Verbetersleutel sprong 2

  • 434 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
434
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. naam : .......................... datum : ........................ 2 huiswerk1. Vul de getallenassen aan. G 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 20 19 18 17 16 15 14 13 12 112. Kleur, duid aan en teken. - Trek een kring rond de elfde doos. - Kleur de dertiende doos blauw. - Zet een kruis over de negentiende doos. - Teken een ster op de zevende doos. - Kleur de vijftiende doos geel.3. het 20-veld. a. Welke getallen moeten op de plaats van de tekeningen staan? 5 10 17 20 = 2 = 6 = 13 = 18 b. Zet de getallen 5, 10, 20 en 17 op de juiste plaats in het 20-veld van oefening a.
  • 2. 4. Maak het schilderij juist af. mk bal hond wiel Teken: - tussen de auto en de fiets een wiel. - onder de auto een weg. - op de fiets een kindje. - rechts van de fiets een bal. - links van de auto een boom. - in de auto een man. - boven het kindje een wolk. - rechts van het kindje een hond. - boven de auto een vogel. - onder de wolk regendruppels.
  • 3. 5. Optellen tot 20. B a. Vul in. 10 + 7 = 17 17 + 3 = 20 10 + 5 = 15 11 + 7 = 18 6 + 10 = 16 5 + 14 = 19 8 + 2 = 10 10 + 10 = 20 b. Schrijf de optelling en het antwoord bij de verhaaltjes. Liese telt haar stiften. Zij telt er eerst 13. Dan vindt zij er nog 6. 13 + 6 = 19 Hoeveel stiften heeft Liese? Liese heeft 19 stiften. Noah heeft 15 boeken. Hij koopt er nog 3 bij. 15 + 3 = 18 Hoeveel boeken heeft Noah? Noah heeft 18 boeken.6. aftrekken tot 20. a. Welke bal hoort in welke zak ? Verbind ze met elkaar. 20 - 7 9-6 18 - 4 10 - 1 20 - 1 16 - 5 3 13 14 9 11 19 b. Vul in. 10 - 5 = 5 20 - 9 = 11 10 - 3 = 7 18 - 7 = 11 16 - 4 = 12 14 - 2 = 12 15 - 5 = 10 9-3=6
  • 4. c. Vul het rooster in. - 15 7 10 2 9 12 5 11 20 5 13 10 18 11 8 15 97. de tafel van 2.a. Vul in. 7 x 2 = 14 9 x 2 = 18 5 x 2 = 10 0x2=0 8 x 2 = 16 3x2=6 1x2=2 10 x 2 = 20b. Maak groepjes van 2 en vul in. 10 : 2 = 5 14 : 2 = 7 4 : 2 = 28. hoeveelheden vergelijken. mmra. Kleur of duid aan. Vergelijk met het voorwerp voor de lijn. - Zet een kring rond wat voller is. - Zet een kruis over wat minder vol is. - Kleur wat even vol is.b. Duid juist aan. - Zet een kruis door de lege fles. - Teken bolletjes in het volle glas. - Kleur de halfvolle beker. - Zet een kring rond de volle fles.