Your SlideShare is downloading. ×
PC: Blue Creek - Hoofdstuk 1.1a
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

PC: Blue Creek - Hoofdstuk 1.1a

274
views

Published on


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
274
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1.
  • 2. Als Zoë, Anna en Martijn de straat in komen wandelen, zien ze hun kleine huisje al staan. Anna glimlacht, terwijl ze snel een keer in de hand van haar dochter knijpt. “Zoë, maak je geen zorgen. Hier kan hij je nooit vinden. Blue Creek staat niet eens op de kaart.”
    Martijn zucht. “Echt niet, oma?”
    Anna schud haar hoofd. “Niemand weet dat we zijn verhuisd. Je vader al helemaal niet.”
    Martijn haalt opgelucht adem.
  • 3. “Mam, oma, ik ga naar school.” zegt Martijn.
    “Veel plezier, tot vanmiddag.” Zoë omhelst haar zoon. Martijn maakt zich snel los uit de omhelzing van zijn moeder. “Ik ben geen kleuter meer.” roept hij voordat hij de straat uitloopt.
    Anna kijkt Zoë aan. “Die trekt wel weer bij.” Zoë knikt en lacht dan.
    “Ik hoop dat hij het naar zijn zin heeft.” zegt Anna.
    “Natuurlijk mam, die heeft zo weer vrienden en vriendinnen.”
  • 4. Als de twee vrouwen het huisje binnenkomen, zien ze meteen de grote woonruimte met nieuwe meubels, een kleine keuken met alle nodige voorzieningen en een kleine eettafel met vier stoelen. “Klein maar fijn.” mompelt Anna.
  • 5. In de zithoek staat een bank, een tv en een boekenkast. De houten wenteltrap naar boven staat ook in de ruimte.
  • 6. Moeder en dochter gaan aan de eettafel zitten. “Het is een leuk en gezellig huisje geworden!” zegt Anna.
    Zoë knikt. “Ja, daarmee ben ik het eens. Al zullen we wel allebei een baan moeten nemen om alles te financieren.”
    Anna lacht. “Natuurlijk, ik wist eigenlijk ook wel dat ik moest werken.”
    Zoë knikt. “En met mijn levenswens kan ik iedere baan nemen!” zegt Zoë.
    “Ik ook, drie kinderen zien afstuderen gaat niet meer lukken voor mij...”
  • 7. “Zoë, wat is jou wens eigenlijk? Die heb je me nog nooit verteld.”
    Zoë bijt op haar lip. “Ik denk niet dat je heel blij word, als ik je die vertel, daarom heb ik het niet gedaan.” Anna lacht. “Zo erg kan het toch niet zijn?”
    Zoë zucht. “Als je het echt zo graag weten wilt, ik wil graag het bed delen met 20 verschillende personen.”
    Anna is even stil, dan barst ze los. “Dat is onverantwoordelijk, wat moet Martijn wel niet van je denken als je iedere avond met een ander thuiskomt!” Zoë zucht. “Daarom heb ik het je niet verteld mam.”
  • 8. Er word aangebeld. Zoë staat op en loopt naar de deur. Een roze doos met een grote rode strik eromheen staat voor de deur. Wie heeft die achtergelaten? Vraagt Zoë zich af terwijl ze de doos mee naar binnen neemt. “Mam, kom eens kijken, dit vond ik voor de deur.” Anna komt naar haar dochter. “Kijk je wel uit? Er zou een bom in kunnen zitten.”
    Zoë schudt haar hoofd. “Maak je geen zorgen.” Ze trekt de strik er in een keer af en een computer komt uit de doos.
  • 9. Zoë haalt ook de krant van de stoep. Meteen gaat ze naar pagina met vacatures. Anna komt naast haar zitten. “Staat er nog wat in?” vraagt ze nieuwsgierig.
    Zoë knikt. “Ja, een baan in de gezondheidszorg, dat lijkt me wel wat. Onder de mensen, mensen helpen.” Anna knikt. “Ik ga even bellen.”
    Meteen rent Zoë naar de telefoon ze draait het nummer. “Ik heb geen ervaring. Ik heb nog iets in deze wereld gedaan, daarom lijkt het me leuk!” “...” “Oke, tot morgen!”
  • 10. Zoë hangt de telefoon op en doet een rondedans in de kamer. “Ik heb de baan!” roept ze vrolijk. Dan gaat ze naast haar moeder op de bank zitten. Anna kijkt ook in de krant. Zoë kijkt over haar schouder mee. “Zoë, dat deed ik toch ook niet bij jou?” zegt Anna geïrriteerd. Zoë staat boos op en loopt naar de boekenkast. Anna heeft ondertussen ook een baan gevonden die haar leuk lijkt in de wetenschap. Daar had ze al in gewerkt en dat beviel haar wel. Als ze opbelt kan ze dezelfde dag nog beginnen.
  • 11. Zoë is ondertussen wat aan het lezen voor haar werk. Anna leest de krant goed door. “Staat er nog wat in?” vraagt Zoë tussen neus en lippen door. Anna knikt. “Een aardbeving in het zuiden van Italië en een overstroming in Australië.” Zoë gaat weer verder met haar boek. Anna maakt ondertussen het kruiswoordraadsel in de krant. “Weet jij nog een rivier met vier letters?” vraagt ze aan haar dochter. Zoë schud haar hoofd en leest verder.
  • 12. Dan word er aangebeld. Drie vrouwen staan voor de deur, twee van Anna's leeftijd en een van Zoë's leeftijd. “Ik ben Anna!” zegt Anna vrolijk terwijl ze de andere vrouwen begroet.
    “Ik ben Edith Storm, dat is mijn dochter Isis.” Ze wijst op de vrouw met het zwarte haar. “We wonen hier ook net. Waarom zijn jullie in Blue Creek komen wonen?” vraagt Edith.
    “Mijn dochter Zoë werd gestalkt door haar ex man, toen zijn we verhuisd, en heeft ze mij meegenomen.”
  • 13. “En jullie?” vraagt Anna terwijl ze binnen op de bank gaan zitten.
    “De man van Isis, liet haar in de steek nadat ze bevallen was van haar tweede tweeling. Ze heeft vier kinderen die ze helemaal alleen op moet voeden en ze heeft gevraagd of ik haar wilde helpen.” verteld Edith.
    Anna kijkt even uit het raam, de andere vrouw die zich snel had voorgesteld als Emma van Klaveren wandelt de straat uit. “Ik zie dat Zoë met Isis aan het praten is, dus ik ga naar huis. De kinderen kunnen niet zo lang alleen zijn.” De twee vrouwen nemen snel afscheid en besluiten elkaar te bellen.
  • 14. Ondertussen zijn Zoë en Isis voor het huis ook vrolijk aan het babbelen. “Ik vond een kind al druk, maar vier daar wil ik niet aan denken!” zegt Zoë.
    Isis lacht. “Het is hectisch, heel hectisch. Als Lynn en Daisy in bed liggen, willen Nate en Izzie aandacht en zo gaat het de hele dag door. Gelukkig heb ik mijn moeder...”
    Zoë klapt in haar handen. “Mijn moeder woont ook bij ons, daar heb ik ook veel steun aan.”
    Isis knikt.
  • 15. “Ik ben blij dat ik niet meer in de stad woon.” zegt Isis. Zoë knikt. “Ja, als we weer in de stad waren verhuisd, had mijn ex ons zo weer gevonden.” Isis zucht. “Eigenlijk ben je dus een beetje op de vlucht voor je ex?” Zoë knikt. “Zo zou je het kunnen zeggen, maar ik praat er eigenlijk liever niet over.” Isis knikt. “Is goed!” zegt ze vrolijk. “Je hebt trouwens geweldig jurkje aan!” zegt Zoë. Isis haalt verlegen haar schouders op. “Ik moet gaan. Ik bel je nog een keer!” roept ze als ze de straat uit wandelt.
  • 16. Als Zoë ook naar binnen loopt, komt de schoolbus de straat inrijden. Martijn stapt vrolijk de bus uit. Het is een leuke school, met veel leuke kinderen. Daarom is het ook logisch dat hij niet alleen uit de bus stapt, als Martijn even later op de stoep staat, komt er een meisje achter hem aan.
  • 17. “Je woont hier leuk Martijn!” merkt Sophie Mikkels vrolijk op.
    Martijn kijkt haar verlegen aan. “Dankjewel.” Heel goed is hij niet met meisjes. Hij hoopt maar dat Sophie het niet merkt.
    “Is er wat? Je doet zo stil, zo deed je op school helemaal niet.” Martijn schud zijn hoofd. “Ik was er even niet bij. Snapte jij wat van economie?” Sophie knikt. “Economie is een van mijn beste vakken, ik ben niet goed in Engels.”
  • 18. Martijn lacht, hij is wel weer goed in Engels. Na een tijdje geklets te hebben, spelen Martijn en Sophie een spelletje. “Ik ga winnen, Sophie!” zegt Martijn.
    “Echt niet! Want dat doe ik al.” zegt Sophie terwijl ze hem een klap op zijn hand geeft. Even later zijn ze hevig in spel verwikkeld. Het puntje van Martijns tong steekt uit zijn mond van concentratie. “Gewonnen!” roept Sophie even later.
  • 19. “Die was verdiend, je speelde goed!” roept Martijn. Sophie bloost, en kijkt Martijn aan. Die haalt zijn hand door zijn haar. Niet wetend wat hij nu moet doen. “Je, euhm, ziet er eh, leuk uit.” stamelt Martijn. Sophie glimlacht. “Dank je, jij ook.” fluistert ze. Martijn kijkt haar verlegen aan. “Dat eh, van net meende ik.” zegt hij. “Ik ook.” zegt Sophie fluisterend. Martijn kijkt haar nog een keer aan. Dan gaat hij snel wat verder weg gaan want de deur gaat open.
  • 20. Anna komt naar buiten. “Hoe was het op school, Martijn?” vraagt ze.“Goed, oma, dit is Sophie.” zegt hij. “Hoi Sophie.” zegt Anna vrolijk. “Hoi mevrouw.” Anna lacht. “Zeg maar Anna, anders voel ik me zo oud.” Sophie knikt. Martijn doet zijn mond open om wat te zeggen maar maakt hem meteen weer dicht.
    “Dag Martijn, dag Sophie!” zegt ze als er een auto de straat in komt rijden. “Ik ga werken.” zegt ze als Martijn haar gek aankijkt, dan stapt Anna de carpool in voor haar eerste werkdag.
  • 21. “Ik moet naar huis.” Sophie even later.
    “Is goed, dan zie ik je morgen op school!” In een impuls omhelst hij Sophie. Als Sophie de straat uitloopt, kijkt Martijn haar na. Hij zwaait nog een keer, maar hij weet dat ze hem niet meer ziet. Dan loopt hij naar binnen.
  • 22. Hij loopt naar zijn kamer. Op zijn bureau liggen een paar opdrachten van school op hem te wachten en daar heeft hij geen zin in. Hij maakt het mapje open en begint met zijn huiswerk. Als hij na een halfuur, zijn eerste opdracht nog niet af. “Dan maar aan een andere.” Deze keer heeft hij meer succes. Een paar minuten later kijkt hij nog een keer naar de opdracht waar hij moeite mee had, deze keer ziet hij het meteen en schrijft het goede antwoord op.
  • 23. “Mag ik binnenkomen?” hoort hij Zoë roepen. “Kom maar!” zegt hij, dan staat hij op van zijn stoel. “Hoe was het op school?” vraagt Zoë als ze de kamer instapt. “Goed hoor!”
    Zoë lacht. “Heb je al vrienden en vriendinnen?” Martijn knikt. “Ja, we hebben een leuke klas.” Zoë kijkt hem tevreden aan. “Fijn, ik zag dat je een meisje bij je had wie was dat?” vraagt Zoë. “Dat is Sophie, ze is heel aardig.”
  • 24. “Oké, ik heb trouwens ook al een baan!” zegt ze. Martijn kijkt zijn moeder aan. “Als wat?” vraagt hij geïnteresseerd. “In de gezondheidszorg.” zegt ze.
    “Leuk! Echt iets voor jou, mam!” zegt Martijn. Zoë knikt. “Vond ik ook, ik had de baan meteen. Ik hoefde niet te solliciteren!” Martijn lacht. “En oma, die werkt ook of niet?” Zoë knikt. “Iets in de wetenschap, vraag me niet wat.” Hij lacht.
  • 25. En als je het over de duivel hebt. Anna komt terug van haar werk. Met geld, maar zonder promotie. Daar heeft ze een punt voor inzicht voor nodig had haar baas gezegd. Van het net verdiende geld had ze daarom ook een schaakbord gekocht. “Ik ben thuis!” roept ze als ze het huis binnenkomt. “Hoi oma, hoe was het op je werk?” vraagt Martijn die de trap af komt rennen. “Goed!” zegt ze.
  • 26. In de keuken, pakt ze een schaal en begin saus voor de macaroni te maken. Ze roert met een pollepel door de schaal en zet dan de pan op het vuur. “Hoi mam. Hoe was het op je werk?” vraagt Zoë als ze beneden komt. “Goed!” zegt Anna.
    “Het ruikt lekker, wat eten we?” vraagt ze. “Macaroni.” Martijn likt zijn lippen af. “Mmm, het water loopt me in de mond.”
  • 27. Even later zitten ze aan het eten. “Het is lekker, oma!” zegt Martijn. Zoë knikt.
    “Hoe was het op school?” vraagt Anna. “Gezellig, alleen ik snapte helemaal niks van economie.” Zoë lacht. “Je lijkt op mij, daar was ik ook slecht in.” Martijn lacht. “Maar, de rest was makkelijk.” zegt hij terwijl hij een hap neemt. “Het is echt lekker.” zegt hij. Anna glimlacht.
  • 28. “Martijn, heb je je huiswerk af?” vraagt Zoë.
    “Ja, mam. Alles is af.” zegt hij boos. “Martijn, niet zo boos aan tafel. Alsjeblieft laten we het gezellig houden.” zegt Zoë.
    “Is goed, mam.” zegt Martijn. Maar veel zegt hij niet meer onder de maaltijd.
  • 29. Anna kijkt naar haar dochter en kleinzoon, ze boft maar met zo'n gezin. Zoë ziet er meer ontspannen uit als dat ze er weken heeft uitgezien. Anna zucht, ze is blij dat haar dochter eindelijk weer een beetje gelukkig is. Na het gedoe met haar ex, was ze dat niet bepaald. Zelf voelt ze eindelijk ook weer een beetje geluk. Na de dood van haar man was ze in een dip gekomen waar ze nu weer uit leek te klimmen.
  • 30. Terwijl Anna de afwas doet zijn. Zoë en Martijn op de bank gaan zitten. Martijn speelt een beetje de afstandsbediening van de tv. Zoë kijkt trots naar haar zoon. Ze weet nog goed dat hij als klein mannetje altijd tegen haar aankroop als ze samen naar de tv keken. “Mam, hoe weet je dat papa ons hier niet kan vinden?” vraagt hij.
    “Dat gevoel heb ik. Hij weet niet dat we de stad uit zijn, en niemand kent Blue Creek.”
  • 31. Ondertussen zit Anna boven aan het schaakbord, ze is verwikkeld in een potje schaak met zichzelf. Ze is hevig in tweestrijd, zal ze zwart of wit laten winnen. Ze lacht om zichzelf en zet het witte paard een paar stappen naar voor. Ze kijkt naar de zwarte stukken en zet een pion voor de koning. Met de witte toren zet ze ondertussen de koning van zwart schaakmat. Het punt voor inzicht wat ze nodig heeft is al binnen maar, ze gaat nog even door.
  • 32. Martijn is intussen opgestaan van de bank. “Mam, ik ga naar bed.” Zoë knikt en geeft haar zoon snel een knuffel. Dan klost Martijn de trap op. “Ik ga naar bed, oma.” Anna kijkt hem glimlachend aan. “Slaap lekker, jongen.” Ook Anna geeft hem een knuffel. Als Martijn zijn kamer inkomt trekt hij snel zijn kleren uit en in zijn ondergoed stapt hij in zijn bed.
  • 33. Dit was het eerste deel van onze Prosperity Challenge.
    Bedankt voor het lezen en we hopen dat jullie het leuk vonden.
    Een reactie kunnen wij erg waarderen.
    Groetjes, Moos en Marieke.