Your SlideShare is downloading. ×
De Kansen En De Risico[1]  1
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Introducing the official SlideShare app

Stunning, full-screen experience for iPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

De Kansen En De Risico[1] 1

586
views

Published on

DE KANSEN EN RISICO’S VAN GESTRUCTUREERDE PRODUCTEN VOOR PRIVÉBELEGGERS, …

DE KANSEN EN RISICO’S VAN GESTRUCTUREERDE PRODUCTEN VOOR PRIVÉBELEGGERS,
INSTITUTIONELE BELEGGERS EN DE FINANCIËLE WERELD
Referaat Postacademische opleiding Master of Financial Planning
Erasmus Universiteit Rotterdam
Luciano Durán Morales
Begeleiding: Drs. J.E. van den Berg
September 2007


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
586
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
5
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. DE KANSEN EN RISICO’S VAN GESTRUCTUREERDE PRODUCTEN VOOR PRIVÉBELEGGERS,INSTITUTIONELE BELEGGERS EN DE FINANCIËLE WERELDReferaat Postacademische opleiding Master of Financial PlanningErasmus Universiteit RotterdamLuciano Durán MoralesBegeleiding: Drs. J.E. van den BergSeptember 2007 1
  • 2. Inhoudsopgave1. Inleiding2. Gestructureerde producten, een globale ontwikkeling3. Wat zijn gestructureerde producten4. Vormen en diversiteit5. De retail beleggingsmarkt voor gestructureerde producten6. Hoe kunnen gestructureerde producten worden toegepast voor vermogensmanagement?7. De standaard risico’s van beleggingen in gestructureerde producten.8. De institutionele belegger en gestructureerde producten9. De structuur van een CDO en prijsstelling10. Krediet crisis11. Zorgplicht12. Conclusie13 Literatuurlijst, bronnen, websites en interviews 2
  • 3. 1.- InleidingDe 21ste eeuw lijkt te worden gedomineerd door een ontwikkeling die in zeer korte tijd de traditionelemanier van beleggen heeft veranderd. Dit is een ontwikkeling die zorg baart. Dit omdat de wildgroeivan gestructureerde producten juist de doorzichtigheid van deze beleggingsvorm belemmert. De AFMmaakt zich met reden zorgen in haar verkennende analyse over de markt van gestructureerdeproducten. (rapport: Verkennende analyse gestructureerde producten)In dit referaat wordt een verkennende analyse gemaakt van diverse vormen van beleggen metgestructureerde producten en in het bijzonder de CDO’s. Hierbij zal de volgende probleemstellingworden beantwoord:Welke risico’s zijn er verbonden aan het beleggen met gestructureerde producten en hoe kunnen dezerisico’s worden beperkt?Ik zal beginnen met in hoofdstuk 2 te verklaren door welke relevante ontwikkelingen gestructureerdebeleggingsproducten zijn ontstaan. De regelgevingen zoals het Bazelse Kapitaalakkoord en de steedsgrotere vervlechting van de financiële wereld leiden tot ingrijpende veranderingen die de opkomst vangestructureerde producten kunnen verklaren. Er is een steeds grotere behoefte aan zulke producten metgaranties die wel kunnen profiteren van haussemarkten en anderen waarbij men van tevoren decashflows kan uitrekenen. Ik heb de meest relevante veranderingen op een rij gezet.Gestructureerde producten bieden beleggers de mogelijkheid om te beleggen in beleggingscategorieënen markten die voorheen niet toegankelijk waren.. Een voorbeeld van dit fenomeen is dat het numogelijk is om te beleggen in weer of water. In hoofdstuk 3 geef ik antwoord op de vraag van watgestructureerde producten zijn. Gestructureerde producten zijn een verzamelnaam voor diversenbeleggingsvormen die erg divers zijn en dagelijks komen er steeds meer producten bij. Daarom is hetvan belang om de diversen vormen te categoriseren. Dit zal worden behandeld in hoofdstuk 4. Inhoofdstuk 5 geef ik weer wat de ontwikkelingen zijn voor de retail markt van gestructureerdeproducten.Hoe kunnen gestructureerde producten worden toegepast om de doelstellingen van de investeerder teverwezenlijken? Ik laat aan de hand van de cashflowmatching methode zien hoe gestructureerdeproducten eventueel kunnen worden toegepast in het vermogensmanagement. Dit zal wordenbehandeld in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 gaat over de standaard risico’s die beleggers in gestructureerdeproducten moeten overwegen voordat zij gaan beleggen in zulke producten. Hoofdstuk 8 zal verklarenwaarom institutionele beleggers risico’s anders afwegen dan particuliere beleggers. Dit is van belangomdat er steeds meer gestructureerde producten met alfa en beta strategieën worden ontwikkeld voorde particulier. Deze ontwikkeling is ontstaan vanuit institutioneel vermogensbeheer. CDO is hetproduct wat op dit moment het meeste invloed heeft op de stabiliteit van de financiële wereld. Het isdus erg van belang om deze producten te doorgronden en te begrijpen wat zij zijn. Daarom ga ik inhoofdstuk 9 kijken naar de structuur van de CDO.De kern van mijn betoog zal komen in hoofdstuk 10 en 11. In hoofdstuk 10 maak ik het duidelijk hoebelangrijk gestructureerde producten tegenwoordig zijn. Dit komt door de globalisering envervlechting van de financiële wereld. Bovendien zal ik duidelijk proberen te maken welke implicatiesde ‘Kredietcrisis’ heeft voor de stabiliteit en het vertrouwen van het mondiale financieel systeem.Zorgplicht is essentieel, omdat dit de basis moet zijn waarop de financiële producten moeten wordenverstrekt. Dit vanwege het feit dat de cliënt de risico’s van het product moet kunnen dragen. Dit zal dekern zijn van hoofdstuk 11. In mijn conclusie, in hoofdstuk 12, zal ik uiteenzetten dat door deglobalisering en vervlechting van de financiële wereld de risico’s steeds minder te doorzien zijn, watik al in de voorgaande hoofdstukken aangetoond heb. Daarom is het van belang dat men in definanciële wereld op de kwaliteit van de verstrekte producten kan vertrouwen. Hiervoor is zorgplichthet fundament. 3
  • 4. 2.- Gestructureerde producten een globale ontwikkelingVolgens de AFM zijn gestructureerde producten in de belangstelling komen te staan tijdens deeconomische bloei van de jaren negentig in Nederland. (rapport AFM: Verkennende analysegestructureerde producten). De jaren negentig van de vorige eeuw was een periode van uitzonderlijkegroei en welvaart in grote delen van de wereld. De technologische revolutie heeft geleid tot één vangrootse tijdperken van economisch groei en optimisme in de moderne geschiedenis. Er werdgesproken van een nieuwe economie. Tijdperken van economische bloei zijn echter niet eeuwigdurend en zijn gekoppeld aan economische cycli. Dit werd pijnlijk duidelijk na de ineenstortenting vande ‘Internet Bubble’ en het verlies van economisch vertrouwen na de aanslagen van 11 september2001. Dit soort gebeurtenis is niet uniek. De wereldeconomie wordt continue geconfronteerd metfinanciële crisissen waaronder de grote depressie van 1929, ‘Black Monday’ 1987, Mexico 1995, deAzië crisis van 1997-1998, de devaluatie van de Russische roebel in 1998, Samba crisis in Braziliëvan 1999, de recessie van 2001 -2003 en meer recentelijk de hypotheekmarkt crises van 2006 totheden in de VS. Daardoor is riskmanagement een belangrijk en bovendien actueel onderwerpgeworden voor bankiers en politici. In Bazel, waar de Bank for International Settlements gevestigd is,werd de globale standaard gevestigd voor de regulering van de financiële wereld Dit heet het BazelseKapitaalakkoord. De nieuwste standaard die in 2008 wordt ingevoerd is Bazel II. De 3 pijlers vanBasel II zijn minimumkapitaaleisen, weging door toezichthouders en marktdiscipline. De bankenzullen steeds meer een verbeterd systeem van risicobeheersing moeten laten zien.De theoretische achtergrond van riskmanagement is ‘Value at Risk’. De instrumenten die kunnenworden ingezet voor risicomanagement, zoals opties en futures, om de toekomstige geldstromen tebeschermen zijn geen uitvinding van het moderne tijdperk. Derivaten en afgeleiden product werdenvoor het eerst gebruikt in de oudheid om de inkomsten van de wijnoogst te beschermen tegen dalendeprijzen. In de afgelopen eeuw heeft deze economische wetenschap vorm gekregen. 1973 was hetsleutel jaar waarin de portefeuilletheorie van Markowitz, Sharpe asset-pricing, en het Bachelier marktmodel, voet aan grond kregen bij twee geleerden, Fischer Black en Myron Scholes. Zij combineerdendeze theorie en in dat jaar publiceerden zij de optietheorie formule. Wat hieruit voortvloeide is hetValue at Risk model.Door de globalisering van de wereldeconomie is er een steeds verdergaande concurrentie ontstaantussen financiële instellingen. De ontwikkeling wordt gekenmerkt door de verandering van een relatie-bankgeoriënteerd systeem naar een marktgeoriënteerd financieel systeem. Het belangrijkste verschiltussen deze is dat bij het bankgeoriënteerde systeem bankkredieten een belangrijke rol spelen bij definanciering van een onderneming. Bij het marktgebaseerde stelsel zijn echter de financiële marktenvan belang. Volgens Basel II moet de prijsstelling van kredieten verfijnder plaatsvinden. Hierdoorworden de rentemarges voor banken steeds lager. Bovendien leidt de steeds grotere concurrentietussen financiële instellingen ertoe dat er nog maar weinig winstgevende activiteiten kunnen wordenbenut. Het interessante rendement kon alleen nog worden behaald op leningen met een verhoogdkredietrisico. Om het verhoogde risico te managen zijn er in de loop van de jaren zeventig van deafgelopen eeuw nieuwe financiële instrumenten ontwikkeld. Bijvoorbeeld gesecuritiseerde productenzoals ABS en later in de jaren negentig kredietderivaten.Eén de gevolgen van deze toenemende concurrentie is meer gebruik van derivaten (‘financialengineering’) met alle risico’s van dien. Dit heeft geleid tot een tendens om de risico’s over te hevelennaar de financiële markten. De institutionele beleggers waren geïnteresseerd in dit extra risico, omdatvoor extra risico de belegger een hogere vergoeding vraagt en dit weer een extra rendement oplevert inportefeuille. Daarnaast konden institutionele partijen beleggen in markten die voorheen moeilijktoegankelijk waren en zo boden gestructureerde producten de mogelijkheid om het risico te spreiden. 4
  • 5. In de jaren zeventig groeiden de markten voor derivaten, zoals opties en futures, door de ontwikkelingvan de derivaattheorie. Eind jaren zeventig groeide de markt voor de gesecuritiseerde hypotheekportefeuilles vanwege de behoefte van banken aan extra liquiditeiten. De jaren tachtig bracht de PC endit heeft geleid tot verdere automatisering van de samenleving. Op zijn beurt heeft dit weer geleid totgrotere efficiëntie in de financiële markten en meer concurrentie tussen financiële instellingen.Hierdoor werd het mogelijk om tegen scherpe prijzen zeer complexe derivaten aan te bieden. Dezezogenaamde exotische opties, die worden verhandeld op de ‘Over the Counter’ markten, kunnen opmaatwerk worden gebouwd met elke denkbare uitbetalingstructuur. Door de volwassen wording vande ‘Over The Counter’ markten waren de banken steeds meer in staat om maatwerk producten teontwikkelen. Deze producten boden de mogelijkheid aan particulieren om in markten en structuren tebeleggen die voorheen niet toegankelijk waren voor hen. Daarnaast bood de markt voor retailgestructureerde producten een interessante mogelijkheid voor banken om producten met hoge margeste verkopen. Dit zorgde ervoor dat het moment rijp was voor introductie van gestructureerde productenin de jaren negentig voor de particulieren.De eerste generatie van zulke producten waren voornamelijk hefboomproducten. Na ineenstorting vande ‘Internet Bubble’ en de aanslagen van 11 september in 2001 in New York werd het duidelijk datzorgplicht een steeds belangrijkere rol zou gaan spelen in de ontwikkeling van gestructureerdeproducten. Hierdoor kennen wij vandaag een grote variëteit aan gestructureerde producten die eengarantie ingebouwd hebben of een stop loss. 5
  • 6. 3- Wat zijn gestructureerde producten?Gestructureerde producten zijn synthetische beleggingsproducten die worden uitgegeven doorprofessionele partijen zoals banken, verzekeraars en beleggingsinstellingen. Ze bieden demogelijkheid om gebruik te maken van een beleggingsvehikel. Deze is special vorm gegeven om eenmaatwerk uitbetalingstructuur mogelijk te maken of toegang te bieden tot een markt. Debeleggingsuitbetaling is gerelateerd aan een coupon, kredietevenement of koerswinst, waarvan demaximale winst, verlies of hefboom van tevoren is vastgesteld in een formule. De prestatie isafhankelijk van de onderliggende waarde.Er bestaat geen eenduidige definitie voor de term gestructureerde producten. Dit reflecteert dediversiteit van zogehete synthetische producten die meestal ingrediënten mengen van primairebeleggingsinstrumenten, zoals obligaties en aandelen met secundaire beleggingsinstrumenten zoalsexotische derivaten (maatwerk derivaten die worden verhandeld in de besloten wereld van deonderhandse optiemarkten) tot een gestructureerd product. Gestructureerde producten vormen samenmet beleggingsfondsen de tertiaire klasse oftewel dienstverlenende beleggingsinstrumenten.Marcel Tak van IEX vergelijkt gestructureerde producten met kant en klare maaltijden. Het is vaakduurder en smaakt minder dan wanneer je zelf de ingrediënten op de markt koopt, al is het wel zomakkelijk. Bovendien hoef je niet te beschikken over juiste ingrediënten, apparatuur en kennis.Met een gestructureerd product hoef je niet de geschikte index, aandeel of obligatie aan te schaffen endaarbij de verschillenden derivaten in te bouwen. Gestructureerde producten bieden toegang totexotische markten of sectoren. De belegger kan dan zijn gewenste risico-rendement verhoudinguitkiezen mits hij goed geïnformeerd is, over de juiste informatie beschikt en het product transparantis. 6
  • 7. 4.- Vormen en diversiteitDe beschermingsconstructie is wat gestructureerde retail-producten onderscheidt van institutionelegestructureerde producten. De beschermingsconstructie maakt deze producten duurder, maar biedt welde nodige bescherming in turbulente markten. Bescherming kan worden onderscheiden in volledigekapitaalgarantie, gedeeltelijke kapitaalgarantie en de stop loss constructie.De meest gebruikte beschermingsconstructie is als volgt. Een gedeelte van de inleg wordt gebruikt omeen zero coupon obligatie te kopen, wat de kapitaalgarantie is, en de verwachte coupon wordt belegdin de derivaatconstructies.Dit zijn de meest relevante beleggingscategorieën waarop de onderliggende waarde vangestructureerde producten worden gebouwd: 1) aandelenindices 2) mandje aandelen/ individueel aandeel 3) obligatie-indices 4) grondstoffenindices/grondstof 5) valuta 6) Hedge funds 7) Managed funds 8) Onroerendgoedindices 9) Private Equity 10) CDO structuren 11) CPPIIndelingen van gestructureerde retail-producten naar beleggingsdoel:Inkomensproducten:Dit zijn obligatieachtige uitbetalingstructuren waarbij de belegger een periodieke couponbetaling kanverwachten. Soms is de coupon variabel en afhankelijk van het resultaat van bijvoorbeeld eenonderliggende index. Een enkele keer is de coupon geheel of gedeeltelijk onafhankelijk van hetrendement en wordt de uitbetaling in mindering gebracht op de intrinsieke waarde van het product. Indat geval maakt de coupon geen onderdeel uit van het rendement.Het verschil met de zero coupon structuren bij deze obligatieachtige structuur is dat de structuur nietgebouwd is met een zero coupon obligatie, maar met rente uitbetalende structuur. In plaats van hetkopen van een calloptie gebruikt deze structuur meestal een shortputoptie op een onderliggendebeleggingscategorie. Hierbij wordt de premie gebruikt om te investeren in de obligatiestructuur. Bijdalende koersen kan dit leiden tot een lagere eindsom.Vermogensgroeiproducten:Dit zijn producten die tussentijds geen uitkering doen. Het rendement komt tot stand door demogelijke behaalde winsten aan het eind van de looptijd ineens uit te betalen. Voor deze producten ishet belangrijk om te weten of tussentijdse rendementen worden vastgeclickt. Als dat niet het geval isdan kan de belegger aan het eind van de looptijd bij ongunstige omstandigheden alsnog veel van heteerder opgebouwde rendement kwijtraken. Bij deze structuren is het belangrijk te realiseren dat bij eenhoge volatiliteit in de markt men meer betaalt voor de onderliggende derivaatconstructie en bij lagerente is de zero coupon obligatie duurder. 7
  • 8. Garantieproducten:De belegger weet bij deze producten dat hij in ieder geval een belangrijk deel van de inleg aan het eindvan de looptijd terugkrijgt. Een inleggarantie is mooi, maar bedenk wel dat als er gedurende delooptijd geen rendement wordt gemaakt er wel verlies is in de vorm van gemist rendement. Dit kanflink oplopen over een looptijd van 10 jaar.Rendement-clickers:Dit zijn producten waarbij tussentijdse rendementen worden vastgezet. Met het vastzetten van hetrendement wordt per definitie ook de hoofdsom gegarandeerd. Het spreekt voor zich dat dezeproducten voor de geboden veiligheid een prijs in rekening brengen. Meestal gebeurt dit in de vormvan een beperkte rendementsperspectief.Voorwaardelijke garantieproducten:Sommige producten geven slechts een garantie als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, bijvoorbeeldals de onderliggende index gedurende de looptijd niet meer dan 40% is gedaald. Het spreekt voor zichdat de belegger goed de aard van de beperkingen moet weten. Bovendien dient hij vooral in te schattenin hoeverre de negatieve consequenties acceptabel zijn als de beperkende voorwaarden in werkingtreden.Rendementsversnellers/ Hefboom producten:Met deze producten kan de belegger meer rendement maken dan met de onderliggende waarde. Derisico’s liggen vaak (veel) hoger dan bij een gewone belegging.Strategieproducten:Met deze producten tracht de uitgevende instelling via een van te voren vastgestelde strategie extrarendement te maken. De belegger moet een oordeel vellen of hij vertrouwen heeft in de gehanteerdestrategieRendementverhogende renteproducten:Door middel van een vaak zeer complexe structuur wordt getracht de belegger een hoger rendementaan te bieden dan er op de standaard obligaties wordt aangeboden. Bij deze producten geldt een hogerrisico dan bij gewone obligaties. Vaak geven de bekende ratingbureaus S&P, Moody’s en Fitch eenoordeel over de kredietwaardigheid van deze obligaties via een lettercombinatie bijvoorbeeld vanAAA tot D of C. Dus van investment grade ( zeer kredietwaardig) tot High Yield (speculatieve ratinggrote kans tot faillissement). Deze kwalificatie voor de note is overigens niet te vergelijken met derating voor normale bedrijfsobligaties vanwege het market to market waarderingsmodel. Belangrijk bijdeze producten is om te kijken als ze beursgenoteerd zijn. Als dat niet zo is dan kan het voorkomen,bijvoorbeeld tijdens een krediet crisis, dat er nauwelijks liquiditeit in de markt bestaat voor ditproduct.Multi beleggingscategorieën:Beleggingscategorieën kunnen worden gecombineerd op verschillende manieren. De prestatie van eenproduct kan bijvoorbeeld worden gebaseerd op het gemiddelde rendement van twee of meerbeleggingscategorieën. Het is ook mogelijk om een lookback constructie in te bouwen met hetkenmerk dat de prestatie is gebaseerd op de beste beleggingscategorie of mix van een paarbeleggingscategorieën. 8
  • 9. 5.- De retail beleggingsmarkt voor gestructureerde productenNaar schatting van de AFM was de retail markt voor gestructureerde producten in Nederland in 200630 miljard groot, met duizend verschillende soorten gestructureerde producten. Dus een kwart van deomvang van de markt voor beleggingsfondsen. In Europa bedroeg de markt in 2005 423 miljard euro.Italië, Duitsland, België, Spanje, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk nemen in totaal 80% van deEuropese markt voor gestructureerde producten voor hun rekening. De cijfers laten zien datgestructureerde producten een blijvende plaats hebben verkregen in Europese markt voorbeleggingsproducten. (Bron www.structuredretailproducts.com)De Nederlandse markt wordt gedomineerd door aantal spelers die traditioneel de markt voorbeleggingsproducten hebben gedomineerd zoals ABN AMRO, Rabobank, Robeco en ING. Zij hebbengezamenlijk een aandeel van rond 80%. Door de toenemende concurrentie vanwege de ontwikkelingnaar een marktgeoriënteerd systeem zijn er meer spelers op deze markt toegetreden. Er zijn daarnaastongeveer 25 kleine partijen actief als aanbieder die vaak onderdeel vormen van distributie kanaal vangrote buitenlandse banken. De grote buitenlandse spellers zijn Barclays Investors, BNP Paribas,Blackrock Merril Lynch, Commerzbank, Société Générale en Lehman Brothers.Deze spelers veroveren steeds grotere marktaandelen. De turbo producten van ABN AMRO zijn zeerpopulair en Barclays scoort goed op de ranglijsten van de IEX en laat regelmatig productontwikkelaarsvan de traditionele banken in de Benelux achter zich. Inmiddels zijn er volgens een onderzoek vanMiljard Brown in 2006 zo’n 500.000 huishoudens die één of meer gestructureerde producten in hunportefeuille hebben. De meeste beleggers hebben naast gestructureerde producten ook anderebeleggingsproducten in hun portefeuille.De gestructureerde producten van Legio Lease gestimuleerd door de euforie van de meest langdurigeeconomische ‘boom’ in de moderne geschiedenis in de jaren negentig en gestimuleerd door eengunstig belastingklimaat voor rente aftrek (Wet IB 1964) werden een massaproduct. Deze productenwaren voornamelijk hefboomproducten. Hier kwam een bitter einde aan in 2001. Veel beleggersbleven met restschuld achter. Ondanks dit problematische begin zijn gestructureerde productenhelemaal weer in opkomst en dit zijn nieuwe producten die voornamelijk worden gekenmerkt met eenbeschermingsconstructie als een stop loss, een garantie en clickconstructie. De ontwikkeling wordtgestimuleerd door een behoefte aan kant en klare oplossing waarmee men kan profiteren van haussemarkten met een beperkt neerwaarts risico.De distributiekanalen van gestructureerde producten lopen naar schatting voor 95% rechtstreeks naarde particulier zonder tussenkomst van een adviseur. Particulieren laten zich tot aanschaf van dezeproducten overhalen via de traditionele bankkanalen, door advertenties in de media of op websites. Erzijn voor de rest weinig publieke gegevens beschikbaar zoals koershistorische informatie. De redenhiervoor is vaak de korte looptijd van deze producten, de grote variatie in structuren, de vaakcomplexe ondoorzichtige kostenstructuur, het grote aanbod en de lastige classificatie doordatgestructureerde producten vaak verschillende beleggingskenmerken combineren. De website van IEXvolgt de Nederlandse markt structureel en analyseert individueel gestructureerde producten en is deenige vergelijkingsbron voor particulieren. Er bestaat wel een zekere heterogeniteit vangestructureerde producten naar beleggingsdoel.In de toekomst zullen er steeds meer gestructureerde producten worden uitgegeven die zich lenen voorvermogensmanagement in het bijzonder voor pensioenopbouw en aflossing van een hypotheek. (Bronrapport AFM verkennende analyse gestructureerde producten) 9
  • 10. 6.- Hoe kunnen gestructureerde producten worden toegepast voorvermogensmanagement?Door het vermogensplanningsproces te baseren op asset & liability management kan een duidelijkeinvulling worden gegeven aan de toekomstige bezettingen en verplichtingen. Dit gebeurt door eenanalyse van de vermogensituatie te doen en die te vergelijken met de doelstellingen van de belegger.In de confrontatie fase kan via een scenarioanalyse een optimale portefeuille worden samengesteld.Alvorens zo’n analyse kan plaatsvinden moet er eerst een duidelijk beeld zijn van de huidige en deverwachte ontwikkeling van de financiële situatie.Analyse vermogensituatie:Door het creëren van een overzicht met de huidige inkomsten en uitgaven kan het huidige consumptiefbesteedbaar inkomen worden bepaald. Daarnaast moeten huidige bezittingen en schulden in kaartworden gebracht. Hierbij moet rekening worden gehouden met de verwachte toekomstigeontwikkeling van de inkomsten en uitgaven en de waardegroei of -vermindering van de bezittingen enschulden.Hiertegenover moet een overzicht worden gecreëerd met een analyse van de toekomstigeverplichtingen en de onvoorzienbare uitgaven. Hierbij is het de vraag of de voorzienbare enonvoorzienbare risico’s zijn afgedekt. Er kan dan een afweging worden gemaakt of het gewenst en ofnoodzakelijk is om voorzieningen te treffen om de financiële gevolgen te kunnen opvangen. Hierbijvalt te denken aan overlijden, fiscaliteiten, het verliezen van inkomen, arbeidsongeschiktheid enveranderingen in de gezinssamenstelling waaronder echtscheiding. In het geval van een echtscheidingis het van belang om te bepalen welk huwelijksgoederen regime de belegger heeft en in welke box debeleggingen vallen. Daarbij moet worden gekeken of men binnen BV of daar buiten gaat beleggen dusin Box II of in Box III. Iedere (rechts-)persoon en situatie heeft zijn eigen specifieke kenmerkenbijvoorbeeld:Particulieren:De particuliere belegger betaalt belasting in box 3 waarbij rekening wordt gehouden met depersoonlijke vrijstelling van 2007 van € 20.014 per persoon. Heffingsvrij vermogen kan wordenovergedragen aan de fiscale partner. Box 3 kent een fictief rendement van 4% dit rendement wordtvervolgens belast met een tarief van 30% waardoor de effectieve belasting druk op 1,2% uitkomt.IB-ondernemers:De IB-ondernemer valt net als de particulier voor zijn beleggingen in box 3. Er dient gekeken teworden naar de particuliere belangen en de ondernemingsbelangen. Het moet uitgezocht worden welkevermogensbestanddelen in de onderneming, dan wel in privé, moeten worden ondergebracht. Tedenken valt aan de problematiek rondom het bedrijfspand of liquiditeiten die uit de onderneming naarprivé worden getrokken.DGA’sDe DGA kent een aantal mogelijkheden op het gebied van zijn beleggingen. Hierbij speelt vooral devraag of je moet beleggen in de BV of in privé. Er zijn vier mogelijkheden. 1. Beleggen in privé door de uitkeringen van dividend. Hiervoor is in 2007 tijdelijk 22 % belasting verschuldigd. Vervolgens kan 78 % van het uitgekeerde dividend belegd worden in privé. Over de beleggingen in privé moet jaarlijks vermogen rendementsheffing worden betaald. 10
  • 11. 2. Beleggen in de BV. Het voordeel van beleggen in de BV is dat men 100% van het vermogen kan beleggen en de eventuele verliezen zijn fiscaal aftrekbaar. Er dient rekening te worden gehouden met de te betalen vennootschapsbelasting van de vennootschap. Tevens rust er een aanmerkelijk belang claim. 3. Beleggen in privé door geld te lenen van de BV. Er zal een zakelijke rente moeten worden vergoed aan de BV. Over de rentebaten moet de BV vennootschapsbelasting betalen. In privé komt de schuld in box III. Op deze manier wordt de aanmerkelijk belang claim vermeden. 4. Beleggen in BV 5% belang.Definiëring doelstellingen:Wat wil de cliënt met de belegging bereiken? Wil hij nu of in de toekomst een aanvulling op hetinkomen realiseren? Is vermogen waar geen concrete bestemming voor bestaat vrij? Met geld datbedoeld is om een aanvulling op het levensonderhoud te creëren moet anders omgesprongen wordendan met vrij vermogen.Er zijn verscheidene beleggingsdoelstellingen:-Pensioenaanvulling-Financiële reserve;-Aanschaf van onroerende zaken;-Ter financiering van studie of opleiding:-Inkomensaanvulling-Aflossing van de schulden en/of kredieten.De confrontatie fase:De meest kwantificeerbare manier om te bepalen of de belegging aan het doel voldoet is door te kijkennaar de methoden van Cash Flow Matching. Hiermee wordt gekeken of de toekomstige verplichtingenkunnen worden voldaan met cashflows die de beleggingen genereren. Dit is vrij goed te kwantificerenmet gestructureerde producten met een coupon, zodat men kan bepalen of de toekomstige uitbetalingen de looptijd passen bij de doelstelling van de belegger. Met de cashflowmatiging methode zorgt menervoor dat de benodigde kasstromen op het juiste moment beschikbaar komen om zo aan het doel vande belegger te voldoen.ScenarioanalyseDoormiddel van Asset Liability Matching door het samenstellen van een kasstroomschema kan menbepalen wanneer men bepaalde kasstromen nodig heeft om aan de verplichtingen te voldoen. Om tekwantificeren wanneer men bepaalde inkomsten en uitgaven verwacht is het nodig om een overzicht tecreëren. Hierbij dient men rekening te houden met het huidige inkomsten- en uitgavenpatroon en ookmet de bezettingen en schulden. Door eerst de uitgaven te selecteren die het verst in de tijd verwijderdzijn en vervolgens terug te rekenen worden de kasstromen duidelijk. Hierbij is het de vraag of devoorzienbare en onvoorzienbare risico’s zijn afgedekt. Er kan dan een afweging worden gemaakt ofhet gewenst en of noodzakelijk is om voorzieningen te treffen om de financiële gevolgen te kunnenopvangen. Hierbij kan gedacht worden aan overlijden, fiscaliteiten, het verliezen van inkomen,arbeidsongeschiktheid en veranderingen in de gezinssamenstelling waaronder echtscheiding. 11
  • 12. Optimale portefeuillesamenstelling:Er moet dan een product uitgekozen worden dat een vergelijkbare uitbetalingstructuur heeft als deuitkomst van het kasstroomschema. Om een keuze te kunnen maken in welk producten zal wordenbelegd moet gekeken worden naar de inschrijfperiode van het product, looptijd van het product, hetdoel van het product, kostenstructuur, doorzichtigheid, de mogelijke risico’s van het product, verwachtrendementsperspectief en scenarioanalyses voor het product. Bij de scenarioanalyses voor het productmoet ook een worst case scenario worden bepaald. Het is niet alleen belangrijk om de looptijd tematchen met het moment waarop de verwachte verplichting valt, ook moet er rekening wordengehouden met de rente- couponuitkeringen en met de uitlotingswinst of -verlies. Dit kan niet alleengedaan worden met een belegging die illiquide is, want er zijn altijd te verwachten onvoorzienbareuitgaven. Dus is het verstandig om voldoende middelen beschikbaar te hebben die liquide zijn. Ermoet een juiste verhouding zijn tussen de illiquide middelen en liquide middelen. 12
  • 13. 7.- Het standaard risico van beleggingen in gestructureerde productenDit zijn risico’s die in ieder geval verbonden zijn aan het beleggen in gestructureerde producten. Debelegger zal deze risico’s in rekening moeten nemen voordat hij ervoor kiest om in zulke producten tebeleggen. Door de grote verscheidenheid zijn de risico’s per type gestructureerd product weer anders. 1. Insolventierisico van de uitgevende instelling:De emittent en/of de borg riskeren tijdelijk of definitief insolvent te zijn. Het risico is vrij gering als deemittent een grote internationale bank is. 2. Liquiditeitsrisico:Er bestaat niet noodzakelijk een markt voor het gestructureerde product. 3. Wisselkoersrisico:Als het product uitgegeven is in andere valuta dan de euro dan is het product onderhevig aan de impactvan wisselkoersschommelingen. 4. Risico van vervroegde aflossing:De belegger loopt een risico wanneer de emittent van een gestructureerd product de mogelijkheid heeftvan een vervroegd aflossingsrecht in zijn voordeel. Een dergelijke vervroegde aflossing kan deverwachte rendementen wijzigen. 5. Kredietrisico:Als de waarden van de beleggingen worden beïnvloed door een negatieve ontwikkeling van dekredietwaardigheid van de debiteuren. 6. Credit spread risico:Credit obligaties staan bloot aan de credit spread ofwel het risico dat de spread uitloopt, wat een lagerewaardering van de aangehouden credit obligaties impliceert. 7. Renterisico’s:De waarde van de structuur fluctueert als gevolg van verandering in de marktrentes. 8. Risico’s van turbo’s:Door de hefboom is een belegging in turbo’s risicovoller dan een directe belegging in deonderliggende waarde. Als de koers van de onderliggende waarde het stop loss-niveau raakt ofoverschrijdt, dan wordt de turbo automatisch afgewikkeld en de restwaarde aan de beleggerterugbetaald. Men kan in deze gevallen de gehele inleg verliezen. Indien men belegt in een turbowaarvan de onderliggende waarde in vreemde valuta genoteerd staat, dan kan de koers van de turbonegatief beïnvloed worden door de wisselkoerseffecten. 13
  • 14. 8.- De institutionele belegger en gestructureerde productenDe institutionele belegger heeft een steeds grotere behoefte aan producten met een hogerrendementprofiel. Dit vanwege de introductie van het Financieel Toetsingskader dat de nadruk legt opde marktwaardering van de pensioenverplichtingen. Gestructureerde producten bieden demogelijkheid om in de portefeuilles een hogere diversificatiegraad aan te brengen en eenaantrekkelijke coupon. Zo is er bij het ABP een nieuw beleggingraamwerk in ontwikkeling. In datbeleggingraamwerk wordt geopteerd voor twee portefeuilles:Liability hedging portfolio:Kenmerk van deze portefeuille is een minimale mismatch van risico. De beleggingen hebben dedezelfde risicokarakteristieken als de verplichtingen. Hierbij is het doel met langlopende geïndexeerdeobligaties een stabiel extra rendement te genereren.Risk optimizing portfolio:Deze portefeuille moet een zo hoog moegelijk rendement bieden bovenop de geïndexeerde obligatiesdoor de ruimte die er is om risico’s te nemen zo goed mogelijk te benutten. De gewichten van dezebeleggingen zijn gebaseerd op ALM. ROP biedt de mogelijkheid om optimaal gebruik te maken vanhet vermogen van ABP gekoppeld aan het lange termijn horizon. Doordat de beleggingen in gestructureerde producten, met als basis een onderpand, een brede variëteitaanbieden om te beleggen in diverse verschillende markten verlagen ze het risico van de portefeuille.Daarnaast is de Europese hypotheekmarkt, waar het ABP voornamelijk in gestructureerde productenbelegt, relatief veilig. In Europa worden financieringen op hypotheken conservatief verstrekt invergelijking met de Amerikaanse subprime markt. Daarnaast worden deze leningen gedekt door eenonderpand. De markt in Europa voor deze producten is ook zeer liquide.De portefeuille wordt verdeeld in bèta en alfa strategieën. De institutionele belegger heeft een zeerlange horizon en is genoodzaakt om een zo hoog mogelijk rendement te verwezenlijken. Deverplichtingen zijn gebonden aan de populatie van de deelnemers in het fonds. Bij de particulierebelegger zijn de verplichtingen veel veranderlijker dan bij een institutionele belegger en bovendiengebonden aan de levensloop en mogelijke onvoorzienbare uitgaven. Daardoor is er bij een particuliereen grotere behoefte aan garanties en heeft een institutionele belegger hier juist geen behoefte aan,omdat een garantie het potentiële rendement op de lange termijn negatief beïnvloedt. 14
  • 15. 9.- De structuur van een CDO en prijsstellingSecuritisatie is ontstaan in de Verenigde Staten in 1970 toen de Government National MortgageAssociation (Ginnie Mae) hypotheekportefeuilles in een mandje onderbracht en deze doorverkocht aande kapitaal markt. De Amerikaanse overheid stimuleerde de ontwikkeling van een secundaire markt inhypotheekportefeuilles via drie impliciet door de overheid gesteunde instanties; Gennie Mae, FannieMae en Freddie Mac. Het doel hiervan was om hypotheekverstrekkers meer liquide te maken.Securitisatie is een methode van financiering die illiquide activa op de balans laat converteren tot eenverhandelbaar effect. Het proces begint bij het onderbrengen van de activa in een aparte juridischeentiteit, de zogehete Special Purpose Vehicle. De SPV is een speciaal opgerichte vennootschap diespecifiek is opgezet om in bepaalde financiële activa te investeren. De SPV is waar devermogensbestanddelen tot een homogeen pakket worden gebundeld en worden doorverkocht op dekapitaalmarkt.Securitisatie kan worden ingezet om de kostprijs van aan te trekken vermogen te verlagen (‘fundingcosts’), hiermee kan de solvabiliteit van de bank worden verhoogd, en de verlichting van kapitaaleisenworden voldaan volgens de solvabiliteit eisen van Bazel.Voor banken heeft securitisatie de volgende voordelen naast het arbitreren tussen de bancaire markt ende kapitaalmarkt. Doordat de activa van de balans verdwijnen door de producten bijvoorbeeld verpaktals hypotheekportefeuilles door te verkopen, worden groeimogelijkheden gecreëerd, omdat de bankweer liquide middelen ter beschikking krijgen. Zo worden de kredietrisico’s wereldwijd overgedragenop de kapitaalmarkt. De beleggingsvorm die hieruit voortkomt is de ABS (Asset backed Security)waaronder de CDO de meest relevante categorie is tegenwoordig.In 2006 bestaat ABS markt in Europa uit: CMBS 10.7% (onderpand commercieel onroerend goed),ABS met als onderpand diversen leningen 6.1%, ABS lease constructies 1.7%, ABS debiteurenvorderingen 0.9%, ABS auto leningen 1.0%, ABS creditcard vorderingen 1.5%, CDO 18.2% en ABSmet andere vormen van onderpand 7.7%. Bovendien bestaan er CDO’s op allerlei vormen van schuldzoals autofinancieringen, creditcardschulden, persoonlijke leningen en bedrijfskredieten.CDO categorieën zijn: De CBO “Collateralized Bond Obligation”, CLN “Credit Linked Notes”, CLO“ Collateralized Loan Obligation”, CMO “Collateralized Mortgage Obligation”, CPDO “ ConstantProportion Debt Obligation”, CPPI “Constant Proportion Portfolio” en de Hybride Cash CDO (dit zijnsynthetische structuren zonder hoofdsom).De CDO is een uitgebrachte obligatie structuur die bestaat uit vaak een honderdtal verpakte leningenportefeuilles met een vordering als onderpand. De rangorde wordt bepaald aan de hand van dekredietwaardigheid van onderliggende vorderingen. Deze vorderingen zijn onderverdeeld in trancheswaarbij de kredietwaardigheid de hoogte van de coupon bepaald. De kredietwaardige tranchesverlagen het kredietrisico van de CDO en kunnen de defaults opvangen van de minder kredietwaardigetranches zonder dat het invloed heeft op de hoofdsom. Bijvoorbeeld als de CDO bestaat uit eenhonderdtal vorderingen bestaande uit vorderingen van AAA tot met BB dan kunnen de eerste 13vorderingen onderuitgaan zonder dat dit de hoofdsom beïnvloedt. Wel zal de coupon hierdoor wordenbeïnvloed.De Collateralized Mortgage Obligation (CMO): De CMO’s zijn obligaties die gedekt worden door een“pool” van hypothecaire effecten of leningen. Over het algemeen kennen deze effecten een vermeldelooptijd van vijftien tor dertig jaar. De effecten keren maandelijks renten en hoofdsom uit, precieszoals particulieren maandelijks betalingen van hun hypothecaire leningen verrichten. Om deze redenenzal de koper niet noodzakelijkerwijs deze effecten tot het einde van de looptijd in portefeuille hebben. 15
  • 16. Naarmate de hypothecaire leningen worden afbetaald, wordt de afbetaling gebruikt om de obligaties teverrekenen. Deze obligaties kennen een gemiddelde levensduur. De gemiddelde levensduur is dehoeveelheid tijd die nodig is om, gegeven aan bepaalde renteverwachting, aan een verplichting tevoldoen.De waarde van de CDO wordt bepaald door deze te relateren aan de koers van de staatsobligaties,gecorrigeerd met het verschil in kredietwaardigheid en de vermoedelijke kans op wanbetaling(“default risk”). Voor het laatste wordt gebruik gemaakt van historische cijfers over het betaal gedragvan de onderliggende debiteuren. Daarna wordt er met een Monte Carlo simulatie de kans opwanbetaling (“default probability”) berekend. Het nadeel van deze waarderingstechniek is dat hetervan uitgaat dat de patronen in het verleden zich zullen herhalen in de toekomst.De bekende ratingbureaus S&P, Moody’s en Fitch geven een oordeel op basis van het market tomarket model via een lettercombinatie (bijvoorbeeld van AAA tot D of C) van investment grade ( zeerkredietwaardig) tot High Yield (speculatieve rating grote kans tot faillissement).De kwaliteit van deze vorm van beleggen is afhankelijk van het onderpand. 16
  • 17. 10.- Kredietcrisis 2006 tot hedenDe zomer van 2007 staat in het teken van de credit crunch en het systeemrisico op de schulden markt.Ik probeer een simpele analyse te geven hoe dit fenomeen is ontstaan en wat de eventuele gevarenzijn. De vervlechting van de financiële wereld is nu werkelijkheid en de risico’s zijn nu wereldwijdverspreid. De Nederlandse bank, NIBC Capital, Duitse IKB Deutsche Industriebank hebben enkelemiljoenen verliezen geleden en hedge fondsen van BNP, Goldman Sachs, Bears Stearns hebbenmiljarden verliezen geboekt vanwege de hypotheek crisis in de VS. De kredietcrisis laat duidelijk zienwat het belang is van gestructureerde producten in het huidige economische systeem. Het is een rol dienauw verbonden is met globalisering van de economie, waarbij off balance financieringen een steedsbelangrijker rol spelen. Deze ontwikkeling is ontstaan door een steeds meer marktgeoriënteerdsysteem waarbij concurrentie een steeds grotere rol speelt en de marges bij financiële instellingensteeds lager worden. De problemen in de Amerikaanse hypotheekmarkt hebben zich verspreid naarandere delen van de kredietmarkt en zelfs naar de financiële markt. De financiële markten waren ergvolatiel deze zomer, bijna even volatiel als tijdens de aanslagen van 11 september 2001. Door devervlechting van de financiële wereld is de correlatie tussen verschillende effecten toegenomen,waardoor een gediversifieerde portefeuille niet meer de bescherming biedt die het voorheen deed.Het grootste probleem tijdens deze crisis is dat het vertrouwen van financiële instellingen naar elkaartoe is gedaald en het huidige riskmanagement systeem bij banken wordt gedomineerd door VaR. EnVaR is weer gebaseerd op 95% waarschijnlijkheid. Een zeilschip kan bijna het hele jaar varen zonderenig probleem op de Atlantische oceaan zolang het zeilschip geen orkaan tegenkomt. De markten zijnturbulent en de risico’s zijn steeds meer onderling verbonden. De huidige riskmanagement systemenvangen dit probleem niet op. Value-at-Risk geeft wel een duidelijk beeld van de kans van eenwaardeverandering, maar bij event scenario’s zoals bij een turbulente markt komt de VaR tekort.Zijn de markten niet te voorspellen? De markt zelf niet, maar de huidige crisis wel. Alles staat redelijkmet elkaar verbonden. De historische rente verlaging in de VS was een ingreep na de instorting van de‘Internet Bubble’ en de aanslagen van 11 september 2001. Om het vertrouwen in de Amerikaanseeconomie te herstellen en de recessie te temperen heeft de Federal Reserve de rente in stappenverlaagd tot een historisch laag niveau van 1% in 2003. Dit zorgde ervoor dat Amerikaanse economieen uiteindelijk de wereldeconomie langzamerhand weer terugkabbelde van de recessie. Door de lagerente konden de hypotheekbanken zelf goedkoop lenen en ze versterkten de leningen tegen hogeretarieven.De hypotheekbanken op zoek naar hogere marges gingen gelden verstrekken naar minderkredietwaardige cliënten subprime leningen. Aan deze subprime markt van minder kredietwaardigeklanten konden ze hogere rentes rekenen. In de Verenigde Staten werd tot dan veel waarde gehechtaan de “credit rating” van de hypotheekaanvragen, een cijfer dat gebaseerd is op het betalingsgedrag inhet verleden. Debiteuren met een slechtere krediethistorie worden hierbij aangeduid als “subprime”(“minder dan eerste klas”); vanaf circa 2002 werden ook aan deze groep met een onzeker inkomenhypotheken versterkt. Zo verschenen er nieuwe hypotheekvormen in de VS waarvan de condities voorhet verstrekken van een hypotheek werden vergemakkelijkt.De volgende condities werden vergemakkelijkt ten aanzien van een nieuwe hypotheekaanvraag in dieperiode:  De inkomensgegevens van de hypotheekaanvragers ( bekent als “no doc loan”). 17
  • 18.  Grotere leningenbedrag in verhouding tot het onderpand, waarbij de aankoopkosten ook werden gefinancierd (bekend als “piggyback loan”).  Een lage aanvangsrente die na enige tijd zou stijgen. ( bekend als “step-up loan).  De mogelijkheid gedurende de eerste periode de rente slechts gedeeltelijk te betalen, en het niet-betaalde deel aan de hoofdsom toe te voegen (bekend als “negative amortization loan”).  Veel van de hypotheken die werden verstrekt aan deze groep minder kredietwaardige cliënten werden verstrekt met een variabele rente (“adjustable rate mortgage”).  In die periode werden in de VS hypotheken verstrekt met rente condities de maximaal 2 jaar konden worden vastgezet en daarna werden de rentes herzien.Het gevolg was een gestage stijging van de huizenprijzen. De huizenbezitters neigden ernaar hun huisniet langer te zien als onderkomen maar als speculatieobject.Omdat de huizenmarkt maar bleef stijgen werd het verwachte risico bij default voor dehypotheekbanken als miniem beschouwd. Als de client niet kon betalen werd het huis verkocht.Deze producten en het risico van deze leningen werkten goed zolang de huizenmarkt maar bleefstijgen. Dit proces kwam in stagnatie vanaf circa medio 2006. De oorzaak was een serierenteverhogingen door de Federal Reserve, die een stijging van de hypotheekrente met zich meebracht.Daardoor bereikte de woningmarkt een niveau waardoor steeds meer huizen onbetaalbaar werden.Vanaf medio 2006 namen de betalingsachterstanden duidelijk toe, vooral bij de subprime-hypotheken.Tevens bereikte een toenemend aantal leningen het einde van hun rentevaste periode. Dehuizeneigenaren werden geconfronteerd met hogere rentes: met circa 2 tot 2.5 procentpunt. Daarmeenamen de maandlasten aanzienlijk toe. Door deze oorzaken daalde de belangstelling naarnieuwbouwwoningen, grotere huizen, en de verkoop van bestaande huizen. Door de stijgende rente endalende woningprijzen konden veel kredietnemers hun leningen niet meer betalen waardoor het aantalgedwongen verkopen toenam.De eigen woning en dus de hypotheek zijn de grootste uitgaven van de werkende beroepsbevolking.Dit zijn uitgaven patronen die iedere maand terug komen. Als deze uitgaven duurder worden door eenstijgende rente betekent dit dat er maandelijks minder geld over is om te besteden. Dit kan weer tenkosten gaan van het consumenten vertrouwen en de economie. In de VS is er net als met de LegioLease affaire in Nederland niet gekeken of de cliënt daadwerkelijk de risico’s kon dragen van eendalende markt en de lasten kon dragen van de schuld. Wat daarna gebeurde was een domino effect.Hypotheek banken hielden veel hypotheken niet zelf op de balans, ze verpakte de leningen enverkochten die door als obligatiepakketten aan beleggers. Dit is een vorm van CDO’s of te welsecuritiseerde hypotheek portefeuilles. Voor de beleggers zijn deze leningen aantrekkelijk omdat zegedekt zijn met een onderpand. Daarnaast ontvang de belegger een contante stroom van inkomsten watde waterval is van deze leningen.De leningen bestaan uit verschillende tranches die verspreid zijn in diversekredietwaardigheidcategorieën. In dergelijke structuren zijn er meer en minder risicovolle tranches.Dit komt tot uiting in de coupon van de tranches. De CDO’s worden gewaardeerd op basis vanhistorische gegevens. De kans op wanbetalingen die zich in het verleden hebben voorgedaan. Dit is hetmarket to market model. Als de huidige situatie anders is dan in het verleden dan is ditwaarderingsmodel te verwaarlozen. Zelfs de rating agencies hadden het marking to market modelgehanteerd waardoor de doorzichtigheid van de daadwerkelijke waarde van dit type CDO werdbemoeilijkt en zelfs werd getwijfeld aan de waarde van de triple AAA CDO’s. 18
  • 19. De markt voor de CDO met als onderpand de Amerikaanse hypotheken klapte dicht waardoor veelfinanciële instellingen die hadden belegd in deze leningen grote verliezen moesten incasseren.Hierdoor werden Hedge Funds geconfronteerd met een tekort aan liquide middelen en gingen zijandere beleggingscategorieën verkopen. Dit resulteerde erin dat de koersen van de diverse indicesscherp gingen dalen. Dit komt doordat Hedge Funds gebruik maken van grote hoeveelheden geleendgeld (leverage). Als de aandelen markten dalen als gevolg van een daling van de huizenmarkt danwillen de investeerders hun geld terug. Zij moeten dan de bezittingen gaan verkopen, waardoor deprijzen nog verder dalen. De banken die krediet hebben verstrekt vragen van hen hun afhankelijkheidvan geleend geld te verminderen. Daardoor zien Hedge Funds zich gedwongen nog meer bezittingen teverkopen. Dit leidt tot zogenoemde besmettingen naar andere beleggingscategorieën De Hedge Fundsdie snel geld nodig hebben, kunnen hun CDO alleen tegen afbraakprijzen kwijt. In plaats hiervanverkopen ze andere bezittingen, zoals aandelen.Banken zullen zich terughoudender opstellen bij het vestrekken van leningen, omdat bedrijfsleningenmoeilijker zijn door te plaatsen naar andere banken zolang het vertrouwen tussen de financiëleinstellingen niet is herteld waardoor de banken een hogere rente rekenen voor het verstrekken vanleningen aan bedrijven. Hierdoor wordt de bereidheid van banken om risico te dragen minderwaardoor ze hogere rentes vragen en het duurder wordt om vermogen aan trekken. Dit heeft weerinvloed op private equity partijen en de markt voor fusies en overnames.Eventuele mogelijke scenario’s uitgestippeld met betrekking de ontwikkelingen gedurende dekredietcrisis.Kredietcrisis:I Blijvend negatief effectII Na een korte kredietcrisis (credit crunch) zal alles weer gaan zoals vanouds.III Door de credit crunch zal de economie terugvallen in een recessie om vervolgens weer te herstellen.De ITRAXX cross-over indicator “Credit Default Swap Index voor de 125 meest liquide investmentgrade CDS’jes” is in de maand augustus sterk gestegen. Waardoor de spread tussen staatsleningen enbedrijfsobligaties (naar gelang van de rating) flink begon op te lopen. Hierdoor werd het weer duurderom financiering aan te treken. Dit staat bekend als het wijder worden van de credit spread.PaniekHet eerste doemscenario is voor degenen die geloven dat de economische kracht van de Amerikaanseeconomie structureel aan het verzwakken is. Een betoog hiervoor is dat toen de internetboom ten eindekwam er kunstmatig geprobeerd is de economie te herstellen door de rente te verlagen waardoor de‘Internet Bubble’ werd vervangen door andere bubbel van de huizenmarkt. Dit kan leiden tot eenstructurele daling van het consumenten vertrouwen in de Verenigde Staten waardoor er uiteindelijkeen situatie kan ontstaan die vergelijkbaar is met de situatie van de Japanse economie eind jarentachtig met een langdurige deflatie.Kortstondig effectBij het tweede scenario is dan de vraag of dit effect heeft voor de reële economie. Omdat de FederalReserve de rente heeft verlaagd zal de druk op de kredietmarken afnemen. De crashes in 1987, 1998(Azië crisis), de sluip-crash van 2001-2003 als gevolg van de internethype en de aanslagen van 11september 2001 hebben achteraf geen blijvende impact op de economie. 19
  • 20. Dit is het meest positieve scenario van een correctie in de kredietmarkten die geen blijvende impactheeft op het financiële systeem en het consumentenvertrouwen. Omdat de banken, rating agencies entoezichthouders kritischer worden zullen de excessen in de markt hierdoor worden gecorrigeerd,waardoor het financieel systeem uiteindelijk gezonder en stabieler wordt.Scenario III acht de columnist het meest waarschijnlijke en dat betekent dat de komende maanden erveel volatiliteit zal blijven in de markt. Politici en bankiers zullen de beleggers en consumententrachten te sussen. Door ingrijpen van de Federal Reserve en de Europese centrale bank metliquiditeitsinjecties zal de markt gestabiliseerd worden. De consequenties zullen zijn dat deeconomische groei hierdoor tijdelijk wordt afgeremd en uiteindelijk kan leiden tot een afkoeling vande groei eind 2007. 20
  • 21. 11.- ZorgplichtWetgeving wordt vaak ontwikkeld nadat er veel maatschappelijke commotie is ontstaan. De aandelenleaseaffaire heeft veel stof doen opwaaien en daarom wil ik in dit hoofdstuk het belang van zorgplicht duidelijkweergeven.Bij de zorgplicht staat er centraal dat er dient te worden gehandeld in belang van de klant, waarbij eenklantprofiel een wezenlijk onderdeel dient te zijn van hoe de cliënt wordt geadviseerd, want handelen in belangvan de cliënt verschilt per cliënt en in vorm van dienstverlening.De zorgplicht onder de Wet financieel toezicht (WFT) geïntroduceerd in 2007 bij een financiële instellinghangt af van de relatie die de instelling met haar cliënt aangaat. Om tot de opstelling van een cliëntprofiel tekomen zal er bij advies- en beheerrelaties een intake gesprek moeten worden gevoerd. Zodat de volgendevragen kunnen worden beantwoord: Wat is de financiële positie van de cliënt? Wat is de ervaring van de cliënt op het gebied van beleggen? Welk doel heeft de cliënt met zijn of haar vermogen? Welk neerwaarts risico accepteert de cliënt? Hoe lang kan de cliënt zijn of haar vermogen missen? Hoe heeft de cliënt het vermogen verworven?Er kan globaal een onderscheid gemaakt worden tussen drie typen relaties tussen cliënt en financiële instelling.Execution-only relatie;Binnen de execution-only relatie kan worden volstaan met een relatief eenvoudig profiel waarin alleen demeest basale zaken zijn vastgelegd, zoals het doel van de beleggingen, de kennis van de belegger en natuurlijkzijn financiële positie. De belegger geeft zelf zijn orders en is zelf verantwoordelijk voor de orders. De ordersdienen getoetst te worden aan het cliëntprofiel en de financiële positie van de cliënt.Adviesrelatie:Bij een adviesrelatie ligt de verantwoordelijkheid primair nog steeds bij de belegger. De beleggingsadviseurdoet een voorstel en geeft een advies, maar voordat hij een order mag uitvoeren moet hij eerst de goedkeuringvan de klant hebben. De beleggingsadviseur dient het profiel van de cliënt goed te kennen, zodat hij opverantwoordelijke wijze zijn advies kan geven aan die cliënt. Wanneer de adviseur in afwijking van hetcliëntprofiel handelt kan hij aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele geleden schade.Vermogensbeheer relatie:Wanneer er sprake is van een vermogensbeheerrelatie zal er een zeer uitgebreid profiel dienen te wordenvastgesteld. De vermogensbeheerder voert op eigen houtje en zonder tussenkomst van de cliënt orders uit. Hijdient dit te doen als een goed ‘huisvader’. Hiermee wordt bedoeld dat hij de gelden zou beheren alsof het zijneigen geld is en hij in dezelfde positie als de klant verkeert . Om dit kunnen doen moet een effecteninstellingkennis hebben en nemen van alle relevante informatie. Een intake gesprek is hierbij noodzakelijk en als bij eenadviesrelatie. 21
  • 22. Gestructureerde producten kennen in Nederland een dubieuze geschiedenis met betrekking tot de zorgplicht.De aandelenlease affaire werd gestimuleerd door de jacht van financiële instellingen naar hogere marges. In dejaren negentig kenden de aandelenleaseplannen hoge populariteit. De affaire rond aandelenlease heeft hetbelang van de zorgplicht bij verkoop van complexe financiële producten benadrukt. Dit heeft geleid tot eenontwikkeling van zelfregulering die voornamelijk plaats vond bij uitgevende instanties van gestructureerdeproducten naar meer wetgeving vanuit de overheid. Deze nieuwe wetgeving is de Wet financiëledienstverlening (WFD) geïntroduceerd in 2006 en de Wet financieel toezicht (WFT) geïntroduceerd in 2007.De AFM heeft in de periode 1999-2002 een aantal onderzoeken verricht naar de naleving van de zorgplicht bijde aanbieders van de aandelenlease producten. De bevindingen van de AFM zijn gepubliceerd in het rapport‘aandelenlease ten behoeve van de minister van financiën’. Het rapport maakt duidelijk dat de zorgplicht vanessentieel belang is om het vertouwen van de financiële markten te waarborgen en de consument tebeschermen.Begin 2001 toen de markt zijn hoogtepunt voor aandelenlease producten bereikte stonden er 700.000contracten uit met een contractwaarde van €6.5 miljard. De Nederlandse bank schatte dat 6% van deNederlandse gezinnen in 2001 één of meer aandelenleaseplannen in bezit had. Bron report AFMaandelenlease.Door de historische lage rente en het fiscale klimaat. (Wet IB 1964). Onder de Wet op de inkomstenbelasting1964 werden de zogenoemde zuivere inkomsten uit vermogen belast. Daarnaast werd het vermogen zelf belastvolgens de Wet op de vermogensbelasting 1964 (Wet VB 1964). De zuivere inkomsten bestonden uit deopbrengsten uit het vermogen, verminderd met de kosten die op die inkomsten betrekking hadden(Bijvoorbeeld rentelasten op schulden aangegaan voor de financiering van vermogensbestanddelen).Waardeveranderingen van deze vermogensbestanddelen zelf werden niet in de belastingheffing betrokken. Ditmaakte het aantrekkelijk om producten te ontwikkelen die zoveel mogelijk gebruik maakten van deconsumptieve renteaftrek. Daarnaast werd onder de Wet VB 1964 de waardevermeerdering van hetaandelenpakket niet belast.Deze producten waren leningen met zeer hoge marges met rentepercentages rond 12 procent. De financiëleinstellingen die deze producten aanboden waren voornamelijk geïnteresseerd in het zoveel mogelijkverstrekken van hoog renderende leningen zonder de belangen van de klant in acht nemen. Deze leningen werdoff balance gefinancierd, doordat lease portefeuilles werden gesecuritiseerd en doorverkocht. De bank kon opdeze manier inkomsten verzilveren en de kostprijs van aan te trekken vermogen verlagen. Men was absoluutniet bekommerd om het risico die de klant liep.Aan de populariteit van deze producten is een abrupt ten einde gekomen met de kentering van deaandelenkoersen in 2000. Veel bezitter werden geconfronteerd met een restschuld. De bezitters behoordengrotendeels tot de lagere inkomensklassen en beschikten niet over voldoende eigen middelen om de risico’svan de aandelenlease producten te kunnen dragen.De bekendste producten uit die periode zijn de aandelenleaseplannen van Legio Lease zoals dewinstverdedriedubbelaar. Deze speculatieve producten werden massaal verkocht, zelfs aan geestelijkgehandicapten en ouderen zonder van tevoren te informeren of men het risico kon en wou dragen van eenrestschuld. Deze producten werden gekenmerkt door een hefboomwerking die versterkt werd door deonderliggende exotische derivaten.De constructie bestond uit een long call (het recht om het aandelen pakket te kopen tegen van tevorenvastgestelde prijs) en geschreven put (de plicht om tegen van tevoren vastgestelde prijs de aandelen te leveren)die de hefboom versterkte. Er werd 3 keer een aandelenmandje gekocht met aandelen ABN AMRO, Ahold enING tegen dezelfde aanschafwaarde als eerste aankoop.Met een initiële inleg van 3000 gulden werd de rente betaald en de dividenden die voortvloeiden uit hetaandelen mandje werden gebruikt om de optieconstructie te financieren. Er werd in de folders beweerd dat dedividenden voldoende geldstromen genereerden om de optieconstructie te financieren. Alleen zijn dividendenafhankelijk van de winst van een onderneming en niet te kwantificeren voor de toekomst. De derivaatprijzenzijn niet constant, maar afhankelijk van de koersontwikkeling van de onderliggende waarde en van de 22
  • 23. volatiliteit. Als het contract werd beëindigd nadat er een flinke koersdaling had plaatsgevonden dan bleef ereen restschuld over. De restschuld was niet alleen de hoofdsom van de schuld minus de totale waarde van hetaandelenpakket, maar ook voor een aanzienlijk deel kwam het door toedoen van de short put en deaankoopwaarde van de call. De eventuele consequenties die een koersdaling had op de derivaatconstructiewerden volledig verzwegen in de folders. Daarnaast is drie jaar een korte tijd om in conjunctuurgevoeligeaandelen te beleggen die bovendien bijna volledige met elkaar correleerden.De ineenstorting van ‘Internet Bubble’ werd gevolgd door de introductie van de Wet inkomstenbelasting 2001op maandag 1 januari 2001. Op die dag werd de meer dan 35 jaar oude Wet op de Inkomstenbelasting 1964vervangen. Dit had tot gevolg dat veel leasebeleggers met een restschuld overbleven en dat staat nu bekend alsde Dexia affaire.Het probleem dat zich voordoet met gestructureerde producten en de zorgplicht is dat deze producten vaakkant en klare oplossing zijn en meestal direct worden aangeschaft bij de uitgevende instellingen. Dit valt bijWTF onder de execution-onlyrelatie, dus de verantwoordelijkheid komt voornamelijk te liggen bij de belegger.Door de grote verscheidenheid heeft de cliënt weinig inzicht in welk product in de markt het beste past in zijncliëntprofiel. Daarnaast zijn de structuren erg moeilijk te doorgronden wat betreft kostenstructuur. Daarbijkunnen de volgende kosten deel uitmaken van een gestructureerd product: Structuringsvergoeding,Distributiekosten, Jaarlijkse kosten, Kosten van de onderliggende waarde, Prestatiebeloning, Transactiekostenen Alternatieve kosten.Er is veel veranderd sinds de aandelenlease affaire en de producten die worden uitgebracht kennen meestal eengarantie of een stop-loss. Toch zou er nagestreefd moeten worden dat er een keurmerk wordt ontwikkeld voordeze producten die de kostenstructuur duidelijk inzichtelijk maakt. Daarnaast zou men inzichtelijk kunnenmaken wat de consequenties zijn van een negatief scenario voor het beoogde rendement. Als eengestructureerd product niet liquide is dan zou er altijd een juiste verhouding moeten bestaan tussen de liquidemiddelen in de portefeuille en het gestructureerde product voor onverwachte uitgaven. Een goed initiatief is degouden tak, van IEX, de prijs voor het beste gestructureerde product van het jaar.De verdere regulering van gestructureerde producten onder MIFID die in november 2007 wordtgeïntroduceerd, zal met betrekking tot execution-only-verkopen het volgende veranderen ten opzichte van deWft. De MiFID maakt een onderscheid tussen complexe en niet-complexe instrumenten. Ten aanzien van‘execution-only’ dienstverlening hoeft de beleggingsonderneming op grond van artikel 19, zesde lid van deMiFID evenals artikel 4:24, vierde lid, van het gewijzigde voorstel van wet tot wijziging van de Wft terimplementatie van MiFID geen informatie in te winnen over de kennis en ervaring van de belegger indien: hetniet-complexe financiële instrumenten betreft (zijnde tot de handel op een gereglementeerde markt toegelatenaandelen, geldmarktinstrumenten, obligaties of andere schuldinstrumenten, die geen afgeleid instrumentbehelzen en andere niet-complexe financiële instrumenten zoals gedefinieerd in artikel 38 uitvoeringsrichtlijnMiFID).Bij de definitie van complexe financiële instrumenten van MIFID zijn de volgende gestructureerdeproducten inbegrepen: securitiseerde obligaties en structuren met OTC derivaat constructieingebouwd.Dit houdt in dat de verantwoordelijkheid, die voorheen in het geval van execution-only bij deconsument lag, nu onder MIFID wordt verplaatst naar de financiële instellingen. Bij de uitgebrachtegestructureerde producten zal er telkens door de financiële instellingen moeten worden gekeken of dievoldoen aan het klantprofiel. 23
  • 24. 12.- ConclusieDe specialisatie in zoveel stappen van lener tot investeerder leidt tot efficiëntie. Het probleem is dat decreatie van risico en het zelf nemen van het risico wordt gescheiden in verschillende partijen. Debelegger is niet bekend met de lener, hierdoor is het belangrijk dat men vertrouwen kan stellen in detussenschakels. Omdat de leningen in de VS tegen onverantwoorde condities werden verstrekt aanleners met een dubieuze kredietwaardigheid werd dit evenwicht verstoord. Deze risico´sconcentreerden zich voor een belangrijk deel bij de groep huishoudens met een laag inkomen en eenrelatief hoge hypothecaire schuld ten opzichte van het inkomen. Bij een aanvraag is dan ook een goedeinschatting van de financiële huishouding van de cliënt van belang. Dit vraagt een verantwoordelijkeopstelling van de cliënt zowel als van de financiële instelling. Als dit niet gebeurt dan wordt hetevenwicht van vertrouwen verstoord. De modellen voor het voorspellen van een wanbetaling opleningen waren gebaseerd op historische gegevens en hielde geen rekening met het feit dat dehypotheekbanken zicht niet hadden gehouden aan hun zorgplicht. De waarde van de verpakte leningenwas hierdoor slechts theoretisch en VaR riskmethodiek bied geen adequate bescherming bij eventscenario’s. Het nadeel van VaR is dat het gebaseerd is op 95 procent waarschijnlijkheid dat deverliezen onder gevaar niveau blijven en alleen 5 procent kans dat verliezen onder dat niveau komen.Het nieuwe Basel akkoord stimuleert nieuwe ontwikkelingen op gebied van riskmanagement zoalsstress testing. Hierdoor vormen de gestructureerde producten als CDO een direct risico voor destabiliteit van de financiële wereld.De zorgplicht is een kwestie die niet alleen van belang is voor Nederland maar ook voor de mondialeeconomie. De toezichthouder, rating agencies en financiële instellingen zullen in de toekomstfinanciële instellingen moeten gaan beoordelen op hoe strikt ze zich houden aan de zorgplicht. Zozullen zij hun cliënten moeten beschermen om uiteindelijk de kwaliteit te garanderen van hun offbalance producten die worden doorverkocht op de kapitaalmarkten. MiFID is hierbij een behoorlijkestap voorwaarts. Men moet meer rekening gaan houden met het klantprofiel.Hierdoor zal de rol van financiële planning in de toekomst groter worden omdat de financiëleinstellingen worden verplicht om meer oog voor het belang van de klant te hebben bij het ontwikkelenvan financiële producten. Dit zal leiden tot minder problemen bij grootschalige distributie vanfinanciële producten. Door de risicos bij de productontwikkeling te onderkennen zijn klanten beter afen kunnen de banken hogere kosten en eventuele reputatieschade vermijden. Deze risico’s komenvooral voort uit het onvoldoende inventariseren van de productrisicos en het onvoldoende transparantcommuniceren over de risicos van een product.In het verleden is het de AFM opgevallen dat banken tijdens de bemiddelingsfase van debeleggingsproducten onvoldoende monitorden dat de effectenportefeuilles van hun cliënten niethebben geleid tot het doel waarvoor de cliënten die hadden bestemd, bijvoorbeeld het opbouwen vanpensioen. Het cliëntenprofiel moet instellingen inzage geven in de financiële positie van de belegger, 24
  • 25. zijn beleggingservaring en de risicos. Maar ook het doel waarmee een klant het beleggingsproductaanschaft moet hierin zijn vernoemd.De regelgeving, zoals Wft en de Markets in Financial Instruments Directive, stimuleert dezeontwikkeling en bevordert een eerlijke, transparante, efficiënte en geïntegreerde financiële markt metbehoud van optimale beleggerbescherming voor de particulier. Hiervoor is het nodig om meeronderzoek te doen naar liability matching voor de particulier, zodat het mogelijk is om een optimaleportefeuille te ontwikkelen voor ieder gewenst beleggingsdoel. FinX, een dochter van Ortec, en ookeen leverancier van financiële software voor de financiële wereld heeft het voortouw genomen in ditonderzoek met hun product OPAL dat staat voor Optimized Personal Asset Liablity Management.Bij OPAL gebruikt Ortec de ervaring die het heeft bij het ontwikkelen van ALM software voor deinstitutionele beleggers en past deze ervaring nu toe in de ontwikkeling van riskmanagement softwarevoor de particulier. Met behulp van OPAL kan inzichtelijk worden gemaakt wat de kans is ompersoonlijke financiële doelstellingen te verwezenlijken. Dit inzicht wordt geboden op basis van eengroot aantal economische scenarios, zowel positief als negatief. Deze scenario’s zijn gebaseerd op dedaadwerkelijk behaalde resultaten uit een lange historische periode. Gecombineerd met gegevens alsde cashflow (inleg of onttrekking), asset-allocatie, horizon en fiscaliteit, kan een mogelijke inschattingworden gemaakt van de te verwachten waardeontwikkeling. Hierdoor heeft men een beter inzicht in deaanvaardbare risico’s van de portefeuille. Het nadeel hiervan is dat er geen adequate voorspellingbestaat voor event scenario’s en de risico’s van dien voor de belegger.Mijn conclusie is dat het financiële systeem erbij gebaat is om de belangen van de particulier na testreven, omdat vertrouwen en reputatie van zeer groot belang zijn voor financiële instellingen. Eengoede reputatie wekt vertrouwen op bij klanten en beleggers, wat de basis is voor de financiëledienstverlening. Wanneer een financiële instelling reputatieschade lijdt heeft dat potentieel groteeconomische gevolgen. De gevolgen gelden niet alleen de betrokken klanten en medewerkers, maarook op macro-economische schaal. Zeker nu dat consumentproducten worden verpakt en door wordenverkocht op de kapitaalmarkt in de vorm van CDO’s. CDO is een vorm van financiering en er is niksmis met deze vorm financiering, zolang de financiële instellingen de onderliggende kwaliteit entransparantie van deze verpakte leningen waarborgen. 25
  • 26. 13.- Literatuurlijst, bronnen, websites en interviewsLiteratuurlijst:P.J.W. Duffhues: Financiering, belegging en verzekering "Convergentie van financiële markten" 2006.AFM - rapport: Verkennende analyse gestructureerde productenBenoit B. Mandelbrot, Richard L. Hudson: The (Mis)behaviour of MarketsDouglas J. Lucas, Laurie S. Goodman, Frank J. Fabozzi: Collateralized Debt Obligations: Structuresand Analysis, 2nd EditionJohn C. Hull: Options, Futures and Other Derivatives (6th Edition)Janet M. Tavakoli: Collateralized Debt Obligations and Structured Finance: New Developments inCash and Synthetic SecuritizationStrategisch beleggingsplan ABP 2007 – 2009Michiel van Megen: Stap voor stap beleggenMarga Bouman, Erik Schouten, Herman Verhoef: Personal Financial Planning “Trek uw eigenfinanciële plan”Tom Loonen: Rendement & Risico “Risicobeheerst Beleggen”J.P. Nibbering RBA: Beleggen binnen het financiële planSteve Rothwell: The CDO Squeeze “The explosion of credit derivatives use has compressed bondspreads, helping borrowers and hurting bond investors.”Robobank Kennis en Economisch Onderzoek. Win Boonstra, Elwin de Groot, Philip Marey, ChienWang, Menno Middeldorp: Gezonde (?) correctie; Onrust op de Financiële marktenFiducie Titel: Alternative Invesments: booming or bubble?Keytrade Bank: OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE KENMERKEN EN RISICO’S VANFINANCIELE INSTRUMENTEN; Deutsche Bank: European Securitisation Monthly; FDIC Outlook;Morgan Stanley: Credit Derivatives Insights Third Edition 2007Websites:www.tavakolistructuredfinance.com; www.structuredproductsonline.com; www.fiducie.nl;www.structuredretailproducts.com; www.breakingviews.com; www.iex.nl; /www.nrc.nl/economie Dekredietcrisis in 34 vragen; http://www.afm.nl/; http://www.dnb.nl/; www.minfin.nl/;http://www.bis.org/; http://www.wikipedia.org/; www.fd.nl; www.inveztor.nl;http://www.abnamroprivatebanking.com/nl/lc-glossary; www.nvb.nl.Bronnen per hoofdstuk:2.- Benoit B. Mandelbrot, Richard L. Hudson: The (Mis)behaviour of Markets; Rapport AFMverkennende analyse gestructureerde producten; Column Marcel Tak IEX magazine 2005; P.J.W.Duffhues: Financiering, belegging en verzekering "Convergentie van financiële markten" 2006.3.- Barclays guide to structured products en IEX magazine 2005 artikel van Marcel Tak4.- Barclays guide to structured products en IEX magazine 2005 artikel van Marcel Tak5.- Bron column Marcel Tak IEX magazine 2005 en rapport AFM verkennende analysegestructureerde producten6.- Bron: Rendement en Risico van Tom Loonen; Marga Bouman, Erik Schouten, Herman Verhoef:Personal Financial Planning “Trek uw eigen financiële plan”; J.P. Nibbering RBA: Beleggen binnenhet financiële plan7.- Keytrade Bank: OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE KENMERKEN EN RISICO’S VANFINANCIELE INSTRUMENTEN 26
  • 27. 8.- Strategisch beleggingsplan ABP 2007 – 2009; Fiducie Titel: Alternative Invesments: booming orbubble?; Deutsche Bank: European Securitisation Monthly; Fiducie Titel: Asset LiabilityManagement9.- Ingo Fender, Janet Mitchell: Structured finance: complexity, risk and the use of ratings: P.J.W.Duffhues: Financiering, belegging en verzekering "Convergentie van financiële markten" 2006;Douglas J. Lucas, Laurie S. Goodman, Frank J. Fabozzi: Collateralized Debt Obligations: Structuresand Analysis, 2nd Edition; Janet M. Tavakoli: Collateralized Debt Obligations and Structured Finance:New Developments in Cash and Synthetic Securitization; ABN AMRO Private Banking glossary;FDIC Outlook; Marcel de Boom, Rogier van der Hijden: Introductie in Securitisatie; Bank forInternational Settlements: The role of ratings in structured finance; Wikipedia: Collateralized debtobligation10.- Column Nico van der Geest: Krediet crisis IEX website; Column Thijs Klein Tank Het subprimedossier Inveztor.nl; Rabobank Kennis en Economisch Onderzoek. Win Boonstra, Elwin de Groot,Philip Marey, Chien Wang, Menno Middeldorp: Gezonde (?) correctie; Onrust op de Financiëlemarkten; Wikipedia: Crisis op de financiële markten van 2007 (Dan Wilchins: "Bear Stearns bails outhedge fund"; www.ofheo.go; Kara Scannel/ Deborah Solomon: Unraveling the Subprime Mess;Kathleen M. Howley: U.S. Home Foreclosures, Delinquencies at Record High; DNB: OverzichtFinanciële Stabiliteit in Nederland, september 2007); NRC 25 aug. Financiële redactie: Bos:Nederlandse hypotheken veilig; FDIC Outlook; Bank for International Settlements: The role of ratingsin structured finance; Benoit B. Mandelbrot, Richard L. Hudson: The (Mis)behaviour of Markets11.- AFM: Aandelenlease: niet bij rendement alleen; Rapport AFM over aandelenleaseproducten;Rapport Voortdurende Zorgplicht van de AFM; Brochure WinstVerDriedubbelaar; Tom Loonen:Rendement en Risico; Marga Bouman, Erik Schouten; Herman Verhoef: Personal Financial Planning“Trek uw eigen financiële plan”; J.P. Nibbering RBA: Beleggen binnen het financiële plan;www.afm.nl12.- Rapport Voortdurende Zorgplicht van de AFM, De brochure van FinX over OPAL Asset Planneradvanced/professional; Overzicht Financiële Stabiliteit in Nederland 2007; Benoit B. Mandelbrot,Richard L. Hudson: The (Mis)behaviour of Markets; P.J.W. Duffhues: Financiering, belegging enverzekering "Convergentie van financiële markten" 2006; Benoit B. Mandelbrot, Richard L. Hudson:The (Mis)behaviour of MarketsInterviews:Reinier Klaasen, Managing Director, Faxtor Securities; Nico Langedijk Retail Structured ProductsBarclays; Robert Koopdonk Head of Retail Sales Benelux van BlackRock Merrill Lynch InvestmentManagers; Jean - Paul van Oudheusden , Head Marketing &Sales , ABN AMRO Markets Netherlands;Chris Kruthoffer, Senior Portfolio Manager ABS/MBS/CLO Global Fixed Income ABP en de heerPrins, Manager Fixed Income van het ABP 27