ProMemorieAudit / Februari 2013Alle fiscale feiten encijfers op een rij
InhoudRealisatie: KPMG Marketing & SalessupportTekstproductie: KPMG Accountants Belastinggroep enKPMG Meijburg & CoMeer in...
Inhoud1         Inkomstenbelasting                            2   3.1      Beperking van aftrekposten en1.1       Loon en ...
1        Inkomstenbelasting                                                                                               ...
Inhoud1.1     Loon en bijtelling privégebruik auto van de zaak        Het voordeel van het privégebruik van de (bestel)aut...
Inhoud        6)              Per 1 januari 2012 is de categorie auto’s met 0% bijtelling uitgebreid. Auto’s met een CO2-u...
Inhoud        2011         WONINGWAARDE 2) MEER DAN       MAAR NIET MEER DAN             BIJTELLING OP JAARBASIS         E...
Inhoud        2)             Er geldt overgangsrecht voor goodwill en overige bedrijfsmiddelen waarop al is afgeschreven v...
Inhoud1.2.7   Investeringsaftrek1.2.7.1 Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek1)        2013        Bij investeringsbedrag in...
Inhoud1.2.7.2 Energie-investeringsaftrek1)         2013                                        2012                       ...
Inhoud        Categorie III         2013                                   2012                                     2011  ...
Inhoud1.2.8.2 Zelfstandigenaftrek, startersaftrek en startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid        De zelfstandigenaftre...
Inhoud1.2.8.3 Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O-aftrek)1)         AANTAL UREN BESTEED AAN S&O                  ...
Inhoud1.2.8.5 Stakingsaftrek                                                        2013                     2012         ...
Inhoud20122) EIGENWONINGWAARDE1) MEER DAN                     MAAR NIET MEER DAN         BIJTELLING OP JAARBASIS EUR      ...
Inhoud1.3.2   Kapitaalverzekering eigen woning         ONBELASTE UITKERING UIT         KAPITAALVERZEKERING1)              ...
Inhoud1.5     Uitgaven voor inkomensvoorzieningen1.5.1   Premies voor lijfrenten1)         AFTREKBEDRAGEN 2)              ...
Inhoud1.6     Inkomen uit sparen en beleggen1.6.1   Forfaitair rendement                                                  ...
Inhoud         AFTREKBAAR                                                      NIET AFTREKBAAR         Schulden           ...
Inhoud1.7     Heffingvrij vermogen                                                                                      201...
Inhoud             100% aftrekbaar, rekening houdend met de drempel. De drempel bedraagt 0,8% van de WOZ-waarde           ...
Inhoud       2012                                                                           TARIEF PREMIES                ...
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
KPMG Pro Memorie 2013
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

KPMG Pro Memorie 2013

750
-1

Published on

In deze Pro Memorie vindt u de nieuwe tarieven, premies, uitvoeringsmaatregelen zoals die per 1 januari 2013 gelden.

Published in: Economy & Finance
0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
750
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
6
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

KPMG Pro Memorie 2013

  1. 1. ProMemorieAudit / Februari 2013Alle fiscale feiten encijfers op een rij
  2. 2. InhoudRealisatie: KPMG Marketing & SalessupportTekstproductie: KPMG Accountants Belastinggroep enKPMG Meijburg & CoMeer informatie over onze dienstverlening vindt u opwww.kpmg.nl en www.meijburg.nl © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  3. 3. Inhoud1 Inkomstenbelasting 2 3.1 Beperking van aftrekposten en1.1 Loon en bijtelling privégebruik auto belastingvrije vergoedingen 26 van de zaak 3 3.1.1 Vrijgestelde vergoedingen en1.1.1 Bijtelling op jaarbasis 3 verstrekkingen werkruimte eigen woning 281.1.1.1 Bijtelling afhankelijk van CO2-uitstoot 3 3.1.2 Normbedragen maaltijden in bedrijfskantines 291.1.1.2 Bestelauto van de zaak 4 3.2 Eindheffing op belastingvrije vergoedingen1.1.2 Aftrek eigen bijdrage privégebruik auto 4 en verstrekkingen 291.2 Winst uit onderneming 4 3.3 Werkkostenregeling 301.2.1 Bijtelling privégebruik auto 4 3.4 Schematisch overzicht werkkostenregeling 321.2.2 Bijtelling privégebruik woning 4 4 Loonbelasting 331.2.3 Forfaitaire winstbepaling zeescheepvaart 5 4.1 Loonheffingskorting 331.2.4 Bijzondere fiscale waarderingsvoorschriften 5 4.2 Afdrachtvermindering loonheffing 331.2.4.1 Beperking fiscale afschrijving 5 4.3 Gebruikelijk loon 331.2.4.2 Willekeurige afschrijving 6 4.4 Pseudo-eindheffing voor hoge lonen 341.2.4.3 Waarderingsvoorschrift onderhanden werk/ 4.5 Modelstaat voor loonberekening 2013 35 opdrachten 6 4.6 Bestanddelen van het loon vanaf1.2.5 Mkb-winstvrijstelling 6 1 januari 2013 351.2.6 Van winst aftrekbare kosten 4.7 Werknemersverzekeringen 36 privévervoermiddel 6 4.7.1 Premieheffingen 361.2.7 Investeringsaftrek 7 4.7.2 Uitkeringen ZW/WW/WIA 371.2.7.1 Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 7 5 Vennootschapsbelasting 381.2.7.2 Energie-investeringsaftrek 8 5.1 Aftrekfaciliteiten en1.2.7.3 Milieu-investeringsaftrek 8 waarderingsvoorschriften 381.2.7.4 Research- & developmentaftrek (RDA) 9 5.2 Verliesverrekening 381.2.8 Ondernemersaftrek 9 5.3 Tarieven 381.2.8.1 Urencriterium 9 5.3.1 Reguliere tarieven vennootschapsbelasting 381.2.8.2 Zelfstandigenaftrek, startersaftrek en 5.3.2 Boxtarieven vennootschapsbelasting 39 startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid 10 6 Dividendbelasting 401.2.8.3 Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk 7 Omzetbelasting 41 (S&O-aftrek) 11 7.1 Tarieven en regelingen 411.2.8.4 Meewerkaftrek/partnervergoeding 11 7.2 Forfaitaire correctie privégebruik auto1.2.8.5 Stakingsaftrek 12 van de zaak 411.2.9 Fiscale oudedagsreserve (FOR) 12 8 Belastingen van rechtsverkeer en1.3 Eigen woning 12 kansspelbelasting 421.3.1 Eigenwoningforfait 12 9 Erf- en schenkbelasting 431.3.2 Kapitaalverzekering eigen woning 14 9.1 Vrijstellingen schenkbelasting 431.4 Reisaftrek 14 9.2 Vrijstellingen erfbelasting 431.5 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen 15 9.3 Tarieven 441.5.1 Premies voor lijfrenten 15 9.3.1 Tarief erf- en schenkbelasting 2013 441.5.2 Extra lijfrentepremieaftrek bij stakende 9.3.2 Tarief erf- en schenkbelasting 2012 44 ondernemers 15 9.3.3 Tarief erf- en schenkbelasting 2011 441.6 Inkomen uit sparen en beleggen 16 10 Uitkeringen op grond van sociale wetten 451.6.1 Forfaitair rendement 16 10.1 AOW/Anw 451.6.2 Rendementsgrondslag 16 10.1.1 Inkomensafhankelijke toeslag 461.6.2.1 Vrijstellingen box 3 17 10.2 Bijstandsuitkeringen en normbedragen 461.6.2.2 Drempel schulden box 3 17 10.2.1 IOAW-uitkering per maand 461.7 Heffingvrij vermogen 18 10.2.2 WWB-nettonormbedragen per maand 471.7.1 Ouderentoeslag 18 10.3 Minimumloon per maand 471.8 Uitgaven voor monumentenpanden 18 10.4 Kinderbijslag (AKW) 481.9 Verliesverrekening 19 10.4.1 Uitkeringen per kwartaal 481.9.1 Verliesverrekening 19 10.4.2 Maximale nettobijverdiensten per kwartaal 481.9.2 Verliesverdamping 19 11 Zorgverzekeringswet 491.10 Tarieven in de boxen 19 12 Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) 501.10.1 Box 1: belastbaar inkomen uit 12.1 Verpakkingenbelasting 50 werk en woning 19 12.2 Afvalstoffenbelasting 501.10.2 Box 2: belastbaar inkomen uit 12.3 Belasting op leidingwater 50 aanmerkelijk belang 20 12.4 Kolenbelasting 501.10.3 Box 3: belastbaar inkomen uit sparen 12.5 Grondwaterbelasting 51 en beleggen 20 12.6 Energiebelasting 511.11 Heffingskortingen 21 12.6.1 Aardgas (per m3) 511.11.1 Heffingskortingen in verband met 12.6.2 Elektriciteit (per kWh) 51 beleggingen 23 13 Discontopercentages en wettelijke rente 522 Toeslagen 24 13.1 Wettelijke rente, belastingrente en2.1 Zorgtoeslag 24 invorderingsrente 522.2 Kindgebonden budget 24 13.2 Heffings- en invorderingsrente bij belastingen 522.3 Kinderopvangtoeslag 24 13.3 Rentetarieven ECB 532.3.1 Maximumuurtarief kinderopvang 25 13.4 Discontovoet 542.4 Huurtoeslag 25 14 Koersen 552.5 Vermogenstoets voor zorg- en huurtoeslag 25 14.1 Valutakoersen 553 Vergoedingen, verstrekkingen en aftrekposten 26 15 Lijst met afkortingen 56 © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2013 1
  4. 4. 1 Inkomstenbelasting Aftrekposten Alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen Uitgaven weekendbezoek gehandicapten Inkomsten Aftrekposten Studiekosten en andere scholingsuitgaven Loon (incl. auto van de zaak), pensioen Reisaftrek Levensonderhoud kinderen jonger dan 21 jaar Uitgaven monumentenpanden Winst uit onderneming Premies voor lijfrenten en andere Uitgaven voor specifieke zorgkosten Giften Resultaat uit overige werkzaamheden uitgaven voor Periodieke uitkeringen inkomstenvoorzieningen Box 1 Persoons- Box 1 Te verrekenen Box 1 Box 1 37% Ontvangen alimentatie Aftrekposten van de eigen woning _ gebonden Inkomen _ verliezen uit werk Belastbaar Belasting aftrek = en woning = X tot = Eigenwoningforfait uit werk en inkomen 52% woning Inkomsten Aftrekposten Box 2 Aftrekken Box 2 Te verrekenen Box 2 Box 2 25% in box 1, Inkomen uit verliezen uit Belastbaar Belasting Reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang Aftrekbare kosten _ _ eventueel = aanmerkelijk aanmerkelijk = inkomen X = Vervreemdingsvoordelen uit ook in belang belang aanmerkelijk belang box 3 en box 2 Gemiddeld vermogen Vast Box 3 Box 3 Box 3 Spaargeld, tweede woning, aandelen e.d. minus schulden X rendement Voordeel Belastbaar inkomen Belasting _ (4%) uit sparen = X 30% = (voor zover dit meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen) en beleggen + Heffingskortingen Totaal Algemene heffingskorting belasting Arbeidskorting Werkbonus Heffings- Inkomensafhankelijke combinatiekorting korting Ouderschapsverlofkorting (Aanvullende) alleenstaande-ouderkorting _ Jonggehandicaptenkorting (Alleenstaande) ouderenkorting Inhoud Levensloopverlofkorting Korting groene beleggingen Te betalen bedragPr o M e m o r i e fe b ru a ri 20132 © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  5. 5. Inhoud1.1 Loon en bijtelling privégebruik auto van de zaak Het voordeel van het privégebruik van de (bestel)auto van de zaak wordt belast als loon. Werkgevers moeten hierover loonbelasting, premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) inhouden. Per 1 januari 2013 is het voordeel ook loon voor de werknemersverzekeringen.1.1.1 Bijtelling op jaarbasis1.1.1.1 Bijtelling afhankelijk van CO2-uitstoot 2013 2012 2012 2011 BIJTELLING1,2) 1 januari3) 1 juli4) GRAM/KM GRAM/KM GRAM/KM GRAM/KM ALLE BRANDSTOFFEN MET UITZONDERING VAN DIESEL 0% bijtelling5) <51 <51 <51 0 14% bijtelling 51-95 51-110 51-102 <111 20% bijtelling 96-124 111-140 103-132 111-140 25% bijtelling >124 >140 >132 >140 DIESEL 0% bijtelling6) <51 <51 <51 - 14% bijtelling 51-88 51-95 51-91 <96 20% bijtelling 89-112 96-116 92-114 96-116 25% bijtelling >112 >116 >114 >116 1) De bijtelling voor privégebruik is ten minste het vermelde percentage van de cataloguswaarde van de auto (inclusief btw en bpm). Afhankelijk van het daadwerkelijke privégebruik kan een hoger percentage van toepassing zijn. Voor auto’s die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen geldt de waarde in het economisch verkeer als grondslag en, met ingang van 1 januari 2010, een bijtelling van 35% in plaats van 25%. 2) De bijtelling is nihil als een auto niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. In beginsel is een rittenadministratie nodig om te bewijzen dat sprake is van 500 privékilometers of minder. De woon-werkkilometers tellen hierbij als zakelijke kilometers. De werknemer kan ook een ‘verklaring geen privégebruik’ aanvragen om de bijtelling door de werkgever achterwege te laten. Voor de bestelauto gelden verder nog specifieke regels. Zie het aanvraagformulier verklaring geen privégebruik dat via de site van de Belastingdienst is te downloaden. 3) Auto’s met een 20%- of 14%-bijtelling waarvan het kenteken vóór 1 juli 2012 op naam is gesteld, houden dat lagere bijtellingspercentage totdat de auto een andere eigenaar én andere gebruiker krijgt. In dat geval zal het bijtellingspercentage met ingang van 1 juli 2017 worden aangepast overeenkomstig de dan geldende normen. 4) Auto’s met een 20%- of 14%-bijtelling die vanaf 1 juli 2012 op naam worden gesteld, houden dat lagere bijtellingspercentage voor een periode van 60 maanden. Die periode van 60 maanden begint op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld. Aan het eind van die periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een 60-maandenperiode voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt. 5) Voor auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013 worden aangeschaft, geldt gedurende 60 maanden een 0%-tarief voor de bijtelling. Op auto’s die al voor 1 januari 2012 zijn aangeschaft en niet meer dan 50 gr/km CO2 uitstoten, is voor zover ze daar nog geen recht op hadden vanaf 1 januari 2012 het 0%-tarief van toepassing tot 1 januari 2017 . © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2013 3
  6. 6. Inhoud 6) Per 1 januari 2012 is de categorie auto’s met 0% bijtelling uitgebreid. Auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 50 gram per kilometer vielen vanaf die datum ook onder deze categorie. De uitbreiding was alleen aan de orde voor auto’s met een benzinemotor. Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 geldt de bijtelling van 0% ook voor auto’s met een dieselmotor die per kilometer maximaal 50 gram CO2 uitstoten.1.1.1.2 Bestelauto van de zaak Een werknemer die een bestelauto van de zaak uitsluitend zakelijk (dus: 0 kilometer privé) gebruikt, kan vanaf 1 januari 2012 gebruikmaken van de ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’. Er vindt dan geen bijtelling auto van de zaak plaats en er hoeft geen rittenregistratie te worden bijgehouden. Dit is een nieuwe regeling naast bijvoorbeeld de bestaande mogelijkheid om met behulp van een rittenregistratie aan te tonen dat het privégebruik niet meer dan 500 km per jaar bedraagt.1.1.2 Aftrek eigen bijdrage privégebruik auto 2013 2012 2011 Betalingen aan werkgever voor privégebruik 1) aftrekbaar aftrekbaar aftrekbaar 1) De betalingen aan de werkgever kunnen per saldo niet leiden tot een negatieve bijtelling.1.2 Winst uit onderneming1.2.1 Bijtelling privégebruik auto Zie de tabel bij 1.1.1 voor de bijtelling als gevolg van de onttrekking wegens privégebruik van een tot het ondernemingsvermogen behorende auto.1.2.2 Bijtelling privégebruik woning De bijtelling als gevolg van de onttrekking voor het privégebruik van de tot het ondernemingsvermogen behorende woning1) wordt bepaald aan de hand van de onderstaande tabel: 2013 WONINGWAARDE 2) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 0,85 12.500 25.000 1,05 25.000 50.000 1,20 50.000 75.000 1,30 75.000 1.040.000 1,50 1.040.000 - 1,903) 2012 WONINGWAARDE 2) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 0,80 12.500 25.000 1,00 25.000 50.000 1,15 50.000 75.000 1,25 75.000 1.040.000 1,40 1.040.000 - 1,753) © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2013 4
  7. 7. Inhoud 2011 WONINGWAARDE 2) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 0,80 12.500 25.000 1,00 25.000 50.000 1,10 50.000 75.000 1,20 75.000 1.020.000 1,35 1.020.000 - 1,603) 1) Onder woning wordt ook verstaan een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen. Een werkruimte maakt deel uit van de woning, tenzij de werkruimte een naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van de woning is (voldoende te onderscheiden van de woning) en het inkomen hoofdzakelijk in of vanuit de werkruimte wordt verdiend. 2) De woningwaarde(n) is/zijn de volgens de Wet WOZ voor die woning vastgestelde waarde of waarden voor het tijdvak waarbinnen het kalenderjaar valt. 3) 2013: EUR 15.600 plus 1,75% van de woningwaarde boven de EUR 1.040.000 2012: EUR 14.560 plus 1,75% van de woningwaarde boven de EUR 1.040.000 2011: EUR 13.770 plus 1,60% van de woningwaarde boven de EUR 1.020.000.1.2.3 Forfaitaire winstbepaling zeescheepvaart TONNAGE IN NETTOTON1) WINST UIT ZEESCHEEPVAART PER DAG PER 1.000 NETTOTON 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Tot en met 1.000 9,08 9,08 9,08 Voor het meerdere tot en met 10.000 6,81 6,81 6,81 Voor het meerdere tot en met 25.000 4,54 4,54 4,54 Voor het meerdere tot en met 50.000 2,27 2,27 2,27 Voor het meerdere boven 50.000 0,50 2) 0,502) 0,502) 1) De tabel wordt toegepast op het op 1.000 ton naar beneden afgeronde nettotonnage van een schip. 2) Het tarief van EUR 0,50 per 1.000 nettoton per dag is slechts van toepassing op schepen die na 31 december 2008 een vlag zijn gaan voeren en sindsdien onder het tonnageregime vallen, of op schepen die ten minste gedurende de laatste vijf jaar voor hun toetreding tot de tonnageregeling onder de vlag van een land waren geregistreerd dat geen EU-lidstaat is of niet tot de EER behoort.1.2.4 Bijzondere fiscale waarderingsvoorschriften1.2.4.1 Beperking fiscale afschrijving VASTGOED1) OVERIGE GOODWILL 2, 3) BEDRIJFSMIDDELEN 2,3) VASTGOED IN EIGEN GEBRUIK BELEGGINGSVASTGOED Afgeschreven kan worden tot Afgeschreven kan Op jaarbasis ten hoogste Op jaarbasis ten hoogste 50% van de WOZ-waarde worden tot 100% van 10% van de aanschafkosten 20% van de aanschafkosten de WOZ-waarde 1) Er geldt overgangsrecht voor vastgoed waarop voor 1 januari 2007 nog niet gedurende ten minste drie jaar is afgeschreven. De huidige regeling geldt dan pas in het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin die periode van drie jaar is geëindigd. © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2013 5
  8. 8. Inhoud 2) Er geldt overgangsrecht voor goodwill en overige bedrijfsmiddelen waarop al is afgeschreven voor 1 januari 2007 De boekwaarde op 1 januari 2007 kan niet eerder worden afgeschreven dan over 120 . maanden (goodwill) respectievelijk 60 maanden (overige bedrijfsmiddelen) minus het aantal maanden waarover al is afgeschreven voor 1 januari 2007. 3) Omstandigheden die ten tijde van het investeren in een bedrijfsmiddel al bekend waren, geen aanleiding geven voor een afwaardering naar een lagere bedrijfswaarde.1.2.4.2 Willekeurige afschrijving De willekeurige afschrijving is een tijdelijke maatregel (van 2009 tot en met 2011) in het kader van de economische crisis en geldt voor nieuw aangeschafte bedrijfsmiddelen. INVESTERING IN KALENDERJAAR 2013 2012 2011 % % % Willekeurige afschrijving in investeringsjaar maximaal 1) N.v.t. N.v.t. 50 Ingebruikname bedrijfsmiddel2) uiterlijk voor N.v.t. N.v.t. 1 januari 2014 1) Willekeurige afschrijving is mogelijk zodra in het betreffende kalenderjaar een investeringsverplichting is aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt. Het bedrag van de willekeurige afschrijving kan echter niet hoger zijn dan de gemaakte voortbrengingskosten of het bedrag dat ter zake van de investeringsverplichting is betaald. 2) Een aantal bedrijfsmiddelen is uitgezonderd. De belangrijkste uitzonderingen zijn: gebouwen, grond-, weg- en waterbouwkundige werken, dieren, immateriële activa (waaronder software), bromfietsen, motorrijwielen en personenauto’s. Uitgesloten zijn ook bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk zijn bestemd voor terbeschikkingstelling aan derden. Taxi’s en zeer zuinige personenauto’s mogen wel willekeurig worden afgeschreven.1.2.4.3 Waarderingsvoorschrift onderhanden werk/opdrachten De winstneming mag niet meer worden uitgesteld tot de oplevering van het werk. Er moet voortschrijdend winst worden genomen.1.2.5 Mkb-winstvrijstelling 2013 2012 2011 % % % Aftrek van de winst 14 12 121.2.6 Van winst aftrekbare kosten privévervoermiddel Gebruikt een ondernemer een tot zijn privévermogen behorende of door hem in privé gehuurd vervoermiddel voor zijn onderneming, dan zijn de kosten beperkt aftrekbaar. 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Aftrek per kilometer1) 0,19 0,19 0,19 1) Woon-werkkilometers zijn zakelijke kilometers. © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2013 6
  9. 9. Inhoud1.2.7 Investeringsaftrek1.2.7.1 Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek1) 2013 Bij investeringsbedrag in kalenderjaar van: MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BEDRAAGT DE KLEINSCHALIGHEIDSINVESTERINGSAFTREK: EUR EUR – 2.300 - 2.300 55.248 28% van het investeringsbedrag 55.248 102.311 EUR 15.470 102.311 306.931 EUR 15.470 verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de EUR 102.311 te boven gaat 306.931 - 2012 Bij investeringsbedrag in kalenderjaar van: MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BEDRAAGT DE KLEINSCHALIGHEIDSINVESTERINGSAFTREK: EUR EUR – 2.300 - 2.300 55.248 28% van het investeringsbedrag 55.248 102.311 EUR 15.470 102.311 306.931 EUR 15.470 verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de EUR 102.311 te boven gaat 306.931 - 2011 Bij investeringsbedrag in kalenderjaar van: MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BEDRAAGT DE KLEINSCHALIGHEIDSINVESTERINGSAFTREK: EUR EUR – 2.200 - 2.200 54.324 28% van het investeringsbedrag 54.324 100.600 EUR 15.211 100.600 301.800 EUR 15.211 verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de EUR 100.600 te boven gaat 301.800 - 1) Indien de onderneming van de belastingplichtige deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een of meer andere belastingplichtigen die daarbij winst uit onderneming genieten of met belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting, dan worden voor de bepaling van het investeringsbedrag hun investeringen voor het samenwerkingsverband opgeteld. Ook zeer zuinige personenauto’s, waaronder elektrische personenauto’s, kwalificeren voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Bedrijfsmiddelen waarvoor het investeringsbedrag minder is dan EUR 450 komen niet voor de investeringsaftrek in aanmerking. © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2013 7
  10. 10. Inhoud1.2.7.2 Energie-investeringsaftrek1) 2013 2012 20112) INVESTERINGSBEDRAG ENERGIE- INVESTERINGSBEDRAG ENERGIE- INVESTERINGSBEDRAG ENERGIE- INVESTE- INVESTE- INVESTE- RINGS- RINGS- RINGS- MEER DAN MAAR DAN NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MEER DAN MEER DAN MEER MEER DAN MEER DAN EUR EUR % EUR EUR % EUR EUR % – 2.300 – 2.300 – 2.200 2.300 118.000.000 41,52) 2.300 118.000.000 41,52) 2.200 116.000.000 41,52) 1) Bij een samenwerkingsverband worden de investeringen voor het hele samenwerkingsverband opgeteld. Investeringen kunnen in aanmerking komen voor zowel de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek als de energie-investeringsaftrek. Indien voor een investering bij de aangifte wordt gekozen voor energie-investeringsaftrek, dan blijft toepassing van de milieu-investeringsaftrek achterwege. 2) Dit is een tijdelijke verlaging. Vanaf 2014 zal de aftrek weer 44% bedragen.1.2.7.3 Milieu-investeringsaftrek1) Categorie I 2013 2012 2011 INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTE- INVESTE- INVESTE- RINGS- RINGS- RINGS- MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN EUR EUR % EUR EUR % EUR EUR % 2.300 – 2.300 – – 2.200 – 2.300 36 2) 2.300 36 2) 2.200 362) Categorie II 2013 2012 2011 INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTE- INVESTE- INVESTE- RINGS- RINGS- RINGS- MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MAAR NIET AFTREK MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN EUR EUR % EUR EUR % EUR EUR % 2.300 2.300 – 2.200 – 2.300 272) 2.300 272) 2.200 272) © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2013 8
  11. 11. Inhoud Categorie III 2013 2012 2011 INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTERINGSBEDRAG MILIEU- INVESTE- INVESTE- INVESTE- RINGSAF- RINGS- RINGS-AF- MAAR NIET TREK MAAR NIET AFTREK MAAR NIET TREK MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN EUR EUR % EUR EUR % EUR EUR % 2.300 2.300 – 2.200 – 2.300 13,52) 2.300 13,52) 2.200 13,52) 1) De milieu-investeringsaftrek is van toepassing naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Indien voor een investering bij de aangifte wordt gekozen voor energie-investeringsaftrek, dan blijft toepassing van de milieu-investeringsaftrek achterwege. 2) Dit is een tijdelijke verlaging. Vanaf 2014 zal de aftrek weer respectievelijk 40%, 30% en 15% bedragen. Ook de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen (Vamil) wordt voor de jaren 2011 tot en met 2013 tijdelijk verlaagd, namelijk van 100% naar 75%. De resterende 25% volgt het normale afschrijfregime.1.2.7.4 Research- & developmentaftrek (RDA)1) 2013 2012 2011 % % % http://www.agentschapnl.nl Research- en developmentaftrek 54% 40 - 1) De RDA is gericht op de S&O-uitgaven die niet betrekking hebben op arbeid, bijvoorbeeld investeringen in apparatuur en materialen. De RDA wordt als extra aftrekpost in aanmerking genomen bij de fiscale winstbepaling. De aftrek bedraagt een percentage van de door Agentschap NL vastgestelde kosten en uitgaven die direct toerekenbaar zijn aan S&O dat is erkend in een S&O-verklaring.1.2.8 Ondernemersaftrek1.2.8.1 Urencriterium Onder het urencriterium wordt verstaan dat een ondernemer in het kalenderjaar ten minste 1.225 uren besteedt aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen waaruit winst wordt genoten. Bovendien moet van de totaal beschikbare tijd voor winst uit onderneming, belastbaar loon en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden meer dan de helft worden besteed aan het drijven van een of meer ondernemingen. Voor de startende ondernemer die in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was, geldt alleen de eis van minimaal 1.225 uren. Zwangere ondernemers worden geacht gedurende hun periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof hun werkzaamheden voor de onderneming niet te hebben onderbroken. © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a ri 2013 9
  12. 12. Inhoud1.2.8.2 Zelfstandigenaftrek, startersaftrek en startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid De zelfstandigenaftrek voor niet-starters kan niet worden verrekend met ander box 1-inkomen. De niet-verrekende zelfstandigenaftrek kan maximaal negen jaar vooruit worden gewenteld. Dan kan worden verrekend met toekomstige winsten. Deze regeling geldt niet voor starters. 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Zelfstandigenaftrek1) 7.280 7.280 zie tabel4) Startersaftrek2) 2.123 2.123 2.123 Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid: 3) eerste jaar 12.000 12.000 12.000 tweede jaar 8.000 8.000 8.000 derde jaar 4.000 4.000 4.000 1) De ondernemer moet voldoen aan het urencriterium (zie 1.2.8.1). De zelfstandigenaftrek voor de ondernemer die bij het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd heeft bereikt, bedraagt 50% van de zelfstandigenaftrek voor de ondernemer die dan nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt. De AOW- leeftijd is 65 jaar en 1 maand (2012 en 2011: 65 jaar). 2) Als de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij hem in die periode niet meer dan tweemaal de zelfstandigenaftrek is toegepast, wordt de zelfstandigenaftrek verhoogd met de startersaftrek. De startersaftrek voor de ondernemer die bij het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd heeft bereikt, bedraagt 50% van de startersaftrek voor de ondernemer die dan nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt. 3) De ondernemer moet recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in het kalenderjaar en mag bij het begin van het kalenderjaar nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt. Daarnaast hoeft hij niet te voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur (zie 1.2.8.1), maar wel aan een verlaagd urencriterium van 800 uur. De aftrek is het genoemde bedrag, maar niet meer dan de winst. Onder winst wordt verstaan het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit een of meer ondernemingen. 4) Tabel: zelfstandigenaftrek. Met winst in de tabel wordt bedoeld het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer uit een of meer ondernemingen geniet. WINST ZELFSTANDIGENAFTREK VAN TOT EUR EUR EUR – 14.045 9.484 14.045 16.295 8.817 16.295 18.540 8.154 18.540 53.070 7.266 53.070 55.315 6.633 55.315 57.565 5.931 57.565 59.810 5.236 59.810 4.602 © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 10
  13. 13. Inhoud1.2.8.3 Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O-aftrek)1) AANTAL UREN BESTEED AAN S&O BEDRAAGT DE S&O-AFTREK 2013 2012 2011 EUR EUR EUR S&O-aftrek 0 0 0 Minder dan 500 uur 0 0 0 Ten minste 500 uur 12.310 12.310 12.104 Aanvullende S&O-aftrek2) Minder dan 500 uur 0 0 0 Ten minste 500 uur 6.157 6.157 6.054 1) De ondernemer moet voldoen aan het urencriterium (zie 1.2.8.1). Zwangere ondernemers worden geacht gedurende de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof hun werkzaamheden voor de toepassing van de S&O-aftrek niet te hebben onderbroken. Verder moet aan de werkzaamheden een S&O-verklaring van Agentschap NL ten grondslag liggen. 2) Indien de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij hem in die periode niet meer dan tweemaal de S&O-aftrek is toegepast, bestaat recht op de aanvullende S&O-aftrek voor starters.1.2.8.4 Meewerkaftrek/partnervergoeding Meewerkaftrek als percentage van de winst1, 2) 2013 2012 2011 AANTAL UREN MEEWERKEN MEEWERKAFTREK MEEWERKAFTREK MEEWERKAFTREK VANAF TOT % % % – 525 - – – 525 875 1,25 1,25 1,25 875 1.225 2,00 2,00 2,00 1.225 1.750 3,00 3,00 3,00 1.750 4,00 4,00 4,00 1) De meewerkaftrek geldt voor de ondernemer die voldoet aan het urencriterium (zie 1.2.8.1) en van wie de partner zonder enige vergoeding arbeid verricht in een onderneming waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet. 2) Winst is het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit ondernemingen waarin de partner zonder enige vergoeding arbeid verricht, verminderd met onteigeningswinst, stakingswinst en eindafrekeningswinst. Partnervergoeding 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Beloning voor meewerkende partner 5.000 5.000 5.000 minimaal Een lagere vergoeding is niet aftrekbaar van de winst. De ontvangende partner hoeft in dat geval niets aan te geven. © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 11
  14. 14. Inhoud1.2.8.5 Stakingsaftrek 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Stakingsaftrek1) 3.630 3.630 3.630 1) De stakingsaftrek geldt voor de ondernemer die in het kalenderjaar winst behaalt met of bij het staken van een of meer gehele ondernemingen waaruit hij als ondernemer winst geniet. De in voorafgaande jaren genoten stakingsaftrek wordt hierop in mindering gebracht.1.2.9 Fiscale oudedagsreserve (FOR) De FOR maakt deel uit van de fiscale winst en van het ondernemingsvermogen. Indien er meer ondernemingen zijn, mag de ondernemer zelf bepalen aan welk ondernemingsvermogen hij de FOR toerekent. 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Dotatie 12% van de als ondernemer genoten 9.542 9.542 11.882 winst uit een of meer ondernemingen voor mutaties FOR, maar maximaal:1) 1) Dotaties zijn alleen mogelijk als de ondernemer voldoet aan het urencriterium (zie 1.2.8.1) en hij bij aanvang van het kalenderjaar nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt. De toevoeging is ten hoogste het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar de oudedagsreserve aan het begin van het kalenderjaar te boven gaat. De toevoeging wordt verminderd met de ten laste van de winst gekomen pensioenpremies.1.3 Eigen woning1.3.1 Eigenwoningforfait 20132) EIGENWONINGWAARDE1) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 nihil 12.500 25.000 0,20 25.000 50.000 0,35 50.000 75.000 0,45 75.000 1.040.000 0,60 1.040.000 – 1,553) © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 12
  15. 15. Inhoud20122) EIGENWONINGWAARDE1) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 nihil 12.500 25.000 0,20 25.000 50.000 0,35 50.000 75.000 0,45 75.000 1.020.000 0,60 1.020.000 – 1,304)20112) EIGENWONINGWAARDE1) MEER DAN MAAR NIET MEER DAN BIJTELLING OP JAARBASIS EUR EUR % – 12.500 – 12.500 25.000 0,20 25.000 50.000 0,30 50.000 75.000 0,40 75.000 1.020.000 0,55 1.020.000 – 1,055)1) De eigenwoningwaarde(n) is/zijn de volgens de Wet WOZ voor die woning vastgestelde waarde of waarden voor het tijdvak waarbinnen het kalenderjaar valt. De periode tussen het gebruik van de WOZ- waarde en de waardepeildatum is 1 jaar. Onder woning wordt ook verstaan een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen.2) Een aftrek wegens geen of een geringe eigenwoningschuld wordt verleend als het saldo van het eigenwoningforfait verminderd met de aftrekbare kosten, zoals hypotheekrente, positief is. De aftrek is gelijk aan het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten. Hierdoor kan het eigenwoningforfait nooit leiden tot een positief inkomensbestanddeel in box 1.3) EUR 6.240 plus 1,55% van de eigenwoningwaarde boven de EUR 1.040.000.4) EUR 6.240 plus 1,30% van de eigenwoningwaarde boven de EUR 1.040.000.5) EUR 5.610 plus 1,05% van de eigenwoningwaarde boven de EUR 1.020.000. © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 13
  16. 16. Inhoud1.3.2 Kapitaalverzekering eigen woning ONBELASTE UITKERING UIT KAPITAALVERZEKERING1) 20132) 2012 2011 EUR EUR EUR Bij premiebetaling 15 tot en met 19 jaar 35.700 34.900 34.300 Bij premiebetaling 20 jaar of langer 157.000 154.000 151.000 1) Onbelast is het rentevoordeel begrepen in de uitkeringen uit een kapitaalverzekering eigen woning en een spaarrekening eigen woning en het rendement begrepen in de uitkering uit een beleggingsrecht eigen woning. De totale vrijstelling kan nooit meer bedragen dan EUR 157 .000 (2012: EUR 154.000 en 2011: EUR 151.000) per belastingplichtige gedurende zijn leven. 2) Per 1 januari 2013 vervalt de vrijstelling voor de kapitaalverzekering eigen woning, de beleggings- rekening eigen woning en de spaarrekening eigen woning voor mensen die op 31 december 2012 niet een dergelijk product hadden. Voor bestaande gevallen blijft het fiscale regime voor de kapitaalverzekering eigen woning, de beleggingsrekening eigen woning en de spaarrekening eigen woning bestaan. In die gevallen kunnen de kapitaalverzekering eigen woning, de beleggingsrekening eigen woning en de spaarrekening eigen woning echter niet meer worden verhoogd.1.4 Reisaftrek Regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer REISAFTREK1) 2013 2012 2011 BIJ EEN REISAFSTAND PER OPENBAAR VERVOER MEER DAN MAAR NIET MEER DAN KM KM EUR EUR EUR – 10 – – – 10 15 436 436 428 15 20 582 582 572 20 30 974 974 957 30 40 1.207 1.207 1.186 40 50 1.574 1.574 1.547 50 60 1.751 1.751 1.721 60 70 1.943 1.943 1.910 70 80 2.008 2.008 1.974 80 2.036 2.036 2.001 1) De belastingplichtige moet beschikken over een openbaarvervoerverklaring of een reisverklaring. Als op één, twee of drie dagen per week naar hetzelfde werkadres wordt gereisd, is de reisaftrek: a) bij een reisafstand van maximaal 90 kilometer: een kwart, de helft respectievelijk driekwart van het in de tabel aangegeven bedrag; b) bij een reisafstand van meer dan 90 kilometer: EUR 0,23 (2010: EUR 0,23 en 2011: EUR 0,22) per kilometer vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop wordt gereisd, maar niet meer dan EUR 2.036 (2012: EUR 2.036 en 2011: EUR 2.001) per jaar. Als naar verschillende werkadressen wordt gereisd, is de tabel afzonderlijk van toepassing op het reizen naar elk van deze plaatsen. De totale reisaftrek is maximaal EUR 2.036 (2012: EUR 2.036 en 2011: EUR 2.001) per jaar. Als op dezelfde dag naar verschillende werkadressen wordt gereisd, is het voorafgaande uitsluitend van toepassing op het reizen naar de meest bereisde plaats van werkzaamheden. Worden twee werkadressen even vaak bereisd, dan geldt de grootste afstand. © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 14
  17. 17. Inhoud1.5 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen1.5.1 Premies voor lijfrenten1) AFTREKBEDRAGEN 2) 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Jaarruimte (maximaal)3) 27.618 27.618 27.156 Reserveringsruimte 17% van de premie- 6.989 6.989 6.872 grondslag voor personen meer dan 10 jaar jonger dan de AOW-leeftijd (maximaal)4) Reserveringsruimte 17% van de premie- 13.802 13.802 13.571 grondslag voor personen ten hoogste 10 jaar jonger dan de AOW-leeftijd (maximaal)4) 1) Of daarmee gelijk te stellen bedragen betaald voor een lijfrentespaarrekening of -beleggingsrecht. 2) Premies zijn aftrekbaar voor zover sprake is van een pensioentekort. De hoogte van het aftrekbaar bedrag moet worden bepaald aan de hand van de jaarruimte of de reserveringsruimte. Aftrek is mogelijk voor personen die bij aanvang van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. De AOW-leeftijd is 65 jaar en 1 maand (2012 en 2011: 65 jaar). 3) Bij de berekening van de jaarruimte zijn het inkomen en de pensioenaangroei van het voorafgaande kalenderjaar bepalend. 4) Indien in de onmiddellijk aan het kalenderjaar voorafgaande periode van zeven jaar minder premies voor lijfrenten zijn betaald dan was toegestaan, kan dit tekort worden ingehaald in de reserveringsruimte.1.5.2 Extra lijfrentepremieaftrek bij stakende ondernemers EXTRA RUIMTE AAN PREMIEAFTREK BIJ: 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Overdrachten door ondernemers die ten 443.059 443.059 435.652 hoogste 5 jaar jonger zijn dan de AOW- leeftijd,overdrachten door ondernemers die voor 45% of meer arbeidsongeschikt zijn of het staken van de onderneming door overlijden Overdrachten door ondernemers met een 221.537 221.537 217.833 leeftijd tussen de 15 en 5 jaar lager dan de AOW-leeftijd, of overdrachten door onder- nemers indien de lijfrente-uitkeringen direct ingaan In andere gevallen 110.774 110.774 108.922 Bij de berekening van de ruimte voor de lijfrentepremieaftrek zijn het inkomen en de pensioenaangroei van het voorafgaande kalenderjaar bepalend. Ondernemers mogen in het jaar dat zij (een deel van) hun onderneming staken op verzoek daarvan afwijken en bij de berekening van de lijfrentepremieaftrek ervoor kiezen om de gegevens van het kalenderjaar zelf te gebruiken. In het volgende kalenderjaar, waarin weer moet worden uitgegaan van de gegevens van het voorafgaande kalenderjaar, mag de stakingswinst niet nogmaals in aanmerking worden genomen bij de berekening van de ruimte voor de lijfrentepremieaftrek. © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 15
  18. 18. Inhoud1.6 Inkomen uit sparen en beleggen1.6.1 Forfaitair rendement 2013 2012 2011 % % % Forfaitair rendement 1) 4 4 4 1) Het forfaitair rendement wordt berekend over de grondslag sparen en beleggen, dat is de rendementsgrondslag voor zover deze meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen. De peildatum voor de rendementsgrondslag is 1 januari van het kalenderjaar.1.6.2 Rendementsgrondslag BELAST VRIJGESTELD1) - rende zaken - goederen zaken Bijvoorbeeld recht van erfpacht, recht van opstal, apparte- mentsrecht, recht van vruchtgebruik/gebruik/ bewoning van een onroerende zaak persoonlijke doeleinden worden gebruikt/verbruikt persoonlijke doeleinden maar hoofdzakelijk als belegging dienen Tenzij zij dienen als belegging (bewijslast bij inspecteur). Het behoren tot een verzameling impliceert niet automatisch dat sprake is van een belegging Bijvoorbeeld termijn- of optiecontracten mits gebruikt voor persoonlijke doeleinden en niet hoofdzakelijk dienend als belegging (bewijslast bij inspecteur) Bijvoorbeeld chartaal en giraal geld, effecten, warrants, opties, schuldvorderingen (waaronder vorderingen inzake erfbelasting, winstrechten, kapitaalverzekeringen Dit is een restcategorie, waaronder bijvoorbeeld niet- zake van invaliditeit/ziekte/ongeval bedrijfsmatig geëxploreerde vergunningen vallen. Afge- zonderd particulier vermogen (bijvoorbeeld vermogen een aanmerkelijk belang, indien de overdrachts- dat in een trust is ondergebracht) wordt rechtstreeks prijs uit een of meer termijnen bestaat waarvan toegerekend aan de inbrenger. Dat kan vermogen in op het vervreemdingstijdstip het aantal of de box 3 zijn, maar ook in box 1 of 2 omvang onbekend is box 3, 1.6.2.1 © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 16
  19. 19. Inhoud AFTREKBAAR NIET AFTREKBAAR Schulden - Verplichtingen met waarde in het economisch verkeer, inclu- den box 3, 1.6.2.2 sief schulden waarvan de rente niet aftrekbaar is in box 1 of box 2, inclusief schulden inzake erfbelasting maar exclusief op grond van periodieke giften of alimentatie, als overige belastingschulden deze al als persoonsgebonden aftrek in aanmer- king kunnen worden genomen 1) Vermogensbestanddelen die in box 1 of box 2 worden aangegeven, worden in box 3 niet in aanmerking genomen tenzij specifieke allocatieregels anders bepalen.1.6.2.1 Vrijstellingen box 3 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Rechten op overlijdensuitkeringen, mits maximaal 6.859 6.859 6.744 (bijvoorbeeld chipkaart, cadeaubonnen) Per belastingplichtige 512 512 503 Gezamenlijk met partner 1.024 1.024 1.006 Geblokkeerde spaartegoeden/aandelenoptierechten/ aandelen/winstbewijzen op grond van een spaarloon- regeling tot een gezamenlijk bedrag van maximaal1) 17.025 17.025 17.025 Groene beleggingen 2) Per belastingplichtige 56.420 56.420 55.476 Gezamenlijk met partner 112.840 112.840 110.952 Beleggingen in durfkapitaal Per belastingplichtige – 56.420 55.476 Gezamenlijk met partner – 112.840 110.952 Op 14 december 1999 bestaande kapitaalverzekeringen, 123.428 123.428 123.428 maximaal3) 1) Vanaf 1 januari 2012 kan het hele tegoed van de spaarloonregeling belastingvrij worden opgenomen. Men kan er ook voor kiezen het tegoed op de spaarloonrekening te laten staan om gebruik te kunnen blijven maken van de vrijstelling in box 3. Elk jaar blijft dan een deel van het spaartegoed vrijvallen. Op dat deel is dan niet langer de vrijstelling van box 3 van toepassing. Voor het deel van het spaarloon dat op de spaarloonrekening blijft staan met uitzondering van het vrijgevallen tegoed blijft de vrijstelling van box 3 gelden tot 1 januari 2016. 2) Met ingang van 2013 zijn alleen nog groene beleggingen (beleggingen in fiscaal erkende groene fondsen) vrijgesteld. Voor 2013 gold deze vrijstelling voor maatschappelijke beleggingen (groene en sociaalethische beleggingen). 3) Partners kunnen bij de aangifte verzoeken om toepassing van tweemaal de (maximale) vrijstelling, ongeacht de mate waarin zij ieder zijn gerechtigd tot de polis.1.6.2.2 Drempel schulden box 3 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Drempel voor belastingplichtige zonder partner 2.900 2.900 2.900 Gezamenlijke drempel voor belastingplichtige met partner 5.800 5.800 5.800 © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 17
  20. 20. Inhoud1.7 Heffingvrij vermogen 2013 2012 2011 EUR EUR EUR Basisbedrag 21.139 21.139 20.785 Toeslag per minderjarig kind 1) Vervallen Vervallen 2.779 Ouderentoeslag Zie 1.7.1 Zie 1.7.1 Zie 1.7.1 1) Indien de belastingplichtige aan het begin van het kalenderjaar als ouder het gezag over een minderjarig kind uitoefent, kan het heffingvrij vermogen worden verhoogd met de kindertoeslag. Als de belastingplichtige een partner heeft, dan geldt deze toeslag voor de belastingplichtige en zijn partner gezamenlijk. Als personen die geen (of niet het gehele jaar) partner van elkaar zijn ieder het ouderlijk gezag uitoefenen over hetzelfde minderjarige kind, geldt een toeslag van EUR 1.390 per persoon per desbetreffend kind (2011). De toeslag is per 1 januari 2012 vervallen.1.7.1 Ouderentoeslag Het heffingvrij vermogen wordt verhoogd met de ouderentoeslag als de belastingplichtige bij het einde van het kalenderjaar de AOW-leeftijd heeft bereikt, en de grondslag sparen en beleggen voor vermindering met de ouderentoeslag maximaal EUR 279.708 (2012: EUR 279.708 en 2011: EUR 275.032) bedraagt. De AOW-leeftijd is 65 jaar en 1 maand (2012 en 2011: 65 jaar). 2013 2012 2011 BOX 1-INKOMEN1) BOX 1-INKOMEN1) BOX 1-INKOMEN1) OUDEREN- OUDEREN- OUDEREN- MAAR NIET TOESLAG MAAR NIET TOESLAG MAAR NIET TOESLAG MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN MEER DAN EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR –- 14.302 27.984 –- 14.302 27.984 – 14.062 27.516 14.302 19.895 13.992 14.302 19.895 13.992 14.062 19.562 13.758 19.895 – 19.895 – 19.562 – 1) Voor inachtneming van de persoonsgebonden aftrek. Als de belastingplichtige een partner heeft, mag de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen voor vermindering met de ouderentoeslag niet meer zijn dan EUR 559.416 (2012: EUR 559.416 en 2011: EUR 550.064).1.8 Uitgaven voor monumentenpanden 20131) 20121) 2011 ALLOCATIE WONING BOX 1 BOX 3 BOX 1 BOX 3 BOX 1 BOX 3 Aftrek onderhoudskosten Ja2) Ja2) Ja2) Ja2) Ja Ja Aftrek vaste lasten Neen Neen Neen Neen Ja Neen Aftrek afschrijvingslasten Neen Neen Neen Neen Ja Neen Aftrekdrempel als percentage van de WOZ-waarde Vervallen Vervallen Vervallen Vervallen 0,80% 4% 1) Er geldt een overgangsregeling voor 2012 en 2013. Als kan worden aangetoond dat vóór 1 januari 2012 onherroepelijke betalingsverplichtingen zijn aangegaan waarvan de betaling pas in 2012 of 2013 wordt gedaan, kan alleen voor de onderhoudskosten voor de betalingen die hieruit voortvloeien nog een beroep worden gedaan op de regeling zoals die luidde in 2011. De onderhoudskosten zijn dan voor © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 18
  21. 21. Inhoud 100% aftrekbaar, rekening houdend met de drempel. De drempel bedraagt 0,8% van de WOZ-waarde als het monument een eigen woning is. In andere gevallen is de drempel dan 4% van de WOZ-waarde. 2) 80% van de onderhoudskosten.1.9 Verliesverrekening1.9.1 Verliesverrekening 2013 2012 2011 VERLIESCOMPENSATIETERMIJNEN VOOR INKOMEN UIT WERK EN WONING (BOX 1)1) JAAR JAAR JAAR Voorwaarts 9 9 9 Achterwaarts 3 3 3 VERLIESCOMPENSATIETERMIJNEN VOOR INKOMEN UIT AANMERKELIJK BELANG (BOX 2)2) Voorwaarts 9 9 9 Achterwaarts 1 1 1 1) Ondernemingsverliezen uit 2002 of eerder zijn nog te verrekenen tot en met 2011. 2) Verliezen uit 2002 of eerder zijn nog te verrekenen tot en met 2011.1.9.2 Verliesverdamping VERLIEZEN UIT BELASTINGJAAR JAAR VAN VERDAMPING Verliezen uit 2002 of eerder1) 2012 Verliezen uit 2003 2013 Verliezen uit 2004 2014 1) Niet-ondernemingsverliezen uit werk en woning (box 1) van voor 2002 zijn al met ingang van 2011 of eerder verdampt.1.10 Tarieven in de boxen1.10.1 Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning 2013 TARIEF PREMIES HEFFING OVER BELASTBAAR INKOMEN IN BOX 1 BELASTINGTARIEF VOLKSVERZEKE- TOTAALTARIEF TOTAAL VAN DE RINGEN1) SCHIJVEN MEER DAN MAAR NIET MEER DAN EUR EUR % % % EUR – 19.645 5,85 31,15 37,00 7.268 19.645 33.3632) 10,85 31,15 42,00 13.029 33.363 56.991 42,00 – 42,00 22.532 56.991 52,00 – 52,00 © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 19
  22. 22. Inhoud 2012 TARIEF PREMIES HEFFING OVER BELASTBAAR INKOMEN IN BOX 1 BELASTINGTARIEF VOLKSVERZEKE- TOTAALTARIEF TOTAAL VAN DE RINGEN1) SCHIJVEN MEER DAN MAAR NIET MEER DAN EUR EUR % % % EUR – 18.945 1,95 31,15 33,10 6.270 18.945 33.8632) 10,80 31,15 41,95 12.528 33.8632) 55.491 42,00 – 42,00 22.031 55.491 52,00 – 52,00 2011 TARIEF PREMIES HEFFING OVER BELASTBAAR INKOMEN IN BOX 1 BELASTINGTARIEF VOLKSVERZEKE- TOTAALTARIEF TOTAAL VAN DE RINGEN1) SCHIJVEN MEER DAN MAAR NIET MEER DAN EUR EUR % % % EUR – 18.628 1,85 31,15 33,00 6.147 18.628 33.4362) 10,80 31,15 41,95 12.358 33.4362) 55.694 42,00 – 42,00 21.706 55.694 52,00 – 52,00 1) AOW 17 ,90%, Anw 0,60%, AWBZ 12,65% (2012 en 2011: AOW 17 ,90%, Anw 1,10%, AWBZ 12,15%). Voor personen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, bedraagt het premiegedeelte (Anw en AWBZ) in de eerste en tweede schijf 13,25% (2012 en 2011: eveneens 13,25%). Het totaaltarief van de eerste schijf is voor die personen 19,10% (2012: 15,20% en 2011: 15,10%) en van de tweede schijf 24,10% (2012 en 2011: 24,05%). De AOW-leeftijd is 65 jaar en 1 maand (2012 en 2011: 65 jaar). 2) Voor personen geboren vóór 1 januari 1946 loopt de tweede schijf iets verder door, namelijk tot EUR 33.555 in plaats van EUR 33.363 (2012: EUR 34.055 in plaats van EUR 33.863 en 2011: EUR 33.485 in plaats van EUR 33.436).1.10.2 Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang 2013 2012 2011 % % % Tarief 25 25 251.10.3 Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen 2013 2012 2011 % % % Tarief 30 30 30 © 2013 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden. Pr o M e m o r i e fe b ru a r i 2013 20

×