KPMG Eindejaarstips 2012
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

KPMG Eindejaarstips 2012

on

  • 1,337 views

Tips omtrent fiscale wetgeving voor ondernemend Nederland.

Tips omtrent fiscale wetgeving voor ondernemend Nederland.

Statistics

Views

Total Views
1,337
Views on SlideShare
1,337
Embed Views
0

Actions

Likes
1
Downloads
3
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

KPMG Eindejaarstips 2012 KPMG Eindejaarstips 2012 Document Transcript

  • niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist auditEindejaarstips 2012 kpmg.nl
  • Fiscale eindejaarstips voor ondernemend Nederland Het fiscale landschap blijft in beweging. Het afgelopen jaar is een aantal aanpassingen in de fiscale regelgeving doorgevoerd. Ook met ingang van 2013 verandert weer het nodige. In deze uitgave treft u een aantal tips aan op grond waarvan u mogelijkerwijs nog voor 1 januari 2013 actie zou moeten ondernemen. Het overzicht is lang niet uitputtend, maar eerder bedoeld als handvat om een gesprek met uw adviseur goed te kunnen voorbereiden. Verder worden enkele (voorgestelde) wijzigingen vanaf 2013 toegelicht. Wij benadrukken dat deze uitgave de stand van het wetgevingsproces per 9 november 2012 weergeeft.© 2012 KPMG Accountants N.V.Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave 1 Privé 5 1.1 Boxhopping 5 1.2 Persoonsgebonden aftrek 5 1.3 Betalingsmoment 5 1.4 Toerekening inkomensbestanddelen bij partners 5 1.5 Fiscaal partnerschap 2012 5 1.6 Planning specifieke zorgkosten 6 1.7 Planning scholingsuitgaven 6 1.8 Planning giften 6 1.9 Vervangen gewone giften door een periodieke gift 6 1.10 Aftrek onderhoudskosten monumentenwoning 7 1.11 Auto van de zaak 7 1.12 Verklaring geen privégebruik auto 7 1.13 Terbeschikkingstellingsregeling (box 1) 8 1.14 Schenking aanmerkelijk belang (box 2) 8 1.15 Aftrek lijfrente (jaarruimte en reserveringsruimte) 8 1.16 Betaal tijdig uw lijfrentepremie! 8 1.17 Extra vrijstelling in box 3? 9 1.18 Verlies op durfkapitaal 9 1.19 Verlaging grondslag box 3 9 1.20 Voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting 9 1.21 T-biljet 9 1.22 Toeslagen 9 1.23 Partnerschap en Successiewet 10 1.24 Schenkingsvrijstelling 10 1.25 Schenking onder schuldigerkenning 10 1.26 Herbeoordeling testament/ huwelijksgoederenregime 10 1.27 Huwelijkse voorwaarden met verrekenbeding 10 1.28 Buitenlandse bronheffing op uitgekeerde dividenden 11 1.29 Levensloopregeling 11 2 Ondernemingen 12 2.1 Optimaal gebruikmaken van investeringsaftrekken 12 2.2 Herinvesteringsreserve 12 2.3 Bespreken balans 13 2.4 Voorziening 13 2.5 Willekeurige afschrijving 13 2.6 Ingebruikname bedrijfsmiddelen in verband met willekeurige afschrijving 13 2.7 Uitstellen desinvesteringen in verband met desinvesteringsbijtelling 142 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave 2 2.8 Zeescheepvaartwinst, tonnagebelasting 14 3.8 Startende ondernemer 23 2.9 Afdrachtvermindering loonheffing 14 3.9 Verklaring arbeidsrelatie (VAR) 24 2.10 Beoordelen pensioenrechten en 3.10 Btw-keuzevermogen 24 VUT-rechten personeel (eventueel backservice) 14 3.11 Voorkom verliesverdamping 24 2.11 Geschenkenregeling loonbelasting 14 3.12 Bedrijfsopvolging 25 2.12 Producten uit eigen bedrijf 15 2.13 Spaarloonregeling 15 4 Bv en nv 26 2.14 Aanpassingen salarisadministratie per 4.1 Aangaan fiscale eenheid 26 1 januari 2013 15 4.2 Aanvragen fiscale eenheden die per 2.15 Fiscaal voordelig belonen van werknemers 15 1 januari 2013 moeten ingaan 26 2.16 Werkkostenregeling 16 4.3 Verbreken fiscale eenheid per 2.17 Samenhangende groep inhoudingsplichtigen 16 31 december 2012 26 2.18 Bestelauto’s en uw personeel 16 4.4 Fictief salaris, fictieve rente en fictieve huur 26 2.19 Keuze auto zakelijk of privé 17 4.5 Lenen van uw bv (inclusief rekening-courant) 26 2.20 Doorbetaling werknemers 17 4.6 Vordering op uw bv (inclusief rekening-courant) 27 2.21 Uitbreiding personeelsbestand 17 4.7 Borgstellingsprovisie bedingen bij bv 27 2.22 Uitzending personeel 17 4.8 Voorkom verliesverdamping 27 2.23 Werkgeversheffing hoge lonen (‘crisisheffing’) 17 4.9 Verliezen uit 2003 verdampen 27 2.24 Laatste loonheffingsaangifte 2012 17 4.10 Pensioen voor uzelf, meewerkende 2.25 Laatste btw-aangifte 2012 18 echtgeno(o)t(e) en kinderen 27 2.26 Correcties op (eerdere) btw-aangiften 18 4.11 Hoge aftrekpost bv door inkoop pensioen 28 2.27 Vergoeding kosten aan personeel en 4.12 VAR-dga 28 tenaamstelling factuur (btw) 18 4.13 Functionele valuta of de euro 28 2.28 Factuurvereisten (btw) 19 4.14 Heroverweging bv en nv 28 2.29 Termijn terugvragen buitenlandse btw (btw) 19 4.15 Thin capitalization 28 2.30 Autokosten werknemers (btw) 19 4.16 Transfer pricing (bv en nv) 29 2.31 Debiteur betaalt u niet (btw) 19 4.17 Verrekening houdsterverliezen 29 2.32 Btw-plicht commissarissen en leden raden 4.18 Innovatiebox 29 van toezicht 20 4.19 Deelnemingsvrijstelling 29 2.33 Bewaarplicht 20 4.20 Afwaarderen en/of prijsgeven van vorderingen 29 2.34 Subsidies 20 4.21 Vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) 29 2.35 Voorlopige aanslag 2012 20 2.36 Ontslagvergoeding 21 5 Belastingplan 2013 en overige fiscale ontwikkelingen 2013 30 3  Ondernemer eenmanszaak, 5.1 Vennootschapsbelasting 30 vof, cv en maatschap 22 5.2 Loonheffing 31 3.1 Begrip ondernemer 22 5.3 Inkomstenbelasting 32 3.2 Toetsing meewerkaftrek of arbeidsbeloning 5.4 Overdrachtsbelasting 33 voor meewerkende partner 22 5.5 Formeelrechtelijke wijzigingen 34 3.3 Urencriterium voor zelfstandigenaftrek 22 5.6 Pensioenen 35 3.4 Man-vrouwfirma 22 5.7 Algemeen nut beogende instelling (ANBI) 36 3.5 Verkoop onderneming, omzetting in bv of 5.8 Verhuurderheffing 36 starten nieuwe onderneming 23 5.9 Assurantiebelasting 36 3.6 Kleine-ondernemersregeling in de btw 23 5.10 Elektronische registratie notariële akten 36 3.7 Middeling 2010-2012 23 5.11 Andere fiscale ontwikkelingen 37© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 3Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave 1 Privé niet van Toepassing geen actie nodig actie ondernemen navraag bij specialist 1.1 Boxhopping Voorkom tijdelijke vermogensverschuivingen tussen box 3 (sparen en beleggen) en box 1 (werk en woning) en box 2 (aanmerkelijk belang). Een vermogensbestanddeel dat gedurende een periode van niet meer dan drie achtereenvolgende maanden deel uitmaakt van box 1 of 2 (en zowel daarvoor als daarna van box 3), wordt ook in box 3 in aanmerking genomen als in die periode een peildatum ligt voor box 3. Voor een periode van vier tot zes maanden geldt in eerste instantie hetzelfde, behalve wanneer u aannemelijk kunt maken dat u hebt gehandeld uit zakelijke overwegingen. 1.2 Persoonsgebonden aftrek De persoonsgebonden aftrek, waaronder giften, alimentatie, zorgkosten en scholingsuitgaven, komt in mindering op het inkomen in box 1. Een eventueel restant is aftrekbaar van het inkomen in box 3 (tarief 30%) en vervolgens van het inkomen in box 2 (tarief 25%). Stem uw inkomen en aftrek zo veel mogelijk op elkaar af. 1.3 Betalingsmoment Doet u aan het einde van het jaar nog betalingen, houd dan rekening met het betalingsmoment. Meestal geldt dat een betaling is gedaan op het moment waarop deze is bijgeschreven op de rekening van de ontvangende partij. Voor de inkomstenbelasting heeft de Hoge Raad echter uitgemaakt dat de betaling van aftrekbare bedragen heeft plaatsgevonden op de dag waarop de bank het bedrag heeft afgeschreven van de rekening van de belastingplichtige. Voor onder meer de resultaten uit overige werkzaamheden, waaronder ook de terbeschikkingstellingsregeling (zie onderdeel 1.13), geldt in beginsel het winstregime. Daarbij worden inkomsten en uitgaven toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Het moment van betaling speelt dan geen rol. 1.4 Toerekening inkomensbestanddelen bij partners Sommige (negatieve) inkomensbestanddelen mogen willekeurig worden toegerekend aan partners. De persoonsgebonden aftrek en de inkomsten uit de eigen woning zijn hiervan belangrijke voorbeelden. Stem dit af op de niet-overdraagbare inkomensbestanddelen, maar vergeet hierbij niet de nieuwe regels omtrent fiscaal partnerschap in ogenschouw te nemen (Zie onderdeel 1.5) 1.5 Fiscaal partnerschap 2012 Ongehuwd samenwonenden die allebei op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) staan ingeschreven, zijn fiscale partners als aan een of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan: -  hebben een notarieel samenlevingscontract gesloten.
 Zij -  Zij hebben samen een kind. - Een van de partners heeft een kind en de ander heeft dit kind erkend. -  zijn aangemeld als partners voor een pensioenregeling.
 Zij - Beide partners zijn eigenaar van de woning die het hoofdverblijf is.
 - Een minderjarig kind staat ook ingeschreven op hetzelfde woonadres en er kan geen zakelijke huurovereenkomst tussen de samenwonenden worden overlegd. -  waren vorig kalenderjaar al fiscaal partners. Zij© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 5Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 1.6 Planning specifieke zorgkosten U kunt de persoonsgebonden uitgaven voor specifieke zorgkosten aftrekken voor zover die boven een bepaalde drempel uitkomen. De drempel is afhankelijk van het verzamelinkomen, voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek. Onder specifieke zorgkosten vallen onder andere uitgaven voor genees- en heelkundige hulp, voorgeschreven medicijnen, hulpmiddelen (op brillen en contactlenzen na), voor extra gezinshulp en voor extra kosten van een op medisch voorschrift gehouden dieet. Onder hulpmiddel wordt begrepen aanpassingen, op medisch voorschrift, van de eigen woning. Uitgaven betaald in 2012 zijn in dat jaar aftrekbaar. 1.7 Planning scholingsuitgaven De persoonsgebonden uitgaven voor studie en opleiding met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning kunt u aftrekken, voor zover deze in het kalenderjaar hoger zijn dan de vaste drempel van € 500. Voor de scholingsuitgaven die zijn gedaan buiten de aan te geven maximale standaardstudieperiode van zestien kalenderkwartalen geldt een jaarlijks aftrekplafond van € 15.000. Uitgaven gedaan voor het volgen van een erkende EVC-procedure (EVC = elders verworven competentie) behoren ook tot de scholingsuitgaven. 1.8 Planning giften Giften aan door de Belastingdienst erkende algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) of steunstichtingen SBBI kunt u aftrekken. De aftrek bedraagt maximaal 10% van het verzamelinkomen voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek. Voor 2012 bedraagt de drempel 1% van het verzamelinkomen voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek, met een minimum van € 60. Stem uw giften af op de drempel en het maximum. Als u kosten maakt voor een ANBI, bijvoorbeeld in uw hoedanigheid als bestuurslid, en u kunt deze kosten declareren maar u hebt dat niet gedaan, dan kunt u deze kosten onder nadere voorwaarden aftrekken als gift aan de ANBI. 
Dit geldt ook als de ANBI niet in staat is de kosten te vergoeden, maar dat volgens maatschappelijke opvattingen wel behoort te doen. 1.9 Vervangen gewone giften door een periodieke gift De drempel en het maximum voor het aftrekken van giften gelden niet als de schenking aan de instelling de vorm heeft van een periodieke uitkering met een looptijd van ten minste vijf jaar. Dit moet zijn vastgelegd in een notariële akte. Ook moet de periodieke gift zijn gedaan aan een ANBI of een vereniging die aan bepaalde voorwaarden voldoet. 6 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 1.10 Aftrek onderhoudskosten monumentenwoning Als u in een monumentenwoning woont of bezit is nog 80% van de onderhoudskosten van de monumentenwoning aftrekbaar. De drempel om voor aftrek in aanmerking te komen is vervallen. De mogelijkheid tot aftrek van de eigenaarslasten en afschrijvingen is helemaal vervallen. Er is voor de jaren 2012 en 2013 een overgangsregeling getroffen voor onderhoudskosten waartoe voor 1 januari 2012 reeds onherroepelijke verplichtingen zijn aangegaan. 1.11 Auto van de zaak Als u geen bijtelling wilt voor het privégebruik van de aan u terbeschikkinggestelde auto van de zaak, moet uw kilometeradministratie op orde zijn. Desgewenst kunnen wij u een voorbeeld van een kilometeradministratie toezenden. Bij privégebruik van de auto voor 500 kilometer of minder per kalenderjaar blijft de bijtelling achterwege. Dit kan ook blijken uit een schriftelijke overeenkomst met uw werkgever waarin staat dat met de auto niet privé mag worden gereden, in combinatie met onder meer een betrouwbare controle op het autogebruik door de werkgever. Beoordeel samen met uw adviseur of, naast de overeenkomst met uw werkgever, de overige aanvullende bewijsmiddelen in acht zijn genomen. Is met uw werkgever afgesproken dat u bepaalde kosten zelf moet betalen, regel het dan zo dat u deze kosten betaalt aan uw werkgever. Alleen de kosten voor het privégebruik die u aan uw werkgever hebt betaald, komen in mindering op de bijtelling voor het privégebruik van de auto. De werkgever kan eventueel zelf de kosten die u bent verschuldigd voor privégebruik aan een derde betalen. Voor auto’s met een zeer lage CO2-uitstoot bedraagt de bijtelling voor privégebruik ten minste 14% van de cataloguswaarde. Voor een tussencategorie auto’s met een lage CO2-uitstoot geldt een tarief van ten minste 20% bijtelling in 2012. Voor de overige auto’s geldt een bijtellingspercentage van ten minste 25%. Voor auto’s die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen geldt de waarde in het economische verkeer als grondslag, en een bijtellingspercentage van ten minste 35%. U kunt hier wellicht rekening mee houden als u op het punt staat een nieuwe (lease)auto uit te kiezen of aan te schaffen. 1.12 Verklaring geen privégebruik auto Als u op jaarbasis 500 of minder privékilometers rijdt met de aan u terbeschikking­ gestelde auto van de werkgever, kunt u de Belastingdienst verzoeken een verklaring ‘geen privégebruik’ af te geven. Na overlegging van deze verklaring aan uw werkgever, hoeft deze het voordeel van het privégebruik van de terbeschikkinggestelde auto niet tot uw loon te rekenen. Zodra u constateert dat u in het kalenderjaar meer dan 500 kilometers privé zult gaan rijden, doet u er verstandig aan dit direct te melden aan de Belastingdienst. Deze zal de verklaring geen privégebruik dan intrekken. Over de periode dat bij u door uw werkgever ten onrechte geen loonheffing is ingehouden over het voordeel van het privégebruik van de terbeschikkinggestelde auto, zal de Belastingdienst aan u (en niet aan uw werkgever) een naheffingsaanslag voor de loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet opleggen (eventueel met boete en heffingsrente). Controleer uw kilometeradministratie op onvolkomenheden. Als u nalatig bent in het melden van© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 7Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist het hogere privégebruik zal dit, afhankelijk van het geval, van invloed zijn op de hoogte van de boete die de Belastingdienst aan u oplegt. De Belastingdienst stuurt een standaardbrief naar iedere werknemer die een verklaring geen privégebruik voor de auto van de zaak heeft aangevraagd. In deze brief vraagt de Belastingdienst om een onderbouwing van de verklaring dat met de auto van de zaak op jaarbasis minder dan 500 kilometers privé wordt gereden. 1.13 Terbeschikkingstellingsregeling (box 1) Als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden wordt aangemerkt het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan: •   e onderneming of werkzaamheid van een verbonden persoon; d •   e eigen aanmerkelijkbelangvennootschap of de aanmerkelijkbelangvennootschap d van een verbonden persoon. Ga na of een dergelijke relatie in 2012 bestaat of heeft bestaan. Denk daarbij ook aan rekening-courantverhoudingen, optierechten of het verhuren of ter beschikking stellen van een werkruimte in de eigen woning. Overleg met uw adviseur wat u eventueel moet doen. 1.14 Schenking aanmerkelijk belang (box 2) In de inkomstenbelasting kunt u bij schenking van een aanmerkelijk belang (in essentie 5% of meer van de aandelen, opties of winstbewijzen) in een vennootschap die een materiële onderneming drijft, gebruikmaken van een doorschuiffaciliteit. Ook zijn er voorwaarden verbonden aan de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de schenk- en erfbelasting bij schenking of vererving van ondernemingsvermogen of een aanmerkelijk belang in een vennootschap die een materiële onderneming drijft, zie ook onderdeel 3.12. Als u overweegt een aanmerkelijk belang te schenken, raadpleeg dan uw adviseur. 1.15 Aftrek lijfrente (jaarruimte en reserveringsruimte) Bij een pensioentekort kunt u de zogenoemde jaarruimte benutten tot in totaal maximaal € 27 .618 voor een lijfrentepremieaftrek. Daarnaast bestaat onder voorwaarden de mogelijkheid om de in het verleden niet-benutte aftrekruimte alsnog te gebruiken tot maximaal € 6.989 (€ 13.802 voor 55-plussers) door middel van de zogenoemde reserveringsruimte. Stel met uw adviseur de maximaal aftrekbare premie vast (zie onderdeel 1.16). 1.16 Betaal tijdig uw lijfrentepremie! Premies die u in de aangifte 2012 wilt aftrekken moeten in 2012 daadwerkelijk betaald te zijn. Let op: als u de betaalde lijfrentepremie geheel of gedeeltelijk niet kunt aftrekken, kan dubbele heffing optreden. Dit gebeurt voor zover u meer dan € 2.269 niet-aftrekbare premie heeft per jaar. Bespreek met uw adviseur of dit bij u het geval is en bekijk wat hiervan de consequenties zijn. 8 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 1.17 Extra vrijstelling in box 3? U kunt een extra vrijstelling in box 3 creëren door (een deel van) uw vermogen te beleggen in groenfondsen. Als u een fiscale partner hebt, kan de vrijstelling voor groene beleggingen oplopen tot maximaal € 112.840. Daarnaast ontvangt u voor groene beleggingen een extra heffingskorting die bij partners kan oplopen tot maximaal € 790. 1.18 Verlies op durfkapitaal Hebt u voor 1 januari 2011 een lening verstrekt aan een beginnende ondernemer (een zogenoemde tante-Agaathlening) en is deze vordering niet meer voor verwezenlijking vatbaar? Dan is zij aftrekbaar op de kwijtscheldingsdatum of, als deze later ligt, op de dagtekening van de beschikking van de Belastingdienst waarbij de oninbaarheid wordt vastgesteld. Per beginnende ondernemer geldt een maximaal aftrekbaar bedrag van € 46.984. 1.19 Verlaging grondslag box 3 U betaalt minder belasting als de grondslag van box 3 lager is. Dit kunt u beïnvloeden door bijvoorbeeld uw belastingschulden te betalen voor 1 januari van het nieuwe jaar. U kunt ook denken aan een schenking aan uw (klein)kinderen of de aankoop (en betaling!) van een consumptiegoed (zoals een auto, schilderij of boot) voor het einde van het jaar. 1.20 Voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting U kunt om een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting 2013 vragen als aannemelijk is dat de ingehouden loonbelasting hoger zal zijn dan de uiteindelijk verschuldigde inkomstenbelasting. Dit kan het geval zijn als u in 2013 aftrekposten zult hebben zoals (hypotheek)rente in verband met de eigen woning, uitgaven voor inkomensvoorzieningen (onder andere lijfrentepremies), persoonsgebonden aftrek (onder andere alimentatie) en verliezen uit werk en woning uit voorgaande jaren. 1.21 T-biljet T-biljetten kunnen over de jaren tot en met 2009 worden ingediend en moeten binnen vijf jaar na afloop van het kalenderjaar zijn ingediend. De termijn voor indiening van het T-biljet 2007 eindigt dus op 31 december 2012. De teruggaafgrens 2012 bedraagt € 14. 1.22 Toeslagen Onder omstandigheden kunt u van de overheid een bijdrage ontvangen in de kosten van kinderopvang, huur en premie van een zorgverzekering. Deze toeslagen vraagt u aan bij de Belastingdienst. De eerste maandelijkse betaling ontvangt u in de regel twaalf weken nadat de Belastingdienst uw aanvraag heeft ontvangen. Voorwaarde hierbij is dat u de aanvraag volledig en correct hebt ingevuld. Toeslagen over 2012 kunt u nog aanvragen tot 1 september 2013. Als u over 2012 een toeslag ontvangt, zult u in principe over 2013 automatisch ook een toeslag ontvangen.© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 9Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 1.23 Partnerschap en Successiewet De Successiewet kent een hoge vrijstelling en een relatief laag tarief voor de verkrijging van vermogen door schenking of overlijden van de echtgenoot of echtgenote. Ook samenwoners kunnen gebruikmaken van deze hoge vrijstelling en dit relatief lage tarief, mits zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. Informeer tijdig naar de mogelijkheden en de gevolgen bij uw adviseur. 1.24 Schenkingsvrijstelling In 2012 zijn schenkingen door ouders aan kinderen tot de volgende bedragen vrijgesteld van schenkbelasting: Kind € 5.030 Kind tussen 18 en 35 jaar (eenmalig) naar keuze: € 24.144 •   er vrije besteding; of t € 50.300 •   oor aankoop woning of voor een studie; of v •   oor aankoop woning, indien voor 2010 de verhoogde vrijstelling is geschonken. v € 26.156 Voor de eenmalige verhoogde vrijstelling komt het kind in aanmerking mits daarop een beroep wordt gedaan in de aangifte schenkbelasting (en u nog niet eerder een beroep op deze vrijstelling hebt gedaan). Indien kind niet maar zijn partner wel aan voorwaarden voldoet kunt u als (schoon)ouders wellicht ook gebruik maken van de verhoogde vrijstelling. U moet deze aangifte indienen voor 1 maart 2013. 1.25 Schenking onder schuldigerkenning De schuldigerkenning uit vrijgevigheid is een wijze van vermogensoverheveling waarbij de schenker niet de beschikkingsmacht over het vermogen verliest en waarbij toch een successierechtelijk voordeel wordt behaald. Deze schuldigerkenning is een vermogensbestanddeel van box 3. Over de schuld moet jaarlijks daadwerkelijk een rente van 6% worden betaald. Gebeurt dat niet, dan wordt de schuld aan de kinderen niet gezien als een schuld van de nalatenschap, zodat geen erfbelasting wordt bespaard. Let op: voor schenkingen onder schuldigerkenning verlangt de Belastingdienst een notariële akte. 1.26 Herbeoordeling testament/huwelijksgoederenregime Het kan, ook fiscaal, nuttig zijn uw testament en/of huwelijksgoederenregime dit jaar nog eens kritisch te (laten) bekijken. Dit is vooral van belang vanwege de ingrijpende wijziging van de Successiewet en de aanmerkelijkbelangregeling met ingang van 1 januari 2010, of bij veranderingen in uw persoonlijke omstandigheden. 1.27 Huwelijkse voorwaarden met verrekenbeding In veel huwelijkse voorwaarden waarin een verrekenbeding is opgenomen, is bepaald dat jaarlijks een verrekening moet plaatsvinden. Als dit niet gebeurt, kan tussen de echtgenoten een schuldvorderingverhouding ontstaan, zelfs als is opgenomen dat de mogelijkheid tot verrekenen na een bepaalde termijn vervalt. Het niet verrekenen kan ongewenste financiële gevolgen hebben. Als u (nog) niet hebt verrekend, is het aan te raden uw financiële positie op dit punt te (laten) beoordelen. 10 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 1.28 Buitenlandse bronheffing op uitgekeerde dividenden Ontvangt u dividend van buitenlandse ondernemingen, dan zal in de regel buitenlandse dividendbelasting worden ingehouden. In bepaalde gevallen kan deze worden teruggevorderd. Let in dit verband op verjaring van een eventueel vorderingsrecht. Dit kan per land verschillen. Neem hierover contact op met uw bank of adviseur. 1.29 Levensloopregeling De levensloopregeling is per 1 januari 2012 niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers. De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Deelnemers met een saldo minder dan € 3.000 kunnen in 2012 en 2013 niet meer bijstorten, overige deelnemers kunnen dat wel. Bij de inleg wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd. Praat met uw adviseur over uw toekomstplannen.© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 11Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave 2 Ondernemingen niet van Toepassing geen actie nodig actie ondernemen navraag bij specialist 2.1 Optimaal gebruikmaken van investeringsaftrekken Beoordeel of het wenselijk is te wachten met investeringen tot na 1 januari 2013. Als tijdstip van investering geldt het moment waarop u de verplichtingen tot aanschaf of verbetering van het bedrijfsmiddel aangaat. Zie ook http://www.kpmg.com/NL/nl/ IssuesAndInsights/ArticlesPublications/Pages/Pro-Memorie-2012.aspx, waar u een handige KPMG-publicatie (Pro Memorie 2012) vindt die kan helpen bij het nemen van uw ondernemingsbeslissingen. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
 Als u in 2012 investeert voor een bedrag van € 306.931 of minder, komt u in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (Zie tabel). Bij samenwerkings­­ verbanden worden de investeringen samengeteld voor toepassing van de aftrek per ondernemer. Investeringsbedrag Investeringsaftrek Meer dan Maar niet meer dan EUR EUR EUR/% – 2.300 – 2.300 55.248 28% 55.248 102.311 EUR 15.470 EUR 15.470 
minus 7,56% van het 102.311 306.931 investeringsbedrag boven EUR 102.311 306.931 - - Energie-investeringsaftrek
 Deze aftrek bedraagt 41,5% van het bedrag van de energie-investeringen als dat meer dan € 2.300 bedraagt. Op jaarbasis wordt per belastingplichtige ten hoogste een bedrag van € 118.000.000 aan energie-investeringen in aanmerking genomen. Bij samenwerkingsverbanden wordt dit maximum naar ieders aandeel toegepast op de afzonderlijke ondernemers. Milieu-investeringsaftrek
 Voor deze aftrek geldt geen investeringsplafond. De aftrek bedraagt, afhankelijk van de categorie waarin de investering wordt ingedeeld, 13,5%, 27% of 36% van het bedrag van de milieu-investeringen. 2.2 Herinvesteringsreserve Bij vervreemding van een bedrijfsmiddel kan de vervreemdingswinst buiten de belastingheffing blijven door deze winst te reserveren in een herinvesteringsreserve. Voorwaarde is dat u een voornemen tot herinvestering hebt en dat deze herinvestering ook binnen drie jaar na het jaar van reserveren plaatsvindt. Ga na of dit jaar een herinvesteringstermijn verloopt en of tijdige herinvestering nog mogelijk is. Onder bepaalde bijzondere omstandigheden kan de herinvesteringstermijn worden verlengd. 12 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 2.3 Bespreken balans Het is wenselijk om voor het afsluiten van het boekjaar de balans en de winst- en verliesrekening in grote lijnen te bespreken met uw accountant en/of belastingadviseur. Voorzieningen en waardering van balansposten kunnen dan aan de orde komen. Op het gebied van de afschrijvingen is fiscaal een aantal beperkingen opgelegd. Zo zijn voor onroerende zaken de aard van het gebruik, de vaststelling van de WOZ- waarde en de invloed van de zogenoemde werktuigenvrijstelling bepalende factoren voor de hoogte van de fiscale afschrijving. Wij raden u sterk aan de WOZ-beschikking kritisch te beoordelen, al dan niet samen met uw adviseur. Ondanks de fiscale afschrijvingsbeperkingen blijft afwaardering tot lagere bedrijfs­ waarde van een bedrijfsmiddel mogelijk. 2.4 Voorziening Wilt u winst uitstellen? Kijk dan of u nog een voorziening kunt vormen. Daarvoor is al voldoende dat de toekomstige uitgaven hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan voor de balansdatum, en dat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de uitgaven in de toekomst worden gedaan. Verder geldt dat de toekomstige uitgaven ook moeten kunnen worden toegerekend aan de periode voorafgaande aan de balansdatum. Voorzieningen zijn mogelijk voor bijvoorbeeld een reorganisatie, onderhoud, saneringskosten, het verlenen van garantie op producten of jubileumuitgaven voor het personeel. 2.5 Willekeurige afschrijving Ga na of u optimaal gebruikmaakt van willekeurige afschrijvingen. Denk hierbij onder andere aan: •   AMIL (op milieu-investeringen); V •  nvesteringen door bepaalde groepen (startende ondernemers en ondernemingen i die zeeschepen exploiteren). Gezien de fiscale afschrijvingsbeperkingen die zijn ingevoerd, kan het extra interessant zijn de fiscale faciliteiten van de willekeurige afschrijving optimaal te benutten. 2.6 Ingebruikname bedrijfsmiddelen in verband met willekeurige afschrijving Als tijdelijke crisismaatregel kunnen bepaalde investeringen, die in 2010 en 2011 zijn gedaan, onder voorwaarden willekeurig worden afgeschreven. Hiervoor geldt een maximum van 50% in het jaar waarin de verplichting is aangegaan of de voortbrengingskosten zijn gemaakt. Deze bedrijfsmiddelen moeten dan wel voor 1 januari 2013, respectievelijk 1 januari 2014 in gebruik zijn genomen. Uitgesloten van de regeling zijn onder andere gebouwen, immateriële activa en niet-tijdelijk aan derden terbeschikkinggestelde bedrijfsmiddelen.© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 13Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 2.7 Uitstellen desinvesteringen in verband met desinvesteringsbijtelling Voor bedrijfsmiddelen waarvoor u bij aanschaf een investeringsaftrek (kleinschaligheid, energie of milieu) hebt genoten, geldt een desinvesteringsbijtelling als u deze bedrijfsmiddelen verkoopt binnen vijf jaar na aanvang van het kalenderjaar waarin de aftrek plaatsvond. De desinvesteringsbijtelling geldt ook als u iets doet wat gelijk te stellen is met verkoop. Om zo’n bijtelling te voorkomen, is het in bepaalde gevallen beter niet in 2012 te desinvesteren maar pas in 2013. 2.8 Zeescheepvaartwinst, tonnagebelasting Als u in 2012 voor het eerst zeescheepvaartwinst geniet en u wilt gebruikmaken van de belastingheffing op tonnagegrondslag, moet u daartoe in 2012 een verzoek indienen per onderneming. U moet daar dus niet mee wachten tot de aangifte over 2012. 2.9 Afdrachtvermindering loonheffing Ga na of u in 2012 optimaal gebruik hebt gemaakt van de diverse afdracht­ verminderingen in de loonbelasting/premies volksverzekeringen. Denk hierbij onder andere aan: •   erknemers die onderwijs, stages of een EVC-procedure volgen of die zijn w aangesteld als assistent in opleiding (aio), promovendus of onderzoeker in opleiding (oio); •   eevarende werknemers op een schip onder de Nederlandse vlag dat z grotendeels op zee wordt geëxploiteerd in het internationale verkeer en bij sleep-, hulpverlenings- of baggerwerkzaamheden; •   erknemers die gekwalificeerd speur- en ontwikkelingswerk verrichten (WBSO; w ook in andere EU-landen). 2.10 Beoordelen pensioenrechten en VUT-rechten personeel (eventueel backservice) Op pensioengebied hebben zich in het verleden ingrijpende wetswijzigingen voorgedaan. Ouderdomspensioenregelingen, overbruggingspensioenregelingen, VUT- regelingen en prepensioenregelingen moeten voldoen aan de eisen van de Wet VUT/ prepensioen en introductie levensloopregeling en aan de Pensioenwet. Toekennen of verhogen van pensioenrechten ten behoeve van werknemers kan leiden tot een backservicelast die nog ten laste kan komen van de fiscale winst in 2012. In het kader van het beheersbaar houden van de pensioenkosten kunt u ook overwegen een eind- of middelloonregeling om te zetten naar een beschikbare premieregeling. Stem met uw adviseur af of uw pensioenregeling hiervoor nog (fiscale) ruimte biedt. 2.11 Geschenkenregeling loonbelasting Indien u als werkgever de werkkostenregeling nog niet toepast en u uw werknemers fiscaal gefaciliteerd een geschenk in natura wilt geven, kunt u dit doen tot een bedrag van € 70 per kalenderjaar. Hierover moet u als werkgever 20% eindheffing toepassen. Is de waarde hoger dan € 70, dan mag over het meerdere ook eindheffing worden toegepast, mits het totaal van alle verstrekkingen op jaarbasis een bedrag van € 272 niet te boven gaat en het per verstrekking niet meer is dan € 136. Hierover moet u als werkgever het tabeltarief als eindheffing toepassen. Ook kunt u tot een bedrag van € 200 per maand per werknemer gebruikmaken van eindheffing voor bovenmatige 14 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist verstrekkingen. Indien u als werkgever de werkkostenregeling wel al toepast, kunt u de waarde van de geschenken in natura als eindheffingsloon onderbrengen in de vrije ruimte van 1,4% (2012; 1,5% in 2013) of belasten als loon van de werknemer. Raadpleeg uw adviseur (zie ook onderdeel 2.16). 2.12 Producten uit eigen bedrijf Indien u als werkgever de werkkostenregeling nog niet toepast, kunt u ten aanzien van branche-eigen producten van u of van een verbonden vennootschap 20% van de waarde in het economisch verkeer van die producten vrij aan de werknemer verstrekken of vergoeden tot een maximum van € 500 per persoon per kalenderjaar. Onder de werkkostenregeling is het voordeel bij een korting of vergoeding bij de aankoop van branche-eigen producten loon van de werknemer. Het voordeel bij producten uit eigen bedrijf is de prijs die de werkgever klanten in rekening brengt, verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer. Het voordeel kan als eindheffingsbestanddeel worden aangewezen, waarbij het bedrag van de verleende korting ten laste van de vrije ruimte van 1,4% (2012) van de fiscale loonsom zal komen. Voor zover de vrije ruimte van 1,4% wordt overschreden bent u een aanvullende heffing van 80% verschuldigd over het meerdere (zie ook onderdeel 2.16). 2.13 Spaarloonregeling De spaarloonregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft. Dit betekent dat het opgebouwde spaarloon met ingang van 1 januari 2012 vrij op te nemen is. U kunt ervoor kiezen het tegoed op de spaarloonrekening te laten staan en gebruik te blijven maken van de vrijstelling in box 3. Elk jaar valt dan een deel van het spaartegoed vrij. Daarop is dan niet langer de vrijstelling van box 3 van toepassing. Voor het deel van het spaarloon dat op de spaarloonrekening blijft staan – met uitzondering van het vrijgevallen tegoed – blijft de vrijstelling van box 3 gelden tot 1 januari 2016. 2.14 Aanpassingen salarisadministratie per 1 januari 2013 Net als elk jaar moet u voor de eerste salarisrun van januari 2013 een aantal zaken aanpassen: reis- en autokostenvergoedingen, inhoudingen spaarregelingen en overige inhoudingen, forfaits, enz. (zie ook onderdeel 2.16) 2.15 Fiscaal voordelig belonen van werknemers Denk bij ‘incentives’ aan personeel bijvoorbeeld eens aan: •   en onbelaste vergoeding of verstrekking van een mobiele telefoon (smartphone/ e BlackBerry), internet, e.d. als het zakelijk gebruik meer dan 10% is (en dat is al snel het geval); •   en onbelaste vergoeding voor maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijk e karakter (overwerk, koopavonden, uit eten met cliënten, maaltijden tijdens cursussen en zakenreizen); •   en personeelsfeest of personeelsreis. Deze vrijstelling geldt niet als een dga en e zijn partner de enige werknemers zijn; •   en onbelaste verstrekking of vergoeding van een openbaarvervoerkaart die mede e wordt gebruikt voor zakelijke reizen en/of woon-werkverkeer; •   en abonnement voor bedrijfsfitness buiten werktijd. Deze vrijstelling geldt niet als e een dga en zijn partner de enige werknemers zijn;© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 15Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist •   ij dreigende verkeershinder tijdens woon-werkverkeer door wegwerkzaamheden b gedurende 24 maanden, naast een onbelaste reiskostenvergoeding, onder voorwaarden onbelast een openbaarvervoerpas vergoeden of verstrekken (voor zover de werkkostenregeling nog niet wordt toegepast); •   en onbelaste vergoeding of verstrekking bij schade aan of verlies van persoonlijke e zaken van de werknemer. De schade of het verlies moet zijn ontstaan door een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met de dienstbetrekking; •   en onbelaste bijdrage aan de personeelsvereniging en aan de ‘lief-en-leedpot’ of e vergoedingen van de desbetreffende contributies aan uw werknemers (voor zover de werkkostenregeling nog niet wordt toegepast). Dit geldt ook voor contributies betaald aan beroepsverenigingen of vakbond. Deze vrijstelling geldt niet als een dga en zijn partner de enige werknemers zijn. Mocht u van plan zijn de werknemers fiscaal gunstig te willen belonen, dan kunt u uiteraard contact opnemen met uw adviseur over de mogelijkheden (zie ook onderdeel 2.16) 2.16 Werkkostenregeling Met ingang van 1 januari 2014 moet u de werkkostenregeling toepassen. De bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen komen daarmee te vervallen. Er geldt nu een overgangsregeling waarbinnen u kunt overgaan naar de nieuwe werkkostenregeling. Neem contact op met uw adviseur wat de gevolgen van de nieuwe werkkostenregeling zijn voor uw organisatie. Daarnaast kan het moment van invoering van de werkkostenregeling voor uw bedrijf nog voordelig uitpakken. 2.17 Samenhangende groep inhoudingsplichtigen Voor inhoudingsplichtigen is het mogelijk zich aan te laten wijzen als samenhangende groep inhoudingsplichtigen (sgi). Voordeel hiervan is dat (bijvoorbeeld binnen concern) werknemers kunnen worden verplaatst zonder nieuwe vaststelling van de identiteit, zonder nieuwe opgaaf gegevens loonheffingen en zonder gevolgen voor de 30%-regeling. De desbetreffende inhoudingsplichtigen kunnen in één bedrag de loonheffingen betalen, maar moeten wel zelf aangifte doen. 2.18 Bestelauto’s en uw personeel Voor personeel dat bestelauto’s ook gebruikt voor privéritten geldt een fiscale bijtelling in de loonbelasting volgens het autokostenforfait. De bijtelling bedraagt maximaal 25% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) voor bestelauto’s tot en met vijftien jaar oud. Om bijtelling te voorkomen, kunnen werknemer en werkgever overeenkomen dat de werknemer de bestelauto niet privé mag gebruiken. De werkgever moet het autogebruik controleren. Met ingang van 1 januari 2012 is het mogelijk dat de werknemer via de werkgever een Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto afgeeft aan de Belastingdienst. De werknemer hoeft geen kilometeradministratie bij te houden. Privéritten zijn in geheel niet toegestaan met uitzondering van woon-werkverkeer. Als sprake is van doorlopend afwisselend gebruik en het privégebruik valt niet per werknemer vast te stellen, dan kan de eindheffingsregeling worden toegepast. 16 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist Bespreek met uw adviseur welke afspraken u het beste kunt maken met uw personeel. 2.19 Keuze auto zakelijk of privé Als u een auto zowel zakelijk als privé gebruikt, kunt u er onder omstandigheden voor kiezen de auto als privé- of als ondernemingsvermogen aan te merken. Deze ‘etiketteringskeuze’ moet voor de inkomstenbelasting en de omzetbelasting afzonderlijk worden gemaakt. Bij deze keuze moet rekening worden gehouden met factoren als privébijtelling, aftrek van omzetbelasting, correctie omzetbelasting wegens privégebruik, gereden kilometers, brandstof en verzekeringen. Uw adviseur kan u helpen bij het maken van uw keuze. 2.20 Doorbetaling werknemers Een werkgever moet twee jaar lang het loon doorbetalen van zieke werknemers (minimaal 70% gedurende twee jaar). Neem uw personeelsbestand door om het (risico op) ziekteverzuim goed in kaart te brengen. Wellicht is aanpassing van de aanpak van het ziekteverzuim binnen uw onderneming gewenst en zijn andere of betere vastleggingen in het personeelsdossier noodzakelijk. 2.21 Uitbreiding personeelsbestand Denk bij het aannemen van uit het buitenland afkomstig personeel ook aan de zogenoemde 30%-regeling. Hierdoor kan een deel van de arbeidsvergoeding effectief buiten de heffing van de loon- en inkomstenbelasting blijven. Raadpleeg hierover uw adviseur. 2.22 Uitzending personeel Als een personeelslid is uitgezonden binnen Europa, kan het voorkomen dat deze werknemer in twee landen is verzekerd voor de sociale verzekeringen. Door middel van een A1-verklaring (voorheen: E-101-verklaring) kunt u de dubbele verzekeringsplicht voorkomen. De verklaring moet voor de uitzending worden aangevraagd en periodiek, afhankelijk van de uitzendperiode, worden verlengd. 2.23 Werkgeversheffing hoge lonen (‘crisisheffing’) Werkgevers moeten in 2013 een eenmalige ‘crisisheffing’ van 16% betalen over het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking (inclusief eenmalige beloningen, zoals een bonus) dat zij in 2012 aan een werknemer betalen, voor zover dat loon op jaarbasis hoger is dan € 150.000. De crisisheffing moet bij de loonbelastingaangifte over de maand maart 2013 worden aangegeven en afgedragen. Als dit bij u als werkgever speelt, is wellicht vorming van een voorziening hiervoor mogelijk in 2012. Raadpleeg hierover uw adviseur. 2.24 Laatste loonheffingsaangifte 2012 Ga na of alle betalingen gedaan aan het personeel op een juiste wijze zijn verloond. Denk hierbij ook aan de forfaitaire bijtellingen voor de bestelauto en de personenauto, en andere gunstige beloningsvormen.© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 17Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 2.25 Laatste btw-aangifte 2012 In deze aangifte moet worden opgenomen: •   orrectie btw privégebruik auto (zowel voor de ondernemer als voor zijn personeel); c •   orrectie btw privégebruik gas, water, elektriciteit en warmte; c •   orrectie btw voor gebruik door ondernemer van tot het bedrijf behorende c goederen voor andere dan bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik, bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die de ondernemer zowel zakelijk als privé gebruikt, zie ook onderdeel 3.10); •   orrectie btw voor verrichten van diensten door de ondernemer voor andere dan c bedrijfsdoeleinden (onder andere privégebruik); •   orrectie in het kader van de bedrijfskantineregeling; c •   verige correcties op aftrek van voorbelasting over verstrekkingen aan het o personeel (gelegenheid geven tot sport of ontspanning, privévervoer en huisvesting) en voor relatiegeschenken, e.d. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de correctie voor andere vormen van loon in natura en de restcategorie overige personeelsverstrekkingen (zoals de verstrekking van een mobiele telefoon aan personeel) niet is toegestaan. Wat hiervan de gevolgen zijn, is nog niet bekend. Het is niet ondenkbaar dat de correctie op andere wijze is verschuldigd (via een zogenoemde interne dienst); •   erziening van voorbelasting op goederen en diensten bij wijziging van h (voorgenomen) gebruik; •   erziening van voorbelasting op roerende en onroerende investeringsgoederen. h Enkele van deze onderwerpen worden hierna verder toegelicht. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw btw-adviseur. 2.26 Correcties op (eerdere) btw-aangiften Bij btw-correcties met een geringe omvang – dat wil zeggen per saldo hooguit € 1.000 (te betalen of te ontvangen) – is het per 2012 toegestaan om deze te verwerken in de eerstvolgende aangifte omzetbelasting. Grotere correcties moet u melden in een suppletieformulier Omzetbelasting (te downloaden via www.belastingdienst.nl, zoekterm: suppletie omzetbelasting). 2.27 Vergoeding kosten aan personeel en tenaamstelling factuur (btw) Een ondernemer geniet alleen aftrek van btw als de prestatie aan hem is verricht. Het is daarom van belang dat het contract voor de desbetreffende aankoop en de bijbehorende factuur op zijn naam staan. Dit speelt onder meer bij het vergoeden van zakelijke uitgaven die de werknemer voor zijn werkgever doet. Om het recht op aftrek van btw van de werkgever te behouden, moeten contract en factuur op naam van de ondernemer (de werkgever) zijn gesteld. Dat geldt dus ook voor benzinebonnen, zij het dat hiervoor is toegestaan dat de ondernemer op andere wijze kan worden geïdentificeerd (bijvoorbeeld via girale betaling of een tankpasnummer). Als de werknemer de betrokken inkopen (deels) gebruikt voor privédoeleinden, is in zoverre sprake van loon in natura en kan een btw-correctie nodig zijn. Neem in dit geval contact op met uw adviseur. Niet alle btw op te vergoeden kosten is aftrekbaar. Zo stelt de Belastingdienst zich op het standpunt dat voor de vaste telefoon bij de werknemer thuis in principe geen btw-aftrek mogelijk is. 18 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 2.28 Factuurvereisten (btw) Per 1 januari 2013 veranderen de btw-factureringsregels en gelden overal in de Europese Unie (vrijwel) dezelfde factuurvereisten. Aan de verplichte inhoud van de factuur zoals wij die in Nederland kennen, verandert overigens weinig. Ondernemers die met internationale transacties te maken hebben moeten vanaf 1 januari 2013 soms een verwijzing naar een bijzondere regeling op de factuur vermelden. Sommige landen vereisen dat nu ook al. Indien u facturen met buitenlandse btw uitreikt, zijn die facturen onderworpen aan de factureringsregels die in het desbetreffende land van toepassing zijn. Verder kan vanaf 2013 soms worden volstaan met een vereenvoudigde factuur. Daarnaast worden de regels voor elektronisch factureren in alle lidstaten van de Europese Unie geharmoniseerd. Wij adviseren u na te gaan of uw onderneming klaar is voor de nieuwe factureringsregels. 2.29 Termijn terugvragen buitenlandse btw (btw) Nederlandse aftrekgerechtigde ondernemers kunnen de in andere EU-landen betaalde btw terugvragen via een elektronisch verzoek bij de Belastingdienst. Voor de verzoeken gelden drempelbedragen. Het verzoek moet binnen zijn vóór 1 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarover u btw terugvraagt. Verzoeken die hierna binnenkomen, worden mogelijk door het andere EU-land niet meer in behandeling genomen. 2.30 Autokosten werknemers (btw) Als de werkgever een auto van de zaak ter beschikking stelt aan zijn werknemer, heeft de werkgever in principe recht op volledige btw-aftrek over de autokosten. Aan het einde van het jaar moet de werkgever dan echter een btw-correctie aangeven voor het privégebruik. De regels voor deze correctie zijn gewijzigd per 1 juli 2011. Voor het jaar 2012 betekent dit dat een werkgever voor iedere auto die privé wordt gebruikt een forfaitaire correctie van 2,7% van de cataloguswaarde van de auto is verschuldigd. Onder voorwaarden is het mogelijk af te wijken van de forfaitaire correctie en aan te sluiten bij het werkelijke privégebruik. Omdat vanaf 1 juli 2011 woon-werkverkeer ook als privégebruik geldt zal voor meer auto’s een correctie zijn verschuldigd. Wij adviseren ondernemers met een wagenpark van enige omvang contact op te nemen met een btw specialist. 2.31 Debiteur betaalt u niet (btw) Als een debiteur u niet betaalt kunt u onder omstandigheden de btw die u heeft afgedragen aan de Belastingdienst terugvragen. U moet hiertoe een apart verzoek indienen bij de Belastingdienst binnen één maand na het aangiftetijdvak waarin duidelijk is dat uw debiteur de factuur niet meer zal betalen. Let op. Als u afspraken maakt met uw debiteur omtrent de betaling van de factuur kan het zijn dat uw vordering wordt omgezegd in een lening. In geval van een lening kunt u geen teruggaafverzoek indienen bij de Belastingdienst. U dient dus goed na te gaan of uw debiteur uiteindelijk aan zijn verplichtingen zal voldoen of niet.© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 19Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 2.32 Btw-plicht commissarissen en leden raden van toezicht Tot en met 2012 bestaat er geen btw-plicht voor leden van raden van commissarissen en raden van toezicht (RvT) als zij maximaal vier commissariaten en/of RvT-lidmaat­ schappen hebben. Dit beleid vervalt en dat betekent dat commissarissen vanaf 1 januari 2013 btw verschuldigd zijn over hun beloning. Commissarissen en RvT- leden moeten beoordelen wat de gevolgen zijn en zich tijdig registreren bij de Belastingdienst. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw btw adviseur. 2.33 Bewaarplicht Het opruimen en vernietigen van oude administratieve gegevens kan u een kostenbesparing opleveren. U moet echter wel rekening houden met de wettelijke bewaartermijn van ten minste zeven jaar van uw administratieve gegevens. Op deze hoofdregel zijn uitzonderingen. Als u de btw over de aankoop of verbouwing van een pand hebt teruggevraagd, moet u de btw-boekhouding tien jaar bewaren. Permanente stukken (aktes, pensioen- en lijfrentepolissen, etc.) mogen niet worden weggegooid. Raadpleeg voor het opruimen daarom eerst uw adviseur. Tip: als u de gegevens van verkoopbonnen digitaal opslaat en deze ter beschikking kunt stellen aan de Belastingdienst, is het niet meer noodzakelijk om kassabonnen, kassarollen, etc. op papier te bewaren. Dit geldt ook voor facturen. Wij adviseren u dit eerst met de Belastingdienst af te stemmen, voordat u alle papieren documenten weggooit. 2.34 Subsidies Beoordeel of u mogelijkheden hebt om (niet-)fiscale subsidies te verkrijgen. In veel gevallen moet een eventuele aanvraag voor het einde van het boekjaar bij de desbetreffende instantie binnen zijn. Ook kan het voorkomen dat bepaalde handelingen (opdracht, aanbetaling en/of ingebruikname) nog dit jaar moeten plaatsvinden voor het verwerven van een toekomstige subsidie. Raadpleeg uw adviseur hierover. 2.35 Voorlopige aanslag 2012 Als uw resultaat over 2012 achterblijft bij uw prognose, kan uw voorlopige aanslag te hoog zijn. Verzoek dan om herziening van de voorlopige aanslag. Daarbij dient u zich te realiseren dat over 2012 in principe geen belastingrente wordt vergoed over terug te betalen bedragen inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Daarnaast is het, gelet op de verschuldigde belastingrente, aan te raden om bij een te verwachten hogere belastinglast tijdig te verzoeken om herziening van de voorlopige aanslag. Indien dit verzoek voor 1 mei 2013 wordt gedaan, is over de voorlopige aanslag geen belastingrente verschuldigd, mits deze conform het verzoek wordt herzien. Het is, gelet op de regeling van de belastingrente, aan te raden om in het vierde kwartaal van 2012 maar uiterlijk in de eerste maanden van 2013 te onderzoeken in hoeverre het geschatte belastbare bedrag afwijkt van het werkelijk belastbare bedrag. Raadpleeg daartoe uw adviseur die u hierbij kan bijstaan. 20 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 2.36 Ontslagvergoeding Onder omstandigheden is het mogelijk dat de ontslaguitkering aan een werknemer wordt gezien als een regeling voor vervroegde uittreding. De werkgever kan dan worden geconfronteerd met een strafheffing op het gebied van de loonheffing van 52% berekend over de ontslagvergoeding. Overleg met uw adviseur in welke gevallen bij u de mogelijke strafheffing aan de orde is bij lopende ontslagsituaties.© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 21Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave 3  Ondernemer eenmanszaak, niet van Toepassing geen actie nodig actie ondernemen navraag bij specialist vof, cv en maatschap 3.1 Begrip ondernemer De Wet inkomstenbelasting 2001 verstaat onder een ondernemer de belastingplichtige: •   oor wiens rekening een onderneming wordt gedreven; en v •   ie rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die d onderneming, dat wil zeggen: die aansprakelijk is voor de zakelijke schulden van de onderneming. Ga na of uw situatie voldoet aan deze criteria voor het fiscaal ondernemerschap en bespreek met uw adviseur wat gewenst is. 3.2 Toetsing meewerkaftrek of arbeidsbeloning voor meewerkende partner De meewerkaftrek is, afhankelijk van het aantal door de partner meegewerkte uren, een bepaald percentage van de winst. De meewerkaftrek kan alleen worden geclaimd als uw partner zonder enige vergoeding meewerkt. Hebt u wel gekozen voor een arbeidsbeloning van uw partner, dan komt die niet ten laste van de winst uit onderneming als de vergoeding lager is dan € 5.000 op jaarbasis. Bij uw partner is de vergoeding dan niet belast. 
U kunt overwegen om uw meewerkende partner een arbeidsbeloning toe te kennen. Wellicht dat de man-vrouwfirma tot de mogelijkheden behoort. Door verdeling van de winst kunnen aanzienlijke progressievoordelen ontstaan en de partner kan onder voorwaarden gebruikmaken van de ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek, startersaftrek, 12%-MKB- winstvrijstelling, dotatie aan de fiscale oudedagsreserve (FOR), stakingsaftrek, etc.). Zie ook onderdeel 3.3 en 3.4. 3.3 Urencriterium voor zelfstandigenaftrek De zelfstandigenaftrek bedraagt € 7 .280 (boven de 65 jaar: € 3.640). Van de in een kalenderjaar totaal beschikbare tijd voor het verrichten van werkzaamheden moet 50% of meer zijn besteed aan het drijven van een (of meer) onderneming(en), met een minimum van 1.225 uren. Voldoet u niet aan dit urencriterium, dan hebt u geen recht op de zelfstandigenaftrek en ook niet op de speur- en ontwikkelingsaftrek, de meewerkaftrek en de FOR. Bent u starter, dan geldt een verhoogde zelfstandigenaftrek en niet de voorwaarde dat 50% of meer van de tijd aan de onderneming moet worden besteed (wel nog steeds ten minste 1.225 uren). Bent u starter en hebt u recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan is een tijdsbesteding van minimaal 800 uren aan uw onderneming voldoende. Noteer de uren die u maakt voor de onderneming in uw agenda. 3.4 Man-vrouwfirma Als uw partner meewerkt, kunt u met uw partner een firma aangaan. De meewerkende partner wordt dan ook zelfstandig ondernemer voor de inkomsten­ belasting en heeft daardoor recht op alle ondernemersfaciliteiten, zoals zelfstandigen­ aftrek, 12%-MKB-winstvrijstelling en FOR, tenzij de partner alleen ondersteunende werkzaamheden verricht. Voorwaarde is dat een firmacontract wordt opgesteld, waarin voor de aanvangsdatum van de firma een terugwerkende kracht van maximaal negen maanden kan worden opgenomen. Overleg met uw adviseur over het (gewenste) effect. 22 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 3.5 Verkoop onderneming, omzetting in bv of starten nieuwe onderneming Wanneer u overweegt uw onderneming te verkopen of om te zetten in een bv, raden wij u aan om voor het einde van het jaar te beoordelen of dit fiscaal is gewenst in 2012 of juist in 2013. Bij een verkoop van de onderneming kan de peildatum van 1 januari 2013 nog een rol spelen. De fiscale winst behaald met de staking van de oude onderneming kan in beginsel fiscaal geruisloos worden doorgeschoven naar de nieuwe onderneming. Dit leidt dus niet tot directe afrekening in de inkomstenbelasting. 3.6 Kleine-ondernemersregeling in de btw Als de btw die u na aftrek van voorbelasting per saldo over 2012 bent verschuldigd niet hoger is dan € 1.883, komt u in aanmerking voor de kleine-ondernemersregeling. Op grond hiervan hoeft u (een deel van) de verschuldigde btw in het geheel niet aan de Belastingdienst te voldoen. Deze korting wordt dan wel gerekend tot het inkomen in box 1 voor de inkomstenbelasting. Deze regeling geldt alleen voor ondernemers/ natuurlijke personen die in Nederland wonen of zijn gevestigd. Als de op jaarbasis verschuldigde btw minder bedraagt dan € 1.345, kunt u de Belastingdienst verzoeken om een ontheffing van de administratieve verplichtingen, zoals de boekhoud-, factureer- en aangifteplicht. Bij toekenning van dit verzoek zal de Belastingdienst aangeven welke voorwaarden hiervoor gelden. 3.7 Middeling 2010-2012 Het is onder bepaalde voorwaarden mogelijk uw belastbare inkomens in box 1 (werk en woning) van 2010 tot en met 2012 te middelen, waardoor u over deze jaren wellicht in totaal minder belasting betaalt. Let op: de te middelen jaren mogen slechts eenmaal in de middelingsberekening worden betrokken. Beoordeel zelf welke van de te middelen jaren u een zo hoog mogelijke belastingteruggaaf oplevert. Mogelijk kunt u ook voorgaande jaren nog middelen. Dit is afhankelijk van de dagtekening van de definitieve aanslagen inkomstenbelasting over de desbetreffende jaren. 3.8 Startende ondernemer Voor startende ondernemers zijn er enkele specifieke zaken waarmee tegen het einde van het kalenderjaar rekening kan/moet worden gehouden, zoals: •   illekeurige afschrijving voor startende ondernemers; w •   fdekken van het risico van een nabestaandenpensioen; a •   eserveren voor belastingbetalingen; r •   renregistratie voor onder andere de zelfstandigenaftrek. u© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 23Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 3.9 Verklaring arbeidsrelatie (VAR) De Verklaring arbeidsrelatie (VAR) geldt maximaal voor de periode van een kalenderjaar. Hebt u nog geen VAR aangevraagd voor dit jaar? Doe dat dan alsnog voor het einde van het jaar. Voor opdrachtgevers kunnen de rechtsgevolgen van een VAR zich uitstrekken over een langere periode. Om te zijn gevrijwaard van inhoudingsplicht, moeten opdrachtgevers over een afschrift van de VAR (winst uit onderneming: VAR-wuo, of inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico voor uw vennootschap: VAR-dga, zie ook onderdeel 4.12) van de opdrachtnemer beschikken, de identiteit van de opdrachtnemer vaststellen en een kopie van het identiteitsbewijs bewaren. Ook zal de opdrachtgever zich ervan moeten vergewissen dat de uitgevoerde werkzaamheden in lijn liggen met de werkzaamheden waarvoor de VAR is afgegeven. Let op: als u voldoet aan bepaalde voorwaarden, dan heeft de Belastingdienst u uiterlijk half september automatisch een nieuwe VAR gestuurd voor het volgende kalenderjaar. Hebt u geen nieuwe VAR ontvangen, dan zult u er zelf een voor het volgende kalenderjaar moeten aanvragen. 3.10 Btw-keuzevermogen De btw-regelgeving maakt het mogelijk een investeringsgoed, zoals een vakantie­ woning, geheel of gedeeltelijk als zakelijk of privé te bestemmen. Met ingang van 2011 is bij zakelijke etikettering van onroerende zaken voor de btw alleen nog voordruk-btw-aftrek mogelijk voor zover sprake is van btw-belast zakelijk gebruik. U hoeft dan geen correctie meer te maken voor privégebruik. Per saldo mist u voortaan een rentevoordeel op het privégebruik. Houd u er rekening mee dat het etiketteren van het vermogen tot btw- ondernemingsvermogen of privévermogen volgens het Ministerie van Financiën moet gebeuren op het tijdstip dat de eerste investering wordt gedaan (bij panden dus meestal bij de aankoop van de ondergrond). De etikettering van het vermogen voor de btw staat overigens los van de etikettering van het vermogen voor de inkomstenbelasting. Voor de etiketteringskeuze bij auto’s verwijzen wij naar onderdeel 2.19. 3.11 Voorkom verliesverdamping Een verlies uit werk en woning behaald in 2012 is alleen verrekenbaar met winsten behaald in 2009, 2010 en 2011 (carry-back) en de winsten behaald in de jaren 2013 tot en met 2021 (carry-forward). Daarna gaan deze verliezen verloren. Om deze verliesverdamping te voorkomen, kan wellicht het resultaat worden verhoogd door kosten en lasten uit te stellen, voorzieningen te laten vrijvallen, e.d. Neem hierover contact op met uw adviseur. 24 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 3.12 Bedrijfsopvolging Bij (gedeeltelijke) bedrijfsopvolging en estate planning kan het fiscaal interessant zijn (een deel van) uw IB-onderneming of een pakket aandelen in uw bv aan uw toekomstige erfgenamen te schenken. De huidige Successiewet kent hiervoor namelijk onder bepaalde voorwaarden een aantal faciliteiten, waaronder een vrijstelling van maximaal 100% en tien jaar (rentedragend) uitstel van belastingbetaling. De faciliteiten kunnen ook van toepassing zijn bij overlijden. De vennootschapsstructuur moet wel aan specifieke eisen voldoen. Ook de inkomstenbelastingclaim kan onder bepaalde voorwaarden worden doorgeschoven. Bij schenking van (een deel van) uw IB-onderneming moet de begunstigde in beginsel al 36 maanden medeondernemer zijn en bij schenking van de aandelen in uw bv moet de begunstigde in beginsel al 36 maanden in dienst zijn. Het is raadzaam tijdig contact op te nemen met uw adviseur om vast te kunnen stellen of de bedrijfsopvolging beter in 2012 of juist in 2013 kan plaatsvinden.© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 25Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave 4 Bv en nv niet van Toepassing geen actie nodig actie ondernemen navraag bij specialist 4.1 Aangaan fiscale eenheid Het aangaan van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting tussen meerdere vennootschappen heeft bepaalde voordelen, zoals het doen van één aangifte voor de vennootschapsbelasting, het neutraliseren van onderlinge handelstransacties, het fiscaal geruisloos doorvoeren van een herstructurering, directe verrekening van onderlinge winsten en verliezen van gevoegde vennootschappen, etc. Raadpleeg hierover uw adviseur (zie ook onderdeel 4.2 en 4.3). 4.2 Aanvragen fiscale eenheden die per 1 januari 2013 moeten ingaan Fiscale eenheden voor de vennootschapsbelasting die per 1 januari 2013 moeten ingaan, moeten worden aangevraagd voor 1 april 2013. 4.3 Verbreken fiscale eenheid per 31 december 2012 Als het gewenst is om per 1 januari 2013 geen onderdeel meer te zijn van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, moet het verzoek tot ontvoeging uiterlijk 31 december 2012 zijn ingediend. In bepaalde gevallen kan het voordelig zijn een fiscale eenheid tussen meerdere winstgevende vennootschappen te beëindigen. Op die manier kunnen de vennootschappen afzonderlijk gebruikmaken van de lagere MKB- tariefschijf in de vennootschapsbelasting (de tarieven voor 2012 zijn: 20% voor de winst tot en met € 200.000 en 25% voor de winst boven € 200.000). Ook kan het verbreken van een fiscale eenheid leiden tot de toepassing of verhoging van de investeringsaftrek. Let op: nagegaan moet worden of door het verbreken van de fiscale eenheid geen fiscale sanctiebepalingen in werking treden. Raadpleeg hierover uw adviseur. 4.4 Fictief salaris, fictieve rente en fictieve huur Iedere houder van een aanmerkelijk belang die voor zijn bv werkzaamheden verricht, wordt geacht een salaris te ontvangen uit zijn bv. De hoogte bedraagt in 2012 minimaal € 42.000, enkele specifieke situaties uitgezonderd. Het is verstandig vooraf overeenstemming te bereiken met de Belastingdienst over de hoogte van uw (fictieve) salaris. Worden zaken verhuurd aan een vennootschap waarin u een aanmerkelijk belang hebt, of hebt u geld geleend aan een dergelijke vennootschap? Dan moet u (fictief) een zakelijke huur of rente verantwoorden in uw aangifte als resultaat uit overige werkzaamheden (zie ook onderdeel 1.13). Als u fictief salaris, fictieve huur of fictieve rente ontvangt, dan kan de bv in beginsel aanspraak maken op een corresponderende fiscale aftrekpost. Raadpleeg hierover uw adviseur. 4.5 Lenen van uw bv (inclusief rekening-courant) Als dga kunt u bijvoorbeeld uw beleggingen financieren met een lening van uw bv. Het lenen moet gebeuren op zakelijke voorwaarden. In box 3 wordt een fictief rendement belast voor zover waarde van de beleggingen het bedrag van de opgenomen lening overtreft, de betaalde rente is verder geen aparte aftrekpost meer voor de inkomstenbelasting. Het is raadzaam de overeenkomst schriftelijk vast te leggen. Hebt u als dga een structureel hoge rekening-courantschuld bij uw bv, dan loopt u het risico dat de fiscus (een deel van) de schuld aanmerkt als een dividenduitkering 26 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist en een correctie aanbrengt, eventueel zelfs verhoogd met een boete. Dit risico kunt u verminderen door bijvoorbeeld de bedragen af te splitsen die u heeft geleend voor de aankoop van beleggingen, verbouwing van de eigen woning (de rente kan dan wel aftrekbaar zijn) of andere grote privé-investeringen. U moet hiervan dan (zakelijke) leningsovereenkomsten opstellen en de voorwaarden ook naleven. 4.6 Vordering op uw bv (inclusief rekening-courant) Als de dga een vordering heeft op zijn eigen bv, is de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing, zie ook onderdeel 1.13. In beginsel worden de voordelen belast in box 1. Een uitzondering is gemaakt voor de situatie dat gedurende het kalenderjaar het saldo van de rekening-courant niet hoger is geweest dan € 17 .500, waarbij de bv tevens geen rente in aanmerking neemt. Deze situatie bespaart een hoop administratieve rompslomp. Zorg er in andere situaties voor dat de voorwaarden zakelijk zijn, anders zou een eventueel afwaarderingsverlies wel eens niet aftrekbaar kunnen zijn. 4.7 Borgstellingsprovisie bedingen bij bv Staat u als dga in privé borg voor een door de bank aan uw bv verstrekte lening, dan moet u hiervoor een vergoeding bedingen bij uw bv. De bank kan u immers in privé aanspreken om de schuld, inclusief rente, te betalen als de bv hiertoe niet in staat is. Wij raden u aan een zakelijke borgstellingsprovisie bij uw bv in rekening te brengen om te voorkomen dat de fiscus dit (eventueel zelfs met boetes) corrigeert. De vergoeding voor de borgstelling wordt beschouwd als een voordeel volgens de terbeschikkingstellingsregeling en belast als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1, zie ook onderdeel 1.13. De bv kan de vergoeding aftrekken. 4.8 Voorkom verliesverdamping Een verlies behaald in 2012 is in beginsel alleen verrekenbaar met een winst behaald in 2011 (carry-back) en de winsten behaald in de jaren 2013 tot en met 2021 (carry- forward). Daarna gaan de verliezen verloren. Om verliesverdamping te voorkomen, kan wellicht het resultaat worden verhoogd door kosten en lasten uit te stellen, voorzieningen te laten vrijvallen, e.d. Neem hierover contact op met uw adviseur. 4.9 Verliezen uit 2003 verdampen Verliezen uit 2003 zullen per 31 december 2012 verdampen. Ga na of verliesverdam- ping kan worden voorkomen door stille reserves besloten in uw bedrijfsmiddelen en of activiteiten te realiseren. Kan een en ander niet op korte termijn worden gerealiseerd ga na of uw boekjaar kan worden verlengd. Neem hierover contact op met uw adviseur. 4.10 Pensioen voor uzelf, meewerkende echtgeno(o)t(e) en kinderen Het toekennen of verhogen van pensioenrechten kan leiden tot een aftrekpost ten laste van het resultaat van 2012. Zorg wel dat uw pensioenbrief voldoet aan alle fiscale regels. Stem met uw adviseur af of uw pensioenbrief hiervoor nog (fiscale) ruimte biedt. Een ander aandachtspunt is een pensioen dat in eigen beheer in een andere bv wordt opgebouwd dan de bv waar u op de loonlijst staat (zogenoemd extern eigen beheer). Op basis van een besluit uit juli 2008 stelt de Belastingdienst dat alle pensioenfinan- cieringsovereenkomsten die ten grondslag liggen aan de doorbelasting van pensioen­© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 27Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist premie voor 1 januari 2011 moeten worden herzien. De premie moet worden bepaald op commerciële grondslagen, waarbij bij open geïndexeerde pensioenen een vaste indexe- ring van 2% moet worden gehanteerd. Omdat deze verplichte indexatie tot praktische uitvoeringsproblemen leidt, geven wij u in overweging om, indien mogelijk, in dienst te treden bij de bv waar het pensioen wordt opgebouwd, het pensioen op te bouwen in de bv waarin u werkt, of de pensioenopbouw in eigen beheer desnoods te staken. In het kader van tax planning kan het zinvol zijn de afweging tussen salaris en pensioen- opbouw enerzijds en dividenduitkeringen anderzijds opnieuw tegen het licht te houden. 4.11 Hoge aftrekpost bv door inkoop pensioen Wanneer u als dga in het verleden onvoldoende pensioen hebt opgebouwd voor indiensttreding bij de eigen bv, dan kunt u dit soms herstellen door binnen de huidige pensioenregeling bij de bv pensioen in te kopen. Dit is mogelijk voor dienstjaren van voor 8 juli 1994 (na deze datum is waardeoverdracht van pensioen mogelijk). De rechter heeft in het verleden een inkooplast met betrekking tot vijftien jaar diensttijd toegestaan. Op deze manier kan een aanzienlijke aftrekpost ontstaan voor de bv. 4.12 VAR-dga De VAR-regeling (zie onderdeel 3.9) geldt ook voor een dga die werkzaamheden verricht bij een opdrachtgever door middel van zijn vennootschap. De staatssecretaris van Financiën heeft echter aangegeven dat de VAR-dga niet mag worden toegepast in de arbeidsrelatie met de vennootschappen waarin de houder van de VAR-dga onmiddellijk of middellijk aandelen bezit. Raadpleeg hierover uw adviseur. 4.13 Functionele valuta of de euro Het is mogelijk aangifte vennootschapsbelasting te doen in een andere valuta dan de euro. Om met ingang van 2013 gebruik te maken van deze mogelijkheid, moet u voor 1 januari 2013 een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Hebt u eenmaal gekozen voor het gebruik van de functionele valuta, dan geldt dit in beginsel voor een periode van tien jaar. 4.14 Heroverweging bv en nv De huidige economische omstandigheden kunnen voor u het moment zijn de gekozen rechtsvorm waarbinnen u uw onderneming drijft, te heroverwegen. Belangrijke factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn het effect van de fiscaliteit op uw besteedbaar inkomen voor u als ondernemer en de risico’s die met uw onderneming gepaard gaan. Uiteraard kunnen meer factoren een rol spelen. Bij terugkeer uit een bv of nv naar een eenmanszaak of vof kunt u gebruikmaken van een fiscale faciliteit, waarbij u geruisloos (dus zonder af te rekenen met de Belastingdienst) kunt terugkeren uit een bv of nv. Bespreek dit eens met uw adviseur. 4.15 Thin capitalization De thin capitalization-regels hebben tot doel de aftrek van rente te beperken als sprake is van bovenmatige financiering met vreemd vermogen. Uitgangspunt is de verhouding van het gemiddeld vreemd vermogen ten opzichte van het gemiddeld eigen vermogen naar de stand aan het begin en einde van het jaar. 28 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist Nagegaan moet worden welke effecten genomen en te nemen financierings­ beslissingen hebben voor de renteaftrek van uw vennootschap. Raadpleeg tijdig uw adviseur. De thin capitalization-regels zullen naar verwachting per 1 januari 2013 vervallen, zie ook onderdeel 5.1). 4.16 Transfer pricing (bv en nv) Als u in meerdere landen ondernemingen hebt, kan een wijziging in de allocatie van bepaalde bedrijfsprocessen (uw ‘supply chain’) leiden tot een wijziging in de onderling te hanteren verrekenprijzen. Een eventuele wijziging in de allocatie van bedrijfsprocessen kan voor een in internationaal verband opererende groep van vennootschappen een interessante ontwikkeling zijn voor internationale tax planning. Naast belastingbesparing levert dit u wellicht ook een directe kostenbesparing op. Bespreek dit eens met uw adviseur. 4.17 Verrekening houdsterverliezen Als sprake is van een zuivere holding- en/of financieringsmaatschappij kan het gewenst zijn deze vennootschap op te nemen in een fiscale eenheid of binnen deze vennootschap activiteiten te ontwikkelen of leningen in te brengen. Een en ander hangt samen met een beperking in de verrekening van houdsterverliezen. Raadpleeg tijdig uw adviseur. 4.18 Innovatiebox Voor winsten uit zelfontwikkelde immateriële activa waarvoor een octrooi of kwekersrecht is verleend of die zijn voortgevloeid uit werkzaamheden waarvoor een S&O-verklaring (speur- en ontwikkelingswerk) is afgegeven (S&O-activa), kunt u gebruikmaken van een verlaagd (effectief) tarief van circa 5%. Ook in het buitenland ontwikkelde of gepatenteerde activa kunnen kwalificeren voor deze zogenoemde innovatiebox. Het kan dus fiscaal voordelig zijn een octrooi of S&O-activa onder te brengen in de innovatiebox. Raadpleeg uw adviseur over de voordelen hiervan. 4.19 Deelnemingsvrijstelling De deelnemingsvrijstelling is in beginsel van toepassing op belangen van 5% of meer in het nominaal gestorte kapitaal van een vennootschap. Raadpleeg uw adviseur bij uw beslissingen in het kader van herstructureringen, de aankoop van deelnemingen etc. 4.20 Afwaarderen en/of prijsgeven van vorderingen In het kader van herstructureringen kan het voorkomen dat een afgewaardeerde vordering op een deelneming wordt omgezet in aandelen, of wordt kwijtgescholden. Onder omstandigheden heeft dit gevolgen voor de belastbare grondslag van zowel de debiteur als de crediteur. Raadpleeg uw adviseur. 4.21 Vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) De vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) heeft als hoofdkenmerk een vrijstelling van vennootschapsbelasting en vrijstelling van (inhouding van) dividendbelasting. De vbi biedt interessante mogelijkheden voor de dga met een zogenoemde kasgeldvennootschap. Bespreek met uw adviseur of de vbi iets voor u is.© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 29Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave 5 Belastingplan 2013 en overige fiscale niet van Toepassing geen actie nodig actie ondernemen navraag bij specialist ontwikkelingen 2013 Op Prinsjesdag, 18 september 2012, heeft het demissionaire kabinet het Belastingplan 2013 aangeboden aan de Tweede Kamer in oude samenstelling. Dit jaar staan de voorgestelde fiscale maatregelen in het teken van het bezuinigen, aanscherping regels. Veel van deze voorgestelde maatregelen treden in werking op 1 januari 2013. Inmiddels zijn ook enkele maatregelen uit het op 29 oktober 2012 tussen de VVD en PvdA gesloten regeerakkoord in het Belastingplan 2013 opgenomen. Hierna hebben wij de hoofdlijnen van het Belastingplan voor u uiteengezet. 5.1 Vennootschapsbelasting •   fschaffing thin capitilization-regeling A De thin capitalization-regeling wordt afgeschaft met ingang van boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2013. De afschaffing werd al eerder aangekondigd, onder voorbehoud van beschikbare dekking. •   uitenlandse belastingplicht bestuurdersbeloningen B In het buitenland gevestigde lichamen zijn onder andere belastingplichtig voor werkzaamheden die worden verricht als bestuurder of commissaris van een in Nederland gevestigd lichaam. Op basis van de huidige wetgeving gaat het hierbij om de statutaire bestuurder. In de praktijk wordt de bepaling ontweken door bestuurders- en managementwerkzaamheden te verrichten voor in Nederland gevestigde vennootschappen zonder dat sprake is van formeel bestuurderschap. Om deze reden wordt de belastingplicht uitgebreid met het verrichten van materiële bestuurswerkzaamheden of managementdiensten, zodat ook de beloning daarvoor in de heffing van de Nederlandse vennootschapsbelasting kan worden betrokken (mits een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting hieraan niet in de weg staat). Deze wijziging heeft tot nog toe voornamelijk betekenis in de verhouding tot België, omdat het verdrag met België uitgaat van een materieel bestuurdersbegrip. •   iscale eenheidsvorming F Op basis van het per 1 oktober 2012 in werking tredende ‘flex-bv-recht’ wordt het ­ ogelijk om winstrechtloze of stemrechtloze aandelen uit te geven. Daardoor zal m zich de situatie kunnen voordoen dat een moedermaatschappij de juridische en economische­eigendom bezit van ten minste 95% van de aandelen in de dochter- maatschappij, maar geen (of minder dan 95% van de) stemrechten in de dochter heeft. Aangezien de wetgever het niet wenselijk acht dat in een dergelijke situatie toch een fiscale eenheid kan worden gevormd, wordt expliciet in de wet neergelegd dat de moedermaatschappij 95% van de stemrechten in de dochter moet bezitten.­Met deze wijziging wordt volgens het kabinet geen wijziging van de bestaande praktijk beoogd. ­ •  nvoering aftrekbeperking excessieve deelnemingsrente (Wet uitwerking fiscale I maatregelen Begrotingsakkoord 2013) Met ingang van 2013 geldt een beperking van excessieve aftrek van rente die verband houdt met de financiering van deelnemingen (‘deelnemingsrente’). Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen groepsleningen en leningen van derden. De niet-aftrekbare deelnemingsrente is het deel van de totale rente dat ziet op deelnemingsschulden. Van een deelnemingsschuld is sprake indien en voor zover het gezamenlijke bedrag van de verkrijgingsprijs van de deelnemingen (waarop 30 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist de deelnemingsvrijstelling van toepassing is) uitgaat boven het fiscaal eigen vermogen. Vervolgens is de rente die verband houdt met de deelnemingsschuld in beginsel niet aftrekbaar. Dit bovenmatige deel wordt bepaald door (jaarlijks) het bedrag van de deelnemingsschulden (het tekort) te delen door het totale bedrag van de geldleningen en de uitkomst van deze breuk te vermenigvuldigen met de totaal in het jaar verschuldigde rente. De eerste € 750.000 aan bovenmatige deelnemingsrente is altijd aftrekbaar. Voor uitbreidingsinvesteringen geldt een gunstige uitzondering. Bij het bepalen van de deelnemingsschuld worden verkrijgingsprijzen van uitbreidingen die verband houden met uitbreidingen van de operationele activiteiten van de groep namelijk onder voorwaarden buiten aanmerking gelaten. De uitzondering voor uitbreidingsinvesteringen geldt niet in bepaalde onwenselijk geachte situaties (‘double dip’, hybride financiering en situaties waarin de uitbreiding – los van de renteaftrek – niet zou hebben plaatsgevonden). •   itbreiding antmisbruikbepaling tegen handel in lichamen met ­ erinvesteringsreserve U h De antimisbruikbepaling tegen handel in lichamen met een herinvesteringsreserve wordt uitgebreid. Het betreft de situatie dat een herinvesteringsreserve is afgeboekt op de aanschaffings- of voorbrengingskosten van een bedrijfsmiddel dat is verworven­in de zes maanden voorafgaande aan een wijziging in belangrijke mate (30% of meer) van het belang in het lichaam. In dat geval wordt die verwerving geacht verband te houden met de wijziging van het belang en dient de herinvesteringsreserve alsnog vrij te vallen in de winst. Tegenbewijs is mogelijk. 5.2 Loonheffing •  Afdrachtvermindering onderwijs In het kader van de budgettaire beheersbaarheid van de afdrachtvermindering onderwijs wordt deze op onderdelen afgeschaft dan wel aangescherpt. De volgende maatregelen worden voorgesteld: -  r wordt expliciet vastgesteld dat de afdrachtvermindering onderwijs geldt E voor deelname aan een volledige opleiding, waarbij de intentie bestaat tot het behalen van een erkend diploma. De mogelijkheid om de afdrachtvermindering te claimen voor het volgen van delen van opleidingen (behoudens het geval van vrijstellingen)­en het onderhouden en verbeteren van kennis en vaardigheden (cursussen) wordt hiermee voorkomen. - De afdrachtvermindering wordt gekoppeld aan de inhoud en duur van het ­onderwijsprogramma. -  r wordt een urennorm ingevoerd voor de opleidingen waarvoor de afdracht­ E vermindering kan worden geclaimd. Voldoet een opleiding niet aan de urennorm, dan wordt deze uitgesloten van de toepassing van de afdrachtvermindering. -  m voor de afdrachtvermindering in aanmerking te komen, moet het de O bedoeling­van de werkgever, leerling en het opleidingsinstituut zijn om een vol- waardig opleidingstraject te volgen en af te ronden. Deze intentie dient te worden vastgelegd in een zogenoemde programmaverklaring. Bij het ontbreken van deze verklaring kan aan de inhoudingsplichtige een verzuimboete worden opgelegd. - Ter stimulering van het ‘werkend-leren’ wordt een aanvullende afdrachtvermindering­voorgesteld. Deze kan aan het einde van de opleiding – bij het behalen van het diploma – worden geclaimd. -  oor een aantal afdrachtverminderingen gaat een jaarsystematiek van claimen V© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 31Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist gelden. Het jaarbedrag van de afdrachtvermindering wordt dan in één keer in aan- merking genomen in plaats van verdeeld over de tijdvakken in het kalenderjaar. - De afdrachtvermindering onderwijs voor het behalen van een startkwalificatie komt te vervallen. -  oor de afdrachtverminderingen vervalt het toetsloon voor werknemers die V jonger zijn dan 25 jaar. Hierdoor wordt de afdrachtvermindering verruimd en administratief eenvoudiger. •   fdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk A Ter stimulering van speur- en ontwikkelingswerk (S&O) van het MKB en met het oog op het vestigingsklimaat wordt de eerste schijf van de afdrachtvermindering S&O ­ erlengd van € 110.000 naar € 200.000 en blijft de maximumvermindering v gehandhaafd op € 14.000.000. Dit leidt tot een verruiming. Hier staat tegenover dat het tarief van de eerste schijf wordt verlaagd van 42% naar 38%. Het starterstarief wordt ­ erlaagd van 60% naar 50%. Het gemiddelde uurloon van de inhoudings- v plichtige wordt naar boven afgerond op hele euro’s en niet meer op een veelvoud van € 5. De afgeronde uurlonen komen hiermee dichter bij de werkelijke uurlonen te liggen. 5.3 Inkomstenbelasting •   erziening fiscale behandeling eigen woning H Als onderdeel van een meeromvattend pakket voor de woningmarkt wordt ook voorgesteld de fiscale behandeling van de eigen woning aan te pakken. De herziening van de fiscale behandeling ziet op drie hoofdonderdelen: -  oor leningen ter financiering van de eigen woning die op of na 1 januari 2013 V zijn aangegaan is volgens het wetsvoorstel de rente slechts aftrekbaar als de betreffende lening in maximaal 360 maanden ten minste volgens een annuïtair aflossingsschema volledig wordt afgelost; rente betaald op aflossingsvrije leningen die op of na 1 januari 2013 worden afgesloten is niet meer aftrekbaar. Dit wordt getoetst aan de hand van de (resterende) hoogte van de schuld, niet aan de hand van het in een jaar af te lossen bedrag. Hierdoor kan ook de rente op een niet-annuïtaire lening (bijvoorbeeld een lening met een lineair aflossingschema) volledig aftrekbaar zijn. De aflossingsverplichtingen moeten dan wel daadwerkelijk worden nageleefd. Op het moment dat te weinig wordt afgelost, gaat de renteaftrek in beginsel verloren. Onder bepaalde voorwaarden wordt de renteaftrek gehandhaafd bijvoorbeeld indien in enig jaar te weinig wordt afgelost en de achterstand in het opvolgende jaar weer wordt ingelopen. - De vrijstelling voor kapitaalverzekeringen eigen woning, beleggingsrechten eigen woning en spaarrekeningen eigen woning (KEW) in box 1 komt te vervallen indien deze na 31 december 2012 worden afgesloten. De waarde van de kapitaalverzekeringen, spaarrekeningen en beleggingsrechten van op of na 1 januari 2013 vormen direct belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Vooralsnog blijft voor bestaande KEW’s de termijn voor de kleine respectievelijk grote vrijstelling gehandhaafd. -  Voor op 31 december 2012 bestaande leningen ter financiering van de eigen woning blijft de betaalde rente aftrekbaar op grond van de huidige voorwaarden (overgangsrecht). Dit geldt ook voor personen die in 2012 hun woning hebben verkocht en in afwachting van de aanschaf van een nieuwe woning in 2013 32 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist tijdelijk zijn gaan huren. De eigenwoningschuld net voorafgaand aan de verkoop in 2012 wordt dan aangemerkt als de bestaande eigenwoningschuld. Indien een belastingplichtige per 31 december 2012 over twee eigen woningen beschikt, dan is het overgangsrecht alleen van toepassing op de eigenwoningschuld die uiteindelijk op de overblijvende eigen woning rust. Bij verhuizing naar een nieuwe woning blijft voor de omvang van de bestaande lening het overgangs- recht van toepassing voor de resterende periode van de 30-jaarsperiode. Wordt een op 31 december 2012 bestaande eigenwoningschuld nadien opgehoogd, dan gelden voor het extra bedrag de nieuwe voorwaarden. - De rente over een eventuele resterende schuld na verkoop van een woning (restschuld) blijft onder voorwaarden nog maximaal vijf jaar aftrekbaar. •   ariefwijziging inkomstenbelasting T Het belastingtarief in de eerste schijf wordt verhoogd van 1,95% naar 5,85%. Daarnaast wordt de eerste schijf verlengd tot aan een belastbaar inkomen van € 19.645 (nu: € 18.945). Desondanks valt men eerder in de hoogste schijf van 52%, namelijk bij een belastbaar inkomen van € 55.991 (nu: € 56.491). •  nvoering van een nieuwe heffingskorting, de werkbonus I Deze bedraagt maximaal € 1.100 en gaat gelden voor personen die een arbeidsinkomen genieten tussen 90% en 175% van het wettelijk minimumloon (inclusief vakantiebijslag) en die bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 60 jaar maar nog niet de leeftijd van 64 jaar hebben bereikt. •   Schrappen aftrekbaarheid beloning assurantietussenpersonen De beloning van assurantietussenpersonen voor het afsluiten of verlengen van lijfrente- of arbeidsongeschiktheidsverzekeringen is nu nog aftrekbaar als de premie aftrekbaar is. Vanaf 2013 vervalt de aftrek voor de beloningen. 5.4 Overdrachtsbelasting •   ijdelijke verlenging doorverkooptermijn T Wanneer dezelfde onroerende zaak (of een recht daarop) binnen zes maanden wordt doorverkocht, geldt een vermindering van overdrachtsbelasting. Om de huidige stagnerende vastgoedmarkt tegemoet te komen, wordt voorgesteld de termijn van zes maanden voor zowel woningen als niet-woningen per 1 januari 2013 te verruimen tot 36 maanden voor de periode tot 1 januari 2015.   Vooruitlopend op het aannemen van het Belastingplan 2013 is overigens al eerder, bij besluit van 31 augustus 2012, goedgekeurd dat de doorverkooptermijn van 36 maanden al met ingang van 1 september 2012 kan worden toegepast. Eenvoudig gezegd houdt dit in dat als een onroerende zaak in de periode van 1 september 2012 tot 1 januari 2015 wordt verkregen, bij een opvolgende verkrijging van deze onroerende zaak door een ander binnen 36 maanden, slechts over de meerwaarde overdrachtsbelasting is verschuldigd. Dit wordt vormgegeven door het bedrag waarover hetzij overdrachtsbelasting hetzij omzetbelasting was verschuldigd (waarbij de omzetbelasting in het geheel niet als voorbelasting kon worden afgetrokken), in mindering te brengen op de grondslag voor de heffing van overdrachtsbelasting bij een volgende verkrijging van dat betreffende vastgoed.© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 33Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist   •   Latere verkrijging aanhorigheden woningen Per 1 juli 2012 is de in eerste instantie tijdelijke verlaging van de overdrachts­ belasting op woningen al structureel gemaakt. Nu wordt voorgesteld om het woningbegrip uit te breiden: het lage tarief van 2% gaat ook gelden voor aanhorigheden die op een later tijdstip dan de woning zelf worden verkregen en tot deze woning gaan behoren. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan een latere verkrijging van een garage. 5.5 Formeelrechtelijke wijzigingen •   erzuimboete wegens niet (tijdig) doen van aangifte V Wanneer een belastingplichtige zijn aangifte inkomstenbelasting, vennootschap­ belasting en schenk- of erfbelasting niet of niet op tijd indient, dan riskeert hij een v ­ erzuimboete die tot maximaal € 4.920 kan oplopen. Het kabinet wil het tijdig doen van aangifte stimuleren. Daartoe wordt voorgesteld om de verzuimboete wegens het niet (tijdig) doen van aangifte voor de genoemde belastingen voortaan niet meer gelijk­ ijdig met de aanslag op te leggen. Daarmee wordt het mogelijk dat de t verzuimboete eerder wordt opgelegd dan de aanslag. Ook kan daardoor de boete worden gematigd wanneer de belastingplichtige alsnog – binnen een gestelde termijn – aangifte doet. •  Inlichtingenverplichtingen Met ingang van 1 januari 2013 kunnen belastingplichtigen worden verplicht om het burgerservicenummer (BSN) van een derde op te geven. Volgens de toelichting bij dit voorstel moet hierbij bijvoorbeeld worden gedacht aan betalingen wegens een onderhoudsverplichting die de belastingplichtige in aftrek brengt. •  nvordering – aanscherping bodemrecht I De fiscus heeft bij beslaglegging een zogenoemd bodem(voor)recht. In essentie komt dit erop neer dat derden moeten toelaten dat de ontvanger goederen van hen (of goederen waar zij een beperkt recht op hebben) in beslag neemt en verkoopt ter inning van bepaalde zakelijke heffingen, zoals loonbelasting of omzetbelasting. In het Belastingplan 2013 wordt voorgesteld om deze regeling aan te scherpen, omdat de huidige regeling constructiegevoelig is.

 In het voorstel krijgen pandhouders of andere derden, zoals een huurkoper of een ‘financial lessor’, de plicht om de ontvanger te melden dat zij binnen vier weken van plan zijn hun rechten uit te oefenen of iets anders te doen waardoor de zaak geen bodemzaak meer is. Handelingen die worden verricht in de normale uitoefening van de onderneming hoeven niet te worden gemeld. De ontvanger heeft na een melding vier weken de tijd om zo nodig maatregelen te treffen. Laat de pandhouder deze mededeling achterwege, dan riskeert hij dat hij de executiewaarde van de goederen (tot maximaal het bedrag aan openstaande belastingschulden) aan de ontvanger moet vergoeden. Deze regeling zal gaan gelden voor nieuwe belastingschulden en nieuwe zekerheidsrechten met ingang van 1 januari 2013. Voor bestaande gevallen geldt een overgangsperiode van drie maanden. Kredietverleners zullen door deze maatregel meer zicht willen hebben op de belastingschulden van hun cliënten. De verklaring over het betalingsgedrag die de ontvanger op verzoek van de belastingschuldige afgeeft, wordt daarom belangrijker. 34 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist •  nvordering – versoepeling beleid bij uitstel van betaling I Verder wordt nieuw beleid bij uitstel van betaling voor compliante ondernemers aangekondigd. Zij zullen bij openstaande belastingaanslagen tot € 20.000, wanneer verder geen belastingschulden openstaan, onder voorwaarden tot vier maanden uitstel van betaling kunnen krijgen. Daarnaast wordt de tijdelijke versoepeling van uitstel van betaling als gevolg van de crisis voortgezet en versoepeld, omdat geen verband met de economische crisis meer hoeft te worden aangetoond. 5.6 Pensioenen •  Afstempeling eigenbeheerpensioenen Dga’s met pensioen in eigen beheer krijgen eenmalig de mogelijkheid om op pensioeningangsdatum hun pensioen af te stempelen, namelijk wanneer het vermogen van het pensioenlichaam niet toereikend is voor de toegezegde pensioenuitkeringen als gevolg van reële ondernemings- en beleggingsverliezen. Hierdoor kan het vermogen beter over de verwachte pensioenduur worden gespreid. Voor situaties waarin pensioenuitkeringen op 1 januari 2013 al zijn ingegaan komt een overgangsregeling: in de periode 2013 tot en met 2015 mag ook eenmalig worden prijsgegeven, onder dezelfde voorwaarden. •   eroeps- en bedrijfstakpensioenregelingen van IB-ondernemers B De fiscale grenzen voor pensioenopbouw van werknemers zullen per 1 januari 2015 ook gaan gelden voor de pensioenopbouw van IB-ondernemers (en resultaat­ genieters) die verplicht deelnemen aan een beroeps- of bedrijfstakpensioen­ egeling. r Voor IB-ondernemers zal de winst uit onderneming uit het kalenderjaar drie jaar voorafgaande aan het jaar van pensioenopbouw maatgevend zijn. Ook de gevolgen van bovenmatige opbouw en de fiscale behandeling van vrijwillige pensioenpremies worden nu al in de wet neergelegd, zodat de praktijk zich goed op de wijzigingen kan voorbereiden. Bij een bovenmatige pensioenopbouw vindt geen boxsplitsing plaats. Het excessieve deel van de pensioenpremie is niet aftrekbaar, maar de pensioen- termijnen zijn te zijner tijd integraal belastbaar in box 1 (dubbele heffing). Vrijwillig betaalde pensioenpremies kunnen onder voorwaarden aftrekbaar­zijn. Deze mogen per jaar echter niet meer bedragen dan een derde van de verplichte­premies. •   ijzigingen in verband met verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd W In verband met de verhogingen van de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd worden aanpassingen in leeftijdsafhankelijke regelingen die zijn opgenomen in de fiscale wetgeving meegenomen in het pakket Belastingplan 2013. Hierbij gaat het onder andere om de aanpassing van de uiterste ingangsdata voor pensioenen, levensloop en lijfrenten, de aanpassing van de regels inzake variabilisatie van pensioenuitkeringen, het aanpassen van het tijdstip waarop de fiscale oudedagsreserve afneemt, het uiterste tijdstip waarop aanspraak kan worden gemaakt op de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek, de omzettingsregeling van stakingswinst in een lijfrente, de middelingsregeling, de ouderentoeslag voor box 3, de ouderenkorting en de regeling inzake uitgaven voor specifieke zorgkosten. Met ingang van 1 januari 2013 wordt aangesloten bij de AOW-gerechtigde leeftijd. Het effect is dat langer gebruik kan worden gemaakt van de fiscale faciliteiten, tot aan de nieuwe AOW-leeftijd. Bij het bepalen van de reserveringsruimte voor (bancaire) lijfrenten en de omzetting van stakingswinst in lijfrente wordt echter© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 35Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist aansluiting gezocht bij de AOW-leeftijd die geldt in het jaar van benutting van de reserveringsruimte, respectievelijk het jaar van staking. Tevens wordt voorgesteld dat het tot en met maart 2015 mogelijk wordt het aanvullend pensioen uit te stellen tot de in dat jaar geldende AOW-leeftijd van 65 jaar en 3 maanden, zonder dat wordt doorgewerkt. Iedereen geboren voor 1 januari 1950 kan daarvan profiteren. 5.7 Algemeen nut beogende instelling (ANBI) •   ransparantie ANBI’s vanaf 2014 T Goededoelenorganisaties (ook wel algemeen nut beogende instellingen of ANBI’s genoemd) moeten met ingang van 2014 meer openheid van zaken geven en diverse gegevens via internet ter beschikking stellen aan het publiek. Bij ministeriële regeling wordt nog nader uitgewerkt welke gegevens moeten worden gepubliceerd, en hoe dat precies moet gebeuren. Gedacht wordt aan de ‘NAW- gegevens’ (naam, adres, woonplaats) van de ANBI, de bestuurssamenstelling, een verkort jaarverslag met een overzicht van de bestedingen en de beloningen van bestuurders en medewerkers, voor zover deze bepaalde normen overschrijden. •   walificatie woningcorporaties als ANBI K Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 wordt volkshuisvesting aangemerkt als van algemeen nut. Het gaat daarbij om werkzaamheden die rechtstreeks zijn gericht op het dienen van het algemeen belang van voldoende en goede woongelegenheid in de sociale huursector, zijn uitgewerkt en genormeerd in het Besluit beheer sociale huursector (BBSH), en worden uitgevoerd door toegelaten instellingen op de voet van de Woningwet. Woningcorporaties kunnen daarmee in principe kwalificeren als ANBI. 5.8 Verhuurderheffing Verhuurders van huurwoningen in de gereguleerde sector worden in de voorstellen met ingang van 1 januari 2013 geconfronteerd met de nieuwe verhuurderheffing. Deze heffing is verschuldigd bij verhuur van meer dan tien huurwoningen waarvan de huur lager is dan de grens voor de huurtoeslag (€ 664,66 in 2012). De situatie op 1 januari is daarbij bepalend. Uitgezonderd worden woningen die worden verhuurd in het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts kort verblijven. De verhuurderheffing wordt geheven over de som van de WOZ-waarde van de huurwoningen in de gereguleerde sector, verminderd met tienmaal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen (heffingsvrije voet). Voor het jaar 2013 is een tarief voorgesteld van 0,014% en met ingang van 2014 een tarief van 0,231%. De verhuurderheffing wordt op 1 januari van een kalenderjaar verschuldigd. Digitale aangifte en de betaling moeten in beginsel plaatsvinden voor 1 april; voor het jaar 2013 zal de termijn worden verlengd tot 1 oktober 2013. 5.9 Assurantiebelasting Per 1 januari 2013 wordt het assurantiebelastingtarief in Nederland verhoogd van 9,7% naar 21%. Daarmee wordt dit tarief gelijk aan het algemene btw-tarief. 5.10 Elektronische registratie notariële akten Voorgesteld wordt de registratie van notariële akten bij de Belastingdienst voortaan langs elektronische weg te laten plaatsvinden. De notaris hoeft het origineel dan niet meer naar de Belastingdienst te sturen, maar kan een elektronische kopie inzenden. 36 Eindejaarstips 2012 © 2012 KPMG Accountants N.V. Alle rechten voorbehouden.
  • Inhoudsopgave niet van geen actie actie navraag bij Toepassing nodig ondernemen specialist 5.11 Andere fiscale ontwikkelingen Behalve de hiervoor genoemde fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2013 staat nog een aantal andere belangrijke (fiscale) ontwikkelingen op stapel voor 2013 (of eerder). Hierna bespreken wij kort enkele ontwikkelingen. •  Begrotingsakkoord 2013 De op 10 juli 2012 door de Eerste Kamer aangenomen Wet uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013 bevat fiscale maatregelen om het begrotingstekort terug te dringen, zoals: 
 -  e verhoging van het algemene btw-tarief van 19% naar 21% per 1 oktober 2012;
 d - nvoering in 2013 van een aftrekbeperking voor excessieve deelnemingsrente i (zie onderdeel 5.1); -  enmalig een werkgeversheffing in 2013 van 16% over lonen voor zover die in e 2012 meer dan € 150.000 bedragen (crisisheffing, zie onderdeel 2.23); 
 -  erhoging in 2013 van de werkgeversheffing die is verschuldigd over excessieve v vertrekbonussen (hoger dan € 531.000) van 30% naar 75%. 
 •  Verhoging eigenwoningforfait In 2013 voor woningen boven een bepaalde WOZ-waarde (in 2012 is dat € 1.040.000) verhoogd van 1,30% naar 1,55% voor het deel dat die WOZ-waarde overstijgt. Uiteindelijk zal dit 2,35% zijn vanaf 2016. •   Invoering belastingrente per 1 januari 2013 voor belastingtijdvakken die op of na 1 januari 2012 zijn begonnen Deze regeling was al in het Belastingplan 2012 opgenomen. Vooral voor de inkomsten- en de vennootschapsbelasting zijn belangrijke veranderingen ingevoerd. In het kort komt de regeling erop neer dat belastingplichtigen die kort na afloop van het belastingjaar hun aangifte indienen of die er door middel van verzoeken om voorlopige aanslagen voor hebben gezorgd dat zij de verschuldigde belasting hebben betaald, zo min mogelijk te maken zullen krijgen met belastingrente. Verder wordt de vergoeding van rente bij teruggaven aanzienlijk beperkt. Wet uniformering loonbegrip De Wet uniformering loonbegrip (WUL) treedt op 1 januari 2013 in werking. Hiermee wordt een uniform loonbegrip ingevoerd voor de heffing van loonheffingen (loonbelasting/premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet). Hoewel bij de totstandkoming van deze uitgave de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, bestaat de mogelijkheid dat bepaalde informatie na verloop van tijd verouderd of niet meer juist is. Dit kan door (aanpassing van de) regelgeving die bekend is geworden na het opmaken van deze uitgave. KPMG Meijburg & Co en KPMG Accountants N.V. zijn dan ook niet aansprakelijk voor de gevolgen van activiteiten die worden ondernomen op basis van informatie in deze uitgave. Gehele of gedeeltelijke vermenigvuldiging of overname van de tekst op welke wijze dan ook is alleen toegestaan met bronvermelding.© 2012 KPMG Accountants N.V. Eindejaarstips 2012 37Alle rechten voorbehouden.
  • Contact usKPMG AuditLaan van Langerhuize 11186 DS AmstelveenPostbus 745551070 DC AmsterdamE: crama.renee@kpmg.nlRenée CramaT: (020) 656 7752kpmg.nlDe in deze publicatie opgenomen informatie is van algemene aard en heeft geen betrekking op de specifieke omstandighedenvan een bepaald individu of een bepaalde entiteit. Hoewel bij de totstandkoming van deze publicatie de grootst mogelijkezorgvuldigheid is betracht, kunnen wij niet garanderen dat de daarin opgenomen informatie op de datum van ontvangst juisten volledig is of dat in de toekomst zal blijven. Op grond van deze informatie dient geen actie ondernomen te worden zonderadequate professionele advisering na een grondig onderzoek van de specifiek van toepassing zijnde situatie.© 2012 KPMG Accountants N.V., ingeschreven bij het handelsregister in Nederland onder nummer 33263683, is eendochtermaatschappij van KPMG Europe LLP en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijnaan KPMG International Cooperative (‘KPMG International’), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden. De naam KPMG,het logo en ‘cutting through complexity’ zijn geregistreerde merken van KPMG International.