-, provinciaal- of gemeentelijk monumentzijn. Enkele oude Zuiderzeedorpen zijn mogelijk beschermd Dorps- en Stadsgezicht.Door de hierboven genoemde waarden en belangen is inpassing van brede steunbermencomplex, dient er rekening gehouden te worden met hogere kosten en met extracompensatie van LNC-waarden (LNC= landschap, natuur en cultuurhistorie).Aan de binnenzijde van de waterkering liggen wegen, fiets(wandel)paden, kabels enleidingen. Bij aanleg van steunbermen is het opnieuw aanleggen van infrastructuur en hetverleggen van kabels en leidingen duur.Samenvattend resulteert dit in een complexe uitwerking van dijkversterkingplannen, eenlangdurige uitvoeringstijd (na 2015 gereed), hoge realisatiekosten en mogelijk ookproblemen voor de toekomstige uitbreidbaarheid.Om bovenstaande problemen het hoofd te bieden, zijn er verkennende studies gedaan naarde mogelijkheid van een voorliggende waterkering met een vormgeving die mogelijkhedenbiedt voor een versterking van de natuurwaarden, de zogenaamde oeverdijk.Het oeverdijk-alternatief bestaat in essentie uit een halfhoge brede zanddijk die in hetMarkermeer tegen de bestaande dijk wordt aangebracht. De oeverdijk is daarmee eengeheel buitendijkse oplossing die wezenlijk anders is dan de alternatieven die al in delopende MER-studies voor de trajecten Hoorn-Edam en Edam-Amsterdam zijn/wordenonderzocht.Het gaat om een brede ‘zachte’ waterkering die de waterkerende functie van debestaande achterliggende dijk overneemt. Een ‘zachte’ waterkering wil zeggen dat het gaatom een dijk(lichaam) die niet (grotendeels) bekleed is met stenen, maar met bijvoorbeeldklei, zand of een bepaalde begroeiing.Eind 2010 is door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) het besluitgenomen dat een zogenaamde oeverdijk als mogelijke vorm van de versterking van deMarkermeerdijk tussen Amsterdam en Hoorn alsnog in beschouwing wordt genomen.
    • Deze oeverdijkvariant dient nog MER-waardig te worden gemaakt, om in het najaar van2011 tot een goede onderbouwing en afweging van het VKA te kunnen komen.De oeverdijk biedt een oplossing voor problemen met zowel de hoogte als de stabiliteit vande bestaande kering. Dit betekent dat er binnendijks veel minder maatregelen nodig zijn.Tevens kan de oeverdijk vanaf het water worden aangelegd, wat de overlast voor deomgeving aanzienlijk kan beperken.In het najaar van 2011 heeft Haskoning samen met Deltares een haalbaarheidstudie gedaannaar de oeverdijk1. Hierbij is gezocht naar een ecologisch vriendelijk aangepast ontwerpvan de oorspronkelijk in zand gedachte variant.In genoemde haalbaarheidsstudie zijn 3 varianten beschouwd, zie figuur 1. Variant E is hetproduct van meerdere synergie workshops, zoals uitgevoerd door Deltares.Deze varianten zullen binnenkort nader moeten worden uitgewerkt, en dit kan leiden totmeer en betere varianten, die en veilig en robuust zijn, maar ook ecologische meerwaardehebben. Dit zal per tracé worden beschouwd. Figuur 1a, de zandige evenwichtsvariant van de oeverdijk bij afwezigheid van voorland. Figuur 1b, zandige variant van de oeverdijk bij hoog gelegen voorland.1 Dijkversterking Markermeerkust Hoorn-Amsterdam, Oeverdijk als extra alternatief?, Royal Haskoning, 20 december 2010, 9W2206.
    • Figuur 1c, de vormvaste brede, begroeide oeverdijkvariant (grasland en rietland) met vooroeververdediging (zanddrempel met erosiebescherming).Beoordeling op kosten en batenIn het najaar van 2010 is in het kader van de genoemde haalbaarheidsstudie een afwegingvan de bovengenoemde oeverdijk typen N, D en E ten opzichte van de conventionelevoorkeursvariant (VKA) gemaakt, en wel per tracé.De volgende aspecten zijn beschouwd: 1. Waterveiligheid 2. Ecologische meerwaarde 3. Landschap en draagvlak 4. Aanleg-kosten 5. Beheer en Onderhoud 6. VertragingBij deze afweging is er onderscheid gemaakt tussen 3 scenario’s m.b.t. bestuurlijke keuze, teweten:Scenario1: veiligheid op conventionele wijzeScenario 2: Veiligheid vanuit kosteneffectiviteitScenario 3: Veiligheid op integrale en veerkrachtige wijzeHieronder volgt per aspect een korte beschrijving van de stand van zaken.WaterveiligheidWat betreft de Waterveiligheid waren er voor het N-type van de oeverdijk door Alkyon(Arcadis) al verkennende berekeningen met Duros-plus en Durosta uitgevoerd, waarbij ookgekeken is naar de gewenste ligging van de oeverdijk t.o.v. de bestaande waterkering.Deltares heeft ten behoeve van de haalbaarheidsstudie een second opinion op dezeberekeningen uitgevoerd. Het concept van een op evenwichtsprofiel aangelegde bredezanddijk wordt als veilig gezien, echter dit moet wel met gedegen modelberekeningenverder worden onderbouwd. Deze aanvullende berekeningen zijn in het najaar/winter van2011 gepland.Bij de dimensionering moet rekening gehouden worden met onzekerheden t.a.v. de matevan zetting, erosie (ook in langsrichting), en onzekerheden in de hydraulische
    • randvoorwaarden, golfoploop en modelonzekerheden. Voor het D- en E-type van deoeverdijk zijn nog geen model berekeningen uitgevoerd.Ecologische meerwaardeDe locatie voor aanleg van de Oeverdijk valt binnen het Natura 2000 gebiedMarkermeer/IJmeer. Dat betekent dat behalve met de Flora- en faunawet tevens rekeningmoet worden gehouden met de instandhoudingsdoelen van de in dat kader in dit gebiedaangewezen soorten en habitats. Afhankelijk van de verwachte effecten dient een voortoets,een verslechterings- en verstoringstoets en/of een passende beoordeling wordenuitgevoerd.Naar verwachting (op basis van berekeningen en expert beoordelingen in het kader van hetadvies van Haskoning) zullen zeer beperkte effecten optreden m.b.t. de doelen voorDriehoeksmossel en Rivierdonderpad. Deze effecten zijn echter naar verwachting nietsignificant, zodat een passende beoordeling, afhankelijk van het oordeel van de Provincie,niet noodzakelijk zou hoeven zijn.Bestaand buitendijks land langs het Markermeer is niet meebegrensd (valt buiten) hetNatura 2000 gebied, maar een deel valt wel onder de EHS. Als hier effecten niet uitgeslotenlijken, dient een toets volgens de "Spelregels EHS" te worden uitgevoerd, eveneens terbeoordeling van de Provincie. Hiervoor is nog geen inschatting gemaakt (evenmin als voorde FF-wet; de "natuurtoets").Als het project MER-plichtig is, komt de informatie die voor het MER nodig is overeen metde passende beoordeling en de natuurtoets.Oeverdijk type E wordt voor de meeste tracés als ecologisch waardevol gezien, echter deexacte dimensies en materiaalkeuze bij het ontwerp liggen nog niet vast. Door de aanleg vantype E ontstaan goede kansen voor locale oevergebonden natuurwaarden (NoordseWoelmuis, Waterspitsmuis en Ringslang). De kansen zijn vooral aanwezig op secties in denabijheid van de EHS. Anderzijds zijn er kansen voor een meer geleidelijke land-waterovergang met paaigebieden voor vis uit het open water (nat grasland met tijdelijkeinundaties, open water tussen riet). Hierdoor draagt type E bij aan realisatie van de TBES-sporen land-water overgang en verbinding binnendijksbuitendijks en aan versterking vande ruimtelijke diversiteit van het Markermeer-IJmeer.Oeverdijk type N en D zijn ecologisch minder aantrekkelijk en soms zelfs ongewenst, maarvoor enkele tracés is er potentie t.a.v. recreatief medegebruik.Landschap en draagvlakHet onderzoek naar de ‘ruimtelijke kwaliteitsdijk’ beschrijft de rijke historie van dewaterkering tussen Hoorn en Amsterdam. Uit dit onderzoek blijkt tevens dat in het(recente) verleden op grote schaal voorlanden aanwezig waren. Een oeverdijk vormtdaarom geen gebiedsvreemd element in het landschap. Door de aanleg van eenoeverdijk kunnen vele LNC-waarden op en rond de bestaande dijk worden behouden ofzelfs versterkt. Een en ander is wel afhankelijk van een passende inrichting, waarbijrekening wordt gehouden met verschillende gebruiksfuncties (kades, havens,mondingen van waterlopen e.d.) en versnippering moet worden voorkomen. Direct voorde oude dorps- en stadskernen wordt de aanleg van een oeverdijk vanuitcultuurhistorisch oogpunt onwenselijk geacht. In de nabije omgeving van woonkernen
    • kan de oeverdijk ook worden ingericht als recreatiestrand. In een meer landelijkeomgeving is een ecologische inrichting passender.Er is in het kader van deze studie echter geen onderzoek gedaan naar de beleving vande oeverdijk-concepten ten opzichte van een conventionele dijkversterking. Indien allegrond voor de oeverdijk vanaf het water kan worden aangevoerd, is de maatschappelijkeverstoring door de dijkverbetering bij deze variant beperkt, en veelal minder dan bij eenconventionele dijkverbetering. In verband met het ontbreken van een omgevingsonderzoekonder direct belanghebbenden is het lastig om in deze fase een objectief beeld te krijgen vanvoor- en tegenstanders.Aanleg-KostenDe kosten voor de aanleg van een oeverdijk worden voor een belangrijk deel bepaalddoor het benodigde grondverzet (winning, transport en plaatsing). De hoeveelheidbenodigd materiaal is naast het type oeverdijk sterk afhankelijk van de zetting van deondergrond. Voor een aanleg van een oeverdijk van zand (type N en D) is een bandbreedte(optimistisch tot reëel) aangehouden die de huidige marktwerking reflecteert. Deberekende investeringskosten voor de oeverdijk vallen voor de meeste secties een stuklager uit dan bij een uitvoering volgens het VoorKeursAlternatief (VKA). Hierbij moetworden opgemerkt dat geen rekening is gehouden met een afdracht aan Domeinen (deverschillen worden dan een stuk kleiner). Aanleg van een oeverdijk op het voorland (typeD) vormt in alle gevallen de meest voordelige variant. De aanlegkosten van een oeverdijkvolgens een ecologisch geoptimaliseerd ontwerp (type E) zijn niet doorgerekend. Dezevariant verschilt qua kosten van de andere typen door het gebruik van klei (slib) en hetaanbrengen van een oeververdediging. De grondverzetkosten van dit materiaal worden nogsterker bepaald door de marktwerking. Vanuit verschillende andere projecten wordt grondaangeboden tegen zeer wisselende marktprijzen. Indien veel tijd beschikbaar is kangerekend worden met marginale aanvoerkosten en resteren alleen kosten voor afwerking.Gecombineerd met de kosten voor oeverbescherming (matten en (hergebruikte) stortsteen)is vooralsnog uitgegaan van vergelijkbare kosten met die van een oeverdijk volgens type N.Bij een keus voor scenario 2 (overal meest kosteneffectieve en haalbaar geachte oplossing)liggen de kosten ruim 30% lager dan bij een VKA op alle secties. Bij scenario 3 (oeverdijkmet medegebruik door anderefuncties op plaatsen waar dit haalbaar wordt geacht) ligt dit percentage ruim 20% lager danbij een VKA op alle secties.Beheer en onderhoudIn het algemeen zal het beheer en onderhoud in het geval van een oeverdijk een stuk groterzijn dan bij een versterking op conventionele wijze. De huidige waterkering blijft immersbestaan en dient ook in de toekomst een bepaalde vorm van beheer en onderhoud vragen.De onderhoud- en beheerseisen van de bestaande waterkering kunnen wel wordenversoepeld omdat de oeverdijk in dat geval de waterkerende functie overneemt: van eenpreventieve aanpak op basis van waterveiligheidseisen kan worden overgegaan naar eencuratieve vorm van onderhoud bij gebleken instabiliteit. De oeverdijk is een veeldynamischere structuur dan een conventionele dijk en dient dan ook intensief gemonitoordte worden. Dit is met name het geval ten aanzien van zettingen, erosie en gebruik, hetgeeneen behoorlijke weerslag zal hebben op de beheersorganisatie en de jaarlijkse kosten. Dezeimpact zal in het geval van een oeverdijk op het voorland (type D) overigens veel geringerzijn dan bij de andere varianten. In verband met erosie door langsstroming en
    • dientengevolge hoog oplopende onderhoudskosten wordt een onbeschermde oeverdijk(type N) in de secties rond en direct ten noorden van Edam weinig kansrijk geacht.Oeverdijk type E heeft een andere wijze van onderhoud nodig dan type N en D. Het gebruikvan begroeiing en een vooroeververdediging kunnen de erosie verminderen, wat voordelenkan hebben voor het onderhoud.VertragingEinde 2011 moet er een MER-waardige uitwerking liggen van de diverse typen oeverdijken.Er wordt door Arcadis samen met Deltares gewerkt aan een plan van aanpak wat hier in kanvoorzien. In 2012 zouden schaalproeven kunnen worden uitgevoerd, mits men verder wilmet de oeverdijk. Er is afgezien van pilots op de korte termijn, op langere termijn zijn dezenog steeds waardevol. Er zal op korte termijn vooral geleerd moeten worden van albestaande situaties (voorlanden, vooroevers).Samenvatting m.b.t. beoordeling op kosten en batenDe volgende samenvattende tabellen zijn ontleend aan de haalbaarheidstudie (Haskoning2010). Er is hier een vergelijking gemaakt van de oeverdijk typen N, D en E t.o.v. hetvoorkeursalternatief (per tracé). Tabel 1a Vergelijking van de oeverdijk typen N, D en E t.o.v. het voorkeursalternatief (per sectie uit tracé Hoorn-Edam)
    • Tabel 1b Vergelijking van de oeverdijk typen N, D en E t.o.v. het voorkeursalternatief (per sectie uit tracé Edam-Amsterdam)Belemmeringen en mitigerende maatregelenDe volgende belemmeringen zouden voor een kansrijke toepassing moeten wordenweggenomen: 1. ontbreken van ontwerp- en toetsmethode 2. ecologische risico’s: realisatie natuur (succes?, tijdspad), inpassing, wettelijke kader) 3. onzekerheid t.a.v. wijze van onderhoud (ervaring?, kosten) 4. onzekerheid t.a.v. bruikbaarheid en herkomst bouwmateriaal (zand/klei, kosten) 5. onzekerheid qua grondprijzen (herkomst en tijdspad zijn bepalend) 6. onzekerheid qua volumina benodigde grond (hangt af van ontwerp, mate van zetting) 7. onzekerheid m.b.t. wijze van aanleg (kosten, effect ondergrond, tijdsduur)In het plan van aanpak (in wording) om te komen tot een MER-waardig alternatief wordenonder meer de volgende activiteiten voorzien:Bovengenoemde belemmeringen 1, 2, 3 en 6 zullen nader worden gespecificeerd, waarbijrisico’s worden onderkend, geschat en een korte termijn aanpak wordt voorgesteld. Hetdoel van het plan van aanpak is te komen tot een ontwerpprofiel en aanlegprofiel voor dediverse varianten van de oeverdijk, met hieraan toegevoegd de wijze waarop deze zijngetoetst op veiligheid en ecologische meerwaarde. Hoewel er geen kostencalculatie isvoorzien, zal wel het gebruik van de hoeveelheid en type grond en de mate van gebruik vanandere (duurdere) elementen worden afgewogen in de optimalisatie.
    • ENW (Veiligheid en Techniek) is nauw betrokken t.a.v. de te hanteren aanpak om te komentot een veilig ontwerp. ENWT steunt de verdere uitwerking van het oeverdijkconcept en wilmeedenken.In een vroegtijdig stadium worden ecologen gevraagd na te denken over optimalisaties vanhet oeverdijk concept met ecologische meerwaarde.Er worden meerdere workshops in kader van Ecoshape gehouden, m.b.t. ecologischeinpassing, ontwerp/toetsing, aanleg/grondstromen. De eerste workshop zal in het najaarvan 2011 plaatsvinden, en heeft als doel varianten van de oeverdijk te ontwerpen dieecologische aantrekkelijk zijn, maar ook qua veiligheid haalbaar lijken. Deze variantenkunnen vervolgens nader worden uitgewerkt. Er wordt dan ook gezocht naar synergie metTBES-doelstellingen.Perspectief voor toepassingHet oeverdijk alternatief biedt perspectieven voor die dijkversterkingprojecten, waar eenconventionele aanpak resulteert in een complexe uitwerking van dijkversterkingplannen,een langdurige uitvoeringstijd, hoge realisatiekosten en mogelijk ook problemen voor detoekomstige uitbreidbaarheid. De oeverdijk ondervangt niet alleen een hoogte tekort, maarook stabiliteitsproblemen, en eventuele piping problemen.
    • Factsheet Vooroever Oostvaardersdijk Figuur 1. Uitsnede overzichtskaart. Pijl geeft ligging van projectgebeid aan.Feitelijke beschrijvingVeiligheidsopgaveDe Oostvaardersdijk is een nieuwe en stabiele dijk. Op dit moment is er geen sprake van eenveiligheidsopgave. Er is discussie over het verhogen van de norm van 1:4000 nu naar1:10.000. Dit geeft voor de situatie aan het Markermeer een verhoging van de MHW metongeveer 13 cm. De vereiste kruinhoogte van de dijk neemt met ca. 24 cm toe, als gevolgvan golfoploop.Het Markermeer is bij de lange termijn verkenningen voor de peilen in het IJsselmeerlosgekoppeld van het noordelijke IJsselmeer. Het meestijgen met de zee is voor hetMarkermeer geen uitgangspunt. Wel moet rekening worden gehouden met de wens eenmeer natuurlijk peilbeheer in te stellen. Dit gaat uit van een hoger voorjaarpeil (orde NAP +10 cm) dat 30 cm hoger is gelegen dan het huidige peil in de zomer (NAP-0,20 cm). Implicietleidt dit tot een kleine toename van de veiligheidsopgave.De omvang van de veiligheidsopgave varieert met de ligging ten opzichte van de wind.Richting Amsterdam neemt de omvang van de toename van de MHW aan deOostvaarderdijk af tot 8 cm. De verschillen langs het traject zijn klein.
    • OntwerpspecificatiesGangbare versterkingDe kleine toename in de kruinhoogte leidt tot een gangbare versterking van de dijk, waarbijtoch een groot deel van de dijk is betrokken. De dijk wordt verhoogd en bij gelijkblijvendprofiel ook verbreed. Dit vraag om het afnemen en herplaatsen van de bekleding.Natuurlijke keringHet waterschap heeft verschillende locaties bekeken om na te gaan of een voorlandmogelijk is om te kunnen voldoen aan een 1:10.000 norm. Voor de situatie Oostvaardersdijkzijn verschillende typen ontwerpen beschreven en met Hydra-M doorgerekend (literatuur:R.M. van Dam, H.T.J. Overman, N. Jeurink en W.G. van Winkoop). Vanwege het geringekruinhoogtetekort is een golfreducerend voorland afdoende.Er zijn in voornoemde studie ontwerpen onderscheiden op basis van twee variabelen: De hoogte van het voorland ten opzichte van MHW. Er is gekozen voor een hoogte op NAP, MHW-1 meter en op MHW. Het gemiddelde meerpeil ligt tussen de NAP -0,2 en NAP 0,4 m. De positie ten opzichte van de dijk. Er is gekozen voor een tegen de dijk aan gelegen voorland en een voorland in de vorm van een gronddam op enige afstand van de dijk.Met oog op een meer natuurlijk peilverloop in de toekomst is een optimalisatie, dat wilzeggen een verflauwing van het talud tussen de NAP + 10 en NAP -40 cm, denkbaar. Dit isnu niet in overweging genomen. Wel is gekeken naar verschillende posities van hetvoorland op verschillende afstanden voor de dijk en verschillende oriëntaties van hetvoorland op de wind.Bij het ontwerp van de dijk wordt uitgegaan van het uitgraven van een zandcunet en eenvooroeververdediging bestaande uit stortsteen. Hierbij kan worden opgemerkt dat demaatvoering van het zandcunet, en ook de te verwachten zetting, afhangt van deondergrond. Ook de bestaande dijk staat op een zandcunet, maar dit is maar enkele metersbreder dan de bestaande dijk.
    • Variant 0: Huidige situatie Variant 1: Golfdempend flauw talud Variant 2: Harde golfbreker Variant 3: Harde golfbreker met ondiepe luwe zone Figuur 2. Typen voorland zoals door het waterschap Zuiderzeeland in beschouwing zijn genomen. Let wel, er zijn ook andere typen mogelijk, zoals zachte golfbrekers en een naar dieper water aflopend golfdempend flauw talud.WerkingVoor de locatie aan de Oostvaardersdijk is de afname in benodigde kruinhoogte 0,84 m voorhet voorland op NAP en op MHW-1 m. De afname in benodigde kruinhoogte is 1,26 m vooreen voorland op MHW. Deze laatste afname geeft waarschijnlijk de maximale verlaging vande golfoploop aan die met een voorland bereikt kan worden.Geoptimaliseerd ontwerpVoor de drie typen voorland geldt dat de afname in kruinhoogte vele malen groter is dan deopgave. Er is hier met oog op de opgave niet verder geoptimaliseerd. Dit betekent dat devoorlandoplossingen robuuster en daarom ook duurder zijn ontworpen dan nodig.Er zijn in ander verband door DHV ook berekeningen uitgevoerd voor deze dijk. Hieruitbleek dat een voorland onder de waterlijn, dus onder NAP, ook voldoet. Dit laatste isrelevant ook met oog op het verwachte onderhoud vanwege ijsgang.Op basis van Hydra-M berekeningen is een voorland ontworpen met een breedte van 30 men een hoogte op -1.5 m NAP, dit is meer dan een meter onder gemiddeld meerpeil. Op debodem worden geen beschermingsmaterialen gebruikt omdat de vooroever ondernatuurlijk talud afloopt naar de bodem van het Markermeer. Op basis vanevenwichtsprofielvergelijkingen uit de kustmorfologie is een helling van 1:50 gekozen,behorende bij een korreldiameter van 0.3 mm. Deze helling wordt doorgezet tot aan declosure depth. Vanaf die diepte volstaat een stabiele helling van circa 1:2. Op basis hiervankan een minimale benodigde hoeveelheid zand in profiel van ongeveer 150 m3/m wordenberekend. In andere studies is uitgegaan van een evenwichtsprofiel van 1:20 en 1:30.
    • benodigde hoeveelheid huidige dijk zand: ongeveer 150 m3/m 4.87 m NAP helling 0.5 m NAP 1:4 voorland helling: 1:50 - 1.5 m NAP helling: 1:2 - 2.3 m NAP - 4 m NAP 3.4 m 40 m 30 m 8m 2m Figuur 3. Schematische weergave van het voorlandBeoordeling en vergelijkingBij de beoordeling is gekeken naar de robuuste maar ook veel duurdere variant zoalsaangedragen door het waterschap. Ook is er gekeken naar een geoptimaliseerde engoedkopere maar daardoor wel minder robuuste variant. De kosten van de robuuste variantzijn niet bekend.
    • Aspect Gangbare Hybride Opmerkingen versterking met hoog voorland Kosten aanleg en onderhoudKosten aanleg Veel hoger Hangt af van ontwerp ook en grondkosten vanwege het robuuste ontwerpKosten beheer en Veel hoger Onderhoudskostenonderhoud voor de dijk blijven en er worden veel kosten gemaakt voor onderhoud aan de oeverbeschermingTotale kosten Veel hoger Volgens mededeling waterschap tot 5 maal zo duur als een gangbare versterking VeiligheidRobuustheid Voldoende Groter Gezien de overdimensioneringToetsbaarheid Goed Goed Formele optimalisatie moeilijkControle/toezicht Goed Voldoende Vraagt periodieke profielmetingenRobuustheid Voldoende Groter Is gekapitaliseerd beperk in verhouding tot schadevermindering. Kan aanzienlijk besparing in zin van vermeden kosten opleveren als op korte termijn de ontwerpvoorwaarden toenemen.Schadevermindering Neutraal Groter Is gekapitaliseerd waarschijnlijk beperktFaseerbaarheid Beperkt Groter Is niet aan de orde vanwege de overdimensionering Natuur, recreatie en landschapBetekenis voor Groter Is op basis van
    • natuur vermeden kosten zeer aanzienlijk Mogelijkheden Groter Is vooral nabij de stad recreatie aanzienlijk Landschap Groter Cultuurhistorie speelt geen grote rol voor dit dijktraject Tabel 1. Beoordeling en vergelijking gangbare versterking en een hybride met een (hoog) voorland.Kosten natuurlijk voorlandDe kosten worden niet alleen bepaald door het volume grond dat nodig is om het voorlandte realiseren. Voor de aanlegkosten zijn de volgende aannames van belang: Volume te realiseren grondlichaam; Momenteel wordt door betrokken parijen nog uitgezocht hoeveel grond nodig is. Dit is afhankelijk van de hoogte van het voorland en de diepte van het voorgelegen water en ligt mogelijk tussen de 200 en 600 m3. Aanbrengen zandcunet. Er is gekozen voor uitgraven en vervolgens aanbrengen van een zandcunet van ca. 3 meter dikte, in opbouw vergelijkbaar met het cunet dat onder de huidige dijk is aangebracht. De grond die wordt ontgraven wordt gebruikt voor de opbouw van het grondlichaam. De kern bestaat uit ontzilt zeezand dat afkomstig is uit de Noordzee. Er wordt waarschijnlijk vanwege het aanbrengen van een zandcunet geen rekening gehouden met zetting. Er wordt een vooroeververdediging van stortsteen aangelegd. Het is niet duidelijk of hiervoor stenen uit het door het voorland afgedekte deel voor worden gebruikt.
    • Aspect Gangbare Hybride Opmerkingen versterking met ondiep vooroever Kosten aanleg en onderhoud Kosten aanleg Mogelijk Hangt af van ontwerp kleiner en grondkosten Kosten beheer en Gelijk, tot Onderhoudskosten onderhoud iets groter voor de dijk blijven Totaal kosten Mogelijk Sterk afhankelijk van goedkoper locatie, ontwerp en grond/zandprijs Veiligheid Robuustheid Voldoende Gelijk Scherp ontworpen dus vergelijkbaar Toetsbaarheid Goed Goed Formele optimalisatie moeilijk Controle/toezicht Goed Voldoende Vraagt periodieke profielmetingen Robuustheid Voldoende Groter Is gekapitaliseerd beperkt Schadevermindering Neutraal Groter Is gekapitaliseerd beperkt Faseerbaarheid Beperkt Groter Kan aanzienlijk zijn, want opschalen blijft veel goedkoper dan een gangbaar ontwerp Natuur, recreatie en landschap Betekenis voor Groter Is op basis van natuur vermeden kosten zeer aanzienlijk Mogelijkheden Groter Is vooral nabij de stad recreatie aanzienlijk Landschap Groter Cultuurhistorie speelt niet voor dit dijktraject Tabel 2. Beoordeling en vergelijking gangbare versterking en een hybride met een (ondiepe) vooroever.Wat betreft beheer en onderhoud is met volgende uitgangspunten gewerkt: De stenen vooroeververdediging vraagt een jaarlijks onderhoud van ongeveer 5% van de aanwezige stenen. Vanwege ijsgang is groot onderhoud/herstel elke 15 jaar nodig waarvoor 50% extra steen wordt aangeleverd. Het onderhoud van de stenen vooroeververdediging bestaat vooral uit het jaarlijks vrijhouden van de oeververdediging. Voor de bestaande dijk blijft beheer en onderhoud hetzelfde, behalve van de huidige vooroeverdediging.
    • Het waterschap geeft aan dat een en ander resulteert in een 5x duurdere oplossing dan eengangbare versterking.Voor het geoptimaliseerde ontwerp gelden volgende uitgangspunten: Een ontwerpprofiel van tenminste 130 m3. Een te compenseren zetting die tussen de 20 en 30% kan bedragen, de bruto hoeveelheid zand die moet worden aangebracht komt daarmee op 150-180 m3. Daarbij kan het profiel nooit precies zo worden aangelegd als ontworpen, hiervoor wordt nog een opslagfactor gebruikt van ca. 20%, zodat de bruto hoeveelheid uitkomt op 180-215 m3. De zand/grondprijzen variëren, er wordt uitgegaan van 9 euro/m3, voor winnen en aanbrengen van zand.De aanlegkosten liggen daarmee in de orde van grootte van 1600-2000 euro/m aan directekosten. Uitgaande van een opslagfactor van 2,3 zijn de totale kosten ordegrootte 3.700 tot4.600 euro/m. Dit ligt in dezelfde orde van grootte van de voorlandoplossingen in hetvoorbeeld van ‘Lange termijn peilen IJsselmeer’, vooral ook omdat in deze studie geenrekening is gehouden met zetting.De kosten van een gangbare versterking hangen af van de vraag of binnen- of buitenwaartswordt versterkt. Bij een buitenwaartse versterking moet ook de steenbekleding wordenverwijderd en opnieuw gezet. Het is onduidelijk of hiervoor andere stenen moeten wordengebruikt. De dijk hoeft maar beperkt verhoogd te worden. Bij hergebruik van stenen kanaanzienlijk op kosten worden bespaard, en ligt de nadruk op arbeidsloon. Deze bedragenongeveer 50% van de kosten. De kosten per m2 voor ontgraven, verwijderen, in depot,zetten, aanbrengen extra materiaal en terugzetten stenen liggen in de orde van grootte van50 tot 100 euro/m2. We rekenen ongeveer 24 m2/m steenbekleding, bij een teen op bodem(NAP -4 m) en een bekleding tot 2 meter boven NAP. De kosten bedragen daarmee tussende 1200 en 2400 euro aan directe kosten. Afhankelijk van de uitgangspunten zijn de kostenvergelijkbaar groot of kleiner.De beheer en onderhoudskosten zijn voor een voorlandoplossing met een stenenoeverbescherming groter dan voor een gangbare oplossing. Het jaarlijks maaien en ookperiodiek herstellen van de oeverbescherming kosten veel geld. Een geoptimaliseerdontwerp onder de gemiddelde waterlijn is aanzienlijk goedkoper en leidt mogelijk niet toteen toename van de huidige beheer- en onderhoudskosten van de bestaande dijk.RobuustheidEr speelt bij de Oostvaardersdijk geen probleem ten aanzien van stabiliteit van hetdijklichaam of met een risico van piping. Het voorland kan daaraan geen bijdrage leveren.Het voorland is laaggelegen, maar ligt afhankelijk van het type toch nog boven NAP, dusboven gemiddeld waterpeil. Dit betekent dat bresvorming waarschijnlijk wordt geremd. Bijeen voorland op MHW is het risico op bresvorming waarschijnlijk aanzienlijk minder. Er isdus sprake van extra reststerkte. Bij een geoptimaliseerd ontwerp is geen sprake vanreststerkte.
    • Het voorland zelf is in het uitgevoerde ontwerp zeer robuust ontworpen. De verlaging vande ontwerpkruinhoogte is veel groter dan nodig. Er is daarmee sprake van extra veiligheid.In theorie kan deze extra veiligheid worden gewaardeerd als een verdere afname in deschadeverwachting. Door deze schadeverwachting te kapitaliseren kan deze naast deinvesteringen worden geplaatst. De extra veiligheid die wordt geboden is echter nietbekend, want deze is niet alleen van de kruinhoogte afhankelijk. Ter illustratie; bij eenschade van 1 miljard bij overstromen, is de gekapitaliseerde schadeverwachting bij eenkans van optreden van 1:10000 jaar, ca. 2 miljoen. De extra veiligheid kan dus maximaal op2 miljoen euro worden gewaardeerd.Bij een geoptimaliseerd ontwerp is geen sprake van extra veiligheid.SchadeverminderingHet voorland ligt boven NAP. Doordat er minder snel een bres ontstaat bij falen mag ookworden verwacht dat er minder schade wordt geleden, omdat minder water kanbinnenstromen.In geval van nood kan, net zoals bij het voorbeeld Waddenwerken Afsluitdijk, het naast debres gelegen voorland ook als bron voor zand/grond worden gebruikt ten behoeve van hetprovisorisch dichten. De gevolgschade zal kleiner zijn. Ook deze baat kan maximaal met 2miljoen euro worden gewaardeerd en overlapt daarmee met de toegerekende baat voorextra veiligheid/robuustheid. Bij een geoptimaliseerd ontwerp is geen sprake van extraschadevermindering, aangezien het voorland ver onder MHW is gelegen.FaseerbaarheidDe mogelijkheid tot fasering is in dit verband minder relevant, aangezien geen geleidelijkestijging van de opgave wordt verwacht zoals in het noordelijke IJsselmeer. Daarbij is hetontwerp zo robuust ontworpen dat ook een verder aanscherpen van de (hydraulische)voorwaarden of de norm niet tot aanpassingen hoeft te leiden.Dit wordt anders wanneer een natuurlijk voorland scherp, dus sober en doelmatig zouworden ontworpen. Echter ook in dat geval is het mogelijk om met weinig kosten verder uitte breiden en te verhogen. Ter illustratie; als eerst tot een normverhoging en pas later toteen hoger natuurlijk peil wordt besloten dan kan een extra 10 cm reductie van de MHWnoodzakelijk zijn. Ook kan men in de toekomst besluiten tot een nog strengere norm, of eenandere wijze van inzet van het Markermeer, bijvoorbeeld ook als overlaatgebied.Deze beperkte verhoging kost maar weinig ingeval van een natuurlijk voorland, maar veelmeer in geval van een dijk. In theorie worden daarmee de kosten van een extra versterkingvoorkomen minus de aanlegkosten van een opgehoogd voorland. Ter illustratie; bij eenhernieuwde versterking/ophoging van de kruin met nog eens 15 cm, zijn de kosten van eenharde versterking weer in de ordegrootte van 1200-2200 euro/m. Als dit over 20 jaar nodigblijkt, komt dit nu overeen met een bedrag van 300-400 euro/m. Een zachte versterkingvraagt ongeveer 50 m3, ofwel 400-500 euro/m.Beheer en onderhoudBeheer en onderhoud vormt een belangrijk aandachtspunt. In het ontwerp wordt uitgegaanvan jaarlijks vrijhouden van de oeverbekleding en regelmatig groot onderhoud daarvan. Ineen hybride oplossing moet ook de dijk nog steeds worden onderhouden. De kosten vanbeheer en onderhoud zijn daarom veel groter dan in de huidige situatie. Als beheer enonderhoud omvangrijk zijn, zou ook kunnen worden gekozen voor een ontwerp dat minderbeheer en onderhoud nodig heeft.
    • In het geoptimaliseerde ontwerp ligt het voorland als een ondiepe vooroever ruim onderhet meerpeil. De ’constructie’ heeft geen last van ijsgang, vraagt geen vooroeververdedigingen is daarom ook in onderhoud veel goedkoper. Wel moet rekening worden gehouden metbeperkt zandtransport, waardoor incidenteel suppletie nodig is. Makkelijker is om hetontwerp daarom vast wat ruimer uit te voeren (bijvoorbeeld 10% van het (bruto)aanlegvolume).Er komen in Nederland veel dijken voor met voorland, waarbij het voorland gelegen isbinnen een bestemming als natuurgebied en als zodanig ook door een terreinbeherendeinstantie wordt beheerd.Natuurlijke Habitats, relatie met natuurwetgevingMet het voorland worden natuurlijke habitats geschapen, maar worden ook bestaandehabitats afgedekt. Voor deze dijk vormt een huidige stenenbeschoeiing een aandachtspunt.Hierin vindt de Rivierdonderpad een habitat. Doordat in het ontwerp opnieuw eenvooroeververdediging wordt aangelegd, is er geen sprake van een permanent verlies. Naarverwachting is er geen belemmering voor de aanleg.Het geoptimaliseerde ontwerp heeft minder effecten op de bestaande stenenbegroeiing enschept ondiep water. Het is onduidelijk of deze waterdiepte voldoende is voorondergedoken watervegetatie om zich te vestigen.Mogelijk vormen van medegebruikAfhankelijk van het type voorland ontstaan verschillende mogelijkheden voor medegebruik.Open lagunaire structuren geven aanlegmogelijkheden voor boten, luwe visstekken enkanoroutes. Natuurlijk voorland tegen de dijk kan onderdeel vormen van wandel- enfietsroutes. Vooral op plaatsen nabij de stad en bij een tekort aan stedelijk uitloopgebied,kan men deze mogelijkheden hoog waarderen. Nabij de stad kan zelfs worden gekozen voorde aanleg in de vorm van een stadspark of boulevard. De baten hiervan kunnen maximaalworden gewaardeerd als vermeden kosten voor de aanleg van een stadspark elders. Dezevermeden kosten zijn gezien de grondprijzen nabij Almere aanzienlijk hoger dan deaanlegkosten van een natuurlijk voorland.Het alternatief met een lage vooroever geeft geen verder mogelijkheden voor medegebruik.RealiseerbaarheidEr loopt op dit moment geen planvorming of MER-procedure die zou moeten wordenopengebroken om een natuurlijk alternatief mee te kunnen nemen.In theorie zou men voor deze dijk de tijd kunnen nemen en de aanleg van het voorland sterkkunnen laten afhangen van het beschikbaar komen van grond. De aanleg wordt daarmeeaanzienlijk goedkoper en strekt zich uit over meerdere jaren. Dit kan betekenen dat nietveiligheid maar natuur of stedelijk uitloopgebied de doorslag geven bij de fasering in deaanleg.
    • BelemmeringenDe volgende (categorieën van) belemmeringen kunnen worden genoemd:Formele toetsbaarheidDe hiervoor beschreven vormen van een natuurlijke kering kunnen met Hydra-B wordengetoetst op de gevolgen voor de hydraulische belasting. Voorland wordt niet altijdmeegenomen bij het toetsen van een dijk.Er worden eisen gesteld aan de fundering, in de vorm van een zandcunet. Er is geeninstrument op basis waarvan kan worden bepaald of dat nodig is of niet. In principe kanzetting worden geaccepteerd zonder gevolgen voor de stabiliteit van het grondlichaam,vooral als dat onder een flauwe hoek is gelegen. Door extra grond aan te brengen kanzetting worden gecompenseerd, zodat de vereiste hoogte van het voorland wordt gehaald.KostenZoals hiervoor is aangegeven zijn de kosten van een voorland hoger dan voor een gangbareversterking. De omvang van de kosten worden bepaald door de ontwerpeisen die wordengesteld en de verwachte noodzaak en omvang van aansluitend onderhoud. Ook de aannameten aanzien van grondprijs is daarbij van groot belang. Voor de situatie Markermeer kanvan de volgende indicatieve zand/grondprijzen worden uitgegaan. Ontzilt zand uit zee;13euro/m3, zand uit Markermeer; 8 euro/m3, grond; 5 euro/m3. In het projectToekomstverkenning Afsluitdijk is uitgegaan van 5,3 euro/m3 voor zand. Onder bepaaldeomstandigheden, bijvoorbeeld als onderdeel van een compensatieverplichting, kan deaanleg van een voorland ook grotendeels voor rekening van een derde partij zijn.Natuurwet - en regelgevingNatura 2000: Het Markermeer is een vogelrichtlijngebied. De ingreep is waarschijnlijkpositief voor vogels. Vooral bij de aanleg van lagunaire milieus over langere trajectenontstaat een voor vogels gunstig foerageergebied. Ook kunnen delen van het voorland zoworden ingericht dat broedgebied ontstaat, ook voor zeldzame soorten.Flora- and Faunawet: In de steen beschoeiing van de huidige dijk komt de Rivierdonderpadvoor. Er wordt geconstateerd dat hierbij bij de aanleg rekening moet worden gehouden. Denieuwe uit stenen bestaande vooroeververdediging biedt nieuw habitat. Dit geldt echterniet voor een flauw aflopende natuurlijke oever.EcosysteemdienstenAfhankelijk van het type kan het voorland verschillende rollen spelen. Genoemd zijn al eenmogelijke functie als foerageer- en broedgebied. Bij de ontwikkeling van ondiep luw gelegenwater ontstaan ook paaiplaatsen voor vis en groeiplaatsen voor waterplanten. Een openverbinding met het Markermeer is hiervoor nodig. Een voorland met vegetatie kan een rolspelen in het vastleggen van slib. Doorgaans blijft dit liggen in rietkragen en wordtuiteindelijk onderdeel van het wortelstelsel, waarbij het rietland gaandeweg aan hoogtewint. Het is niet bekend hoe groot deze functie is. Ook als lagune zal het voorland slibinvangen.Beheer en OnderhoudEr wordt uitgegaan van hoge beheer- en onderhoudskosten. Daarbij wordt gevreesd voorrestricties vanuit de natuurwetgeving als sprake is van Rode lijst soorten.
    • RealisatieHiervoor is al aangegeven dat het onduidelijk is of een zandcunet nodig is of niet. Hetzelfdegeldt ook voor de vooroeververdediging.DiscussieVooral de aannames ten aanzien van de harde vooroeververdediging, het aanbrengen vaneen zandcunet, het gebruik van zeezand en ook het beheer en onderhoud zijn bepalend voorde kosten. Zo ontworpen is een voorlandoplossing duurder dan een gangbare beperkteverhoging van de dijk. Een natuurlijk voorland heeft daarom niet de voorkeur van hetwaterschap.Opgemerkt moet worden dat er waarschijnlijk ook andere uitgangspunten kunnen wordengebruikt voor het ontwerp en de aanleg van de dijk. Zo kan men uitgaan van een qua volumeen evenwichtshoek ruim ontworpen grondlichaam. Hierbij wordt rekening gehouden metmogelijke zetting, waardoor de fundering met een zandcunet niet nodig is. Wel moetrekening worden gehouden met het effect van grond op de zetting van de bestaande dijk.Met een flauwe hellingshoek vervalt de noodzaak van een harde vooroeververdediging enontstaat een flauwe oever in riet, zoals we die ook aantreffen voor de kust van Friesland. Almet al is meer grond nodig, maar zijn de beheer- en onderhoudskosten lager. Ook hetvrijhouden van de stortbestening en samenhangend onderhoud komt daarmee te vervallen.Wel is onderhoud nodig aan de rietkraag. Als deze vitaal is zijn de kosten laag, maar dathangt weer af van het peilbeheer op het Markermeer.Het natuurbeheer van rietland of natuurlijk voorland is duurder dan van water. Debeheerkosten nemen daarom altijd toe. Wel is het daarbij de vraag of al deze beheerkostenaan de kering kunnen worden toegerekend. Ook in ander verband wordt gestreefd naar eenuitbreiding van het areaal aan rietland en moeras, los van veiligheid.Het beheer is vooral ook duurder als men natuurlijke successie in vegetatie wil tegengaan.Door uit te gaan van een natuurdoeltype met meer overjarig rietland en een successie naarmoerasbos kan het beheer aanzienlijk extensiever worden.Voorts wordt opgemerkt dat een lagune contact moet houden met het hoofdsysteem.Aangegeven wordt dat dan voorkomen moet worden dat de golven doorlopen. Dit kanworden voorkomen met het aanbrengen van een palenbos. Deze is open voor water enorganismen maar laat golven niet door.
    • De kosten kennen dus een aanzienlijke bandbreedte afhankelijk van: De hydraulische randvoorwaarden; deze variëren vooral met de windcondities. Voor de situatie langs de Oostvaardijk is de variatie beperkt. De ondergrond; voor de Oostvaardersdijk zijn delen gelegen met veen en met klei en zand. Voor een ontwerp zonder zandcunet zijn de verschillen in zetting en daarmee in de grondbehoefte ordegrootte van 20 tot 100% hoger dan wat in het ontwerpprofiel is gelegen. De beschikbaarheid van grond en daarmee samenhangende grondprijs; deze varieert tussen de theoretisch 0 euro/m3, 3 euro/m3 (voor alleen transport), 11-12 euro/m3 ingeval van ontzilt zeezand, toerekenen van de domeinvergoeding (ca. 2,2 euro/m3) en dergelijke. Deze variabele hangt vooral af van beleid en timing met andere werkzaamheden waarmee grond voor de aanleg beschikbaar kan komen. Ontwerpspecificaties; vooral de keuze tussen een harde vooroeververdediging die moet worden vrijgehouden van vegetatie en intensief onderhouden en een rietoever op een flauw aflopend evenwichtsprofiel is bepalend voor de onderhoud- en beheerskosten. Optimalisaties; de doorgerekende ontwerpprofielen gaven een verlaging van de ontwerphoogte van meer dan 90 cm, veel meer dan nodig voor het halen van een hogere taalstelling. Toerekening van kosten; hier speelt vooral de vraag of de kosten van beheer en onderhoud voor rekening zijn de natuurbeheerder of de beheerder van de kering.De kosten variëren afhankelijk van locatie, ontwerpeisen, ontwerpoptimalisatie enzandprijs mogelijk met meer dan een factor 6. Een voorland is zeker goedkoper als eenderde partij het grootste deel van de kosten voor zijn rekening neemt, bijvoorbeeld alsonderdeel van een compensatieverplichting. Een voorlandoplossing kan hierbij goedkoperof aanzienlijk duurder zijn.De kosten voor een gangbare versterking hangen vooral samen met verhogen en opnieuwzetten van bekleding, dan wel vervangen van bekleding. De kosten hiervan variëren minder.
    • Factsheet Groeiend voorland FrieslandFeitelijke beschrijvingVeiligheidsopgaveDe huidige dijken langs de Friese IJsselmeerkust voldoen aan de toetsing op veiligheid metuitzondering van enkele kleine trajecten. De huidige veiligheidsopgave voor die kust is heelbeperkt.In de toekomst kan het gewenst zijn het peil van het IJsselmeer te laten stijgen. In sommigestudies wordt een stijging van 1,5 m voorgesteld. Dan ontstaat er wel een veiligheidsopgavevoor die IJsselmeerdijken.OntwerpspecificatiesDe dijken langs de Friese IJsselmeerkust kunnen in enkele typen worden onderscheiden: Dijken met een hoog voorland dat voor de aanleg van de Afsluitdijk een hoge schor is geweest. Dijken met een hoog voorland (soms met een zomerkade) en een brede ondiepe zone voor het voorland. Dijken met een brede ondiepe zone voor de dijk. Dijken die direct aan de diepere IJsselmeerbodem grenzen.Gangbare versterkingDe kleine toename in de kruinhoogte leidt tot een versterking van de dijken, waarbij tocheen groot deel van een dijk is betrokken. Een dijk wordt verhoogd en bij gelijkblijvendprofiel ook verbreed. Bij een verbreding aan de binnenzijde van een dijk moeten vaakwegen en watergangen aan de binnenzijde van een dijk worden verlegd. Het ligt meer voorde hand een dijk aan de IJsselmeerzijde te verbreden. Dit vraag om het afnemen enherplaatsen van de bekleding.Een nadeel van een gangbare versterking is dat de waardevolle buitendijkse gebiedenpermanent onder water komen te staan en dat de huidige voorlanden veel van hunecologische waarden verliezen. De golfreducerende werking neemt sterk af als het peil vanhet IJsselmeer stijgt.
    • Natuurlijke keringEen golfreducerend hoog voorland is afdoende om een toekomstig kruinhoogte tekort op tevangen. Dat kan worden bereikt door behoud en versterking van het huidige voorland. Datkan op verschillende manieren: In het kader van een dijkversterking wordt het voorland verhoogd en waar nodig verbreed of versmald. Dan verdwijnt in korte tijd de waardevolle vegetatie. Deze maatregel kan nodig zijn als het veiligheidsniveau in korte tijd moet worden verbeterd. Door regelmatig kleine suppleties op de rand van een brede ondiepe zone uit te voeren, kan het voorland worden versterkt als het gesuppleerde materiaal door natuurlijke processen naar en op het huidige voorland wordt getransporteerd. Deze maatregel kan worden toegepast als het veiligheidsniveau geleidelijk, na een lange periode van bijvoorbeeld twintig jaar, moet worden verbeterd. Het voordeel van deze strategie is dat de huidige vegetatie de gelegenheid krijgt mee te groeien naar de nieuwe situatie.Ter toelichting van de strategie van geleidelijk meegroeien van het voorland wordt hetvolgende opgemerkt:In de jaren negentig is een grote suppletie uitgevoerd op de rand van de ondiepe zone bijGaast. Deze suppletie is een gedeeltelijk succes geworden. Waarschijnlijk is de locatie vandie suppletie niet representatief voor de Friese kust. In het kader van Building with Naturezijn enkele nieuwe suppleties langs de Friese IJsselmeerkust in voorbereiding. Met deanalyse van de monitoringsresultaten van deze proefsuppleties groeit het inzicht in waardeze maatregelen met succes kunnen worden toegepast.BelemmeringVan een suppletie aan de rand van de ondiepe zone wordt slechts een deel door denatuurlijke processen naar de kust gebracht om het voorland te versterken. De grootte vandat deel is sterk afhankelijk van de locatie langs de Friese kust. En er is veel onzekerheidover de grootte van dat deel. Daarom zijn pilot suppleties gewenst om een beter inzicht tekrijgen in de effectiviteit van die suppleties.De werking van stormen op de morfologische ontwikkelingen van een voorland isonvoldoende bekend.
    • Factsheet Lange Termijn Peilen IJsselmeerFeitelijke beschrijvingVeiligheidsopgaveDe huidige dijken langs de Friese IJsselmeerkust voldoen aan de toetsing op veiligheid metuitzondering van enkele kleine trajecten. De huidige veiligheidsopgave voor de FrieseIJsselmeerkust is heel beperkt. Dit geldt ook voor de dijken van Flevoland en deNoordoostpolder. Deze zijn nieuw en deels recent nog versterkt. Figuur 1. Dominante factor belasting dijktalud per gekozen locatie (Deltares 2010) en zes gekozen locaties voor berekeningen (omcirkeld). Figuur 2. Opwaaiing scheefstand en golfoploop op het IJsselmeer (Deltares, 2010)
    • Bij een substantiële stijging van het meerpeil ontstaat voor de meeste dijken eenkruinhoogte tekort en is verhoging en ook versterking nodig. Als onderdeel van deverkenningen naar het lange termijn peil voor het IJsselmeer is gekeken naar de mogelijkeinzet van een overslagbestendige dijk, voorland en voorlandrif. Onderstaand is in hoofdzaakeen samenvatting van het in DHV (2010) en Deltares (2010) beschreven onderzoek. Er ishierbij gekeken naar de huidige situatie, een peilstijging van 60 cm en een peilstijging van100 cm. Deze scenario’s zijn doorgerekend met HYDRA-VIJ. Figuur 3. Kruinhoogte tekorten volgens Hydra-VIJ in scenario’s met een 50 cm en een 100 cm stijging van het meerpeil (Deltares 2010)Er is vervolgens voor 12 locaties gekeken naar het kruinhoogte tekort dat ontstaat. Demeeste locaties langs de Friese kust hebben ook bij een peilstijging van 100 cm nog steedsgeen kruinhoogte tekort. Dit geldt ook voor enkele locaties verder van het IJsselmeerbijvoorbeeld langs het Zwarte Water. Vooral voor de dijken langs de Noordoostpolder en deWieringermeer is het kruinhoogte tekort groot. Er is in deze studie niet gekeken naar deHoutribdijk. Deze heeft ook in de huidige situatie op veel plaatsen een kruinhoogte tekort.OntwerpspecificatiesEr is een selectie gemaakt van 6 locaties die verschillen in hydraulische belasting(scheefstand, golfhoogte) en ook de diepte van het water voor de dijk. Voor deze 6 locatieszijn ontwerpen gemaakt voor een overslagbestendige dijk, een voorland en eenvooroeverdam. Er is daarbij uitgegaan van een standaard ontwerp, dat op alle locaties istoegepast. Zo is voor de hoogte van het voorland en ook de vooroeverdam altijd dezelfdehoogte ten opzichte van MHW aangehouden. Dit resulteert op enkele plaatsen tot meerreductie van de golfoploop dan nodig, maar soms ook te weinig. Er heeft geen verdereontwerpoptimalisatie plaatsgevonden. De vooroeverdam en het voorland zijn daarom openkele plaatsen robuuster dan nodig (zie ook discussie).
    • Versterken kruin Buitentalud tot 1,5m hoger door en binnentalud laten lopen Q [l/s/m1] (klei+GeoGrid +gras) sc2 +1,0m sc1 +0,6m Versterken buitentalud ref, 0m Hergebruik bekleding als Vergroten teensloot / stortsteen afvoercapaciteit Figuur 4. Principe van ontwerp overslagbestendige dijkVoor de overslagbestendige dijk wordt rekening gehouden met de mogelijke aanpassing vanhet overslagcriterium van de huidige <0,1 l/s naar mogelijk 5-10 l/s (zie ook Van der Meeret al. 2009). Uitgangspunt voor het ontwerp is een overslag van maximaal 10 l/s. Bij dezeoverslag wordt de bekleding van het binnen talud daarop aangepast, bijvoorbeeld doorinzet van Geogrid en zo nodig verflauwd. Een overslag groter dan 30 l/s wordt niet inbeschouwing genomen, omdat dit een (te) dure versterking van het gehele binnentalud metstenen vergt.Ook wordt voor het verwerken van de overslaghoeveelheden de teensloot achter de dijkaangepast. Deze maatregel betreft alleen de afwatering. Een overslagdebiet van 10 l/svraagt of om een aanzienlijke berging achter de dijk of de afvoer van dit debiet. Het laatsteis gezien de vereiste capaciteit (10 m3/s per 1 km kering) niet mogelijk. Ook berging inaanwezige watergangen vraagt meer dan 20 km2 polder (0,5 m peilstijging en 2%oppervlaktewater) per km dijk. Ook dit is in veel situaties niet aanwezig. In de praktijkbetekent dit dat een overslagbestendige dijk eigenlijk alleen gecombineerd kan worden meteen bijvoorbeeld achter de dijk gelegen natuurgebied. Of men moet de incidentelewateroverlast die dit met zich meebrengt accepteren. Dit is denkbaar als een significanteoverslag niet vaker dan de werknorm van het achtergelegen gebied voorkomt. De kostenvan berging zijn niet in de begroting van de overslagbestendige dijk meegenomen (zie ookdiscussie).De vooroeverdam is het meest effectief als de kruin net boven MHW is gelegen. Er isuitgegaan van een kruin op 0,5 meter boven NAP en een kruinbreedte van 1 meter. De kernwordt opgebouwd uit zandworsten, beschermd met een filterlaag en een toplaag vanstortsteen en er wordt voorzien in een teenbescherming. De voorlanddam wordt op 100meter van de dijk op een onderlaag van geotextiel geplaatst.
    • < Q [l/s/m1] 0,5 m boven water sc2 +1,0m sc1 +0,6m 1:2 1:2 ref, 0m Teen Filterlaag Geotextiel Figuur 5. Principe van ontwerp vooroeverdam voor dijk op 0,5 m boven waterstand bij storm. Het niveau van de kruin van de vooroeverdam is afhankelijk van het scenario.De voorlandoplossing gaat uit van een taludhelling van 1 op 20. Het voorland sluit aan op debestaande dijk op een niveau dat 0,2 meter onder MHW is gelegen. De golfreductie is daarbijgroot, bij een verhoudingsgewijs klein volume grondlichaam.Het voorland wordt opgebouwd uit zand, afgedekt met een kleilaag van 0,8 meter. Op degemiddelde waterlijn is een steenbestorting aanwezig, maar die is niet meegenomen in deoverslagberekeningen. De stenen hiervoor worden ontnomen uit het talud van debestaande dijk dat door het voorland wordt afgedekt.De aanlegwijze is niet nader in beschouwing genomen. Er wordt uitgegaan van eengemiddelde zandprijs van 9 euro/m3. Dit is voldoende voor het aanbrengen van zand metmeerdere werkslagen, en komt overeen met de prijs waarmee ook in de oeverdijk wordtgerekend. Het ontwerp is niet geoptimaliseerd met oog op andere functies (o.a. natuur enrecreatie). Voorts kan worden opgemerkt dat het ontwerp op meerdere locaties degolfoploop meer vermindert dan nodig met oog op het overslagcriterium (zie tabel 1 en ookdiscussie). teen talud 0,2 m onder water < Q [l/s/m1] sc2 +1,0m sc1 +0,6m :20 d1 talu ref, 0m Verwijderen en hergebruik bekleding Hergebruik bekleding als stortsteen rond dagelijkse waterlijn Figuur 6. Principe van ontwerp voorland voor dijk op 0,2 m onder waterstand bij storm. Taludhelling voorland 1:20. Niveau voorland is afhankelijk van scenario.
    • Werking Voornoemde ontwerpen zijn voor 6 locaties doorgerekend met de PC-overslagmodule binnen HYDRO-VIJ. Dit gaf per locatie een wisselend beeld (tabel 1). Een vooroeverdam is ook bij een 100 cm peilstijging voor de dijkprofielen Westermeerdijk, Zuidermeerdijk-West en de IJsselmeerdijk voldoende, maar een voorland voldoet alleen in scenario 1 maar niet meer in scenario 2. In de praktijk kan de voorlandoplossing nog wat hoger op de dijk worden aangebracht, maar daar is niet naar gekeken. Voor de locatie Zeughoek Noord is te zien dat alle 3 de maatregelen voldoende effect hebben, ook met een peilstijging van 100 cm. De resultaten verschillen dus per locatie. De vooroeverdam leidt op alle locaties tot vergelijkbare resultaten. Op locatie 11 is volgens de rapportage sprake van een rekenfout in PC-overslag.Locatie HYDRA-VIJ Profiel Referentie Scenario Scenario locatie 1 2Locatie 02A Zeughoek Overslagbestendig < 0,1 1,9 10,23 Noord Vooroeverdam < 0,1 < 0,1 < 0,1 Voorland < 0,1 < 0,1 < 0,1Locatie F280 Stavoren Overslagbestendig < 0,1 < 0,1 < 0,16 Noord Vooroeverdam < 0,1 < 0,1 < 0,1 Voorland < 0,1 < 0,1 < 0,1Locatie N223 Overslagbestendig 0,1 2,8 11,28 Westermeerdijk Vooroeverdam < 0,1 0,1 0,2 Voorland 0,1 0,8 2,5Locatie N308 Overslagbestendig 1,9 13,2 29,59 ZuidermeerdijkW Vooroeverdam 0,1 0,2 0,2 Voorland 0,2 3,5 9,3Locatie N035 Overslagbestendig 1,5 23,7 >10011 Vossemeerdijk Vooroeverdam 0,6 3,8 34,4 Voorland < 0,1 0,2 > 100Locatie F340 Overslagbestendig < 0,1 1,4 9,412 IJsselmeerdijk Vooroeverdam < 0,1 0,1 0,2 Voorland < 0,1 0,9 9,2 Tabel 1. Tabel met berekende overslagdebieten Hydra-VIJ [l/s/m1]
    • Kosten baten analyseVoor de drie ontwerpen is voor de 6 locaties gekeken naar de aanlegkosten in geval vanscenario 1, bij een stijging van het peil met 0,6 meter (tabel 2). Dit is gedaan op basis van deontwerpprofielen en kentallen voor verschillende kostencomponenten. De kosten van eengangbare kruinverhoging zijn alleen zeer globaal in beeld gebracht op basis van een kentalvoor de kruinverhoging als geheel. Lokaal kunnen meer maatregelen nodig blijken. Er isdaarom uitgegaan van een bandbreedte.
    • Locatie Scenario Kosten [€ 1 /m] *Locatie 02A Zeughoek Overslagbestendig 1,9 € 3.6003 Noord Vooroeverdam <0,1 € 4.100 Voorland <0,1 € 3.300 Kruinhoogte Dijkverhoging tekort 20 cm <1 (20–40 cm) (Deltares, 2010) € 2.000Locatie N223 Overslagbestendig 2,8 € 3.3008 Westermeerdijk Vooroeverdam 0,1 € 2.900 Voorland 0,8 € 2.200 Kruinhoogte Dijkverhoging tekort 130 cm (100–120 (Deltares, 2010) <1 cm) € 4.000 - 6.000Locatie N308 Overslagbestendig € 3.400 13,29 Zuidermeerdijk Vooroeverdam 0,2 € 4.200 Voorland 3,5 € 5.100 Kruinhoogte Dijkverhoging tekort 140 cm <1 (100–120 (Deltares, 2010) cm) € 4.000 - 6.000Locatie N035 Overslagbestendig 23,7 € 3.40011 Vossemeerdijk Vooroeverdam 3,8 € 5.400 Voorland 0,2 € 3.700 Kruinhoogte Dijkverhoging tekort 100 cm <1 (80–100 cm) (Deltares, 2010) € 2.000 - 4.000Locatie F340 Overslagbestendig 1,4 € 3.80012 IJsselmeerdijk Vooroeverdam 0,1 € 5.900 Voorland 0,9 € 4.800 Kruinhoogte Dijkverhoging tekort 10 cm <1 (20–40cm) (Deltares, 2010) € 2.000* Genoemde kosten zijn investeringskosten inclusief BTW exclusief vastgoed
    • Tabel 2. Berekende overslagdebieten Hydra-VIJ [l/s/m1] voor scenario 1 en investeringskosten per maatregel. Met groen zijn de toelaatbare debieten aangegeven.Het is sterk locatieafhankelijk welk alternatief het meest kosteneffectief is. Op twee locatiesis dat het voorland en op twee locaties is dat een gangbare verhoging van de kruin van dedijk. Een gangbare kruinverhoging lijk het goedkoopste overal waar sprake is van eenbeperkte kruinverhoging. Dit hangt echter deels samen met de wijze waarop kentallenworden gebruikt. Ook een voorlanddam is op enkele plaatsen het goedkoopste en dat geldtook voor de overslagbestendige dijk.Kosten van alternatievenKosten voorlandVoor de aanlegkosten van het voorland zijn de volgende aannames van belang: Volume te realiseren grondlichaam; dit is bepaald aan de hand van het standaard profiel. Er is gerekend met een zandprijs van 9 euro/m3. Het benodigde volume neemt snel toe (van 60 naar 180 m3/m) met de waterdiepte, en daarmee ook de kosten. Het voorland is afgedekt met een 80 cm dikke kleilaag. De kosten hiervan bedragen 13,5 euro/m3. Klei is daarmee dubbel zo duur als zand. De vraag is of overal een dergelijke dikke kleilaag ook echt nodig is, of dat kan worden volstaan met een flauwoplopend talud in zand, dat mettertijd begroeid raakt met riet en moerasbos. Een geheel in zand opgebouwd voorland is ordegrootte van 30-35% goedkoper. Er wordt op gemiddeld waterniveau een vooroeververdediging van stortsteen aangelegd. De stenen hiervan zijn afkomstig van de bestaande dijk. Het betreft dus alleen aanleg kosten. Er is niet gekeken naar de aanleg- en beheerkosten en ook niet naar het compenseren van zetting. Kosten vooroeverdam De kosten worden vooral bepaald door de diepte, aannames ten aanzien van de steilte van het talud. De kern van de vooroeverdam wordt gevormd door zandworsten. De kosten hiervan bedragen 10,5 euro/m3 aangebracht zand. Het volume wordt vooral door de waterdiepte bepaald. Er wordt een filterlaag (23 euro/m3) en een stortsteenbekleding (28 euro/m3) aangelegd. Op ondiep water zijn de kosten hiervan even groot als van de kern van zandworsten. Op dieper water lopen deze kosten terug naar ongeveer 30%. De vooroeverdam staat op geotextiel (2,4 euro/m3). De bijdrage hiervan aan de totale kosten is klein.Er is niet gekeken naar de aanleg- en beheerkosten en ook niet naar het compenseren vanzetting.
    • Kosten overslagdijkDe kosten worden vooral bepaald door het vervangen van de bekleding. Uitgangspunt is datbij hogere overslagvolumes (10 l/s) extra versterking van het binnentalud nodig is. Ookwordt, waar nodig, het binnentalud verflauwd. Vervangen bekleding buitentalud (betonzuilen, 96 euro/m2) Vervangen/versterken bekleding binnentalud (geotextiel en klei). De kosten zijn vrijwel op alle locaties vergelijkbaar groot.Er is niet gekeken naar de aanleg- en beheerkosten en ook niet naar de kosten van hetbergen van overslagwater. Het is mogelijk dat deze kosten beperkt kunnen blijvenafhankelijk van de situatie. Er zijn waarschijnlijk geen verdere aanpassingen nodig alsoverslag, leidend tot overlast, niet vaker dan 1 keer per 50 tot 100 jaar voorkomt en daarbijniet leidt tot schade aan gebouwen en infrastructuur.Kosten gangbare versterkingEr zijn hiervoor geen profielen ontwikkeld. Er is gewerkt met kostenkentallen voor deaanlegkosten op basis van het kruinhoogte tekort en dat in klassen. Er is hierbij dus ookgeen rekening gehouden met beheer- en onderhoudskosten en ook niet met eventuelezetting of de noodzaak voor het aanleggen van een zandcunet ter fundering van de brederedijk.Zoals aangegeven zijn alleen de kosten voor scenario 1 in beeld gebracht en niet voorscenario 2. Uit de overslagberekeningen volgt al wel dat enkele ontwerpen voldoen inscenario 1 en 2. Bij gangbare kruinverhoging moet er altijd rekening worden gehouden metkosten voor een tweede verhoging op termijn of met hogere initiële aanlegkosten (zie ookrobuustheid). De kosten van een gangbare kruinverhoging nemen verhoudingsgewijs toe.De kosten van het voorland nemen juist met toenemend peil verhoudingsgewijs af, ditomdat het kleidek bepalend is voor de kosten en niet zozeer het volume van het voorland.Andere aspectenRobuustheidEr is in voornoemde studie alleen gekeken naar een kruinhoogtetekort. Er kunnen zichvooral bij de oude zeedijken ook problemen voordoen met de stabiliteit van het dijklichaamen met piping, vooral als het peil fors toeneemt. Ook loopt een discussie naar het mogelijkverder uitzakken van het peil. Ook dit kan tot instabiliteit van de dijk leiden.De gangbare verhoging van de kruin draagt niet bij aan de stabiliteit en lost ook eenmogelijk probleem met piping niet op. Dat geldt ook voor de vooroeverdam. Bij eenoverslagdijk blijft het profiel intact. Ook deze oplossing draagt niet bij aan problemen metinstabiliteit en piping. Dit betekent dat bij de oplossingen gangbare kruinhoogte verhoging,vooroeverdam en overslagdijk, rekening moet worden gehouden met extra kosten optrajecten waar problemen met piping en instabiliteit spelen.Een voorland kan bijdragen aan stabiliteit en ook aan het probleem met piping. Dit vraagtwel het aanbrengen van een minimale kleilaag (1 meter) en ook een minimale breedte. Ditlaatste is vanwege de flauwe hellingshoek van 1:20 waarschijnlijk wel het geval. Ditbetekent dat op bepaalde locaties een voorland een robuustere oplossing levert dan dealternatieven.
    • Het voorland is laaggelegen, maar ligt afhankelijk van het type toch nog fors boven NAP enmaar net onder MHW. Dit betekent dat bresvorming waarschijnlijk wordt geremd. Bij eenvoorland op MHW is het risico op bresvorming waarschijnlijk nog kleiner. Er is bij eenvoorland dus sprake van extra reststerkte. Deze reststerkte is niet aanwezig in de andereoplossingen.SchadeverminderingHet voorland ligt boven NAP. Doordat er minder snel een bres ontstaat bij falen mag ookworden verwacht dat er minder schade wordt geleden, omdat minder water kanbinnenstromen. In geval van de overslagdijk is nu verondersteld dat er geen extravoorzieningen worden getroffen voor het bergen van het water dat over de dijk slaat. Ditbetekent dat dit ontwerp niet tot schadevermindering leidt. Dit geldt ook voor de gangbarekruinverhoging en de vooroeverdam.Ook hier (zie voorbeeld Waddenwerken Afsluitdijk en Vooroever Oostvaardersdijk) kan ingeval van nood het naast de bres gelegen voorland als bron voor zand/grond wordengebruikt ten behoeve van het provisorisch dichten. Ook daarmee wordt de hoeveelheidwater die kan binnenstromen beperkt. Deze mogelijkheid ontbreekt in de andereoplossingen.FaseerbaarheidOp dit moment is niet duidelijk in hoeverre en ook wanneer het peil van het IJsselmeermoet worden verhoogd. Als de vooroeverdam, gangbare kruinversterking en ook deoverslagdijk scherp worden ontworpen, dan leidt elke extra toename van het meerpeildirect tot erg veel meer kosten. Men kan er ook voor kiezen om deze oplossingen meteenmet oog op een veel grotere peilstijging aan te leggen. De aanlegkosten zijn dan wel hoger.Een voorland kan tegen geringe kosten verder worden verhoogd, dit komt vooral omdat(dure) bekleding ontbreekt, die bij een verhoging en aanpassing van het profiel moetworden vervangen. Een voorlandoplossing is dus beter te faseren.Beheer en onderhoudBeheer en onderhoud vormt een belangrijk aandachtspunt. De beheer- enonderhoudskosten van een gangbare kruinverhoging zijn vergelijkbaar aan die van dehuidige dijk. Echter bij een gefaseerd verhogen van het peil moet wel rekening wordengehouden met het verschuiven van het gemiddelde peil en de daarop in te stellenvooroeververdediging.De vooroeverdam leidt tot een beperkte toename in beheer- en onderhoudskosten. Degolfaanval op de bestaande dijk neemt weliswaar sterk af, maar komt toch bovenop hetonderhoud dat aan de dam zelf nodig zal zijn.De overslagdijk heeft beheer- en onderhoudskosten die waarschijnlijk vergelijkbaar zijn aandie van de huidige dijk.De beheer- en onderhoudskosten van het voorland hangen sterk af van ontwerp en gekozenbeheer. Het gehanteerde ontwerp gaat uit van een steenbeschoeiing op gemiddeldwaterniveau. Deze zal gelijk aan de dijk in de huidige situatie moeten worden onderhouden.Daarbij komt dat het voorland zelf moet worden beheerd. De kosten hiervan hangen af vanhet vegetatietype en de daarmee samenhangende beheersintensiteit. Bij een breed rietlandkan deze oplopen tot 400- 500 euro/km per jaar. Een voorland leidt tot extra beheer- enonderhoudskosten.
    • Er komen in Nederland veel dijken voor met voorland, waarbij het voorland gelegen isbinnen een bestemming als natuurgebied en als zodanig ook door een terreinbeherendeinstantie wordt beheerd.Natuurlijke habitats, relatie met natuurwetgevingDe gangbare kruinverhoging leidt waarschijnlijk maar tot beperkte effecten op aanwezigenatuurwaarden. Het IJsselmeer is aangewezen onder de Vogelrichtlijn. Hierop is degangbare kruinverhoging niet van invloed. Wel moet rekening worden gehouden met rodelijstsoorten, zoals de rivierdonderpad, die men aan kan treffen in de stenenbeschoeiing.Voor de overslagdijk geldt waarschijnlijk hetzelfde.De vooroeverdam voegt extra hard habitat toe, wat dus van voordeel kan zijn voor desoorten die aan stenenbeschoeiingen zijn gebonden. Daarbij schept de vooroeverdam ookbij gemiddelde situaties een golfluwe zone voor de dijk. Hier kan een voor de natuurinteressant lagunair milieu ontstaan, met helder water en afhankelijk van de waterdiepteook een begroeiing met ondergedoken waterplanten. Deze luwe zone draagt bij aan dewaterkwaliteit en kan functioneren als paai- en opgroeigebied van vis. Een en ander vraagtwel dat er plaatselijk een open verbinding is met het open water.Met de aanleg van voorland wordt een ondiepe vooroever, een rietoever en mogelijk ookeen moeraszone toegevoegd aan de oever. Bij een hellingshoek van 1:20 kan gerekendworden op een rietzone van ordegrootte van 20 meter of meer. Het voorland kan daarbijeen rol vervullen als ecologische verbindingszone, als foerageer- en broedgebied voorvogels, en mogelijk ook een paaigebied voor vis.Mogelijk vormen van medegebruikEen gangbare kruinverhoging of overslagdijk geven geen extra mogelijkheden voorrecreatie. Een vooroeverdam kan mogelijk nog gebruikt worden als aanlegvoorziening voorde recreatievaart. Achter een stelsel van vooroeverdammen kan bijvoorbeeld ook eenkanoroute worden aangelegd, of een golfluwe vaargeul voor kleine recreatievaart. Op eenvoorland kunnen wandel- en fietsroutes worden aangelegd.RealiseerbaarheidEen gangbare dijkverhoging en mogelijk ook een voorland kunnen effecten hebben op hetlandschapsbeeld en de cultuurhistorische waarde. Een voorland kan ingeval van bestaandvoorland leiden tot de afdekking van bestaande natuurwaarden.
    • DiscussieBij voornoemde kosten vergelijking zijn de volgende opmerkingen te plaatsen: Er is niet overal sprake van een geoptimaliseerd profiel, dit is mogelijk in het nadeel van de voorlanddam en de voorlandoplossing, omdat de overslagdijk wel is aangepast op het verwachte debiet. De gangbare kruinverhoging is ook niet geoptimaliseerd, maar hier wordt een directe relatie tussen de kruinverhoging en de daarmee samenhangende kosten gebruikt. Er is bij de voorlanddam en het voorland geen rekening gehouden met zetting. Zetting kan 10% (vaste ondergrond) tot 50% (slappe ondergrond) extra volume vragen. Er is uitgegaan van een standaard grond- en zandprijs, deze zijn echter locatie afhankelijk en hangen ook daarbij ook sterk af van de aanlegwijze. Er is nu uitgegaan van 9 euro/m3. In het project Toekomstverkenning Afsluitdijk is uitgegaan van 5,3 euro/m3, dit is al 40% procent minder. De kosten voor het aanbrengen van een kleilaag variëren minder. In geval van een gangbare kruinverhoging moet of direct rekening worden gehouden met een 100 cm peilstijging, of er moet tweemaal verhoogd worden over een langere periode. Een voorland kan makkelijker meegroeien, waarbij in eerste instantie een aanpassing aan een 60 cm peilstijging, of ook minder al voldoet. Er is alleen rekening gehouden met een kruinhoogte tekort. Bij toename van het waterpeil kunnen ook andere opgaven ontstaan bijvoorbeeld instabiliteit of een risico van piping. In geval van piping biedt vooral een voorland een mogelijke oplossing, als tenminste wordt uitgegaan van een 1 meter dik kleidek. De andere alternatieven bieden hiervoor geen oplossing.PerspectiefDe toepasbaarheid hangt af van de maatgevende condities en deze verschillen tussen deonderzochte locaties. Op de windgedomineerde locaties, kust van Flevoland enNoordoostpolder, is het water voor de dijk diep, meer dan 4 meter. Een vooroeverdam ishier goedkoper dan een voorland, terwijl beide goedkoper in aanleg zijn dan een gangbareverhoging. Er is een locatie waar vanwege de geometrie van de dijk een overslagdijkgoedkoper is.Mogelijk is er perspectief voor een voorland, of een andere oplossing met meer natuur, daneen gangbare kruinhoogte verhoging, maar dit zal van plaats tot plaats verschillen. Erkunnen wat dat betreft geen algemene uitspraken worden gedaan. In voornoemde studiesschelen de aanlegkosten niet veel tussen de verschillende alternatieven. Echter deontwerpen zijn niet geoptimaliseerd, er is geen rekening gehouden met de ondergrond enook niet met effecten op natuur, landschap en cultuurhistorie.
    • LiteratuurDeltares 2010 Uitwerking gevolgen peilverandering IJsselmeergebied, 1202357-002 VEB-0006 Deltares, september 2010.DHV, 2010. Onderdeel D: Uitvoeren kennisagenda Onderdeel D3: Effecten van (golfoploopbeperkende) generiek toepasbare maatregelen op waterveiligheidRWS 2010 Verslag voorverkenning lange termijn peilbeheer IJsselmeer, RWSDeltaprogramma | IJsselmeergebied, april 2010.Van der Meer et al. 2009 Guidance on erosion resistance of inner slopes of dikes from threeyears of testing with the Wave Overtopping SimulatorComCoast 2007 Conceptual model for reinforced grass on inner dike slopes,C136_S_07_22128Silva en Van Velzen 2008 De dijk van de toekomst? - Quick scan Doorbraakvrije dijken, doorWim Silva (Rijkswaterstaat Waterdienst) en Emiel van Velzen (Deltares); Ministerie vanVerkeer en Waterstaat, DG Water, Oktober 2008
    • Bijlage III. Voorbeelden Wadden en Estuaria Factsheet Kwelderdam Delfzijl Factsheet KwelderWerken waddendijken Factsheet Zachte versterking Texel Factsheet Waddenwerken Afsluitdijk Factsheet Schorbuffer Perkpolder Factsheet Banjaard Factsheet Oesterdam Factsheet Duindijk Nieuwvliet GroedeFactsheet Kwelderdam DelfzijlBeschrijvingAlgemeenDoor zeespiegelstijging en bodemdaling zal de huidige waterkering van Delfzijl in detoekomst niet aan de norm van 1:4000 kunnen voldoen. Het verzwaren van de kust parallelaan de Schermdijk is een oplossing om de primaire kering bij Delfzijl ook in de toekomst(eventueel met slechts beperkte aanpassingen) voldoende veiligheid te laten bieden.De verzwaring van de Schermdijk richt zich op verhogen en verbreden, in de vorm van eenzogenaamde kwelderwal met kwelderwerken. Een kwelder wordt gedefinieerd als eenbuitendijkse afzetting van slib en zand met daarop een natuurlijk gevestigde vegetatie, diebestand is tegen regelmatige overstroming door zout water. De vegetatie stabiliseert debodem, remt stroming af en beperkt golfaanval. Figuur 1. Voorstel tot kwelderdam met kwelderwerken. In roze een voorbeeld van initiële aanleg. Paars geeft vervolgaanleg aan. Oranje geeft natuurlijke aangroei weer. Gele pijl: Schermdijk. Rode pijl: primaire waterkering
    • Het idee achter de kwelderdam is dat de huidige Schermdijk voorzien wordt van zoveelzand en/of klei dat hij ook in de toekomst zorgt voor voldoende golfreductie voor deprimaire kering. Zeewaarts van de kwelderdam zal een kwelder de teen van hetzand/kleilichaam onder normale omstandigheden beschermen tegen erosie en daarmee hetonderhoud van het zandlichaam beperken, terwijl tevens veel natuurwaarde aan het gebiedwordt toegevoegd.Het is de bedoeling dat na aanleg van een initieel profiel, de kwelder zich door natuurlijkeaangroei uitbreidt in lijn met de geleidelijke stijging van de zeespiegel. Middelskwelderwerken (een netwerk van rijshouten dammen en greppels) kan men bezinkveldencreëren om de opslibbing te versnellen.Kwelders hebben een belangrijke rol in het ecosysteem en zijn van internationale betekenis.Het ontwerp van kwelderdam en kwelderwerken levert een significante bijdrage aan hethuidige areaal kwelders in de Eems Dollard. Het is qua grootte een robuuste bijdrage aan debenodigde broed- en foerageerhabitats.
    • Kwelderwerken langs de Noord Friese Opslag van pioniervegetatie op de rand kust, opslibbing is zichtbaar aanwezig van de kwelder Figuur 2. Concept KwelderwalTechnisch ontwerpVerkennende berekeningen met het programma X-beach tonen aan dat de kwelderdam bijverwachte maatgevende omstandigheden voor het jaar 2060 niet bezwijkt (figuur 3).Daarbij is uitgegaan van een 20 m brede top van de kwelderdam die 0,4 m boven deverwachte maximale waterstand in 2060 ligt, om overspoelen van het zandlichaam tevermijden. De helling van de kwelderdam is aan beide zijden 1:10. De kwelder zalvoornamelijk rond de gemiddelde hoogwaterlijn (GHW) ontstaan, ongeveer op NAP +1,5 m. Figuur 3. Berekeningsresultaten X-beach. In rood het afslagprofiel na extreme storm (1:4000) bij stormvloedpeil in het jaar 2060.De kwelderdam hoeft niet direct zo aangelegd te worden, omdat de maatgevende golf- enwaterstandscondities nu nog niet zo zwaar zijn als in de toekomst. Men zou initieel de topvan de kwelderdam iets boven het huidige stormvloedpeil kunnen leggen in plaats vanboven een toekomstig stormvloedpeil. In een later stadium dient de top dan verhoogd teworden. Ter voorkoming van erosie is het verstandig om de teen van de kwelderdam vast teleggen met klei of keileem tot een niveau van ongeveer GHW. Dit wordt tevens geacht eengoede basis te zijn voor natuurlijke groei van de kwelder (figuur 4).Voor de aanleg van een dergelijk initieel profiel over een lengte van 3 km is totaal ongeveer3,7 miljoen m3 sediment nodig. Uitgaande van een in zand uitgevoerde kwelderdam is daarca 1,7 miljoen m3 zand nodig, plus ca. 2 miljoen m3 keileem of klei voor de kwelderbasis.
    • profiel 4 1 : 10 A 1 : 200Qua aanleg en fasering zijn vele varianten mogelijk. Fasering schept kansen om flexibel in tespelen op veranderende omstandigheden. In alle varianten biedt de combinatie vankwelderdam en kwelders een solide basis voor verdere versterking op langere termijn (200jaar). B Figuur 4. Schetsmatig ontwerp kwelderwal. Dit aanlegprofiel laat ruimte voor gefaseerde groei.Ecologische AspectenKwelder areaalConstructie van een kwelderdam biedt kansen voor het scheppen van kwelderachtigehabitats die in de afgelopen eeuwen sterk in oppervlakte zijn afgenomen (figuur 5). Recentwordt een forse groei in Friesland gemeten, zijn de kwelders stabiel in Noord-Groningen enis er een voortdurende forse afname van pioniersvegetatie op de Dollard kwelders. Figuur 5. Afname kwelderareaal in km2 langs de kusten in Noord-Nederland vanaf 1600.
    • Internationale betekenisKwelders zijn één van de weinige Nederlandse landschappen van internationale betekenisomdat ongeveer 10% van de Europese kwelders op Nederlands grondgebied ligt. Ongeveerde helft van de Nederlandse zoute vegetatie ligt binnen de kwelders van het waddengebied.Kwelders vormen het belangrijkste broedgebied voor Bontbekplevieren, Tureluurs,Kokmeeuwen, Visdieven, Noordse sterns en Kluten. Ze vormen het belangrijkstefoerageergebied voor rotganzen en brandganzen. Vanwege de hoge biomassa productie zijnde kwelders essentieel voor de nutriëntencyclus in de Waddenzee.Relatie met regelgevingPionierszone en kwelderzone zijn beschermde habitats conform Natura2000. HetNederlandse beleid (o.a. PKB) is gericht op vergroting van het kwelderareaal en herstel vangeleidelijke en volwaardige zoet-zout overgangen. Dit beleid wordt in de praktijkuitgevoerd door: Onderhoud landaanwinningswerken teneinde erosie tegen te gaan Vergroting areaal door ontpolderen zomerpolders (Friesland) Meer natuurlijk beheer gericht op terugbrengen ‘natuurlijke’ ontwatering Aanleg van kwelders (concreet alleen in Noord-Holland)Ecologisch belang van kwelderwal Draagt bij aan vergroting kwelderareaal in Oost-Groningen Kan fungeren als hoogwatervluchtplaats voor wadvogels Kan fungeren als broedbiotoop voor koloniebroeders (o.a. Visdief en Noordse stern) Kan fungeren als foerageergebied voor ganzen en graslandbroedersAlternatieven en KostenOm te zorgen voor voldoende veiligheid tegen overstroming in de toekomst (wanneer dezeespiegel gestegen is en de bodem gedaald) moet er iets gedaan worden aan dewaterkering in Delfzijl.Naast de hier geschetste kwelderdam die de golven zodanig reduceert dat de primairekering (afgezien van regulier onderhoud) niet verder hoeft te worden aangepast,beschouwen we kort nog twee alternatieven. De reden hiervoor is om de kosten van hetontwerp in perspectief te kunnen zien. Deze paragraaf geeft een zeer globale eersteinschatting van de kosten.KwelderdamDe kosten voor realisatie van de kwelderdam bestaan voornamelijk uit aanvoer en plaatsingvan zand en keileem. Daarnaast spelen de kosten voor de aanleg van rijshouten dammen.Uitgangspunt is de initiële aanleg over een lengte van 3 km. 1,7 miljoen m3 zand (à € 5 - € 10/ m3) = 8,5 - 17 M€ 2.0 miljoen m3 keileem (à € 5 - € 10/ m3) = 10 - 20 M€ kwelderwerken = 2-3 M€ Schatting totale kosten kwelderwal ≈ 20,5 - 40 M€
    • ‘Harde’ versterking van de schermdijkBij dit alternatief wordt de schermdijk over een lengte van 3 km verhoogd en verbreed, terreductie van de golfaanval op de primaire kering. De verhoging is niet uniform maar hangtaf van de lokale hoogte van de primaire kering en de daaruit volgende benodigdegolfreducerende werking van de schermdijk. De kosten bestaan uit aanvoer en plaatsingvan zand plus de aanleg van bekleding. 0,.34 miljoen m3 zand (à € 5 - € 10/ m3) = 1,7 - 3,4 M€ 3000 m bekleding ({ € 6000 - € 7500/m) = 18,0 - 22,5M€ Schatting totale kosten versterking schermdijk ≈ 20 - 26 M€Versterking van de primaire keringIndien men de schermdijk ongemoeid laat, dan zal de primaire kering opgehoogd moetenworden om in de toekomst voldoende veiligheid tegen overstromingen te bieden. Dit isingrijpend omdat de kering ingebed is in stedelijk en industrieel terrein, en er weinig ruimtevoor uitbreiding is. De lengte waarover de primaire kering aangepast moet worden is langerdan de lengte waarover de schermdijk aangepast zou moeten worden, vanwege de vormvan het tracé. Normkosten voor een normale dijk bedragen 7,5 M€/km en in stedelijkgebied het dubbele. Gezien de bijzondere situatie met vier coupures langs het centrum vanDelfzijl, kan voor dit normbedrag ook aan het vierdubbele worden gedacht. ca. 1000 m in stedelijk gebied, waaronder 4 coupures = 15 - 30 M€ ca. 7000 m daarbuiten (à € 7500/m) = 50 M€ Schatting totale kosten versterking primaire kering ≈ 65 - 80 M€ alternatief kosten Kwelderdam 20,5 - 40 M€ Harde versterking Schermdijk 20 - 26 M€ Versterking primaire kering 65 - 80 M€ Tabel 1. Globale kostenschattingDe kostenvergelijking (tabel 1) dient gezien te worden als een eerste globale inschatting. Ineerste aanblik lijkt een gangbare harde versterking van de Schermdijk het voordeligst, metvoor een kwelderdam kosten die variëren van gelijkwaardig tot maximaal het dubbele. Hiermoet bij worden opgemerkt dat de kwelderdam, in tegenstelling tot de anderealternatieven, makkelijker gefaseerd aangelegd kan worden. Dit heeft direct rentevoordeel.Maar dat niet alleen. Het biedt ook de mogelijkheid voordeel te behalen door beter in tespelen op veranderende omstandigheden, zoals de stijging van de zeespiegel. Dit indirectevoordeel is echter moeilijk te kwantificeren.
    • BelemmeringenFormele toetsbaarheid van een kwelderdam als waterkeringEen formeel toetsinstrument voor een ‘hybride’ waterkering zoals een kwelderdam,bestaande uit een combinatie van een harde dijk als kern, met daarover een zandlichaam(kwelderdam) en daarvoor een kwelder, ontbreekt.Weliswaar kan het gedrag van de kwelderdam onder maatgevende omstandighedenworden berekend met bv. een model als X-Beach, maar zolang dit niet is erkend als formeeltoetsinstrument kan dit een belemmering vormen voor uitvoering.NatuurwetgevingWeliswaar is het Nederlandse beleid gericht op vergroting van het kwelderareaal, bij hetcreëren van kwelders op locaties waar deze voorheen niet voorkwamen, zal altijd deafweging spelen ten opzichte van het slik-habitat dat verdwijnt. Deze afweging kan eenbelemmering vormen voor de aanleg van een kwelderdam.Beschikbaarheid sedimentDe aanleg van een kwelderdam en kwelderwerken vereist de beschikbaarheid vansediment. Daarbij is niet alleen de hoeveelheid en de winlocatie van belang (medebepalendvoor de prijs), maar ook de kwaliteit (samenstelling en chemische zuiverheid). Zo biedt hetbeschikbaar komen van een grote hoeveelheid keileem bij het verdiepen van de toegang totde Eemshaven, een grote kans voor het realiseren van de basis van een kwelderdam. Alsdeze keileem een andere bestemming krijgt, is dat een belangrijke handicap. Eenzelfdeargument geldt voor het zand uit onderhoudsbaggerwerk in de Eems, als bron voor dekwelderdam, en voor het jaarlijkse onderhoudsslib uit te haven van Delfzijl, als potentiëlevoedingsbron voor de kwelders.Samengaan van recreatie, natuur en veiligheid tegen overstromenDe kwelderdam beoogt naast het bieden van veiligheid tegen overstromen, natuurwaardenen recreatieruimte te scheppen. Om dit te realiseren zijn gepaste beheersmaatregelennodig.Onzekerheid in snelheid natuurlijke aangroei kwelderDe snelheid waarmee natuurlijke kweldergroei mogelijk is, en daarmee het vermogen totmeegroeien met de zeespiegelstijging, is onzeker. Het hangt in belangrijke mate samen metde beschikbaarheid en aanvoersnelheid van sediment. Hoewel gericht beheer hierop eenbelangrijke invloed kan uitoefenen, kan onzekerheid over de omvang van de benodigdemaatregelen, een belemmering vormen voor uitvoering van een kwelderdam.DiscussieGeomorfologische effecten van de aanlegGestreefd wordt naar een zichzelf instandhoudend en liefst nog uitbreidende kwelder.Verwacht mag worden dat lokaal stroming en golven zich aanpassen aan de bodemvormzoals die wordt aangelegd voor de kwelderdam. Effecten op grotere schaal, zoals invloed opgetijvolume en getijslag zijn zeer waarschijnlijk minimaal. Mogelijk is er een effect opslibconcentratie in de aangrenzende wateren vanwege de eigenschappen van de kwelderom slib te accumuleren.
    • Ecologische effecten van de aanlegOp locale schaal worden habitats gecreëerd die waardevol zijn voor beschermde plant- endiersoorten. Aanwezigheid van vluchtplaatsen, paaiplaatsen en foerageergebied heeft eenuitstraling naar het regionale ecosysteem en draagt bij aan robuustheid en veerkracht.Natuurlijke ontwikkeling kweldervegetatie na aanleg van de kwelderdamVerwacht mag worden dat de ontwikkeling van de kwelder sterk wordt bepaald door delocale geomorfologische en hydraulische omstandigheden. Hierdoor ontstaan waarschijnlijkontwikkelingen die analoog zijn aan eroderende of aangroeiende kwelders die al in de regioaanwezig zijn.Specifieke inrichtingsmaatregelen ten behoeve van ontwateringOntwatering is een onderdeel van kwelderwerken. Deze ontwatering hoeft niet per se teworden uitgevoerd met rechte sloten en greppels. Door te spelen met de uitvoering van deontwatering kan een meerwaarde worden gerealiseerd.Creëren van specifiek biotoop voor broedvogelsHet is bekend welke vogelsoorten gebruik maken van kwelderhabitat (figuur 6). Voorspecifieke soorten kan de habitatgeschiktheid van de kwelderdam worden geoptimaliseerddoor aangepaste inrichting (door aanpassen of beheren van begroeiing) of zonering (vanbijvoorbeeld recreatiedruk). Figuur 6. Broed- en fourageerhabitats van kwelder gerelateerde vogelsoorten.Perspectief voor toepassingVoor een perspectief op toepassing van een kwelderdam en kwelderwerken als onderdeelvan een versterking van de waterkering, kijken we allereerst naar de sedimenthuishoudingvan de Waddenzee als geheel.
    • Sedimenthuishouding WaddenzeeOp grote schaal en lange termijn gezien, is het duidelijk welke factor het karakter envoortbestaan van de Waddenzee bepaalt: de balans tussen vraag en aanbod van sediment.Het aanbod wordt bepaald door de beschikbaarheid van sedimentbronnen en door detransportcapaciteit van stroming, golven en wind. De sedimentvraag is afhankelijk van debergingsruimte voor sediment. Aangezien de bulk van geologische afzettingen plaats heeftin water, wordt de bergingsruimte (in hoofdzaak) bepaald door de waterdiepte. Eenverandering in waterdiepte, betekent een wijziging in bergingsruimte en dus insedimentvraag. Stijging van de zeespiegel en/of daling van de bodem doen desedimentvraag toenemen.Omdat we het sediment kunnen beschouwen als drager van alle functies in het gebied,betekent een verandering in de sedimentbalans een wijziging in de draagkracht voor dezefuncties. Het behoud van deze functies is dan ook sterk gekoppeld aan het behoud van desedimentbalans: sediment vormt het waddenfundament.Op kleinere schaal en op kortere termijn wordt het allemaal wat ingewikkelder. Dan zien weals kenmerk voor het waddengebied vooral de grote dynamiek: voortdurendevormveranderingen als gevolg van een continue sedimentuitwisseling, tussen platen engeulen, tussen eilandkusten en buitendelta’s, tussen buitendelta’s en getijdebekkens entussen getijdebekkens onderling. Vormveranderingen die een kenmerk vormen van detypische waddenhabitats. Deze dynamiek wordt nog lang niet altijd volledig begrepen. Medeoorzaak hiervan is het ontbreken van voldoende meetgegevens van alle veranderingen. Eensystematisch monitornet van de Waddenzee, niet alleen van het Nederlandse deel, maar ookvan het Duitse en Deense, wordt node gemist.De dynamiek van de Waddenzee wordt hogelijk gewaardeerd en is een systeemkenmerkdat we graag willen behouden. Tegelijkertijd is het deze dynamiek die, lokaal en van tijd tottijd, leidt tot ongewenste effecten: verzanding van vaargeulen, erosie van ecologischwaardevolle slikken en kwelders of ondermijning van waterkeringen waardoor deveiligheid tegen overstroming in gevaar komt. In het verleden zijn deze problemen vaakaangepakt door de dynamiek van de Waddenzee in te tomen. Zou het mogelijk zijn eenoplossing voor deze relatief kleinschalige problemen te vinden waarbij desysteemdynamiek wordt behouden?Een antwoord op deze vraag ligt besloten in het begrip van de grotere schaal: op het niveauvan het gehele waddensysteem. Voorwaarde voor een behoud van functies is gelegen in hethandhaven van een neutrale sedimentbalans. In de gegeven situatie waarin desedimentvraag als gevolg van een stijgende zeespiegel, groter is dan het sedimentaanbod,betekent dit de noodzaak om sediment aan het systeem toe te voegen. Dit levert eenbelangrijke richtlijn voor het oplossen van kleinschaliger problemen: wanneer het mogelijkis een lokaal probleem op te lossen door ter plekke sediment toe te voegen, verdient dat devoorkeur. Immers, het mes snijdt dan aan meer kanten: de kleinschalige oplossing draagttegelijkertijd bij aan het fundamentele grootschalige doel om mee te groeien met dezeespiegel en de dynamiek van het systeem wordt gerespecteerd.Door het inrichten van een aantal pilots waarbij deze benadering wordt toegepast, enwaarbij een gedegen monitoring plaats vindt van de optredende effecten, kan lerende wegonze kennis van het waddensysteem groeien.Tegen het licht van het voorgaande, lijkt het verstandig om bij de noodzakelijke versterkingvan de waterkeringen in het Waddengebied, te zoeken naar oplossingen waarbij sedimentaan het systeem wordt toegevoegd. De kwelderdam bij Delfzijl is daarvan slechts een eersteuitwerking. Toepassing van het concept elders in de Waddenzee is zeer wel mogelijk.
    • Koppeling zoeken met kustonderhoud- en dijkversterkingsprogrammasHet belangrijkste programma waarbij structureel sediment aan het kustsysteem wordttoegevoegd is het RWS programma Kustlijnzorg. Doel van dat programma is naasthandhaving van de kustlijn, het handhaven van het zandvolume in het kustfundament. Desuppleties welke in dat verband worden uitgevoerd, beperken zich tot op heden tot dekustzone zelf. Een belangrijk deel van de sedimentverliezen uit het kustfundament echter,komen voor rekening van de Waddenzee. Dat brengt ons tot de volgende vragen: Zou het mogelijk zijn de zandtekorten in de Waddenzee zelf aan te vullen, in plaats van in de kustzone? Zou dat kunnen in de vorm van een concept als de kwelderdam? Is het denkbaar dat daarvoor middelen uit het kustonderhoudprogramma worden aangewend? In hoeverre geldt dat voor middelen uit het dijkversterkingsprogramma?Uitwerking van deze vragen zou het perspectief op toepassing van het concept kwelderdamsterk kunnen verruimen.
    • Factsheet KwelderWerken waddendijkenDijkringgebied 6 ‘Friesland en Groningen’ (figuur 1) ligt in de provincies Friesland,Groningen en Drenthe. Voor dit dijkringgebied geldt een wettelijke normfrequentie van1:4000 per jaar. De informatie over de waddendijken in dit dijkringgebied en de resultatenvan de tweede en derde toetsronden zijn ontleend aan rapportages van de beherendewaterschappen en de provincies Fryslân en Groningen.GroningenDe primaire waterkering die in Groningen gelegen is langs de Dollard, Eems en Waddenzeebestaat geheel uit een harde waterkering (dijk) en bedraagt ongeveer 99 km. Hetwaterschap Noorderzijlvest beheert 65 km primaire waterkering. Deze primairewaterkering loopt vanaf Delfzijl (km 25,90) tot aan de spuisluizen te Lauwersoog (km90,80). Langs circa 26 km van de Waddendijk liggen kwelders buitendijks, in breedtevariërend van enkele tientallen meters tot 1 km. Het waterschap Hunze en Aas beheert 27,4km primaire waterkering langs de Dollard en de Eems. Deze primaire waterkering looptvanaf het sluizencomplex te Nieuwe Statenzijl (km -1,50) tot aan Delfzijl (km 25,90). Langsde Dollard ligt over een afstand van circa 10 km een kwelder, in breedte variërend van 300m tot 1 km. Figuur 1. Dijkring 6
    • FrieslandDe Waddenzeedijk Fryslân loopt van de kop van de Afsluitdijk tot aan de sluizen vanLauwersoog en is in het beheer van Wetterskip Fryslân. De lengte van deze waterkering isongeveer 76 kilometer. Langs circa 30 km van de Waddendijk liggen kwelders buitendijks,in breedte variërend van circa 100 m tot 2,5 km (inclusief zomerpolders). Dewaddenzeedijken variëren in hoogte van NAP +7,6 m tot +9,7 m. Het buitentalud van de dijkis bekleed met asfalt en diverse steenzettingen (basalt, basalton, koperslakblokken,betonblokken en noorse steen). Het bovenste deel van het buitentalud, de kruin en hetbinnentalud zijn veelal bekleed met gras, doorgroeistenen en klinkers. Tussen keersluis ’tSas en de Tsjerk Hiddesluis te Harlingen is de waterkering uitgevoerd als eenkadeconstructie.Kwelders en kustverdedigingIn het Hydraulisch Randvoorwaardenboek (Rijkswaterstaat, 2007) is het volledigedijktraject opgeknipt in enkele tientallen randvoorwaardenvakken. Volgens de beheerdersgelden voor dijkvakken met kwelder als voorland andere hydraulische randvoorwaardendan voor dijkvakken zonder kwelders of met diep water. Er wordt beperkt rekeninggehouden met kwelders bij het toetsen. Bij het ontwerp van maatregelen wordt niet naar demogelijke inzet van kwelders gekeken.In hun rapporten over kwelders en kwelderwerken rapporteren Van Duin et al. (2007) enDijkema et al. (2010) onder meer over het effect van kwelders op de reductie vangolfhoogte en -energie en over mogelijke locaties voor kwelderontwikkeling langs devastelandkust van de Waddenzee.Kwelders zijn een natuurlijk voorland voor de zeedijken. Hoog voorland beperkt degolfhoogte en daardoor de golfoploop tegen de zeedijk (Erchinger 1974). In de Duitse enDeense Waddenzee worden kwelders daarom als onderdeel van de zeewering beschouwd(Anonymus. 2003; Hofstede 2003). Het waterschap Noorderzijlvest heeft na de storm van 1november 2006 de hoogte van de onderzijde van de hoogst liggende veekrand opgenomen(Den Heijer et al. 2007; figuur 3). De waterstand was bij Delfzijl het hoogst (NAP +4,83 m),maar de golfoploop tegen de dijk was daar met ruim 1 m het minst. Bij de Eemshaven laghet veek hoger (ca. 3 m golfoploop). De golfoploop langs de Emmapolder (geen kwelders)was met 5 m het hoogst. Op de dijken langs de kwelderwerken nam de golfoploop scherp aftot 2 m. Dit opmerkelijke verschil in golfoploop kan voor een deel worden verklaard door(Dijkema et al., 2008): De steile dijk langs de Emmapolder (Den Heijer et al. 2007). De dijken langs de kwelderwerken hebben een buitenberm op ca. 2/3 van de dijkhoogte, die de golfoploop met 22 % zou verminderen (RWS Meet en Adviesdienst 1979). Het voorland van de kwelderwerken. De kruinhoogte van de dijk van de Emmapolder zou vanwege het ontbreken van voorland ca. 1 meter hoger zijn aangelegd (N. Bakker, pers. med.). Een voorland van NAP +0,90 m bij de Linthorst Homanpolder (200 tot 400 m brede kwelder) zou een golfoploop van 3,24 m geven en een voorland NAP +1,90 m bij Noordpolder (kwelder tot 500 m breed) een oploop van 2,9 m (RWS Meet en Adviesdienst 1979). De nabije ligging van diep water in de Eemsmonding.
    • Figuur 2. Waterstand, dijkhoogte en veekmerk tijdens november storm in 2006 Den Heijer et al. 2007.Cooper (2005) vond in een onderzoek uitgevoerd in WashTidalInlet, Eastern England, dathet intergetijdengebied effectief is in het afvlakken van de golfhoogte met gemiddeld 83%en het absorberen van de golfenergie met gemiddeld 91%. Hij schrijft een belangrijkaandeel in deze reductie toe aan kwelders. Hij komt tot de aanbeveling dat het hoogwaterbeschermingsbeleid zich niet moet focussen op een enkele structuur (dijk), maar moetovergaan naar het ontwikkelen van een verdedigingszone met daarin zowel natuurlijke alsstructurele elementen.Het verdient aanbeveling om de rol van kwelders bij het mitigeren van golfhoogte engolfenergie, zelfs bij maatgevend hoogwater, nader te onderzoeken in het kader van hetbepalen van de hydraulische randvoorwaarden voor toetsing van dijkvakken metkweldervoorland.Adviesgroep WaddenzeebeleidDe Adviesgroep Waddenzeebeleid heeft in 2004 voorstellen gedaan over achterstalligonderhoud aan kwelders, aanleg van nieuwe kwelders, aankoop van gebieden, en overagrarisch natuurbeheer. Er is langs de vastelandkust dringend behoefte aan een duurzamebeheervorm voor de kwelderwerken. Het kabinet denkt daarbij aan experimenten metextra zandsuppleties in de Noordzeekustzone, de stimulering van nieuwekwelderontwikkeling ten gunste van de veiligheid van het achterland en mogelijk aankoopvan de meest verziltingsgevoelige gronden voor natuurontwikkeling.Kwelders zijn naast internationaal hoog gewaardeerde natuur, een natuurlijk voorland voorde zeedijken. Hoog voorland beperkt de golfhoogte en de golfoploop tegen de zeedijk(Möller& Spencer, 2002; Möller et al., 1997 en 1999). In de brief van het kabinet over hetrapport van de Adviesgroep Waddenzeebeleid (commissie Meijer) wordt “stimulering vannieuwe kwelderontwikkeling ten gunste van de veiligheid van het achterland” genoemd.
    • Voor het beheer van de kwelderwerken wordt op dit moment het volgende streefbeeldgehanteerd: Handhaving huidige areaal vastelandskwelders als compensatie voor kwelders die door indijkingen in het verleden verloren zijn gegaan. Met het oog op een natuurlijke ontwikkeling van de kwelders, is het beheer op langere termijn gericht op het zodanig veranderen van de kwelderwerken, dat ze de natuurlijke kwelderstructuur zoveel mogelijk benaderen. Voorwaarden zijn dat de huidige oppervlakte niet verkleint en er een zo gering mogelijk ruimtebeslag op het voorliggende wad is. Een verbeterde natuurlijke vegetatiestructuur, inclusief de pionierzone, oftewel een grotere aanwezigheid van alle stadia van een complete natuurlijke vegetatiesuccessie op de kwelder.Geschikte locaties voor compensatie en/of uitbreiding“Goede” kwelders stellen eisen aan de minimale grootte. Een minimum areaal van ca. 500ha is noodzakelijk vanwege de kwetsbaarheid en relatief duur beheer van kleine locaties,om het behoud van de biodiversiteit en om verjonging door cyclische ontwikkeling mogelijkte laten zijn. Kwelders kunnen gemiddeld met 1 à 2 cm per jaar opslibben, maar in sommigegevallen kan opslibbing ook veel sneller gaan. Als de omstandigheden gunstig zijn kan dehorizontale groei van kwelders enkele meters tot 10-tallen meters per jaar bedragen.Uit een studie naar referentiewaarden voor kwelderareaal voor de Kaderrichtlijn Water(Dijkema et al. 2005) blijkt dat het huidige areaal langs het vasteland van de Waddenzeeveel lager is dan een historische referentie. Er is daarom ruimte om het kwelderareaal langsde vastelandkust uit te breiden.De westelijke Waddenzee (ten westen van het wantij van Terschelling) lijkt nog nietgeschikt voor kwelderuitbreiding zonder grootschalige ingrepen. Er is door menselijkingrijpen weinig hooggelegen wad overgebleven waarop nieuwe aanwas zou kunnenplaatsvinden.Kansrijke zoekgebieden langs de gehele vastelandskust van Friesland en Groningen op basisvan de morfologie (hoogteligging, opslibbing en omvang) zijn: de Vlakte van Oosterbierumlangs Het Bildt en de Dollard in de hoek Johannes Kerkhovenpolder-Carel Coenraadpolder.Kunstmatige uitbreiding van kwelders zal echter wel moeten worden afgewogen tegenverlies aan natuurwaarden van de wadplaten en bijbehorende vogels.Uitdijken (verkwelderen) van zomerpoldersVerkwelderen is de eenvoudigste optie om het kwelderareaal te herstellen. De maatregelvoegt op een eenvoudige wijze areaal toe zonder de bestaande buitendijkse natuur tevervangen. Een voorbeeld van een geslaagde uitdijking is het Sieperdaschor bij Saeftinge inde Westerschelde (Stikvoort, 2000). In het Waddengebied wordt herstel van het areaalFriese vastelandkwelders momenteel met deze maatregel stapsgewijs in de praktijkgebracht in het plan Noard-Fryslân Bûtendyks. De ervaringen daar zijn tot nu toe zeerpositief wat betreft snelheid van de ontwikkelingen en kwaliteit van de gevormde kwelder(van Duin et al., 2007). De hoogteligging van de zomerpolder bepaald of er naastkwelderontwikkeling ook mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling van een pionierszone.
    • Nieuwe kwelderwerkenNatuurlijkheid heeft hoge prioriteit bij het huidige kwelderbeheer en -beleid. Binnen dePKB is echter wel enige ruimte om eenmalig structuren aan te leggen bij eventuelemaatregelen om tot areaaluitbreiding te komen. In dat opzicht zou misschien overwogenkunnen worden om voor een reeds hoogliggend stuk wad en goed opslibbingsgebied, zoalsde Vlakte van Oosterbierum langs Het Bildt, één of enkele rijshoutdammen loodrecht op dezeedijk te plaatsen. Met name aan de westzijde van het gebied zou de vestiging vankweldervegetatie hiermee gestimuleerd kunnen worden.Alleen het stimuleren van ontwatering, zonder gebruik te maken van rijshoutdammen, kansoms al voldoende zijn om de (pioniers)vegetatie op gang te helpen. Op een stuk wad dat inprincipe hoog genoeg ligt voor pioniersvegetatie om zich te kunnen vestigen, maar waar ditnog niet aanwezig is, zou drainage namelijk de beperkende factor kunnen zijn. Hier zougetracht kunnen worden of het trekken van één of enkele (kronkelende) drainagegeulenvoldoende effect heeft om de vestigingskansen voor pioniersvegetatie te verbeteren.Opbrengen van grond in buitendijks gebiedHet gebruik van gebiedseigen grond als een vorm van ‘vooroeverbescherming’ om als eenalternatieve zachte variant gunstige omstandigheden voor sedimentatie te creëren is eenvan de weinige mogelijkheden die voor de westelijke Waddenzee onderzocht zou kunnenworden.Ophoging van (bestaande) kwelders om de golfremming te verhogen om daarmeedijkverhoging bij zeespiegelstijging te reduceren gaat ten koste van kwelderareaal en is ookvanuit ecologisch (verlies biodiversiteit) en beheer oogpunt (verruiging en distelgroei) nietmeteen wenselijk. Het ophogen van kwelders komt feitelijk neer op het verbreden van dedijk waarbij een minder stijl profiel ontstaat en is bestuurlijk-juridisch waarschijnlijk alleente realiseren wanneer dit voor de veiligheid uiterst noodzaak in. Deze optie zal in iedergeval gecombineerd moeten worden met compensatiemaatregelen voor het verlies aankwelderareaal (bijvoorbeeld uitdijken van zomerpolders of aanleg van nieuwekwelderwerken).KostenHet aanleggen van kwelders als onderdeel van de zeekering is het meest effectief in termenvan kostenefficiëntie op plaatsen waar nu geen kwelders liggen en waar de getijamplitudeniet te hoog is. Wel dient rekening te worden gehouden met de diepte van het voorland.Voorland onder maaiveldniveau vereist ophoging om kweldergroei mogelijk te maken. Hoedieper het voorland, des te hoger de kosten. Dat geldt ook voor onderhoud en beheer:(klif)erosie zal op plaatsen waar het voorland (van nature) diep was een extra inspanningvereisen om de kwelder te behouden. Een kostenberekening moet uitwijzen wanneer hetaanleggen van kwelders niet meer rendabel is.Nieuwe kwelderwerkenOp enkele plaatsen langs de Groningse en Friese kust zijn de omstandigheden gunstig omzonder ophoging van voorland kweldergroei te initiëren door middel van het plaatsen vanrijshouten dammen. Het gaat om kustlijnstroken van bij elkaar ca. 10 km. De aanleg vandammen kost ca. 1 miljoen euro/km kust voor een kwelder van 800 m breed, plus jaarlijksonderhoud van ca. 125.000 euro.
    • Uitdijken (verkwelderen) van zomerpoldersDe kosten voor het verkwelderen van zomerpolders is afhankelijk van de gewensteinrichting van het landschap. Er dienen gaten in de zomerdijk te worden gemaakt enverbindingssloten tussen zomerpolder en kweldersloot te worden gegraven. Desgewenstkunnen nog sloten in de zomerpolder worden gegraven en kan wanneer er meerderezomerpolders achter elkaar liggen eventueel de tweede zomerdijk worden opgehoogd, naargelang het gebruik van de daarachter gelegen zomerpolder. De kosten voor verkwelderingzijn veel lager dan de kosten voor aanleg van nieuwe kwelders. De bijdrage aan veiligheidzal echter niet substantieel zijn, aangezien zomerpolders alleen voorkomen daar waar alkwelders aanwezig zijn. Toch kan verkwelderen van de zomerpolder worden overwogenom te voorkomen dat na een storm waarbij de zomerdijk overstroomt langdurig water in depolder achterblijft en aan de waterkerende dijk blijft staan.Opbrengen van grond in buitendijks gebiedWanneer het voorland te diep is om met rijshouten dammen ‘spontane’ kweldergroeimogelijk te maken is ophoging van buitendijks gebied wellicht een optie. De kosten hiervoorkunnen oplopen, terwijl de hydrodynamische en geomorfologische condities het aanleggenvan een kwelder onmogelijk kan maken of het duurzaam in stand houden van eenaangelegde kwelder kan bemoeilijken.Langs het Wierumerwad (Fryslân) of de Emmapolder (Groningen) zou geëxperimenteerdkunnen worden of hier met beperkte ophoging kweldergroei mogelijk gemaakt kan worden.Potentieel zou hier over een lengte van ca. 10 tot 15 km dijk kwelders kunnen wordenaangelegd.ConclusieVoor verbetering van de afgekeurde dijktrajecten wordt in geen enkele situatie voorgesteldom kwelderwerken aan te leggen of uit te breiden. Toch zijn er dijkvakken waar de inzetvan kwelders kan bijdragen aan het voorkomen van een verdere verhoging van de dijken.Vooral op plaatsen met ondiep water voor de dijk kan met eenvoudige maatregelenkweldervorming worden gestimuleerd. Op plaatsen met lage toetspeilen in verhouding totde verwachte hoogte van de kwelders kunnen de kwelders golven remmen en zo bijdragen.Wel moet rekening worden gehouden met de Natura 2000 behoud enverbeterdoelstellingen. De aanleg van kwelders gaat altijd ten kosten van ondiep en ookbeschermd habitat.In het programma ter verbetering van de hydraulische randvoorwaarden kan aandachtworden gegeven aan de rol van kwelders als voorland bij het reduceren van golfhoogte engolfenergie. Het vaststellen van nieuwe hydrologische randvoorwaarden voor dijkvakkenmet kwelders kan in de vierde toetsronde een rol spelen.
    • LiteratuurAnonymus (2003)Vorlandmanagementplanfür den Bereich der Deichacht Norden.Niedersachsischer Landesbetrieb für Wasserwirtschaft und Küstenschutz, BetriebsstelleNorden, 40 pCooper, N.J. (2005) Wave Dissipation Across Intertidal Surfaces in the Wash Tidal Inlet,EasternEngland. Journal of Coastal Research 211:28-40Erchinger, H.F. (1974)Wellenauflauf an Seedeichen. Naturmessungenan derOstfriesischenKüste. Mitt. Leichtweiss-Instituts Braunschweig. 41 pDen Heijer, F., J. Noort, H. Peters, P. de Grave, A. Oost, M.Verlaan (2007) Allerheiligenvloed2006Achtergrondverslag van de stormvloedvan 1 november 2006. RijkswaterstaatRijksinstituut voor Kust en Zee/RIKZDijkema, K.S., W.E. van Duin, E.M. Dijkman, A. Nicolai, H. Jongerius, H. Keegstra, L. vanEgmond, H.J. Venema, J.J. Jongsma (2010) 50 jaar monitoring en beheer van de Friese enGroninger kwelderwerken: 1960-2009. Jaarverslag voor de StuurgroepKwelderwerken,augustus 2009 - juli 2010. Vastgesteld door de Stuurgroep Kwelderwerkenop 29-11-2010WOT Informatievoorziening Natuur, rapport in voorbereidingGedeputeerde Staten van deprovincies Groningen en Fryslân (2005) Toetsing veiligheidprimaire waterkeringendijkringgebied nummer 6. Verslag van de colleges vanGedeputeerde Staten van deprovincies Groningen en FryslânGedeputeerde Staten van deprovincies Groningen en Fryslân (2011) Toetsen veiligheidprimaire waterkeringen Dijkring 6: Groningen en Fryslân3e ronde (2006 - 2011). Verslagvan de colleges van Gedeputeerde Staten van deProvincies Groningen en FryslânHofstede, J. L. A.(2003) Integrated management of artificially created salt marshes intheWadden Sea of Schleswig-Holstein, Germany. Wetlands Ecologyand Management 11:183–194, 2003Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2007) Voorschrift Toetsen op Veiligheid primairewaterkeringen voor de derde toetsronde 2006-2011 (VTV 2006)Rijkswaterstaat (1979) Meet en AdviesdienstRijkswaterstaat (2007) Hydraulische Randvoorwaarden primaire waterkeringenStikvoort, E. (2000). Met het tij mee. Over de ontwikkelingen in het Sieperdaschor. RapportRIKZ/2000.046, Rijkswaterstaat, Rijksinstituut voor Kust en Zee, Middelburg. 48 p.Van Duin, W., K. Dijkema en D. Bos (2007) Cyclisch beheer kwelderwerken Friesland.Wageningen IMARES, Den Burg, Texel; rapport C021/07Waterschap Noorderzijlvest (2011) Samenvatting 3e veiligheidstoetsing Primairewaterkering
    • Wetterskip Fryslân (2009) Waterbeheerplan 2010-2015‘Wetter jout de romte kwaliteit’Wetterskip Fryslân (2010) Friese dijken ondanks strenge beoordeling veiliger dan ooit
    • Factsheet Zachte versterking Texel Figuur 1. De zwarte pijl geeft de ligging van de Prins Hendrikdijk aan. Bron: Google mapsFeitelijke beschrijvingVeiligheidsopgaveDe Prins Hendrikdijk kent momenteel een vijftal problemen (Witteveen+Bos, 2009): erosie grasbekleding buitentalud macrostabiliteit binnenwaarts microstabiliteit binnenwaarts microstabiliteit binnenwaarts (binnenberm) pipingVoor al deze problemen moet een oplossing worden bedacht.
    • OntwerpspecificatiesGangbare versterkingVoor de verschillende problemen worden ook verschillende oplossingen gezocht. Er kaneen verhoogde binnenberm aangelegd worden, evenals een damwand. Beide eventueelsamen met het verplaatsen van de sloot aan de binnenzijde. Een verlegging van de dijk zee-inwaarts zou niet wenselijk zijn, mede vanwege de grote kosten in relatie tot geringeproblemen, voornamelijk binnendijks. Ook omdat het buitendijkse gebied een beschermdNatura2000 gebied is (Waddenzee), wordt een dijkverlegging als niet realistisch gezien. Erwordt in combinatie met andere oplossingen ook een verhard buitentalud metgrasbedekking voorgesteld. Deze maatregel wordt in alle gangbare voorstellen genoemd enals noodzakelijk beschouwd.Natuurlijke keringEen nieuw concept en nog niet meegenomen in de huidige m.e.r. is een duinenrij voor debestaande dijk (Gemeente Texel, 2011). De al aanwezige dijk zal gehandhaafd blijven, echteralleen omdat men (nog) niet weet wat de plannen ervoor zullen zijn. Deze toekomstigeduinenrij zal 150-200 meter breed zijn, ongeveer 10 meter hoog en over de gehele lengte(3,3 km) aangelegd moeten worden. Er worden ten minste twee eisen gesteld aan dezeduinenrij. Ten eerste zal er onder normale omstandigheden geen zandverlies optreden. Eentweede eis is het niet doorbreken bij extreme situaties.Aangezien er oostwaarts van de toekomstige duinenrij een diepe geul ligt, is beschermingnodig zodat de duinenrij niet de geul in verdwijnt. Daarvoor worden een landtong en eeneiland aangelegd evenwijdig aan de geul op ongeveer 200 meter afstand daarvan. Aan degeulzijde van de landtong kan een mossel/oesterbank gecreëerd worden. Er wordt gedachtom te kijken of eenzelfde mossel/oesterbank ook op natuurlijk wijze kan ontstaan aan degeulzijde van het eiland. Beide zandbanken zouden alleen bij extreem hoog water moetenonderlopen.
    • Beoordeling en vergelijking Aspect Gangbare Duinenrij Opmerkingen versterking Kosten aanleg en onderhoud Kosten aanleg Kosten beheer en onderhoud Totaal kosten Veiligheid Robuustheid goed Toetsbaarheid Controle/toezicht Schadevermindering goed Faseerbaarheid goed Natuur, recreatie en landschap Betekenis voor Neutraal Groter Meer en beter natuur foerageer- en broedgebied vogels. Mogelijk rustplaats zeehonden. Toename mossel/oesterbanken Mogelijkheden Neutraal Groter Fietspad door de recreatie duinen. Uitkijkplaats (vogelkijkhut) Landschap Neutraal Groter Oplossing is erg Texels (vergelijk de Slufter en de schorren) anderzijds zijn dijken met grazende schapen ook erg Texels. Tabel 1. Beoordeling en vergelijking gangbare versterking en een duinenrijWerkingDeze duinenrij zal functioneren als een normale duinenrij. Bij hoge waterstanden envoornamelijk door golfslag zullen delen van het duin wegspoelen. Een minimum aan zandzou moeten blijven staan. Bij normale waterstanden zou het zand weer door windaangevoerd moeten worden. Zeker bij dit laatste aspect kan men vraagtekens zetten of ditproces ook hier zal verlopen.KostenDe kosten liggen waarschijnlijk voornamelijk in het aanleveren van grote hoeveelheden nietgebiedsvreemd zand. Mogelijk zal er jaarlijks zand opgespoten moeten worden omdatnatuurlijke aanlevering door wind beperkt kan zijn. Aangezien er nog geen vergelijking isgemaakt kunnen er ook geen uitspraken over worden gedaan.
    • RobuustheidEr komt een duinenrij voor de huidige dijk. Dit levert in eerste instantie een verhoogdeveiligheid op. Wat op lange termijn met de dijk zal gebeuren is onduidelijk.SchadeverminderingIdem als robuustheid. Verder is bij een duinenrij veel zand voorradig mocht een ontstanebres gedicht moeten worden.FaseerbaarheidHet aanvullen van de duinenrij met extra zand, bij een verhoging van de veiligheidsopgave,is eenvoudiger uit te voeren dan verhoging of versterking van de dijk.Beheer en onderhoudHiervan is nog geen vergelijking gemaakt tussen beide alternatieven.Natuurlijke Habitats, relatie met natuurwetgevingTen opzichte van een gangbare dijk zal het aantal aanwezige dier- en plantensoorten zekertoenemen. De ecologische meerwaarde van de duinenrij is beperkt (Witteveen+Bos enVertegaal, in bewerking). Het eiland en de landtong kunnen zich echter tot een broedgebiedontwikkelen voor sternsoorten evenals bontbek- en strandplevier.Ook het getijdengebied tussen de duinenrij en de nieuw aan te leggen landtong en eilandbieden een zeer goede mogelijkheid om zich te ontwikkelen als foerageergebied voorallerlei wadvogels. Het eiland en de landtong kunnen dienen als hoogwatervluchtplaats.Er is grote afname (100 ha) van habitattype H1110 en H1140A. Deze habitattypes hebbeneen instandhoudingsdoelstelling. Deze instandhoudingsdoelstelling wordt nietgecompenseerd door andere habitattypes met deze doelstelling. Het zal lastig zijn om ditverlies als ‘niet significant’ te bestempelen.Mogelijke vormen van medegebruikDoor de duinen komt een fietspad. Daarnaast zijn er mogelijkheden om uitkijkplaatsenen/of vogelkijkschermen te plaatsen.BelemmeringenDe volgende (categorieën van) belemmeringen kunnen worden genoemd:Natuur- en natuurwetgevingNatura 2000: Het huidige buitendijkse gebied is het Natura2000-gebied ‘De Waddenzee’.Om een ontheffing te krijgen om in een natura2000-gebied te mogen werken moet er aanvoorwaarden worden voldaan. Een van die voorwaarden is dat er geen andere alternatievenzijn om het gewenste doel te bereiken. Dat is hier wel het geval. Er is een ander alternatiefdat voorziet in een voldoende waterkering. De toekomstige duinenrij zal dan ook tot eenverbetering van het Natura2000 gebied moeten leiden. Het vergroten van het areaal en hetverbeteren van de kwaliteit van het foerageer- en broedgebied voor vogels zal tot dezeverbetering moeten leiden. Er wordt niet gecompenseerd voor het verlies van een habitatmet een instandshoudingsdoelstelling.
    • Flora and Faunawet:Binnendijks is een leefgebied van de rugstreeppad aanwezig. Ook groeien er diverseorchissoorten en komt er een zilte vegetatie voor. Dit zou een belemmering kunnen vormen.Beheer en OnderhoudHet is afwachten hoe de duinenrij zich zal ontwikkelen. Ook nu al wordt er op Texel aan dewestzijde zand aangevoerd om de duinen te ‘voeden’. Dit zal waarschijnlijk ook nodig zijnbij de nieuw aan te leggen duinen. De overheersende windrichting in Nederland is zuidwest.Dit betekent dat het zand van de duinen afwaait in plaats van er naar toe. Ook de aanwezigediepe geul zal zand meenemen.RealisatieHet voldoen aan de criteria voor wat betreft de Natura2000 regelgeving zal een grotebelemmering zijn voor het creëren van een duinenrij.DiscussieDe kosten van een nieuw aan te leggen duinenrij zullen vooral het aanvoeren van het zandbeslaan. Daar tegenover staat dat bij binnendijkse oplossingen hoogstwaarschijnlijk ruimtetekort is en er land zal moeten worden aangekocht.Aan beide kanten van de dijk moet men rekening houden met de aanwezige natuurwaarden.Buitendijks is dat het Natura2000-gebied ‘de Waddenzee’ en binnendijks diversenatuurgebieden met onder andere orchissen, rugstreeppad en een zilte vegetatie. Tevensmoet men binnendijks rekening houden met de aanwezige agrariërs.De ecologische meerwaarde van het creëren van een duinenrij in combinatie met eenzandbank en een landtong, resulterend in een getijdengebied, lijkt aanwezig te zijn. Dit moetechter zeer duidelijk aangetoond worden om enige kans te maken om te voldoen aan deNatura2000 voorwaarden en doelstellingen. Deze ecologische meerwaarde wordt vooralgecreëerd door het aanleggen van de landtong en het eilandje. Deze maatregelen zoudenook genomen kunnen worden bij een gangbare oplossing om de dijk te versterken.LiteratuurGemeente Texel; 2011, Besprekingsverslag: workshop ecologische meerwaarde zandigevariant versterking Prins Hendrikdijk, Texel.Witteveen+Bos; 2009, Dijkversterking Waddenzeedijk Texel: startnotitie m.e.r., Deventer.Witteveen+Bos, Vertegaal; in bewerking, Verkenning haalbaarheid zandige variantversterking Prins Hendrikpolder i.r.t. Natuurbeschermingswet/Natura 2000, Deventer.
    • Factsheet WaddenWerken Afsluitdijk Figuur 1. Waddenwerken Afsluitdijk Figuur 2. Overzicht Afsluitdijk
    • Feitelijke beschrijvingVeiligheidsopgaveDe Afsluitdijk is nieuw genormeerd op 1:10000. De huidige dijk, zoals die in 1932 isaangelegd heeft een veiligheid passend bij een storm die eens in de 1000 jaar of mindervoorkomt. Het hoogtetekort bedraagt 4 tot 5 meter en ook de bekleding is onvoldoende.Er is sprake van een gecombineerde taakstelling waarbij naast veiligheid ookwaterhuishouding, en dan vooral het spuien van water tijdens hoogwatersituaties een rolspeelt.De veiligheidsopgave is samen met het waterhuishoudkundige vraagstuk in een prijsvraagaan de markt voorgelegd. Hierbij zijn de opwekking van duurzame energie, de Afsluitdijk alstransportverbinding, de te renoveren sluiscomplexen en ook recreatie en natuur als verderedoelen meegegeven. Figuur 3 Referentie gangbaar 2050OntwerpspecificatiesGangbare versterkingIn de plan-Mer zijn een robuust en een minder robuust alternatief voor gangbareversterking als referentie alternatief meegegeven. In de eerste referentie (figuur 3) wordtuitgegaan van een veiligheidsopgave tot 2050 en in de robuuste referentie (figuur 4) vaneen veiligheidsopgave in 2100. In de eerste referentie zijn de aanpassingen beperkt, in detweede is een aanzienlijke aanpassing en verhoging van de dijk nodig. Figuur 4 Referentie robuust 2100.
    • Natuurlijke keringEr zijn in het kader van de prijsvraag verschillende integrale oplossingen voor hetvraagstuk neergelegd. Wat betreft de veiligheidsopgave was daarbij sprake van vierwezenlijk verschillende oplossingen. Eén oplossing gaat uit van het plaatsen van eenbetonnen scherm op de Afsluitdijk, een andere oplossing gaat uit van het overslagbestendigmaken van de bestaande dijk, één gaat uit van het verhogen van de dijk en de laatsteoplossing gaat uit van de aanleg van kwelders in combinatie met een zandnok. Deze laatsteoplossing met de naam ‘WaddenWerken’, wordt hier verder besproken.van een 400 tot 600 meter brede kwelder die WerkingKwelders zijn een vorm van voorland zoals we dat vooral langs Wadden en estuariaaantreffen. Kwelders ontstaan vanuit zandplaten. Bij een bepaalde hoogte van de zandplaatkomt de nadruk meer op slibafzetting te liggen en ontstaan kleinere geultjes waardoorplaatselijk de ontwatering toeneemt. Daarmee wordt het voor vegetatie beter mogelijk omzich te vestigen. De aanwezige vegetatie versnelt vervolgens het proces van aanslibbing. Dekwelder groeit dan snel in hoogte tot dat hij een hoogte bereikt waarbij inundatie metslibrijk water nog maar weinig voorkomt. De aangroeisnelheid neemt dan af. De kwelderkan niet hoger groeien dan ca 30 cm boven springvloedniveau.Langs de Friese en Groningse kust zijn kwelderwerken gelegen. Kwelderwerken zijn eenoude landaanwinningtechniek gericht op het versnellen van de kweldergroei.Kwelderwerken bestaan uit vakken die golfluw worden gehouden door de aanleg vanrijshouten schermen. Water met slib kan vrij binnenstromen en het slib kan vervolgensgoed bezinken.In de huidige situatie komen voor de Afsluitdijk geen zandplaten voor. De waterdieptevarieert tussen de 2 meter (in het westen) tot meer dan 4 meter. Kwelders kunnen in dezesituatie niet uit zichzelf ontstaan en moeten worden aangelegd. In feite wordt eenzandlichaam, vergelijkbaar aan een zandplaat aangelegd, waarop de vorming van eenkwelder kan starten.In het ontwerp van WaddenWerken is uitgegaan geleidelijk aan afloopt naar dieper water.Deze breedte is gekozen om ecologische redenen, namelijk om een voldoende breed engroot oppervlak kwelder te realiseren. De flauw aflopende oever voorkomt dat met eenoeverbescherming moet worden gewerkt. Plaatselijk nadert een grote getijdengeul, deDoove Balg, de kwelderwerken. Hier is gekozen voor een verdediging met gebiedseigenkeileem, danwel voor een actief suppletiebeleid.De kwelders worden geflankeerd door de aanleg van luwtebanken, waarmee tegelijkertijdook een hoogwaterrustplaats en broedgebied voor vogels wordt aangelegd. Onderdeel vanhet ontwerp is ook een zoet-zoutovergang die in het westelijk wat ondieper deel is gedachten aansluit bij een van de spuibuizen van de aanwezige spuisluizen.
    • VeiligheidDe oplossing is doorgerekend met X-beach. Bij een eerste doorrekening bleek dat dekwelder te laag is gelegen om voor voldoende golfdemping te zorgen. Langs de Waddenkustleidt een hoog gelegen kwelder vaak tot golfremming, maar niet voor de Afsluitdijk. Ditkomt omdat het maatgevende hoogwater bij een storm die eens in de 10000 jaar voorkomt,meerdere meters boven de maximale hoogte van de kwelder is gelegen. Er is daaromgekozen voor een combinatie met een (buffer)duin. Dit duin, aangeduid als de kweldernok,dient als een afslagbuffer. Bij een maatgevende storm lopen de golven dood in dit duin enontstaat een afslagprofiel vergelijkbaar aan de duinenkust. De Afsluitdijk zelf verliestdaarmee grotendeels zijn functie als primaire kering.De functie van de kwelder in combinatie met de kweldernok is daarbij drievoudig. Dekwelder vormt een deel van het afslagprofiel. Een duin zonder kwelder moet daarom ookeen stuk breder worden aangelegd. De kwelder voorkomt dat bij gemiddeldestormomstandigheden zand uit het profiel kan verdwijnen. Ten slotte kan wordenopgemerkt dat de kwelder waarschijnlijk bij lager tij ten tijde van een storm nog wel leidttot een (beperkte) reductie van de golfenergie.Het is in principe ook mogelijk om alleen met een duin voor de dijk te werken, zoals dat ookin andere voorbeelden is gedaan (zie o.a. Nieuwvliet-Groede en Oesterdam). Dit is ookdoorgerekend en in de plan-Mer ook als veiligheidsvariant meegenomen. In dit geval moethet duin, zonder kwelders, wel een stuk breder worden aangelegd, zodat voldoende volumeaanwezig is voor het afslagprofiel dat ten tijde van een maatgevende hoogwater ontstaat.Met de aanleg van alleen de kweldernok is echter sprake van een ingreep die alleen maarnegatieve effecten heeft op de Waddenzee, aangezien met het duin een groot oppervlak aanprioritair habitat “permanent overstroomde zandbanken” wordt afgedekt. Bovendiendraagt een duin niet bij aan het ecologische functioneren van de Waddenzee.KostenDe kosten van het ontwerp WaddenWerken zijn doorgerekend conform de Pri-ramingssystematiek. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is de zandprijs. Er is naarmeerdere winmogelijkheden gekeken en winning direct achter de Afsluitdijk in hetIJsselmeer blijkt daarbij het goedkoopste. In de ontwerpstudie is gerekend met een prijs dieligt om de 3,5 euro/m3. Deze prijs is vastgesteld op basis van een werkschema enbijbehorende draaiuren van operationeel materieel. Dit is een prijs zonderdomeinvergoeding. In de daaropvolgende PlanMer is uitgegaan van een wat hogerezandprijs. In de nog lopende MKBA is uitgegaan van 5,3 euro/m3. De MKBA is nog nietgepubliceerd, het is daarom nog niet bekend wat het verschil in prijs bepaald. Wel zijn deaannames ten aanzien van de zandprijs bepalend voor de totale aanlegkosten. Bij een lagerzandprijs, ordegrootte van 3 tot 3,5 euro/m3 heeft het alternatief WaddenWerkenaanlegkosten in dezelfde orde van grootte van een gangbare versterking. Bij een veel hogerezandprijs zijn de aanlegkosten natuurlijk ook veel hoger.Wat betreft onderhoud is van een beperkte periodieke (zand)suppletie uitgegaan. Voorts isrekening gehouden met beheer en onderhoud van de kwelderwerken. De kosten voorbeheer en onderhoud liggen naar verwachting niet hoger dan in de huidige situatie.
    • RobuustheidDe combinatie van WaddenWerken met de Afsluitdijk is een robuustere oplossing danalleen een versterkte Afsluitdijk. Bovendien is het voorland, en dan vooral de kweldernok,ook na vorming van een afslagprofiel, zo hoog gelegen dat bresvorming maar beperkt zalkunnen optreden. Er is dus sprake van extra reststerkte.Er wordt op dit moment nog gewerkt aan een KEA voor de Afsluitdijk. Hieruit zal blijken ofeen nog strengere norm voor de Afsluitdijk wenselijk is.Door deze extra reststerkte is ook sprake van extra veiligheid. In theorie kan deze extraveiligheid worden gewaardeerd als een verdere afname in de schadeverwachting. Deze kanin geval van de Afsluitdijk moeilijk concreet worden gemaakt. Dit komt o.a. doordat ook debestaande Afsluitdijk al beschikt over een aanzienlijke reststerkte in de vorm van eenkeileemkern. Ook nu al is bij het bezwijken van de bekleding de kans op een bres kleinerdan bij een normale dijk. Dit is mede een reden dat de norm voor de Afsluitdijk nogonderwerp van studie is.SchadeverminderingKwelder en kweldernok zijn boven NAP gelegen. Doordat er minder snel een bres ontstaatbij falen mag ook worden verwacht dat er minder schade wordt geleden, omdat minderwater kan binnenstromen.In geval van nood kan het naast de bres gelegen voorland ook als bron voor zand/grondworden gebruikt ten behoeve van het provisorisch dichten. Ook daarmee wordt dehoeveelheid water die kan binnenstromen beperkt.FaseerbaarheidIn geval van de Afsluitdijk moet rekening worden gehouden met zeespiegelstijging. In hetontwerp is hiernaar gekeken. Ervaringen met kwelders en kwelderwerken op plaatsen metbodemdaling tonen aan dat de kwelders in staat zijn om de voorspelde zeespiegelstijging bijte houden. De zandnok zelf kan tegen zeer weinig kosten eenvoudig worden verhoogd, erhoeft hiervoor alleen maar grond te worden opgebracht. Bij een gangbare dijk zou ook debekleding moeten worden vervangen. Vooral als de zeespiegel sneller toeneemt dan waarnu van is uitgegaan, moeten in geval van de gangbare versterking aanzienlijke extrainvesteringen worden gedaan. Voor het referentieontwerp 2050 moeten dan al vroeg extrakosten worden gemaakt, die ook uitgedrukt in euro’s nu substantieel zullen zijn.Beheer en onderhoudBeheer en onderhoud vormen een belangrijk aandachtspunt. In het ontwerpWaddenWerken is uitgegaan van een flauw aflopende kwelder. In principe kan daarmee hetonderhoud tot een minimum worden beperkt. In de raming is wel rekening gehouden metperiodieke suppleties.
    • Natuurlijke Habitats, relatie met natuurwetgevingDe combinatie met kwelders en luwtebanken is een ’natuurinclusief’ oplossing. In dezeoplossing wordt ook prioritair habitat afgedekt, maar wordt ook een kwaliteitsverbeteringnagestreefd van dit habitattype, als kwalitatieve compensatie. De extra kwelders zorgenvoor de invang van slib, bieden meer paai- en leefgebied voor organismen die verderopgroeien in het prioritaire habitat. De luwtebanken leiden tot een betere ontsluiting vandit deel van de Waddenzee voor zeehonden en vogels, waardoor het gebied ook beter kanworden benut door beschermde soorten. Ook dit kan worden gezien als eenkwaliteitsverbetering van het habitat. Voorts is als onderdeel van de visie voorgesteld omhet spuiregime van de (oude en nieuwe) spuisluizen te wijzigen zodat er minder sprake isvan zoetwaterschokken. Door de luwtebanken wordt gespuid zoet water meer richting degetijdengeulen gestuurd, waar het minder kwaad kan.Een belangrijk discussiepunt vormen de effecten op bestaande natuur. Er zijn in het kadervan de plan-Mer twee toetsen uitgevoerd. Er is een passende beoordeling uitgevoerdwaarbij getoetst is aan de Natura2000 instandhoudingdoelstellingen. Volgens deze toets issprake van significant negatieve effecten omdat een oppervlak aan prioritaire habitat wordtafgedekt. Bij toetsing aan Natura2000 worden alle effecten in principe teruggerekend naareen oppervlaktebeslag. Aangezien alle habitats in hun huidige ligging en omvang zijnbeschermd, wordt elke wijziging van het ene naar het andere habitattype ook als eennegatief effect beschouwd. Dit ondanks de breed gedragen constatering dat er in dit deelvan de Wadden verhoudingsgewijs weinig kwelders aanwezig zijn. De omvang van de aan teleggen kwelders is echter dermate groot dat dit tot een significant effect leidt op hethabitattype permanent overstroomde zandbanken.Op basis van de effecten op de Waddenzee geeft het advies het volgende aan:“De commissie adviseert de aanleg van kwelders uit de visie ‘Waddenwerken’ niet op tenemen in de voorkeursbeslissing. De huidige natuur in dat gebied is nu al zeer waardevol.De daar aanwezige permanent overstroomde zandbanken zullen bij de aanleg van kweldersverdwijnen. De waarde van de huidige natuur wordt onderstreept door het feit dat op basisvan Natura2000 de huidige natuur moet worden behouden en kwalitatief verbeterd moetworden”.Er is ook getoetst op basis van de natuurpuntenmethodiek. In deze systematiek wordtgekeken naar omvang, kwaliteit en ook zeldzaamheid van een habitattype en wordt opgrond daarvan een score in punten toegekend. Op deze wijze kunnen ook veranderingen inbeschermde typen habitat met elkaar worden vergeleken. Volgens deze systematiek scoortde aanleg van kwelders positief. De aanleg van alleen de kweldernok wordt volgens dezesystematiek negatief gescoord.Mogelijk vormen van medegebruikDe kwelders bieden mogelijkheden voor natuurontwikkeling en ook voor recreatiefmedegebruik. Op dit moment zijn vooral op het traject Den Oever-Harlingen de kweldersvrijwel niet waar te nemen en ook niet toegankelijk. Dit alternatief voorziet in goedtoegankelijk kweldergebied.
    • RealiseerbaarheidDe technische realiseerbaarheid is eenvoudig. Er hoeft in feite alleen maar veel zand teworden aangevoerd en gestort. De afwerking kan eenvoudig blijven. Ook de aanleg van dekwelderwerken is een eenvoudig techniek waar veel ervaring mee is.Een punt van aandacht is de ideale “kick-start” c.q. bodemhoogte om kwelderontwikkelingte starten. Ook waren er in het kader van de planMER vragen ten aanzien van deaangroeisnelheid, vanwege de verhoudingsgewijs lage slibconcentraties voor de Afsluitdijk.BelemmeringenDe volgende (categorieën van) belemmeringen kunnen worden genoemd:Formele toetsbaarheidIn principe kan de voorgestelde oplossing goed worden getoetst als duin op basis vanafslagberekeningen.KostenDe kosten voor het alternatief WaddenWerken bestaan voor zover het deveiligheidsoplossing betreft vooral uit de kosten voor zandsuppleties. Uitgangspuntenaangaande de zandprijs zijn hier dan ook doorslaggevend voor het kostenbeeld. In degangbare alternatieven voor versterking wordt weinig zand gebruikt. Een hogere zandprijsmaakt deze natuurlijke oplossing al sneller duurder dan een gangbare versterking.Natuur- en natuurwetgevingNatura2000: Het alternatief WaddenWerken is vooral ook vanwege de mogelijke juridischerisico’s die samenhangen met de Natura2000 negatief gescoord. In lijn met de formeletoetsing heeft ook de adviescommissie en de Raad voor de Wadden aangegeven dat deaanleg niet wenselijk is omdat het aanwezige habitat al waardevol is en beschermd dient teworden.Flora- and Faunawet: Deze vormt waarschijnlijk geen probleem. De Afsluitdijk wordt weiniggefrequenteerd door de steenloper. Het afdekken van de harde bekleding met zand enkwelders vormt waarschijnlijk geen probleem.EcosysteemdienstenAfhankelijk van het type kan het voorland verschillende rollen spelen. Genoemd zijn al eenmogelijke functie als foerageer- en broedgebied. Ook vervult de kwelder een rol in hetvastleggen van slib wat de helderheid van het water ten goede zal komen. Ook vormen dekwelders een sink voor het vastleggen van CO2, die wat betreft de capaciteit vergelijkbaar isaan bos.Beheer en onderhoudBeheer en onderhoud zijn vergelijkbaar aan dat van de bestaande kwelderwerken. Mogelijkis extra aandacht nodig voor de luwtebanken in de vorm van periodiek suppleren.
    • DiscussieOnbenutte mogelijkheden voor optimalisatieAnders dan gangbaar in een m.e.r. heeft er geen verdere optimalisatie van de alternatievenplaatsgehad. De nadruk lag op het toetsen en niet op het ontwerpen. Bij het toetsen zijndaarbij de alternatieven teruggebracht tot de onderdelen die functioneel doorslaggevendzijn voor de opgaven met betrekking tot veiligheid en de waterhuishouding. Het integralekarakter van het ontwerp, en vooral de natuurinclusief insteek gingen daarbij verloren. Inde praktijk is verdere optimalisatie goed mogelijk, bijvoorbeeld door de aanleg van dekwelders vooral te richten op het ondiepere westelijke deel van de Afsluitdijk. Of door dekwelders terug te brengen tot wat als evenwichtsprofiel in combinatie met de kweldernokals breedte nodig is.De veiligheidsopgave voor de Afsluitdijk wordt sterk bepaald door de opgelegde norm van1:10000, maar ook door de voorwaarde dat er geen zout water over de dijk mag slaan. Dit isde reden waarom in de oplossing met een overslagbestendige dijk is gekozen voor de aanlegvan een tweede dijk met daartussen een zoet-zout overgang. Op deze wijze bereikt zoutoverslagwater het zoetwaterbekken IJsselmeer niet meer.In de toetsing is nog eens beter naar deze eis gekeken. Zo wordt ook in het adviesaangegeven dat de incidentele overslag van zout water bij uitzonderlijke stormen niet vanbelang is voor de waterkwaliteit van het IJsselmeer. Dit betekent dat in feite met een lagerekruinhoogte in geval van een overslagbestendige dijk kan worden volstaan. Een veel lagerekruinhoogte betekent dat de golfoploop ook minder hoeft te worden teruggebracht. Devraag is dan of alleen een oplossing met kwelders voldoende kan zijn al dan niet incombinatie met een veel kleinere kweldernok. De negatieve effecten op het bestaandeNatura2000 habitattype ‘permanent overstroomde zandbanken’ worden dan kleiner en inde natuurpuntensystematiek wordt het positieve saldo groter.Beoordeling effecten op natuurIn de formele toetsing is sprake van significant negatieve effecten en in denatuurpuntenmethodiek van een positief effect. Er wordt door verschillende ecologenverschillend gedacht over de effecten en ook over de weging van de effecten. De aanleg vande zoet-zout overgang scoorde daarbij beter. Een geoptimaliseerd ontwerp met nadruk ophet realiseren van kwelders zou ook in de passende beoordeling tot minder negatieveeffecten hebben geleid.Kosten en baten robuuste keringZoals aangegeven zijn in het gunstigste geval, dus bij een lage m3 prijs voor het zand, dekosten van WaddenWerken vergelijkbaar met die van een gangbare dijkversterking. Welheeft de aanleg van de kwelders bijkomende baten en ook voordelen waar het gaat omrobuustheid en faseerbaarheid.PerspectiefBij het huidige beschermingsregime van de Wadden en hoge zandprijzen is er geenperspectief voor de aanleg van grootschalige oplossingen in de vorm van WaddenWerken.Denkbaar is een toepassing op een kleinere schaal, bijvoorbeeld in combinatie met albestaande kwelders.
    • Factsheet schorbuffer Perkpolder Figuur 1. Overzicht projectgebied Perkpolder. Bron: Google MapsFeitelijke beschrijvingVeiligheidsopgaveDe dijk bij Perkpolder is recent versterkt en voldoet nog aan de veiligheidsopgave voor dekomende 50 jaar. De huidige normfrequentie is 1:4000. Er wordt nu al nagedacht over deperiode erna, omdat de toekomstige situatie consequenties met zich meebrengt. Men wildaar nu al op inspelen, zodat alle opties open blijven.OntwerpspecificatiesIn het geval van de Perkpolder is er een gebiedsontwikkelingsplan gemaakt voor niet alleende dijkversterking, maar voor een groter gebied om de regio een economische impuls tegeven. Onderdeel van het plan is om een primaire dijk landinwaarts te verleggen (OostelijkePerkpolder) en een andere primaire dijk overslagbestendig te maken (over ± 50 jaar,Westelijke Perkpolder).Gangbare versterkingDe gangbare oplossing bestaat uit het verhogen van de dijk.Natuurlijke keringHet meer natuurlijke alternatief is een overslagbestendige dijk. Waar de dijkoverslagbestendig wordt gemaakt, zal de bestaande landbouw verdwijnen om plaats temaken voor een golfbaan en (recreatie) woningen te midden van een waterrijk landschap.Deze woningen zullen zo gebouwd worden, dat ze bestand zijn tegen een eventueelverhoogd peil in de polder.
    • In de Oostelijke Perkpolder wordt de huidige primaire dijk doorgestoken. Een nieuweprimaire dijk wordt verder landinwaarts gemaakt. Tussen de dijken ontstaat eenschorrengebied. Dit onderdeel van het plan vloeit voort uit een compensatieafspraak vanRijkswaterstaat. Deze afspraak behelst de realisatie van een aantal hectares natuur nabij deWesterschelde. Figuur 2. Het stedenbouwkundig plan van Perkpolder. bron: perkpolder.nlWerkingDoordat er wordt geaccepteerd dat er meer water over de dijk kan slaan, zal hetachterliggende land dit moeten opvangen. Zolang er niet teveel water over de dijk slaat enhet achterland het overslaande water kan bergen zullen er geen problemen ontstaan.Voor de periode tot en met 2110 wordt een inundatiediepte in de westelijke perkpoldergeschat op 0 cm. In 2210 wordt een inundatie voorspeld van 80 cm .Het schorrengebied en ook het restant van de huidige primaire dijk in de OostelijkePerkpolder zal golfreducerend werken. Het is de verwachting dat het schorrengebiedopslibt als gevolg van de zeespiegelstijging.
    • KostenDe verhoging van de dijk zal meer kosten met zich meebrengen dan het overslagbestendigmaken van de huidige dijk.Met het niet ophogen van de dijk spaart men de kosten die gepaard gaan met grondaankoopuit. Immers, een overslagbestendige dijk neemt minder ruimte in beslag.De onderhoudskosten voor een gangbare dijk zijn ook (licht) hoger. De totale kosten voorhet verhogen en onderhouden van de gangbare dijk zijn dan ook hoger.Er is geen vergelijking beschikbaar tussen het verleggen en verhogen van de dijk in deOostelijke perkpolder.Beoordeling en vergelijking Aspect Gangbare Overslagbestendige Opmerkingen versterking dijk Kosten aanleg en onderhoud Kosten aanleg Lager Alleen bekend voor Westelijke Perkpolder Kosten beheer en Lager Alleen bekend onderhoud voor Westelijke Perkpolder Totaal kosten Lager Alleen bekend voor Westelijke Perkpolder Veiligheid Robuustheid Toetsbaarheid Controle/toezicht Schadevermindering Faseerbaarheid Natuur, recreatie en landschap Betekenis voor Oostelijke natuur Perkpolder groter Mogelijkheden groter recreatie Landschap Tabel 1. Beoordeling en vergelijking gangbare versterking en een duinenrijRobuustheidDe huidige dijken in Perkpolder zijn in 2010 versterkt om tot en met 2060 nog aan devoorwaarden te voldoen. Zelfs als na 2060 wordt besloten om de dijk niet te verhogen, maarvoor een overslagbestendige dijk te kiezen, verwacht men pas in 2210 een inundatiedieptevan 80 cm.
    • Beheer en onderhoudHet verschil in onderhoud en beheer tussen beide varianten van de dijk zijn klein. Bij eendijkverhoging zal er iets meer gras worden aangelegd. Dit gras moet gemaaid worden endat brengt bij de gangbare dijkverhoging dus meer kosten met zich mee.Natuurlijke Habitats, relatie met natuurwetgevingAls men alleen kijkt naar het verschil in natuurwaarden van het achterland tussen eengangbare dijk en een overslagbestendige dijk bij het landgebruikstype ‘natuur’, kan mengeen verschil aantonen. Maakt men een vergelijking waarbij het achterland verandert vanfunctie ‘landbouw’ naar functie ‘recreatie’, dan is ook daar alleen een meerwaarde te vindenin de overgang van functies. Niet in het feit wat voor een type dijk er is. Wel is er wellichteen negatief effect bij een overslagbestendige dijk op de aanwezige zoete flora.Ook kan een hogere dijk een negatief effect hebben op vogels die een open landschapprefereren. De dijk bij Perkpolder is gemiddeld 9,3 meter hoog. Een verhoging tot 12 meterzal geen extra negatieve effecten hebben voor vogels. Wat betreft de dijkverlegging in deOostelijke Perkpolder kan men wel spreken van een meerwaarde voor de natuur. Het teverwachten ontstane schorrengebied zal plaats bieden aan diverse soorten flora en fauna.Mogelijke vormen van medegebruikIn de Westelijke Perkpolder zullen (recreatie) woningen en een golfbaan gerealiseerdworden. De Oostelijke Perkpolder zal niet toegankelijk zijn. Wel kan men het gebiedbekijken vanaf de dijk.BelemmeringenIn Perkpolder is gebruik gemaakt van de principes van ‘ontwikkelingsplanologie’. Dit houdtin dat gedurende een langere termijn met verschillende partijen is nagedacht over hethuidige plan. Door dit proces zijn alle niet haalbare alternatieven al afgevallen en blijft eengoed realiseerbaar plan over. Een alternatief om het watersysteem in de WestelijkePerkpolder te koppelen met de Westerschelde is dan ook niet doorgegaan. Omwonenden ende exploitant van de bewoning en de golfbaan konden zich niet vinden in een dijk met eenduiker. Voor hun gevoel is dat niet veilig genoeg. Tevens was men bang voor een hoogzoutgehalte. Door deze manier van ontwerpen lijken er dan ook geen grote belemmeringenmeer te bestaan.DiscussieDe dijkverlegging in de Oostelijke Perkpolder biedt goede kansen. Het schorrengebied datzo ontstaat, zal goede mogelijkheden bieden voor diverse soorten flora en fauna. Tevenswerken het schorrengebied en het restant van de huidige primaire kering golfreducerend.Er is echter geen vergelijking van kosten. Rijkswaterstaat heeft zichzelf verplicht om eenaantal gebieden om te vormen tot natuur.In de Westelijke Perkpolder is het alternatief van een gekoppeld watersysteem nietdoorgegaan. Betrokken partijen waren niet zeker van de veiligheidssituatie en maakten zichzorgen over een te hoog zoutgehalte. De geplande bebouwing wordt wel zo gebouwd, dat inde toekomst alsnog gekozen kan worden voor een overslagbestendige dijk.
    • Factsheet BanjaardProbleemOp verschillende plekken in Nederland speelt het probleem dat een opdringende geul in debuurt van de kustlijn steeds dichter naar de kust toe beweegt. De veiligheid van de kustlijnkomt hierdoor in het geding. Dit probleem speelt onder andere bij polder de Banjaard inZeeland. Zie figuur 1 voor de ligging van de polder. Het handhaven van de kustlijn ter plekkevan de Banjaard is lastig. Een opdringende geul richting de kust, de Onrust, is hiervan deoorzaak. Over enkele raaien wordt de basiskustlijn (BKL) jaarlijks overschreden. In 2002 isafgesproken om de handhaving anders aan te pakken. Via morfologisch baggeren van eengeul ten noorden van de Onrust wordt geprobeerd de Onrust van de kust af te houden. Hetdebiet wordt afgeleid door de gemodelleerde geul “Roompot-Hompels”. De kustlijn magmaximaal 15 m landwaarts opschuiven. Inmiddels is de kust 10 m landwaarts opgeschovenen schuift elk jaar ongeveer 1 meter op. De kustlijn zal in de nabije toekomst op een anderemanier moeten worden gehandhaafd, om aan de BKL te blijven voldoen. De veiligheid is welgewaarborgd. De dam en voorliggend duinengebied zijn inmiddels voor de komende 50 jaarversterkt (project zeeweringen, 2008). Figuur 1. De ligging van polder de Banjaard en de Onrust geul. In het linker plaatje een vergroting van het rode vlak in het rechter plaatje.
    • ZandmotoroplossingBinnen het programma Building with Nature is een ‘zachte’ oplossing bedacht voor hetbovengenoemde probleem. Voor dit voorstel zijn modelleringen uitgevoerd door Deltares.De essentie van deze oplossing is eigenlijk het omgekeerde van dotteren. De geul de Onrustkan moeilijk uit zichzelf verstoppen, omdat veel water door de geul moet passeren. In deafgelopen jaren werd de geul dieper, omdat de zandbank de geul naar de kust toe drukt. Hetintergetijdetransport is echter zo groot dat de geul nooit uit zichzelf kan verzanden. Pas alsde geul dicht is, kan zand naar binnen schuiven en daar blijven liggen. Pas als een bepaaldeverondieping is gerealiseerd kan het zand ook het bestaande strand bereiken. In ditontwerp wordt dit bewerkstelligd door aan het begin en aan het einde van de geulsuppleties met een beperkte omvang van elk circa 1 miljoen m3 aan te brengen (zie figuur2). Deze suppleties reduceren de stroming in de Schaar van de Onrust, daarnaast wordt destroming door de meer noordwestelijk gelegen geul groter. Dit laatste wordt nog verderversterkt door het winnen van het sediment voor de suppleties uit deze geul.
    • Dominante stroomrichting in het Voorgestelde ingreep: twee suppleties interesse gebied. die de geul dichtknijpen. Het sediment komt uit de ebgeul, die daarmee verruimd wordt. Door de gedeeltelijke afsluiting van de Verlanding van de zandplaat, waarbij de geul de Onrust neemt de stroomsnelheid vloedschaar ten noorden van de plaat hierin af en verzand de geul. De zich versterkt. stroming verplaatst naar de noordelijk geul. Hierdoor verplaatst de tussenliggende zandplaat richting de kust. Figuur 2. De oplossing ‘Zandmotor’ bij de Banjaard polderDoor de lagere stroomsnelheden in de Schaar van de Onrust zal hier sedimentatie optredenen de stroming verder afnemen ten gunste van de stroming door de geul zeewaarts van deondiepte. Het natuurlijke proces, het opschuiven van de ondiepte richting de kust, zaldaarmee versneld worden.
    • In deze oplossing wordt met een beperkte hoeveelheid zand een grote hoeveelheid zandversneld naar de kust gehaald. De ingreep is zeer beperkt en de natuurlijke morfologischeprocessen doen de rest. De bijbehorende tijdschaal (jaren tot decennia) heeft als voordeeldat de natuurontwikkeling dit kan bijhouden. Deze tijdschaal kan hier gepermitteerdworden omdat het probleem niet urgent is en we dus de tijd hebben. Wanneer er op kortetermijn wel problemen zijn met handhaving van de BKL kan een kleine extrastrandsuppletie aangebracht worden.In het proces zal zich een flauwe vooroever vormen waarover de stroomsnelheden laag zijn,wat kan leiden tot afzetting van slib. Er moet voldoende golfenergie aanwezig zijn om dit tevoorkomen en een aantrekkelijk strand te behouden.Beoordeling en vergelijkingKostenDe kosten van deze oplossing zijn nog niet uitgewerkt. We verwachten dat deze oplossinggoedkoper is dan het oorspronkelijke voorstel van continue suppleren.VeiligheidDe veiligheid van de kust is gewaarborgd.NatuurEr is nog geen onderzoek gedaan naar de precieze effecten op de natuur. Mogelijk vragendie beantwoord zouden kunnen worden zijn: Hoe verloopt de ecologische ontwikkeling naar verwachting? Wat zijn de mogelijkheden om duinvorming actief te bevorderen? Zijn er vanuit Natura2000 nog aanknopingspunten om het ontwerp te optimaliseren ten behoeve van de instandhoudingsdoelstellingen?RecreatieHet strand zal sterk in karakter wijzigen. Er is nog geen studie uitgevoerd naar de effectenop de reactie en hoe de recreatie het beste met de verandering om kan gaan.Natuurwetgeving Het gebied maakt deel uit van de ‘Voordelta’ en valt onder de richtlijnen van Natura2000, habitatrichtlijn en vogelrichtlijn. Het beheerplan geeft in detail weer welke habitattypen en soorten instandhoudingsdoelstellingen gelden en wat deze inhouden. De vereniging Natuurmonumenten beheert de Kamperlandse duinen, een oud duingebied.
    • DiscussieOp verschillende plekken in Nederland speelt het probleem van een opdringende geul diesteeds dichter naar de kustlijn beweegt. In plaats van continue suppleren is voor deBanjaard een zandmotoroplossing uitgewerkt. Deze oplossing maakt gebruik vannatuurlijke processen om de geul van de kust weg te houden. De oplossing is nu verkend ineen eerste modellering. Het wordt verwacht dat deze oplossing goedkoper is dan deoorspronkelijke oplossing; continue suppleren. Effecten op de ecologie en recreatie dienenverder te worden onderzocht. Een voordeel van deze oplossing is dat de veranderingengeleidelijk gaan en de natuur zich hierop wellicht goed kan aanpassen.Factsheet OesterdamBeschrijvingEen belangrijk deel van de inhoud is ontleend aan de brochure “UitvoeringsplanVeiligheidsbuffer Oesterdam”, Januari 2011, Linkit Consult in opdracht vanNatuurmonumenten, Rijkswaterstaat Dienst Zeeland en Provincie Zeeland.AlgemeenHet project “Veiligheidsbuffer Oesterdam” is een innovatief project waarin veiligheid,natuur en innovatie elkaar versterken. Het project richt zich op de planontwikkeling, aanlegen monitoring van een innovatieve en veilige primaire zeewering met een versterkt,golfbrekend voorland. Een project op deze schaal is in Zeeland niet eerder toegepast. Het iseen proefproject waarvan veel wordt verwacht (sterkere dijken, oplossing probleemZandhonger en versterken kwaliteit Oosterschelde) en waarvan de mogelijkheden voortoepassing op andere locaties binnen de Oosterschelde groot zijn.Het project is geïnitieerd door Natuurmonumenten en uitgewerkt met een groot aantalpublieke, private en maatschappelijke partijen: Rijkswaterstaat, directie Zeeland; Provincie Zeeland. Projectbureau Zeeweringen; Programma Zuidwestelijke Delta; Gemeente Reimerswaal; Gemeente Bergen op Zoom; Gemeente Tholen; Nationaal Park Oosterschelde; ZMf, koepelorganisatie natuur en milieu Zeeland; Producentenorganisatie Mosselteelt/Productschap vis/Nederlandse Oestervereniging; Ministerie van Infrastructuur en Milieu; Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
    • DoelstellingenDe doelstellingen van het project zijn: Veiligheid: Ontwikkelen van een duurzaam veilige oplossing voor de Oesterdam en wel zodanig dat deze 50 jaar gevrijwaard is van te hoge golfaanval en grote investeringen in versterking van de dijk; Kwaliteit: Ontwikkelen van een maatwerkoplossing om het Zandhongerprobleem ter plaatse aan te pakken en wel zodanig dat het unieke slikken en platen landschap de komende 50 jaar behouden kan blijven; Recreatie: Ontwikkelen van een maatwerkoplossing waarbij de bestaande recreatie middels effectieve zonering goed wordt ingepast in de inrichting van het gebied; Innovatie & kennisontwikkeling: o Ontwikkelen van kennis over flexibel, klimaatbestendig, doelmatig en kosteneffectief kustmanagement, welke zowel in Nederland als in deltagebieden in het buitenland (export) kan worden ingezet; o Ontwikkelen van theoretische en praktische kennis en ervaring middels een proefproject op ware schaal om het probleem Zandhonger in de Oosterschelde effectief en kostenefficiënt te kunnen bestrijden. Communicatie: Ontwikkelen van draagvlak voor en partnership rond Veiligheidsbuffers in de Zuidwestelijke Delta; Integrale aanpak: Integratie van veiligheid, natuur en economie in het project Veiligheidsbuffer Oesterdam.OpgaveDe dijken rond de Oosterschelde vormen samen met de Oosterscheldekering de primairewaterkering. Bij normale omstandigheden staat de kering open en bij storm wordt dekering gesloten. Deze sluit automatisch bij een waterstand van NAP +3,0 m.Om de veiligheid te garanderen is onderhoud van dijken een continue, noodzakelijkproces. Momenteel wordt een groot deel van de Zeeuwse dijken versterkt door dedijkbekleding te vernieuwen of versterken. Een groot deel van de dijken die tot en met 2015versterkt moeten worden, ligt rond de Oosterschelde (zie figuur 1). Het ProjectbureauZeeweringen voert deze dijkversterking uit en heeft de opgave om tot en met 2015 325kilometer aan (buitendijkse) dijkbekleding te versterken. Dit projectbureau is eensamenwerkingsverband van Rijkswaterstaat, waterschap Zeeuwse Eilanden en waterschapZeeuws-Vlaanderen.Het projectbureau versterkt de steenbekleding op verschillende manieren. Vaak wordt deoude bekleding vervangen door nieuwe, zwaardere blokken. Op andere locaties wordenbestaande betonblokken hergebruikt en versterkt met breuksteen en/of asfalt. Tevenswordt gezocht naar innovatieve manieren om de levensduur van dijken te vergroten. Eénvan de veelbelovende concepten is de veiligheidsbuffer van slikken en platen.
    • Figuur 1. Dijkversterkingen OosterscheldeLocatieHet project Veiligheidsbuffer Oesterdam bevindt zich aan de oostzijde van deOosterschelde. De Oesterdam bevindt zich ten westen van Bergen op Zoom en vormt deoostelijke grens van de Oosterschelde. Het proefproject wordt uitgevoerd in het zuidelijkedeel van de Oesterdam (westzijde). Het concrete projectgebied betreft het gebied tussen deschorren van de Rattenkaai (dijkpaal 118,4) en de noordelijke rand van de Hooghe Kraaijer(dijkpaal 115.2). De lengte van dit traject is circa 2,5 km.Het studiegebied is wat groter om ook de relatie met Bergen op Zoom, het Markizaatmeeren de Bergsediepsluis in beeld te houden en mogelijke oplossingen voor bijvoorbeeldrecreatie buiten het projectgebied te kunnen zoeken. Figuur 2. Projectlocatie
    • Het proefproject bevindt zich in de Kom van de Oosterschelde. De locatie van het projectheeft de volgende voordelen: Representatieve situatie voor de Oosterschelde: een primaire zeewerende dijk met een golfbrekend voorland dat sterk aan erosie onderhevig is; Op korte termijn geen veiligheidsproblemen: de bekleding van de dijk wordt versterkt en daarmee is op korte termijn de veiligheid gegarandeerd; Voor de lange termijn (na 2030) is door zeespiegelstijging en achteruitgang van de platen en slikken de veiligheid niet meer gegarandeerd. Deze veiligheid kan juist door de extra suppletie verkregen worden. Uitvoerbaarheid op korte termijn. Het proefproject kan op de locatie op korte termijn worden uitgevoerd; Enthousiasme bij de partijen. De verschillende betrokken partijen zijn enthousiast om het project te realiseren.Technisch ontwerpUitgangspunten Veiligheid Er wordt uit gegaan van de Oesterdam als blijvende primaire zeewering, zodanig dat deze eenvoudig aan te passen is aan de eisen die de zeewering stelt op de lange termijn. Het project moet in combinatie worden gezien met de nieuw aan te brengen dijkbekleding op de Oesterdam. Deze wordt i.v.m. de veiligheid en de tijdsplanning reeds aangebracht. Het slikken/platenlichaam moet de golfbelasting op de dijk terugbrengen ten tijde van hoogwater en storm en wel zodanig dat deze circa 30 jaar langer mee kan. Natuur Er wordt gestreefd naar dynamische intergetijdenatuur waarin natuurlijke systemen de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. De hoge natuurwaarde van slikken en platen in met name het midden- en zuidelijke deel van het projectgebied moeten gehandhaafd blijven. De verstoring in het zuidelijke deel is nog minimaal. De ontwikkeling van een zandstrand met bijbehorende recreatie aan de zuidzijde van het projectgebied is dan ook niet gewenst. De tijdelijke verstoring tijdens de aanleg van het slikken- cq. platenlichaam en de herkolonisatieperiode moet minimaal zijn. Het tijdelijk aantasten van de natuurwaarden op de bestaande slikken en platen wordt geaccepteerd omdat het project een oplossing kan bieden voor het verlies aan natuurwaarden op de langere termijn (de autonome negatieve trend in de Oosterschelde). De ontwikkeling van slikken en platen met een zeer flauwe helling van minimaal 1:100 heeft de voorkeur. Hoge zandplaten hebben niet de voorkeur want deze zullen sneller verdrogen en daarmee minder natuurwaarde voor bodemdieren en wadvogels hebben.
    • Recreatie De gewenste recreatie heeft een low profile karakter en is niet gericht op grootschalige recreatieve ontwikkelingen. Er wordt gestreefd naar handhaving van het bestaande recreatieve gebruik. Een optimale en logische zonering van natuur en recreatie is gewenst: meer intensieve vormen ten noorden van het projectgebied, (windsurfen, kite surfen, strandrecreatie etc.), natuurgerichte recreatie in het noorden van het projectgebied (zeevruchten oogsten, pieren steken en dijkrecreatie) en zeer beperkt recreatie in het zuiden van het projectgebied. Op een beperkt aantal locaties kan een low profile recreatie-concentratiepunt worden gerealiseerd bv. een uitkijkpunt met informatievoorziening. Ook een horecavoorziening die aansluit bij de Oosterschelde (oesters, vis etc.) wordt niet uitgesloten. Mogelijk moet de strandrecreatie rond de Bergsediepsluis kleinschalig worden versterkt om de recreatiedruk te accommoderen. De communicatie van het project naar de recreanten is belangrijk. Schelpdiersector Ter hoogte van het zuidelijk deel van de Oesterdam bevinden zich geen productievelden voor de mossel en/of oesterteelt. Direct areaalverlies als gevolg van de aanleg van de vooroever is dus niet aan de orde. Aan de Oesterdam bevindt zich wel weervisserij (2 of 3 vissers). Dit is een oude vorm van vissen waarmee onder andere op ansjovis wordt gevist. Verkend wordt of de weervisserij moet worden in/aangepast, toeristisch/recreatief kansen biedt en/of gecompenseerd moet worden. Mogelijke aantasting van de kwaliteit van de mossel/oesterproductievelden in de omgeving van de aan te leggen vooroever moet worden gemonitord en indien noodzakelijk worden gecompenseerd. Inrichting Een optimalisatie van de landschappelijke verschijningsvorm en ruimtelijke kwaliteit van de Oesterdam is gewenst. De verschijningvorm sluit aan bij de natuurlijke processen en deze verandert dus in de tijd. De variant met een slikken/platenlichaam heeft de voorkeur, waarbij de maatvoeringen zijn: lengte 2.500 m; breedte 200 – 800 m; hoogte 0,5 tot 1,0 m; resulterend in een totaal volume van circa 600.000 m3. Een eenvormig zandlichaam zonder variatie aan de voet van de dijk is niet gewenst. Het meest gewenst is om niet verontreinigd, gebiedseigen zand (met mogelijk een beperkte hoeveelheid klei) te gebruiken voor de opbouw van de slikken en platen. De voor- en nadelen van wel of niet gefaseerd uitvoeren moeten worden meegenomen. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van de dijk, slikken en platen moet eenvoudig en kosteneffectief kunnen worden uitgevoerd.Ontwerp van de ingreepAansluiten bij functioneren van het ecosysteemDe Kom van de Oosterschelde is een zandig intergetijdensysteem met vooral slikken enplaten. De slikken en platen en het bodemleven dat zich daar in ontwikkelt, zijn de basis vande natuur- en landschapskwaliteit van de Oosterschelde.
    • De ingreepOm deze kwaliteiten te versterken wordt er voor gekozen om vooral zandige slikken enplaten aan te leggen die binnen het intergetijdenbereik van het systeem blijven. De slikkenen planten komen dus bij hoog water onder water te staan. In de natte slikken en platenfloreert het bodemleven. Indien de slikken en platen te droog worden, blijft de ontwikkelingvan het bodemleven beperkt.Daarnaast wordt aangesloten bij de meest optimale ecologische vorm. Dit zijn platen meteen zeer flauw verhang, van minimaal 1:100 tot 1:250, waarbinnen kleineonregelmatigheden worden aangebracht (‘niet netjes werken’). Hierdoor ontstaat hetideale micromilieu voor de slikken en platen in de Oosterschelde.Als derde wordt een beperkte hoeveelheid “reservezand” aangebracht aan de voet van dedijk om de leeftijdsduur van de versterkte slikken en platen te verlengen. In het huidigeecosysteem van de Oosterschelde werkt de eroderende kracht nog wel, echter deopbouwende kracht niet meer. Het reservezand zal door de natuurlijke dynamiek van deerosie langzaam over de slikken en platen worden verspreid. Het reservezand ligt ook bijnormaal hoogwater onder water.Gebiedseigen bronmateriaalHet aan te brengen materiaal moet vooral gebiedseigen, niet vervuild zand zijn omdat deOosterschelde een zandig systeem is. Daarnaast geeft met name zand garanties voor deveiligheid. Een beperkte hoeveelheid klei/veen (10%) in het materiaal is geen probleemmaar niet noodzakelijk voor herkolonisatie van de slikken en platen. In beperkte mate kanhet echter wel voor de interessante ecologische variatie zorgen Mogelijk kan in een deel vanhet gebied geëxperimenteerd worden met slikken/platen met een hoger slibgehalte om tezien wat het effect is op erosie, vasthouden van de vocht, herkolonisatie etc.Daarnaast moet de bronlocatie van het materiaal kwalitatief goed worden afgewerkt zodater geen negatief effect voor natuur, landschap of veiligheid ontstaat op de bronlocatie.Op basis van de bronverkenning is de locatie het Tholense Gat als voorkeurslocatiegekozen. Hier kan met een zandzuiger eenvoudig zand worden opgezogen waarmee bij deOesterdam slikken en platen vanaf het water kunnen worden opgespoten.No regretDe Oesterdam zal in deze plannen een primaire zeewering blijven en niet wordenverwijderd. Hiermee is de versterking van de slikken en platen aan de zeezijde van deOesterdam een no regret-maatregel die toekomstige ontwikkelingen niet in weg staat. Hetkan juist als voorbeeldproject worden gebruikt voor de grotere ambitie rond Bergen opZoom.Wijze van realisatieEr zijn op dit moment drie verschillende methodes voor het aanbrengen van materiaal:‘deken’, ‘reservoir’ en ‘spreiden’.
    • ‘Deken’Het aanbrengen van een ‘deken’ van voldoende materiaal, dat 30 jaar nodig heeft om teeroderen. Voor de slikken en platen voor de Oesterdam is berekend, dat van een pakket van50 cm moet worden uitgegaan. Het natuurlijk milieu van de betreffende slikken en platenwordt daarmee ineens grondig verstoord. Als de deken goed wordt gelegd, dan is na 1 tot 3jaar het milieu stukje bij beetje hersteld en na 3 tot 6 jaar volledig hersteld. Op zich is diteen vrij makkelijke methode. Aan de uitvoerders kunnen gemakkelijke eisen wordengesteld.‘Reservoir’Het aanbrengen van een ‘reservoir’ van materiaal dat zich geleidelijk kan verspreiden overhet betreffende slik/plaat. Deze methode lijkt minder geschikt voor de slikken en platenvoor de Oesterdam, omdat de slikken en platen niet op een goede manier eroderen en demate van verspreiding nog zeer onzeker is.‘Spreiden’Het meerder malen aanbrengen van een dunnere laag door ‘spreiden’. Het idee is omminder materiaal aan te brengen, maar vaker terug te komen om de slikken en platen weeraan te vullen. Voordeel van deze methode is, dat men goed kan monitoren waar hetmateriaal blijft en kan inspelen op veranderingen. De verstoring is op korte termijnminimaal. Maar als men in 30 jaar tijd vijf keer moet terugkomen is het ‘saldo’ van verstorenminder gunstig, dan in het geval van het aanbrengen van al het nodige (berekende)materiaal in één keer.Op basis van deze verkenning is de inschatting dat de ‘dekenmethode’ van 0,5 – 1,0 m hetmeest perspectief biedt omdat deze maar één keer voor verstoring zorgt en praktische hetmeest makkelijk is.
    • Figuur 3. Visualisatie van beoogde ingreep
    • Figuur 4. Ontwerp Zandsuppletie langs de dijkGeomorfologische en Ecologische AspectenIntergetijdegebieden en schorren vormen een belangrijk deel van de waarde van deOosterschelde voor flora en fauna. Door de zandhonger, in gang gezet na de bouw van deOosterscheldekering, komen deze gebieden onder druk te staan.
    • ZandhongerSimpel gezegd eet de zandhonger dus de schorren, slikken en platen op. Als geenmaatregelen getroffen worden voor het behoud van het intergetijdengebied, zijn devolgende ontwikkelingen te verwachten: Rond 2050 zal het areaal platen en slikken in de Oosterschelde gehalveerd zijn. De verwachting is dat het oppervlak afneemt van 11.000 ha in 1986 tot ongeveer 5.000 ha in 2045. In de periode tot 2100 bereikt het intergetijdengebied een eindsituatie van ongeveer 1.500 ha (Vermindert Getij, Rijkswaterstaat Zeeland, 2008); Schorren zijn in 2050 alleen nog op beschutte locaties te vinden (Rattenkaai en Krabbenkreek). De schorren op onbeschutte locaties zijn rond die tijd geheel verdwenen; De intergetijdengebieden verdwijnen door twee processen: de randen brokkelen af en de platen en slikken worden lager. Door dit tweede proces ‘verdrinken’ de intergetijdengebieden langzaam.NatuurDe intergetijdengebieden zijn de levensbron van de Oosterschelde. Op de slikken en plantenleven veel bodemdieren, zoals kokkels, schelpdieren, pieren en mossels. Die vormen hetvoedsel voor watervogels. Door het verlies aan intergetijdengebieden, is er voor de vogelsminder voedsel beschikbaar. Het tweede negatieve effect is dat de droogvaltijd van deslikken en platen steeds korter zal zijn waardoor de vogels minder tijd hebben om tefoerageren. Uit berekeningen blijkt dat het aantal scholeksters, een karakteristiekevogelsoort voor het intergetijdengebied, hierdoor rond 2045 met 80% zal zijn afgenomen.De verwachting is dat de populatieontwikkeling voor andere slik- en plaatgebondenwatervogels vergelijkbaar zal zijn. De verwachte negatieve gevolgen voor de natuur zijn dusgroot.VeiligheidDe dijken langs de Oosterschelde moeten voldoen aan de veiligheidsnormen uit deDeltawet. In dit kader wordt momenteel bijvoorbeeld de dijkbekleding vernieuwd. Hetvoorland van slikken en platen vormt een belangrijk onderdeel van een veilig dijksysteem.Ze fungeren als een golfbreker waardoor de golfbelasting op de dijk minder hoog is.Als gevolg van de zandhonger zal het voorland van slikken en platen voor de dijk dekomende jaren verminderen of zelf geheel verdwijnen. Hierdoor neemt de golfbelasting opde dijken toe. Bij het ontwerp van de huidige dijkversterkingen is het effect van dezandhonger wel meegenomen, maar te laag ingeschat. Daardoor zijn er in de komendevijftig jaar, naast de huidige investeringen in vernieuwing van de dijkbekleding, extrainvesteringen nodig om de veiligheid van de dijken op peil te houden. Afhankelijk van deontwikkeling van een aantal factoren, zoals klimaatverandering, zijn er 2 scenario’s teverwachten voor extra investeringen in dijkversterking rond de Oosterschelde (VermindertGetij, Rijkswaterstaat Zeeland, 2008): Beperkte extra investeringen: 25 - 45 miljoen euro; Grootschalige extra investeringen: 90 - 260 miljoen euro.
    • ScheepvaartDe effecten op de scheepvaart zullen beperkt zijn. In de grote scheepvaartgeulen blijftperiodiek baggerwerk noodzakelijk.SchelpdiersectorHet effect van de zandhonger op de mosselvisserij is onzeker. Er komt meer ondiep wateren dat is geschikt voor mosselteelt. Echter, de omstandigheden worden ruwer doordat debeschutte locaties verdwijnen. De mossels krijgen ook meer concurrentie van de Japanseoester, omdat het leefgebied voor die soort sterk toeneemt. Kokkelvisserij is alleen mogelijkals er meer kokkels zijn dan nodig als voedsel voor de steltlopers. Door de afname van hetintergetijdengebied zal het kokkelbestand afnemen. De verwachting is dus dat dezandhonger een negatief effect zal hebben op de mogelijkheden van de kokkelvisserij.RecreatieDe kwaliteit van natuur en landschap zal achteruit gaan en daarmee de belevingswaardevan het gebied. De gebruikswaarde van het gebied zal voor de watersport en duiksport minof meer gelijk blijven omdat varen/zeilen/duiken mogelijk blijft. Extensieve recreatie op deplaten zoals piersteken en natuurreactie, zal minder worden omdat de platen verdwijnen. Figuur 5. Zandhonger in de Oosterschelde
    • Alternatieven en kostenAlles men kijkt naar de gegevens in tabel 1, dan zijn de locaties Molenplaat ondergrond,Depots Rilland en Tholense Gat, Oosterschelde de meest interessant opties. De optie van hetTholense Gat lijkt hierbij de meest geschikte (beschikbaar materiaal, technisch haalbaar enkosteneffectief) van de 3 locaties. Het enige nadeel is dat er geen directe win-win situatie opde winninglocatie wordt gecreëerd.De optie van Molenplaat ondergrond lijkt geschikt maar technische lastiger en duurder dande andere locaties. Aanzienlijke aanvullende investeringen door derden lijken dan ooknoodzakelijk (ordegrootte van 4 - 5 miljoen euro).Het vergt aanbeveling een marktverkenning voor de 3 locaties uit te voeren engespecialiseerde bedrijven een inschatting van de kosten te laten maken alvorens devoorkeurslocatie wordt gekozen.De kosten voor de voorbereiding en uitvoer van het proefproject worden geraamd op € 3,45miljoen (tabel 2). In dit bedrag zijn de uurkosten van de participerende organisaties voorhet bemensen van de projectorganisatie niet opgenomen Tabel 1. Samenvatting resultaten globale verkenning zandwinlocaties voor proefproject Oesterdam (OG = Ontgrondingen wet; FF = Flora fauna wet; + technisch makkelijk winbaar, +/- technisch winbaar, - technisch lastig winbaar)
    • Beheer en onderhoudVoor de verantwoordelijkheid van het beheer en onderhoud worden de volgende afsprakengemaakt: Rijkswaterstaat Zeeland is verantwoordelijke voor het onderhoud en beheer van de dijk; Rijkswaterstaat Zeeland is verantwoordelijk voor het beheer van de schorren, de slikken en de zandplaten, evenals de nieuw opgebrachte slikken en platen; De provincie Zeeland is verantwoordelijk voor het maken van afspraken ten aanzien van de recreatieve toegankelijkheid. Tabel 2. Kostenraming
    • BelemmeringenHet verkrijgen van de benodigde financiën is nog een punt van aandacht.Tevens moeten nog de nodige vergunningen verkregen worden. Dit betreft o.a.: Ontgrondingenwet Natuur beschermingswet Flora en fauna wet WaterwetDoor de suppletie zal een gedeelte van het gebied veranderen van ondiep water gebied naarintergetijdegebied. Alhoewel de ecologische kwaliteit hiervan zeker niet minder is zal in deMER en bij het verkrijgen van vergunningen hier aandacht aan gegeven moeten worden.Verder spelen de volgende aandachtspunten Tijdige en zorgvuldige communicatie richting natuurbeschermingsorganisaties is nodig vanwege tijdelijk kwaliteitsverlies op de slikken en platen; Zorgvuldige afstemming met het Nationaal Park Oosterschelde; Onderdelen van visserijsector betrekken en speciaal aandacht geven; Duidelijk communiceren over de gevolgen de zandsuppletie, zodat de opinie van publiek en volksvertegenwoordigers ontstaat op basis van feiten; Lobby-communicatie, indien nodig, gericht en tijdig inzetten.DiscussieKoppeling veiligheid, economie en natuurBij de aanpak van complexe opgaven bemoeilijkt een sectorale insteek de realiseerbaarheidvan het project. Het draagvlak op bestuurlijk, professioneel en maatschappelijk niveauontbreekt maar al te vaak voor plannen. Het ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardigeprojecten waarin meerwaarde zit voor veiligheid, economie en natuur zijn essentieel om ditdraagvlak te ontwikkelen. Het project veiligheidsbuffer Oesterdam is een voorbeeld vanzo’n project met breed draagvlak in de regio.Kennisontwikkeling voor deltaveiligheidDe sleutel in dit geheel is de ontwikkeling van kennis van veilige, betaalbare en kwalitatiefhoogwaardige zeedijken. Een van de meest belovende oplossingen is het versterken van debestaande slikken en platen omdat zowel veiligheid als natuur en landschap hier vanprofiteren. Als eerste stap in de ontwikkeling van deze kennis is in 2008 een kleinschaligesuppletieproef op de Galgenplaat uitgevoerd. De resultaten van deze kleinschalige proef zijnveelbelovend (Deltares, 2008). De zandsuppletie bleek redelijk stabiel te blijven liggen, dedroogvaltijd van de plaat nam toe (en daarmee de foerageertijd van de vogels) en de eerstesignalen met betrekking tot de herkolonisatie van de slikken en platen door bodemdierenwas positief.Echter, om op grotere schaal aan de slag te gaan met het versterken van de slikken en platenzijn naast meer kennis ook proefprojecten op grotere schaal nodig. Het gaat enerzijds omkennis van suppletie specifiek in combinatie met dijken en anderzijds om slikken en platenmet hoge natuur- en landschapswaarden. Dit project Veiligheidsbuffer Oesterdam kanvoorzien in deze kennisbehoefte. Het gaat in deze specifiek om praktijkkennis ten aanzienvan:
    • Erosie en sedimentatie van de slikken en platen: erosie, sedimentatie, ontwikkeling bodemhoogte, sedimentatiesamenstelling, erosieperiode en mate van erosie in de tijd; Veiligheid: afname van golfhoogte, afname van golfbelasting op de dijk, golfrichting en golfperiode; Natuur: mate van herkolonisatie door bodemdieren (welke bodemdieren, aantallen) en het foerageren door vogels (welke vogels, duur en aantallen).Perspectief voor toepassingPerspectief voor de OosterscheldeHet eerste belang is het kosteneffectief beheren van primaire zeedijken. Het continuebeheer van zeedijken is noodzakelijk en duur. Het innoveren van dijksystemen en zoekennaar kosteneffectieve oplossingen is van groot belang. De schorren, slikken en platen zijn inZeeland altijd een natuurlijke bescherming geweest aan de zeezijde van de dijken. Bijdoorgaande afkalving van de schorren en verlaging van de slikken en platen krijgen deOosterscheldedijken op de langere termijn steeds zwaardere golfaanvallen te verdurenwaardoor het veiligheidsniveau achteruitgaat. Versterking van de slikken en platen kan eenkosteneffectieve maatregel zijn om de veiligheid van de dijken ook voor de langere termijnop peil te houden. Door een gerichte zandsuppletie wordt het verdwijnen van slikken enplaten door zandhonger en toenemende golfaanvallen als gevolg van zeespiegelstijgingtegengegaan. Het is de verwachting dat daarmee financieel voordeel kan worden geboekt.Het behouden van atuur en landschap in de OosterscheldeDe gevolgen van de Zandhonger moeten worden geminimaliseerd. De Zandhonger is eenzeer serieus probleem voor de kwaliteit van natuur en het landschap in de Oosterschelde.Het is duidelijk dat de kwaliteit aanzienlijk achteruit zal gaan als de Zandhonger doorzet ende slikken en platen grotendeels verdwijnen. Over de aanpak van de Zandhonger is echternog maar zeer weinig kennis beschikbaar. De ontwikkeling van grootschaligeproefprojecten als de Veiligheidsbuffer Oesterdam zijn nodig om deze te ontwikkelen.Perspectief voor de directe omgevingTen westen van Bergen op Zoom zijn er meer plannen om de ruimtelijke kwaliteit tevergroten. In het strategische programma van de Stuurgroep Zuidwestelijke Delta is hetgebied als één van de kansrijke locaties voor integrale gebiedsontwikkeling geïdentificeerd.Een eventuele zoute herontwikkeling van het Volkerak Zoommeer schept kansen voorBergen op Zoom om de gebiedskwaliteit te vergroten met nieuwe mogelijkheden vooreconomie, recreatie, landschap en natuur. Een sterke koppeling aan het zoute ecosysteem ishier het uitgangspunt. Concreet wordt gedacht aan: Aankoppeling van de Binnenschelde aan het zoute Volkerak Zoommeer waardoor de waterkwaliteit verbetert; Aankoppeling van het Markizaatmeer aan het zoute Volkerak Zoommeer door de kanaalkade af te graven waardoor een groot zout binnenmeer met beperkte getijdendynamiek ontstaat; Inpassen/afgraven van de Molenplaat waardoor een gebied met een hogere kwaliteit ontstaat.
    • Factsheet Duindijk Nieuwvliet-GroedeFeitelijke beschrijvingVeiligheidsopgaveNieuwvliet-Bad-Groede vormt onderdeel van de zwakke schakel Zeeuws Vlaanderen. Deprimaire kering is een dijk met een hoogtetekort is van 0,5 tot 4 meter, onvoldoendebekleding en ook een onvoldoende aansluitingsconstructie. Het grootste hoogtetekortwordt aangetroffen in het westelijk deel van dit traject (zie MER, Zwakke Schakel ZeeuwsVlaanderen, 2007). Achter de dijk liggen akkers en natuurgebieden en ook twee nieuweduingebiedjes. Figuur 1. Overzicht van vier mogelijke profielen
    • OntwerpspecificatiesGangbare versterkingIn geval van een gangbare versterking wordt over het gehele traject de stenen bekledingvervangen. Hierbij wordt de dijk zeewaarts versterkt en waar nodig verhoogd. Het ontwerpwordt daarbij afgestemd op het veiligheidsniveau, zoals dat geldt op lange termijn (100jaar). Door de buitendijkse verzwaring verschuift de teen tot circa 35 meter zeewaarts, watvoor ongeveer 15 jaar tot extra kustonderhoud leidt in de orde van 10.000 m3/jaar.
    • Aspect Gangbare Dijk Opmerkingen versterking verduinen natuurlijke kering Kosten aanleg en onderhoudKosten aanleg Tot 25% Hangt af van ontwerp lager en grondkostenKosten beheer en Groter of In plaats van de duinonderhoud vergelijkbaar moet nu de zeereep worden onderhoudenTotaal kosten Tot 20-25% Locatieafhankelijk lager VeiligheidRobuustheid Voldoende Groter Er is feitelijk sprake van een dubbele keringToetsbaarheid Goed Goed Toetsing als duin volgens leidraadControle/toezicht Goed Goed Goed gebeurd op basis van Jarkusraaien.Robuustheid Voldoende Groter Is gekapitaliseerd beperktSchadevermindering Neutraal Groter Is gekapitaliseerd beperktFaseerbaarheid Beperkt Groter Alternatief is goed uitbreidbaar mede vanwege de kustboog. Natuur, recreatie en landschapBetekenis voor Groter Versterking bestaandnatuur smal duingebiedMogelijkheden Groter Nemen toe vooralrecreatie vanwege de grotere strandbreedteLandschap Groter Cultuurhistorie speelt niet voor dit dijktraject, zeewaarts past beter dan landwaarts ingeval van een gangbare versterkingTabel 1 Beoordeling en vergelijking gangbare versterking en een duin voor dijkoplossing.
    • Natuurlijke keringHet voorkeursalternatief is een zeewaartse versterking van de dijk met duinen, waarmeeeen doorlopende kustboog en dynamisch kustlandschap wordt geschapen. Het strandbehoud zijn breedte en schuift mee zeewaarts. De strandhoofden worden niet verlengd. Hetop breedte houden van het strand is daarom mede afhankelijk van zandsuppletie.Bij het ontwerp is nog gekeken naar een combinatie van golfremmend duin met eenkerende dijk. Deze combinatie bleek echter duurder, vanwege de kosten die voor herstelvan de bekleding moeten worden gemaakt. Een duin waarvan de afslaglijn voor de dijk isgelegen bleek het meest kosteneffectief.Ook is voor dit traject gekeken naar mogelijkheden voor een binnenwaartse versterking,duin achter dijk. Dit bleek moeilijk inpasbaar en ook duurder dan een zeewaartseversterking. Zo moeten in een landwaarts alternatief nog steeds aanzienlijke kosten wordengemaakt voor de dijk, die ten minste een bepaald veiligheidsniveau moet kunnen houden.Bij nader onderzoek bleek bovendien dat een bres in een dijk leidt tot plaatselijk meererosie van het achterliggende duin. Omdat van te voren niet kan worden bepaald waar eenbres kan optreden, is een brestoeslag van enkele tientallen meters duin extra nodig in gevalvan een landwaarts alternatief. Daarbij zijn achter de dijk natuurgebieden gelegen, vooralnatte en vochtige duinvalleimilieus, die bij een landwaartse versterking worden vernietigden gecompenseerd moeten worden.WerkingDoor de zeewaartse versterking neemt het onderhoud aan de dijk af, maar moet het duin alszeereep worden onderhouden wat leidt tot extra beheerkosten. Het kustonderhoud neemttijdelijk toe tot 60.000 m3/jaar direct na aanleg en neemt daarna af tot 30.000 m3/jaar na 20jaar. Het bereiken van een nieuwe evenwichtssituatie vraagt meer tijd. De meeste westelijkezijde, het Kruishoofd kent een erosieve tendens. Door suppleties ten behoeve van hetkustonderhoud, gericht op deze plek aan te brengen is versterking van deaansluitingsconstructie op deze plaats niet nodig. In feite wordt daarmee een kleinezandmotor toegevoegd waarmee de gehele kustboog wordt onderhouden.Beoordeling en vergelijkingDit traject vormt onderdeel van het MER waarin naar meerdere van de onderstaandecriteria is gekeken. Onderstaande tabel is op basis van de scores in het MER ingevuld.KostenDe kosten worden in hoofdzaak bepaald door het volume aan zand dat nodig is. Voor deaanleg kosten zijn de volgende aannames van belang: Volume duin. Dit is op basis van afslagberekeningen vastgesteld, uitgaande van een verschuiving van het bestaande evenwichtsprofiel tot aan de NAP -5 meter lijn. Bestaande bekleding wordt gehandhaafd. De huidige dijkbekleding wordt niet gesloopt en afgevoerd, wat scheelt in de kosten. Onderhoud. Er is gekozen om niet direct een volledig evenwichtsprofiel tot aan de NAP - 8 m te realiseren. Als gevolg hiervan is er de eerste jaren na aanleg sprake van meer kustonderhoud, dat zich na 20-30 jaar zal stabiliseren. Dit bleek kosteneffectiever dan direct tot aan de NAP -8 m het evenwichtsprofiel te herstellen.
    • De zwakke schakel Nieuwvliet-Groede is versterkt in 2010. De aanleg was nog beduidendgoedkoper dan begroot, vanwege een lagere zandprijs dan eerder was geschat. Dit wilechter niet zeggen dat ook een gangbaar alternatief goedkoper had kunnen zijn. Ook in eengangbaar alternatief moet extra zand worden ingebracht, maar wel beduidend minder danin de duin voor dijk oplossing.RobuustheidEr wordt met een duin voor dijk in feite een dubbele kering aangelegd. Deze is natuurlijksterker dan een enkele kering, ondanks dat de bestaande dijk niet helemaal voldoet. Hierbijspeelt ook een rol dat het kostentechnisch voordeliger was om de afslaglijn voor debestaande dijk te ontwerpen, omdat daarmee de bekleding niet hoeft te worden aangepakt.Door de dubbele kering is er dus sprake van extra reststerkte.Vanwege de extra reststerkte is er ook sprake van extra veiligheid. In theorie kan deze extraveiligheid worden gewaardeerd als een verdere afname in de schadeverwachting. Doordeze schadeverwachting te kapitaliseren kan deze naast de investeringen worden geplaatst.De extra veiligheid die wordt geboden is echter niet bekend, want deze is niet alleen van dekruinhoogte afhankelijk. Er ligt achter de dijk een dunbevolkt gebied met ook weersecundaire keringen. Naar verwachting is de gekapitaliseerde afname in schadeverwachtingbeperkt (minde dan 1 miljoen euro) vooral in verhouding tot de aanlegkosten.SchadeverminderingNaar verwachting zal de combinatie van duin en dijk ook minder gauw tot een forse bresleiden. Ook kan in geval van nood het naast de bres gelegen duingebied als bron voorzand/grond worden gebruikt ten behoeve van het provisorisch dichten. Met het sneldichten van een bres wordt de hoeveelheid water die kan binnenstromen beperkt. Degevolgschade is daarom kleiner. Ook deze baat is gekapitaliseerd beperkt en overlaptdaarbij met de waarde die aan extra veiligheid wordt toegedicht.FaseerbaarheidDe duin voor dijkoplossing is goed uit te breiden. Er is ook gekeken naar een ontwerp datvoldoet voor de langere termijn, zelfs 200 jaar vooruit. Dit blijkt niet substantieel extrakustonderhoud op te leveren. Dit betekent dat de kosten voor uitbreidbaarheid lager zijndan in geval van een gangbare kering. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat men optermijn natuurlijk ook de bestaande harde kering weer kan “verduinen”. Degekapitaliseerde waarde van dit “voordeel” hangt af van het moment waarop opnieuw eenversterking nodig is. De keringen zijn nu ontworpen voor een periode van 100 jaar. Als pasna 100 jaar een nieuwe versterking nodig is, blijft het verschil tussen een zachte en nieuweharde kering in euro’s nu gering.Mocht eerder versterking nodig zijn, bijvoorbeeld als gevolg van een snellere stijging van dezeespiegel dan verwacht, verhogen van de norm of stringentere toetsvoorwaarden danwordt dit verschil groter. Een aanvullende zachte versterking kan ordegrootte van 50%goedkoper zijn dan een harde versterking.Beheer en onderhoudHet onderhoud aan de bestaande dijk wordt vervangen door onderhoud aan de zeereep. Dekosten hiervan zijn vergelijkbaar en kunnen in theorie lager zijn, als bij de ontwikkeling vaneen voldoende robuuste zeereep, iets meer dynamiek kan worden toegelaten.
    • Voor een termijn van 20-30 jaar is er sprake van een toename in kustonderhoud. Daarnastabiliseert het kustonderhoud zich weer op het huidige niveau. Deze tijdelijke toename inkustonderhoud is beperkt en van weinig invloed op de totale kostenvergelijking tussen dealternatieven. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het traject Nieuwvliet-Groede nu aleen binnenwaartse boog vormt met een flauw aflopende vooroever, een betrekkelijk idealesituatie voor een zeewaartse versterking.Natuurlijke Habitats, relatie met natuurwetgevingOp het bestaande traject zijn geen duinen gelegen. Wel komen op het strand embyronaleduintjes voor. Dit habitattype is beschermd maar doorgaans tijdelijk van aard en in denieuwe situatie verbeteren de condities voor hun ontstaan. Daarbij wordt in dit alternatiefextra duin toegevoegd. Er ontstaat daarmee ook een betere ecologische verbinding tussende bestaande duingebieden en langs de kust. Het verlies aan ondiepe kustwateren is daarbijbeperkt.Mogelijk vormen van medegebruikHet bestaande strand wordt waarschijnlijk gemiddeld breder vanwege de actieve suppletievan dit kustvak. Dit is winst voor de recreant. Het duin is vrijwel geheel zeereep en wordtwaarschijnlijk gesloten voor publiek.RealiseerbaarheidDit traject is al aangelegd. De aanleg is eenvoudig in technisch opzicht en de aanleg kostenwaren lager dan begroot. Ook vergunningstechnisch was dit alternatief eenvoudigeraangezien een gangbare versterking van de dijk meer effecten heeft op het achter de dijkgelegen natuurgebied.BelemmeringenDe volgende (categorieën van) belemmeringen kunnen worden genoemd:Formele toetsbaarheidToetsbaarheid is goed op basis van het beschikbare instrumentarium. Een aandachtpuntvormen de randen van het traject, mede omdat de gangbare duinafslagberekeningen in feiteeen lange doorlopende kust veronderstellen waarlangs zand wordt doorgegeven. Er wordtop dit moment al gekeken naar meer geavanceerde vormen van duintoetsingen, waarin ookdit soort situaties worden meegenomen.Hierbij kan worden opgemerkt dat op dit moment een hybride van een duin met een dijk,waarbij de dijk dus ook nog onderdeel van de kering vormt, niet formeel kan wordengetoetst. Ook hier is onderzoek naar gaande.
    • KostenDe omvang van het kustonderhoud kan doorgaans moeilijk worden geschat, maar was ookbij een “worst case” aanname beperkt en daarom geen belemmering voor het kiezen vaneen zeewaarts alternatief.In MKBA termen kan nog worden opgemerkt dat er eventueel ook nog baten aan hetkustonderhoud kunnen worden toegedicht omdat wordt bijgedragen aan het behoud vanhet kustfundament. Beleid aangaande het kustonderhoud is echter nog onvoldoendeconcreet uitgewerkt om hieraan te kunnen toetsen. In theorie zou men anders alle m3 tegenvooroever suppletieprijzen als vermeden kosten kunnen inboeken.Natuur- en natuurwetgevingNatura2000: Het zeewaartse alternatief heeft geen negatieve effecten op het achter de dijkgelegen natuurgebied. Door het zeewaarts aanleggen van een duinenrij worden debestaande embryonale duintjes bedekt met een nieuwe laag zand. De processen nodig voorhet ontstaan van embryonale duinen blijven behouden waardoor dit habitattype zichvolledig op korte termijn zal herstellen.Beheer en OnderhoudVanwege de zeewaartse uitbreiding is een wijziging van de BKL nodig. Dit is eenaandachtspunt. Wanneer de huidige dijk zijn functie verliest, doordat hij volledig wordtvervangen door de aan te leggen duinen, zijn moeilijkheden bij de inspectie van de huidigedijk, veroorzaakt door stuivend zand, geen aandachtspunt meer.DiscussieOp deze plaats blijkt een zeewaartse uitbreiding van de kust kosteneffectiever dan hetversterken van de bestaande dijk. Hierbij kan worden opgemerkt dat dit traject een lichtebaaivorm heeft en dat de vooroever flauw afloopt. De toename van het kustonderhoud naaanleg is daarom beperkt. Dit kan op trajecten die meer bloot staan aan golven en winden/of een steiler oeverprofiel hebben anders uitwerken.De kosten van zandsuppletie zijn in Zeeuws Vlaanderen hoger dan in andere delen vanNederland. Dit komt vooral door de grotere transportafstand. Vanwege de flauw aflopendekust ligt de 20 meter lijn ver voor de kust en is het aandeel van de transportkosten groot.Het kostenverschil met bijvoorbeeld de Delflandse kust is een factor 2. Het grote aandeelaan transportkosten maakt dat strandsuppleties kosteneffectiever zijn danvooroeversuppleties.PerspectiefEen duin voor dijk oplossing is een mogelijk alternatief vooral daar waar de vooroeverflauw afloopt en er geen getijdegeulen voor de kust aanwezig zijn.Een duin voor dijk oplossing is op meerdere plaatsen onderzocht en soms ook gekozen alsmeest kosten-effectieve oplossing. Maar er spelen ook andere overwegingen. De keuze vooreen zandig zeewaarts alternatief voor de Hondsbossche en Pettemer Zeewering hangtvooral samen met de extra kwaliteit die dit oplevert in de vorm van een breder strand.
    • Bijlage IV. Voorbeelden Rivierengebied Factsheet Gorzen Haringvliet en Hollands Diep Factsheet Golfremmend griend Noordwaard Factsheet KRW maatregelen rivierengebiedFactsheet Gorzen Haringvliet en Hollands Diep Figuur 1. Overzicht van het Hollands Diep en Haringvliet. Gele pijlen: voorland met vooroeverdam. Blauwe pijlen: voorland met een harde verdediging. bron: Google Earth
    • Feitelijke beschrijvingIn het Haringvliet en Hollands Diep worden voorbeelden gevonden van bestaande dijkenmet hoge voorlanden. In deze factsheet wordt ingegaan op de reducerende werking van eenvoorland op de golfbelasting op een dijk.De meeste dijken langs het Hollands Diep en het Haringvliet liggen achter een vrij hoogvoorland. De rand van het voorland is na de aanleg van de Haringvlietsluizen verdedigdtegen afslag. Voor de aanleg was het voorland een natuurlijk schor. Door het vrijwel geheelwegvallen van de getijdenwerking was het nodig de randen van de schorren te verdedigenmet een harde verdediging van breuksteen op een filterlaag. In situaties van een ondiepezone voor de schorrand is er op enige afstand van de schorrand een vooroeverdam voorgelegd. Deze vooroeverdam stopte de erosie van de schorrand. Het voorland heeft eenvariërende breedte van ongeveer 100 m tot 500 m. Er zijn plannen om deze voorlanden alsnatuurgebied in te richten. In de huidige situatie is het voorland vaak grasland met eenagrarische bestemming. Langs de harde verdediging van het schor groeien vaak struiken enbomen. Die reduceren de golfbelasting op de dijk.Vaak wordt er in het voorland grond afgegraven om meer natte natuur te creëren. Op hetvoorland ontstaat een ruigte vegetatie die de golfbelasting op de achterliggende dijk sterkreduceert.De werking van een voorlandEen voorland wordt bepaald door de hoogte, de helling en de breedte van een voorland.Vaak heeft een voorland een flauwe gradiënt van de dijk naar het water. Een voorland laatde golven breken en daardoor reduceert de golfhoogte aan de teen van de dijk. Echter, het isniet zo dat de golfperiode verandert door de aanwezigheid van een voorland.In het algemeen geldt hoe hoger een voorland, hoe sterker de reductie is van degolfbelasting op de dijk. Voor de breedte van het voorland gelden verschillendeoverwegingen.De hoogte van een voorlandEen voorland reduceert de golfhoogte (de significante golfhoogte Hs) tot 60 % van de lokalewaterdiepte boven het voorland. Dat is een bovengrens van de reducerende werking(persoonlijke communicatie met H. de Waal). De waterstand boven het voorland wordtbepaald door de waterstand van Haringvliet en Hollands Diep en de opwaaiing van dewaterstand tijdens een storm. De opwaaiing wordt in het algemeen niet door een voorlandbeïnvloed.De breedte van een voorlandReductie wordt bereikt als de breedte van het voorland voldoet aan de volgendevoorwaarden: De minimum breedte is groter dan 2 golflengten. De maximum breedte is kleiner dan de breedte waarbij over het voorland aanzienlijke golfgroei gaat optreden.De helling van een voorlandDe helling van een voorland mag variëren tussen 1:10 en horizontaal.
    • VegetatieOp een hoog voorland, dat een schor is geweest, kan vegetatie groeien. Is het voorland ingebruik door een agrarisch bedrijf dan is het vaak grasland . Ook tijdens een extreme stormkan men aannemen dat het gras op het voorland aanwezig is. Echter de vegetatie in eennatuurgebied kan bestaan uit natuurlijke grasvlaktes, struiken, ruigtes en bomen. In deontwerpsituatie is het onzeker of die vegetatie de aanval door de wind en de golven kanweerstaan en of op de reducerende werking van vegetatie gerekend kan worden.Berekeningsmethoden van de dijkhoogteTen behoeve van de derde toetsronde is in de HR2006 de werking van een voorland bij deberekening van de golfaanval op de dijken langs het Hollands Diep en het Haringvlietvolgens HYDRA methodiek in een aparte module schematisch berekend. In dieschematische berekening is uitgegaan van een gemiddelde bodemligging in een lijn van destrijklengte in een bepaalde windrichting. Het buitentalud van een dijk is standaardgeschematiseerd tot een 1:3 talud, zoals weergegeven in figuur 2. In een eerste eenvoudigebenadering wordt het voorland verwaarloosd. Als de uitkomst van de berekening is dat desterkte van de dijk niet voldoet, dan wordt de reducerende werking van een voorland in degenoemde, aparte module berekend. Teen van het talud ho og te breedte Figuur 2. Schematisatie van de geometrie langs een raai in een bepaalde windrichting in een eenvoudige benadering. Getrokken lijn = dwarsdoorsnede. Onderbroken lijn = schematisatie van talud en bodem in eenvoudige benadering.In de voorbereiding van de vierde toetsronde is een studie uitgevoerd waarin wordtaanbevolen de golfbelasting op een dijk met het golfmodel SWAN te berekenen (de Waal,2008). Dit model berekent de golfbelasting door rekening te houden onder andere met eenvariërende bodemhoogte en de aanwezigheid van een voorland. De verwachting is dat dezeberekeningsmethode leidt tot 0,5 m tot 0,75 m lagere dijktafelhoogte (de Waal, 2008).Opgemerkt wordt dat deze reductie niet alleen door het op een meer realistische wijzemeenemen van de invloed van de bodemligging en een voorland is, maar dat ook andereaspecten aan het verschil bijdragen.Kosten-baten analyseDe kosten-baten analyse van de vergelijking van een vooroeverdam en een voorland is doorYtsma (1999) uitgewerkt voor de situatie van 1999. Uit die analyse blijkt dat eenvooroeververdediging goedkoper is dan een nieuw voorland aanleggen. Echter eenvoorland heeft een sterker golfreducerend effect dan een vooroeverdam, en daarom kaneen voorland vanwege een grotere bijdrage aan veiligheid van de dijk toch economisch demeest voordelige keuze zijn.
    • LiteratuurYtsma, D.A. RIZA, 1999, Kostenramingen van vooroevers in Winbos, Rapport 2000.127,LelystadWaal, J.P. de, Deltares, 2008, Windgolven in HR2011 voor rivieren, voorstudie naarnoodzaak modelverbetering, Q4571.21, DelftWaal, J.P. de, Rijkswaterstaat, RIZA, 1999, Achtergronden hydraulische belastingenIJsselmeergebied, deelrapport 9, Rapport RIZA 99.046, LelystadFactsheet Golfremmend Griend NoordwaardFeitelijke beschrijvingDe beschrijving van het golfremmend griend is grotendeels gebaseerd op Deltares (2009).VeiligheidsopgaveHet project Noordwaard is onderdeel van het ruimte voor de rivier programma. Op dezeplaats is gekozen voor ontpoldering. Binnen het project is Fort Steurgat gelegen. Dit is eenoud fort temidden van de uiterwaarden. Fort Steurgat was het zuidelijke sluitstuk van de19de eeuwse Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het ligt nabij de instroomopening en aan derand van het doorstroomgebied. Voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie is een zorgvuldigeinpassing belangrijk. Het fort Steurgat is benoemd als element met grote historischstedenbouwkundige waarde. Het fort wordt sinds circa 10 jaar permanent bewoond. Er zijnonder andere woningen in de wal gerealiseerd waardoor het fort niet meer waterdicht is.Omdat de waterstand in het doorstroomgebied net zo hoog zal zijn als die op de rivierzullen er maatregelen moeten worden genomen om het fort te beschermen tegenhoogwater.
    • Foto 1. Bovenaanzicht van Fort SteurgatFiguur 1. de topografie van de Noordwaard met de contouren van hetontpolderingsplan. In rood de situatie Fort Steurgat.
    • OntwerpspecificatiesGangbare versterkingHet dijkontwerp is gebaseerd op standaardontwerpen volgens vigerende protocollen; debetrouwbaarheid van de dijk is daarmee gegarandeerd. Graslandbeheer kan deerosiebestendigheid van de dijk verder vergroten. Bij een gelijkmatige gesloten grasmatmet hoge worteldichtheid kan de dijk langdurig golfaanval doorstaan mits golven niet veelhoger worden dan circa 75 centimeter. Bij flauwe taluds (1:5 of meer) wordt de weerstandgroter. Het binnentalud van een grasdijk kan bij goed onderhoud minstens 10 l/m/safstromend water doorstaan. Hiervoor is wel een erosiebestendige ondergrond van kleinoodzakelijk. Het huidige zeer flauwe binnentalud zal zeker tegen een dergelijke overslagbestand zijn.Natuurlijke keringUitgangspunt is een groene golfremmende dijk ter bescherming van de dijk bij FortSteurgat. In de studie zijn drie ontwerpen naar boven gekomen. Deze ontwerpen bestaan ophoofdlijnen uit: ‘platform’ met golfremmende begroeiing aanliggend aan de dijk begroeide platformen in gebied langs de toekomstige kreek golfremmende kaden in buitengebied De doelstelling van deze ontwerpen is om door de golfremmende werking de primaire kering met ongeveer 0,5 tot 1 meter te verlagen (ten opzichte van het ‘klassieke’ ontwerp). Dit houdt tevens een versmalling in van de dijk van ± 15 tot 20 meter.De ruimtelijke concepten zijn geïnspireerd op aanwezige landschappelijke elementen in deNoordwaard, namelijk de primaire dijk, de kreken en de kaden. In twee van de drieschetsontwerpen is beplanting gebruikt. Verschillende soorten beplanting zijn inbeschouwing genomen om voor golfremming in aanmerking te komen.Randvoorwaarden zijn: De beplanting moet in ieder geval houtig zijn (voor voldoende stijve takken). De beplanting moet tegen frequente of langdurige inundatie kunnen (± 1-10 keer per jaar, tot 50 dagen). De beplanting moet in kleigrond kunnen groeien. De beplanting moet minimaal 3 m hoog zijn, maar niet veel hoger dan 4 m om het zicht vanaf de dijk rond het fort niet te belemmeren. De beplanting moet er staan indien er hoog water komt. Beheer en onderhoud van de beplanting moet minimaal zijn.
    • Figuur 2. Eerste schetsontwerp situatie Fort SteurgatUiteindelijk is een golfremmend griend (figuur 2) gekozen als voorkeursontwerp. Driebelangrijke argumenten liggen ten grondslag aan dit voorkeursontwerp: Stroomtechnisch: griend tegen de dijk aan levert de minste obstructie voor de waterstroom langs de dijk. Het is de verwachting dat bij de zuidwestelijke punt het griendbos onvoldoende golfuitdoving oplevert, waardoor een uitbreiding van griend aan de overzijde van de kreek Bevertstaart noodzakelijk is. De griend aan de overzijde van de kreek kan echter zo worden geplaatst dat deze weinig tot geen obstructie geeft voor de doorstroom. Beheersmatig: wanneer de griend aan de dijk ligt is deze makkelijk bereikbaar voor onderhoud. Landschappelijk: dit ontwerp sluit het beste aan bij de al aanwezige landschapselementen in de Noordwaard. De griend wordt in banen aangelegd die loodrecht op de golfrichting (zuidwesten) staan. De banen bestaan uit twee soorten griend (Salix alba en S. viminalis) om de kans op sterfte door ziekte van de gehele griend te minimaliseren. De banen worden om het jaar in maart gemaaid (einde hoogwaterseizoen, begin groeiseizoen) zodat er altijd in oktober (begin hoogwaterseizoen, eind groeiseizoen) een deel 1 jarig en een deel 2 jarig griend voor de dijk staat. In de griend worden verschillende maaipaden aangelegd die zichten markeren vanaf het hart van het fort naar markante objecten in de Noordwaard, zoals boerderijen. Deze zichtlijnen zijn de moderne ‘kijkgaten’ van het fort.
    • Het dwarsprofiel van de primaire dijk wordt aangepast om een mooie overgang van griendnaar dijk te maken. Het nieuwe dwarsprofiel kan als volgt worden beschreven: Griend (60-80 m breed) op een verhoogde berm voor het dijklichaam (1,50 m +NAP); een talud van 1:5 vanaf maaiveld tot 3,5 m +NAP, met een gras bekleding; een berm van 2 m; een talud van 1:3 tot de bovenkant van de dijk (hoogte afhankelijk van golfremming van vegetatie), met een grasbekleding; een binnentalud van 1:16 vanaf de bovenkant van de dijk.WerkingTer onderbouwing van het ontwerp is onderzoek gedaan naar de golfdovende werking vanvegetatie. Drie onderzoeken blijken hierbij met name relevant. Mendez en Losada (2004)hebben de uitdoving van golven door vegetatie gemeten in een laboratoriumopstelling. Hetvegetatieveld had een lengte van 7 m en bestond uit kelp (flexibele vegetatie) onder water.De vegetatie stond op een helling van 1:30. Het effect van vegetatie op de golven wasgemeten voor verschillende golfhoogtes en periodes. De golfuitdoving is een combinatie vangolfuitdoving door vegetatie en golfuitdoving door breken. De conclusie is dat door hetvegetatieveld significante golfuitdoving plaatsvindt.Augustin et al. (2008) gebruikten kunstmatige vegetatie met dezelfde eigenschappen alsSpartina alterniflora. In tegenstelling tot kelp is Spartina een stijve vegetatiesoort,vergelijkbaar met riet. Door Augustin et al. worden met name het effect van golfuitdovingdoor vegetatie die boven het water uitsteekt onderzocht. De reductie in golfhoogte isvergelijkbaar aan dat in het onderzoek van Mendez en Losada.Vo-Luong and Massel (2006) hebben veldmetingen uitgevoerd in het Can Gio mangrovebos,bij Nang Hai, Zuid-Vietnam. Het bos bestaat uit een mix tussen Avicennia en Rhizophoramangroves. Voor verschillende waterstanden zijn golfmetingen uitgevoerd. Opvallend is datde reductie van de golfhoogte met name in de eerste 20 m plaatsvindt. De uitdoving ligtrond de 50%-70%. Belangrijke conclusies waren ondermeer: Vegetatie is in staat golven significant uit te doven. Golfuitdoving hangt af van de breedte van het vegetatieveld. Meestal vindt de grootste golfuitdoving in de eerste meters van het vegetatieveld plaats. Golfuitdoving hangt af van vegetatiekenmerken (flexibiliteit, dichtheid, hoogte). Golfuitdoving hangt af van fysische grootheden (Hs, Tp, h).Het voorkeursontwerp is uiteindelijk op basis van SWAN uitgerekend waarin parameterszijn opgenomen die het griend voldoende karakteriseren.
    • Beoordeling en vergelijking Aspect Gangbare Golfremmend Opmerkingen versterking griend Kosten aanleg en onderhoud Kosten aanleg Kosten beheer en Iets groter Beheer griend komt onderhoud bovenop normaal beheer en onderhoud dijk. Totaal kosten Onduidelijk Er is geen volledige kosten-baten analyse beschikbaar Veiligheid Robuustheid gelijk gelijk Toetsbaarheid gelijk Moeilijker Het ontwerp is doorgerekend met SWAN. Op zich is dat voldoende voor een toets. Maar de vertaalslag van bomen in het veld naar een modelparameter is een aandachtspunt. Controle/toezicht Moeilijk Er is meer controle nodig, omdat ook inspectie van het griend nodig is. Schadevermindering Gelijk Faseerbaarheid gelijk Gelijk Ook het griend moet in een keer worden aangelegd. Er wordt geen rekening gehouden met de natuurlijke ontwikkeling van het bos. Natuur, recreatie en landschap Betekenis voor gelijk of Groter Het ene type natuur natuur minder wordt omgezet in een ander Mogelijkheden Gelijk recreatie Landschap gelijk of Groter Er is sprake van minder landschapsherstel
    • Tabel 1. Beoordeling en vergelijking gangbare versterking en een golfremmend griendHet voorkeursontwerp onderscheidt zich op drie verschillende manieren van hetgangbare ontwerp: verlaagt en versmald dijkprofiel met een hoogte van 4,35 m +NAP (uitgaande van een reductie in golfhoogte van 80%). griend langs de dijk kade in combinatie met griend langs de dijk ten noorden van de BandijkEr kan worden geconcludeerd dat met name de natuur- en landschapswaarden van hetvoorkeursontwerp groter zijn dan die van het gangbare ontwerp. Met betrekking tot dekosten en obstructie van de stroming leidt het voorkeursontwerp mogelijk tot een kleineverslechtering ten opzichte van het gangbare ontwerp. De gerealiseerde besparing opkosten van dijkaanleg en onderhoud is mogelijk voldoende compensatie voor de extrakosten van aanleg en beheer van de griend en de kade ten noorden van de Bandijk.Modelberekeningen kunnen aantonen of invloed op de stroming significant is in relatie totde doelstelling van het Noordwaardproject.KostenEr is geen volledig overzicht van de kosten. Maar naar verwachting zijn de kostenvergelijkbaar met dat van een gangbare versterking. De grote winst zit vooral in een minderhoge en vooral ook minder brede dijk, waardoor de oorspronkelijk vorm van Fort Steurgatbeter blijft behouden.
    • Foto 2. zijaanzicht Fort SteurgatRobuustheidHet golfremmend griend is niet meer of minder robuust, want er is ontworpen op dekruinverlaging die gewenst was.Beheer en onderhoudHet griend moet als griend worden beheerd. Dit brengt extra kosten met zich mee. Dezebeheerkosten kunnen mogelijk onder natuurbeheer worden geschaard.Natuurlijke Habitats, relatie met natuurwetgevingIn plaats van een extensief begraasd grasland wordt een griend aangelegd. Er is op ditmoment geen sprake van een beschermd natuurgebied.
    • DiscussieEen golfremmend griend leidt volgens de modellen tot een golfuitdoving groot genoeg omeen meer dan 0,5 meter lagere dijk mogelijk te maken. Een golfremmend griend kan inprincipe op meer plaatsen een rol spelen, vooral in het benedenrivierengebied. Debenodigde breedte is echter dusdanig dat een dergelijk griend niet overal inpasbaar zal zijn.Ook moet het wat betreft natuur- en landschapswaarden inpasbaar zijn. Mogelijk dat hiernog aanzienlijk in kan worden geoptimaliseerd, door de wijze van aanplant en beheer.Voornoemd onderzoek gaf al aan dat het grootste deel van de golfreductie feitelijk al wordtgerealiseerd in de eerste 20 meter. Een aandachtspunt is nog wel de stormbestendigheidvan een wilg.De bereikte golfreductie geeft wel een behoorlijke potentie aan. Een MHW verlaging van 10cm is al behoorlijk, het kunnen verlagen van de golfoploop met meer dan een halve meter isdus substantieel.Het griend wordt nu op een kleilaag van 0,8 meter geplaatst. Bij plaatsing op een watdikkere kleilaag kan een dergelijk griend ook een rol spelen op plaatsen waar vooralbekleding en piping een rol spelen.LiteratuurBureau Noordwaard, 2008, Planstudie ontpoldering Noordwaard; dijkverleggingsplan,Bureau Noordwaard, Rijkswaterstaat Zuid-Holland, 16 december 2008, 9R8354.A0Lauren N. Augustin, Jennifer L. Irish, Patrick Lynett, 2008, Laboratory and numerical studiesof wave damping by emergent and near-emergent wetland vegetation, Coastal Engineering(2008), doi10.1016/j.coastaleng.2008.09.004Dalrymple, R.A., J.T. Kirby, and P.A. Hwang, 1984. Wave diffraction due to areas of energydissipation. Journal of Waterway,Port, Coastal and Ocean Engineering 10, 67-79.Deltares (2009). Ontwerp groene golfremmende dijk Fort Steurgat bij WerkendamVerkennende studie Mindert de Vries (Deltares) Frank Dekker (Deltares)Fernando J. Mendez and Inigo J. Losada, 2004, An empirical model to estimate thepropagation of random breaking and nonbreaking waves over vegetation fields, CoastalEngineering 51, pp. 103-118Tomohiro Suzuki, Jasper Dijkstra and Marcel J.F. Stive, Wave dissipation on a vegetated saltmarsh, ICCE conference paper, 2008Vo Luong Hong Phuoc and Stanislaw R. Massel, 2006, Experiments on wave motion andsuspended sediment concentration at Nang Hai,
    • Factsheet KRW maatregelen rivierengebiedFeitelijke beschrijving Figuur 1. Overzicht KRW ‘oevers en uiterwaarden gebieden’ Bron: Witteveen+Bos Figuur 2. Projectgebied Beninger slikken. Bron: Witteveen + Bos
    • VeiligheidsopgaveDoel van dit project is om de waterkwaliteit te verbeteren om zo aan de doelen, die zijngesteld voor de Kaderrichtlijn water, te voldoen. Waar het nodig is of waar het kan wordt de(voor)oeververdediging geoptimaliseerd. Er is dus geen sprake van een opdracht om eenonvoldoende veilige situatie op te lossen. De huidige normfrequentie is 1:4000.OntwerpspecificatiesGangbare versterkingAangezien hier geen sprake is van een opgave om de primaire dijk te versterken kan je ookniet echt spreken van een gangbare versterking. Wel kan men stellen dat als de huidigeslikken en gorzen er niet zouden zijn, er waarschijnlijk meer erosie zou zijn op de dijk. Datzou mogelijk kunnen leiden tot een opgave in de toekomst.Natuurlijke keringOm de huidige schorren en slikken te beschermen zijn diverse maatregelen genomen. In deBeninger Slikken en in de Blanken Slikken verandert de functie van de bestaande kleinedijkjes van ‘zandvang’ naar ‘voeroeververdediging’. Eveneens wordt er zand aangevuld aande binnenkant van de dijkjes en/of voor de oever. Meestal zijn deze dijkjes niet met elkaarverbonden, maar in het geval van de Gors van de Lickebaert wordt er een continue dijkaangelegd. Deze dijk vormt zo een langsdam waardoor een intergetijdegebied kan ontstaan(figuur 3 en 4). Wat betreft Landtong Rozenburg wordt er per kribvak een klein dijkje voorde huidige oever gelegd. Tussen de dijkjes en de kribben blijft enige ruimte over. Om ookdaar golfslag te beperken wordt ervoor wel weer een dijkje gelegd. Een schematischoverzicht is weergegeven in figuur 5. A LEGENDA langsdam intergetijden gebied intergetijden Figuur 3. Overzicht van toekomstige situatie Gors van de Lickebaert. geul Bron: Witteveen+Bos
    • impressie voorkeursvariant huidigFiguur 4. Dwarsdoorsnede Gors van de Lickebaert.Bron: Witteveen+BosFiguur 5. Overzicht van toekomstige situatie Landtong Rozenburg.Bron: Witteveen+Bos
    • WerkingIn het geval van de Beninger en Blanken Slikken houdt de functieverandering in dat dedijkjes nu niet meer primair bedoeld zijn om zand vast te houden, maar vooral om de golvente reduceren en zo afslag te voorkomen. Bij de Geul van Lickebaert wordt eenintergetijdegebied gecreëerd die moet zorgen voor het vasthouden van sediment. Ditintergetijdegebied kan als groeiplaats dienen voor allerlei flora met bijbehorende fauna. Delangsdammen bij Landtong Rozenburg zijn bedoeld om golfslag te verminderen en bij laagwater ondiepe poeltjes te creëren zodat allerlei macrofauna zoals krabbetjes, garnalen enschelpdieren zich kunnen vestigen of ophouden.
    • Beoordeling en vergelijking Aspect Gangbare Optimalisatie Opmerkingen versterking vooroever Kosten aanleg en onderhoud Kosten aanleg Groter Er moeten kosten gemaakt worden om de situatie te verbeteren. Kosten beheer en Groter Beheer van de onderhoud dijkjes zal enig onderhoud vergen Totaal kosten Veiligheid Robuustheid Toetsbaarheid Controle/toezicht Schadevermindering Faseerbaarheid Algemeen Voldoende Voldoende Er is geen sprake van een onvoldoende veilige situatie. De herinrichting heeft geen negatieve gevolgen voor de veiligheidssituatie Natuur, recreatie en landschap Betekenis voor Neutraal Groter Alle varianten van natuur inrichting hebben als resultaat dat het leefgebied voor macrofauna wordt vergroot of verbeterd. Door flauwe oevers te creëren ontstaan meer groeiplaatsen voor flora. Ook vissen hebben baat bij sommige maatregelen Mogelijkheden Neutraal Neutraal/Minder Ter hoogte van recreatie Gors van de Lickebaert verdwijnt een onofficieel
    • strandje. Aangezien dit geen formele functie had als recreatie is er ook geen functieverandering. Bewoners kunnen dit anders zien. Landschap Neutraal Neutraal Tabel 1. Beoordeling en vergelijking gangbare versterking en KRW-maatregelenKostenDe kosten van de aanleg van de verschillende varianten lopen uiteen van € 800.000 tot €1.800.000. De jaarlijkse beheerkosten lopen uiteen van € 8.100 tot € 18.000.RobuustheidDoor het optimaliseren van de vooroever kan mogelijk in de toekomst worden voorkomendat aanwezige schorren en slikken verdwijnen. Deze schorren en slikken verhinderenschade aan de dijk.FaseerbaarheidDe verschillende maatregelen hoeven zeker niet tegelijkertijd uitgevoerd te worden. DeKRW stelt dat alle maatregelen voor 2015 genomen moeten zijn.Beheer en onderhoudVoor alle maatregelen worden 3 typen onderhoud genoemd. Natuurbeheer Onderhoud constructies MonitoringDe kosten qua natuurbeheer bestaan uit het verwijderen van ongewenste opslag, hetopruimen van vuil, toezicht en publieksbegeleiding. De onderhoudskosten worden geschatop 1% van de aanlegkosten. De monitoringskosten zijn een optelsom van een jaarlijksemonitoring door een medewerker van de terreinbeherende organisatie en een tienjaarlijksemonitoring door een adviesbureau.Natuurlijke Habitats, relatie met natuurwetgevingAlle projecten worden uitgevoerd met als doel de waterkwaliteit te verbeteren alsonderdeel van de KRW. Er wordt dus getracht om meer (en beter) habitat te creëren voorvier biologische kwaliteitselementen: marcofauna, fytobenthos, vissen en macrofyten(afhankelijk van de specifieke doelen die zijn gesteld per waterlichaam).RealiseerbaarheidAlle varianten zijn goed te realiseren. De haalbaarheid van de doelstelling van RWS hangenper waterlichaam af van de gekozen maatregel in de gebieden. Als in één gebied voor meerverbetering van de oever wordt gekozen, zou een ander gebied met minder verbetering afkunnen om de doelstelling te halen.
    • BelemmeringenNatuur en natuurwetgevingDe meeste gebieden vallen onder diverse wet- en regelgeving. Van toepassing zijnNatura2000, EHS, Flora- en Faunawet en de KRW. Dit kan een belemmering vormen voor deuitvoering. Het lijkt er echter op dat de aanwezige habitats zullen worden verbeterd en ofvergroot waardoor er geen belemmering lijkt te zijn vanuit wet- en regelgeving. Wel moetrekening worden gehouden met het tijdstip van uitvoeren (bv. niet tijdens broedtijdwerken).DiscussieAangezien in deze projecten geen sprake is van een veiligheidsopgave, kan er ook geenechte vergelijking worden gemaakt met een gangbare dijk. Wel wordt in dit project kennisopgedaan met het realiseren van meer natuurlijke keringen.Er worden diverse maatregelen genomen die allen bijdragen aan een vermindering vangolfslag op de oever. Tevens is bij alle maatregelen een ecologische meerwaarde teverwachten.
    • Bijlage V. Overzicht kosten en potentiële besparingenInleiding en doel van bijlageIn deze bijlage worden, voor enkele delen van Nederland, kostenverkenningen beschreven.Deze kostenverkenningen vergelijken alternatieve oplossingen voor veiligheidsopgaven inde betreffende gebieden. Het gaat hierbij om gangbare en natuurlijke oplossingen. Het zijnglobale berekeningen en de voorbeelden gaan minder diep dan de voorbeeldprojecten diein bijlagen II, III en IV zijn omschreven. De voorbeelden in deze bijlage behandelen wel meeralternatieven en meer variabelen om een beter inzicht te krijgen in de verschillen in kosten.De informatie uit de bijlage is gebaseerd op een spreadsheet waarin gevarieerd is metwaterdiepte, golven, toetspeilen en voorland. De kentallen komen uit projecten en hethydraulische randvoorwaarden boek. Er is bij de opzet gekeken naar projectmatigeresultaten, om zeker te zijn van voldoende realiteitsgehalte.Achtereenvolgend worden kostenverkenningen beschreven in de volgende gebieden:Waddengebied, Oosterschelde, Haringvliet en het IJsselmeer.De kostenverkenningen behandelen steeds de uitgangspunten van het gebied, eenomschrijving van de alternatieven, de zeespiegel- of meerpeilscenario’s, de uitgangspuntenvoor de kostenberekening, observaties n.a.v. de verkenning, perspectief op kostenbesparingen een conclusie.Naar aanleiding van de kostenverkenningen kan worden geconcludeerd dat natuurlijkeoplossingen, afhankelijk van een aantal overwegingen, veel kansen geven voorkostenbesparing ten opzichte van gangbare oplossingen. Deze kansen liggen vooral op delangere termijn.
    • Waddenkust (kwelders)Uitgangspunten:De golfremmende werking van een kwelder hangt sterk af van het verschil tussen toetspeilen het maaiveldniveau van de kwelder. Een kwelder groeit tot 30 à 40 cm bovenspringvloedpeil, als gevolg van opwaaiing en golfoploop.Er is voor verschillende combinaties van toetspeil, golfhoogte en kwelderniveau gekekennaar de verschillen in kosten tussen drie alternatieven: Het ophogen van de kruin en het aanpassen van de bekleding. Het ophogen van de bestaande kwelder, waarbij wordt uitgegaan van een 60 meter brede zone. Bij het ophogen wordt uitgegaan van klei met een gemiddelde laagdikte van 1 meter tot aan een niveau gelijk aan springvloed (met evt. 30 cm extra). Op de meeste plaatsen ligt al klei op de top. Het aanleggen van een nieuw voorland waarop kwelderwerken (zie figuur 1) kunnen worden gerealiseerd. Hierbij wordt een rusthoek van 1 op 50 aangehouden en een hoogte tot het niveau waarop kweldergroei kan worden geïnitieerd. In veel gevallen ontstaat bij het aanleggen van een kwelder tot dit niveau een overhoogte voor de bestaande dijk. Er is daarom ook gekeken naar het niveau dat nodig is om een verdere verhoging van de kruin te voorkomen. Bij aanleg van de basis wordt uitgegaan van zand. De veronderstelling is dat met de tijd aanslibbing van klei optreedt. Er is gekeken naar drie locaties, die verschillen in toetspeil, golfhoogte en kwelderniveau aan de dijk. Huidige situatie Loc.1 Loc.2 Loc.3 toetspeil 4,9 4,3 6,6 golf 2,1 1,3 1,4 kwelderniveau 1,5 1,9 1,9 Figuur 1. Kwelderwerken: bron: Natuurkennis.nl
    • Figuur 2. Overzicht verschillende typen kwelders voor een deel van de Friese kust. De typen zijn ingedeeld naar hoogte.. Op de meeste plaatsen is een hoge kwelderzone aanwezig voor de dijk.Locatie 1 komt overeen met een gemiddelde plaats voor de kust van Friesland. Zie figuur 2voor een overzicht van de verschillende typen kwelders voor een deel van de Friese kust.Locatie 3 is meer representatief voor delen van de Eems Dollard. Locatie 2 ligt relatief luwen heeft een lagere golfhoogte en een verhoudingsgewijs laag toetspeil. Deze situatie komtvoor aan de waddenzijde van de eilanden. De hoogte van de kwelders komt overeen metspringvloed niveau plus 30 centimeter vanwege opwaaiing en golfoploop. Voor alle locatiesis uitgegaan van een gemiddelde waterdiepte van 3 meter en een beperkte zetting (10%extra compensatie volume).Er zijn vier scenario’s onderscheiden:A. Een stijging van de zeespiegel en dus van het toetspeil van 0,3 meter.B. Een stijging van de zeespiegel met 0,3 meter en een toename van de golfhoogte met 0,15 meter.C. Een stijging van de zeespiegel en dus van het toetspeil van 0,85 meter.D. Een stijging van de zeespiegel met 0,85 meter en van de golfhoogte met 0,3 meter.Wat betreft kosten is uitgegaan van: Kosten verhogen kruin: ca. 6000 euro per meter (totale kosten). Kosten aanvoer en in profiel brengen van zand: ca. 6 euro/m3 (directe kosten). Kosten aanvoer en in profiel brengen van klei: ca. 15 euro/m3 (directe kosten). Aanleggen van kwelderwerken: ca. 1,25 euro/m2. Een opslagfactor 2 voor de conversie van directe naar totale kosten voor engineering. Deze post is verhoudingsgewijs laag vanwege de eenvoud van het werk. Beheer en onderhoud kwelder gekapitaliseerd: ca. 6 euro/m2. Dit bedrag is vastgesteld op basis van lopende beheer- en onderhoudscontracten voor kwelderwerken. Beheer en onderhoud van de dijk is gesteld op 1% van de versterkingskosten.In figuur 3 en 4 zijn de kosten per meter dijk voor de verschillende locaties in hetWaddengebied en verschillende alternatieven weergegeven respectievelijk uitgaande vaneen gemiddelde waterdiepte van 3 en van 1 meter.
    • Kwelders Waddenzee A.kosten kwelder verhogen25000 A.kosten nieuw voorland20000 A.kruin verhogen B.kosten kwelder verhogen15000 B.kosten nieuw voorland B.kruin verhogen10000 C.kosten kwelder verhogen C.kosten nieuw voorland5000 C.kruin verhogen D.kosten kwelder verhogen 0 D.kosten nieuw voorland loc.1 loc.2 loc.3 D.kruin verhogen Figuur 3. Kosten in euro per meter dijk voor verschillende locaties in het Waddengebied en verschillende alternatieven bij een aangenomen gemiddelde waterdiepte van 3 meter. Kwelders Waddenzee A.kosten kwelder verhogen 14000 A.kosten nieuw voorland 12000 A.kruin verhogen 10000 B.kosten kwelder verhogen B.kosten nieuw voorland 8000 B.kruin verhogen 6000 C.kosten kwelder verhogen 4000 C.kosten nieuw voorland C.kruin verhogen 2000 D.kosten kwelder verhogen 0 D.kosten nieuw voorland loc.1 loc.2 loc.3 D.kruin verhogen Figuur 4. Kosten in euro per meter dijk voor verschillende locaties in het Waddengebied en verschillende alternatieven bij een aangenomen gemiddelde waterdiepte van 1 meter.
    • Observaties vanuit de verkenningUit de vergelijking van verschillende situaties blijkt het volgende: Op locaties met een hoog toetspeil remt de bestaande kwelder de golf vrijwel niet. In het veld zien we tot een meer dan 1 meter lagere kruinhoogte bij aanwezigheid van een kwelder. Deze situatie wordt bereikt bij een verhoudingsgewijs laag toetspeil en grote golf, zoals in locatie 2. In locatie 3 heeft een natuurlijke kwelder geen invloed op de kruinhoogte van de dijk. De kwelder ligt hiervoor te diep onder het toetspeil. Dit betekent dat bijvoorbeeld voor delen van de Eemsdollard een natuurlijke kwelder geen wezenlijke bijdrage kan leveren aan de veiligheid. In de luwte van de Waddeneilanden zijn vanwege de relatief geringe hoogte van de toetspeilen mogelijkheden, ondanks een beperkte golfhoogte. Het verhogen van de bestaande kwelder kan goedkoper zijn dan het aanpassen van de bekleding of het verhogen van de kruin. Wel moet rekening worden gehouden met natuureffecten. In feite wordt een deel van de bestaande kwelder vernietigd. Een maaiveldverhoging met bijvoorbeeld 3 tot 5 decimeter brengt het hoogste deel van de kwelder buiten bereik van het zeewater. Herstel is dan niet mogelijk en compensatie van natuur kan gezien de aanwijzing als Natura2000 gebied aan de orde zijn. Compensatie kan dan worden gezocht in de aanleg van nieuwe kwelders of het uitdijken van een zomerpolder. Inclusief compensatie is het verhogen van een bestaande kwelder zelfs duurder dan de aanleg van een nieuwe kwelder. Het aanleggen van een kwelder is bij een beperkte veiligheidsopgave duurder dan het versterken van de bestaande dijk. Echter bij een grotere opgave, bijvoorbeeld anticiperend op een grotere zeespiegelstijging en vooral ook bij een forse toename in golfhoogte, kan een kwelder goedkoper zijn. Dit geldt alleen op locaties met een verhoudingsgewijs laag toetspeil. Gebruik van kwelders als onderdeel van het veiligheidssysteem kan dan mede vanwege positieve natuureffecten worden beargumenteerd. Bij een veel lagere zandprijs wordt een kwelder veel eerder een kosteneffectief alternatief. Bij een zandprijs van bijvoorbeeld 3 euro/m3 zijn de kosten voor de aanleg van een kwelder op enkele plaatsen al vergelijkbaar met die van het verhogen van de kruin. Erg lage zandprijzen zijn alleen mogelijk bij lokale winning. Dit is afgezien van baggerwerk in vaargeulen in de Waddenzee niet erg waarschijnlijk vanwege de natuureffecten. Een grote besparing in kosten is eigenlijk alleen mogelijk door de bestaande kwelders op te hogen, vooral als maar beperkt hoeft te worden verhoogd en bijvoorbeeld ook maar met een beperkte dikte van de kleilaag. Deze besparing is vooral groot als het alternatief bestaat uit het meermaals verhogen van de dijk. Maar weinig dijken halen het eind van hun technische levensduur en worden voor die tijd alweer versterkt. Mogelijke interessante locaties zijn de Koegraszeedijk en Balgzanddijk. Hier komen maar beperkt kwelders voor. Deze zijn in feite ontstaan door het opdrukken van sediment bij de aanleg van de dijk. Vanwege een tekort aan kustlangstransport van zand is er vrijwel geen sprake van een natuurlijke ontwikkeling van platen en kwelders. Hier kan worden gedacht aan de aanleg van nieuwe kwelders bijvoorbeeld door gebruik te maken van het zand dat uit de haven van Den Helder wordt gebaggerd.
    • Voor de kust van Friesland en Groningen komt ca. 10 kilometer kustlijn voor waar metinzet van rijshoutdammen al kweldergroei op gang zou kunnen worden gebracht(bijvoorbeeld voor de Vlakte van Oosterbierum langs het Bildt). De kosten hiervanliggen, in het geval van een 800 meter brede kwelder, in de orde van grootte van 1000euro/m. Dit is minder dan 50% van de kosten voor kruinverhoging, ook ingeval van eenbeperkte zeespiegelstijging. Ook is er 10 kilometer ondiep wad waar een beperkteophoging van het voorland misschien al voldoende is. De kosten hiervan bedragen, bijeen gemiddelde ophoging van 1 meter over een breedte van 300 meter, rond de 3600euro/m (zie figuur 4). Dit is minder dan de helft van de kosten van aanleg van eennieuwe kwelder ingeval van een grotere waterdiepte. Of deze locaties morfologischgeschikt zijn om kweldergroei mogelijk te maken dient nader te worden onderzocht.Deze beide alternatieven zijn nu niet meegenomen in het overzicht, maar zijnaanzienlijk goedkoper dan het aanleggen van een nieuwe kwelder. Hier ligt mogelijk degrootste kostenbesparing. Nu wordt zo’n 55 kilometer dijk beschermd door kwelders.Dit aandeel kan mogelijk aangroeien tot 75 kilometer dijk.Op dit moment wordt geëxperimenteerd met het cyclisch verjongen van de kwelders.Dit gebeurt door afgraven of door het wegnemen van rijshoutdammen/schermenwaardoor meer erosie en dus verlaging van de kwelder optreedt. Als dit in een zonebinnen 100 meter van de dijk gebeurt, heeft dit waarschijnlijk gevolgen voor de vereistekruinhoogte van de dijk. Het afstemmen van natuurbeheer en veiligheidsbeheer isdaarbij dus van groot belang.Perspectief op kostenbesparing en integraliteitBestaande kwelders hebben in de tweede toetsronde ongetwijfeld een rol gespeeld, maarer is geen sprake van besparingen bij de huidige versterkingswerken. De huidigeecosysteemdiensten van de aanwezige kwelders kun je in principe waarderen uitgaandevan de vermeden kosten voor bijvoorbeeld 1 meter extra dijkverhoging over ongeveer50 km (ordegrootte 300 miljoen euro).Er blijven waarschijnlijk trajecten over met een kruinhoogtetekort en onvoldoendebekleding. Het verhogen van bestaande kwelders is een kosteneffectieve oplossing,maar gezien de natuureffecten misschien niet haalbaar. Veel bestaande kwelders zijnvooral nabij de dijk aan het vergrassen. Het verjongen door het verlagen van dezekwelders lijkt mede met oog op hun functie voor de dijk niet wenselijk. Mogelijk kandan toch gekozen worden voor verhogen met een compensatie in de vorm van jongekwelders op plaatsen waar deze nog niet aanwezig zijn.De aanleg van nieuwe kwelders kan plaatselijk in lijn zijn met de instandhoudings- enverbeteringsdoelstellingen. Waarschijnlijk gaat het daarbij om een beperktetrajectlengte, omdat veel plaatsen, waar nu geen kwelders zijn gelegen, morfologischminder geschikt zijn.Het stimuleren van kweldergroei biedt het meeste perspectief daar waar al sprake isvan ondiepe aanslibbingzones en voorland. Besparingen hangen af van deveiligheidsopgave en de termijn waar naar wordt gekeken. De besparingen kunnen voorde middellange tot lange termijn oplopen tot 2 à 3 miljoen euro per kilometer, dus eenpotentiële besparing van 30 tot 40 miljoen.
    • Op langere termijn, bij een verdere verhoging van het peil worden natuurlijke kwelderssteeds minder effectief. Als verhoging van bestaande kwelders niet mogelijk is vanwegede natuureffecten, kunnen bestaande kwelders op termijn vrijwel geen rol meer spelen.Voor trajecten waar nieuwe kwelders worden aangelegd is sprake van een overhoogtevan de dijk, mogelijk in de orde van grootte van 1 meter. Dit is voldoende om voorlangere tijd de zeespiegelstijging voor te zijn. Dit zal er plaatselijk toe leiden dattoekomstige versterkingen niet nodig zijn. Deze besparingen worden pas op langeretermijn gemaakt.Conclusies: Het stimuleren van kweldergroei in het Waddengebied kan mogelijk langs 20kilometer vaste landkust van Friesland en Groningen leiden tot aanzienlijke besparingen .De besparingen zijn mogelijk 40 tot 60 miljoen, afhankelijk van de veiligheidsopgave op ditdeel van de kust). Ook dragen deze kwelders bij aan de ecologische doelstellingen. Oplangere termijn zijn verdere besparingen mogelijk als gevolg van de overhoogte van dedijk die ontstaat.Oosterschelde (platen)UitgangspuntenBij de Oosterschelde zijn voldoende hoge dijken en relatief lage toetspeilen inverhouding tot de hoogte van de kwelders en platen. De lage toetspeilen hangen samenmet de Oosterscheldekering. In deze situatie zijn platen vaak al voldoende hoog omafdoende remming van de golf op te leveren. Er speelt vooral een probleem met debekleding voor ongeveer de helft van de dijken.
    • Figuur 5. Boven: het areaal slikken en platen bij de Oosterschelde van 1983-2001 (bron: RIKZ). Onder: Oesterrif Oosterschelde (bron: Ecoshape).Ook hier is gekeken naar verschillende combinaties van toetspeil en golfhoogte. Vergelekenzijn de volgende drie alternatieven: Het ophogen van de kruin, danwel het aanpassen van de bekleding; Het opspuiten en ophogen van bestaande platen, met navolgend beheer en onderhoud vooral in de vorm van aanvullende suppleties; Het aanleggen van een nieuwe plaat c.q. voorland. Er is hierbij gewerkt met een rusthoek van 1 op 50 in combinatie met aanvullende onderhoudssuppleties en geen aanleg van een vooroeververdediging. Het laatste zou in principe kunnen en ook nodig zijn als een steilere helling wordt gebruikt. Dit veronderstelt dat alleen morfologisch meer ideale situaties met een flauw aflopende vooroever worden gebruikt voor de aanleg van nieuwe platen. Er is gekeken naar drie verschillende locaties: Huidige situatie loc.1 loc.2 loc.3 toetspeil 3,5 3,9 3,7 golf 1,8 1,2 0,8 kwelder 2,2 2,3 2,4Locatie 1 komt overeen met een situatie in het westelijk deel, en locatie 2 in het oostelijkdeel van de Oosterschelde. Door opwaaiing en scheefstand van het water zijn de toetspeilenhier hoger. Er komen ook situaties voor met hoge toetspeilen, maar minder grote golvenvanwege een meer beschutte ligging (locatie 3).Er zijn vier scenario’s onderscheiden:A. Een stijging van de zeespiegel en dus van het toetspeil van 0,3 meter.B. Een stijging van de zeespiegel met 0,3 meter en een toename van de golfhoogte met 0,15 meter.C. Een stijging van de zeespiegel en dus van het toetspeil van 0,6 meter.D. Een stijging van de zeespiegel met 0,6 meter en van de golfhoogte met 0,3 meter.
    • Wat betreft de kosten is uitgegaan van: Kosten voor suppleren ca. 4 euro/m3 (directe kosten). Dit is zand dat lokaal beschikbaar kan komen. Onderhoud en extra suppletie van platen, gekapitaliseerd per meter over een langere periode op basis van een eenheidsprijs van 4 euro/m3 (directe kosten). Aanpassen bekleding is gesteld op een post van ca 3500 euro (totale kosten), ongeacht de ontwikkeling van het toetspeil. Het aanpassen van de bekleding is dus in alle scenario’s even duur. Er is uitgegaan van een opslagfactor 2 voor de vertaling van directe in totale kosten.Er is verder niet gekeken naar de stabilisatie van de bestaande platen met bijvoorbeeldoesterbanken. Hiermee kan de onderhoudsbehoefte van de platen worden teruggebracht.Het is niet duidelijk wat per saldo kosteneffectiever is.In figuur 6 zijn de kosten per meter dijk voor de verschillende locaties in de Oosterscheldeen verschillende alternatieven weergegeven. Platen Oosterschelde A.kosten plaat verhogen A.kosten nieuw voorland 18000 A.dijk versterken 16000 B.kosten plaat verhogen 14000 B.kosten nieuw voorland 12000 B.dijk versterken 10000 C.kosten plaat verhogen 8000 C.kosten nieuw voorland 6000 C.dijk versterken 4000 2000 D.kosten plaat verhogen 0 D.kosten nieuw voorland loc.1 loc.2 loc.3 D.dijk versterken Figuur 6. Kosten in euro per meter dijk voor verschillende locaties in de Oosterschelde en verschillende alternatieven.
    • Observaties:Deze situaties zijn in feite ook al bekeken in een studie van Royal Haskoning (zie voorbeeldOosterschelde). Het suppleren van platen blijkt voor ca 60 kilometer een mogelijk alternatief tegen 50% van de kosten van het traditioneel vervangen van de bestaande dijkbekleding. Hierbij kan worden opgemerkt dat dit o.a. komt door de verhoudingsgewijs lage zandkosten, door het lokaal winnen van zand. Deze observatie wordt ook gedaan op basis van de spreadsheet. De beschouwde locaties verschillen onderling maar weinig. Het aanleggen van nieuwe platen is vaak duurder dan het vervangen van de bekleding. De kosten van een nieuwe plaat hangen echter mede af van de aangenomen rusthoek. Soms kan worden gekozen voor een voldoende brede plaat met een vooroeververdediging. Afhankelijk van de situatie kan ook het opspuiten van een nieuwe plaat voordeliger zijn. De vraag is daarbij wel in hoeverre dat passend is in het systeem. We doen hier dezelfde observatie als bij de Wadden, namelijk dat de nieuwe aanleg van kwelders en platen alleen wordt overwogen op plaatsen waar hun natuurlijke vorming alleen een “duwtje in de rug” nodig heeft.Er komen langs de Oosterschelde ook situaties voor waar zich een duin tegen de bestaandedijk heeft kunnen ontwikkelen. Voor de locatie Sofiastrand is het verbreden van dit al forseduin veel goedkoper dan het versterken van de bestaande dijk. Deze situatie is nietafzonderlijk als alternatief beschouwd. Denkbaar zijn duin voor dijk oplossingen wel opmeerdere plaatsen (zie ook voorbeeld Oesterdam).Mogelijk perspectief op kostenbesparing:Op dit moment wordt voor de tweede toetsronde door bureau Zeeweringen gekeken naarmogelijke maatregelen. Het suppleren van platen is aanzienlijk goedkoper dan een gangbareversterking. De besparing ligt mogelijk in de orde van 60 miljoen euro. Echter het overlagenvan de bekleding is nog goedkoper. Er worden bij het overlagen van de bestaande bekledingdus geen besparingen gemaakt. Wel kan er sprake zijn van vermeden kosten vanwege hetzandhongerprobleem van de Oosterschelde. Er moeten in dat verband sowieso maatregelenworden genomen voor het behoud van de platen, vanwege de daarmee samenhangendenatuurwaarden. Zonder behoud van de platen neemt de opgave voor de bestaande dijkenverder toe. Dit kan op termijn tot extra kosten leiden, die worden vermeden door de platente behouden met oog op de veiligheid. Als men ertoe besluit de aanwezige platen tebehouden door deze ook te suppleren of te voorzien van oeververdediging, is er sprake vanaanzienlijke vermeden kosten. Het zand voor de suppletie wordt uit de Oosterscheldegehaald. Er kunnen hieraan geen aanvullende baten worden toegerekend. Met anderewoorden, door de lokale winning wordt het zandtekort van de Oosterschelde nietteruggebracht.Het is onduidelijk wat de situatie is voor de derde toetsronde.. Er moet rekening wordengehouden met een verdere stijging van de zeespiegel. Waarschijnlijk is er ook op termijnsprake geen sprake van een kruinhoogtetekort.
    • Het is onduidelijk waarmee voor de lange termijn rekening moet worden gehouden. In devorige toetsronde werd ongeveer de helft van de bekleding afgekeurd. Mogelijk dat bij veelstrengere eisen op langere termijn ook de resterende dijktrajecten worden afgekeurd. Ditzou in theorie een vergelijkbaar grote besparing op kunnen leveren, maar op langeretermijn. Als meer dan alleen de bekleding hersteld moet worden, is de besparing groter. Ineerdere studies is becijferd dat het verlies van de platen en het voorland 60 tot 240 miljoeneuro aan extra dijkversterking kan vragen op de langere termijn (RWS-WD rapport2008.038). Dit zijn vermeden kosten wanneer de aanwezige platen blijvend wordengesuppleerd. Overlagen is mogelijk goedkoper als alleen gekeken wordt naar investeringenop korte termijn. Op de langere termijn is suppleren van platen kosteneffectiever. Devermeden kosten zijn groter dan de extra kosten die een suppletiestrategie vraagt tenopzichte van het overlagen van de aanwezige bekleding.Conclusies: Het suppleren van de platen is aanzienlijk goedkoper dan een gangbareversterking van de bekleding. Mogelijke besparingen liggen in de orde van 60 miljoen euro opkorte termijn en mogelijk nog een vergelijkbaar groot bedrag op langere termijn. Hetsuppleren van platen is echter duurder dan overlagen van de bestaande bekleding. Debesparing wordt daarom alleen gemaakt als vanwege het probleem met de zandhonger voorplaatsuppletie wordt gekozen. Op langere termijn worden aanzienlijke besparingen gemaaktdoor het behoud van de platen.Haringvliet (gorzen)UitgangspuntenLangs het Haringvliet, over meer dan twee derde van haar oevers, liggen op veel plaatsen algorzen. De meeste daarvan zijn laaggelegen en begroeid met riet. Op hoger gelegen delenkomt, als gevolg van verzoeting, bos tot ontwikkeling. Meer bos treffen we aan richting deBiesbosch, een landschap met vanouds ook veel grienden. Deze ontwikkeling zet,afhankelijk van het kierbesluit, op de meeste plaatsen door. Op plaatsen zonder gorzenvormt de aanleg van gorzen een mogelijk alternatief voor het verhogen van de kruin. Ziefiguur 7 voor afbeeldingen van gorzen zonder bomen en struiken.
    • Figuur 7. Gorzen zonder bomen en struiken (link Gors van den Bommel, Rechts Tiengemeten).De volgende drie situaties zijn vergeleken: Het verhogen van de kruin, dan wel aanpassen van de bekleding; Het ophogen van het bestaande gors. Plaatselijk gaat het om landbouwgrond. Het gaat dus om het aanbrengen van een extra laag grond, mogelijk in de vorm van een toemaakdek, Het aanleggen van een nieuw gors tot voldoende hoogte zodat een verdere verhoging van de kruin niet nodig is.Er zijn vier scenario’s onderscheiden:A. Een stijging van de zeespiegel en dus van het toetspeil van 0,3 meter.B. Een stijging van de zeespiegel met 0,3 meter en een toename van de golfhoogte met 0,15 meter.C. Een stijging van de zeespiegel en dus van het toetspeil van 0,6 meter.D. Een stijging van de zeespiegel met 0,6 meter en van de golfhoogte met 0,3 meter.Wat betreft kosten is uitgegaan van: De kosten van kruinverhoging zijn ordegrootte 6000 euro/m (totale kosten). De kosten van zand zijn 4 euro/m3 (directe kosten). De kosten van klei zijn 15 euro/m3 (directe kosten). De kosten voor een oeverbescherming zijn 500 euro/m (totale kosten). Er is gebruik gemaakt van een opslagfactor 2 voor een vertaling van directe in totale kosten.In figuur 8 staan de kosten in euro per meter dijk voor verschillende locaties langs hetHaringvliet en verschillende alternatieven weergegeven.
    • A.kosten gors verhogen Gorzen Haringvliet A.kosten nieuw voorland 12000 A.dijk versterken B.kosten gors verhogen 10000 B.kosten nieuw voorland 8000 B.dijk versterken 6000 C.kosten gors verhogen C.kosten nieuw voorland 4000 C.dijk versterken 2000 D.kosten gors verhogen 0 D.kosten nieuw voorland loc.1 loc.2 loc.3 D.dijk versterken Figuur 8. Kosten in euro per meter dijk voor verschillende locaties langs het Haringvliet en verschillende alternatieven.Observaties:Voor deze situaties zien we het volgende: Het verhogen van een bestaand gors met klei is altijd veel goedkoper dan het aanpassen van de bekleding of een kruinverhoging. In geval van landbouwgrond hoeft ook geen rekening te worden gehouden met natuureffecten. Op veel plaatsen zijn de gorzen begroeid met bos en struikgewas. Het is nog onduidelijk hoe op deze plaatsen een verhoging van het maaiveld mogelijk is. In geval van een bos kan misschien materiaal tussen de bomen worden aangebracht. Dit gaat gepaard met extra kosten en verlies van bodemflora en fauna, maar spaart de bomen. De aanleg van een gors kan goedkoper zijn dan het verhogen van de kruin of het aanpassen van de bestaande dijk, maar alleen waar de waterdiepte beperkt is. Dit vooral vanwege de aanzienlijke kosten die voor een oeververdediging moeten worden gemaakt. Voorwaarde is wel dat een voldoende brede zone beschikbaar is om de gewenste golfreductie mogelijk te maken. Waarschijnlijk is het aantal plaatsen, waar aan de nieuwe aanleg van gorzen kan worden gedacht, beperkt. Vrijwel overal waar nu geen gorzen zijn gelegen, is de waterdiepte groot. Op de langere termijn is een gors mogelijk voordeliger dan het eenmalig fors verhogen van de kruin. Dit is zeker het geval als meermaals de kruin wordt verhoogd als gevolg van het tussentijds aanpassen. Er moet rekening worden gehouden met een impliciete overhoogte omdat de aanwezige gorzen onvoldoende zijn meegenomen in de schematisatie van de 2e toetsing/Ruimte voor de Rivier.
    • Perspectief op kostenbesparingBinnen de tweede toetsronde zijn geen besparingen, Ruimte voor de Rivier is vrijwelafgerond. Er is wel sprake van plaatselijke overhoogte van de dijken.Een aanpassing van de bodemschematisatie, waarbij de aanwezige gorzen beter wordenmeegenomen, leidt plaatselijk mogelijk al tot 0,5 meter overhoogte van de dijken. Hier zijnop kortere termijn geen verdere maatregelen nodig. Deze overhoogte voorkomtinvesteringen op de korte termijn in de orde van 3 miljoen euro/km. Als dit geldt voor 50%van de voorlanden langs het Haringvliet en Hollands Diep dan zijn de ecosysteemdienstenvan de gorzen te waarderen in de orde van 150-180 miljoen euro. Dit is het bedrag dat extrageïnvesteerd moet worden in dijkversterking bij het ontbreken van gorzen. Het isonduidelijk voor welk deel van de dijken dit zou kunnen gelden. Voor een groot deel van dedijken is in de huidige situatie al een gors gelegen.Op de langere termijn moet rekening worden gehouden met een aanzienlijke verderestijging van het toetspeil, als gevolg van zeespiegelstijging en mogelijk ook het verhogen vande stormduur. Met het verhogen van bestaande gorzen en aanleg van gorzen kan dan eenaanzienlijk kosteneffectiever alternatief worden geboden.Conclusie: Op langere termijn kan sprake zijn van aanzienlijke kostenbesparing.Haringvliet (grienden)UitgangspuntenOok is gekeken naar de mogelijkheid om op bestaande gorzen een griend te planten inplaats van deze op te hogen. Het planten van een griend is goedkoop, maar ook hierbij geldtdat een minimale breedte is vereist als men een voldoende reductie van de golfoploop wilbereiken. Afhankelijk van de locatie draagt de golfoploop bij tot 1 à 3 meter in dekruinhoogte van de dijken. De golfhoogte is laag direct achter de sluizen en loopt op inoostwaartse richting.Langs de oevers van het Haringvliet en ook het Hollands Diep zijn op veel plaatsen gorzengelegen. De meeste hebben een bestemming als natuurgebied. Sedert de afsluiting van hetHaringvliet treedt verzoeting op en raken de gorzen bebost vooral met wilgen. Er vormenzich op dit moment al bossen, maar daarmee wordt in de toetsing geen rekening gehouden.De volgende alternatieven zijn vergeleken: Het verhogen van de bestaande kruin. Het aanbrengen van een griend op bestaande gorzen. Er wordt uitgegaan van een breedte van 100 meter. Er wordt hierbij impliciet uitgegaan van de aanleg van bos op wat nu landbouwgrond is. Deze landbouwgrond moet dus worden verworven. Het aanleggen van een nieuw gors met een griend. Ook hierbij is een minimale breedte van 100 meter gehanteerd en de aanleg van een oeververdediging.Er zijn vier scenario’s onderscheiden:A. Een stijging van de zeespiegel en dus van het toetspeil van 0,3 meter.B. Een stijging van de zeespiegel met 0,3 meter en een toename van de golfhoogte met 0,15 meter.C. Een stijging van de zeespiegel en dus van het toetspeil van 0,6 meter.D. Een stijging van de zeespiegel met 0,6 meter en van de golfhoogte met 0,3 meter.
    • Uitgangspunten kosten: De kosten van kruinverhoging zijn ca. 6000 euro per meter verhoging per meter dijk (totale kosten). De kosten van het planten van griend zijn 4 euro/m2 (totale kosten) De kosten van klei zijn 15 euro/m3 (indirecte kosten). De kosten van een vooroeververdediging zijn 500 euro per meter (totale kosten). Figuur 9 geeft de kosten per meter dijk voor verschillende locaties in het Haringvliet weer voor verschillende alternatieven. Grienden Haringvliet A.kosten griend aanleggen A.kosten nieuw voorland 20000 A.dijk versterken 18000 B.kosten griend aanleggen 16000 B.kosten nieuw voorland 14000 12000 B.dijk versterken 10000 C.kosten griend aanleggen 8000 C.kosten nieuw voorland 6000 C.dijk versterken 4000 D.kosten griend aanleggen 2000 0 D.kosten nieuw voorland loc.1 loc.2 loc.3 D.dijk versterken Figuur 9. Kosten in euro per meter dijk voor verschillende locaties langs het Haringvliet en verschillende alternatieven.Observaties Het aanplanten van een griend is het goedkoopste alternatief bij grotere opgaven. Er moet in het geval van landbouwgrond rekening worden gehouden met verwervingskosten. Deze zijn ordegrootte 3 tot 4 euro/m3. Het aanbrengen van grond is al gauw ordegrootte 5 euro/m2 bij 0,5 meter toplaag. Als al bos aanwezig is, is de vraag of dit wat betreft dichtheid voldoet. Extra aanplanten kan dan nodig zijn. Het aanplanten van griend leidt op veel plaatsen tot grote natuureffecten. Op veel plaatsen bestaat het voorland uit rietland en ondiepten. Beplanten met bomen zal het landschap sterk veranderen en de waarde voor met name waad- en weidevogels zal daarbij afnemen. Er zijn plaatsen waar sprake is van een autonome ontwikkeling richting bos. Deze plaatsen hebben bij beplanting waarschijnlijk de voorkeur, omdat autonome ontwikkelingen een “duw in de rug krijgen”. Langs het Hollands Diep en delen van de Bieschbosch kan de aanleg van griend samenvallen met landschapsherstel op plaatsen waar voormalige grienden zijn verdwenen. Bij het toenemen van de opgave wordt een oplossing met voorland goedkoper. Bij het toenemen van het toetspeil wordt de effectiviteit van onbegroeide gorzen kleiner. Begroeide gorzen behouden hun golfremmende werking. Op dit moment wordt nog geen rekening gehouden met de bestaande vegetatie. De golfremmende werking van deze vegetatie kan vooral bij een breed gors aanzienlijk zijn.
    • Perspectief op kostenbesparing en integraliteitDe tweede toetsronde levert geen verdere besparingen op. De dijken zijn waar nodig in hetkader van het Ruimte voor de Rivierproject al versterkt. Een belangrijk project binnenRuimte voor de Rivier is de inrichting van het Volkerak-Zoommeer als noodberging.Het is onduidelijk hoe de situatie is in de derde toetsronde,. De aanpassingen in deschematisatie leveren in het geval van de aanwezigheid van gorzen in eerste instantiewaarschijnlijk een overhoogte op. Ongeveer twee derde van de dijken in het gebiedHaringvliet en Hollands Diep heeft al gorzen als voorland. Mogelijk is hier overal sprake vanoverhoogte en zijn op korte termijn geen versterkingsmaatregelen nodig. Op een beperktaantal plaatsen kan landbouwgrond worden verhoogd of beplant met grienden. Het isonduidelijk wat dit aan besparingen op kan leveren (ordegrootte 1000-2000 euro/m).Op de langere termijn moet rekening worden gehouden met een zeespiegelstijging enmogelijk ook met een aanpassing van de stormduur. Hierdoor neemt de opgave toe en zalop veel plaatsen sprake zijn van een kruinhoogtetekort. Het verhogen en beplanten vangrienden is een kosteneffectiever alternatief en dat geldt plaatselijk ook voor de aanleg vangorzen. Daar waar maatregelen verbonden kunnen worden met KRW-maatregelen is sprakevan vermeden kosten. Met de aanplant van griend kan een golfreductie van 50 tot 60%worden bereikt. Dit komt overeen met het beperken van de golfoploop met ongeveer 1meter. De aanleg van een griend vormt darmee een afdoende oplossing voor de langeretermijn. De toepasbaarheid hangt echter mede af van de effecten op aanwezigenatuurwaarden. Hoe smaller de benodigde breedte, hoe groter de inpasbaarheid.Conclusies: Besparingen op de langere termijn zijn waarschijnlijk groot, maar vooral in devorm van vermeden kosten. Vooral het meenemen van de bestaande vegetatie bij het toetsenvan de dijken kan tot aanzienlijke besparingen leiden. Wel dient de houdbaarheid van devegetatie onder maatgevende stormcondities te worden getest.IJsselmeer (voorland)UitgangspuntenVoor het IJsselmeer geldt op dit moment dat er op de meeste plaatsen geen sprake is vaneen kruinhoogtetekort. Met name de oude zeedijken zijn voldoende hoog. Pas bij een forsestijging van het IJsselmeerpeil is dat het geval. In het kader van de verkenning naar eenlange termijn peil zijn ook een voorland, een overslagdijk, een vooroeverdam en eengangbare versterking met elkaar vergeleken (zie Bijlage I). Afhankelijk van de situatiekwam daarbij het voorland, de vooroeverdam of de gangbare versterking als het meestkosteneffectief uit de bus.
    • De volgende drie alternatieven zijn vergeleken. Het verhogen van de kruin. Uitgangspunt is dat de kruinverhoging overeenkomt met de stijging van het meerpeil. In de praktijk is dat per locatie verschillend omdat veel dijktrajecten nog een verschillende mate van overhoogte hebben. Het verhogen van bestaand voorland. Uitgangspunt is daarbij een verhoging met klei/grond over een breedte van ca 50 meter. Het aanleggen van nieuw voorland. Uitgangspunt is daarbij een rusthoek van 1 op 20 en een aanleg met zand met een kleilaag op top.Er zijn drie locaties bekeken die verschillen in toetspeil, golfhoogte, waterdiepte voor dedijk en ook in zettingsgraad. Deze locaties komen overeen met plaatsen in hetIJsselmeergebied. De diepte voor de dijk kan aanzienlijk verschillen. Er is nu gewerkt metverschillende diepten die variëren tussen de 4 meter (locatie 1), 3 meter (locatie 2) en 2meter (locatie 3). Er is uitgegaan van 20% compensatie voor zettingsverliezen. Plaatselijkkunnen de zettingsverliezen groter zijn. Huidige situatie Loc.1 Loc.2 Loc.3 toetspeil 2 2,2 2,4 Golfhoogte 1,2 1,2 1,2 Voorland 0,5 0,6 0,7Er zijn vier scenario’s onderscheiden:A. Een stijging van het meerpeil en dus van het toetspeil van 0,3 meter.B. Een stijging van het meerpeil met 0,3 meter en een toename van de golfhoogte met 0,15 meter.C. Een stijging van het meerpeil en dus van het toetspeil van 0,6 meter.D. Een stijging van het meerpeil met 0,6 meter en van de golfhoogte met 0,3 meter.Uitgangspunten kosten: De kosten voor kruinverhoging zijn 8000 euro per meter; De kosten van zand zijn 9 euro per m3 (directe kosten); De kosten voor klei zijn 15 euro per m3 (directe kosten); Er is een overheadfactor gebruikt van 2; De beheer- en onderhoudskosten dijken bedragen 1% jaarlijks van de kosten van versterking; De beheer- en onderhoudskosten van het voorland gaan uit van een rietkraag tussen NAP +1 en NAP -1 meter, welke jaarlijks moet worden gemaaid voor 2000 euro/ha/ jaar.Figuur 10 geeft de kosten in euro per meter dijk weer voor verschillende locaties langs hetIJsselmeer bij verschillende alternatieven.
    • Voorland Ijsselmeer A.kosten voorland verhogen A.kosten nieuw voorland 16000 A.dijk versterken 14000 B.kosten voorland verhogen 12000 B.kosten nieuw voorland 10000 B.dijk versterken 8000 C.kosten voorland verhogen 6000 C.kosten nieuw voorland 4000 C.dijk versterken 2000 D.kosten voorland verhogen 0 D.kosten nieuw voorland loc.1 loc.2 loc.3 D.dijk versterken Figuur 10. Kosten in euro per meter dijk voor verschillende locaties langs het IJsselmeer en verschillende alternatieven.Observaties: Er ontstaat een wisselend beeld van welke oplossing waar het meest kosteneffectief is. Er zijn verschillen met de eerder uitgevoerde studie maar die zijn terug te voeren op andere uitgangspunten ten aanzien van de bestaande overhoogte van de dijken (niet meegenomen) en het meenemen van zetting (wel meegenomen). De kosten van de aanleg van een nieuw voorland zijn lager waar de diepte voor de dijk beperkt is, maar mogelijk hoger daar waar rekening moet worden gehouden met een veel grotere waterdiepte. De beheer en onderhoudskosten bedragen ongeveer 20 tot 30% van de aanlegkosten, maar zijn niet doorslaggevend voor het kostenverschil tussen de verschillende oplossingen. Deze zijn daarom niet verder in het kostenoverzicht overgenomen. Hierbij moet worden opgemerkt dat de voorlandontwerpen uitgaan van een rusthoek, zonder noodzaak voor het aanbrengen van een oeverbescherming. Legt men deze laatste wel aan, dan moet rekening worden gehouden met hogere beheer- en onderhoudskosten. Hoe groter de opgave, hoe eerder een voorland oplossing ook kosteneffectiever is. Bij beperkte stijging van het meerpeil is een verhoging van de kruin vaak nog goedkoper.Perspectief op kostenbesparing en integraliteit:In de tweede toetsing zijn er geen trajecten waar een natuurlijke kering kosteneffectieverkan zijn. Dit hangt vooral samen met de aard van de veiligheidsopgave.In de derde toetsing blijkt dat voor enkele trajecten vooral het gevaar van piping tot eenveiligheidsopgave kan leiden. Het ophogen van bestaande schorren, of de aanleg van eenvoorland, kan hier een mogelijke oplossing vormen. Qua oplossing verschilt deze echtermaar weinig van de gangbare oplossing.Op langere termijn kan de aanleg van voorland tot een besparing leiden. De mate waarinhangt sterk af van de omvang van de opgave en ook of een gefaseerde versterkingverondersteld mag worden. Echter niet overal is een voorlandoplossing goedkoper.
    • Mogelijk dat een besparing van 20 tot 30% mogelijk is over minder dan de helft van hettraject.Het is denkbaar dat natuurcompensatie in de vorm van de aanleg van voorland plaats kanvinden. Er is dan sprake van vermeden kosten.Conclusies: Besparingen op langere termijn zijn mogelijk aanzienlijk.