Doelgroepen En Energieverbruik
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Doelgroepen En Energieverbruik

on

  • 1,140 views

Hoe kunnen de netwerkbedrijven zoals Liander, gemeenten helpen met hin lokale klimaatbeleid. Michiel van mens heeft Liander geholpen met het inrichten van een marketin intelligence omgeving met daarin ...

Hoe kunnen de netwerkbedrijven zoals Liander, gemeenten helpen met hin lokale klimaatbeleid. Michiel van mens heeft Liander geholpen met het inrichten van een marketin intelligence omgeving met daarin de energieverbruiksgegevens van 5,5 miljoen gebouwen. Deze rijke bron aan kennis bevat een schat aan informatie over energieverbruik en gedrag. Deze combinatie helpt gemeenten lokaal klimaatbeleid te ontwikkelen voor verschillende doelgroepen. hioerdoor is de kans op succes vele malen groter.

Statistics

Views

Total Views
1,140
Views on SlideShare
1,125
Embed Views
15

Actions

Likes
0
Downloads
15
Comments
0

2 Embeds 15

http://www.linkedin.com 12
https://www.linkedin.com 3

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Doelgroepen En Energieverbruik Presentation Transcript

  • 1. Een doelgroepbenadering voor  het structureel verlagen van  energieverbruik i b ik (→ VAN TRIAS ENERGETICA NAAR  QUATTUOR ENERGETICA)Liander, afdeling Business IntelligenceLi d fd li B i I lliMichiel van Mens, januari 2011
  • 2. Quattuor Energetica Quattuor Energetica• Gangbaar concept bij klimaatbeleid  is de Trias Energetica: is de Trias Energetica: Quattuor Energetica Quattuor Energetica • Terugdringen van onnodig  Terug‐ energieverbruik dringen onnodig  • Inzetten duurzame energie  energie‐ gebruik voor de resterende  energiebehoefte Bewust‐ • Zuinig en efficiënt omgaan  Inzetten  duurzame  wording en  energie met fossiele brandstoffen energie aanpassen  van gedrag• In deze benadering is het menselijke  gedrag niet meegenomen.   efficiënt • Bewustwording en veranderen van  omgaan  met  menselijk gedrag is een voorwaarde  fossiele  energie om energiebesparing succesvol te  realiseren. Daarom: =  Quattuor Energetica28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 2
  • 3. Overtuig niet iedereen! Overtuig niet iedereen! Involvement  /interest ns• B Bewustwording en veranderen  di d # huishouden van menselijk gedrag is  relevant.• Particuliere huishoudens  verschillen als het gaat om  Involvement  /interest tijd betrokkenheid en interesse b kk h id i # huishoudens• Succesvol beleid voor  energiebesparing = benader de  energiebesparing = benader de juiste doelgroepen met de  juiste instrumenten op het  tijd juiste j i moment.• Hoe? 28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 3
  • 4. Beschikbare data: Smart energy! Smart energy! Energie E i •Standaard Jaar Verbruik (SJV) data voor  gas, elektra en teruglevering gecorrigeerd  voor graaddagen •Postcode• D De netwerkbedrijven Liander en  t kb d ij Li d •Adresgegevens •Kleinverbruik/grootverbruik Enexis beschikken over de  •Energieleverancier energieverbruiks gegevens van 5,5  Kadastrale gegevens: •Gebouwtype miljoen Nederlandse huishoudens.  •Bestemming (wonen, werken etc.) (Maar ook van bedrijven,  •Bouwjaar •Inhoud (M3) nutsvoorzieningen etc.) g ) •Oppervlakte (M2) Bedrijfsinformatie (Kamer van • Deze gegevens zijn aangevuld met  Koophandel) informatie over gebouwen,  •SBI‐code •Branche omschrijving bedrijven en huishoudens. bedrijven en huishoudens Geo‐informatie• Combineer deze data met slimme  •Buurtnaam •Plaatsnaam datamining algoritmen en wie  •Gemeentnaam vinden we?  Socio‐demografisch •Gezinssamenstelling• Verschillende doelgroepen! •Profiel huishouden •Welstandsklasse •Opleidingsniveau *) analyse gedaan op basis van 53.850 particuliere huishoudens van gemeente X •Etc. 428‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011
  • 5. Het eerste doel: het vinden van verklarende variabelen in relatie tot CO2. Inhoud van de woning, woningtype, H t t d l h t i d kl d i b l i l ti t t CO I h d d i i tde waarde van de woning maar ook besteding dagelijkse boodschappen, autobezit maar ook tuinen hebben een sterke relatie met de CO2‐productie van een gemiddeld gezin. 28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 5
  • 6. Wat zijn de relevante dimensies bij het verklaren van totaal elektriciteitsverbruik particuliere Wat zijn de relevante dimensies bij het verklaren van totaal elektriciteitsverbruik particulierehuishouden.  De linker staafdiagram laat zien dat oppervlakte van de woning, inhoud en waarde de belangrijkste dimensies zijn.  Nemen we M3 en M2 op een indirecte manier op in de analyse (rechter staafdiagram) dan zijn besteedbaar inkomen en gezinsgrootte relevante kenmerken. 28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 6
  • 7. Wat zijn de relevante dimensies bij het verklaren van totaal gasverbruik 2010 particuliere huishouden in de gemeente X.  De linker staafdiagram laat zien dat inhoud van de woning, waarde h i h d i d li k fdi l i d i h d d i den woningtype de belangrijkste verklarende dimensies zijn.  Nemen we M3 op een indirecte manier op in de analyse (rechter staafdiagram) dan zijn buurt en besteedbaar inkomen relevante variabelen. 28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 7
  • 8. De CO Short list De CO2‐Short list• Deze analyse geeft direct inzicht in de mate  g j van belangrijkheid van de verschillende  verklarende variabelen• Kortom we hebben een short list Wat komen Kortom, we hebben een short list. Wat komen  we te weten als we deze verder analyseren?28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 8
  • 9. Relatie woningtype,  bouwjaar en  gemiddeld CO2 bij  particuliere woningen.  Hoek‐ en geschakelde  Hoek en geschakelde woningen is voor  gemeente X  interessant om zich op  te richten.  De  woningvoorraad is  daarvan groot en  beide hebben een  beide hebben een relatief grote bijdrage  aan de CO2 productie28‐1‐2011 el van Mens, januari 2011 9
  • 10. In deze analyse is gebruik gemaakt van de werkelijke verbruiksgegevens van 53.850 particuliere huishoudens van een gemeente in Nederland (verzorgingsgebied Liander) met als bestemming ‘woning’ en waarvan Inhoud en vloeroppervlakte in de database bekend is Per woningtype en bouwjaar is de is. gemiddelde Kg CO2 over 2009 berekend. Dezelfde berekening is ook gedaan voor 5,5 miljoen huishoudens. Wanneer we beide berekeningen met elkaar vergelijken dan zien we grote verschillen. Bijvoorbeeld, benedenwoningen gebouwd in de periode 1960-1970 produceren gem. 1409 Kg CO2 minder dan het landelijk gemiddelde voor dezelfde woningtype en bouwjaar. Gemeenten kunnen sterk van elkaar verschillen als het gaat om woningvoorraad,en samenstelling bevolking.28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 10
  • 11. Relatie  waardeklasse en gemiddeld kWh elektra en M3 gas. De relatie is  overduidelijk.  Bruikbaar als een van de kaders voor het definiëren van  doelgroepen.28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 11
  • 12. We kunnen de relatie  tussen energieverbruik  relatie elektriciteit en gasverbruik versus waarde van de woning en de waardeklasse van  een gebouw ook op een  andere manier  visualiseren.  In de linker grafiek staat  In de linker grafiek staat 35 op de X‐as het  30 elektriciteitsverbruik, op  de  Y‐as het gasverbruik  25 en de hoogte (Z‐as) geeft  de waarde van het  de waarde van het W AARDEKLASSE 20 gebouw weer.  15 10 Natuurlijk moeten we  5 ook nog rekening  0 houden met het aantal  12 10 00 0 huizen  in een bepaalde  00 00 0 klasse.  Waarschijnlijk is  70 80 00 00 60 00 60 dan het ‘gele gebied’ in  50 00 09 00 20 40 40 tot 00 de linkergrafiek een  de linkergrafiek een it 00 > 30 it e aa 30 ric lg 20 00 t as 00 interessante doelgroep  ek 20 < 29 el 20 00 09 0 al 10 ta (voldoende aantal  to 0 -20 00 < 24 0 00 huishouden en het  -1 < 19 < 14 besparingspotentieel) < 9 < 428‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 12
  • 13. Er is eveneens een  relatie tussen  welstandsklasse en  l d kl ouderdom van de  woning. 50% van de  gezinnen met een  gezinnen met een hogere  welstandsklasse  wonen in een woning  ouder dan 1940. Rond  d d 1940 R d de 45% van de  mensen met een laag  of minimum  welstandsklasse  woont in een huis  gebouwd in de  periode 1950‐1970.  i d 1950 1970 Een vergelijkbare  relatie is aanwezig bij  g j opleidingsniveau.28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 13
  • 14. De aanwezigheid van  tuinen heeft een  directe relatie met het  di l i h energieverbruik van  de woning. Dit is  aannemelijk omdat er  aannemelijk omdat er een direct verband  bestaat tussen tuinen  en woningtype. En  dus is er een direct  d i di verband tussen de  aanwezigheid van  tuinen, de inhouw van  , de woning en  bouwjaar. Interessant zijn de  I t t ij d buurten waar meer  dan de helft een  kleine tuin heeft.   Daarvan zijn er binnen  deze gemeente veel  van en ze hebben ook  een relatief grote  l ti f t bijdrage aan de CO228‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 14
  • 15. De gezinslevenscyclus  geeft informatie over  de samenstelling van  d lli een huishouden wat  betreft personen.  Het  is aannemelijk dat het  is aannemelijk dat het aantal personen en de  leeftijdsopbouw van  directe invloed zijn op  bijvoorbeeld het  bij b ld h apparaatbezit, de  gebruiksfrequentie en  het energieverbruik. g Er is een correlatie  van 0,98 tussen het  aantal personen in  t l i een huishouden en de  CO2 productie (lees  energieverbruik).  g ) Geen ‘breaking news’.  Wel een bruikbaar  puzzle‐stukje.28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 15
  • 16. Gasverbruik++ 13.468 huishoudens (25%) 8.995 huishoudens (17%) Totaal Kg CO 66.668.547 (30%) Totaal Kg CO2 66 668 547 (30%) Totaal Kg CO 53.780.013  (24%) Totaal Kg CO2 53 780 013 (24%) Totaal kW elektra 32.254.738  Totaal kW elektra 36.907.625  Totaal M3 gas 26.763.063  Totaal M3 gas 17.980.064 3 4 Elektriciteitsverbruik++ 1 2 8.642 huishoudens (16%) ( ) 20.047 huishoudens (37%) 20 047 h i h d (37%) Totaal Kg CO2 36.886.079 (16%) Totaal Kg CO2 62.565.812  (28%) Totaal kW elektra 34.503.415  Totaal kW elektra 43.428.398  Totaal M3 gas 9.285.991 Totaal M3 gas 20 754 526 Totaal M gas 20.754.526 Verdeling van consumenten/huishoudens over de vier energie‐segmenten bij gemeente X in 2009:  Elektriciteitsverbruik versus gasverbruik. (2.696 huishoudens kunnen niet worden ingedeeld.) 17% van alle huishouden in deze gemeente zitten in segment 4, d.w.z. verhoudingsgewijs een hoog gas en elektriciteitsverbruik. Deze groep is goed voor 24% van de CO2
  • 17. uik++ Sociale gelovigen 12% Stoere muziekfanaten 13% Gasverbru Groene hobbyisten 10% Gulle donateurs 6% Startende gezinnen 7% Financieel beperkten 6% Regionale risicomijders g j 7% Groene hobbyisten 5% Sportieve luxezoekers  7% Modieuze twintigers 6% I i i Intensieve internetters 5% 3 4 Elektriciteitsverbruik++ 1 2 Gezonde genieters 8% Fanatieke sportliefhebbers 16% Culturele intellectuelen 7% Chattende pubergezinnen  10% Nieuwsgierige amusementszoekers 7% Intensieve internetters 6% Wat is het profiel van  particuliere huishoudens in relatie tot het energieverbruik? En hoe ziet het profiel eruit in combinatie met de energiematrix.  Dan zien we opeens dat de ‘stoere muziekfanaten in segment 4 sterk opkomen. En een overduidelijke  oververtegenwoordiging van de ‘fanatieke sportliefhebbers ’in segment 2. 201128‐1‐2011 Michiel van Mens, januai 17
  • 18. De Prijsbewuste consumenten  letten goed op de prijs van de  l d d d producten waaraan ze hun geld  besteden. Levensmiddelen kopen ze  dan ook bij Lidl en Aldi. Kleding  kopen ze bij Zeeman, Wibra, Hans  p j Textiel en C&A. Voor de inrichting  van hun woning gaan ze naar  Kwantum en Leen Bakker. Ook  maken ze zelf regelmatig kleding en  doen ze aan handwerken Ze lezen doen ze aan handwerken. Ze lezen  roddelbladen en kijken naar soaps  en kinderprogramma’s.28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 18
  • 19. Relatief belang Kg CO2 GROENE HOBBYISTEN % 16% PRIJSBEWUSTE CONSUMENTEN 7% FINANCIEEL BEPERKTEN 7% WELGESTELDE BELEGGERS 7% GULLE DONATEURS GULLE DONATEURS 6% SPORTIEVE LUXEZOEKERS 6% GEZONDE GENIETERS 6% De Groene hobbyisten weten zichzelf goed te  vermaken. Ze hebben erg veel hobby’s, waaronder  FANATIEKE SPORTLIEFHEBBERS 4% tuinieren, bloemen en planten, doe‐het‐zelven,  REGIONALE RISICOMIJDERS REGIONALE RISICOMIJDERS 4% fotograferen, kokkerellen, handwerken en  SOCIALE GELOVIGEN 4% schilderen. Ook zijn ze veel buitenshuis, bij voorkeur  REISLUSTIGE FAMILIES 3% in de natuur. Zo maken ze veel uitstapjes in eigen  EXCLUSIEVE SHOPPERS 3% land, en gaan ze regelmatig fietsen of wandelen.  Daarnaast gaan ze naar musea,  Daarnaast gaan ze naar musea, CULTURELE INTELLECTUELEN 2% theatervoorstellingen en restaurants. De Groene  INTENSIEVE INTERNETTERS 1% hobbyisten lezen veel woon‐ en hobbybladen en NIEUWSGIERIGE AMUSEMENTSZOEK 1% besteden veel geld bij warenhuizen, bouwmarkten  HUISELIJKE SENIOREN 1% en tuincentra. CHATTENDE PUBERGEZINNEN 0% STOERE MUZIEKFANATEN 0% MODIEUZE TWINTIGERS 0% STARTENDE GEZINNEN ‐1% Wat zijn de relevante klantprofielen bij het verklaren van totaal CO2 particuliere huishouden in de  gemeente X.  De ‘Groene Hobbyist’ is een klantprofiel met een duidelijke energie signatuur. 28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 19
  • 20. elektriciteit gas GROENE HOBBYISTEN GROENE HOBBYISTEN 4% 18% FINANCIEEL BEPERKTEN 3% 6% FANATIEKE SPORTLIEFHEBBERS 3% 3% REGIONALE RISICOMIJDERS 3% 3% SPORTIEVE LUXEZOEKERS 3% 6% REISLUSTIGE FAMILIES 2% 3% WELGESTELDE BELEGGERS 2% 7% GEZONDE GENIETERS 2% 5% PRIJSBEWUSTE CONSUMENTEN 2% De Sportieve luxezoekers zijn buitengewoon  8% sportief. Ze doen aan wintersport, zeilen, golf,  INTENSIEVE INTERNETTERS 1% 1% hockey en tennis, maar houden ook hun conditie  GULLE DONATEURS 1% 7% op peil in de sportschool of door te gaan joggen.  EXCLUSIEVE SHOPPERS EXCLUSIEVE SHOPPERS 0% Daarnaast leggen ze zichzelf graag in de watten:  D3% tl i h lf i d tt SOCIALE GELOVIGEN ‐1% ze bezoeken vaak een sauna, kopen kleding bij  5% exclusieve zaken en gaan vaak op vakantie. De  HUISELIJKE SENIOREN ‐1% 1% Sportieve luxezoekers hebben veel luxegoederen  CHATTENDE PUBERGEZINNEN ‐1% 0% en rijden een dure auto, bij voorkeur van BMW,  MODIEUZE TWINTIGERS ‐1% 0% Audi of Volvo.  STARTENDE GEZINNEN ‐1% ‐1% CULTURELE INTELLECTUELEN ‐1% 3%NIEUWSGIERIGE AMUSEMENTSZOEKNIEUWSGIERIGE AMUSEMENTSZOEK 1% ‐1% 2% STOERE MUZIEKFANATEN ‐1% 1% De mate waarin profielen van huishouden een relatie hebben met het elektriciteit en gasverbruik.  De ‘groene hobbyist’ heeft een du de j e e at e et e e g eco su pt e e Stoe e u e a ate ee t a s u s oud p o e et o au e j s ee e ba d et duidelijke relatie met energieconsumptie. De ‘Stoere muziekfanaten’ heeft als huishoud profiel niet of nauwelijks een verband met  de  energieconsumptie.  28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 20
  • 21. Het energieverbruik (elektra, gas, CO2) kunnen we ook geografisch visualiseren op verschillende aggregatie niveaus (6 positiep , p p , p p ) g gpostcode, 5 positie postcode, 4 positiepostcode). De kleur van een gebied geeft informatie over de mate van verbruik.  In veel gevallen zijn deze analyses nog te gedetailleerd.  28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 21
  • 22. Het visualiseren van  de CO2 op vier positie  postcode (2011) is  postcode (2011) is alleen maar logisch  voor de  postbezorging. De  begrenzing van een 4  begrenzing van een 4 positie postcode  gebied zegt niets over  de mensen die daar  binnen wonen. binnen wonen Een stad is een  optelsom van  buurten, elk met haar  buurten elk met haar eigen karakteristieke  kenmerken zoals  bevolkingsopbouw,  bouwstijlen,  periode  bouwstijlen periode dat die buurten zijn  gebouwd.  We zullen dus op zoek  We zullen dus op zoek moeten gaan naar  mensen in de buurt.  Maar laten we  beginnen met de  beginnen met de buurten zelf28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 22
  • 23. In plaats van geografische kaarten kunnen we ook gebruik maken van een matrix.  Op die manier kunnen we CBS buurten met elkaar vergelijken. De grootte van  de bol zegt iets over de totale CO2 uitstoot van die  CBS b t t lk lijk D tt d b l ti t d t t l CO2 it t t dibuurt.28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 23
  • 24. Hebben doelgroepen een gezicht? • 2 voorbeelden Deze prijsbewuste consument  woont in een appartement in buurt  • Deze Reislustige familie met  gemiddeld tussen de 2 en 2,5  ,g p X, gebouwd in de periode 1960‐ p personen wonen in een geschakelde  g 1970 met een gemiddelde inhoud  woning met een gem. inhoud van  van 283M3.  De gemiddelde  324 M3, gebouwd in de periode  gezinsgrootte is tussen de 1,5 en 2  1920‐1930 in buurt Y. Het zijn  personen en  zijn doorgaans  vooral gezinnen met alleen jonge  middelbare, alleenstaande mensen.  g kinderen en meer dan gemiddeld  De woningen hebben een waarde  tweeverdiener.  tussen de 175 en 200 honderd  • De woningen hebben een  duizend euro en de waarde van de  gemiddelde waarde tussen de 3 en  woning stijgt tussen de 0 en 5%.   4 ton.  Maar de woningen dalen in  Binnen deze groep is het aantal  waarde tussen de 0 en 5%. verhuizers praktisch nul als ook het  • Ze besteden per week meer dan 125  aantal tweeverdieners. euro aan boodschappen. Maar zijn • Binnen deze groep huishoudens zijn  ook meer dan gemiddelde  zeer veel mensen switchgevoelig  switchgevoelig voor  voor hun ziektekostenverzekering,  ziektekostenverzekeringen. Tevens  ziektekostenverzekeringen. Tevens we zien extreem veel mensen die  zien we een grote groep spaarders  geld lenen,  ze sparen niet, kopen  maar ook leners. Tussen de 1% en  niet of nauwelijks bij een  10% van de mensen verhuisd uit dit  postorderbedrijf en besteden  postcodegebied minder dan 125 euro per week aan  • In deze buurt wonen weinig mensen   In deze buurt wonen weinig mensen dagelijkse boodschappen. met een  2e hands auto’s • In  deze doelgroep heeft praktische  iedereen een 2e hands auto die  doorgaans al wat ouder is.En wie interesseer je gemakkelijker voor energie besparingsmogelijkheden in huis. Voor mijn part een slimme meter. Of zonnepanelen? Of  dubbelglas?28‐1‐2011 Michiel van Mens, januari 2011 24
  • 25. Deze (en andere analyses)laten zien dat de combinatie vanhuishoudprofiel, type woning,leeftijd van de woning als ookgezinslevenscyclus,de buurtwaar men woont (en nog vele ( gandere socio-demografischevariabelen) een sterkesamenhangen hebben met hetenergieverbruik. gOp basis daarvan kunnen wedoelgroepen samenstellen meteen voldoende omvang en gbesparingspotentieel.Aanvullend marktonderzoekggeeft inzicht in de mate vaninteresse in energiebesparingen welke instrumenten moetenworden ingezet om dezedoelgroepen te bereiken.Op die manier kunnen weverschillende energiebesparingsprogramma’sopzetten voor verschillende QUATTUOR ENERGETICAdoelgroepen.28‐1‐2011 25