Dagelijkse opdrachten voor creatief denken

2,698 views
2,411 views

Published on

30 daily excercises to enhance your creativity (in Dutch)

Published in: Business
1 Comment
4 Likes
Statistics
Notes
No Downloads
Views
Total views
2,698
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
5
Actions
Shares
0
Downloads
32
Comments
1
Likes
4
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Dagelijkse opdrachten voor creatief denken

  1. 1. Dagelijkse opdrachten voor creatief denken
  2. 2. Wolken Ga in het gras of op eenbankje liggen en staar naar de wolken. Wat zie je?
  3. 3. DetectiveOntdek op een route die je dagelijks aflegt, 5 dingen die je nog nooit hebtgezien. Maak er foto’s van.
  4. 4. LectuurKoop eens een tijdschrift dat je normaal nooit zou kopen. Wat valt je op?
  5. 5. VervoermiddelLeg een route die je vaak aflegt, eens met een ander vervoersmiddel af: ga lopen, met de bus, met een (fiets)taxi, met de auto of de fiets. Zie je nieuwe dingen? Wat valt je op?
  6. 6. Verandering van spijsKies bij het boodschappendoen een ingrediënt dat je nog nooit heb geproefd. Maak er een gerecht van en proef!
  7. 7. OmwegKies eens voor een omweg op een dagelijkse route. Wat voor nieuwe dingen ontdek je?
  8. 8. Willekeur Laat je lot bepalen: wijs 6dingen toe aan de nummers 1 tot en met 6. Gooi met een dobbelsteen en ga doen wat er voor dat nummer staat.
  9. 9. ToeristSpeel toerist in eigen stad: ga naar de VVV, doe eenstadswandeling. Welke nieuwe dingen vallen je op?
  10. 10. Willekeurige lectuurGa naar de bibliotheek. Pak het eerste rode boek dat je tegenkomt. Op pagina 66 zoek je het 10de woord op. Zoek een boek van eenschrijver wiens naam met datwoord begint. Lees dat boek.
  11. 11. InlevenNeem een sterke overtuigingvan jezelf. Wie zou er precieshet omgekeerde van denken?Wat zou de motivatie van diepersoon zijn? Wat kan je daar van leren?
  12. 12. BewegenDoe eens mee met de sport die je nog nooit gedaan hebt. Wat valt je op? Wat vond je leuk en wat niet?
  13. 13. MenuGa je uit eten? Kies dan het gerecht wat je het minst aanspreekt.
  14. 14. BlindProbeer met je ogen dicht (doe desnoods een blinddoek om) in je huisvan je slaapkamer naar de voordeur te komen.
  15. 15. TempoLoop vandaag twee keer zo langzaam als normaal. Hoe voelt dat? Wat valt je op?
  16. 16. TreinGa naar het station. Stap in de eerste trein die vertrekt. Ga er bij heteindstation uit. Kijk rond en noteer wat je opvalt.
  17. 17. KunstGa naar het museum en zoek een kunstwerk dat je NIET aanspreekt. Bekijk het nogmaals, van verschillendekanten. Wat valt je op? Kan je het anders gaan zien?
  18. 18. Slow motionPak een voorwerp dat je goedkent. Bekijk het een minuut lang aan de voorkant, dan 1 minuut aan de zijkant, aan de achterkant, aan de bovenkant.Een minuut veraf en een minuut dichtbij. Zie je nieuwe dingen?
  19. 19. SpelenGa naar een speeltuin enspring op de schommel. Jeperspectief verandert. Kan je nu ook je vraagstuk anders zien?
  20. 20. Op z’n kopLees de krant op z’n kopvandaag. Wat valt je op?
  21. 21. KleurFocus vandaag op de kleur paars. Zoek paarse voorwerpen waar je ookbent. Wat valt je op? Zie je nieuwe dingen?
  22. 22. 7 jaarVoor je een probleem creatief aanpakt: maak een lijstje van wat je zou doen als je 7 jaar was en vandaag geen school had. Focus daarna op je probleem.
  23. 23. Wandelen Moet je ergens overbeslissen? Discussieer daneerst. Ga dan een half uurwandelen en beslis daarna.
  24. 24. DansenBegin vandaag de dag eens met een dansje!
  25. 25. AchteruitLoop vandaag thuis eens achteruit in plaats van vooruit. Wat doet dat met je?
  26. 26. Jongleren Leer jezelf vandaagjongleren. (kijk online voor tips)
  27. 27. FilmpjePrik een woord uit een boek en typ het in op youtube. Bekijk het filmpje wat als 4e in de rij staat.
  28. 28. ComplimentGeef vandaag eens een compliment aan een onbekende.
  29. 29. AfkijkenGa bij een kunstenaar kijken in zijn of haar atelier. Laat je inspireren.
  30. 30. Back to basicGebruik een dagje je telefoon en PC niet.
  31. 31. Terras Ga op een terras mensenkijken. Vraag je af wat ze voor beroep hebben, waar ze vandaan komen, hoe ze heten, wat ze het liefst eten.

×