Procesplan proeftuin ondersteuning na jeugdzorg Regio Rivierenland

316
-1

Published on

Het streven in dit project is een soepele en warme doorstroom van jongeren terug naar een zelfstandig leven in hun gemeente te realiseren.Jongeren worden voorbereid voor een zelfstandig leven na een zorgtraject of worden voorbereid op volledige terugkeer in het (plaatsvervangend) gezin.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
316
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
5
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Procesplan proeftuin ondersteuning na jeugdzorg Regio Rivierenland

  1. 1. Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg Regio Rivierenland Procesplan Regio Rivierenland, september 2012 Verbindingsfunctionaris ondersteuning na jeugdzorg: Mara Frank
  2. 2. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Kaders 4 3 Ingrediënten voor de nieuwe werkwijze 9 4 Procesplan en draagvlak in 2012 13 5 Praktijkateliers in 2013 14 6 Implementatie en borging van de afspraken in 2014 16 7 Financiering 17 Bijlage 1: Primair proces na provinciale jeugdzorg uit provinciaal Basiskader 18 Bijlage 2: Planning in tabel 19 Bijlage 3: Inzet verbindingsfunctionaris 20 Bijlage 4: Subsidievoorwaarden provincie Gelderland 21
  3. 3. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 3 1 Inleiding Jongeren die een intensief jeugdhulp traject beëindigen gaan zelfstandig wonen, keren terug naar een (plaatsvervangend) gezin en/of krijgen verdere jeugdhulp dicht bij huis. Nazorg behoort tot de reguliere taken van jeugdzorg instellingen. De tweedelijns jeugdzorg, momenteel nog provinciaal georganiseerd, en de ondersteuning in het lokale veld1 in Rivierenland zijn echter niet altijd even goed op elkaar aangesloten. Daardoor kan het gebeuren dat jongeren na afronding van een jeugdzorg traject tussen wal en schip terecht komen. Regio Rivierenland heeft besloten de verbinding tussen jeugdzorg en de ondersteuning na jeugdzorg de komende jaren te verbeteren. Door middel van een tweejarige proeftuin waar alle gemeenten in de regio aan deelnemen, wordt, vanuit de praktijk en met het aanbod dat er al is, een ondersteuningsstructuur opgebouwd. De nadruk ligt op het verbeteren van de samenwerking tussen de verschillende partijen/organisaties die betrokken zijn (of kunnen zijn) bij het jeugdzorgtraject van een jongere. Het provinciaal basiskader ondersteuning na jeugdzorg, dat ontwikkeld is door BMC, wordt als uitgangspunt genomen voor de te ontwikkelen werkwijze en afspraken2 . Voorliggend procesplan bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel, hoofdstukken twee en drie, bestaan uit inhoudelijke ingrediënten voor de ondersteuningsstructuur na jeugdzorg. Het doel van deze hoofdstukken is eenduidigheid te creëren in de visie van waaruit verder gewerkt wordt in de proeftuin. Het tweede deel, de hoofdstukken 4 t/m 7, bestaan uit het procesplan zelf: De inrichting van de proeftuin, het tijdpad en de verwachte inzet van betrokken organisaties. De quotes die zijn opgenomen in dit procesplan zijn afkomstig uit een filmpje over nazorg in de jeugdzorg van provincie Utrecht (http://www.youtube.com/watch?v=B3jyQ9yB5Kk). Professionele ruimte en verantwoordelijkheid De ondersteuningsstructuur na jeugdzorg wordt ontwikkeld in een proeftuin. Dat betekent dat gedurende de looptijd van de proeftuin in de praktijk wordt ontwikkeld, geëxperimenteerd en bijgesteld. We kunnen niet verwachten dat er één keer een werkwijze ligt die perfect werkt. We zijn niet bang dat dingen fout gaan. Dat dingen fout gaan is juist goed, daardoor weet je waar de hobbels zitten in de praktijk. Ruimte om fouten te maken ontstaat wanneer professionals die experimenteren in de praktijk regelmatig bij elkaar komen om te bespreken hoe het gaat. Daar waar het goed gaat, wordt dit gevierd en daar waar het nog niet soepel loopt, wordt het werkproces aangepast zodat het wel goed gaat. Wanneer je bovenop het praktijkproces zit, is het maken van fouten niet erg, omdat je ziet wanneer je de fout maakt en omdat je het proces op tijd kunt bijstellen. Het is de verantwoordelijkheid van de professional het proces op het eigen werken kritisch te volgen, knelpunten te signaleren en op te lossen. Deze manier van werken vraagt een open en reflectieve houding van de professionals die experimenteren in de praktijk. Oplossingsgericht De werkwijze in de proeftuin is oplossingsgericht. Uitgaan van wat nu niet goed gaat en wat nu niet werkt, inspireert niet. In de proeftuin kijken we naar wat wél goed gaat, wat er al wél is, hoe we dat kunnen versterken en wat georganiseerd moet worden om een goede ondersteuning op touw te zetten. 1 Het gaat bij ondersteuning in het lokale veld niet alleen om zorg, maar ook om wonen, financiën, sociaal netwerk, etcetera. 2 Het basiskader is terug te vinden via www.gelderland.nl, tabblad jeugd, plannen en programma’s, nazorg. In Bijlage 1 is een schema opgenomen van het werkproces volgens het basiskader.
  4. 4. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 4 2 Kaders In dit hoofdstuk wordt kort de aanleiding voor de proeftuin ondersteuning na jeugdzorg geschetst. Ook wordt de doelgroep in kaart gebracht. Het provinciale programma 'Nazorg na jeugdzorg' maakt onderdeel uit van het provinciale beleidskader jeugd 2009-2012. In alle Gelderse regio’s worden plannen gemaakt om de 'warme overdracht' en de begeleiding van jongeren uit de jeugdzorg goed te regelen. Voor de financiering van de projectleiding heeft de provincie aan (samenwerkende) gemeenten subsidie beschikbaar gesteld. Alle regio's in de provincie Gelderland zijn in de gelegenheid gesteld een subsidieaanvraag te doen voor ondersteuning na jeugdzorg. In juni 2011 heeft de programmaraad zelfredzaam ingestemd met de subsidieaanvraag voor het project versterking van begeleiding na jeugdzorg, onderdeel van de programmalijn jeugd. Als bijlage bij de subsidieaanvraag is een projectplan opgesteld. Het projectplan geeft inzicht in de aanleiding en de totstandkoming van het project ondersteuning na jeugdzorg in Rivierenland. Aanleiding In het convenant over de aansluiting jeugdbeleid – jeugdzorg is de nazorg na jeugdzorg één van de onderdelen/afspraken. Tijdens de werkconferentie 'Pak ’t samen op' op 19 november 2009 is door de deelnemende gemeenten en instellingen gevraagd om een provinciaal kader. BMC heeft in oktober 2010 in opdracht van de provincie het concept basiskader 'Begeleiding en ondersteuning na jeugdzorg in Gelderland' opgesteld. In het basiskader staat kort geformuleerd wat het doel is: 'Vervolghulp en zorg aan jongeren die uitstromen uit geïndiceerde jeugdzorg. Het gaat om zorg en ondersteuning gericht op maatschappelijke en economische zelfstandigheid' (uit: Projectplan versterken begeleiding na jeugdzorg). Totstandkoming Input voor het projectplan is geleverd door diverse partners in regio Rivierenland in een aantal gezamenlijke overleggen. Als eerste de bijeenkomst georganiseerd door Spectrum op 3 februari 2011 waarin partners van woningstichting tot Patch aanwezig waren. De Kopgroep CJG heeft begin februari 2011 besloten dit onderwerp op te willen pakken met een aanvulling van (nog) niet-CJG-partners. Op 20 april heeft input voor het projectplan plaatsgevonden (uit: Projectplan versterken begeleiding na jeugdzorg). Ambitie Regio Rivierenland beoogt een soepele en warme doorstroom van jongeren terug naar een zelfstandig leven in hun gemeente. Het gaat hierbij niet om één specifiek overdrachtsmoment, maar om een periode van meerdere maanden waarbij jongeren worden voorbereid op een zelfstandig leven na hun zorgtraject (uit: Projectplan versterken begeleiding na jeugdzorg). Doel Doel van het project ondersteuning na jeugdzorg is tweeledig (uit: Projectplan versterken begeleiding na jeugdzorg):  Het versterken van het netwerk van collega’s van de verschillende organisaties
  5. 5. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 5 onderling.  Het versterken van systeemgericht werken en het versterken van het werken volgens eigen kracht methodieken, zodat jongeren na het traject van geïndiceerde jeugdzorg hun plek vinden, gericht op economische en maatschappelijke zelfstandigheid. Doelgroep Wanneer we spreken over ondersteuning na jeugdzorg, dan gaat het over:  Jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar.  Jongeren die uitstromen uit (nu nog) provinciaal gefinancierde jeugdzorg, jeugd-ggz of jeugd-lvb. De zorg kan zowel residentieel zijn als ambulant. Ondersteuning na jeugddetentie wordt in dit kader buiten beschouwing gelaten. Daar waar in dit document jeugdzorg genoemd wordt, spreken we ook over jeugd-ggz en jeugd-lvb. Niet iedere vorm van terugkeer uit jeugdzorg zal ondersteuning behoeven. Er zal wel altijd een check moeten plaatsvinden op een ondersteuningsbehoefte. Iedere jongere kan ondersteuning of hulp krijgen als hij of zij dat nodig heeft. De focus ligt vooral op de doelgroep 16-23 jaar en vooral op de integrale aanpak van leefgebieden. Het gaat met name om jongeren die worden voorbereid op een zelfstandig leven na hun zorgtraject of worden voorbereid op volledige terugkeer in het (plaatsvervangend) gezin. Spectrum CMO Gelderland heeft het huidige gebruik van de provinciale jeugdhulpverlening, jeugdzorgPlus, jeugd-ggz en jeugd-lvb in beeld gebracht. De cijfers die hieronder vermeld worden zijn afkomstig uit het rapport 'Cijfers jeugdzorg in de regio Rivierenland.. Spectrum CMO Gelderland, juni 2012'. Bij deze cijfers zijn kanttekeningen te plaatsen. In het rapport van Spectrum staat daarover: "Helaas is het, ondanks de medewerking van veel organisaties, niet gelukt om een totaalbeeld van het gebruik van jeugdzorg te geven. De reden hiervan is dat de organisaties niet in staat zijn om de gevraagde cijfers gedetailleerd te leveren. Deels is dit te verklaren doordat registratiesystemen zijn ingericht op andere beleidsinformatie dan die met deze dataset wordt gevraagd. Deels is dit ook te verklaren door het gebruik van zeer verschillende definities die gebruikt worden in de diverse sectoren. Wel bevatten de cijfers aanknopingspunten om vervolgstappen te maken in het transitieproces." Cijfers provinciaal gefinancierde jeugdzorg Bijna 2.600 jongeren in de regio Rivierenland hebben in 2010 een indicatie voor jeugdzorg: 2.185 jongeren voor jeugdhulpverlening, 338 voor jeugdbescherming, 103 voor jeugdreclassering en 5 voor jeugdbescherming/jeugdreclassering. In onderstaande figuur zijn deze cijfers uitgesplitst per gemeente.
  6. 6. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 6 Uit: Cijfers Jeugdzorg in de regio Rivierenland: Deel 1. Spectrum CMO Gelderland. Als het gaat om het aantal cliënten in de jeugdhulpverlening, dan hebben 480 jongeren bij een van de aangesloten partners van de branche Jeugdzorg daadwerkelijk zorg gekregen (peildatum: 1 oktober 2011). Deze cijfers zijn niet te vergelijken met het aantal indicaties voor jeugdhulpverlening (2.631 jongeren). De peildatum verschilt en jongeren kunnen ook jeugdzorg krijgen bij een aanbieder die niet is aangesloten bij de branche3 . Daarnaast besluit niet iedere jongere die recht heeft op jeugdzorg daadwerkelijk hulp te zoeken. Tot slot komen jongeren vaak eerst op een wachtlijst (26 jongeren in 2011), omdat bijvoorbeeld groepsaanbod op een vastgestelde datum van start gaat. 3 Het gaat om Bureau Jeugdzorg, CWZW-Gelderland, Entréa, Joozt, Lijn5, Nové, Lindenhout, Pactum, Trajectum, SGJ.
  7. 7. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 7 Uit: Cijfers Jeugdzorg in de regio Rivierenland: Deel 1. Spectrum CMO Gelderland. Cijfers jeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg) In regio Rivierenland krijgen in 2012 negen jongeren hulp in een jeugdzorgPlus instelling. Cijfers jeugd-ggz Er is geen volledig beeld van het aantal jeugdige cliënten in de jeugd-ggz, doordat niet van alle instellingen cijfers beschikbaar zijn. Het aantal cliënten jeugd-ggz in de leeftijd van 0 t/m 17 jaar dat in 2010 zorg ontvangen heeft in de regio Rivierenland, ligt op basis van gegevens van Pro Persona en Eleos op 934. Doordat cijfers van Karakter ontbreken, is dit een onderschatting van het reële aantal cliënten. Cijfers jeugd-lvb Het aantal cliënten jeugd-lvb in de leeftijd van 0 t/m 17 jaar ligt in de regio Rivierenland, volgens de door Spectrum verkregen gegevens in 2011 op 34 op peildatum 31 december 2011. Daarnaast zijn negen cliënten uitgestroomd. Hierdoor komt het totaal aantal cliënten dat zorg heeft ontvangen in 2011 uit op 43. Resultaten Met de proeftuin ondersteuning na jeugdzorg wordt een bijdrage geleverd aan het versterken van het netwerk van collega's van verschillende organisaties onderling en aan het versterken van systeemgericht / volgens eigen kracht gerichte methodieken. Concreet worden de volgende resultaten behaald (Projectplan versterking begeleiding na jeugdzorg):  Implementatie van het provinciaal basiskader (zie bijlage 1);  In de tien gemeenten is de gemeentelijke routing voor jongeren die terugkeren na een jeugdzorgtraject ingericht. Eenvoud voorbij het ingewikkelde: gestreefd wordt naar één integrale en heldere gemeentelijke handelingswijze;  De gemeentelijke routing wordt gebaseerd op en sluit aan bij wat er al beschikbaar is binnen gemeenten (CJG, jeugdpreventienetwerken, AMW, gebiedsteams).
  8. 8. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 8  Het lokale aanbod wordt aanvullend en/of vervangend al tijdens het geïndiceerde jeugdzorgtraject ingevoegd.  De samenwerkende organisaties waaronder BJZ, CJG en aanbieders zijn bekend met deze routing en er zijn afspraken gemaakt over hun eigen rol, taken en verantwoordelijkheden hierin.  De sociale kaart voor hulpverleners in de regio is helder, inclusief eigen kracht gericht werken. Hier wordt ook in het kader van het CJG aan gewerkt.
  9. 9. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 9 3 Ingrediënten voor de nieuwe werkwijze Uit gesprekken die zijn gevoerd met diverse organisaties is al een aantal ingrediënten voor de nieuwe werkwijze naar voren gekomen. Deze ingrediënten vormen de basis voor de werkwijze die in de praktijkateliers ontwikkeld wordt. Aantrekkelijk De beëindiging van een intensief zorgtraject is een mijlpaal. Het is spannend om zelfstandig te gaan wonen of om terug te keren naar een gezin. Sommige jongeren hebben jarenlang in een instelling gewoond. Ineens is dat afgelopen. Ondersteuning na jeugdzorg wordt ingezet om de jongere zo veel mogelijk te coachen in deze belangrijke stap naar een zelfstandig leven. Het is belangrijk dat de jongere daar niet alleen in staat, dat hij het gevoel heeft dat ook anderen het belangrijk vinden dat hij het gaat redden en dat hij gesteund wordt. Er zijn jongeren die na afronding van het zorgtraject geen verdere ondersteuning nodig hebben. De check of een jongere ondersteuning nodig heeft, zal wel altijd moeten plaatsvinden. Naast de vraag of iedere jeugdige ondersteuning nodig heeft, speelt ook de vraag of iedere jeugdige verdere ondersteuning wenselijk acht. Niet alle jongeren lijken behoefte te hebben aan ondersteuning na afronding van het intensieve zorgtraject. We kunnen deze jongeren loslaten en hen hun eigen gang laten gaan. Wie weet kloppen ze later weer aan voor ondersteuning. We kunnen er ook voor kiezen deze houding van jongeren een signaal en een uitdaging te laten zijn voor de proeftuin. Wat is de reden dat jongeren geen ondersteuning willen? Is dat omdat zij geen ondersteuning wensen of is dat omdat het beeld dat zij hebben van de ondersteuning (wijze van) hen niet aanspreekt? De uitdaging aan de proeftuin is het ondersteuningsaanbod aantrekkelijk te laten zijn voor jongeren. Dat betekent dat we uitgaan van de vraag van de jongere. Het ondersteuningsaanbod is geen vastomlijnd 'product', maar bestaat uit datgene wat voor de jongere nodig is om zelfstandig verder te kunnen. Allesomvattend Ondersteuning na jeugdzorg gaat niet alleen over zorg. Het gaat over zorgen dat alles in orde is om een mooie toekomst op te kunnen bouwen. Het gaat over het vinden van een woning, het leren op jezelf te wonen, het vinden van werk en/of een opleiding, het leren aangaan van positieve relaties met anderen, het leren invulling geven aan je vrije tijd, het kunnen organiseren van je administratie en financiële situatie, etcetera! Ondersteuning na jeugdzorg is allesomvattend. "Je hebt altijd jongeren erbij zitten die schreeuwen en roepen van 'als de dag komt dat ik hier weg ben, is dat de mooiste dag van mijn leven', maar ook die jongeren zullen toch zoiets hebben van 'ja.... het is wel gek als alles in één keer weg is'". "Ik weet niet altijd hoe ik mijn kamer moet opruimen. Of hoe ik boodschappen moet doen. Of wat ik moet eten. Ik heb gewoon een coach nodig die mij dat leert, die mij leert opruimen en die mij leert boodschappen doen en die mij leert... whatever, wat dat dan ook maar is."
  10. 10. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 10 Koesteren van de basisstructuur en aanhaken op de ontwikkelingen In de proeftuin ondersteuning na jeugdzorg worden de organisaties, producten en projecten die al aanwezig zijn in Rivierenland als uitgangspunt genomen. Ondersteuning na jeugdzorg sluit naar verwachting deels aan bij wat al bestaat, deels brengt de proeftuin naar voren wat er nog ontbreekt of wat er ontwikkeld moet worden. ‘Nazorg’ is geen apart project dat los staat van andere ontwikkelingen, zoals de doorontwikkeling van het CJG, ontwikkeling van de gebiedsteams, versterking van de basisstructuur en de omslag en vernieuwing in de werkwijze van de professionals. De proeftuin ondersteuning na jeugdzorg haakt aan bij bestaande netwerkstructuren zoals de in ontwikkeling zijnde gebiedsteams en de jeugdpreventienetwerken. De proeftuin verbindt dat wat er al is. Eenvoud voorbij het ingewikkelde Nederland, projectenland. Vraag een professional wat hij vandaag nodig heeft om zijn of haar werk goed te kunnen doen en het antwoord is een ‘sociale kaart’. Er zijn tal van organisaties die van betekenis kunnen zijn in het leven van een jongere. Alleen al de jeugdzorg is een doolhof met een enorm uitgebreid zorgaanbod verspreid over meerdere organisaties en meerdere financieringsbronnen. Voor iedere vraag is weer een ander aanbod, deze organisatie heeft dit te bieden, die organisatie heeft dat te bieden. En ondanks al dat verschillende aanbod, is dat wat je nu echt nodig hebt niet te vinden of niet beschikbaar. Geen wonder dat veel jongeren na een jeugdzorg traject tussen wal en schip belanden. Een ondersteuningsstructuur na jeugdzorg gaat alleen werken wanneer dit een eenvoudige structuur wordt. Van alle verschillende stofjes die Rivierenland rijk is wordt als het ware een tapijt geweven. Ondersteuning na jeugdzorg bestaat uit een eenvoudige werkwijze die door iedereen eenvoudig te onthouden is en eenvoudig is in de uitvoering. Bij voorkeur en indien mogelijk wordt binnen de proeftuin één eenduidige werkwijze ontwikkeld, die binnen alle gemeenten in Rivierenland wordt geïmplementeerd. Voor aanbieders die in meerdere gemeenten werkzaam zijn, is dit het meest eenvoudig. Afstemming in de keten Doordat meerdere partijen betrokken kunnen zijn bij het ondersteuningsaanbod van een jeugdige, is afstemming in de keten cruciaal voor het slagen van een traject. Het CJG en/of het jeugdpreventienetwerk en/of de gebieds/wijkteams vormen hierin belangrijke partners. In de proeftuin wordt hierop aangesloten. In de werkwijze van ondersteuning na jeugdzorg zal een jeugdprofessional de rol van casemanager krijgen. De casemanager voert niet per se zelf alle onderdelen van het ondersteuningsaanbod uit, maar zorgt er wel voor dat afstemming plaatsvindt tussen de jeugdige / het gezin en de instellingen die een rol spelen in de nazorg. De casemanager is de centrale contactpersoon voor de jeugdige en coördineert de zorg en het netwerk. De casemanager heeft de mogelijkheid een casus op te schalen naar de procesmanager Jeugdpreventienetwerken. De procesmanager JPN voert de procesregie en heeft zo nodig doorzettingsmacht. Vanuit de proeftuin vindt doorlopend afstemming plaats met het regionaal ambtelijk jeugdoverleg en managers/teamleiders van de betrokken organisaties (zie hoofdstuk 4; praktijkateliers in 2013). De verbindingsfunctionaris constateert knelpunten, genereert beleidsinformatie en koppelt dit terug naar het ambtelijk jeugdoverleg.
  11. 11. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 11 Ondersteuning na jeugdzorg staat niet los van eerder traject Het woord ‘nazorg’ impliceert dat dit een apart zorgonderdeel is, dat plaatsvindt ná het jeugdzorg traject. Het jeugdzorg traject eindigt en vervolgens wordt nazorg ingezet. Dit is niet wat we beogen. De terugkeer naar het ‘gewone’ leven vormt onderdeel van het totale zorgtraject (van hulpvraag tot zelfredzaamheid) van de jongere. Dit betekent dat ondersteuning na jeugdzorg zich niet beperkt tot ná afronding van het jeugdzorg traject, maar dat deze ondersteuning juist parallel verloopt aan het zorgtraject. Dat betekent dat geruime tijd voor afronding van het tweedelijns traject een plan wordt opgesteld voor de periode daarna. Gedurende het hele zorgtraject is sprake van één gezin, één plan, één eigenaar. Dit betekent dat een procesmatige uitvoerder een rol zal spelen in het proces van terugkeer/normalisatie na afronding van het zorgtraject. Deze 'casemanager' levert niet per definitie zelf zorg, hij of zij bewaakt het totale ondersteuningsaanbod. Leeftijdsgrens loslaten Volgens de Wet op de jeugdzorg kan een jeugdige tot zijn 21e jaar in een JeugdzorgPlus (gesloten) instelling verblijven. Tot zijn 18e verjaardag kan een kind gesloten geplaatst worden ongeacht zijn toestemming, met een OTS, Voogdij, of toestemming van de gezaghebbende ouder, als er een geldig indicatiebesluit is en een machtiging gesloten jeugdzorg. Na het 18e jaar kan de jeugdige gesloten blijven, als hij voor het bereiken van de meerderjarigheid al gesloten zat, met de "al lopende machtiging gesloten jeugdzorg" tot zijn 21e jaar. Bureau Jeugdzorg kan een jeugdige wel begeleiden na zijn 18e jaar, maar niet langer via de gezinsvoogd. Die wordt vervangen door een casemanager. De magische leeftijdsgrens van 18 jaar voor geïndiceerde jeugdzorg wordt door veel organisaties als belemmerend ervaren. Uitgangspunt voor de proeftuin is dat jongeren die zorg nodig hebben, zorg moeten krijgen. De leeftijdsgrens van 18 jaar wordt hiervoor losgelaten. Zelfregie Uitgangspunt voor de proeftuin is dat jongeren zelf de regie hebben over hun eigen leven. Er wordt niet gesproken óver jongeren, maar mét jongeren en het gezin waarvan hij/zij deel uitmaakt. De focus in de ondersteuning ligt op oplossingen: Wat is nodig om zelfstandig te leven en hoe kan dat georganiseerd worden. De jongere denkt hier zelf actief in mee en neemt zelf beslissingen of en welke ondersteuning hij of zij krijgt. Eigen netwerk Iedereen heeft (tijdelijk) iemand nodig die hem of haar ondersteunt. Het netwerk is onderdeel van de ondersteuning zowel tijdens als na het jeugdzorgtraject. Het is prettig wanneer er "Ik zit hier uit nood. Het plan is uit nood. Waarom? Omdat mijn groep veel te laat begon met inschrijvingen. Dus ik had geen vervolgplek. Maar ik moest wel op die datum weg zijn.” "Ze moeten niet die stop erop zetten van je bent 18 jaar en dan moet je dat en dat bereikt hebben”.
  12. 12. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 12 iemand in de directe omgeving van de jongere is die hem of haar kan helpen grip te krijgen en te houden op zijn leven. Transitie-proef Gemeenten worden vanaf 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Het gaat om provinciale jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering, jeugd geestelijke gezondheidszorg (jeugd-ggz), zorg aan licht verstandelijk beperkte jeugdigen (jeugd-lvb) en JeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg). Met de decentralisatie van de jeugdzorg verdwijnt het huidige ‘schot’ tussen preventie en lichte voorzieningen voor opvoed- en opgroeiondersteuning waar gemeenten deels verantwoordelijk voor zijn en zwaardere vormen van zorg en ondersteuning, dat onder de verantwoordelijkheid van provincies valt. In de proeftuin wordt geëxperimenteerd met de wijze waarop de eerste- en de tweedelijnszorg op elkaar aan kunnen haken en hoe de voortgang van het hele ondersteuningstraject (op de verschillende leefdomeinen) bewaakt kan worden. Daarnaast is het ook een oefening in lokale en regionale samenwerking en afstemming tussen aanbieders en gemeenten. Een argument voor de transitie jeugdzorg is dat de jongere en het gezin centraal staan en dat binnen het gemeentelijk jeugdbeleid diversiteit en aanpassing aan de lokale situatie het vertrekpunt vormen, zodat er meer maatwerk geleverd kan worden. De transitie van de jeugdzorg betekent ook dat zorgaanbieders die vaak provinciaal werken, te maken krijgen met meerdere opdrachtgevers. Dit vraagt om afstemming tussen zorgaanbieder en gemeente, maar ook om afstemming tussen gemeenten onderling. Voor ondersteuning na jeugdzorg krijgt de regio bijvoorbeeld te maken met provinciale jeugdzorgaanbieders, die diensten leveren in meerdere Gelderse regio's. De vraag dient zich aan waar de werkwijze voor ondersteuning na jeugdzorg lokaal per gemeente verschillend kan zijn en waar het handig is regionaal of provinciaal afstemming of overeenstemming te zoeken. Dergelijke vraagstukken die worden verkend in de proeftuin, komen straks ook terug in het transitieproces van de jeugdzorg. Te meer omdat ook de jeugd-ggz en de jeugd-lvb onderdeel uitmaken van de proeftuin, kan de proeftuin gezien worden als een startpunt richting de transitie van de jeugdzorg. "Lang leven mijn netwerk! Echt waar. Die hebben geholpen. Die hebben alles gedaan."
  13. 13. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 13 4 Procesplan en draagvlak in 2012 In november 2012 vindt een bijeenkomst plaats met managers/teamleiders van organisaties die mogelijk een rol kunnen vervullen in het ondersteuningsaanbod na jeugdzorg. Het gaat nadrukkelijk niet alleen om zorg organisaties, juist ook om organisaties die van betekenis kunnen zijn voor wonen, werk, opleiding, vrije tijd, etcetera (allesomvattend).Tijdens deze bijeenkomst wordt voorliggend procesplan voorgelegd, besproken, verfijnd, aangepast. Na afloop van de bijeenkomst committeren organisaties zich aan deelname aan de proeftuin. Binnen de eigen organisatie geven zij één of meerdere professionals de ruimte deel te nemen aan de proeftuin.Indien mogelijk wordt de proeftuin georganiseerd binnen de bestaande overlegstructuren van de gebiedsteams en de jeugdpreventienetwerken. Een praktijkatelier maakt in dat geval deel uit van reguliere bijeenkomsten van een gebiedsteam of een jeugdpreventienetwerk. In de proeftuin wordt gewerkt met praktijkateliers, deze gaan van start in januari 2013.
  14. 14. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 14 5 Praktijkateliers in 2013 In 2013 wordt eens in de maand een praktijkatelier georganiseerd, bij voorkeur als onderdeel van bestaande samenwerkingsverbanden zoals de gebiedsteams of de jeugdpreventienetwerken. In het praktijkatelier komen professionals van de verschillende organisaties bij elkaar. In de praktijkateliers wordt de ondersteuningsstructuur na jeugdzorg vanuit de praktijk ontwikkeld. De praktijkateliers zijn ingedeeld in vier fasen. Januari t/m maart: ontwikkelen concept werkwijze De ondersteuningsstructuur na jeugdzorg wordt opgebouwd vanuit de praktijk. In de eerste drie maanden van de proeftuin (3 bijeenkomsten) wordt aan de hand van casussen op papier een eerste concept werkwijze ontwikkeld voor het bieden van ondersteuning na afronding van jeugdzorg trajecten. In de werkwijze worden afspraken vastgelegd over samenwerking tussen organisaties en het ondersteuningsaanbod dat door organisaties wordt aangeboden. Het provinciaal basiskader ondersteuning na jeugdzorg dat ontwikkeld is door BMC wordt als uitgangspunt gehanteerd. De concept werkwijze wordt voorgelegd aan het regionaal ambtelijk jeugdoverleg en aan managers/teamleiders van de betrokken organisaties. De reacties op de concept werkwijze resulteren in een eerste werkwijze/afsprakenset op papier. april t/m juni: oefenen met concept werkwijze en aanpassen Na drie maanden is er een eerste werkwijze/afsprakenset op papier ontwikkeld. De volgende drie maanden gaat iedere professional die deelneemt aan de proeftuin de werkwijze met één casus in de praktijk oefenen. De casus waarmee geoefend wordt is een 'werkbare' casus. Het gaat in deze fase om het uittesten van de ontwikkelde werkwijze. De kans is groot dat de werkwijze in de praktijk anders blijkt te werken dan gedacht. De professional komt knelpunten en hobbels tegen die werkende weg opgelost dienen te worden. Dat gaat beter met een relatief eenvoudige casus en met een jongere die graag deel wil uitmaken van de proeftuin. Het toepassen van de werkwijze in meer ingewikkelde casussen, komt in een latere fase. De verbindingsfunctionaris is in deze fase bereikbaar voor consultatie en advies. In de praktijkateliers worden de casussen gevolgd en besproken aan de hand van intervisie. Aan de hand van de ervaringen in de praktijk met de nieuwe werkwijze, wordt de werkwijze bijgesteld. De bijgestelde werkwijze wordt wederom voorgelegd aan het regionaal ambtelijk jeugdoverleg en aan de managers/teamleiders van de betrokken instellingen. September t/m november: schaalvergroting In deze fase ligt er een in de praktijk werkbare werkwijze. Nu is het zaak de werkwijze op grotere schaal toe te passen in de praktijk. Uitgangspunt is dat iedere organisatie die deelneemt aan de proeftuin werkt met vijf casussen. Na drie maanden ligt er een aangescherpte werkwijze/afsprakenset die na een 'feedbackronde' door het regionaal ambtelijk jeugdoverleg en de managers/teamleiders van de betrokken organisaties, definitief wordt vastgesteld. December: Afsluiting van de praktijkateliers Tot deze fase waren alleen professionals verbonden aan de proeftuin bekend met de opgebouwde ondersteuningsstructuur na jeugdzorg. Nadat uitgebreid is geoefend met de nieuwe werkwijze en de werkwijze is vastgesteld, is het zaak dat ook andere professionals en (indien nodig) andere organisaties bekend worden met de werkwijze. In een afsluitende
  15. 15. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 15 bijeenkomst in december wordt de werkwijze gepresenteerd en wordt geïnventariseerd wat nodig is voor een goede implementatie van de werkwijze.
  16. 16. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 16 6 Implementatie en borging van de afspraken in 2014 De ervaring in Rotterdam met het opzetten van een ondersteuningsstructuur na intensieve gezinscoaching leert dat de implementatie van een nieuwe werkwijze veel aandacht vergt. Het blijkt toch lastig om onderling contact te leggen, de juiste uitwisseling te doen en volgens afspraak te rapporteren over de voortgang, aanmelding en afronding. De professionals die betrokken waren bij de ontwikkeling van de werkwijze, weten het vaak wel. Maar hoe weten anderen ook wat de werkwijze is, hoe weten zij bij wie je moet zijn bij welke organisatie, hoe weten zij wat er allemaal te bieden is aan jongeren die uitstromen uit een jeugdzorg traject? In de kast staat een map met het werkproces, het blijkt om een verouderde versie te gaan. In de adressenlijst staat het telefoonnummer van Juliet, wanneer je haar probeert te bellen, blijkt ze van baan te zijn veranderd. Een jeugdzorg traject eindigt, je zoekt op wat de volgende stap is en dan blijkt dat je daar 3 maanden geleden al over na had moeten denken....De verbindingsfunctionaris is in de implementatiefase beschikbaar als coach in de nieuwe werkwijze, om organisaties te ondersteunen in het zich eigen maken van de nieuwe afspraken. Bij alle betrokken organisaties worden presentaties gehouden over de nieuwe werkwijze. Naar verwachting zal binnen de jeugdpreventienetwerken en/of de gebiedsteams afstemming plaatsvinden over het ondersteuningsaanbod aan een jeugdige. Na een jaar van implementatie is de werkwijze dusdanig ingesleten, dat de opgebouwde structuur voor ondersteuning na jeugdzorg een stevig fundament heeft in Rivierenland. “Ik word volgende week 19 en ik ben er ook wel aan toe dat ik mijn eigen vleugels uit sla. Ik ben ervan overtuigd dat ik het kan. Met hulp die ik heb van mijn vriendenkring en van mijn ouders. Daar ben ik van overtuigd. Er vallen veel mensen terug. Met mij komt het wel goed.”
  17. 17. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 17 7 Financiering Ondersteuning na jeugdzorg behoort tot de reguliere taken van aanbieders. Voor de uitvoering van deze ondersteuning is geen extra budget beschikbaar. Voor training van professionals is een budget beschikbaar van €7.600. Gemeenten co-financieren het project in uren. Het aantal uren is verdeeld naar rato van omvang van de gemeente. Er zijn 4 categorieën gemaakt. 1: >40.000 inwoners 2: tussen 25.000- 40.000 inwoners 3: tussen 15.000-25.000 inwoners 4: <15.000 inwoners
  18. 18. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 18 Bijlage 1: Primair proces na provinciale jeugdzorg uit provinciaal Basiskader In het provinciaal basiskader 'Begeleiding en ondersteuning na jeugdzorg in Gelderland', is een schema opgenomen van het ontwikkelde werkproces ondersteuning na jeugdzorg. Dit basiskader dient als uitgangspunt voor de proeftuin ondersteuning na jeugdzorg in Rivierenland. Afwijkingen van het werkproces is in overleg met de provincie mogelijk. Het volledige document is te vinden via www.gelderland.nl, tabblad jeugd, plannen en programma’s, nazorg.
  19. 19. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 19 Bijlage 2: Planning in tabel Voor de praktijkateliers wordt waar mogelijk aangesloten bij bestaande netwerkstructuren (jeugdpreventienetwerken, gebiedsteams). Jaartal Activiteiten Inzetbetrokken partijen 2012  Maart t/m september: Gesprekken met organisaties  Een uur per gesprek  September: Concept procesplan  Betrokken partijen krijgen gelegenheid feedback te geven op concept procesplan  November: Startbijeenkomst  Aanwezigheid bij startbijeenkomst, committeren aan proeftuin, vrijstellen van professionals om deel te nemen aan proeftuin. 2013  Januari t/m maart: ontwikkelen concept werkwijze  Deelname professionals aan proeftuin 3 x 2 uur.  April t/m juni: oefenen met concept werkwijze en aanpassen  Deelname professionals aan proeftuin 3 x 2 uur.  Per deelnemende professional experimenteren met 1 casus in de praktijk  September t/m november: schaalvergroting  Deelname professionals aan proeftuin 3 x 2 uur.  Per deelnemende organisatie experimenteren met 5 casussen in de praktijk  December: Afsluiting van praktijkateliers  Deelname aan afsluitende bijeenkomst praktijkateliers. 2014  Implementatie en borging van de afspraken  Toepassen van de vastgestelde werkwijze.
  20. 20. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 20 Bijlage 3: Inzet verbindingsfunctionaris Voor het realiseren van een ondersteuningsstructuur na jeugdzorg heeft regio Rivierenland een verbindingsfunctionaris aangetrokken. De functie van verbindingsfunctionaris ondersteuning na jeugdzorg wordt ingevuld door Mara Frank. Zij is bereikbaar via email: Frank@regiorivierenland.nl of telefoon: 06-15026477. Gekozen is voor een intensieve inzet in de eerste fase van procesplan en draagvlak ontwikkeling. In de uitvoeringsfase en borgingsfase is de beschikbare inzet gelijkmatig verdeeld. De ervaring leert dat voldoende tijd beschikbaar dient te zijn voor implementatie en borging. Jaar Fase Inzet 2012 Procesplan & draagvlak 12 uur per week 2013 Praktijkateliers (uitvoering) 6 uur per week 2014 Implementatie en borging 6 uur per week
  21. 21. Procesplan ‘Proeftuin ondersteuning na jeugdzorg’. September 2012. 21 Bijlage 4: Subsidievoorwaarden provincie Gelderland De provincie heeft een aantal voorwaarden gesteld aan de subsidieverstrekking voor ondersteuning na jeugdzorg, waaronder twee inhoudelijke voorwaarden:  Uitgangspunt voor vormgeving van ondersteuning na jeugdzorg is het basiskader begeleiding en ondersteuning na jeugdzorg.  Daarnaast is het van belang dat er een integrale aanpak van jeugdigen op de verschillendeleefgebieden is. Deze leefgebieden zijn: wonen, onderwijs, werk, vrije tijd en sociaal netwerk.

×