Pelzer geografie2013 6 (2)

103
-1

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
103
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Pelzer geografie2013 6 (2)

  1. 1. geografie | juni 2013geografie | juni 2013 9190 Peter Pelzer V erjaardagsfeestjes kunnen op zichzelf al een beproeving zijn. Lollige ooms, onge- makkelijke gesprekken, koffie met een schoteltje; de uitdagingen zijn legio. Helemaal ingewikkeld wordt het wanneer je die lollige oom moet uitleggen dat je sociale geografie studeert en wat dit precies inhoudt. Als student aan het begin van het millennium overkwam het me regel- matig. Wat besmuikt begon ik dan een verhaal over het schoolvak aardrijkskunde, vulkanen en verschuivende aardkorsten. Bewust onvermeld latend dat op academisch niveau de fysische en sociale geografie al decennia uit elkaar gedreven zijn. Het gebrek aan een goede elevator pitch kan breder getrokken worden. De sociale geografie kent een permanente staat van onzekerheid over wat de discipline nu eigenlijk is. Dat is een rijke voedingsbodem voor spannende intellectuele zoektochten, maar leidt ook tot een gebrek aan een helder geluid in het wetenschappelijk en maatschappelijk debat. Om over het kringgesprek op verjaarspartijtjes nog maar te zwijgen. Wederopstanding Terwijl er toch genoeg interessants over de sociale geografie valt te vertellen. Sinds de jaren 90 heeft het vakgebied zich heruitgevonden en is er overtuigend aangehaakt bij maatschappelijke trends. Auteurs als Manuel Castells en Saskia Sassen betoogden dat in een economie waarin het draait om kennis en informatie, steden een cruciale rol vervullen als knooppunten in een netwerk. Fysieke nabijheid is van cruciaal belang voor de overdracht van kennis. Boeken met onheilspellende titels als The End of Geography (O’Brien, 1992) en The Death of Distance (Cairn- cross, 1997) bleken te radicaal. Hoewel internet ons leven fundamenteel heeft veranderd, hebben mensen nog steeds de behoefte om samen te komen. De Amerikaanse economisch geograaf Richard Florida gaf de geografie in 2002 een impuls met de bestseller The Rise of the Creative Class. Hierin stelde hij dat een aantrekkelijk stedelijk leefklimaat de centrale factor is voor economische groei. Ofwel: place matters. Zelfs het Centraal Planbureau (CPB), normaal gesproken vooral bezig met macro-economische modellen, bracht in 2010 de studie Stad en Land uit, waarin geografische analyse centraal staat. Ook op andere thema’s heeft de geografie het tij mee. Sinds het uitbreken van de crisis staat de financiële geografie stevig op de kaart – mede dankzij de uitgesproken hoogleraar Ewald Enge- len. De langlopende serie van Virginie Mamadouh en Herman van der Wusten in Geografie over Europa toont de relevantie van een politiek-geo- grafisch perspectief. Trends als krimp en vergrij- zing worden intensief onderzocht door demo- grafen en geografen. Voor de volgers van het debat is het bovenstaande geen nieuws, eerder een extreem gecondenseerde samenvatting. Een veel uitgebreidere analyse is te vinden in het artikel van Paul Claval op pag. 72. De lollige oom van het verjaardagsfeestje is zijn aandacht inmiddels al lang verloren. Wat ver- veeld zit hij op zijn smartphone te pielen om de snelste route naar huis uit te vogelen. De beste man weet ongetwijfeld niet dat hij geografisch goud in handen heeft. Google Maps is een van de grootste geografische innovaties van het af- gelopen decennium. Het maakte de wat stoffige GIS-wereld voor een breed publiek toegankelijk. Met de streetview-functie is het mogelijk waar ook ter wereld de ‘geografische ervaring’ van pakweg de pier in Scheveningen een beetje mee te maken. De ingebouwde GPS-functie laat altijd zien waar je bent. Deze technologische ontwikkelingen bie- den bovendien kansen voor innovatief onderzoek, zo laten twee vrij recente masterscripties zien. De stad online Ate Poorthuis deed voor zijn masterscriptie in 2010 onderzoek naar de website Flickr, waarop foto’s gedeeld kunnen worden. De meeste foto’s hebben een geotag waarmee de locatie kan wor- den vastgesteld. Met een computerprogramma dat duizenden foto’s analyseerde, was Poorthuis Het KNAG bereikt dit jaar de eerbiedwaardige leeftijd van 140 jaar. Alle reden voor een feestje, gezien de spannende ontwikkelingen in de geografie. De echte cadeautjes worden pas over tien jaar uitgepakt, als de effecten van digitalisering op de geografie verder zijn uitgekristalliseerd. Een digitaal feestje betrokkenen besluiten nemen. Dat vraagt de inzet van deskundigen uit aller- lei werkvelden, met veel data en modellen, com- municatie en integratie via de geo-component. Om disciplines te laten samenwerken, moeten ze informatie kunnen delen. Netcentrisch werken levert een gedeeld beeld van de werkelijkheid op. Het is een concept dat al met succes is toegepast in de informatievoorziening rond crisisbestrijding. Via de mogelijkheid om data te integreren in een kaart worden heel diverse gegevens gecombineerd tot één kaartbeeld. Dat gebeurt in zes stappen. 1 Data-inwinning: om het bestaande landschap goed in beeld te brengen is een inventarisatie nodig van alle (geografische) data in deze omgeving. 2 Procesmodellen: door een combinatie van geografische analyses en modellen worden ruimtelijke processen zichtbaar die de ruimte (mede) structureren. Met deze modellen kunnen we simuleren hoe het landschap zich ontwikkelt bij ongewijzigde factoren. 3 Capaciteits-/Duurzaamheidsmodellen: we vergelijken de bestaande situatie met ons wensbeeld qua economische ontwikkeling, duurzaamheid, scholing en dergelijke. 4 Ontwerpen/Schetsen: op basis hiervan ont- wikkelen architecten, landschapsarchitecten en planvormers creatieve plannen en ont- werpen (scenario’s). 5 Evaluatie/Impactanalyse: alle scenario’s worden doorgerekend om de consequenties te overzien in termen van bijvoorbeeld CO2-, fijnstof-, geluid- en wateroverlast. 6 Waarden/Besluiten: de uitkomsten helpen de belanghebbenden en beleidsmakers bij het afwegen van de voor- en nadelen van de sce- nario’s en het nemen van een weloverwogen beslissing. Voortouw In de Verenigde Staten zijn de afgelopen drie jaar diverse congressen aan dit concept gewijd. In Europa zal het eerste congres in september 2013 op het Nederlandse GeoFort plaatsvinden. Net als bij de introductie van GIS hebben Nederlandse geografen daarbij een plek in de voorhoede. Zij zijn bij uitstek geschikt een rol te spelen in de uitwerking van dit raamwerk. We beschikken inmiddels over meer dan voldoende computer- kracht om ruimtelijke processen te modelleren. We zijn in staat de leefomgeving te registreren en te beïnvloeden. Ook kunnen we oneindig veel gegevens in kaart brengen, verwerken en met elkaar delen. Het modelleren van deze gegevens om processen te verklaren, vergt vooralsnog gedetailleerde wetenschappelijke kennis. Maar ook hierin maken we vorderingen. Bovendien is het instrumentarium voor de visualisatie inmid- dels indrukwekkend; een serious game als Sim- City (simulatiespel voor stadsmanagement) geeft dat treffend weer. Het meten van geperci- pieerde waarden wordt dankzij de sociale media een stapje dichterbij gebracht (onder andere via de citizens scorecard). En onderhandelen over een voorstel wordt ondersteund door interactieve apparaten als decision tables, smartboards en tabletcomputers. Zie ook de bijdrage van Peter Pelzer op de volgende pagina. Het raamwerk leent zich zeker ook voor andere disciplines dan de ruimtelijke planvorming. Immers: vele processen kennen dezelfde uit- gangspunten. Geografen kunnen daarbij het voortouw nemen. Henk Scholten (1953) is hoogleraar Ruimtelijke Informatica aan de Vrije Universiteit en directeur van het Spatial Informa- tion Laboratory (SPINlab), een multidisiplinair onderzoeks- instituut gericht op ruimtelijke vraagstukken, en oprichter en mede-eigenaar van Geodan. In 2005 werd hij koninklijk onder- scheiden voor zijn verdiensten voor de samenleving op het gebied van geografie en geografische informatiewetenschap- pen en hij ontving in 2009 van ESRI een Life Time Achieve- ment Award. Niels van Manen is onderzoeker aan de Vrije Universiteit en coördinator van de MSc in geografische informatieweten- schappen, UNIGIS. Samen met Henk Scholten en Rob van de Velde deed hij onderzoek naar de inbreng van ruimtelijke benaderingen en geo-ICT in diverse wetenschappen, wat in 2009 resulteerde in het boek Geospatial Technology and the Role of Location in Science. Bronnen • Lee, D. B. 1973. Requiem for large scale models. Journal of the American Institute of Planners 39: 163-178. • Scholten, H.J. & M. van der Vlist 2011. De inrichting van crisisbeheersing, de relatie tussen besluitvorming en informatievoorziening. Research Memorandum 2011-11. Vrije Universiteit Amsterdam. • Scholten, H.J., R.J. van de Velde & J.A.M. Borsboom-van Beurden (red.) 2001. Ruimtescanner: informatiesysteem voor de lange termijn verkenning van ruimtegebruik. KNAG/ FEWEB Vrije Universiteit, Utrecht/ Amsterdam. • Steinitz, C. 2012. A Framework for Geodesign. ESRI Press, Redlands. • Goodchild, M.F. 2004. Social sciences: interest in GIS grows. ArcNews 26 (1): 1-4. • Goodchild, M. F. & D.G. Janelle (Eds.) 2004. Thinking Spatially in the Social Sciences. Oxford University Press, New York. • Scholten, H.J., R. van de Velde & N. van Manen (Eds.) 2009. Geospatial Technology and the Role of Location in Science. Springer, Dordrecht. • www.spinlab.vu.nl Deelnemer aan onderzoek naar navigatie met behulp van mobiele telefoons. FOTO:ITC/VANELZAKKER Met de streetview-functie van GoogleMaps kun je vanuit Nederland alvast een blik werpen op het vakantiedoel dat je op het oog hebt. BEELD:GOOGLEMAPS
  2. 2. geografie | juni 2013geografie | juni 2013 9392 in staat ruimtelijke patronen te ontwaren. Vooral het gedrag van toeristen is duidelijk zichtbaar. In New York is de ferry naar Staten Island te zien als een spoor foto’s, terwijl in Amsterdam een dichtheid van toeristen in de historische binnen- stad zichtbaar is. Poorthuis gaat nog een stap verder dan beschrijving. Aan iedere foto op Flickr is behalve een geotag een aantal keywords gekop- peld. Zo kun je inzicht verkrijgen in de betekenis van een plaats. Rondom het Leidseplein in Am- sterdam, waar veel uitgaansgelegenheden geves- tigd zijn, is bijvoorbeeld een sterke concentratie te zien van het keyword ‘music’. Behalve dat Poorthuis’ scriptie inhoudelijk relevant is, geeft deze een inkijkje in de toekomst van geografisch onderzoek. Vervolganalyses zouden bijvoorbeeld kunnen ingaan op de relatie tussen de foto’s op Flickr en stedelijke dynamiek zoals gentrification en mobiliteit. De masterscriptie van Jeroen Beekmans (2011) kan beschouwd worden als zo’n vervolganalyse. Deze scriptie, die in 2012 de Herta Macht Scrip- tieprijs won, neemt Foursquare als onderzoeks- object. Foursquare is een online applicatie waarop je met je smartphone op een willekeurig locatie kunt inchecken. Je kunt hiermee ‘burgemeester’ van een bepaalde plek worden of een recensie geven van een restaurant. Beekmans gebruikt Foursquare om gentrificatie te analyseren, het proces waarbij voorheen vervallen stadsbuurten hip raken, waardoor de huizenprijzen stijgen en de oorspronkelijke bewoners vaak verhuizen. In de literatuur is er te veel aandacht voor gentrifi- cation als woongedrag, terwijl het net zo goed gaat om ander gedrag, aldus Beekmans. Hippe vogels kunnen een gebied al hebben ontdekt als uitgaans- of werklocatie, maar er nog niet wonen. Bestaand wetenschappelijk onderzoek heeft hier een blinde vlek voor, die met de analyse van Foursquare-data te ondervangen is. De check-ins laten immers zien waar iemand op een bepaald moment is, niet waar iemand officieel woont. Amsterdam-Noord is voor veel mensen een belangrijke plaats om uit te gaan en te werken, terwijl ze aan de zuidelijke kant van het IJ wonen. De onderzoeken van Poorthuis en Beekmans zijn zowel relevant voor de wetenschap als voor beleidsvorming. Door in kaart te brengen en te analyseren hoe stadsbewoners zich gedragen, kan het effect van beleidsinterventies beter worden ingeschat. Digitale kaarttafel De digitale revolutie heeft niet alleen invloed op de geografie als academische discipline, maar ook als praktijkrelevant vakgebied. Een goed voor- beeld is MapTable®, ontwikkeld door het geo- communicatiebedrijf Mapsup. De MapTable® is een combinatie van het computerspel SimCity, een gigantische iPhone en een tafel. Een inter- actief rekenmodel vormt het hart van de tafel. Wanneer je bijvoorbeeld een windmolen in een gebied neerzet, zie je direct wat voor effecten dit heeft op geluidscontouren en op de energie- productie. Dit betekent dat er niet voortdurend afzonderlijke analyses gedaan hoeven te worden, maar dat disciplines als milieukunde, steden- bouw en planologie letterlijk met elkaar om tafel gezet worden. Interessant vanuit geografisch perspectief is dat de MapTable® fysische en sociale geografie (weer) samenbrengt. Fysisch- geografische onderwerpen als bodemkwaliteit en watermanagement worden gecombineerd met sociaal-geografische inzichten over ruimtelijke vorm en ruimtegebruik. Het is bijvoorbeeld ge- makkelijker (en goedkoper!) om in hoge dicht- heden te bouwen op een zandrug, dan op natte veengrond, die weer beter geschikt is voor recre- atiedoeleinden. De kracht van een instrument als de Map- Table® zit niet alleen in technische voordelen zoals hierboven geschetst; de eerdergenoemde oom zijn we namelijk alweer kwijt. Minstens zo belangrijk is wat je de ‘WOW-factor’ zou kunnen noemen. Mensen die een kamer binnenlopen en een enorme digitale tafel zien, zijn meteen en- thousiast. Of het nou studenten, beleidsmakers of aardrijkskundedocenten zijn. Er ontstaat een positieve energie. Samen om een kaarttafel staan leidt tot een spannende en verfrissende discussie. Een kaart biedt voor beleidsmakers een gedeelde ‘taal’, die geschreven beleidsdocumenten en kwantitatieve modellen niet hebben. Het normaal- gesproken niet bijster populaire vak GIS wordt ineens aantrekkelijk en spannend voor studenten. Er is kortom meer dan genoeg actueels en boei- ends te vertellen op het 140-jarig verjaardags- feestje van het KNAG. Maar écht leuk wordt het pas over tien jaar. 2023 In 2023 viert het KNAG zijn 150-jarig jubileum. Dat wordt een boeiend kringgesprek over de stand van de geografie. Veel van het hiervoor beschreven onderzoek is pionierswerk. Er gaat nog wel een decennium overheen voor de tech- niek is uitgekristalliseerd en concepten en onder- zoeksmethoden scherp genoeg zijn. Onderzoek met smartphones en sociale media heeft in 2023 ongetwijfeld een hoge vlucht genomen. Weten- schappers zijn minder afhankelijk van enquêtes, want gedrag kan met slimme programmatuur gevisualiseerd en geanalyseerd worden. In het onderwijs is digitale ondersteuning niet meer weg te denken. Leerlingen hebben tablets waarop ze SimCity spelen, gebaseerd op data uit de eigen omgeving. De beruchte stapels plankaarten van ambtenaren zijn vervangen door een online GIS- omgeving, die zowel via kaarttafels als via het internet te bereiken is. Planologie gaat weer om waar deze ooit voor bedoeld was: analyse en verbetering van de ruimtelijke orde. Is digitalisering dan één groot jubelverhaal? Zeker niet! Het kritisch vermogen van geografen wordt meer dan ooit op de proef gesteld. Aan het gebruik van GPS kleven privacy-risico’s die voortdurend in de gaten worden gehouden. Natuurlijk zijn kaarten geen objectieve weergave van de werkelijkheid. Lees Mark Monmoniers How to Lie with Maps er maar op na; keuzes bij het maken van een kaart kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor de boodschap die verteld wordt. Keuzes die bezien moeten worden binnen machtsrelaties. Google is behalve een innovatie- ve ontwikkelaar van geografische software ook Uitleg over de werking van gebiedsspecifieke milieu- profielen. De MapTable werd ingezet bij de planning van de klimaatneutrale wijk Rijnenburg in Utrecht. De MapTable brengt fysische en sociale geografie weer samen een marktpartij met een evident economisch belang. Met toenemende digitalisering van per- soonsgegevens wordt de macht van dit soort partijen steeds groter. Daarnaast is de toegang tot sociale media niet gelijkmatig verdeeld; er is sprake van een digital divide tussen bevolkings- groepen. Reden om een vinger aan de pols de houden. En juist bij geografen is deze taak in goede handen. Het belang om de kritische tradi- tie van de geografie voort te zetten neemt juist toe. Aan het KNAG de schone taak geografen hierin te ondersteunen en actuele discussies te organiseren. Dat wordt een boeiend verjaardags- partijtje over tien jaar! • Bronnen • Beekmans, J. 2011. Check-in urbanism: exploring gentrifi- cation through foursquare activity. Masterscriptie Urban Studies, Universiteit van Amsterdam. Te raadplegen via www.scriptiesonline.uba.uva.nl/ • Cairncross, F. 1997. The Death of Distance: How the Communications Revolution Is Changing our Lives. Harvard Business School Press, Camebridge, MA. • Centraal Planbureau 2010. Stad en Land. CPB, Den Haag. • Elwood, S., M.F. Goodchild & D.Z. Sui 2012. Researching Volunteered Geographic Information: Spatial Data, Geo- graphic Research, and New Social Practice. Annals of the Association of American Geographers, 102(3): 571–590. • Florida, R. 2002. The Rise of the Creative Class. Basic Books, New York. • Monmonier, M. (1991) How to Lie with Maps. Chicago University Press. New York/London. • O’Brien, R. 1992. Global Financial Integration: The End of Geography. Council on Foreign Relations Press, New York. • Pelzer, P., G. Arciniegas, S. Geertman & J. de Kroes 2012. Using MapTable® to learn about Sustainable Urban Development. In: S. Geertman, J. Stillwell & F. Toppen (Eds.) 2013. Planning Support for Sustainable Urban Development. Springer, Heidelberg. • Poorthuis, A. 2010. Taking photos and making photos. Exploring the consumption and production of place through Volunteered Geographic Information. Masterscriptie Metropolitan Studies, Universiteit van Amsterdam. Te raadplegen via www.scriptiesonline.uba.uva.nl/ Peter Pelzer (1986) heeft Sociale Geografie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is momenteel als promo- vendus verbonden aan het Departement Sociale Geografie en Planologie van de Faculteit Geowetenschappen, Universiteit Utrecht. Zijn promotieonderzoek gaat over het gebruik van interactieve geo-informatieinstrumenten in ruimtelijke plan- processen. Daarnaast is hij hoofdredacteur van AGORA, magazine voor sociaalruimtelijke vraagstukken. Een vergelijking van het ruimtelijk gedrag van toeristen en Amsterdammers op basis van foto’s die online geplaatst werden tussen 2006 en 2010 op de fotodeelsite flickr.com. Links toeristen, rechts bewoners. FOTO:GUSTAVOARCINIEGAS meer foto’sminder foto’s Dam Leidseplein Museumplein Wallen Artis Westerpark Zimmerterrein Nieuwmarkt Oosterpark Oostelijke Handelskade Oostpoort Vondelpark Centraal Station meer foto’sminder foto’s BEELDEN:ATEPOORTHUIS

×