Universele ontwerppr

  • 343 views
Uploaded on

college ontwerpprincipes

college ontwerpprincipes

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
343
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
7
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. UNIVERSELE ONTWERPPRINCIPES Een college uit enthousiasme voor het gelijknamige boek van William Lidwell, Kritina Holden en Jill Butler (LOLKJE VAN DER KOOI)
  • 2. FORM FOLLOWS FUNCTION
  • 3. ARCHETYPEN
    • Overeen laten komen
    • met het ontwerp
    • Associatie: vrijheid, boven de wet staan
  • 4. Gulden snede
    • Verhouding tussen de elementen van een vorm (bv lengte tot breedte) die ongeveer 0,618 is
    • A/B=1.618 B/A=0.618
  • 5.  
  • 6. GOLDEN GRID RULE
    • Regel van de derden: verdeel het beeld horizontaal en verticaal in drie ën, plaats belangrijke elementen op de snijpunten
    • (2/3 = 0.666) Gulden snede = 0.618
  • 7.  
  • 8. FIBONACCIREEKS
    • Reeks getallen waarin elk getal de som is van de twee voorafgaande getallen
  • 9. ZELFSIMULARITEIT
    • Een vorm is opgebouwd uit delen die gelijk zijn aan het geheel of aan elkaar (fractalen: natuurlijke esthetiek/orde)
  • 10. SYMMETRIE
    • belangrijkste en duurzaamste aspect
    • van schoonheid
    • balans, harmonie en stabiliteit
    • directe aandacht: effici ënt
    • makkelijk te herkennen en te
    • onthouden
    • asymmetrie wekt meer nieuwsgierigheid op
  • 11.
    • spiegelsymmetrie
    • rotatiesymmetrie
    • translatiesymmetrie
  • 12. HORROR VACUI
    • Angst voor lege ruimtes
    • minimalisme spreekt rijken en
    • hoogopgeleiden meer aan
    • horror vacui spreekt minder
    • welvarenden en lager opgeleiden
    • meer aan
  • 13.  
  • 14. RELATIE FIGUUR-ACHTERGROND VORM-RESTVORM
    • Voorkom onstabiele vormen door:
    • duidelijke figuur, vormloze achtergrond
    • achtergrond loopt door achter figuur
    • figuur dichtbij met duidelijk plaats in de
    • ruimte, achtergrond lijkt dan verder weg
    • elementen onder in het vlak/beneden de horizon
    • worden eerder als figuren opgevat
    • elementen boven in het vlak/boven de horizon
    • worden eerder als achtergrond gezien
  • 15.  
  • 16. DIEPTEWERKING/AFSTANDSBESEF
    • stereowaarneming
    • bewegingsparallax
    • lineair perspectief
    • atmosferisch perspectief
    • textuurgradi ënt en verdichtingen
    • overlapte, kleinere en hoger gelegen objecten lijken verder weg
    • schaduwen lijken verder weg van de lichtbron
    • schaalaangevende elementen
  • 17.  
  • 18. CONTOURFACTOR
    • hoekige, puntige vormen trekken de aandacht, prikkelen het brein
    • zachte contouren en ronde vormen maken een meer positieve, emotionele en esthetische indruk
  • 19. ANTROMORFE VORMEN
    • Mensen zijn geneigd menselijk lijkende vormen aantrekkelijk te vinden
    • vrouwelijke vormen: sexueel, vitaal
    • ronde vormen: baby-associatie
    • hoekige vormen: mannelijk, agressief
  • 20. AANTREKKELIJKHEIDSFACTOR
    • De neiging aantrekkelijke mensen te beschouwen als intelligenter, bekwamer, prettiger in de omgang
    • (krijgen meer aandacht, worden milder behandeld, worden beter betaald)
    • =gezondheid en vruchtbaarheid uitstralend, symmetrische gelaatstrekken, ideale taille/heup verhouding
  • 21.
    • Mannen preferen vrouwen met een taille- heupverhouding van: 0.67 en 0.80
    • Vrouwen preferen mannen met een taille-
    • heupverhouding van: 0.85 en 0.95
  • 22.  
  • 23. BABYFACE FACTOR
    • De neiging om mensen met babyface kenmerken te beschouwen als na ï ever, hulpelozer en eerlijker (aanprijzen)
    • En volwassen trekken te associ ë ren met kennis en autoriteit (informeren)
  • 24. FACE-ISM (BODY-ISM) RATIO
    • vnl. gezicht in beeld: nadruk op
    • intellectuele en persoonlijke kenmerken
    • (intelligenter, dominanter, ambitieuzer)
    • lichaam meer in beeld: nadruk op
    • fysieke en sensuele kenmerken
    • mannen hebben in alle media een
    • hoger face-ism ratio
  • 25.  
  • 26. VEBLEN EFFECT
    • De neiging een product aantrekkelijk
    • te vinden omdat het duur is
    • uit verlangen om bij de upper class te
    • horen
    • uit angst om gezien te worden als
    • iemand uit de lower class
  • 27. GEPERCIPIEERD GEBRUIKSGEMAK
    • Een esthetisch ontwerp:
    • wekt indruk van gebruiksvriendelijkheid
    • door positief gevoel grotere tolerantie/
    • acceptatie van problemen
    • bevordert creatieve aanpak van
    • problemen
    • wordt langduriger gebruikt
  • 28.  
  • 29. AFFORDANCE
    • Uitnodigen tot gebruik:
    • Dmv bijv 3D effect en aansluiting bij
    • bekend gebruik van fysieke objecten
  • 30. MIMICRY
    • van uiterlijk
    • van gedrag
    • van functie
  • 31. BIOFILIA-EFFECT
    • Omgevingen met natuurbeelden
    • verminderen stress en vergroten
    • concentratie
  • 32. KATHEDRAALEFFECT
    • Hoge plafonds stimuleren abstract denken en creativiteit
    • Lage plafonds stimuleren concreet en detailgericht denken
    • Idem voor omhoog kijken (kikvorsperspectief) en omlaag kijken (vogelvluchtperspectief)
  • 33. CLOSURE
    • Aangeboren voorkeur voor
    • eenvoud boven complexiteit
    • en voor patroon boven willekeur
    • Aanvulling door de toeschouwer zorgt voor meer betrokenheid
  • 34. WET VAN DE PREGNANTIE
    • De neiging om vage afbeeldingen te interpreteren als eenvoudig en volledig
  • 35. PERCEPTUELE BLINDHEID
    • Wat je verwacht merk je sneller op dan wat je niet verwacht
  • 36. VON RESTORFF EFFECT
    • opmerkelijke dingen worden beter
    • onthouden dan normale dingen
    • verschillen in context
    • EZQL4PMBI
    • EZQLTPMBI
    • verschillen in ervaringen
    • eerste dag bij CMD
  • 37. CONSISTENTIE
  • 38.  
  • 39. KLEUR
    • een mens kan ong 5 kleuren verwerken in 1 oogopslag
    • hou rekening met kleurenblinden
    • gebruik kleurcombinaties uit de natuur of
    • kleurencirkel/vierkant/driehoek
    • warme kleuren op de voorgrong, koele op de achtergrond
    • onverzadigde,heldere kleuren: vriendelijk en professioneel
    • onverzadigde,donkere kleuren: serieus en professioneel
    • verzadigde kleuren: opwindender, dynamischer, vermoeiender
  • 40.  
  • 41. ROODEFFECT
    • Rood: teken van vruchtbaarheid
    • bij vrouwen: aantrekkelijk
    • bij mannen: dominanter
    • (rood gezicht= agressie, bleek gezicht= angst)
    • rode teams winnen vaker
  • 42. LICHT VAN BOVEN EFFECT
    • licht van linksboven werkt het meest natuurlijk (bij meeste schilderijen het geval, ook bij iconen en dialoogschermen)
    • licht van onderaf werkt goed voor onnatuurlijk uitziende en griezelige objecten/omgevingen
    • bolvormig/holvormig
  • 43.  
  • 44. DE PLAKFACTOR
    • Hoe zorg je dat een idee aanslaat:
    • eenvoud (het idee is makkelijk en bondig over te
    • brengen zonder aan diepte te verliezen)
    • verrassing (die onmiddellijk de aandacht pakt)
    • tastbaarheid (specifiek, concreet, te begrijpen)
    • geloofwaardigheid (betrouwbare bron)
    • emotie (het idee roept een emotionele reactie op)
    • verhaal (het idee wordt gebracht binnen de context
    • van een goed verhaal, is daardoor makkelijker te
    • herhalen en te onthouden)
    • ezelsbruggetjes inbouwen
  • 45. Sticky: eenvoudige boodschap esthetisch aansprekend in de context van de presidentscampagne
  • 46. Propositionele dichtheid
    • Meerdere betekenisen in een ontwerp:
    • cirkel= eenheid, stabiliteit
    • en de O van Obama
    • blauw= de hemel
    • het midden van de cirkel:
    • opgaande zon= verandering
    • rode en witte lijnen=
    • landschap, wuivend graan
    • en de Amerikaande vlag,
    • patriottisme
  • 47. IMMERSIE
    • Totale onderdompeling
    • duidelijke doelen
    • minimale afleiding
    • gevoel van beheersbaarheid
    • directe feedback
  • 48. PRIMING
    • Het beinvloeden van gedrag door specifieke concepten van het geheugen te activeren
  • 49. ETC ETC ETC ETC ETC ETC ETC
  • 50.