110913 ver-tfl2011

527 views
468 views

Published on

tour for life 2011
in een aanloop naar de Cauberg
ervaringen van Michael Pullens

Published in: Sports
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
527
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
6
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

110913 ver-tfl2011

  1. 1. Verslag<br />Tour for Life 2011: met een aanloop naar de Cauberg<br />Het is januari 2010 als ik een emailtje krijg van Barry Rigter, commercieel directeur van SOS International. Ik ken Barry van mijn werk destijds bij het vormgeven van een samenwerking tussen Maetis en ONVZ. Het werkte toen bij Maetis. Een heel geschikte en vrolijke peer. ‘SOS International start het initiatief fietsenvooreengoeddoel.nl (FVGD)! Graag nodig ik je uit lid te worden van deze fietsclub’. Het blijkt een bijzonder aanbod waarbij SOS International ervoor gekozen heeft een deel van haar marketingbudget in te zetten voor de oprichting van een landelijke fietsclub en sponsoring van goede doelen. Dit door als kledingsponsor en organisator op te treden en samen met AGU een prachtig en zeer compleet fietstenue beschikbaar te stellen. Deelnemers betalen een zeer bescheiden bedrag dat direct ten goede komt aan het goede doel. Wat een pracht formule en goede promo voor SOS International! Natuurlijk word ik meteen lid. In april is de aftrap met een clinic op de wielerbaan in Apeldoorn; erg leuk en spannend om te doen, vooral als je schoen uit de trapper schiet terwijl je in de volle sprint bent … remmen kan immers niet en je pedalen draaien door .. Later rijden we in juni de Vael Ouwe, 160 km over de Veluwe en omstreken en in september de Dam tot Dam classic in Noord Holland, ook 160 km. Voor deze rit heb ik Barry gevraagd wie er allemaal de 160 km fietsen; het kan leuk zijn deze met een groepje gelijkgestemden te fietsen. Van de (inmiddels!) ruim 150 deelnemers vanuit FVGD voor deze rit, rijden er circa 12 de 160 km. We spreken af bij SOS in Amsterdam ZO om van daaruit naar de Dam te fietsen. Bij SOS tref ik die zondagochtend een groep fanatieke fietsers aan. Al snel blijkt dat de meesten een dergelijke afstand nog niet gereden hebben. Met een vaartje van zo’n 35 km/uur stuift deze ploeg naar de start op de Dam, ‘aangevoerd’ door een enigszins doldrieste SOSer. Snel na aankomst kunnen we vertrekken; heel apart zo vanaf de Dam en dan door de vrijgemaakte Ijtunnel het Noord Hollands landschap in. Het weer is ons niet gezind, het is koud, windkracht 4 a 5 en telkens regenbuien. Na 10km heb ik de eerste lekke band te pakken; een deel van het groepje wacht op mij, de anderen zijn al door. 5 km verder een 2e lekke band; ik krijg een binnenbandje van ene Ben. Vrij snel halen we de groep weer bij. Blijkbaar hebben ze veel last van de wind en niet echt bedreven elkaar uit de wind te houden. We zijn nu met 8 man en ik stel voor 2 aan 2 te rijden en af te wisselen op kop. Slechts 4 man kunnen een beetje kop rijden, maar telkens met teveel tempowisselingen. Ik besluit maar continu voorop te rijden, telkens met een ander naast me. Enige tijd rijd ik met ene Hub, die weer net begonnen is met fietsen en volgend jaar leuke tochten wil maken. Hub heeft de nodige kracht, maar verliest veel in de bochten en moet even wennen aan het wiel te rijden. Toch pakt hij het snel op. Op circa 90 km is de groep echter behoorlijk op en staat de wind inmiddels pal op kop. Ik besluit zelf door te rijden omdat de tempowisselingen te groot zijn. Na aankomst op de Dam rijd ik direct door naar café Dauphine waar Barry zou zijn voor de borrel. Niet veel mensen hebben het café gehaald of meteen naar huis om op te warmen. Ik tref Barry en enkele SOSers achter een grote schaal bittergarnituur en grote glazen bier; maar goed dat ik ook hier van hulp kon zijn. Barry vertelt mij dat FVGD inmiddels bijna 300 leden heeft en een doorslaand succes is, maar wel een aanslag op het budget van SOS. Toch wil men door. We praten wat over nieuwe activiteiten en ik probeer Barry warm te krijgen voor een buitenland avontuur, iets in de trant van x keer de Ventoux op in een lang weekend, reizen met een bus of Easy Jet. Moet toch allemaal niet zo duur hoeven te zijn, maar wel aansprekend voor een kern uit die 300 leden. Na mijn 3e glas bier besluit ik naar huis te gaan; d.w.z. nog effe een paar km naar mijn auto bij SOS rijden. 5e lekke band! Na een paar minuten komt toevallig Barry langsrijden en heeft nog een binnenbandje voor mij. Wat een dag …<br />In november bespreken we met de toercommissie WTC Houten de mogelijke plannen voor de zomer voor een week ‘standplaats’. 1 ding is zeker; ik wil mee! Helaas moest ik in 2010 standplaats Bormio missen, maar dat zou me in 2011 niet overkomen. Na een avondje ‘bomen’ met Geurt, Ronald, Jan en Michaël, kiezen we voor het plan Albertville van Geurt en Ronald onder de conditie van een goedkope verblijfplaats, zodat dit geen drempels zou opwerpen. Het hotel ‘De Savoie’ midden in Albertville blijkt ons goed te passen. Ik teken direct in; dat staat! Laatste week augustus gaan we naar de Alpen.<br />Begin december belt Barry mij met een zakelijke vraag en vraagt mij tevens of ik interesse heb ik het meedoen in een team FVGD voor de Tour for Life; een tocht van Italië naar Nederland, de Cauberg, in 1 week, 1254km en meer dan 20km hoogtemeters. Dit voor Artsen zonder Grenzen (AzG). SOS sponsort het team en het benodigde sponsorgeld voor AzG ad 15.000 euro omdat zij net een bedrijfje heeft overgenomen wat zij in de picture wil zetten. Het is Hartis, welke ECG’s op afstand kan maken. Start 28 augustus en 4 september aankomst op Cauberg. ‘Tsja zeg ik, ik ben dan toch al in de Alpen, dus waarom niet?! Maar Barry, dan hebben we wel een team nodig van behoorlijk ervaren en getrainde wielrenners, dit is geen kattenpis!’ ‘Oh zegt Barry, ik zal het wel bespreken met Hub, de SOSer die als captain zal fungeren, hij zei me ook al dat ik jou maar eens moest polsen’ ‘Misschien moeten we wel gericht enkele goede rijders uit de groep FVGD benaderen opper ik nog’ ‘Ik zal het wel doorgeven aan Hub zegt Barry, we hebben nog alle tijd’<br />In januari, februari blijkt echter dat het gerucht van deelname aan de TfL binnen SOS niet meer te stoppen is en spontaan melden collega SOSers Susanne, Alex en Coert zich aan bij Hub. Ook meest directe zakenrelaties Jan van SNS Reaal, Frans van Allianz en Ben van De Europeesche. Eind februari belt Sandra van SOS (marketing) mij of ik wil bevestigen of ik meedoe. Ik zeg dat ik graag meedoe, maar wel wil weten en ervaren hoe deze mensen fietsen. Ik ken immers alleen Hub en Ben van de Dam tot Dam. Ambitieus maar geen ervaring. Ik baal er eigenlijk een beetje van dat ik niet eerder Barry aan de lijn heb gekregen en met Hub heb kunnen afstemmen over een aanpak. Barry is echter nauwelijks meer bereikbaar omdat bij zijn vrouw kanker is geconstateerd en de behandeling inmiddels intensief is. Ik heb het enorm met Barry te doen, zo’n aardige vent en dan zo’n ellende. Barry is uit beeld en Hub heeft nu zo zijn ‘spontane’ ploeg.<br />In maart hebben we de eerste bijeenkomst van de TfL in Austerlizt. Het blijkt dat ik niet de enige ben die ervoor kiest op de racefiets te komen, zeker 50% komt van heinde en ver. Na afloop hebben we een kennismaking met ons FVGD team. Susanne (Suus) heeft net een fiets gekocht en barst van de ambities. Ze is KVVer in het leger geweest en kan tegen een stootje zegt ze; ze houdt niet van mannen, maar lijkt er wel op. Frans is een ervaren fietser van 64 en heeft eerder een dergelijke tocht vanuit Zuid Frankrijk gedaan; 15 jaar geleden. Hij doet mij denken aan Pantani, we noemen hem papa Pantani. Ben is enigszins geschrokken, nu hij een beetje beseft waarvoor hij heeft ingeschreven. Hij fietst graag en komt er wel, maar heeft veel tijd nodig. Ben weegt denk ik zeker 120 kg is circa 55 en heeft apneu. Jan blijkt frequent fietser te zijn en lid van de toerclub uit Assen. Alex, een jonge vent, is een fervent ATBer en outdoor sporter; die zal wel goed kunnen klimmen. Coert is een rustige vent die wel van kerels houdt en bovendien aardig wat geklommen heeft in de Alpen. Bovendien is Alef aangesloten, vriend van Sandra. Alef heeft tot voor enkele jaren geleden wedstrijden gefietst, maar ziet op tegen de benodigde trainingsarbeid. Hub gaat veel trainen en 2x op trainingskamp in Mallorca en de Alpen. Dan is er ook nog Sander, een vriend van Hub, die als ploegleider meegaat. Sander heeft geen verstand van fietsen, maar veel met sport bezig geweest en wil van deze groep wel eens een gesmeerd team maken … Ja en dan die Pullens uit Houten; nooit meerdaags gefietst, nooit verder dan 160km en zeker geen 4400 hoogtemeters op een dag. Wel heeft hij het idee dat hij een beetje kan fietsen, maar veel moet trainen en zichzelf moet gaan pijnigen in de bergen. Gelukkig kent hij dat al uit de periode dat hij regelmatig met bergbeklimmen actief was. Gek genoeg ziet hij dat wel zitten, twijfels blijven. Bovendien vindt hij dat zijn net nieuwe Red Bull X-Lite er niet is om in de garage te hangen. We spreken een kalender af van toertochten en 2 trainingen om te zien hoe we als groep vorderen naar de TfL. Als eerste een door mij georganiseerde toer over onze mooie heuvelrug. <br />Een week later horen we dat Alef zich terugtrekt uit de groep; hij ziet de trainingen niet zitten. Een paar weken eerder vroeg onze Wibo van Run mij of ik nog een idee had hoe hij in een team zou kunnen worden opgenomen. Direct meld ik zijn kandidatuur bij Hub en hij krijgt de plek. Dat is mooi, want ik kan het goed vinden met Wibo en ken bovendien zijn uitstekende fietskwaliteiten. Prettig zo’n bekende erbij te hebben. Direct daarop volgt de toer over de heuvelrug, zo’n 95km met alle hobbels erin. De hobbels geven een indruk; Frans taai en gestaag naar boven, Hub in de sprint en dan terugvallend, Suus even leren schakelen en dan Wibo en Michael een beetje begeleidend. Jan en Alex konden niet en Ben belde ’s ochtends af. Bij de lunch bij mij thuis sluit Marianne aan, vriendin van Suus, die als begeleider van ons team (en vooral Suus) meegaat. Marianne zegt ook nog goed te kunnen masseren. Dat belooft wat ..<br />In mei rijden we de Grenslandklassieker 160km met de voltallige ploeg! Afgesproken om te vertrekken om 08.00 uur staan 4 renners een uur in de regen totdat de overige 4 zich tegen 09.00 uur melden .. Zonde, ik was om 05.00 uur opgestaan om er op tijd te zijn. Een aantal vond dit schijnbaar niet echt nodig. Fietsen maar. Al de eerste km’s of het nu vlak, bergop of bergaf ging .. het ging niet met Ben. Zwaar puffend en met 3 zakken met allerlei spul om zijn nek ving hij de tocht aan. Na 15 km gaat het niet meer en spreken we met Ben af dat hij zijn eigen rit moet rijden. Met de rest van de ploeg rijden we een prima koers met veel kopwerk van Wibo en mij; wel veel te veel stops. Alles bij elkaar werd het dus een lange dag waarbij de bruto/netto tijd niet goed in verhouding was. Naderhand spreekt Hub met Ben af dat hij intensiever moet gaan trainen.<br />Ondertussen blijkt dat de toezegging van SOS/Hartis voor volledige sponsoring en 15.000 euro niet geheel ‘hard’ meer te zijn, mede ivm kostenbesparingen binnen concern ASR. Op de kleding is geen plaats voor andere bedrijven. Als een idioot moeten we aan de slag om serieuze bedragen van bedrijven gesponsord te krijgen .. en hen andere aanbiedingen te doen dan de teamkleding. Ik zal hier verder niet over uitweiden, maar ik kan vertellen dat het een ‘hell of a job’ is om tot resultaat te komen. Wij waren hierdoor ook veel te laat .. Zwaar balen. Gelukkig hadden we een eindspurt nog in augustus en hebben uiteindelijk ruim 22.000 euro opgehaald. <br />In juni rijden we de bekende Vael Ouwe tocht met enkele leden van de ploeg. Alef is er opeens ook. Met een groepje rijden we de eerste 30 km, totdat Hub een lekke band krijgt en de groep uiteen valt. Samen met Hub en Alex rijd ik in de stromende regen de 160km uit. Vervolgens heb ik 2 weken last van de eikenrupsprocessie die gemeen jeukende bulten achterliet op mijn benen en kont. In de zomer rijdt iedereen in wisselende samenstelling diverse toers en sommigen trainen extra in de bergen. Ik rij nog de Koos Moerenhout Classic met Joost, Harry en Cor; 180km door Zeeland/Brabant met enorm veel wind. Hier merkte ik dat ik inmiddels sterk genoeg was voor pittige tochten.<br />Begin Juli blijkt dat Ben onvoldoende getraind heeft en niet in staat is fatsoenlijk mee te rijden op de trainingsrit in Noord Holland bij Hub. Hub vertelt Ben dat het niet acceptabel is dat hij geheel alleen een TfL zou rijden. De groep zou idealiter uit een wat snellere groepje en minder snel groepje bestaan, maar voor Ben waren er teveel twijfels, ook ivm zijn gezondheid. Teleurgesteld en ook boos verlaat Ben de groep. Een week later meldt Alef zich opnieuw; hij ziet het nu wel zitten. We zijn weer met 9 renners.<br />Op vakantie in Spanje en Zwitserland maak ik nog een aantal mooie, korte ritten, maar wel met veel klimwerk. O.a. op de trainingsberg van Lance Armstrong bij Girona. Het gaat goed! Toch heb ik wat twijfels bij mijn programma: een week Albertville, een week TfL er direct achteraan. Is het niet te veel?? Is Albertville nu juist goed of helemaal niet goed als voorbereiding op de TfL?? Dan heb ik ook nog eens (gelukkig ..) het nodige werk uit een nieuwe opdracht, dat moet ook gebeuren! Uiteindelijk besluit ik de hele week Albertville te doen en wat werk mee te nemen. Geurt heeft nog een plek in zijn auto voor de heenreis. Super. Ik doe het gewoon. Wibo maakt zich toch (niet geheel onterecht) zorgen over een te zware aanpak. Twee weken elke dag zware koersen/ritten fietsen is niet niks. Leuk te zien dat hij zijn zorgen op de site van onze WTC uit en aan de Albertville gangers vraagt mij een beetje in de gaten te houden; ‘makker Pullens moet immers nog effe terugfietsen naar Nederland’. Geurt pakt deze suggestie op en belooft mij in de gaten te houden en mij te zeggen wanneer ik gas terug moet nemen. Even moest ik denken aan de tijd dat ik met mijn jaarclub ons afstuderen vierde in Lloret de Mar en de verantwoordelijkheid voor mijn gedrag had overgedragen aan een meer evenwichtige factor in onze club; die verantwoordelijkheid viel hem destijds heel zwaar … Zou Geurt dat wel aankunnen? Zie: http://www.youtube.com/user/saab95michael#p/u/35/UbY2StwJnls<br />Over Albertville zal ik kort zijn; daarover zullen wel verhalen volgen van anderen. Punt was wel dat ik direct na aankomst de Fort du Mont beklom in 38C. Dat bleek iets te warm te zijn voor mijn velgen, zeker in combinatie met veel remmen in de afdaling. Na circa 3 km afdalen kreeg ik een klapband en remde ik circa 70 meter met mijn velg op het asfalt. Hevig zwiepend hield ik gelukkig de fiets in bedwang en kon veilig afstappen. Een lift met een jeep bracht me terug bij het hotel. Gek genoeg was mijn wiel nog recht en konden de bramen vakkundig door Gert Jan met een mes en schuurpapier weggewerkt worden; wat een klasse die Mavics! De rest van de week heb ik fantastisch kunnen fietsen en hittetraining opgedaan. Ook nog een beetje gewerkt en veel lol gehad aan het meertje van Gresy. Geweldig was het daar met zijn allen! <br />Donderdagavond zie ik toevallig op onze teampagina TfL fietsenvooreengoeddoel.nl dat de ploeg mij vrijdagochtend komt ophalen ipv vrijdagavond. Er is een coup opgezet van enkele ploeggenoten om het vertrek uit Amsterdam te vervroegen en de eerdere afspraak te ‘killen’. Daar baalde ik dus enorm van. Deze vrijdag wilde ik nog meegaan met de WTC de Cormet de Roselend op, een prachtige rit waarop ik me erg verheugd had. Ik had daarom donderdag speciaal een rustdag genomen en was gaan werken. <br />Vrijdagochtend rond 11.00 arriveert de ploeg met 2 busjes in Albertville. Wat een enorme zooi heb je dan bij je met 9 renners, 3 begeleiders; al die fietsen, materiaal, eten, drinken, tenten enz.! Half opgevouwen kruipen ze een voor een vermoeid de busjes uit. Wat een geweldig plan om zo ’s nachts te rijden .. Enfin de koffie doet ze een stuk beter. Twee uur later arriveren we in Bardonecchia, waar we inchecken in het prachtige Rivé hotel. ’s Avonds genieten we van een fantastisch diner. Wat een luxe! Na het diner reik ik de windjacks aan die ik gesponsord heb voor de ploeg; vond ik leuk om te doen en tevens belangrijk om ook eerdere toezeggingen van SOS aan andere sponsors dan maar zelf in te vullen. Ik zeg de ploeg dat ik morgen om 08.00 uur vertrek voor een ritje beklimming van de Col de L’Echelle; de col van Italië naar Frankrijk. Er is nog niet veel lust te bespeuren, maar 2 uur en enkele glazen wijn later zeggen er 4 mee te gaan. Mooi.<br />En inderdaad om 08.00 uur klikken we de pedalen aan en rijden de Col en een stuk Frankrijk in; een totaal verlaten gebied; fantastisch mooi. Op de col is de temperatuur net boven het vriespunt. Dat is even anders dan afgelopen week rondom Albertville! We drinken een kop koffie in Plampinet en rijden terug naar Bardonecchia. Volgende dag start de TfL en ’s middags hangen we wat rond het hotel op een soort Alpenstrand met dito beachstoelen; wel lekker, maar wat doe ik hier eigenlijk? Ik kan niet wachten tot we eindelijk starten; het duurt me allemaal veel te lang.<br />Etappe 1: Bardonecchia – Bourg d’Oisans, 123km 2800hm<br />Eindelijk; om 08.15 starten we. De eerste km’s heb ik de meest bizarre tegenstrijdige gevoelens; wat geweldig om dit te mogen doen, wat heb ik een energie, over een week staan we gewoon op de Cauberg, dit is (of wordt dit?) de tocht van mijn leven? Dat kan toch niet er is zoveel meer te doen, maar ook: gaat het me wel lukken? Lukt het de ploeg wel? Rustig aan, met mijn rechterbeen rijd ik op halve kracht omdat mijn hamstrings pijnlijk zijn. Elke dag lange ritten, ai. De Alpes D’Huez vandaag en op tijd rijden; het is een monster. Mag ik hier eigenlijk wel zijn, moet ik niet gewoon werken? Gaat het thuis wel goed met Barbra en de kinderen. Enz. Enz. Zodra we de Col de L’Echelle (2e cat, 1776m) over zijn begint de lange afdaling van circa 30km naar Briancon. Heerlijk in de opkomende zon. Ik ben een beetje verlost van de chaos in mijn hoofd en geniet met volle teugen van de rit en de omgeving. Met de ploeg rijden is niet mogelijk; (enorme) verschillen in zowel bergop, alsook bergaf rijden. We hebben ook afgesproken elkaar bij CP1 (checkpoint) in Briancon te zien. Na Briancon de Col de Lautaret (1e cat, 2058m): heel lang een soort (extra) vals plat en laatste 10 km 5-7%. Heerlijk om in een ritme te komen en te genieten van het uitzicht op de Parc des Ecrins met zijn 4000ers en gletschers. In de zomer van 2000 was ik hier nog net onder de top van de Barré des Ecrins (4102m) toen ik overvallen werd door onweer en een pak hagel van 30cm. Min of meer rennend naar beneden over de steile gletscher en de (soms niet meer zichtbare ..) gletscherspleten had mijn avontuur toen heel anders kunnen aflopen … De fiets is toch een stuk veiliger! Een aantal van onze ploeg gaan redelijk hard van start. Een voor een haal ik ze weer in, zonder mijn tempo aan te passen. Alleen de laatste 2km geef ik wat extra gas; de omgeving doet me enorm goed en inspireert waanzinnig. Bovenop hebben we een korte stop bij de bus van Sander en neemt de TfL TV ploeg nog een interviewtje af met Alef en mij. Daarna 45 km afdalen naar Bourg! Samen met Wibo en Hub zetten we goed de vaart erin. In Bourg hebben we CP2; weer even energie opdoen, drinken enz. Dan gaan we door de tijdmeting voor de Alpes (hc, 1860m)! Ships, ik ben geen echte klimmer, wel in goede vorm, halve kracht op rechts. Wat doe ik? Ik had mezelf beloofd rustig naar boven te rijden. Het is nu circa 35C, best warm .. Er volgen nog 7 loodzware etappes! Wel weet ik inmiddels aan de hand van mijn hartslag, frequentie en stijgingspercentage op mijn fietscomputer vrij goed te kunnen rijden en op tijd te schakelen. Mooi, dan doe ik dat gewoon zo. Tijd zal me een zorg zijn. Toch wel lekker zo van bocht naar bocht rijden. Het kerkje halverwege en de Nederlandse bocht geven extra moed. In het zicht van Huez zie ik dat er inmiddels een wijde bocht om het dorp getrokken is over de berg. Dat was in 1981 heel anders (mijn 1e beklimming met mijn pa destijds); toen ging je rechtstreeks het dorp in. Even een mentaal tegenslagje, maar ik rij gewoon door. Ik vond het altijd een geouwehoer dat een ‘voetje aan de grond, laat staan even afstappen om te rusten oid’ de klim minder cachet zou geven of af zou doen aan de kwaliteit van de renner. Nog steeds vind ik dat, maar ik besluit door te rijden en toch een beetje aan de tijd te denken. Ik kom binnen op 1 uur 20min, na Alef en net na Alexander. Ik ben heel tevreden zo met deze temperatuur en de halve kracht van het rechterbeen. Mijn linker is enorm sterk geworden afgelopen dagen.. Toch maar intekenen voor de massage na afloop volgende dag. Ik durf het nu niet aan, omdat ik bang ben dat de massage mijn spieren alleen maar verder aantast. Nu gaat het nog. Terug in Bourg overnachten we op camping de Colporteur. Marianne blijkt moeite te hebben met het opzetten van de tentjes. Jammer genoeg zijn ook niet de werptentjes aangeschaft, zoals afgesproken, maar tenten met boogstokken .. ai. Marianne blijkt niet goed in haar vel te zitten, de bus niet te kunnen rijden en eigenlijk meer hulp van anderen nodig te hebben dan wat de ploeg nodig heeft van haar. Jammer, maar het zij zo. Afgesproken wordt dat iedereen ’s ochtends zijn tentje zelf afbouwt en waar nodig ’s avonds opbouwt en Marianne doet wat ze kan. ’s Avonds genieten we in de grote TfL tent van de Avondetappe met prachtige video van afgelopen dag, een vooruitblik naar morgen en enig entertainment. Morgen de Koninginnerit .. 170km en 4200hm.<br />Etappe 2: Bourg d’Oisans – La Thuile (Annecy), 170km 4200hm<br />De dag van vandaag boezemt al sinds mijn eerste kennisneming van de TfL angst in, althans als je je daardoor laat intimideren. Op het zakelijk vlak heb ik met een dergelijke situatie te maken. Ik ga er niet over uitweiden, maar ook hier heb ik besloten dat ik me niet laat vatten door intimidatie. Het doet me goed dat deze etappe mij een dergelijke uitdaging biedt; ik zal hem overwinnen ..! Voordeel is dat ik de Croix de Fer (hc, 2067m) en Glandon (hc, 1924m) goed ken. Ik weet hoe deze rakkers aan te pakken. Daarna zie ik wel; volgens mij moet ik toch wel die Madeleine (hc, 2000m) overkomen en de Tamié (2e cat, 907m) ken ik al van onze rit met de WTC. Op weg naar La Rivière op de Croix de Fer merk ik dat ik heel goed omhoog ga. Ik rij mee met Alef (32 jaar, 20kg lichter, sterke benen) en zijn vriend die woont in Bourg en nu meefietst omhoog. Tot aan het stuwmeer net onder de col. Hier stap ik even af om een powerbar te eten. Dan pik ik aan bij Alexander en fietsen we rustig naar de col. Wow, de eerste HC zit erop en wat een heerlijk weer! Dan dalen we af naar de Glandon. Ook hier stoppen we even om de anderen van de ploeg te spreken. Alef is al weg. Ik spreek met Hub, Wibo en Alex af te wachten bovenop de Madeleine. De afdaling van de Glandon begint heel steil en is wat link met zijn vele bochten. Onder in La Chambre begin ik direct aan de beklimming van de Madeleine. Onze Jaap S vertelde me een week eerder dat de klim zo’n 6-7% bedroeg en constant was. Welnee; al snel blijkt dit 7-11% te zijn en maar liefst 18km en totaal 1500hm klimwerk (meer dan 8% gem)! Ik stop alleen onderweg om mijn hoofd onder een waterstraal te houden, ter plekke misschien wel een liter water te consumeren en 1 bidon van fris water te voorzien. Verder doorstoempen. Eigenlijk gaat het heel lekker, wel afzien natuurlijk, maar ik merk dat het hele constante trappen en gelijkmatige druk op de pedalen mij wel aanstaat. Bovenop de Madeleine meldt Sander mij dat Alef net vertrokken is en ‘slechts’ 15 minuten eerder hier boven was. Ships denk ik, ik wil ook wel door, maar heb afgesproken met de mannen. Hopen dat ze dan snel komen. Ik neem de tijd en eet ondertussen denk ik 5 sinasappels weg. Het is weer een hete dag. Gelukkig hebben van vanaf vandaag ook colaatjes in de bus; die gaan er ook goed in. Nog een bidon vullen met maltodextrose en een met energiedrank; uitstekende combi is gebleken. Alef heeft ook nog peptides tegen spierafbraak. Zelf gebruik ik creatine/eiwitten voor de spieren. Ik ga ervan uit dat dit allemaal zo legaal is .. Ik heb er de UCI niet op nageslagen en vermoed dat de ‘échte’ renners dit ook niet altijd doen. Het zal wel goed zijn. Het duurt nog 40 minuten voordat de volgenden binnen zijn. Vlak na elkaar komen dan Wibo, Alex, Hub binnen en weer later Jan, Frans en Suus! Wat een topprestatie! Ik heb er enorm respect voor en denk eigenlijk niet dat ik dit zonder mijn voorbereidingen zo gedaan zou hebben. Vooral Suus. Toch sta ik inmiddels bijna 1 uur boven. Ik spreek met Hub, Wibo en Alex af om beneden op elkaar te wachten. Reeds maanden geleden vertelde ik Hub dat ik verwachtte dat het stuk door het dal naar Albertville/Tamié (circa 40km) wel eens lastig zou kunnen zijn ivm harde wind. Welnu, dat bleek ook wel beneden. Overigens was de afdaling minder gelogen door onze WTCers; super mooi en zeer afwisselend. Bijna ging het nog fout doordat een woeste rijder van een team Tukkers iemand vlak voor me met zo’n 80km/u bijna tegen de bergwand drukte door rechts in te halen. Levensgevaarlijk, wat een idioot. Beneden wacht ik weer 15 minuten totdat Hub en Alex er zijn. Wibo bleek nog wat langer boven te hebben gestaan. We besluiten door te rijden. Wat een wind! Ik zeg al tegen Hub en Alex dat we achter elkaar uit de wind moeten rijden en liefst aanpikken bij een grotere groep. Voor Hub en Alex is het kopwerk lastig; veel energie is eruit en voor hen lastig om met constant tempo te rijden. Ik doe dan liever zelf het kopwerk. We rijden naar een wat rommelig groepje ‘Heerenleed’, o.a. met 2 broers die nog op 35 jaar oude Gazelles fietsen met toeclips en gymschoenen .. Ze handhaven zich best tussen al dat Carbon. Alleen weten ze niet hoe in een groep te rijden. Snel leer ik de groep in een waaier te rijden. Dat ging niet slecht en we maken weer km’s! In Albertville gooi ik nog een snelle blik naar ‘ons’ WTC hotel De Savoie waarlangs we passeren. In Frontenex draaien we richting de Tamié. Ik zeg Hub en Alex nog dat dit een lelijke klim is met tot 15%. Dat is althans wat ik me herinner van vorige week. Halverwege besef ik me dat ik me vergist heb en een andere col in gedachten had. De Tamié is een stuk makkelijker. Toch is het beste er al lang vanaf bij Hub en Alex, die overigens last van zijn knieën had. ‘Nog een klein stukje en dan denderen we naar Annecy, zo het meer in’ zeg ik. Net voldoende om 30km uit te bollen naar het meer. Wat een dag, wat een beleving, wat een prestatie! Super, al zeg ik het zelf. Later die avond krijg ik met een echte verrassing te maken. Na een gezellige Avondetappe in de tent en enkele biertjes als beloning voor deze superdag keer ik als laatste van de groep terug naar het tentenkamp. Wat blijkt: alle tenten zijn bezet (2 zijn er niet opgezet! Marianne heeft niet goed geteld wat er nodig was aan slaapplaatsen …), voor mij geen plaats. Sta ik daar net na middernacht in het pikkedonker op een koeienveld. Bussen inmiddels op slot. Ik maak Alef en Sandra wakker voor de sleutel om mijn spullen te zoeken en een zaklantaarn te vragen. Uit baldadigheid vraag ik bij de eerste de beste tent van een ander team of zij nog een slaapplaats voor mij hebben. Jaaaa zeeeker roept een jollige vrouwenstem. Oke mooi zo zeg ik. Ja maar wij zijn er ook nog roepen 2 kerels uit de tent. Neeeeee, roep ik, ik ga dan maar niet meedoen aan die dikbelegde boterham .. Om 01.30 uur heb ik een slaapplaats gevonden (ingevochten ..) in een bungalowtent 600 meter verderop … Wat is S… zooi.<br />Etappe 3: La Thuile (Annecy) – St Laurent en Grandvaux, 165 (+28 ..) km 3400hm<br />08.00 staan we weer aan de ‘meet’. Alleen Alex is er nog niet. Er was nog wat gedoe met materiaal of zo in het kamp en we staan al 10 minuten te wachten. Het is koud en ik heb geen been/armstukken oid aan. Tot dusver was dat helemaal niet nodig. Alef kan niet meer wachten. Hij was met vrees voor zijn beschadigde knie naar Bardonecchia gekomen, maar de afgelopen 2 dagen smaakte naar heel veel meer .. Hij is vandaag weer gretig. Boos fietst hij terug naar het kamp om Alex te halen. Beide mannen zijn door deze situatie al behoorlijk opgewarmd .. en schelden elkaar de huid vol. Ik zal de woorden hier niet herhalen. We vertrekken. Wat een kou; richting Col de Bluffy (4e cat, 620m) is er nog hele lange tijd schaduw en veel vervelend verkeer. Mijn maag en darmen zijn ook van streek en ik loop de hele tijd op te boeren. Ik voel me heel ellendig; gaat het wel goed vandaag? Na de col volgt een plotselinge afslag omhoog met tot zeker 24% helling over enkele 100-den meters. In sprint rij ik erop, maar wordt afgesneden. Verdomme, weer diezelfde klojo uit Tukkerland op zijn witte Giant. Wat een boer! Hij rijdt mij en een ander er bijna onderuit en vervolgens kunnen we alleen maar met 6km/u doorrijden. En dan die volgauto’s; busjes, campers enz. Hoe is het mogelijk dat zij hier op kunnen en erger nog, zomaar mogen van de organisatie?? Onbegrijpelijk. Ik krijg meer diesel en benzine binnen dan de zuurstof die ik zo nodig heb. Dit is niet meer leuk. Toch zal ik niet opgeven, dan moet ik echt van mijn fiets vallen. Rustig rij ik door. Op naar Col de Fretallaz (3e cat, 690m). Daarna gaat het wat beter en ben ik de nodige lucht uit mijn darmen kwijt. Bij Cruseilles rij ik alleen met ene Nicolle Bosch. Ze blijk van een bijeengeraapt clubje dames te zijn met oorsprong uit Brabant, zoals ze zelf zegt. Zij heeft navigatie en ik niet. ‘Recht door zegt ze’. Ik volg haar. Wat een vergissing! Deze wat wonderlijk aandoende dame (laat ik het zo maar zeggen) vertelt me dat ze meestal alleen rijd omdat ze niet zo goed met de GPS om kan gaan. Ondertussen dalen we km’s af en zien we geen renners meer. ‘Dit kan niet kloppen’ zeg ik haar. In Montenex zeg ik te stoppen om ergens een kaart te vragen. Vanaf hier kijken we bijna óm de Mont Salève (1e cat, 1375m) heen naar Geneve. We moesten er juist overheen. Terug naar Cruseilles. Ik bel Sander en vraag waar hij is; hij moet ons maar ophalen en terug op de route zetten. Ik heb er helemaal geen zin meer in op deze manier en met mijn ellendige fysiek. Sander staat al in de buurt van Geneve. Het heeft dus geen zin; doorfietsen maar. De Salève is ook nog eens 16 km klimmen en het wordt inmiddels goed warm, boven de 30C. Bij Geneve CP1 tref ik Sander. Iedereen is natuurlijk al lang door. Ik wacht op een groepje met GPS. Allemaal een beetje achterblijvers en niet zo snel. Wat baal ik! Na 20km zie ik een team dat als een trein gaat. Mooi, effe aanzetten en aansluiten. Het blijken triatleten te zijn, maar wel van de categorie ‘rustig, anders breekt het lijntje’. Prima. Zo’n 40km rijden we door het mooie land rondom Geneve op naar de Col de la Faucille (1e cat, 1323m). Ondertussen zie ik een SMS van Sander dat ook Wibo en Hub ergens verkeerd zijn gereden en dat ik weer voorlig. Wat een bizarre dag. Op de Faucille rij ik team Houten voorbij. Wat zien die er slecht uit .. ze zien enorm af. Het is ook vreselijk heet. De lange maar heel constante klim geeft mij weer moed; het gaat weer goed. Mooi hoor, zo die ‘muur’ van de Jura op. Ondertussen is dit de 3e dag dat we schitterend uitzicht hebben op de Mont Blanc (4810m). In 1996 en 1997 stond ik er bovenop. Ik bedenk me dat ik toen veel meer had afgezien dan nu, of lijkt dat maar zo? In 1996 nog met hoogteziekte, opgezwollen hoofd en ledematen. Het zal wel veel slechter geweest zijn dan nu, of beter vanochtend. Wel mooi de flashbacks. Wat kun je heerlijk dromen als je op de fiets zit. Wanneer ga ik weer eens de berg op met al mijn klimmateriaal? Zou mooi zijn, maar fietsen is ook geweldig. Hoe zou het zijn met Barbra, Yannick, Xara en Zenna? Regelmatig denk ik aan ze, een fotootje van ze op de stuurpen geeft goede zin. Mijn kanjers. Ik ben maar een eenvoudige fietser met hen vergeleken. Gelukkig is er het goede doel Artsen zonder Grenzen waarvoor we ons inzetten. Hopelijk dan voor de hard noodzakelijke noodhulp voor andere kinderen en kanjers in verre landen. Ondanks alle zorgen, hebben wij het goed en soms voel ik me een beetje schuldig zo aan het genieten te zijn. Toch is dit hele event voor mij een belangrijk mikpunt en hoogtepunt; in die zin komen vele goede zaken bij elkaar. Genieten hoort daarbij bedenk ik me. Ongeveer 45km verder krijgen we de laatste klim van vandaag Col de la Savine (3e cat, 1048m). Vlak voor deze klim kom ik Hub, Wibo en Alex weer tegen. Weer rijden we even fout een klim op. Terug. Andere klim omhoog. Het zal niet ver meer zijn naar de camping. Oef, een eerste steile helling; ik zie de col. Mooi dan is het klaar. Maar dan volgen er nog zeker 6 van het forse stijgingspercentages. 1 voor 1 zie ik renners afstappen, omvallen, sommigen geduwd door teamleden … Telkens denk ik dat het de laatste is en ik geef mijn beste sprint. Wat een ellende en ongein van de organisatie; dit is pure kwelling en zeker 3x een soort Redoute. Dat na 150km (voor mij inmiddels 175km ..) en een loodzware dag. Ik ben de mannen weer kwijt en haal iedereen in. Eindelijk zijn we het bos uit; de camping zal binnen 5km er moeten zijn. Ik volg 3 man bij een rotonde en daal 4km af. Niemand meer!! Holy .. weer fout. Terug. Gebroken kom ik aan op de camping waar verschillende teams al in het zwembad liggen! Heerlijk; dat ga ik ook doen. Ik zie verder niemand van onze ploeg en fiets de hele grote camping op. Ah, daar is Marianne. ‘Waar staan de tenten?’ vraag ik. ‘Daaroo zegt ze; rechtdoor links, rechts’. Ik rij er naar toe; niets te zien. Ik rij terug. ‘Nog een keertje Marianne, het zal wel aan mij liggen, ik zie niets’. En zo nog 3x. Marianne weet het niet meer. Dan opeens al rondlopend met haar, weet ze het weer. Het blijkt dat ik na Alef, ondanks alle omrijden, als 2e binnen ben. Alef zit te zonnen in een tuinstoel. Alle tenten liggen plat op de grond … ‘Ja zegt Marianne, we waren laat, maar ik ga kijken of we in bungalowtenten kunnen’. Inmiddels druppelt de rest van de groep binnen. We besluiten de tenten maar weer in te pakken. Sander komt ook net aan. Als hij ziet dat alle teams al bivak hebben en wij nog helemaal niets heeft hij het helemaal gehad. ‘Ik hoor het wel en ga eerst bier drinken’ roept hij. Groot gelijk denk ik. Sander kart maar rond in die bus de hele dag, bemoedigt de renners en moet ook de hele dag opletten en doen. Tegen 20.00 uur hebben we 3 bungalowtenten en maken we bivak. Iedereen heeft het gehad. Ik baal ervan dat ik niet heel even het zwembad in kon. Alex irriteert het dat ik klaarblijkelijk troep maak en me negatief uitlaat over de tenten. Zijn wijze van feedback geven (laat ik maar zeggen) en woordgebruik krijgt weinig/geen bijval van de anderen. Ik moet er toch maar mee dealen en baal daarvan. We gaan eten en om 20.30 uur zit ik bij de massage. Morgen weer een dag.<br />Etappe 4: St Laurent en Grandvaux – Seppois en Bas, 195 km 1900hm<br />Ik heb besloten deze dag extra aandacht te geven aan de omgeving en ‘tot rust’ te komen. Nog meer besef ik me dat ik me beter kan richten op het fietsen en alle bijzaken van me af moet laten glijden. Je hebt je energie hard nodig. Vandaag geen cols van betekenis (1 van de 2e cat en 3 van de 3e cat), maar een prachtige rit dwars door de Jura en dan weer even plots eraf knallen als dat we erop reden gisteren. In het golvende terrein komt de FVGD ploeg niet echt in een fijn ritme. In het begin te hard naar boven en bijna met de rem erop naar beneden. Alef is al snel uit het zicht. Ik laat na 15km mijn remmen los en ben de groep direct kwijt. Eigenlijk wel lekker zo. Voor me zie ik team Westland. 5 mannen en 4 vrouwen; allemaal gladde benen. Allemaal heel sportief en goed draaiend. Lekker 2 aan 2 en wisselend kopwerk. Ik sluit me aan en heb een leuk gesprek met een van de dames. Ondertussen rijden we langs meertjes in de ochtendmist en een opkomende zon warmt het land rap. Ik kom lekker in mijn ritme en ga voorop rijden. Ik trek lekker door en het hele team vindt het prachtig; snelheid maken! Ongeveer 40km verder vragen ze of ik mee afsla voor de koffie en taart. Nou dat sla ik niet af! Een van de heren is jarig en dat wordt gevierd met 4 soorten taart en verse koffie. Of ik nog een 2e stuk taart wil. Graag! We zitten een half uur lekker te eten, drinken en te praten. Daarna gaan ze nog wat teamfoto’s maken bij het meer. Ik besluit door te rijden. Snel pik ik weer aan bij een ander snel team. Even later fietsen we voorbij een schitterend Mariabeeld dat uitkijkt over een ver strekkend glooiend landschap. Ik krijg er gewoon kippenvel van al dit moois te mogen meemaken. We gaan nog harder en ik kom steeds meer ‘tot rust’. Ook dit team pakt even pauze, maar ik rij door. Ik jump door naar een team met hele goede fietsers en vooral zeer gretige vrouwen. Ze willen zich er niet af laten fietsen. Wat een klasbakken. Dan volgt opeens de afdaling van het plateau; 7,5% over 12km en een hele brede, hele gladde weg met een soort kuipbochten die je in Daytona aantreft. Ik knal naar beneden zo rond de 80km/u, maar die vrouwen hangen gewoon in mijn wiel! Sterker nog, 2 vliegen voorbij op het moment dat ik even de remmen aanraak. Holy, dit kan toch niet? Vier slagen op 52/11 en ik ben er weer voorbij. Hangen in de tarzanbocht. Wow. Het laatste stukje rijden we nog door het achterland van Basel in Zwitserland en dan door terug naar Frankrijk. Het was weer een bloedhete dag. Vol energie kom ik aan op de camping. Alef is ook net binnen.<br />Etappe 5: Seppois en Bas - Corcieux, 135 km 2500hm<br />Vandaag rijden we over de Vogezen, Ik zie ernaar uit, want net als de Jura ben ik nog nooit in dit gebied geweest. Maar voordat we dat doen wil ik afscheid nemen van alles in mijn lichaam wat ik niet meer nodig heb. Inmiddels heb ik een optimale logistiek van de dag gevonden: op tijd op en direct naar ontbijt (je vermijdt dan lange rijen bij muesli, brood en thee/koffie); samen met een ploeggenoot/ten verdelen over de rijen. Voor Wibo een echte sport. Wij zijn er dan ook altijd, soms met anderen. Dan direct naar de WC en liefst die bij de receptie/bar. Daar staat geen rij en is vaak nog schoon … Heel belangrijk dat afscheid nemen .. Dan tentje opruimen, tanden poetsen, wassen en fietskleding aan. Bidons vullen, repen, eten in het shirt, de rest in de volgauto. Nog een vitaminepil en wat eiwittabletten. Ready! D.w.z. daarna nog even anderen helpen en dan samen naar vertrek. Wij rijden samen naar de eerste berg, de Col de Hundsrück (2e cat, 748m), een klim van circa 7 km 4-8%. Ik knal naar boven (voor mijn doen uiteraard ..) en ben als eerste boven. Het is weer meer dan 30C. We dalen af en in een dorpje beneden drinken , eten we wat bij de bus van Sander. We maken nog wat grappige filmpjes en interviews ter plekke en stijgen weer op het ros. De Grand Ballon is een killer (1e cat, 1325m), zo iets van 14km continu 7%. Op de kale gedeeltes rijd je in de brandende zon. Vandaag rijd ik in WTC Houten tenue; het shirt heeft een lange rits, zodat ik het open kan gooien. Een must voor serieuze renners meen ik. Helaas heeft onze leverancier Agu voor het FVGD tenue verzuimd lange ritsen te plaatsen, ondanks nadrukkelijke opdracht. Ik had hier nog zo op gehamerd tijdens onze bespreking in maart. Jammer zullen we maar zeggen. De tenues zijn trouwens wel giga cool vind ik, dat mag ook gezegd worden. Maar vandaag ben ik blij met de lange rits. Ik heb weer 37C op de teller. Voor me rijdt Hub; hij geeft duidelijk al zijn energie om deze sucker te bedwingen. Hij vertelde me dat hij 30 jaar geleden hier ook tegenaan reed en toen vreselijk afzag. Dan moet je er nu ‘over heen’ en niet ‘tegen aan’ zeg ik nog tegen Hub. Hij is bezig met zijn finale afrekening. Ik besluit met hem te rijden en hem te motiveren. Handen op elkaars schouders rijden we de top op. Alef is er al even en binnen 30 minuten volgt de hele groep. Alef gaat weer door en ik spreek met Hub, Wibo en Jan af dat we samen rijden over de crête en verder. Ik voel me uitstekend, maar ben nu alweer 1 uur boven en sta te wachten op vertrek. Eindelijk gaan we. Wat moeizaam komen we op gang. Na ongeveer 8km volgt er een uitdagend terras/restaurant dat zijn aantrekkingskracht op Wibo niet mist. Prompt slaat hij af en Jan en Hub volgen in zijn spoor. ‘Ik ga door jongens’ roep ik nog en bedenk me dat hier afslaan geen goed plan is, in ieder geval niet voor mij. We hebben net (een te lange) pauze gehad. Alleen rijd ik door, maar merk dat mijn benen pap zijn. Het gaat hier golvend door en het is lastig een vast ritme te houden. Het is een sleur voor mij en ik gooi er nog een powerbar in. Bij de Col de la Schlucht krijg ik mijn energie terug en gaat het weer; gelukkig. Twee uur later ben ik weer op de camping. Tijd om tentjes op te zetten. Ik besef me dat we van geluk mogen spreken met het weer, stel je voor dat het regent … Een uur later komen Hub, Wibo en Jan aan. Zij hebben vreselijk afgezien, het ging bijna niet meer. De koffie en hotdogs op het terras bleken niet goed te zijn gevallen. Coert, Frans, Alex en Susan hadden hen alweer ingehaald.<br />Etappe 6: Corcieux – St Mihiel, 190 km 1200hm<br />We noemen dit de herstel etappe. Dat begrijpt iedereen. Een enorm verlaten gebied, deel van de graanschuur van Frankrijk. Je kunt het ook beschouwen als een hele snelle etappe. Het golvend terrein nodigt uit tot het maken en houden van vaart, berg op, berg af. In de voorbespreking heb ik onze captain Hub al gewezen op het risico van wind hier. Van herstel kan dan geen sprake zijn. De avond ervoor spreken we af met de complete groep te gaan rijden en wisselend kopwerk te doen. De ‘hotdog’ mannen hopen op herstel. Alef vind het ook wel best. Eigenlijk had ik mijn zinnen gezet op deze etappe, om hier eens goed snel door te komen. Misschien wel liefst met wind, mee of tegen maakt me niet uit. Dit zou mijn Koos Moerenhout Classic zijn. Als het een wedstrijd was zou ik ervoor gaan, maar dat is het natuurlijk niet. Tegelijkertijd is de etappe van morgen 230km en veel meer klimwerk; een beetje sparen/herstellen vandaag kan dus geen kwaad. Dus we gaan met zijn allen samen. Prima. In de ochtend moet ik de eerste 2 uur ook wakker worden op de fiets en warm draaien, soms wel 3 of zelfs 4 uur. Ik ben geen ochtendmens. Eigenlijk gaan Hub, Alex, soms ook Suus veel te hard naar boven op de colletjes. Op het vlakke of in de afdaling vallen ze dan bijna stil. Hoe meer colletjes hoe onregelmatiger het tempo wordt. Ik vind dat lastig. Toch rijden we zo met harmonica effect deze etappe. In een golvend stuk bos, met perfect glad asfalt zoeven 2 teams ons voorbij. De Mooie Mario’s en een ander (studenten)gezelschap. Ze gaan 40-45km/u. Als Alex ze probeert te volgen en losgaat van de groep denk ik ook; nu is het mijn stukje muziek op de harmonica. Makkelijk rijd ik hier nog een stuk harder dan die mannen in die 2 teams. Vol gas stamp ik de eerste groep voorbij en haak aan bij de tweede groep. Vals plat naar beneden enkele km’s 55-60km/u. Heerlijk dat is fietsen. Dan slaan de mannen af voor hun teamwagen. Ik rij weer alleen. Dan komt opeens het team van de Bikewriters langszij; allemaal kerels die leuke boeken schrijven over fietsen. O.a. met Maarten Ducrot, Herman van der Zandt (NOS journaal) en Thomas Braun. Nu met 6 man en een verdwaalde Pina Dogma rijder van een ander team. Leuk. Ik rij met die mannen mee. Stevig tempo. Ik praat wat met Maarten, die me vertelt slechts 900 km te hebben gereden dit jaar en zich gelukkig prijst slechts 3 etappes te hoeven fietsen. Dan komt er een beetje wind. ‘Waaiertje mannen’ roep ik. En ja, direct formeren we de waaier. Het draait lekker soepel en snel. Wel blijkt Maarten snel kop af te geven, terwijl de Pina rijder lang voorrijdt. Als ik voor de 3e keer kop neem blijken de Bikewriters het voor gezien te houden en valt er opeens een gat. De Pina rijder trekt samen nog even met mij door een weggetje omhoog het bos in. Een paar km verder staat Sander met de bus. Ik stop en zeg te wachten op de anderen. Dan formeren we weer en rijden we met de groep door. Om ongeveer 17.00 uur komen we aan op de kleine camping in St Mihiel. We helpen elkaar bij het opzetten van de tentjes. ’s Avonds na het diner zegt Sander het mooi gevonden te hebben hoe wij samen als groep fietsten. Dat was ook (deels) zo en uitstekend voor deze etappe. Hij zou het mooi vinden als dat ook morgen weer zou lukken. Ik snap zijn ambities wel, maar Sander is zelf geen fietser en ziet niet dat het groepsrijden met deze club maar beperkt voordeel voor allen oplevert. Morgen staat 230km op het programma; een soort LBL, de 7e dag inmiddels. Met Hub maak ik het plan van de dag, waarbij we afspreken tot een punt op 96km in ieder geval als groep te rijden en dan te zien hoe iedereen erin zit. Ik voeg eraan toe dat we minstens gemiddeld 23km/u moeten halen om op tijd binnen te zijn. Verder spreken we de punten af waar Sander zal staan met het busje.<br />Etappe 7: St Mihiel – Grand Halleux, 225 (+24)km 2200hm<br />Zo gezegd zo gedaan. Vlak voor het punt op 96km is er een eerste forse klim. Ik ben net een beetje warm geworden (ik moet eerst wakker worden), mijn fysiek begint te werken en ik ga makkelijk naar boven. Alef heeft er eigenlijk helemaal geen zin meer in; hij vindt het heel ver en hij heeft zijn mooie momenten al gehad. Hij neemt steeds meer energiespul, powerbars, malto en peptide in. Wibo heeft last van veel dingen die hier geen specificatie behoeven. Datzelfde geldt eigenlijk voor de meesten. Zelf heb ik ook klachten door 2 weken op een carbonzadeltje te zitten. Voor mij geldt ‘hoe korter op het zadel, hoe beter’. We besluiten dat het beter is dat ieder zijn eigen tempo rijdt vanaf dit punt en eventueel een groepje formeert. Op zich ging het niet slecht en zitten we met ongeveer 27km/u nog steeds ruim boven de minimale snelheid. Daarmee tevreden nemen een aantal terecht een wat ruimere pauze, maar ik wil door, alsook Alef en Alex. Samen rijden we door. De eerstvolgende helling rij ik weg bij Alef en Alex, niet omdat ik dat zo nodig moet, maar wel omdat zij een beetje stilvallen. Dan rijd ik de volgende 40km van groepje naar groepje. Gelukkig want ik heb geen GPS. Soms moet ik wachten bij een kruising of afslag op wat fietsers. Dat is wel jammer, want het haalt de vaart er wat uit. Op een bepaald moment ben ik aan het klimmen door een bos en wat dorpjes. Niemand te zien en ook geen sporen van energierepen, bananen oid (wat daar overigens niet hoort) op de weg. In het laatste dorp zei een man nog ‘nombreux des cyclists’ rechtdoor te hebben zien gaan. Ik vertrouw het niet en ga terug. Opnieuw geeft iemand mij een richting aan. Ik rij hier in the middle of nowhere en weer niemand te zien. Dan komt opeens een motor van TfL voorbij; al rijdend praten we bij. Ik blijk totaal ver van het parcours te zijn en moet eigenlijk opgepikt worden door de bezemwagen. Ik zou nu de laatste rijder zijn die weer op het parcours gezet wordt, buiten team Haaglanden die ergens in een bos uitgebreid zaten te eten. Aan de hand van de navigatie zegt de motorrijder mij alsmaar oostwaarts te blijven rijden tot Redange in Luxemburg, zo ongeveer 25km. Hij zegt dan de bezemwagen niet te bellen. En weer weg is de motor. Ik rij maar een eind raak en besef me dat dit wel eens een idioot lange rit kan worden. Ik bel Sander om te zien waar hij is. Sander is net bezig om Alef weer op de route te krijgen. Ook hij is van het parcours. Ik moet voorbij Attert en zal dan daar Sander aantreffen. Daar spreek ik kort Sander, die aangeeft dat ik alsmaar rechtdoor moet en dan weer op het parcours kom. Ik baal er wel van, maar wil zeker niet in de bezemwagen. Ik gooi er een tandje bovenop, energie genoeg. Dan zit ik zo weer op het parcours. Na 5km komt de bezemwagen langszij. Onverbiddelijk; ik moet erin en zij zullen mij weer op het parcours zetten bij een groepje met GPS. Er zit ook al een Linkeballer in de bus met een baard van een week; wat zien die kerels er slecht uit. De mannen van de bezemwagen hebben geen zin al die idioten overal op te halen. Ik snap het wel. Een kilometer verder moet ook Alef in de bus. We rijden 5km verder en treffen daar een groepje. Wij worden gedropt en haken aan bij die groep. 1km verder staat Sander weer met de bus en alle andere FVGD renners! Gek, dat we toch weer bij zijn, ik moet de nodige km’s foutgereden zijn. Alef en ik rijden door. We krijgen weer wat klimmetjes en Alef zegt dat hij eigenlijk Sander wil bellen om de bus in te duiken, hij heeft er geen zin meer in. Ondertussen rijden wij met 2 dames met GPS en het schiet voor geen meter op. Het is balen maar even niet anders. Bij CP2 in Bastogne op 174km (+20km erbij voor mij) eten en drinken we ons weer vol en besluiten we alleen met een snelle groep mee te gaan. Na 10 minuten wachten aan de weg draait er weer een groep de weg op; zij lijken snel en we pikken aan. Toch gaat het niet hard genoeg. Op het gevaar af van opnieuw verdwalen koersen we door en pikken aan bij een team van Friesland Lease. Die mannen houden wel van doorkarren en eindelijk kan ik weer wat energie op de pedalen zetten. Al dat gedoe daarvoor wil ik van me affietsen. In een langere klim rijd ik ze echter eraf en Alef zit weer achter de groep. Weer waag ik het erop. Het zal nog ongeveer 30km zijn en als ik nog eens fout rij, na ja, ik zal zeker voor het donker binnen zijn. Raar maar waar, ik rij op vol vermogen op mijn Rode Stier, nu 220km in de wielen. Dan volgt er een lange afdaling en weer zie ik niemand. Aan een automobilist aan de kant van de weg vraag ik of hij fietsers heeft gezien; ‘mais non, n’acune’. Ships weer klimmen bijna 4 km. Met volle vaart rij ik terug naar boven. Bijna boven zie aan de overkant team Friesland Lease ‘vol’ afdalen met Alef achteraan de groep. Opnieuw draai ik om en ga in volle vaart achter ze aan. Met een uiterste krachtsinspanning weet ik het wiel van Alef en de groep te bereiken. Na op adem gekomen te zijn zoek ik weer de kop van deze groep en trek weer door. Ik voel helemaal niets meer in mijn benen, maar ze trappen gewoon door. Ook mijn hamstrings in mijn rechterbeen hebben zich al twee dagen niet meer gemeld. Het gaat als een kanon. Met 249km op de teller rijd ik de camping op. Het is 17.15 uur en ik bestel meteen bier voor Alef, Sandra en Marianne, de anderen druppelen de komende 2 uur binnen. Wat een topdag! Kan mij die extra km’s schelen! Dat was wel anders in de 3e etappe op de Salève. Vanavond is het feest. We krijgen een feestbuffet met heerlijke lasagne en veel koude happen. Tsjonge wat kan een mens dan veel consumeren. Ik heb zin in het feest. Een knalband was einde middag al aan het warmdraaien. Na het eten echter duikt bijna iedereen zijn tent in van onze FVGD ploeg. Ik weet het niet, maar ze zullen wel een slechte dag gehad hebben. Misschien is het verstandig, maar wel jammer zo een top-avond te moeten missen. En wat een avond was het; echt een geweldige band met de juiste keuze uit de Stones, U2 (Elevation enz), Jagger enz. De Mooie Mario’s en de Linkeballers hebben hun groupies verzameld en 2 ‘ladies’ uit deze gezelschappen kunnen ook nog eens zingen en doen mee met de band. Iedereen swingt, springt, zingt en drinkt. Het is een warme avond/nacht en om 01.45 uur (of zo) kruip ik mijn tentje weer in, de vochtbalans uitstekend aangevuld met bier. Echt jammer dat niemand van de ploeg erbij was … Dit mag je toch niet missen.<br />Etappe 8: Grand Halleux - Cauberg 115km 1200hm<br />Wow, het kan niet meer misgaan. Onze hele ploeg gaat het redden. Alle km’s en meer zijn gereden en door iedereen. Grote bewondering heb ik voor iedereen. Bij vele teams zijn mensen afgestapt, stukken met de bus doorgereden, dagen overgeslagen enz. Niet dat dat niet mag, maar het is juist wel bijzonder als je elke meter gereden hebt. Eerst nog direct buiten de camping starten met Côte de Wanne; een lelijke klim van enkele km’s met punten van meer dan 20% stijging. Alex wil eerst een stukje doorrijden en dan pas de Wanne op. Oke, doen we met de groep. Daarna volgt de Vecquee, zo’n 9 km klimmen 5-7%. Heb je ‘Grinta’ dan trek je hier van leer. Ik besluit rustig naar boven te rijden. Suus wil nog even een showtje doen en trekt door en komt als eerste boven. Hub vindt dat maar niks en probeert nog, maar dus te laat. Mooi hoor Suus; je kan er wat van. Maar een volgende keer wel allemaal naar het feest en minstens 2 liter bier drinken! Inmiddels is het verschrikkelijk gaan regenen. Hier heb ik geen zin in. Ik probeer de troepen te motiveren mijn wiel te pakken en zo vaart te maken. Dat lukt circa 15km, daarna is het weer klimmen. Jan en Frans vinden het ook niet zo lekker weer en gaan goed naar boven, Suus, Alex en Alef ook. Wibo heeft nogal last van het eea, maar duwt even door. Bij De Loorberg krijgt ook Hub weer swung; hij is immers op weg naar zijn geboortestreek en ouders in Valkenburg. Dat moet bijzonder zijn. http://www.youtube.com/watch?v=IJ4jeKJ7llA <br />In Margraten is het weer droog, 24C en mogen we 1,5 uur wachten op het startschot voor onze laatste km’s of fame richting Cauberg als ploeg. Als 1 na laatste ploeg mogen wij vertrekken. De Cauberg op voel je helemaal niet meer; je rijdt gewoon je fiets. Al de hele dag ben ik aan het filmen, nu ook hier op de Cauberg. Helaas staan er niet meer zoveel mensen langs de weg en we vragen ons af waar dan wel? Er zouden 1000-den mensen zijn. Dan worden we richting Casino gedirigeerd. In een file en te voet gaan we door de finish, waar we een medaille krijgen. Daarachter staat een grote mensenmassa en Dries Roelvink staat klaar ‘De Tour for Life, de tocht van je leven’ te zingen. Zijn microfoon weigert, maar het bandje loopt en dus zijn stemgeluid. Onberoerd maakt hij maar danspasjes op het lied en beweegt zijn mond niet meer. Wat een optreden; het hoort eigenlijk ook helemaal bij zijn identiteit. Sandra heeft alle vrienden, familie, bekenden, SOSers en sponsoren verzamelt bij onze beachvlag en spandoek. Dat doet ze goed! We krijgen bloemen van SOS en een warme handdruk en schouderklopjes van Barry en Ivo namens de directie en krijg een biertje in de hand gedrukt. Ik geef Barry nog een windjack van onze ploeg; het was jammer voor hem dat hij er niet bij kon zijn in Bardonecchia. Hij wilde de eerste etappe meefietsen. Gelukkig begrijp ik dat het een stuk beter gaat met zijn vrouw. Barbra en de kinderen konden niet komen; Yannick moest tennissen. Ik besef me dat het gewone leven gewoon doorgaat en dat ik 2 weken heb mogen fietsen. Het was een enorme motivator en geweldig event. Nu moet ik weer aan de bak! <br />Het is vandaag 25 september en vanochtend hebben we in prachtig weer de najaarsrit gefietst met de WTC. Mijn 3e rit sinds TfL. De eerste week na terugkomst reed ik echter elke nacht nog een zware etappe en werd 3x zwaar bezweet wakker. Bizar gewoon. De snelheid waarmee zo’n week aan je voorbijtrekt is zoveel sneller dan je alle indrukken kunt verwerken, dat je daarvoor nog enige weken nodig hebt. Ik in ieder geval. TfL, de tocht van je leven? Zeker, maar er zal wel weer iets volgen.<br />Michael Pullens<br /> <br /> <br /> <br />

×