KPMG Eindejaarstips 2013
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

KPMG Eindejaarstips 2013

on

  • 1,153 views

Tips omtrent fiscale wetgeving voor ondernemend Nederland.

Tips omtrent fiscale wetgeving voor ondernemend Nederland.

Statistics

Views

Total Views
1,153
Views on SlideShare
1,153
Embed Views
0

Actions

Likes
1
Downloads
1
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

KPMG Eindejaarstips 2013 Document Transcript

  • 1. MKB Eindejaarstips 2013 kpmgmkb.nl
  • 2. Fiscale eindejaarstips voor ondernemend Nederland Het fiscale landschap blijft in beweging. Het afgelopen jaar is een aantal aanpassingen in de fiscale regelgeving doorgevoerd. Ook met ingang van 2014 verandert weer het nodige. In deze uitgave treft u een aantal tips aan op grond waarvan u mogelijkerwijs nog voor 1 januari 2014 actie zou moeten ondernemen. Het overzicht is lang niet uitputtend, maar eerder bedoeld als handvat om een gesprek met uw adviseur goed te kunnen voorbereiden. Verder worden enkele (voorgestelde) wijzigingen vanaf 2014 toegelicht. Wij benadrukken dat deze uitgave de stand van het wetgevingsproces per 6 november 2013 weergeeft. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden.
  • 3. Inhoudsopgave 1 Privé 1.1 Boxhopping 1.2 Persoonsgebonden aftrek 1.3 Betalingsmoment 1.4 Toerekening inkomensbestanddelen bij partners 1.5 Fiscaal partnerschap 2013 1.6 Planning specifieke zorgkosten 1.7 Planning scholingsuitgaven 1.8 Planning giften 1.9 Bestuurslid van de ANBI 1.10 Vervangen gewone giften door een periodieke gift 1.11 Aftrek onderhoudskosten monumentenwoning 1.12 Auto van de zaak 1.13 Eigen bijdrage voor de auto van de zaak 1.14 Verklaring geen privégebruik auto 1.15 Terbeschikkingstellingsregeling (box 1) 1.16 Schenking aanmerkelijk belang (box 2) 1.17 Aftrek lijfrente (jaarruimte en reserveringsruimte) 1.18 Betaal tijdig uw lijfrentepremie! 1.19 Extra vrijstelling in box 3? 1.20 Verlies op durfkapitaal 1.21 Verlaging grondslag box 3 1.22 Voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting 1.23 T-biljet 1.24 Toeslagen 1.25 Partnerschap en Successiewet 1.26 Schenkingsvrijstelling 1.27 Schenking onder schuldigerkenning 1.28 Herbeoordeling testament/ huwelijksgoederenregime 1.29 Huwelijkse voorwaarden met verrekenbeding 1.30 Buitenlandse bronheffing op uitgekeerde dividenden 1.31 Levensloopregeling 2 Ondernemingen 2.1 Optimaal gebruikmaken van investeringsaftrekken 2.2 Herinvesteringsreserve 2.3 Bespreken balans 2.4 Voorziening 2.5 Willekeurige afschrijving 2.6 Ingebruikname bedrijfsmiddelen in verband met willekeurige afschrijving 2.7 Uitstellen desinvesteringen in verband met desinvesteringsbijtelling © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 6 6 6 6 7 7 7 7 7 8 8 8 8 8 8 9 9 10 10 10 10 11 11 11 12 12 12 12 13 Eindejaarstips 2013 2
  • 4. Inhoudsopgave 2 2.8 Zeescheepvaartwinst, tonnagebelasting 2.9 Afdrachtvermindering loonheffing 2.10 Beoordelen pensioenrechten en VUT-rechten personeel (eventueel backservice) 2.11 Geschenkenregeling loonbelasting 2.12 Producten uit eigen bedrijf 2.13 Spaarloonregeling 2.14 Aanpassingen salarisadministratie per 1 januari 2014 2.15 Fiscaal voordelig belonen van werknemers 2.16 Werkkostenregeling 2.17 Samenhangende groep inhoudingsplichtigen 2.18 Bestelauto’s en uw personeel 2.19 Keuze auto zakelijk of privé 2.20 Doorbetaling werknemers 2.21 Uitbreiding personeelsbestand 2.22 Uitzending personeel 2.23 Werkgeversheffing hoge lonen (‘crisisheffing’) 2.24 Laatste loonheffingsaangifte 2013 2.25 Laatste btw-aangifte van het boekjaar 2.26 Correcties op (eerdere) btw-aangiften 2.27 Vergoeding kosten aan personeel en tenaamstelling factuur (btw) 2.28 Btw-aangiftebrief verdwijnt 2.29 Termijn terugvragen buitenlandse btw (btw) 2.30 Autokosten werknemers (btw) 2.31 Debiteur betaalt u niet (btw) 2.32 Btw-plicht commissarissen en leden raden van toezicht 2.33 Bewaarplicht 2.34 Subsidies 2.35 Voorlopige aanslag 2013 2.36 Ontslagvergoeding 3 Ondernemer eenmanszaak, vof, cv en maatschap 3.1 Begrip ondernemer 3.2 Toetsing meewerkaftrek of arbeidsbeloning voor meewerkende partner 3.3 Urencriterium voor zelfstandigenaftrek 3.4 Man-vrouwfirma 3.5 Verkoop onderneming, omzetting in bv of starten nieuwe onderneming 3.6 Kleineondernemersregeling in de btw 3.7 Middeling 2011-2013 © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. 13 13 13 13 14 14 14 14 15 15 15 16 16 16 16 16 17 17 17 17 18 18 18 18 18 19 19 19 20 21 21 21 21 21 22 22 22 3.8 Startende ondernemer 3.9 Verklaring arbeidsrelatie (VAR) 3.10 Btw-keuzevermogen 3.11 Voorkom verliesverdamping 3.12 Bedrijfsopvolging 22 22 23 23 23 4 Bv en nv 4.1 Aangaan fiscale eenheid 4.2 Aanvragen fiscale eenheden die per 1 januari 2014 moeten ingaan 4.3 Verbreken fiscale eenheid per 31 december 2013 4.4 Fictief salaris, fictieve rente en fictieve huur 4.5 Lenen van uw bv (inclusief rekening-courant) 4.6 Vordering op uw bv (inclusief rekening-courant) 4.7 Borgstellingsprovisie bedingen bij bv 4.8 Dividend uitkeren 4.9 Voorkom verliesverdamping 4.10 Verliezen uit 2004 verdampen 4.11 Pensioen voor uzelf, meewerkende echtgeno(o)t(e) en kinderen 4.12 Hoge aftrekpost bv door inkoop pensioen 4.13 VAR-dga 4.14 Functionele valuta of de euro 4.15 Heroverweging bv en nv 4.16 Transfer pricing (bv en nv) 4.17 Verrekening houdsterverliezen 4.18 Innovatiebox 4.19 Deelnemingsvrijstelling 4.20 Afwaarderen en/of prijsgeven van vorderingen 4.21 Vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) 24 24 24 24 24 24 25 25 25 25 26 26 26 27 27 27 27 27 28 28 28 28 5  Belastingplan 2014 en overige fiscale maatregelen 2014 29 5.1 Vennootschapsbelasting 29 5.2 Loonheffing 29 5.3 Omzetbelasting 30 5.4 Inkomstenbelasting 31 5.5 Erf- en schenkbelasting 32 5.6 Wet op belastingen van rechtsverkeer 33 5.7 Fiscale innovatieregelingen (inclusief diverse aanpassingen EIA, MIA en VAMIL) 33 5.8 Afgezonderd particulier vermogen 35 5.9 Auto 35 5.10 Formeelrechtelijke wijzigingen 36 5.11 Overige fiscale ontwikkelingen 37 Eindejaarstips 2013 3
  • 5. Inhoudsopgave 1 Privé 1.1 ACTIE NAVRAAG BIJ NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Persoonsgebonden aftrek De persoonsgebonden aftrek, waaronder giften, alimentatie, zorgkosten en scholingsuitgaven, komt in mindering op het inkomen in box 1. Een eventueel restant is aftrekbaar van het inkomen in box 3 (tarief 30%) en vervolgens van het inkomen in box 2 (tarief 25%). Stem uw inkomen en aftrek zo veel mogelijk op elkaar af. 1.3 GEEN ACTIE Boxhopping Voorkom tijdelijke vermogensverschuivingen tussen box 3 (sparen en beleggen) en box 1 (werk en woning) en box 2 (aanmerkelijk belang). Een vermogensbestanddeel dat gedurende een periode van niet meer dan drie achtereenvolgende maanden deel uitmaakt van box 1 of 2 (en zowel daarvoor als daarna van box 3), wordt ook in box 3 in aanmerking genomen als in die periode een peildatum ligt voor box 3. Voor een periode van vier tot zes maanden geldt in eerste instantie hetzelfde, behalve wanneer u aannemelijk kunt maken dat u hebt gehandeld uit zakelijke overwegingen. 1.2 NIET VAN TOEPASSING Betalingsmoment Doet u aan het einde van het jaar nog betalingen, houdt u dan rekening met het betalingsmoment. Meestal geldt dat een betaling is gedaan op het moment waarop deze is bijgeschreven op de rekening van de ontvangende partij. Voor de inkomstenbelasting heeft de Hoge Raad echter uitgemaakt dat de betaling van aftrekbare bedragen heeft plaatsgevonden op de dag waarop de bank het bedrag heeft afgeschreven van de rekening van de belastingplichtige. Voor onder meer de resultaten uit overige werkzaamheden, waaronder ook de terbeschikkingstellingsregeling (zie onderdeel 1.13), geldt in beginsel het winstregime. Daarbij worden inkomsten en uitgaven toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Het moment van betaling speelt dan geen rol. 1.4 Toerekening inkomensbestanddelen bij partners Sommige (negatieve) inkomensbestanddelen mogen willekeurig worden toegerekend aan partners. De persoonsgebonden aftrek en de inkomsten uit de eigen woning zijn hiervan belangrijke voorbeelden. Stem dit af op de niet-overdraagbare inkomensbestanddelen, maar vergeet hierbij niet de nieuwe regels omtrent fiscaal partnerschap in ogenschouw te nemen (zie onderdeel 1.5) 1.5 Fiscaal partnerschap 2013 Ongehuwd samenwonenden die allebei op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) staan ingeschreven, zijn fiscale partners als aan een of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan: -  Zij hebben een notarieel samenlevingscontract gesloten. -  Zij hebben samen een kind. -  Een van de partners heeft een kind en de ander heeft dit kind erkend. -  Zij zijn aangemeld als partners voor een pensioenregeling. -  Beide partners zijn eigenaar van de woning die het hoofdverblijf is. -  Een minderjarig kind staat ook ingeschreven op hetzelfde woonadres en er kan geen zakelijke huurovereenkomst tussen de samenwonenden worden overlegd. -  Zij waren vorig kalenderjaar al fiscaal partners. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 4
  • 6. Inhoudsopgave NIET VAN 1.6 GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Planning specifieke zorgkosten U kunt de persoonsgebonden uitgaven voor specifieke zorgkosten aftrekken voor zover die boven een bepaalde drempel uitkomen. De drempel is afhankelijk van het verzamelinkomen voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek. Onder specifieke zorgkosten vallen onder andere uitgaven voor genees- en heelkundige hulp, voorgeschreven medicijnen, hulpmiddelen (op brillen en contactlenzen na), voor extra gezinshulp en voor extra kosten van een op medisch voorschrift gehouden dieet. Onder hulpmiddel worden begrepen aanpassingen van de eigen woning op medisch voorschrift. Uitgaven betaald in 2013 zijn in dat jaar aftrekbaar. Vanaf 2014 wordt de aftrek voor specifieke zorgkosten versoberd en zijn onder andere aanpassingen aan de woning niet meer aftrekbaar, zie ook onderdeel 5.4. 1.7 Planning scholingsuitgaven De persoonsgebonden uitgaven voor studie en opleiding met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning kunt u aftrekken, voor zover deze in het kalenderjaar hoger zijn dan de vaste drempel van € 250. Voor de scholingsuitgaven die zijn gedaan buiten de aan te geven standaardstudieperiode van maximaal vijf aaneengesloten kalenderjaren geldt een jaarlijks aftrekplafond van € 15.000. Uitgaven gedaan voor het volgen van een erkende EVC-procedure (EVC = elders verworven competentie) behoren ook tot de scholingsuitgaven. 1.8 Planning giften Giften aan door de Belastingdienst erkende algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) of steunstichtingen SBBI kunt u aftrekken. Bij giften aan culturele instellingen kunt u zelfs rekenen op een verhoging van uw aftrekbare gift. De aftrek bedraagt maximaal 10% van het verzamelinkomen voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek. Voor 2013 bedraagt de drempel 1% van het verzamelinkomen voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek, met een minimum van € 60. Stem uw giften af op de drempel en het maximum. 1.9 Bestuurslid van de ANBI Als u kosten maakt voor een ANBI, bijvoorbeeld in uw hoedanigheid als bestuurslid, en u kunt deze kosten declareren maar u hebt dat niet gedaan, dan kunt u die kosten onder voorwaarden aftrekken als gift aan de ANBI. Dit geldt ook als de ANBI niet in staat is de kosten te vergoeden, maar dat volgens maatschappelijke opvattingen wel behoort te doen. 1.10 Vervangen gewone giften door een periodieke gift De drempel en het maximum voor het aftrekken van giften gelden niet als de schenking aan de instelling de vorm heeft van een periodieke uitkering met een looptijd van ten minste vijf jaar. Dit moet zijn vastgelegd in een notariële akte. Ook moet de periodieke gift zijn gedaan aan een ANBI of een vereniging die aan bepaalde voorwaarden voldoet. Let op: op basis van het Belastingplan 2014 zal een notariële akte niet meer nodig zijn. Wellicht kunt u de periodieke schenking ook uitstellen, waarmee u weer kosten bespaart. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 5
  • 7. Inhoudsopgave NIET VAN 1.11 GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Aftrek onderhoudskosten monumentenwoning Als u in een monumentenwoning woont of een dergelijke woning bezit, is nog 80% van de onderhoudskosten van de monumentenwoning aftrekbaar. De drempel om voor aftrek in aanmerking te komen is vanaf 2012 vervallen, evenals de mogelijkheid tot aftrek van de eigenaarslasten en afschrijvingen. Voor 2013 geldt nog een overgangsregeling voor onderhoudskosten waartoe voor 1 januari 2012 reeds onherroepelijke verplichtingen waren aangegaan. 1.12 Auto van de zaak Indien u een auto ter beschikking krijgt van de werkgever, dan bedraagt de bijtelling voor privégebruik ten minste 25% van de cataloguswaarde. Voor auto’s die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen geldt de waarde in het economisch verkeer als grondslag, en een bijtellingspercentage van ten minste 35%. Voor auto’s met een zeer lage CO2-uitstoot bedraagt de bijtelling voor privégebruik ten minste 14% van de cataloguswaarde. Voor een tussencategorie auto’s met een lage CO2-uitstoot geldt een tarief van ten minste 20% bijtelling in 2013. Voor de zuinigste categorie auto’s die dit jaar nog op kenteken worden gezet, blijft de bijtelling gedurende vijf jaar nog 0%. Het volgend jaar gaat dit naar 7% voor auto’s met een CO2-uitstoot van hoogstens 50 gr/km en (tot 2016) naar 4% voor nulemissieauto’s (in de regel volledig elektrische auto’s). Verder worden de CO2-emissienormen voor zuinige auto’s in de 14%- en 20%-bijtellingscategorie aangescherpt. U kunt hier wellicht rekening mee houden als u op het punt staat een nieuwe (lease)auto uit te kiezen of aan te schaffen. 1.13 Eigen bijdrage voor de auto van de zaak Is met uw werkgever afgesproken dat u bepaalde kosten zelf moet betalen, regel het dan zo dat u deze kosten betaalt aan uw werkgever. Alleen de kosten voor het privégebruik die u aan uw werkgever hebt betaald, komen in mindering op de bijtelling voor het privégebruik van de auto. De werkgever kan eventueel zelf de kosten die u bent verschuldigd voor privégebruik aan een derde betalen. 1.14 Verklaring geen privégebruik auto Als u op jaarbasis 500 of minder privékilometers rijdt met de aan u terbeschikkinggestelde auto van de werkgever, dan kunt u de Belastingdienst verzoeken een ‘Verklaring geen privégebruik’ af te geven. Na overlegging van deze verklaring aan uw werkgever, hoeft deze het voordeel van het privégebruik van de terbeschikkinggestelde auto niet tot uw loon te rekenen. Zodra u constateert dat u in het kalenderjaar meer dan 500 kilometers privé zult gaan rijden, doet u er verstandig aan dit direct te melden aan de Belastingdienst. Ook uw werkgever heeft de plicht om, als hij weet of vermoedt dat meer dan 500 kilometers privé wordt gereden, dit te melden aan de Belastingdienst. De Belastingdienst zal de Verklaring geen privégebruik dan intrekken. Wanneer deze meldingen niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven wijze worden gedaan, kan een vergrijpboete worden opgelegd. Over de periode dat bij u door uw werkgever ten onrechte geen loonheffing is ingehouden over het voordeel van het privégebruik van de terbeschikkinggestelde auto, zal de Belastingdienst aan u (en niet aan uw werkgever) een naheffingsaanslag voor de loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet opleggen © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 6
  • 8. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST (eventueel met boete en heffingsrente). Controleer uw kilometeradministratie op onvolkomenheden. Als u nalatig bent in het melden van het hogere privégebruik zal dit, afhankelijk van het geval, van invloed zijn op de hoogte van de boete die de Belastingdienst aan u oplegt. 1.15 Terbeschikkingstellingsregeling (box 1) Als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden wordt aangemerkt het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan: •  onderneming of werkzaamheid van een verbonden persoon; de •  eigen aanmerkelijkbelangvennootschap of de aanmerkelijkbelangvennootschap de van een verbonden persoon. Ga na of een dergelijke relatie in 2013 bestaat of heeft bestaan. Denk daarbij ook aan rekening-courantverhoudingen, optierechten of het verhuren of ter beschikking stellen van een werkruimte in de eigen woning. Overleg met uw adviseur wat u eventueel moet doen. 1.16 Schenking aanmerkelijk belang (box 2) In de inkomstenbelasting kunt u bij schenking van een aanmerkelijk belang (in essentie 5% of meer van de aandelen, opties of winstbewijzen) in een vennootschap die een materiële onderneming drijft, gebruikmaken van een doorschuiffaciliteit. Ook zijn er voorwaarden verbonden aan de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de schenk- en erfbelasting bij schenking of vererving van ondernemingsvermogen of een aanmerkelijk belang in een vennootschap die een materiële onderneming drijft, zie ook onderdeel 3.12. Als u overweegt een aanmerkelijk belang te schenken, raadpleeg dan uw adviseur. 1.17 Aftrek lijfrente (jaarruimte en reserveringsruimte) Bij een pensioentekort kunt u de zogenoemde jaarruimte benutten tot in totaal maximaal € 27 .618 voor een lijfrentepremieaftrek. Daarnaast bestaat onder voorwaarden de mogelijkheid om de in het verleden niet-benutte aftrekruimte alsnog te gebruiken tot maximaal € 6.989 (€ 13.802 indien u op 1 januari 2013 maximaal tien jaar jonger was dan de voor 2013 geldende AOW-leeftijd) door middel van de zogenoemde reserveringsruimte. Stel met uw adviseur de maximaal aftrekbare premie vast (zie onderdeel 1.16). 1.18 Betaal tijdig uw lijfrentepremie! Premies die u in de aangifte 2013 wilt aftrekken moeten in 2013 daadwerkelijk betaald zijn. Let op: als u de betaalde lijfrentepremie geheel of gedeeltelijk niet kunt aftrekken, kan dubbele heffing optreden. Dit gebeurt voor zover u meer dan € 2.269 niet-aftrekbare premie per jaar hebt. Bespreek met uw adviseur of dit bij u het geval is en bekijk wat hiervan de consequenties zijn. 1.19 Extra vrijstelling in box 3? U kunt een extra vrijstelling in box 3 creëren door (een deel van) uw vermogen te beleggen in groenfondsen. Als u een fiscale partner hebt, kan de vrijstelling voor © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 7
  • 9. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST groene beleggingen oplopen tot maximaal € 112.840. Daarnaast ontvangt u voor groene beleggingen een extra heffingskorting die bij partners kan oplopen tot maximaal € 790. 1.20 Verlies op durfkapitaal Hebt u voor 1 januari 2011 een lening verstrekt aan een beginnende ondernemer (een zogenoemde tante-Agaathlening) en is deze vordering niet meer voor verwezenlijking vatbaar? Dan is zij aftrekbaar op de kwijtscheldingsdatum of, als deze later ligt, op de dagtekening van de beschikking van de Belastingdienst waarbij de oninbaarheid wordt vastgesteld. Per beginnende ondernemer geldt een maximaal aftrekbaar bedrag van € 46.984. 1.21 Verlaging grondslag box 3 U betaalt minder belasting als de grondslag van box 3 lager is. Dit kunt u beïnvloeden door bijvoorbeeld uw belastingschulden te betalen voor 1 januari van het nieuwe jaar. U kunt ook denken aan een schenking aan uw (klein)kinderen of de aankoop (en betaling!) van een consumptiegoed (zoals een auto, schilderij of boot) voor het einde van het jaar. 1.22 Voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting U kunt om een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting 2014 vragen als aannemelijk is dat de ingehouden loonbelasting hoger zal zijn dan de uiteindelijk verschuldigde inkomstenbelasting. Dit kan het geval zijn als u in 2014 aftrekposten zult hebben zoals (hypotheek)rente in verband met de eigen woning, uitgaven voor inkomensvoorzieningen (onder andere lijfrentepremies), persoonsgebonden aftrek (onder andere alimentatie) en verliezen uit werk en woning uit voorgaande jaren. 1.23 T-biljet Is het bedrag dat u aan belasting kunt terugkrijgen groter dan de teruggaafgrens, vul dan een T-biljet in. U moet dat dan wel doen binnen vijf jaar na afloop van het kalenderjaar. De termijn voor indiening van het T-biljet 2008 eindigt dus op 31 december 2013. De teruggaafgrens voor 2013 bedraagt € 14. 1.24 Toeslagen Onder omstandigheden kunt u van de overheid een bijdrage ontvangen in de kosten van kinderopvang, huur en premie van een zorgverzekering. Deze toeslagen vraagt u aan bij de Belastingdienst. Aan de aanvraag zijn termijnen verbonden. Zorg dat u uw toeslag op tijd aanvraagt. 1.25 Partnerschap en Successiewet De Successiewet kent een hoge vrijstelling en een relatief laag tarief voor de verkrijging van vermogen door schenking of overlijden van de echtgenoot of echtgenote. Ook samenwoners kunnen gebruikmaken van deze hoge vrijstelling en dit relatief lage tarief, mits zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. Informeer tijdig naar de mogelijkheden en de gevolgen bij uw adviseur. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 8
  • 10. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST 1.26 Schenkingsvrijstelling In 2013 zijn schenkingen door ouders aan kinderen tot de volgende bedragen vrijgesteld van schenkbelasting: Kind € 5.141 Kind tussen 18 en 40 jaar (eenmalig) naar keuze: •  vrije besteding; of ter •  voor woning of voor studie; of •  voor woning, indien voor 2010 de verhoogde vrijstelling is geschonken. € 24.676 € 51.407 € 26.732 Kind of derde •  voor woning (van 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015) € 100.000 Voor de eenmalig verhoogde vrijstelling komt het kind of de derde in aanmerking mits daarop een beroep wordt gedaan in de aangifte schenkbelasting (en indien u nog niet eerder een beroep op deze vrijstelling hebt gedaan). Indien het kind niet maar zijn partner wel aan voorwaarden voldoet, kunt u als (schoon)ouders wellicht ook gebruikmaken van de verhoogde vrijstelling. U moet deze aangifte indienen voor 1 maart 2014. In het Belastingplan 2014 is voorgesteld de eenmalig verhoogde vrijstelling in verband met de eigen woning te verruimen (zie ook onderdeel 5.5). Zo zal de hoogte van deze vrijstelling tijdelijk (van 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015) worden verruimd tot € 100.000. Tevens is voorgesteld de beperking dat de schenking moet zijn gedaan door een ouder aan een kind tussen de 18 en 40 jaar in dit verband tijdelijk te laten vervallen. Vanaf 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 kan iedereen van zowel een familielid als een derde belastingvrij een schenking ten behoeve van de eigen woning ontvangen van maximaal € 100.000. Indien de schenking wordt verkregen van de ouders wordt het bedrag van € 100.000 dat voor vrijstelling in aanmerking komt, verminderd met het bedrag dat door de ouders in het verleden is geschonken als in de aangifte een beroep is gedaan op een verhoogde vrijstelling. De schenking voor de woning moet dienen ter verkrijging van een eigen woning, ter bekostiging van verbetering, onderhoud of afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming of ter aflossing van een eigenwoningschuld. Ook de aflossing van een restschuld kwalificeert (vanaf 29 oktober 2012). 1.27 Schenking onder schuldigerkenning De schuldigerkenning uit vrijgevigheid is een wijze van vermogensoverheveling waarbij de schenker niet de beschikkingsmacht over het vermogen verliest en waarbij toch een successierechtelijk voordeel wordt behaald. Deze schuldigerkenning is een vermogensbestanddeel van box 3. Over de schuld moet jaarlijks daadwerkelijk een rente van 6% worden betaald. Gebeurt dat niet, dan wordt de schuld aan de kinderen niet gezien als een schuld van de nalatenschap, zodat geen erfbelasting wordt bespaard. Let op: voor schenkingen onder schuldigerkenning verlangt de Belastingdienst een notariële akte. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 9
  • 11. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST 1.28 Herbeoordeling testament/huwelijksgoederenregime Ook fiscaal kan het nuttig zijn uw testament en/of huwelijksgoederenregime dit jaar nog eens kritisch te (laten) bekijken. Dit is vooral van belang vanwege de ingrijpende wijziging van de Successiewet en de aanmerkelijkbelangregeling met ingang van 1 januari 2010, of bij veranderingen in uw persoonlijke omstandigheden. 1.29 Huwelijkse voorwaarden met verrekenbeding In veel huwelijkse voorwaarden waarin een verrekenbeding is opgenomen, is bepaald dat jaarlijks een verrekening moet plaatsvinden. Als dit niet gebeurt, kan tussen de echtgenoten een schuldvorderingverhouding ontstaan, zelfs als is opgenomen dat de mogelijkheid tot verrekenen na een bepaalde termijn vervalt. Het niet verrekenen kan ongewenste financiële gevolgen hebben. Als u (nog) niet hebt verrekend, is het aan te raden uw financiële positie op dit punt te (laten) beoordelen. 1.30 Buitenlandse bronheffing op uitgekeerde dividenden Ontvangt u dividend van buitenlandse ondernemingen, dan zal in de regel buitenlandse dividendbelasting worden ingehouden. In bepaalde gevallen kan deze worden teruggevorderd. Let in dit verband op verjaring van een eventueel vorderingsrecht. Dit kan per land verschillen. Neem hierover contact op met uw bank of adviseur. 1.31 Levensloopregeling De levensloopregeling is per 1 januari 2012 niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers. De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Deelnemers met een saldo minder dan € 3.000 (lage aanspraken) kunnen in 2012 en 2013 niet meer bijstorten, overige deelnemers (hoge aanspraken) kunnen dat wel. Bij de inleg wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd. Lage aanspraken worden geacht te zijn genoten op 1 januari 2013. De 80%-regeling (op grond waarvan slechts 80% van het saldo in de heffing wordt betrokken) is van toepassing tot ten hoogste de waarde op 31 december 2011. Hebt u een aanspraak op 1 januari 2013 met een hogere waarde, dan behoort het meerdere voor 100% tot het loon. Voor hoge aanspraken geldt niet dat ze automatisch zijn genoten op 1 januari 2013. Als u kiest voor finale opname in 2013, dan kunt u wel gebruikmaken van de 80%-regeling. In dat geval geldt de 80%-regeling ook voor ten hoogste de waarde per 31 december 2011. Het meerdere behoort voor 100% tot het loon voor de loonheffingen. Praat met uw adviseur over uw toekomstplannen. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 10
  • 12. Inhoudsopgave 2 Ondernemingen 2.1 NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Optimaal gebruikmaken van investeringsaftrekken Beoordeel of het wenselijk is te wachten met investeringen tot na 1 januari 2014. Als tijdstip van investering geldt het moment waarop u de verplichtingen tot aanschaf of verbetering van het bedrijfsmiddel aangaat. Zie ook http://www.kpmg.com/NL/nl/IssuesAndInsights/ArticlesPublications/Pages/ProMemorie-2013.aspx, waar u een handige KPMG-publicatie (Pro Memorie 2013) vindt die kan helpen bij het nemen van uw ondernemingsbeslissingen. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek Als u in 2013 investeert voor een bedrag van € 306.931 of minder, dan komt u in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (zie onderstaande tabel). Bij samenwerkingsverbanden worden de investeringen samengeteld voor toepassing van de aftrek per ondernemer. INVESTERINGSBEDRAG INVESTERINGSAFTREK Meer dan maar niet meer dan EUR EUR EUR/% – 2.300 – 2.300 55.248 28% 55.248 102.311 EUR 15.470 102.311 306.931 EUR 15.470 minus 7,56% van het investerings­ bedrag boven EUR 102.311 306.931 - - Energie-investeringsaftrek Deze aftrek bedraagt 41,5% van het bedrag van de energie-investeringen als dat meer dan € 2.300 bedraagt. Op jaarbasis wordt per belastingplichtige ten hoogste een bedrag van € 118.000.000 aan energie-investeringen in aanmerking genomen. Bij samenwerkingsverbanden wordt dit maximum naar ieders aandeel toegepast op de afzonderlijke ondernemers. In 2014 gaat het percentage naar 44% en het drempelbedrag voor de investeringen naar € 2.500. Milieu-investeringsaftrek Voor deze aftrek geldt geen investeringsplafond. De aftrek bedraagt, afhankelijk van de categorie waarin de investering wordt ingedeeld, 13,5%, 27% of 36% van het bedrag van de milieu-investeringen als dat meer dan € 2.300 bedraagt. In 2014 gaan de percentages naar respectievelijk 15%, 30% en 40% en het drempelbedrag voor de investeringen naar € 2.500. 2.2 Herinvesteringsreserve Bij vervreemding van een bedrijfsmiddel kan de vervreemdingswinst buiten de belastingheffing blijven door deze winst te reserveren in een herinvesteringsreserve. Voorwaarde is dat u een voornemen tot herinvestering hebt en dat deze herinvestering ook binnen drie jaar na het jaar van reserveren plaatsvindt. Ga na of dit jaar een herinvesteringstermijn verloopt en of tijdige herinvestering nog © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 11
  • 13. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST mogelijk is. Onder bepaalde bijzondere omstandigheden kan de herinvesterings­ termijn worden verlengd. 2.3 Bespreken balans Het is wenselijk om voor het afsluiten van het boekjaar de balans en de winsten-verliesrekening in grote lijnen te bespreken met uw accountant en/of belastingadviseur. Voorzieningen en waardering van balansposten kunnen dan aan de orde komen. Op het gebied van de afschrijvingen is fiscaal een aantal beperkingen opgelegd. Zo zijn voor onroerende zaken de aard van het gebruik, de vaststelling van de WOZwaarde en de invloed van de zogenoemde werktuigenvrijstelling bepalende factoren voor de hoogte van de fiscale afschrijving. Wij raden u sterk aan de WOZ-beschikking kritisch te beoordelen, al dan niet samen met uw adviseur. Ondanks de fiscale afschrijvingsbeperkingen blijft afwaardering tot lagere bedrijfswaarde van een bedrijfsmiddel mogelijk. 2.4 Voorziening Wilt u winst uitstellen? Kijk dan of u nog een voorziening kunt vormen. Daarvoor is al voldoende dat de toekomstige uitgaven hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan voor de balansdatum, en dat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de uitgaven in de toekomst worden gedaan. Verder geldt dat de toekomstige uitgaven ook moeten kunnen worden toegerekend aan de periode voorafgaande aan de balansdatum. Voorzieningen zijn mogelijk voor bijvoorbeeld een reorganisatie, onderhoud, saneringskosten, het verlenen van garantie op producten of jubileumuitgaven voor het personeel. 2.5 Willekeurige afschrijving Ga na of u optimaal gebruikmaakt van willekeurige afschrijvingen. Denk hierbij onder andere aan: •   e VAMIL (op milieu-investeringen); d •  nvesteringen door bepaalde groepen (startende ondernemers en ondernemingen i die zeeschepen exploiteren); •   e tijdelijke willekeurige afschrijving voor bepaalde bedrijfsinvesteringen gedaan in d de periode van 1 juli 2013 tot en met 31 december 2013 (zie onderdeel 5.11) Gezien de fiscale afschrijvingsbeperkingen die zijn ingevoerd, kan het extra interessant zijn de fiscale faciliteiten van de willekeurige afschrijving optimaal te benutten. 2.6 Ingebruikname bedrijfsmiddelen in verband met willekeurige afschrijving Als tijdelijke crisismaatregel kunnen bepaalde investeringen die in 2011 zijn gedaan onder voorwaarden willekeurig worden afgeschreven. Hiervoor geldt een maximum van 50% in het jaar waarin de verplichting is aangegaan of de voortbrengingskosten zijn gemaakt. Deze bedrijfsmiddelen moeten dan wel voor 1 januari 2014 in gebruik zijn genomen; gaat u na of dit het geval is. Indien dat niet zo is, bespreek dan met uw adviseur of niet op andere gronden een lagere waardering mogelijk is. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 12
  • 14. Inhoudsopgave NIET VAN 2.7 NAVRAAG BIJ ONDERNEMEN SPECIALIST Zeescheepvaartwinst, tonnagebelasting Als u in 2013 voor het eerst zeescheepvaartwinst geniet en u wilt gebruikmaken van de belastingheffing op tonnagegrondslag, moet u daartoe in 2013 per onderneming een verzoek indienen. U moet daar dus niet mee wachten tot de aangifte over 2013. 2.9 ACTIE NODIG Uitstellen desinvesteringen in verband met desinvesteringsbijtelling Voor bedrijfsmiddelen waarvoor u bij aanschaf een investeringsaftrek (kleinschaligheids-, energie- of milieu-) hebt genoten, geldt een desinvesterings­ ijtelling als u deze b bedrijfsmiddelen verkoopt binnen vijf jaar na aanvang van het kalenderjaar waarin de aftrek plaatsvond. De desinvesteringsbijtelling geldt ook als u iets doet wat gelijk te stellen is met verkoop. Om zo’n bijtelling te voorkomen, is het in bepaalde gevallen beter niet in 2013 te desinvesteren maar pas in 2014. 2.8 GEEN ACTIE TOEPASSING Afdrachtvermindering loonheffing Ga na of u in 2013 optimaal gebruik hebt gemaakt van de diverse afdrachtverminderingen in de loonbelasting/premies volksverzekeringen. Denk hierbij onder andere aan: •   erknemers die onderwijs, stages of een EVC-procedure volgen of die zijn w aangesteld als assistent in opleiding (aio), promovendus of onderzoeker in opleiding (oio); •   eevarende werknemers op een schip onder de Nederlandse vlag dat z grotendeels op zee wordt geëxploiteerd in het internationale verkeer en bij sleep-, hulpverlenings- of baggerwerkzaamheden; •   erknemers die gekwalificeerd speur- en ontwikkelingswerk verrichten (WBSO; w ook in andere EU-landen). 2.10 Beoordelen pensioenrechten en VUT-rechten personeel (eventueel backservice) Op pensioengebied hebben zich weer ingrijpende wetswijzigingen voorgedaan. Ouderdomspensioenregelingen, overbruggingspensioenregelingen, VUT-regelingen en prepensioenregelingen moeten voldoen aan de eisen van de Wet VUT/ prepensioen en introductie levensloopregeling, aan de Pensioenwet en met ingang van 1 januari 2014 ook aan de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd. Het maximale opbouwpercentage voor eindloon wordt 1,9% (was 2%); het maximale opbouwpercentage voor middelloon wordt 2,15% (was 2,25%). Beschikbarepremiestaffels worden navenant verlaagd. Als gevolg daarvan moeten alle pensioenregelingen nog in 2013 worden nagelopen op fiscale aanvaardbaarheid. Een bovenmatig pensioen bij ook maar één werknemer of het te laat aanpassen van de regeling kan grote fiscale gevolgen hebben. Het toekennen of verhogen van pensioenrechten ten behoeve van werknemers kan leiden tot een backservicelast die nog ten laste kan komen van de fiscale winst in 2013. Stem met uw adviseur af of uw pensioenregeling hiervoor nog (fiscale) ruimte biedt. In het kader van het beheersbaar houden van de pensioenkosten kunt u ook overwegen een eind- of middelloonregeling om te zetten naar een beschikbare-premieregeling. 2.11 Geschenkenregeling loonbelasting Indien u als werkgever de werkkostenregeling nog niet toepast en u uw werknemers fiscaal gefaciliteerd een geschenk in natura wilt geven, kunt u dit doen tot een bedrag © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 13
  • 15. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST van € 70 per kalenderjaar. Hierover moet u als werkgever 20% eindheffing toepassen. Is de waarde hoger dan € 70, dan mag over het meerdere ook eindheffing worden toegepast, mits het totaal van alle verstrekkingen op jaarbasis een bedrag van € 272 niet te boven gaat en het per verstrekking niet meer is dan € 136. Hierover moet u als werkgever het tabeltarief als eindheffing toepassen. Ook kunt u tot een bedrag van € 200 per maand per werknemer gebruikmaken van de eindheffing voor bovenmatige verstrekkingen. Indien u als werkgever de werkkostenregeling wel al toepast, kunt u de waarde van de geschenken in natura als eindheffingsloon onderbrengen in de vrije ruimte van 1,5% of belasten als loon van de werknemer. Raadpleeg uw adviseur (zie ook onderdeel 2.16). 2.12 Producten uit eigen bedrijf Indien u als werkgever de werkkostenregeling nog niet toepast, kunt u ten aanzien van branche-eigen producten van u of van een verbonden vennootschap 20% van de waarde in het economisch verkeer van die producten vrij aan de werknemer verstrekken of vergoeden tot een maximum van € 500 per persoon per kalenderjaar. Onder de werkkostenregeling is het voordeel bij een korting of vergoeding bij de aankoop van branche-eigen producten loon van de werknemer. Het voordeel bij producten uit eigen bedrijf is de prijs die de werkgever klanten in rekening brengt, verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer. Het voordeel kan als eindheffingsbestanddeel worden aangewezen, waarbij het bedrag van de verleende korting ten laste van de vrije ruimte van 1,5% van de fiscale loonsom zal komen. Voor zover de vrije ruimte van 1,5% wordt overschreden bent u een aanvullende heffing van 80% verschuldigd over het meerdere (zie ook onderdeel 2.16). 2.13 Spaarloonregeling De spaarloonregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft. Dit betekent dat het opgebouwde spaarloon met ingang van 1 januari 2012 vrij op te nemen is. U kunt ervoor kiezen het tegoed op de spaarloonrekening te laten staan en gebruik te blijven maken van de vrijstelling in box 3. Elk jaar valt dan een deel van het spaartegoed vrij. Daarop is dan niet langer de vrijstelling van box 3 van toepassing. Voor het deel van het spaarloon dat op de spaarloonrekening blijft staan – met uitzondering van het vrijgevallen tegoed – blijft de vrijstelling van box 3 gelden tot 1 januari 2016. 2.14 Aanpassingen salarisadministratie per 1 januari 2014 Net als elk jaar moet u voor de eerste salarisrun van januari 2014 een aantal zaken aanpassen: reis- en autokostenvergoedingen, inhoudingen spaarregelingen en overige inhoudingen, forfaits enzovoort (zie ook onderdeel 2.16). 2.15 Fiscaal voordelig belonen van werknemers Denk bij ‘incentives’ aan personeel bijvoorbeeld eens aan: •  een onbelaste vergoeding of verstrekking van een mobiele telefoon (smartphone/  BlackBerry), internet en dergelijke als het zakelijk gebruik meer dan 10% is (en dat is al snel het geval); •  een onbelaste vergoeding voor maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijk  karakter (overwerk, koopavonden, uit eten met cliënten, maaltijden tijdens cursussen en zakenreizen); © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 14
  • 16. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST •  een personeelsfeest of personeelsreis. Deze vrijstelling geldt niet als een dga en  •  •  •  •  •  zijn partner de enige werknemers zijn; een onbelaste verstrekking of vergoeding van een openbaarvervoerkaart die mede  wordt gebruikt voor zakelijke reizen en/of woon-werkverkeer; een abonnement voor bedrijfsfitness buiten werktijd. Deze vrijstelling geldt niet als  een dga en zijn partner de enige werknemers zijn; bij dreigende verkeershinder tijdens woon-werkverkeer door wegwerkzaamheden  gedurende 24 maanden, naast een onbelaste reiskostenvergoeding, onder voorwaarden onbelast een openbaarvervoerpas vergoeden of verstrekken (voor zover de werkkostenregeling nog niet wordt toegepast); een onbelaste vergoeding of verstrekking bij schade aan of verlies van persoonlijke  zaken van de werknemer. De schade of het verlies moet zijn ontstaan door een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met de dienstbetrekking; een onbelaste bijdrage aan de personeelsvereniging en aan de ‘lief-en-leedpot’ of  vergoedingen van de desbetreffende contributies aan uw werknemers (voor zover de werkkostenregeling nog niet wordt toegepast). Dit geldt ook voor contributies betaald aan beroepsverenigingen of vakbond. Deze vrijstelling geldt niet als een dga en zijn partner de enige werknemers zijn. Mocht u van plan zijn de werknemers fiscaal gunstig te willen belonen, dan kunt u uiteraard contact opnemen met uw adviseur over de mogelijkheden. (zie ook onderdeel 2.16). 2.16 Werkkostenregeling De invoering van de werkkostenregeling is uitgesteld. Met ingang van 1 januari 2015 moet u de werkkostenregeling toepassen. De bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen komen daarmee te vervallen. Er geldt nu een overgangsregeling waarbinnen u kunt overgaan naar de nieuwe werkkostenregeling. Neem contact op met uw adviseur wat de gevolgen van de nieuwe werkkostenregeling zijn voor uw organisatie. Daarnaast kan het moment van invoering van de werkkostenregeling voor uw bedrijf nog voordelig uitpakken. 2.17 Samenhangende groep inhoudingsplichtigen Voor inhoudingsplichtigen is het mogelijk zich aan te laten wijzen als samenhangende groep inhoudingsplichtigen (sgi). Voordeel hiervan is dat (bijvoorbeeld binnen concern) werknemers kunnen worden verplaatst zonder nieuwe vaststelling van de identiteit, zonder nieuwe opgaaf gegevens loonheffingen en zonder gevolgen voor de 30%-regeling. De desbetreffende inhoudingsplichtigen kunnen in één bedrag de loonheffingen betalen, maar moeten wel zelf aangifte doen. 2.18 Bestelauto’s en uw personeel Voor personeel dat bestelauto’s ook gebruikt voor privéritten geldt een fiscale bijtelling in de loonbelasting volgens het autokostenforfait. De bijtelling bedraagt maximaal 25% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) voor bestelauto’s tot en met vijftien jaar oud. Om bijtelling te voorkomen, kunnen werknemer en werkgever overeenkomen dat de werknemer de bestelauto niet privé mag gebruiken. De werkgever moet het autogebruik controleren. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 15
  • 17. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Het is mogelijk dat de werknemer via de werkgever een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ afgeeft aan de Belastingdienst. De werknemer hoeft geen kilometeradministratie bij te houden. Privéritten zijn in het geheel niet toegestaan, met uitzondering van woon-werkverkeer. Als sprake is van doorlopend afwisselend gebruik en het privégebruik valt niet per werknemer vast te stellen, dan kan de eindheffingsregeling worden toegepast. Bespreek met uw adviseur welke afspraken u het beste kunt maken met uw personeel. 2.19 Keuze auto zakelijk of privé Als u een auto zowel zakelijk als privé gebruikt, kunt u er onder omstandigheden voor kiezen de auto als privé- of als ondernemingsvermogen aan te merken. Deze ‘etiketteringskeuze’ moet voor de inkomstenbelasting en de omzetbelasting afzonderlijk worden gemaakt. Bij deze keuze moet rekening worden gehouden met factoren als privébijtelling, aftrek van omzetbelasting, correctie omzetbelasting wegens privégebruik, gereden kilometers, brandstof en verzekeringen. Uw adviseur kan u helpen bij het maken van uw keuze. 2.20 Doorbetaling werknemers Een werkgever moet twee jaar lang het loon doorbetalen van zieke werknemers (minimaal 70% gedurende twee jaar). Neem uw personeelsbestand door om het (risico op) ziekteverzuim goed in kaart te brengen. Wellicht is aanpassing van de aanpak van het ziekteverzuim binnen uw onderneming gewenst en zijn andere of betere vastleggingen in het personeelsdossier noodzakelijk. 2.21 Uitbreiding personeelsbestand Denk bij het aannemen van uit het buitenland afkomstig personeel ook aan de zogenoemde 30%-regeling. Hierdoor kan een deel van de arbeidsvergoeding effectief buiten de heffing van de loon- en inkomstenbelasting blijven. Raadpleeg hierover uw adviseur. 2.22 Uitzending personeel Als een personeelslid is uitgezonden binnen Europa, kan het voorkomen dat deze werknemer in twee landen is verzekerd voor de sociale verzekeringen. Door middel van een A1-verklaring (voorheen: E-101-verklaring) kunt u de dubbele verzekeringsplicht voorkomen. De verklaring moet voor de uitzending worden aangevraagd en periodiek, afhankelijk van de uitzendperiode, worden verlengd. 2.23 Werkgeversheffing hoge lonen (‘crisisheffing’) Werkgevers moesten in maart 2013 een eenmalige ‘crisisheffing’ van 16% betalen over het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking (inclusief eenmalige beloningen, zoals een bonus) dat zij in 2012 aan een werknemer betaalden, voor zover dat loon op jaarbasis hoger was dan € 150.000. De crisisheffing wordt naar verwachting ‘eenmalig’ verlengd (zie ook onderdeel 5.2). Als dit bij u als werkgever speelt, is wellicht vorming van een voorziening hiervoor mogelijk in 2013. Raadpleeg hierover uw adviseur. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 16
  • 18. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST 2.24 Laatste loonheffingsaangifte 2013 Ga na of alle betalingen gedaan aan het personeel op een juiste wijze zijn verloond. Denk hierbij ook aan de forfaitaire bijtellingen voor de bestelauto en de personenauto, en andere gunstige beloningsvormen. 2.25 Laatste btw-aangifte van het boekjaar Denkt u bij het maken van de laatste aangifte van het boekjaar aan de volgende punten: •   orrectie btw privégebruik auto (zowel voor de ondernemer als voor zijn personeel); c •   orrectie btw privégebruik voor bijvoorbeeld gas, water, elektriciteit en warmte; c •   orrectie btw voor gebruik door ondernemer van tot het bedrijf behorende c goederen voor andere dan bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik, bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die de ondernemer zowel zakelijk als privé gebruikt, zie ook onderdeel 3.10); •   orrectie btw voor verrichten van diensten door de ondernemer voor andere dan c bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik); •   orrectie in het kader van de bedrijfskantineregeling; c •   verige correcties op aftrek van voorbelasting over verstrekkingen aan het o personeel (gelegenheid geven tot sport of ontspanning, privévervoer en huisvesting) en voor relatiegeschenken en dergelijke; •   erziening van voorbelasting op roerende en onroerende investeringsgoederen. h Enkele van deze onderwerpen worden hierna verder toegelicht. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw btw-adviseur. 2.26 Correcties op (eerdere) btw-aangiften Indien een btw-correctie minder is dan € 1.000 (te betalen of te ontvangen), dan is het toegestaan om deze te verwerken in de eerstvolgende aangifte omzetbelasting. Grotere correcties moet u melden in een suppletieformulier Omzetbelasting (te downloaden via www.belastingdienst.nl, zoekterm: suppletie omzetbelasting). 2.27 Vergoeding kosten aan personeel en tenaamstelling factuur (btw) Een ondernemer geniet alleen aftrek van btw als de prestatie aan hem is verricht. Het is daarom in principe vereist dat het contract voor de desbetreffende aankoop en de bijbehorende factuur op zijn naam staan. Bij aankopen tot € 100 kan overigens een vereenvoudigde factuur volstaan (hierop hoeven onder meer geen gegevens van de afnemer te staan). Dit speelt onder andere bij het vergoeden van zakelijke uitgaven die de werknemer voor zijn werkgever doet. Om het recht op aftrek van btw van de werkgever te behouden, moeten contract en factuur op naam van de ondernemer (de werkgever) zijn gesteld. Dat geldt dus ook voor benzinebonnen, zij het dat hiervoor is toegestaan dat de ondernemer op andere wijze kan worden geïdentificeerd (bijvoorbeeld via girale betaling of een tankpasnummer). Als de werknemer de betrokken inkopen (deels) gebruikt voor privédoeleinden, is in zoverre sprake van loon in natura en kan een btw-correctie nodig zijn. Neem in dit geval contact op met uw adviseur. Niet alle btw op te vergoeden kosten is aftrekbaar. Zo stelt de Belastingdienst zich op het standpunt dat voor de vaste telefoon bij de werknemer thuis in principe geen btw-aftrek mogelijk is. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 17
  • 19. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST 2.28 Btw-aangiftebrief verdwijnt De periodieke uitnodiging tot het doen van btw-aangifte verdwijnt. In plaats daarvan zal de Belastingdienst een jaarlijks overzicht sturen met daarop de tijdvakken, deadlines en betalingskenmerken van de aangiften. Desgewenst stuurt de Belastingdienst wel een periodieke e-mail met de herinnering tot het doen van aangifte. Dit kan worden ingesteld op het beveiligde gedeelte van de website van de Belastingdienst. Wij adviseren u hiermee rekening te houden in het aangifteproces, voor zover de aangiftebrief nu deel uitmaakt van het proces. 2.29 Termijn terugvragen buitenlandse btw (btw) Nederlandse aftrekgerechtigde ondernemers kunnen de in andere EU-landen betaalde btw terugvragen via een elektronisch verzoek bij de Belastingdienst. Voor de verzoeken gelden drempelbedragen. Het verzoek moet binnen zijn voor 1 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarover u btw terugvraagt. Verzoeken die hierna binnenkomen, worden mogelijk door het andere EU-land niet meer in behandeling genomen. Door het verzoek tijdig in te dienen kan de btw ook eerder worden teruggekregen. 2.30 Autokosten werknemers (btw) Als de werkgever een auto van de zaak ter beschikking stelt aan zijn werknemer, heeft de werkgever in principe recht op volledige btw-aftrek over de autokosten. Aan het einde van het boekjaar moet de werkgever dan echter een btw-correctie aangeven voor het privégebruik. Dit betekent dat een werkgever voor iedere auto die privé wordt gebruikt een forfaitaire correctie van 2,7% van de cataloguswaarde van de auto is verschuldigd. Onder voorwaarden is het mogelijk of verplicht af te wijken van de forfaitaire correctie en aan te sluiten bij het werkelijke privégebruik. Woonwerkverkeer geldt voor de btw ook als privégebruik; er zal voor meer auto’s een btwcorrectie zijn verschuldigd dan voor de loonheffingen. Wij adviseren ondernemers met een wagenpark van enige omvang contact op te nemen met een btw-specialist. 2.31 Debiteur betaalt u niet (btw) Als een debiteur u niet betaalt, kunt u onder omstandigheden de btw terugvragen die u hebt afgedragen aan de Belastingdienst. U moet hiertoe een apart verzoek indienen bij de Belastingdienst binnen één maand na het aangiftetijdvak waarin duidelijk is dat uw debiteur de factuur niet meer zal betalen. Let op: als u afspraken maakt met uw debiteur over de betaling van de factuur, kan het zijn dat uw vordering wordt omgezet in een lening. In geval van een lening kunt u geen teruggaafverzoek indienen bij de Belastingdienst. Alvorens u een betalingsregeling voorstelt, dient u dus goed na te gaan of uw debiteur uiteindelijk aan zijn verplichtingen zal voldoen of niet. 2.32 Btw-plicht commissarissen en leden raden van toezicht Tot en met 2012 bestond er geen btw-plicht voor leden van raden van commissarissen en raden van toezicht (RvT) als zij maximaal vier commissariaten en/of RvTlidmaatschappen hebben. Dit beleid is vervallen en dat betekent dat commissarissen © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 18
  • 20. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST vanaf 1 januari 2013 btw verschuldigd zijn over hun beloning. Commissarissen en RvTleden moeten beoordelen wat de gevolgen hiervan zijn en zich tijdig registreren bij de Belastingdienst. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw btw-adviseur. 2.33 Bewaarplicht Het opruimen en vernietigen van oude administratieve gegevens kan u een kostenbesparing opleveren. U moet echter wel rekening houden met de wettelijke bewaartermijn van ten minste zeven jaar van uw administratieve gegevens. Op deze hoofdregel zijn uitzonderingen. Als u de btw over de aankoop of verbouwing van een pand hebt teruggevraagd, moet u de btw-boekhouding tien jaar bewaren. Permanente stukken (aktes, pensioen- en lijfrentepolissen etcetera) mogen niet worden weggegooid. Raadpleeg voor het opruimen daarom eerst uw adviseur. Tip: als u de gegevens van verkoopbonnen digitaal opslaat en deze ter beschikking kunt stellen aan de Belastingdienst, is het niet meer noodzakelijk om kassabonnen, kassarollen etcetera op papier te bewaren. Dit geldt ook voor facturen, mits bij het scannen geen informatie verloren gaat. Wij adviseren u dit eerst met de Belastingdienst af te stemmen, voordat u originele documenten vernietigt. 2.34 Subsidies Beoordeel of u mogelijkheden hebt om (niet-)fiscale subsidies te verkrijgen. In veel gevallen moet een eventuele aanvraag voor het einde van het boekjaar bij de desbetreffende instantie binnen zijn. Ook kan het voorkomen dat bepaalde handelingen (opdracht, aanbetaling en/of ingebruikname) voor het verwerven van een toekomstige subsidie nog dit jaar moeten plaatsvinden. Raadpleeg uw adviseur hierover. 2.35 Voorlopige aanslag 2013 Als uw resultaat over 2013 achterblijft bij uw prognose, kan uw voorlopige aanslag te hoog zijn. Verzoek dan om herziening van de voorlopige aanslag. Daarbij dient u zich te realiseren dat over 2013 in principe geen belastingrente wordt vergoed over terug te betalen bedragen inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Daarnaast is het, gelet op de verschuldigde belastingrente, aan te raden om bij een te verwachten hogere belastinglast tijdig te verzoeken om herziening van de voorlopige aanslag. Indien dit verzoek voor 1 mei 2014 wordt gedaan, is over de voorlopige aanslag geen belastingrente verschuldigd, mits deze conform het verzoek wordt herzien. Gezien de regeling van de belastingrente is het aan te raden om in het vierde kwartaal van 2013 maar uiterlijk in de eerste maanden van 2014 te onderzoeken in hoeverre het geschatte belastbare bedrag afwijkt van het werkelijk belastbare bedrag. Raadpleeg daartoe uw adviseur die u hierin kan bijstaan. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 19
  • 21. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST 2.36 Ontslagvergoeding Als de plannen van de regering ongewijzigd doorgaan, is het met ingang van 1 januari 2014 behoudens overgangsrecht niet meer mogelijk om een ontslagvergoeding aan te wenden voor een recht dat periodieke uitkeringen oplevert (een stamrecht, zie ook onderdeel 5.2). Een ontslagvergoeding die wordt toegekend is dan meteen progressief belast. Bestaande stamrechten kunnen in het jaar 2014 worden afgekocht tegen een bedrag ineens. Van dat bedrag ineens is slechts 80% belast en bovendien wordt geen revisierente geheven. Voorwaarden zijn: het ter financiering van de aanspraak verschuldigde bedrag moet voor 15 november 2013 zijn overgemaakt door de werkgever, en de gehele aanspraak moet worden afgekocht. Onder omstandigheden is het mogelijk dat de ontslaguitkering aan een werknemer wordt gezien als een regeling voor vervroegde uittreding. De werkgever kan dan worden geconfronteerd met een strafheffing op het gebied van de loonheffing van 52% berekend over de ontslagvergoeding. Overleg met uw adviseur in welke gevallen bij u de mogelijke strafheffing aan de orde is bij lopende ontslagsituaties. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 20
  • 22. Inhoudsopgave 3 Ondernemer eenmanszaak, vof, cv en maatschap 3.1 NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Begrip ondernemer De Wet inkomstenbelasting 2001 verstaat onder een ondernemer de belastingplichtige: •   oor wiens rekening een onderneming wordt gedreven; v •   ie rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming, d dat wil zeggen: die aansprakelijk is voor de zakelijke schulden van de onderneming. Ga na of uw situatie voldoet aan deze criteria voor het fiscaal ondernemerschap en bespreek met uw adviseur wat gewenst is. 3.2 Toetsing meewerkaftrek of arbeidsbeloning voor meewerkende partner De meewerkaftrek is, afhankelijk van het aantal door de partner meegewerkte uren, een bepaald percentage van de winst. De meewerkaftrek kan alleen worden geclaimd als uw partner zonder enige vergoeding meewerkt. Hebt u wel gekozen voor een arbeidsbeloning van uw partner, dan komt die niet ten laste van de winst uit onderneming als de vergoeding lager is dan € 5.000 op jaarbasis. Bij uw partner is de vergoeding dan niet belast. U kunt overwegen om uw meewerkende partner een arbeidsbeloning toe te kennen. Wellicht dat de man-vrouwfirma tot de mogelijkheden behoort. Door verdeling van de winst kunnen aanzienlijke progressievoordelen ontstaan en de partner kan onder voorwaarden gebruikmaken van de ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek, startersaftrek, 14%-MKB-winstvrijstelling, dotatie aan de fiscale oudedagsreserve (FOR), stakingsaftrek etcetera). Zie ook onderdeel 3.3 en 3.4. 3.3 Urencriterium voor zelfstandigenaftrek De zelfstandigenaftrek bedraagt € 7 .280 (€ 3.640 als op 1 januari de AOW-leeftijd is bereikt). Van de in een kalenderjaar totaal beschikbare tijd voor het verrichten van werkzaamheden moet 50% of meer zijn besteed aan het drijven van een (of meer) onderneming(en), met een minimum van 1.225 uren. Voldoet u niet aan dit urencriterium, dan hebt u geen recht op de zelfstandigenaftrek en ook niet op de speur- en ontwikkelingsaftrek, de meewerkaftrek en de FOR. Bent u starter, dan geldt een verhoogde zelfstandigenaftrek en niet de voorwaarde dat 50% of meer van de tijd aan de onderneming moet worden besteed (wel nog steeds ten minste 1.225 uren). Bent u starter en hebt u recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan is een tijdsbesteding van minimaal 800 uren aan uw onderneming voldoende. Noteer de uren die u maakt voor de onderneming in uw agenda. 3.4 Man-vrouwfirma Als uw partner meewerkt, kunt u met uw partner een firma aangaan. De meewerkende partner wordt dan ook zelfstandig ondernemer voor de inkomstenbelasting en heeft daardoor recht op alle ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, 14%-MKB-winstvrijstelling en de FOR, tenzij de partner alleen ondersteunende werkzaamheden­verricht. Voorwaarde is dat een firmacontract wordt opgesteld, waarin voor de aanvangsdatum van de firma een terugwerkende kracht van maximaal ­ negen maanden kan worden opgenomen. Overleg met uw adviseur over het (gewenste) effect. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 21
  • 23. Inhoudsopgave NIET VAN 3.5 GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Verkoop onderneming, omzetting in bv of starten nieuwe onderneming Wanneer u overweegt uw onderneming te verkopen of om te zetten in een bv, raden wij u aan om voor het einde van het jaar te beoordelen of dit fiscaal is gewenst in 2013 of juist in 2014. Bij een verkoop van de onderneming kan de peildatum van 1 januari 2014 nog een rol spelen. De fiscale winst behaald met de staking van de oude onderneming kan in beginsel fiscaal geruisloos worden doorgeschoven naar de nieuwe onderneming. Dit leidt dus niet tot directe afrekening in de inkomstenbelasting. 3.6 Kleineondernemersregeling in de btw Als de btw die u na aftrek van voorbelasting per saldo over 2013 bent verschuldigd niet hoger is dan € 1.883, komt u in aanmerking voor de kleineondernemersregeling. Op grond hiervan hoeft u (een deel van) de verschuldigde btw in het geheel niet aan de Belastingdienst te voldoen. Deze korting wordt dan wel gerekend tot het inkomen in box 1 voor de inkomstenbelasting. Deze regeling geldt alleen voor ondernemers/ natuurlijke personen die in Nederland wonen of zijn gevestigd. Als de op jaarbasis verschuldigde btw minder bedraagt dan € 1.345, kunt u de Belastingdienst verzoeken om een ontheffing van de administratieve verplichtingen, zoals de boekhoud-, factureer- en aangifteplicht. Bij toekenning van dit verzoek zal de Belastingdienst aangeven welke voorwaarden hiervoor gelden. 3.7 Middeling 2011-2013 Het is onder bepaalde voorwaarden mogelijk uw belastbare inkomens in box 1 (werk en woning) van 2011 tot en met 2013 te middelen, waardoor u over deze jaren wellicht in totaal minder belasting betaalt. Let op: de te middelen jaren mogen slechts eenmaal in de middelingsberekening worden betrokken. Beoordeel zelf welke van de te middelen jaren u een zo hoog mogelijke belastingteruggaaf oplevert. Mogelijk kunt u ook voorgaande jaren nog middelen. Dit is afhankelijk van de dagtekening van de definitieve aanslagen inkomstenbelasting over de desbetreffende jaren. 3.8 Startende ondernemer Voor startende ondernemers zijn er enkele specifieke zaken waarmee tegen het einde van het kalenderjaar rekening kan/moet worden gehouden, zoals: •   illekeurige afschrijving voor startende ondernemers; w •   fdekken van het risico van een nabestaandenpensioen; a •   eserveren voor belastingbetalingen; r •   renregistratie voor onder andere de zelfstandigenaftrek. u 3.9 Verklaring arbeidsrelatie (VAR) De Verklaring arbeidsrelatie (VAR) geldt maximaal voor de periode van een kalenderjaar. Hebt u nog geen VAR aangevraagd voor dit jaar? Doe dat dan alsnog voor het einde van het jaar. Voor opdrachtgevers kunnen de rechtsgevolgen van een VAR zich uitstrekken over een langere periode. Om te zijn gevrijwaard van inhoudingsplicht, moeten opdrachtgevers over een afschrift van de VAR (winst uit onderneming: VAR-wuo, of inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico voor uw vennootschap: VAR-dga, zie ook onderdeel 4.12) van de opdrachtnemer © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 22
  • 24. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST beschikken, de identiteit van de opdrachtnemer vaststellen en een kopie van het identiteitsbewijs bewaren. Ook zal de opdrachtgever zich ervan moeten vergewissen dat de uitgevoerde werkzaamheden in lijn liggen met de werkzaamheden waarvoor de VAR is afgegeven. Let op: als u voldoet aan bepaalde voorwaarden, dan heeft de Belastingdienst u uiterlijk half september automatisch een nieuwe VAR gestuurd voor het volgende kalenderjaar. Hebt u geen nieuwe VAR ontvangen, dan zult u er zelf een voor het volgende kalenderjaar moeten aanvragen. 3.10 Btw-keuzevermogen De btw-regelgeving maakt het mogelijk een investeringsgoed, zoals een vakantiewoning, geheel of gedeeltelijk als zakelijk of privé te bestemmen. Met ingang van 2011 is bij zakelijke etikettering van onroerende zaken voor de btw alleen nog aftrek van voordruk-btw mogelijk voor zover sprake is van btw-belast zakelijk gebruik. U hoeft dan geen correctie meer te maken voor privégebruik. Per saldo mist u voortaan een rentevoordeel op het privégebruik. Houdt u er rekening mee dat het etiketteren van het vermogen tot btwondernemingsvermogen of privévermogen volgens het Ministerie van Financiën moet gebeuren óf op het tijdstip dat de eerste investering wordt gedaan (bij panden dus meestal bij de aankoop van de ondergrond) óf op het moment van eerste ingebruikname. De etikettering van het vermogen voor de btw staat overigens los van de etikettering van het vermogen voor de inkomstenbelasting. Voor de etiketteringskeuze bij auto’s verwijzen wij naar onderdeel 2.19. 3.11 Voorkom verliesverdamping Een verlies uit werk en woning behaald in 2013 is alleen verrekenbaar met winsten behaald in 2010, 2011 en 2012 (carry-back) en de winsten behaald in de jaren 2014 tot en met 2022 (carry-forward). Daarna gaan deze verliezen verloren. Om deze verliesverdamping te voorkomen, kan wellicht het resultaat worden verhoogd door kosten en lasten uit te stellen, voorzieningen te laten vrijvallen en dergelijke. Neem hierover contact op met uw adviseur. 3.12 Bedrijfsopvolging Bij (gedeeltelijke) bedrijfsopvolging en estate planning kan het fiscaal interessant zijn (een deel van) uw IB-onderneming of een pakket aandelen in uw bv aan uw toekomstige erfgenamen te schenken. De huidige Successiewet kent hiervoor namelijk onder bepaalde voorwaarden een aantal faciliteiten, waaronder een vrijstelling van maximaal 100% en tien jaar (rentedragend) uitstel van belastingbetaling. De faciliteiten kunnen ook van toepassing zijn bij overlijden. De vennootschapsstructuur moet wel aan specifieke eisen voldoen. Ook de inkomstenbelastingclaim kan onder bepaalde voorwaarden worden doorgeschoven. Bij schenking van (een deel van) uw IB-onderneming moet de begunstigde in beginsel al 36 maanden medeondernemer zijn en bij schenking van de aandelen in uw bv moet de begunstigde in beginsel al 36 maanden in dienst zijn. Het is raadzaam tijdig contact op te nemen met uw adviseur om vast te kunnen stellen of de bedrijfsopvolging beter in 2013 of juist in 2014 kan plaatsvinden. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 23
  • 25. Inhoudsopgave 4 Bv en nv 4.1 ACTIE NAVRAAG BIJ NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Aanvragen fiscale eenheden die per 1 januari 2014 moeten ingaan Fiscale eenheden voor de vennootschapsbelasting die per 1 januari 2014 moeten ingaan, moeten worden aangevraagd voor 1 april 2014. 4.3 GEEN ACTIE Aangaan fiscale eenheid Het aangaan van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting tussen meerdere vennootschappen heeft bepaalde voordelen, zoals het doen van één aangifte voor de vennootschapsbelasting, het neutraliseren van onderlinge handelstransacties, het fiscaal geruisloos doorvoeren van een herstructurering, directe verrekening van onderlinge winsten en verliezen van gevoegde vennootschappen etcetera. Raadpleeg hierover uw adviseur (zie ook onderdeel 4.2 en 4.3). 4.2 NIET VAN TOEPASSING Verbreken fiscale eenheid per 31 december 2013 Als het gewenst is om per 1 januari 2014 geen onderdeel meer te zijn van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, moet het verzoek tot ontvoeging uiterlijk 31 december 2013 zijn ingediend. In bepaalde gevallen kan het voordelig zijn een fiscale eenheid tussen meerdere winstgevende vennootschappen te beëindigen. Op die manier kunnen de vennootschappen afzonderlijk gebruikmaken van de lagere MKBtariefschijf in de vennootschapsbelasting (de tarieven voor 2013 zijn: 20% voor de winst tot en met € 200.000 en 25% voor de winst boven € 200.000). Ook kan het verbreken van een fiscale eenheid leiden tot de toepassing of verhoging van de investeringsaftrek. Let op: nagegaan moet worden of door het verbreken van de fiscale eenheid geen fiscale sanctiebepalingen in werking treden. Raadpleeg hierover uw adviseur. 4.4 Fictief salaris, fictieve rente en fictieve huur Iedere houder van een aanmerkelijk belang die voor zijn bv werkzaamheden verricht, wordt geacht een salaris te ontvangen uit zijn bv. De hoogte bedraagt in 2013 minimaal € 43.000, enkele specifieke situaties uitgezonderd. Het is verstandig vooraf overeenstemming te bereiken met de Belastingdienst over de hoogte van uw (fictieve) salaris. Worden zaken verhuurd aan een vennootschap waarin u een aanmerkelijk belang hebt, of hebt u geld geleend aan een dergelijke vennootschap? Dan moet u (fictief) een zakelijke huur of rente verantwoorden in uw aangifte als resultaat uit overige werkzaamheden (zie ook onderdeel 1.13). Als u fictief salaris, fictieve huur of fictieve rente ontvangt, dan kan de bv in beginsel aanspraak maken op een corresponderende fiscale aftrekpost. Raadpleeg hierover uw adviseur. 4.5 Lenen van uw bv (inclusief rekening-courant) Als dga kunt u bijvoorbeeld uw beleggingen financieren met een lening van uw bv. In box 3 wordt een fictief rendement belast voor zover de waarde van de beleggingen het bedrag van de opgenomen lening overtreft; de betaalde rente is verder geen aparte aftrekpost meer voor de inkomstenbelasting. Het lenen moet gebeuren op zakelijke voorwaarden. Een onderdeel van de zakelijkheid is een schriftelijke vastlegging. Bespreek met uw adviseur welke voorwaarden u nog meer moet overeenkomen. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 24
  • 26. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Hebt u als dga een structureel hoge rekening-courantschuld bij uw bv, dan loopt u het risico dat de fiscus (een deel van) de schuld aanmerkt als een dividenduitkering en een correctie aanbrengt, eventueel zelfs verhoogd met een boete. Dit risico kunt u verminderen door bijvoorbeeld de bedragen af te splitsen die u hebt geleend voor de aankoop van beleggingen, verbouwing van de eigen woning (de rente kan dan wel aftrekbaar zijn) of andere grote privé-investeringen. U moet hiervan dan (zakelijke) leningsovereenkomsten opstellen en de overige voorwaarden uit de overeenkomst ook naleven. 4.6 Vordering op uw bv (inclusief rekening-courant) Als de dga een vordering heeft op zijn eigen bv, is de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing, zie ook onderdeel 1.13. In beginsel worden de voordelen belast in box 1. Een uitzondering is gemaakt voor de situatie dat gedurende het kalenderjaar het saldo van de rekening-courant niet hoger is geweest dan € 17 .500, waarbij de bv tevens geen rente in aanmerking neemt. Deze situatie bespaart een hoop administratieve rompslomp. Zorg er in andere situaties voor dat de voorwaarden zakelijk zijn, anders zou een eventueel afwaarderingsverlies wel eens niet aftrekbaar kunnen zijn. 4.7 Borgstellingsprovisie bedingen bij bv Staat u als dga in privé borg voor een door de bank aan uw bv verstrekte lening, dan moet u hiervoor een vergoeding bedingen bij uw bv. De bank kan u immers in privé aanspreken om de schuld, inclusief rente, te betalen als de bv hiertoe niet in staat is. Wij raden u aan een zakelijke borgstellingsprovisie bij uw bv in rekening te brengen om te voorkomen dat de fiscus dit (eventueel zelfs met boetes) corrigeert. De vergoeding voor de borgstelling wordt beschouwd als een voordeel volgens de terbeschikkingstellingsregeling en belast als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1, zie ook onderdeel 1.13. De bv kan de vergoeding aftrekken. 4.8 Dividend uitkeren Indien aan aandeelhouder een (interim-)dividenduitkering, terugbetaling op aandelen gestort kapitaal en of inkoop van eigen aandelen anders dan om niet plaatsvindt, dan moet er een uitkeringstest worden gedaan. Het is wenselijk dat het bestuur van de vennootschap de test uitvoert alvorens over te gaan tot uitkering. Overweegt u als dga uzelf een dividend uit uw bv te laten uitkeren? Misschien is het dan beter om te wachten tot in 2014. Het aanmerkelijkbelangtarief wordt in 2014 namelijk tijdelijk verlaagd van 25% naar 22% voor zover het inkomen uit aanmerkelijk belang niet meer dan € 250.000 bedraagt. 4.9 Voorkom verliesverdamping Een verlies behaald in 2013 is in beginsel alleen verrekenbaar met een winst behaald in 2012 (carry-back) en de winsten behaald in de jaren 2014 tot en met 2022 (carryforward). Daarna gaan de verliezen verloren. Om verliesverdamping te voorkomen, kan wellicht het resultaat worden verhoogd door kosten en lasten uit te stellen, voorzieningen te laten vrijvallen en dergelijke. Neem hierover contact op met uw adviseur. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 25
  • 27. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST 4.10 Verliezen uit 2004 verdampen Verliezen uit 2004 zullen per 31 december 2013 verdampen. Ga na of verliesverdamping kan worden voorkomen door stille reserves besloten in uw bedrijfsmiddelen en of activiteiten te realiseren. Kan een en ander niet op korte termijn worden gerealiseerd, ga dan na of uw boekjaar kan worden verlengd. Neem hierover contact op met uw adviseur. 4.11 Pensioen voor uzelf, meewerkende echtgeno(o)t(e) en kinderen Het toekennen of verhogen van pensioenrechten kan leiden tot een aftrekpost ten laste van het resultaat van 2013. Zorg wel dat uw pensioenbrief voldoet aan alle fiscale regels. Stem met uw adviseur af of uw pensioenbrief hiervoor nog (fiscale) ruimte biedt. Een ander aandachtspunt is een pensioen dat in eigen beheer in een andere bv wordt opgebouwd dan de bv waar u op de loonlijst staat (zogenoemd extern eigen beheer). Op basis van een besluit uit juli 2008 stelt de Belastingdienst al enkele jaren dat de pensioenpremies dan moeten worden bepaald op commerciële grondslagen, waarbij bij open geïndexeerde pensioenen een vaste indexering van 2% moet worden gehanteerd. Omdat deze verplichte indexatie tot praktische uitvoeringsproblemen leidt, geven wij u in overweging om, indien mogelijk, in dienst te treden bij de bv waar het pensioen wordt opgebouwd, het pensioen op te bouwen in de bv waarin u werkt, of de pensioenopbouw in eigen beheer desnoods te staken. Waardeoverdracht van pensioenaanspraken kan soms onverwachte fiscale problemen opleveren, wij raden u aan dit punt af te stemmen met uw adviseur. In het kader van taxplanning kan het zinvol zijn de afweging tussen salaris en pensioenopbouw enerzijds en dividenduitkeringen anderzijds opnieuw tegen het licht te houden. In dit verband is van belang dat het aanmerkelijkbelangtarief in 2014 voor inkomen tot € 250.000 tijdelijk wordt verlaagd van 25% naar 22%. De Belastingdienst stelt zich echter op het standpunt dat het pensioen geacht wordt te zijn afgekocht indien pensioentermijnen op enig moment niet meer kunnen worden uitgekeerd als gevolg van een dividenduitkering, terugbetaling op aandelenkapitaal of een rekeningcourantverhouding. De sanctie kan dan zijn dat 72% belasting plus revisierente wordt geheven over het bedrag dat het zou kosten om het pensioen onder te brengen bij een verzekeringsmaatschappij. Als gevolg van gewijzigde wetgeving (‘flex-bv’) is het sinds 1 oktober 2012 mogelijk om aandelen zonder stemrecht te hebben. Een dga moet direct of indirect 10% van de aandelen in de werkgever hebben, wil hij pensioen in eigen beheer kunnen opbouwen. Met ingang van 1 oktober 2012 moeten dit aandelen met stemrecht zijn, anders is verder opbouwen in eigen beheer niet mogelijk! 4.12 Hoge aftrekpost bv door inkoop pensioen Wanneer u als dga in het verleden onvoldoende pensioen hebt opgebouwd voor indiensttreding bij de eigen bv, dan kunt u dit soms herstellen door binnen de huidige pensioenregeling bij de bv pensioen in te kopen. Dit is mogelijk voor dienstjaren van voor 8 juli 1994 (na deze datum is waardeoverdracht van pensioen mogelijk). De rechter heeft in het verleden een inkooplast met betrekking tot vijftien jaar © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 26
  • 28. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST diensttijd toegestaan. Op deze manier kan een aanzienlijke aftrekpost ontstaan voor de bv. Hierbij moet wel worden bedacht dat de aftrekpost bij de bv tegen een relatief laag tarief van 20% of 25% wordt vergolden, terwijl pensioentermijnen progressief worden belast. Inkomsten genieten in de vorm van dividend is soms goedkoper en in ieder geval flexibeler. 4.13 VAR-dga De VAR-regeling (zie onderdeel 3.9) geldt ook voor een dga die werkzaamheden verricht bij een opdrachtgever door middel van zijn vennootschap. De staatssecretaris van Financiën heeft echter aangegeven dat de VAR-dga niet mag worden toegepast in de arbeidsrelatie met de vennootschappen waarin de houder van de VAR-dga onmiddellijk of middellijk aandelen bezit. Dit betekent dat de VAR-dga alleen mag worden gebruikt in een arbeidsrelatie met derdenopdrachtgevers. Raadpleeg hierover uw adviseur. 4.14 Functionele valuta of de euro Het is mogelijk aangifte vennootschapsbelasting te doen in een andere valuta dan de euro. Om met ingang van 2014 gebruik te maken van deze mogelijkheid, moet u voor 1 januari 2014 een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Hebt u eenmaal gekozen voor het gebruik van de functionele valuta, dan geldt dit in beginsel voor een periode van tien jaar. 4.15 Heroverweging bv en nv De huidige economische omstandigheden kunnen voor u het moment zijn de gekozen rechtsvorm waarbinnen u uw onderneming drijft, te heroverwegen. Belangrijke factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn het effect van de fiscaliteit op uw besteedbaar inkomen voor u als ondernemer en de risico’s die met uw onderneming gepaard gaan. Uiteraard kunnen meer factoren een rol spelen. Bij terugkeer uit een bv of nv naar een eenmanszaak of vof kunt u gebruikmaken van een fiscale faciliteit, waarbij u geruisloos (dus zonder af te rekenen met de Belastingdienst) kunt terugkeren uit een bv of nv. Bespreek dit eens met uw adviseur. 4.16 Transfer pricing (bv en nv) Als u in meerdere landen ondernemingen hebt, kan een wijziging in de allocatie van bepaalde bedrijfsprocessen (uw ‘supply chain’) leiden tot een wijziging in de onderling te hanteren verrekenprijzen. Een eventuele wijziging in de allocatie van bedrijfsprocessen kan voor een in internationaal verband opererende groep van vennootschappen een interessante ontwikkeling zijn voor internationale taxplanning. Naast belastingbesparing levert dit u wellicht ook een directe kostenbesparing op. Bespreek dit eens met uw adviseur. 4.17 Verrekening houdsterverliezen Als sprake is van een zuivere holding- en/of financieringsmaatschappij kan het gewenst zijn deze vennootschap op te nemen in een fiscale eenheid of binnen deze vennootschap activiteiten te ontwikkelen of leningen in te brengen. Een en ander hangt samen met een beperking in de verrekening van houdsterverliezen. Raadpleeg tijdig uw adviseur. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 27
  • 29. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST 4.18 Innovatiebox Voor winsten uit zelfontwikkelde immateriële activa waarvoor een octrooi of kwekersrecht is verleend of die zijn voortgevloeid uit werkzaamheden waarvoor een S&O-verklaring (speur- en ontwikkelingswerk) is afgegeven (S&O-activa), kunt u gebruikmaken van een verlaagd (effectief) tarief van circa 5%. Ook in het buitenland ontwikkelde of gepatenteerde activa kunnen kwalificeren voor deze zogenoemde innovatiebox. Het kan dus fiscaal voordelig zijn een octrooi of S&O-activa onder te brengen in de innovatiebox. Raadpleeg uw adviseur over de voordelen hiervan. 4.19 Deelnemingsvrijstelling De deelnemingsvrijstelling is in beginsel van toepassing op belangen van 5% of meer in het nominaal gestorte kapitaal van een vennootschap. Raadpleeg uw adviseur bij uw beslissingen in het kader van herstructureringen, de aankoop van deelnemingen etcetera. 4.20 Afwaarderen en/of prijsgeven van vorderingen In het kader van herstructureringen kan het voorkomen dat een afgewaardeerde vordering op een deelneming wordt omgezet in aandelen, of wordt kwijtgescholden. Onder omstandigheden heeft dit gevolgen voor de belastbare grondslag van zowel de debiteur als de crediteur. Raadpleeg uw adviseur. 4.21 Vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) De vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) heeft als hoofdkenmerk een vrijstelling van vennootschapsbelasting en vrijstelling van (inhouding van) dividendbelasting. De vbi biedt interessante mogelijkheden voor de dga met een zogenoemde kasgeldvennootschap. Wilt u al in 2013 gebruikmaken van de vrijstelling, dan dient u voor het einde van het jaar een verzoek te hebben gedaan bij de Belastingdienst. Bespreek met uw adviseur of de vbi iets voor u is. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 28
  • 30. Inhoudsopgave 5  elastingplan 2014 en B overige fiscale maatregelen 2014 NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Op Prinsjesdag, 17 september 2013, heeft het kabinet het Belastingplan 2014 aangeboden aan de Tweede Kamer. Het Belastingplan 2014 bestaat uit de volgende wetsvoorstellen: •   et Belastingplan zelf; h •   verige fiscale maatregelen 2014; O •   et aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit; W •   et wijziging percentages belasting- en invorderingsrente. W Dit jaar staan de voorgestelde fiscale maatregelen in het teken van fraude­ bestendigheid en solide inkomsten. Veel van deze maatregelen treden in werking op 1 januari 2014. Inmiddels zijn ook de fiscale maatregelen uit het op 11 oktober 2013 door het kabinet, de coalitiefracties VVD en PvdA en de fracties van D66, ChristenUnie en SGP gesloten akkoord voor de begroting van 2014 opgenomen. Hierna hebben wij de hoofdlijnen van het Belastingplan 2014 voor u uiteengezet. 5.1 5.2 Vennootschapsbelasting •  Verruiming toegelaten activiteiten voor fiscale beleggingsinstellingen.  Op basis van de huidige wettekst zijn fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s) beperkt in hun mogelijkheden om bijkomstige werkzaamheden te verrichten die verband houden met door hen verhuurd vastgoed. Voorgesteld wordt dat fbi’s indirect de mogelijkheid krijgen bijkomstige werkzaamheden te verrichten die rechtstreeks verband houden met het aanhouden en verhuren van vastgoed zonder de status van fbi te verliezen. Daarbij kan worden gedacht aan facilitaire diensten aan huurders zoals schoonmaakdiensten, het verzorgen van de catering, receptiediensten, vergaderservices of het uitbaten van een inpandige horecagelegenheid gericht op het bedienen van de kantoorpopulatie. Voorwaarde is dat deze activiteiten plaatsvinden in een normaal belastingplichtige dochtervennootschap van de fbi en dat aan een aantal aanvullende voorwaarden wordt voldaan. Zo mag de (fiscale) waarde van de aandelen in de belaste dochter niet meer bedragen dan 15% van het (fiscale) eigen vermogen van de fbi. Ten tweede mag de omzet uit de bijkomstige werkzaamheden niet meer bedragen dan 25% van de omzet, zoals de verhuuropbrengst, uit het beleggen in het beleggingsobject waarvoor de bijkomstige werkzaamheden worden verricht. Deze limiet moet per beleggingsobject afzonderlijk worden bezien. Om te voorkomen dat de winst van de belaste dochtervennootschap wordt uitgehold en dat de waarde van de aandelen in dat lichaam laag wordt gehouden door dat lichaam met veel vreemd vermogen te financieren, geldt het vereiste dat de desbetreffende vennootschap geheel met eigen vermogen is gefinancierd. Hierbij worden normale afnemers- en leverancierskredieten niet als vreemd vermogen aangemerkt. Loonheffing •  Verlenging werkgeversheffing hoge lonen (‘crisisheffing’).  In 2013 is een eenmalige werkgeversheffing geïntroduceerd van 16% over lonen voor zover die in 2012 meer dan € 150.000 bedroegen. De eenmalige crisisheffing wordt eenmalig verlengd in 2014. Derhalve is de crisisheffing ook in 2014 verschuldigd over lonen voor zover die in 2013 boven de drempel van € 150.000 uitkomen. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 29
  • 31. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST •  Afschaffen stamrechtvrijstelling, korting bij uitkering in 2014.  Met ingang van 1 januari 2014 komt zeer waarschijnlijk de stamrechtvrijstelling te vervallen. Het is dan niet langer mogelijk om de inkomsten uit een gouden handdruk bij ontslag gespreid te genieten via een verzekerde lijfrente, stamrechtspaarrekening, stamrechtbeleggingsrecht of stamrecht-bv. Een uitkering bij ontslag wordt eenmalig en direct progressief belast. Indien de dienstbetrekking is opgezegd voor 31 december 2013, kan de werknemer op grond van overgangsrecht tot en met 30 juni 2014 nog gebruikmaken van de stamrechtvrijstelling onder de volgende voorwaarden: 1. De ontslagdatum moet op 31 december 2013 vaststaan. 2. De werkgever moet aan zijn werknemer een stamrecht hebben toegekend. 3.  et stamrecht moet schriftelijk worden vastgelegd en ondertekend voor H 1 januari 2014.  de vastlegging moet vermeld staan dat het stamrecht uiterlijk moet ingaan in het In jaar waarin de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wat het bedrag is dat voor het stamrecht wordt aangewend en wie de uitvoerder van het stamrecht zal zijn. Op 1 januari 2014 komt verder de eis te vervallen dat bestaande stamrechten in periodieke termijnen moeten worden uitgekeerd (ontklemming): ineens uitkeren is dan mogelijk, zonder dat revisierente wordt geheven. Als ineens wordt uitgekeerd in 2014, wordt bovendien slechts 80% in de heffing betrokken als de werkgever de ontslagvergoeding voor 15 november 2013 heeft overgemaakt naar de uitvoerder van het stamrecht of zich voor 15 november 2013 heeft verplicht om als uitvoerder op te treden. Dit geldt ongeacht waar het stamrecht is ondergebracht (bij de ex-werkgever in eigen beheer, bij een bank, een beleggingsinstelling, een verzekeringsmaatschappij of in een eigen stamrecht-bv). Het kabinet wil voorkomen dat werkgevers op de afschaffing van de stamrechtvrijstelling anticiperen door het einde van het dienstverband naar voren te halen. •  Afdrachtvermindering onderwijs.  De afdrachtvermindering onderwijs wordt afgeschaft. Hiervoor in de plaats komt een subsidieregeling. 5.3 Omzetbelasting •  Afschaffen btw-integratieheffing.  De btw-integratieheffing doet zich voor als een ondernemer (on)roerende goederen vervaardigt of laat vervaardigen onder terbeschikkingstelling van materialen, zoals grond, en deze in gebruik neemt voor van btw vrijgestelde leveringen of diensten. Deze integratieheffing komt te vervallen met ingang van 1 januari 2014. De afschaffing houdt verband met knelpunten op de woningmarkt. •  Koop-aannemingsovereenkomsten.  Uit de toelichting op het Belastingplan valt af te leiden dat het Ministerie van Financiën van mening is dat bij een zogenoemde koop-aannemingsovereenkomst waarbij eerst de grond wordt geleverd en vervolgens door dezelfde partij de nieuwbouw wordt opgeleverd, de volledige vergoeding is onderworpen aan 21% btw, in plaats van aan 6% overdrachtsbelasting over de grond en 21% btw over de aanneemsom. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 30
  • 32. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST •  Verlaagd btw-tarief renovatie en onderhoud woningen.  Het verlaagde btw-tarief van 6% voor de arbeidskosten ter zake van renovatie en onderhoud van woningen en tuinonderhoud zal nog voor heel 2014 gelden. 5.4 Inkomstenbelasting •  Geen indexatie van belastingschijven en heffingskortingen.  •  Normaliter worden de belastingschijven en heffingskortingen jaarlijks gecorrigeerd voor de inflatie. Door in 2014 van indexatie af te zien, zal het inkomen eerder in een hogere belastingschijf vallen. Tijdelijke verlaging tarief eerste schijf box 1.  Het tarief in de eerste schijf van box 1 wordt in 2014 tijdelijk verlaagd met 0,75%. •  Tijdelijke verlaging tarief aanmerkelijk belang.  Het tarief in box 2 voor het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang wordt in 2014 tijdelijk verlaagd van 25% naar 22% voor zover dat inkomen niet hoger is dan € 250.000. •  Verhoging algemene heffingskorting met afbouw in tweede en derde schijf.  De algemene heffingskorting wordt verhoogd met € 102. Daar staat tegenover dat deze in 2014 met 2% wordt afgebouwd vanaf het begin van de tweede schijf tot het einde van de derde schijf. In 2015 en 2016 wordt de algemene heffingskorting verder verhoogd, maar vanaf 2016 neemt het afbouwpercentage toe tot 3%. •  Verhoging arbeidskorting, geleidelijke afschaffing voor hoge inkomens.  De arbeidskorting wordt met € 374 verhoogd en meer inkomensafhankelijk gemaakt. Vanaf een inkomen van 225% van het wettelijk minimumloon wordt de arbeidskorting in stappen afgebouwd. Met ingang van 2017 bedraagt de arbeidskorting vanaf een inkomen van circa € 110.000 nihil. •  Afschaffen werkbonus (2015).  De werkbonus voor werkenden van 61 tot 64 jaar wordt vanaf 2015 afgeschaft voor nieuwe gevallen en komt vanaf 2018 helemaal te vervallen. •   eriodieke giften ook via onderhandse akte. P Vaste en gelijkmatige periodieke giften die gedurende vijf jaar of langer worden gedaan aan een aangewezen goed doel, zijn aftrekbaar van het inkomen. De voorwaarde dat de gift moet worden vastgelegd in een notariële akte komt met ingang van 1 januari 2014 te vervallen. Vanaf dat moment kan de gift ook plaatsvinden via een onderhandse akte. De Belastingdienst stelt daartoe een onderhandse schenkingsovereenkomst ter beschikking die aan alle nieuwe eisen voldoet. •  Tijdelijke maatregelen ter ondersteuning woningmarkt ook in 2014.  In 2010 en 2011 is een aantal maatregelen genomen ter tijdelijke ondersteuning van de woningmarkt. Twee daarvan zijn de in 2010 ingevoerde regeling voor herleving van de renteaftrek voor de eigenwoningschuld na tijdelijke verhuur van een woning die in de verkoop staat en de verlenging in 2011 van de termijnen voor de verhuisregelingen van twee naar drie jaar. Vanaf 2014 zouden deze tijdelijke maatregelen komen te vervallen, maar deze zijn nu echter (weer) met een jaar verlengd. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 31
  • 33. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST •  Versobering aftrek voor specifieke zorgkosten.  De huidige fiscale aftrek voor specifieke zorgkosten wordt versoberd. Uitgaven voor scootmobielen, rolstoelen en woningaanpassingen worden van aftrek uitgezonderd. •  Herziening keuzeregeling buitenlandse belastingplichtigen (2015).  De keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen wordt herzien. Onder de huidige regeling kunnen bepaalde buitenlandse belastingplichtigen kiezen voor toepassing van de regels van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor binnenlandse belastingplichtigen. Deze regeling komt te vervallen per 1 januari 2015. Onder de nieuwe regeling kunnen buitenlandse belastingplichtigen onder bepaalde voorwaarden wat betreft hun persoonlijke en gezinssituatie hetzelfde worden behandeld als binnenlandse belastingplichtigen. Hiermee wordt de reikwijdte van de huidige regeling meer in lijn gebracht met wat wordt vereist op grond van het EU-recht. De nieuwe regeling zal in principe beperkt zijn tot buitenlandse belastingplichtigen die inwoner zijn van een EU- of EER-lidstaat, Zwitserland of de BES-eilanden, en die hun inkomen voor 90% of meer in Nederland verdienen. De huidige regeling gaat uit van het wereldinkomen van de belastingplichtige, waarna voorkoming van dubbele belasting wordt verleend. Onder de nieuwe regeling worden kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen echter ‘gewoon’ voor hun Nederlandse inkomen in de heffing betrokken, maar hebben zij in beginsel recht op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als binnenlandse belastingplichtigen. Hiermee wordt de nieuwe regeling fors vereenvoudigd ten opzichte van de huidige. Voor het in werking treden van de nieuwe regeling wordt gekeken naar de gevolgen van de afschaffing van de keuzeregeling voor migrerende binnenlandse belastingplichtigen. 5.5 Erf- en schenkbelasting •  Verhoging vrijstelling schenkbelasting voor woningen tot € 100.000.  De eenmalig verhoogde vrijstelling in de schenkbelasting voor schenkingen van ouders aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar voor schenkingen ter verkrijging van een eigen woning of voor de kosten van verbetering of onderhoud van die woning, ter zake van de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning dan wel voor de aflossing van een eigenwoningschuld, wordt verruimd. De hoogte van de vrijstelling wordt tijdelijk (van 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015) verruimd van € 51.407 tot € 100.000. Voor dezelfde periode vervalt de beperking dat de schenking moet zijn gedaan van een ouder aan een kind tussen de 18 en 40 jaar. Van 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 kan dus iedereen van zowel een familielid als een derde belastingvrij een schenking ontvangen van maximaal € 100.000, mits deze wordt aangewend voor de eigen woning. Tot slot wordt de reeds bestaande vrijstelling met terugwerkende kracht tot 29 oktober 2012 zodanig uitgebreid dat ook een schenking die is bestemd voor de aflossing van een restschuld onder de faciliteit wordt gebracht. Deze laatste verruiming is permanent. •  Waardering serviceflats.  In de Successiewet wordt een onevenwichtigheid bij de waardering van serviceflats gerepareerd. Sinds 2010 wordt bij de waardering van woningen aangesloten bij de WOZ-waarde. Kort gezegd is dat de waarde die aan de onroerende zaak wordt toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 32
  • 34. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST daarvan zou kunnen worden overgedragen. Bij serviceflats bestaat vaak een persoonlijke verplichting tot het betalen van servicekosten voor diensten die geen betrekking hebben op de woning zelf, maar waartegenover persoonlijke diensten (kunnen) worden ontvangen­(bijvoorbeeld maaltijden, kapper of alarmservice). Die verplichting drukt vaak de waarde in het economisch verkeer, maar niet de WOZwaarde van de flat. Er wordt nu voorgesteld dat een erfgenaam voor serviceflats de waarde in het economisch verkeer in aanmerking mag nemen indien die waarde als gevolg van zo’n persoonlijke verplichting in belangrijke mate afwijkt van de WOZ-waarde. Dit werd in de jaren 2010 tot en met 2013 al goedgekeurd op grond van beleidsbesluiten. 5.6 Wet op belastingen van rechtsverkeer •  Verkrijging belang van minder dan een derde in beleggingsfonds met vastgoed  altijd vrij van overdrachtsbelasting. Onder de huidige wetgeving zijn verkrijgingen van een belang van minder dan een derde in zogenoemde vastgoedlichamen niet belast voor de overdrachtsbelasting. Verkrijgingen van een derde of meer in vastgoedlichamen zijn wel belast. Op grond van jurisprudentie geldt dit zowel voor vastgoedlichamen die rechtspersoonlijkheid bezitten (bijvoorbeeld de nv en bv) als voor lichamen zonder rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld de maatschap, commanditaire vennootschap (cv) en het fonds voor gemene rekening). De verkrijging van participaties, hoe gering van omvang ook, in een lichaam dat geen rechtspersoonlijkheid bezit en niet als vastgoedlichaam is aan te merken, is echter altijd belast met overdrachtsbelasting. Dit wordt namelijk gezien als de verkrijging van een economisch belang bij het vastgoed, waarvoor niet de speciale regeling geldt dat heffing slechts aan de orde komt ter zake van verkrijgingen van een belang van een derde of meer. Met de belastingvoorstellen voor het jaar 2014 wordt beoogd om voor de overdrachtsbelasting de ongelijke behandeling weg te nemen tussen niet-rechtspersoonlijkheid bezittende fondsen die wel als vastgoedlichaam kwalificeren en dergelijke fondsen die niet als vastgoedlichaam kwalificeren. Dit wordt gedaan door in de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) te bepalen dat elke verkrijging van een economisch belang van minder dan een derde in een beleggingsfonds dan wel een fonds voor collectieve belegging in effecten, vrij van overdrachtsbelasting is. 5.7 Fiscale innovatieregelingen (inclusief diverse aanpassingen EIA, MIA en VAMIL) •  RDA.  De regeling research- & developmentaftrek (‘RDA’) is een in 2012 ingevoerde regeling die belastingplichtigen die beschikken over een S&O-verklaring een extra aftrek op de winst biedt op basis van kwalificerende innovatieve kosten (niet zijnde loonkosten) en uitgaven. Voor 2013 bedroeg het percentage 54%. Op grond van het Belastingplan 2014 wordt het budget van de RDA met € 138 miljoen teruggebracht, terwijl daarnaast € 60 miljoen structureel naar het budget van de S&O-afdrachtvermindering wordt overgeheveld. Daarmee resteert in 2014 een RDA-budget van € 302 miljoen. Met dit budget bestaat ruimte voor een voorlopig percentage van de RDA in 2014 van circa 60%. Dit kan op basis van de ontwikkelingen in 2013 echter nog worden bijgesteld (eind 2013 wordt het percentage definitief vastgesteld). © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 33
  • 35. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST •  S&O-afdrachtvermindering.  De afdrachtvermindering in de loonbelasting voor speur- en ontwikkelingswerk (‘S&O-afdrachtvermindering’, ook wel bekend als WBSO) is net als de RDA een fiscaal instrument ter stimulering van innovatie door private partijen dat de loonkosten van speur- en ontwikkelingswerk faciliteert. Het kabinet stelt voor om met betrekking tot de S&O-afdrachtvermindering de eerste schijf te verlengen van € 200.000 naar € 250.000. Hierdoor is het hoge percentage van de S&O-afdrachtvermindering van toepassing op een groter deel van de loonkosten van S&O. Het kabinet beoogt hiermee vooral het MKB meer mogelijkheden te bieden om door te groeien. Het tarief in de eerste schijf wordt wel verlaagd van 38% naar 35%. Het beschikbare budget voor de S&Oafdrachtvermindering in 2014 bedraagt € 756 miljoen. Ter vermindering van de administratieve lasten stelt het kabinet voor om iedere S&O-inhoudingsplichtige de mogelijkheid te bieden om een S&O-verklaring voor een periode langer dan zes maanden aan te vragen, met een maximum van een geheel kalenderjaar. Momenteel staat de mogelijkheid van een jaaraanvraag alleen open voor S&O-inhoudingsplichtigen die beschikken over een onderzoeks- of een ontwikkelafdeling en die tevens in het voorafgaande kalenderjaar een S&Overklaring ontvangen hebben. Het kabinet stelt bovendien voor toe te staan dat inhoudingsplichtigen de S&Oafdrachtvermindering, die niet verzilverd kan worden in de periode waarop de S&O-verklaring ziet, kunnen verrekenen in andere aangiftetijdvakken die eindigen in het kalenderjaar waarop de S&O-verklaring ziet. •  EIA/MIA/VAMIL.  In 2014 wordt een structurele korting van € 10 miljoen per regeling doorgevoerd op de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). Het kabinet gaat onderzoeken hoe de MIA en de VAMIL geïntegreerd kunnen worden. Voor 1 januari 2019 moet voor alle drie de regelingen een evaluatie gereed zijn op basis waarvan moet worden besloten de regelingen per die datum te continueren of anders te laten vervallen. Het kabinet stelt voor om ook bedrijfsmatige verhuurders van woonruimte voor bijvoorbeeld het saneren van asbest, al dan niet in combinatie met het plaatsen van zonnepanelen, in aanmerking te laten komen voor de MIA. Om de administratie- en uitvoeringskosten te verlagen wordt voor aanmelding bij Agentschap NL het drempelbedrag van de EIA, MIA en VAMIL verhoogd naar € 2.500. •  Innovatiebox. De hiervoor genoemde budgettaire kortingen op een aantal fiscale innovatieregelingen betreffen het jaar 2014 (waarbij de innovatiebox buiten schot blijft). De precieze verdeling van de kortingen vanaf 2015 is nog niet bekend; wel is de totale omvang hoger. Het kabinet geeft dan ook aan de innovatiebox bij de verdeling te willen betrekken. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 34
  • 36. Inhoudsopgave NIET VAN 5.8 GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST Afgezonderd particulier vermogen •  Aanpak constructies met APV’s.  De inbrenger van vermogen in een APV (afgezonderd particulier vermogen) beoogt meer dan bijkomstig vooral particuliere belangen te behartigen. Onder die omstandigheden wordt het vermogen van het APV aan de inbrenger dan wel aan zijn erfgenamen toegerekend (fiscale transparantie), tenzij het APV is gevestigd in een land dat de winst van het APV belast met 10% of meer (reële heffing). Het Ministerie van Financiën heeft gesignaleerd dat wordt getracht om met een APV de heffing over aanmerkelijkbelangwinst te voorkomen. Dit gebeurt door de aandelen eerst in te brengen in een APV (geen vervreemding voor het aanmerkelijk belang) en vervolgens te bewerkstelligen dat het APV wordt gevestigd in een land met een naar Nederlandse maatstaven reële heffing. Het ministerie is van mening dat een dergelijke opzet niet werkt. Om volledige zekerheid te krijgen wordt wel voorgesteld om de wet aan te passen. Ook in de vennootschapsbelastingsfeer heeft het ministerie ongewenst gebruik gesignaleerd: het APV zou mogelijk kunnen worden gebruikt om de renteaftrekbeperkingen te frustreren die zijn gericht tegen winstdrainage. Ook hier wordt iets aan gedaan. De renteaftrekbeperkingen kunnen onder omstandigheden toepassing blijven vinden, ook als een APV wordt betrokken in een belasting naar de winst die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing. 5.9 Auto •  Geen kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en VAMIL voor personenauto’s.  Met ingang van 1 januari 2014 is het niet meer mogelijk om de kleinschaligheids­ investeringsaftrek (KIA) en de VAMIL toe te passen op personenauto’s. •  Tijdelijke beperking van de bijtelling voor volledig elektrische auto’s.  Met ingang van 2014 gaat de bijtelling voor auto’s met een CO2-uitstoot van 50 gr/km of minder van 0% naar 7%. Voor nulemissieauto’s (in de regel volledig elektrische auto’s) blijft de bijtelling in 2014 en 2015 echter beperkt tot 4%. •  Aanscherping CO2-grenzen in de BPM (2015).  De CO2-grenzen in de BPM worden vanaf 2015 verder aangescherpt. De vrijstelling wordt beperkt tot uitsluitend nulemissieauto’s. •  Motorrijtuigenbelasting en oldtimers.  Vanaf 1 januari 2014 zijn alleen nog motorrijtuigen van 40 jaar en ouder vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting (MRB). Daarnaast komt er een overgangsregeling voor personen- en bestelauto’s rijdend op benzine, motorfietsen, bussen en vrachtauto’s die op 1 januari 2014 26 jaar of ouder zijn maar nog geen 40 jaar. •  MRB en buitenlandse kentekens.  De laatste jaren blijkt het gebruik van een buitenlands gekentekend motorrijtuig door een ingezetene van Nederland waarbij ten onrechte geen MRB voor het betreffende motorrijtuig wordt betaald, sterk te zijn toegenomen. Om dit te bestrijden, wordt in de Wet MRB een woonplaatsvermoeden ingevoerd. Dit houdt in dat een natuurlijk persoon wordt geacht voor de MRB ingezetene van Nederland © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 35
  • 37. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST te zijn indien hij is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) of hij zich daarin had moeten inschrijven. Tegenbewijs is mogelijk. Verder wordt, ook met de mogelijkheid van tegenbewijs, een fictie voorgesteld ter zake van de verschuldigdheid van de belasting en de aanvang van de belastingplicht, namelijk de datum waarop de houder zich heeft ingeschreven of had moeten inschrijven in de GBA. De maatregelen zullen worden gecombineerd met de intensivering van de controle op de weg. •  Verhoging accijnzen diesel en lpg.  De accijns op diesel wordt met 3 cent per liter verhoogd en de accijns op lpg met 7 cent per liter. 5.10 Formeelrechtelijke wijzigingen •  Wijziging percentage belasting- en invorderingsrente.  Per 1 januari 2013 is de regeling van de belastingrente in werking getreden. Als rentepercentage geldt het tarief van de wettelijke rente voor niethandelstransacties. In de voorstellen wordt nu geregeld dat het percentage van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting op het percentage van de wettelijke rente voor handelstransacties wordt gesteld, met een minimum van 8%. De belasting- en invorderingsrente voor de andere belastingen blijft op het percentage voor niet-handelstransacties, maar wel met een minimum van 4%. Deze percentages gaan gelden voor renteperiodes na 31 maart 2014. •  Internationale gegevensuitwisseling. Wanneer door de Nederlandse fiscus op verzoek of spontaan inlichtingen worden verstrekt aan een buitenlandse belastingdienst, wordt degene van wie de inlichtingen afkomstig zijn daarvan op de hoogte gesteld door middel van een kennisgeving. Tot tien dagen na die kennisgeving worden de inlichtingen nog niet aan het desbetreffende buitenland verstrekt. In die periode kan door middel van een voorlopige voorzieningsprocedure de uitwisseling worden geschorst. Deze kennisgevingsprocedure wordt per 1 januari 2014 afgeschaft voor verzoeken om inlichtingen vanaf die datum. Eenzelfde wijziging zal voor de BES-eilanden gelden. •   raudeaanpak toeslagen en fiscaliteit. F De grootschalige fraude bij toeslagen heeft geleid tot een aantal voorstellen om d ­ ergelijke fraude beter te kunnen bestrijden. De meeste maatregelen zien op de Belastingdienst/Toeslagen. Voor de fiscaliteit worden de volgende maatregelen voorgesteld: -   ieuwe boetebepaling voor het doen van een onjuiste aanvraag voor een N voorlopige teruggaaf of een onjuist verzoek om herziening. Vanaf 1 januari 2014 zal het opzettelijk doen van een onjuist verzoek om herziening van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting een beboetbaar feit vormen. Dit geldt ook voor het opzettelijk doen van een onjuiste aanvraag om een voorlopige teruggaaf (inkomstenbelasting). Deze boete zal maximaal 100% bedragen van het als gevolg van de onjuiste inlichtingen ten onrechte teruggegeven of niet-betaalde bedrag aan belasting. -  ieuwe strafbepaling wegens het opzettelijk niet betalen van aangiftebelastingen N Vanaf 1 januari 2014 wordt het mogelijk dat belastingplichtigen strafrechtelijk © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 36
  • 38. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST worden vervolgd als zij voor aangiftebelastingen, zoals de omzetbelasting of de loonbelasting, wel de juiste aangifte doen maar opzettelijk de belasting niet betalen. Dit handelen kan op dit moment wel via een fiscale boete worden beboet, maar niet strafrechtelijk worden vervolgd. •  nvorderingsmaatregelen. I -  De vervreemding of verpanding van vorderingen op de Belastingdienst tot uitbetaling van inkomstenbelasting zal niet meer mogelijk zijn. -  erscherping aansprakelijkheidsbepaling. De inlenersaansprakelijkheid wordt voor V inleners die in zee gaan met niet-gecertificeerde uitleners verscherpt. De nietgecertificeerde uitleners worden verplicht om een depotrekening bij de Ontvanger aan te houden. De inlener wordt verplicht om 35% van het factuurbedrag op deze depotrekening te storten. Een inlener die dat niet doet, kan aansprakelijk worden gesteld voor de door de uitlener verschuldigde loon- en omzetbelasting en sociale verzekeringspremies. Die aansprakelijkheid wordt tevens gesteld op 35% van het in rekening gebrachte bedrag. Daarnaast zal wegens het niet voldoen aan de verplichting voor de uitlener om een depotrekening te openen en voor de inlener wegens het niet storten daarop, een verzuimboete van maximaal € 4.920 kunnen worden opgelegd. Deze verplichtingen en aansprakelijkheid gelden niet voor gecertificeerde uitleners. Deze wijziging zal in werking treden nadat het stelsel van depotrekeningen is ingegaan. •  Aanscherping integriteitsbepaling ANBI’s.  De status van algemeen nut beogende instelling (ANBI) kan ook nu al worden geweigerd of ontnomen als de ANBI zelf, een bestuurder, een feitelijk leidinggevende of een gezichtsbepalend persoon minder dan vier jaar geleden onherroepelijk is veroordeeld wegens het aanzetten tot haat of (het gebruik van) geweld. Deze bepaling wordt aangescherpt. De ANBI-status kan met ingang van 2014 ook worden geweigerd of ontnomen als sprake is van onherroepelijke veroordeling voor het opzettelijk plegen van een misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht. Het strafbare feit moet zijn gepleegd in de hoedanigheid van bestuurder, feitelijk leidinggevende of gezichtsbepalend persoon. 5.11 Overige fiscale ontwikkelingen Behalve de hiervoor genoemde fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2014 staat nog een aantal andere belangrijke (fiscale) ontwikkelingen op stapel. Hierna worden enkele ontwikkelingen kort beschreven. •   etsvoorstel compartimenteringsreserve. W Op 3 september 2013 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel Compartimenteringsreserve ingediend. Het wetsvoorstel bevat een nieuwe wettelijke regeling van de compartimenteringsleer voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. •   ijdelijke willekeurige afschrijving (2013) T Ondernemers die in de periode van 1 juli 2013 tot en met 31 december 2013 nieuwe bedrijfsinvesteringen hebben gedaan kunnen de aanschaffings- of voortbrengings- © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 37
  • 39. Inhoudsopgave NIET VAN GEEN ACTIE ACTIE NAVRAAG BIJ TOEPASSING NODIG ONDERNEMEN SPECIALIST kosten onder voorwaarden eenmalig tot maximaal de helft afschrijven. Uitgezonderd zijn onder andere gebouwen, personenauto’s (behalve zeer zuinige personenauto’s), immateriële activa en bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om hoofdzakelijk ter b ­ eschikking te worden gesteld aan derden (behalve bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om voor korte duur te worden verhuurd aan opeenvolgende huurders). •  Verhoging eigenwoningforfait. In 2014 wordt het eigenwoningforfait voor woningen boven een bepaalde WOZwaarde (in 2013 is dat € 1.040.000) verhoogd van 1,55% naar 1,80% voor het deel dat die WOZ-waarde overstijgt. Uiteindelijk zal dit 2,35% zijn in 2016. •  Afbouw renteaftrek eigenwoningschuld in hoogste schijf met 0,5%.  Vanaf 2014 wordt de renteaftrek voor de eigenwoningschuld in de hoogste schijf in box 1 afgebouwd met 0,5% per jaar. In 2014 bedraagt de maximale renteaftrek dus 51,5% in plaats van 52%. •  Vervallen kindgerelateerde regelingen inkomstenbelasting (2015)  Als onderdeel van het wetsvoorstel Hervorming kindregelingen worden met ingang van 2015 drie kindgerelateerde regelingen in de inkomstenbelasting afgeschaft: de aftrek levensonderhoud kinderen, de ouderschapsverlofkorting en de alleenstaande-ouderkorting. •  Accijns. De accijns op tabak en alcohol wordt verhoogd, evenals de frisdrankbelasting. De mogelijkheid tot teruggaaf van accijns op minerale oliën wordt verruimd. •  Leidingwaterbelasting. Het tarief van de belasting op leidingwater wordt verhoogd. Daarnaast vervalt het maximumverbruik van 300 m3 waarover wordt geheven. •  Afvalstoffenbelasting. De per 1 januari 2012 afgeschafte afvalstoffenbelasting wordt heringevoerd per 1 april 2014. Hoewel bij de totstandkoming van deze uitgave de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, bestaat de mogelijkheid dat bepaalde informatie na verloop van tijd verouderd of niet meer juist is. Dit kan door (aanpassing van de) regelgeving die bekend is geworden na het opmaken van deze uitgave. KPMG Meijburg & Co, KPMG Accountants N.V. en KPMG MKB B.V. zijn dan ook niet aansprakelijk voor de gevolgen van activiteiten die worden ondernomen op basis van informatie in deze uitgave. Gehele of gedeeltelijke vermenigvuldiging of overname van de tekst op welke wijze dan ook is alleen toegestaan met bronvermelding. © 2013 KPMG MKB B.V. Alle rechten voorbehouden. Eindejaarstips 2013 38
  • 40. Contact us KPMG MKB Laan van Langerhuize 1 1186 DS Amstelveen Postbus 74500 1070 DB Amsterdam Annemijn Doppenberg T: 06 20 016 160 E: doppenberg.annemijn@kpmg.nl kpmgmkb.nl De in deze publicatie opgenomen informatie is van algemene aard en heeft geen betrekking op de specifieke omstandigheden van een bepaald individu of een bepaalde entiteit. Hoewel bij de totstandkoming van deze publicatie de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, kunnen wij niet garanderen dat de daarin opgenomen informatie op de datum van ontvangst juist en volledig is of dat in de toekomst zal blijven. Op grond van deze informatie dient geen actie ondernomen te worden zonder adequate professionele advisering na een grondig onderzoek van de specifiek van toepassing zijnde situatie. © 2013 KPMG MKB B.V., ingeschreven bij het handelsregister in Nederland onder nummer 58870482, is een dochtermaatschappij van KPMG Europe LLP en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Cooperative (‘KPMG International’), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden. De naam KPMG, het logo en ‘cutting through complexity’ zijn geregistreerde merken van KPMG International.