IC netwerk scholingsavond presentatie neuronen en axonen22apr14

498 views
255 views

Published on

IC netwerk scholingsavond presentatie neuronen en axonen22apr14

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
498
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
4
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Axonen kunnen 1 meter lang zijn en 25 micrometer qua dikte. ( duizendste deel van een millimeter)
  • Biedt isolatie: prikkel gaat sneller maar ook prikkel gaat niet per ongeluk naar verkeerde cel!
  • Concentratie verschil binnen en buiten de cel zorgen voor ontlading van de cel wat een prikkel genereert. Na kanalen laten Na de cel in. Kalium kanalen laten K de cel uit
  • Knoop van Ranvier verhoogt snelheid van prikkeloverdracht.en nauwkeurigheid.
  • Dopa/nor en adrenaline komen voor als hormoon en als neurotransmitter. Serotonine is alleen neurotransmitter.GABA werkt inhiberend, je wordt rustig. Acethylcholine is neurotransmitter die vooral overdracht zenwu/spier beinvloed. Problemen met acethylcholine veroorzaken dus myastenia gravis.
  • IC netwerk scholingsavond presentatie neuronen en axonen22apr14

    1. 1. Neuronen en AxonenNeuronen en Axonen Cindy van SchieCindy van Schie IC verpleegkundigeIC verpleegkundige Neural practitionerNeural practitioner
    2. 2. Hersen WeetjesHersen Weetjes  100 miljard neuronen100 miljard neuronen  20% zuurstof in bloed verbruikt20% zuurstof in bloed verbruikt  25% gluc in bloed verbruikt25% gluc in bloed verbruikt  1 hersencel verbonden met 25.000 anderen1 hersencel verbonden met 25.000 anderen  Je brein krimpt na je 30Je brein krimpt na je 30ee  Size doesn’t matter!Size doesn’t matter!
    3. 3. Brain is ElectricityBrain is Electricity
    4. 4. NeuronNeuron
    5. 5.  Axonen geleiden van cel afAxonen geleiden van cel af  Dendrieten meestal naar cel toeDendrieten meestal naar cel toe  Axonen zijn langer en dikkerAxonen zijn langer en dikker  1 axon uit neuron1 axon uit neuron  Meerder dendrieten naar neuronMeerder dendrieten naar neuron  Axon bedekt met myeline:Axon bedekt met myeline:
    6. 6. Wat is Myeline?Wat is Myeline?  Vetachtige stofVetachtige stof (lipiden en eiwitten)(lipiden en eiwitten)  Vormt MyelineVormt Myeline schedeschede  Biedt BeschermingBiedt Bescherming  IsolatieIsolatie
    7. 7. myelineschedemyelineschede  Cellen van SchwannCellen van Schwann in perifeerin perifeer zenuwstelstelzenuwstelstel  Oligodendrocyten inOligodendrocyten in CentraalCentraal Zenuwstelsel.Zenuwstelsel.
    8. 8. Myeline: Witte stofMyeline: Witte stof
    9. 9. Witte versus grijze stofWitte versus grijze stof Witte stof:Witte stof:  Axonen met myeline schedenAxonen met myeline scheden  Verbinden verschillende delen van hetVerbinden verschillende delen van het zenuwstelselzenuwstelsel  Informatie overdrachtInformatie overdracht Grijze Stof:Grijze Stof:  Cellichaam met dendrieten en korte axonenCellichaam met dendrieten en korte axonen  Informatie verwerkingInformatie verwerking
    10. 10. Axonen SnelwegAxonen Snelweg
    11. 11. http://www.youtube.com/watch?v=m8U4NMEMSZc&list=PL8801348703C003EE
    12. 12. GeleidingGeleiding  Prikkeling van zintuigPrikkeling van zintuig  Creëert elektrisch impuls ( actiepotentiaal)Creëert elektrisch impuls ( actiepotentiaal)  Impuls binnen op dendrietenImpuls binnen op dendrieten  Verwerkt in celkernVerwerkt in celkern  Impuls via axon naar eindpuntImpuls via axon naar eindpunt  Over naar spier/ander neuronOver naar spier/ander neuron
    13. 13. Actie potentiaalActie potentiaal
    14. 14. GeleidingGeleiding
    15. 15. EenrichtingsverkeerEenrichtingsverkeer  Prikkel verplaatst zichPrikkel verplaatst zich via axonvia axon  ““Verspringt “ viaVerspringt “ via knopen van Ranvierknopen van Ranvier  Aankomst synapsAankomst synaps
    16. 16. Axon uiteindeAxon uiteinde
    17. 17. SYNAPSSYNAPS
    18. 18. NeurotransmittersNeurotransmitters  Er zijn veel verschillendeEr zijn veel verschillende neurotransmittersneurotransmitters  Ze werken prikkelend of remmend opZe werken prikkelend of remmend op neuronenneuronen  Ieder neuron genereert maar 1 soortIeder neuron genereert maar 1 soort neurotransmitter.neurotransmitter.
    19. 19. Belangrijke neurotransmittersBelangrijke neurotransmitters  Glutamate ( prikkelend)Glutamate ( prikkelend)  GABA( remmend)GABA( remmend)  Dopamine ( Beloningssysteem)Dopamine ( Beloningssysteem)  Serotonine ( gedrag, slaap, stemming)Serotonine ( gedrag, slaap, stemming)  Acethylcholine ( vooral zenuw-spier)Acethylcholine ( vooral zenuw-spier)
    20. 20. Drugs en NeurotransmittersDrugs en Neurotransmitters Drugs hebben invloed op synapsen.Drugs hebben invloed op synapsen. Werken op verschillende plekken:Werken op verschillende plekken:  Stimuleren afgifte van neurotransmittersStimuleren afgifte van neurotransmitters  Blokkeren receptorenBlokkeren receptoren  Voorkomen heropname van NTVoorkomen heropname van NT
    21. 21. CocaineCocaine  Cocaïne zorgt voor overproductie van (vooral)Cocaïne zorgt voor overproductie van (vooral) dopamine wat beloningssysteem beïnvloed. Ditdopamine wat beloningssysteem beïnvloed. Dit maakt je eufoor.maakt je eufoor.  Bij langdurig gebruik sterven dopa axonen af.Bij langdurig gebruik sterven dopa axonen af.
    22. 22. BenzodiazepinenBenzodiazepinen  BenzodiazepineBenzodiazepine versterkt werking vanversterkt werking van GABA wat rust enGABA wat rust en slaap bevorderd.slaap bevorderd.
    23. 23. Sarin GasSarin Gas  Acetylcholine zet aan tot spier contractieAcetylcholine zet aan tot spier contractie  Sarin gas verhinderd heropname vanSarin gas verhinderd heropname van acetylcholine met gevolg dat spieren nietacetylcholine met gevolg dat spieren niet ontspannen. Slachtoffer stikt.ontspannen. Slachtoffer stikt.
    24. 24. Aandoeningen van AxonenAandoeningen van Axonen  Diffuse Axonal InjuryDiffuse Axonal Injury  Multiple SclerosisMultiple Sclerosis  Guillian BarreGuillian Barre  Centraal Pontiene MyelinolyseCentraal Pontiene Myelinolyse
    25. 25. DAIDAI
    26. 26. CT scan DAICT scan DAI
    27. 27. MSMS
    28. 28. MS plaques op MRIMS plaques op MRI
    29. 29. Guillian BarreGuillian Barre  Demyelinisatie van perifere zenuwenDemyelinisatie van perifere zenuwen  Niet in hersenen of ruggemergNiet in hersenen of ruggemerg  Meestal reversibelMeestal reversibel
    30. 30. Centraal pontiene myelinolyseCentraal pontiene myelinolyse  Myeline schede van hersenzenuwen in deMyeline schede van hersenzenuwen in de hersenstam gaan kapothersenstam gaan kapot  Veroorzaakt door snelle correctie van Na.Veroorzaakt door snelle correctie van Na.
    31. 31. Axonal pathwaysAxonal pathways  Groepen neuronen die samenwerkenGroepen neuronen die samenwerken  Verbindingen tussen delen die samenVerbindingen tussen delen die samen werken om een activiteit uit te voerenwerken om een activiteit uit te voeren  Oefening baart kunstOefening baart kunst
    32. 32.  http://www.youtube.com/watch?http://www.youtube.com/watch? v=BEwg8TeipfQv=BEwg8TeipfQ
    33. 33.  Vragen over axonen en neuronen?Vragen over axonen en neuronen?

    ×