Your SlideShare is downloading. ×
0
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Consumentengedrag leren
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Consumentengedrag leren

2,141

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
2,141
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
54
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • Het is belangrijk om je te beseffen dat leren een proces is dat verandert over tijd als nieuwe kennis en ervaringen door de consument worden opgedaan. Deze ervaringen en kennis zijn als feedback voor de consument en zal hun gedrag in de toekomst beïnvloeden.\n\n
  • Elke leertheorie bevat deze vier elementen. Motivatie is belangrijk omdat deze verschilt per consument. We hebben allemaal een behoefte maar de één is meer gemotiveerd omdeze te vervullen dan de ander. vaak beseft een consument zich niet eens dat ze een behoefte hebben. Een ‘cue’ is een stimulus die helpt om de motivatie van een consument te sturen. voorbeelden zijn prijs, styling, verpakking, reclame en displays in de winkel. Een consument heeft een respons op een drift of een prikkel. De respons is hoe een consument zich gedraagt nadat zij blootgesteld zijn aan een ‘cye’/prikkel of een ontwikkeld motief.\n\nUiteindelijk is bekrachtiging/reinforcement verbonden aan de kans dat de respons in de toekomst zal plaatsvinden.\n
  • Elke leertheorie bevat deze vier elementen. Motivatie is belangrijk omdat deze verschilt per consument. We hebben allemaal een behoefte maar de één is meer gemotiveerd omdeze te vervullen dan de ander. vaak beseft een consument zich niet eens dat ze een behoefte hebben. Een ‘cue’ is een stimulus die helpt om de motivatie van een consument te sturen. voorbeelden zijn prijs, styling, verpakking, reclame en displays in de winkel. Een consument heeft een respons op een drift of een prikkel. De respons is hoe een consument zich gedraagt nadat zij blootgesteld zijn aan een ‘cye’/prikkel of een ontwikkeld motief.\n\nUiteindelijk is bekrachtiging/reinforcement verbonden aan de kans dat de respons in de toekomst zal plaatsvinden.\n
  • Elke leertheorie bevat deze vier elementen. Motivatie is belangrijk omdat deze verschilt per consument. We hebben allemaal een behoefte maar de één is meer gemotiveerd omdeze te vervullen dan de ander. vaak beseft een consument zich niet eens dat ze een behoefte hebben. Een ‘cue’ is een stimulus die helpt om de motivatie van een consument te sturen. voorbeelden zijn prijs, styling, verpakking, reclame en displays in de winkel. Een consument heeft een respons op een drift of een prikkel. De respons is hoe een consument zich gedraagt nadat zij blootgesteld zijn aan een ‘cye’/prikkel of een ontwikkeld motief.\n\nUiteindelijk is bekrachtiging/reinforcement verbonden aan de kans dat de respons in de toekomst zal plaatsvinden.\n
  • Elke leertheorie bevat deze vier elementen. Motivatie is belangrijk omdat deze verschilt per consument. We hebben allemaal een behoefte maar de één is meer gemotiveerd omdeze te vervullen dan de ander. vaak beseft een consument zich niet eens dat ze een behoefte hebben. Een ‘cue’ is een stimulus die helpt om de motivatie van een consument te sturen. voorbeelden zijn prijs, styling, verpakking, reclame en displays in de winkel. Een consument heeft een respons op een drift of een prikkel. De respons is hoe een consument zich gedraagt nadat zij blootgesteld zijn aan een ‘cye’/prikkel of een ontwikkeld motief.\n\nUiteindelijk is bekrachtiging/reinforcement verbonden aan de kans dat de respons in de toekomst zal plaatsvinden.\n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • De twee soorten bekrachtiging zijn positief en negatief. het is belangrijk te realiseren dat beiden responsen beïnvloeden. Positieve bekrachtiging is een goed iets dat gebeurd waardoor gedrag beloond wordt– fitnessen geeft je een goed gevoel, dus je gaat elke dag.\nEen negatief resultaat is een slecht iets dat gebeurt waardoor gedrag aangemoedigd wordt. Je hebt elke ochtend een croissantje gegeten als ontbijt en daardoor ben je veel aangekomen. Hierdoor ga je elke dag fitnessen en stop je met croissantjes eten.\n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • \n
  • Transcript

    • 1. LerenHoofdstuk 8
    • 2. Checklist✓ Consumentenleertheorie uitleggen en de benodigde elementen kunnen identificeren.✓ De elementen van de theorie van klassiek conditioneren kunnen bespreken.✓ De drie strategische applicaties van klassiek conditioneren kunnen identificeren.✓ De concepten van licensing en het belang voor marketing kennen.✓ De elementen van instrumenteel conditioneren kennen.✓ De strategische applicatie van instrumenteel conditioneren kunnen bediscussiëren.✓ Modeling (observationeel leren) kunnen omschrijven.✓ Cognitieve leertheorie kunnen uitleggen en toepassen in een marketing situatie.✓ De drie manieren waarop informatie in het geheugen kan worden opgeslagen omschrijven.✓ De relatie tussen theorie over betrokkenheid en consumentengedrag kennen.✓ Het Elaboration Likelihood Model kunnen beschrijven.✓ Outline measures of involvement.✓ Understand how consumer learning can be measured.✓ Discuss the concepts of brand loyalty and brand equity
    • 3. Waarom?Marketeers willen consumenten lerenover producten,producteigenschappen, en potentiëlebenefits.Waar zij hun producten kunnen kopen,hoe ze te gebruiken, hoe ze teonderhouden, en zelfs hoe deze wegte doen.
    • 4. Hoe heeft leren te maken met het slagen van deze campagnes?
    • 5. LerenHet proces waarin mensen dekennis en ervaring opdoenover aanschaffen enconsumeren, en deze kennistoepassen in toekomstiggerelateerd gedrag
    • 6. Elementen van Leertheorieën Motivatie Prikkels Respons Bekrachtiging
    • 7. Elementen van Leertheorieën Motivatie • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie Prikkels Respons Bekrachtiging
    • 8. Elementen van Leertheorieën Motivatie • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie Prikkels • Stimuli die motieven sturen Respons Bekrachtiging
    • 9. Elementen van Leertheorieën Motivatie • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie Prikkels • Stimuli die motieven sturen Respons • Reactie van consument op een drift/prikkel Bekrachtiging
    • 10. Elementen van Leertheorieën Motivatie • Onvervulde behoeften leiden tot motivatie Prikkels • Stimuli die motieven sturen Respons • Reactie van consument op een drift/prikkel • Vergroot de kans dat een respons in de Bekrachtiging toekomst plaatsvindt als reactie op een prikkel
    • 11. Twee belangrijke leertheorieën
    • 12. Twee belangrijke leertheorieënBehaviorisme
    • 13. Twee belangrijke leertheorieënBehaviorisme Cognitief leren
    • 14. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme Cognitief lerenGebaseerd opobserveerbaargedrag(responsen) diehet resultaat zijnvan blootstellingaan stimuli
    • 15. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme Cognitief lerenGebaseerd op ๏ Leren gebaseerdobserveerbaar op mentalegedrag informatie-(responsen) die verwerkinghet resultaat zijnvan blootstellingaan stimuli
    • 16. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme Cognitief lerenGebaseerd op ๏ Leren gebaseerdobserveerbaar op mentalegedrag informatie-(responsen) die verwerkinghet resultaat zijn ๏ Vaak als responsvan blootstelling op probleem-aan stimuli oplossen
    • 17. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme
    • 18. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme ๏ Klassieke Conditionering
    • 19. Twee belangrijke leertheorieën Behaviorisme ๏ Klassieke Conditionering ๏ Instrumentele (Operante) Conditionering
    • 20. Klassiek conditioneren
    • 21. Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bekende responsuitlokt.
    • 22. Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bekende responsuitlokt.
    • 23. Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bekende responsuitlokt.Dit leidt tot dezelfderespons wanneer deeerste stimulus alleengebruikt wordt.
    • 24. Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bekende responsuitlokt.Dit leidt tot dezelfderespons wanneer deeerste stimulus alleengebruikt wordt. Pavlov
    • 25. Klassiek conditionerenEen behavioristischeleertheorie waarin eenstimulus gekoppeld wordtaan een andere stimulusdie een bekende responsuitlokt.Dit leidt tot dezelfderespons wanneer deeerste stimulus alleengebruikt wordt. Pavlov
    • 26. Klassiek conditioneren Pavlov
    • 27. Klassiek conditioneren
    • 28. Klassiek conditioneren
    • 29. Klassiek conditioneren
    • 30. Klassiek conditioneren
    • 31. Klassiek conditioneren
    • 32. Klassiek conditioneren
    • 33. Klassiek conditioneren
    • 34. Klassiek conditioneren
    • 35. Klassiek conditioneren
    • 36. Klassiek conditioneren
    • 37. Klassiek conditioneren
    • 38. Klassiek conditioneren
    • 39. Klassiek conditioneren
    • 40. Klassiek conditioneren
    • 41. Klassiek conditioneren
    • 42. Klassiek conditioneren
    • 43. Klassiek conditioneren
    • 44. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren
    • 45. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren
    • 46. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren
    • 47. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling
    • 48. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Versterkt de associatie tussen de geconditioneerde en de ongeconditioneerde stimulus
    • 49. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Versterkt de associatie tussen de geconditioneerde en de ongeconditioneerde stimulus ‣ Vertraagt de snelheid van vergeten
    • 50. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Versterkt de associatie tussen de geconditioneerde en de ongeconditioneerde stimulus ‣ Vertraagt de snelheid van vergeten ‣ Advertising wearout is een probleem
    • 51. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie
    • 52. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Dezelfde respons hebben op enigszins verschillende stimuli๏ Stimulus generalisatie
    • 53. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Dezelfde respons hebben op enigszins verschillende stimuli๏ Stimulus ‣ Helpt “me-too” producten generalisatie succesvol te zijn
    • 54. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Dezelfde respons hebben op enigszins verschillende stimuli๏ Stimulus ‣ Helpt “me-too” producten generalisatie succesvol te zijn ‣ Handig bij:
    • 55. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Dezelfde respons hebben op enigszins verschillende stimuli๏ Stimulus ‣ Helpt “me-too” producten generalisatie succesvol te zijn ‣ Handig bij: - productextensies
    • 56. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Dezelfde respons hebben op enigszins verschillende stimuli๏ Stimulus ‣ Helpt “me-too” producten generalisatie succesvol te zijn ‣ Handig bij: - productextensies - family branding
    • 57. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    • 58. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    • 59. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Selectie van een specifieke stimulus vanuit vergelijkbare๏ Stimulus stimuli generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    • 60. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling ‣ Selectie van een specifieke stimulus vanuit vergelijkbare๏ Stimulus stimuli generalisatie ‣ Tegenovergestelde van stimulusgeneralisatie๏ Stimulus discriminatie
    • 61. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    • 62. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren Soms juist๏ Herhaling niet...๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    • 63. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren Soms juist๏ Herhaling Soms juist niet... niet...๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    • 64. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    • 65. Soms juist niet..Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    • 66. Strategische toepassing van KlassiekConditioneren๏ Herhaling๏ Stimulus generalisatie๏ Stimulus discriminatie
    • 67. Instrumenteel conditioneren
    • 68. Instrumenteel conditioneren Een behavioristische leertheorie gebaseerd op een trial-and-error proces.
    • 69. Instrumenteel conditioneren Een behavioristische leertheorie gebaseerd op een trial-and-error proces. Gewoontes worden afgedwongen:
    • 70. Instrumenteel conditioneren Een behavioristische leertheorie gebaseerd op een trial-and-error proces. Gewoontes worden afgedwongen: Zij zijn het resultaat van positieve ervaringen (bekrachtigingen) die resulteren in bepaalde responsen of gedrag.
    • 71. Instrumenteel conditioneren
    • 72. Instrumenteel conditioneren Stimulus situatie (melk)
    • 73. Instrumenteel conditioneren Probeer Merk A Stimulus situatie (melk)
    • 74. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Stimulus situatie (melk)
    • 75. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Stimulus Probeer situatie Merk B (melk)
    • 76. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Geen Stimulus Probeer beloning situatie Merk B (melk) (water)
    • 77. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Geen Stimulus Probeer beloning situatie Merk B (melk) (water) Probeer Merk C
    • 78. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Geen Stimulus Probeer beloning situatie Merk B (melk) (water) Geen Probeer beloning Merk C (*&%^)
    • 79. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Geen Stimulus Probeer beloning situatie Merk B (melk) (water) Geen Probeer beloning Merk C (*&%^) Probeer Merk D
    • 80. Instrumenteel conditioneren Geen Probeer beloning Merk A (plastic) Geen Stimulus Probeer beloning situatie Merk B (melk) (water) Geen Probeer beloning Merk C (*&%^) Probeer Beloning Merk D (lekker!)
    • 81. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)
    • 82. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) PositieveBekrachtiging
    • 83. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging
    • 84. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging
    • 85. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief Resultaat
    • 86. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief Resultaat
    • 87. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief Resultaat • Vergroot de kans
    • 88. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief Resultaat • Vergroot de kans
    • 89. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief Resultaat • Vergroot de kans
    • 90. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief • Negatief Resultaat resultaat • Vergroot de kans
    • 91. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Positieve NegatieveBekrachtiging Bekrachtiging • Positief • Negatief Resultaat resultaat • Vergroot de • Moedigt kans gedrag aan
    • 92. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement)
    • 93. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Uitdoving(Exti nction)
    • 94. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Uitdoving(Exti Vergeten nction)
    • 95. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Uitdoving(Exti Vergeten nction) • een aangeleerde respons wordt niet meer bekrachtigd
    • 96. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Uitdoving(Exti Vergeten nction) • een aangeleerde respons wordt niet meer bekrachtigd • De link tussen de stimulus en de beloning is verdwenen
    • 97. Bekrachtiging van Gedrag (Reinforcement) Uitdoving(Exti Vergeten nction) • een • De aangeleerde bekrachtiging respons is vergeten wordt niet meer bekrachtigd • De link tussen de stimulus en de beloning is verdwenen
    • 98. Zelfstudie๏ Modeling๏ Informatieverwerking๏ en verder
    • 99. Betrokkenheid (Involvement)
    • 100. Betrokkenheid (Involvement)๏ De mate van persoonlijke relevantie die een product of aankoop heeft voor die klant
    • 101. Betrokkenheid (Involvement)๏ De mate van persoonlijke relevantie die een product of aankoop heeft voor die klant๏ Aankopen met hoge betrokkenheid zijn erg belangrijk voor de consument
    • 102. Betrokkenheid (Involvement)๏ De mate van persoonlijke relevantie die een product of aankoop heeft voor die klant๏ Aankopen met hoge betrokkenheid zijn erg belangrijk voor de consument๏ Bij lage betrokkenheid is er sprake van weinig relevantie, weinig waargenomen risico, en beperkte informatieverwerking
    • 103. Centrale en Perifere naar Overreding
    • 104. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken
    • 105. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Verwerking Informatie
    • 106. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Verwerking Informatie Centrale Route tot Overreding
    • 107. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Verwerking Informatie Centrale Route tot Overreding Mening gebaseerd op inhoudelijke argumenten
    • 108. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Beperkte Verwerking Informatie Verwerking Informatie Centrale Route tot Overreding Mening gebaseerd op inhoudelijke argumenten
    • 109. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Beperkte Verwerking Informatie Verwerking Informatie Centrale Route Perifere Route tot tot Overreding Overreding Mening gebaseerd op inhoudelijke argumenten
    • 110. Centrale en Perifere naar Overreding Motivatie & Ability om Informatie te Verwerken Uitgebreide Beperkte Verwerking Informatie Verwerking Informatie Centrale Route Perifere Route tot tot Overreding Overreding Mening gebaseerd op Mening gebaseerd op inhoudelijke minder relevante argumenten kenmerken vd boodschap

    ×