Your SlideShare is downloading. ×
Nrc 20130514   fietsers
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Introducing the official SlideShare app

Stunning, full-screen experience for iPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Nrc 20130514 fietsers

112
views

Published on


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
112
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Door onze correspondent Bas Blokker Amsterdam. Iiieeek. Het bestelwa- gentje remt net op tijd, het meisje met de fietshelm op ook. Haar vader, met nog een gehelmd kind achterop, wisselt een korte blik met de auto- mobilist, dan rijdt de bestelwagen door. Een auto die voorrang opeist, zegt Marco te Brömmelstroet. Het is half negen en spitsuur op de kruising Vondelpark/Amstelveense- weg. Te Brömmelstroet, planoloog bij de Universiteit van Amsterdam, onderzoekt de wisselwerking tussen stedelijke inrichting en mobiliteits- gedrag. We boffen vanochtend: de verkeerslichten werken niet. Dat be- tekent dat iedereen op eigen instinct het kruispunt over moet. We kijken een uur, van acht tot ne- gen. Er passeren honderden fietsers, tientallen auto’s en enkele scooters. We zien geen aanrijdingen en, mis- schien nog veelzeggender, ook geen opstoppingen voor het kruispunt. „Als het verkeerslicht aan was, zou je in no time een fietsfile tot aan de brug krijgen. En waarom? Omdat het kruispuntontwerpuitgaatvandeau- to, zelfs als er tien keer zoveel fietsers zijn als automobilisten.” Zo zijn de verhoudingen. Het fietsgebruik in Amsterdam groeide de afgelopen twintig jaar met meer dan 40 procent, tot een half miljoen fietsritten per dag. In de binnenstad, waar het autogebruik in twintig jaar halveerde, gaat 70 procent van alle verplaatsingen per fiets. Gemeenteraadslid Fjodor Mole- naar (GroenLinks) zegt dat de fietser in Amsterdam aan zijn eigen succes ten onder dreigt te gaan. Hij ziet fietsfiles ontstaan. „Soms moet een fietser twee keer het groene licht aan zich voorbij laten gaan voor hij aan de beurt is. De infrastructuur is niet berekend op de massaliteit van het Amsterdamse fietsverkeer.” De oplossing die Amsterdam kiest, heet ‘Plusnet’: per traject wordt één dominant verkeersmiddel bevoordeeld. Andere moeten uitwij- ken naar andere routes. Voor de Fiet- sersbond gaat dat niet ver genoeg, die vindt dat de fiets in de binnen- stad overal moet domineren. Te Brömmelstroet is een fervent fietserenalsplanoloogookvoorstan- der van de fiets als stadsvervoermid- del: „Hij houdt de berijder gezond, de stad leefbaar en”, zegt hij wijzend naar de fietsstroom in en uit het park, „het is bijna mooi”. Te Brömmelstroet heeft een vrolij- ke dag, want vandaag behaalt de fiet- ser een symbolische overwinning in Amsterdam: de doorgang onder het Rijksmuseum is opengesteld voor fietsers. De meningen zijn erover verdeeld of de Amsterdamse fietsers nog wel symbolische overwinningen nodig hebben. Dat zijn toch die men- sen die uit luiheid hele stukken over de stoep fietsen? Die sms’end tegen het verkeer in rijden? Die ijskoud door rood fietsen op een rijwiel zon- der remmen? Hoe gedragen zij zich deze och- tend? Dit is de situatie: het autover- keer rijdt voornamelijk noord-zuid, de fietsers voornamelijk west-cen- trum en in mindere mate centrum- west. Nu de verkeerslichten niet wer- ken, hebben auto’s voorrang. De fiet- sers zouden dus regelmatig stil moe- tenstaan.Maardatisnietwatwezien. We zien een fluïdum, een voortdu- rend bewegen van alle verkeersdeel- nemers. Vrijwel niemand staat ooit helemaal stil. En als iemand stopt, is heteerderdeautodandefiets. Te Brömmelstroet: „De meeste fietsers willen hun voet niet aan de grond zetten. Dan verliezen ze mo- mentum. Om op gang te komen, heb je een even grote inspanning nodig als voor een paar honderd meter fiet- sen.” Dusziejedefietsersalvervantevo- ren de situatie inschatten, afremmen of juist even aanzetten. „Ze bereke- nen, razendsnel en onbewust bijna, hoe hard de andere weggebruikers rijdenenhoedominantdiezijn.” Een vrouw komt in strak tempo het Vondelpark uitgefietst. Ze remt niet af voor de haaientanden die op het wegdek in haar richting bijten. Op het kruispunt gebaart ze een groene Volkswagen met haar hand tot stilstand – de auto heeft voor- rang, zij néémt voorrang. Waarom dwingen fietsers voor- rang af van een auto die veel sneller, Fietsers, die zijn als een een zwerm spreeuwen De stromen fietsers in Amsterdam ogen vaak chaotisch. Maar bestudeer ze een uur, en je ziet al snel patronen waar experts iets mee kunnen. ‘Als iedereen zich aan de regels houdt, werkt het systeem niet meer’ massiever, dodelijker is dan zijzelf? Het is een spel, zegt Te Bröm- melstroet. Veel fietsers weten tijdig of ze zullen winnen of verliezen en passendaaraanhungedragaan.„Het spel gaat over macht, het is agressief en ik speel het zelf ook graag. Niet ie- dereen is daartoe in staat.” Hij wijst naar de overkant, waar twee fietsers wachten, hun voet aan de grond. „Sommigemensenkiezenervoorniet aan het spel mee te doen.” Het doet denken aan zwermge- drag, zegt Te Brömmelstroet. Men- sen op de fiets zijn vooral met zich- zelf bezig, zoals spreeuwen in de zwerm. Maar intussen letten ze heel goed op hun buren, voor, achter en naast ze. „Juist doordat het verkeer Fietsers, die zijn als een een zwerm spreeuwen in Amsterdam zo gevaarlijk is, is het veilig. Alle fietsers zijn alert. Je hebt hier al je zintuigen nodig.” Nederlanders zijn er heel goed in, die fietsen hun hele leven. Nieuwko- mers kunnen al die signalen moeilijk doorgronden. Buitenlandse colle- ga’svanTeBrömmelstroetdiezichin Amsterdam op de fiets wagen, erva- ren het fietsverkeer als overweldi- gend, vooral door het gedrag van an- dere fietsers. Ze rijden bang rond. Gebrek aan angst kenmerkt juist de Amsterdamsefietser.Daaromriepde Deense fietslobbygroep Copenhage- nize Amsterdam vorige week uit tot ’s werelds beste fietsstad: „T h is is th e one p lac e on th e p lanet w h ere fear-mong e- ring abou t c y c ling is non-ex istent.” Wat zou de Amsterdamse fietser ook vrezen, zegt Te Brömmelstroet. „Elke automobilist in Amsterdam is zelf ook een fietser. Die is helemaal ingesteld op fietsgedrag.” Dat ge- drag is hyperindividualistisch en be- rekenend. Wel voor een personenau- to langs schieten, maar wachten tot een taxi passeert („de haviken in de spreeuwenzwerm”). Te Brömmelstroet vraagt zich af waarom op dit kruispunt nog ver- keerslichten stáán. Het is spitsuur, maarniemandhoeftlangtewachten. Verf het kruispunt rood, zegt hij, en formaliseer de situatie die feitelijk al bestaat: bescherm de fietser die dit kruispunt domineert en laat die paar auto’srustigwachtentotzedoorkun- nen. Verkeersontwerpers gaan nog altijd primair uit van de auto bij het inrichten van kruispunten. Daarom overtreden fietsers zo vaak de regels. Daarommakenze‘olifantenpaadjes’, zoals Te Brömmelstroet ze noemt, omtescherpebochtenaftesnijden. Beleidsmakers in Amsterdam rea- geren volgens hem nog te vaak re- strictief, met hun drempels of hun hekjes. „Moeten mensen zich gedra- gen naar jouw ontwerp? Of moet je ontwerpen naar het gedrag van de mensen?” Hij werpt nog een blik op de zwerm die over de Amstelveenseweg scheert. „Als iedereen zich hier aan de regels ging houden, dan werkte het systeem niet meer.” Fietsers nemen voorrang op de Amstelveenseweg bij de ingang van het Vondelpark. De verkeerslichten werken niet. Foto Olivier Middendorp