Your SlideShare is downloading. ×
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Een prognose en kritische reflectie over de toekomst van burgerschap aan de hand van de wereldgeschiedenis.

1,024

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,024
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  1. Een prognose en kritische reflectie overde toekomst van burgerschap aan dehand van de wereldgeschiedenis.MATTIAS DE VUYST Retable de labondance occidentale et du mercantilisme totalitaire (Jean Tinguely)
  2. 1.IntroductieNaar aanleiding van de gegeven presentatie omtrent de evolutie en perceptie van burgerschap las ikhet boek Limits of Citizenship van Yasmine Soysal [1]. Dit werd in perspectief geplaatst met auteursals Joppke [2,3] en Fahrmeir [4]. In deze paper wil ik een vervolg breiden aan de presentatie doorenkele kritische bedenkingen over de toekomst van burgerschap te stellen. Deze bedenkingen komenvoort uit thema’s aanleunend bij het werk van Dr. Frank Caestecker, Hoe de mens de wereld vormgaf.In geschiedenistermen is 1992 nog niet zo lang geleden. 1992 is het jaar dat Francis Fukuyama zijnbekendste boek The End of history and the Last Man publiceerde. Hierin verdedigt Fukuyama destelling dat het einde van de Koude Oorlog meteen ook het einde van de ideologische evolutie van demensheid zal blijken te zijn. De westerse liberale democratie is als overwinnaar uit de strijd gekomenen zal universeel gezien worden als ultieme vorm van regeren. Daarnaast probeert Fukuyama deverschillende vormen van kritiek te weerleggen die filosofen als Nietzsche, Marx en Rousseauhebben geuit op de liberale vrijmarktdemocratie.Echter zijn we in een periode in de menselijke wereldgeschiedenis aanbeland dat we onze westersedemocratie niet meer kunnen zien als ongetwijfeld superieur. De recente ontwikkelingen op hetwereldtoneel toonden dan ook dat we niet langer met verzekerd succes op imperialistische manierdeze waarden kunnen implementeren in andere samenlevingen die een andere culturele eneconomische traditie kennen.1 We zijn in een periode aangekomen dat met argusogen de rente opstaatspapier van westerse economieën wordt gevolgd. Tijden waarin Goldman Sachs betoogt dat degecombineerde economieën van de vier BRIC landen; Brazilië, Rusland, India en China, tegen 2050 degecombineerde economieën van de huidige rijkste landen van de wereld zou kunnen overtreffen.Deze vier landen samen beslaan momenteel meer dan een kwart van het landoppervlak van dewereld en meer dan 40% van de wereldbevolking. Ook deze landen zelf hebben reden om te gelovenin hun gouden jaren. Op 16 juni 2009 hielden de leiders van de BRIC landen hun BRICtop in Yekaterinburg, en legden een verklaring af waarin ze opriepen tot de oprichting van eenequitable, democratische- en multipolaire wereldorde. Sindsdien ontmoetten zij elkaar jaarlijks,waaronder in Brasília (2010) en Sanya (2011).In tijden waar het grootste exportproduct van de VS de dollar en Amerikaanse schuld is, welke gretigopgekocht wordt door de Volksrepubliek China, die op deze manier de koers van de yuan laag houdten haar export een concurrentieel voordeel weet te geven, kunnen we grote vragen stellen bij desynthese die Fukuyama ons dit jaar net twee decennia geleden aanreikte. In tegenstelling tot wateind 20ste eeuw gedacht kon worden, toen Deng Xiaoping China net van het label 3de wereld hadverlost, kunnen we aannemen dat de 21ste eeuw weldegelijk de eeuw van China zal worden.Kritische stemmen van binnenuit worden dan ook in de kiem gesmoord. Met reden vind de kritisch-filosofische roman de vette jaren binnen het Chinese wonder geen uitgeverij. Maar Chan Koochungdie dit boek recent schreef, wordt nu reeds in de Chinese intellectuele kringen als de George Orwellen Aldous Huxley van het moderne China gezien.1 Iraanse Revolutie (november 1968), Jasmijnrevolutie (december 2010) en hun gevolgen.
  3. Economische, militaire en politieke machtsverhoudingen zijn niet statisch, wanneer zij veranderenzullen ze een grote invloed nalaten, de toekomst vormgeven en tekenend zijn voor dewereldgeschiedenis. Wanneer we vandaag spreken over het Midden-Oosten, hebben we het dan ookover wat voor ons het nabije oosten is. De machtsverhoudingen zijn zelf tot in de taal doorgesijpeld.Zo zullen wij er moeten meeleven binnenkort gezien te worden als het verre Westen, wanneer deVerenigde Staten in het Oosten zullen komen te liggen, en het centrum van de wereld de IndischeOceaan zal zijn. Een verschuiving die reeds nu begonnen is.Op dat vlak zal Karl Marcx, Duits socioloog en econoom, gelijk krijgen als hij stelde dat de onderbouwde bovenbouw zal bepalen vanuit zijn economisch-deterministische visie. In dat opzicht zal de notievan burgerschap voor de komende generaties gekenmerkt worden door een confuciaanse invloed.En universele mensenrechten zullen staan en vallen bij hun naleving door China.Mondiaal inkomen per regio 2015.We merken op dat het Westen zijn leiderschapspositie die ze bezat sinds 1500 verliest. Dit ten gunstevan een betere en meer egalitaire verdeling per regio.2. The Rise of The West.Naarmate de veranderende machtsverhoudingen steeds meer realiteit worden, kunnen weparallellen zien in de opkomst van het Westen en die van China in de toekomst.Er zijn verschillende verklaringsmodellen voor handen over The Rise of The West, ze variëren vansociaal-darwinistische invalshoeken (A Farewell to Alms) tot eurocentrische invalshoeken zoals David
  4. Landes in zijn werk The Wealth and Poverty of Nations: Why Some Are So Rich and Some Are So Poor.Hierin kent de conclusie grote gelijkenissen met Adam Smith’s Wealth of Nations uit 1776. Deconclusie is een verheerlijking van de Europese cultuur. Geef mensen vrijheden, geef ze demogelijkheid terug te kunnen plooien op individueel niveau, en voorzie in geringe mate publiekevoorzieningen, en in 50 jaar kan Korea even welvarend zijn als Frankrijk. De boodschap aan deandere landen is meer dan tweehonderd jaar later nog steeds: Doe zoals wij, Europeanen, deden[5,6].Andere verklaringsmodellen zijn de reactie tegen de ondergeschikte positie in 1500 van het Europesecontinent. Doch moeten we opletten met deze verklaring, ze kan immers elke opkomst van een regioverklaren vanuit de interne druk tegen onderdrukking. Een andere verklaring legt The Rise of TheWest vooral uit aan de hand van de ontdekking van steenkool. Steenkool werd in eerste instantiegebruikt om de huizen van de Europese bevolking mee te verwarmen. In een later stadium werd erontdekt dat ook machines konden aangedreven worden. De weg naar het creëren vanhandelsoverschot werd hier mee geëffend. En dit in combinatie met een vrij ondernemerschap inhet stedelijke Europa vanaf de late middeleeuwen dat vernieuwing mogelijk maakte.Handelaars in China werden gezien als een stand zonder veel aanzien. Bovendien dienden dehandelaars die niet beschikten over individuele vrijheden en eigendomsrechten constant de Chineseroofstaat te vrezen. Het is dan ook met het meer vrijmaken van de markt, althans binnen eencommunistisch systeem, en het bestendigen van een soort handelskapitalisme dat Deng XiaopingChina een echte sprong voorwaarts bezorgen kon. Ook export is van belang, niet alleen zien we datvandaag China een groot exporteur is van elektromechanica, ook kent zij zelf, evenals Taiwan,innoverende technologieën waar buitenlandse markten een vraag voor hebben. Historisch heeftvooral het patentrecht een sterke bijdrage geleverd aan de stimulatie van innovatie, dit recht waslang ongekend in China waardoor de uitvinder minder incentives had om enerzijds iets innovatief teontwikkelen en anderzijds zelf in te staan voor de commercialisering van zijn product. In de WesterseWereld, met name in Engeland, kreeg de uitvinder de kans zijn uitvinding te commercialiseren.Daarom lag het succes van de uitvinder bij de markt, die zou beslissen of het een goede uitvindingwas of niet. 2Daarenboven diende Europa zijn onderdanen ook kapitaalkrachtig te maken, want anders zoudendeze emigreren. In China, welke een éénheidsrijk is, was lag dit niet voor de hand. China kendedaarentegen wel een langdurende vrede door haar beschermende geografische ligging. Dit was eenvoordeel, maar gaf anderzijds geen incentives om te investeren in militaire zaken, welke later danvoor burgerdoeleinden konden gebruikt worden. De uitvinding van het buskruit werd dan vooral inde praktijk gebruikt om vuurwerk te maken, terwijl de Europese Staten direct de militairemogelijkheden onderzochten.Jones haalde in navolging op Weber3 ook de opkomst van de ascetische levenswaarden aan die eengevolg waren van het Protestantisme. Daar bepaalde Europese Staten begonnen te geloven in depredestinatieleer, dit voor een spaarzaam aards leven, waar vooral belang aan kapitaal en2 The invention of inventions.3 Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus.
  5. kapitaalaccumulatie centraal stond. Dit werkte het handelskapitalisme in de hand. Jones zegt dat diteerder een samenloop was van toevallige zaken dan zaken die inherent met de Europese cultuurverbonden waren. Zo haalt hij aan dat Europese gezinnen zichzelf niet de perspectieven stelden bijhun ouders te blijven wonen. Daarentegen wachtten zij op het moment daadwerkelijk economischafhankelijk te kunnen zijn en iets te beginnen op hun eigen; welke een kapitalistische en ascetischelevenshouding in de hand werkte. Auteurs als Landes zagen dit meer als een Europeescultuurverschijnsel waar de Europeanen zich een arbeidsethos van hard werken eigen haddengemaakt. Bovendien zagen ze hun eigen cultuur ook superieur waardoor ze imperialistisch gerichtwaren. Dit in combinatie met de verdediging van de vrije markt en het privébezit, welke de burgerbescherming boot tegen de roofstaat [8,5]. Clark die in zijn theorie omtrent The Rise of The West Darwin en Malthus combineert heeft tevensook de verklaring waarom Afrikaanse landen het zo slecht doen. Door onze middenklassenwaardenvoorop te stellen probeerden we steeds meer kennis te verzamelen en wouden we vaker beter danonze peers zijn. Als uitwerking hielden deze waarden een daling van geweld in, een toename vanliteratuur en spaarzaamheid. Daardoor ook een interestdaling die aanzette tot innovatie. Armenworden verminderd, cultuur wordt belangrijker aldus Clarck. Maar wat liep er dan mis in Afrika? Doorde interventie in Afrika hebben zij de Malthusiaanse val niet beleefd. Dit zou in het voordeel van hetcontinent kunnen geweest zijn, en een stabiele bevolking tot gevolg gehad hebben. Tevens zou eensurvival of the fittest (lees: richest) gezorgd hebben voor een wegselectering van zwakkeren en nietproductieve “luie” krachten. Maar naar neoconservatief en sociaaldarwinistisch gedacht hebbenonze waarden niet alleen binnen onze grenzen een niet productieve onderklasse gecreëerd maar ookin het buitenland, de derde wereld met name [7].3. Hedendaagse Geopolitiek.Zoals in voorgaand hoofdstuk reeds aangetoond werd zijn er verschillende theorieën die kunnenaanhalen waarom culturen op momenten superieur kunnen worden op het wereldtoneel. Zoals in deintroductie reeds besproken is de toekomstige suprematie van China een realiteit die ons te wachtenstaat en waar het Westen zal moeten op anticiperen. Anderzijds mogen we het Chinese wonder ookniet overroepen om twee redenen: Ten eerste zal als gevolg van de éénkindspolitiek van China, Chinaop een punt dat ze haar gouden jaren kan consolideren te maken krijgen met een stevigeeconomische en demografische impact van haar éénkindpolitiek. In dat opzicht had eentweekindpolitiek vanuit demografisch oogpunt indertijd een betere politieke beslissing geweest, mijninziens. Anderzijds had het ook de wrede excessen van dit systeem kunnen voorkomen. Detoekomstige vergrijzing van China zal anderzijds ook geen catastrofale gevolgen hebben voor hetland dunkt me aangezien ze de mogelijkheid hebben een koopkrachtige generatie actieven teontwikkelen. Hierdoor kan China in tijden van een mondiale crisis misschien wel haar grootste troefooit uitspelen, nl. de interne vraag op haar eigen markt. Een tweede reden waarom we desuprematie van China niet mogen overschatten is omdat we in te veel moderne variabelen rekenen.In deze tijden, is het niet altijd een overbodige luxe om te kijken naar postmateriële4verwezenlijkingen wanneer we onze welvaartsnotie construeren. Zo zal propere lucht, en de baten4 Voor meer hier rond is het aan geraden het werk van Ronald Ingelhart te raadplegen. Ingelhart kan gezienworden als toonaangevend onderzoeker rond postmodernistische waarden. Inglehart, Ronald (2008) ChangingValues among Western Publics from 1970 to 2006.
  6. niet constant met mondmasker het huis te dienen verlaten ook als schaars goed kunnen gezienworden in de nabije toekomst.Maar wat ook gepaard gaat met economische macht, is het schrijven van de geschiedenis. Landenmet sterke economische macht, kunnen disproportionele claims leggen op de koers die de wereldmoet varen. Sinds 1991 is dit de Verenigde Staten. Een land dat niet alleen door haar economischemotieven imperialistische daden stelde, maar hierdoor ook cultuurimperialistische acties uitvoert.Verder vooral op het wereldtoneel ook gekend door haar lage terughoudendheid om militaireinterventies uit te voeren in functie haar politiek-economische belangen veilig te stellen.De vraag naar de toekomst toe, die niet zo ver af meer is, is dan ook wat China zal doen? Zullen departijleiders van China een verwestering van China doorvoeren of zullen ze de wereld eerderconfucianiseren?Het is deze vraag die belangrijk is wanneer we zullen nadenken over mensenrechten in de toekomst.We merken vooral op dat burgerschap en vooral mensenrechten westerse concepten zijn.4. Limits of Citizenship.Soysal claimt in dit werk dat er een verschuiving zou plaatsgevonden hebben van het conceptburgerschap: de criteria van burgerschap zouden niet meer gezocht worden in het verbonden zijnmet een bepaalde nationaliteit. Maar met eigenschappen aan het individu, die universeel zijn. Lees:mensenrechten. Rechten worden met andere woorden persoonlijk en individueel [1].Soysal trekt deze conclusies na het onderzoeken van West-Europese landen hun beleid ten aanzichtevan gastarbeiders. In de Westerse landen werd aanvankelijk gedacht dat wanneer de werkloosheidonder de bevolking zou stijgen gastarbeiders spontaan naar hun land van herkomst zoudenterugkeren. En dat men op relatief gemakkelijke manier gastarbeiders kon wegsturen en teruglokkenwanneer de economie er het meest nood aan had. Dit lukte echter niet.In al de grote geïndustrialiseerde landen was er noodzaak aan arbeid, overheden wisten dat ditslechts een tijdelijke nood was en daarom is er langs de kant van de overheid geen incentive geweestdeze gastarbeiders te verbinden met de nationale politiek. Ook vanuit de migrantenbevolking was ergeen vraag hieromtrent.Maar wat zien we nu? Gastarbeiders zijn permanent en in grote getallen aanwezig gebleven in hungastlanden. Ze zijn inherent verbonden met onze arbeidsmarkt, onderwijssysteem en de institutiesvan onze welvaartstaat. Sommigen wegen zelfs op het beleid door hun lidmaatschap vanvakbonden, en sommigen hebben stemrecht in lokale verkiezingen, ondanks ze niet de identiteit vanhet gastland bezitten.Dat zij participeren als sociale, politieke en economische actoren staat haaks op de logica van hetnationaal burgerschap, dat tot stand kwam na de Franse Revolutie. Burgerschap kan men definiërenals een gebonden populatie, met een specifieke set van rechten en plichten, die zich distantiëren vanandere groepen op basis van nationaliteit. Maar toch krijgen momenteel deze gastarbeiders die
  7. formeel en empirische vreemden zijn binnen de nationale collectiviteit bepaalde rechten enbeschermingen toegekend, van een staat waar zij geen lid van zijn.Hoe kan deze anomalie? Hoe kan de gaststaat een legitieme verantwoordelijkheidsclaim leggen opdeze mensen? Soysal merkt op dat dit niet altijd zo is geweest. Onder de vorige eeuwwisseling wasvooral het belang aan nationaal burgerschap belangrijk. Dit was verankerd in territoriale noties vaneen culturele gebondenheid. Migranten werden dan verwacht om gevormd te worden tot nationaleburgers. Dit terwijl de gastarbeider van vandaag vooral claims legt op zijn universeel burgerschap,burgerschap dat gebaseerd is op noties die niet vasthangen aan grondgebied maar aan personen.Soysal heet dit postnationaal burgerschap. Dit gaat de natie-staat te boven en is wereldwijdgeorganiseerd. Postnational Citizenship confers upon every person the right and duty of participationin the authority structures and public life of a polity regardless of their historical or cultural ties tothat community. Vb. Turkse gastarbeider moeten geen band met Berlijn hebben om daar de Duitseautoriteiten te kunnen aanspreken.4.1. Territorialiteit, soevereiniteit en mensenrechten binnen de natie.In de 20ste eeuw was het de territorialiteitsbeginsel en het soevereiniteitsbeginsel dat wetten enidentiteit samenbracht binnen het territorium van de natiestaat. Giddens heet dit: “the naturalpolitical condition of humankind”. Maar vandaag kunnen mensenrechten claims leggen op deidentiteit en de rechten en plichten van individuen buiten de nationale grenzen. Dus ergens is denatiestaat ingekrompen, maar ergens heeft deze nu ook meer verantwoordelijkheden gekregen. Ditis soms problematisch. Er is soms spanning tussen deze twee niveaus aangezien een natiestaat voorzijn soevereiniteit te kunnen vrijwaren grenscontroles moet houden, en anderzijds asielzoekers dieteruggestuurd worden een vergoeding moeten geven. Zo kan men de vraag stellen of België nogasielzoekers aan Griekenland mag uitleveren omdat men terechte vragen kan stellen over deomstandigheden waarin deze asielzoekers in Griekenland worden opgevangen. Er is dus nood aaneen universeel model van rechten en plichten van mensen dat verankerd wordt in nationalesoevereiniteit.De verzwakking van de natiestaten is volgens Soysal het verst gevorderd in West – Europa en daaromheeft ze in haar onderzoek vooral die landen onderzocht. Het is ook in de Westerse landen dat er eengrote verscheidenheid aan gastarbeiders is. Tijdelijk illegalen, permanente migranten, politiekvluchtelingen, blijvende illegalen, inwoners van de oude koloniën, migranten van binnen de EuropeseUnie,… deze verschillen allemaal naargelang hun residentie of het feit ze al dan niet mogen werken.Maar Soysal spreekt gemakkelijkheidshalve in haar boek over gastarbeiders, welke geheel dezegroepen omvat.De selectie landen die Soysal in haar onderzoek opneemt zijn Duitsland, Nederland , Groot-BrittanniëZweden, Zwitserland en Frankrijk. Dit omdat al deze landen gastarbeiders aangetrokken hebben, ditexpliciet of door spontane migratie. Ook hebben ze gelijke arbeidsmarkt condities en gaat het omvergevorderde industriële samenlevingen. Deze landen hebben ook politiek vluchtelingenaangetrokken en buiten Frankrijk en Groot-Brittanië hadden de andere landen allen de bedoeling degastarbeiders niet permanent op te nemen binnen hun grenzen.
  8. 4.2. International migration and the nation-state system.Gastarbeid in Europa kwam op gang na WOII, maar was niet nieuw voor Europa. Er was in hetverleden reeds sprake van Ierse gastarbeid in Engeland, Spanje en Frankrijk en Italiaanse gastarbeidin Zwitserland en Polen geweest. Na WOII was in het hoofd van de mensen het beeld omtrentgastarbeid hetzelfde als in de 19de eeuw. Maar wat verschilde was niet enkel de magnitude, maarvooral de definitie van de relatie, omdat na WOII het zich in natiestaten afspeelt. In hetwereldsysteem van vandaag speelt handel en economie zich vooral op transnationaal niveau af, maarpopulaties zijn wel nog steeds in meer of mindere mate gebonden aan natiestaten die deinstrumenten zijn van burgerschap en soevereiniteit.Dit heeft tot gevolg dat er een discrepantie is tussen kapitaalinvestering en arbeidsallocatie. Deresources verplaatsen zich. Maar kapitaal is gemakkelijker te verplaatsen dan mensen tussennatiestaten. Het beperken van migratie en de term internationale migranten is dus een uitvindingvan de natiestaten, want voordien bestond deze discrepantie niet. Deze is tot stand gekomen in eencontext van strikte grenzen en strakke soevereiniteitsregels.De eerste vormen van beperkingen aan arbeid doorheen de geschiedenis was het verbod op slavernijin natiestaten en het feodalisme dat mensen aan een bepaalde grond bond. Bij feodalisme door legalties . Maar oorlogen compenseerden de gebondenheid van de feodaliteit door de constante dreigingen uitvoering van oorlogen was er mobiliteit omdat telkens andere machten overheersten. Men kanzeggen dat tot en met de 14de eeuw een constante realiteit bleef voor vele burgers. Anderzijds zijn erook groepen die nooit last gehad hebben van migratiebeperkingen: zoals artiesten enwetenschappers. Want deze werden niet zelden door koningen of andere edellieden uitgenodigd.Ook religieuzen konden van kerk naar kerk gaan aangezien Christendom en Islam transnationaleinstituties waren.In de 19de eeuw werd er sprake van huurlingen: Constante realiteit waarbij soldaten sporadisch hunarbeid verkochten waar er vraag was. De tendens begon pas wat te eindigen in de 15de eeuw toen destaat als enige zijn soevereine macht wou laten gelden. Pas dan waren er eerste noties van nationaalburgerschap te bekennen. Staten wouden een directe band met het individu. Staten probeerdenmensen aan zich te binden en identiteiten te laten matchen met hun grenzen. Een ontaarding intalloze oorlogen waren de gevolgen. En dit zorgde vooral in de lagere strata voor mobiliteit. Mensengebonden aan land om op te werken, werden gedwongen de steden op te zoeken. Ook migratie naarAmerika, waar de staat nog niet ontwikkeld was, werd toen een optie om het geluk te zoeken.Door de opkomst van Europese naties werden de individuen van landheren en mensen met autoriteiten privileges bevrijd. Anderzijds creëerden deze natiestaten ook grenzen rond haar populatie. DeFranse Revolutie linkte de burger met de staat en de burgers werden vrijer door het onderwijs en dewelvaart die door de staat gecreëerd werd. Maar burgerschap zorgde ook voor de inperking vanvrijheid door deze onderdanen te binden aan culturele normen, fysische en ideologische grenzen,nationale talen, morele verplichtingen, … Dit hield migratie tegen.Maar als gevolg van de individuele rechten en vrijheden die ontstaan waren door dat burgerschapkwam er economische migratie op gang. Zo emigreerden 52 miljoen Europeanen rond eind 19deeeuw en begin 20ste eeuw. Van deze 52 miljoen gingen er ¾ naar Amerika, dat toen nog geennationale identiteit had.
  9. Na WOII werden de Westerse landen grootimporteurs van arbeid. Enkel was het vooral de staat diedominant optrad. Echt gaan rekruteren werd toen het beleid. De regels die vroeger van toepassingwaren werden losser. Enkel was het niet toegelaten om permanent te blijven of familie mee tebrengen. Het was hetzelfde principe dat gehanteerd ging worden als dat van huurlingenlegers.Tussen ‘50 en ’70 hebben België, Oostenrijk, Zwitserland, Zweden en Nederland allemaalgastarbeiders gekend. In Frankrijk en Duitsland zelf elk meer dan 2 miljoen van rond de MiddellandseZee incl. Spanje, Portugal, Yugoslavia, Marokko, Turkije en Griekenland. Frankrijk, GB en Nederlandkonden hun kolonies ook aanspreken; India, Pakistan, Caraïben, Algerije, Suriname en Indonesië.Personen uit de kolonies hadden normaal het recht om te blijven en hadden een geprivilegieerdestatus, maar werden toch behandeld als tijdelijke arbeidskrachten. Vooral na de onafhankelijkheidvan Algerije, Suriname en Pakistan werd die band geherdefinieerd, meer in termen van eenalgemene migratiepolitiek. De algemene opvatting wordt dat bij werkloosheid de bijgekomen krachten kunnen weggestuurdworden en dat ze gewoon gebruikt worden zoals vraag en aanbod het bepalen. De nieuwe krachtendienden zich dus niet in te mengen in cultuur en politiek. Het was pas later dat men kon constaterendat migranten eerder zelden terugkeerden. Hier wordt door Soysal geen verklaring voor gegeven, ditalhoewel de grote proportionaliteit vooral te verklaren valt door de lage terugkeergraad +familiehereniging + grote natuurlijke aangroei. Ook politieke vluchtelingen nemen een steeds grotereproportie in. In 1986 en 1990 was de gemiddelde groei van de immigranten in België 1.3% inOostenrijk 9.2%, 3.7% in Duitsland en 4.6% in Nederland. Repatriëringsmechanismen lukten niet enEuropese staten waren onsuccesvol om de migratiestromen die opgang gekomen waren tetemperen. Pas in de jaren ’80 krijgen de migranten plots een permanent karakter en dient men tebeseffen dat ze niet gaan terugkeren. De migranten die blijven vragen ook opvallend minder vaaknationalisatie aan.4.3. De rechten van het lidmaatschap en de status van de migranten.Hoe de migranten die geen legale burgerschapsstatus hebben geïncorporeerd worden in de rechtenen privileges die gepaard gaan met die burgerschapsstatus.Natiestaten kennen burgerrechten toe aan hun bevolking. Die exclusieve status van rechten aan hunbevolking hanteren ze door het expliciet invoeren van migrantenrechten. Dit doen ze door het rechtdat ze hebben migranten te kunnen weigeren op basis van; nationale veiligheid, nationalegezondheid of publieke orde. De Europese Unielidstaten kunnen we volgens Soysal in dat opzichtzien als geprivilegieerde partners. Voor een land binnen te kunnen komen ging vooral veel af van dearbeidsmarkt. Tegenwoordig is er veel meer afhankelijk van mensenrechten, zoals gezinsherenigingen familiehereniging om het territorium van een land te kunnen betreden.Rechten die aan migranten toegekend werden verliepen telkens volgens een gradueel proces. In dejaren ’70 bestond “vrijheid van vereniging, beroep, werkplaats, onderwijsplaats” niet voor migrantenin Duitsland, dit onder de Migrantenwetten. Ze hadden toegang tot de Duitse wetten metuitzondering van onder andere hierboven genoemde rechten.Vanaf de jaren ’80 kwam er een proces op gang in Westerse landen voor stemrecht toe te kennenaan migranten voor de lokale verkiezingen. In sommige staten breid de tendens zich zelfs uit naarstemrecht voor nationale verkiezingen. Vandaag is er zelfs sprake van kinderbijslag voor kinderen die
  10. niet in het gastland verblijven en van een pensioen dat blijft doorbetaald worden ook al wordt erverhuisd naar een ander land. De grootste uitzonderlingen hierop zijn de VS en Australië. Formeelburgerschap is bijna altijd van belang om deel te kunnen nemen aan nationale verkiezingen. BuitenEngeland zijn er geen landen die dit toelaten. Engeland kent dit toe aan mensen van The CommonWealth en Ierland.Migrantenstemrecht werd in de meeste landen toegekend tussen ’73 en ’83 voor de lokaleverkiezingen. Overal was dit wel gekoppeld aan bijkomende voorwaarden, zoals een verblijf vanminimum 6 maanden in Ierland tot een maximum van 5 jaar in Nederland.Er zijn nog altijd veel landen waar migranten niet kunnen stemmen op lokale verkiezingen zoals in deVS en Canada. In Australië mogen ze zelfs niet stemmen voor verkiezingen van vakbonden. Maarbelangrijk is om op te merken dat het boek dateert vanuit 1997. België staat ook weergegeven alsland dat geen stemrecht toekent aan migranten, maar ondertussen is hun al toegestaan deel tenemen aan de lokale verkiezingen.Pas in de jaren ‘90 werd opgenomen in de grondwet van landen dat buitenlanders over dezelfdebasiswetten kunnen beschikken. Vb. in Zweden, Nederland en België werd dit uitdrukkelijkopgenomen in de grondwet.Soysal gaat expliciet in tegen Marshall. Marshall beweert dat politieke en civiele rechten socialerechten konden afdwingen. Maar in het onderzoek van Soysal zegt zij overal te zien dat er eerstsprake is van sociale rechten en economische en politieke rechten maar op de lange baan geschovenworden (totale toekenning). P 131. In het algemeen vinden nationale staten het veel moeilijker omsociale en burgerlijke rechten te ontkennen omdat deze vasthangen aan de persoon. Ook al heeft diepersoon geen burgerstatus in het land. Politieke rechten liggen gevoeliger omdat dit de nationalesoevereiniteit aanbelangt. Sociale en civiele rechten gaan bv. over individuele vrijheden en eenminimum levensstandaard. Dat zijn zaken die meer opvallen.Verklaring van Soysal: Politieke rechten kwamen tot stand toen de natiestaten ontstonden, enhangen dus ook samen met nationaliteit. Dit terwijl sociale rechten pas in de 20ste eeuw opgenomenwerden. Sociale rechten zijn minder exclusief en kunnen breder toegepast worden.Ten tweede is de toekenning van rechten ook niet enkel vermeerderd over de tijd, ze is ookuitgebreid rond de populatie. Door de internationalisering en standaardisering van rechten vallen ernu meer mensen onder. Illegalen hebben nu ook recht op onderwijs en een humane behandeling.Bijvoorbeeld geen illegalen uitleveren aan Griekenland.Dit is het grote verschil tussen de 19de en 20ste eeuw. In de 19de eeuw konden Polen die ziek warenuit Duitsland gedeporteerd worden. Nu hangen de rechten aan de persoon vast, dit ongeacht waardie zich bevindt. In 1908 was er bv. nog sprake van een wet die Polen verbood Pools te spreken in hetRuhrgebied.
  11. 4.4. Naar een postnationaal model van lidmaatschap en conclusie.Van nationale rechten naar universal personhood. Een nieuwe vorm van lidmaatschap dat verdergaat dan de grenzen van de natiestaat is in opkomst. Voor de oorlog kwamen er gradueel tot stand:vrouwenrechten, kinderrechten, rechten van het individu binnen de natiestaat. Na de oorlog komt ereen universalisme tot stand. Dit is vooral door gastarbeid tot stand gekomen. Door rechten toe tekennen aan migranten die langdurig zouden blijven. Er wordt gesproken van DENIZENSHIP. Deklemtoon wordt verlegd van nationaliteit naar verblijf.Situering in de tijd; Nationaal Burgerschap komt voort uit de Franse Revolutie, alhoewel in de praktijkhet pas veel later begon. Van visa’s, paspoorten en een opdeling tussen burgers en buitenlanderswas geen sprake tot WOI. En na WOII is de Westerse natiestaat zijn greep beginnen verliezen op hetburgerschap, dit door de grote stroom van goederen en personen vanaf 1960. In Afrika en Aziëbegonnen op dat moment pas de staten zich nationaal te organiseren in termen van burgerschap.Gevolgen: Er is minder gelijkheid. Vroeger waren de Franse privileges enkel voor de Fransen en derest kon hier geen aanspraak op maken. Nu kan men spreken van multi-identiteiten, voorbeeldTurkse gastarbeiders in Frankrijk. Hieruit volgt dat sommige migrantengroepen meer geprivilegieerdzijn dan andere groepen. Dit door hun op te delen: vb. politiek vluchtelingen VS economischvluchtelingen. Dit is mede het gevolg van het feit dat mensen nu ook de dubbele nationaliteit kunnenbezitten.Klassiek model: Gelijke rechten en plichten. En dit op basis van de gedeelde nationhood.Postnationaal model: Op basis van universele rechten verbonden aan de persoon, personhood,welke tot stand zijn gekomen door heersende ideologieën binnen de wereldgemeenschap.Politiek Vluchtelingen zijn staatloos, alhoewel sommigen een paspoort van de VN kunnen hebben.Maar hun rechten spreken ze aan doormiddel van de universele mensenrechten.Gevolgen zijn ook een hoge connectie tussen de landen en culturen en een grotere noodzaak aaninternationale regelgeving, welke in de toekomst enkel maar geïntensifieerd zal worden.Conclusie: Naties zijn geconstrueerd en worden gebruikt wanneer het uitkomt. Soysal heeftvoorbeelden uit conflicten in Ierland, Somalië en Ethiopië. De natiestaat verliest zijn charisma. En ookculturele subgroepen beginnen in termen van naties te spreken. Er is tegenwoordig zelf sprake vaneen Holebinatie, net als de andere zou dit echter enkel een claim voor identiteit inhouden. Dus natieverliest aan betekenis in voordeel van de rechten die inherent aan de persoon zijn toegekend enuniverseel gehanteerd worden. Echter zijn naties westerse begrippen. Deze zijn over de wereldverspreid geraakt onder imperialistisch vlag van onze westerse cultuur. In sommige delen van dewereld zelf met dramatische gevolgen, als we denken aan Rwanda ’94. Als we nu kijken naar deeconomische ontwikkelingen moeten we een realiteit onder ogen zien waarin bepaalde culturelezaken meer zullen opgelegd worden vanuit een Aziatische cultuur. Wiens brood men eet, wiens woordmen spreekt. China wordt het nieuwe Westen, dat zien we vandaag al aan de neo-kolonisatie vanAfrika. Welke implicaties dit echter zal hebben voor onze waarden en normen is nog niet duidelijk.Zoals ik deze paper reeds begon, blijf ik erbij dat de toekomstige noties rond mensenrechten zullenstaan en vallen bij de Chinese politiek. In het verleden kwamen onze nationale rechtsgoederen in
  12. België ook al meermaals in het vaarwater van de Mensenrechten terecht. Denken we maar aan hetrecht op leven, de abortus- en euthanasiewetgeving. Doch redeneerde het Hof dat het recht op leven,een recht is op een “waardig” leven en dat dit rechtsgoed niet geschonden wordt wanneer men onderbepaalde omstandigheden niet wenst zwanger te blijven of zelf liever beslist een pijnloos punt achterhet leven te zetten. Compleet naar analogie met ons westers denkpatroon deed het Hof dus uitspraakover de wetgeving waar atheïstisch filosoof, ethicus en scepticus Etienne Vermeersch aan defundamenten van lag. De vraag is of het in de toekomst ook nog op deze wijze beslecht kan worden inde nieuwe geopolitieke realiteit van morgen.
  13. 5. Bibliografie.1. Limits of citizenship: migrants and postnational membership in Europe.Door Yasemin Nuhoğlu Soysal, 1997.2. Veil: Mirror of Identity.Door Christian Joppke, 2009, Cambridge.3. Selecting by Origin: Ethnic Migration in the Liberal StateDoor Christian Joppke, 2005, Harvard University Press4 Migration Control in the North Atlantic World, The Evolution of State Practices in Europe and theUnited States from the French Revolution to the Inter-War Period.Door Andreas Fahrmeir, 2003, Johann Wolfgang Goethe-Universität Frankfurt and Cambridge.5. The Wealth and Poverty of NationsDoor David Landes, 1998.6. An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations.Door Adam Smith, 1776.7. A Farewell to Alms: A Brief Economic History of the World.Door Gregory Clark, 2008.8. The European miracle: environments, economies, and geopolitics in the ...Door Eric Lionel Jones; 2003.9. An essay on the principle of population: A view of its past and present effects on humanhappiness; with an inquiry into our prospects respecting the future removal or mitigation of the evilswhich it occasion, 1817.

×