Efro studiedag blended leren

665 views
541 views

Published on

Published in: Education
0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
665
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
84
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Faculty believe that their students learn more in the hybrid format than they do in traditional class sections. Instructors report that students write better papers, performed better on exams, produced higher quality projects, and were capable of more meaningful discussions on course material when reflecting online. Students are better able to master concepts and apply what they have learned compared to students in sections of their traditionally taught courses. Students may develop higher-order skills of critical thinking, problem-solving, and the ability to apply theoretical models to real-world data.
  • Instructors report that they feel more connected with their students and are able to get to know them better since they communicate both online and face-to-face. Hybrid environments have the potential to increase and extend instructor-student and student-student connectivity and to build relationships even more so than in traditional or online courses. Discussions started in class are continued online and online interaction often carries over into the traditional face-to-face classes. Integration of out-of-class activities with in-class activities allows more effective use of traditional class time. Students who rarely take part in class discussions are more likely to participate online.
  • Instructors need to learn how to facilitate online discussions and small group activities, and re-examine traditional methods of assessment of student work to take into account the new learning environment. The hybrid environment also adds additional scheduling and communication challenges as courses meet both online and face-to-face. Instructors must also take care not to overload themselves and their students. Instructors must be prepared to help students understand their active role in the hybrid, assist students in keeping their work on time and on track, and be prepared to offer strategies for trouble-shooting new course technologies.
  • Efro studiedag blended leren

    1. 1. Luc VandeputKHLeuven, Dienst onderwijs en onderzoek KU Leuven, AVL Kortrijk,15 maart 2012
    2. 2. Luc Vandeput ICT&O gerelateerde projecten BridGED- Leonardo STIHO Online learning ICTi ICTi2 LoST CL-Net NOH- VlaanderenVan e-learning naar geïntegreerd blended learning MuLLLTI
    3. 3. 1. Wie ben je? Waarom ben je in Kortrijk?2. Wat zijn jouw ervaringen mbt BleLe?3. Welke 2 vragen wens je beantwoord te zien?4. Rondje doen: Inventarisering en clustering5. Thematische wandeling
    4. 4.  Inleiding en vragen Leren en Blended learning Volwassenen leren Studiematerialen en blended learning Metveel vragen voor jullie zoeken we samen naar invalshoeken en oplossingen
    5. 5. Uit: http://blogs.edweek.org/edweek/LeaderTalk/dennis_richards/
    6. 6.  Van gesloten naar open onderwijs Van not invented here syndroom naar “proudly found elswhere” mentaliteit Van vast neer gepersonaliseerd curriculum Van louter vakkennis door 1 expert naar gevarieerde kennis door samenwerking Van zelf kennis vergader naar een netwerk van mensen die kennis creëren
    7. 7. Uit: onbekend
    8. 8. 1. Faalelementen van het klassieke e-leren2. Lonely experience (Bersin, 2004)3. Uitval/drop out4. Niet aangepast didactisch model 1. Geen ontwerp vanuit leeractivititeiten 2. „Boring content‟ (page turning system)5. Afstemming met beleid krijgt onvoldoende 1. commitment 2. afstemming met strategische doelen en onderwijsvisie6. Vaak gedacht vanuit kostenbesparende instelling
    9. 9. Zoveel definities F2F Blended Fully Online
    10. 10. KEUZE van instelling Ubiquitous learning Embedded learning Afstandsonderwijs E-learningContactonderwijs CSCL Technology Hybride learning enhanced Technology supported Online learning Mixed modeComputer based Blended learning Computer supportedGeen eenduidige definitie Gecombineerd lerenWel consensus over de relevantie ervan
    11. 11. Campus leren Digitaal leren Non- Individueel Open formeel Werk-plek studie- leren landschap Informeel Groeps Synchroon A-synchroon Blended Technologie ++ Technologie ++ Formeel learning klassikaal Blended learning Synchroon A-synchroon Technologie -- Technologie --Vandeput, L. (2011). MuLLLTI. Multicampusonderwiujs, werktrajecten inblended learning, Project van het OOF-fonds van de Associatie KU Leuven.Leuven.: KHLeuven.
    12. 12. ON-CAMPUS ONLINEASYNCH Online LearningRONO BlendedUSS LearningYNC ONLINE BlendedH Traditional Higher Education LearningRONOUS © Michael Power, 2008
    13. 13. Curriculum Teaching Design Strategies Teaching excellence and innovation in support of student learning Educational Technology Integration
    14. 14.  Bestaat er iets als een een typisch blended leren design? Is blended leren voor alle cursussen, inhouden, competenties? Hoe ziet een BleLe cursus eruit? Wat zijn voordelen? Wat is de rol van technologie? Is er plaats voor „lectures‟? Voor de docent?
    15. 15.  Blended learning ontwerpen en aanbieden = keuzes maken per week/project of OPO (OOD) • Tussen F2F, BZS en AO • Wat in leslokaal, studielandschap en elders? • Wat doen we samen, wat individueel? • Wat kunnen studenten in virtuele werkruimte? (Wiki, blog, fora,…) • Wat is verplicht, wat facultatief? • Wat met technologie, wat er zonder? • Wat synchroon, wat asynchroon?
    16. 16. Uit: Van Petegem, P. (2003): 1. Denk aan een goede cursus. Waaruit blijkt dat de cursus goed is? 2. Wanneer leer jij effectief? Denk aan iets waarin je goed bent. Hoe werd je competent in dat gebied?
    17. 17.  Praktijk Gissen en missen Uitdaging en er tegenaan gaan Experimenteren En denk nu aan de klassieke cursussen… ;-(
    18. 18. One must learn by doing the thing; though you think you know it, you have no certainty until you try. (Sophocles, 495-406 BC)
    19. 19. An expert is a man who has made all the mistakes, which can be made, in a very narrow field. (Niels Bohr, 1885-1962)Therefore we need to allow learners to make mistakes, in a constructive environment, to help them towards becoming experts.
    20. 20. 3. Denk aan een leersituatie waarin je je goed voelt.4. Welke zijn de elementen diemaken dat je je in je leren goed voelt?
    21. 21.  Feedback Reacties van anderen Goedkeuring Resultaten zien
    22. 22. 5. Denk aan iets waarin je niet goed bent, misschien een resultaat van een slecht leerproces6. Wat ging verkeerd? Wiens fout is het?
    23. 23.  Wilde het niet echt leren Zag niet waar naartoe te gaan Slecht onderwijs Zag niet meteen de betekenis
    24. 24. 7. Denk aan iets dat je leerde, maar waarbij je je niet goed voelde om te leren8. Wat maakte dat je toch leerde?
    25. 25.  Sterke aanmoediging Wilde geen slecht figuur slaan Had het nodig voor het volgende
    26. 26.  Learning by doing Leren vanuit feedback Willen leren Noodzaak om te leren Zingeving – betekenisgeving => met kennis en vaardigheden AAN DE SLAG gaan.
    27. 27. Zijn ze anders?Leren ze anders Bolhuis (2011)
    28. 28.  Persoonlijkreferentiekader opgebouwd in persoonlijke leergeschiedenis • Al het geleerde vormt referentiekader • Is raamwerk en filter voor alle nieuwe inhouden  Selectie, ordening en interpretatie  Met opvattingen én misvattingen • Hebben opvattingen en ervaringen mbt onderwijs en leren • Verwachtingen tov opleiding, werk en zichzelf
    29. 29. theorie` Hoofdstuk 1 oefeningen practicaVertrekpunt: inhoud theorieoverbrengen Hoofdstuk 2 oefeningen practica Hoo
    30. 30. just-in-case leerstijlaspecten content individuele behoeften? gesloten Open tempo leermaterialen leermaterialen voorkennis uitdiepingsinteresse?
    31. 31. Studiewijzer diverse diverse leerplaatsen leermomenten motiverend mogelijkheden Opentot zelfevaluatie zelfsturend leermateriaal en feedback zelf-instruerend
    32. 32. Inductief werken en open aanpak Leermanagement en sturingReflectie, werken aan verbreding en verdieping Persoonlijke en professionele ontwikkeling Maatwerk en hoge kwaliteit
    33. 33. Wat zijn criteria?
    34. 34. Oriëntatie en motivatieReflectie op eerdere leerervaringenModeling en coachingInstructieInoefening, verwerking, toepassingToetsing
    35. 35.  Afbraakdidactiek CONTACTONDERWIJS F2F DISTANCE LEARNING
    36. 36.  Informatieverspreiding  Webseminar, nieuwsbrief,… Kritische kennistransfer • Slidecasts, webinar, weblecture, … Vaardigheden en competenties • Online cursusmateriaal, leeractiviteit georienteerd, online labs… Vormingsdoelen • f2f
    37. 37. Alleen Kleine groep Grote groepF2FOnline
    38. 38. Alleen Kleine groep Grote groepF2FOnline
    39. 39. Aanbieding Verwerking & Toetsing toepassingAsynchroon Screencast Schematiseren survey Slidecast Mindmapping weblecture Blog wikiSynchroon webinar
    40. 40.  Studenten verkiezen een gematigde inzet van ICT Doorvragen leert dat ze de waarde van F2F-contacten met docenten en studenten benadrukken Studies: „face time‟ met docenten draagt sterk bij tot studiesucces (Ecar Study, 2008)
    41. 41. PRESENCE
    42. 42. Social Presence Cognitive PresenceThe ability of participants The extent to whichin a community of inquiry learners are able toto project themselves construct and confirmsocially and emotionally meaning throughas „real‟ people sustained reflection(i.e., their full personality), and discourse in athrough the medium of critical communitycommunication being of inquiry.used. Teaching Presence The design, facilitation and direction of cognitive and social processes for the purpose of realizing personally meaningful and educationally worthwhile learning outcomes. Garrison, Anderson and Archer (2000)
    43. 43.  Het comfortabel voelen in fora gaat samen met hoog niveau van cognitive presence (Shea, 2008) Verband tussen SP en tevredenheid met docent (TP) (Akyol, Richardson & Swan)
    44. 44.  Mate waarin studenten worden geactiveerd tot betekenisvolle constructie en reflectie Opdracht gestuurd onderwijs leidt tot hogere betrokkenheid en probleemoplossend gedrag (Murphy 2003)
    45. 45.  TP is significante variabele voor student satisfaction, betere leerresultaten en community-bijdragen (Aykol & Garrison,2008) TP is voorwaarde voor CP en SP. laagste CP scores gerapporteerd door studenten die TP ook laag scoren.
    46. 46.  BL cursussen scoren hoger op de 3 vormen van presence dan CO en AO BL- cursussen creëren betere condities voor „higher order thinking‟ (Akyol, Vaughan & Garrison) hoe CP, SP en TP gaan ontwerpen en vormgeven?
    47. 47. Is er evidentie om dit leermodel te promoten?
    48. 48.  Studenten rapporteren over de flexibiliteit van blended cursussen die sterker tegemoet komen aan de verwachtingen en mogelijkheden. Vrouwen participeren in hogere mate en zijn meer succesvol dan mannen. Docenten rapporeren meer en betere interactie in online cursussen dan in F2F.
    49. 49.  Betere leerresultaten in de blended context Kwaliteit van de papers verhoogt Betere uitslagen op de examens Projecten zijn van hogere kwaliteit Duidelijk betere discussies rond cursusopzet en -materiaal Studeren meer toepassingsgericht (transfer) Ontwikkelen higher-order skills zoals kritisch denken, problem- solving, de vaardigheden om de modellen toe te passen in real life situaties
    50. 50.  48.9%+ (26,971) van alle UCF studenten volgden minstens 1 volledig online of blended cursus Consistente hogere tevredenheid m.b.t. de blended cursussen
    51. 51. Voordelen… Grotere connectiviteit met de student Communicatie online en face-to-face Toename intensiteit en frequentie in docent-student and student-student interactie Discussies opgestart in de klas worden verder opgenomen na de klas Duidelijk betere integratie van klas en „thuisactiviteiten‟ Grijze muizen in de klas nemen vaker initiatief in de online setting
    52. 52.  Faciliteer online discussies en kleine groepsactiviteiten Ontwikkel nieuwe vormen van assessment Rooster zowel de f2f als de online activiteiten (overload) Studenten moeten hun rol van actieve actor in blended learning inzien
    53. 53.  Intrinsieke motivatie aanspreken Actief betrekken in wat en hoe de lerende leert Leren moet iets opleveren, helder eindresultaat Duidelijke structuur en heldere afspraken
    54. 54.  Garrison, D. R., Anderson, T., Archer, W. & Rourke, L (2004). Communities of Inquiry. http://communitiesofinquiry.com/ McGee, P., & Diaz, V. (2008). Blended learning. Implementing the instructional model of tomorrow. Paper presented at the Educause South West Regional Conference, Houston TX.

    ×