CVO VSPW-Kortrijk - Luc Descamps - Adolescentie

1,207 views
795 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,207
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
15
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • {}
  • CVO VSPW-Kortrijk - Luc Descamps - Adolescentie

    1. 1. De adolescent CVO VSPWKORTRIJK Luc DESCAMPS
    2. 2. Indien de ontwikkeling anders loopt Lichamelijke ontwikkeling Cognitieve ontwikkeling Dynamisch affectieve ontwikkeling Morele, spel- & tekenontwikkeling Persoonlijkheids -ontwikkeling Seksuele ontwikkeling Sociaal emotionele ontwikkeling
    3. 3.  Puberteit ◦ 12à13 tot 15à16 jaar ◦ Lichamelijke veranderingen + psychisch onevenwicht  Adolescentie ◦ 15à16 tot 20à22 jaar  Jong-volwassenheid ◦ Interimstatus tussen adolescentie en volwassenheid ◦ Genietend van rechten en vrijheden van de volwassene ◦ Doch nog uitstellen van volledige deelname aan de maatschappelijke verplichtingen en zorgen ◦ Experimenteren, ‘andere’ levenswijze pogen te realiseren
    4. 4. Indien de ontwikkeling anders loopt Lichamelijke ontwikkeling Cognitieve ontwikkeling Dynamisch affectieve ontwikkeling Morele, spel- & tekenontwikkeling Persoonlijkheids -ontwikkeling Seksuele ontwikkeling Sociaal emotionele ontwikkeling
    5. 5. Lichaam kind  lichaam volwassene
    6. 6.  Groeispurt  Seksuele rijping  Acceleratieverschijnsel  Psychologische reacties op de lichaamsveranderingen Uitputting Zelfconcept Hoge verwachtingen door anderen Promotie niet aanvaarden
    7. 7. ◦ Begin: strekkingfase  Disharmonisch  Lengtegroei ledematen (eerst handen en voeten en later armen, benen) + groei bepaalde lichaamsextremiteiten (kin, neus) ◦ Naderhand: vullingfase  Vermindering van het onderhuids vetweefsel t.v.v. de hoeveelheid spierweefsel  Duidelijker bij jongens (verbreding schouders) dan bij meisjes (verbreding bekken) ◦ Verloop:  Meisjes : start 10 ½ jaar – hoogtepunt 12 jaar – einde 17 jaar  Jongens : start 13 jaar – hoogtepunt 14 jaar – einde 18 à 19 jaar
    8. 8. Seksuele rijpingsprocessen ◦ Meisjes:  Tussen 9 en 14 jaar: beginnende borstontwikkeling  1 jaar later: start uitgroei uitwendige geslachtsorganen, groei schaamhaar  Nog 1 jaar later: okselbeharing  Tussen 10 en 16 jaar: eerste menstruatie  Ongeveer 15 jaar: voltooiing seksuele rijping ◦ Jongens:  Rond 12 à 13 jaar: uitwendige geslachtsorganen worden groter  1 jaar later : start groei schaamhaar  Nog 1 jaar later: okselbeharing, begin baardgroei en stembreking + eerste zaadlozing  Rond 16 jaar: voltooiing seksuele rijping
    9. 9. Adolescent vandaag t.o.vroeger:  Groter  Eerder geslachtsrijp  Door:     Betere gezondheidszorg Afschaffing kinderarbeid Doorbreken seksuele taboes …
    10. 10.  Spierontwikkeling  Uithoudingsvermogen   Sporten = favoriete bezigheid ◦ ◦ ◦ ◦ Technieken verbeteren Lichamelijke aantrekkelijkheid vergroten Competitie Just for fun
    11. 11.  Lichamelijk aantrekkelijk = positief voor zelfbeeld  Negatieve gevoelens door:       Vroege/late rijping ≠ lichamelijke/psychische ontwikkeling Ongelijk verloop van ontwikkelingen Afwijkingen vrouwelijk/mannelijk ideaalbeeld Jeugdpuistjes Menarche/spermarche: tegenstrijdige emotie
    12. 12.  Rechtstreekse invloeden op het gedrag:  Groeispurt vergt veel energie  uitputtingen  Lichaamsbesef kan de snelle en disharmonische veranderingen niet volgen : onhandigheid, stunteligheid  Deuk voor zelfconcept en zelfwaardering  Onrechtstreekse invloeden op het gedrag:  Volwassener lijken  té hoge verwachtingen  Mannelijk of vrouwelijk uiterlijk  andere bejegening (is nieuw, eventueel confronterend gegeven)  Emotionele reacties (vb. in de war zijn, moeilijk aanvaarden, negatieve reacties bij bepaalde ongemakken, …).
    13. 13. Indien de ontwikkeling anders loopt Lichamelijke ontwikkeling Cognitieve ontwikkeling Dynamisch affectieve ontwikkeling Morele, spel- & tekenontwikkeling Persoonlijkheids -ontwikkeling Seksuele ontwikkeling Sociaal emotionele ontwikkeling
    14. 14.  Abstracte begrippen ◦ Woorden en symbolen ◦ Uitdrukkingen en begrippen met dubbele betekenis  Interpropositioneel denken ◦ Beweringen o.b.v. formele eigenschappen  Denken over hypothesen ◦ Bestaande realiteit is slechts 1 van veel mogelijke realiteiten ◦ Relativerend en kritisch kijken naar gewoonten  Hypothetisch-deductief denken ◦ Bij het oplossen van problemen, eerst mogelijke antwoorden bedenken, die in gedachten toetsen, en hieruit de best passende oplossing halen  Experimenteel denken ◦ In gedachten de situatie een paar keer overdoen, met elke keer een ander element of factor als vertrekpunt  Combinatorisch denken ◦ In gedachten aftoetsen van mogelijke oplossingen of antwoorden, vertrekkend vanuit een factoranalyse  geen mogelijkheid overslaan of vergeten
    15. 15. Aandacht en concentratie  ◦ Selectieve aandacht ◦ Verdelen van aandacht ◦ Langdurige concentratie mogelijk
    16. 16.  Volwassenentaal Gesproken en geschreven taal = begrijpen en voortbrengen  Maar volwassenen begrijpen niet altijd ‘taal van jongeren’ ◦ Bvb. sms’jes en chat-taal of uitdrukkingen zoals ‘smoren’, ‘iemand binnendraaien’, etc.  Taalontwikkeling stopt niet
    17. 17.  Intellectuele vooruitgang, kwantitatief + kwalitatief  Vernieuwd egocentrisme  Onrealistisch zelfbeeld  Verlies van zekerheden  Overkritische ingesteldheid Zie verder bij ‘Persoonlijkheidsontwikkeling
    18. 18. ◦ Kritische houding ◦ Zelfreflectie  ◦ Discussiëren ◦ Idealisme ◦ ≠ Intelligenter
    19. 19. Indien de ontwikkeling anders loopt Lichamelijke ontwikkeling Cognitieve ontwikkeling Dynamisch affectieve ontwikkeling Morele, spel- & tekenontwikkeling Persoonlijkheids -ontwikkeling Seksuele ontwikkeling Sociaal emotionele ontwikkeling
    20. 20. Volgens Erikson: identiteitscrisis (identiteitsverwarring vs. Identiteit)  Snelle dysharmonische groei  Seksuele rijping  Verandering verwachtingen  Nieuwe cognitieve mogelijkheden Verdwijnen zekerheden  vervreemding van zichzelf  identiteitsverwarring Taak: verschillende zelfbelevingen integreren tot een psychosociaal geheel = identiteit
    21. 21. Psychosociaal moratorium of laboratorium  Tweede protestfase  Conformisme ten aanzien van leeftijdsgenoten  Dwepen met idolen  Projectieve vriendschappen en verliefdheden  Eigen territorium  Experimenteren, ervaringen opdoen
    22. 22. Problemen i.v.m. identiteitsvorming n.a.v.:  Vorige fasen  Leeftijdsgenoten  Gezin  Maatschappelijke context  Problematisch:     Voortijdig afsluiten (foreclosure) foreclosure Ernstige identiteitsverwarring (identity confusion ) Blindelings een identiteit aannemen (synthetic identity ) Extreem verzet (negative identity )
    23. 23. Indien de ontwikkeling anders loopt Lichamelijke ontwikkeling Cognitieve ontwikkeling Dynamisch affectieve ontwikkeling Morele, spel- & tekenontwikkeling Persoonlijkheids -ontwikkeling Seksuele ontwikkeling Sociaal emotionele ontwikkeling
    24. 24. Separatie = loskomen van ouders -Invloed: ouders , lftgenoten  Individuatie = autonome persoon worden -Beeld ouders: ouders = feilbaar -Verschilt per gezin en cultuur -Generatiekloof? Rolveranderingen: - Intimiteit en seksualiteit - Relationeel binden - Beroep en studie - Moreel, politiek en levensbeschouwelijk
    25. 25. 2 de separatie-individuatiefase (Mahler):  Tijdens de peutertijd beseft het kind dat het niet gelijk is aan de primaire zorgfiguur + dat deze primaire zorgfiguur niet steeds ter beschikking is  Tijdens de vroege adolescentie: 2de separatieindividuatiefase - Autonomie : zelfstandig beslissingen nemen - Invulling geven aan de individualiteit  Conflicten met ouders zijn basis van groei
    26. 26. 2 dimensies 1. Hoge versus lage verwachtingen 2. Hoge versus lage responsiviteit 4 opvoedingsstijlen 1. 2. 3. 4. Autoritaire opvoedingsstijl Gezaghebbende opvoedingsstijl Toegeeflijke opvoedingsstijl Ongeïnteresseerde opvoedingsstijl
    27. 27.  Autoritaire opvoedingsstijl ◦ Eisend en controlerend, weinig begrip voor gevoelens en behoeften ◦  afhankelijkheid, onzekerheid, afwachtend zijn, minder tolerantie bezittend, …  Gezaghebbende opvoedingsstijl ◦ Verantwoording & overleg, warme en hartelijke contacten ◦  positief zelfbeeld, hoge sociale competenties, gemakkelijke autonomieontwikkeling, …  Toegeeflijke opvoedingsstijl ◦ Rekening houden met gevoelens en argumenten van het kind + weinig grenzen en controle ◦  afhankelijkheid, opvliegendheid, verwend, …  Ongeïnteresseerde opvoedingsstijl ◦ Verwaarlozend ◦  ongelukkig, delinquentie, …
    28. 28.  Meer omgang, ook buiten school omgang  Informele ontmoetingen , ook met andere sekse  Grote en kleine groepen Belang ?  Zelfwaardering, want onzekere periode  Sociale vaardigheden  Experimenteren met nieuwe rollen  Integratie volwassenenwereld voorbereiden  Sociale vergelijking
    29. 29.  De jeugdcultuur ◦ Ado’s hebben een eigen cultuur, met eigen opvattingen en gedragingen  Verschillende subculturen ◦ = Basis voor ‘imago’ ◦ Geen groep van vrienden, hoewel die er wel kunnen uit voortkomen ◦ ‘Conformisme’Bvb. skaters, emo’s, jumpers, tecktonik fans, …
    30. 30. Vriendschap tss ‘boezemvriend(inn)en’ ◦ Speciale band: intimiteit, gelijkwaardigheid en wederkerigheid ◦ Invulling: wederzijds vertrouwen, steun en zorg, gesprekken over alledaagse en intieme zaken ◦ Nadruk:  Jongens: vaak samen dingen doen  Meisjes: vertrouwensfiguur ◦ Tegenwicht voor gevoelens van eenzaamheid
    31. 31. Indien de ontwikkeling anders loopt Lichamelijke ontwikkeling Cognitieve ontwikkeling Dynamisch affectieve ontwikkeling Morele, spel- & tekenontwikkeling Persoonlijkheids -ontwikkeling Seksuele ontwikkeling Sociaal emotionele ontwikkeling
    32. 32.  Ontdekking eigen/ander lichaam  Seksuele omgang met eigen/ander lichaam  Genitale fase (Freud) ◦ Geslachtscontact = centraal ◦ Volwassen seksualiteit, gericht op seksuele omgang met persoon buiten het gezin  Grote openheid versus taboesfeer
    33. 33. Seksuele thema’s 1. Zelfbevrediging ◦ Verwondering, ongemak, schuld ◦ Zelfs bij kleine kinderen ◦ Jongens > meisjes 2. ‘De eerste keer’ ◦ Van vasthouden, via tongzoenen, aanrakingen lichaam en geslachtsdelen tot ‘de eerste keer’ ◦ Opleidingsniveau: hoe lager, hoe vroeger; en viceversa ◦ Motieven: nieuwsgierigheid, affectie, status volwassene ◦ Gemengde emoties: jongens positiever dan meisjes
    34. 34. 3. Anticonceptie en veilig vrijen ◦ Waarom condoom?     Meisjes: zwangerschap voorkomen Jongens: geslachtsziekten voorkomen Hoe jonger, hoe minder anticonceptiegebruik Hoe meer seksuele ervaring, hoe meer anticonceptiegebruik ◦ Tienerzwangerschap  Belang van externe factoren: steun familie, steun partner, economische en culturele factoren
    35. 35. 4. Homoseksueel gedrag ◦ Drie reacties op ontdekking:  Verzet en maskeren  Acceptatie en dubbelleven  Volledige aanvaarding en openheid ◦ Spanningen en angsten  Zelfmoord > gemiddelde ◦ Reacties omgeving meestal positief
    36. 36. Indien de ontwikkeling anders loopt Lichamelijke ontwikkeling Cognitieve ontwikkeling Dynamisch affectieve ontwikkeling Morele, spel- & tekenontwikkeling Persoonlijkheids -ontwikkeling Seksuele ontwikkeling Sociaal emotionele ontwikkeling
    37. 37. Egocentrisme = ‘anderen zijn ook met mij bezig, omdat ik met mezelf bezig ben’ = Imaginair publiek : wanneer een adolescent (kritisch of bewonderend) over zichzelf denkt, denkt hij dat de anderen dit ook doen op dezelfde manier (zoals een publiek). Egocentrisme = Persoonlijke fabel ‘Ik ben uniek, er is geen tweede zoals ik. Ik heb unieke gedachten en gevoelens.’ Ze voelen zich onkwetsbaar en hebben vaak het gevoel dat niemand hen begrijpt.  Oplossing ◦ ◦ Imaginair publiek : Contact met leeftijdsgenoten Persoonlijke fabel : Realisatie van vriendschappen
    38. 38.  Conformisme ◦ In zoektocht naar eigen persoonlijkheid ◦ Met jeugdcultuur, subcultuur, vriendengroep  Bvb. kleding, muziekkeuze, taalgebruik ◦ Met volwassenen  Bvb. oplossen van problemen, kiezen van een beroep  Einde adolescentie ◦ Conformisme 
    39. 39. Identificatie ◦ Zelfontdekking van ‘buiten naar binnen’  Lichamelijke aantrekkelijkheid = belangrijk!  Persoonlijkheidseigenschappen en vaardigheden ◦ Modellen  Personen waaraan adolescent gedrag wil oriënteren Bvb. verre, nabije, abstracte modellen ◦ Idealen  Waardeopvattingen, ontwerpen voor toekomst
    40. 40. Experimenteren met sociale rollen ◦ Bvb. vakantiejob, animator in jeugdwerk, lid van muziekband, partner/lief, roken/drinken, brommerrijden, etc. ◦ Toetsen van gedrag aan rolverwachtingen
    41. 41. Zelfbeeld ◦ Hoe zie ik mezelf? Voor wie houdt men mij? ◦ Differentiatie zelfbeeld + zelfwaardegevoel ◦ Genderverschillen meisjes < jongens
    42. 42. Indien de ontwikkeling anders loopt Lichamelijke ontwikkeling Cognitieve ontwikkeling Dynamisch affectieve ontwikkeling Morele, spel- & tekenontwikkeling Persoonlijkheids -ontwikkeling Seksuele ontwikkeling Sociaal emotionele ontwikkeling
    43. 43. Universele menselijke waarden
    44. 44.  Spelen vervangen door ◦ Sport/hobby’s ◦ Samen optrekken, rondhangen, praten, …  Sociale element!
    45. 45. Kritische houding tov eigen tekentalenten  Stoppen  Toevlucht in:  Kalmerend tekenen  Karikaturen  Herbeginnen  Aftekenen  Tekentechnieken verfijnen (= enkelingen)
    46. 46. Indien de ontwikkeling anders loopt Lichamelijke ontwikkeling Cognitieve ontwikkeling Dynamisch affectieve ontwikkeling Morele, spel- & tekenontwikkeling Persoonlijkheids -ontwikkeling Seksuele ontwikkeling Sociaal emotionele ontwikkeling
    47. 47.  Adolescentie = gevoelige periode  Meestal zonder ernstige problemen  Indien wel problemen: problemen ◦ Verschil in omgang met stress en emotie  Externaliserend: reactie naar buiten gericht (bv agressie, ongehoorzaamheid, overactief gedrag)  Internaliserend: reactie naar binnen gericht (sociale teruggetrokkenheid, angst, depressie, psychosomatiek) ◦ Verschil in gradaties
    48. 48. Jeugdcriminaliteit ◦ Meestal lichte vormen Bvb. fietsen zonder verlichting, protesteren in betoging, niet teruggeven van te veel ontvangen wisselgeld ◦ Hoogtepunt: 17-18 jaar ◦ Oorzaak: wensen goedkeuring leeftijdsgenoten ◦ Gesocialiseerd versus ondergesocialiseerd Stoppen criminaliteit Gaan er mee door
    49. 49. Middelengebruik en –verslaving ◦ Biologische en psychische afhankelijkheid ◦ Alcohol, roken, andere (illegale) drugs ◦ Waarom? Spanningen wegnemen, plezierige emotionele toestand,… ◦ Problemen? Identificatie met drugcultuur, fysieke achteruitgang, schoolprestaties , gedragsveranderingen
    50. 50.  Depressiviteit ◦ Sombere stemming, minder plezier beleven, eetlust  of , verstoord slaappatroon, concentratie , … ◦ Stijgt in adolescentie ◦ Oorzaak: genetisch of omgeving  Suïcide ◦ Oorzaak: depressie, stress, perfectionisme, conflicten, …
    51. 51.  Eetproblemen ◦ Obesitas Gevolgen voor psyche en gezondheid  Eetstoornis ◦ Anorexia nervosa Onderdrukte eetlust, slank willen zijn, ontkenning van vermagering, buitengewone invloed van gewicht op zelfbeeld ◦ Boulimia nervosa  Vreetbuien owv eetdrang versus slank willen zijn (braken, dieethouden, …), gewicht blijft normaal, buitengewone invloed van gewicht op zelfbeeld ◦ Oorzaak: biologisch, psychisch, sociaal, cultureel
    52. 52.  Overgang kind – volwassene  Tweede strekking – seksuele rijpingsprocessen  Waarnemen van meerdere dingen tegelijk  Formeel operationeel denken  Jongerentaal  Separatie en individuatie  Belang leeftijdgenoten , ook andere sekse  Jeugd- en subcultuur, vrienschappen
    53. 53.  Genitale fase: geslachtscontact = centraal  Egocentrisme, conformisme, identiteitsvinding  Richt zich naar universele menselijke waarden, met afwegingen  Sport/hobby’s/samen zijn ipv spel  Kritisch tov tekentalent  Externaliserende en internaliserende problemen

    ×