Pathologische Baring  Hpk8sb
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
No Downloads

Views

Total Views
5,000
On Slideshare
4,984
From Embeds
16
Number of Embeds
2

Actions

Shares
Downloads
32
Comments
0
Likes
2

Embeds 16

http://www.slideshare.net 14
http://www.slideee.com 2

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Pathologische zwangerschap
  • 2. Problemen tijdens de zwangerschap
    • Buikpijn
    • Bedrukte venen syndroom
    • Bloedingen
    • Hoge bloeddruk
  • 3. Buikpijn Problemen niet eigen aan de zwangerschap - appendicitis /nierproblemen - Pelvic Inflammatory Disease = Infecties aan de vrouwelijke voortplantingsorganen Problemen eigen aan de zwangerschap - < 6 maanden zwanger ° miskraam ° EUG - > 6 maanden zwanger ° solutio ° (premature) contracties
  • 4. Bedrukte venen syndroom
  • 5. Bedrukte venen syndroom Vena cava (inferior) syndroom
        • Zweten
        • Bleek
        • Bewustzijnsverlies
    • Lage bloeddruk
    • Bradycardie bij de foetus
    SYMPTOMEN
  • 6. Bedrukte venen syndroom BEHANDELING
    • Linker zijligging waarom:
      • Meer ruimte voor de onderste holle ader
    • Eventueel halfzittend
    • Zuurstof
  • 7. Bloedingen
    • Eerste en tweede trimester  miskraam ( 10-15 % zws)  buiten baarmoederlijke zws(1% zws)
    • Derde trimester  solutio placentae  placenta praevia
  • 8. Bloedingen
    • MISKRAAM
    • Symptomen
      • helderrood tot bruin verlies
      • Krampende rug- of buikpijn
      • soms pijnloos
  • 9. Bloedingen
    • MISKRAAM
    • Behandeling
      • controle vitale functies
      • shockpreventie
      • tact
  • 10. Bloedingen
    • BUITEN BAARMOEDERLIJKE ZWS
    SYMPTOMEN
    • Shock
    • Acute buik
    • Pijn : buik – onderrug - bovenbenen
    • Schouderpijn
  • 11. Bloedingen
    • BUITEN BAARMOEDERLIJKE ZWS
    BEHANDELING
    • Behandeling shock
    • Behandeling Acute buik
  • 12. Bloedingen
    • PLACENTA PRAEVIA
  • 13. Bloedingen
    • PLACENTA PRAEVIA
    SYMPTOMEN
    • pijnloos vaginaal bloedverlies
    • liggingsafwijkingen van het kind
    • baarmoeder niet gecontraheerd
    • zichtbare bloedverlies
  • 14. Bloedingen
    • PLACENTA PRAEVIA
    Behandeling
    • Bedrust (evt in acute situatie linker zijligging)
    • Vitale functies, infuus evt. zuurstof
    • Sectio caesarea =keizersnede
  • 15. Bloedingen
    • SOLUTIO PLACENTAE
    SYMPTOMEN
    • Acute hevige pijn
    • uterus “en bois” ( harde pijnlijke baarmoeder die niet meer ontspant)
    • soms vaginaal bloedverlies
    • soms hevige contracties
    • soms veel onzichtbaar bloed in uterus
  • 16. Bloedingen
    • SOLUTIO PLACENTAE
    Behandeling
    • Linker zijligging
    • Stabilisering
    • Spoed sectio caesarea
  • 17. Hyperemesis gravidarum
    • Overmatige misselijkheid en/ of braken
    • tijdens de zwangerschap.
  • 18. Hyperemesis gravidarum
    • Oorzaak:
    • Hormoon huishouding met name HCG
    • Psychosociaal; Stress coping (?)
  • 19. Hyperemesis gravidarum
    • Verschijnselen:
    • Braken
    • Uitdroging (dehydratie)
    • Ketonuri (door verbranding van (vet)zuren)
    • Electrolyten stoornissen: verlies Na / K door braken
    • Vitamine tekorten; C B
  • 20. Hyperemesis gravidarum
    • Gelukkig is het meestal zo dat de groei en
    • ontwikkeling van de foetus niet in gevaar
    • komt.
  • 21. Hyperemesis gravidarum
    • Therapie:
    • Rustige kamer (eenpersoons)
    • Rehydratie
    • Corrigeren van elektrolyten en vitaminedeficiënties
    • Corrigeren van de voedingstoestand
    • Psychosociale begeleiding
    • “ Tender love and care”
  • 22. Hypertensieve aandoeningen
    • Er is sprake van zwangerschapshypertensie als bij een vrouw in de tweede helft (na 20 weken) van de zwangerschap een hoge bloeddruk optreedt.
    • Vanaf een bloeddruk van 90-95 (onderdruk) kan er een kans bestaan op complicaties.
  • 23. Zwangerschapshypertensie
    • Oorzaken:
      • Bij een aantal ziekten is de kans op zwangerschapshypertensie verhoogd: BV: diabetes mellitus, vaat- en nierziekten
      • bestaande hoge bloeddruk.
      • Ook bij een meerlingzwangerschap is de kans op zwangerschapshypertensie groter dan normaal.
      • Erfelijke factoren een rol
      • Onbekend
  • 24. Soorten:
    • Zwangerschapshypertensie
    • Pre-eclampsie
    • HELLP- syndroom
    • Eclampsie
  • 25. Zwangerschapshypertensie
    • Opname meestal niet nodig
    • Rust
    • Controle; RR CTG en bloedcontrole
    • Na arm dieet?
    • Medicatie
  • 26. Pre-eclampsie
    • Wanneer er naast de hoge bloeddruk ook een abnormale hoeveelheid eiwit in de urine aanwezig is, spreekt men niet meer van zwangerschapshypertensie maar van pre-eclampsie.
    • Wordt ook nog wel eens zwangerschapsvergiftiging genoemd.
  • 27. Pre-eclampsie 2. Pre-eclampsie  oedemen  hypertensie  protëinurie +
    • Hoofdpijn
    • misselijkheid
    • buikpijn
    • Visusklachten
    • Tintelingen in vingers
    • Bandpijn
  • 28. Pre-eclampsie; Gevolgen moeder
      • Convulsies
      • CVA
      • Nierfalen
      • Leverfalen
      • Afname bloedtoevoer placenta
        • solutio placenta
      • Afwijkingen in de bloedstolling (HELLP)
      • Gecompliceerde partus
        • inleiden
        • sectio
  • 29. Pre-eclampsie; Gevolgen kind
    • Tijdens zwangerschap
    • Foetale groeiachterstand
    • Hersenbeschadiging
    • Prematuriteit (vroeggeboorte)
    • Tijdens bevalling
    • Zuurstof tekort
    • Inleiden/Keizersnede
    • Sterfte
  • 30. Pre-eclampsie; Gevolgen kind
    • Na bevalling
    • Laag geboortegewicht
    • Blijvende groeiachterstand
    • Verhoogde kans aandoeningen/ziektes
      • infecties
      • lichamelijke en geestelijke handicaps
  • 31. Pre-eclampsie Therapie
    • Opname
    • Bedrust
    • RR CTG Lab.
    • Beeindiging van de zwangerschap
    • Medicatie tegen:
      • Hypertensie
      • Convulsies
  • 32. HELLP syndroom
    • Het HELLP- syndroom is een ernstigere
    • vorm van preëclampsie.
    • HELLP staat voor:
    • H emolyse( afbraak van de rode bloedcellen),
    • E levated L iver enzymes( verhoogde leverenzymen) en
    • L ow P latelets( een laag aantal bloedplaatjes)
  • 33. Therapie HELLP syndroom
    • Opname
    • Bedrust
    • RR CTG Lab.
    • Beëindigen van de zwangerschap
    • Medicatie tegen:
      • Hypertensie
      • Convulsies
  • 34. eclampsie
    • Ernstigste complicatie.
    • Insulten bij patiënt met pre-eclampsie.
    • Maternale sterfte is 10% Foetale sterfte is 40 – 60%
    • Insulten kunnen zich voor, tijdens en kort na de geboorte voordoen.
    • Na het insult vaak comateus.
    • Behandeling: bloeddruk omlaag brengen, luchtweg vrij houden, kind eruit.
  • 35. Pathalogische baring
  • 36. Inleiden van de bevalling
    • Bij een inleiding brengt men de bevalling kunstmatig op gang.
    • Een inleiding vindt altijd plaats in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van een gynaecoloog.
  • 37. Waarom wordt een bevalling ingeleid?
    • Als het om medische redenen voor het kind en/ of de moeder beter om de zwangerschap niet te continueren.
      • Serotieniteit > 42 weken
      • Langdurig gebroken vliezen
      • Hoge bloeddruk
      • Groeiachterstand
      • DM
  • 38. Verder:
    • Na het starten van de inleiding is het verloop in principe hetzelfde als bij een 'normale' bevalling.
        • Ontsluitingsperiode; begin baring tot volledige ontsluiting (VO)
        • Uitdrijvingsperiode; VO tot geboorte van de baby.
        • Geboren worden van de placenta en de vliezen
        • De eerste 2 uur na de bevalling (post partum)
  • 39. Kunstverlossing
  • 40. Kunstverlossing
    • Actief ingrijpen om de bevalling sneller te beëindigen:
      • Episiotomie (knip)
      • Vacuumextractie
      • Forceps (tangverlossing)
      • Sectio caesarea
  • 41. Aantal redenen voor een sectio
    • Foetale stress/ foetale nood
    • Solutio placentae
    • Placenta pravia
    • Foetus te groot voor het baringskanaal
    • Kans op besmetting via baringskanaal (HIV)
    • stuitligging van de baby, of een andere ongunstige ligging die bij natuurlijke geboorte een verhoogd risico meebrengt of deze onmogelijk maakt.
    • Niet vorderende uitdrijving
    • Uitgezakte navelstreng
  • 42. keizersnede
    • De naam zou ontstaan zijn omdat Julius Caesar erdoor geboren zou zijn. Dit is vrijwel zeker niet waar, al was het maar omdat zijn moeder niet bij de geboorte is overleden.
    • Waarschijnlijker is dat de term afkomstig is van caesare , snijden in het Latijn.
  • 43. Afwijkende liggingen
    • Stuitligging
      • Volkomen
      • Onvolkomen
    • Aangezichtsligging
    • Dwarsligging
  • 44. Onvolkomen stuitligging: met de benen omhoog Door de druk in het baringskanaal zie je soms hematomen: Jongen; blauw scrotum en bil, meisje blauwe labia (soms ontveld) en bil.
  • 45. Volkomen stuitligging: met gebogen langs het lichaam Door de druk in het baringskanaal zie je soms hematomen: Jongen; blauw scrotum en bil, meisje blauwe labia (soms ontveld) en bil.
  • 46. Aangezichtsligging
    • Een kind in aangezichtsligging kan vaak gewoon, vaginaal geboren worden waarbij het gezicht als eerste wordt geboren.
    Door de druk in het baringskanaal zie je soms hematomen: Blauw gezichtsgelaat en opgezwollen lippen.
  • 47.  
  • 48. Dwarsligging Het kind kan in deze ligging niet vaginaal geboren worden.
  • 49. Kraambed Een paar problemen…
  • 50. Maternale problemen Problemen bij de moeder
  • 51. Rhesus D
    • Ongeveer 16% van de zwangeren is Rh -, indien de foetus Rh + is gaat de moeder antistoffen maken.
    • Als de moeder rhesusantistoffen heeft aangemaakt krijgt ze twee keer een injectie met anti-D gammaglobuline (tijdens de zwangerschap rond week 30 en binnen 48 uur na de bevalling.
  • 52. Rhesus D
  • 53. ruptuur
    • het ontstaan van een inscheuring door passage van het hoofd van kind door de vulva tijdens de geboorte. Rupturen kunnen ontstaan in:
    • kleine schaamlip
    • vaginawand
    • perineum.
    • verschillende graden:
    • 1e graads: alleen de huid/vagina wand;
    • 2e graads: idem als 1e graads met onderhuidsweefsel en spier;
    • 3e graads: inscheuring van rectumkringspier met eventueel rectumslijmvlies.
  • 54. Fluxus = Haemorrhagia postpartum HPP
    • Fluxus is een nabloeding > 1 liter.
      • Normaal bloedverlies niet meer dan ½ liter.
    • Oorzaken:
      • Achterblijven van (stuk) placenta
      • Atonie van de uterus; wondbed wordt niet dichtgedrukt
  • 55. Therapie
    • Bloeding stoppen:
        • Manueel placenta(rest) verwijderen.
        • Atonie uterus bestrijden; massage, borstvoeding, koude kompressen urineren
        • Ballontamponade
        • Medicatie
    • Shock bestrijden;
        • infusie
  • 56. Endomitritis post partum
    • Ontsteking van het slijmvlies (endometrium) van de baarmoeder.
      • De belangrijkste symptomen worden
      • waargenomen van de derde tot de vijfde dag na
      • de bevalling: - koorts; - hoofdpijn; - riekende lochia (vloed).
  • 57. Therapie
    • Antibiotica
    • Bij placentarest; medicatie, deze zorgen voor uteruscontracties.
    • Goede hygiëne, schoon kraamverband extra perineumspoelingen enz.
  • 58. Mastitis
    • Mastitis is een ontsteking van de borst, meestal veroorzaakt door een infectie.  Bacteriën raken vaak via tepelkloven in de melkgangetjes en kunnen zo aanleiding geven tot  mastitis.
  • 59. Enkele oorzaken
    • Onregelmatig en onfrequent borstvoedingspatroon en te korte duur van de borstvoeding.
    • Voedingen overslaan. 
    • Slechte aanlegtechniek waardoor onefficiënte verwijdering van melk
    • Beschadiging van de tepel. 
    • spruw
    • Teveel aan melk.
    • Druk op de borst (spannende BH, veiligheidsgordel).
    • Mastitis in voorgeschiedenis.
  • 60. Symptomen
    • Pijnlijke, warme, harde en gezwollen driehoekige zone thv de borst
    • Soms zwelling van de borst met:
    • Algehele malaise en ziek gevoel
    • Koorts (38.5° C of  meer)
    • Pijn of branderig gevoel tijdens het geven van borstvoeding.
  • 61. therapie
    •   Effectieve verwijdering van de melk.
    •   Het extra afkolven van de borst na de voeding.
    • Medicatie; antibiotica en pijnstilling
    • Hygiene
    • Warmte toediening
  • 62. Psychische problemen post partum
    • Post partum depressie
    • Kraambed psychose
  • 63. Problemen bij het kind pasgeborene
  • 64. Geboorteletsel
    • Door de krachten die tijdens de
    • uitdrijvingsperiode op het kind inwerken, met
    • name bij kustverlossingen
    • hematoom
    • Schouder luxatie
    • Sleutelbeen #
    • Zenuwletsel
  • 65. Infecties
    • Navelstrengstomp
    • Spruw (schimmelinfectie)
    • Infecties opgelopen tijdens de uitdrijving
  • 66. Hyperbilirubinemie
    • Hyperbilirubinemie is een aandoening die wordt gekenmerkt door een toename van bilirubine in het bloed, die kan resulteren in icterus.
    • Bilirubine, een afbraakproduct van de rode bloedcel, wordt gewoonlijk uitgescheiden in de gal en faeces.
  • 67. Verschijnselen
    • Icterus
    • Diepe slaap = Lethargie
    • Sufheid
    • Hypotonie
    • Slecht drinken.
    • Daarna hypertonie; hypertonie bestaat uit overstrekken van de nek en van de romp
  • 68. Therapie
    • De behandeling bestaat uit het plaatsen van het kind op of onder een speciaal licht. Dit door middel van een fotoluxlamp of bilibedje.
    • Het licht bewerkt de bilirubine zodanig dat het met de urine en ontlasting uitgescheiden kan worden